AP 6j. Bijlage Rapportage tussenmeting programma duurzaamheid Nunspeet
Tekst van het document
Tussenmeting duurzaamheid Gemeente Nunspeet December 2021 ………………………………..
Inhoudsopgave 1.
Aanleiding en context
3
2.
Inzicht in de huidige situatie
5
3.
Toekomstbeeld energietransitie
9
4.
Circulaire Economie
19
5.
Klimaatadaptatie en biodiversiteit
20
6.
Invloed van gemeente en keuzerichtingen
23
7.
Aanbevelingen
28
Bijlage 1 – Overzicht tussenmeting per pijler
29
Bijlage 2 Toelichting op de energiemix
36
Bijlage 3 Toelichting op het Energietransitie Model (ETM)
37
Bijlage 4 Toelichting eenheden
38
2
1. Aanleiding en context De gemeente Nunspeet werkt actief aan het verduurzamen van het energiesysteem en de transitie naar een circulaire en klimaatadaptieve gemeente. Daarvoor zijn in 2016 verschillende ambities vastgesteld en is in 2020 het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2020 – 2025 opgesteld. Vanuit dit programma zijn de afgelopen jaren verschillende onderzoeken en projecten uitgevoerd. Nu is het moment om te bekijken in hoeverre die acties zijn uitgevoerd en of de gemeente op koers ligt om de ambities te behalen. Deze tussenmeting geeft een overzicht van de projecten uit het uitvoeringsprogramma en de stand van zaken daarvan. Op basis van deze inzichten bepalen we de huidige koers van de gemeente. Vragen die we beantwoorden zijn onder andere: wat zijn de (on)mogelijkheden van het behalen van de gestelde ambities uit het programma? Waar staat de gemeente nu wat betreft emissiereductie en voortgang op verschillende thema’s en wat is de komende jaren haalbaar? En wat zijn de kansen en mogelijke ambities op het gebied van de circulaire economie en concrete vervolgstappen wat betreft klimaatadaptatie? In dit eerste hoofdstuk gaan we kort in op de opbouw van het programma, de relevante ambities en indicatoren die een rol spelen bij de tussenmeting.
Vervolgens gaan we in de volgende onderdelen in op de concrete stappen die de gemeente al heeft gezet richting een CO2 neutraal Nunspeet in 2050, brengen we in beeld of de gemeente op koers ligt om de ambitie te halen, bespreken we mogelijke beleidsstappen in drie toekomstscenario’s en sluiten we af met aanbevelingen voor het vervolg. Het uiteindelijke doel van dit traject is dat er voldoende inzicht is bij de ambtelijke organisatie, college van B&W en gemeenteraad, zodat er afspraken gemaakt kunnen worden waar het college van B&W en de werkorganisatie de komende jaren binnen het programma Duurzaamheid de focus op dienen te leggen.
Duurzaamheidsprogramma, ambities en indicatoren Het duurzaamheidsprogramma is opgebouwd uit 6 pijlers zoals hieronder weergegeven. Voor elk van deze pijlers zijn projecten gedefinieerd die bijdragen aan het behalen van de gestelde ambities die aan de linkerkant zijn weergegeven voor verschillende jaartallen. Deze ambities beginnen bij de gemeentelijke organisatie en worden steeds breder tot ze de hele gemeente omvatten. In eerste instantie zijn de ambities met name gericht op het energiesysteem en bijbehorende CO2 emissies. Daarmee zijn ze gerelateerd aan de vier pijlers: energietransitie, energiebesparing, energie opwek en groene mobiliteit. Voor de pijler Circulariteit is in het programma Duurzaamheid de volgende ambitie beschreven “De gemeente Nunspeet zet in op een transitie naar een circulaire economie waarbij afval niet langer afval is, maar grondstof voor nieuwe producten.” Voor de pijler Klimaatadaptatie en Biodiversiteit is in het programma Duurzaamheid destijds de volgende ambitie uit de Hemelwatervisie (2016) gebruikt voor het onderdeel ‘wateroverlast en riolering’ “De gemeente streeft naar ‘een robuuste, duurzame en veilige leefomgeving waarin geen schade meer optreedt uit wateroverlast’.”
3
In deze tussenmeting gaan we ook in op passende indicatoren om de transitie naar een duurzame, circulaire en klimaatadaptieve gemeente te monitoren. In 2020 zijn er al verschillende indicatoren vastgesteld met de raadswerkgroep indicatoren waarop de voortgang van het programma bijgehouden kan worden: 1. 2. 3. 4. 5.
Voorbeeldrol gemeente: % CO2 reductie gemeentelijke organisatie CO2 reductie: % CO2 reductie Klimaatadaptatie: Wateroverlast Biodiversiteit: Soortenrijkdom Circulariteit: aantal kg afval per inwoner (doel: 100 kg per inwoner per jaar in 2025)
Werkwijze tussenmeting Om de huidige stand van zaken goed in beeld te brengen zijn voor elke pijler in het programma gesprekken gevoerd met beleidsmedewerkers en de programma coördinator, zijn beleidsdocumenten en beschikbare gegevens vanuit de organisatie geanalyseerd en is gebruik gemaakt van openbare data op het gebied van energie en emissies. Voor analyse van de huidige situatie, toekomstscenario’s en de vergelijking met de gestelde ambities hanteren we de volgende uitgangspunten. Ambities op het gebied van CO2 emissies worden net als landelijke en internationale doelstellingen vergeleken met emissies in het jaar 1990. Voor de huidige situatie gebruiken we het meest recente jaar waarvoor energie- en emissiedata beschikbaar is: 2019. Toekomstscenario’s modelleren we op basis van dit startpunt. Met beschikbare kennis over trends en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid, en de ingebrachte kennis en richting vanuit beleid vanuit de ambtelijke organisatie is bepaald hoe de Gemeente Nunspeet zich de komende jaren op het gebied van duurzaamheid kan ontwikkelen. Leeswijzer In deze rapportage vindt u de volgende onderdelen per hoofdstuk terug: • Hoofdstuk 2 gaat in op de stand van zaken van het uitvoeringsprogramma duurzaamheid per pijler: hoe zijn de projecten uitgevoerd.
• Hoofdstuk 3 gaat specifiek in op de ambities gerelateerd aan CO2 reductie en het toekomstbeeld van de vier programmapijlers die te maken hebben met de energietransitie. Hier gaan we ook in op de koers van de gemeente om gestelde ambities te halen. • Hoofdstuk 4 benoemt de vervolgstappen en kansen voor de pijler circulaire economie. • Hoofdstuk 5 gaat dieper in op de pijler klimaatadaptatie en biodiversiteit, ten aanzien van het opgestelde klimaatadaptatieplan en indicatoren die gebruikt kunnen worden om vooruitgang te monitoren. • Hoofdstuk 6 gaat in op de invloed en rol van de gemeente in de transitie naar een duurzame gemeente en de keuzes die gemaakt kunnen worden ten aanzien van de ambities. • Hoofdstuk 7 geeft weer wat de aanbevelingen voor het vervolg zijn op basis van de resultaten uit deze rapportage.
4
2. Inzicht in de huidige situatie 2.1. Inleiding hoofdstuk In dit hoofdstuk evalueren we de stand van zaken van alle pijlers los van elkaar. Per pijler volgt een korte conclusie van de resultaten van de afgelopen periode sinds de vaststelling van het programma duurzaamheid in 2020. In de bijlage is een totaaltabel opgenomen met de status van projecten zoals deze zijn beschreven in het duurzaamheidsprogramma uit 2020 (per pijler).
2.2. Status uitvoering duurzaamheidsprogramma en methodologie Per pijler is de status geëvalueerd. Inzicht in de eerste vier pijlers die energie gerelateerd zijn is verkregen uit zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens. Op basis van beschikbare gegevens vanuit openbare bronnen (bijvoorbeeld klimaatmonitor), gegevens vanuit de gemeentelijke organisatie en gesprekken met beleidsmedewerkers is de huidige situatie in beeld gebracht met indicatoren op het gebied van energie en CO2. Hierbij wordt aandacht besteed aan het documenteren van bronnen en argumentatie voor bepaalde indicatoren, die in het vervolg gebruikt kunnen worden bij het opstellen van een aanpak voor monitoring. Inzicht in de pijlers Circulaire Economie en Klimaatadaptatie is met name op basis van kwalitatieve gegevens verkregen. Voor de circulaire economie is de voortgang op afgesproken acties besproken in interviews. Wat betreft de pijler Klimaatadaptatie en biodiversiteit is gekeken naar bekende prestatie-indicatoren uit de Hemelwatervisie en stresstesten, en met name indicatoren gericht op wateroverlast.
2.3. Pijler 1 – Energietransitie Vanuit de pijler energietransitie wordt naar het energie vraagstuk gekeken in de breedste zin. Er is een duidelijke samenhang met energiebesparing en opwek, daarom worden deze pijlers binnen het programma ook niet als losstaande onderdelen behandeld. De acties die in het programma benoemd zijn voor de pijler energietransitie zijn voor een deel al uitgevoerd; zoals het vaststellen van de Transitievisie Warmte en de RES 1.0 Noord-Veluwe. Binnen dit thema zijn er momenteel twee grote uitdagingen: de warmtetransitie en de beschikbare netcapaciteit. De warmtetransitie heeft vanuit de Transitievisie al richting gekregen. Er zijn kansrijke wijken en buurten aangewezen waar gestart kan worden met het verduurzamen van de woningen en het voorbereiden om aardgasvrij te worden. Dit zijn Nunspeet Centrum, Het Hul, de Marsse en De Bunte. Aanvullend doet de provincie momenteel ook onderzoek naar de potentie voor geothermie in Nunspeet (Gelderland). We zien dat de beoogde planning per wijk wel enige vertraging heeft opgelopen ten opzichte van de originele planning. Aan de andere kant zijn er ook concrete stappen gemaakt, zoals het verduurzamen van de warmtevoorziening van het gemeentehuis. Verder is een start gemaakt met de inventarisatie van de drie bedrijventerreinen in Nunspeet als opmaat naar een WUP.
Daarnaast speelt netcapaciteit ook belangrijke rol in het realiseren van de gemeentelijke ambities in de energietransitie. Momenteel loopt in nauw overleg met Liander een onderzoek voor netcapaciteit in Nunspeet. Op basis daarvan kan worden gekeken waar in Nunspeet kansen en beperkingen liggen om verder te gaan met verduurzaming. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het realiseren van zon op dak op bedrijventerreinen, het realiseren van zon op dak bij vakantieparken of kleine zonnevelden in overgangsgebieden tussen vakantieparken en natuur.
2.4. Pijler 2 – Energie besparing Bij de pijler energiebesparing heeft gemeente Nunspeet concrete acties uitgeschreven zoals het onderzoeken van de mogelijkheid tot het vervangen van de verlichting in de openbare ruimte door LED-verlichting, en het opstellen van een strategische visie gemeentelijk vastgoed. Daarnaast wil de gemeente duurzaamheidsleningen voor huurders in stand houden, vanuit een energieloket energieadviesgesprekken met inwoners voeren, en het aanjagen
5
van energiebesparingsmaatregelen voor bedrijven en de industrie. Binnen deze pijler kunnen we dus onderscheid maken tussen verduurzamen van eigen vastgoed en energiebesparing in de openbare ruimte, en daarnaast het stimuleren van energiebesparing onder bewoners, bedrijven en industrie. Bewoners worden geïnformeerd en gestimuleerd om te verduurzamen via Veluwe Duurzaam (energiecoaches, energieadviseurs, en daarnaast vanuit de wijkaanpak gericht op de warmtetransitie. Ook zijn er de RRE en RREW regelingen die de afgelopen 2 jaar en het komende jaar invloed hebben op de energiebesparing voor bewoners. De acties gericht op de eigen organisatie en vastgoed worden momenteel uitgevoerd en aanvullende plannen worden gemaakt. Op bedrijventerreinen wordt door middel van een menukaart voor duurzaamheidsmaatregelen als criteria bij uitgifte verduurzaming op verschillende thema’s gestimuleerd. Het mooie van deze aanpak is dat energie, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit allemaal aandacht krijgen. Deze wordt uitgebreid van Bedrijvenstrip Elspeet naar andere bedrijventerreinen in de gemeente. Binnen deze pijler zou het stimuleren van energiebesparing onder industrie meer aandacht mogen krijgen in de toekomst. Voor verschillende doelgroepen lopen al activiteiten zoals de aanpak voor vitale vakantieparken, en werkgroepen voor sportaccommodaties, geloofsgebouwen en scholen.
Een aanpak voor zorginstellingen moet nog opgezet worden.
2.5. Pijler 3 – Energie opwekking Voor de pijler energieopwekking heeft gemeente Nunspeet verschillende acties uitgevoerd die met name gericht zijn op duurzame opwek van elektriciteit, met name in de vorm van meer opwek van zonne-energie. Zo is een beleidskader grootschalige energieproductie opgesteld en is er een onderzoek naar de ruimtelijke mogelijkheid voor energieproductie uitgevoerd. Dit heeft ook mede het bod van Nunspeet in de RES 1.0 bepaald. Vanuit het RES traject is duidelijk geworden dat windenergie de komende jaren in dit gebied minder kansrijk is. Daarnaast zijn er prestatie afspraken gemaakt met woningcorporatie Omnia Wonen, wordt er nauw samengewerkt met Liander en NunspeetEnergie, en is er een revolverend fonds voor bedrijven beschikbaar om te verduurzamen. Zo is in de prestatieafspraken 2021 Nunspeet die gemaakt zijn tussen de woningcorporatie Omnia Wonen en de gemeente1 de ambitie gesteld om jaarlijks een energiebesparing van 2% te bewerkstelligen en in 2025 50% van de energievraag duurzaam op te wekken. Verder ondersteunt gemeente Nunspeet burgers met de lening ‘toekomstbestendig wonen’ en ondersteunt het burgerinitiatieven zoals energiecoöperaties. Ook stimuleert de gemeente bedrijven bij het realiseren van zon op dak, en heeft het een pilot geïnitieerd voor een zonneveld van 2 ha. als proefproject in de gemeente.
De impact van de acties binnen de pijler energieopwekking is nog gering wanneer wordt gekeken naar de benodigde energievraag in de gebouwde omgeving. Zo wordt de gezamenlijke opwek van zonneveld Kijktuinen, 25 grote zonnedaken, de actie Zon op Daken Nunspeet, manage Hulshorst, en de gerealiseerde zonnedaken van de duurzaamheidslening voor burgers gezamenlijk geschat op 0,008 TWh. Dit is 5,5% van de benodigde elektriciteitsvraag in de gemeente (2019) en ongeveer 16% van het RES-bod van Nunspeet. Dit komt overeen met de elektriciteitsvraag van ca. 3000 huishoudens. Met de verwachte stijging van de elektriciteitsvraag is het de vraag hoe de gemeente haar toekomstige vraag naar elektriciteit wil invullen. Bovenstaande opwek is berekend op basis van de acties die uit het duurzaamheidsprogramma volgen. Naast deze acties zijn particulieren en ondernemers ook zelf bezig met het realiseren van opwek. Dit is in bovenstaande alinea niet beschreven maar is wel meegenomen in het energiescenario in hoofdstuk 3. Naast duurzame opwek van elektriciteit zou het lokaal produceren van warmtebronnen of duurzame brandstoffen ook een manier kunnen zijn om een groter deel van de energievraag lokaal en duurzaam op te wekken. Zo is het produceren van biogas in de gemeente Nunspeet een mogelijkheid waar momenteel naar gekeken wordt.
1 https://www.omniawonen.nl/organisatie/publicaties/prestatieafspraken/
6
2.6. Pijler 4 – Groene mobiliteit Voor de pijler groene mobiliteit zijn projecten gericht op de eigen organisatie, aanbestedingen die vanuit de gemeente gedaan worden voor verschillende vormen van mobiliteit zoals OV en WM, beleid vanuit de gemeente dat mobiliteit van andere doelgroepen zoals burgers en bedrijfsleven beïnvloedt, het faciliteren van elektrisch vervoer door laadinfrastructuur te realiseren in de publieke ruimte en andere stimuleringsmaatregelen. Vanuit de gesprekken blijkt dat niet alle projecten uitgevoerd zijn. De beschikbare capaciteit is niet voldoende om acties op alle vlakken uit te voeren, en daarmee niet in lijn met de ambities op dit thema. Op dit moment wordt met name ingezet op groene mobiliteit vanuit eigen organisatie (deelauto’s), faciliteren van elektrisch vervoer met publieke laadinfrastructuur, duurzaamheid in aanbestedingen, en mobiliteit als onderdeel van de aanpak op bedrijventerreinen. In het nieuwe gemeentelijke verkeers- en vervoersplan (november 2021), dat begin 2022 ter besluitvorming wordt behandeld, wordt wel nadrukkelijk aandacht besteedt aan duurzame en innovatieve vormen van mobiliteit. Trends en ontwikkelingen richting zero emissie mobiliteit worden beschreven en komen in verschillende beleidsuitgangspunten terug.
Zo wordt nadrukkelijk benoemd dat duurzame alternatieven voor de auto; OV en (elektrische) fietsen meer aandacht moeten krijgen in beleid. Deze vormen van vervoer moeten ook de juiste faciliteiten krijgen en meegenomen worden in ontwerpkeuzes van de wegbeheerder. Daarnaast worden slimme en innovatieve vormen van mobiliteit gestimuleerd en moet bij ruimtelijke ontwikkeling goed afgestemd worden met ruimtelijke ontwikkeling, economie en milieu om deze plannen ook in de praktijk te brengen.
2.7. Pijler 5 – Circulaire economie Uit een eerste interview bleek de pijler circulaire economie minder ver dan de andere pijlers. Vanuit het oorspronkelijke duurzaamheidsplan zijn alle acties verzameld die onder deze pijler kunnen vallen, uitgesplitst naar de niveaus van de gemeente zelf, de burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Ook is er een werkgroep samengesteld. Vanuit dit plan zijn verschillende acties uitgevoerd die hieronder verder worden beschreven. Doordat er nog geen trekker is aangewezen (zoals bij de andere duurzaamheidsthema’s) is er nog wel behoefte aan sturing en structuur op het gebied van circulariteit. Er is een goed gesprek geweest met de afdelingen inkoop, openbare ruimte en afval. Daaruit bleek dat er binnen de gemeente veel activiteiten aan te merken zijn als circulaire activiteiten, maar deze zijn tot nu toe niet in kaart gebracht als onderdeel van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid. Er kwamen mooie voorbeelden naar voren zoals de inkoop van straatstenen met een % secundaire materialen én een lange levensduur, het hergebruiken van grond via een eigen grond depot en de organisatie van een E-waste race voor het ophalen van huishoudelijke apparaten in samenwerking met drie scholen. Ook zijn er al plannen in voorbereiding voor een milieustraat.
Zo kwamen we tot de uitspraak die goed bij de gemeente Nunspeet past ‘je bent circulairder dan je denkt’. Dit nodigt uit om verder op zoek te gaan naar waar de kansen liggen. Ook al zijn de huidige acties binnen het programma (nog) niet opgepakt of deels uitgevoerd, er is dus wel sprake van voortgang binnen deze pijler. De pragmatische aard van de gemeente maakt dat het zeer de moeite waard is om verder op zoek te gaan naar circulaire aanknopingspunten binnen gemeentelijke projecten en deze te verzamelen in een hernieuwde actielijst voor de pijler circulaire economie. Het opnieuw activeren van de werkgroep mét een trekker geeft zicht op een inhaalslag voor deze pijler.
2.8. Pijler 6 - Klimaatadaptatie en biodiversiteit Voor de pijler klimaatadaptatie en biodiversiteit zijn al veel acties uitgevoerd. Door de ligging van gemeente Nunspeet, heeft het gebied tot het richtjaar 2050 niet direct te maken met een stijgende zeespiegel. Wel hebben de toenemende hitte, droogte en wateroverlast nadelige gevolgen voor de gemeente. Daarom heeft de gemeente
7
Nunspeet (gezamenlijk met overheden in het gebied van Waterschap Vallei en Veluwe) in 2017 de kwetsbaarheden als gevolg van klimaatverandering in kaart gebracht. Dit was de eerste stap uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. In 2020 heeft gemeente Nunspeet een start gemaakt met het vervolg op de stresstest, door de risicodialogen te voeren en een uitvoeringsplan op te stellen. Deze risicodialogen zijn de basis voor het Uitvoeringsplan Ruimtelijke Adaptatie. Eind 2021 is een Uitvoeringsplan Ruimtelijke Adaptatie 2022-2026 opgesteld waarin 15 meetbare ambities zijn geformuleerd en gekoppeld aan acties om die ambities waar te maken. Concrete acties die zijn uitgevoerd: • • •
Subsidieregeling afkoppelen regenwater Ecologisch bermbeheer Groeiplaatsverbetering monumentale bomen
2.9. Conclusie Uit deze uitwerking van de pijlers valt te concluderen dat gemeente Nunspeet momenteel op veel vlakken acties heeft uitgezet om toe te werken naar de gemeentelijke ambitie: een klimaatneutraal Nunspeet in 2050. Door de vele acties uit het uitvoeringsprogramma lijkt het erop dat Nunspeet hier voortvarend naar aan het toewerken is. Echter laat de bijlage zien dat niet alle acties van het uitvoeringsprogramma evenveel impact hebben op het realiseren van de ambitie. Anderzijds is een deel van de acties ook (nog) niet uitgevoerd. Het is daarom belangrijk om scherp te krijgen welke activiteiten met de huidige capaciteit en middelen realistisch uitgevoerd kunnen worden, en wat ervoor nodig is om gestelde ambities te halen. Hiervoor is inzicht in de invloedssfeer van de gemeente, waar heeft de gemeente zelf invloed op, wat kan ze samen met andere partijen voor elkaar krijgen, en waar is de gemeente afhankelijk van ontwikkelingen op hoger schaalniveau? Daarnaast is ook de vraag met welke activiteiten de meeste impact behaald kan worden. Kortom: aan welke knoppen kan Nunspeet draaien om haar ambities waar te maken? De volgende hoofdstukken gaan daarom in op een toekomstbeeld van gemeente Nunspeet op basis van huidige resultaten en koers, in vergelijking tot de gestelde ambities.
We bespreken dit eerst voor de energie-gerelateerde pijlers, en daarna volgend hoofdstukken met een vooruitblik voor de pijlers circulaire economie en klimaatadaptatie en biodiversiteit
8
3. Toekomstbeeld energietransitie In dit hoofdstuk gaan we in op de ambities en ontwikkelingen op het gebied van CO2 reductie en de energietransitie. Hierbij ligt de focus op het energiesysteem, dat is namelijk grotendeels verantwoordelijk voor de uitstoot van broeikasgassen in de gemeente. Hieronder scharen we de pijlers ‘Energie opwek’, ‘Energiebesparing’, ‘Energietransitie’ en ‘Groene mobiliteit’ uit het duurzaamheidsprogramma, omdat dit de pijlers zijn die een directe link hebben met energie gerelateerde emissies. Allereerst bespreken we de gestelde ambities van gemeente Nunspeet en welke emissiereductie nodig is om die te realiseren. Daarna bekijken we het energiesysteem in de huidige situatie, ingevuld met de meest recente data uit de Klimaatmonitor uit 2019. Hierbij gaan we in op het energiegebruik van verschillende sectoren. Daarna gaan we in op concrete acties die de gemeente uitvoert met betrekking tot bovengenoemde pijlers. Het verwachte effect van deze acties verwerken we in een scenario voor 2030 met behulp van het Energietransitie Model (ETM) – zie voor meer toelichting op het model bijlage 3. In dit scenario verwerken we ook aannames over trends en ontwikkelingen in de energietransitie.
Door de huidige situatie, de verwachte ontwikkeling van het energiesysteem richting 2030, en de gestelde ambities te vergelijken brengen we in beeld of de gemeente op koers ligt om de ambities met betrekking tot CO 2-reductie te halen. Aan het eind van dit hoofdstuk staan we erbij stil dat de gemeente Nunspeet niet de enige actor is die invloed heeft op het energiesysteem. Daarom benoemen we ook verschillende mogelijke knelpunten en risico’s die de komende jaren een rol kunnen spelen.
3.1. Huidige emissies en energievraag Voor het in kaart brengen van de huidige situatie met betrekking tot emissies en energieverbruik is gebruik gemaakt van Klimaatmonitordata uit 2019, en gevisualiseerd met het ETM. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt hoeveel CO2 wordt uitgestoten, uitgedrukt in kiloton (kT). Hierbij worden ook andere emissies in de landbouw meegerekend als CO2-equivalenten. In figuur 1 is te zien dat gemeente Nunspeet momenteel 266 kT CO2 uitstoot per jaar. Het grootste deel hiervan is te relateren aan het energieverbruik in de gemeente: ~227 kT CO2. Het ETM benadert het energiesysteem vanuit vijf sectoren: huishoudens, gebouwen, transport, industrie, en landbouw. In Figuur 1 worden huishoudens en gebouwen samengepakt als de gebouwde omgeving. De gebouwde omgeving in zijn totaliteit bestaat uit alle woningen plus de niet industriële utiliteit, zoals het gemeentelijk vastgoed, kantoren en detailhandel.
9
Figuur 1 Broeikasgas-voetafdruk van Nunspeet (kT = kiloton CO2 equivalenten, PJ = petajoule = 1000 TJ)
De afbeelding laat ook het aandeel niet energie-gerelateerde uitstoot in met name de landbouw zien. Denk hierbij aan emissies veroorzaakt door veeteelt en landgebruik. In deze rapportage richten we ons op de energie gerelateerde CO2 uitstoot en mogelijkheden om deze te reduceren. Deze laten we daarom vanaf nu buiten beschouwing. Deze afbakening is in lijn met landelijke doelstellingen die zich ook richten op CO2 reductie, en met de eerder opgestelde ambities gericht op CO2 reductie. Het energieverbruik van deze sectoren dat achter de emissies ligt is weergegeven in tabel 2. Emissies en energieverbruik kunnen niet een-op-een vertaald worden doordat er verschillen zijn in efficiëntie tussen verschillende energiebronnen en technologieën, maar de orde grootte van sectoren is hetzelfde voor emissies en energieverbruik.
10
Tabel 1 Onderverdeling van energieverbruik in Nunspeet (2019)
Sector
Energie gerelateerde emissies (kT CO2)
Energieverbruik (TJ)
Relatief aandeel energievraag (%)
Transport
86 kT (53 kT snelweg)
1244
40%
Industrie
58 kT
662
25%
Huishoudens
42 kT
627
21%
Gebouwen
38 kT
395
14%
Landbouw
3 kT
31
1%
Totaal
227 kT
2960 TJ
100 %
Door op deze manier naar het emissies en het energiesysteem te kijken kan concreter worden aangegeven in welke sectoren de energievraag en emissies zitten. Dit kan helpen om te bepalen wat er gedaan kan worden om het energiesysteem te verduurzamen. Dit kan door minder energie te gebruiken in deze sectoren door energie te besparen, door over te stappen op efficiëntere technologieën (eventueel op andere energiebronnen) en resterende energievraag duurzaam te voorzien kan in elke sector verduurzaamt worden.
3.2. Ambities emissiereductie Nunspeet Richting de toekomst heeft de gemeente Nunspeet de volgende ambities opgesteld:
•
2025
CO2 neutrale gemeentelijke organisatie en Nunspeet 50% CO2 neutraal
•
2030
CO2 neutraliteit met de omvang van het energiegebruik van alle huishoudens
•
2040
CO2 neutraliteit met de omvang van de volledige gebouwde omgeving
•
2050
Nunspeet 100% CO2 neutraal
Om te bepalen wat dit betekent kijken we eerst naar het startpunt in 1990 en de huidige situatie in 2019. In 1990 lag de uitstoot naar inschatting ongeveer op 184 kT per jaar2. In 2019 stootte gemeente Nunspeet 23% meer energiegerelateerde CO2 uit dan in 1990: 227 kT per jaar. Om een emissiereductie percentage ten opzichte van 1990 te realiseren moet dus éérst het extra deel emissies dat er de afgelopen 30 jaar bij is gekomen gereduceerd worden. Met de doelstelling voor 2025 wordt bedoeld dat de gemeentelijke organisatie in zijn geheel, en de hele gemeente voor 50% CO2 neutraal is. Dat betekent dat de CO2-uitstoot ten opzichte van 2019 met ongeveer 135 kT moet dalen naar het niveau van de helft van de emissies in 1990: 92 kT. Voor 2030 betekent de ambitie dat de resterende uitstoot van huishoudens ook naar 0 gebracht moet worden, dan komt het totaal uit op 71 kT. Voor 2040 is de ambitie om de resterende uitstoot van de gebouwde omgeving ook naar 0 te brengen, dan komt het totaal uit op 52 kT. Dat laatste deel valt dan onder de overige sectoren en zal richting 2050 tot 0 moeten worden gebracht. Deze ontwikkeling over de tijd hebben we gevisualiseerd in Figuur 2.
2 Wanneer we overige broeikasgassen voor industrie en landbouw ook meenemen is dit 191 kT, zoals besproken laten we deze nu buiten scope.
11
Doelstellingen CO2-uitstoot 250
CO2-uitstoot in kT
200 150 100 50 0 1990
2019
2025
2030
2040
2050
Figuur 2 Route naar CO2 neutraal volgens gemeentelijke ambities
Toelichting figuur 2 De verschillende onderdelen van het energiesysteem die genoemd worden in de ambities vertalen we als volgt naar een concrete emissiereductie. De gemeentelijke organisatie kan opgevat worden als alle energiegebruik vanuit overheidsgebouwen en gerelateerde activiteit in Nunspeet (ca. 1,5 kT). Wanneer we ook andere onderdelen van publieke dienstverlening meetellen (maatschappelijk vastgoed, cultuur, sport, zorginstellingen) dan komen we uit op een totaal van ca. 8 kT. Nunspeet 50% CO2 neutraal houdt in dat de emissies teruggebracht worden naar de helft van het niveau in 1990, dat is 92 kT per jaar. Huishoudens dragen nu voor ca. 42 kT per jaar bij aan de emissies. We gaan er vanuit dat de helft van deze emissiereductie in 2025 al gerealiseerd moet zijn om op 50% CO2 neutraal uit te komen. De ambitie van 2030 is dan om de resterende helft – 21 kT per jaar ook naar 0 te reduceren. Dan is de resterende emissie 71 kT. Richting 2040 moet ook het resterende deel van de gebouwde omgeving – gebouwen – naar 0 gereduceerd worden. Een resterend deel van 19 kT. Dan is resterende emissie 52 kT. De activiteiten vanuit verschillende pijlers (energie opwek, energiebesparing, energietransitie, en groene mobiliteit) zoals beschreven in het vorige hoofdstuk hebben al een bijdrage geleverd aan recente emissiereductie.
De afgelopen jaren is een dalende trend zichtbaar3, en naar verwachting zal die ook doorzetten wanneer data van 2020 en 2021 beschikbaar komt. Om te bepalen of Nunspeet de komende jaren al op koers is voor de toekomstige ambities kijken we ook naar concrete actiepunten die al opgesteld zijn. Voor de komende jaren heeft Nunspeet al een beeld hoe stappen kunnen worden gezet. Zo wordt er momenteel ingezet op een proeftuinaanvraag voor Nunspeet centrum, en wordt voor de rest van de gemeente gekeken naar een doelgroepenaanpak om de gebouwde omgeving aardgasvrij te maken. Op basis van de doelgroepenaanpak wordt in het Hul, De Bunte en De Marsse gekeken hoe de wijk all-electric kan worden. Ook de gemeentelijke organisatie maakt een verduurzamingsslag. Zo is er onlangs een waterstofketel in het gemeentehuis geïnstalleerd. Hier ligt alleen nog een uitdaging. Deze ketel werkt nog steeds deels op gas, waardoor de gemeentelijke organisatie in 2025 nooit 100% duurzaam kan zijn, tenzij dit deel groengas zou worden. Daarnaast zet gemeente Nunspeet ook stappen in energiebesparing. Zo wordt er gekeken naar het verduurzamen van de openbare elektriciteitsvoorziening
3 Zie klimaatmonitor: https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/co2-uitstoot
12
door straatlantaarns te voorzien van LED-verlichting en wordt er de verduurzamingsaanpak van bedrijventerreinen ook uitgebreid naar Lepelingen en De Kolk. Voor energie opwek is de afgelopen jaren in RES verband onderzocht wat de mogelijkheden zijn. Vanuit dit traject en vanuit huidige beleid focust gemeente Nunspeet vooral op zonnepanelen op daken. Zo heeft Nunspeet een aantal initiatieven lopen die het plaatsen van zonnepanelen op daken van bedrijventerreinen en huishoudens moet stimuleren. Daarnaast wordt er richting 2030 vooralsnog geen additionele opwek van wind en zon op land verwacht. Voor de eigen organisatie zijn er een tweetal projecten voor zon op dak op twee maneges en wordt een zonneveld ontwikkeld bij De Kijktuinen. Ten slotte zet gemeente Nunspeet in op het stimuleren van groene mobiliteit. Daarbij zetten ze tot 2025 in op het faciliteren van het plaatsen van openbare laadinfrastructuur. Ook zijn er vanuit het nieuwe gemeentelijke verkeer- en vervoersplan verschillende maatregelen om te verduurzamen. Daarnaast moet het eigen wagenpark van de gemeentelijke organisatie in Nunspeet in 2025 CO2-neutraal zijn. Het openbaar vervoer in Nunspeet is ook al voor een groot deel elektrisch.
3.3. Scenario 2030 – actuele trends en ontwikkelingen Op basis van de ambities van gemeente Nunspeet, de hierboven beschreven plannen voor de komende tijd, en op basis van verwachte trends en ontwikkelingen in de energietransitie en aangevuld met de kennis en expertise van Over Morgen is een energiescenario opgesteld voor 2030. We richten ons op het jaar 2030 omdat dit een mooi ijkpunt vormt voor de acties in het duurzaamheidsprogramma, tussenmeting en richting voor het vervolg. Scenario’s voor het energiesysteem die verder in de toekomst kijken worden in steeds grotere mate onzeker. Voor het maken van het energiescenario voor 2030 zijn verschillende bronnen geraadpleegd. Met de uitgangspunten die zijn gebruikt voor het opstellen van het energiescenario is een zo gericht mogelijk eindbeeld van gemeente Nunspeet in 2030 gemaakt. Zo zijn de RES 1.0 Noord-Veluwe en lokale beleidsstukken meegenomen in het opstellen van het scenario. Verder worden uitgangspunten opgesteld op basis van landelijke trends en ontwikkelingen die beschreven staan in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2020, de Integrale Infrastructuurverkenning 2030-2050 en rapporten van ElaadNL voor de ontwikkelingen van mobiliteit. Natuurlijk gaan deze bronnen ook uit van bepaalde bandbreedtes waarin elementen in het energiesysteem zich ontwikkelen.
Het kan dus goed zijn sommige sectoren binnen het scenario zich minder snel of juist sneller ontwikkelen dan verwacht. Het uitgangspunt van dit scenario is dat het een scenario is waarbij de huidige koers van gemeente Nunspeet wordt voortgezet richting 2030. Uitgangspunten Het scenario is opgebouwd in twee onderdelen: de energievraag onderverdeeld naar vier sectoren en het aanbod van energie. De belangrijkste uitgangspunten die leidden tot de uitkomst van dit scenario worden hieronder beschreven. Onderdeel Huishoudens
Uitgangspunten 2030 • • •
Gebouwen
• • •
Transport
• •
13
15% van de huishoudens zal gebruik maken van een individuele warmtepomp (bodem- of luchtwarmtepomp); 4% van de huishoudens zal gebruik maken van een hybride warmtepomp; Het isolatieniveau zal gemiddeld naar label B worden gebracht, wat een warmtevraagreductie van ~12% oplevert t.o.v. 2019. Maximaal 5 tot 10% van de gebouwen wordt voor 2030 aangesloten op een warmtenet; 25% van de gebouwen gebruikt een elektrische warmtepomp; Het isolatieniveau zal gemiddeld naar label B worden gebracht, wat een warmtevraagreductie van ~18% oplevert t.o.v. 2019. In het scenario stijgt het aandeel elektrische auto’s tot 25% van het totaal aantal auto’s binnen de gemeentegrenzen van Nunspeet; 100% van het busvervoer binnen de gemeente zal elektrisch zijn;
Industrie
•
12% van het vrachtvervoer is elektrisch in 2030.
•
Binnen de industrie wordt rekening gehouden met efficiëntieverbeteringen van 1% per jaar tot 2030; 17% van de warmte die nodig is voor de voedselindustrie wordt opgewekt met een elektrische stoomketel.
•
Opwek elektriciteit
• •
Biomassa
•
In gemeente Nunspeet staat 2 MW aan opgesteld vermogen aan zonnepanelen op land, gebaseerd op de pilot; In het Gelderse zon op dak Dashboard4 is de verwachting voor de productie van zonnepanelen op daken voor 2030 weergegeven. Voor kleinschalig zon op dak (<15 kWp) is dit 51,64 TJ en voor grootschalige daken (=>15 kWp) is dit 77,06 TJ. Dit is respectievelijk 0,014 TWh en 0,021 TWh. In het scenario is de potentie van biomassa ingeschat op ~286 TJ, 11,3% van de totale energievraag. Hierbij kan onderscheid worden gemaakt tussen natte (146) en droge biomassa (140 TJ). Verder onderzoek zal moeten uitwijzen welke vormen van biomassa voorhanden zijn en hoe deze precies kunnen worden ingezet.
4 https://zon-op-dak-prvgelderland.hub.arcgis.com/pages/dashboard
14
3.3.1. De energiemix in Nunspeet 2030 De aannames voor het 2030-scenario resulteren uiteindelijk in de volgende energiemix voor gemeente Nunspeet. De totale energievraag daalt met 433 TJ naar 2.527 TJ in 2030. Daarnaast stijgt het elektriciteitsverbruik van 526 TJ naar 676 TJ. Van de elektriciteitsvraag wordt 136 TJ opgewekt met zonnevelden en zon op daken. Wat opvalt in het scenario is dat met name de vraag naar fossiele transportbrandstoffen en gas in de gebouwde omgeving daalt. Dit gebeurt uiteraard alleen als de verwachte adoptie van elektrisch vervoer en de daling van de warmtevraag in de gebouwde omgeving doorzet.
Figuur 3 De energiemix in gemeente Nunspeet
Het energiesysteem uit het scenario voor 2030 kun je ook bekijken met een stroomdiagram (figuur 4), welke de gemodelleerde energiestromen in de toekomst in gemeente Nunspeet weergeeft. Ten opzichte van de huidige situatie is te zien dat het aandeel van elektriciteit als energiebron in de toekomst toeneemt, en dat een deel daarvan duurzaam met zonne-energie kan worden voorzien. Ook biomassa draagt bij aan duurzame energievoorziening. Voor de ambitie om huishoudens en gebouwen op termijn volledig CO2-neutraal te maken is de transitie naar aardgasvrij ten opzichte van dit beeld nog een grote belangrijke stap die genomen moet worden.
15
Daarnaast zijn daarna nog grote slagen te maken in het uitfaseren van fossiele brandstoffen in de transportsector, en het voorzien van duurzame energiebronnen voor de industrie. Voor het hele systeem geldt dat duurzame opwek van elektriciteit een belangrijke uitdaging wordt.
Figuur 4 energiestromendiagram Nunspeet 2030
3.4. Uitkomst scenario in relatie tot ambities Wanneer het huidige programma Duurzaamheid wordt voortgezet en de andere uitgangspunten en ontwikkelingen die we benoemd hebben worden uitgevoerd zal het energiesysteem van de gemeente Nunspeet zich naar verwachting volgens het opgestelde scenario ontwikkelen. Op deze manier zal de CO2-uitstoot van de gemeente dalen van ~227 kT in 2019 naar ~152 kT in 2030. Dit is een daling van 33%. Figuur 5 geeft deze ontwikkeling volgens het energiescenario 2030 weer, vergeleken met de eerder gepresenteerde route langs de verschillende ambities.
Ontwikkeling CO2-uitstoot
CO2-uitstoot in kT
250 200 150 100 50 0 1990
2019
2025
Pad volgens doelstellingen
2030
2040
Pad volgens energiescenario
Figuur 5 De route naar klimaatneutraal volgens de ambities en het energiescenario 2030
16
2050
Wanneer we de twee grafieken vergelijken dan ontwikkelt Nunspeet volgens het scenario voor 2030 in positieve zin; er wordt een flinke emissiereductie bereikt ten opzichte van 2019, maar de ambities voor 2025 en 2030 wat betreft CO2 reductie worden niet bereikt. Het behalen van de doelstellingen voor 2040 en 2050 wordt daarmee een grotere opgave. De onderliggende redenen voor die conclusie zijn uit de grafiek moeilijk op te maken, maar kunnen we wel verklaren door verder in te zoomen op de verschillende pijlers en sectoren; -
De duurzame opwek van elektriciteit blijft beperkt in het scenario. Zonnepanelen op daken kunnen naar verwachting ca. een vijfde van de toekomstige elektriciteitsvraag duurzaam voorzien. Het in beperkte mate toestaan van het realiseren van zonnevelden op agrarische grond, beperkt de hoeveelheid opgewekte duurzame elektriciteit en daarmee de gerealiseerde CO2 uitstoot die aanvullend nog gerealiseerd kan worden.
-
Binnen de warmtetransitie is de verwachting dat nog niet alle huishoudens in 2030 volledig CO 2 neutraal zijn, daarvoor zouden grote aanvullende maatregelen genomen moeten worden om voldoende te isoleren, alle aardgas uit te faseren en de benodigde warmtebronnen en elektriciteit op een duurzame manier op te wekken.
-
Naar verwachting ontwikkeld de verduurzaming van de mobiliteitssector zich minder snel dan nodig om 50% CO2 reductie te behalen in 2030. We verwachten dat dan ruim 20% van het personenvervoer elektrisch is. De gemeente heeft beperkt invloed op het snelwegverkeer, maar kan op het overige vervoer meer inzetten op stimuleren of verplichten van groene mobiliteit.
Op die manier kan er per sector en pijler gezocht worden naar knoppen om aan te draaien om meer energie te besparen, efficiëntieverbeteringen te maken of duurzame energie op te wekken. Het is aan te raden om opnieuw te kijken naar specifieke doelstellingen voor tussenliggende jaren en deze eventueel bij te stellen. Door ambities en tussendoelen per sector of onderdeel van het energiesysteem te formuleren, die ook binnen de invloedssfeer van de gemeente liggen, is het vervolgens makkelijker om te monitoren en bij te sturen. In hoofdstuk 6 bespreken we verschillende manieren om hiernaar te kijken.
3.5. Knelpunten en risico’s Hoewel het scenario voor 2030 de juiste richting op lijkt te gaan wat betreft CO2 reductie, is deze richting, en het wel of niet behalen van de ambitie maar deels afhankelijk van de inzet van de gemeente. Daarnaast is het behalen van de ambities van het programma duurzaamheid niet alleen afhankelijk van de eigen inzet van de gemeente Nunspeet. Duurzaamheid is een groot en complex thema, met verantwoordelijkheden en dilemma’s op onder andere internationaal en nationaal niveau. Uit onderzoek in het RES traject is bijvoorbeeld gebleken dat het realiseren van windturbines in de gemeente in ieder geval voor 2030 niet realistisch is. Een deel van de ambitie om in 2050 CO2 neutraal te worden is ook afhankelijk van ontwikkelingen op dit niveau. Als gemeente zijn we daarmee afhankelijk van wat er de komende jaren gaat gebeuren op het gebied van onder andere: •
Capaciteit elektriciteitsnet: De energietransitie vraagt flinke aanpassingen van het elektriciteitsnet. Doordat we meer elektriciteit lokaal opwekken is er meer ruimte nodig om deze terug te voeden naar het net, en doordat de energievraag steeds meer verschuift van warmtebronnen en brandstoffen naar elektriciteit moet er ook meer elektriciteit geleverd worden. Vooralsnog zien we in Nunspeet geen problemen, maar voor grootverbruik aansluitingen ligt de gemeente wel in een gebied waar transportschaarste voor afname van elektriciteit dreigt, en waar voor het terugleveren van energie een vooraankondiging voor structurele congestie is gedaan5. Op de lange termijn kan dit dus wel een aandachtspunt worden.
5 Voor een actueel beeld zie: https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl/
17
• •
•
Arbeid: zijn de benodigde handen en expertise om verduurzamingsmaatregelen uit te voeren wel beschikbaar? Circulaire transitie: er zijn niet genoeg grondstoffen om de transitie in te zetten. Dit heeft impact op bijvoorbeeld mobiliteit. Landelijk is afgesproken dat er vanaf 2030 alleen nog maar elektrische auto’s verkocht worden, maar daarvoor zijn op dit moment niet voldoende grondstoffen en materialen beschikbaar. Hetzelfde geldt voor duurzame energieopwekking. Wetgeving en financiering: Op dit moment is voor verschillende thema’s in de energietransitie nog niet duidelijk hoe de overstap naar duurzame alternatieven verplicht kan worden, gestimuleerd kan worden en gefinancierd kan worden. Ook hier is de gemeente afhankelijk van landelijke keuzes en ontwikkelingen.
Als we deze ontwikkelingen samen bekijken, dan vormen deze een risico waardoor de verschillende duurzaamheidsopgaven vertraagd zouden kunnen worden. Het is daarom belangrijk om inzichtelijk te maken waar de gemeente invloed op heeft, waar ze samen met andere lokale partijen invloed op heeft en wat buiten de invloedssfeer ligt. Hoofdstuk 6 van deze rapportage gaat daarom verder in op de samenhang tussen (inter-)nationale uitdagingen en afhankelijkheden en lokale beleidskeuzes binnen de energietransitie.
18
4. Circulaire Economie 4.1. Onze visie op de circulaire economie voor de gemeente Nunspeet Vanuit de tussenmeting hebben we gezien dat er vanuit een pragmatische aanpak veel gebeurd op het gebied van circulariteit in Nunspeet. Er zijn mooie projecten waarin grondstoffen en straatstenen op een circulaire manier gebruikt worden, er wordt gewerkt aan bewustwording op scholen en er zijn plannen voor een nieuwe milieustraat. De acties die eerder in het uitvoeringsprogramma zijn opgenomen zijn in onze visie veelal gefocust op afval, het einde van grondstof-ketens. Terwijl een circulaire economie juist beoogt om ook aan de voorkant van grondstofketens afval te voorkomen. Bijvoorbeeld door demontabel ontwerpen, het gebruik van hernieuwbare materialen en andere businessmodellen. Een bredere blik op circulaire aanknopingspunten kan de gemeente veel opleveren. Om hier aandacht aan te besteden organiseren we begin 2022 een mini-masterclass voor de gemeenteraad. Daarin besteden we aandacht aan de brede kansen op het gebied van circulaire economie en de resultaten van de tussenmeting op dit thema. We voorzien de volgende onderwerpen: • • • • • •
Uitleg over wat een circulaire economie beoogt aan de hand van concrete voorbeelden; Waarom het van belang is; De samenhang met andere duurzaamheidthema’s; Wat gebeurt al in Nederland aan het versnellen van deze transitie; Hoe je als gemeente hier een rol in kan pakken; Een eerste gesprek over waar Nunspeet komende jaren de nadruk op zou kunnen leggen.
4.2. Vervolgstappen en naar een actie agenda circulaire economie Naar aanleiding van de uitkomsten van de tussenmeting bieden zijn de volgende concrete vervolgstappen geformuleerd die nog uitgevoerd gaan worden. Deze zijn onderdeel van een proces om te komen tot een plan van aanpak waarin circulariteit een breder begrip krijgt dan de huidige focus. We beginnen met inbreng van bredere kennis en ervaring van buitenaf door te leren van voorbeelden uit andere gemeenten en vanuit landelijke programma’s zoals DuurzaamDoor vanuit RVO. Daarnaast vormt ook de Handreiking Circulaire Economie voor Gemeenten, die op dit moment wordt vormgegeven door Rijkswaterstaat en Ministerie I&W, een bron van inspiratie. Dit zal gebeuren in de vorm van twee verschillende bijeenkomsten: -
-
Doorstart pijler Circulaire Economie: een startbijeenkomst met de werkgroep, bestaande werkgroep leden aangevuld met nieuwe werkgroep leden (zoals nieuwe collega vanuit vastgoed) waarin de uitkomsten van de tussenmeting besproken worden en we samen kijken naar logische vervolgstappen. Workshop sessie eerste verkenning kansrijke focusrichtingen voor de gemeente Nunspeet, in de eigen gemeente en in de regio met werkgroep en betrokken ambtenaren.
Samen met de werkgroep zal gezocht worden hoe de kennis en uitkomsten van deze onderdelen pragmatisch kan worden ingezet en toegepast binnen projecten van de gemeente Nunspeet. Op de langere termijn is het van belang dat er meer sturing en structuur komt op het gebied van circulaire economie. Wanneer er een aanjager voor deze pijler wordt gevonden binnen de organisatie kunnen de uitkomsten van dit traject samengevat worden in een actie agenda die de basis biedt voor een programma circulaire economie met eigen doelstellingen en projecten.
19
5. Klimaatadaptatie en biodiversiteit 5.1. Ambities Voor klimaatadaptatie bestaan er weinig tot geen normen of gekwantificeerde ambities vanuit het Rijk en de provincie. Het staat gemeenten daarom relatief vrij om de ambities voor klimaatadaptatie zelf te bepalen, in aanvulling op de normen die het waterschap stelt voor wateroverlast. In het Uitvoeringsplan Ruimtelijke Adaptatie 2022-2026 zijn daarom ambities beschreven, verdeeld over 4 thema’s: Hitte, Droogte, Wateroverlast en Biodiversiteit. Het streven naar de gestelde ambities is een inspannings- en geen resultaatsverplichting. De volgende ambities voor 2050 zijn in het plan opgenomen: Hitte 1. We streven naar een groene bedekking van 85% van het openbaar gebied in alle kernen in 2050. 2. In 2050 streven we naar hittebestendige gebouwen. 3. Bij kwetsbare instellingen streven we ernaar dat in 2050 de hittestress niet is toegenomen. We streven ernaar dat in 2050 vanaf elke locatie binnen de bebouwde kom binnen een straal van 200 meter een koele plek in de buitenruimte gevonden kan worden. Droogte 1. We streven ernaar dat in 2050 90% van het gemeentelijk groen aangepast is op het veranderende klimaat. 2. We streven naar het volledig natuurbrandpreventief ingericht zijn van de natuurterreinen in 2035. Tevens streven we naar het “firewise” zijn van alle dorpen en recreatieterreinen waar natuurterreinen aan grenzen. 3.
We streven naar een natuurlijke situatie voor de infiltratie van het hemelwater in 2050. 4. De gemeente Nunspeet werkt waar mogelijk samen met Waterschap Vallei en Veluwe aan de doelen omtrent droogte die het waterschap heeft gesteld voor 2050. Wateroverlast In het Deltaplan ruimtelijke adaptatie dat de gezamenlijke overheden nationaal hebben opgesteld, is een bui van 70 mm per uur opgenomen als maatgevende bui waartegen de bebouwde omgeving bestand moet zijn. Dit is een bui die ongeveer eens per 100 jaar valt. Het is van belang dat bij deze bui de hoofdwegen en gezondheidscentra ten allen tijde bereikbaar blijven om in geval van calamiteiten de hulpdiensten vrije toegang te geven. Bij onderliggende wegen en voorzieningen accepteren we wel dat deze bij een extreme bui tijdelijk slecht of niet te gebruiken zijn.
We streven er naar dat bij een extreme regenbui die eens in de 100 jaar valt (70 mm/uur) 1. de hoofdinfrastructuur en gezondheidscentra bereikbaar blijven. 2. geen schade ontstaat aan stroomvoorzieningen. 3. nauwelijks schade ontstaat in woningen, winkels en overige panden. 4. geen vuil rioolwater op straat of in de woningen komt. Biodiversiteit 1. We streven ernaar dat in 2050 binnen de kernen de diversiteit in flora en fauna substantieel vooruitgegaan is ten aanzicht van de 0-meting van 2020-2022. 2. We streven ernaar dat in 2050 buiten de kernen de diversiteit in flora en fauna minstens gelijk gebleven is ten aanzicht van de 0-meting van 2020-2022. 3. Invasieve soorten worden actief bestreden, zowel binnen als buiten de bebouwde kom
5.2. Tussenmeting op de ambities Het inzicht in de mate waarin al voldaan wordt aan bovenstaande ambities, verschilt per ambitie. Op hoofdlijnen ziet de kennis over de huidige situatie er als volgt uit:
20
Hitte Op dit moment geldt voor de openbare ruimte al een gemiddeld percentage van 75% groene bedekking binnen onze kernen. Een groei van 10% betekent ook het behoud van bestaand groen en stapje voor stapje vergroening van de kernen. Hier nemen we 28 jaar de tijd voor (2022 – 2050), dat is realistisch. Die vergroening helpt ook al bij het bereiken van de andere twee hittedoelstellingen. Droogte Door het veranderende klimaat heeft veel van de bestaande beplanting het zwaar. Dit heeft tot gevolg dat er onder andere meer gesproeid moet worden wat bij droge periodes niet wenselijk is. Door andere soorten aan te planten die beter bestand zijn tegen het nieuwe klimaat blijft de openbare ruimte ook in drogere periodes goed te onderhouden. Op dit moment ontbreekt het inzicht om een nulmeting te geven op de droogtedoelstellingen. De nulmeting op deze doelen is dan ook onderdeel van het Uitvoeringsplan ruimtelijke adaptatie. Wateroverlast Door middel van stresstesten is uitgezocht waar de knelpunten liggen van een bui van 70 mm/uur. Op het gebied van wateroverlast zijn er een aantal knelpunten,. Er zijn een aantal niet bereikbare locaties door gestremde wegen, er treedt schade op aan panden en voorzieningen en er zijn negatieve gevolgen voor de gezondheid.
In het Basis Rioleringsplan (BRP) en het nieuwe klimaatadaptatieplan (zie volgende paragraaf) zijn ook projecten opgenomen om de meest urgente knelpunten op te lossen. Biodiversiteit Voor biodiversiteit wordt in 2022 een nulmeting uitgevoerd binnen de kernen. Buiten de bebouwde kom gaan we uit van de 0-meting zoals die gedaan is voor de natuurterreinen (2020-2022) Op de natuurterreinen halen we al goede resultaten op het gebied van biodiversiteit. Rond agrarische percelen is echter nog ruimte voor verbetering. Hier willen we inzetten op onder andere landschappelijke inpassing en herstellen van historische structuren. Onzeker is de inspanning die nodig is om invasieve soorten te bestrijden die schade of gezondheidsklachten veroorzaken, zoals de tijgermug, de letterzetter, Japanse duizendknoop, de eiken- en dennenprocessierups, etc.
5.3. Status uitvoeringsprogramma en klimaatadaptatieplan Voor deze tussenmeting is in kaart gebracht hoe ver de gemeente is met de uitvoering van de maatregelen klimaatadaptatie en biodiversiteit in het uitvoeringsprogramma. Een detailoverzicht is beschikbaar in bijlage 1. Het valt op dat de gemeente goed op weg is in de uitvoering van eigen beleid en in het betrekken van burgers bij het thema. Veel activiteiten zijn doorlopend (zoals vergroenen van wijken, stimuleren van bijenplanten en afkoppelen) en blijven de nodige aandacht vragen. Een maatregel waarvan we ook significante impact verwachten, maar die nog niet genomen is, is het ontwikkelen van een toetsingskader voor natuurinclusief bouwen. De samenwerking met bedrijven en maatschappelijke organisaties ligt nog iets achter. Hier valt op dat met name de projecten van Steenbreek nog niet uitgevoerd kunnen worden vanwege gebrek aan capaciteit. Deze projecten kunnen lokaal echt een verschil maken en enthousiasme voor duurzaamheid aanwakkeren. Ook een aantal voorlichtingsmiddagen en campagnes zijn nog niet gestart, ook mede vanwege corona. Daarnaast is inmiddels een belangrijke volgende stap gezet: het klimaatadaptatieplan van de gemeente Nunspeet is in een vergevorderd stadium.
Dit plan beschrijft de huidige knelpunten en oplossingsrichtingen en stelt een werkplan op met concrete actiepunten en koppelkansen om de genoemde ambities waar te maken. Deze maatregelen en actiepunten gaan nog een stuk verder dan wat in het uitvoeringsprogramma duurzaamheid uit 2020 al is opgenomen onder de pijler Klimaatadaptatie en biodiversiteit. In de winter van 2021 – 2022 gaat het klimaatadaptatieplan naar de raad en wordt het bekrachtigd. Uit de lijst met mogelijke projecten zijn 4 projecten door het college goedgekeurd om in 2022 uit te voeren. De andere projecten worden begin 2022 voorgelegd aan de raadscommissie. Met het advies van deze commissie vindt afstemming plaats
21
met de raad over het toevoegen van extra projecten die bijdragen aan de doelstellingen van klimaatadaptatie voor de komende jaren. 5.4. Monitoring van het resultaat Concrete uitvoeringsplannen zijn er dus genoeg, maar uiteindelijk gaat het om het resultaat in de fysieke buitenruimte. Behalen we de gestelde ambities op tijd, en hebben de maatregelen, wanneer eenmaal uitgevoerd het beoogde effect? Om dat te weten, is het belangrijk om te monitoren waar je staat in het realiseren van een klimaatrobuuste gemeente, fysiek en sociaal gezien. Hiervoor zijn verschillende instrumenten in te zetten. De stresstesten zijn daarin de eerste stap, en kunnen om de zoveel jaar herhaald worden. Daarnaast biedt (schaalbare) geo-data de kans om kosteneffectief in kaart te brengen hoe het bijvoorbeeld staat met vergroening en verharding in de stad. In aanloop naar deze tussenmeting zijn de eerste stappen gezet om per ambitie een data-gedreven indicator te formuleren die de status in kaart brengt. Tabel 2 laat hier wat voorbeelden van zien. Door middel van dergelijke indicatoren kunnen de ambities getoetst en geanalyseerd worden. De gemeente Nunspeet ligt in het denkproces en het ontwikkelen van deze indicatoren voor op veel andere gemeenten. Tabel 2: voorbeeld indicatoren voor het kwantitatief in beeld brengen van het resultaat van een klimaatrobuuste gemeente Nunspeet
Thema Hitte
Doelstelling In 2050 bestaat het openbaar gebied in alle kernen uit 85% groene bedekking
Indicator Staafgrafiek met % per dorp met een drempelwaarde van 85%
In 2050 bevinden alle bewoners zich binnen een straal van 300 Staafgrafiek met % huizen per dorp wat hieraan voldoet meter van een koeltegebied Wateroverlast Bij een extreme regenbui die eens in de 100 jaar valt (70 mm/h) blijft de hoofdinfrastructuur en gezondheidscentra bereikbaar.
Kaart met stoplichten op de locaties waar het om gaat. Bij rood is er nog een knelpunt.
5.5. Toekomstige stappen en koppelkansen Met het nieuwe klimaatadaptatieplan in handen, zet de gemeente weer een grote stap naar een ambitieuzer en concreter klimaatadaptatiebeleid ten opzichte van het huidige uitvoeringsprogramma duurzaamheid. In het nieuwe klimaatadaptatieplan staat een nog veel langere lijst met maatregelen om bovengenoemde ambities te gaan verwezenlijken. Het is belangrijk om deze maatregelen verder uit te werken en te prioriteren en gericht aan de slag te gaan in bijvoorbeeld wijkuitvoeringsplannen. Het blijft belangrijk om ook bij de uitvoering van het klimaatadaptatieplan rekening te blijven houden met andere koppelkansen op het gebied van duurzaamheid: • • • •
Voor het verminderen van hitte in huizen en gebouwen kan mogelijk ook gebruik worden gemaakt van (financiële) koppelkansen die de energietransitie biedt. Bijvoorbeeld bij het verbeteren van isolatie of het aanleggen van WKO-systemen; Groenvoorzieningen aan gebouwen koppelen ook met de energietransitie: groene gevels zorgen voor verdere isolatie in de winter, groene daken onder zonnepanelen leveren een hoger rendement op voor de panelen; Met nieuwe mobiliteitsconcepten zoals elektrische deelauto’s, komt er mogelijk meer ruimte voor adaptieve maatregelen. Minder auto’s en parkeerplekken in de fysieke buitenruimte creëert ruimte voor water, groen en speelmogelijkheden; Bij het ontwikkelen van nieuwe (bouw)normeringen of toetsingskaders rondom biodiversiteit of natuurinclusief bouwen, kunnen mogelijk ook direct normeringen meegenomen worden rondom circulair materiaalgebruik of adaptief bouwen.
De koppeling met andere duurzaamheidsdoelen helpt om een integrale afweging te maken tussen deze doelen en effectief te werk te gaan.
22
6. Invloed van gemeente en keuzerichtingen Het is aan de gemeente om te kiezen hoe om te gaan met haar ambities en de invulling daarvan. De vorige hoofdstukken hebben laten zien dat het huidige uitvoeringsprogramma al wel stappen zet, maar nog niet overal voldoende lijkt om de gemeentelijke ambities voor 2025 en 2030 rondom de eigen organisatie, 50% van de hele gemeente, en energieneutraliteit van de woningen in de gemeente, of de ambitie van een volledig CO2 neutrale gemeente in 2050, te halen. Ook is duidelijk geworden dat de ambitie complex is en niet alleen afhankelijk van de inzet van de gemeente, maar ook van mogelijke risico’s, knelpunten en (inter-)nationale ontwikkelingen. In dit hoofdstuk verkennen we de invloed en rol van de gemeente. Binnen de afhankelijkheden die er zijn, waar ligt je directe en indirecte invloed als gemeente en welke keuzes in ambitieniveau zijn er? We gaan vervolgens in op de mogelijke keuzerichtingen in het wel of niet halen van de duurzaamheidsambities van het programma duurzaamheid.
6.1. De invloed en rol van de gemeente Ondanks dat de invloed soms beperkt is, heeft de gemeente op basis van de kaders en richtlijnen vanuit het nationale klimaatakkoord de regie om de duurzaamheidsopgaven op gang te brengen, te faciliteren en waar mogelijk te versnellen. De onderstaande rollen kan de gemeente innemen (bovenaan hoge directe invloed, onderaan minder hoog): 1. Maatregelen eigen bedrijfsvoering en ruimtelijke ontwikkeling: De gemeente heeft directe invloed op de eigen organisatie en de inrichting daarvan. Ook heeft de gemeente directe invloed op ontwikkelingen in de buitenruimte (waarbij kaderstelling uiteraard van belang is). 2. Ontwikkelen: De gemeente kan er voor kiezen om te investeren in het opzetten van een eigen energieprojecten of een actieve rol te spelen bij de ontwikkeling. 3. Kaderstellen: De gemeente stelt beleidskaders op en heeft daarmee invloed op ontwikkelingen. Bijvoorbeeld het opstellen van een kader voor de grootschalige ontwikkeling van wind- en zonne-energie of een klimaatadaptatieplan. Het omgevingsplan is het instrument waar deze kaders samenkomen. 4. Samenwerken en partijen bij elkaar brengen: Het actief zoeken naar samenwerkingsvormen om de doelen te realiseren, bijvoorbeeld met private partijen in een partnerschap of door (financiële) deelname aan projecten.
En het bij elkaar brengen van partijen met een gezamenlijk beleidsdoel, zoals woningcorporaties en netbeheerder binnen de TVW. 5. Faciliteren: Gebruik maken van initiatieven van de markt en inwoners om de energietransitie op gang te brengen. De gemeente kan de transitie versnellen door initiatieven te begeleiden en te toetsen of ze aansluiten bij de gemeentelijke doelstellingen. Denk aan bewonersinitiatieven voor bijvoorbeeld een kleine collectieve warmteoplossing. 6. Stimuleren: Het inrichten van subsidies, garanties, borgstelling en/of leningen om daarmee initiatieven te ondersteunen om tot ontwikkeling of realisatie te komen. 7. Informeren: Het verschaffen van heldere en onafhankelijke informatie aan bewoners en omgevingspartijen om ze te begeleiden in de benodigde stappen in de realisatie van duurzaamheidsmaatregelen. In onderstaande tabel wordt schematisch per pijler weergegeven welke rol en invloed de gemeente daar kan hebben. Bovenaan is de directe impact van acties het hoogst, onderaan is dit lager. Echter, de indirecte impact kan hoger zijn. Voorbeeld: het nemen van maatregelen voor het verduurzamen van eigen vastgoed. Dit heeft een directe impact, maar het stimuleren van het verduurzamen van alle gebouwen in de gemeente heeft een indirecte grotere impact, wanneer deze succesvol samen met de betrokken stakeholders wordt gerealiseerd.
23
Rol en invloed
Energie en mobiliteit
Klimaatadaptatie & biodiversiteit