CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6l. Bijlage Regels Bestemmingsplan Oude Hof 25-27

Commissie Ruimte en Wonen 13 juni 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Elspeet, Oude Hof 25-27”.12.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Regels

Elspeet, Oude Hof 25-27

Gemeente Nunspeet

Datum: 16 mei 2022 Projectnummer: 200183 ID: NL.IMRO.0302.BP01193-vg01

INHOUD REGELS

1

Inleidende regels

3

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

3 9

2

Bestemmingsregels

11

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9

Agrarisch Natuur - Landschap Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Oude bouwlanden enclaves Waarde - Randmeerkust

11 15 18 26 28 30 31

3

Algemene regels

32

Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

32 32 32 34 34 36 37

4

Overgangs- en slotregels

39

Artikel 17 Artikel 18

Overgangsrecht Slotregel

39 40

Bijlagen Bijlage 1: Bedrijvenlijst Bijlage 2: Landschappelijke inpassing Oude Hof 25-27 Bijlage 3: Landschappelijke inpassing Krommeweg 16 Bijlage 4: Te slopen bebouwing Bijlage 5: Cultuurhistorische waarden en landschapsanalyse

De verbeelding Verbeelding met legenda

1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1

plan het bestemmingsplan Elspeet, Oude Hof 25-27 met identificatienummer NL.IMRO.0302.BP01193-vg01 van de gemeente Nunspeet.

1.2

bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;

1.3

aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aan huis verbonden beroep een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.6

agrarisch bedrijf een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren, niet zijnde: een glastuinbouwbedrijf, een hout- en/of fruitteeltbedrijf, een boom- en/of sierkwekerij, een gebruiksgerichte paardenhouderij of een bollenteeltbedrijf;

1.7

ander werk een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid;

1.8

archeologische waarde de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis;

1.9

bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.10

bed & breakfast een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdbestemming;

3

1.11

bedrijf een bedrijfseconomische eenheid; onder eenheid worden ook verstaan rechtspersonen die ruimtelijk als één bedrijf optreden. Onder bedrijf - buitengebied gerelateerd wordt begrepen een bedrijf dat vanwege de aard van de bedrijfsvoering past in het buitengebied;

1.12

bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

1.13

bedrijfsmatig in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding;

1.14

bedrijfswoning een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is voor beheer of toezicht;

1.15

bestaande bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;

1.16

bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;

1.17

bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.18

bijbehorend bouwwerk functioneel met een zich op hetzelfde bouwperceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegenaan gebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;

1.19

boom- en/of sierkwekerij een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van beplantingsgewassen zoals bos- en haagplantsoen, laan- en parkbomen, vruchtbomen, rozenstruiken, sierconiferen, sierheesters en overige sierbeplanting, een en ander in de vorm van vollegrondteelt dan wel containerteelt;

1.20

bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;

1.21

bouwgrens de grens van een bouwvlak;

1.22

bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;

4

1.23

bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel;

1.24

bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.25

bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.26

cultuurhistorische waarde de aan een bouwwerk of gebied (waaronder begrepen landschapselementen) toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt;

1.27

dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;

1.28

detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;

1.29

eigen terrein als bedoeld in de regeling voor parkeren en laden en lossen: het terrein en/of bouwwerk dat de aanvrager in eigendom of in gebruik heeft en waarover hij kan beschikken en die bij het te realiseren (bouw)plan en/of het bouwwerk horen;

1.30

erfbeplanting afschermende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of binnen of direct aansluitend aan een ander bedrijf of een woning;

1.31

extensief recreatief medegebruik een extensief dagrecreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, waaronder in elk geval niet wordt verstaan: boerengolf, paintball, gemotoriseerde sport;

1.32

fruitteeltbedrijf een bedrijf dat is gericht op het telen van fruit;

1.33

gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

5

1.34

gebruiksgerichte paardenhouderij een bedrijf dat hoofdzakelijk is gericht op het beleren en trainen van paarden door het bedrijf zelf, het bieden van pensionstalling en/of een kunstmatig inseminatie bedrijf voor paarden of pony's, niet zijnde een manege;

1.35

geïntegreerd bijbehorend bouwwerk bijbehorend bouwwerk dat geheel binnen de architectuur van de woning is opgenomen en niet bouwkundig kan worden afgezonderd;

1.36

groepsaccommodatie een (deel van) een gebouw dat blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers en waarin een dagverblijf beschikbaar is waarin de gasten mede huishoudelijke werkzaamheden kunnen verrichten;

1.37

hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is;

1.38

houtteelt de bedrijfsmatige uitoefening van uitsluitend de functie houtproductie op gronden die in principe hiervoor tijdelijk worden gebruikt en waarvoor daartoe ontheffing is verleend van de melding en herplantplicht ex artikel 4.2 en 4.3 van de Wet Natuurbescherming;

1.39

huishouden een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen die binnen een complex van ruimten gebruik maken van dezelfde voorzieningen, zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree;

1.40

inwoning twee huishoudens in een woning waarbij er sprake is van een hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft en waarbij er sprake blijft van één aansluiting op de nutsvoorzieningen;

1.41

kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel zijnde en prostitutie, dat in of bij een woonhuis of de bedrijfswoning wordt uitgeoefend door de gebruiker, en waarvan de omvang zodanig is, dat het woonhuis of de bedrijfswoning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is;

1.42

landschappelijke inpassing inpassing in het omringende landschap door bij de situering in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen;

6

1.43

landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied;

1.44

manege een bedrijf met een publieksgericht karakter, dat is gericht op het bieden van gelegenheid tot het stallen van paarden/pony's en/of het berijden van paarden/pony's, waaronder begrepen lesgeven, verhuur en het houden van wedstrijden en/of andere hippische evenementen;

1.45

mantelzorg intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;

1.46

mantelzorgunit een tijdelijk bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg;

1.47

natuurlijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de geologische, geomorfologsiche, bodemkundige en/of biologische elementen, voorkomend in dat gebied;

1.48

normaal agrarisch gebruik het regulier gebruik dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden;

1.49

normaal bosbeheer het onderhoud en beheer, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede instandhouding van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van de bosgebieden en landgoederen;

1.50

normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming;

1.51

paardenbak een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen;

1.52

peil a voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw;

7

c indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijke niveau ten opzichte van Nieuw Amsterdams Peil; d indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil; 1.53

prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding;

1.54

recreatief verblijf de overnachting die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie (dus niet als hoofdverblijf);

1.55

recreatiewoning een gebouw dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.56

schuilstal Een schuilstal is een bouwwerk dat een dier de gelegenheid biedt te schuilen tegen weersinvloeden, waarbij het dier vrij in en uit kan lopen;

1.57

seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar;

1.58

stacaravan een gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf en dat binnen 24 uur demontabel is. De stacaravan mag niet zijn/worden opgebouwd uit steenachtige materialen;

1.59

teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven bij plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: − verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; − verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; − het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); of − het voorkomen van schade door vorst;

1.60

trekkershut een kleinschalig gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en inrichting is bedoeld voor kortdurend recreatief nachtverblijf en niet is opgebouwd uit steenachtige materialen met uitzondering van fundering;

8

1.61

veldschuur een vrij in het open veld staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, en/of de opslag van agrarische producten of agrarische werktuigen;

1.62

verbeelding/plankaart a de digitale verbeelding van het bestemmingsplan Elspeet, Oude Hof 25-27; b de analoge (papieren) kaart van het bestemmingsplan Elspeet, Oude Hof 25-27 met legenda en tekeningnummer NL.IMRO.0302.BP01193-ow01;

1.63

voorgevel de naar de op de verbeelding aangegeven gevellijn gekeerde gevel van een woning;

1.64

wijziging een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening;

1.65

woning een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden;

1.66

woonhuis een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat.

Artikel 2

Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1 2.1.1

Gebouwen en bouwwerken De breedte van een gebouw: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren.

2.1.2

De dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak.

2.1.3

De goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Wolfseinden worden hieronder niet begrepen.

2.1.4

De bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.1.5

De inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

9

2.1.6

2.2

De oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bouwonderdelen zoals goten, dakoverstekken en in dakoverstekken geïntegreerde goten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen met een oversteek van meer dan 75 cm worden in de oppervlakte meeberekend. Maatvoering Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a voor lengten in meters (m); b voor oppervlakten in vierkante meters (m2); c voor inhoudsmaten in kubieke meters (m3); d voor verhoudingen in procenten (%); e voor hoeken/hellingen in graden (º).

10

2 Artikel 3

Bestemmingsregels Agrarisch

3.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a de uitoefening van het agrarisch bedrijf; b het weiden van vee, anders dan in het kader van de uitoefening van het agrarisch bedrijf; c bos- en/of natuurelementen met een oppervlakte van minder dan 2 hectare; d bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden, toegangswegen; e voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbanen of siervijvers; f teeltondersteunende voorzieningen; g het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde van de gronden; met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en andere werken.

3.2

Bouwregels Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

3.2.1

Gebouwen Er mogen geen gebouwen worden gebouwd.

3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt de volgende regel: a de bouwhoogte van teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer dan 0,3 m bedragen; b de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 1,5 m bedragen.

3.3 3.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijking nieuwe schuilgelegenheden Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.1 in die zin dat nieuwe schuilgelegenheden voor het bieden van schuilgelegenheid voor vee worden gebouwd, met dien verstande dat: a het gaat om de huisvesting van hobbymatig te houden dieren; b is aangetoond dat de schuilgelegenheid noodzakelijk en doelmatig is in het kader van dierenwelzijn; c de schuilgelegenheid een oppervlakte van niet meer dan 30 m2 mag hebben; d de omvang van het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gebouwd niet minder bedraagt dan 2.000 m2 en als zodanig in gebruik is bij de aanvrager; e het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gebouwd niet grenst aan het huisperceel van de aanvrager; f het huisperceel waarop door de aanvrager wordt gewoond niet meer dan één schuilgelegenheid mag worden gebouwd;

11

g aanvrager woont niet in de buurt van het weiland waar het vee loopt/graast waardoor er niet aangehaakt kan worden bij bestaande bebouwing en er een behoefte bestaat aan een solitaire stal; h de schuilgelegenheid aan de rand of in een hoek van het perceel wordt gesitueerd en waar mogelijk aansluitend bij bestaande houtopstanden; i de schuilgelegenheid landschappelijk wordt ingepast; j ten minste tweederde van één zijde van de schuilgelegenheid open moet zijn; k de bouw van een schuilgelegenheid binnen een gebied met de dubbelbestemming 'Waarde - Randmeerkust' of ‘Waarde - Oude bouwlanden enclaves' slechts is toegestaan, indien de waarde van het gebied conform de criteria uit bijlage 5 niet of slechts gering wordt aangetast, wat blijkt uit een door een bij de waarden van het gebied passende locatie hetzij uit een goede landschappelijke inpassing; l als niet wordt voldaan of niet kan worden voldaan aan lid g en/of h, dan is de bouw van een schuilgelegenheid slechts toegestaan indien wordt voldaan aan de criteria zoals genoemd in bijlage 5; m de goothoogte niet meer bedraagt dan 2 m; n de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m; o de volgende bouwmaterialen worden gebruikt: gepotdekselde houten gevelbekleding in een gedekte kleur, schuine afdekking met een dakbedekking van bitumen singels, leitjes of donkere dakpannen; p geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke,

landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 3.3.2

Afwijking afrasteringen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.2 onder b ten behoeve van de bouw van afrasteringen met een bouwhoogte van niet meer dan 2 m ter voorkoming van wildschade, met dien verstande dat: − geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

3.3.3

Opwekking zonne-energie Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.2 onder b ten behoeve van de bouw van zonnepanelen en de bijbehorende constructies en installaties met een bouwhoogte van niet meer dan 4 m op of boven het maaiveld, met dien verstande dat: a de bouwwerken landschappelijk worden ingepast; b geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en cultuurhistorische waarden; c bij aanvragen in de directe nabijheid van de Natura 2000-gebieden Veluwe en Veluwerandmeren, kan alleen een omgevingsvergunning worden verleend als aangetoond is dat er geen significant negatieve effecten op de wettelijke instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden zullen optreden.

3.4 3.4.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden;

12

b het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor opslag; c het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor verharding, anders dan bedoeld in lid 3.1 onder d, met uitzondering van koepaden met een oppervlakte van niet meer dan 200 m2; d het aanleggen en/of bouwen van kuilvoerplaten, sleufsilo's en voorzieningen ten behoeve van de opslag van mest en/of voer; e het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak; f het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de opwekking van zonne-energie. 3.5 3.5.1

Afwijken van de gebruiksregels Afwijking wandel-, fiets- en ruiterpaden Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van 3.4.1 onder c ten behoeve van de aanleg van nieuwe wandel-, fiets- en/of ruiterpaden dan wel het wijzigen van de tracees van bestaande wandel-, fiets- en/of ruiterpaden, met dien verstande dat: a de afwijking uitsluitend wordt toegepast voor de aanleg van nieuwe paden en/of het verleggen van bestaande paden ten behoeve van de verbetering van natuurwaarden vanuit beheerinrichting; b geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

3.5.2

Afwijking koepaden Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van 3.4.1 onder c ten behoeve van het vergroten van koepaden tot een oppervlakte groten dan 200 m2, mits: a de oppervlakte noodzakelijk is voor een goed agrarisch gebruik; b geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

3.5.3

Afwijking paardenbak Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.4.1 onder e ten behoeve van het gebruik en de bouw van 1 paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik, met dien verstande dat: a de paardenbak moet zijn gesitueerd bij een woonhuis of bedrijfswoning gelegen binnen een bestemmingsvlak, waarbij geldt dat de paardenbak voor niet minder dan 20% moet zijn gelegen in het bestemmingsvlak waarin het woonhuis of de bedrijfswoning is gelegen en niet meer dan 80% is gelegen binnen de bestemming ‘Agrarisch’; b deze afwijking uitsluitend wordt toegepast in combinatie en qua criteria passend met de afwijking voor de aanleg van een paardenbak binnen de van toepassing zijnde bestemming; c geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

13

3.5.4

Afwijking zonne-energie Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.4.1 onder f ten behoeve van het gebruik van gronden voor de opwekking van zonne-energie, met dien verstande dat: a deze afwijking uitsluitend in combinatie met de afwijking genoemd in 3.3.3 wordt toegepast.

3.5.5

Afwijking paardenbak buiten het bestemmingsvlak Met een omgevingsvergunning kan, indien er een goede landschappelijke inpassing mogelijk is, worden afgeweken van het bepaalde in 3.4.1 onder e ten behoeve van het gebruik en de bouw van 1 paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik buiten het bestemmingsvlak, met dien verstande dat: a het niet mogelijk is de paardenbak binnen het bestemmingsvlak te situeren overeenkomstig het bepaalde in 3.5.3 of gemotiveerd wordt waarom de paardenbak binnen het bestemmingsvlak niet wenselijk is; b de oppervlakte van de paardenbak niet meer mag bedragen dan 1200 m2; c de afstand tot een andere woning: 1 niet minder dan 50 meter mag bedragen, indien palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; 2 niet minder dan 30 meter mag bedragen, indien geen palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; d daarbij tevens de bouw van lichtmasten kan worden toegestaan tot een bouwhoogte van niet meer dan 6 meter indien op niet minder dan 50 meter een andere woning is gesitueerd; e de paardenbak landschappelijk wordt ingepast middels een landschappelijk inpassingsplan; f geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

3.6 3.6.1

Wijzigingsbevoegdheid Wijziging naar natuur Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen ten behoeve van het wijzigen van de bestemming ‘Agrarisch’ in de bestemming 'Natuur - Landschap' ten behoeve van natuurontwikkeling in het kader van de ecologische hoofdstructuur, met dien verstande dat: a het een aaneengesloten gebied van niet minder dan 2 ha betreft; b de natuurbestemming niet mag leiden tot beperkingen voor agrarische bedrijven en op aangrenzende landbouwgronden; c geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

14

Artikel 4

Natuur - Landschap

4.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a bos, houtwallen, solitaire bomen, heide, zandverstuivingen, vennen en houtproductie; b natuurlijk beheerde graslanden; c het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde; d bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden; e voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; f voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische overstappunten; met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en terreinen.

4.2

Bouwregels Op de voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

4.2.1

Gebouwen Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat bestaande gebouwen mogen worden gehandhaafd met de bestaande omvang.

4.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m mag bedragen.

4.3 4.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijking onderhouds- en beheersgebouwen en jacht- en vogelkijkhutten Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.2.1 ten behoeve van onderhouds- en beheersgebouwen en jacht- en vogelkijkhutten, met dien verstande dat: a de oppervlakte niet meer bedraagt dan 40 m2; b de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m; c geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

4.3.2

Afwijking veldschuren ten behoeve van een schaapskooi Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.2.1 ten behoeve van de bouw van veldschuren ten behoeve van een schaapskooi, met dien verstande dat: a de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 400 m2; b de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 8 m; c geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

15

4.4 4.4.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van: − de aanleg van nieuwe wandel-, fiets- en ruiterpaden.

4.5 4.5.1

Afwijken van de gebruiksregels Afwijking wandel-, fiets- en/of ruiterpaden Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.4.1 in die zin dat nieuwe wandel-, fiets- en/of ruiterpaden worden aangelegd dan wel de tracees van bestaande wandel-, fiets- en/of ruiterpaden worden gewijzigd, met dien verstande dat: a de afwijking uitsluitend wordt toegepast voor de aanleg van nieuwe paden en/of het verleggen van bestaande paden; b geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

4.6

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningsplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a het verwijderen van landschaps- en/of natuurelementen; b het vergraven en egaliseren van gronden; c de wijziging van de waterhuishouding of van waterstanden beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; d het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en het aanleggen van oppervlakteverhardingen; e het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; f het aanleggen van nieuwe waterlopen en het vergraven, verbreden en dempen van bestaande waterlopen en vennen; g het ophogen van gronden en aanleggen van geluid- en/of grondwallen; h het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; i het vellen of rooien van houtopstanden, houtwallen, singels, bomenrijen, boomgroepen en bos.

4.6.1

4.6.2

Uitzondering Het bepaalde in 4.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die; a normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen en/of passen in een normale exploitatie van het bosgebied door bosbedrijven die geregistreerd zijn bij het Bosschap. Onder normale exploitatie wordt in ieder geval verstaan: onderhoud, beheer en exploitatie, voor zover voortvloeiende uit verplichtingen op grond van de Wet Natuurbescherming of omschreven in aanwezig beheerplan voortvloeiende uit de Wet Natuurbescherming; b worden uitgevoerd krachtens een vastgesteld beheersplan.

16

4.6.3

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden als bedoeld in 4.6.1 kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden van de gronden.

17

Artikel 5

Wonen

5.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a het wonen in een woning of een woonhuis al dan niet in combinatie met een aanhuis-verbonden beroep en/of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; b mestopslag, ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen - mestopslag’; c de gronden zijn mede bestemd voor landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting; met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken, tuinen en erven.

5.2

Bouwregels Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd.

5.2.1

Hoofdgebouwen Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b per bouwvlak mag niet meer dan één woonhuis worden gebouwd, tenzij ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' in welk geval het aantal te bouwen woonhuizen niet meer of minder mag bedragen dan het aangegeven aantal; c ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden' moeten woonhuizen aaneen worden gebouwd; d de afstand van een woonhuis ten opzichte van de weg zal ten minste de bestaande afstand bedragen; e de oppervlakte van een woonhuis mag niet meer dan 120 m2 bedragen Indien de bestaande oppervlakte groter is dan 120 m2 mag de oppervlakte van een woonhuis (inclusief, indien van toepassing, niet woongedeelten binnen het oorspronkelijke boerderijpand) ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen; f de goothoogte mag niet meer dan 6 m bedragen, tenzij: 1 de bestaande goothoogte hoger is, in welk geval de goothoogte ten hoogste de bestaande goothoogte mag bedragen; 2 ter plaatse de aanduiding ‘maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden’ is opgenomen, in welk geval de goothoogte ten hoogste 3 m mag bedragen; g de bouwhoogte mag niet meer dan 9 m bedragen, tenzij: 1 de bestaande bouwhoogte hoger is, in welk geval de bouwhoogte ten hoogste de bestaande bouwhoogte mag bedragen;

2 ter plaatse de aanduiding ‘maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden’ is opgenomen, in welk geval de bouwhoogte ten hoogste 8 m mag bedragen; h de dakhelling mag niet minder dan 15° bedragen; i kelders mogen uitsluitend worden gerealiseerd loodrecht onder het woonhuis, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, tot een diepte van niet meer dan 3,50 m; j de afstand tot de bouwperceelgrens moet ten minste 3 m bedragen.

18

5.2.2

Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk bij een woning gelden de volgende regels: a Een bijbehorend bouwwerk moet worden gesitueerd op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het woonhuis, tenzij: 1 de bestaande afstand minder bedraagt, in welk geval de afstand tenminste de bestaande afstand mag bedragen; 2 sprake is van een geïntegreerd bijbehorend bouwwerk; b een vrijstaand bijbehorend bouwwerk moet worden gesitueerd op een afstand van ten hoogste 25 m van het dichtstbijzijnde punt van het woonhuis, met uitzondering van bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)'; c de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per woning niet meer bedragen dan 110 m2.

Waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum oppervlakte bijgebouwen (m2)' de daar genoemde maximale oppervlakte is toegestaan; d de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,50 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte hoger is, in welk geval de goothoogte ten hoogste de bestaande goothoogte mag bedragen; e de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 6 m bedragen, tenzij de bestaande bouwhoogte hoger is, in welk geval de bouwhoogte ten hoogste de bestaande bouwhoogte mag bedragen; f de afstand tot de bouwperceelgrens moet ten minste 3 m bedragen; g vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen niet worden voorzien van een kelder.

5.2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1,5 m bedragen; b in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen.

5.3 5.3.1

Afwijken van de bouwregels Afwijking afstand woonhuis tot de weg Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 onder d in die zin dat een woonhuis dichter naar de weg wordt gebouwd, met dien verstande dat: a dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is; b voor zover het geluidgevoelige functies betreft, wordt gebouwd met inachtneming van het bepaalde in Artikel 11 Algemene bouwregels; c geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

19

5.3.2

Afwijking oppervlakte woonhuis bij nieuwbouw of verbouw Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 onder e in die zin dat de oppervlakte van een woonhuis niet meer dan 140 m2 mag bedragen, met dien verstande dat: a het boerderijvormen betreft met cultuurhistorische en/of architectonische waarde en een lage goot- en bouwhoogte; b de vergroting van de oppervlakte bijdraagt aan de cultuurhistorische waarde; c geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld en de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

5.3.3

Afwijking oppervlakte woonhuis ten behoeve van inwoning Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 onder e in die zin dat de oppervlakte van een woning niet meer dan 140 m2 mag bedragen, met dien verstande dat de uitbreiding plaatsvindt ten behoeve van inwoning waarvoor afwijking is of wordt verleend als bedoeld in 5.5.6.

5.3.4

Afwijking bouw erkers en serres Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 onder e in die zin dat de oppervlakte van een woonhuis wordt vergroot ten behoeve van de bouw van erkers of serres, met dien verstande dat de oppervlakte van een erker of een serre niet meer bedraagt dan 12 m2.

5.3.5

Afwijking goothoogte bij waardevol pand Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende goothoogte indien deze bijdraagt aan de historische, cultuurhistorische en/of architectonische waarde, met dien verstande dat de goothoogte niet meer zal bedragen dan 6m en de afwijking in ondergeschikte mate voor delen van het gebouw wordt toegepast.

5.3.6

Afwijking bouwhoogte woonhuis Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 onder g in die zin dat de bouwhoogte van een woonhuis wordt vergroot tot niet meer dan 10 m, met dien verstande dat: − geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.3.7

Afwijking dakvorm Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 onder h ten behoeve van een afwijkende dakvorm, met dien verstande dat het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast.

5.3.8

Afwijking afstand bijbehorend bouwwerk tot voorgevel woonhuis Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.2 onder a in die zin dat een bijbehorend bouwwerk op minder dan 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel vóór de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd, met dien verstande dat: a dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is; b geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

20

5.3.9

Afwijking afstand vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot woonhuis Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.2 onder b in die zin dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd op een afstand van meer dan 25 m vanaf het dichtstbijzijnde punt van het woonhuis, met dien verstande dat: a er binnen de afstand van 25 m redelijkerwijs geen ruimte aanwezig is voor de bouw van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk; b geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie, het bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

5.3.10

Afwijking afstand tot bouwperceelgrens Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 onder j en 5.2.2 onder f in die zin dat de afstand van een gebouw tot de bouwperceelgrens minder bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

5.3.11

Afwijking vergroten woonruimte Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.1 en 5.2.2 ten behoeve van het vergroten van de woonruimte met behoud van de waarde van het kleine woonhuis, afgeweken wordt van de vereiste ondergeschiktheid van bijbehorende bouwwerken qua afmetingen aan het hoofdgebouw, mits: a er sprake is van een architectonisch hoogwaardig bouwplan waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de waarden van het kleine woonhuis; b de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken ten hoogste 200 m2 zal bedragen; c de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk ten hoogste 4,50 m zal bedragen; d de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk ten hoogste 9,00 m zal bedragen; e geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

5.3.12

Afwijken aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan een woonhuis Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.2.2 onder c ten behoeve van het vergroten van een woonhuis dat kleiner is dan 120 m2 door middel vaneen aangebouwd bijbehorend bouwwerk, mits: a het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk wordt gebruikt voor de uitbreiding van een primaire woonfunctie (uitbreiding woonkamer, keuken, badkamer of slaapkamer); b het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk ten hoogste 25 m2 bedraagt; c de gezamenlijke oppervlakte van het woonhuis en het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk niet meer bedraagt dan de in 5.2.1 onder e genoemde maximale oppervlakte; d de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken als bedoeld in 5.2.2 onder c al volledig is benut; e de goothoogte van het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk ten hoogste 3,5 m zal bedragen;

21

f

de bouwhoogte van het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk ten hoogste 7,5 m zal bedragen; g geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.4 5.4.1

Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van een grondwal; b het gebruiken of laten gebruiken van een woonhuis en de daarbij behorende bouwwerken voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, met dien verstande dat dit is toegestaan indien: 1 ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het woonhuis met de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, mits deze gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m2; 2 de uitstraling als woning intact blijft; 3 het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; 4 het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; 5 geen detailhandel wordt uitgeoefend; 6 geen sprake is van reclame-uitingen en buitenopslag; c het gebruiken of laten gebruiken van een woonhuis voor meer dan één woning; d het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak; e het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van bewoning; f het gebruiken of laten gebruiken van gronden en

bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden; g het gebruiken of laten gebruiken van een woonhuis ten behoeve van een extra huishouden; h het gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van bewoning van bijbehorende bouwwerken - die al dan niet omgevingsvergunningvrij zijn gerealiseerd - waarin de bewoning in verband met mantelzorg niet binnen drie maanden is beëindigd; i het gebruiken of laten gebruiken van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' voor de bouw van woningen en bijbehorende bouwwerken indien landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 2 niet is gerealiseerd en in stand wordt gehouden; j het gebruiken of laten gebruiken van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 1' voor de bouw van woningen en bijbehorende bouwwerken indien de bestaande voormalige agrarische bebouwing aan de Krommeweg 16 in Nunspeet en de Oude Hof 25-27 in Elspeet, zoals opgenomen in bijlage 4 ‘Overzicht te slopen voormalige agrarische schuren’, niet gesloopt is; k het gebruiken of laten gebruiken van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - voorwaardelijke verplichting 2' voor de bouw van woningen en bijbehorende bouwwerken indien landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 3 niet is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.

22

5.5 5.5.1

Afwijken van de gebruiksregels Afwijking aanleg grondwallen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.1 onder a voor de aanleg van grondwallen met een hoogte van niet meer dan 4,50 m, met dien verstande dat: a de gronden zijn gelegen binnen 200 m van de Rijksweg A28 en de spoorlijn Zwolle-Harderwijk; b geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden.

5.5.2

Afwijking woningsplitsing Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.1 onder c in die zin dat twee woningen in 1 woonhuis worden gevestigd (woningsplitsing), met dien verstande dat: a de inhoud van de twee woningen tezamen niet minder dan 700 m 3 bedraagt; b de woningsplitsing uit milieu-oogpunt toelaatbaar is, waaronder begrepen geluid en externe veiligheid; c door de woningsplitsing de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden niet onevenredig worden geschaad; d de afwijkingsbevoegdheid passend is in het geldende woningbouwbeleid; e geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

5.5.3

Afwijking paardenbak Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.1 onder d ten behoeve van het gebruik en de bouw van 1 paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik, met dien verstande dat: a de paardenbak moet zijn gesitueerd bij een woning, waarbij geldt dat de paardenbak voor niet minder dan 20% moet zijn gelegen in het bestemmingsvlak waarin de woning is gelegen. In geval een deel van de paardenbak buiten het bestemmingsvlak waarin de woning is gelegen wordt aangelegd, de afwijking wordt toegepast in combinatie met de afwijking opgenomen onder 3.5.3; b de paardenbak moet zijn gesitueerd achter de voorgevel van de woning; c de oppervlakte van de paardenbak niet meer mag bedragen dan 800 m 2; d daarbij tevens de bouw van lichtmasten kan worden toegestaan tot een bouwhoogte van niet meer dan 6 m; e de afstand tot een andere woning: 1 niet minder dan 50 m mag bedragen, indien palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; 2 niet minder dan 30 m mag bedragen, indien geen palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; f palen en masten ten behoeve van de paardenbak niet zijn toegestaan buiten het bestemmingsvlak; g geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

23

5.5.4

Afwijking mantelzorg Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.1 onder e ten behoeve van mantelzorg in een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een aparte unit bij een woning, met dien verstande dat: a de zorgbehoefte objectief aannemelijk is gemaakt; b verzekerd is dat na beëindiging van de mantelzorg het bijbehorend bouwwerk ongeschikt wordt gemaakt voor bewoning ten behoeve waarvan een overeenkomst wordt gesloten; c geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.

5.5.5

Afwijking bed & breakfast Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.1 onder f ten behoeve van bed & breakfast, met dien verstande dat: a bed & breakfast uitsluitend mag plaatsvinden in een legaal aanwezige woning, waarbij geldt dat ook de deel van een (voormalige) boerderij wordt geacht deel uit te maken van de woning; b de gezamenlijke oppervlakte voor bed & breakfast niet meer mag bedragen dan 40% van de gebruiksoppervlakte van de woning en tevens niet meer dan 120 m 2, waarbij onder de oppervlakte voor bed & breakfast worden begrepen: 1 slaapkamers; 2 bad-, douche- en toiletruimten, die niet gedeeld worden met bewoners; 3 een gemeenschappelijke ruimte van niet meer dan 30 m2; c niet meer dan vier slaapkamers met elk maximaal twee bedden (exclusief kinderbedjes) zijn toegestaan; d een kookvoorziening niet is toegestaan; e parkeervoorzieningen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd, waarbij geldt dat het aantal parkeerplaatsen ten minste gelijk dient te zijn aan het aantal slaapkamers dat voor bed & breakfast wordt aangewend; f bed & breakfast uitsluitend mag worden geëxploiteerd door de bewoner(s) van de woning; g geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, het straatbeeld, de verkeerssituatie, de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende

gronden.

5.5.6

Afwijking inwoning Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 5.4.1 onder g in die zin dat een woonhuis wordt gebruikt voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning, met dien verstande dat: a deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van één extra huishouden van één of twee personen; b de vloeroppervlakte van het inwoondeel niet meer dan 60 m 2 mag bedragen; c de inwoning wordt gerealiseerd op de begane grond waarbij minimaal 30 m 2 in het architectonische hoofdgebouw wordt gerealiseerd.

24

5.6 5.6.1

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningsplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: − het vellen of rooien van houtopstanden, houtwallen, singels, bomenrijen, boomgroepen en bos, voor zover dat in de Bomenverordening 2016 is bepaald.

5.6.2

Uitzondering Het bepaalde in 5.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die; a normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen; b worden uitgevoerd krachtens een vastgesteld beheersplan.

5.6.3

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden als bedoeld in 5.6.1 kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting.

25

Artikel 6

Waarde - Archeologie 2

6.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.

6.2 6.2.1

Bouwregels Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord.

6.2.2

Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 6.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; b de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie.

6.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b het verlagen van het waterpeil; c het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

6.3.1

26

6.3.2

Uitzondering Het bepaalde in 6.3.1 is niet van toepassing indien: a de werken of werkzaamheden worden verricht op of in gronden onder bestaande gebouwen dan wel op of in gronden die 5 m rondom bestaande gebouwen zijn gelegen; b op basis van archeologisch onderzoek naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1 geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel 2 de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel 3 de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord; dan wel c op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3 de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie.

d het werken betreft op een geringere diepte dan 0,50 m onder maaiveld; e het werken betreft op een groter diepte dan 0,50 m onder maaiveld maar met een kleiner oppervlakte dan 2.500 m2.

27

Artikel 7

Waarde - Archeologie 3

7.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.

7.2 7.2.1

Bouwregels Omgevingsvergunning voor het bouwen Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord.

7.2.2

Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in lid 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; b de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie.

7.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b het verlagen van het waterpeil; c het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur.

7.3.1

28

7.3.2

Uitzondering Het bepaalde in 7.3.1 is niet van toepassing indien: a de werken of werkzaamheden worden verricht op of in gronden onder bestaande gebouwen dan wel op of in gronden die 5 m rondom bestaande gebouwen zijn gelegen; b op basis van archeologisch onderzoek naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1 geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel 2 de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel 3 de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord; dan wel c op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1 de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2 de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3 de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie.

d het werken betreft op een geringere diepte dan 0,50 m onder maaiveld; e het werken betreft op een groter diepte dan 0,50 m onder maaiveld maar met een kleiner oppervlakte dan 2.500 m2.

29

Artikel 8

Waarde - Oude bouwlanden enclaves

8.1

Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Oude bouwlanden enclaves' aangewezen gronden, zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in het reliëf en de morfologie, de openheid en de bestaande houtwallenstructuur en zoals deze zijn vastgelegd in bijlage 5.

8.2

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Vergunningsplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a het vergraven en egaliseren van gronden; b het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en het aanleggen van oppervlakteverhardingen; c het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; d het aanleggen van nieuwe waterlopen en het vergraven, verbreden en dempen van bestaande waterlopen en vennen; e het ophogen van gronden; f het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder begrepen het kweken en telen van bomen, struiken en heesters; g het vellen of rooien van houtopstanden, houtwallen, singels, bomenrijen, boomgroepen en bos.

8.2.1

8.2.2

Uitzondering Het bepaalde in 8.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen.

8.2.3

Toetsingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, zoals mede omschreven in bijlage 5, welke bijlage deel uitmaakt van dit toetsingskader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11532284/1