AP 6d. St.t.i. Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Nunspeet, Martiniuslaan 6
Maart 2024
Definitief
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6
Plannaam: Plantype: Datum:
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning Maart 2024
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING VOOR DE OMGEVINGSVERGUNNING ............................................................................................... 4 LIGGING PROJECTGEBIED ............................................................................................................................... 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ................................................................................................... 6 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE .................................................. 7 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 7 TOEKOMSTIGE SITUATIE ................................................................................................................................ 9
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 20
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 26 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8
BODEM.................................................................................................................................................... 26 GELUID .................................................................................................................................................... 26 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 28 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 29 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 31 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 32 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 36 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 37
HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 39 5.1 5.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 39 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 40
HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 41 HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG EN INSPRAAK .......................................................... 42 7.1 7.2 7.3 7.4
HET RIJK .................................................................................................................................................. 42 PROVINCIE GELDERLAND ............................................................................................................................. 42 WATERSCHAP VALLEI EN VELUWE ................................................................................................................. 42 OMGEVINGSDIALOOG ................................................................................................................................. 42
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 43 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8
PARKEERONDERZOEK .......................................................................................................................... 44 ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ....................................................................................................... 45 ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI PARKEERTERREIN ..................................................................................... 46 ONDERZOEK GELUIDWERING GEVELS...................................................................................................... 47 STIKSTOFBEREKENING ......................................................................................................................... 48 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA .............................................................................................................. 49 WATERTOETS .................................................................................................................................... 50 OMGEVINGSDIALOOG ......................................................................................................................... 51
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding voor de omgevingsvergunning
Aan de Dominee Martiniuslaan 6, in de bebouwde kom van de kern Nunspeet, ligt een perceel dat in de huidige situatie is bestemd middels een horecabestemming. Het perceel grenst voornamelijk aan centrumfuncties en aan de zuidzijde van de bebouwing is een horecafunctie gesitueerd. Op de begane grond van de bebouwing is een ijssalon gevestigd, in de toekomstige situatie blijft deze vorm van horeca bestaan. Initiatiefnemer is voornemens om op de bovenverdieping van het pand appartementen te realiseren. Deze appartementen zullen deels gerealiseerd worden binnen de huidige bebouwing, maar er zullen ook drie appartementen nieuw gebouwd worden. In de toekomstige situatie zullen er drie bouwlagen zijn. Verder zullen de woningen vallen onder het lagere huursegment. Met dit initiatief wordt gebouwd voor de lokale woningbehoefte en wordt het pand verfraaid. Het projectgebied heeft op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Nunspeet centrum’ de bestemming ‘Horeca’. De voor ‘Horeca’ bestemde gronden zijn bedoeld voor horeca. Daarnaast is er ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ maximaal één woning toegestaan. Het projectgebied beschikt niet over een dergelijke functieaanduiding. Het realiseren van vijf appartementen is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan.
In voorliggend geval wordt middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (uitgebreide voorbereidingsprocedure), afgeweken van het geldende bestemmingsplan. Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied is gelegen in het centrum van Nunspeet. Kadastraal is het projectgebied bekend als gemeente Nunspeet, sectie B, nummer 5128. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de kern Nunspeet en de directe omgeving weergegeven. Met rood is het projectgebied indicatief aangegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het projectgebied (Bron: Pdok.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
1.3
Huidig planologisch regime
1.3.1
Algemeen
Het projectgebied is gelegen in het plangebied van het bestemmingsplan “Nunspeet centrum”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 29 maart 2012. Daarnaast gelden de bestemmingsplannen “PARAPLUPLAN PARKEREN” (vastgesteld op 29 april 2021), “PARAPLUPLAN BED EN BREAKFAST” (vastgesteld op 13 mei 20222), “Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoensarbeiders e.a.” (vastgesteld op 2 juni 2022) en “Welstand Nunspeet 2015” (vastgesteld op 9 december 2000). In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan ‘Nunspeet centrum’ opgenomen. Het projectgebied is indicatief met de blauwe belijning aangegeven.
Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan ‘Nunspeet centrum’ (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3.2
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
In het bestemmingsplan ‘Nunspeet centrum’ heeft het projectgebied de bestemming ‘Horeca’. Horeca De voor ‘Horeca’ aangewezen gronden zijn bedoeld voor horeca. Op en in de gronden met de bestemming ‘Horeca’ mag uitsluitend bij de bestemming behorende bebouwing worden gebouwd. Daarnaast geld en binnen het projectgebied een maximale bouwhoogte van negen meter en een maximale goothoogte van zeven meter. Tevens mag er uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd en geldt er een maximaal bebouwingspercentage van het terrein van 90%. Waarde – Archeologie 3 De voor ‘Waarde – Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Waarde – Monumentale bomen De voor ‘Waarde – Monumentale bomen’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van monumentale bomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing 1.3.3
Strijdigheid
Het realiseren van vijf appartementen op de bovenverdieping van de bestaande horeca ter plaatse van het projectgebied is vanwege het ontbreken van de gebruiks- en bouwmogelijkheden niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan.
1.4
Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing
Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van deze ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van het besluit de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is verwoord waaraan een ruimtelijke onderbouwing moet voldoen. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.
5.
6.
een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 7; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit zal voor een ieder ter inzage worden gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 6.
Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 1. 2.
3.
1.5
een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.7; voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; in hoofdstuk 4 is aandacht besteed aan diverse relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. Deze zijn beschreven in paragraaf 4.3.
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Nunspeet beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 5 wordt in gegaan op het aspect water. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project en hoofdstuk 7 gaat in op het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE
Huidige situatie
Het projectgebied ligt aan de Dominee Martiniuslaan 6 in het centrum van de kern Nunspeet. De hoofdfuncties in de directe omgeving betreffen maatschappelijke-, woon- en centrumfuncties. De ruimtelijke structuur ten westen (aan de voorzijde) van het projectgebied wordt gekenmerkt door het marktplein. Ten noorden van het projectgebied bevinden zich nog enkele detailhandellocaties, waarna de overgang begint naar hoofdzakelijk woonpercelen. Dit geldt ook voor de functies ten zuiden van het projectgebied. De structuur ten oosten van het projectgebied wordt gekenmerkt door centrumfuncties en een parkeerterrein. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving en de begrenzing (rode contour) van het projectgebied worden weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1.
Afbeelding 2.1: Ligging van het projectgebied ten opzichte van de omgeving (Bron: Pdok.nl)
In afbeelding 2.2 is het vooraanzicht van de huidige situatie van het projectgebied opgenomen. De begane grond van de bebouwing binnen het projectgebied wordt gebruikt als horecafunctie. In afbeelding 2.3 en 2.4 zijn het achter- en zijaanzicht van de huidige situatie van het projectgebied opgenomen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.2: Vooraanzicht huidige situatie projectgebied (Bron: Google Streetview)
Afbeelding 2.3: Achterzijde projectgebied (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.4
Zijaanzicht huidige situatie projectgebied (Bron: JohanHofman Architect)
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Algemeen
Als gevolg van demografische ontwikkelingen zal de komende 10 jaar de bevolkingsgroei langzaam stagneren en aantal senioren toenemen. Daarnaast leiden autonome maatschappelijke ontwikkelingen zoals extramuralisering en het gestegen welvaartsniveau ertoe dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig willen en moeten blijven wonen. Deze ontwikkelingen hebben een veranderende vraag aan type woningen in verschillende levensfasegroepen tot gevolg. In iedere levensfase is behoefte aan een ander type woonruimte. De prijs, het woonoppervlak, de locatie en de nabijheid van bepaalde voorzieningen zijn typische kenmerken/behoeften die veranderen afhankelijk van de levensfase. In voorliggend geval worden er woningen gecreëerd in het goedkope huursegment, hierdoor zijn de appartementen geschikt voor zowel starters als senioren. Voorliggende ontwikkeling sluit daarom aan op voorgenoemde (demografische) ontwikkelingen. 2.2.2
Ruimtelijke ontwikkeling
2.2.3.1 Algemeen Zoals aangegeven in de aanleiding is initiatiefnemer voornemens om vijf appartementen te realiseren op de locatie aan de Dominee Martiniuslaan 5. De appartementen zullen vallen onder het lagere huursegment. In de bestaande verdieping zijn twee appartementen geprojecteerd. De drie overige appartementen worden gerealiseerd als nieuw te realiseren bovenverdieping op het achterste deel van de bebouwing. Twee van de te realiseren appartementen zullen een oppervlakte van circa 55 m² hebben. Het andere appartement zal een oppervlakte van circa 100 m² hebben. De overige appartementen zullen een oppervlakte hebben van circa 40 en 60 m². De woningen zijn bereikbaar via het Torenpad, deze ligt aan de zuidzijde van de bebouwing. In afbeeldingen 2.5 tot en met 2.9 zijn de plattegronden en relevante gevels van de appartementen weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.5: Plattegrond eerste verdieping projectgebied (Bron: JohanHofman Architect)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.6: Plattegrond tweede verdieping projectgebied (Bron: JohanHofman Architect)
Afbeelding 2.7: Voorgevel gewenste situatie (Bron: JohanHofman Architect)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.8: Achtergevel gewenste situatie (Bron: Johanhofman Architect)
Afbeelding 2.9: Rechterzijgevel gewenste situatie (Bron: Johanhofman Architecht)
De drie nieuwe appartementen aan de achterzijde van het pand zijn georiënteerd op het Whemeplein, dit betreft een parkeerterrein. Deze situering verbeterd de stedenbouwkundige kwaliteit van de bebouwing, creëert woningen aan het plein en verandert de blinde achtergevel van het pand in een aantrekkelijke voorgevel. Verder wordt er tijdens de verbouwing gedacht aan het verduurzamen van het pand door de vloeren, wanden en daken te isoleren. Daarnaast wordt het pand indien mogelijk voorzien van een hybride- of gasloos-systeem en zonnepanelen. De woningen worden (bijna) energieneutraal vormgegeven. Hiertoe is een BENG-berekening uitgevoerd. Deze is bij de omgevingsvergunning gevoegd. 2.2.3
Verkeer en parkeren
2.2.3.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft een eigen parkeernota. Hierin zijn normen voor het parkeren in opgenomen. Deze parkeernota beschikt niet over cijfers ten aanzien van verkeersgeneratie. Daartoe is aansluiting gezocht bij de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ van december 2018. Daarnaast valt het projectgebied binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “PARAPLUPLAN PARKEREN”. Op basis van dit plan moet er bij een nieuwe ontwikkeling worden aangetoond of er binnen het terrein in voldoende mate wordt voorzien in de ruimte voor: 1. 2.
het parkeren of stallen van auto’s en fietsen; het laden of lossen van goederen; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing 3.
het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden.
Er kan worden afgeweken van de parkeerregels mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: • • • •
de parkeersituatie in de openbare ruimte; het woon- en leefklimaat; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Daarnaast kan er gebruik worden gemaakt van het parkeerfonds. Dit kan indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn. Er kan in dit geval door de aanvrager een financiële bijdrage gestort worden in het parkeerfonds. In de volgende paragraaf wordt getoetst aan het parapluplan Parkeren. 2.2.3.3 Parkeren De beleidsnotitie ‘Parkeernota’ van de gemeente Nunspeet is wat betreft het berekenen van de parkeerbehoefte leidend. Door Bureau Schmidt is een parkeeronderzoek uitgevoerd. De belangrijkste resultaten worden hieronder genoemd. Voor het volledige rapport wordt verwezen naar bijlage 1. Parkeerbehoefte huidige situatie • •
•
•
Op verschillende representatieve momenten zijn parkeertellingen uitgevoerd; Drukste moment is op dinsdagmiddag 14.00. Op dit moment was in het gehele gebied de parkeerbezetting 85% en waren nog 37 parkeerplaatsen beschikbaar. Binnen 100 meter loopafstand was het drukste moment de zaterdagmiddag. Op dit moment was binnen 100 meter lopen de parkeerbezetting 87% en waren nog 14 parkeerplaatsen beschikbaar. In de avond/nacht (uitgezonderd koopavond) is de parkeerdruk relatief laag.
Parkeerbehoefte gewenste situatie • • • •
De parkeerbehoefte stijgt met 2-5 parkeerplaatsen; De parkeerbehoefte stijft, afhankelijk van 100 meter of 200 meter loopafstand, tot 87% of 90% parkeerbezetting; Het aantal beschikbare parkeerplaatsen op het drukste moment, afhankelijk van 100 meter of 200 meter loopafstand, bedraagt 10 of 34 parkeerplaatsen; Inclusief de ontwikkeling zijn er op de drukste momenten nog steeds parkeerplaatsen beschikbaar in het centrumgebied.
Uit de parkeertellingen en berekeningen blijkt dat de huidige parkeerbezetting in het centrumgebied op de drukste momenten ca. 85% bedraagt (200 meter loopafstand tot ontwikkeling). Deze stijgt met de ontwikkeling naar 86%. Op 100 meter loopafstand stijgt de parkeerbezetting van 87% naar 90%. De toekomstige bezettingspercentages zitten daarmee net boven de grens van 85%. Dit geldt alleen voor de piekmomenten, in de dal periodes is de parkeerbezetting fors lager dan 85%. Hierbij moet ook opgemerkt worden dat het slechts om een absolute toename van 3-5 geparkeerde auto’s gaat en dat er op het drukste moment nog steeds voldoende parkeervakken in het centrumgebied vrij zijn voor andere bezoekers. Dit geldt voor de absolute piekmomenten; op de rustigere momenten (meeste momenten van de week) is er nog meer parkeercapaciteit beschikbaar. Het drukste moment van de bewoners (’s nachts) valt niet samen met het drukste moment van de huidige situatie. Door de woningbouw ontwikkeling aan de Ds. Martiniuslaan 6 zal de parkeerbezetting in de directe omgeving stijgen tot net boven de 85%. Er zijn tijdens het absolute piekmoment echter nog wel tien parkeerplaatsen beschikbaar binnen de acceptabele loopafstand. Op iets grotere loopafstand zijn zelfs nog 34 parkeerplaatsen beschikbaar. In de dal perioden zijn nog meer parkeerplaatsen beschikbaar.
Zeker gezien de geringe absolute toename van de parkeervraag (3-5 parkeerplaatsen), zal de woningbouw ontwikkeling niet leiden tot een
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing onwenselijk situatie en zal er nog voldoende parkeercapaciteit beschikbaar blijven. Daarnaast blijkt dat de parkeernormen voor appartementen vaak aan de hoge kant zijn. Vermoedelijk zal het werkelijk aantal geparkeerde auto’s lager zijn dan de berekeningen laat zien. De gemeente Nunspeet hanteert in voorliggend geval zes parkeerplaatsen voor de geprojecteerde appartementen. Er worden twee parkeerplaatsen toegevoegd aan de Martiniuslaan 6, daarnaast worden er in de parkeerkelder aan de Stationslaan 24-26 twee parkeerplekken gereserveerd. Deze parkeerplaatsen zijn schematisch weergegeven in afbeelding 2.10 en 2.11. Door een financiële bijdrage in het parkeerfonds worden de overige twee parkeerplaatsen opgevangen in de openbare ruimte. Er wordt geconcludeerd dat er voldoende parkeerplekken aanwezig zijn in de openbare ruimte om de geringe stijging van de parkeerbehoefte goed op te vangen. Het aspect ‘parkeren’ vormt hiermee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Afbeelding 2.10
Gereserveerde parkeerplaatsen parkeerkelder Stationslaan 24-26 (Bron: Versteegh Hofman Architecten)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.11
Extra parkeerplaatsen Ds. Martiniuslaan 6 (Bron: Versteegh Hofman Architecten)
2.2.3.2 Verkeersgeneratie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Het realiseren van vijf appartementen aan de Dominee Martiniuslaan 6 zal een beperkte toename van het aantal verkeersbewegingen met zich mee brengen. Op basis van de CROW (Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur), niet-stedelijke gemeente, schil centrum) betekent dit 4,5 verkeersbewegingen per woning. Dit maakt in totaal 22,5 verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling. De bewoners kunnen de woningen bereiken via het Whemeplein en hun weg vervolgen via de Dominee de Bouterlaan en de Laan. Deze wegen zijn van voldoende capaciteit om de geringe toename van verkeersbewegingen goed af te wikkelen. Er wordt geconcludeerd dat het aspect ‘verkeer’ geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het beleid vanuit het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Nunspeet. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing 3.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties
3.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing aan het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1 als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Toename van het ruimtebeslag is een belangrijke factor en daarnaast heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat bij het realiseren van een dergelijk aantal woningen, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). De in deze ruimtelijke onderbouwing beschreven ontwikkeling voorziet in het realiseren vijf appartementen.
Gelet op het vorenstaande is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en geen sprake is van strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3
Conclusie toets aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in deze ruimtelijke onderbouwing omschreven ontwikkeling niet in de weg staat.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
3.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: • •
een duurzame economische structuurversterking, het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.
Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 3.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeert de provincie in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.
Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: •
• •
Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.
Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing 3.2.1.3 Wonen De provincie en haar partners streven er samen naar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden. In de Regionale Woonagenda agenderen alle (relevante) partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. Zij maken afspraken over wat zij hieraan gaan doen. De provincie is een van de partijen. Als belangrijke doelgroep van beleid zijn genoemd: • • • • •
ouderen; mensen met een zorgindicatie; jongeren; arbeidsmigranten; middeninkomens.
Een belangrijke opgave voor deze Regionale Woonagenda’s is de programmering van veranderingen in de regionale woningvoorraad. Het betrekken van meerdere partijen helpt om vanuit verschillende achtergronden actuele informatie over de regionale woningmarkt te krijgen. Kansen en risico’s van nieuwe projecten of van bestaande (harde) plancapaciteit kunnen zo beter worden onderbouwd. De provincie Gelderland streeft op de woningmarkt naar een vraaggerichte in plaats van aanbodgerichte benadering. Aangetoonde woningbehoefte (de vraag) zou moeten kunnen worden gefaciliteerd, in de vorm, op de plaats en op het moment dat die zich voordoet. 3.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan betreft de realisatie van vijf appartementen. Uit de woonvisie blijkt de behoefte aan woningen in de gemeente Nunspeet, specifiek de kern Nunspeet (zie paragraaf 3.3.4). Het plan wordt stedenbouwkundig goed ingepast in de omgeving en de woningen worden conform het bouwbesluit en BENGberekening gerealiseerd. Het plan voldoet aan het borgen van kwaliteit van de woon- en leefomgeving en het behoud van vitale steden en dorpen, zoals omschreven in de Omgevingsvisie Gelderland. Gesteld wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
3.2.2.1 Algemeen De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval is in het kader van deze onderbouwing hoofdzakelijk artikel 2.2. van belang. Ook artikel 2.38 (Intrekgebied) is van belang, aangezien het projectgebied in een intrekgebied is gelegen. Deze artikelen luiden: Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. 2.
Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid;
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing c. d.
er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling
Artikel 2.38 Intrekgebied Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Artikel 2.65b (klimaatadaptie) 1.
2.
Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte.
De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de artikelen 2.2, 2.38 en 2.65b uit de Omgevingsverordening Gelderland De plancapaciteit waarin voorliggende onderbouwing voorziet kan worden ondergebracht in de aan de gemeente Nunspeet toegekende plancapaciteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 3.3.4 (Woonvisie). Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Gelderland. Ook wordt er voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking en past de ontwikkeling binnen de andere aspecten van het meest recente provinciale beleid. Dit blijkt uit paragraaf 3.1.2 en 3.2. Daarnaast heeft voorliggend plan geen relatie met de winning van fossiele energie, zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas. Verder valt het projectgebied binnen een risicogebied van hittestress. Om de hittestress te reduceren wordt er een groen dak aangelegd op het dak van de bergingen. Bovendien wordt er op het dakterras een groenbak gerealiseerd van circa 5 m². Deze maatregelen zorgen niet alleen voor een verlaging van de hittestress, maar ook voor extra waterberging. Hier wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan artikelen 2.2 en 2.38 van de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland en verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 2018 Nunspeet
3.3.1.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie voor de gehele gemeente opgesteld, de Omgevingsvisie Nunspeet. De omgevingsvisie Nunspeet is opgebouwd in thema's en een gebiedsgerichte uitwerking. De visie heeft als planhorizon 2030. In de visie wordt de ambitie ten aanzien van verschillende thema’s uitgewerkt. Hierna wordt op de visie met betrekking tot de functie ‘wonen’ ingegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing 3.3.1.2 Visie: leefbare dorpen met een actieve samenleving! Voor dit thema zijn verschillende uitvoeringsaspecten van belang, als uitvloeisel van de hoofdlijnen van de visie op Nunspeet. In onderstaande opsomming worden de uitvoeringsaspecten beschreven, de opgaven gedefinieerd c.q. wordt de agendering geconcretiseerd. Prioriteiten en uitwerkingsopgaven voor het thema ‘leefbare dorpen en actieve samenleving’ zijn: 1.
2.
3.
4.
5.
Breng in het kader van de (uitwerking van de) Woonvisie per kern de woonbehoefte in beeld. Kwantitatief, kwalitatief als naar prijsniveau. Breng tevens in beeld welk type woonmilieu waar past en welke omvang aan woningbouwontwikkeling passend is bij de verschillende kernen, met respect voor de (natuur)waarden; Werk een strategie uit met betrekking tot de aanpak van de bestaande woningvoorraad, met als doel deze levensloopbestendig, energie-, klimaat- en waterneutraal te maken. Kom daarnaast tot een kwalitatief afwegingskader, gericht op: de juiste woning op de juiste locatie; Onderzoek de mogelijkheid om samen met de bewoners kernagenda’s op te stellen, waarin zowel fysieke, sociale en economische aspecten meegenomen worden. Maak een taakverdeling en mobiliseer de samenleving. Werk als onderdeel daarvan aan het behoud van een basisvoorzieningenpakket per kern; Heb aandacht voor de kwaliteit van de zorg en faciliteer de ondersteuning (overheid als vangnet), stimuleer zelfredzaamheid en zelfbewustzijn in een zelfopererend gebied. Stimuleer het (door)ontwikkelen van zogenaamde gebiedsondernemingen; Ontwikkel een promotie- en acquisitiestrategie en draag deze uit zowel naar ontwikkelaars als potentiële inwonersdoelgroepen. Hierdoor zouden bijvoorbeeld ook jongeren verleid kunnen worden om terug te keren naar de gemeenten.
3.3.1.3 Visie op wonen Nunspeet heeft een aantrekkelijk, dorps, groen en rustig woon- en leefklimaat. De gemeente wil dat iedereen die dat wil, in Nunspeet moet kunnen blijven wonen in een woning en op een plek waar men zich thuis voelt. Dat geldt ook voor degenen die zich vanwege werk of om andere redenen in de gemeente willen vestigen. Dit betekent dat nieuwbouw en herontwikkeling zo goed mogelijk voldoen aan de uitbreidingsbehoefte, zowel in aantallen, woningtypen als woningprijzen. De gemeente wil aantrekkelijke woonmilieus behouden en toevoegen. De ligging van de kernen te midden van natuurwaarden levert daarbij zowel kansen als uitdagingen op. Toevoegingen van woonlocaties zijn in balans met de uitbreidingsbehoefte. Er is geen sprake van een grote herstructureringsopgave, zodat dergelijke projecten kleinschalig van karakter zijn en een kwaliteitsimpuls moeten vormen voor de (woon)omgeving. Kernwoorden zijn duurzaam, energieneutraal en levensloopbestendig. Particuliere initiatieven zoals Collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO) worden aangemoedigd en waar mogelijk gefaciliteerd, mits passend binnen de uitgangspunten voor ontwikkeling. De meest recente Primos-woningbehoefteprognoses voor de gemeente Nunspeet gaan uit van een toenemende woningbehoefte tot ten minste het jaar 2030.
De gemeente Nunspeet heeft daarbij de ambitie om te bouwen voor de werkelijke behoefte op basis van de provinciale prognose bij een migratiesaldo van 0. Uit de Primos-prognoses voor de periode 2017-2025 blijkt dat er in de gemeente Nunspeet in deze periode een behoefte is van circa 895 extra woningen (Woonvisie Nunspeet, actualisatie zomer 2018). De gemeente Nunspeet wil deze behoefte accommoderen, waar mogelijk en ruimtelijk verantwoord via inbreiding in de bestaande dorpskernen, onder andere met het programma Woningbouw op Maat. Maar daarnaast is naar verwachting een grotere uitleglocatie benodigd 3.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Nunspeet’ De realisatie van vijf appartementen binnen de bestaande kern van Nunspeet is in lijn met de omgevingsvisie Nunspeet. Zo past het plan binnen het streefbeeld voor wonen op de volgende punten:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing • • •
3.3.2
Het plan is in lijn met de ambitie van gemeentelijke Woonvisie om bij te dragen aan het terugdringen van het tekort aan woningen in Nunspeet, zie paragraaf 3.3.4; Het gaat om een kleinschalig project die een kwaliteitsimpuls vormt voor de omgeving, door het bouwen van passende woningen en een goede stedenbouwkundige inpassing; Het plan voorziet in een binnenstedelijke ontwikkeling in het centrumgebied. Dit draagt bij het voorzien van een passend aantal woningen ten opzichte van de behoefte. Notitie ‘woningbouw op maat’
3.3.2.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft samen met Axon Adviseurs een strategische aanpak en afwegingskader ontwikkeld waarmee de gemeente gerichter sturing kan geven aan nieuwe woningbouwinitiatieven in de gemeente. Deze notitie is een uitwerking van de woonvisie. Het doel van de visie in dat ik de toekomst de juiste woning op de juiste plek wordt gebouwd. Tevens moet zuinig omgegaan worden met de beschikbare capaciteit. De notitie is vastgesteld op 20 oktober 2015. In de visie wordt beschreven waar de gemeente de komende jaren met de woningbouw op in wil zetten, hoe zij dit samen met de partners zou willen bereiken en aan welke criteria de nieuwe initiatieven worden getoetst. De visie functioneert daarmee als communicatiemiddel tussen de gemeente en initiatiefnemers. Het doel is om de visie in een zo vroeg mogelijk stadium met de initiatiefnemers te delen, zodat al tijdens de initiatieffase bekend is hoe de gemeente Nunspeet om wil gaan met nieuwe initiatieven. 3.3.2.2 Maatregelen vrijmaken nieuwe plancapaciteit Eén van de maatregelen om ruimte te creëren voor nieuw initiatieven is het herprogrammeren van niet benutte locaties. De gemeente heeft geïnventariseerd welke bestaande woningbouwcapaciteit jarenlang onbenut is gebleven, waarom dat het geval is en wat de gevolgen zijn als tot herprogrammering van de bouwmogelijkheden zou worden overgegaan.
Voor deze locaties is het volgende afgesproken: • •
Herprogrammeren van woningbouwmogelijkheden voor locaties die vanuit stedenbouwkundig en/of programmatisch oogpunt niet strikt noodzakelijk zijn; Stimuleren van realisering of herprogrammering als blijkt dat de locatie vanuit stedenbouwkundig en/of programmatisch oogpunt dringend gewenst is;
Met de herprogrammering wordt bereikt dat de overprogrammering van 47 woningen per saldo teniet wordt gedaan. 3.3.2.3 Visie De gemeente ziet de noodzaak om het woningbouwprogramma bij te stellen en er voor te zorgen dat nieuwe initiatieven beter aansluiten op de behoefte. Om de toetsing concreet handen en voeten te geven, is een nieuw afwegingskader voor initiatieven noodzakelijk. De gemeente heeft een afwegingskader met daarin 7 uitgangspunten opgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Het benutten van inbreidingslocaties heeft de prioriteit; Bij inbreidingslocaties inzetten op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; Innovatie en maatwerk op individuele locaties in het buitengebied; Geen mogelijkheden voor nieuwe uitbreidingslocaties; Het plan past binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteiten tot en met 2024 (capaciteit is voor Nunspeet geraamd op 260 woningen) Doelgroepen/woningtypen passen binnen de behoefte van de Woonvisie; Inzetten op kleinschalige locaties, organische groei en flexibele concepten.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing 3.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de notitie ‘Woningbouw op maat’ Opgemerkt wordt dat de visie enigszins is verouderd in die zin dat de behoefte aan woningen is veranderd (gestegen). Aangezien het in dit geval gaat om een ontwikkeling die destijds is gebaseerd op dit kader, wordt er wel aan deze notitie getoetst. Voorliggend initiatief heeft betrekking op een inbreidingslocatie. De kwaliteit van deze locatie wordt fors verbeterd aangezien de eerste verdieping wordt ‘opgevuld’ waarbij drie appartementen gerealiseerd worden. Er wordt met voorliggend initiatief een passende functie gegeven aan deze ruimte. Het initiatief is gelegen op een inbreidingslocatie, wat tevens aansluit bij het voornemen om met name binnen bestaand bebouwd gebied te bouwen. Het plan is passend binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteit. Met de woningen wordt aangesloten bij de wens om woningen te bouwen voor doelgroepen zoals opgenomen in de woonvisie (zie ook paragraaf 3.3.4). Het gaat hier voornamelijk om starters en senioren, die een woning willen huren in het goedkope segment. Tenslotte wordt met het initiatief aangesloten op de wens om in te zetten op kleinschalige locaties. Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief in overeenstemming is met de notitie ‘Woningbouw op maat’. 3.3.3
Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030
3.3.3.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft in 2013 de Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030 (ITV) vastgesteld. In de ITV 2030 wordt uitgesproken hoe de gemeente Nunspeet er in 2030 uit zou moeten zien en vormt voor de gemeente de koers voor het te ontwikkelen beleid. Nunspeet manifesteert zich in de ITV 2030 als een gemeente met vele gezichten met vele kwaliteiten. De belangrijkste daarvan zijn: • • • • • •
De prettige woonmilieus met aangenaam dorpskarakter, in een groene omgeving; Het goede voorzieningenniveau en de sterke sociale cohesie; De dynamiek, de bedrijvigheid en de werkgelegenheid; De goede externe ontsluiting over weg en spoor; De grote variatie aan landschappen; De natuur en de rust.
Het gaat er om de bestaande kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. Vanuit de ITV 2030 heeft de gemeente zich ten doel gesteld te blijven streven naar een goede balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds. Daarnaast maken autonome en economische ontwikkelingen en maatschappelijke trends het noodzakelijk mee te bewegen en te blijven werken aan kwaliteit en leefbaarheid, zodat in 2030 Nunspeet nog altijd de vitale gemeente is die ze nu is. De ambitie is om door middel van nieuwbouw, herstructurering, inbreiding, transformatie bestaande bebouwing en stedelijke vernieuwing voldoende mogelijkheden te bieden voor de doelgroepen om hun specifieke woonstappen te kunnen doorlopen. De doelgroepen zijn starters, jonge doorstromers en senioren. 3.3.3.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030’ In de toekomstvisie wordt aangegeven dat inbreidingslocaties voorrang krijgen en er behoefte is aan woningen voor starters en senioren. Voorliggende ontwikkeling voorziet in de behoefte aan starters- en seniorenwoningen, aangezien het gaat om (kleinschalige) appartementen in het centrum van Nunspeet. Daarnaast betreft het projectgebied een inbreidingslocatie. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de ‘Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing 3.3.4
Woonvisie Nunspeet
3.3.4.1 Algemeen De woonvisie "Goed wonen in de gemeente Nunspeet" is vastgesteld op 20 februari 2020. De nieuwe woonvisie beschrijft drie ambities: • • •
Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte Een duurzaam huis Zorgzame en inclusieve wijken
Het gemeentebestuur wil dat alle inwoners van de gemeente Nunspeet zo passend mogelijk wonen, en wil de vier kernen 'in balans' houden. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad met circa 670 woningen nodig in de periode 2020 tot 2025, en tot 2030 in totaal 950 woningen. Voor starters is de grootste urgentie, maar ook het passend wonen voor senioren is een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. In de periode 2020-2025 wil het gemeentebestuur ten minste 135 sociale huurwoningen toevoegen en een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen. De gemeente wil een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik, dan wel energieneutraliteit. Tevens wil de gemeente goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk maken. Doelgroepverordening sociale woningbouw De gemeenteraad van de gemeente Nunspeet heeft in 2012 de verordening doelgroepen sociale woningbouw vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke prijs- en inkomensgrenzen gelden als er sprake is van sociale woningbouw in een bestemmingsplan. 3.3.4.2 Dilemma’s op de woningmarkt De woonvisie biedt inzicht in de ontwikkelingen op het brede gebied van het wonen. Het geeft ook een beeld van de effecten van beleid van de afgelopen jaren.
Ook richt de visie zich op de toekomst waar zich grote veranderingen aankondigen, in hoofdlijnen worden de volgende dilemma's benoemd: • • • • • •
Aantal huishoudens blijft groeien, na 2020 afnemende groei, vraagt om flexibele oplossingen; Veranderende bevolkingssamenstelling; ontgroening, vergrijzing en kleinere huishoudens; Vertrekoverschot, met name door jongeren en jongvolwassenen; Langer zelfstandig wonen en toenemende zorgbehoefte (senioren verhuizen nauwelijks); Kwaliteit en geschiktheid bestaande woningvoorraad; Wat te doen met nieuwbouwplannen.
3.3.4.3 Visie De gemeente is verantwoordelijk voor de woonvisie en neemt op dit punt dan ook de regie. Daarom heeft de gemeente voor de ontwikkeling van die visie de kennis van de woningcorporatie, de maatschappelijke organisaties, de marktpartijen en de bewonersgroepen ingezet. In hoofdlijnen worden de volgende hoofdpunten benoemd: • • •
Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte; Een duurzaam huis; Zorgzame en inclusieve wijken.
De betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte houdt in dat de gemeente alle inwoners van Nunspeet zo passend mogelijk wil laten wonen, daarnaast wil de gemeente levendig blijven. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad met circa 670 woningen nodig in de periode 2020 tot 2025. Voor starters en senioren ziet de gemeente de grootste urgentie. Dit vraagt voor starters om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. Binnen deze uitbreiding wil Nunspeet in de periode 2020-2025 ongeveer 140 sociale huurwoningen toevoegen, evenals een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing Een duurzaam huis houdt in dat in het coalitieakkoord van Nunspeet landelijke ambities en normen voor verduurzaming zijn vertaald naar het wonen in Nunspeet. De gemeente wil een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik, dan wel energieneutraliteit. 3.3.4.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie Nunspeet’ Het plan voorziet in woonruimte voor met name starters, gezien het prijssegment van de woningen. Hiermee wordt voorzien in de vraag naar betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte. Daarnaast wordt er veel aandacht besteedt aan het verduurzamen van de woning met zonnepanelen en een passend gasloosof hybride systeem. Tevens wordt het initiatief op een adequate wijze stedenbouwkundig ingepast. Gezien vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de woonvisie.
3.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in deze onderbouwing besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Nunspeet, Dominee Martiniuslaan 6 Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke onderbouwing vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In het kader van de milieukundige uitvoerbaarheid worden in dit hoofdstuk de volgende thema’s behandeld: bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en besluit milieueffectenrapportage.
4.1
Bodem
4.1.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.1.2