AP 6b. st.t.i. Ruimtelijke onderbouwing Staverdenseweg 89a
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Staverdenseweg 89 t/m 89b Elspeet Onderwerp Datum Projectnummer Kenmerk
Realisatie 4 appartementen 19/06/2024 0302-17 0302/RH/20240619
Inhoudsopgave 1.
Inleiding............................................................................4
1.1 Aanleiding ........................................................................................... 4 1.2 Ligging van het plangebied ................................................................. 4 1.3 Huidige planologische regime ............................................................. 6 1.4 Leeswijzer ........................................................................................... 6
2.
Planbeschrijving ................................................................7
2.1 Bestaande situatie .............................................................................. 7 2.2 Toekomstige situatie ........................................................................... 9
3.
Beleidskader ...................................................................12
3.1 Rijksbeleid ........................................................................................ 12 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................. 14 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................... 19
4.
Onderzoek .......................................................................23
4.1 Archeologie en cultuurhistorie .......................................................... 23 4.2 Ecologie ............................................................................................ 26 4.3 Bodem ............................................................................................... 28 4.4 Water ................................................................................................ 30 4.5 Geluid ............................................................................................... 32 4.6 Externe veiligheid ............................................................................. 35 4.7 Luchtkwaliteit ................................................................................... 36 4.8 Bedrijven en milieuzonering ............................................................. 38 4.9 Kabels en leidingen ........................................................................... 39 4.10
Verkeer en parkeren ....................................................................... 40
4.11
Milieueffectrapportage (MER) ......................................................... 41
4.12
Molenbiotoop .................................................................................. 43
5.
Uitvoerbaarheid van het plan ..........................................44
5.1 Economische uitvoerbaarheid ........................................................... 44 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid .................................................... 44
6.
Ruimtelijke afweging ......................................................45
Colofon ..................................................................................46
2
Bijlagen .................................................................................47 Bijlage 1 Quickscan Wet natuurbescherming en Aeriusberekening .......... 47 Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek .................................................... 47 Bijlage 3 Watertoets ................................................................................. 47 Bijlage 4 Akoestisch onderzoek ................................................................ 47 Bijlage 5 Invloed bouwplan Staverdenseweg 93 Elspeet .......................... 47 op windvang molen de Hoop ..................................................................... 47 Bijlage 6 Omgevingsdialoog ..................................................................... 47
3
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De initiatiefnemers zijn eigenaar van kadastraal perceel 4425 aan de Staverdenseweg 89 t/m 89b in Elspeet. Op dit perceel staat een kantoorgebouw met bedrijfswoning. De initiatiefnemers hebben de wens om het kantoorgebouw te slopen en hiervoor in plaats een woongebouw te realiseren met vier appartementen. De percelen hebben in het geldend bestemmingsplan ‘Elspeet Dorp 2011’ de enkelbestemming ‘Gemengd’. In de bestemming ‘Gemengd’ is dienstverlening en detailhandel samengebracht. De functies dienstverlening en detailhandel zijn uitsluitend op de begane grond mogelijk. Daarnaast wordt wonen mogelijk gemaakt. Per bedrijfsvestiging is ten hoogste één woning toegestaan. Een aanpassing of afwijking van het bestemmingsplan is noodzakelijk om het gewenste woongebouw mogelijk te maken. Dit rapport geeft hiervoor de ruimtelijke onderbouwing. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven hoe het te realiseren project past binnen het rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid. Vervolgens wordt inzicht gegeven in de, bij de afweging betrokken, belangen en aspecten.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied is gelegen aan de westzijde van de kern Elspeet, ten zuiden van de Staverdenseweg. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrenst door de Staverdenseweg, aan de oostzijde door het perceel behorend bij de bestaande woning, aan de zuidzijde door de Oude Hof en aan de westzijde door perceel 8804 (Staverdenseweg 93). De globale ligging van de locatie en de begrenzing van het besluitgebied is op de volgende afbeeldingen weergegeven.
4
5
1.3
Huidige planologische regime
Voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Elspeet Dorp 2011’ (NL.IMRO.0302.BP01067-vg02) van toepassing. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Nunspeet op 14 augustus 2013. Het plangebied heeft in het geldend bestemmingsplan de enkelbestemming ‘Gemengd’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’. In de bestemming ‘Gemengd’ is dienstverlening en detailhandel samengebracht. De functies dienstverlening en detailhandel zijn uitsluitend op de begane grond mogelijk. Daarnaast wordt wonen mogelijk gemaakt. Per bedrijfsvestiging is ten hoogste één woning toegestaan. Gebouwen en bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximale gooten bouwhoogte bedraagt 4 meter en 9 meter. Het 'maximum bebouwingspercentage' bedraagt 60%. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 en voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet door de aanvrager een archeologisch onderzoek worden aangeleverd.
Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' geldt dat die gronden - naast de aangewezen bestemming(en) - mede aangeduid zijn voor het behoud, het herstel en de bescherming van de windvang van de molen. De bouwhoogte van bouwwerken mag niet meer bedragen dan: bij een afstand tot 100 m van de molen: de hoogte van de onderste punt van de verticaal staande wiek; bij een afstand tussen 100 en 500 m van de molen: 1/50 van de afstand tussen het bouwwerk en de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek, vermeerderd met 3 m.
1.3.1 Conclusie Initiatiefnemers hebben de wens om in het plangebied een woongebouw met vier appartementen te realiseren. Het geldend bestemmingsplan bevat bij recht geen mogelijkheden om dit woongebouw te realiseren. Een aanpassing of afwijking van het bestemmingsplan is noodzakelijk om de gewenste woning mogelijk te maken.
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande en gewenste situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en van de gemeente Nunspeet beschreven. Vervolgens passeren in hoofdstuk 4 alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 5 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 6 bevat de ruimtelijke afweging van het plan.
6
2. Planbeschrijving 2.1
Bestaande situatie
De initiatiefnemers zijn eigenaar van kadastraal perceel 4425 aan de Staverdenseweg 89 t/m 89b in Elspeet. Dit perceel heeft een oppervlakte van 2163 m2. Op dit perceel staat een kantoorgebouw met bedrijfswoning. Het kantoorgebouw staat aan de westzijde van het perceel gesitueerd en heeft een oppervlakte van circa 300 m2. Het kantoorgebouw bestaat uit 1 bouwlaag en heeft een bouwhoogte van circa 3 meter. Het kantoorgebouw staat terugliggend t.o.v. de rooilijn van de naastgelegen bebouwing, op een afstand van circa 11 meter uit de rand van de Staverdenseweg. De bedrijfswoning staat aan de oostzijde van het perceel gesitueerd en heeft een oppervlakte van circa 180 m2. De woning heeft een goothoogte van circa 3 meter en een bouwhoogte van circa 9 meter. De woning staat in de rooilijn van de naastgelegen woonbebouwing, op een afstand van circa 7,5 meter uit de rand van de Staverdenseweg. De randen van het perceel zijn aangezet met gebiedseigen hagen en hekwerken. Rondom het kantoorgebouw is het perceel ingericht met halfverharding en gazon. Het woongedeelte is ingericht als tuin met straatwerk, beplanting en een enkele boom. Ontsluiting van het perceel vindt plaats op de Staverdenseweg en op de Oude Hof. Het kantoorgebouw en de bestaande woning hebben ieder een eigen ontsluiting. Het parkeren bij het kantoorgebouw vindt plaats aan de voor- en achterzijde van het pand.
Omgeving De Staverdenseweg is een ontsluitingsweg vanuit de kern Elspeet naar Staverden. Het gedeelte van de Staverdenseweg nabij het plangebied bestaan overwegend uit woonbebouwing. Het bebouwingslint bestaan overwegend uit vrijstaande woningen. De percelen Staverdenseweg 89 t/m 89b en 93 vormen hierbij een uitzondering, op deze percelen staan kleinschalige kantoorgebouwen. De bebouwing aan de Staverdenseweg is veelal haaks op de ontwikkelas gesitueerd, en heeft twee bouwlagen met kap. De kapvormen variëren tussen het type zadeldak en een type dak met een wolfseind. Op het perceel ten westen van het plangebied, Staverdenseweg 93, staat ook een bedrijfswoning met aangebouwd kantoorpand. Dit kantoorpand heeft een goot- en bouwhoogte van circa 3 meter en 7,5 meter, heeft een zadeldak en een moderne uitstraling.
Te slopen bebouwing
7
Luchtfoto plangebied
Streetview plangebied (bron: google maps)
8
2.2
Toekomstige situatie
In de gewenste situatie wordt er in het plangebied een woongebouw met 4 appartementen gerealiseerd. Het woongebouw bestaat uit twee gedeelten, deze worden gescheiden door een binnenstraat/entree. In beide gedeelten komen twee appartementen. Alle vier de appartementen hebben een ontsluiting op de binnenstraat/entree. Het woongebouw wordt in de voorgevelrooilijn van de naastgelegen bebouwing gesitueerd, op een afstand van circa 7,5 meter uit de rand van de Staverdenseweg. Het woongebouw komt gecentreerd op het perceel te staan en houdt afstand tot de zijdelingse perceelgrenzen. De bergingen worden aan de westzijde van het perceel gesitueerd, aan de achterzijde van het woongebouw is ruimte voor de parkeerplaatsen. Het nieuwe woongebouw heeft een oppervlakte van 305 m2 (10 meter x 30,5 meter), de appartementen hebben een oppervlakte van 70 m2. Het woongebouw heeft een goothoogte van 2,88 meter en een bouwhoogte van 7,23 meter. Ontsluiting vindt plaats aan de oostzijde van het perceel op de Oude Hof, er is ruimte voor minimaal acht auto’s op het eigen perceel. Erfafscheiding vindt plaats met gebiedseigen hagen, de buitenruimte rondom het woongebouw wordt als tuin ingericht. Hierin zullen enkele solitaire bomen een plek krijgen. Uit het oogpunt van klimaatadaptatie is voldoende groene inrichting zeer belangrijk.
Om te voorkomen dat er uiteindelijk veel te weinig groen aanwezig is, wordt er bij het verlenen van de omgevingsvergunning een verplichting voor een groene inrichting (gazon of beplanting) opgenomen. Het betreft dan de oppervlaktes die in het inrichtingsplan groen gekleurd zijn. Voor een groene aankleding en voor voldoende schaduw, worden de ingetekende bomen minimaal de 2e grootte of groter (geen lei of bolbomen). Inpassing in de omgeving De architectuur en sfeer van het plan zal moeten aansluiten bij het dorp Elspeet. Daarom is er voor gekozen om op de locatie twee kleinschalige bebouwingsblokken te creëren van één laag met een kap, de blokken worden verbonden door een houten lamellen dak zodat er visueel één gebouw ontstaat. Voor het ontwerp van het plan is inspiratie gezocht voor architectuur met een dorpskarakter. Deze sfeer van het dorpse karakter dient als basis voor de uitwerking van de appartementen/woningen. Dit krijgt zijn beslag door de eenheid in bebouwing (alle bebouwing is 1 laags en een kap), het toepassen van een behouden materialisering en kleurstelling. Door het oude aangebouwde deel te slopen en het nieuwe gebouw los te zetten van de bestaande bebouwing ontstaat een beter leefklimaat en omgeving van de nieuwe appartementen/wooneenheden. Het straatbeeld wordt voortgezet met allemaal los maast elkaar in een rij gepositioneerde gebouwen.
Daarnaast zorgt de opzet met een breed straatprofiel (Staverdenseweg) met tuinen voor een groen karakter.
9
Situatietekening nieuw te bouwen appartementengebouw Beeldkwaliteit Voor de materialisering en het ontwerp van het plan is gekozen worden voor eenheid en rust. De materialen zijn overwegend traditioneel en het ontwerp zal bij alle appartementen/woningen consistent doorgezet worden. De toegepaste materialen die zullen overheersen in het plan zijn traditioneel van kleurstelling en bestaan uit: de gevels in de kleur geel/bruin genuanceerd en een zinken dak in de kleur grijs. Voor de houten kozijnen, draaiende delen en dakranden een traditionele kleurstelling, namelijk: voor de kozijnen inclusief draaiende delen en dakranden bruin. Duurzaamheid Voor het nieuwe woongebouw in dit plangebied is Beng+ de norm. Het woongebouw is uitermate goed geïsoleerd, heeft een hoge kierdichtheid en is voorzien van WTW installatie vloerverwarming. De woning in dit plan is gasloos en alle apparatuur en het verwarmingssysteem werken op elektriciteit. De benodigde elektriciteit wordt in principe door het huis zelf opgewekt. Dat gebeurt door middel van zonnepanelen en een warmtepomp. Hemelwaterafvoer wordt op eigen terrein opgevangen in ondergrondse infiltratiekratten.
10
Impressie nieuw te bouwen appartementengebouw
11
3. Beleidskader De wetgeving in Nederland gaat ervanuit dat er bij ruimtelijke plannen rekening wordt gehouden met het beleid van hogere overheden, vooral daar waar het regionale belangen betreft. Een afwijking van dit beleid moet duidelijk gemotiveerd worden. In dit hoofdstuk wordt dan ook ingegaan op relevant rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Algemeen De Nationale Omgevingsvisie, NOVI, is op 11 september 2020 vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te bieden om grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit, een combinatie van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit, het kernbegrip Afwegingsprincipes en Uitvoeringsagenda NOVI De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Centraal bij de afweging van diverse belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond, zogenaamd ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vormt krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan de eigen rol bij de uitvoering van de NOVI.
In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd. 3.1.2 Besluit Algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: het Barro), beter bekend als de AmvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op de doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt.
Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’.
12
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: -
-
bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ´
Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.4 -
-
Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling van vier extra wooneenheden die in het kader van het Bro niet als zijnde een stedelijke ontwikkeling aangemerkt wordt, omdat het om minder dan 12 woningen gaat. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.
Concluderend wordt gesteld dat, gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, het plan niet in strijd is met het rijksbeleid.
13
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie en omgevingsverordening Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. In deze omgevingsvisie wordt benoemd wat historisch en landschappelijk gezien van waarde is en wat beschermd moet worden. Daarnaast wordt beschreven wat 'cool’, nieuw en vernieuwend is en daarmee juist aantrekkelijk is voor nieuwe generaties. De omgevingsvisie schetst het beeld op de toekomst en geeft hiermee richting aan wat gewenst is en wat veranderd en ontwikkeld moet worden. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven en waaraan gewerkt moet worden. Dit wordt gedaan door bij de uitoefening van de provinciale taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – wordt hier richting aan gegeven. Door vier ‘spelregels’ of ‘Doe-principes’ – DOEN, LATEN, ZELF en SAMEN – wordt hier vervolgens werking aan gegeven. Tezamen vormen zij het kader waar binnen de provincie Gelderland werkt en afwegingen maakt.
Met betrekking tot nieuwe woonlocaties is bijvoorbeeld in de Omgevingsverordening de volgende bepaling opgenomen: “In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen". Op basis van voornoemde afspraken is binnen de Regio Noord-Veluwe de regionale woonopgave voor de periode 2013-2024 verdeeld over de deelnemende gemeenten. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening wordt vooruitgelopen op de aankomende Omgevingswet, die in 2023 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is worden onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening geactualiseerd om verder in lijn te brengen met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en het coalitieakkoord. Ook zal de Omgevingsverordening anticiperen op de eisen van de Omgevingswet. Op 1 juli 2023 is er dan een Omgevingsverordening die aansluit bij de Omgevingsvisie en -wet. De provincie heeft enkele wijzigingen van de Omgevingsvisie en -Verordening doorgevoerd.
Doel van deze wijzigingen is dat de provincie een sterkere rol kan vervullen bij regionale programmering voor met name werken en winkelen. De belangrijkste wijzigingen in de verordening zijn: in elke regio moet binnen 4 jaar (na vaststelling Verordening) een Regionaal Programma Werklocaties (RPW) komen. Werklocaties betreffen bedrijventerreinen, kantoren en perifere detailhandel; er moet regionale afstemming zijn over het RPW; in het RPW moeten afspraken staan over deprogrammeren; uitwerkings- en wijzigingsplannen moeten passen in het RPW; supermarkten die mogelijk gemaakt kunnen worden als kruimelgeval, moeten voor goedkeuring langs de provincie; solitaire bedrijvigheid in buitengebied is uitsluitend onder voorwaarden toegestaan. De omgevingsverordening wordt jaarlijks geactualiseerd. De voor het plangebied van toepassing zijnde thema's worden hierna behandeld. Natura 2000 Natura 2000 omvat een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Alle Europese lidstaten dragen hieraan bij. Natura 2000 is gericht op het behoud van natuurgebieden en de ontwikkeling daarvan. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen hiervoor de onderliggende basis. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Het plangebied ligt buiten
14
Natura2000 gebied Veluwe, maar deze bevindt zich wel in de nabijheid van het plangebied op een afstand van circa 100 meter.
Uitsnede Natura 2000 gebied Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO) Met het beheer en de aanleg van nieuwe natuur zorgt de provincie voor het versterken van bestaande natuur. Die nieuwe natuur verbindt verschillende bestaande natuurgebieden met elkaar. Het netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden noemen de provincie het Gelders Natuurnetwerk. Voor ontwikkelingen in het GNN geldt het nee, tenzij principe. Een ruimtelijk initiatief in het Gelders natuurnetwerk kan doorgaan als er geen negatieve gevolgen kunnen zijn voor de kernkwaliteiten, oppervlakte of samenhang van het natuurnetwerk. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming dan natuur die ruimtelijk vervlochten is met het Gelders Natuurnetwerk. Het gaat vooral om landbouwgrond, maar ook om terreinen voor verblijfs- en dagrecreatie, infrastructuur, woningen en bedrijven. De provincie nodigt de Gelderse samenleving uit om in de GOinitiatieven te ontwikkelen die bijdragen aan de realisatie van de dubbele doelstelling. Vanwege de dubbele doelstelling is er in de GO-ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, mits de kernkwaliteiten per saldo niet significant worden aangetast. Het plangebied ligt buiten het Gelders natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelzone (GO). Molenbiotoop Windmolens met een monumentenstatus zijn een onlosmakelijk onderdeel van de regionale identiteit.
Daarom streeft Gelderland naar het behoud en bescherming van molenbiotopen. Om een monumentale molen met een vrije windvang te laten functioneren, geldt dat binnen een straal van 400 meter gerekend vanaf het middelpunt van de molen, hoogtebeperkingen moeten worden gesteld aan het oprichten van bebouwing en beplanting. Verder dient rekening te worden gehouden met de belevingswaarde en het historisch karakter van de omgeving van de molen. Door maatwerk/compensatie wordt de belevingswaarde en het functioneren van de molen door middel van windvang niet beperkt. Met name in een bebouwde omgeving kunnen ook andere belangen in het geding zijn waarbij zekere beperkingen ten aanzien van de windvang of de belevingswaarde niet altijd zijn uit te sluiten. De locatie van het nieuw te bouwen woongebouw ligt op een afstand van circa 80 meter van de molen. In het geldend
15
bestemmingsplan ‘Elspeet Dorp 2011’ zijn regels opgenomen voor het bouwen binnen de Molenbiotoop. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de windvang van de molen.
Uitsnede Gelders natuurnetwerk en Groene ontwikkelingszone
Uitsnede molenbiotoop
16
Woningbouw Artikel 2.2 (instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda) 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. 3.2.2 Toetsing aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Gelderland De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een woongebouw met vier sociale huur appartementen op het perceel Staverdenseweg 89 t/m 89b. Het bestaande kantoorgebouw wordt daarbij gesloopt. Het betreft een herontwikkeling binnen de dorpskern van Elspeet. -
-
-
-
De planlocatie is gelegen nabij Natura 2000-gebied de Veluwe. De afstand tot dit Natura 2000 gebied bedraagt +/- 93 meter. Gezien de aard van de werkzaamheden, de projectlocatie en de (effect)afstanden (licht, trilling en geluid) tot de Natura 2000-gebieden wordt er mogelijk verstoring of negatieve effecten verwacht op genoemd gebied. Om hier uitsluitsel over te geven is een voortoets Natura 2000 uitgevoerd (zie bijlage 1 van deze onderbouwing). Uit deze voortoets blijkt dat er geen Passende beoordeling en/of ADC-toets noodzakelijk is omdat er geen (significante) negatieve effecten zijn op de beschermde habitattypen en doelsoorten. Ook heeft de planontwikkeling geen effect op de beheerdoelstellingen die zijn toegewezen aan dit gebied. Het plan kan voor wat betreft gebiedsbescherming worden vastgesteld zonder dat er een vergunning Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Het plangebied is niet gelegen binnen het Gelders natuurnetwerk (GNN) of Groene Ontwikkelzone (GO). In maart 2023 (update 15 april 2024) is er door een erkend bureau een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1 van deze onderbouwing) Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek en de daarbij behorende berekeningen kan geconcludeerd worden dat in de nieuwe gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jr niet wordt overschreden.
Er is met de nieuwe gebruiksfase geen sprake van een significante verslechtering maar wordt een structurele afname van 0.37 mol/ha/j gerealiseerd. De aanlegfase veroorzaakt een resultaat van 0,09 mol/ha/j daarom is de huidige gebruiksfase ook berekend. De huidige gebruiksfase heeft een bijdrage van 0.37 mol/ha/j. Dit is per saldo een afname van 0,28 mol/ha/j in de aanlegfase. Voorgesteld wordt de uitstoot in de aanlegfase intern te salderen met de huidige gebruiksfase. Er is geen vergunning ten aanzien van de wet natuurbescherming nodig. Voor het nieuwe woongebouw in dit plangebied is Beng+ de norm. Het woongebouw is uitermate goed geïsoleerd, heeft een hoge kierdichtheid en is voorzien van WTW installatie vloerverwarming. De woning in dit plan is gasloos en alle apparatuur en het verwarmingssysteem werken op elektriciteit. De benodigde elektriciteit wordt in principe door het huis zelf opgewekt. Dat gebeurt door middel van zonnepanelen en een warmtepomp. In het plangebied moet rekening worden gehouden met de zogenaamde 'molenbiotoop' behorende bij de molen 'De Hoop' gelegen aan de Molenweg 6 in Elspeet. Dit is een Beltmolen uit 1894, die nog op vrijwillige basis op vrijdag en zaterdag maalt. Deze molen dient vanuit historisch perspectief beschermd te worden.
Bij deze bescherming behoort ook het garanderen van een bepaalde hoeveelheid windvang voor deze molen, zodat de wieken kunnen blijven draaien. In september 2020 is er, in kader van de ontwikkeling aan de Staverdenseweg 93, nader
17
-
onderzoek uitgevoerd naar de invloed van het bouwplan op de windvang van molen ‘De Hoop’. De conclusie uit de analyse is dat er sprake is van een mogelijk beperkte invloed van het geplande bijgebouw op het perceel Staverdenseweg 93, die worst-case gedurende 0,6% van de tijd optreedt. De overige 99,4% van het aantal uren per jaar komt de wind uit een andere richting of valt de windsnelheid buiten het gehanteerde windsnelheidsbereik van de molen. In relatie tot de capaciteit van de molen bij alle windrichtingen is het mogelijk dat het nieuwe bijgebouw tot 2,3% vermindering tot gevolg heeft. De overige 97,7% van de capaciteit van molen treedt op bij wind uit andere richtingen. De molenbiotoop vormt derhalve geen belemmering om het bijgebouw te realiseren. Het bijgebouw op het perceel Staverdenseweg 93 heeft een goot- en bouwhoogte van circa 3 meter en 7,5 meter. Het nieuw te bouwen woongebouw op het perceel Staverdenseweg 89 heeft een goothoogte van 2,88 meter en een bouwhoogte van 7,23 meter. De conclusie is dat de ontwikkeling die met voorliggend plan mogelijk wordt gemaakt gelijk te stellen is aan de ontwikkeling aan de Staverdenseweg 93. De molenbiotoop vormt derhalve dan ook geen belemmering om het woongebouw te realiseren. Het plangebied betreft een inbreidingslocatie.
De positie en opbouw van het woongebouw passen binnen de stedenbouwkundige structuur van het bebouwingslint. De gemeenten in Regio Noord-Veluwe werken al jaren samen aan verschillende ruimtelijke en maatschappelijke thema’s. Op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn dat de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Hattem en Heerde. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot verschillende momenten van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen. Zo hebben de regiogemeenten samen met de provincie Gelderland en de Noord-Veluwse woningcorporaties de Woonagenda en het Woonprogramma voor NoordVeluwe vastgesteld. Kwantitatief gezien is nog voldoende ruimte om deze nieuwe appartementen in de regio te realiseren.
3.2.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling heeft geen nadelige invloed op de (kern) kwaliteiten van het gebied. Gezien de nieuwe appartementen passen binnen het woonprogramma, het een inbreidingslocatie betreft, dat er geen nadelige gevolgen zijn voor o.a. de natuur en dat het nieuwe woongebouw gerealiseerd wordt met aandacht voor energie en klimaat, voldoet het plan aan voornoemde provinciale ambitie. Het provinciaal beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de omgevingsvisie en de omgevingsverordening
18
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Nunspeet 2030 Op grond van artikel 3.1 van de Omgevingswet wordt de gemeente verplicht een Omgevingsvisie vast te stellen. Dit is een strategische integrale visie op de gewenste ontwikkeling van de totale (fysieke) leefomgeving op de lange termijn, die de gemeenteraad bindt bij het uitoefenen van haar bevoegdheden. De visie gaat inhoudelijk over thema’s als ruimtelijke ontwikkeling, milieu, gezonde leefomgeving, economische ontwikkeling, natuur, landschap, water, verkeer en cultuurhistorie. Deze Omgevingsvisie vormt de beleidsmatige basis voor het toekomstige Omgevingsplan Nunspeet (de opvolger van de huidige bestemmingsplannen) en de Omgevingsprogramma’s (voor bijvoorbeeld gemeentelijke milieunormen). In de Omgevingsvisie wordt een strategische ontwikkelrichting voor de gemeente neergelegd. Ook het Rijk en de provincies moeten een omgevingsvisie opstellen. De gemeenteraad heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet 2030 vastgesteld. Het eerste deel van de omgevingsvisie omvat de gezamenlijke visie van de drie NEO-gemeenten (Nunspeet, Elburg en Oldebroek). Deze visie is uitgewerkt in vijf overkoepelende thema’s. Duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig is één van deze thema’s.
De Omgevingsvisie Nunspeet geeft de koers, die voor een belangrijk deel samen met de samenleving uitgestippeld is en waar vervolgens ook samen mee aan de slag wordt gegaan. Deze koers is niet nieuw, er wordt voortgebouwd op documenten als de ‘Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030’ en de WMObeleidsvisie en er wordt afstemming gezocht met in ontwikkeling zijnde beleidstrajecten zoals rondom het Wonen en Duurzame energie. In de omgevingsvisie zijn zeven thematische speerpunten uitgewerkt die door de gemeenteraad bij de start van het Omgevingsvisietraject zijn benoemd. Voor elk afzonderlijk speerpunt zijn de kernpunten samengevat, gevolgd door een uitwerking en motivatie. Het thema ‘Versterken sociaaleconomische positionering’ is met name van toepassing op het voorliggend plan aan de Staverdenseweg 89 t/m 89b. Kernpunten binnen dit thema zijn: behoud en versterken van het aantrekkelijk woon- en onderneemklimaat; een rustige uitvalsbasis en woonomgeving voor alle doelgroepen en opleidingsniveaus; inzetten op verbeteren kwaliteit woongebieden en van bedrijventerreinen. De meest recente Primos-woningbehoefteprognoses voor de gemeente Nunspeet gaan uit van een toenemende woningbehoefte tot ten minste het jaar 2030.
De gemeente Nunspeet wil deze behoefte accommoderen, waar mogelijk en ruimtelijk verantwoord via inbreiding in de bestaande dorpskernen, onder andere met het programma Woningbouw op Maat (zie paragraaf 3.3.2). IDee-kaarten De Omgevingsvisie heeft een belangrijke rol in het op gang brengen van investeringen die leiden tot kwaliteitsversterking en het dichterbij brengen van ambities. De IDee-kaarten hebben hierin een belangrijke rol. De deelgebieden waarvoor de IDee-kaarten opgesteld zijn, zijn afgebakend op basis van de gebiedsindeling op het regionale ‘NEO-niveau’. Leidend daarvoor zijn de ontstaansgeschiedenis, de geomorfologische samenstelling, het functionele gebruik en de beleving van het gebied. Daarnaast is ook voor de kernen een IDee-kaart opgesteld. Deelgebied 7 ‘Kern en agrarische enclave Elspeet’ is van toepassing op de planlocatie aan de Staverdenseweg. Uitgangspunten zijn o.a. het behoud van de agrarische- en dorpse karakteristiek, zoals de ruimtelijke structuur van wegen, de beeldkwaliteit en belevingswaarde van aanwezige bebouwing en inrichting van openbare ruimte. 3.3.1.1 Toetsing aan de Omgevingsvisie Nunspeet 2030 De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een woongebouw met vier sociale huur appartementen op het perceel Staverdenseweg 89 t/m 89b. Het bestaande kantoorgebouw wordt daarbij gesloopt.
Het betreft een herontwikkeling binnen de dorpskern van Elspeet. De grootte en positionering van het woongebouw is gezien de aard en de uitstraling passend bij een perceel van deze oppervlakte. De
19
nieuwe bebouwing levert een positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Het straatbeeld wordt hierdoor verbeterd en heeft hierdoor een positieve invloed op de (kern) kwaliteiten van het gebied. Een woningbehoefte onderzoek binnen de gemeente toont aan dat er een toenemende woningbehoefte is. De nieuw te bouwen woning wordt energieneutraal gerealiseerd en er wordt geen gas gebruikt. Het plan sluit daarmee aan op de omgevingsvisie van de gemeente Nunspeet. 3.3.2 Beleidsregel Woningbouw op maat In de Woonvisie Gemeente Nunspeet is opgenomen dat nieuwbouw noodzakelijk is om tot een passend woningaanbod te komen voor een divers aantal mensen. Tegelijkertijd tonen de prognoses dat op de middellange termijnrekening moet worden gehouden met de terugloop van het aantal huishoudens. Om aan deze ontwikkelingen de juiste sturing te geven, is in de woonvisie het 'strategisch programmeren' geïntroduceerd. Met de provincie Gelderland zijn afspraken gemaakt om de volgende drie maatregelen te nemen: Temporisering/fasering Molenbeek Herprogrammering niet benutte locaties Sturen op invulling nieuwe woningbouwinitiatieven. Het doel van het vervolgdocument van de Woonvisie, de Beleidsregel Woningbouw op Maat, is om een strategische aanpak en afwegingskader te ontwikkelen waarmee de gemeente gerichter sturing kan geven aan nieuwe initiatieven voor woningbouw in de gemeente.
In de visie staat beschreven waar de gemeente de komende jaren met woningbouw op wil in zetten, hoe zij dit wil bereiken en aan welke criteria de nieuwe initiatieven worden getoetst. Om tot een goed afgestemde woningmarkt te komen, geeft de gemeente de markt veel ruimte. Voor het toetsen van nieuwe initiatieven heeft de gemeente een afwegingskader opgesteld, bestaande uit zeven uitgangspunten: 1. Het benutten van inbreidingslocaties heeft de prioriteit; 2. Bij inbreidingslocaties inzetten op verbetering ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; 3. Innovatie en maatwerk op individuele locaties in buitengebied 4. Geen mogelijkheden voor nieuwe uitbreidingslocaties 5. Het plan past binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteiten tot en met 2024; 6. Doelgroepen/ woningtypen passen binnen de behoefte van de woonvisie; 7. Inzetten op kleinschalige locaties, organische groei en flexibele concepten. 3.3.2.1 Toetsing aan de beleidsregel Woningbouw op maat De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een woongebouw met vier sociale huur appartementen op het perceel Staverdenseweg 89 t/m 89b. Het bestaande kantoorgebouw wordt daarbij gesloopt. Het betreft een herontwikkeling binnen de dorpskern van Elspeet. De grootte en positionering van het woongebouw is gezien de aard en de uitstraling passend bij een perceel van deze oppervlakte.
De nieuwe bebouwing levert een positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Het straatbeeld wordt hierdoor verbeterd en heeft hierdoor een positieve invloed op de (kern) kwaliteiten van het gebied. Een woningbehoefte onderzoek binnen de gemeente toont aan dat er een toenemende woningbehoefte is. De nieuw te bouwen woning wordt energieneutraal gerealiseerd en er wordt geen gas gebruikt. Het voorliggend plan is aangemeld bij de gemeente Nunspeet. De gemeente heeft de aanmelding getoetst. Het college is op grond van deze afweging tot de conclusie gekomen dat het initiatief op de lijst ‘Dynamisch woningbouwprogramma 2022/2023 wordt geplaatst. 3.3.3 Welstand Nunspeet 2015 In het welstandsbeleid Nunspeet 2015 (vastgesteld op 9 december 2015) worden de beleidsregels vastgelegd met daarbij welstandscriteria die worden gehanteerd bij de welstandsbeoordeling van de
20
bouwplannen. Met deze welstandsnota wil de gemeente een gerichter welstandstoezicht uitoefenen: een uitgebreidere welstandstoets vindt alleen nog plaats in de beeldbepalende gebieden van Nunspeet en voor de markante gebouwen van de gemeente. Voor het overgrote deel van het gemeentelijk grondgebied volstaat een beperkte welstandtoets of is geen toets vooraf nodig. Het plangebied is gelegen in het toetsgebied ‘beperkte toets’ en deelgebied ‘Elspeet’. Beperkte toets De gebieden met een beperkte toets zijn gebieden die kleine afwijkingen van de bestaande ruimtelijke structuur en ingrepen in de architectuur van de gebouwen kunnen verdragen zonder dat daarbij het beeld van de gemeente als geheel in het geding is. Het gaat hier om de woongebieden direct rond het centrum van Nunspeet en de planmatige woongebieden in de dorpen. Omdat de monumenten en karakteristieke panden als object voorzien zijn van een uitgebreide toets, kan met een beperkte toets worden volstaan voor de overige bouwwerken in het buitengebied. De beperkte toets is een ambtelijke toets. De criteria behorend bij de beperkte toets zijn helder en eenduidig uitlegbaar, zodat deze hanteerbaar zijn voor de betreffende ambtenaar.
Indien plannen niet voldoen aan de deze criteria of wanneer sprake is van een bijzondere situatie waar twijfel bestaat over de toepasbaarheid van deze criteria, dan kan alsnog besloten worden tot een uitgebreide toets. Elspeet Elspeet is van oorsprong een enkdorp. De veranderingen in de landbouw, de sterk groeiende bevolking, de uitbreiding van voorzieningen en toerisme en het toenemende verkeer zijn van invloed op de uitstraling van de kern. Het dorp is dan ook de laatste dertig jaar, qua ruimtelijke karakteristiek zeer verandert. Enkele karakteristieken van het oorspronkelijke enkdorp zijn nog herkenbaar, zoals de zichtbare samenhang tussen bebouwing, enken en bos‐ en heidegebied. Maar ook de lintbebouwing rond de open enken en het wegenpatroon van uitwaaierende wegen vanaf de brink (Nunspeterweg, Vierhouterweg, Apeldoornseweg, Staverdenseweg en Uddelerweg) bepalen de ruimtelijke structuur. Artikel 2 Waarde – Welstand, beperkte toets Voor bouwwerken, niet zijnde kleine bouwwerken (zie artikel 2.3) zijn de volgende criteria van toepassing: 1. massa en vorm: a. de hoofdmassa is afgestemd op de hoofdmassa van de belendende percelen; b. woningen zijn met een eigen entreegebied of met voordeuren georiënteerd op de openbare ruimte; c. bijhorende bouwwerken blijven duidelijk ondergeschikt aan de hoofdmassa; d. de bestaande kapvorm en kaprichting blijven gehandhaafd.
Toevoegingen blijven ondergeschikt van aard; 2. gevels: a. de hoofdindeling van de gevel blijft bij gevelwijziging in overeenstemming met de oorspronkelijke gevel; b. gesloten gevels zichtbaar vanaf de openbare ruimte zijn niet toegestaan; 3. materiaal‐ en kleurgebruik: a. het materiaal‐ en kleurgebruik bij vervangende nieuwbouw sluit aan op die van de omliggende bebouwing of (bij renovatie) op die van het oorspronkelijke hoofdgebouw; b. het materiaal‐ en kleurgebruik van aan‐, uit‐ en bijgebouwen dienen sluit aan op die van het hoofdgebouw; 4. gebiedsbeschrijving: bij de toetsing aan de hand van het hiervoor onder sub 1 tot en met sub 3 bepaalde geldt tevens dat, ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven gebieden, de bijbehorende gebiedsbeschrijving betrokken dient te worden. De volgende deelgebieden zijn onderscheiden: a. Centrumgebied (zie par. 3.1); b. Woongebied rond het centrum (zie par. 3.2); c. Parkachtig woongebied (zie par. 3.3); d. Planmatige Woongebieden, onder te verdelen in Noord, Oost en West (zie par. 3.4);
21
e. f. g. h. i.
Bedrijventerreinen, onder te verdelen in Feithenhof, Lepelingen, Nestlé en De Kolk (zie par. 3.5); Dorpen, onder te verdelen in Elspeet, Vierhouten en Hulshorst (zie par. 3.6); Buitengebied Randmeren, onder te verdelen in Open weidegebied en Overgangszone (zie par. 3.7); Buitengebied Veluwe, onder te verdelen in Centraal Veluws Natuurgebied, Agrarische enclaves en Spoorzone (zie par. 3.8); Landgoederen, onder te verdelen in Huize Hulshorst, Groeneveld, De grote Bunte, Noorderheide en Staverden (zie par. 3.9).
5. hardheidsclausule: Indien plannen niet voldoen aan de criteria onder artikel 2.1 sub 1 tot en met sub 4 of wanneer sprake is van een bijzondere situatie waar twijfel bestaat over de toepasbaarheid van deze criteria, dan wordt getoetst aan de hand van de criteria uit artikel 1.1. 3.3.3.1 Toetsing aan Welstand Nunspeet 2015 Het plangebied is gelegen in het toetsgebied ‘beperkte toets’ en deelgebied ‘Elspeet’. Voor het perceel 4425 (gedeeltelijk) aan de Staverdenseweg 89 t/m 89b is een plan opgesteld voor de realisatie van een woongebouw met vier sociale huur appartementen. Het bestaande kantoorgebouw wordt daarbij gesloopt. Het betreft een herontwikkeling binnen de dorpskern van Elspeet. De grootte en positionering van het woongebouw is gezien de aard en de uitstraling passend bij een perceel van deze oppervlakte. De nieuwe bebouwing levert een positieve bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Het straatbeeld wordt hierdoor verbeterd en heeft hierdoor een positieve invloed op de (kern) kwaliteiten van het gebied. Voor het voorgenomen bouwplan is afstemming gezocht met de dorpsbouwmeester, deze is akkoord.
3.3.4 Conclusie Het gemeentelijk beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de Omgevingsvisie Nunspeet 2030, Beleidsregel Woningbouw op maat en de Welstand Nunspeet 2015.
22
4. Onderzoek Op grond van artikel 3.2 van de Awb dient een bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis te vergaren over de relevante feiten en de af te wegen belangen. Een ruimtelijke ontwikkeling kan gevolgen hebben voor de belangen van natuur en milieu, voor cultuurhistorische, landschappelijke en archeologische waarden, de waterhuishouding en andere waarden. Dit hoofdstuk geeft een samenvatting van de verschillende onderzoeken.
4.1
Archeologie en cultuurhistorie
4.1.1 Wettelijk kader De zorg voor ons erfgoed is erop gericht zoveel mogelijk in de bodem te bewaren voor het nageslacht: behoud ‘in situ’. Wie iets met de bodem wil, een "verstoorder", is verplicht de schade aan het erfgoed zoveel mogelijk te beperken. Dit streven naar behoud komt voort uit het Verdrag van Malta dat met de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in 2007 in onze wetgeving geïmplementeerd is. Het is tevens een kernpunt van de herziene Monumentenwet 1988. Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie.
Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. De modernisering van de monumentenzorg (MOMO) heeft erin geresulteerd dat per 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening is aangepast. Met deze aanpassing is cultureel erfgoed ingebed in de ruimtelijke ordening. Het is verplicht om in bestemmingsplannen aandacht te geven aan cultuurhistorie en de effecten van het initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Daar waar nodig dient de bescherming van deze waarden ook te worden vastgelegd in de regels en verbeelding bij het bestemmingsplan. Op 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast als uitwerking van het in 2009 door het rijk ingezette beleid Modernisering Monumentenzorg (MoMo). Voor de ruimtelijke ordening betekent dit een omschakeling van een objectgerichte naar omgevingsgerichte benadering. Door deze modernisering moet bij het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing meer rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. 4.1.2 Onderzoek plangebied De gemeente Nunspeet heeft een archeologische beleidskaart opgesteld voor het grondgebied.
Hieruit blijkt dat de kern Elspeet ligt in een gebied met een hoge archeologische verwachtingswaarde (Waarde – Archeologie 2) en het buitengebied met name in een gebied met een middelmatige archeologische verwachtingswaarde (Waarde – Archeologie 3).
23
Fragment Archeologische beleidskaart In het bestemmingsplan Elspeet Dorp 2011 zijn de archeologisch waardevolle gebieden door middel van dubbelbestemmingen aangegeven. De waardering van de archeologische waarden is als volgt: -
-
Voor bodemingrepen op archeologische monumenten is altijd toestemming nodig om te mogen bouwen. Deze komen in het plangebied niet voor; Afhankelijk van de waardering van de archeologische vindplaats is er een buffer opgenomen rondom bekende vindplaatsen. Deze zijn bestemd als Waarde - Archeologie 2 wat inhoudt dat archeologisch onderzoek nodig is als er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m². De gemeente kan hier overigens van afwijken. Deze gebieden zijn bestemd met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. Voor gebieden met een middelmatige archeologische verwachting is archeologisch onderzoek nodig als er een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m². De gemeente kan hier overigens van afwijken. Deze zijn bestemd met de bestemming Waarde - Archeologie 3;
In het bestemmingsplan Elspeet Dorp 2011 hebben de gronden in het plangebied de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een woongebouw met vier sociale huur appartementen op het perceel Staverdenseweg 89 t/m 89b. Het bestaande kantoorgebouw wordt daarbij gesloopt. Het bestaande kantoorgebouw heeft een oppervlakte van circa 300 m2, het nieuwe woongebouw heeft ook een oppervlakte van 300 m2. Het nieuwe woongebouw wordt echter wat smaller en heeft meer lengte, hierdoor zal circa 110 m2 buiten de bestaande fundering komen te staan. Dit blijft echter binnen de grens van 120 m2, een archeologisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
24
Er is contact geweest met de regio-archeoloog. Deze geeft ook aan dat archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen beschermde rijks- en/of gemeentelijke monumenten aanwezig. Er bevinden zich binnen het plangebied of in de nabijheid daarvan geen cultuurhistorisch waardevolle elementen. De positionering van het nieuw te bouwen woongebouw is afgestemd op de bestaande kavelstructuur. Het nieuwe woongebouw sluit, qua volume, positionering en stijl, aan bij de aanwezige bestaande bebouwing aan de Staverdenseweg. De kernkwaliteiten van het landschap worden niet aangetast. Onderhavig plan zal dus geen cultuurhistorische waarden schaden. In het plangebied moet rekening worden gehouden met de zogenaamde 'molenbiotoop' behorende bij de molen 'De Hoop' gelegen aan de Molenweg 6 in Elspeet. Dit is een Beltmolen uit 1894, die nog op vrijwillige basis op vrijdag en zaterdag maalt. Deze molen dient vanuit historisch perspectief beschermd te worden. Bij deze bescherming behoort ook het garanderen van een bepaalde hoeveelheid windvang voor deze molen, zodat de wieken kunnen blijven draaien. In september 2020 is er, in kader van de ontwikkeling aan de Staverdenseweg 93, nader onderzoek uitgevoerd naar de invloed van het bouwplan op de windvang van molen ‘De Hoop’.
De conclusie uit de analyse is dat er sprake is van een mogelijk beperkte invloed van het geplande bijgebouw op het perceel Staverdenseweg 93, die worst-case gedurende 0,6% van de tijd optreedt. De overige 99,4% van het aantal uren per jaar komt de wind uit een andere richting of valt de windsnelheid buiten het gehanteerde windsnelheidsbereik van de molen. In relatie tot de capaciteit van de molen bij alle windrichtingen is het mogelijk dat het nieuwe bijgebouw tot 2,3% vermindering tot gevolg heeft. De overige 97,7% van de capaciteit van molen treedt op bij wind uit andere richtingen. De molenbiotoop vormt derhalve geen belemmering om het bijgebouw te realiseren. Het bijgebouw op het perceel Staverdenseweg 93 heeft een goot- en bouwhoogte van circa 3 meter en 7,5 meter. Het nieuw te bouwen woongebouw op het perceel Staverdenseweg 89 heeft een goothoogte van 2,88 meter en een bouwhoogte van 7,23 meter. De conclusie is dat de ontwikkeling die met voorliggend plan mogelijk wordt gemaakt gelijk te stellen is aan de ontwikkeling aan de Staverdenseweg 93. De molenbiotoop vormt derhalve dan ook geen belemmering om het woongebouw te realiseren.
4.1.3 Conclusie Voorliggend plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect archeologie en cultuurhistorie, nader onderzoek op het gebied van archeologie en cultuurhistorie is daarom ook niet nodig.
25
4.2
Ecologie
4.2.1 Wettelijk kader De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt per 1 januari 2017 de Boswet, de Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. Gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming biedt de grondslag voor de aanwijzing van de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Deze gebieden worden tezamen Natura2000-gebieden genoemd. Ter bescherming van deze Natura2000-gebieden voorziet de Wet natuurbescherming in een vergunningenregime voor het realiseren of verrichten van projecten en andere handelingen die de natuurlijke kenmerken van een aangewezen Natura2000-gebied kunnen aantasten. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten binnen en buiten de beschermde natuurgebieden. Het uitgangspunt van de wet is dat beschermde planten- en diersoorten geen schade mogen ondervinden. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in de openbare ruimte is het niet altijd nodig een vrijstelling of een ontheffing aan te vragen. Voor o.a.
reguliere werkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de bouw van woningen, geldt de volgende vrijstellingsregeling: een algemene vrijstelling voor algemene soorten; een vrijstelling voor beschermde soorten en vogels op voorwaarden, dat gehandeld wordt volgens een door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde gedragscode. Wanneer het onmogelijk is schade aan streng beschermde planten en dieren tijdens ruimtelijke ontwikkelingen en inrichting te voorkomen, moet altijd een ontheffing worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of een ontheffing zijn afhankelijk van de status van de planten- en diersoorten die in het plangebied voorkomen. 4.2.2 Onderzoek plangebied De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een woongebouw met vier sociale huur appartementen op het perceel Staverdenseweg 89 t/m 89b. Het bestaande kantoorgebouw wordt daarbij gesloopt. In februari 2023 is er een quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd voor het plangebied (zie bijlage 1 van deze onderbouwing). Gebiedsbescherming De planlocatie is gelegen nabij Natura 2000-gebied de Veluwe. De afstand tot dit Natura 2000 gebied bedraagt +/- 93 meter.
Gezien de aard van de werkzaamheden, de projectlocatie en de (effect)afstanden (licht, trilling en geluid) tot de Natura 2000-gebieden wordt er mogelijk verstoring of negatieve effecten verwacht op genoemd gebied. Een voortoets Natura 2000 wordt geadviseerd om hier uitsluitsel over te geven. Het plangebied is niet gelegen binnen het Gelders natuurnetwerk (GNN) of Groene Ontwikkelzone (GO). Soortenbescherming Het perceel is nauwkeurig onderzocht op flora, vleermuizen, zoogdieren, vogels en overige soorten. Er zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen daarvan aangetroffen. Het verblijf van vleermuizen in de spouwmuren van de bestaande bebouwing kan niet worden uitgesloten, nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht. Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt, zoals bedoeld in de wet Natuurbescherming, in het plangebied. Het onderdeel Houtopstanden uit de Wet natuurbescherming is daarom niet van toepassing.
26
Zorgplicht Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn.
Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daaropvolgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli-huismus tot 15 augustus). Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onverhoopt beschermde soorten worden aangetroffen, dan moeten de werkzaamheden worden stilgelegd en dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen. Er is dan overleg nodig met het bevoegd gezag. Stikstof In maart 2023 (update 15 april 2024) is er door een erkend bureau een stikstofonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1 van deze onderbouwing) Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek en de daarbij behorende berekeningen kan geconcludeerd worden dat in de nieuwe gebruiksfase de nu gehanteerde grenswaarde van de stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/jr niet wordt overschreden.
Er is met de nieuwe gebruiksfase geen sprake van een significante verslechtering maar wordt een structurele afname van 0.37 mol/ha/j gerealiseerd. De aanlegfase veroorzaakt een resultaat van 0,09 mol/ha/j daarom is de huidige gebruiksfase ook berekend. De huidige gebruiksfase heeft een bijdrage van 0.37 mol/ha/j. Dit is per saldo een afname van 0,28 mol/ha/j in de aanlegfase. Voorgesteld wordt de uitstoot in de aanlegfase intern te salderen met de huidige gebruiksfase. Er is geen vergunning ten aanzien van de wet natuurbescherming nodig. 4.2.3 Conclusie Voorliggend plan wordt mogelijk belemmerd vanuit het aspect ecologie, nader vleermuisonderzoek is daarom ook noodzakelijk. Uitvoering hiervoor staat gepland in de periode mei t/m oktober 2023. Om vast te stellen of de voorgenomen ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben voor de soorten en habitats waarvoor dit Natura 2000 gebied is aangewezen, wordt er een Voortoets Natura 2000 uitgevoerd.