AP 6c. Bijlage Huisvestingsopgave wonen met zorg gemeente Nunspeet - Eindrapportage Juli
Tekst van het document
4.3 Maatschappelijke Opvang (MO) Mensen die (tijdelijk) geen vorm van onderdak hebben, kunnen terecht bij de Maatschappelijke Opvang. In Nederland geldt dat iedereen hier terecht moet kunnen voor een slaapplek; er is geen maximum aantal plekken in de nachtopvang. De regionale maatschappelijke opvang kent een grote verscheidenheid aan vormen, en ook een grote diversiteit aan gebruikers. Maatschappelijke Opvang is per definitie tijdelijk: het is altijd de bedoeling dat mensen die hier verblijven, op enig moment weer zelfstandig gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar is, stromen soms door naar Beschermd Wonen. Maatschappelijke Opvang wordt bekostigd vanuit de Wmo. De verantwoordelijkheid voor het bieden van opvangplaatsen is belegd bij centrumgemeenten, net als bij Beschermd Wonen. De centrumgemeente Harderwijk vervult deze taak voor de gemeente Nunspeet. In de gemeente Nunspeet zelf staat geen aanbod voor maatschappelijke opvang.
Maatschappelijk Opvang regionaal beeld De regio Noord-Veluwe telt op het moment 88 personen die gebruik maken van een vorm van Maatschappelijke Opvang. Merendeel maakt gebruik van de nachtopvang en langdurend begeleid wonen. Tabel 4.4: Aantal personen in de Maatschappelijke opvang naar vorm van opvang en datum, regio Noord-Veluwe. Type opvang 1-1-2019 1-1-2020 Nachtopvang 36 40 Crisisopvang 12 8 Kortdurend begeleid wonen 2 3 Langdurend begeleid wonen 38 37 Totaal 88 88 Bron: Gegevens centrumgemeente Harderwijk.
Op 1 januari 2020 maakte 4 personen uit de gemeente Nunspeet gebruik van de nachtopvang. Op 1 januari 2019 waren dat 2 personen.
302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave
32
Aanbod Maatschappelijke Opvang In de regio Veluwe-Noord regelt Iriszorg de nachtopvang en EBC het begeleid zelfstandig wonen vanuit de Maatschappelijke Opvang. In de onderstaande tabel staat het aanbod per aanbieder en type opvang weergegeven. Tabel 4.5: Aanbod aan verschillende vormen van Maatschappelijke opvang in regio Noord-Veluwe. Aanbieder Type opvang Aantal plekken/bedden Aantal trajecten EBC 24-uurzorg 3 EBC Activering, dagbesteding 38 EBC Begeleid zelfstandig wonen 39 EBC Entreecoach -zorgtoeleiding 20 EBC Housing first begeleiding 3 EBC Housing first vooronderzoek 3 Iriszorg Ambulante crisisbegeleiding 12 Iriszorg Nachtopvang 10 Iriszorg Nachtopvang trajectregisseur 36 Iriszorg Kortdurend Lokaal Maatwerk (KLM) 4 Totaal 94 74 Bron: MO gegevens regio Noord-Veluwe
In totaal zijn er 46 nachtopvangplekken. Aan 36 van deze plekken is een traject van begeleiding gekoppeld. Op 1 januari 2020 waren 40 van de 46 nachtopvang plekken/trajecten in gebruik. Er zijn in totaal 12 trajecten voor ambulante crisisbegeleiding. Op 1 januari 2020 maakte 8 personen gebruik van deze trajecten. Voor begeleid wonen zijn 39 plekken in de regio. Op 1 januari 2020 maakte 37 personen hier gebruik van. EBC biedt 3 trajecten aan voor Housing first begeleiding die op 1 januari 2020 allemaal werden gevolgd. Momenteel is het aanbod in de regio voldoende voor de vraag naar de verschillende vormen van Maatschappelijke Opvang.
302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave
33
5 Kwetsbare jongeren De meeste jongeren in Nederland groeien gelukkig en gezond op. Een klein deel van de jongeren is echter kwetsbaar binnen onze samenleving, doordat zij kampen met bijvoorbeeld gedragsproblematiek, verslaving, psychiatrische problematiek, dakloosheid of problemen thuis. Deze jongeren hebben een uiteenlopende begeleidingsbehoefte en een deel van hen kan (tijdelijk) niet meer thuis wonen en heeft een vorm van jeugdzorg met verblijf nodig. In deze paragraaf besteden wij aandacht aan de huisvestingsvraag van jongeren in een kwetsbare positie (18 tot 23 jaar5), nadat zij uitstromen uit jeugdzorg (met verblijf). Zij hebben het op eigen kracht lastig op de woningmarkt. Voor veel jongeren in de kwetsbare positie die uitstromen uit jeugdzorg (met verblijf), is de directe stap naar zelfstandigheid vaak te groot. Deze jongeren hebben (nog) begeleiding bij het zelfstandig wonen nodig, waarbij de zwaarte van de begeleiding kan wisselen. Door de begeleidingsbehoefte beschikken jongeren vaak over een beperkt vermogen om zelf inkomen te vergaren en zijn daarom aangewezen op de goedkope huurvoorraad voor woonruimte. Het is van belang om goed zicht te hebben op de omvang en samenstelling van de woonbehoefte van uitstromende jongeren in een kwetsbare positie en deze behoefte te blijven wegen tegen de mogelijkheden.
Indicaties jeugdzorg met verblijf Wanneer we terugblikken op het aantal indicaties voor jeugdzorg met verblijf zien we een behoorlijke afname van het aantal indicaties in de periode 2019 - 2020. In 2018 telde de gemeente 54 indicaties, in 2019 44 indicaties en in 2020 18 indicaties. Hieronder vallen alle type indicaties. Onderstaande grafiek geeft de demografische doorrekening weer met als uitgangspunt de 18 indicaties die we op het moment tellen (afgrond 20 indicaties). Figuur 5.1: Gemeente Nunspeet. Demografische doorrekening jeugdzorgindicaties (2020 - 2040) (cijfers afgerond) 25 20
Aantal indicaties
15 10
20 15
15
15
15
2025
2030
2035
2040
5 0 2020
Prognose overige jeugdzorg Bron: Bevolkingsprognose Nunspeet, jeugdzorgregistratie Nunspeet, bewerking Companen.
5
23 jaar is de wettelijke grens voor verlengde jeugdzorg. Dit kan omdat in de Jeugdwet onder de definitie van ‘jeugdige’ ook iemand van 18 tot 23 jaar kan vallen. De uitstromende groep kwetsbare jongeren beslaat daarmee voornamelijk 18- tot 23-jarigen. In onze berekeningen richten wij ons primair op deze leeftijdsgroep; het is echter wenselijk om woonvormen voor uitstromers ook beschikbaar te stellen voor jongeren die net buiten deze leeftijdsgrenzen vallen (onder 18 jaar/boven 23 jaar).
302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave
34
Vanuit de verwachte ontwikkelingen aan jeugdzorg in combinatie met de woonvraag uit figuur 5.1 is de verwachtte uitstroom vanuit de jeugdzorg naar regulier en begeleid wonen in beeld gebracht.
Uitstroom uit Jeugdzorg met verblijf De meeste jongeren stromen op hun 18e jaar uit vanuit jeugdzorg naar een andere vorm van wonen. Dit deel bestaat uit circa 80% tot 85% van de jongeren in de jeugdzorg van zeventien jaar of ouder. Een kleiner deel van deze groep maakt gebruik van de mogelijkheid van verlengde jeugdzorg en blijft langer in de bestaande setting wonen (pleeggezin of een andere vorm van jeugdzorg). Dit deel bestaat uit circa 15% tot 20%. Op basis van de demografische doorrekening en de aandelen binnen de groep kwetsbare jongeren waarvan wordt verwacht dat ze gaan uitstromen, is de uitstroom voor de komende 20 jaar in beeld gebracht. Ook wordt er hier rekening gehouden met een krimpende groep jongeren in de gemeente Nunspeet op basis van de bevolkingsprognose. Voor de komende jaren zal de uitstroom uit jeugdzorg bestaan uit 1 à 2 jongeren per jaar. De meeste van hen hebben behoefte aan een vorm van begeleid wonen op de weg naar zelfstandigheid. Denk daarbij bijvoorbeeld aan kamertraining of ambulante begeleiding bij het zelfstandig wonen.
Trends en ontwikkelingen Situatie gemeente Nunspeet voor uitstromende jongeren uit residentiële jeugdzorg In de werksessie geeft de gemeente aan dat de gemeente Nunspeet een kamertrainingscentrum heeft. Er loopt een project Kansrijk Wonen dat regionaal is ingestoken. Op jaarbasis volgen zo’n 10 tot 12 jongeren kamertraining. De gemeente geeft aan dat het aantal jongeren dat zich aanmeldt bij Beschermd Wonen is toegenomen. De zorgaanbieders herkennen dit beeld maar voegen daaraan toe dat er echt wel wat met je aan de hand moet zijn om in Beschermd Wonen terecht te komen. De groep jongeren die net volwassen zijn geworden en een plek zoeken is lastig in beeld te krijgen. Wanneer de jongeren 18 zijn mogen ze zelf bepalen waar ze gaan wonen of dat ze nog begeleiding/ondersteuning nodig hebben. De aansluiting met de reguliere zorg lukt niet zo best. Het is belangrijk het juiste aanbod te ontwikkelen zodat het niet misgaat. Een vangnet is belangrijk voor deze groep. Een plek waar jongeren terecht kunnen met hun vragen en zorgen kan bijdragen aan een betere toekomst voor de jongeren. Een soort thuisbasis waar ze naar terug kunnen keren voor advies en hulp. In Nunspeet komen jongeren vaak weer terug in hun ouderlijk omgeving. Partijen als Straathoekwerk hebben contact met deze jongeren en kunnen een helpende hand bieden.
Straathoekwerk speelt een belangrijke rol in aansluiting bij het Kansrijk Wonen project. De deelnemers geven aan dat er jongeren zijn die zelf geen verantwoordelijkheid nemen voor hun situatie en erg leunen op helpende partijen en instanties. Deze jongeren hebben vaak wat meer sturing en context nodig door bijvoorbeeld duidelijke kaders te stellen. Zo kan het deze groep helpen een verplichting te hangen aan de uitkering die ze krijgen. Bredere doelgroep Het is van belang naast de uitstromers uit de residentiële jeugdzorg, ook oog te hebben en te houden voor de jongeren die nog thuis wonen. Het komt vaak genoeg voor dat thuiswonende jongeren ook een
302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave
35
zorgvraag hebben. Deze jongeren kunnen een specifieke huisvestingsvraag hebben en zou er iets extra’s voor deze groep moeten worden georganiseerd en/of gerealiseerd.
302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave
36
Bijlage 1: NZa Zorgtredenmodel Zorgtredenmodel van de NZa Het zorgtredenmodel van de Nederlandse Zorgautoriteit bevat zes treden. Alle ouderen zijn ingedeeld in één van deze treden op basis van de aard en mate van hun zorggebruik. De indeling van ouderen naar zorgtrede gebeurt op basis van de zwaarste zorgvorm die ouderen in het afgelopen half jaar ontvingen: • Vitale ouderen zitten in zorgtrede 1. Zij wonen zelfstandig thuis en gaan slechts af en toe naar de huisarts of de apotheek voor medicatie. • Zorgtrede 2 omvat zelfstandig thuiswonende ouderen die gebruik maken van medisch-specialistische zorg vanwege een acute zorgvraag, chronische ziekte of specialistische geestelijke gezondheidszorg. • In zorgtrede 3 vallen ouderen die gebruik maken van Wmo-zorg en daarmee een lichte mate van afhankelijkheid van zorg of ondersteuning hebben. Deze zorg betreft hulpmiddelen, voorzieningen, huishoudelijke hulp of andere zorg waarvoor een eigen bijdrage verschuldigd is. • Bij zorgtrede 4 maakte de oudere tijdens de afgelopen zes maanden tijdelijk (niet meer dan 3 maanden) gebruik van professionele zorg: persoonlijke verzorging en wijkverpleging uit de Zvw of mpt/pgb uit de Wlz, of revalidatiezorg, eerstelijnsverblijf of Wmo-verblijf of andere Wmo-zorg die in 2015 uit de AWBZ is overgeheveld.
• In zorgtrede 5 maakt de oudere structureel (langer dan 3 maanden) gebruik van de zorg die net onder zorgtrede 4 is beschreven. • In zorgtrede 6 bevinden zich ouderen die zijn opgenomen in een intramurale instelling of die een 'Volledig Pakket Thuis (VPT)' ontvangen via de Wlz. Figuur 1.1a: Zorgtredenmodel Nza (Monitor Zorg voor Ouderen, 2018)
Bron: Nza, Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke cijfers.
302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave
37
Bijlage 2: Afkortingen en begrippen •
• •
• • • • • • • • • • • • • • •
Ambulantisering (GGZ): Afbouwbeleid van intramurale zorg. Een deel van de GGZ-cliënten die voorheen zorg met verblijf in een instelling kreeg, wordt voortaan ambulant begeleid in hun eigen woning. BW: Beschermd Wonen (GGZ). Wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorend toezicht en begeleiding. Extramuralisering: het streven om buiten de muren van een zorginstelling gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning. Anders dan bij ambulantisering gaat het niet zozeer om individuele cliënten vanuit een instelling in de wijk te laten wonen, maar dat nieuwe cliënten minder snel worden opgenomen in een instelling. GGZ: Geestelijke gezondheidszorg. Betreft zowel de klinische zorg (Zvw), langdurige zorg (Wlz) als Beschermd Wonen (Wmo). LG: Lichamelijk Gehandicapt. LVB: Licht verstandelijk beperkt. MPT: Modulair Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een deelverstrekking die kan worden gecombineerd met het PGB. MO: Maatschappelijke opvang. Tijdelijke huisvesting van kwetsbare mensen, waaronder daklozen, jonge moeders of slachtoffers van huiselijk geweld. PG: Psychogeriatrie. Mensen met een psychische stoornis die verband houdt met ouderdom, zoals dementie. PGB: Persoonsgebonden budget: een verstrekkingsvorm in de Wet langdurige zorg en Wmo waarbij de cliënt of diens vertegenwoordiger het budget beheert.
Prestatieafspraken: Afspraken tussen gemeenten, woningcorporaties en huurdersvertegenwoordigers zoals bedoeld in de Woningwet. Scheiden wonen en zorg: Cliënt betaalt zelf de huur en de kosten voor levensonderhoud (“hotelkosten”). SOM: Somatiek. Chronische lichamelijke aandoeningen. VG: Verstandelijk gehandicapt/beperkt. VPT: Volledig Pakket Thuis. Verstrekkingsvorm Zorg in Natura: een totale verstrekking die thuis kan worden geleverd. Wlz: Wet langdurige Zorg. Wmo: Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Zvw: Zorgverzekeringswet.
Woonvormen • •
•
•
Geclusterd wonen met 24-uurszorg (ouderen): Verpleeghuizen of woonzorgcentra, waarbij zorg altijd aanwezig is. In veel gevallen is een Wlz-indicatie een vereiste om hier te wonen. Geclusterd wonen met zorg nabij of zonder zorg (ouderen): Woonvorm waarbij de bewoner een eigen appartement of studio heeft met voorzieningen, maar ook met een ontmoetingsruimte in of bij het pand. De ouderen krijgen meestal ambulante zorg of zorg is 24 uur oproepbaar. Geschikte woning (lichamelijk beperkten): woning die geschikt is voor ouderen of andere zorgvragers met een (lichte) lichamelijke beperking. Alle primaire voorzieningen liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. Reguliere woning (ouderen): ‘gewone’, niet-geclusterde woning. Het gaat hierbij zowel om gezinswoningen als om appartementen of studio’s waar ook mensen zonder zorgvraag kunnen wonen.
302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave
38
• • • •
Hofjeswonen: geclusterde appartementen of woningen rondom een gemeenschappelijke binnentuin. Geclusterde woonvormen: Een uiteenlopend palet aan woonvormen, van instellingszorg in groepswoningen tot geclusterde appartementen, hofjeswoningen of zorgboerderijen. Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden. Driefasenhuis/fasehuis of het kamertrainingscentrum: in deze woonvormen worden jongeren stapsgewijs begeleid bij het ontwikkelen van meer zelfstandigheid. Het doel is dat zij zelfstandig kunnen gaan wonen. Er is 24 uur per dag begeleiding oproepbaar.
302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave
39