CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 9. Bijlagen bij de toelichting Bijlage 13 Voortoets en passende beoordeling

Raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Stationsgebied Nunspeet" (hamerstuk).19.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

In de GO wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden.

37/44

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Figuur 5.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van het GNN en GO (Provincie Gelderland, 2020)

Voor het GNN en de GO zijn kernkwaliteiten opgesteld in de omgevingsverordening. Ontwikkelingen kunnen effect op deze kwaliteiten hebben. Wanneer negatieve effecten op de kernkwaliteiten niet uit te sluiten zijn moet een Nee-tenzij toets worden uitgevoerd conform de regels zoals gesteld in de provinciale verordening (Provincie Gelderland, 2020).

5.2

Wettelijk kader

Het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone zijn geborgd in de omgevingsverordening van de provincie Gelderland. Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland hebben op 22 september 2020 een ontwerpomgevingsverordening vastgesteld. De omgevingsverordening heeft inmiddels ter inzage gelegen. Op 31 maart 2021 is deze door Provinciale Staten vastgesteld. Er zijn in deze (nieuwe) omgevingsverordening de volgende wijzigingen opgenomen welke relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling: • Uitbreiden en duidelijker maken van de instructieregels Gelders Natuurnetwerk, afdeling 2.6 en bijlagen 5 en 8

38/44

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Gelders Natuurnetwerk Het Gelders Natuurnetwerk is opgenomen in artikel 2.39 tot en met 2.51 van de Omgevingsverordening. Hierin is opgenomen dat een nieuwe activiteit of ontwikkeling in een bestemmingsplan welke betrekking heeft op het Gelders Natuurnetwerk alleen wordt toegelaten indien deze geen nadelige gevolgen kan hebben voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang. De provincie Gelderland hanteert overigens geen externe werking. Hier zal dan ook niet aan worden getoetst. Er is geen sprake van nadelige gevolgen voor de oppervlakte als die wordt gecompenseerd in overeenstemming met paragraaf 2.6.2 van de omgevingsverordening. Een bestemmingsplan kan een nieuwe activiteit of ontwikkeling die gevolgen heeft voor het GNN alleen toelaten indien: • Er sprake is van een groot openbaar belang • •

Er geen reële alternatieven zijn; en De nadelige gevolgen voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd in overeenstemming met paragraaf 2.6.2 van de omgevingsverordening

Groene Ontwikkelingszone (GO) Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone maakt geen nieuwe grootschalige ontwikkeling mogelijk die leidt tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, tenzij (art. 2.52): • • •

Er sprake is van een groot openbaar belang Er geen reële alternatieven zijn De negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang zoveel

•

mogelijk worden beperkt De overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten, de oppervlakte en de samenhang gelijkwaardig worden gecompenseerd overeenkomstig met paragraaf 2.6.2 van de omgevingsverordening

Een bestemmingsplan voor gronden gelegen binnen de Groene Ontwikkelingszone kan een nieuwe kleinschalige ontwikkeling mogelijk maken, als: • In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de kernkwaliteiten van het betreffende gebied, in hun onderlinge samenhang bezien, per saldo substantieel worden •

5.3

versterkt Deze versterking planologisch is verankerd in hetzelfde of een gelijktijdig vast te stellen bestemmingsplan

Kernkwaliteiten

Het deel van het GNN/GO dat in en nabij het plangebied gelegen is omvat de volgende kernkwaliteiten (Omgevingsverordening Gelderland, 2020). 1. Gradiënt Veluwe - Randmeren: droog - nat, voedselarm - voedselrijk, gesloten - open; kwel uit de Veluwe 2. 3.

Onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe Onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe met de bijbehorende habitats en soorten

39/44

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

4.

Evz Hierdensche Beek als laaglandbeek en als poort tussen de Veluwe en Flevoland

5. 6.

Andere verbindingen naar de Randmeerkust: met name bij de landgoederen: Wessinge, Zwaluwenburg, Mullegen, Oldhorst, IJsselvliet Leefgebied das en steenuil

7. 8. 9.

Kleinere beken Landgoederen in de gradiënt Kleinschalig landschap langs de voet van de Veluwe; houtsingels en graslanden

10. Lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen (dekzandruggen) 11. Vroeg-Middeleeuwse ontginningen bij Doornspijk en Wessinge 12. Gave ontwaterings- en ontsluitingspatronen 13. Alle door de Flora- en faunawet of Natuurbeschermingswet beschermde soorten en hun leefgebieden in dit deelgebied Op basis van de locatie en aanwezige landschapselementen zijn 5 van de benoemde kernkwaliteiten van toepassing op het plangebied: 1. Gradiënt Veluwe - Randmeren: droog - nat, voedselarm - voedselrijk, gesloten - open; kwel 2. 3.

uit Veluwe Onderdeel Nationaal Landschap Veluwe Onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe met bijbehorende habitats en soorten (dit geldt

4. 5.

alleen voor het NNN, niet voor de GO) Leefgebied das en steenuil Wet natuurbescherming beschermde soorten en hun leefgebied in dit deelgebied

Effecten op punt 5 zijn nader onderzocht in het separate onderzoek naar aanwezigheid van beschermde soorten. De activiteiten op en nabij het parkeerterrein ten zuiden van de spoorlijn overlappen met de Groene Ontwikkelingszone. In het Gelders Natuurnetwerk zijn geen beoogde ontwikkelingen. Daarnaast is externe werking op het Gelders Natuurnetwerk niet van toepassing waardoor effecten op het Gelders Natuurnetwerk zijn uitgesloten. De herinrichting bij het parkeerterrein is gelegen buiten het vast te stellen bestemmingsplan. Hier zijn uitsluitend kleine acties beoogd waarbij geen sprake is van planologische wijzigingen ten opzichte van de huidige situatie. Verder is voor de realisatie van de zuidelijke entree naar het station het rooien van een bosschage benodigd waardoor sprake is van aantasting van de GO. Deze activiteiten hebben invloed op de kernkwaliteiten. Er worden groenstructuren gekapt, waardoor de kwaliteit ‘onderdeel Nationaal Landschap Veluwe’ niet versterkt wordt of per saldo niet significant wordt aangetast, maar afneemt. Behouden, verplanten of herplanten van de groenstructuren in de directe omgeving zorgt ervoor dat de kernkwaliteiten per saldo niet afnemen. Eventueel verlies van bomen en bosschages wordt binnen het plan opnieuw gerealiseerd waardoor er netto geen verlies is van de kernkwaliteit.

40/44

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

De ruimte hiertoe is binnen het plangebied ruimschoots aanwezig. Overige kernkwaliteiten zijn in het plangebied niet aanwezig waardoor deze ook niet worden beïnvloed als gevolg van het beoogd voornemen.

5.4

Conclusies

Op basis van bovenstaande paragrafen is het zeker dat de kernkwaliteiten van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone niet worden aangetast. Effecten op het GNN zijn uit te sluiten omdat er geen ontwikkelingen zijn binnen het GNN. Wel is door het rooien van groenstructuren ten behoeve van de aanleg van de zuidelijke entree naar het station sprake van aantasting van de GO. Eventueel verlies van bomen en bosschages wordt binnen het plan opnieuw gerealiseerd waardoor er netto geen verlies is van de kernkwaliteit. De ruimte hiertoe is binnen het plangebied ruimschoots aanwezig. Overige kernkwaliteiten zijn in het plangebied niet aanwezig waardoor deze ook niet worden beïnvloed als gevolg van het beoogd voornemen.

41/44

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

6 Conclusies en aanbevelingen De gemeente Nunspeet treft voorbereidingen voor een reconstructie van het stationsgebied. Naast diverse bouwwerkzaamheden wordt de weginfrastructuur gereconstrueerd, wat leidt tot een grotere verkeersveiligheid. In opdracht van de gemeente Nunspeet heeft TAUW onderzoek gedaan naar de consequenties van de natuurwetgeving voor het voornemen. De ontwikkeling kan alleen doorgaan als deze niet in strijd is met de natuurwetgeving, of als de benodigde vergunningen en/of ontheffingen kunnen worden verleend. Welke onderdelen van de Wet natuurbescherming zijn van belang? De gebieden- en soortenbescherming zijn onderdelen waarop getoetst moet worden. Negatieve effecten op Natura 2000-gebied Veluwe zijn niet op voorhand uit te sluiten. Er is daarom getoetst of de werkzaamheden effect kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen van de kwalificerende soorten en/of habitattypen en of dit effect significant is. Daarnaast zal het plan nog worden getoetst aan het Gelders Natuurnetwerk, welke is geborgd in onder de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Ook zal de Groene Ontwikkelingszone uit de Gelderse Omgevingsverordening worden beschouwd. De effecten van het voornemen op beschermde soorten en een toetsing aan het onderdeel houtopstanden zijn separaat onderzocht en gerapporteerd (kenmerk R002-1278875JNA-V01-efmNL, d.d. 6 september 2021).

Voorliggende rapportage heeft derhalve uitsluitend betrekking op de mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden en het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone. In hoeverre is de ontwikkeling (mogelijk) strijdig met de Wnb? Natura 2000 Het plangebied valt voor een klein deel binnen de begrenzing van Natura 2000-gebied Veluwe. De ontwikkelingen waar de aanvraag om natuurvergunning en het plan in voorzien zijn gelegen buiten het Natura 2000-gebied. Op basis van een toetsing aan de verstoringsaspecten optische verstoring, geluidverstoring, lichtverstoring, verdroging, trilling en stikstofdepositie is geconcludeerd dat significante gevolgen, met uitzondering van stikstofdepositie, kunnen worden uitgesloten. De activiteiten vinden buiten de begrenzing plaats en door aanwezig biotoop en huidige verstoring is het onwaarschijnlijk dat door het plan/project significante gevolgen optreden gelet op de instandhoudingsdoelstellingen. Wel is sprake van een permanente toename van stikstofdepositie. Dit is reden waarom extern is gesaldeerd. Uit de passende beoordeling volgt dat na externe saldering (netto) geen sprake is van een stikstoftoename, maar van een relatief forse afname in het Natura 2000-gebied Veluwe. Verzekerd is dan ook dat de natuurlijke kenmerken van Veluwe niet worden aangetast.

42/44

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plan is (gedeeltelijk) gelegen in het GNN en de GO. Deze liggen ten zuiden van de spoorlijn. Op basis van een ‘nee, tenzij-toets’ zijn de kernkwaliteiten zoals beschreven in de Gelderse Provinciale Ruimtelijke Verordening beschouwd. Effecten op het GNN zijn uit te sluiten omdat er geen ontwikkelingen zijn binnen het GNN. Wel is door het rooien van groenstructuren ten behoeve van de aanleg van de zuidelijke entree naar het station sprake van aantasting van de GO. Eventueel verlies van bomen en bosschages wordt binnen het plan opnieuw gerealiseerd waardoor er netto geen verlies is van de kernkwaliteit. De ruimte hiertoe is binnen het plangebied ruimschoots aanwezig. Overige kernkwaliteiten zijn in het plangebied niet aanwezig waardoor deze ook niet worden beïnvloed als gevolg van het beoogd voornemen. Zijn maatregelen en/of een ontheffing /natuurvergunning nodig en zo ja, kan de natuurvergunning worden verleend en het bestemmingsplan worden vastgesteld in overeenstemming met de Wnb? Natura 2000 Doordat significante gevolgen vanwege stikstofdepositie pas uitgesloten worden na toepassing van externe saldering, is het voornemen vergunningplichtig ingevolge de Wet natuurbescherming. Hoofdstuk 4 betreft de passende beoordeling waaruit volgt dat vanwege stikstof de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast.

Voor wat betreft de overige storingsfactoren is er geen sprake van (significante) gevolgen, gelet op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Veluwe (zie hoofdstuk 3). Gelet op deze conclusies kan het bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.7 lid 1 en 2.8 lid 1 en lid 3 Wnb worden vastgesteld. Ook kan de natuurvergunning in overeenstemming met artikel 2.7 lid 2, lid 3 en artikel 2.8 lid 1 en lid 3 Wnb worden verleend. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone In het kader van de Groene Ontwikkelingszone is het noodzakelijk om het areaal groen te behouden of dit te realiseren door te verplanten of te herplanten in de directe omgeving. Dit kan binneplans gerealiseerd worden gezien de ruimte hiervoor ruimschoots aanwezig is. Er is netto geen sprake van aantasting van de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone. Wat betekent dit voor de verdere planvorming en uitvoering? Het plan kan in overeenstemming met het Natura 2000 gebiedsbeschermingsrecht en de provinciale regels met betrekking tot het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone worden vastgesteld. Wel dient verlies van groenstructuren binnenplans gecompenseerd te worden zodat er netto geen sprake is van aantasting van de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone. Ook de natuurvergunning kan in overeenstemming met de Wnb worden verleend.

In die vergunning zal eveneens geborgd moeten worden dat het gedeelte van vergunning van GPS dat als externe salderingsmaatregel is verworven, tijdig is ingetrokken voordat de negatieve effecten van het vergunde project kunnen optreden.

43/44

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

7 Literatuur DGMR, 2021. Herinrichting stationsgebied Nunspeet. Onderzoek geluid – Natuurgebied Veluwe. Provincie Gelderland, 2017.Natura 2000-beheerplan Veluwe. Provincie Gelderland, 2021. Beleidsregels salderen in Gelderland Reijnen, M.J.S.M. & R.P.B. Foppen, 191. Effect van wegen met autoverkeer op de dichtheden van broedvogels (hoofdrapport). IBN-rapport 19/1. DLO-Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Leersum. Synbiosys, 2021. Effectenindicator gebieden Tulp, I., M.J.S.M. Reijnen, C. ter Braak, E. Waterman, P.J.M. Bergers, S. Dirksen, R.P.H. Snep & W. Nieuwenhuizen, 2002. Effect van treinverkeer op dichtheden weidevogels.

44/44

Kenmerk

Bijlage 1

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Stikstofdepositieonderzoek

B1 Wettelijk kader In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen, dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie en overbelast door een teveel aan stikstof. Een bestuursorgaan stelt een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied, uitsluitend vast, indien de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Daarom dient voor nieuwe of gewijzigde plannen onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. Een plan dat netto meer dan 0,00 mol/ha/jaar bijdraagt aan de stikstofdepositie op een (naderend) overbelast stikstofgevoelig habitattype of leefgebied heeft in potentie een significant effect. De Wet natuurbescherming stelt in art. 2.9a een vrijstelling in voor Wnb-vergunningplicht ten aanzien van stikstofdepositie vanwege activiteiten in de bouwsector. De onderbouwing van deze vrijstelling wordt gegeven in de toelichting bij de wijziging van het Besluit natuurbescherming. De wetgever heeft de effecten van stikstofdepositie in de bouwfase daarmee reeds beschouwd, waardoor de noodzaak tot toetsing van de stikstofdepositie in de bouwfase afwezig is. Bij (wijziging van) plannen wordt het planeffect bepaald ten opzichte van de referentiesituatie.

De referentiesituatie bij plannen is de feitelijke bestaande planologisch legale situatie voorafgaand aan het plan. Wanneer er sprake is van een toename in stikstofdepositie kan in een ecologische voortoets of passende beoordeling onderzocht worden of effecten daadwerkelijk op gaan treden als gevolg van het plan en of deze de natuurlijke kenmerken van het gebied aantasten. B2 Opzet onderzoek Voor het berekenen van de stikstofdepositie is gebruik gemaakt van de vigerende versie van het rekenmodel AERIUS Calculator, versie 2020. Er is gerekend voor het zichtjaar 2026, het eerste jaar na voltooiing van de werkzaamheden en dus het eerste jaar waarin het planeffect zal plaatsvinden. In de berekeningen zijn de emissies van NOx en NH3 van alle relevante bronnen meegenomen. In de beoogde situatie is dat enkel verkeer, in de referentiesituatie is sprake van emissies door verkeer, mobiele werktuigen, stookinstallaties en dieren. In de volgende hoofdstukken zijn alle stikstofbronnen beschreven en is toegelicht hoe de emissies van de bronnen zijn vertaald naar het rekenmodel AERIUS. Er is in dit onderzoek een berekening uitgevoerd om de stikstofdepositiebijdrage van het plan op de Natura 2000-gebieden in kaart te brengen, namelijk een verschilberekening van de stikstofdepositie tussen de gebruiksfase en de referentiesituatie.

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

B3 Beoogde situatie De relevante stikstofemissies in de beoogde situatie zijn de emissies van het wegverkeer. De verkeersstroom in het plangebied wijzigt, wat ook gevolgen heeft voor de emissies van NOx en NH3. De gemeente Nunspeet heeft via Goudappel Coffeng een verkeersmodel aangeleverd voor de plansituatie en de autonome situatie waarin de verkeersbewegingen van gemotoriseerd verkeer binnen de plaats Nunspeet zijn opgegeven. De verkeerseffecten van het plan zijn dus breder meegenomen dan enkel in het plangebied zelf, zodat ook rekening gehouden is met wijzigingen in de verkeersstromen op wegen in het verlengde van de wegen in het plangebied. Conform de aanwijzingen in de Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020 (versie januari 2021, 3.0) is de verandering in verkeerintensiteit meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van de verkeersintensiteit in de autonome situatie. Daarmee ontstaat het verkeersnetwerk zoals weergegeven in figuur B1.1. Het verkeersmodel bevat een grote hoeveelheid data, waarbij voor AERIUS relevant is: • De geografische locatie en lengte van een weg • De hoeveelheid verkeer die over de weg rijdt, onderverdeeld naar licht verkeer, middelzwaar •

• •

vrachtverkeer en zwaar vrachtverkeer Het wegtype, alle wegen binnen Nunspeet zijn gemodelleerd als ‘binnen bebouwde kom’, de wegen buiten Nunspeet als ‘buitenweg’. Snelwegen komen niet voor in het model, omdat de invloed van het plan op de verkeerstroom op de A28 te verwaarlozen is De rijsnelheid Stagnatie (filevorming)

Op basis van deze gegevens berekent het model AERIUS zelf de emissies van NOx en NH3.

Figuur B1.1 Reikwijdte van het betrokken verkeersnetwerk. De rode lijnen zijn de wegen waarop een significante verandering in de verkeersintensiteit optreedt en die daarom zijn meegenomen in de AERIUS-berekening

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

B4 Referentiesituatie De referentiesituatie voor het plan Stationsomgeving Nunspeet bestaat uit 3 onderdelen: • De autonome verkeerssituatie • Enkele huidig bestaande gebruiksfuncties binnen het plangebied die niet terugkomen in het •

nieuwe plan De Gecombineerde Pluimvee Slachterijen (GPS) Nunspeet

B4.1 Autonome verkeerssituatie Bij het wijzigen van de verkeersstromen dient de autonome verkeerssituatie als referentie. Met de autonome verkeerssituatie wordt de situatie bedoeld zoals deze zou zijn als het nieuwe plan er niet zou zijn, op het moment dat het nieuwe plan wordt vastgesteld. Het is daarmee een weergave van de huidige situatie waarbij wel de autonome groei van verkeersaantallen is opgeteld, maar niet de effecten van het plan. De gemeente Nunspeet heeft voor de autonome situatie een verkeersnetwerk aangeleverd, in vorm gelijk aan het verkeersnetwerk voor de beoogde situatie. Dit verkeersnetwerk is in de AERIUS berekening verwerkt op soortgelijke wijze als de werkwijze beschreven in hoofdstuk B3. B4.2 Binnenplanse gebruiksfuncties Door de ontwikkelingen in het stationsgebied verdwijnen 3 verblijfsfuncties. Dit betreft pannenkoekenhuis Stroopstok, restaurant Joris (beide reeds verworven door de gemeente) en het pand aan het stationsplein waarin de VVV thans is gevestigd. De milieutoestemmingen van de restaurants (van voor de referentiedatum 24 maart 2000) worden ingetrokken en de bedrijfsvoering van de VVV ter plaatse wordt afgemeld ten behoeve van het plan Stationsomgeving Nunspeet. In de huidige situatie is er sprake van emissies van NOx uit cv-ketels en emissies van NOx en NH3 door de verkeersaantrekkende werking van de voorgenoemde 3 functies.

In de tabellen B1.1 en B1.2 is de berekening van de emissies van de cv-ketels uitgewerkt en de berekening van de verkeersaantrekkende werking. Tabel B1.1 Emissies CV ketels Locatie

Oppervlakte 2

[m ]

Kental** 3

2

[m /jaar/m ]

Totaal

Emissiefactor**

Emissie NOx

Hoogte

gasverbruik

[g NOx/GJ]

[kg/jaar]

emissiepunt

[m3/jaar]

[m]

Stroopstok

380 (go)

35,4

13.452

14

6,0

4

Joris

205 (go)

35,4

7.257

14

3,2

6

690

14

0,3

4

VVV

* Gasverbruik restaurants: TNO, TNO 2019 P10919, 8 juli 2019 ** Emissiefactor: TNO, TNO 2014 R10584, 31 maart 2014. Zie tabel 8. Gekozen voor hr-ketels uit 2018, als worstcase keuze. Deze ketels hebben namelijk de laagste emissies uit de serie

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

De berekening van de NOx emissies van CV-ketels is weergegeven in tabel B1.1, waarbij uitgegaan wordt van de verbranding van Gronings aardgas, ofwel een verbrandingswarmte (onderwaarde) van 31,65 MJ/m3. Tabel B1.2 Verkeersgeneratie verblijfsfuncties plangebied Locatie

Oppervlak [m2

Kental [mvt/100m2]

bvo]

Verkeersgeneratie

Verkeersgeneratie

licht verkeer

vrachtverkeer

[mvt/etmaal]

[mvt/etmaal]

Stroopstok

380 (bvo)

44

233

2

Joris

205 (bvo)

44

128

2

VVV

175 (bvo)

53,7

94

0,3

Bron: CROW publicatie 381, toekomstbestendig

B4.3 Gecombineerde Pluimvee Slachterijen (GPS) Door de Stationsomgeving Nunspeet worden bestaande verkeersstromen uit het centrum onttrokken die om Nunspeet heen gaan lopen. Direct ten zuiden van Nunspeet ligt de Veluwe. Er komt dan ook meer verkeer te rijden op de reeds bestaande rondwegen (die deels door de rekenkundige AERIUS hexagonen lopen waarbinnen ook stikstofgevoelige natuur ligt). Weliswaar zorgt het beëindigen van de binnenplanse gebruiksfuncties voor minder verkeer, maar dit is onvoldoende om een stikstofdepositie toename in een ruim gebied van de Veluwe langs Nunspeet te voorkomen. Hoewel de toename per hexagoon gering van omvang is, is het verspreidingsgebied waar een toename op wordt berekend dermate groot dat niet op voorhand significante gevolgen kunnen worden uitgesloten. Dit is reden voor de gemeente Nunspeet om stikstofrechten van het verderop gelegen GPS te verwerven ten behoeve van de Stationsomgeving Nunspeet. Die stikstofrechten worden gevormd door de milieutoestemmingen van GPS van voor de referentiedatum. Zestig procent van de verworven stikstofrechten van GPS heeft de gemeente kunnen verwerven ten behoeve van de stationsomgeving en worden als mitigerende maatregel ingezet.

Dit intrekking van de milieutoestemming van GPS als beschermingsmaatregel is ook mogelijk, nu die intrekking niet als passende maatregel (artikel 6 lid 2 Habitatrichtlijn) door de provincie wordt ingezet (en ook reeds door de gemeente is verworven). Voordat de rechten van GPS aan de gemeente zijn overgedragen, was er een natuurvergunningprocedure voor GPS lopende. Die procedure was reeds in een vergevorderd stadium. Gedeputeerde Staten hadden reeds besloten over het ontwerp van de natuurvergunning. Daarin is ook reeds door de provincie nauwgezet en gemotiveerd ingegaan op de referentiesituatie (bestaande rechten) van GPS. De uitgangspunten voor de inzet van GPS als externe salderingsmaatregel zijn 1-op-1 overgenomen uit het ontwerp van de natuurvergunning met de daarbij behorende bijlagen. In bijlage 2 zijn deze uitgangspunten nader uitgewerkt en toegelicht.

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Voor gebruik ter saldering van de stikstofeffecten van het bestemmingsplan Stationsomgeving Nunspeet is in de referentiesituatie rekening gehouden met 60 % van de stikstofemissies van GPS. Dit deel van de milieutoestemming van GPS zal ten behoeve van de Stationsomgeving Nunspeet worden ingetrokken, zodat ook verzekerd is dat die ruimte niet ergens anders voor kan worden ingezet. Verder is in de referentiesituatie ook reeds rekening gehouden met 30 % afromen van stikstofemissies, conform de gewijzigde Beleidsregels salderen in Gelderland. B5 Resultaten en conclusie In opdracht van de gemeente Nunspeet heeft TAUW stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd in het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan en de aanvraag natuurvergunning voor de Stationsomgeving Nunspeet. In de stikstofberekeningen is rekening gehouden met de gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging van GPS als externe salderingsmaatregel. De volgende resultaten volgen uit de berekeningen. De activiteiten ten gevolge van vaststelling van het plan geven stikstofdepositie op 9 Natura 2000gebieden die stikstofgevoelige habitats bevatten. Deze resultaten zijn bijgevoegd in bijlage 6. Tabel B1.3 geeft de resultaten weer per habitattype, waarbij enkel de resultaten op Veluwe worden getoond.

Bij de overige 8 Natura 2000-gebieden is namelijk sprake van een afname van de stikstofdepositie (dit ten gevolge van de externe saldering met de gedeeltelijke bedrijfsbeëindiging van GPS). Tabel B1.3 Rekenresultaten voor Natura 2000-gebied Veluwe Habitatcode

Habitattype

ZGLg13

Bos van arme zandgronden

Maximale netto toename in stikstofdepositie [mol/ha/jaar] +1,15

Lg13

Bos van arme zandgronden

+0,42

ZGH9190

Oude Eikenbossen

+0,41

Op de locaties waar de toename in stikstofdepositie berekend worden, is reeds sprake van een overschrijding van de Kritische DepositieWaarde (KDW). Daarom kan niet zonder meer gesteld worden dat het plan geen significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Het betreffen de hieronder op kaart weergegeven locaties.

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Figuur B1.2 Locatie van toenames (paars) en afnames (groen) in stikstofdepositie rondom het plangebied. Weergegeven zijn de resultaten na toepassing van interne en externe saldering

In de aanvullende ecologische beoordeling9 (zie hoofdstuk 4 uit het voorliggende rapport) is nader beoordeeld of de stikstoftoename op deze locatie leidt tot significante gevolgen gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied.

9

TAUW, kenmerk N001-1278875NJE-V01-mwl

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Bijlage 2

Uitgangspunten GPS

Enkele van de in beginsel relevante Natura 2000-gebieden hebben (gelet op aanwijzing als speciale beschermingszone ingevolge de Vogelrichtlijn) als referentiedatum voor een aantal habitats 10 juni 1994. Daarom is de referentiesituatie voor GPS de situatie die (milieu)vergund was op die datum, voor zover de capaciteit feitelijk is gerealiseerd. Op basis van de vergunningen van GPS, is de milieuvergunning zoals gewijzigd bij besluit van juli 1992 (kenmerk: 1838) voor deze referentiesituatie bepalend. De capaciteit daarvan is ook gerealiseerd. Daarbij is voorts relevant dat nadien (in latere vergunningen na de referentiesituatie) altijd meer capaciteit vergund is. Die (milieu)vergunde situatie op de datum 10 juni 1994 wordt dan ook als referentiesituatie betrokken bij het bepalen en beoordelen van het projecteffect. B2.1 Stookinstallaties Op de referentiedatum beschikte GPS over oliegestookte en gasgestookte installaties. Het olieverbruik bedroeg conform de vergunning 20 ton per jaar, het aardgasverbruik bedroeg 250.000 m3 per jaar. Het rookgasvolume dat ontstaat bij het verbranden van vloeibare brandstoffen is bepaald op basis van de rekenregels in DIN 1942, waarbij uitgegaan wordt van een energie-inhoud van 36 MJ per liter olie en een dichtheid van 0,84 kg/liter. Het rookgasvolume dat ontstaat bij het verbranden van gasvormige brandstoffen is gesteld op 9 Nm3/m3 aardgas.

Op grond van artikel 3.10b van het Activiteitenbesluit bedraagt de emissie van de oliegestookte ketels 120 mg NOx/Nm3 rookgas. De gasgestookte ketels emitteren maximaal 70 mg/Nm3, in lijn met moderne emissie-eisen. Dit zijn de huidige geldende emissie-eisen voor deze installaties, de werkelijke emissies in 1994 zullen zeer waarschijnlijk hoger zijn geweest, omdat low-NOx branders destijds nog niet zo gangbaar waren als nu. Tabel B2.1 Berekening NOx-emissie ketels referentiesituatie Installaties

Jaarverbruik

Rookgasvolume [Nm3/jaar]

Emissiefactor 3

Emissie NOx

[mg NOx / Nm ]

[kg/jaar]

Oliegestookt

20.000 kg

211.548

120

25

Gasgestookt

250.000 m3

2.250.000

70

158

Totaal

183

B2.2 Verkeer De verkeersdruk in 1994 is berekend op basis van de verkeersdruk in de feitelijke situatie in 2020, maar dan lineair naar beneden geschaald op basis van het verschil in de slachtcapaciteit met 1994. In 1994 mochten per week 150.000 kuikens geslacht worden, plus 7.000 kalkoenen in december. Dat geeft 52 x 150.000 + 7.000 = 7.807.000 geslachte kuikens per jaar. In de feitelijke situatie in 2020 waren dit er maximaal 200.000 per dag, ofwel 200.000 x 365 = 73.000.000 kuikens per jaar. 7.807.000/73.000.000 x 100 % = 10,7 % verkeer in 1994 ten opzichte van de situatie in 2020.

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Dat zal een onderschatting zijn van de werkelijke situatie (en dus worst-case in een referentiesituatie), doordat het verkeer niet noodzakelijk lineair naar beneden schaalt met lagere productieaantallen. Door lineair te schalen wordt voor de referentiesituatie er ook vanuit gegaan dat een kalkoen hetzelfde gewicht en omvang heeft als de slachtkuikens (te slachten kalkoenen wogen veelal circa 7 à 8 kg). Dit betreft daarmee een worst case uitgangspunt. GPS heeft aangegeven dat in de referentiesituatie vaak veel minder slachtkuikens per vrachtwagen werden aangeleverd. De vrachtwagens waren kleiner in omvang waardoor er minder kratten in een vrachtwagen konden. Er zaten minder vleeskuikens in kratten die ook op een minder efficiënte wijze getransporteerd werden in de vrachtwagens (vrachtwagens waren destijds anders ingericht ten opzichte van de huidige laden in de vrachtwagen waarin de kratten staan). Er is in de loop der jaren voor de aanvoer van slachtkuikens ook een efficiëntieslag doorgevoerd in gemaakte afspraken over de hoeveelheid aan te leveren kuikens (meer per krat/laden en daarmee per transportbeweging). In de praktijk leidde dat in 1994 in verhouding tot meer ritten voor dezelfde totale vergunde hoeveelheid slachtkuikens, waardoor de referentiesituatie qua aantallen ritten wordt onderschat.

Met deze gewijzigde omstandigheden is echter geen rekening gehouden, nu in het stikstofonderzoek de transportbewegingen voor de aanvoer lineair naar beneden is geschaald. De ritten voor personenvervoer en afvoer van product en diversen rijden heen en weer over dezelfde route, die ritten moeten dus dubbel geteld worden om te komen tot een totaal aan voertuigbewegingen. Alle vrachtwagens voor de aanvoer rijden in een cirkel, deze vervoersbewegingen worden dus niet dubbel geteld. Tabel B2.2 Gegevens verkeer GPS Route

Type voertuig

Voertuigbewegingen

Voertuigbewegingen per

Verkeer personen

Licht verkeer

per jaar (2020)

jaar (1994)

156.950

16.785

Aanvoer levende kuikens Afvoer product en diversen

Zwaar vrachtverkeer

11.863

1.269

Zwaar vrachtverkeer

18.250

1.952

In AERIUS zijn de vrachtwagens gemodelleerd als ‘zwaar vrachtverkeer’, op basis van de huidige emissiekentallen waar AERIUS automatisch rekening mee houdt. Dat is worstcase, omdat destijds in 1994 de vrachtwagens fors meer NOx uitstootten dan dat vrachtwagens dat tegenwoordig doen. Om een beeld te geven: in AERIUS Calculator is het verschil op 100 meter tussen een Euro 3 vrachtwagen (0,6 kg/jaar) en een Euro 6 vrachtwagen (0,2 kg/jaar) al een factor 3. In 1994 bestond er nog niet eens Euro 3 vrachtwagen, destijds waren de vrachtwagens nog veel vervuilender. Ook zijn er personenwagens en busjes die de inrichting bezoeken. Dit is gemodelleerd als ‘licht verkeer’. Gekozen is voor het wegtype ‘binnen bebouwde kom’, omdat dit wegtype past bij de snelheid die bereikt kan worden op het wegstuk dat is gemodelleerd. Al het verkeer is meegenomen in het model totdat het deel uitmaakt van het ‘heersend verkeersbeeld’. Dat is het geval wanneer het verkeer van GPS niet meer te onderscheiden is van de rest van het verkeer ten aanzien van snelheid en start/stop gedrag.

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

B2.3 Mobiele werktuigen Op locatie waren in totaal 3 dieselwerktuigen aanwezig die werden gebruikt voor onder meer het verladen van inkomende kuikens, gereed product en reststromen. Deze waren in totaal 9.360 uur per jaar in gebruik. Voor het bouwjaar van de werktuigen gaan we uit van modellen gebouwd voor 1999, ofwel pre-STAGE I, nu de wijzigingsvergunning dateert van 1992. Het vermogen, dieselverbruik en de emissie zijn afgeleid uit de standaardrekenmethode voor mobiele werktuigen in AERIUS zoals opgesteld door TNO (AERIUS factsheet 373-4553). Tabel B2.3 Berekening emissies heftrucks voor referentie 1994 Draaiuren

Vermogen [kW]

Dieselverbruik [liter/jaar]

60

70.106

[uur/jaar] 9.360

Emissie [kg

Emissie [kg

NOx/jaar]

NH3/jaar]

2.150

0,5

B2.4 Dierlijke emissies In de referentiesituatie bedroeg de vergunde slachtcapaciteit GPS 150.000 kuikens per week, plus 7.000 kalkoenen in december. Dit waren dus maximaal 30.000 kuikens per werkdag bij 5 werkdagen per week. De slachturen waren in de praktijk van 6.00 uur tot 18.00 uur, dus 12 uur per dag, 5 dagen per week (doorgaans van maandag t/m vrijdag). Dit betekent dat er 2.500 kuikens per uur verwerkt werden. De doorlooptijd was ongeveer 3 uur, waaruit kan worden afgeleid dat er op elk moment ongeveer 3 x 2.500 = 7.500 kuikens aanwezig waren. De bedrijfsuren samen leiden tot een deeltijdfactor van (12/24) * (5/7) = 35,7 %. De berekening van de ammoniakuitstoot is te volgen in de tabellen B2.4 en B2.5. Tabel B2.4 Berekening ammoniakuitstoot in 1994 Dieren

Hoeveelheid

Emissiefactor [kg

Deeltijdfactor

NH3 /jaar/dier]

Correctie

Emissie NH3

nuchtere kuikens

[kg/jaar]

en frequent verwijderen mest Vleeskuikens

7.500

0,068

0,357

0,5

91

Om een soepele opstart te kunnen garanderen en in verband met transporttijden, kwamen ook in 1994 ’s nachts dieren binnen de inrichting aan vóór aanvang van het slachten. Dit is bepaald op 3 uren per nacht (3:00 uur tot 6:00 uur). Dit geeft een deeltijdfactor van (3/24) * (5/7) = 8,9 % Tabel B2.5 Berekening ammoniakuitstoot in 1994 Dieren

Hoeveelheid

Emissiefactor [kg

Deeltijdfactor

NH3 /jaar/dier]

Correctie

Emissie NH3

nuchtere kuikens

[kg/jaar]

en frequent verwijderen mest Vleeskuikens

7.500

0,068

0,089

0,5

23

De gegevens uit de tabellen B2.4 en B2.5 leiden tot een emissie van 91 + 23 = 114 kg NH3/jaar.

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

De lucht uit de ontvangsthal wordt afgezogen met ventilatoren in de wand van de hal, welke emitteren naar de buitenlucht. Het emissiepunt emitteert op 4 meter boven maaiveld. De afstroomsnelheid van de lucht is in de berekeningen gesteld op 1 m/s. Deze gegevens zijn naar opgaaf van GPS en gebaseerd op ervaringcijfers.

Kenmerk

Bijlage 3

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Natura 2000-gebied Veluwe

In deze bijlage is achtergrondinformatie opgenomen over het Natura 2000-gebied Veluwe en is aangegeven voor welke soorten en habitattypen een instandhoudingsdoelstelling is geformuleerd. Procedure Het Natura 2000-gebied Veluwe werd op 11 juni 2014 (definitief) door de Staatssecretaris van Economische Zaken aangewezen. Het aanwijzingsbesluit werd bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant van 26 juni 2014 (nr. 17732). De terinzagelegging duurde van 26 juni 2014 tot en met donderdag 7 augustus 2014. De beroepsprocedure liep van vrijdag 27 juni 2014 tot en met donderdag 7 augustus 2014. Tegen de aanwijzing werd bezwaar gemaakt en uiteindelijk door 5 (clusters van) appellanten (B&W van Nunspeet, Gelders Landschap, Stichting Werkgroep Milieuzorg Apeldoorn SWMA, Leisurelands Onroerend Goed BV en een drietal particulieren) ook beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze deed een ‘tussenuitspraak’ op 10 februari 2016 (zaaknummer 201406166/1/R2). Als gevolg van de uitspraak werd op enkele

plaatsen de begrenzing van het Natura 2000-gebied aangepast, tenzij de staatssecretaris van Economische Zaken de voorgestelde begrenzing alsnog beter zou kunnen motiveren; voor het overige werd het aanwijzingsbesluit hiermee onherroepelijk. Op 29 september 2016 werd het aanwijzingsbesluit op een aantal punten gewijzigd. Het wijzigingsbesluit werd bekendgemaakt in de Staatscourant van 5 oktober 2016 (nr. 50856). De einduitspraak volgde op 21 juni 2017 (zaaknummer 201406166/8/R2). Geconstateerd is dat aan deel van de bezwaren is tegemoetgekomen. De beroepen waaraan niet werd tegemoetgekomen (gemeente Nunspeet, SWMA en 2 particulieren) werden gegrond verklaard, als gevolg waarvan de begrenzing van het Natura 2000-gebied op onderdelen is gewijzigd. Als referentiedatum wordt de datum gehanteerd waarop dit gebied als speciale beschermingszone in de zin van de Europese Vogelrichtlijn werd aangewezen, dat wil zeggen op 24 maart 2000. Voor de doelen die betrekking hebben op Habitatrichtlijnsoorten en habitattypen geldt 7 december 2004 als referentiedatum. Op deze dag publiceerde de Europese Commissie de eerste ‘Communautaire Lijst’ waarop de Veluwe werd vermeld. Vanaf die data zijn de bepalingen van artikel 6 Habitatrichtlijn ook voor dit gebied van kracht geworden.

Op 5 maart 2018 werd via publicatie in de Staatscourant officieel bekendgemaakt dat een deel van de aanwijzingsbesluiten van de Natura 2000-gebieden gewijzigd zal worden vanwege al aanwezige of juist ontbrekende waarden. De aanwijzingsbesluiten worden aangevuld met soorten en/of habitattypen die wél in de gebieden voorkomen maar waarvoor kennelijk abusievelijk nog geen instandhoudingsdoelstelling was geformuleerd.

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Omgekeerd zijn er ook soorten en/of habitattypen uit het aanwijzingsbesluit geschrapt wanneer die bij nader inzien níet in een gebied bleken voor te komen. In dit gebied is door dit ‘veegbesluit’ een instandhoudingsdoelstelling toegevoegd voor één habitattype, namelijk H91D0 (*Hoogveenbossen). Het beheerplan van dit gebied dateert van december 2017. Op 15 maart 2018 is de bekendmaking van de vaststelling van het definitieve beheerplan voor het Natura 2000-gebied Veluwe gepubliceerd (Staatscourant 15559). Het beheerplan is afzonderlijk vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Gelderland en de ministers van Defensie en LNV. De looptijd wordt niet expliciet vermeld maar op basis van de maximale geldigheidstermijn van 6 jaar na vaststelling van het definitieve beheerplan bedraagt deze vermoedelijk 2018-2023. Het vaststellingsbesluit is geen onderwerp geworden van een beroepsprocedure bij de Raad van State. Habitattypen • H2310 Stuifzandheiden met struikhei • H2320 Binnenlandse kraaiheibegroeiingen • • •

H2330 Zandverstuivingen H3130 Zwakgebufferde vennen H3160 Zure vennen

• • •

H3260A Beken en rien met waterplanten (waterranonkels) H4010A Vochtige heiden (hogere zandgronden) H4030 Droge heiden

• • •

H5130 Jeneverbesstruwelen H6230 *Heischrale graslanden H6410 Blauwgraslanden

• • •

H7110B *Actieve hoogvenen (heideveentjes) H7140A Overgangs- en trilvenen (trilvenen) H7150 Pioniervegetaties met snavelbiezen

• • •

H7230 Kalkmoerassen H9120 Beuken-eikenbossen met hulst H9190 Oude eikenbossen

• •

H91D0 *Hoogveenbossen (toegevoegd door veegbesluit) H91E0C *Vochtige alluviale bossen (beekbegeleidende bossen)

Habitatrichtlijnsoorten • H1042 Gevlekte witsnuitlibel (Leucorrhinia pectoralis) • H1083 Vliegend hert (Lucanus cervus) • • •

H1096 Beekprik (Lampetra planeri) H1163 Rivierdonderpad (Cottus gobio) H1166 Kamsalamander (Triturus cristatus)

• •

H1318 Meervleermuis (Myotis dasycneme) H1831 Drijvende waterweegbree (Luronium natans)

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Vogelrichtlijnsoorten – broedvogels • • •

A072 Wespendief (Pernis apivorus) A224 Nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus) A229 IJsvogel (Alcedo atthis)

• • •

A233 Draaihals (Jynx torquilla) A236 Zwarte specht (Dryocopus martius) A246 Boomleeuwerik (Lullula arborea)

• • •

A255 Duinpieper (Anthus campestris) A276 Roodborsttapuit (Saxicola torquata) A277 Tapuit (Oenanthe oenanthe)

•

A338 Grauwe klauwier (Lanius collurio)

Vogelrichtlijnsoorten – niet-broedvogels -

Kenmerk

Bijlage 4

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Foto’s locatiebezoek

Onderstaande foto’s zijn gemaakt tijdens het veldbezoek op 12 juli 2021. Leefgebied LG13 en zoekgebied van leefgebied ZGLG13 (de 16 ‘zuidelijke’ hexagonen waar een toename is berekend)

Figuur B4.1 In het bosgebied ten zuiden van de spoorlijn groeien plaatselijk forse grove dennen, die mogelijk zijn aangeplant voor het vastleggen van de zandverstuivingen tijdens de jaren ’30 van de twintigste eeuw

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Figuur B4.2 Dit gedeelte van het bos bestaat voornamelijk uit grove dennen van zo’n 40 jaar oud. In de ondergroei zijn diverse soorten van berken-eikenbos te vinden

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Figuur B4.3 Naast de in de boomlaag overheersende grove den komt hier ook veel zomereik en ruwe berk voor en in de ondergroei onder andere bochtige smele, gewoon struisgras en zandzegge

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Figuur B4.4 Het gehele bos ten zuiden van de spoorlijn is sterk geaccidenteerd, een duidelijke herinnering aan de ontstaanswijze van dit deel van het bos (zandverstuivingen)

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Zoekgebied H9190 (de 8 ‘westelijke’ hexagonen waar een toename is berekend)

Foto B4.5 Gedeelte van zoekgebied H9190 met dominantie van douglasspar

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Figuur B4.6 Gedeelte van zoekgebied H9190 met dominantie van bramen

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Figuur B4.7 Gedeelte van zoekgebied H9190 met zowel Amerikaanse als zomereiken en daarnaast grove den. De ondergroei is eenzijdig en wordt gedomineerd door bramen

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Bijlage 5

Profiel habitattype H9190 Oude eikenbossen

Hierna is een gedeelte van het profiel van habitattype H9190 (oude eikenbossen) weergegeven (bron: LNV, 2014). Een deel van de haxagonen waar een toename van stikstofdepositie is berekend worden tot het ‘zoekgebied van habitattype H9190 (oude eikenbossen)’ gerekend. Om die reden is dit gedeelte tijdens een veldbezoek op 12 juli 2021 bezocht. Hieronder is weergegeven welke vegetatietypen volgens het profiel binnen het habitattype passen. Code

Nederlandse naam

Wetenschappelijke

Goed/

vegetatie-

vegetatietype

naam vegetatietype

Matig

Associatie van Hengel en

Hyperico pulchri-

Witbol

Melampyretum pratensis

Beperkende criteria

Alleen in mozaïek

type 18Aa1

G

Alleen in mozaïek met of als rand langs zelfstandige vegetaties van H9190

18Aa2

Associatie van

Hieracio-Holcetum

Boshavikskruid en

mollis

G

Alleen in mozaïek met of als rand langs

Gladde witbol

zelfstandige vegetaties van H9190

35Aa1

Associatie van

Rubetum grati

G

Alleen in mozaïek met

Bronskleurige bosbraam

of als rand langs zelfstandige vegetaties van H9190

35-RG1-

Rompgemeenschap met

RG Rubus plicatus-

G

Alleen in mozaïek met

[35]

Rubus plicatus van de

[Lonicero-Rubetea

of als rand langs

Brummel-klasse

plicati]

zelfstandige vegetaties van H9190

42Aa1

Berken-Eikenbos

Betulo-Quercetum roboris

G

Mits op leemarme humuspodzolgronden, leemarme vaaggronden of podzolgronden met een zanddek en mits onderdeel van een minimaal honderdjarige opstand van zomereik of op een bosgroeiplaats ouder dan 1850 en mits niet in FGR Duinen

Kenmerk

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Typische soorten H9190 Oude eikenbossen

10

Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Soortgroep

Categorie10

Eikenpage

Neozephyrus quercus

Dagvlinders

Cab

Kussentjesmos

Leucobryum glaucum

Mossen

Ca

Hanenkam

Cantharellus cibarius

Paddenstoelen

Ca

Regenboogrussula

Russula cyanoxantha

Paddenstoelen

Ca

Smakelijke russula

Russula vesca

Paddenstoelen

Ca

Zwavelmelkzwam

Lactarius chrysorrheus

Paddenstoelen

Ca

Hengel

Melampyrum pratense

Vaatplanten

Cab

Matkop

Parus montanus ssp. rhenanus

Vogels

Cb

Wespendief

Pernis apivorus

Vogels

Cab

Ca = constante soort goede abiotische toestand; Cb = constante soort goede biotische structuur; Cab = constante soort goede abiotische toestand en goede biotische structuur; K = karakteristieke soort; E = exclusieve soort

Kenmerk

Bijlage 6

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

AERIUS verschilberekening

Projectberekening

Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron

Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Gemeente Nunspeet Divers, Divers Nunspeet Stationsgebied Nunspeet Ontwikkeling stationsgebied. Interne saldering met verkeer en verdwijnende bebouwing, plus externe saldering met GPS Nunspeet. 30% afroming is reeds toegepast bij de ingevoerde emissies van GPS. RPcsBenyp7nG 04 februari 2022, 14:45 Wnb-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar autonome verkeer en interne saldering - 2026 Referentie plan - Beoogd 2026 GPS - Saldering 2026

Resultaten

autonome verkeer en interne saldering Referentie plan - Beoogd GPS - Saldering Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie

Saldering

Afroomfactor

RPcsBenyp7nG (04 februari 2022)

Emissie NH3 0,4 ton/j 0,4 ton/j < 0,1 ton/j

Hoogste depositie Hexagon 7.202,51 mol/ha/j 5161312 7.202,51 mol/ha/j 5161312 7.202,47 mol/ha/j 5161312 9,80 ha 40.551,33 ha 1,15 mol/ha/j 112,39 mol/ha/j

Emissie NOx 7,2 ton/j 6,5 ton/j 1,0 ton/j Gebied Veluwe Veluwe Veluwe

0,00

2/9

Projectberekening

GPS (Saldering), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 4 Anders... | Anders... | Stookinstallaties 5 Anders... | Anders... | Emissiepunt loshal werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | 6 Mobiele Bron 6  Verkeersnetwerk

RPcsBenyp7nG (04 februari 2022)

Emissie Emissie NH3 NOx - < 0,1 ton/j < 0,1 ton/j

-

< 0,1 ton/j 0,9 ton/j < 0,1 ton/j < 0,1 ton/j

3/9

Projectberekening

autonome verkeer en interne saldering (Referentie), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 258 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Joris

Emissie NH3 Emissie NOx - < 0,1 ton/j

259 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | Stroopstok

- < 0,1 ton/j

261 Wonen en Werken | Kantoren en winkels | VVV/Limburgia

- < 0,1 ton/j

 Verkeersnetwerk

RPcsBenyp7nG (04 februari 2022)

0,4 ton/j

7,2 ton/j

4/9

Projectberekening

plan (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen  Verkeersnetwerk

RPcsBenyp7nG (04 februari 2022)

Emissie NH3 0,4 ton/j

Emissie NOx 6,5 ton/j

5/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

5 km Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn

Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RPcsBenyp7nG (04 februari 2022)

6/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "plan" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal Per gebied

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)

Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)

40.561,12 7.202,45

Veluwe (57) 40.505,72 7.202,45 Rijntakken 55,39 2.184,03 (38)

RPcsBenyp7nG (04 februari 2022)

9,80

9,80 0,00

1,15

1,15 0,00

40.551,33 112,39

40.495,92 112,39 55,39 0,01

7/9

Projectberekening

GPS, Rekenjaar 2026 4 Anders... | Anders... Naam Stookinstallaties Uittreedhoogte Locatie 184191, 488844 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

8,5 m 0,000 MW

NOx

< 0,1 ton/j

Naam Emissiepunt loshal Uittreedhoogte 4,0 m Locatie 184260, 488812 Uittreeddiameter 2,0 m Wijze van ventilatie Geforceerd Temperatuur NaN °C Temporele Variatie Dierverblijven Emissie Uittreedrichting Horizontaal Uittreedsnelheid 1,0 m/s

NH3

< 0,1 ton/j

5 Anders... | Anders...

6 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning Naam Locatie

Naam

Bron 6 184272, 488786

Stageklasse

<= 2001, 56-75 kW, diesel, SCR: Heftrucks Stage-I, nee

RPcsBenyp7nG (04 februari 2022)

NOx NH3

BrandstofverbruikDraaiuren AdBlue verbruik 29443 l/j

3931 u/j

0,9 ton/j < 0,1 ton/j

Stof Emissie NOx 0,9 ton/j 0,1 NH3 <ton/j

8/9

Projectberekening

autonome verkeer en interne saldering, Rekenjaar 2026 258 Wonen en Werken | Kantoren en winkels Naam Joris Uittreedhoogte Locatie 181922, 487001 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

6,0 m 0,000 MW

NOx

< 0,1 ton/j

4,0 m 0,000 MW

NOx

< 0,1 ton/j

4,0 m 0,000 MW

NOx

< 0,1 ton/j

259 Wonen en Werken | Kantoren en winkels Naam Stroopstok Uittreedhoogte Locatie 181913, 487106 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

261 Wonen en Werken | Kantoren en winkels Naam VVV/Limburgia Uittreedhoogte Locatie 181993, 487107 Warmteinhoud Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele Variatie Standaard Profiel Industrie

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.2_20220128_2eee9c6138 Database versie 2021_2eee9c6138 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/

RPcsBenyp7nG (04 februari 2022)

9/9

Kenmerk

Bijlage 7

R005-1278875WLI-V05-mdg-NL

Overeenkomst stikstofrechten GPS (geanonimiseerd)

KOOPOVEREENKOMST STIKSTOFRECHTEN

PARTIJEN

1.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid gevestigd aan vertegenwoordigd door

II de publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Nunspeet, zetelende te (8071 GJ) Nunspeet, aan de Markt 1, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door burgemeester B. van de Weerd, die handelt ter uitvoering van het besluit ex artikel 160, eerste lid aanhef en onder a van

de Gemeentewet van burgemeester en wethouders van Nunspeet d.d. 18 februari 2021 DEFINITIES:

De met hoofdietter geschreven begrippen hebben de volgende betekenis:

Artikel:

artikel van de Overeenkomst

x

Beleidsregels:

e aa| S

Bor:

de ‘Beleidsregels intern en extern salderen’ van de provincie Gelderland Besluit omgevingsrecht

BW:

Burgerlijk Wetboek

Extern Salderen:

Salderen met één of meer activiteiten buiten de begrenzing van één project of locatie ten behoeve van de verlening van een Natuurvergunning

Koper: Natuurvergunning:

partij IT vergunning op grond van artikel 2.7 lid 2 Wnb of een verklaring van geen bedenkingen voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder i Wabo met

inachtneming van artikel 2.2aa onder a Bor

Overeenkomst: Partijen: Referentiesituat

de onderhavige koopovereenkomst tussen Verkoper en Koper Verkoper en Koper gezamenlijk Toestemming als bedoeld onder 1°, 3° en 4° van de definitie Toestemming, of bij gebrek daaraan een op de Europese referentiedatum aanwezige Toestemming als bedoeld onder 2° en 5° van de definitie Toestemming waarbij de laagst toegestane depositie vanaf de referentiedatum geldt

Salderen:

inzetten van een activiteit met stikstofemissie op grond van een Toestemming in de Referentiesituatie ten behoeve van de verlening van een Natuurvergunning voor een nieuwe of gewijzigd project, waarbij deze Toestemming geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken

of gewijzigd zodat de stikstofdepositie op alle relevante hexagonen niet toeneemt ten opzichte van de Referentiesituatie. Hieronder valt zowel intern salderen als de inzet van Stikstofrechten als

mitigerende maatregel, daaronder begrepen Extern salderen

m

vertouw

Saldogevende activiteit:

Toestemming die wordt ingetrokken ten gunste van de Saldoontvangende activiteit

Saldo-ontvangende activitei

Stikstofrechten:

ctiviteit waarbij gebruik wordt gemaakt van Extern Salderen

de (bruto)stikstofemissie (NOx en NH3) die samenhangen met alle bedrijfsactiviteiten zoals vergund in de Toestemming in de Referentiesituatie, zijnde de Hinderwetvergunning van 9 november 1981 (kenmerk: 1326), voorafgaand aan de relevante Referentiedatum laatstelijk gewijzigd bij besluit (Hinderwetvergunning) van 1 juli 1992 (kenmerk: 1838), voor het exploiteren van een pluimveeslachterij aan de Oosteinderweg 104 en 1042 te Nunspeet;

Toestemming:

1°, onherroepelijke vigerende Natuurvergunning; of

2° onherroepelijke vigerende vergunning dan wel geldende melding op grond van de Wabo onderdeel milieu, de Wet milieubeheer of de Hinderwet; of

3° een activiteit waarvoor geen Natuurvergunning nodig was, maar die wel voldoet aan artikel 2.8 van de Wnb; of

4°, een activiteit die onder artikel 9.4, achtste lid van de Wnb valt; of

50 een activiteit die op de Europese referentiedatum was toegestaan en die sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest

Verkoper: Wabo:

partij I Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wnb:

Wet natuurbescherming

UITGANGSPUNTEN:

Partijen zijn in overleg over de (ver)koop van de Stikstofrechten.

Koper wenst het gebied rondom het treinstation te ontwikkelen (herinrichting stationsgebied), alsmede enkele andere projecten te ontwikkelingen. De ontwikkelingen zijn concreet geduid in bijlage 1 bij deze Overeenkomst. Voor deze projecten zijn (mogelijk) Natuurvergunningen vereist, waarvoor een passende beoordeling moet worden opgesteld.

Daarom wil Koper 65% van de Stikstofrechten van Verkoper kopen ten behoeve van Extern Salderen voor de ontwikkelingen uit bijlage 1. De nadere procentuele verdeling van de Stikstofrechten naar deze projecten zijn opgenomen in bijlage 1. Extern salderen kan onder voorwaarden worden betrokken als mitigerende maatregel in een passende beoordeling. Er dient onder andere sprake te zijn van directe samenhang tussen de intrekking van de Toestemming en de verlening van de Natuurvergunning.

De pluimveeslachterij aan de Oosteinderweg 104 en 104a te Nunspeet waarop de Stikstofrechten betrekking hebben beschikt thans over een vigerende Omgevingsvergunning

vertouwlijk

milieu. Die Omgevingsvergunning milieu bestaat uit de milieuvergunning van 13 augustus 2002 (nr. 2894) (vergunning als bedoeld in artikel 8.4 lid 1 Wet milieubeheer), nadien gewijzigd, voor het laatst gewijzigd bij omgevingsvergunning milieu van 18 juni 2019 met dossiernummer HZ 2018-1559. Deze Omgevingsvergunning milieu betreft de vigerende

Toestemming. Met deze Toestemming zijn meer bedrijfsactiviteiten vergund dan volgt uit de Stikstofrechten. De capaciteit is op dit moment volledig gerealiseerd, zowel de capaciteit gelet op de vigerende Toestemming als de Toestemming op de Referentiedatum die bepalend zijn voor de Stikstofrechten. Salderen kan plaatsvinden met uitsluitend de Stikstofrechten. Met de (partiële) intrekking van de vigerende Toestemming kunnen deze Stikstofrechten ook worden ingetrokken. Directe samenhang wordt aangenomen als de vergunning voor de Saldogevende activiteit daadwerkelijk is of zal worden ingetrokken ten behoeve van de oprichting of uitbreiding van de Saldo-ontvangende activiteit. Dit kan blijken uit het intrekkingsbesluit of uit een overeenkomst tussen het Saldogevende en Saldo-ontvangende bedrijf over de overname van het stikstofdepositiesaldo van de in te

trekken Toestemming. Verder dient vast te staan dat de bedrijfsvoering van het Saldogevende bedrijf daadwerkelijk is of wordt beëindigd. Koper wenst de Stikstofrechten niet enkel te benutten als mitigerende maatregel voor de Natuurvergunningen (in het kader van de projecttoets), maar ook als mitigerende maatregel

in het kader van de plannen die significante gevolgen kunnen hebben (de plantoets als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid en artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming). Ook bij de plantoets kan externe saldering onder voorwaarden als mitigerende maatregel in een passende beoordeling worden betrokken. Bij externe saldering in het projectspoor dient op grond van artikel 6 lid 11 van de Beleidsregels een afroming van 30% plaats te vinden. De afroming van 30% van de extern te salderen hoeveelheid per project, maakt onderdeel uit van de 65% van de te kopen en te verkopen Stikstofrechten.

Bij externe saldering in het planspoor geldt deze regel niet en vindt derhalve geen afroming plaats.

Ook in het planspoor dient sprake te zijn van directe samenhang, welke samenhang eveneens blijkt uit de Overeenkomst en/of het intrekkingsbesluit. De Overeenkomst heeft betrekking op het deel van de Toestemming, dat gelijk staat met 65% van de Stikstofrechten.

Het aandeel van 65% van de Stikstofrechten wordt ingetrokken door de vigerende

Toestemming (partieel) in te trekken ten behoeve van de ontwikkelingen uit Bijlage 1. Daarbij worden de Stikstofrechten ingetrokken conform de in deze bijlage opgenomen procentuele verdeling. Uit deze Overeenkomst en de intrekking volgt de directe samenhang tussen de Saldogevende activiteit en de Saldo-ontvangende activiteit (ontwikkelingen in bijlage 1). Het resterende deel van 35% van de Stikstofrechten zal door Verkoper niet worden

overgedragen aan de Koper. Van deze 35% zal ten minste 28% voor (intern) Salderen achterblijven voor de (her)ontwikkeling van het bedrijventerrein waarop de Stikstofrechten betrekking hebben. De resterende maximaal 7% zal benut worden ten behoeve van Extern Salderen voor de ontwikkeling van enkele andere projecten. Voor dit maximum van 7% van de Stikstofrechten worden afzonderlijke salderingsovereenkomsten vastgesteld.

vertouwlijk

Tegen deze achtergrond hebben Partijen afspraken gemaakt over de verkoop van de Stikstofrechten aan Koper en leggen zij de tot nu toe gemaakte afspraken vast in de Overeenkomst.

PARTIJEN VERKLAREN HET VOLGENDE TE ZIJN OVEREENGEKOMEN: Doel van de Overeenkomst

Het doel van de Overeenkomst is het vastleggen van de rechten en verplichtingen van Partijen met betrekking tot de verkoop van 65% van de Stikstofrechten. 2.

Inleidende bepalingen Verwijzingen naar wetsartikelen en wettelijke procedures worden geacht mede te omvatten

verwijzingen naar daarmee gelijk te stellen artikelen en procedures zoals deze luiden na een wetswijziging. Voor zover naar de Beleidsregels wordt verwezen, wordt de versie die geldt op het moment dat de Overeenkomst door Partijen rechtsgeldig wordt ondertekend bedoeld. 3.

Definities en considerans

De definitiebepalingen en de considerans (achtergrond) maken onderdeel uit van de Overeenkomst.

(Ver)koop Stikstofrechten Verkoper verkoopt 65% van de Stikstofrechten aan kope

Koper betaalt Verkoper hiervoor een koopson var 43.

44.

te vermeerderen met omzetbelasting. Koper betaalt de koopsom uiterlijk binnen 4 weken nadat het totstandkomingsvoorbehoud uit de Overeenkomst conform Artikel 11 lid 11.1 is uitgewerkt. De betaling dient te worden voldaan door overmaking op rekeningnummer … ten name van Verkoper, onder vermelding van ‘Stikstofrechten'

Verklaringen Verkoper over de Stikstofrechten / Saldogevende activiteit 51

5123

Verkoper verklaart dat hij voldoet aan alle vereisten voortvloeiende uit de Beleidsregels, meer in het bijzonder artikel 6 Beleidsregels, en dat de Stikstofrechten derhalve overdraagbaar zijn. Verkoper verklaart dat hij de Stikstofrechten niet heeft verkocht, verleast, in gebruik gegeven of heeft bezwaard in de breedste zin van het woord noch gaat verkopen, verleasen, in gebruik geven of bezwaren in de breedste zin van het woord. (Nadere) verplichtingen Verkoper

6.1.

6.2.

Verkoper verleent hierbij een volmacht aan Koper om alle noodzakelijke handelingen te verrichten zodat de Stikstofrechten worden overgedragen. Het gestelde in Artikel 6.1 van de Overeenkomst heeft mede, maar niet uitsluitend betrekking op de volgende handelingen: het indienen van een verzoek om partiële intrekking

van de (vigerende) Toestemming(en) van Verkoper, zodat het gedeelte van 65% van de Stikstofrechten zijn ingetrokken ten behoeve van de ontwikkelingen genoemd in Bijlage 1 en in overeenstemming met de in Bijlage 1 opgenomen procentuele verdeling, het doen van de melding ex artikel 6 lid 6 Beleidsregels en - indien en voor zover nodig - het indienen van een verzoek om de tenaamstelling van een relevante Toestemming te wijzigen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11622311/1