AP 6c. Bijlage Tuinhistorische waardestelling Hulshorst Nunspeet
Tekst van het document
67
Harderwijkerweg
Leeuwerikbos Oudeweg Broeksteeg
Westerbos
Oudeweg Onder de Bos
Vuurkuilweg Vuurkuil
nieuwe Huize Hulshorst ecoduct
Oudeweg
snelweg
bypass
Afb. 3.4: Schematische weergave van de landschappelijke aanleg bij Huize Hulshorst, situatie omstreeks 2020.
68
Hulshorst te Nunspeet
werd een geliefd wandelgebied voor de omgeving. Het centrale focuspunt en de representatie van de buitenplaats waren echter door de afbraak van het huis verdwenen. Vanaf 1954 werd het oude Hulshorst gemeentelijk eigendom en vormt sindsdien een publiek recreatieterrein. Diverse historische paden zijn sindsdien uit beheer genomen of verwijderd, terwijl tegelijkertijd nieuwe (ruiter)paden zijn toegevoegd en parkeerplaatsen en recreatieve voorzieningen aangelegd. Bruggen werden vernieuwd, de landerijen meer ingericht als grasland, en de oude moestuin werd een terrein voor hondentraining. Nadat begin jaren 70 boerderij Erve Hulshorst afbrandde, groeide die plek dicht met bos. Voor het oude koetshuis werd een nieuwe functie gevonden: in eerste instantie een afdeling van de Rijkspolitie, thans als woning annex vergader- en feestlocatie. Rondom kwam een nieuwe tuinaanleg met hagen en tulpenbomen en in de bosranden werden bruine beuken toegevoegd. De verlegging, aanpassing en aanleg van omliggende doorgaande wegen (o.a. rechttrekken Oudeweg in 1954, aanpassing Zuiderzeestraatweg/Harderwijkerweg, aanleg A28 in 1962) had in eerste instantie weinig effect op de oude parkaanleg. Wel kwam de noordwestelijke entree meer verstopt te liggen en verhult een bossage hier het zicht op het landgoed.
De demping van de Oorsprong van de Zilverbeek (als gevolg van de aanleg van de A28) verminderde de watertoevoer, hetgeen door de aanleg van een bypass naar de Hierdensebeek slechts deels is opgelost. De combinatie met dalende grondwaterstanden is zorgelijk, evenals de uitval van oude (laan)bomen. Hoewel de landschappelijke parkaanleg uit de 19e eeuw op hoofdlijnen ongewijzigd is gebleven, wordt de bedoelde ruimtewerking en sierlijkheid niet optimaal ervaren vanwege dichtgegroeide doorzichten, oprukkende beplantingen, verdwenen sierbeplantingen en nieuwe aanplant. Het recent over de A28 aangelegde Ecoduct Hulshorst is aangelegd vanuit ecologische motieven en ligt geheel buiten de belevingssfeer van de vroegere buitenplaats.
Ontstaan na 1940: - boomaanplant op locatie Huize Hulshorst; - bosgroei ter plekke Erve Hulshorst; - tuinaanleg rondom koetshuis en tuinmanswoning; - nieuwe ruiterpaden; - recreatieve voorzieningen (meubilair, bebording, parkeerplaatsen, etc.); - hondentrainingsveld in vroegere moestuin; - verscholen entree aan Harderwijkerweg; - ecoduct.
69
Periode 1735 - 1813 Periode 1813 - 1827 Periode 1827 - 1941
Afb. 3.5: Historische relicten.
70
Hulshorst te Nunspeet
4. WAARDERING 4.1. Methode De in onderliggend rapport gevolgde waarderingsmethode is ontleend aan de ‘Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek’ en richtlijnen ‘Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening’.100 Hierin wordt onder meer nadruk gelegd op het belang van goede doorgronding van de ontwikkelingsgeschiedenis van een plek en een heldere en verifieerbare methode om te komen tot een duidelijke representatie van de waarden in beschrijvingen en tekeningen. Bij een waardebepaling kan zowel sprake zijn van een externe als van een interne waardestelling. Bij de externe waardestelling wordt het onderzoeksgebied als geheel gerelateerd aan de nationale of regionale betekenis en de positie ten opzichte van vergelijkbare gebieden in Nederland of de regio. De interne waardestelling vindt plaats op deelgebied- en elementsniveau, waarmee wordt bedoeld dat de waarden van deelgebieden en elementen op het terrein in relatie tot het onderzoeksgebied als geheel worden afgewogen, en dus in principe niet gerelateerd worden aan vergelijkbare elementen in andere terreinen. Een nadere waardering op deelgebied- of elementsniveau geeft inzicht in de specifiek aan een plek of element toe te kennen betekenis, waarbij oudere, meer gave en meer in samenhang verkerende zaken een hogere verwachtingswaarde kennen.
Welke elementen zijn in de loop der tijd ongewijzigd en behoren tot de kern of het karakter van het gebied? Of welke elementen zijn later ingevoegd, maar op zorgvuldige wijze waarbij een nieuwe samenhang met de oudere situatie is ontstaan? Zo ontstaat ook een onderscheid tussen hoofdstructuren, bijzonderheden en bijzaken: wat kan zonder impact worden verwijderd en wat draagt bij tot de essentie van dit terrein. In de waardenstellingen zijn de volgende aspecten in ogenschouw genomen: • algemeen historische waarde: deze waarde wordt bepaald door representatie van culturele, sociaaleconomische en/of geestelijke ontwikkeling, representatie van geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling, representatie van technische en/of typologische ontwikkeling, of te typeren als innovatief, vroeg of pionier. In deze is met name het ontstaan en de ontwikkelingsgeschiedenis van belang, niet (enkel) het huidig aanzien. In deze is de ouderdom op zich niet bepalend voor de waarde, maar wel een belangrijke graadmeter voor de beleving, bijzonderheid (zeldzaamheid) en continuïteit in vorm en functie (gaafheid). Te meer omdat groen erfgoed een grotere vergankelijkheid kent (ten opzichte van ‘rode elementen’), zijn oudere elementen in de regel ook zeldzamer.
• ensemblewaarde: deze waarde wordt bepaald door de context of samenhang: een object kan onderdeel zijn van een structuur of patroon, dat ruimtelijk/fysiek of in betekenis met elkaar in verbinding staat. Een dergelijke relatie kan bijvoorbeeld bestaan uit een logisch en als geheel gerealiseerd ontwerp waarbij een object dient als onderdeel van een groter geheel (ontginning, tuin) of bijvoorbeeld als begeleiding van een weg of perceelsgrens. • tuinhistorische waarde: deze waarde volgt uit een belang voor de geschiedenis van de (tuin)architectuur en/of tuinhistorie, voor het oeuvre van de (tuin- en landschaps)architect, wegens het idee achter de aanleg en/of motief van de opdrachtgever, vanwege de afleesbaarheid van de historische gelaagdheid, vanwege de esthetische en ruimtelijke kwaliteiten (van het ontwerp), ornamentiek en/of afwerking, vanwege de compositie, onderlinge samenhang en/of ordening van onderdelen, of vanwege het (innovatieve) materiaalgebruik, horticulturele traditie, gebruikte beplanting en/of dendrologische aspecten. Hierin spelen onder meer de tuinstijlen een rol.
• gebruikshistorische waarden: Gebruikshistorische waarde komt voort uit een belang vanwege (de ordening, samenhang of inrichting van onderdelen, passend bij) een (historisch) gebruik, functie of productie, of als herinnering aan een historische gebeurtenis of prominente bewoner (herinneringswaarde), gebruiker of opdrachtgever. Hierbij speelt ook de gaafheid ten opzichte van de primaire vorm: in de loop der tijd kunnen vorm en functie gewijzigd zijn, waarbij de primaire vorm is aangetast in fysieke staat en/of herkenbaarheid. Er wordt waarde toegekend aan een element of structuur die in het verleden nadrukkelijk een functionele rol heeft gespeeld (die thans nog herkenbaar is), bijvoorbeeld een wal of bomenrij, pad of waterloop.
100
Hendriks en Van Immerseel (2013).
71
Afb. 4.1: Toegangslaan vanaf de Harderwijkerweg.
Afb. 4.2: Laan van bruine beuken met drie platanen ter hoogte van naastgelegen heuvel. Zicht vanaf Vuurkuilweg.
Afb. 4.3: Treurbeuk en bruine beuk aan de oever van de Zilverbeek, ter plekke van de vroegere menagerie.
Afb. 4.4: Verharding in het Van Meurswegje.
Afb. 4.5: Hulshorst is geliefd bij ruiters.
Afb. 4.6: Rabatten in het Westerbos.
72
Hulshorst te Nunspeet
•
belevingswaarde: Hier speelt het belang van afleesbaarheid van (historisch) gebruik, continuïteit, verhaal en gelaagdheid, van ruimtelijke kwaliteit en verzorgdheid, en van aanzicht, beeld of silhouet. Ook de ouderdom van bomen kan bijdragen aan de belevingswaarde. Belevingswaarde is in principe niet gerelateerd aan openbaarheid of toegankelijkheid van plekken. De waardering wordt uitgedrukt in de volgende kwalificaties: • hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde; • positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; • indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde. Een waardestelling is geen absoluut gegeven, maar dient om een gewicht (of weging) toe te kennen en om met elkaar in gesprek te gaan over unieke of bijzondere kenmerken. Naarmate een hogere waarde is toegekend, zal een meer krachtig argument benodigd zijn om deze waarde aan te tasten. De waardering die in navolgende hoofdstukken is toegekend (in tekst, tabel of kaart), is het resultaat van gevolgde methode.
4.2. Externe waardestelling Hoewel de buitenplaats bij eerdere beoordelingen niet van zodanige waarde is geacht dat deze in aanmerking zou komen voor de status van Rijksmonument, kunnen voor de terreinaanleg als geheel wel diverse specificaties worden gegeven op het gebied van algemene historische waarden, ensemblewaarden, tuinhistorische, gebruikshistorische en belevingswaarden. Algemene historische waarde: - als voorbeeld van een in de middeleeuwen gesticht Veluws riddermatig goed, in bezit van de adellijke families Van Speulde, Van Arnhem en Van Spaen. - als representatief voorbeeld van een van de weinige buitenplaatsen die in de 18e eeuw op de noordwest flank van de Veluwe fungeerde als zomerverblijf van regionale notabele families, met name de families Ardesch en Van Meurs. Ensemblewaarde: - als oorspronkelijk samenhangend complex van hoofdhuis, bijgebouwen, dienstwoningen en boerderijen, ruimtelijk met elkaar verbonden door zichten, lanen en wandelingen. - als onderdeel van de reeks buitenplaatsen en landgoederen langs de begin 19e eeuw aangelegde Zuiderzeestraatweg (in Hulshorst tegenwoordig Harderwijkerweg genoemd).
- als onderdeel van de middeleeuwse strokenverkaveling, waarbij bezittingen zich uitstrekten aan weerszijden van de Oudeweg, dat nog herkenbaar is aan de min of meer parallel aan elkaar gelegen lange lijnen in het terrein: sloten, wallen, greppels, wegen en lanen. Tuinhistorische waarde: - als karakteristiek voorbeeld van een buitenplaats die geleidelijk is gegroeid in omvang en in de loop der tijd is aangepast aan de heersende mode met verschillende tuinstijlen. - vanwege de relatief vroege introductie van de landschapsstijl en de (familie)relatie met het bekende park van Biljoen en Beekhuizen. - vanwege de nog grotendeels intacte landschappelijke aanleg, aangelegd vanaf het eind van de 18e eeuw en grotendeels tot stand gekomen in het begin van de 19e eeuw, bestaande uit ruime graslanden en bossen, slingerende wandelpaden, een gegraven sprengbeek, plaatselijk opgeworpen hoogtes en bijzondere bomen. - vanwege de nog herkenbare oorspronkelijke classicistische aanleg, onder meer op het terrein van het vroegere Erve Hulshorst in de vorm van lange rechte lanen. - vanwege de nog herkenbare historische kwaliteit van de parkaanleg, waarvan de betrokkenheid van een landschapsarchitect niet achterhaald is. - in de aanwezigheid van oude bomen en laanbeplantingen, waaronder de markante laan van bruine beuken en platanen, en diversiteit aan parkbomen (o.a.
bruine beuk, linde, eik, treurbeuk, kastanje, coniferen) verspreid in het terrein.
73
D
C
A E
G
B
F
I A. Buitenplaats B. Overpark C. Terrein Erve Hulshorst D. Leeuwerikbos E. Westerbos F. Agrarische grond G. Bos en agrarische grond H. Bos I. Ecoduct
H
Afb. 4.7: Waardering deelgebieden.
74
Hulshorst te Nunspeet
Gebruikshistorische waarde: - vanwege de landschaps- en boshistorische elementen als rabattensystemen, wallen en greppels die de geschiedenis van het gebied vóór de inrichting als buitenplaats vertegenwoordigen; alsmede de herkenbare doorlopende lijnen van de vroegere strokenverkaveling vanaf de Oudeweg. - vanwege de kenmerkende samenstelling van onderdelen die tot een buitenplaats behoren, zoals (restanten van) moestuinen, agrarische gronden, dienstwoningen en bossen. Belevingswaarde: - vanwege de beeldbepalende situering aan de Vuurkuilweg-Oudeweg (voorheen Bovenweg geheten), zijnde de historische doorgaande weg van Nunspeet naar Harderwijk. - door de gecomponeerde afwisseling en variatie in het terrein met versierde bosranden, een sprengbeek, glooiingen, afwisseling van open ruimten en besloten gebieden, en door bewust gecreëerde of open gehouden zichtlijnen en uitzichtspunten.
4.3. Interne waardestelling Bij een onderlinge vergelijking van deelgebieden en elementen binnen het terrein is, gebaseerd op hun betekenis voor de algemene historische waarden, ensemblewaarden, tuinhistorische waarden, gebruikshistorische waarde en belevingswaarde, een onderscheid te maken. Deelgebieden (Zie afb. 4.7.) A. Buitenplaats Huize Hulshorst: hoog De kern van de buitenplaats Hulshorst is grotendeels aanwezig conform het in het begin van de 19e eeuw aangelegde park in landschapsstijl. Het terrein werd toen aangepast naar de heersende mode, met gebruikmaking van oudere elementen die niet geheel zijn uitgewist. Kenmerkend zijn de grote open gebieden omgeven door golvende bosranden en slingerpaden, de verschillende bergjes, de aanwezigheid van bijzondere boomsoorten en de slingerende beek met stromend water die zich nabij het landhuis verbreedde tot ruime vijver. Het terrein is visueel-ruimtelijk verbonden met het overpark ten zuiden van de oude doorgaande weg. Na afbraak van het landhuis in 1940-1941 is de parkaanleg op hoofdlijnen ongewijzigd gebleven. De beleving van het centrum van de aanleg (het oorspronkelijke vertrekpunt van de wandelingen) is evenwel verloren gegaan. Door nieuwe tuinaanleg rondom het voormalige koetshuis en het afzonderlijke (geïsoleerde) gebruik van de oude moestuin is de samenhang aangetast.
Ondanks de mankeringen in de huidige visueel ruimtelijke situatie (dichtgroeien) is dit gedeelte van Hulshorst hoog te waarderen vanwege ouderdom, relatieve gaafheid en oorspronkelijke ruimtelijke kwaliteit. B. Overpark: hoog Het parkgedeelte ten zuiden van de oude doorgaande weg is tot stand gekomen als onderdeel van de transformatie van de buitenplaats naar rijpe landschapsstijl in het begin van de 19e eeuw en aangelegd in het zicht van het landhuis. Karakteristiek voor de stijl zijn de slingerende sprengbeek waarlangs bergjes (onder andere de Zwitserse Partij en de hoogte met Vergeet-me-niet-boom), gebogen lanen en paden, en de licht gebogen bosranden rondom open agrarisch terrein. Door afbraak van Huize Hulshorst is de beleving van de visuele samenhang met de kern van de buitenplaats verzwakt. In de loop der tijd zijn verschillende sierelementen (rotswerk, rustieke bruggen en koepel) verdwenen. Door aanleg van spoorlijn en ecoduct is de omvang van het terrein beperkt. Vanwege de ouderdom, de samenhang met de kern van de buitenplaats, en de nog aanwezige ruimtelijke kwaliteiten is dit terreingedeelte hoog te waarderen. C. Terrein Erve Hulshorst: hoog Het terrein van Erve Hulshorst heeft in het verleden een afwijkende ontwikkeling doorgemaakt.
Zowel de oudste rechtlijnige, classicistische aanleg als de vroegste landschapsstijl waren hier in eerste instantie verder ontwikkeld dan in het naastgelegen terrein van Huize Hulshorst. Vanaf het tweede kwart van de 19e eeuw kwam het erf in dienst te staan van Huize Hulshorst en verloor deze voorsprong. Middels doorlopende wandelingen werd de onderlinge samenhang versterkt.
75
Afb. 4.8: Zicht vanaf de Vuurkuilweg in zuidelijke richting. Rechts de laanbeplanting langs het Van Meurswegje. In de bosstrook links, ligt de Zilverbeek verborgen.
Afb. 4.9: Zicht vanaf het pad voorlangs het bergje met ‘Vergeet-mij-niet-boom’ in noordelijke richting.
Afb. 4.10: Duiker onder de spoorlijn waardoor de Zilverbeek voert.
Afb. 4.11: Kunstzinnig verzaagde boomstronk in bos ten noorden van de tuinmanswoning.
Afb. 4.12: Oude laanbeplanting langs tegenwoordig doodlopend pad in Leeuwerikbos.
Afb. 4.13: Zicht vanaf Van Meurswegje in westelijke richting over grasland met ‘clump’ (groep van 3 bomen).
76
Hulshorst te Nunspeet
Elementen van de classicistische aanleg (rechte lanen/paden) en de vroegste landschapsstijl (bergje aan de Oudeweg) zijn bewaard gebleven. Door het verdwijnen (afbraak na brand) van de vroegere boerderij (ooit met herenkamer) is het historische centrum van dit parkgedeelte niet meer te ervaren. Als wandelterrein en locatie van de tuinmanswoning (met sierbeplanting, waaronder coniferen) is het gebied een belangrijk onderdeel van het landgoed Hulshorst als geheel. Ondanks het verlies van een belangrijk deel van de historische aanleg is het terrein, juist vanwege het ensemble hoog te waarderen. D. Leeuwerikbos: positief Dit voormalig hakhoutbos op rabatten is in tweede kwart 19e eeuw bij de landschappelijke aanleg rond Huize Hulshorst betrokken door de aanleg van gebogen paden, deels beplant als laan en in de noordwesthoek een kleine hoogte beplant met rode beuken. Door het ontbreken van padgedeelten, het verval van lanen en een meer op natuurwaarden gericht beheer, is de parkbeleving afgenomen. Vanwege de ouderdom als boslocatie, de aanwezige rabatten en de relicten van parkaanleg is het Leeuwerikbos als positief te waarderen. E. Westerbos: positief Ook dit voormalig hakhoutbos op rabatten is in tweede kwart 19e eeuw bij de landschappelijke aanleg van Huize Hulshorst betrokken door de aanleg van gebogen paden, deels beplant als laan.
Door het ontbreken van historische padgedeelten, de aanleg van nieuwe ruiterpaden, het verval van lanen en een meer op natuurwaarden gericht beheer, is de parkbeleving en de samenhang met de kern van de buitenplaats afgenomen. Vanwege de ouderdom als boslocatie, de aanwezige rabatten en de relicten van parkaanleg is het Westerbos als positief te waarderen. F. Agrarische grond: positief De hier gelegen gronden zijn onderdeel van de middeleeuwse strokenverkaveling en bestaan oorspronkelijk uit bouwland. Als open gebied, tegenwoordig grasland, ondersteunen zij nog steeds de ruimtelijke beleving van de landgoedaanleg, de recent geplaatste boomgroep doet hieraan geen wezenlijke afbreuk. Vanuit ouderdom en ensemblewaarde is dit terrein als positief te waarderen. G. Bos en agrarische grond: positief De oorspronkelijke percelen met hakhout, rabatten en bouwland volgen nog de middeleeuwse strokenverkaveling. In de loop van de 19e en 20e eeuw is het gebied grotendeels omgevormd naar opgaand bos en deels ingeplant met naaldhout. Vanwege de ensemblewaarde, open grasland en opgaand bos als onderdeel van de landgoedaanleg, is het terrein als positief te waarderen. H.
Bos: positief Het voormalige hakhoutbos is na de aanleg van de spoorlijn in het midden van de 19e eeuw meer bij de parkaanleg van Huize Hulshorst betrokken door de aanleg van een gebogen laan, die naar het station voerde, en een slingerlaantje in aansluiting op het wandelpad direct langs de Zilverbeek. Vanwege de ensemblewaarde krijgt dit bos met laan de waardering positief. I. Ecoduct: indifferent Het vroegere bouwland op de overgang van de agrarische naar de woeste gronden werd aan het eind van de 19e eeuw deels omgevormd naar bos en raakte in 1954 doorsneden met het verleggen van de Oudeweg. Vanaf 2013 ligt hier een ecoduct dat een belangrijke ecologische verbinding vormt tussen de Veluwe en de Randmeren. Specifieke tuinhistorische of cultuurhistorische waarden zijn hier niet aanwezig, zodat het gebied als indifferent is gewaardeerd.
77
8
25
7 12 9 2 6
21 16
23 20 22
13
14
19
10
5 1 15
24 4 1. Zuideliike toegangslaan 2. Noordelijke toegangslaan 3. Van Meurswegje 4. Zilverbeek, zuidelijk deel 5. Zilverbeek, grote vijver 6. Zilverbeek, noordelijk deel 7. Goudviskom met bergje 8. Wilhelminaboom 9. Restant sterrenboslanen 10. Tempellaan 11. Laanbeplanting Oudeweg 12. Zwemkom en restant badhuis 13. Reservoir met Cascade en betonnen bak 14. Vroegere tennisbaan 15. Locatie brug Oudeweg 16. Gedenkplaat 17. Bospad 18. Oorlogsmonument 19. Locatie vroegere Huize Hulshorst 20. Tuin en erf bij het voormalig koetshuis 21. Erf bij tuinmanswoning 22. Moestuin 23. Boswei 24. Parkeerplaats en picknickwei 25. Bosvak
11
17
3
Afb. 4.14: Waardering elementen.
78
4
18
Hulshorst te Nunspeet
Elementen (Zie afb. 4.4.) 1. Zuideliike toegangslaan: hoog Beklinkerde toegangsweg vanaf de Bovenweg (thans Vuurkuilweg), buigend langs de landschappelijke weide, naar de locatie van het vroegere hoofdhuis. Beplant met monumentale bruine beuken, drie platanen ter hoogte van markante heuvel in naastgelegen bosvak. Oorspronkelijk bedoeld als hoofdentree, doch minder belangrijk geworden toen de Zuiderzeestraatweg de functie van doorgaande route overnam van de Bovenweg. Na aanleg van de spoorlijn maakte deze laan deel uit van de route tussen huis en station. 2. Noordelijke toegangslaan: hoog Beklinkerde toegangsweg vanaf de Zuiderzeestraatweg (thans Harderwijkerweg) naar de locatie van het vroegere hoofdhuis. Tegenwoordig aan weerszijden beplant met eik, maar aan het begin staan twee oude lindebomen die mogelijk een restant vormen van een oudere laanbeplanting. Onderdeel van de begin 19e eeuwse landschappelijke aanleg. Oorspronkelijk bedoeld als een ondergeschikte toegang (met de hoofdontsluiting vanaf de Bovenweg), maar na de aanleg van de Zuiderzeestraatweg (die snel uitgroeide tot de hoofdroute) verworden tot de hoofdtoegang van landgoed Hulshorst. Door aanpassing van de bocht in de straatweg is de daadwerkelijke ingang van het landgoed verder van de weg af gekomen en ligt meer verscholen. 3. Van Meurswegje: hoog Grindweg beplant met oude beuken.
Aangelegd begin jaren 60 van de 19e eeuw in relatie met de spoorlijn, als onderdeel van de route tussen huis en station. Gelegen in het verlengde van de beukenlaan tussen de Bovenweg (Vuurkuilweg) en het bergje met koepel aan de Zilverbeek, die daarna de naam ‘Vergeet-me-niet’ zou krijgen. 4. Zilverbeek, zuidelijk deel: hoog Het beektracé tussen de spoorlijn en de plek van de vroegere brug over de Bovenweg (VuurkuilwegOudeweg) draagt de typische kenmerken van een gegraven sprengbeek: een ingegraven ligging met aan weerszijden steile oevers. Onderdeel van de begin 19e eeuwse parkaanleg, waarbij op enkele plekken naast de beekloop kleine hoogtes werden opgeworpen (waaronder de plek van de verdwenen koepel ‘Vergeet-me-niet’ en de ‘Zwitserse partij’). Het verdiept gelegen wandelpad parallel aan de beek versterkt de beleving. 5. Zilverbeek, grote vijver: hoog Nabij de vroegere locatie van het landhuis is de beek vergraven en verbreed tot een slingervijver die als onderdeel van het begin 19e eeuwse park in landschapsstijl belangrijk bijdroeg aan de presentatie van de buitenplaats. De oorspronkelijke, aansluitende waterloop rondom het naastgelegen weiland is verdwenen. Oevervegetatie, overhangende bomen en een (meestal) lage waterstand verhinderen de bedoelde ruimtelijke beleving. 6.
Zilverbeek, noordelijk deel: hoog Het beektracé vanaf het pad tussen koetshuis en tuinmanswoning tot aan de Goudviskom. Over dit gedeelte heeft de Zilverbeek de uitstraling van een slingerende bosbeek en zal een rol gespeeld hebben als onderdeel van de vroegere menagerie. Onderdeel van de begin 19e eeuwse parkaanleg, enige tijd later deels verlegd en voorzien van Zwemkom en badhuis. De waterloop wordt niet optimaal beleefd door opslag, overhangende bomen en een (meestal) lage waterstand.
79
Afb. 4.15: Begin van de noordelijke toegangslaan, gezien in noordelijke richting. Links van de entreepoort staan twee oude linden.
Afb. 4.16: Zicht over Vuurkuilweg in westelijke richting met rechts de zuidelijke toegangslaan van bruine beuken en platanen.
Afb. 4.17: Zicht in zuidelijke richting door één van de resterende sterrenboslanen.
Afb. 4.18: Rijen van oude coniferen (Thuja) in het bos, markeren de plek van de vroegere tennisbaan.
Afb. 4.19: De ‘Cascade’, een gemetselde stuw met houten planken en brugdek. Op de voorgrond zijn in de oevers natuurstenen elementen aanwezig.
Afb. 4.20: Zicht vanaf de Cascade in noordelijke richting over het reservoir met ronde bak. Op de achtergrond de gemetselde brug met duiker (links achter de bomen de tuinmanswoning).
80
Hulshorst te Nunspeet
7. Goudviskom met bergje: hoog Oorspronkelijk ovale waterkom als onderdeel van de classicistische aanleg met daarachter een verhoging als beëindiging van de middenas van het 18e eeuwse sterrenbos. Gehandhaafd en aangepast bij de realisatie van het landschapspark in het begin van de 19e eeuw. De beplante hoogte vormt een afscherming ten opzichte van de achterliggende doorgaande weg. In de oever staan enkele monumentale parkbomen. De waterpartij wordt thans niet beleefd doordat het buiten de rondwandeling ligt en deels is dichtgegroeid. 8. Wilhelminaboom: hoog Koningslinde met hekwerk verwijzend naar de troonsbestijging van Koningin Wilhelmina in 1898. Na aanplant inmiddels twee maal vervangen door een nieuwe linde. Het huidige hekwerk is recent, de cijfers ‘1898’ zijn afkomstig van het originele hek. De Wilhelminaboom staat thans verscholen in het bos en is lastig te herkennen. 9. Restant sterrenboslanen: hoog Rechte bospaden, grotendeels beplant als beukenlaan, oorspronkelijk onderdeel uitmakend van het 18e eeuwse sterrenbos. Gehandhaafd binnen de 19e eeuwse landschappelijke parkaanleg en nadien verjongd. 10. Tempellaan: hoog Recht bospad aan weerszijden beplant met opgaande douglassparren. Aan het westelijke uiteinde ligt een kleine terreinverhoging, waar oorspronkelijk de ‘Tempel’ stond; een tuingebouw met driehoekig front.
Oorspronkelijk onderdeel van de 18e eeuwse classicistische aanleg en gehandhaafd binnen de 19e eeuwse landschappelijke parkaanleg. De vroegere eiken- of beukenlaan zal in de tweede helft van de 19e eeuw zijn vervangen door douglas. Volgens overlevering kon hier omstreeks 1900 een ‘echo’ worden ervaren, vermoedelijk doordat de dan nog jonge naaldbomen aan weerszijden van het pad een gesloten wand vormden. 11. Laanbeplanting Oudeweg: hoog Rijen oude beuken aan weerszijden van de Oudeweg. Dit gedeelte van de Oudeweg maakte deel uit van de 18e eeuwse classicistische aanleg bij Huize Hulshorst, als verlengstuk van de zichtlijn vanuit het huis door de vroegere toegangslaan. De zichtlaan werd daarna onderdeel van de doorgaande route tussen Nunspeet en Elspeet (Oudeweg geheten). Na realisatie van het landschapspark en sinds de aanleg van het ecoduct speelt het doorzicht geen wezenlijke rol meer. De bomen zijn van matige kwaliteit en er is forse uitval. Het strakke beeld is aangetast door veel spontane opslag. 12. Zwemkom en restant badhuis: positief Een ondiepe ronde kuil met omwalling, gelegen in een bocht van de Zilverbeek, en restanten muurwerk in de beekoever vormen de overblijfselen van zwemkom en badhuis die hier halverwege de 19e eeuw zijn aangelegd. De plek is thans weinig herkenbaar. 13.
Reservoir met Cascade en betonnen bak: positief Verbreed gedeelte van de Zilverbeek, oostelijk van de vroegere huisplaats, met zogenaamde ‘Cascade’ en betonnen ronde bak, waaruit vervolgens water opgepompt zou zijn naar het huis. De huidige Cascade is een recent gemetselde stuw met houten planken en brugdek. Twee grote natuurstenen (of cement??) elementen in de oever aan de voorzijde van de stuw wijzen mogelijk op een meer sierlijk vormgegeven Cascade. Er zijn historische afbeeldingen bekend van kunstmatig rotswerk elders in de Zilverbeek, niet van deze locatie. 14. Vroegere tennisbaan: positief Uitgegroeide coniferen in dubbele rijen markeren de locatie van de vroegere tennisbaan. Deze is vermoedelijk omstreeks 1900 aangelegd en in die tijd een gebruikelijk element van sport en spel op een buitenplaats. Nadat de buitenplaats de eigenaar niet langer als zomerverblijf diende, maakte de plaatselijke tennisvereniging nog enige tijd gebruik van de tennisbaan. De baan zelf is niet meer als zodanig herkenbaar.
81
Afb. 4.21: Paal met gedenkplaat ten zuiden van het erf van het vroegere Erve Hulshorst.
Afb. 4.22: Gedenkplaat ter herinnering aan het laatste paalvak van het bovengronds laagspanningsnet van de gemeente Nunspeet.
Afb. 4.23: Witte hekdelen markeren de plek van de vroegere brug in de Bovenweg (thans duiker onder de Vuurkuilweg).
Afb. 4.22a: Monument ter herdenking van in 1944 neergestort vliegtuig. (Foto: Beert Schoonhoven.)
Afb. 4.24: Zicht vanaf de Vuurkuilweg over de vijver (Zilverbeek) richting de vroegere huisplaats wordt verhuld door opslag en overhangende boomkronen.
Afb. 4.25: Parkeerplaats en picknickwei ten zuiden van de Vuurkuilweg.
82
Hulshorst te Nunspeet
15. Locatie brug Oudeweg: positief Daar waar de Zilverbeek de oude Bovenweg kruiste (thans Vuurkuilweg, ter hoogte van de aansluiting op de Oudeweg), lag oorspronkelijk een brug. Thans ligt hier een duiker, witte hekdelen in de berm markeren nog de locatie van het oorspronkelijk uitzicht over de beek (in zuidelijke richting) en over de vijver naar het landhuis (in noordelijke richting). Het zicht zelf is dichtgegroeid met opslag en overhangende bomen aan weerszijden van de weg. 16. Gedenkplaat: positief De gedenkplaat op houten paal in de bosrand ten zuiden van het vroegere Erve Hulshorst is het laatste overblijfsel van het oorspronkelijk 52 kilometer lange bovengrondse laagspanningsnet van de gemeente Nunspeet. 17. Bospad: positief Het bospad is een relict van het oorspronkelijke tracé van de Oudeweg van Nunspeet naar Elspeet, dat de contouren van een oud bouwland volgde. De weinig ideale situatie met scherpe hoeken werd in 1954 aangepast, waarbij het huidige wegtracé is gerealiseerd. 18. Oorlogsmonument: positief Herinneringskruis met informatiepaneel ter nagedachtenis aan de omgekomen RAF-piloot, die hier in 1944 neerstortte. 19. Locatie vroegere Huize Hulshorst: indifferent Vanaf de middeleeuwen tot 1941 stond op deze locatie een gebouw. Zowel in de classicistische aanleg als in het park in landschapsstijl vormde het een visueel centrum en vertrekpunt voor de parkbeleving.
Na afbraak is de lichte terreinverhoging beplant met opgaande bomen die zich thans maar zeer beperkt onderscheiden van het omringende bos. De bijzondere locatie, tevens vertrek- en eindpunt van zichtlijnen, is daardoor beperkt beleefbaar. 20. Tuin en erf bij het voormalig koetshuis: indifferent De huidige inrichting is van recente aard en van geen bijzondere historische waarde voor het landgoed. 21. Erf bij tuinmanswoning: indifferent Met uitzondering van enkele monumentale bomen nabij de tuinmanswoning is de huidige erfinrichting van geen historische waarde voor het landgoed. De kunstzinnig afgezaagde boomstobben in de omgeving van de tuinmanswoning zijn recent tot stand gekomen en zonder meerwaarde voor het landgoed. 22. Moestuin: indifferent Huidige inrichting, gebruik en omrastering zijn van recente aard en hebben geen bijzondere betekenis voor het landgoed. 23. Boswei: indifferent De huidige invulling van het perceel, begrensd door oude boswallen, met een grazige vegetatie met oprukkende bosranden heeft geen specifieke historische waarde voor het landgoed. 24. Parkeerplaats en picknickwei: indifferent De locatie van de recreatieve voorzieningen is vanuit tuinhistorisch oogpunt niet ideaal: in de oorspronkelijke zichtlijn tussen de plek van het vroegere landhuis en het bergje met verdwenen koepel ‘Vergeet-me-niet’. 25.
Bosvak: indifferent Tussen 1962-1974 aangeplant bosvak in een hoek van een open agrarisch perceel op terrein van Erve Hulshorst.
83
84
Hulshorst te Nunspeet
5. AANBEVELINGEN Op grond van voorgaande analyse en waardering kan gesteld worden dat de huidige terreinaanleg van Hulshorst vooral van belang is als goed bewaard gebleven voorbeeld van een landschappelijke aanleg, ontstaan vanaf het eind van de 18e eeuw en grotendeels tot stand gekomen in het begin van de 19e eeuw, waarbij oudere, classicistische elementen zijn geïncorporeerd. Hoewel het hoofdgebouw niet meer aanwezig is, omvat het terrein nog wel vele andere onderdelen die kenmerkend zijn voor een buitenplaats of landgoed als samenstel van gebouwen, tuinen, park en agrarische gronden. Meest waardevol zijn de omgeving van Huize en Erf Hulshorst en het Overpark langs het Zilverbeekje. Vanuit bewaking en versterking van cultuurhistorische en tuinhistorische waarden is vooral in te zetten op zorgvuldig behoud van de thans aanwezige elementen en herstel van de bedoelde ruimtelijkheid van de aanleg. Met name in het hart van de aanleg, de meest waardevolle gebieden, is de bedoelde compositie met een samenspel tussen open en gesloten ruimten, zichtlijnen, waterpartijen, paden, lanen, glooiingen en versierde bosranden in relatie tot de (verdwenen) gebouwen te herstellen.
Dit vraagt enerzijds om een ruimtelijke markering van de locatie van het verdwenen hoofdhuis, waarmee deze plek meer herkenbaar wordt als vertrek- en focuspunt van de parkbeleving, en anderzijds om het wegnemen van verstorende en overdadige beplantingen. Ditzelfde geldt voor de locatie van de verdwenen boerderij Erve Hulsthorst die op een rechte lijn uit de classicistische aanleg gelegen was. In de omgeving van het koetshuis is meer samenhang tussen de verschillende terreingedeelten gewenst. Hoge afsluitende hagen en hekken, alsmede een parkeerstrook, verhinderen thans de beleving van een samenhang die juist zo karakteristiek is voor het hart van een buitenplaats. Het Zilverbeekje is als een lange verbindende draad over het gehele terrein, waaraan vanouds de belangrijkste sierelementen en gebouwen waren gekoppeld. De beleving van deze waterloop is van belang en op diverse plekken te verbeteren, onder meer op kruisingen met wegen en paden en door borging van de watervoerendheid. De uitgestrektheid en gedetailleerdheid van het oude landgoed komt ook beter tot zijn recht als verschillende meer in de periferie gelegen tuinelementen (bijvoorbeeld de Goudviskom, de heuvel met boom Vergeet-me-niet, het bergje aan de Oudeweg) zichtbaarder worden door herstel en vrijzetten van omringende beplantingen.
In beheer en inrichting kan een onderscheid gemaakt worden tussen de kern, waar de nadruk zou moeten liggen op een zorgvuldige en verfijnde compositorische samenhang en beleving, en de bossen aan de buitenranden van het terrein, waar nog wel de ruim gebogen paden van belang zijn als onderdeel van de rondwandeling maar de bosvakken zelf vanouds een meer op productie gericht doel hadden. Dit laatste kan in de huidige tijd vertaald worden naar een meer ecologische doelstelling, zonder cultuurhistorische elementen als een rabattenstelsel te verliezen. Het behoud van open agrarische gronden, als onderdeel van het historische ensemble en in contrast met de besloten bossen, is belangrijk. Behoud van de oude beeldbepalende bomen (solitair, als groep of in laanverband) is in alle gevallen na te streven; de vitaliteit is nader te onderzoeken. Bij vervanging is zorgvuldig te kijken naar locatie, soort en standplaats. De huidige aansluiting van de hoofdentree op de Zuiderzeestraatweg doet in vormgeving en beleving geen recht aan de aanwezigheid van een dergelijke belangwekkende buitenplaats. Aanpassing en herinrichting zijn te overwegen. Functionele voorzieningen als parkeren, picknickweide en informatiepanelen zijn zorgvuldiger in te passen, in ieder geval buiten de zichtlijnen. Een en ander is nader uit te werken in een toekomstvisie met streefbeeld en een werk- of maatregelenplan.
85
BRONNEN
Literatuur Amer Adviseurs Bureau voor Ruimtelijke Ordening i.s.m. Gelders Genootschap, Gemeente Nunspeet, Ontwikkelingsmogelijkheden Landgoed Hulshorst, Amersfoort / Arnhem, 1996. Besier, B.H.A.., Geschiedenis Huize Hulshorst, 20-1-2004. Besier, F.J.J., Uit de geschiedenis van Hulshorst, (uit particuliere aantekeningen), d.d. 6-9-1967. Buro SRO, Welstand Nunspeet 2015 (Welstandsnota), Arnhem, 2015. Eijck, J. van, De tollen langs de Zuiderzeestraatweg, de Elspeterweg en te Staverden (deel 2). Artikel in: Mothoek (2008). Feenstra, E.J., Hulshorst (ongepubliceerd artikel), Ermelo, 1982. Hendriks, L., R. van Immerseel, Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek, Voor waardestellingen van groen erfgoed, 2012. Nijhoff, I.A., Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland door onuitgegevene oorkonden, eerste deel. De toestand van Gelderland in de eerste helft der veertiende eeuw, Arnhem, 1830. Kruidhof, W., Tuinbazen van landgoed Hulshorst, drie generaties Kruidhof ca. 1825-1955, Hulshorst, 2014. (Powerpoint-presentatie.) Kruithof, A.J., Kruithof’s te Hulshorst, Beelden van het leven in Hulshorst. Artikel in: Mothoek (2002-1). Oldenburger-Ebbers, C.S., a.M. Backer en E. Blok, Gids voor de Nederlandse Tuin- en Lanschapsarchitectuur, Deel Oost en Midden: Gelderland – Utrecht, Rotterdam, 1996. SB4, Tuin en park van landgoed Biljoen te Velp, 2020 (lopend onderzoek).
Schoonhoven, B., Landgoed Hulshorst, beheersplan 1986-1990 (afstudeerproject in kader van opleiding Opzichter, Uitvoerder bosbouw en cultuurtechniek aan de Praktijkschool voor Bosbouw en Cultuurtechniek te Schaarsbergen), Nunspeet, 1985. Springer, L.A., Oude Nederlandsche buitens: Huize Hulsthorst. In: Floralia 19/12 (1936). Van Voorst van Beest, J.M., namens zijn zuster J. van Voorst van Beest te Arnhem, brief d.d. 23-21967 aan de Heer Leeuwenberg. (Aanleiding voor de brief betrof de schenking van een tuinbeeld aan het Rijksmuseum.) Veen, P., c.s., Van kloostergoed naar herengoed, acht eeuwen landschaps/ en landbouwgeschiedenis van de gemeente Nunspeet, met een atlas van boerderij/ en veldnamen, Nunspeet, 2016. Wabeke J., De Zuiderzeestraatweg:, een gewone weg met een bijzondere betekenis voor de noordelijke Veluwezoom, Deel 1 Het Verhaal en Deel 2 Het Streefbeeld, uitgave Gelders Genootschap / Regio Noord Veluwe, Arnhem, 2011.
86
Hulshorst te Nunspeet
Archieven Speciale Collecties (via Database TUiN), Wageningen University & Research (WUR) Gelders Archief, 0552 Huisarchief Biljoen (HAB) Particulier Archief van de heer B. Besier, Nunspeet.
Internet ahn.arcgisonline.nl (Actueel Hoogtebestand Nederland) Google Earth Pro library.wur.nl (WUR; Wageningen University & Research bibliotheek; RAF-luchtfoto’s) www.archieven.nl www.cultureelerfgoed.nl (RCE) www.delpher.nl (oude kranten) www.googlemaps.nl www.kadaster.nl/-/kadaster-archiefviewer (KA) www.koetshuishulshorst.nl www.opentopo.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.topotijdreis.nl (historisch topografisch kaartmateriaal)
87
BIJLAGE I. ‘HUIZE HULSHORST’, L.A. SPRINGER, 1936. Springer, L.A., Oude Nederlandsche buitens: Huize Hulsthorst. In: Floralia 19/12 (1936).
88
Hulshorst te Nunspeet
89
Afb. II.1: Uitsnede van de ‘Topographische kaart van de Veluwe’, verkleinde uitgave in 18 bladen, zonder jaartal. (Bron: Man, M.J. de, Topografische Kaart van de Veluwe en de Veluwe-Zoom 1802-1812 – facsimile-uitgave, Alphen aan den Rijn, 1984. Origineel bevindt zich in: NA, toegang 4.OSK, inv.nr. V10.)
90
Hulshorst te Nunspeet
BIJLAGE II. TUINSTIJLEN
Classicistische stijl De tuinaanleg zoals die in de zeventiende en achttiende eeuw bij veel kastelen en buitenplaatsen in Nederland werd toegepast, was geïnspireerd door de zeventiende-eeuwse tuin- en parkaanleg in Frankrijk en wordt aangeduid als classicistische stijl. Hierbinnen zijn het 'Hollands classicisme' en het 'Frans classicisme' te onderscheiden. Kenmerkend voor beide richtingen is een duidelijk symmetrische opbouw van het terrein waarbij gebruik gemaakt werd van rechte lijnen en lanen, vierkante omgrachte percelen, en in alle gevallen een centrale as van symmetrie met eventueel haaks daarop verschillende dwars-assen. Deze parken waren over het algemeen groter van omvang dan de oudere (renaissance) tuinen en er werd meer nadruk op het sieraspect gelegd. De huizen werden in de centrale symmetrieas geplaatst, waardoor er een perspectivische werking ontstond. In een classicistische aanleg werd het huis zeer zorgvuldig in de parkaanleg geïncorporeerd. De tuinen in de buurt van het huis werden veelal rijk versierd met onder meer gedecoreerde parterres, tuinbeelden, vijvers, doolhoven, fonteinen, cascades, loofgangen en latwerken. Hier stond de sierfunctie van de aanleg op de voorgrond. In de periferie van de aanleg lag meestal bos, dat door het lanenstelsel in geometrische vakken werd verdeeld. Meestal werden één of meerdere vakken ingericht als sterrenbos.
Het bosgedeelte van de aanleg had voornamelijk een economische betekenis (houtproductie) en werd hiernaast vaak gebruikt voor de jacht. Wanneer het terrein van het gehele complex duidelijk begrensd en omsloten was, en er dientengevolge nauwelijks een relatie met het omliggende landschap bestond, wordt gesproken van het 'Hollands classicisme'. In de loop van de zeventiende eeuw kwam het echter steeds vaker voor dat de symmetrie-as zich ook buiten de eigenlijke aanleg, over de bijbehorende agrarische gronden uitstrekte. In dat geval wordt gesproken van het 'Frans classicisme'. De lange, uitgestrekte as geeft daarbij de indruk dat de aanleg oneindig is en overgaat in het omringende landschap. Andersom gezien was het huis reeds vanuit de verre omgeving te zien en domineerde het beeld. De hoofdas kon zowel uit een rechte zichtlaan als uit een zichtkanaal bestaan. In veel gevallen was er sprake van een, meestal orthogonaal, stelsel van lanen dat zich uitstrekte over het omliggende landschap en de richting en maat van de verkaveling dicteerde. Parken en structuren in classicistische stijl zijn in Nederland tot ver in de achttiende eeuw aangelegd.
Landschapsstijl De landschapsstijl, die in Engeland in het begin van de achttiende eeuw ontstond, werd in Nederland veelvuldig toegepast in de late achttiende en de gehele negentiende eeuw, waarbij een onderscheid is te maken in een vroege en in een late vorm. De eerste landschappelijke veranderingen in Nederland worden aangeduid als 'vroege landschapsstijl' met als belangrijkste kenmerken: een kleinschalige omvorming van terreingedeelten door de aanleg van slingerpaadjes in hakhoutbossen, slingerende waterlopen en het opwerpen van kleine heuvels in het terrein. Dergelijke vroeg landschappelijke elementen lagen veelal los van het huis. De bestaande structuren en de aanwezige hoofdopzet van het terrein werden behouden. De vroege landschapsstijl is te beschouwen als een vorm van kleinschalige versiering binnen de reeds bestaande geometrische (meestal classicistische) aanleg. Dit in tegenstelling tot de zogenaamde 'late landschapsstijl' waarbij een veel grotere schaal werd gehanteerd en de terreinen in hun totaliteit, veelal door grootscheepse vergraving, werden veranderd in een ruime aanleg met grote glooiende open weiden met solitaire bomen en boomgroepen, paden volgens wijde bogen en grote waterpartijen met flauw gebogen oeverlijnen en waarbij een visuele relatie met het omliggende landschap werd gelegd.
In deze late vorm werden de agrarische gronden en de agrarische gebouwen veelal als onderdeel van de aanleg beschouwd en een versierende waarde toegedacht. Er wordt dan ook wel gesproken van een 'ornamental farm' of 'ferme ornée' (versierde boerderij). In dit samengaan van sieraanleg en nutsfunctie werd de verbeelding van het ideale Arcadische landschap gezien.
91
Afb. II.2: Uitsnede van de ‘Kaart van den huijse Hulshorst opgemeeten in den Jaare 1805.’ Anoniem. (Bron: Wyck, H.W.M. van der, Atlas Gelderse Buitenplaatsen: De Veluwe, Alphen aan den Rijn, 1988, kaartnr. 51; de originele kaart bevindt zich in de Speciale Collecties van de WUR; bewerking door SB4.)
Afb. II.3: Uitsnede van de Veldminuut voor de Topografisch Militaire Kaart, blad 26H Ermelo, in 1848 opgenomen en getekend door J. van den Bosch. De kaart is nadien bijgewerkt. [Het tracé voor de spoorlijn, aangelegd in 1863-1864, is op de kaart met rode lijn ingetekend.] (Bron: NA, toegang 4.TOPO inv.nr. 9.159.)
92
Hulshorst te Nunspeet
De voor de landschapsstijl typerende rondwandelingen door de aanleg voerden langs een heel scala aan taferelen, sierelementen en gebouwtjes en in de vroege landschapsstijl ook wel langs borden met teksten ter overdenking. Idealiter lagen er aan de rangschikking en aan de vorm van deze elementen filosofische gedachten ten grondslag, waarmee men trachtte de aanleg een diepere betekenis te geven. In de tweede helft van de negentiende eeuw kwam er in de tuinarchitectuur veel aandacht voor toepassing van bloeiende heesters, vaste planten en rijkbloeiende eenjarigen in de omgeving van het huis. Binnen de aanleg in landschapsstijl werden daarom langs de paden vaak bont gekleurde mozaïekperken aangelegd en vakken met rijkbloeiende (stam-)rozen. Ook de verspreide plaatsing van kuipplanten droeg in die dagen bij aan de versiering van de tuin die ook werd ingegeven door het beschikbaar komen van nieuwe soorten, die ofwel nieuw gewonnen waren, ofwel uit verre landen werden ingevoerd. Wanneer de nadruk vooral lag op de verzameling en diversiteit van de beplantingen, wordt wel gesproken van een ‘gardeneske aanleg’.
Gemengde stijl en architectonische stijl Aan het eind van de negentiende eeuw werden de losse bloem- en heesterperken in de gazons langs de paden meer en meer vervangen door grotere rechtlijnig opgezette deeltuinen als bloementuinen. In eerste instantie lagen deze nog verborgen achter beplanting en daarmee uit het zicht. Later kwamen deze tuinen in modern-geometrische stijl als een soort bufferzone te liggen tussen het huis en de omringende geïdealiseerde 'natuur' van het landschapspark. Ze gaven de overgang aan, stelden het huis in het middelpunt. Voor de vormgeving van de rechtlijnige perken werd veelal een eigentijdse interpretatie van de parterres de broderie uit de tijd van het classicisme gebruikt, waarbij wel de term 'Oud-Hollandse tuinkunst' werd gehanteerd. De opkomst van deze 'neo-stijl' in de tuinarchitectuur hing nauw samen met de algemene interesse voor historische bouwstijlen, -werken en kunstuitingen die aan het eind van de negentiende eeuw opgang deed. Wanneer de verder van het huis gelegen delen landschappelijk waren aangelegd en rondom het gebouw rechtlijnige tuinen lagen, wordt voor het park in zijn geheel gesproken van de zogenaamde 'gemengde stijl'.
Vanaf omstreeks 1906 werden in de kleinere tuinen bij nieuw gebouwde villa's veel gemetselde elementen, zoals trappen, keermuren en bassins toegepast, gegroepeerd in een symmetrisch patroon rondom een assenstelsel dat op het huis georiënteerd was en nadrukkelijk van de gevelindeling was afgeleid. In dit geval is er sprake van de 'architectonische tuinstijl', waarvan het ontstaan nauw samenhing met vernieuwingen in de bouwstijl van de huizen en de opkomst van villawijken en -parken met minder kolossale landhuizen op kleinere percelen. Tuinen in de architectonische tuinstijl waren in Nederland zeer populair vanaf circa 1910. Ze waren meestal rijkelijk voorzien van kleine hoogteverschillen en gebouwde elementen als trappen, keermuren en vijvers. Als bouwmateriaal werd vaak dezelfde soort baksteen gebruikt als waaruit het huis was opgetrokken, om op deze wijze een zorgvuldige eenheid tussen huis en tuin te creëren. In het beplantingsplan werd veelal de symmetrie van de tuin benadrukt. Tussen en in de muurwerken werden naast kleine heesters en vaste planten ook rotsplantjes gebruikt en ook complete rotstuinen kwamen voor. Een aanleg in 'architectonische tuinstijl' kwam op grotere terreinen veelal voor als een deeltuin, terwijl kleinere villatuinen geheel in deze stijl werden aangelegd.
Deed men in de periode van de landschapsstijl moeite de bestaande geometrische aanleg zoveel mogelijk om te vormen of te maskeren, in het begin van de twintigste eeuw werden dus juist weer sterk symmetrische elementen aan de tuinen en parken toegevoegd. Laatstgenoemde tuinstijl is aan Hulshorst voorbij gegaan.
93
94
Specialisten in Groen Erfgoed
Costerweg 1-K
6702 AA Wageningen
0317 424 167
www.sb4.nl
info@sb4.nl