AP 6l. Bijlage Regels Bestemmingsplan Oude Hof 25-27
Tekst van het document
30
Artikel 9
Waarde - Randmeerkust
9.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Randmeerkust' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke, landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de openheid en de bestaande houtwallenstructuur en zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 5. Ondanks het bepaalde in bijlage 5 kan een vergunning voor een houtopstand verleend worden als uit een onderbouwing blijkt dat de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden worden versterkt of hersteld dan wel niet onevenredig worden aangetast.
9.2
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningsplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a de wijziging van de waterhuishouding of van waterstanden beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; b het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en het aanleggen van oppervlakteverhardingen; c het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; d het aanleggen van nieuwe waterlopen en het vergraven, verbreden en dempen van bestaande waterlopen en vennen; e het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; f het vellen of rooien van houtopstanden, houtwallen, singels, bomenrijen, boomgroepen en bos, voor zover dat in de Bomenverordening 2016 is bepaald; g het ophogen van gronden.
9.2.1
9.2.2
Uitzondering Het bepaalde in 9.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen.
9.2.3
Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals mede omschreven in bijlage 5, welke bijlage deel uitmaakt van dit toetsingskader. Ondanks het bepaalde in bijlage 5 kan een vergunning voor een houtopstand verleend worden als uit een onderbouwing blijkt dat de natuurlijke, landschappelijke en/of cultuurhistorische waarden worden versterkt of hersteld dan wel niet onevenredig worden aangetast.
31
3
Algemene regels
Artikel 10
Anti-dubbeltelregel
10.1
Grond Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
10.2
Bedrijfswoningen Een eenmaal als bedrijfswoning gerealiseerd bouwwerk blijft bij de toepassing van deze regels aangemerkt als bedrijfswoning.
Artikel 11
Algemene bouwregels
11.1
Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlakgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt.
11.2
Geluidzones langs wegen Indien en voor zover gronden zijn gelegen binnen een zone van: a 250 m ter weerszijden van een weg met een of twee rijstroken; b 400 m ter weerszijden van een weg met drie of vier rijstroken; mogen toegelaten geluidgevoelige functies uitsluitend worden gerealiseerd of vervangen met inachtneming van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting als bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder of een vastgestelde hogere grenswaarde, behoudens voor zover artikel 76 lid 3 van de Wet geluidhinder van toepassing is.
Artikel 12 12.1
Algemene gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a het gebruiken of laten gebruiken van de gronden als stort- of opslagplaats van al dan niet aan het gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen en materialen, behoudens opslag die geschiedt in het kader van de normale, ter plaatse toegestane bedrijfsvoering; b het gebruiken of laten gebruiken van gronden als renbaan of menterrein, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; c het gebruiken of laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend; d het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van gemotoriseerde of gemechaniseerde sporten, anders dan waarvoor in het verleden planologische medewerking is verleend;
32
e het gebruiken of laten gebruiken van recreatiewoningen, groepsaccommodaties, chalets, stacaravans, trekkershutten, toercaravans, vouwwagens, campers, tenten, huifkarren en andere recreatieobjecten voor niet recreatieve overnachtingen; f het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor bewoning; g het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van meer dan 40 m2; h het gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van bewoning van bijbehorende bouwwerken - die al dan niet omgevingsvergunningvrij zijn gerealiseerd - waarin de bewoning in verband met mantelzorg niet binnen drie maanden is beëindigd. 12.2
Verbod nieuwvestiging en uitbreiding geitenhouderij 1 Het is niet toegestaan om a een geitenhouderij te vestigen; b een veehouderij of veehouderijtak met andere landbouwhuisdieren geheel of gedeeltelijk te wijzigen in een geitenhouderij; c het aantal geiten dat op een bestaande geitenhouderij wordt gehouden te vergroten; d de oppervlakte van een dierenverblijf voor geiten te vergroten, tenzij het vergunde, dan wel gemelde aantal geiten aantoonbaar niet groeit; e een dierenverblijf voor een geitenhouderij op te richten en een gebouw of gronden voor het houden van geiten in gebruik te nemen; f bouwwerken of gronden tijdelijk te gebruiken voor een geitenhouderij; 2 Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing voor zover die activiteit op 30 augustus 2017: a een ontvankelijke melding als bedoeld in artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit bij het bevoegd gezag is ingediend, of b een ontvankelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning bij het bevoegd gezag is ingediend, tenzij de aanvraag ziet op een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
12.3
Toegestaan gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval niet gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van: a het aanleggen of het laten aanleggen van kabels en/of leidingen ten behoeve van de drinkwatervoorziening, de riolering, de waterhuishouding, de energievoorziening en de datacommunicatie, met uitzondering van: b aardgastransportleidingen met een diameter van meer dan 4" en/of een druk van meer dan 40 bar; c transportleidingen voor brandbare vloeistoffen van de K1-, K2- en K3-categorie met een diameter van meer dan 4"; d hoogspanningsleidingen; e buisleidingen voor het transport van water, afvalwater of stoom met een doorsnede van 1 meter of meer en een lengte van 10 km of meer.
33
12.4 12.4.1
Artikel 13
Afwijken van de gebruiksregels Afwijking bouw zwembaden Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 12.1 onder g in die zin dat gronden en bouwwerken gebruikt mogen worden ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van niet meer dan 60 m2, met dien verstande dat: a deze afwijking uitsluitend wordt toegestaan op percelen met een omvang van minimaal 1000 m2 en met villa-achtige bebouwing.
Algemene aanduidingsregels
13.1 13.1.1
vrijwaringszone - molenbiotoop Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' geldt dat die gronden naast de andere aangewezen bestemming(en) - mede bestemd zijn voor het behoud, het herstel en de bescherming van de windvang van de molen.
13.1.2
Bouwregels Op de voor 'vrijwaringszone - molenbiotoop' aangewezen gronden mag de bouwhoogte van bouwwerken in afwijking van hetgeen elders in de regels is bepaald, niet meer bedragen dan: a bij een afstand tot 100 m van de molen: 5 m; b bij een afstand tussen 100 en 200 m van de molen: 7 m; c bij een afstand tussen 200 en 300 m van de molen: 9 m; d bij een afstand tussen 300 en 400 m van de molen: 11 m; met dien verstande dat bestaande bouwwerken mogen worden herbouwd tot dezelfde bouwhoogte.
13.1.3
Afwijking van de bouwregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 13.1.2 in die zin dat de bouwhoogte van bouwwerken wordt verhoogd, mits: − de windvang van de molen hierdoor niet onevenredig wordt geschaad.
Artikel 14
Algemene afwijkingsregels
14.1 14.1.1
Afwijkingsbevoegdheid Afwijking gegeven maten, afmetingen, percentages Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages, met uitzondering van oppervlakte- en inhoudsmaten, tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages.
14.1.2
Afwijking beloop, profiel of aansluiting wegen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels in die zin dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven.
34
14.1.3
Afwijking werkelijke afmetingen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangetast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan.
14.1.4
Afwijking bouwhoogte bouwwerken, geen gebouw zijnde Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouw zijnde wordt vergroot tot niet meer dan 10 m, met dien verstande dat: a geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld en de landschappelijke en cultuurhistorische waarden.
14.1.5
Afwijking bouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels in die zin dat wordt gebouwd voor nutsvoorzieningen tot een bouwhoogte van niet meer dan 3 m en een oppervlakte van niet meer dan 25 m2.
14.1.6
Afwijking plaatselijke verhogingen gebouwen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels in die zin dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en schotelantennes, indien de oppervlakte van de vergroting van de verhoging niet meer bedraagt dan 1 m2, met dien verstande dat de oppervlakte van de vergroting ten behoeve van een liftkoker niet meer bedraagt dan 4 m 2.
14.1.7
Afwijking evenementen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels ten behoeve van het toestaan van evenementen, met dien verstande dat: a geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden.
14.1.8
Afwijken natuurijsbaan Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels ten behoeve van het toestaan van een natuurijsbaan.
14.1.9
Afwijking bijenstallen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels in die zin dat wordt gebouwd ten behoeve van bijenstallen.
14.1.10
Afwijking ontsluitingswegen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van de bestemmingsregels ten behoeve van de aanleg van ontsluitingswegen van percelen, met dien verstande dat: a geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
35
Artikel 15
Algemene wijzigingsregels
15.1 15.1.1
Wijzigingsbevoegdheid Wijziging naar bestemming ‘Verkeer’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Natuur Landschap' wijzigen in de bestemming 'Verkeer' ten behoeve van incidentele verbeteringen, passagemogelijkheden of aanpassingen ten behoeve van een inrichting als 60km/uur-gebied, met dien verstande dat: − geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
15.1.2
Wijziging ten behoeve van bedrijven Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming 'Wonen' wijzigen ten behoeve van niet-agrarische bedrijvigheid, met dien verstande dat: a uitsluitend bedrijven in de categorieën 1 en 2, als ook bedrijven in categorie 3 indien het bedrijf ondersteunend en/of complementerend is aan het buitengebied, zoals genoemd in bijlage 1 worden toegelaten; b de oppervlakte van het bestemmingsvlak niet meer dan 2.500 m2 bedraagt; c de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden niet onevenredig worden geschaad; d er een inrichtingsplan wordt opgesteld op kosten van de initiatiefnemer en door een in overleg aan te wijzen deskundige; e de bedrijfsactiviteiten worden uitgeoefend binnen één bedrijfsgebouw met een oppervlakte van niet meer dan 50% van het totaal aantal aanwezige te slopen opstallen met een maximum van 1.000 m2. Deze oppervlakte mag niet meer dan 1.500 m2 bedragen ter plaatse van de ontwikkelzone 'Agrarisch aanverwante bedrijvigheid Vreeweg'; f van deze bevoegdheid geen gebruik wordt gemaakt indien het bestemmingsvlak grenst aan de dubbelbestemming 'Waarde - Randmeerkust'; g geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
15.1.3
Wijziging bouwvlakken Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van ondergeschikte aanpassingen uit een oogpunt van het leveren van maatwerk de aanduiding ‘bouwvlak’ qua omvang en situering wijzigen, met dien verstande dat: a de bouwgrenzen van een bouwvlak met ten hoogste 3,00 m worden gewijzigd; b de oppervlakte van een bouwvlak met ten hoogste 10% wordt vergroot; c de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden niet onevenredig worden geschaad; d de uitvoerbaarheid is aangetoond, waaronder begrepen de toelaatbaarheid op het gebied van milieu, externe veiligheid, waterhuishouding, ecologie en archeologie; e geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
36
Artikel 16
Overige regels
16.1
Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
16.2
Verwijzing naar adressen De adressen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, betreffen de adressen zoals deze op de verbeelding zijn terug te vinden op het moment van vaststelling van het plan. Deze zijn niet leesbaar op ruimtelijke plannen.
16.3
Aanvullende werking welstandscriteria De ter plaatse en in de regels geboden ruimte ten aanzien van de situering, de maatvoering en de vormgeving van bouwwerken kan nader worden ingevuld door de welstandscriteria, zoals opgenomen in de gemeentelijke "Welstandsnota" en het "Aanvullend welstandsbeleid bij nieuwbouw en uitbreiding van agrarische bedrijven in de gemeente Nunspeet".
16.4 16.4.1
Parkeren Parkeerregels a Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1 het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2 het laden of lossen van goederen; 3 het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden. b De onder a genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen worden gerealiseerd op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd.
16.4.2
Afwijken van de parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 16.4.1: a indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien.
16.4.3
Voorwaarden voor het afwijken van de parkeerregels De in lid 16.4.2 genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: − de parkeersituatie in de openbare ruimte; − het woon- en leefklimaat; − de sociale veiligheid; − de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
37
16.4.4
Parkeerfonds a Van de parkeerregels genoemd in lid 16.4.1 kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van Burgemeester en Wethouders ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds. b Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid a, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). c De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014).
16.4.5
Beleidsregels Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 16.4.1, 16.4.2, 16.4.3, en 16.4.4, wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel.
38
4 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
17.1
Bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan.
17.2
Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het 17.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
17.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
17.4
Gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet, behoudens voor zover uit de Richtlijnen 79/409/EEG en 92/43/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand onderscheidenlijk van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, beperkingen voortvloeien ten aanzien van ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaand gebruik.
17.5
Strijdig gebruik a Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 17.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. b Indien het gebruik, bedoeld in 17.4, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
17.6
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik Het bepaalde in 17.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
39
Artikel 18
Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Elspeet, Oude Hof 25-27.
40