AP 6f. Bijlage Woodstock rapportage 2021
Tekst van het document
Deelgebied
Jaar
Ongemengd (%)
Gemengd (%)
Loof
Naald
Totaal
lf/lf
lf/nld
nld/lf
nld/nld
Totaal
Elspeter Struiken
2008 2020
13 11
56 54
69 65
0 0
7 10
23 25
1 0
31 35
Broodberg
2008 2020
0 0
44 39
44 39
6 15
0 8
12 31
38 7
56 61
Noord Riezen, de Kril en Kuilhegge
2008 2020
13 17
55 49
68 66
11 7
6 6
15 19
0 2
32 34
Westeindse Heide
2008 2020
0 0
88 83
88 83
0 0
3 6
9 11
0 0
12 17
Elspeter Heide
2008 2020
78 67
0 0
78 67
11 11
11 0
0 22
0 0
22 33
Alle natuurbos
2008 2020
13 13
57 54
70 67
4 4
5 7
17 21
4 1
30 33
lf/lf en nld/nld: plot gemengd met respectievelijk loofboom- en naaldboomsoorten lf/nld: gemengd loof-naaldbos met dominantie van loofboomsoorten nld/lf: gemengd loof-naaldbos met dominantie van naaldboomsoorten
50 | S ilv e 20 - 15
On t w ikk el in gen in h et b os v an d e ge meen t e Nu n sp eet Resu lt at en W o od st o ck 1 9 9 7 /1 9 9 9 -2 0 0 8 -2 0 2 0
Het gemiddelde aantal boomsoorten per plot in het natuurbos is licht toegenomen, van 2,4 naar 2,5 stuks per plot (tabel 3.8). In het bos van de Broodberg nam het aantal soorten per plot af door de omvormingen.
Tabel 3.8 | Gemiddeld aantal soorten per plot
3.3.2
Deelgebied
2008
2020
Elspeter Struiken Broodberg Noord Riezen/de Kril/Kuilhegge Westeindse Heide Elspeter Heide
1,8 2,3 3,1 2,8 2,2
1,9 1,9 3,4 2,8 2,6
Alle natuurbos
2,4
2,5
Aandeel open/jong bos en struweel In tabel 3.9 is de verdeling van de plots over de ontwikkelingsfasen gegeven. Het gezamenlijke aandeel van open, jonge en dichte fase is afgenomen van 13% in 2008 naar 6% in 2020. Het niets-doen-beheer zorgt nog maar mondjesmaat voor verjongingen en de in 2008 aanwezige jonge stadia ontwikkelden zich naar een opvolgend stadium.
Tabel 3.9 | Procentuele verdeling van bosontwikkelingsfasen aangetroffen rond de steekproefpunten
Deelgebied
Jaar
Kaal
Jong
Dicht
Staken
Boom
Verval
Elspeter Struiken
2008
4
0
8
8
81
0
2020
1
0
0
17
82
0
2008
18
5
23
5
50
0
2020
9
14
23
27
27
0
Broodberg
Noord Riezen/
2008
4
0
2
31
64
0
De Kril/Kuilhegge
2020
0
0
2
27
71
0
Westeindse Heide
2008
0
3
3
3
92
0
2020
0
0
0
3
97
0
2008
0
0
0
30
70
0
2020
0
0
0
10
90
0
Elspeter Heide
Totaal
2008
3
2
7
14
74
0
2020
1
2
3
18
76
0
S ilv e 21 - 01 | 5 1
On t w ikk el in gen in h et mu lt ifu n ct ion e le b os
3.3.3
Aandeel gelaagd bos Het aandeel gelaagd bos nam licht toe, van 16% in 2008 naar ruim 18% in 2020 (tabel 3.10). Het deelgebied met het grootste aandeel gelaagd bos is Noord Riezen/de Kril/Kuilhegge (53% in 2020). Het bos in de Elspeter Struiken (9% gelaagd) en de Westeindse Heide (6% gelaagd) kent weinig verticale structuur.
Tabel 3.10 | Aandeel gelaagd bos
Deelgebied
2008
2020
(%)
(%)
Elspeter Struiken Broodberg Noord Riezen/de Kril/Kuilhegge Westeindse Heide Elspeter Heide
10,3 9,1 36,4 16,7 20,0
1,9 18,2 52,7 5,6 30,0
Alle natuurbos
16,1
18,4
Onderetage De verhouding tussen het grondvlak van de onderetage ten opzichte van het grondvlak van de kroonlaag nam toe van bijna 9% naar 11% (tabel 3.11). Deze verhouding nam toe in alle deelgebieden, met uitzondering van de Broodberg. Het aandeel van de plots met een onderetage/kroonlaag verhouding van meer dan 25% steeg van 10% in 2008 naar 15% in 2020.
Tabel 3.11 | Verdeling van de plots over het aandeel van de onderetage
Verhouding onderetage/kroonlaag (%) Deelgebied
Jaar
0
> 0-10%
> 10-25%
> 25%
Gemiddelde verhouding
Elspeter Struiken
2008
42
39
10
9
7,4%
2020
40
55
4
0
8,4%
2008
71
29
0
0
0,6%
2020
84
16
0
0
0,4%
Noord Riezen/
2008
44
27
9
20
15,2%
De Kril/Kuilhegge
2020
2
31
33
35
20,1%
Westeindse Heide
2008
12
67
15
6
6,3%
2020
8
56
30
6
7,4%
2008
30
50
10
10
8,4%
2020
10
70
0
20
12,3%
Broodberg
Elspeter Heide
Totaal
52 | S ilv e 20 - 15
2008
40
40
10
10
8,6%
2020
23
40
22
15
10,9%
On t w ikk el in gen in h et b os v an d e ge meen t e Nu n sp eet Resu lt at en W o od st o ck 1 9 9 7 /1 9 9 9 -2 0 0 8 -2 0 2 0
Struiklaag De bedekking van de struiklaag nam af van 11% in 2008 naar 8% in 2020 (tabel 3.12). Alleen in het bos van de Broodberg nam de bedekking van de struiklaag toe als gevolg van de recente omvormingen. Het aandeel van de plots met een struiklaagbedekking van meer dan 25% nam af van 18% in 2008 naar 11% in 2020.
Tabel 3.12 | Bedekking van de struiklaag
Deelgebied
Jaar
0
> 0-10%
> 10-25%
> 25-50%
> 50%
Gemiddelde bedekking
Elspeter Struiken
2008
17
67
9
6
1
6,6%
2020
40
55
4
0
1
2,3%
2008
14
59
5
18
4
11,9%
2020
14
41
23
4
18
20,7%
Broodberg
Noord Riezen/
2008
0
25
40
33
2
19,9%
De Kril/Kuilhegge
2020
2
25
44
27
2
19,8%
Westeindse Heide
2008
3
53
28
11
5
14,1%
2020
3
83
14
0
0
6,3%
2008
0
40
50
10
0
12,5%
2020
20
40
30
10
0
11,4%
Elspeter Heide
Totaal
2008
9
51
22
16
2
10,8%
2020
19
50
20
8
3
8,4%
In tabel 3.13 is de soortensamenstelling van de struiklaag gegeven. De struiklaag bestaat voornamelijk uit inheemse loofboomsoorten (eik, berk, beuk en in mindere mate lijsterbes). Ook grove den levert een aandeel.
S ilv e 21 - 01 | 5 3
On t w ikk el in gen in h et mu lt ifu n ct ion e le b os
Tabel 3.13 | Soortensamenstelling van de struiklaag*
Soort
Elspeter Struiken
Broodberg
Noord Riezen/ De Kril/ Kuilhegge
Westeindse Heide
Elspeter Heide
Totaal
2008
2020
2008
2020
2008
2020
2008
2020
2008
2020
2008
2020
4,1
2,2
8,6
8,6
16,8
16,0
11,4
4,2
10,8
10,0
8,1
5,9
0,1 1,3 2,6
0,1 1,7 0,3
0,1 5,2 3,1
6,3 1,9 0,3
3,1 1,3 11,3
2,9 2,1 10,4
8,2 1,1 2,0
3,1 0,8 0,2
0,3 0,2 10,0
0,3 0,3 9,3
1,7 1,7 4,5
1,7 1,6 2,5
0
< 0,1
< 0,1
0,1
1,1
0,7
0,1
0,1
0,4
0,2
0,2
0,2
Uitheemse loofboomsoorten
0
0
0
0
0,5
0,4
< 0,1
< 0,1
0,2
1,2
0,1
0,1
Inheemse naaldboomsoorten
2,4
0,1
0,7
12,0
1,2
0,6
1,9
1,2
1,0
0,3
1,9
1,6
2,4
0,1
0,7
12,0
1,2
0,6
1,9
1,2
1,0
0,3
1,9
1,6
0,1
< 0,1
2,6
0,1
0,1
0,4
0,7
0,7
0
0
0,4
0,2
Inheemse struiksoorten
< 0,1
< 0,1
< 0,1
0
1,2
2,3
0,1
0,1
0,1
0
0,3
0,4
Uitheemse struiksoorten
0
0
0
0
0
0,2
0,2
0
< 0,1
0
< 0,1
< 0,1
6,6
2,3
11,9
20,7
19,9
19,8
14,1
6,3
12,5
11,4
10,8
8,4
Inheemse loofboomsoorten Berk Beuk Eik Lijsterbes
Grove den Uitheemse naaldboomsoorten
Totaal
* Alleen de belangrijkste soorten worden hier weergegeven; de som van de bedekkingen van de aangegeven soorten is dus niet noodzakelijkerwijs gelijk aan de bedekking van de soortgroep
54 | S ilv e 20 - 15
On t w ikk el in gen in h et b os v an d e ge meen t e Nu n sp eet Resu lt at en W o od st o ck 1 9 9 7 /1 9 9 9 -2 0 0 8 -2 0 2 0
3.3.4
Dood hout Het aantal dikke dode stammen per ha bos nam af van 5,8 stuks per ha in 2008 naar 2,4 stuks per ha in 2020 (tabel 3.14). Het aantal dikke dode stammen nam in elk deelgebied af. Het deelgebied met de meeste dikke dode stammen is de Westeindse Heide (8,6 stuks per ha in 2020).
Tabel 3.14 | Aantal dikke dode stammen per ha bos
Deelgebied
2008
2020
(stuks per ha)
(stuks per ha)
Elspeter Struiken Broodberg Noord Riezen/de Kril/Kuilhegge Westeindse Heide Elspeter Heide
6,3 3,2 4,1 10,4 0
1,3 0,2 1,9 8,6 0
Alle natuurbos
5,8
2,4
De totale hoeveelheid dood hout in het natuurbos nam nauwelijks af, van 20 m3/ha in 2008 naar 19 m3/ha in 2020 (tabel 3.15). Veruit het meeste dode hout, ongeveer 75%, is afkomstig van de grove den.
Tabel 3.15 | Totale hoeveelheid dood hout
Inheems Uitheems loof loof
Grove den
(m3/ha)
(m3/ha)
(m3/ha)
2008
4,6
0
2020
3,2
0
2008
0,7
0
2020
0,8
0
Noord Riezen/de Kril/
2008
1,3
Kuilhegge
2020
4,0
Westeindse Heide
2008 2020
Deelgebied
Elspeter Struiken
Broodberg
Elspeter Heide
Totaal
Jaar
Uitheems Totale naald voorraad dood hout
Totaal levend
Dood / Levend
(m3/ha)
(m3/ha)
(m3/ha)
(%)
21,1
0,1
25,7
215
12,0
16,5
< 0,1
19,7
250
7,9
3,2
6,8
10,7
147
7,3
1,9
11,3
14,0
117
12,0
1,2
7,3
0,1
9,8
168
5,8
1,0
8,8
0
13,8
208
6,6
1,6
0,1
17,4
1,7
20,7
194
10,6
3,3
< 0,1
27,4
0
30,7
221
13,9
2008
3,0
0
1,0
0
4,1
127
3,2
2020
5,7
0
0
0
5,7
148
3,9
2008
3,2
0,2
15,4
1,0
19,7
193
10,2
2020
3,2
0,2
14,3
1,3
18,9
220
8,6
S ilv e 21 - 01 | 5 5
On t w ikk el in gen in h et mu lt ifu n ct ion e le b os
De hoeveelheid staand dood hout (tabel 3.16) en de hoeveelheid liggend dood hout (tabel 3.17) zijn vergelijkbaar. De hoeveelheid staand dood hout bleef gelijk (9,7 m3/ha), terwijl de hoeveelheid liggend dood hout iets afnam (van 10 m3/ha in 2008 naar 9 m3/ha in 2020).
Tabel 3.16 | Staand dood hout
Inheems loof
Uitheems loof
Grove den
Uitheems naald
Totaal staand dood
(m3/ha)
(m3/ha)
(m3/ha)
(m3/ha)
(m3/ha)
2008
3,9
0
9,8
0
13,6
2020
2,2
0
9,0
0
11,2
2008
0,7
0
1,2
1,4
3,3
2020
0,4
0
0,3
0,5
1,2
Noord Riezen/deKril/
1999
1,1
0,7
2,0
0
3,7
Kuilhegge
2020
3,2
1,0
3,5
0
7,7
Westeindse Heide
2008
1,0
0,1
8,2
0
9,3
2020
2,2
< 0,1
11,9
0
14,1
2008
1,9
0
0
0
1,9
2020
5,7
0
0
0
5,7
Deelgebied
Elspeter Struiken
Broodberg
Elspeter Heide
Totaal
Jaar
2008
2,6
0,1
6,8
0,2
9,7
2020
2,3
0,2
7,1
0,1
9,7
Inheems loof
Uitheems loof
Grove den
Uitheems naald
Totaal liggend dood
(m3/ha)
(m3/ha)
(m3/ha)
(m3/ha)
(m3/ha)
2008
0,7
0
11,4
0,1
12,1
2020
1,0
0
7,5
< 0,1
8,5
2008
0
0
2,0
5,4
7,4
2020
0,4
0
1,6
10,8
12,8
Noord Riezen/de Kril/
2008
0,3
0,5
5,3
0,1
6,1
Kuilhegge
2020
0,8
0
5,3
0
6,1
Westeindse Heide
2008
0,6
0
9,1
1,7
11,4
2020
1,1
0
15,5
0
16,6
2008
1,1
0
1,0
0
2,1
2020
0
0
0
0
0
2008
0,6
0,1
8,6
0,8
10,0
2020
0,9
0
7,2
1,2
9,2
Tabel 3.17 | Liggend dood hout
Deelgebied
Elspeter Struiken
Broodberg
Elspeter Heide
Totaal
56 | S ilv e 20 - 15
Jaar
On t w ikk el in gen in h et b os v an d e ge meen t e Nu n sp eet Resu lt at en W o od st o ck 1 9 9 7 /1 9 9 9 -2 0 0 8 -2 0 2 0
3.3.5
Aandeel bos met dikke bomen Het aandeel bos met dikke bomen(dbh groter dan 50 cm) nam toe van 21% in 2008 naar 29% in 2020 (tabel 3.18). Dit aandeel nam toe in alle deelgebieden, met uitzondering van het bos op de Broodberg, waar het afnam door de uitgevoerde omvormingen.
Tabel 3.18 | Aandeel bos met dikke bomen
Deelgebied
2008
2020
(%)
(%)
Elspeter Struiken Broodberg Noord Riezen/de Kril/Kuilhegge Westeindse Heide Elspeter Heide
21,3 27,3 17,4 24,1 20,0
30,8 18,2 29,1 36,1 30,0
Alle natuurbos
21,2
29,3
3.4 Beheer Voor het natuurbos is gekozen voor het zogenaamde ‘niets-doen’ beheer. Dat betekent dat voor dit deel van het gemeentebos het aspect ‘ongestoordheid’ ofwel ‘spontaniteit’ hoog gewaardeerd wordt. Omdat er dus door het beheer niet wordt ingegrepen moeten de ontwikkelingen vanuit de natuur zelf komen. Bepaalde eigenschappen van het bos zijn op dit moment nog niet optimaal ontwikkeld, omdat een belangrijk deel van het bos nog jong is (bijvoorbeeld de met grove den volgelopen Elspeter Struiken). Het bos moet de tijd krijgen om zich te ontwikkelen, zodat zich een groter aantal oude, waardevolle bomen kunnen vestigen. Ook zal er in de loop van de tijd een groot aantal loofbomen opslaan, zoals berk en eik, zodat een groter aandeel gemengd bos zal ontstaan. Het is daarbij wel van belang dat de wilddruk laag is, omdat anders het jonge loofhout zal worden afgegraasd en niet door kan groeien. Mogelijk kan de wolf een bijdrage leveren aan de verlaging van de wildstand. Wat betreft het dode hout is het wachten op een natuurlijke calamiteit, zoals een storm of een bosbrand, waardoor er niet alleen dood hout ontstaat, maar waardoor ook de gesloten kroonlaag zal worden doorbroken en er meer licht op de bosbodem komt voor natuurlijke verjonging.
S ilv e 21 - 01 | 5 7
On t w ikk el in gen in h et mu lt ifu n ct ion e le b os
58 | S ilv e 20 - 15
On t w ikk el in gen in h et b os v an d e ge meen t e Nu n sp eet Resu lt at en W o od st o ck 1 9 9 7 /1 9 9 9 -2 0 0 8 -2 0 2 0
BIJLAGE
1: De ALBOS classificering
ALBOS is een landelijk GIS-systeem voor het beoordelen van de groeiplaatspotentie voor bos. De groeiplaatsen zijn beoordeeld op basis van de bodemkaart 1:50.000, de grondwatertrapkaart en informatie over de voorgeschiedenis van het bos. We hebben de Woodstock steekproefpunten op deze kaart gelegd en vastgesteld in welk ALBOS-type de punten vallen. De resultaten daarvan zijn te vinden in tabel 2.1. ALBOS onderscheidt de typen A tot en met I. Globaal gesteld staat het type A voor de zeer arme, zeer droge groeiplaatsen en I voor de zeer arme, zeer natte groeiplaatsen. In de opeenvolging A-C-E neemt de rijkdom toe, terwijl de groeiplaatsen droog tot zeer droog blijven. Bij de natte groeiplaatsen I, H en G neemt de rijkdom toe van I naar G. De opeenvolging B-D-F staat voor groeiplaatsen die niet zeer droog of zeer nat zijn, waarbij B de armere en F de rijkere groeiplaatsen zijn. De combinatie zeer droog en zeer rijk komt niet voor in Nederland. De codes zijn geassocieerd met de volgende boomsoorten (dit zijn de bepalende boomsoorten voor de bossen die zich ontwikkelen op de groeiplaatsen): A B C D E F G H I
Grove den en berk Grove den en eik Douglas en beuk Eik en beuk Es en eik Populier en els Els en wilg Els en berk Berk
De kaart laat veelvuldig combinaties zijn van deze codes. Op de hogere zandgronden komen de combinaties BC (grove den - eik of douglas - beuk) en A / BC (kleinschalig ruimtelijk patroon van armere en rijkere zandgronden) voor. Op de rivierklei zien we vaak de combinaties EF ( essen eiken of populieren - elzen) en FG (populieren - elzen of elzen - wilgen).
S ilv e 21 - 01 | 5 9
Bij l a ge
60 | S ilv e 20 - 15