AP 8. Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a
Tekst van het document
Laan 43a, Nunspeet
Ruimtelijke onderbouwing
Opdrachtgever
Beryllus Alpha 1 B.V.
Gemeente Versie Datum Opsteller Projectnummer
Nunspeet Versie 4 10 maart 2025 R. Nijdam 1234
DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3
Inleiding ......................................................................................................................... 4 Aanleiding ..................................................................................................................... 4 Toets aan vigerend bestemmingsplan .......................................................................... 5 Leeswijzer ..................................................................................................................... 6
2 2.1 2.2
Het project ..................................................................................................................... 7 Huidige situatie ............................................................................................................. 7 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 8
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidskader ............................................................................................................... 10 Inleiding ....................................................................................................................... 10 Rijksbeleid ................................................................................................................... 10 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 11 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 12
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
Omgevingsaspecten ................................................................................................... 13 Inleiding ....................................................................................................................... 13 Archeologie ................................................................................................................. 13 Cultuurhistorie ............................................................................................................. 13 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 14 Water........................................................................................................................... 14 Natuur ......................................................................................................................... 16 Houtopstanden ............................................................................................................ 18 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 20 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................
21 Geluid .......................................................................................................................... 23 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 24 Externe veiligheid ........................................................................................................ 25 M.e.r. beoordeling ....................................................................................................... 27
5 5.1 5.2 5.3
Uitvoerbaarheid ........................................................................................................... 28 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 28 Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 28 Planschade ................................................................................................................. 29
Bijlagen (separaat bijgevoegd) bijlage 1 Archeologisch onderzoek bijlage 2 Bodemrapportages 2008-2011 bijlage 3 Asbestinventarisatie bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek bijlage 5 Watertoets bijlage 6 Rapportage stikstofdepositie berekening bijlage 7 Actualisatie stikstofberekening bijlage 8 Ecologische voortoets bijlage 9 Quickscan Flora en fauna bijlage 10 Nader onderzoek vleermuizen bijlage 11 Activiteitenplan bijlage 12 Bomeninventarisatie bijlage 13 Bomeneffectanalyse bijlage 14 Verslag gesprekken omwonenden
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
2/31
Inleiding
Versiebeheer Versie Datum 1 11-03-2024 2 28-03-2024 3 14-11-2024 4
05-03-2025
Aanleiding Opgeleverd aan P. Musch van gemeente Nunspeet ter beoordeling Verwerken opmerkingen gemeente van 27 maart 2024 en laatste onderzoeken. Verwerken opmerkingen Omgevingsdienst Veluwe van 11 april 2024, ontvangen op 5 november 2024 van gemeente Nunspeet. Verwerken nader onderzoek vleermuizen, activiteitenplan, verlening vergunning Flora en fauna activiteit en actuele stikstofdepositie berekening met geactualiseerde voortoets.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
3/31
1
Inleiding
1.1
Aanleiding
De wens is om het voormalige KPN-pand aan de Laan 43a in Nunspeet te slopen en hier vier nieuwe seniorenwoningen voor in de plaats te realiseren. De bouw- en gebruiksregels zijn voor de locatie beschreven in het bestemmingsplan ‘Nunspeet-Kom’ (vastgesteld 2010). De gronden hebben in dit plan de bestemming ‘Dienstverlening’. Hierbinnen is enkel dienstverlening toegestaan. De functie wonen is hier niet toegestaan. De nieuwe woningen krijgen een goothoogte van ongeveer 3 meter en een bouwhoogte van ongeveer 7 meter. Daarmee blijft de bebouwing binnen de maximaal toegestane goot- en bouwhoogte. Wel zijn de woningen voor een deel buiten het bouwvlak geprojecteerd. Daarmee is het project strijdig met het toegestane gebruik en de bouwregels. Om het project te realiseren is een aanvraag omgevingsvergunning ingediend om af te wijken te van het bestemmingsplan. De aanvraag is ingediend vóór 1 januari 2024, wat betekent dat deze onder het overgangsrecht valt en onder de regels van de Wabo en Wro de procedure doorloopt. De gemeente heeft positief gereageerd op het initiatief. Er is aangegeven dat er behoefte is aan nieuwe woningen in Nunspeet. Wel zijn er verschillende voorwaarden meegegeven, zoals het bouwen binnen het kwalitatieve afwegingskader in de beleidsregel Woningbouw op Maat.
In deze ruimtelijke onderbouwing is ingegaan op de genoemde voorwaarden en op de overige uitgangspunten en voorwaarden die volgen uit het beleidskader en de wetgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en milieu.
afbeelding 1: ligging projectlocatie met rode stippellijn aangeduid (bron luchtfoto: pdok.nl)
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
4/31
Inleiding
1.2
Toets aan vigerend bestemmingsplan
De projectlocatie ligt binnen het bestemmingsplan ‘Nunspeet Kom’ (vastgesteld 2010). De bestemming is ‘Dienstverlening’ (artikel 4). Een uitsnede van de verbeelding van het huidige bestemmingsplan is getoond in afbeelding 2 met daarin de projectlocatie met rode stippellijn aangeduid. De voor ‘Dienstverlening’ aangewezen gronden zijn bestemd voor dienstverlening op de begane grond. Ook is een bedrijfswoning toegestaan. Vier zelfstandige woningen voor senioren zijn hier niet toegestaan. Er is een bouwvlak opgenomen dat grotendeels de contouren volgt van de bestaande bebouwing. Aan de westzijde is het bouwvlak iets ruimer dan de bestaande bebouwing. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. De nieuwbouw steekt aan de noord- en zuidzijde net buiten het bouwvlak (zie afbeelding 3). Aan de oost- en westzijde blijft de nieuwbouw binnen het bouwvlak. De nieuwe woningen zullen bestaan uit een begane grondlaag en een schuin dak, met een goothoogte van ongeveer 3 meter en een bouwhoogte van ongeveer 7 meter. De goothoogte blijft ruim onder wat is toegestaan en de maximale bouwhoogte van 7 meter wordt niet overschreden. Er zijn in het plan geen afwijkingsmogelijkheden opgenomen om de woonfunctie mogelijk te maken en ook niet om de overschrijding van het bouwvlak toe te staan. Zodoende is een buitenplanse afwijking nodig.
afbeelding 2: projectlocatie aangeduid op de verbeelding van bestemmingsplan ‘Nunspeet Kom’
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
5/31
Inleiding
afbeelding 3: Bouwvlak (blauwe stippellijn) uit bestemmingsplan ‘Nunspeet Kom’ geprojecteerd over de nieuwbouw
1.3
Leeswijzer
In deze ruimtelijke onderbouwing is beoordeeld of de afwijking op grond van een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is. Hiervoor is de ruimtelijke situatie beoordeeld (hoofdstuk 2), is getoetst aan het beleid van het rijk, provincie en gemeente (hoofdstuk 3) en zijn de milieu- en omgevingsaspecten afgewogen (hoofdstuk 4). Tot slot is de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project beschreven in hoofdstuk 5.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
6/31
2
Het project
2.1
Huidige situatie
De projectlocatie is gelegen tussen de Notaris Meesterserf en de Laan in Nunspeet. Rondom de projectlocatie zijn woningen gelegen en twee panden met de bestemming dienstverlening. De projectlocatie bestaat uit kadastraal perceel 8995 met een oppervlakte van 1.430 m2, kadastraal perceel 8994 met een oppervlakte van 35 m2 en kadastraal perceel 5590 met een oppervlakte van 16 m2. De locatie is ontsloten via een toegangspad naar de Laan. De bestaande bebouwing staat zodoende achter de bebouwing van Laan 45-47. Het huidige gebouw is ongeveer 6,30 meter hoog en heeft een dakopbouw tot 7,8 m. Er is een klein hoogteverschil tussen het perceel en het lagergelegen Notaris Meesterserf. De bebouwing heeft een oppervlakte van ongeveer 310 m2. Het gebouw was tot voor kort in gebruik als telefooncentrale bij KPN. Vanwege de uitrol van het glasvezelnetwerk is het gebouw voor KPN overbodig geworden en volstaat een kleiner gebouwtje. KPN heeft hiervoor al een nieuw gebouwtje gerealiseerd op het perceel, vlak naast de toekomstige parkeerplaatsen. Rond de bebouwing en aan de randen van het terrein staat meerdere bomen en struiken. Er is een bomeninventarisatie uitgevoerd om de bomen exact in te meten. Dit is nader beschreven in paragraaf 4.7 Houtopstanden. Er is geen oppervlaktewater aanwezig.
afbeelding 4: luchtfoto bestaande situatie met de kadastrale percelen getoond, de bestaande bebouwing en verharding (bron: pdok.nl en Presolid)
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
7/31
Het project
2.2
Toekomstige situatie
Het plan is om het bestaande gebouw te slopen en op deze plek vier grondgebonden woningen te realiseren voor senioren. In afbeelding 5 is de toekomstige situatie getoond. De nieuwe woningen zullen met de voortuin georiënteerd worden op de Notaris Meesterserf. Voor autoverkeer zal de bestaande inrit aan de Laan worden gebruikt. Langs het pad en aan de zuidkant van de nieuwe woningen komen de parkeerplaatsen, 9 stuks in totaal. De nieuwe woningen krijgen een goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van ongeveer 7 meter vanaf vloerpeil van de woningen. De woningen krijgen elk een berging in de achtertuin. Er komt een achterpad naar de bergingen toe tussen de bestaande tuinen van Laan 45-47 en de tuinen van de nieuwe woningen. In afbeelding 6 is een 3D impressie getoond.
afbeelding 5: impressie van de toekomstige situatie (bron: Presolid)
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
8/31
Het project
afbeelding 6: 3D impressie toekomstige situatie (bron: structuurontwerp van Presolid Home en Bouwbureau Twente)
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
9/31
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dient te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering van de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het project In de omgevingsvisie is in beleidskeuze 2.4 het volgende opgenomen: “overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio’s en bevorderen een onderscheidend en aantrekkelijk vestigingsklimaat”.
In opgave 5 uit de Nationale Omgevingsvisie is beschreven dat de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen vergroot moet worden binnen 30 jaar. Met de Nationale Omgevingsvisie wordt er gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Een doelstelling is om woningbouw vooral binnen het Stedelijk Netwerk Nederland plaats te laten vinden. Nunspeet valt onder het Stedelijk Netwerk Nederland en er is in Nunspeet en in de regio een grote woningbehoefte voor de komende 30 jaar. Het Rijk kiest ervoor om bereikbaarheid en omgevingskwaliteit als belangrijkste voorwaarden te stellen ten aanzien van nieuwe woon- en werklocaties. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de benodigde versnelling van de bouw van nieuwe woningen. Met het project worden nieuwe woningen toegevoegd binnen het bestaand stedelijk gebied op een goed bereikbare locatie en nabij voorzieningen. De beoogde ontwikkeling sluit goed aan bij de beleidsdoelen die op rijksniveau in de NOVI zijn gesteld. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening/ Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening is de Ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een optimale en zorgvuldige
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
10/31
Beleidskader
benutting van de ruimte nagestreefd. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik. Deze motiveringsplicht is in artikel 3.1.6, lid 2, Bro als volgt geformuleerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ´een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Betekenis voor het plan Op het realiseren van woningen is ondermeer de uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921 van belang. Uit deze uitspraak volgt dat het realiseren van respectievelijk 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro. In voorliggend plan is er sprake van de realisatie van 4 woningen binnen het bestaand stedelijk gebied. Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het project is niet ladderplichtig.
Daar komt bij dat er grote behoefte is aan nieuwe woningen binnen Nunspeet en de regio.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland integreert vijf wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Betekenis voor het plan Het project draagt bij aan het realiseren van extra woningen binnen de bestaande dorpskern van Nunspeet. Een vrijkomende locatie wordt benut voor woningen.
Dit sluit goed aan bij de gedachte van duurzaam ruimtegebruik en draagt bij aan de regionale woningbouwopgave. Het project past bij de doelen en ambities van de Omgevingsvisie. 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening Gelderland staan regels waar rekening mee moet worden gehouden bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Betekenis voor het plan De plannenviewer is geraadpleegd. De projectlocatie ligt niet binnen een beschermd gebied zoals het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Nationaal landschap. Er zijn wel enkele algemene regels in de verordening ten aanzien van woningbouw. Een plan mag enkel nieuwe woningbouw mogelijk maken als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
11/31
Beleidskader
Regionale woondeal Noord-Veluwe Nunspeet maakt onderdeel uit van de woonregio Noord-Veluwe. In de regionale woondoel Noord-Veluwe is opgenomen dat de regio zich inzet op een bouwopgave van ruim 12.728 woningen in de periode tot en met 2030 verspreid over de 7 gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten. Voor Nunspeet is een opgave opgenomen van 1.380 woningen, waarvan ongeveer 800 betaalbaar. Het project draagt bij aan de opgave door op de inbreidingslocatie vier woningen te realiseren voor ouderen. Daarmee is er sprake van een ontwikkeling die past binnen de regionale woonagenda en wordt voldaan aan de regels uit de provinciale verordening.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Nunspeet De integrale visie op de leefomgeving van de gemeente Nunspeet is beschreven in de Omgevingsvisie Nunspeet. Deze Omgevingsvisie beschrijft de visie voor de periode tot 2030. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Wonen Nunspeet heeft een aantrekkelijk, dorps, groen en rustig woon- en leefklimaat. De gemeente wil een oase van rust zijn in een hectische wereld. De gemeentelijke wens en opgave is dat iedereen die dat wil, in Nunspeet moet kunnen blijven wonen in een woning en op een plek waar men zich thuis voelt. Dat geldt ook voor degenen die zich vanwege werk of om andere redenen in onze gemeente willen vestigen. Dit betekent dat nieuwbouw en herontwikkeling zo goed mogelijk dient te voldoen aan de uitbreidingsbehoefte, zowel in aantallen, woningtypen als woningprijzen. De gemeente Nunspeet wil de woningbehoefte accommoderen, waar mogelijk en ruimtelijk verantwoord via inbreiding in de bestaande dorpskernen, onder andere met het programma Woningbouw op Maat. Betekenis voor het plan Het project is medio 2023 aangemeld geweest voor de Beleidsregel Woningbouw op Maat en vervolgens opgenomen op de lijst ‘Dynamisch programma woningbouw 2023/2024’.
Belangrijkste voorwaarde is dat gebouwd wordt binnen het kwalitatieve afwegingskader uit de beleidsregel en voor de doelgroep en het segment dat is toegewezen aan de locatie. Daar is sprake van, het project gaat nog steeds om de realisatie van 4 woningen voor senioren op een inbreidingslocatie binnen de bestaande dorpskern. Dit past in het beleid van de gemeente en faciliteert de ambities op het gebied van wonen. Met dit plan ontstaat een ruimtelijke verbetering van de woonwijk doordat het bestaande KPNgebouw wordt vervangen door woningen. Het nieuwe gebruik sluit goed aan op de bestaande woonomgeving en toekomstige leegstand van het bedrijfspand wordt voorkomen. Daar komt bij dat de huidige bestemming Dienstverlening, dat ruime bouw- en gebruiksmogelijkheden kent, met dit initiatief wordt vervangen door een meer passende woonfunctie. De woningen zijn qua maat en schaal goed ingepast en voldoen aan de nu al toegestane maximale bouwhoogte. Door het gebied beter toegankelijk te maken ontstaat er een passende ruimtelijke kwaliteit voor de omgeving. In de bebouwde kom ligt het accent op lopen en fietsen. Er komen voldoende voorzieningen voor het stallen van fietsen bij de woningen om dit te stimuleren. Uiteindelijk wordt er ook voldaan aan de geldende parkeernorm en komen er voldoende parkeerplaatsen op het eigen terrein.
De gemeente hecht waarde aan goede communicatie met de omwonenden. De initiatiefnemer heeft gesprekken gevoerd met de direct omwonenden. Hiervan is een verslag gemaakt, zie paragraaf 5.1 en bijlage 14.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
12/31
Omgevingsaspecten
4
Omgevingsaspecten
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.
4.2
Archeologie
4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Betekenis voor het project Voor het project is de gemeentelijke archeologische beleidskaart geraadpleegd. De locatie ligt in gebied dat is aangeduid als ‘Waarde – Archeologie 2’. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 en dieper dan 0,50 m onder het maaiveld, is eerst archeologisch onderzoek nodig. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt. De fundering van het bestaande gebouw blijft liggen. Hier wordt overheen gebouwd. De nieuwbouw steekt voor een deel uit buiten de fundering van het bestaande gebouw. Dit betreft ongeveer 130 m2. De verwachte verstoring ligt echter waarschijnlijk minder diep dan 0,50 m onder maaiveld. Voor de zekerheid is echter een archeologisch onderzoek uitgevoerd (De Steekproef, maart 2024). Het rapport is opgenomen als bijlage 1.
Uit het huidige onderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied verstoord is. Er zijn geen vondsten gedaan. Potentieel aanwezige archeologische waarden zullen zijn verstoord. Naar alle waarschijnlijkheid zijn er in het plangebied geen archeologische waarden meer aanwezig. Daarom is door het onderzoeksbureau geadviseerd om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied wat betreft archeologie vrij te geven. De rapportage en conclusie is door het bevoegd gezag gecontroleerd en akkoord bevonden. Op 4 maart 2024 is door de regioarcheoloog Noord-Veluwe aangegeven het selectieadvies over te nemen (geen verder onderzoek nodig). 4.2.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het afwijken van het bestemmingsplan voor het project.
4.3
Cultuurhistorie
4.3.1 Inleiding Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten aanwezige cultuurhistorische waarden meegewogen worden in de besluitvorming. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgelegd dat bij het maken van een bestemmingsplan of bij het afwijken van een bestemmingsplan rekening gehouden
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
13/31
Omgevingsaspecten
moet worden met cultuurhistorische waarden. Als gevolg hiervan is het van belang dat voorafgaand aan het maken hiervan de aanwezige cultuurhistorische waarden bekend zijn. 4.3.2 Betekenis voor het project De bebouwing op de projectlocatie is niet aangewezen als een gemeentelijk of rijksmonument. Er zijn geen cultuurhistorische waarden op de projectlocatie aangeduid. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect cultuurhistorie er geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het afwijken van het bestemmingsplan voor het project.
4.4
Bodemkwaliteit
4.4.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het project. 4.4.2 Onderzoek Er is in het verleden voor de locatie bodemonderzoek uitgevoerd geweest (Grontmij, 2008 en actualisatie in 2011). De rapportage zijn opgenomen als bijlage 2. Er zijn destijds bij de actualisatie geen verontreinigingen aangetoond. Ook waren er geen aanwijzingen dat er in een straal van 25 meter nieuwe verontreinigingen zijn die invloed hebben op de onderzochte locatie. Sindsdien zijn er geen activiteiten op de locatie of er omheen geweest die tot eventuele bodemverontreiniging kunnen hebben geleid. Vanuit dit oogpunt is er geen belemmering te verwachten voor het voorgenomen gebruik van de gronden voor woningen. Ook is een asbestinventarisatie voor het bestaande pand uitgevoerd. Dit rapport is opgenomen als bijlage 3. Uit de inventarisatie volgt dat alle asbestverdachte bronnen die in het verleden door Grontmij waren geconstateerd nog aanwezig zijn. Bij de sloop dient rekening te worden gehouden met de resultaten van de inventarisatie. Voor de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Kruse Groep, maart 2024). De rapportage is opgenomen als bijlage 4.
Uit het onderzoek komt naar voren dat er enkel lichte verontreinigingen zijn waargenomen in de bovengrond en het grondwater. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). 4.4.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het afwijken van het bestemmingsplan voor het project. Wel dient rekening te worden gehouden met de bevindingen van de asbestinventarisatie bij de sloop van de bestaande bebouwing.
4.5
Water
4.5.1 Algemeen Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en worden sterk beïnvloed door de klimaatverandering. Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het waterschap Rivierenland relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het waterschap Vallei en Veluwe.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
14/31
Omgevingsaspecten
4.5.1.1 Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe In het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) heeft het waterschap haar ambities en uitvoeringsprogramma vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2027. De plannen bepalen in grote lijnen de agenda voor de komende zes jaar. Het plan is mede kaderstellend voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in de plangebieden. Het BOP is op 22 november 2021 vastgesteld. Om de taak als waterbeheerder uit te kunnen oefenen en doelstellingen uit de Waterwet te bereiken maakt het waterschap gebruik van de Keur en de Legger. De Keur is een verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhouds- en beschermingszones. In de Legger wijst het waterschap tevens aan wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren. Ook wordt bepaald of er controle (schouw) wordt gedaan. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater.
Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Om te beschikken over voldoende ruimte voor het vasthouden van hemelwater, is het nodig dat een toename aan verhardingsoppervlakte wordt gecompenseerd door de aanleg van nieuw water. Deze eis van het waterschap geldt voor een toename van 1.500 m2 of meer. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/ draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen/ randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het uitgangspunt is om duurzame bouwmaterialen te gebruiken en geen uitlogende materialen toe te passen voor delen waar hemelwater op komt zoals daken, gevels en verharde terreinen. Hieronder is ingegaan op de situatie voor de projectlocatie en hoe is omgegaan met het waterbelang. 4.5.2 Situatie plangebied 4.5.2.1 Verhardingstoename Het project bestaat uit de sloop van de bestaande bebouwing en nieuwbouw van vier grondgebonden woningen. Ook wordt het terrein heringericht om ruimte te bieden aan de tuinen, bergingen en voldoende parkeerplaatsen bij de woningen. De totale oppervlakte van het perceel is ongeveer 1.470 m2. Het bestaande gebouw heeft een oppervlakte van 310 m2. Rondom het gebouw is ongeveer 435 m2 aan verharding aanwezig. In totaal is in de huidige situatie sprake van 745 m2 verhard en bebouwd oppervlak.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
15/31
Omgevingsaspecten
De nieuwe bebouwing heeft een oppervlakte van ongeveer 345 m2. De bergingen bij de woningen hebben in totaal een oppervlakte van ongeveer 25 m2. De verharding voor de toegangsweg en de parkeerplaatsen is ongeveer 615 m2, waarvan de parkeerplaatsen (135 m2) met halfverharding worden ingericht. De voor- en achtertuinen hebben in totaal een oppervlakte van ongeveer 390 m2. Uitgaande van 50% verharding, komt dit neer op 195 m2 verharding in de tuinen. Op basis van deze uitgangspunten zal in de toekomstige situatie in totaal sprake zijn van 1.180 m2 verhard en bebouwd oppervlak. De toename aan verharding ten opzichte van de bestaande situatie is zodoende ongeveer 435 m2 en blijft daarmee ruim onder de 1.500 m2, wat de ondergrens is die het waterschap hanteert voor het bepalen van de compensatie opgave. Vanuit de gemeente geldt een aanvullende waterbergingseis, voortkomend uit het Beleids- en beheerplan Water en Riolering. Hierin is opgenomen dat bij iedere m2 verhard oppervlak bij nieuwbouw of herontwikkeling een berging van 60 mm gerealiseerd dient te worden op eigen terrein. Dit betekent dat er voor het project een berging van minimaal 70,8 m3 op eigen terrein geplaatst dient te worden. In het project is daar rekening mee gehouden. Bij de woningen komen infiltratievoorzieningen en de bestrating zal ook waterdoorlatend worden. In de bouwtekeningen is de bergingsopgave uitgewerkt.
4.5.2.2 Waterkwaliteit Het plan mag niet leiden tot verslechtering van oppervlaktewaterkwaliteit. Dit betekent dat geen gebruik gemaakt mag worden van uitlogende materialen op oppervlakken waar hemelwater op valt. Er worden voor de gevels en andere oppervlakken die in aanraking komen met hemelwater geen uitlogende materialen gebruikt. Het hemelwater dat valt op de daken en het verhard terrein rond de bebouwing is schoon en zal afvloeien naar het omringende onverharde terrein. 4.5.2.3 Waterkeringen Het is niet toegestaan om zonder watervergunning te bouwen binnen een beschermingszone of waterkering volgens de Keur artikel 3.2. De projectlocatie ligt niet in de beschermingszone van een waterkering, persleiding grondwaterbeschermingsgebied of andere beschermingszone. 4.5.3 Resultaat watertoets Waterschap Vallei en Veluwe maakt gebruik van de digitale watertoets via www.dewatertoets.nl. De watertoets is op 21 februari 2024 voor het project doorlopen. Het resultaat is opgenomen in bijlage 5. Uit de watertoets blijkt dat er geen waterbelangen zijn. Waterschap Vallei en Veluwe heeft geen bezwaar tegen dit plan. Het plan hoeft in het kader van de watertoets niet meer voorgelegd te worden aan Waterschap Vallei en Veluwe. 4.5.4 Conclusie Het project leidt tot een beperkte toename aan verharding. Hiervoor geldt geen compensatieopgave.
De digitale watertoets is doorlopen en er spelen geen waterbelangen. Er zijn geen belemmeringen voor het afwijken van het bestemmingsplan vanuit de waterhuishouding.
4.6
Natuur
4.6.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent, dat bij de voorbereiding van het project moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). 4.6.2 Beoordeling en onderzoek Hieronder is eerst ingegaan op de gebiedsbescherming en daarna op soortenbescherming. 4.6.2.1 Gebiedsbescherming De projectlocatie ligt niet in Natura 2000-gebied, Natuurnetwerk Nederland (NNN), een natuurverbinding of een weidevogelleefgebied. De projectlocatie ligt op ongeveer 800 meter afstand
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
16/31
Omgevingsaspecten
van het Natura-2000 gebied ‘De Veluwe’. Gezien deze afstand, afscherming door tussenliggend stedelijk gebied en de aard van de uit te voeren werkzaamheden, worden op voorhand geen directe negatieve gevolgen verwacht van de plannen zoals licht, geluid of optische verstoring. Er hoeft hiernaar geen nadere toetsing uitgevoerd te worden. Stikstofdepositie Stikstofemissies kunnen op grotere afstand effect hebben. Er is daarom een stikstofdepositie onderzoek uitgevoerd (Ad Fontem). Dit rapport is opgenomen als bijlage 6. De rapportage is van 5 juni 2024, maar de berekeningen zijn geactualiseerd op 6 maart 2025 (zie bijlage 7). Er is een berekening uitgevoerd voor de aanlegfase en voor de gebruiksfase. Uit het onderzoek blijkt dat er bij de aanlegfase sprake is van een depositie van 0,01 mol per hectare per jaar op het nabijgelegen Natura-2000 gebied De Veluwe. Tijdens de gebruiksfase is er geen sprake van een depositie hoger dan 0,00 mol per hectare per jaar. Er is een ecologische beoordeling (voortoets) uitgevoerd door Tuitert Natuuronderzoek om te toetsen of de berekende toename aan stikstofdepositie significante gevolgen kan hebben voor het betreffende Natura 2000-gebied. Het rapport is opgenomen als bijlage 8.
Uit de voortoets is gebleken dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot significante gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied Veluwe of voor andere omliggende Natura 2000-gebieden in relatie tot het aspect stikstofdepositie. Daarmee is er vanuit het oogpunt van gebiedsbescherming geen belemmering voor het project. 4.6.2.2 Soortenbescherming Er is een quickscan flora en fauna uitgevoerd (Van der Goes en Groot, 16 mei 2022). Het rapport is opgenomen als bijlage 9. Uit de quickscan kwam naar voren dat er openingen in de gevels van het bestaande gebouw potentieel geschikt zijn voor vleermuizen. Andere beschermde soorten zijn of niet aanwezig of er is geen sprake van negatief effect en er is geen ontheffing voor het project nodig. Om te weten of er verblijfplaatsen zijn of niet, is nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van vleermuizen (Van der Goes en Groot, 29 oktober 2024, zie bijlage 10). Bij het nader onderzoek is de Gewone dwergvleermuis aangetroffen (één zomer/paarverblijfplaats). De aangetroffen verblijfplaats zal door de werkzaamheden aan de bestaande bebouwing beschadigd en of vernield kunnen worden. Daarom is een vergunning Flora en fauna activiteit nodig voor de sloop van het bestaande gebouw.
Deze is op 19 december 2024 aangevraagd en op 5 februari 2025 is de vergunning verleend door de provincie Gelderland. Voor de vergunningsaanvraag is een Activiteitenplan opgesteld (Van der Goes en Groot, 18 december 2024, zie bijlage 11). Daarmee is er vanuit soortenbescherming geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project. Zorgplicht De Wet natuurbescherming kent een algemene zorgplicht. Dit betekent dat zorgvuldig met aanwezige planten en dieren moet worden omgegaan. Dit geldt ook voor algemeen voorkomende en vrijgestelde soorten. Voor eventueel aanwezige algemene (vrijgestelde) soorten geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Hiervoor geldt wel de zorgplicht, wat betekent dat nadelige gevolgen voor planten en dieren zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Aanwezige dieren dienen in de gelegenheid gesteld te worden het plangebied te verlaten. 4.6.3 Conclusie Er zijn geen directe of indirecte negatieve effecten op Natura-2000 gebieden of op het Natuurnetwerk Nederland. Uit het stikstofdepositie onderzoek volgt dat er enkel tijdens de aanlegfase een beperkte depositie is op het Natura-2000 gebied De Veluwe. Uit de ecologische beoordeling is gebleken dat dit niet leidt tot significante gevolgen.
Uit het soortenonderzoek is gebleken dat er nader onderzoek nodig is naar mogelijke verblijfplaatsen van vleermuizen in het bestaande gebouw. Dit nader onderzoek is uitgevoerd en er is één verblijfplaats aangetroffen. Voor het slopen van het bestaande gebouw is daarom een vergunning flora en fauna-activiteit aangevraagd en deze is inmiddels ook verleend.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
17/31
Omgevingsaspecten
Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het afwijken van het bestemmingsplan.
4.7
Houtopstanden
4.7.1 Regelgeving Binnen de projectlocatie staan meerdere bomen. De gemeente Nunspeet beschikt over de Bomenverordering 2021 met daarbij een Lijst Monumentale bomen. In 2019 is in de gemeente een inventarisatie uitgevoerd om alle monumentale bomen in de gemeente in beeld te brengen. Dit is getoond op de gemeentelijke bomenkaart (zie Bomenkaart Nunspeet). 4.7.2 Beoordeling voor het project Een uitsnede van de bomenkaart voor het plangebied is getoond in afbeelding 7. Er zijn gemeentelijke monumentale bomen langs de Laan (rood) en er is een particuliere monumentale boom (oranje) naast de inrit van Laan 43a. Op basis van artikel 3 van de Bomenverordening 2021 geldt een kapverbod voor monumentale bomen. Hier kan onder voorwaarden ontheffing voor worden verleend. Deze bomen worden echter niet gekapt of aangetast. De bomen rond het bestaande pand zijn niet aangewezen als een monumentale boom. Om te bepalen of een omgevingsvergunning voor het kappen nodig is, hanteert de gemeente Nunspeet een beslisboom (zie https://www.nunspeet.nl/beslisboom-eigen-boom). De bomen op het terrein rond het KPN-pand betreffen particuliere bomen binnen de bebouwde kom die jonger zijn dan 80 jaar en niet zijn geplant in het kader van een herplantplicht. Ook staan de bomen niet in een boomzone. Zodoende is geen omgevingsvergunning voor het kappen nodig voor de overige bomen.
Om na te gaan welke niet-kapvergunningsplichtige bomen in te passen en te behouden zijn, is een Bomeninventarisatie uitgevoerd (Boomtotaalzorg, april 2022, zie bijlage 12) en heeft er een Bomeneffectanalyse plaatsgevonden (Boomtotaalzorg, maart 2024, zie bijlage 13). In totaal zijn 19 bomen geïnventariseerd. Het bomenbestand is gevarieerd en bestaat uit verschillende boomsoorten van verschillende grootte en leeftijd.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
18/31
Omgevingsaspecten
afbeelding 7: uitsnede bomenkaart gemeente Nunspeet
Binnen het plangebied zijn in totaal 16 bomen geïnventariseerd. Ten opzichte van de eerder uitgevoerde boominventarisatie (rapport 220249) waarin 19 bomen stonden beschreven zijn 3 bomen niet meer aanwezig. Dit betroffen geen bomen waar een vergunning voor kappen voor nodig is. Boom nummer 1 betreft een gewone beuk met een stamdoorsnede van 91cm. Deze beeldbepalende boom staat vermeld op de gemeentelijke monumentale bomenlijst (zie afbeelding 7). Wanneer de plannen zoals die nu bekend zijn worden uitgevoerd, wordt de impact op 13 bomen beoordeeld als onhoudbaar. Deze bomen staan dermate dicht bij de nieuwbouw dat duurzaam behoud niet mogelijk is. Deze bomen zullen worden gekapt. De bomen zijn te groot en/of hebben onvoldoende conditie en kwaliteit om te verplanten. Bij de drie overige bomen wordt een aanzienlijke impact verwacht en worden adequate boombeschermende maatregelen geadviseerd. Rondom de bomen 5 en 6 (zuidzijde plangebied) staan diverse struiken en heesterbeplanting die als het ware een natuurlijke beschermingsbuffer vormen voor deze bomen. Als deze beplanting gehandhaafd blijft is geen specifieke bescherming noodzakelijk. Ten behoeve van het behoud van de bomen 1, 5 en 6 worden door de initiatiefnemer in lijn met het advies uit de BEA de volgende randvoorwaarden en maatregelen gehanteerd: • Stel een boomdeskundig toezichthouder aan.
• Boombeschermingsplan/ Werkplan. • Aanbrengen boombeschermingsgebied met bouwhekken. • Bescherming kwetsbare zone. • Niet graven binnen de minimale graafafstand. • Voorkomen van grondverdichting binnen het leefgebied van de te behouden bomen. • Aanbrengen stambescherming.
afbeelding 8: Overzicht geïnventariseerde bomen met aangegeven of de bomen behouden kunnen worden (oranje) of niet (rood) (bron: Boomtotaalzorg)
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
19/31
Omgevingsaspecten
4.7.3 Conclusie De effecten op de aanwezige bomen zijn onderzocht. Meerdere bomen zullen worden gekapt voor het project omdat behoud niet mogelijk is. Drie bomen zijn te behouden, met de in acht te nemen maatregelen, waaronder de monumentale ‘gewone beuk’ die vooraan de Laan staat.
4.8
Verkeer en parkeren
Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling. Hieronder is ingegaan op de toets aan de parkeernormen en de verkeersafwikkeling. 4.8.1 Parkeren De gemeente Nunspeet heeft een Parkeernota uit 2014 waarin de toe te passen normen staan. In het Parapluplan Parkeren (vastgesteld 2021) is deze Parkeernota van toepassing verklaard. De gemeente hanteert één vaste parkeernorm voor alle functies binnen de bebouwde kom. Deze norm komt overeen met de maximale norm van “schil centrum” uit publicatie 317 van CROW. Hierin is binnen de bebouwde kom geen onderscheid in de geografische ligging. Nunspeet valt onder de noemer weinig stedelijk. In de onderstaande tabel staan de normen. Voor de geplande vier grondgebonden rijwoningen (koop, tussenwoning) is een parkeernorm van 2,2 van toepassing. Dit betekent dat 9 parkeerplaatsen nodig zijn (4x2,2 is 8,8). Er komen 9 parkeerplaatsen bij de woningen op eigen terrein, wat betekent dat wordt voldaan aan de parkeernorm. Van de parkeervraag van 9 pp is 1,2 pp voor bezoekersparkeren nodig. Doordat er wordt voldaan aan de norm, zullen ook de bezoekers kunnen parkeren op de te realiseren parkeerplaatsen op eigen terrein. De bestaande aansluiting op de Laan is te gebruiken, wat betekent dat er geen parkeerplaats aan de weg verloren gaat.
afbeelding 9: Parkeernormen voor woningen (bron: Parkeernota Nunspeet, 2014)
4.8.2 Verkeersafwikkeling Voor het project wordt gebruik gemaakt van de bestaande inrit aan de Laan. De Laan is een 30 km/u weg met aan beiden zijden insteekhavens voor langsparkeren en op meerdere plekken inritten naar aangrenzende percelen. De nieuwe situatie met vier seniorenwoningen zal meer verkeersbewegingen met zich meebrengen dan de bestaande situatie (onbemand KPN-pand). De gemeentelijke parkeernota noemt geen cijfers ten aanzien van verkeersgeneratie. Hiertoe worden berekeningen gemaakt op basis van de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ (december 2018). In de CROW-publicatie wordt uitgegaan van een minimum en maximum generatie. Dit is de bandbreedte. Omdat het hier gaat om seniorenwoningen, wordt van het minimum uitgegaan. Verder is, net als bij de parkeernormen uitgegaan van weinig stedelijk en schil centrum.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
20/31
Omgevingsaspecten
In de huidige situatie is er sprake van minimale verkeersbewegingen, enkel af en toe onderhoud en controle door medewerkers van KPN. Daarom is enkel gekeken naar de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie. Toekomstige functie
Aantal
Koop huis tussen/hoek
4
Verkeersgeneratie per etmaal 6,9 mvt
Totaal toekomstige situatie
Eenheid
totaal
per woning
27,6 27,6
Zoals blijkt uit bovenstaande tabellen is er in de nieuwe situatie sprake van een toekomstige situatie met ongeveer 28 verkeersbewegingen over de hele dag heen verspreid. Een vuistregel is dat de spitsperiode ‘s ochtends en ’s avonds neerkomt op 10% per uur van het totaal dat over de hele dag is berekend. Uitgaande van een totaal van 27,6 per etmaal, betekent dit dat er sprake is van gemiddeld 3 verkeersbewegingen per uur in de spitsmomenten tussen 7u-9u. Deze extra verkeersbewegingen in de toekomstige situatie zullen zich over de omliggende wegen eenvoudig afwikkelen en leidt niet tot een knelpunt op omliggende wegen en kruispunten. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit plan besloten ontwikkeling. 4.8.3 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.
4.9
Bedrijven en Milieuzonering
4.9.1 Algemeen De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden is gebruik gemaakt van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering'. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies.
Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied. Gezien de aanwezige functiemenging of de ligging nabij drukke wegen kent een gemengd gebied al een hogere milieubelasting. Dat rechtvaardigt het verlagen van de richtafstanden met één stap. De richtafstand van 30 meter voor een bedrijf in milieucategorie 2 kan dan bijvoorbeeld worden verkleind tot 10 meter en de richtafstand van 100 meter voor een bedrijf in milieucategorie 3.2 kan verlaagd worden tot 50 meter. Milieucategorie 1 2
Richtafstand (rustige woonwijk) 10 m 30 m
Richtafstand (gemengd gebied) 0m 10 m
3.1 3.2
50 m 100 m
30 m 50 m
4.1
200 m
100 m
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
21/31
Omgevingsaspecten
4.2 300 m 200 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering)
4.9.2 Betekenis voor het project De projectlocatie is omringd met hoofdzakelijk woonfuncties. Zodoende is uitgegaan van het gebiedstype ‘rustige woonwijk’. Er is gekeken naar welke niet-woonfuncties er in de buurt van de projectlocatie zijn. Alle bedrijfspercelen in de omgeving hebben een lage milieucategorie van maximaal categorie 2. Daarom kunnen alle bedrijfspercelen op meer dan 30 meter van de projectlocatie buiten beschouwing worden gelaten. De twee niet-woonfuncties die op een korte afstand van de projectlocatie zijn gelegen zijn hieronder weergegeven:
Tabel 2: Aanwezige niet-woonfuncties in directe omgeving van de projectlocatie (bron Omgevingsdienst Veluwe)
De beoogde woningen zijn niet gelegen binnen de richtafstanden van de bedrijven in de omgeving. De ontwikkeling belemmert de bedrijven niet en ter plaatse van de beoogde woningen is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Er zijn in de wijde omgeving ook geen veehouderijen gelegen, agrarische geur vormt geen belemmering voor het project. Wat betreft de milieuhinder van het plan zelf (externe werking): binnen de projectlocatie worden woningen gerealiseerd, deze veroorzaken geen milieuhinder voor functies in de omgeving.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
22/31
Omgevingsaspecten
afbeelding 10: uitsnede verbeelding bestemmingsplan met de projectlocatie aangeduid. Geel zijn woonfuncties. Roze is dienstverlening, lichtbruin zijn gemengde functies.
4.9.3 Conclusie Vanuit het oogpunt van milieuzonering is geen belemmering om af te wijken van het bestemmingsplan voor het project.
4.10
Geluid
4.10.1 Wettelijk kader Wegverkeers- en spoorweglawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeers- en/of spoorweglawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) stelt specifieke eisen aan bestemmingsplannen. Op grond van de wet zijn verschillende vormen van geluidhinder te onderscheiden die directe raakvlakken hebben met de ruimtelijke ordening. Voor dit bestemmingsplan is de regelgeving ten aanzien van wegverkeerslawaai (art. 77 Wgh) en railverkeerslawaai (art. 105 Wgh) van belang. Geluidzones en geluidsgevoelige bestemmingen De Wet geluidhinder werkt met het systeem van zones (aandachtgebieden) rond geluidsbronnen (wegverkeer, railverkeer en industrie). Als een geluidgevoelige bestemming binnen een geluidzone ligt, moet de geluidbelasting op dat object worden onderzocht. In het kader van de Wet geluidhinder is er geen onderzoeksplicht naar 30 km/uur-wegen. In het kader van een beoordeling van een goede ruimtelijke ordening kan het echter wel noodzakelijk zijn de akoestische gevolgen van 30 km/uur wegen in kaart te brengen om te onderzoeken of er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onder geluidsgevoelige bestemmingen wordt verstaan (Art.
1 Wgh): • Woningen; • Onderwijsgebouwen; • Ziekenhuizen en verpleeghuizen; • Geluidsgevoelige terreinen (bij onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen). 4.10.2 Betekenis De locatie ligt niet in een onderzoekszone van een weg, spoorweg of industrieterrein. Er is geen akoestisch onderzoek nodig voor het project. Vanuit goede ruimtelijke ordening kan een 30 km/u weg alsnog relevant zijn voor de geluidsituatie. De projectlocatie ligt op ca. 23 meter van de Laan en ca. 68 meter van de Dokter van Loonweg, beide 30 km/h wegen met elementenverharding in keperverband. Volgens het geluidbeleid van de gemeente Nunspeet “Geluidbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen” geldt voor een 30 km/h weg met elementenverharding in keperverband een afstand van 14 tot 57 meter afhankelijk van de intensiteit waarop voldaan wordt aan een geluidbelasting van 48 dB. Gelet hierop ligt de locatie op voldoende afstand van de Dokter van Loonweg. De Laan ligt op ca. 23 meter afstand, volgens het lokaal beleid betekent dient er voor deze weg akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Echter is uit het geluidmodel dat de Omgevingsdienst Veluwe van de gemeente Nunspeet heeft (zie afbeelding 11) op te maken dat de geluidbelasting op de locatie lager is dan 48 dB(A). Akoestisch onderzoek is dus niet noodzakelijk.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
23/31
Omgevingsaspecten
afbeelding 11: Geluidcontour gemeentelijke wegen (incl. aftrek art 110g) (bron: Omgevingsdienst Veluwe)
4.10.3 Conclusie Er is zodoende vanuit het aspect geluidhinder geen belemmering om af te wijken van het bestemmingsplan voor het project.
4.11
Luchtkwaliteit
4.11.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijnstof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. 4.11.2 Betekenis voor het plan Het plan blijft ruim onder het aantal van 1.500 woningen. Er kan worden gesteld dat het plan niet-in-betekenende-mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
24/31
Omgevingsaspecten
4.11.3 Conclusie voor het plan Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit. Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is om af te wijken van het bestemmingsplan voor het project.
4.12
Externe veiligheid
4.12.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.12.2 Betekenis voor het project Voor het project is de Atlas van de Leefomgeving geraadpleegd om na te gaan welke risicobronnen in de buurt zijn. Op de Atlas is als de dichtstbijzijnde risicobron een gasleiding aangegeven, op ongeveer 0,5 km naar het noorden toe. Het plangebied ligt niet in de plaatsgebonden risicocontour of invloedsgebied van deze gasleiding. Ook is de spoorroute 360 (tussen Putten en Hattem) aangegeven als een risicobron. De projectlocatie ligt op ongeveer 950 meter hiervan. Over deze spoorroute worden gevaarlijke stoffen vervoerd, waaronder stoffen van de categorie D4 (giftige vloeistoffen). Door het vervoer van deze stoffen heeft deze spoorroute een invloedsgebied dat groter dan 4 kilometer kan zijn.
Als gevolg van de ligging van het plangebied binnen het invloedsgebied toxisch van de spoorroute moet op basis van artikel 7 uit het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid worden beschouwd. Op basis van artikel 9 uit het Bevt moet de veiligheidsregio om advies worden gevraagd over de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. In de regionale ‘Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe-Noord’ (2014) is echter bepaald dat voor ruimtelijke ontwikkelingen tussen de 200 en 1.500 meter van een transportroute een standaardverantwoording volstaat. De veiligheidsregio hoeft dan ook niet om advies te worden gevraagd. Hieronder is de (standaard) verantwoording opgenomen. 4.12.3 Verantwoording Vanaf het spoor ligt een invloedsgebied met toxisch scenario over het plangebied. Dit komt door het vervoer van stofcategorie B2 en D4 (toxische vloeistof) waarvan het invloedsgebied groter
Ruimtelijke onderbouwing Laan 43a, Nunspeet
25/31
Omgevingsaspecten
dan 4 kilometer kan zijn. Op basis van artikel 7 uit het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) dienen de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid te worden beschouwd. De bestrijdbaarheid van een ongeval met gevaarlijke stoffen De bestrijdbaarheid zorgt op deze afstand van het spoor niet voor vraagstukken. De bestrijding vindt vooral plaats in het brongebied. De inzet zal vooral gericht zijn op het neerslaan van de gifwolk. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid bij een ongeval In geval van een ongeval moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. In artikel 4.124 lid 4 Besluit bouwwerken leefomgeving is geregeld dat mechanische ventilatievoorzieningen bij een externe calamiteit (waarbij hitte, rook of schadelijke gassen kunnen vrijkomen) handmatig kunnen worden uitgeschakeld. Daarmee is dit afgedekt. Daarnaast dienen mensen in geval van een ongeval tijdig gewaarschuwd te worden.