CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 7 Bijlage Bestemmingsplan Vennendal en Zonneheuvel

Raadsvergadering 26 januari 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Vennendal en Zonneheuvel (hamerstuk).19.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.1 onder g, 4.2.2 onder k en 4.2.3 onder f in die zin dat de afstand van een gebouw tot de perceelgrens minder bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. 4.2.2 onder e in die zin dat de oppervlakte van een bedrijfswoning niet meer dan 140 m 2 mag bedragen, met dien verstande dat: 1. het boerderijvormen betreft met cultuurhistorische en/of architectonische waarde en een lage goot- en bouwhoogte; 2. de vergroting van de oppervlakte bijdraagt aan het behoud van de cultuurhistorische waarde; 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld en de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; d. 4.2.2 onder e in die zin dat de oppervlakte van een bedrijfswoning niet meer dan 140 m2 mag bedragen, met dien verstande dat: 1. de uitbreiding plaatsvindt ten behoeve van inwoning waarvoor afwijking is of wordt verleend als bedoeld in 4.5 onder c; e. 4.2.2 onder i in die zin dat een bedrijfswoning dichter naar de weg wordt gebouwd, met dien verstande dat: 1. dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is; 2. voor zover het geluidgevoelige functies betreft, wordt gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Artikel 10 Algemene bouwregels; 3.

geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; f. 4.2.3 onder a in die zin dat een bijbehorend bouwwerk op minder dan 3 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel vóór de voorgevel van de bedrijfswoning wordt gebouwd, met dien verstande dat: 1. dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is; 2. voor zover het geluidgevoelige functies betreft, wordt gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Artikel 10 Algemene bouwregels; Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

13

3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; g. 4.2.3 onder b ten behoeve van de gehele of gedeeltelijke vervanging van meerdere bijbehorende bouwwerken waarvan de gezamenlijke oppervlakte meer bedraagt dan 75 m2 door één of meerdere bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. de vervanging bijdraagt aan een aanmerkelijke verbetering van de landschappelijke situatie ter plaatse; 2. de te vervangen bijbehorende bouwwerken zijn gebouwd ten behoeve van het wonen; 3. met de vervanging een vermindering (sanering) van de oppervlakte plaatsvindt, voor zover die oppervlakte meer bedraagt dan 75 m2 tot een oppervlakte van ten hoogste 50% van hetgeen meer aanwezig is dan 75 m 2, met een maximum van 300 m²; 4. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een bedrijfswoning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, met dien verstande dat dit is toegestaan indien: 1.

ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfswoning met de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, mits deze gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m²; 2. de uitstraling als bedrijfswoning intact blijft; 3. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; 4. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; 5. geen detailhandel wordt uitgeoefend; 6. geen sprake is van reclame-uitingen en buitenopslag; b. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van bewoning; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden, behoudens indien dit als zodanig is toegestaan conform de bestemmingsomschrijving in 4.1; e. het gebruik van een bedrijfswoning ten behoeve van de huisvesting van een tweede of derde huishouden; f. het gebruik van een bedrijfswoning ten behoeve van onzelfstandige bewoning; g. het gebruiken van een hotel, verblijfsrecreatieve voorziening, recreatiewoning, bedrijfsgebouwen e.d. voor logies voor arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. 4.4.1 onder b ten behoeve van het gebruik en de bouw van 1 paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik, met dien verstande dat: 1. de paardenbak moet zijn gesitueerd bij een bedrijfswoning, waarbij geldt dat de paardenbak voor niet minder dan 20% moet zijn gelegen in het bestemmingsvlak waarin de bedrijfswoning is gelegen; 2. de paardenbak moet zijn gesitueerd achter de voorgevel van de bedrijfswoning; 3. de oppervlakte van de paardenbak niet meer mag bedragen dan 800 m 2; 4. daarbij tevens de bouw van palen en masten kan worden toegestaan tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m; 5. de afstand tot een andere woning: ▪ niet minder dan 50 m mag bedragen, indien palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

14

▪

niet minder dan 30 m mag bedragen, indien geen palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; 6. palen en masten ten behoeve van de paardenbak niet zijn toegestaan buiten het bestemmingsvlak; 7. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; b. 4.4.1 onder c ten behoeve van mantelzorg in een bijbehorend bouwwerk of een aparte unit bij een bedrijfswoning, met dien verstande dat: 1. de zorgbehoefte objectief aannemelijk is gemaakt; 2. verzekerd is dat na beëindiging van de mantelzorg het bijbehorend bouwwerk ongeschikt wordt gemaakt voor bewoning ten behoeve waarvan een overeenkomst wordt gesloten; 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; c. 4.4.1 onder e in die zin dat een bedrijfswoning wordt gebruikt voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning, met dien verstande dat: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van een tweede of derde (huishouden van een) persoon; 2. de bestaande bouwmassa van de bedrijfswoning niet wordt vergroot en er geen sprake is van splitsing in meerdere woningen; 3.

er sprake blijft van één hoofdtoegang en één aansluiting op de verschillende nutsvoorzieningen en er geen toename van het aantal inritten naar het perceel plaatsvindt; 4. er geen sprake is van kadastrale splitsing van het perceel. 4.6 Wijzigingsbevoegdheid 4.6.1 Wijziging Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en de bestemming wijzigen in de bestemming ‘Wonen – Park’, met dien verstande dat: a. de horecabedrijfsactiviteiten feitelijk zijn beëindigd; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

15

Artikel 5 Recreatie - Recreatiewoning 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Recreatie – Recreatiewoning’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het recreëren in een recreatiewoning; b. landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting; c. parkeervoorzieningen; d. fiets- en voetpaden; e. groen- en speelvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorende gebouwen, bijbehorende bouwwerken, bouwwerken, geen gebouw zijnde, en bij een en ander behorende voorzieningen, zoals wegen, paden, in- en uitritten, bermen, tuinen, erven, terreinen, nutsvoorzieningen en andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclameen andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen. 5.2 Bouwregels Op de voor 'Recreatie – Recreatiewoning’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van een gebouw gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - maximaal 5 recreatiewoningen' bedraagt het toegestane aantal recreatiewoningen in totaal maximaal 5; b. een recreatiewoning mag niet dichter bij de weg worden gesitueerd dan de bestaande recreatiewoning; c.

de oppervlakte van een recreatiewoning mag niet meer dan 75 m 2 bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte groter is, in welk geval de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte mag bedragen; d. de inhoud mag niet meer dan 300 m3 bedragen, tenzij de bestaande inhoud groter is, in welk geval de inhoud ten hoogste de bestaande inhoud mag bedragen; e. de goothoogte mag niet meer dan 4 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte hoger is, in welk geval de goothoogte ten hoogste de bestaande goothoogte mag bedragen; f. de bouwhoogte mag niet meer dan 7 m bedragen, tenzij de bestaande bouwhoogte hoger is, in welk geval de bouwhoogte ten hoogste de bestaande bouwhoogte mag bedragen; g. de dakhelling mag niet minder dan 15° bedragen, tenzij de bestaande dakhelling lager is, in welk geval de dakhelling ten minste de bestaande dakhelling mag bedragen; h. kelders mogen uitsluitend worden gerealiseerd loodrecht onder de recreatiewoning tot een diepte van niet meer dan 3 m; i. de afstand tot de perceelgrens moet ten minste 3 m bedragen, tenzij de bestaande afstand kleiner is, in welk geval de afstand tot de perceelsgrens ten minste de bestaande afstand mag bedragen. 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk bij een recreatiewoning gelden de volgende regels: a.

de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per recreatiewoning niet meer bedragen dan 9 m2; b. de bijbehorende bouwwerken als toebehorend aan meerdere recreatiewoningen gelijktijdig, mogen ook worden samengevoegd tot een gezamenlijk bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat de totale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken per recreatiewoning niet meer mag bedragen dan 9 m2. De bouwhoogte van een gezamenlijk bijbehorend bouwwerk mag, in afwijking van het bepaalde in 5.2.2 c, niet meer bedragen dan 5 m; c. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer bedragen dan 4 m; d. de afstand tot de perceelgrens moet ten minste 3 m bedragen.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

16

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. Indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. De bouwhoogte van palen, masten en verkeerstekens mag niet meer dan 10 m bedragen; c. De bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer dan 2,5 m bedragen. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. 5.2.1 onder b in die zin dat een recreatiewoning dichter bij de weg wordt gesitueerd dan de bestaande recreatiewoning, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. b. 5.2.1 onder g ten behoeve van een afwijkende dakvorm, met dien verstande dat het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast; c. 5.2.1 onder i en 5.2.2 onder d in die zin dat de afstand van een gebouw tot de perceelgrens minder bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een recreatiewoning ten behoeve van permanente bewoning; b. het gebruiken van een recreatiewoning voor logies voor arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

17

Artikel 6 Verkeer 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer en het vervoer over de weg; b. bermen; c. watergangen; met daarbij behorende gebouwen, zoals bushaltes, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en voorzieningen, zoals fietspaden, taluds, ongelijkvloerse kruisingen, faunapassages, carpoolplaatsen, parkeer- en groenvoorzieningen, met dien verstande dat: d. de verkoop van motorbrandstoffen niet is toegestaan. 6.2 Bouwregels Op de voor 'Verkeer’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van een gebouw gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 4 m; b. de oppervlakte van bushaltes en andere wachtruimtes mag niet meer bedragen dan 30 m 2. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt dat: a. de bouwhoogte mag niet meer dan 6 m bedragen; b. de bouwhoogte van palen, masten en verkeerstekens mag niet meer dan 10 m bedragen. 6.3 Specifieke gebruiksregels Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van de inrichting van overige wegen met meer dan 2 rijstroken.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

18

Artikel 7 Wonen – Park 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Wonen – Park’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen; b. bergingen ten behoeve van de woningen, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – berging’; c. het behoud van het bosachtige en parkachtige karakter van het perceel; en bij een en ander behorende voorzieningen, zoals paden, in- en uitritten, tuinen, erven en nutsvoorzieningen en andere bouwwerken, zoals technische installaties en terreinafscheidingen. 7.2 Bouwregels Op de voor ‘Wonen – Park’ aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 7.2.1 Hoofdgebouwen (woningen) Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak; c. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangegeven aantal; d. de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte hoger is, in welk geval de goothoogte ten hoogste de bestaande goothoogte mag bedragen; e. de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen, tenzij de bestaande bouwhoogte hoger is, in welk geval de bouwhoogte ten hoogste de bestaande bouwhoogte mag bedragen; f.

in afwijking van het bepaalde onder d en e geldt ter plaatse van de aanduiding ‘maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m)’ dat de daar vermelde goot- en bouwhoogte is toegestaan; g. de dakhelling mag niet minder dan 15° bedragen, met dien verstande dat: 1. indien de bestaande dakhelling lager is, de dakhelling ten minste de bestaande dakhelling mag bedragen; h. kelders mogen uitsluitend worden gerealiseerd loodrecht onder de woning, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, tot een diepte van niet meer dan 3,50 m. 7.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij een woning gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan binnen een bouwvlak; b. in afwijking van het bepaalde in lid a geldt dat ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – berging’, buiten een bouwvlak, tevens bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan, uitsluitend in de vorm van een berging; c. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken mag per woning niet meer bedragen dan 75 m2; d. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,50 m bedragen; e. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 6 m bedragen; f. In afwijking van het bepaald in lid e en f mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – berging’ niet meer dan 2,6 m bedragen.

7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1 m bedragen; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

19

7.2.4 Inrichtings- en beeldkwaliteitplan Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – beeldkwaliteit’ dienen alle bouwwerken blijvend te voldoen aan het inrichtings- en beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 7.2.5 Uitsluiting vergunningvrij bouwen ter plaatse van aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – beeldkwaliteit’ De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - beeldkwaliteit’ dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van Bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. Dit met als doelstelling om vergunningvrij bouwen, op basis van Bijlage II Besluit omgevingsrecht (of diens rechtsopvolger), uit te sluiten, teneinde dat het bevoegd gezag bij een omgevingsvergunning voor het bouwen kan toetsen aan de gestelde kwalitatieve vereisten voor de inrichting en beeldkwaliteit uit het inrichtings- en beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 7.3 Afwijken van de bouwregels 7.3.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.

7.2.1 onder g ten behoeve van een afwijkende dakvorm, met dien verstande dat het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast; 7.3.2 Afwijking inrichtings- en beeldkwaliteitplan Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.2.4, teneinde bouwwerken te realiseren die niet (volledig) voldoen aan het inrichtings- en beeldkwaliteitplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze regels, mits de bebouwing stedenbouwkundig, landschappelijk en architectonisch passend is in de omgeving en een vergelijkbare kwalitatieve staat van inrichting wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren schetsplan van het bouwplan overlegd. 7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van een woning en de daarbij behorende bouwwerken voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; b. het gebruik van een woning voor meer dan één woning; c. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak; d. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van bewoning; e. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden; f. het gebruik van een woning ten behoeve van de huisvesting van een tweede of derde huishouden; g.

het gebruik van een woning ten behoeve van onzelfstandige bewoning; h. het gebruik van een woning voor logies voor arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. 7.4.2 Inrichtings- en beeldkwaliteitplan Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – beeldkwaliteit’ dient de erfinrichting (waaronder o.a. verharding, landschapselementen, beplanting, erf- en terreinafscheidingen) blijvend te voldoen aan het inrichtings- en beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 7.4.3 Maximale oppervlakte erfverharding Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – beeldkwaliteit’ mag de oppervlakte van het aangeduide bestemmingsvlak, buiten het bouwvlak, in totaal voor maximaal 30% worden verhard.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

20

7.5 Afwijken van de gebruiksregels 7.5.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. 7.4.1 onder d ten behoeve van mantelzorg in een bijbehorend bouwwerk, met dien verstande dat: 1. de zorgbehoefte objectief aannemelijk is gemaakt; 2. verzekerd is dat na beëindiging van de mantelzorg het bijbehorend bouwwerk ongeschikt wordt gemaakt voor bewoning ten behoeve waarvan een overeenkomst wordt gesloten; 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 7.5.2 Afwijking aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 7.4.1 voor het gebruik van een woning en de daarbij behorende bouwwerken voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, met dien verstande dat: a. ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning met de daarbij behorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, mits deze gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2, b. de uitstraling als woning intact blijft; c. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; d.

het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; e. geen detailhandel wordt uitgeoefend; f. geen sprake is van reclame-uitingen en buitenopslag. 7.5.3 Afwijking inrichtings- en beeldkwaliteitplan Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 7.4.2, teneinde een erfinrichting te realiseren die niet (volledig) voldoet aan het inrichtings- en beeldkwaliteitplan, zoals opgenomen in Bijlage 1 van deze regels, mits de erfinrichting stedenbouwkundig, landschappelijk en architectonisch passend is in de omgeving en een vergelijkbare kwalitatieve staat van inrichting wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren inrichtingsplan overlegd.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

21

Artikel 8 Waarde – Archeologie 2 8.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde – Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 en voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord. 8.2.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; b.

de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

22

8.3.2 Uitzondering Het bepaalde in 8.3.1 is niet van toepassing indien: a. de werken of werkzaamheden worden verricht op of in gronden onder bestaande gebouwen dan wel op of in gronden die 5 m rondom bestaande gebouwen zijn gelegen; b. op basis van archeologisch onderzoek naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel 2. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel 3. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord; dan wel c. op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. d. het werken betreft met een oppervlakte minder dan 2.500 m2, dan wel het werken betreft op een diepte geringer dan 0,50 m onder maaiveld.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

23

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Algemene bouwregels 10.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 10.2 Geluidzones langs wegen Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van: a. 250 m ter weerszijden van een weg met een of twee rijstroken; b. 400 m ter weerszijden van een weg met drie of vier rijstroken; mogen toegelaten geluidgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd of vervangen met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde, behoudens voor zover artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder van toepassing is. 10.3 Geluidzones langs spoorwegen Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van 300 meter van de spoorlijn Harderwijk-Zwolle mogen toegelaten geluidgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

24

Artikel 11 Algemene gebruiksregels 11.1 Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale, ter plaatse toegestane bedrijfsvoering; b. het gebruiken of het laten gebruiken van gronden als renbaan of menterrein, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; c. het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; d. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van gemotoriseerde of gemechaniseerde sporten, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; e. het gebruiken of laten gebruiken van recreatiewoningen, groepsaccommodaties, chalets, stacaravans, trekkershutten, toercaravans, vouwwagens, campers, tenten, huifkarren en andere recreatieobjecten voor niet recreatieve overnachtingen; f. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; g.

het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van meer dan 40 m². 11.2 Toegestaan gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van: a. het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en/of leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: 1. aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" en/of een druk van meer dan 40 bar; 2. transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie met een diameter van meer dan 4"; 3. hoogspanningsleidingen; 4. buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer. 11.3 Afwijken van de gebruiksregels 11.3.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 11.1 onder g in die zin dat gronden en bouwwerken gebruikt mogen worden ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van niet meer dan 60 m², met dien verstande dat: a. deze afwijking uitsluitend wordt toegestaan op percelen met een omvang van minimaal 1.000 m² en met villa-achtige bebouwing.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

25

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels 12.1 Afwijkingsbevoegdheid 12.1.1 Afwijking algemeen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages, met uitzondering van oppervlakte- en inhoudsmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; b. de bestemmingsregels in die zin dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; c. de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; d. de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot tot niet meer dan 10 m, met dien verstande dat: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden; e. de bestemmingsregels in die zin dat wordt gebouwd voor nutsvoorzieningen tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 25 m2; f.

de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 6 m2; g. de bestemmingsregels ten behoeve van het toestaan van evenementen, met dien verstande dat: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden; h. de bestemmingsregels ten behoeve van het toestaan van een natuurijsbaan; i. de bestemmingsregels in die zin dat wordt gebouwd ten behoeve van bijenstallen.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

26

Artikel 13 Overige regels 13.1 Algemeen 13.1.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan, tenzij elders in de regels anders bepaald. 13.1.2 Verwijzing naar adressen De adressen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, betreffen de adressen zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. Deze zijn niet leesbaar op ruimtelijke plannen. 13.1.3 Aanvullende werking welstandscriteria De ter plaatse en in de regels geboden ruimte ten aanzien van de situering, de maatvoering en de vormgeving van bouwwerken kan nader worden ingevuld door de welstandscriteria, zoals opgenomen in de gemeentelijke "Welstandsnota" en het "Aanvullend welstandsbeleid bij nieuwbouw en uitbreiding van agrarische bedrijven in de gemeente Nunspeet". 13.2 Parapluplan Parkeren 13.2.1 Parkeerregels a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en/of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw, dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2.

het laden of lossen van goederen; 3. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden. b. De onder a genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen worden gerealiseerd op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd. 13.2.2 Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.2.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 13.2.3 Voorwaarden voor het afwijken van de parkeerregels De in lid 13.2.2 genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • de parkeersituatie in de openbare ruimte; • het woon- en leefklimaat; • de sociale veiligheid; • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 13.2.4 Parkeerfonds a.

Van de parkeerregels genoemd in lid 13.2.1 kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van burgemeester en wethouders

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

27

ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds. b. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid a, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). c. De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). 13.2.5 Beleidsregels Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 13.2.1, 13.2.2, 13.2.3, en 13.2.4, wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel. 13.3 Parapluplan Bed en breakfast 13.3.1 Omgevingsvergunning bed en breakfast Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor een bed en breakfast overeenkomstig de volgende regels: a. Een bed & breakfast mag gerealiseerd worden in een woning of in een bedrijfswoning bij de bestemming ‘Horeca’. Ook in een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de woningen of bedrijfswoningen binnen deze bestemmingen kan onder voorwaarden een bed & breakfast worden gerealiseerd. b.

Er mag voor de bed & breakfast niet meer dan 40% van de gebruiksvloeroppervlakte van de woning/bedrijfswoning en een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gebruikt met een maximum van 120 m2. Onder de toegestane oppervlakte van een bed & breakfast vallen de volgende ruimten: • slaapkamer(s); • bad-, douche-, en toiletruimten die niet gedeeld worden met de bewoner(s); • een gemeenschappelijke ruimte; gemeenschappelijke verkeersruimtes hoeven niet bij de toegestane oppervlakte te worden meegerekend. c. Voor het realiseren van een bed & breakfast in maximaal één vrijstaand bijbehorend bouwwerk kan vergunning worden verleend als: • deze bijdraagt aan de doelstellingen zoals deze genoemd worden in Thema 3 van de Omgevingsvisie Nunspeet; • niet meer dan 50 m2 van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk hiervoor wordt ingericht. Hierbij dient wel het maximum aan m2 voor een bed & breakfast van in totaal 120 m2, volgens lid b van dit artikel, in acht te worden genomen. • het desbetreffende vrijstaande bijbehorende bouwwerk op minimaal 1 meter van de erfgrens staat. d. Degene die de bed & breakfast exploiteert, dient ingeschreven te staan in de BRP (Basisregistratie Personen) op het desbetreffende adres. e. Een bed & breakfast mag eveneens worden gerealiseerd in een uniek object, niet zijnde een woning of bijbehorend bouwwerk.

Het gaat dan om karakteristieke gebouwen en/of varende constructies. Voorwaarde is dat het gebouw en/of de varende constructie voldoet aan de eisen zoals deze genoemd worden in het Bouwbesluit. Dergelijke initiatieven worden per geval beoordeeld. Omdat hier niet altijd sprake is van een inschrijving van de bewoner(s) in de BRP (Basisregistratie Personen), wordt een afweging per geval gemaakt. f. In de bed & breakfast mag geen zelfstandige kookvoorziening aanwezig zijn. g. Er moet een parkeergelegenheid aanwezig zijn of worden aangelegd op het perceel waarop de bed & breakfast wordt aangeboden. Het aantal parkeerplaatsen voor de bed & breakfast moet minimaal overeenkomen met het aantal slaapkamers van de bed & breakfast, boven op het aantal parkeerplaatsen dat bij de bestemming hoort. h. Ter beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning vindt een belangenafweging plaats, waarbij de volgende aspecten worden getoetst en meegewogen: Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

28

•

i.

j. k.

de belangen van de gebruikers of van de eigenaren van de aanliggende gronden en nabijgelegen woningen en bedrijven; • de milieusituatie (aan de bedrijfsvoering van agrarische en niet-agrarische bedrijven in de nabije omgeving mag door een bed & breakfast geen beperking ontstaan); • de verkeersveiligheid; • de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; • het straatbeeld; • de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Degene die de gelegenheid biedt tot het houden van nachtverblijf is belastingplichtig op grond van de geldende Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting. De exploitant is verplicht hiervoor een eigen nachtverblijfregister bij te houden, die door de gemeente kan worden gecontroleerd. Het aantal overnachtingen waarbij in een bed & breakfast mag worden overnacht mag maximaal 14 nachten achtereen bedragen. Op het perceel van de bed & breakfast mag maximaal één reclameaanduiding in de vorm van een bord met een opschrift voor de bed & breakfast worden geplaatst. Dit bord dient te voldoen aan de eisen die aan reclame worden gesteld in de “Reclameverordening 1994” en in de “Welstandsnota (2015)”.

13.4 Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a. De regels uit deze navolgende artikelen mogen uitsluitend worden toegepast voor de bestemmingen ‘Horeca’ en/of ‘Recreatie – Recreatiewoning’ en dus niet voor de bestemming ‘Wonen – Park’. 13.4.1 Omgevingsvergunning onzelfstandige bewoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik van een woning en/of bedrijfswoning voor onzelfstandige bewoning, mits: a. het de huisvesting van maximaal 5 personen betreft; b. maximaal 5% van de woningen in de straat wordt aangewend voor de huisvesting voor onzelfstandige bewoning; c. minimaal vier aaneengesloten panden aanwezig moeten zijn die niet als onzelfstandig gebruikte woningen en/of bedrijfswoningen worden gebruikt tussen de woningen die aangewend worden voor onzelfstandige bewoning; d. voor woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur in woongebouwen met 6 of meer woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur geldt als aanvullende regel dat er tussen twee woningen met kamergewijze verhuur minimaal twee woningen gelegen moeten zijn; e. binnen een straal van 250 meter rondom het vrijstaande kamerverhuurpand is geen ander vrijstaand pand met onzelfstandige bewoning, zoals bijvoorbeeld een kamerverhuurpand, aanwezig; f.

er mogen niet meer bewoners zijn dan het aantal aanwezige kamers (gemeenschappelijke ruimtes niet meegerekend); g. er per bewoner minimaal één kamer aanwezig is; h. dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, hierbij spelen de volgende factoren een rol: 1. de aard van de omgeving; 2. de aard van de voorzieningen; 3. de verhouding koop / huurwoningen; 4. de staat van onderhoud van panden en tuinen; 5. de aard van en het aantal klachten over onder meer: ▪ geluidsoverlast; ▪ overlast als gevolg van afval op straat of in tuinen; ▪ drugsoverlast; ▪ overlast vanwege drankmisbruik; ▪ vernielingen; ▪ geweld, mishandeling, bedreiging.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

29

i. j. k. l.

er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de parkeernormen zoals vastgelegd in artikel 13.2; sprake is van een verblijfsruimte van minimaal 12 m2 per persoon; voldaan wordt aan milieu wet- en regelgeving; dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, zoals dit blijkt uit: 1. het woon- en leefklimaat; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie; 4. de brandveiligheid; 5. de externe veiligheid; 6. de rampenbestrijding; 7. de milieusituatie; 8. de cultuurhistorische waarde; 9. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

13.4.2 Omgevingsvergunning logies voor arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning medewerking verlenen: 1. aan logies van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. in de gevallen en procedures volgens de hieronder in lid 13.4.2 opgenomen onderstaande letters a. t/m d. 2. bij het afwijken volgens lid 13.4.2, onder 1. dienen de specifieke voorwaarden zoals geformuleerd bij de hieronder in lid 13.4.2, bij de onderstaande letters a. t/m d. en de algemene voorwaarden volgens lid 13.4.3 in acht te worden genomen. a. Te herontwikkelen gebouwen Door het college van burgemeester en wethouders kan met een tijdelijke omgevingsvergunning worden afgeweken voor het tijdelijk gebruik van een locatie, en van bebouwing op die locatie, die als herontwikkelingslocatie is aangewezen, mits: 1. dit gebouw en deze locatie gelegen is in of in de nabijheid van de bebouwde kom en voorzieningen; 2. het niet meer dan 50 arbeidsmigranten per locatie binnen de bebouwde kom betreft; 3. het een maximale duur van 3 jaar betreft (met de mogelijkheid tot verlenging); 4. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens artikel 13.4.3, onder punt 4. 5. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld. b.

Transformatie (verouderd) recreatiepark Door het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken voor het tijdelijk gebruiken van bebouwing op een recreatiepark, mits: 1. het na het einde van het bieden van logies aan de arbeidsmigranten/seizoenarbeiders een andere bestemming krijgt, die bijdraagt aan een kwaliteitsimpuls voor de directe omgeving. 2. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens artikel 13.4.3, onder punt 4. 3. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld. c. (Tijdelijk) gebruik van recreatieobjecten Door het college van burgemeester en wethouders kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken voor het tijdelijk gebruik van recreatieobjecten, mits: 1. het maximaal 10% van het aantal recreatieobjecten betreft (met een maximum van 10 recreatieobjecten); 2. het een maximale duur van 3 jaar betreft (met de mogelijkheid tot verlenging); 3. indien er op het recreatiepark ook pauzewoningen zijn vergund, tellen deze ook mee in het maximum van 10% van de recreatieobjecten; 4. verhuurders vragen een tijdelijke omgevingsvergunning aan; 5. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens artikel 13.4.3, onder punt 4.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

30

6. huurders vragen een tijdelijke omgevingsvergunning aan voor 1 jaar met de mogelijkheid tot verlenging; 7. huurders schrijven zich in in de gemeentelijke BRP, de Basisregistratie Personen (iemand die langer dan vier maanden in Nederland woont moet zich als ingezetene inschrijven in de Basisregistratie Personen); 8. er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld. d. Semipermanent bieden van logies op voormalig recreatiepark Door het college van burgemeester en wethouders kan met een tijdelijke omgevingsvergunning worden afgeweken voor het semipermanent bieden van logies aan arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. op een voormalig recreatiepark, mits: 1. het een (voormalig) recreatiepark betreft met maximaal 25 legale recreatieobjecten; 2. er in totaal niet meer dan 70 personen worden gehuisvest; 3. er geen sprake is van menging van functies, zowel op het park als daarbuiten; 4. de omgevingsvergunning wordt verleend voor een termijn van maximaal drie jaar, met de mogelijkheid tot verlenging van deze termijn met telkens 3 jaar; 5. binnen het grondgebied van de gemeente Nunspeet kunnen maximaal 2 locaties voor het semipermanent bieden van logies worden benut; 6. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, waarvoor wordt verwezen naar de Algemene Voorwaarden volgens artikel 13.4.3, onder punt 4. 7.

er een plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld. 13.4.3 Algemene voorwaarden om te kunnen meewerken aan het afwijken voor de bovengenoemde categorieën genoemd onder de hiervoor genoemde letters a. t/m d. 1. indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. dient voldaan te zijn aan de voorwaarden die zijn genoemd bij de letters a. t/m d. 2. indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. dient in elk geval voldaan te zijn aan de voorwaarde dat de behoefte aan logies van arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. in voldoende mate dient te zijn aangetoond. 3. indien wordt meegewerkt aan logies van arbeidsmigranten/seizoenarbeiders e.a. dient aangetoond te worden dat deze (in hoofdzaak) werkzaam zijn in de gemeente Nunspeet. 4. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening: a. het woon- en leefklimaat; b. het straat- en bebouwingsbeeld; c. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie; d. de brandveiligheid; e. de externe veiligheid; f. de rampenbestrijding; g. de milieusituatie; h. de cultuurhistorische waarde; i. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5. er de plicht tot verblijfsregistratie wordt uitgevoerd die ook met de gemeente wordt gedeeld.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

31

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 14 Overgangsrecht 14.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

14.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 15 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ van de gemeente Nunspeet.

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

32

Bijlagen bij regels Bijlage 1: Inrichtings- en beeldkwaliteitplan Zonneheuvel

Regels bestemmingsplan ‘Vennendal en Zonneheuvel’ Vastgesteld

33

Beeldkwaliteitsplan Zonneheuvel d.d. 1 juli 2022 Inleiding De Engelse landschapstuin achter hotel Vennendal, kadastraal bekend als Nunspeet C 1403, is in 2022 herontwikkeld in de sfeer van het voormalige landgoed Zonneheuvel. Voor de creatie van het nieuwe inrichtingsplan is de visie 'Landgoed Zonneheuvel' van SRO uit 2012 gebruikt als basis. In deze visie is het plangebied geanalyseerd en een mogelijke inrichting van het plangebied weergegeven. De visie om op de centrale heuvel, waar voorheen het landhuis al stond, weer een trots hoofdgebouw te ontwikkelen is in 2022 uitgevoerd.

Schets van SRO uit 2012 De centrale (open) ruimte in het parkje is daarbij ingericht in lijn met de gehele sfeer behorende bij het landgoed. De al aanwezige (open) ruimte op het terrein zijn met doorkijkjes opener gemaakt zodat een tweetal locaties aan de noordzijde, alwaar twee kleinere gebouwen zijn gebouwd, een visuele relatie met elkaar kunnen onderhouden. Deze beide gebouwen doen denken aan een orangerie en een poortgebouw. Ze zijn gebouwd op ruimten in het park(je), ter plekke van de voormalige kwekerij en aan het pad richting het oorspronkelijke landhuis, waar minder bomen staan zodat per saldo zo min mogelijk bomen hoefden te wijken. Deze beide gebouwen zijn ruimtelijk gezien ondergeschikt aan het hoofdgebouw op de heuvel. De stedenbouwkundige visie is mede gebaseerd op de volgende inrichtingsprincipes: • • •

De bebouwing en het landschap vormen een eenheid; De bebouwing ligt grotendeels gegroepeerd rond een centrale open ruimte (de reeds bestaande Zonneheuvel); Het hoofdgebouw richt zich op de groene open ruimte (de reeds bestaande Zonneheuvel);

•

De ondergeschikte gebouwen hebben een relatie met de open ruimte, maar liggen niet direct áán deze ruimte; Het padenstelsel verbindt de gebouwen en de parkeerplekken en maken een rondwandeling over het landgoed mogelijk;

•

Het padenstelsel sluit aan op de paden van het aangrenzende terrein;

1

•

Het bosareaal op het landgoed blijft nagenoeg geheel gespaard; het bos vormt duidelijke wanden van de grotendeels bestaande centrale open ruimte.

In 2020 is door bureau Zijaanzicht een update gemaakt van de visie van SRO middels een inrichtingsplan. In het veld zijn inmetingen verricht en de kwaliteit van de bomen is geïnventariseerd. De locaties van het poortgebouw en de orangerie zijn iets anders geworden zonder de inrichtingsprincipes van het schetsplan hiervoor geweld aan te doen. Afwijkend is dat de orangerie niet aan de groene ruimte grenst omdat hiervoor te veel bomen gekapt zouden moeten worden. De orangerie is geplaatst op de originele locatie van de kwekerij. Dit inrichtingsplan is door de initiatiefnemer in overleg met de architect, de provincie en de gemeente verder uitgewerkt en vastgesteld en in 2022 uitgevoerd. Doel is de nieuwe ontwerp principes te handhaven, vandaar dit beeldkwaliteitsplan. Uitgangspunten voor de terreininrichting Het voormalige landgoed Zonneheuvel was ingericht volgens de principes van de Engelse landschapsstijl. Deze oorspronkelijke opzet is nog herkenbaar en is leidend voor het landschapsontwerp van bureau Zijaanzicht uit 2020. Kenmerkend voor de Engelse Landschapsstijl en het definitieve inrichtingsplan zijn thema’s als: • • •

Het dramatiseren van het landschap: bestaande hoogteverschillen accentueren, een spel van open ruimtes afgewisseld met dichte beplanting met doorkijkjes en doorzichten; Het gebruik van organische vormen en belijningen direct herkenbaar aan het patroon van slingerende paden en de vorm van waterpartijen; De toepassing van landgoedelementen zoals follies (kleine decoratieve bouwsels), banken, verlichting, zuilen of bijzondere hekwerken.

Definitief inrichtingsplan Zijaanzicht uit 2020

2

Landgoed Zonneheuvel bestaat voornamelijk uit bestaande houtopstanden en een centrale weide waaromheen de bebouwing is gelegen. Bij de binnenkomst is eerst de open weide zichtbaar, vervolgens wordt de bezoeker verrast door de blik op het landgoedhuis. Door de gebogen toegangsweg wisselt het perspectief voortdurend. Vanuit het landgoedhuis, dat ligt op het hoogste punt, kijkt men uit over de centrale weide en het omliggende groen. Door het bos slingeren openbare paden die het landgoed verbinden met het aangrenzende terrein van het hotel en het achterliggende restaurant. Tuinen, park, landgoed De volgende specifieke uitgangspunten voor de beeldkwaliteit ten aanzien van de terreininrichting worden gehanteerd: Centrale groene ruimte: • De centrale groene ruimte wordt gevormd door een grote open weide; • Op de open weide staan solitaire bomen passend op een landgoed; dit zijn bijzondere, decoratieve bomen zoals een rode beuk, treurlinde, paardenkastanje of exotische soorten zoals een tulpenboom, of sequoia. Landgoed elementen: • Meubilair in één ontwerpstijl versterkt de identiteit van het landgoed (banken, verlichting, hekwerken, zuilen); •

Herstel van de zuilen die de toegang tot het landgoed markeren.

Verharding: • Op het terrein wordt gebruik gemaakt van waterdoorlatende grind; •

Het hoofdpad vanaf de Plesmanlaan naar het landhuis is breder dan de andere paden, te weten ca. 3,2 meter;

•

De toegangspaden naar orangerie/poortgebouw en auto entree naar het hoofdgebouw zijn ca. 3 meter breed, de wandelpaden 1,5 tot 2,5 meter;

•

De lange oprijlaan kent een vriendelijke verharding van grind, zoals oorspronkelijk ook naar het landhuis liep;

•

De auto toegankelijke paden kennen een (half)verharding (bij voorkeur grind, aansluitend op de oorspronkelijke paden, ook naar het hotel);

3

•

De parkeerplekken achter de orangerie en het poortgebouw (met grondgebonden woningen) zijn voorzien van natuurlijke verharding (zoals boomschors om minder op te vallen); Ten behoeve van het parkeren worden door de aannemer straattegels aangebracht ter plekke van het bandenspoor.

•

De voetpaden zijn bij voorkeur van grind om daarmee ook aansluiting te houden op de paden rondom het hotel;

•

De parkeerplaatsen ten zuiden van het landhuis (met appartementen) en de plekken nabij het hotel vinden plaats op grind of betongras tegels (betonnen steen met grote perforaties waardoor gras e.d. door het materiaal kan groeien).

Toegankelijkheid (publiek/privé): Het terrein behorende tot de individuele 3-1 kap woningen in de orangerie en het poortgebouw is gelegen op de percelen kadastraal bekend gemeente Nunspeet C nummers 1393, 1394, 1396, 1397, 1398 en 1399 en is eigendom van particuliere bewoners. Het ‘park’ (het landgoed C 1403) en privé terrein (C 1393, 1394, 1396, 1397, 1398 en 1399) wordt onderscheiden door verschillende zones te creëren. • •

De zone 'wonen' waar de woning staat (privé); De zone 'tuin' (privé) waar de tuin aangepast mag en kan worden door de individuele bewoner;

•

Een strook 'bos' of 'groen (privé)' die de tuin omzoomt en dient als een buffer tussen publiek en privé. Deze zone is voor privé gebruik en is groen, maar niet in te zetten als tuin naast de woning. Het is de overgang tussen het park en de particuliere woning. In dit gebied worden beperkingen gesteld aan de mogelijkheden voor het bebouwen, inrichten en gebruiken zodat er sprake is van een overgangsgebied naar het park. De zone wordt begrensd met een houtstapeling of laag hekwerk in de stijl van het landgoed.

Overgang eigen terrein particulieren en park. •

De zone ‘park’, kadastraal C 1403 ligt buiten het hekwerk dat geldt als omzoming van het eigen terrein van de particuliere woning. Buiten het hekwerk van de woningen ligt dus het publiek toegankelijke deel (het park). De wegen en grintpaden zijn toegankelijk voor publiek om te wandelen. Met toegankelijk wordt bedoeld dat het geschikt en open moet zijn om te betreden. De plantsoenen, tuinen en andere groenvoorzieningen zijn overigens niet bedoeld om te betreden. Aan de voorzijde van de woning wordt de overgang gecreëerd middels een lage haag. Voor het terrein geldt een huishoudelijk reglement.

Erfinrichting: De erfinrichting van de gronden in particulier eigendom sluit aan op bovengenoemde: •

De kavels hebben een (donkergroen) bosdeel en een (lichtgroen) tuindeel.

4

•

Het bosdeel heeft een natuurlijk karakter en bestaat uit de bestaande bomen en onderbeplanting. Kenmerkende bomen zijn zomereik, grove den en beuk. In de zone mogen verder als onderbeplanting heesters (hulst, wilde kers, hazelaar en lijsterbes) worden aangeplant. Let op deze zone is expliciet GEEN grasveld.

De donkergroene zone buiten het gele omlijnde blok is het bosdeel •

Onderbeplanting is beplanting die aangebracht wordt onder bomen en heesters met de bedoeling op die plekken een aantrekkelijk beeld te laten ontstaan waaraan relatief weinig onderhoud gepleegd hoeft te worden. Het gaat om de wisselwerking tussen het hogere en het lagere niveau, die qua sfeer goed bij elkaar moeten passen en elkaar moeten versterken. Gezoneerd is er ruimte voor viooltjes, klokjesbloem, klimop en schaduwkruis.

Inrichting bosdeel van de tuin

5

•

In het tuindeel, tot 10 meter achter de (standaard) woning, is de inrichting vrij met dien verstande dat maximaal 40% van het oppervlak mag worden verhard, dit om het groene karakter van het terrein leidend te laten zijn. Bij deze 40% wordt inbegrepen de bijbehorende uitbouwen aan de woning. In deze zone mag ook gras geplant worden. De tuinverlichting (alleen toegestaan in deze zone en dus expliciet niet in de boszone) is vleermuisvriendelijk en naar beneden gericht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12324551/1