CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6c. Bijlage Huisvestingsopgave wonen met zorg gemeente Nunspeet - Eindrapportage Juli

Commissie Ruimte en Wonen 11 april 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Onderzoek Wonen & Zorg in Nunspeet11.842 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Onderzoek woonzorg opgave Gemeente Nunspeet

Juli 2021 Definitief

DATUM

Juli 2021

TITEL

Onderzoek woonzorg opgave

OPDRACHTGEVER

Gemeente Nunspeet

AUTEUR(S)

Valentine Reijers Martin Bleijenburg

PROJECTNUMMER

302.104/G

STATUS

Definitief

Inhoud Belangrijkste conclusies

4

1

Inleiding

7

2

Ouderen 2.1 Demografische ontwikkelingen in relatie tot de zorgvraagontwikkeling 2.2 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg 2.3 Geschiktheid van de reguliere woningvoorraad 2.4 Aanbodinventarisatie geclusterd wonen voor ouderen 2.5 De huisvestingsopgave voor ouderen: match tussen vraag en aanbod

9 9 10 15 19 20

3

Mensen met een verstandelijke beperking (VG) 3.1 Aanbodinventarisatie woon-zorgplekken doelgroep VG 3.2 De huisvestingsopgave voor VG: match tussen vraag en aanbod

22 24 25

4

Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang 4.1 Aanbodinventarisatie woon-zorgplekken doelgroep BW 4.2 Uitstroom Beschermd Wonen 4.3 Maatschappelijke Opvang (MO)

27 28 29 32

5

Kwetsbare jongeren

34

Bijlage 1: NZa Zorgtredenmodel

37

Bijlage 2: Afkortingen en begrippen

38

Belangrijkste conclusies In dit onderzoek is gekeken hoe de (verwachte) vraag naar wonen met zorg zich verhoudt tot het huidige aanbod voor verschillende zorgdoelgroepen. In dit hoofdstuk gaan we in op de belangrijkste conclusies per doelgroep op gemeentelijk niveau. In de hoofdstukken hierna verdiepen we de uitkomsten voor de verschillende doelgroepen en geven we de achtergrond daarbij .

Ouderen •

•

•

•

•

De intramurale capaciteit voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag is momenteel in onbalans met een overschot van 113 plekken. Het overschot aan PG plekken zal afnemen tot 63 plekken in 2040. Voor de mensen die afhankelijk zijn van 24-uurszorg bij somatische klachten (intramurale capaciteit somatisch zorgvraag) bestaat er nu een overschot van 23 plekken. Het overschot aan plekken zal afnemen tot 13 plekken in 2030. In 2040 is er geen sprake meer van een overschot maar van een tekort aan 17 plekken. Het overschot dat we zien in het intramurale vastgoed geeft aan dat er een transformatieopgave ligt voor dit vastgoed. Het vastgoed kan worden getransformeerd tot eenheden die individueel verhuurd kunnen worden zodat het vastgoed geschikt wordt voor (kleinschalig) extramuraal wonen. Soms gaat het alleen maar om een administratieve wijziging waarmee de woning kan worden omgeklapt van ‘intramuraal’ naar ‘extramuraal’ wonen. Voor mensen die behoefte hebben aan een geschikte woning bestaat er momenteel een overschot van 65 woningen. In 2030 zal er een klein tekort ontstaan van 10 geschikte woningen. Dit tekort loopt op tot 100 geschikte woningen in 2040. Voor mensen die behoefte hebben aan geclusterd wonen zonder zorg bestaat er momenteel een tekort van 188 woningen. Dit tekort neemt naar de toekomst toe tot 273 woningen in 2030 en 378 woningen in 2040.

Mensen met een verstandelijke beperking •

•

• •

•

Wanneer we uitgaan van de basisprognose zien we op het moment een tekort aan 39 geclusterde plekken. Naar de toekomst toe zal het tekort kleiner worden door de verschuiving van de vraag van geclusterd wonen naar gespikkeld wonen. Het tekort bestaat uit 29 plekken in 2030 en uit 19 plekken in 2040. Het gespikkelde aanbod is op het moment niet voldoende om in de vraag te voorzien. We zien momenteel een tekort van 20 plekken en dit tekort zal oplopen tot 30 plekken in 2030 en 40 plekken in 2040. De tekorten die we aantonen worden waarschijnlijk deels veroorzaakt doordat er Wlz-indicaties voor VG thuis worden verzilverd door middel van een Persoonsgebonden Budget. Wanneer we uitgaan van de trendprognose, afgezwakt scenario ‘Lokaal wonen’, zien we dat het geclusterde aanbod niet in de vraag kan voorzien (tekort van 39 plekken). Naar de toekomst toe verandert het tekort in een overschot aan plekken. Het overschot bestaat uit 21 plekken in 2030 en 81 plekken in 2040. We zien momenteel een tekort aan 20 gespikkelde woonplekken. De vraag naar gespikkelde woonplekken blijft naar de toekomst toe constant en blijft het tekort bestaan uit 20 plekken in 2030 en 2040.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

4

Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang •

•

•

•

•

Op 1 januari 2020 hadden circa 253 personen een BW-indicatie in de regio Noord-Veluwe. Sinds begin 2021 is de BW-indicatie van 128 personen (51%) omgezet naar een Wlz-indicatie. De gemeente Nunspeet telde op 1 januari 37 mensen met een BW-indicatie. Wanneer we de vraag naar woonplekken voor de doelgroep BW voor de gemeente Nunspeet demografisch en beleidsvrij doorrekenen bestaat de vraag in 2030 uit 28 plekken en in 2040 uit 26 plekken. Wanneer we uitgaan van het scenario ‘Lokaal wonen’ zal de vraag in 2030 bestaan uit 21 plekken en in 2040 uit 17 plekken. Het aanbod aan BW-plekken in de regio Noord-Veluwe bestaat uit 165 plekken voor groepswonen en 28 plekken voor begeleid wonen. Circa 36% van het totale aanbod aan groepswonen staat in de gemeente Nunspeet. Het huidige aanbod in de regio kan voorzien in een woonplek voor de 128 personen met een BW-indicatie. De regio Noord-Veluwe telt op het moment 88 personen die gebruik maken van een vorm van Maatschappelijke Opvang. Op 1 januari 2020 maakte 4 personen uit de gemeente Nunspeet gebruik van de nachtopvang. Het aanbod in de regio is momenteel voldoende om te voorzien in de vraag naar verschillende vormen van maatschappelijke opvang.

Uitstroom Beschermd Wonen • •

• •

•

•

We zien een jaarlijkse uitstroom van 6 personen in 2020 tot 3 à 4 personen in 2040. Er ligt met name een kwalitatieve opgave wat betreft het aanbod voor personen die uitstromen uit Beschermd Wonen. Variatie in het aanbod is belangrijk. De gemeente, Omnia Wonen en Woonzorgnet hebben de afspraak gemaakt om met elkaar door te praten over het realiseren van het juiste aanbod voor de doelgroep BW. De Proeftuin aan de Erperweg is een goed initiatief dat de doorstroming bevordert. Blijf investeren in initiatieven als deze. Om terugval te voorkomen is een ‘zachte landing’ van uitstromers in hun nieuwe woonwijk essentieel. Zorgaanbieders (en ook corporaties) kunnen veel zorgen bij omwonenden wegnemen als zij zorgen voor een vast aanspreekpunt bij vragen en overlast. Investering in de samenwerking tussen zorgaanbieders. Het werkveld van BW, MO en Jeugd is sterk in ontwikkeling en raakt meer met elkaar verbonden door een toenemende focus op doorstroming. De nieuwe aanpak vereist een omschakeling in denkwijze over in-en uitstroom en een intensievere samenwerking tussen (verschillende) zorgpartijen, gemeente en corporatie. Spreiding van de uitstroom over de wijken. Analyseer de draaglast van wijken en kernen, en om de bereidheid om ook buiten de geijkte buurten op zoek te gaan naar geschikte woonruimte voor uitstromers.

Kwetsbare jongeren • •

•

Op het moment tellen we 18 jongeren met een indicatie voor jeugdzorg (afgerond 20 jongeren). Naar de toekomst zal deze groep bestaan uit 15 jongeren. Voor de komende jaren zal de uitstroom uit jeugdzorg bestaan uit 1 à 2 jongeren per jaar. De meeste van hen hebben behoefte aan een vorm van begeleid wonen op de weg naar zelfstandigheid. Denk daarbij bijvoorbeeld aan kamertraining of ambulante begeleiding bij het zelfstandig wonen. De jongeren die uitstromen vanuit de residentiële jeugdzorg zouden goed via het project Kansrijk Wonen kunnen worden bediend. Het is belangrijk dat er telkens goed wordt gekeken of het project de regionale uitstroom blijft bedienen, dan kun je daar op tijd op inspelen.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

5

•

Het ontwikkelen van passend aanbod voor jongeren en het bieden van een vangnet is belangrijk voor de groep jongeren die uitstromen. Creëer een soort thuisbasis waar jongeren terug kunnen keren voor advies en hulp. Straathoekwerk speelt een belangrijke rol in aansluiting bij het Kansrijk Wonen project.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

6

1 Inleiding Aanleiding We staan aan de vooravond van een flinke vergrijzing. In samenhang met de extramuralisering leidt dit tot veranderingen in de wereld van wonen en zorg. Ouderen met een zorgvraag, cliënten in de gehandicaptenzorg, mensen die Geestelijke GezondheidsZorg (GGZ) ontvangen en uitstromen uit Beschermd Wonen, de mensen die een beroep doen op de Maatschappelijke Opvang (MO) en niet in de laatste plaats de kwetsbare jongeren die uitstromen uit de Jeugdzorg, blijven langer zelfstandig wonen of kunnen eerder terug naar huis. Logisch gevolg van de beweging naar langer en weer thuis wonen is dat het aantal zorgbehoevenden op de woningmarkt toeneemt. Niet alleen verandert de omvang van deze groepen, ook hun woonwensen veranderen, bijvoorbeeld ten aanzien van de mogelijkheid om zorg te ontvangen, betaalbaarheid, levensloopbestendigheid en samenleven met leeftijd- of leefstijlgenoten. Succesvolle extramuralisering is mogelijk, maar alleen als wonen, woonomgeving, de sociale en de zorginfrastructuur zodanig op elkaar worden afgestemd dat men kan terugvallen op een steunnetwerk. De vraag is in hoeverre het huidige zorgvastgoed en de huidige woningen voldoen aan de zich ontwikkelende kwantitatieve én kwalitatieve vraag, en of de woonomgeving en het aanbod van zorg en ondersteuning aansluiten bij de vraag.

De gemeente Nunspeet krijgt regelmatig het verzoek nieuwe huisvestingsinitiatieven te accommoderen. Daarbij is het de vraag in welke mate deze initiatieven bijdragen aan het voorzien in de lokale behoeften of een aantrekkende werking heeft van mensen met een woon-zorgvraag van buiten de gemeente. Het in beeld brengen van de huisvestingsopgave biedt houvast voor het maken van afwegingen omtrent het accommoderen van dergelijke huisvestingsinitiatieven. Om gericht invulling te geven aan de huisvestingsopgave, is door Companen in opdracht van de gemeente Nunspeet onderzoek gedaan naar de woon-zorgopgaven in de gemeente Nunspeet.

Doelstelling en onderzoeksvragen Doel van het onderzoek is om kwantitatief en kwalitatief zicht te krijgen op de huidige en toekomstige lokale vraag naar en het aanbod van benodigde woonvormen voor mensen met een zorgvraag in de gemeente Nunspeet. We onderscheiden de volgende doelgroepen: • Ouderen • Mensen met een verstandelijke beperking (VG) • Cliënten met multiproblematiek (Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang) • Kwetsbare jongeren (18+) die uitstromen uit de jeugdzorg en een specifieke woonzorgvraag hebben De onderzoeksvragen zijn als volgt geformuleerd: • Wat is de ontwikkeling van de doelgroepen als gevolg van demografische ontwikkelingen (op basis van gemeentelijke bevolkingsprognoses), maatschappelijke trends en beleidsontwikkelingen tot 2040, op gemeente- en waar mogelijk op kernniveau? • Wat is het huidige aanbod aan woningen en woonvormen voor de doelgroepen die we onderscheiden? • Welke mogelijke knelpunten zijn er in de match van vraag en aanbod van passende woningen (woonzorgvormen) nu en op langere termijn (2025, 2030, 2040) en welke aanvullende maatregelen zijn nodig om hierin te voorzien? • Ontwikkel op basis van de lokale vraagontwikkeling een afwegings- en toetsingskader voor nieuwe woon-zorginitiatieven.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

7

Onderzoeksproces Op basis van gegevens over het huidige zorggebruik van personen met een verstandelijke beperking, de GGZ, Maatschappelijke Opvang en jongeren die uitstromen uit de Jeugdzorg en demografische prognoses is een berekening opgesteld van de toekomstige vraag naar verschillende vormen van wonen met zorg. De gemeente heeft zelf een inventarisatie gedaan naar het huidige aanbod aan woon-zorgplekken in de gemeente Nunspeet. Daarnaast zijn er met verschillende zorgaanbieders en stakeholders in de gemeente en regio gesprekken gevoerd om de woon-zorgvraag te duiden. Op basis van deze informatie is een vraagaanbodbalans opgemaakt. Om de resultaten van het onderzoek te duiden en aan te scherpen zijn er twee werksessies georganiseerd met de gemeente, zorgaanbieders, woningcorporatie en Zorgkantoor. Hierin zijn de eerste uitkomsten van het onderzoek gedeeld, en zijn trends die van invloed zijn op de ontwikkelingen naar de toekomst gedefinieerd. Het gaat dan om de gevolgen van landelijk beleid, maar bijvoorbeeld ook om technologische ontwikkelingen en de ontwikkeling van nieuwe woonconcepten. Op basis van de uitkomsten uit de werksessie is het te verwachten toekomstbeeld wat bijgesteld. Met dit eindbeeld zijn de beleidsmatige opgaven gedefinieerd en is een advies uitgewerkt voor een te hanteren afwegings- en toetsingskader voor woningbouwontwikkelingen.

Leeswijzer Dit rapport begint met de vraaganalyse van de afgebakende doelgroepen. Hierin behandelen wij zowel een demografische doorrekening van de woonzorgvraag, als scenario’s voor de vraagontwikkeling. Daarna behandelen wij het aanbod voor de doelgroepen, om vervolgens vraag en aanbod in balans te stellen. We sluiten af met de huisvestingsopgave en beleidsopgaven die volgen op voorgaande informatie: Hoofdstuk 2. Ouderen Hoofdstuk 3. Mensen met een verstandelijke beperking (VG) Hoofdstuk 4. Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (BW en MO) Hoofdstuk 5. Kwetsbare jongeren Hoofdstuk 6. Afwegings- en toetsingskader

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

8

2 Ouderen Lang niet alle ouderen (65-plussers) hebben een zorgvraag, en lang niet alle ouderen hebben behoefte aan een specifiek soort woning vanwege die zorgvraag. Verreweg de meeste ouderen (94%) wonen thuis, zo blijkt uit de Monitor Zorg voor ouderen 2018 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Veel ouderen zijn daarbij niet afhankelijk van langdurige zorg en ondersteuning. Daarnaast wonen steeds meer ouderen langer thuis. Ook van de 85-plussers woont 70% nog thuis. Zij doen dat vaak met ondersteuning vanuit de wijkverpleging. Daarnaast is er ook een toenemende diversiteit onder de ouderen; denk bijvoorbeeld aan de groep met een hoge sociaaleconomische status of de groep met een lage zelfredzaamheid. In dit hoofdstuk gaan we in op de woonvraag van twee groepen ouderen: • De ouderen die vanwege hun gezondheidssituatie een beroep doen op Wlz-zorg (Wet langdurige Zorg). Dat betekent dat zij ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning hebben, thuis of in een zorginstelling. De meeste van deze ouderen wonen in een woonzorgcentrum. • Daarnaast gaan we in op de woonvraag van ouderen met een lichtere zorgvraag en die een beroep kunnen doen op Wmo: Welk deel van hen zal een beroep doen op een geclusterde woonvorm, en welk deel zal wonen in een (aangepaste/-geschikte) reguliere woning?

2.1 Demografische ontwikkelingen in relatie tot de zorgvraagontwikkeling Tot aan 2040 zal het aandeel ouderen in de gemeente Nunspeet blijven toenemen. In 2019 viel 19% van de bevolking in de leeftijdsgroep 65+, in 2040 zal dat 29% zijn. Vooral de groepen 75-85 en 85+ stijgen daarbinnen sterk door het opschuiven van de ‘babyboom’ generatie. Dat zijn juist de leeftijdsgroepen waar de zorgvraag toeneemt. Figuur 2.1: Gemeente Nunspeet. Bevolkingssamenstelling 2019 - 2040

12% 11% 6% 11% 3% 6% 2019 2040 65 - 74 jaar

75 - 84 jaar

85+

Overige bevolking

Bron: Primos, bevolkingsprognose gemeente Nunspeet, 2020.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

9

Voor de woonvraag is vooral het beeld van het aantal oudere huishoudens met een potentiële zorgvraag van belang. Vanwege de gezinsverdunning die gepaard gaat met een verouderde bevolking, neemt het aandeel oudere huishoudens in verhouding nog meer toe dan zichtbaar is in de bevolking. De groep oudere huishoudens in de gemeente Nunspeet zal in de komende jaren sterk gaan groeien: van circa 3.570 65+huishoudens in 2019 (33%) tot circa 5.441 huishoudens in 2040 (46%). Ook hier is de stijging van het aandeel 75-85 en 85+ huishoudens het grootst. Figuur 2.2: Gemeente Nunspeet. Huishoudenssamenstelling 2019 - 2040

19% 17% 11% 2019

5%

18%

2040 9% 65 - 74 jaar

75 - 84 jaar

85+

Overige huishoudens

Bron: Primos, huishoudensprognose gemeente Nunspeet, 2020.

2.2 Ontwikkeling van de vraag naar wonen met zorg Wlz-zorgvraag in beeld Als eerste kijken we naar de groep ouderen die een beroep doet op Wlz-zorg. Binnen deze groep ouderen met een intensieve zorgbehoefte wordt onderscheid gemaakt tussen psychogeriatrische (PG, mensen met dementie) en somatische zorgvraag (SOM, mensen met een lichamelijke zorgbehoefte). De onderstaande figuur laat zien hoe de vraag naar zorg van ouderen zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, uitgesplitst naar afgegeven indicatie. Figuur 2.3: Gemeente Nunspeet. Ontwikkeling afgegeven V&V indicaties (2015 - 2019) 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0

20 25

15 35 70

10 30 75

15 35 70

15 25 75

110

130

145

175

180

60 35

55 25

55 20

55 10

70 10

2015

2016

2017

2018

2019

VV1-3

VV4

VV5

VV6

VV7

85

VV8 - 10

Bron: CIZ databank (2020).

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

10

Duidelijk is dat het aantal afgegeven indicaties in de sector Verpleging en Verzorging vanaf 2015 is toegenomen. Het aantal indicaties voor mensen met een lichte zorgvraag (ZZP 1 t/m 3) is vanwege weten regelgeving sterk afgenomen, het aantal afgegeven indicaties ZZP 5 is juist iets toegenomen.

Totale doelgroep ouderen Om een inschatting te kunnen maken van de toekomstige zorgvraag én van de woonvraag die hiermee samenhangt, sluiten wij met onze prognoses aan bij het Zorgtredenmodel van de NZa. In dit model worden alle ouderen ingedeeld per ‘zorgtrede’ die weergeeft wat het zwaarste type zorg is waar zij gebruik van maken. Zie bijlage 1 voor nadere toelichting over het Zorgtredenmodel van de NZa. Het aantal mensen in zorgtrede 6 is berekend aan de hand van openbare gegevens van het CIZ over het zorggebruik in de Wlz-zorg (zorgvraag waarin wordt voorzien). Hoe hoger de leeftijd, hoe vaker een oudere gebruik maakt van relatief zware zorg; de verdeling over de zorgtreden van 85-plussers ziet er dan ook heel anders uit dan van de groep 65-75-jarigen. Onderstaande figuur 2.4 toont de verdeling over zorgtreden van verschillende leeftijdsgroepen. Figuur 2.4: Verdeling zorgvraag in zorgtreden, naar leeftijd

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

7% 14% 8% 5%

58%

28%

31% 49%

31% 65-74 JARIGEN zorgtrede 1

zorgtrede 2

9% 6% 18%

17%

8%

75-84 JARIGEN zorgtrede 3

zorgtrede 4

85+’ERS zorgtrede 5

zorgtrede 6

Bron: NZa Monitor Zorg voor ouderen (2018): percentages gebaseerd op situatie 2016, landelijke cijfers.

Wanneer we de cijfers in figuur 2.4 doorrekenen met de bevolkingsprognose per leeftijdscategorie voor Nunspeet kunnen we een prognose berekenen voor de toekomstige omvang van ouderen in verschillende zorgtreden in de gemeente. Daarbij leiden veranderingen in de leeftijdsopbouw tot verandering in de zorgvraag1.

1

Hierbij is uitgegaan van een gelijkblijvende zorgvraag per leeftijdsgroep. Ontwikkelingen in de vitaliteit van ouderen zijn, buiten de aannames van de bevolkingsprognose over de levensverwachting moeilijk te voorspellen en derhalve niet meegenomen.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

11

Figuur 2.5: Prognose zorgvraag ouderen in de gemeente Nunspeet, naar zorgtrede (in personen)

230 270 820 400 260

200 230 700 350 230

180 210 620 310 200

3.470

320

280 330 970 460 300

370 1.060 490 320

3.760

3.860

2.870

3.130

1.350

1.450

1.600

1.730

1.760

2020

2025

2030

2035

2040

Zorgtrede 1

Zorgtrede 2

Zorgtrede 3

Zorgtrede 4

Zorgtrede 5

Zorgtrede 6 (PG)

Zorgtrede 6 (SOM)

Bron: NZa, Monitor Zorg voor ouderen, bevolkingsprognose Nunspeet, bewerking Companen.

Van zorgvraag naar woonvraag Ouderen in zorgtrede 6 wonen in een verzorgings- of verpleeghuis (of krijgen Wlz-zorg thuis via een Volledig Pakket Thuis). Landelijk gaat het om 6% van de 65-plussers. De overige ouderen wonen volgens de definitie van de NZa ‘thuis’. Dit kan echter ook een geclusterde woonvorm zijn speciaal voor ouderen. Hoe hoger de zorgtrede, hoe groter de kans dat een oudere ervoor kiest om in een geclusterde woonvorm te gaan wonen. Onderstaande grafiek geeft weer hoe wij ouderen in de verschillende zorgtreden, geredeneerd vanuit de landelijke uitgangspunten en de afgegeven indicaties in de gemeente Nunspeet (zie bijlag 3 voor een overzicht), in onze basisvariant toerekenen aan de verschillende woonvormen. Figuur 2.6: Aannames woonvraag per zorgtrede (basisvariant op basis van landelijke uitgangspunten) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

1% 3%

1% 3%

2% 4%

8% 8%

30% 20%

96%

96%

87%

95%

94%

84% 50%

Zorgtrede 1 Regulier wonen

Zorgtrede 2

Zorgtrede 3

Geschikt wonen

Zorgtrede 4

Geclusterd wonen

Zorgtrede 5

5% 0% Zorgtrede 6 (PG)

24-uurszorg SOM

6% 3% Zorgtrede 6 (SOM)

24-uurszorg PG

Bron: Aannamestelsel Companen.

Tijdens de werksessie zijn de landelijke uitgangspunten besproken, en zijn een aantal trends doorgesproken om te bepalen of de situatie in Nunspeet aanpassing behoeft op basis van lokale factoren. Gebaseerd op informatie uit de werksessie met zorgaanbieders en corporaties zijn de percentages uit figuur 2.7 tot stand gekomen. In de werksessie kwam naar voren dat op het moment in de gemeente

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

12

Nunspeet 39% van de Wlz-indicaties extramuraal wordt verzilverd. Mensen willen zelf invullen hoe ze zorg inkopen en kiezen vaak voor VPT ‘Volledig Pakket Thuis’. Deze verandering is terug te vinden in zorgtrede 6 (PG en SOM) van onderstaand aannamestelsel. Figuur 2.7: Aannames woonvraag per zorgtrede (basisvariant huidige situatie Nunspeet) 100%

3%

3%

4%

90%

8% 8%

80%

30%

70% 60% 50%

61%

61%

19%

19%

18% 2%

18% 2%

20% 96%

96%

94%

40%

84%

30%

50%

20% 10% 0%

Zorgtrede 1 Zorgtrede 2 Zorgtrede 3 Zorgtrede 4 Zorgtrede 5 Zorgtrede 6 Zorgtrede 6 (PG) (SOM) Regulier wonen

Geschikt wonen

Geclusterd wonen

24-uurszorg SOM

24-uurszorg PG

Bron: Aannamestelsel huidige situatie Nunspeet.

In de vorige paragraaf lieten we zien welke groei we in de komende jaren verwachten voor de verschillende zorgtreden. Wanneer we deze ‘zorgprognose’ vertalen naar een prognose van de woonvraag leidt dit tot de volgende prognose voor woonvormen. De toename aan 65+huishoudens zal voornamelijk leiden tot een toename van de vraag naar regulier wonen. Doordat er straks meer 75- en 85-plussers in de gemeente zullen wonen zal de behoefte aan geclusterd wonen (met of zonder zorg) relatief meer gaan toenemen. Deze groep groeit van 19% in de huidige situatie naar 21% in 2040. Tabel 2.1: Ontwikkeling vraag naar woonvormen, basisvariant (2020 - 2040) 2020 2025 Regulier wonen 2.975 3.295 Geclusterd wonen (zonder zorg) 245 270 Geclusterd wonen (zorg nabij) 250 280 Geclusterd wonen (24-uurszorg SOM) 90 95 Woonzorg (24-uurszorg PG) 100 110 Totaalaantal huishoudens 65+ 3.660 4.050

2030 3.740 315 325 110 130 4.620

2035 4.100 365 385 140 160 5.150

2040 4.270 390 420 160 180 5.420

Bron: Bevolkingsprognose Nunspeet, gegevens zorggebruik CIZ & NZa, en bewerking Companen.

Trends en ontwikkelingen Naast deze basisvariant hebben we ook een trendvariant uitgewerkt waarin we rekening hebben gehouden met een aantal trends die zijn besproken in de werksessie met stakeholders. Het gaat om de volgende ontwikkelingen: 1. Naast dat in de huidige situatie een behoorlijk deel van de wlz-indicaties (39%) extramuraal wordt verzilverd, kwam in de werksessie naar voren dat dat aandeel in de toekomst hoger zal liggen. Mensen creëren meer en meer hun eigen woonarrangement. Meer ouderen zullen in de toekomst de Wlz-indicatie extramuraal verzilveren. Het aandeel groeit van 39% nu naar 50% in 2040.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

13

2.

3.

4.

De deelnemers zien dat de trend leeft dat ouderen zelf kijken hoe ze samen wonen en zorg in kunnen richten ongeacht de indicatie. Ouderen willen eigen initiatieven realiseren. Pas op hogere leeftijd gaat zorg echt een grotere rol spelen. Dan moet de stap naar een intramurale setting toch worden gezet en is er sprake van intensievere zorg maar kortdurend verblijf. In de toekomst krijgt Nunspeet te maken met een groep ouderen die meer te besteden heeft. Deze ouderen hebben meer ruimte om zelf keuzes te maken en toch nog een ander perspectief te creëren met andere woonvormen dan intramurale woonvormen. Daarnaast blijft de groep ouderen die minder te besteden heeft naar de toekomst toe nog wel groot. Het is belangrijk dat met name voor deze groep een aandeel intramuraal wonen gereserveerd blijft. De behoefte aan wonen wordt los van het vermogen sterk beïnvloed door de mate van zorg die een persoon nodig heeft. Het is een noodzakelijk goed. De deelnemers geven aan dat technologie helpt op allerlei vlakken. De mogelijkheden met technologie worden echter nog niet optimaal gebruikt. Er zijn verschillende initiatieven die uiteindelijk toch stranden omdat het geen continuïteit heeft. Wat goed kan werken is één centrale helpdesk van waaruit diensten worden geleverd zoals beeldbellen en medicatieverstrekking.

Een grote gezamenlijke aanpak is van belang als het gaat om de inzet van technologie.

In onderstaande figuur wordt het aannamestelsel weergegeven waar we vanuit gaan voor de trendvariant van de vraagontwikkeling van ouderen naar woonvormen. Figuur 2.8: Aannames woonvraag per zorgtrede (trendvariant toekomstige situatie Nunspeet) 100%

3%

3%

90%

4%

8% 8%

80%

30%

70% 60% 50%

50%

50%

23%

23%

22%

22%

5%

5%

Zorgtrede 6 (PG)

Zorgtrede 6 (SOM)

20% 96%

96%

94%

84%

40% 30%

50%

20% 10% 0% Zorgtrede 1

Zorgtrede 2

Zorgtrede 3

Zorgtrede 4

Zorgtrede 5

Regulier wonen

Geclusterd wonen (zonder zorg)

Geclusterd wonen (zorg nabij)

Geclusterd wonen (24-uurszorg SOM)

Geclusterd wonen (24-uurszorg PG) Bron: Aannamestelsel toekomstige situatie Nunspeet.

De toename van het aandeel ouderen dat met een Wlz-indicatie extramuraal woont, leidt tot het volgende beeld van de vraagontwikkeling (tabel 2.2).

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

14

Tabel 2.2: Ontwikkeling vraag naar woonvormen, trendvariant (2020 - 2040) 2020 2025 Regulier wonen 2.975 3.295 Geclusterd wonen (zonder zorg) 245 275 Geclusterd wonen (zorg nabij) 250 285 Geclusterd wonen (24-uurszorg SOM) 90 90 Woonzorg (24-uurszorg PG) 100 105 Totaalaantal huishoudens 65+ 3.660 4.050

2030 3.745 320 335 100 120 4.620

2035 4.105 385 400 120 140 5.150

2040 4.290 410 440 130 150 5.420

Bron: Bevolkingsprognose Nunspeet, gegevens zorggebruik CIZ & NZa, en bewerking Companen.

2.3 Geschiktheid van de reguliere woningvoorraad Toelichting geschiktheid Het huidige rijksbeleid is erop gericht dat ouderen en mensen met een beperking zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in hun eigen vertrouwde omgeving. Hierdoor wordt het steeds belangrijker dat de woning waarin men woont voor mensen met een fysieke beperking ook daadwerkelijk geschikt is om te bewonen. Hierdoor groeit de behoefte aan reguliere woningen die geschikt zijn om op hogere leeftijd in te blijven wonen, zowel in de koop- als huursector. Op het moment wonen circa 3.610 65+huishoudens in Nunspeet in een reguliere, niet geclusterde woning. In onze analyse van de geschiktheid van de woningvoorraad hebben wij gebruik gemaakt van CBS-Microdata2 uit het jaar 2018. In de analyse zijn wij uitgegaan van de volgende meetgraad voor ‘geschiktheid’: Alle primaire voorzieningen (slaapkamer, woonkamer, toilet, badkamer en keuken) liggen gelijkvloers of zijn zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen, die als hulpmiddelen eventueel wandelstok of kruk(ken) gebruiken. Appartementen / (galerij)flats die over een lift beschikken vallen onder het label ‘geschikt’. Potentieel geschikt of geschikt te maken woningen zijn woningen die met relatief beperkte middelen geschikt te maken zijn.

Hierbij is te denken aan het installeren van een traplift, of het verlagen van drempels. Deze woningen voldoen aan de volgende criteria: • Eengezinswoning, is gebouwd na 1998 • Inhoud bij koopwoningen is groter dan 350 m3 en gebouwd na 1965 • Inhoud bij huurwoningen is groter dan 300 m3 en gebouwd na 1980 • Geschakelde woningen Niet-geschikte woningen zijn de overige woningen. De meeste van deze woningen zijn vermoedelijk ook niet (eenvoudig) geschikt te maken.

Geschiktheid gemeente Nunspeet Van de huidige reguliere woningvoorraad van de gemeente Nunspeet is 5% geschikt (530 woningen), 61% potentieel geschikt (6.290 woning) en 34% niet-geschikt (3.505 woningen). Van de 65+huishoudens woont 8% in een geschikte woning (310 huishoudens), 61% in een potentieel geschikte woning en 31% in een niet-geschikte woning. In de onderstaande kaarten gaan we per kern in op hoe de situatie eruit zien van het aandeel 65+huishoudens dat in de desbetreffende kern woont, het aandeel van dezelfde groep dat in een geschikte woning woont, of in een potentieel geschikte woning woont.

2

De beoordeling van de woningvoorraad op geschiktheid op basis van CBS-microdata is een inschatting.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

15

Situatie Hulshorst

Het overgrote deel van Hulshorst wordt bewoond door 25% tot 35% 65+huishoudens. Uit de microdataanalyse komt naar voren dat er geen geschikte woningen staan in de kern Hulshorst. Wanneer we kijken naar de geschikt te maken woningen in de kern, wordt 25% tot 35% van de aanwezige geschikt te maken woningen bewoond door 65+huishoudens. De opgave ligt met name in de donkergroene gebieden, ofwel de straten Oorijzer, Zandhuisweg en Wiekslag.

Situatie Elspeet De postcodevijf gebieden die de kern Elspeet vormen worden voornamelijk bewoond door 35% tot 45% 65+huishoudens.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

16

Wanneer we kijken naar de geschikt te maken woningen (bovenstaande kaart) in Elspeet, zien we dat in het midden/zuidoostelijke deel de geschikt te maken woningen daar bewoond worden door 35% tot 50% 65+huishoudens. In deze donkerste blauwe gebieden ligt voornamelijk de opgave voor het geschikt maken van woningen. Dit zijn de straten Haverweg, Gerstweg, Diepeweg en Sluiterweg.

Situatie Vierhouten

De kern Vierhouten wordt voor 35% tot 45% bewoont door 65+huishoudens. In de gehele kern staan geen geschikte woningen. De geschikt te maken woningen staan verspreid over de kern en worden voor 35% tot 50% bewoond door 65+huishoudens.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

17

Situatie Nunspeet

De 65+huishoudens concentreren zich voornamelijk in Nunspeet-West. De gebieden die de donkerste kleur groen hebben worden bewoond door meer dan 45% 65+huishoudens.

Uit de kaart op de vorige pagina komt naar voren dat waar veel 65+huishoudens wonen (45% of meer) deze huishoudens bijna altijd in geschikte woningen wonen. Er zijn twee gebieden aan de oostkant van het centrum van Nunspeet waar veel 65+huishoudens wonen maar deze huishoudens voor 50% tot 60% niet in geschikte woningen wonen. Wel blijkt dat in deze gebieden wel geschikte woningen staan die voor 50% of meer door 65+huishoudens worden bewoond. Zie hiervoor de volgende kaart. De noodzaak van het geschikt maken van woningen zal in de twee genoemde gebieden het grootst zijn en het valt aan te raden in deze gebieden te starten met de geschiktheidsopgave.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

18

In de donkerblauwe gebieden is de concentratie van 65+huishoudens in geschikt te maken woningen het grootst. De woningen kunnen daar door middel van het verwijderen van drempels of het installeren van een traplift geschikt worden gemaakt. In het zuidelijke deel van Nunspeet woont 35% tot 50% van de 65+huishoudens in een geschikt te maken woning. Dit gebied wordt bewoond door een behoorlijk aandeel 65+huishoudens (35% tot 45%) en hier liggen kansen om een groot aandeel geschikt te maken woningen geschikt te maken.

2.4 Aanbodinventarisatie geclusterd wonen voor ouderen Aanbod voor ouderen In onderstaande tabel staat het huidige aanbod geclusterd wonen dat uit de aanbodinventarisatie naar voren is gekomen, uitgewerkt. Op dit moment bestaat het geclusterde aanbod voor ouderen uit 362 plekken. In de nabije toekomst worden er door Woonzorgunie Veluwe nog 26 zorgstudio’s gerealiseerd voor ouderen met psychogeriatrische dan wel een zware somatische zorgvraag. In de match van de vraag met het aanbod zullen we dit aanbod meenemen.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

19

Tabel 2.3: Aanbodinventarisatie geclusterd wonen voor ouderen Geclusterd wonen Zorgaanbieder Locatie (zorg nabij) Woonzorgunie Woonzorgcentrum Veluwe de Bunterhoek Woonzorgunie Gebouw naast Veluwe Bunterhoek Woonzorgunie Nieuw* Veluwe Dagelijks Het Leven Welgelegenhuis Norschoten Oranjehof Het Baken Seewende Zorggroep NoordwestIttmanshof Veluwe Hospice de Hospice de Regenboog Regenboog Zorggroep NoordwestDe Veluwse Heuvel 62 Veluwe Totaal 62

24-uurszorg SOM

24-uurszorg PG

52

62

Palliatief

10 13

13 20

5 33

15 65 38 5

113

213

5

* Nog te realiseren aanbod. Vergunning is verstrekt. Bron: Woon-zorgaanbieders in de gemeente Nunspeet.

In de vorige paragraaf zijn we ingegaan op het aanbod aan geschikte woningen in de gemeenten Nunspeet. De circa 310 geschikte woningen die worden bewoond door 65+huishoudens in de gemeente Nunspeet nemen we mee in de match van de vraag met het aanbod.

2.5 De huisvestingsopgave voor ouderen: match tussen vraag en aanbod Een vergelijking van de vraagprognose met het huidige geclusterde 24-uurszorgaanbod van zorgaanbieders laat het volgende zien: • De intramurale capaciteit voor mensen met een psychogeriatrische (PG) zorgvraag is momenteel in onbalans met een overschot van 113 plekken. Het overschot aan PG plekken zal afnemen tot 63 plekken in 2040. • Voor de mensen die afhankelijk zijn van 24-uurszorg bij somatische klachten (intramurale capaciteit somatisch zorgvraag) bestaat er nu een overschot van 23 plekken. Het overschot aan plekken zal afnemen tot 13 plekken in 2030. In 2040 is er geen sprake meer van een overschot maar van een tekort aan 17 plekken. • Het overschot dat we zien in het intramurale vastgoed geeft aan dat er een transformatieopgave ligt voor dit vastgoed. Het vastgoed kan worden getransformeerd tot eenheden die individueel verhuurd kunnen worden zodat het vastgoed geschikt wordt voor (kleinschalig) extramuraal wonen. Soms gaat het alleen maar om een administratieve wijziging waarmee de woning kan worden omgeklapt van ‘intramuraal’ naar ‘extramuraal’ wonen. • Voor mensen die behoefte hebben aan een geschikte woning bestaat er momenteel een overschot van 65 woningen. In 2030 zal er een klein tekort ontstaan van 10 geschikte woningen. Dit tekort loopt op tot 100 geschikte woningen in 2040.

• Voor mensen die behoefte hebben aan geclusterd wonen zonder zorg bestaat er momenteel een tekort van 188 woningen. Dit tekort neemt in de toekomst toe tot 273 woningen in 2030 en 378

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

20

woningen in 2040. Geclusterd wonen zonder zorg kan verschillende vormen aannemen. Denk hierbij aan het Knarrenhof-concept ofwel het hofjeswonen. Hofjeswonen kenmerkt zich door woningen die in een U- of een L-vorm rond een binnenplaats zijn gesitueerd. Ouderen wonen dicht bij elkaar en op een geborgen manier die voor een gevoel van veiligheid zorgt. Andere vernieuwende woonconcepten zijn bijvoorbeeld meergeneratieconcepten, zoals ecowijken en -dorpen en de ‘magic mix’. In ecowijken- en dorpen wonen verschillende doelgroepen samen. Kenmerkend is dat de woonconcepten bedoeld zijn voor meerdere inkomens-, leeftijds- en huishoudenscategorieën en dat de woningen duurzaam zijn gebouwd en milieuvriendelijk zijn. De woningen delen voorzieningen met elkaar zoals een ontmoetingsruimte, tuinen en fietsenbergingen. De ‘magic mix’ is ook een woonvorm waar meerdere doelgroepen kunnen wonen. De ‘magic mix’ kan bijvoorbeeld worden ingevuld met een mix van dragers en vragers. Dit kan ook gerealiseerd worden met verschillende leeftijdscategorieën, zoals ouderen en jongeren die samen in een complex wonen. Een deel van het complex zou nog kunnen bestaan uit verpleeghuis terwijl een ander deel is ingericht voor jongeren die de appartementen of studio’s huren. De insteek van deze vorm is dat jong en oud met elkaar omgaan en elkaar helpen en ondersteuning waar nodig.

Dergelijke geclusterde woonvormen bieden passende alternatieven voor het aanbod dat gedateerd is of gedateerd raakt. Figuur 2.9: Balans tussen vraag naar en aanbod aan geclusterd wonen voor ouderen

Geschikt wonen

-100

Geclusterd wonen

-378

-273

65

-10

-188

24-uurszorg SOM

23 13

-17

24-uurszorg PG

63 -500

-400

-300 2020

-200 2030

-100

0

113 93

100

200

2040

Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders, prognosemodel trendvariant Companen.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

21

3 Mensen met een verstandelijke beperking (VG) De groep met een verstandelijke beperking kent een diverse samenstelling. De behoefte aan zorg is zeer divers onder deze doelgroep, waardoor zowel een deel in geclusterde woonvormen woont en een deel zelfstandig in de wijk woont. In deze paragraaf brengen wij de behoefte aan geclusterde en gespikkelde plekken voor zorg met verblijf voor de VG-groep in beeld, en zetten we deze vraagontwikkeling af tegen het bestaande aanbod. De balans tussen vraag en aanbod dient als uitgangspunt voor de kwantitatieve en kwalitatieve invulling van beleids- en huisvestingopgaven. In dit onderzoek richten wij ons primair op de groep die gebruik maakt van Wlz-zorg. Dit houdt in dat we het hebben over mensen die ‘levenslang en levensbreed’ ondersteuning nodig hebben, thuis of in een zorginstelling. Deze mensen staan onder permanent toezicht of ontvangen 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Omdat we ingaan op de groep mensen die levenslang behoefte heeft aan zorg met verblijf, spreken we niet over een groep die uitstroomt.

Woonvraag van verstandelijk beperkten Het aantal Wlz-indicaties voor zorg aan mensen met een verstandelijke beperking (VG) is over de jaren 2015 tot en met 2019 gestegen van 285 naar 320 (zie figuur 4.1). Tussen de jaren 2016 en 2017 maakt het aantal indicaties een sprongetje. Deze stijging komt mede door een trendbreuk in het indicatiesysteem, waardoor omstreeks 2016 en 2017 een deel van de groep een herindicatie heeft gekregen. Figuur 3.1: Wlz-indicatie mensen met een verstandelijke beperking 2015 - 2019, gemeente Nunspeet 350 300 250

100 50

30

5 30

65

70

70

65

65

65

30

30

30 50

30

25

60

60

65

65

25

25

50

50

55

55

50

55

60

65

65

2015

2016

2017

2018

2019

200 150

35

0

VG01

VG02

VG03

VG04

VG05

VG06

VG07

VG08

(SG)LVG

Bron: CIZ databank.

Basisprognose woonvraag In 2019 hadden 320 mensen een VG-indicatie in de gemeente Nunspeet (CIZ cijfers). Aan de hand van de CIZ-indicatiegegevens en de bevolkingsprognose van de gemeente Nunspeet hebben wij een inschatting gemaakt van de zorgvraag van mensen met een verstandelijke beperking voor de periode tot en met 2040. In deze prognose is inzichtelijk gemaakt hoe de totale zorgvraag van mensen met een verstandelijke beperking zich naar verwachting zal ontwikkelen. De onderstaande tabel toont de verwachte vraag naar zorg-met-verblijfplekken volgens de prognose: een basis-prognose op basis van de huidige vraag (afgerond op tientallen), demografisch doorgerekend naar de toekomst.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

22

Tabel 3.1: Gemeente Nunspeet. Basisprognose woonvormen VG (2020 - 2040) 2020 2025 2030 2035 Basisprognose 320 320 320 320 Geclusterd wonen 300 300 290 280 Gespikkeld wonen 20 20 30 40 Bron: Bevolkingsprognose Nunspeet, gegevens zorggebruik CIZ & NZa, en bewerking Companen.

2040 310 280 30

Figuur 3.2: Gemeente Nunspeet. Prognose woonvormen (2020 - 2040), basisvariant 330 320 310

20

20 30

300

40

40

280

280

2035

2040

290 280

300

300 290

270 260 2020

2025 Geclusterd wonen (dd)

2030

Gespikkeld wonen (dd)

Bron: Bevolkingsprognose Nunspeet, gegevens zorggebruik CIZ, en bewerking Companen

De basisprognose wordt kwalitatief verdeeld over geclusterd en gespikkeld wonen. In onze vraagberekeningen gaan wij daarbij uit van verdere extramuralisering. De mate waarin wij dit doen, is afhankelijk van het type VG-indicatie. De vraag naar gespikkelde woonvormen zal in de basisprognose toenemen van 20 tot 40, terwijl de vraag naar geclusterd wonen afneemt van 300 tot 208 in de periode 2020 tot en met 2035. In 2040 bestaat de verhouding uit 280 geclusterde woonplekken en 40 gespikkelde woonplekken. Gespikkeld aanbod bestaat uit reguliere woningen van een zorgaanbieder die in de nabijheid van een woonvorm staan waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden.

Trends en ontwikkelingen Tijdens de werksessie met de gemeente en zorgaanbieders zijn er verschillende trends besproken die invloed zouden kunnen hebben op de woonvraag van de doelgroep VG: 1. De deelnemers geven aan te zien dat de wens om dicht(er) bij het ouderlijke huis te wonen (lokaal wonen) er zeker zal zijn maar wel in beperkte mate. Echter moet de aanzuiging aan plekken in groepswonen niet worden onderschat. Ouders zijn bereidt een stuk te reizen als hun kind op een fijne plek kan wonen. Daarnaast is het ingewikkeld woonplekken in woonwijken te realiseren. Het is belangrijk dat er wordt gestuurd op de best passende zorg voor mensen en dat kan betekenen dat de woonplek niet om de hoek is. Verwanten en ouders zijn zich steeds meer bewust dat het geschikte aanbod verder weg van huis kan liggen. Ouders en verwanten anticiperen zelf ook op het feit dat het aanbod verder weg kan liggen door zelf dichter bij het aanbod te gaan wonen. De deelnemers zien een ontwikkeling van de verschuiving van het ouderlijke huis naar de woonlocaties toe. 2. De deelnemers geven aan dat de trend richting gespikkeld wonen zal toenemen naar de toekomst toe. Deze verschuiving noemen de deelnemers kwetsbaar. Het is belangrijk dat het gespikkeld aanbod flexibel kan worden ingezet (flexibele beschikking). Appartementen voor mensen met een

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

23

3.

verstandelijke beperking bestaan uit reguliere appartementen. Het is voornamelijk belangrijk dat er draagkracht is in de wijk voor het bestaan van de plekken. De zorginfrastructuur voor het gespikkeld wonen kan worden gewaarborgd door middel van het bieden van ambulante zorg. Daarnaast zien de deelnemers mogelijkheden in gemengdwonenconcepten. Daarbij moet wel goed, liefst op individueel niveau gekeken worden naar de menging van doelgroepen. De menging van mensen met een verstandelijke beperking en mensen met niet aangeboren hersenletsel wordt afgeraden. De deelnemers zien ook mogelijkheden voor het wonen in community’s/leefgemeenschappen; een ultieme vorm van samen leven. Deze vorm is meer gericht op inclusiviteit en de inzet van ieders talenten. Omnia Wonen geeft aan samen met portaal al bezig te zijn met het opzetten van soortgelijke projecten.

Prognose: bandbreedte Landelijk zien we in Nederland gemiddeld 6,5 VG indicaties per 1.000 inwoners. In de gemeente Nunspeet is dat 11,6 indicaties per 1.000 inwoners. Als de vraag in heel Nederland meer lokaal wordt opgevangen, zou de gemeente Nunspeet meer naar het landelijk gemiddelde toe bewegen. De gemeente Nunspeet ligt ver boven het landelijk gemiddelde en zou plekken moeten afbouwen naar de toekomst toe om naar de 6,5 indicaties per 1.000 inwoners te bewegen. Deze ontwikkeling die invloed heeft op de prognose is het scenario ‘Lokaal wonen’. Uit de werksessie kwam naar voren dat de wens om meer lokaal te wonen er is, maar wel in beperkte mate. Wetende dat het lokaal wonen in beperkte mate aanwezig is in de gemeente Nunspeet, zwakken we het scenario ‘Lokaal wonen’ iets af. Daarnaast nemen we een bandbreedte op van de prognose waarin de basisprognose en trendprognose ‘Lokaal wonen’ worden meegenomen. Zie onderstaande tabel voor de prognose in bandbreedte. Tabel 3.2: Prognose woonvormen (2020 - 2040), basis- en trendvariant bandbreedte 2020 2025 Prognose 320 300 - 320 Geclusterd wonen 300 280 - 300 Gespikkeld wonen 20 20 Bron: Bevolkingsprognose Nunspeet, CIZ-databank, bewerking Companen.

2030 270 - 302 240 - 290 20 - 30

2035 220 - 320 200 - 280 20 - 40

2040 200 - 320 180 - 280 20 - 40

3.1 Aanbodinventarisatie woon-zorgplekken doelgroep VG Aanbod voor mensen met een verstandelijke beperking In onderstaande tabel staat het huidige aanbod aan woonplekken dat uit de aanbodinventarisatie naar voren is gekomen, uitgewerkt. Op dit moment bestaat het groepswonen voor mensen met een verstandelijke beperking uit 224 plekken en het begeleid wonen voor mensen met een verstandelijke beperking uit 37 plekken.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

24

Tabel 3.3: Aanbodinventarisatie wonen voor mensen met een verstandelijke beperking Zorgaanbieder Locatie Groepswonen Philadelphia Woonlocatie Laan 26 Philadelphia Elspeterweg 12 Philadelphia Piersonstraat 27 Philadelphia Kronenburgh 14 Philadelphia Watersnip 25 Philadelphia Stationslaan 17 Philadelphia Terrein Halfweg in Vierhouten 108 Norschoten Groenhof Elspeet EBC 7 Totaal 224

Begeleid wonen 25

12 37

Bron: Woon-zorgaanbieders in de gemeente Nunspeet.

Er liggen uitbreidingsplannen voor het terrein Halfweg in Vierhouten. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het terrein aan gemiddeld 130 cliënten plek kan bieden. Omdat er nog sprake is van plannen nemen we de uitbreiding nog niet mee in het aanbodoverzicht.

3.2 De huisvestingsopgave voor VG: match tussen vraag en aanbod Een vergelijking van de vraagprognose (basis- en trendprognose) met het huidige zorgaanbod voor mensen met een verstandelijke beperking van zorgaanbieders laat het volgende zien: • Wanneer we uitgaan van de basisprognose zien we op het moment een tekort aan 39 geclusterde plekken. Naar de toekomst toe zal het tekort kleiner worden door de verschuiving van de vraag naar geclusterd wonen naar gespikkeld wonen. Het tekort bestaat uit 29 plekken in 2030 en uit 19 plekken in 2040. • Het gespikkelde aanbod is op het moment niet voldoende om in de vraag te voorzien. We zien momenteel een tekort van 20 plekken en dit tekort zal oplopen tot 30 plekken in 2030 en 40 plekken in 2040. • De tekorten die we aantonen worden waarschijnlijk deels veroorzaakt doordat er Wlz-indicaties voor VG thuis worden verzilverd door middel van een Persoonsgebonden Budget. • Wanneer we uitgaan van de trendprognose, afgezwakt scenario ‘Lokaal wonen’, zien we dat het geclusterde aanbod niet in de vraag kan voorzien (tekort van 39 plekken). Naar de toekomst toe verandert het tekort in een overschot aan plekken. Het overschot bestaat uit 21 plekken in 2030 en 81 plekken in 2040. • We zien momenteel een tekort aan 20 gespikkelde woonplekken.

De vraag naar gespikkelde woonplekken blijft naar de toekomst toe constant en blijft het tekort bestaan uit 20 plekken in 2030 en 2040. • Er ligt een transformatieopgave in het bestaande aanbod van VG-plekken. Er moet een beweging worden ingezet van intramurale woonzorgconcepten naar gespikkeld wonen. Het bestaande woonzorgaanbod op instellingsterreinen kan daarbij dienst doen als woonruimte voor meerdere doelgroepen, zoals spoedzoekers, starters en kwetsbare groepen. Dit vastgoed kan een doelgroeptransformatie ondergaan van intramuraal naar magic mix-concepten. Tegelijk dienen er kleinschalige woonzorgconcepten met een zorgsteunpunt in de wijken te worden gerealiseerd, waardoor ook gespikkeld wonen mogelijk wordt gemaakt. Om deze beweging in gang te zetten is afstemming nodig tussen zorgaanbieders en corporaties om op woonzorgcomplexniveaus te bepalen welke strategie het meest toereikend is.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

25

Figuur 3.3: Balans tussen vraag naar en aanbod aan woonplekken voor doelgroep VG

Basisprognose

-39 Geclusterd wonen

-29 -19 -20

Gespikkeld wonen

-30 -40

Trendprognose

-39 Geclusterd wonen

21 81 -20 -20 -20

Gespikkeld wonen

-60

-40

-20

0

20

2020

2030

2040

40

60

80

100

Bron: Aanbodinventarisatie zorgaanbieders, prognosemodel basis- en trendvariant Companen.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

26

4 Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang Beschermd wonen Beschermd Wonen (BW) is een regeling voor mensen die niet zelfstandig kunnen wonen vanwege psychische en/of psychosociale problematiek, en waarbij behandeling niet (meer) op de voorgrond staat. Vanuit de regeling wordt zowel de zorg als verblijf bekostigd. In dit hoofdstuk kijken we deels vanuit het bredere perspectief van de regio Noord-Veluwe. Het is namelijk het geval dat mensen vanuit Nunspeet of een andere gemeente in de regio in- of uitstromen in verschillenden gemeenten in de regio waarmee de BW-plekken, MO-plekken en uitstroom plekken een regionale functie hebben. Daarnaast brengen we de vraagontwikkeling specifiek voor de gemeente Nunspeet in beeld om een beeld te kunnen schetsen wat voor een plek Nunspeet in de regio inneemt.

Regionale situatie Beschermd Wonen Op 1 januari 2020 hadden ca. 253 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen in de regio NoordVeluwe. Dit totaal cijfer beslaat alle PGB en ZIN-indicaties voor zowel Beschermd Wonen als begeleid wonen. In het voorgaande jaar lag het aantal indicaties lager met 219 indicaties. Sinds januari 2021 kunnen mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg nodig hebben toegang krijgen tot de Wet langdurige zorg (Wlz) als zij voldoen aan de Wlz-toegangscriteria. Sinds begin 2021 is de BWindicatie van 125 personen omgezet naar een Wlz-indicatie. Het aantal personen dat momenteel nog een BW-indicatie heeft vanuit de WMO is 128 personen. Circa 49% van de BW-cliënten (125 personen) heeft nu een Wlz-indicatie.

Beschermd Wonen in Nunspeet Op 1 januari 2020 hadden ca 37 mensen een indicatie voor Beschermd Wonen (BW) in de gemeente Nunspeet. In het voorgaande jaar lag het aantal indicaties lager met 30 indicaties in de gemeente Nunspeet. Net als voor de andere doelgroepen hebben we de huidige vraag naar de toekomst doorgerekend. De onderstaande tabel toont de totale verwachte vraag naar BW volgens de prognose: een beleidsvrije, demografische doorrekening op basis van de huidige vraag. Tabel 4.1: Basisprognose vraag naar BW (2020 - 2040) Doorrekening

2020 37

2025 32

2030 28

2035 26

2040 26

Bron: Indicatiegegevens, bevolkingsprognose gemeente Nunspeet, bewerking Companen.

Ook voor de doelgroep BW is in een werksessie met aanbieders besproken welke trends van invloed zullen zijn op de toekomstige vraag naar BW-plekken. 1. Een ontwikkeling die van invloed kan zijn op de toekomstige vraag vatten we samen onder het ‘lokaal wonen’. Nunspeet telt 1 januari 2020 1,3 BW-cliënten per 1.000 inwoners3. Als scenario nemen wij mee dat de vraag naar BW-plekken in de verschillende gemeenten in de regio meer verdeeld gaan worden naar rato van het aantal inwoners; het gat tussen het regionaal (ca 0,90 BW-cliënten per 1.000 inwoners4) en gemeentelijk gemiddeld aantal BW-cliënten (ca 1,3 per 1.000 inwoners) wordt daarmee volledig gedicht in aanloop tot 2032. In dat jaar loopt de zichttermijn voor spreiding van

3 Berekend op basis van peildatum gegevens van gemeente Nunspeet, 37 indicaties (1-1-2020). 4 Berekend op basis van peildatum gegevens van de centrumgemeente Harderwijk, 128 indicaties (1-1-2020).

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

27

BW-voorzieningen af en zou de ‘doordecentralisatie’ moeten zijn voltooid. Dit betekent dat er minder plekken nodig zijn in de gemeente Nunspeet. 2. Wanneer we kijken naar extramuralisering geven de deelnemers aan deze voorzichtig in te steken. Vanwege de complexe maatschappij kan de afbouw van plekken niet te sterk zijn. Een manier om extramuralisering in te vullen is met de vorm van gespikkeld wonen. Dit houdt in dat er verschillende clusters van woningen op korte afstand (fietsafstand) liggen van een zorgsteunpunt en daarmee in verbinding staan waar vanuit zorg en ondersteuning wordt geboden. De meest voor de hand liggende gebieden voor zo’n gebied zijn de wat dichtere bevolkte gebieden in de kernen. Onderstaande tabel en grafiek tonen de verwachte vraag in de verschillende scenario’s: demografische doorrekening en scenario ‘lokaal wonen’. Tabel 4.2: Scenario’s vraag naar plekken voor zorg met verblijf, BW (2020 - 2040) 2020 2025 Doorrekening 37 32 Scenario 'lokaal wonen’ 37 29

2030 28 21

2035 26 17

2040 26 17

Bron: Indicaties BW Nunspeet, bevolkingsprognose en bewerking Companen.

Figuur 4.1: Scenario’s vraag naar plekken voor zorg met verblijf, BW (2020 - 2040) 37

37 32 28

29 26

26 21 17

Doorrekening

17

Scenario 'lokaal wonen' 2020

2025

2030

2035

2040

Bron: Indicaties BW Nunspeet, bevolkingsprognose en bewerking Companen.

4.1 Aanbodinventarisatie woon-zorgplekken doelgroep BW Aanbod voor de doelgroep Beschermd Wonen In onderstaande tabel staat het huidige aanbod in de regio Noord-Veluwe aan woon-zorgplekken uitgewerkt, dat uit de aanbodinventarisatie naar voren is gekomen. Op dit moment bestaat het groepswonen voor de doelgroep Beschermd Wonen uit 165 plekken en het begeleid wonen uit 28 plekken in de regio. Wanneer we specifiek naar de gemeente Nunspeet kijken bestaat het groepswonen uit 59 plekken en het begeleid wonen uit 0 plekken.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

28

Tabel 4.3: Aanbodinventarisatie wonen voor de doelgroep Beschermd Wonen in de regio Noord-Veluwe Zorgaanbieder

Plaats

Locatie

Philadelphia Philadelphia Woonzorgnet GGZ Centraal GGZ Centraal GGZ Centraal GGZ Centraal EBC GGZ Centraal EBC Iriszorg Eleos Philadelphia Sprank AHMN Totaal

Nunspeet Nunspeet Nunspeet Nunspeet Nunspeet Nunspeet Nunspeet Nunspeet Putten en Ermelo ‘t Harde Harderwijk Ermelo Harderwijk Putten Harderwijk

Stationslaan Piersonstraat Het Kodal Sibeliusstraat 1-7 Gerbrandystraat Piersonstraat Jan Mankestraat Vreeweg 11-13

Groepswonen 1 1 25 17 3 3 3 6 47 37 11 4 5 1 1 165

Begeleid wonen

13 3 2 2

8 28

Bron: Woon-zorgaanbieders in de gemeente Nunspeet en elders in de regio Noord-Veluwe

Circa 36% van het aanbod aan groepswonen in de regio Noord-Veluwe staat in de gemeente Nunspeet. Het huidige aanbod in de regio kan ruim voorzien in een woonplek voor de 128 personen met een BWindicatie in de regio Noord-Veluwe. Nu een deel van de BW-cliënten financiering ontvangt of nog gaat ontvangen vanuit de Wlz, zullen de gemeenten niet langer verantwoordelijk zijn voor hun zorgvraag. Echter houdt deze groep cliënten een woonvraag. Een vraag die plek kan krijgen in een regionaal gesprek over de spreiding van BWvoorzieningen. Het valt aan te bevelen samen met de regiogemeenten, zorgaanbieders en zorgkantoor afspraken te maken of Wlz-vastgoed ook evenredig wordt verdeeld over de regio, zodat gemeenten ook lokaal in de langdurige zorg van bewoners met een GGZ-problematiek kunnen voorzien, of dat hiervoor enkele locaties worden aangewezen in de regio.

4.2 Uitstroom Beschermd Wonen Beschermd Wonen is in principe bedoeld als tijdelijke vorm van wonen met zorg; na verloop van tijd zullen de meeste cliënten weer zelfstandig gaan wonen met meer of minder intensieve begeleiding. Hoeveel mensen naar verwachting op jaarbasis zullen uitstromen en dus op zoek moeten naar een alternatieve woonruimte is van veel factoren afhankelijk. Daarnaast kan ‘uitstroom’ vanuit Beschermd Wonen in de praktijk verschillende dingen betekenen: • Een cliënt verhuist vanuit een BW-instelling naar een zelfstandige woning of een appartement in een geclusterde woonvorm. In beide gevallen gaat de cliënt zelf huur betalen en wordt er ondersteuning geboden in de vorm van ambulante begeleiding. • Een cliënt verhuis niet, maar de woonplek wordt ‘omgeklapt’: de BW-indicatie vervalt en wordt vervangen door een indicatie voor ambulante begeleiding. De cliënt gaat voortaan zelf huur betalen. Bij het uitrekenen van de verwachte jaarlijkse uitstroom uit Beschermd Wonen in de gemeente Nunspeet doen we de aanname dat het aandeel personen dat naar de Wlz zal gaan hetzelfde is als in de regio (49%) Deze groep vormt het ‘granietenbestand’. De overige 51% kan wel uitstromen. De volgende figuren geven de grootte weer van het ‘granietenbestand’ en de groep uitstromers van de twee prognoses.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

29

Figuur 4.2: ‘Granietenbestand’ en uitstromers uit BW op basis van de demografische doorrekening.

19 16 14

18

2020

13

13

16

14

13

13

2025

2030

2035

2040

Granietenbestand

Kan uitstromen

Bron: BW-indicaties Nunspeet, bevolkingsprognose Nunspeet, bewerking Companen.

De totale groep die vanuit Beschermd Wonen zou kunnen uitstromen bestaat uit 19 personen in 2020. In 2025 zullen circa 16 personen kunnen uitstromen. In de jaren daarna bestaat de uitstromende groep uit 13 tot 14 personen. Figuur 4.3: ‘Granietenbestand’ en uitstromers uit BW op basis van het scenario ‘Lokaal wonen’

19 15 11 18

2020

14

2025

9

9

10

8

8

2030

2035

2040

Granietenbestand

Kan uitstromen

Bron: BW-indicaties Nunspeet, bevolkingsprognose Nunspeet, bewerking Companen.

Wanneer we uitgaan van de trendprognose, ofwel het scenario ‘Lokaal wonen’, is de groep die naar de toekomst toe kan uitstromen kleiner vergeleken met de basisprognose.

Jaarlijkse uitstroom De totale groep die in staat is om uit te stromen hebben we voor nu en de toekomst in beeld. Om tot een jaarlijkse uitstroom te komen moeten we rekening houden met de verblijfsperiode van personen in Beschermd Wonen. Bij het bepalen van de jaarlijkse uitstroom houden we rekening met een verblijfsduur van 3 jaar. Daarmee komen we uit op een jaarlijkse uitstroom van 6 personen in 2020 tot 4 personen in 2040 wanneer we uitgaan van de demografische doorrekening. Uitgaand van het scenario ‘Lokaal wonen’ komen we uit op een jaarlijkse uitstroom van 6 personen in 2020 tot 3 personen in 2040. De uitstromers stromen uit naar een plek ergens in de regio Noord-Veluwe.

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

30

Figuur 4.4: Jaarlijkse uitstroom op basis van de demografische doorrekening en scenario ‘Lokaal wonen’ 6

6 5

5 4

4

4 3

Demografische doorrekening 2020

3

3

Scenario 'Lokaal wonen' 2025

2030

2035

2040

Bron: BW-indicaties Nunspeet, bevolkingsprognose Nunspeet, bewerking Companen.

Sinds eind 2017 gaat de uitstroom van personen vanuit Beschermd Wonen of Maatschappelijk Wonen die woonachtig zijn in de regio Noord- en Oost-Gelderland Wonen via de Centrale Uitgang. Via de Centrale Uitgang kan een woning worden aangevraagd via een bijzondere toewijzing. De aanvraag van een bijzondere toewijzing bevordert de uitstroom uit BW en MO. In 2019 stroomden 8 personen uit naar een woning van de corporatie Omnia Wonen. Omnia Wonen heeft naast het aanbod in Nunspeet ook aanbod in de Gelderse gemeenten Oldebroek, Harderwijk en ’t Harde. In de werksessie gaf Omnia Wonen aan dat de personen die uit Beschermd Wonen uitstromen bij hen in de goedkopere woningen terecht komen. Dit wekt zorgen wat betreft de leefbaarheid in de gebieden waar de goedkopere woningen staan. Locaties voor personen die uitstromen zijn schaars en als er ontwikkelingen zijn, gaat het om kleine aantallen. De deelnemers aan de werksessie zien dat er echter een kwalitatieve opgave ligt in plaats van een kwantitatieve opgave; meer variatie in het aanbod voor uitstromers is belangrijk. De partijen Omnia Wonen, gemeente Nunspeet en Woonzorgnet hebben afgesproken met elkaar over het punt van de realisatie van het juiste aanbod door te praten. De gemeente Nunspeet heeft een locatie waar personen vanuit beschermde woonvormen in de regio Noord-Veluwe naar kunnen doorstromen.

Op deze locatie, De Proeftuin, ontvangen de doorstromers begeleiding en ondersteuning met als doel uiteindelijk zelfstandig te kunnen en te blijven wonen. De locatie De Proeftuin bevindt zich aan de Erperweg 21 en biedt 25 plekken waar men zelfstandig met begeleiding woont. Een uniek punt van De Proeftuin is dat de bewoners die begeleiding krijgen geen indicatie hoeven te hebben.

Zachte landing in de wijk Om terugval te voorkomen is een ‘zachte landing’ van uitstromers in hun nieuwe woonwijk essentieel. Dat vraagt om goede communicatie met omwonenden. Hulp bij het kennismaken met buren is soms gewenst. Het kan ook helpen om ‘buurtcirkels’ op te zetten, waarin kwetsbare mensen die bij elkaar in de buurt wonen, voor elkaar klaar staan (met hulp van een coach). Zorgaanbieders (en ook corporaties) kunnen veel zorgen bij omwonenden wegnemen als zij zorgen voor een vast aanspreekpunt bij vragen en overlast.

Intensivering samenwerking tussen zorgaanbieders Het werkveld van BW, MO en Jeugd is sterk in ontwikkeling en raakt meer met elkaar verbonden door een toenemende focus op doorstroming. Woonvormen voor begeleid wonen met flexibel op- en afschaalbare zorg functioneren daarbij als ‘tussenstation’. Als uitstromers uit Jeugdzorg met verblijf kunnen wonen in

302.104/G | Onderzoek woonzorg opgave

31

dergelijke woonconcepten, dan kan (dure) instroom in BW en MO worden beperkt. De nieuwe aanpak vereist een omschakeling in denkwijze over in-en uitstroom en een intensievere samenwerking tussen (verschillende) zorgpartijen, gemeente en corporatie. BW-aanbieders zullen ook meer dan voorheen samenwerking moeten zoeken met aanbieders van ouderenzorg: ook de BW-doelgroep wordt immers ouder, en zeker de groep cliënten die al zeer lang in BW verblijft (en straks zal overgaan naar de Wlz) zal in toenemende mate behoefte krijgen aan lichamelijke zorg.

Spreiding van de uitstroom over de wijken Uitstromers vanuit BW hebben over het algemeen behoefte aan een goedkope huurwoning. Zij komen daardoor vaak in buurten terecht waar veel goedkope woningen bij elkaar staan – vaak buurten met een concentratie van sociaal-economische problematiek. Door uitstomers hier te huisvesten, neemt de problematiek in deze buurten verder toe. Dat kan de leefbaarheid onder druk zetten en de draagvlak voor uitstroom ondermijnen. Bij het maken van uitstroomafspraken met de corporatie moet hier ook aandacht voor zijn. Dat vraagt om een analyse van de draaglast van wijken en kernen, en om de bereidheid om ook buiten de geijkte buurten op zoek te gaan naar geschikte woonruimte voor uitstromers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12546913/1