CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6a. Bijlage 1c. HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW Bijlagen bij Regels d.d. 20-09-2024

Commissie Ruimte en Wonen 7 oktober 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan "Herontwikkeling Landgoed De Grote Bunte- Chw".25.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

W

T

tuin-bodembedekkers zorgtuin;

W

bos-bodembedekkers, zorgtuin en entreezone landgoed; bloemrijke onderbegroeiing bos

C

B kavel C ±936 m² 2 PP

W

bos-heesters boszoom, zorgtuin en entreezone landgoed;

T hagen;

bestaand bos met onderbegroeiing;

2pp

D aanvulling op bestaand bos met nieuw bos; bestaand bos met nieuwe aanplant bomen en bosplantsoen

W

aanvullen bestaande Rhododendrons met nieuwe Rhododendrons

T bomen

kavel D ±1169 m² 2 PP

zie ook beplantingsplan en boekwerk bestaande weide

poort weide

T

e ro g e

(koeie

1

bestaande weide

B

bestaande dode boom, te verwijderen; dood hout heeft een ecologische waarde, maar past niet tussen parkeren en rijweg: stam (in zijn geheel) en stob neerleggen in bestaand bos van zorgtuin

rb de

n)

kavel 1 ±1851 m² 3 PP

bestaande boom, te behouden; eventueel moeten takken worden gesnoeid (i.o.m. landschapsarchitect)

g iin

de

on

n

a ta s e

bestaande boom, te behouden waar mogelijk; eventueel moeten takken worden gesnoeid (i.o.m. landschapsarchitect)

b

W

bestaande taxusbomen, te behouden; eventueel moeten takken worden gesnoeid (i.o.m. landschapsarchitect)

dode boom; behouden waar mogelijk

T

bestaand struweel en bosbegroeiing op eigen grond: onderbegroeiingen tot 3m hoog verwijderen zodat er doorzichten naar het langoed worden gemaakt

: g nd oo n ro h hte kt eg 3m zic maa t r e n t ee to oo g m n r d en ge nge t e rd o p ii a l o oe od w ee egr n z oed w e ru rb r ng st de ijde t la on rw he ve ar na

de ei

w

de

s

be

afzetten ruimte rond boom i.v.m. vleermuizen; belangrijke vleermuislocatie: straal van 10m rond boom zoveel mogelijk vrij van werkzaamheden houden

an ta

nieuwe boom; soorten: zie beplantingsplan bomen in de weide mogelijk bescherming toepassen tegen vraat van vee (i.o.m. landschapsarchitect) bestaande boom, te verwijderen; Duurzame handhaving van de betreffende boom is door het project niet houdbaar (ook i.r.t. duurzame ontwikkeling nieuw bos, bijv. Am. vogelkers)

g

iin oe

ng

ii

r

de

de

st be

g

iin

gr be

e

gr

e gb

overige elementen

a ha

takkenhoop t.b.v. steenmarter; hoop van takken van verwijderd opschot i.c.m. met hergebruikte stoeptegels, bakstenen en keien, inclusief marterverblijfkast

nd

on

n aa

oe

a ta

es

b

vleermuiskast; in totaal 8 stuks, aan boom in donker deel van parkbos, geschikt voor Gewone Grootoorvleermuis, type: VK WS 04 of 08, leverancier: Vivara Pro (o.g.)

: g nd oo n ro h hte akt g m ic a e nt t 3 rz em ee n to doo n g m r e e ge ing t e rd op oei oda wo l ee gr z ed w e en o ru rb r ng st nde ijde t la o rw he ve ar na

verlichting; lichtmast bij rijweg en parkeren, type: Strato, hoogte: 3,4meter, met paalhouder, type hout: Eiken, lichtkleur: 2200K, leverancier: Timberlab, incl. bewegingssensor (PIR presence sensor): standaard uit, bij beweging aan op 2200K

e ro

a

st

be

d an

e

ha

b ag

verlichting; lichtbollard bij paden, terrassen en entrees, type: Eye, hoogte: 90cm, type hout: Eiken, lichtkleur: 2200K, leverancier: Timberlab

eg

t ppu

pom te ruim

bestaand struweel en bosbegroeiing op eigen grond: onderbegroeiingen tot 3m hoog verwijderen zodat er doorzichten naar het langoed worden gemaakt

s

d

be

a gr

an a st

e nisch tech te ruim

indicatie locatie pompput t.b.v. spiegelvijver -hemelwater hergebruiken en spiegelvijver aanvullen - doorspoeling mogelijk d.m.v. leiding van spiegelvijver naar pompput - d.m.v. overstortleiding richting wadi kan overtollig hemelwater in wadi stromen t.b.v. langzame infiltratie, exacte locatie ruimtes en formaat n.t.b., afgedekt onder gazon

aantekeningen gemeentegrond haagbeplanting op gemeentegrond

struweelbeplanting op gemeentegrond

Datum:

2024-07-26

Opdrachtgever:

-

Nunspeet De Grote Bunte

Schaal:

1:500

Formaat:

A0

inrichtingsplan met de te kappen bomen

profiel lus oprijlaan met waterspiegel en wadi, 1:50

dichtgekit beton

waterniveau spiegelvijver; 2mm onder de rand van de spiegelvijver

bodem fundering spiegelvijver; 15cm gewapend beton beton als opstort

0,15

0,80

0,35

Zwarte folie; EPDM

0,35

1 stuk watertoevoer via buis; afdekker op buis t.b.v. tegengaan opborrelen water in spiegelvijver

0,90

Techniek door aannemer en/of water/vijverspecialist; · waterkwaliteit waterbron laten testen en beoordelen t.b.v. werking spiegelvijver · werking d.m.v. pompsysteem, incl. schakelaar

0,50

2,00

+ 5.20

2,01 rand spiegelvijver; 8mm RVS, gewalst en gecoat, gemonteerd op beton, 2mm boven aangrenzend maaiveld 2 stuks buis wateroverflow; water gaat hier doorheen en terug naar pompsysteem, amfibietrapje; hout, bovenkant trapje 2m afstand tot de rand van spiegelvijver, net onder wateroppervlak inclusief schuif om hoogte buis af te stellen

+ 5.25

+ 5.40

+ 5.40

+ 5.30

+ 5.40

details waterspiegel en wadi, 1:20

gemiddeld hoogste grondwaterstand: 0.8m onder maaiveld

spiegelvijver a-symmetrisch in draaicirkel 2,01

Techniek door aannemer en/of water/vijverspecialist; · waterkwaliteit waterbron laten testen en beoordelen t.b.v. werking spiegelvijver · werking d.m.v. pompsysteem, incl. schakelaar

dichtgekit beton

waterniveau spiegelvijver; 2mm onder de rand van de spiegelvijver

Zwarte folie; EPDM

0,35

1 stuk watertoevoer via buis; afdekker op buis t.b.v. tegengaan opborrelen water in spiegelvijver

0,15

bodem fundering spiegelvijver; 15cm gewapend beton beton als opstort

gemiddeld hoogste grondwaterstand: 0.8m onder maaiveld Heras hekwerk in min. 1m brede Beukenhaag

detail rijweg; Padvast

afstand staalmat tot maaiveld: ca. 25cm, t.b.v. ecologie (ook ter plaatse van poortje)

zijkant rij-lus en oprijlaan: lichte greppel t.b.v. afwatering

0,23

1,73

1,03

0,80

Heras hekwerk staalmat; Pallas light 80, zonder overklimbeveiliging, kleur: RAL6009

0,70

Heras hekwerk staander ; fundering zo minimaal mogelijk, diepte staander in grond: n.t.b. nieuw nutstracé/DWA;

Heras hekwerk in minimaal 1m brede Beukenhaag; Fagus sylvatica, driehoeksverband, 6-7st/m2, breedte haag: variérend (min. 1m)

rijwegen; ton-rond (2% afshot vanaf de as van de weg), breedte weg is variërend (zie plankaart), benodigde dikte van Achterhoeks Padvast: 25cm, bij randen van het pad volstaat 15cm Achterhoeks Padvast als overgang naar bestaande maaiveld

afschot 2%

0,25

0,25 0,25

1,00

0,30

afschot 2%

variërend

DWA

detail hek in haag

nutstracé detail voetpad; Padvast

bloemrijk ruig gras

zijkant rij-lus en oprijlaan: 50cm strak gemaaid gras, lichte greppel t.b.v. afwatering

0,15

Wandelpaden; ton-rond (2% afshot vanaf de as van het pad), 2m breed pad, benodigde dikte van Achterhoeks Padvast: 15cm, bij randen van het pad volstaat 8cm Achterhoeks Padvast als overgang naar bestaande maaiveld

afschot 2%

afschot 2%

afschot 2%

afschot 2%

0,50

2,00

0,50

detail rijweg t.h.v. oprijlaan + lus; begeleiding maaistrook

detail parkeren

opsluitband; beton, 10cm breed, kleur: lichtgrijs, 2mm op klik leverancier: Struyk Verwo

Haag

Padvast

4,98

2,50

Hydro lineo 22

bospaden (geen nieuwe halfverharding); op bestaand maaiveld, opgeschoond (verwijderen opschot en plantensoorten volgens de lijst van te verwijderen soorten), ca. 2m breed pad, begeleid en gemarkeerd door boomstammen / flinke takken

2,00

detail voetpad; begeleiding stammen

Datum:

2024-07-26

Opdrachtgever:

-

Nunspeet De Grote Bunte

Schaal:

1:20 / 1:50

Formaat:

A0

detailblad

Parkeren

Rijweg

0,50

2,00

rand spiegelvijver; 8mm RVS, gewalst en gecoat, gemonteerd op beton, 2mm boven aangrenzend maaiveld 2 stuks buis wateroverflow; water gaat hier doorheen en terug naar pompsysteem, amfibietrapje; hout, bovenkant trapje 2m afstand tot de rand van spiegelvijver, net onder wateroppervlak inclusief schuif om hoogte buis af te stellen

0,35

+ 5.40

details waterspiegel en wadi, 1:20

bestemmingsplan HERONTWIKKELING LANDGOED DE GROTE BUNTE - CHW (vastgesteld)

Bijlage 3 Beheerplan Landgoed De Grote Bunte, Buiting Advies d.d. juli 2024 (versie 8 augustus 2024)

81

JULI 2024

BEHEERPLAN LANDGOED DE GROTE BUNTE

COLOFON Titel

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

Opdrachtgever

Baljon landschapsarchitecten Cruquiusweg 10 1019 AT Amsterdam

Contactpersoon

Marie-Laure Hoedemakers

Status

DEF

Datum

juli 2024

Projectnummer

2024-063

Uitvoerend bureau

Projectleiding Auteurs GIS

Buiting Advies BV Kanaaldijk 96, 6956AX Spankeren Ronald Buiting Dirk den Hollander en Ronald Buiting Dirk den Hollander en Merwyn Westbroek

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

2

Buiting Advies

BEHEERPLAN LANDGOED DE GROTE BUNTE

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

3

Buiting Advies

INHOUD 1

INLEIDING ........................................................................................................................................ 5

2

VISIE ............................................................................................................................................... 10

3

2.1

ALGEMEEN ........................................................................................................................... 10

2.2

BEHOUD EN ONTWIKKELING VAN DE UNIEKE IDENTITEIT ................................................... 10

2.2.1

Hoofddoelstelling ............................................................................................................. 10

2.2.2

Subdoelstellingen ............................................................................................................. 10

SET MET BEHEERMAATREGELEN EN VUISTREGELS ....................................................................... 13 3.1 3.1.1

Maatregel 1: Markante bomen vrijstellen ....................................................................... 13

3.1.2

Maatregel 2: Inheemse boomsoorten vrijstellen ............................................................. 14

3.1.3

Maatregel 3: Mengbomen vrijstellen ............................................................................... 14

3.1.4

Maatregel 4: Lanen, singels, cultuurhistorische elementen vrijstellen ............................ 14

3.1.5

Maatregel 5: Structuurverbetering aanbrengen .............................................................. 15

3.1.6

Maatregel 6: Bosranden ontwikkelen .............................................................................. 15

3.1.7

Maatregel 7: Niet-vitale bomen sparen ........................................................................... 15

3.1.8

Maatregel 8: Natuurlijke dood-houtvoorraad ontwikkelen ............................................. 16

3.1.9

Maatregel 9: Groepsgewijs inheemse bomen inbrengen ................................................ 16

3.1.10

Maatregel 10: Groepsgewijs inheemse struiken inbrengen ........................................ 17

3.1.11

Maatregel 11: Inheems kruidenrijk grasland beheren ................................................. 17

3.1.12

Maatregel 12: Waterpartij beheren............................................................................. 18

3.1.13

Maatregel 13: Groepsgewijs niets doen ...................................................................... 18

3.1.14

Maatregel 14: Niets doen ............................................................................................ 18

3.1.15

Maatregel 15: Invasieve exoten verwijderen............................................................... 19

3.2

4

5

MAATREGELENSET ............................................................................................................... 13

VUISTREGELS ........................................................................................................................ 19

3.2.1

Ideale kroonruimte na dunning........................................................................................ 19

3.2.2

Beperken van schade ....................................................................................................... 20

3.2.3

Omgang met flora en fauna ............................................................................................. 21

3.2.4

Garanderen van de veiligheid .......................................................................................... 21

WERKPLAN ..................................................................................................................................... 23 4.1

WERKEN MET HET WERKPLAN ............................................................................................. 23

4.2

WERKWIJZE TIJDENS HET UITZETTEN VAN BEHEERMAATREGELEN ..................................... 23

4.3

PERIODIEKE EVALUATIE ........................................................................................................ 24

BIJLAGEN........................................................................................................................................ 25

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

4

Buiting Advies

1

INLEIDING

Voor u ligt het beheerplan voor de groene omgeving van het landgoed De Grote Bunte. Het landhuis De Grote Bunte, en daarmee het bijbehorende landgoed, is in 1875 in opdracht van de toenmalige burgemeester van Nunspeet gebouwd. Sindsdien is het landgoed tweemaal van eigenaar gewisseld, met als huidige eigenaar Landgoed de Grote Bunte B.V.. Figuur 1 toont de ligging van landgoed De Grote Bunte.

Figuur 1: huidige situatie op landgoed De Grote Bunte

Om de restauratie en verbouwing van het historische landhuis, met bijbehorend koetshuis, tot zorgcentrum te financieren, worden binnen De Grote Bunte 10 nieuwbouwwoningen gerealiseerd1. De groene omgeving rond de woningen wordt in kavels opgedeeld en daarmee eigendom van de eigenaren van de nieuwe woningen. De groene omgeving rond het historische landhuis met koetshuis wordt aan het toekomstige zorgcentrum toebedeeld. Figuur 2 toont de toekomstige situatie na renovatie van het historische landhuis en realisatie van de 10 nieuwbouw woningen.

1 Aan de oostzijde, net buiten het huidige Landgoed worden vier woningen gerealiseerd. Doordat deze woningen buiten de beheercontour

van De Grote Bunte liggen, en geen invloed op het toekomstige beheer van het Landgoed hebben, wordt aan het beheer van de groene omgeving rond deze woningen, binnen dit beheerplan, geen aandacht aan besteed

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

5

Buiting Advies

Figuur 2: toekomstige situatie na renovatie en nieuwbouw op De Grote Bunte

Landgoed De Grote Bunte is sinds WOII als groepsaccommodatie voor kinderen in gebruik geweest. Deze kinderen gebruikte het omliggende bos als speelplaats waar zij ravotten, hutten bouwden en vuurtjes stookten. Aan het landhuis en koetshuis is sinds die tijd minimale onderhoud gepleegd, hetgeen anno 2024 duidelijk te zien is. En ook in het omliggende park en bos is in de afgelopen decennia nagenoeg geen beheer gevoerd. Toch heeft het niet voeren van beheer tot het ontstaan van een bijzondere kwaliteiten geleidt. In de groene omgeving rond De Grote Bunte zijn veel monumentale bomen, met breed uitgegroeide kronen, aanwezig. Ook zijn oude laanpatronen op sommige locaties nog goed herkenbaar. Daardoor is er op een aantal locaties sprake van een esthetisch aantrekkelijk bosbeeld. Het niet voeren van beheer heeft er ook toe geleidt dat (ook dikke) dode bomen zijn blijven liggen, waardoor een mooie dood hout voorraad is ontstaan. En door de spontane uitval van bomen is op sommige plekken een goed ontwikkelde struiketage tot ontwikkeling gekomen. Toch zijn er ook belangrijke ontwikkelingen die om het planmatig uitvoeren van beheer vragen. Doordat beheer achterwege is gebleven is het aandeel invasieve exoten, met namen gewone esdoorn en Amerikaanse vogelkers, sterk toegenomen. Gewone esdoorn is binnen de verjonging op dit moment zelfs de dominante soort.

En ook de struiketage, die voornamelijk uit hulst bestaat, dreigt zo

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

6

Buiting Advies

dominant te worden dat de kruidlaag dreigt te verdwijnen. Daarnaast is er geen ingroei van jonge (toekomstige) monumentale bomen en dreigt de ecologisch belangrijke soort zomereik, door concurrentie van uit het kronendak, te verdwijnen. Het is dus belangrijk dat het beheer op De Grote Bunte op korte termijn planmatig te hand wordt genomen. En dat gebeurt ook. Door de nu ingezette ontwikkeling wordt het beheer van De Grote Bunte, vanaf 2024, planmatig opgepakt. Het ‘opdelen’ van de groene omgeving in kavels betekent dat het beheer in de toekomst door 11 partijen wordt uitgevoerd (zie figuur 2). Om er voor te zorgen dat de huidige kwaliteiten behouden blijven én worden doorontwikkeld is het belangrijk dat de 11 nieuwe eigenaren dezelfde uitgangspunten en beheermethodieken (gaan) hanteren. Voorkomen moet worden dat de ‘opdeling’ ertoe leidt dat iedere nieuwe eigenaar zijn eigen beheer voert, waardoor de éénheid binnen landgoed De Grote Bunte verloren zou kunnen gaan. Om die reden is het dit beheerplan ontwikkeld. Doel van het beheerplan is tot een eenduidig en planmatig beheer van de groene omgeving te komen. Hierbij is het behoud van de eenheid van De Grote Bunte, als een herkenbaar landgoed, het belangrijkste doel.

Binnen dit beheerplan wordt daarom aandacht besteed aan het behouden en doorontwikkelen van de esthetische waarden, in combinatie met het versterken van de ecologische kwaliteit. Het grootste deel van de begroeiing op De Grote Bunte bestaat op dit moment uit bos, gecombineerd met een historisch park. Ten zuiden van het historische landhuis is een grote open ruimte in de vorm van een open zichtas richting het woonhuis aanwezig. Rond het huis zijn monumentale boomgroepen en solitaire bomen aanwezig. De huidige esthetische waarde en ecologische kwaliteit op De Grote Bunte komen voort uit de op dit moment aanwezige combinatie van bossen, boomgroepen, solitaire bomen en open ruimtes. De cultuurhistorische waarde van de verschillende binnen De Grote Bunte aanwezige elementen is tijdens een studie, uitgevoerd door B4o, vastgelegd. Figuur 3a toont de resultaten van deze studie. In blauw zijn de delen met een hoge monumentwaarde aangegeven, in groen de delen met een positieve monumentwaarde. De delen in bruin vertegenwoordigen een indifferente monumentwaarde (=laagste monumentwaarde). Figuur 3 laat ook zien dat de nieuwe ontwikkeling, op één bouwblok na, binnen de zone vallen die, binnen de studie van B4o, als een locatie met een indifferente cultuurhistorische waarde wordt benoemd.

Dat betekend ook dat de nieuwe ontwikkeling in zijn geheel buiten de locaties met hoge monumentwaarde valt.

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

7

Buiting Advies

Figuur 3: huidige monumentwaarde (bron: B4o)

Historisch onderzoek laat zien dat een deel van het op het landgoed aanwezige bos als sinds de eerste kartering met bomen is begroeid. Figuur 4a, 4b en 4c laten zien welk delen van het landgoed het betreft.

Figuur 4a, 4b & 4c: bossituatie op De Grote Bunte in 1900, 1950 en heden (bron: topotijdreis.nl)

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

8

Buiting Advies

Figuur 5 toont de locaties waar in het verleden bos is verwijderd gericht op een andere invullen (waardoor een open ruimte is gemaakt en de bodem is geroerd, zoals bijvoorbeeld voor het inrichten van een Nutstuin).

Figuur 5: in het verleden gekapte bosdelen (bron: Baljon DO)

In figuur 5 is te zien dat de oude bosgroeiplaats, als een soort (omgekeerde) U-vormige bosstrook, met uitlopers aan de west- en oostkant, in het noorden van De Grote Bunte is gesitueerd. Dergelijke groeiplaatsen zijn in Nederland schaars2. Een belangrijk doel van dit beheerplan is de oude bosgroeiplaats te beschermen. Dat gebeurt in dit beheerplan, door aan de locaties waar de bosgroeiplaats aanwezig is, maatregelen toe te kennen die de instandhouding van het op dit moment aanwezig (vaak oude) bos voor de toekomst garanderen. Daarnaast is er binnen dit beheerplan veel aandacht voor het verder ontwikkelen van een, naar leeftijd en diameter, gevarieerde dood hout voorraad, waardoor de oude bosgroeiplaats verder wordt versterkt3. In dit beheerplan wordt het beheer van de groene omgeving op De Grote Bunte, als landgoed, voor de komende 10 jaar, vastgelegd. Onder groene omgeving wordt binnen dit beheerplan verstaan: alle bossen, lanen, boomgroepen, solitaire bomen, struweel, maar ook de waterpartijen en de korte vegetaties, zoals inheemse kruiden. Het beheer van het groen direct rond de nieuwe privéwoningen en het beheer van de infrastructuur valt buiten het aandachtsgebied van dit beheerplan. De nieuwe bewoners zijn contractmatig verplicht het in dit beheerplan beschreven beheer binnen de op hun kavel aanwezige groene omgeving toe te passen.

Het beheerplan is daarom zo geschreven dat het voor de nieuwe bewoners goed te begrijpen is. Naast een leidraad voor het beheer kan dit beheerplan ook als communicatiemiddel worden ingezet. Met het beheerplan ‘in de hand’ kunnen de nieuwe bewoners aan omwonenden en bezoekers laten zien welke beheerdoelen op welke manier worden nagestreefd. Hierdoor is ook voor de omgeving duidelijk op welke manier De Grote Bunte, ook in de toekomst, als één landgoed wordt beheerd en behouden.

2 Oude bosgroeiplaatsen zijn binnen Nederland schaars. In 1875 heeft Nederland nog ongeveer 75.000ha bos. Het betreft voornamelijk

bossen op landgoederen. Een deel van de op De Grote Bunte aanwezige bosgroeiplaats valt binnen de categorie ‘oude bosgroeiplaats’ 3 Zie bijvoorbeeld: https://www.biogroei.nl/kenniscentrum/dood-hout-brengt-leven-in-het-bos

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

9

Buiting Advies

2

VISIE

De visie binnen een beheerplan vormt de leidraad voor het beheer van de groene omgeving. In de visie worden de beheerdoelstellingen voor de lange termijn op De Grote Bunte vastgelegd. De visie heeft een looptijd van 10 jaar. De visie vormt tevens de basis voor het ontwikkelen van een concreet werkplan. In dit werkplan wordt aangegeven welke maatregelen de komende 10 jaar op de verschillende locaties binnen De Grote Bunte moeten worden uitgevoerd. De invulling van het werkplan wordt in hoofdstuk 4 gepresenteerd. In bijlage 1, is een kaart opgenomen van De Grote Bunte waarop de groene omgeving is aangeduid. Ook is op deze kaart de indeling in verschillende beheereenheden weergegeven.

2.1

ALGEMEEN

Deze visie beschrijft het gewenste toekomstbeeld binnen de groene omgeving van landgoed De Grote Bunte. Het is de ‘groene stip aan de horizon’ waar door de verschillende eigenaren, in gezamenlijkheid, in de komende jaren op De Grote Bunte naartoe wordt gewerkt. In deze visie wordt tevens aangegeven hoe het gewenste (eind)beeld stap voor stap, middels het jaarlijks planmatig uitvoeren van beheer, kan worden gerealiseerd. De visie is tot stand gekomen door de vraag te stellen: ‘Hoe moet de groene omgeving er op het terrein van De Grote Bunte in de toekomst uitzien? Het antwoord op deze vraag geeft inzicht in de door de nieuwe eigenaren uit te voeren beheermaatregelen.

2.2

BEHOUD EN ONTWIKKELING VAN DE UNIEKE IDENTITEIT

De visie voor De Grote Bunte valt uiteen in een hoofdoelstelling en een aantal daaruit afgeleide subdoelstellingen.

2.2.1 Hoofddoelstelling De hoofddoelstelling binnen de visie van De Grote Bunte is het historische landgoed als één geheel behouden en doorontwikkelen. Dit doel wordt bereikt door er voor te zorgen dat binnen de groene omgeving op De Grote Bunte op planmatige wijze, binnen alle kavels, een eenduidig beheer wordt gevoerd. Hoofddoelstelling: Landgoed de Grote Bunte als één compleet landgoed behouden en doorontwikkelen.

2.2.2 Subdoelstellingen De hoofdoelstelling kan worden onderverdeeld in een drietal subdoelstellingen. Deze subdoelstellingen samen zorgen ervoor dat de hoofddoelstelling wordt gerealiseerd. Subdoelstelling 1: Behoud van het huidige landgoedkarakter Het behouden van het huidige landgoedkarakter is de eerste belangrijke subdoelstelling. Het gaat binnen deze subdoelstelling om het behouden van de huidige landschappelijke opbouw, met daarbinnen de aanwezige lanen(structuur), solitaire bomen en boomgroepen, de centrale, open zichtas en de spiegelvijver. Ook het behoud van het historische park rond het woonhuis valt binnen deze subdoelstelling. Deze subdoelstelling is van toepassing op het complete landgoed.

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

10

Buiting Advies

Subdoelstelling 2: Behoud van het historische monumentale bomenbestand Op De Grote Bunte zijn een groot aantal bijzondere bomen aanwezig. Het behoud van dit monumentale bomenbestand is de tweede belangrijke subdoelstelling. Onderdeel van deze subdoelstelling is ook het organiseren van de ingroei van ‘nieuwe’ historische bomen, zodat het behoud van bomenbestand ook in de (verre) toekomst wordt gegarandeerd. In figuur 6a en 6b zijn de huidige monumentale bomen weergegeven.

Figuur 6a & 6b: monumentale bomenbestand (bron: Baljon DO)

Subdoelstelling 3: Behoud en doorontwikkelen van de ecologische kwaliteit Het behouden en doorontwikkeling van de huidige ecologische kwaliteit is de derde belangrijke subdoelstelling. Het gaat binnen deze subdoelstelling om het faciliteren van een zo breed mogelijk spectrum aan flora en fauna. Dat gebeurt onder andere door het grasland binnen de zichtas richting een kruidenrijk grasland te ontwikkelen. Van de aanwezige bossen binnen de grote Bunte wordt aan deze subdoelstelling invulling gegeven door in te zetten op een zo hoog mogelijk percentage inheemse bomen, het ontwikkelen van een natuurlijke bosstructuur (richting een natuurlijke bosmozaïek) met open ruimtes voor boskruiden en het vergroten van de (naar diameter en leeftijd gevarieerde) dood hout voorraad. Daarnaast worden invasieve soorten, zoals gewone esdoorn en Amerikaanse eik, bestreden en ecologisch waardevolle bomen behouden. Figuur 7 toont de ecologisch waardevolle bomen.

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

11

Buiting Advies

Figuur 7: ecologisch waardevolle bomen (bron: Baljon DO)

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

12

Buiting Advies

3

SET MET BEHEERMAATREGELEN EN VUISTREGELS

Beheermaatregelen hebben tot doel de beheerdoelen te vertalen naar concrete handelingsmogelijkheden in de praktijk. In totaal blijken 15 maatregelen nodig te zijn om de gestelde doelen binnen De Grote Bunte te realiseren. Deze 15 maatregelen worden hieronder in 3.1 gepresenteerd. Daarna worden in 3.2 de vuistregels toegelicht. Het toepassen van vuistregels leidt ertoe dat de beheermaatregelen door alle nieuwe eigenaren op vergelijkbare wijze in de praktijk worden uitgevoerd.

3.1

MAATREGELENSET

Gericht op het realiseren van de (sub)doelstellingen uit hoofdstuk 2, zijn 15 beheermaatregelen opgesteld. De maatregelen zijn gericht op het behoud en ontwikkeling van landgoed De Grote Bunte. De maatregelen worden hieronder gepresenteerd. Daarbij wordt telkens eerst ingegaan op het doel en de maatregel en daarna op de wijze van uitvoering. De beschrijving van een maatregel eindigt met het benoemen van de uitvoeringsfrequentie. 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15

Markante bomen vrijstellen Inheemse boomsoorten vrijstellen Mengbomen vrijstellen Lanen, singels, cultuurhistorische elementen vrijstellen Structuurverbetering aanbrengen Bosranden ontwikkelen Niet-vitale bomen sparen Natuurlijke dood-houtvoorraad ontwikkelen Groepsgewijs inheemse bomen inbrengen Groepsgewijs inheemse struiken inbrengen Inheems kruidenrijk grasland beheren Waterpartij beheren Groepsgewijs niets doen Niets doen Invasieve exoten verwijderen

3.1.1 Maatregel 1: Markante bomen vrijstellen Doel: Doel van maatregel 1 is het verhogen van de belevingswaarde van het bomenbestand op De Grote Bunte door het accentueren van mooie, opvallende bomen langs paden, maar ook binnen bosverband. Door het laten uitgroeien van markante bomen worden opvallende elementen aan het bosbeeld toegevoegd. Deze maatregel richt zich uitsluitend op bomen die in het zicht staan of komen te staan. Uitvoering: Markante bomen worden geselecteerd in een zone van maximaal 10 meter vanaf een pad, parkeervoorziening of zichtbare bosrand. Onder markante bomen worden bomen verstaan die vitaal zijn en geen gevaar opleveren voor bewoners of bezoekers en voorts (in potentie) beschikken over één of meerdere van de volgende eigenschappen: • De boom onderscheidt zich in formaat, vorm of soort in positieve zin ten opzichte van zijn omgeving. Een boom kan zich bijvoorbeeld onderscheiden doordat hij een stuk forser is dan omringende bomen. Ook een naaldboom te midden van enkele loofbomen kan zich tot een karakteristieke boom ontwikkelen; • De boom draagt door zijn soort, diameter, toestand (holen) of stand bij aan een hogere natuurwaarde.

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

13

Buiting Advies

Ook jonge bomen die zich (op termijn) tot markante boom kunnen ontwikkelen kunnen als markante boom worden geselecteerd. Meerdere markante bomen bij elkaar (groepen) kunnen ook een mooi beeld opleveren. Frequentie: Het vrijstellen van markante bomen wordt 1 keer in de vijf jaar uitgevoerd. Dus op t = 1 en T = 6.

3.1.2 Maatregel 2: Inheemse boomsoorten vrijstellen Doel: Doel van maatregel 2 is het verhogen van het aandeel inheemse bomen. Het vergroten van het aandeel inheemse bomen op De Grote Bunte is ecologisch gezien van groot belang4. Inheemse bomen leveren namelijk een zeer belangrijke bijdrage aan het insectenleven en zorgen daarmee voor het versterken van de biodiversiteit. Het vergroten van het aandeel inheems wordt gerealiseerd door inheemse bomen -onafhankelijk van hun vorm- vrij te stellen. Onder inheemse bomen worden de volgende soorten verstaan: ruwe berk, zachte berk, zomereik, wintereik, beuk, winter linde, zomerlinde, zoete kers, ratelpopulier en jeneverbes. Uitvoering: Tijdens de dunning worden alle inheemse bomen vrijgesteld. De ideale mate van vrijstellen verschilt per boomsoort. Frequentie: Het vrijstellen van inheemse bomen wordt 1 keer in de vijf jaar uitgevoerd. Dus op t = 1 en T = 6.

3.1.3 Maatregel 3: Mengbomen vrijstellen Doel: Doel van maatregel 3 is het behouden en indien mogelijk uitbreiden van de menging. Het vergroten van de menging heeft –in potentie- een positief effect op de beeldkwaliteit, de natuurwaarden en de stabiliteit van het bos dat binnen de grote Bunte aanwezig is. Het verhogen van de menging gebeurt door bomen van een andere soort dan de hoofdboomsoort vrij te stellen. Deze maatregel wordt ingezet wanneer meer dan 50% van de opstand uit één boomsoort bestaat. Uitvoering: Alle mengbomen worden vrijgesteld. Wanneer ook het verhogen van het aandeel inheemse loofbomen een doel is (maatregel 2), maar onvoldoende inheemse bomen als mengsoort aanwezig zijn, wordt het belang van beide maatregelen tegen elkaar afgewogen. Deze maatregel kan zowel individueel als groepsgewijs worden gebruikt. Vooral het vrijstellen van groepen bomen van één soort (groepsgewijs ontmengen) kan mooie bosbeelden opleveren. De ideale mate van vrijstellen verschilt per boomsoort. Frequentie: Het vrijstellen van mengboomsoorten wordt 1 keer in de vijf jaar uitgevoerd. Dus op t = 1 en T = 6.

3.1.4 Maatregel 4: Lanen, singels, cultuurhistorische elementen vrijstellen Doel: Doel van maatregel 4 is het behouden van de aanwezige lanen, singels en cultuurhistorische elementen, zoals oude boomgroepen, houtwallen of een bijzonder (verkavelings)patroon op de grote Bunte. Hiermee wordt niet alleen de instandhouding en verdere ontwikkeling van deze elementen veiliggesteld, ook worden de elementen visueel geaccentueerd, waardoor de esthetische kwaliteit van het op De Grote Bunte aanwezige bos toeneemt. Uitvoering: Lanen, singels en cultuurhistorische elementen worden ruim vrijgesteld door concurrerende bomen, of in bepaalde gevallen: bomen die deze elementen aan het zicht onttrekken. 4

Zomereik is waardplant voor meer dan 423 verschillende insecten en daarmee een van de belangrijkste ‘insectenbomen’ binnen een bosecosysteem. Vergelijk: Amerikaanse eik is slechts waardplant voor 12 verschillende insecten

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

14

Buiting Advies

Deze worden uit de aangrenzende opstand verwijderd. Tijdens het uitzetten (blessen) van deze maatregel worden zowel elementen in de te blessen opstanden als elementen die aan de te blessen opstanden grenzen vrijgesteld. Frequentie: Het vrijstellen van lanen, singels en cultuurhistorische elementen wordt éénmaal in de vijf jaar uitgevoerd. Dus op t = 1 en T = 6.

3.1.5 Maatregel 5: Structuurverbetering aanbrengen Doel: Doel van maatregel 5 is het verhogen van de structuurvariatie binnen de op De Grote Bunte aanwezige bosopstanden. De structuur wordt verbeterd door het kronendak in een homogene situatie groepsgewijs te lichten (= het op locaties met verjonging maken van kleine gaten of bestaande gaten licht vergroten). Hierdoor komt meer licht op de bodem, waardoor de aanwezige bomen en struiken daar harder zullen gaan groeien. Door de maatregel te combineren met “Groepsgewijs niets doen” (maatregel 13) wordt de doorgroei op andere plaatsen juist onderdrukt. Beide maatregelen (5 & 13) kunnen dus worden gebruikt om de uniformiteit in zowel het kronendak als de ondergroei te doorbreken. Door het uitvoeren van deze maatregel wordt een (eerste) stap gezet in de richting van een bos met een meer gevarieerde, duurzame mozaïekstructuur. Uitvoering: Aanwezige verjonging wordt hier en daar groepsgewijs vrijgesteld door bomen uit het kronendak te verwijderen (= groepsgewijs lichten). De maatregel wordt ingezet op locaties waar de gewenste boomsoorten aanwezig zijn, de verjonging van voldoende kwaliteit en voldoende dicht is. De oppervlakte van alle structuurgaten opgeteld bedraagt maximaal 5% van de binnen De Grote Bunte aanwezige bosoppervlakte.

Om een natuurlijk bosmozaïek te ontwikkelen, moeten zowel de grootte van de structuurgaten als de leeftijd van de verjonging binnen de gaten variëren. Ook kunnen in het kronendak aanwezige gaten verder worden uitgebreid. Structuurgaten kunnen ook ‘over’ een wandelpad worden gecreëerd. Door de afwisseling van open en gesloten bos ontstaat een aantrekkelijk en gevarieerder beeld. Frequentie: Het aanbrengen van structuurgaten wordt 1 keer in de vijf jaar uitgevoerd. Dus op t = 1 en T = 6.

3.1.6 Maatregel 6: Bosranden ontwikkelen Doel: Maatregel 6 heeft tot doel de aanwezige bosranden door te ontwikkelen tot natuurlijke mantelen zoomvegetaties. Natuurlijke bosrandzones leveren een waardevolle bijdrage een de belevingswaarde en natuurwaarde van het bos. Uitvoering: Op locaties waar een natuurlijke bosrand gewenst is wordt de kroonsluiting binnen een strook variërend van 5 tot 25 meter breed in stappen verlaagd tot een kroonbedekking van tussen de 20% en 40% is ontstaan. Hierdoor krijgen lichtminnende struiken en kruiden de kans zich te vestigen. Mocht spontane vestiging uitblijven, dan kunnen struiksoorten worden geplant (zie maatregel 10). Frequentie: Het verlagen van het aandeel boomkronen op een locatie waar de ontwikkeling van een bosrand gewenst is wordt 1 keer in de vijf jaar uitgevoerd. Dus op t = 1 en T = 6.

3.1.7 Maatregel 7: Niet-vitale bomen sparen Doel: Doel van maatregel 7 is het niet wegnemen van kwijnende en aftakelende bomen. Het op natuurlijke wijze aftakelen en sterven van bomen (op stam) is namelijk van grote waarde voor natuurlijke processen en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan het versterken van de

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

15

Buiting Advies

biodiversiteit5. Het laten staan van kwijnende bomen leidt -op termijn- tevens tot een verhoging van de natuurlijke dood-houtvoorraad. Door niet-vitale en kwijnende bomen niet te oogsten blijft een specifiek habitat voor tal van soorten behouden. Als ze vervolgens op stam sterven worden ze toegevoegd aan de hoeveelheid staand dood hout. Het belang van kwijnende dode bomen is weergegeven in tabel 1. TABEL 1: NATUURWAARDEN EN DOOD HOUT Type boom

Kwijnend dood hout Staand dood hout Geringd dood hout Stormhout (via windworp met kluit)

Waarde voor natuur

Zeer groot, blijft langdurig staan en biedt een habitat voor tal van bijzondere soorten Groot, want is op natuurlijke wijze gestorven Geringer, want is op onnatuurlijke wijze gestorven, waardoor de boom vaak uitdroogt Groot, want de opstaande wortelkluit zorgt voor extra reliëf en dus een bijzonder milieu

Uitvoering: Tijdens het uitzetten van de dunning worden alle bomen op vitaliteit beoordeeld. Bomen met een slechte vitaliteit worden behouden. Randvoorwaarde is dat bomen met een slechte vitaliteit op meer dan anderhalf keer de boomlengte van een pad staan. Wanneer een niet-vitale boom zich binnen deze afstand bevindt wordt deze toch geoogst of met een ‘V’ gemarkeerd. De boom wordt dan geveld maar blijft wel als liggend dood hout in het bos achter6.

3.1.8 Maatregel 8: Natuurlijke dood-houtvoorraad ontwikkelen Doel: Doel van maatregel 8 is het ontwikkelen van een dood-houtvoorraad door actief in te grijpen. Maatregel 8 wordt alleen toegepast als natuurlijke sterfte (bijvoorbeeld door het laten staan van kwijnende bomen: zie maatregel 7) onvoldoende dood hout oplevert. Het ringen van inheemse bomen heeft binnen maatregel 8 de voorkeur. Tijdens iedere blesgang worden in totaal ten minste 5 bomen met een diameter 15-40cm geringd. Indien mogelijk komen ook dikkere bomen in aanmerking om te worden geringd en op stam af te sterven. Uitvoering: Ringen wordt in alle diameterklassen toegepast. Het ringen van bomen wordt gelijktijdig met het uitvoeren van de dunning uitgevoerd. Een boom wordt zo dicht mogelijk bij het maaiveld geringd door twee ondiepe zaagsneden rondom de stam aan te brengen. Daarbij mag alleen het spinthout worden doorgezaagd. In verband met de veiligheid moet een geringde boom altijd meer dan 1,5x de boomhoogte van een pad, weg of parkeerplaats staan.

3.1.9 Maatregel 9: Groepsgewijs inheemse bomen inbrengen Doel: Verschillende maatregelen kunnen worden ingezet met als doel het verhogen van het aandeel inheemse boomsoorten, onder meer maatregel 5 (structuurverbetering). Het kan echter voorkomen dat onvoldoende zaadbronnen van gewenste soorten aanwezig zijn, niet inheemse soorten de verjonging gaat of zal gaan domineren of dat andere aspecten ertoe leiden dat verjonging van inheemse soorten onvoldoende optreedt. In al deze gevallen wordt maatregel 9 ingezet waarbij groepen inheemse bomen worden ingeplant.

5 Het vergroten van het aandeel dood hout is één van de belangrijkste factoren waarmee de biodiversiteit binnen een bos kan worden

versterkt. Zie ook: https://www.ecopedia.be/encyclopedie/dood-hout 6 Het is van belang dat deze aanpak voldoende met de uitvoerende partij wordt gecommuniceerd, zodat kwijnende bomen die bewust niet

zijn geblest niet alsnog, goed bedoeld, worden geveld en zelfs afgevoerd

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

16

Buiting Advies

Uitvoering: Bomen wordt altijd groepsgewijs uitgevoerd. Op De Grote Bunte wordt uitgegaan van het planten van kleine laanbomen (maat 8-10), zodat rasteren niet nodig is. Er wordt geplant in een wild heterogeen verband, zodat een natuurlijk beeld ontstaat. Frequentie: Het inplanten van nieuwe (laan)bomen wordt 1 keer in de vijf jaar, direct na het uitvoeren van de overige bosingrepen uitgevoerd. Dus op t = 2 en T = 7.

3.1.10 Maatregel 10: Groepsgewijs inheemse struiken inbrengen Doel: Doel van maatregel 10 is het groepsgewijs inbrengen van inheemse struiken in bosranden. Er wordt voor inplant gekozen als verjonging door bijvoorbeeld sterke vergrassing of het ontbreken van zaadbronnen achterwege blijft. Uitvoering: Het planten van struiken wordt altijd groepsgewijs uitgevoerd. Er wordt gebruik gemaakt van plantsoen met als hoogtemaat 1-1,5m. Struiken worden altijd in een heterogeen wildverband aangeplant, waardoor een natuurlijke aanblik ontstaat. Gemiddeld kan worden uitgegaan van een plantverband van 2m x 2m (ca 2.500 st/ha). Op plaatsen met een hoge wilddruk kan in uitzonderingsgevallen individueel worden gerasterd of worden andere wildwerende maatregelen getroffen. Frequentie: Het inplanten van struiken wordt 1 keer in de vijf jaar, direct na het uitvoeren van de overige bosingrepen uitgevoerd. Dus op t = 2 en T = 7.

3.1.11 Maatregel 11: Inheems kruidenrijk grasland beheren Doel: Bij alle aanwezige korte vegetaties op de grote Bunte wordt ingezet op het creëren van een goed ontwikkeld kruidenrijke vegetatie met gebiedseigen soorten. Met deze vegetatie wordt gestreefd naar een zo groot mogelijk bijdrage aan de ecologische én esthetische kwaliteit van De Grote Bunte. Vooral de grasvegetaties rond het historische woonhuis en in de zichtas komen voor uitvoering van deze maatregel in aanmerking. Het beheer bestaat uit extensief maaibeheer gericht op het behoud van een soortenrijke, ecologische én esthetische waardevolle inheemse kruidenrijke vegetatie. Dergelijke vegetaties leveren door hun rijke insectenleven, een belangrijke bijdrage aan het versterken van de biodiversiteit. Uitvoering: Per maaibeurt wordt altijd 30% van de oppervlakte niet gemaaid (die blijft dus ‘overstaan’). De eerste maaibeurt vindt, afhankelijk van de hoogte van de vegetatie, plaats in april of mei. Bij de eerste maaibeurt is het zaak dat er over de rozetten van de planten heen wordt gemaaid. De tweede maaibeurt vindt plaats als 60% van de kruiden uitgebloeid is. De maaihoogte is altijd minimaal 10 cm. Het maaisel blijft gedurende 4 dagen liggen en wordt pas daarna afgevoerd (afvoer is altijd 100% van de hoeveelheid vrijkomend maaisel).

De kruidenrijke vegetaties dienen met gepast materieel gemaaid te worden waarbij vooral de bodemdruk dermate laag moet zijn zodat bodemverdichting voorkomen wordt. Het gebruik van machines wordt zoveel mogelijk beperkt en de insporingsdiepte mag niet meer dan 10 mm bedragen. Frequentie: De uitvoeringsfrequentie voor extensief maaibeheer is als volgt: • 2x per jaar (in april en mei als 60% van de kruiden is uitgebloeid). Maximaal 70% maaien. Maaisel blijft na voltooiing van het maaien 4 dagen liggen: het laten liggen van maaisel voor een periode van 4 dagen is ten behoeve van het laten afrijpen en open springen van zaaddozen. Na 4 dagen wiersen en afvoeren.

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

17

Buiting Advies

•

Daar waar extensief beheerde kruidenvegetaties grenzen aan half verhard oppervlak (bijvoorbeeld paden, wegen of een parkeerplaats), worden 6x per jaar 100% van de randen gemaaid (breedte waar mogelijk maximaal 1 meter) en wordt het maaisel direct afgevoerd.

3.1.12 Maatregel 12: Waterpartij beheren Doel: Het doel van deze maatregel is de instandhouding van de contour van het oppervlaktewater, zoals aangegeven op de plankaart door het tegengaan van verlanding en het behoud van de esthetische kwaliteit. Deze maatregel kan ook in de wadi worden ingezet. Uitvoering: Het beheer beperkt zich tot het verwijderen van overmatige vegetatie (mits nodig), dood organisch materiaal (zoals bladafval) en eventueel een deel van het minerale deel van de waterbodem om dichtgroeien en verlanding te voorkomen. De noodzaak tot het verwijderen van overmatige vegetatie en organisch materiaal dient in het veld bepaald te worden. Overmatig materiaal wordt handmatig (of met licht materieel) verwijderd waarbij organisch materiaal gedurende 48 uur op de talud blijft liggen en vervolgens afgevoerd wordt. De verspreiding van het vrijkomende organische materiaal over het omliggende (schraal) grasland is niet toegestaan. Frequentie: De noodzaak tot het verwijderen van organisch materiaal wordt op basis van jaarlijkse inspecties vastgesteld. De periode van uitvoering is tussen 1 september en 1 november.

3.1.13 Maatregel 13: Groepsgewijs niets doen Doel: Doel van maatregel 13 is de variatie in de opstanddichtheid te laten toenemen. Dit kan onder andere door groepsgewijs delen van de opstand gesloten te houden en dus niet te dunnen. Hierdoor wordt op die locaties de bosontwikkeling geremd en ontstaat meer variatie in de bosstructuur. Groepsgewijs niets doen is een zinvolle maatregel om de ontwikkeling van de ondergroei te vertragen (bijvoorbeeld als over de gehele oppervlakte verjonging aanwezig is (onttrapt bos) of het ontstaan van spontane verjonging te voorkomen (bijvoorbeeld als ‘verdouglasing’ dreigt op locaties waarin dit niet gewenst is). Het effect van groepsgewijs niets doen is het grootst in combinatie met maatregel 5, structuurverbetering, maar kan ook worden toegepast als aanvulling op andere dunningsmaatregelen. Uitvoering: Groepsgewijs worden delen van de opstand gesloten gehouden door ze niet te blessen. Afhankelijk van de doelstelling wordt de grootte van de groepen bepaald op basis van de PNV of door de maat van het exploitatiemozaïek. Frequentie: Het besluit om op een bepaalde locatie groepsgewijs niet in te grijpen wordt 1 keer in de vijf jaar, tijdens het uitzetten van de overige werkzaamheden genomen. Dus op t = 1 en T = 6.

3.1.14 Maatregel 14: Niets doen Doel: Niets doen geeft aan dat er in een bepaald deel van de groene omgeving binnen De Grote Bunte niets hoeft te gebeuren. Dit is het geval wanneer de huidige situatie en de gewenste terreincondities (vrijwel) overeenkomen. Uitvoering: Geen.

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

18

Buiting Advies

3.1.15 Maatregel 15: Invasieve exoten verwijderen Doel: Het doel van maatregel 15 is het verwijderen van zowel zaadbronnen (= moederbomen), als de spontane opslag van invasieve exoten. Het gaat binnen De Grote Bunte om het bestrijden van moederbomen en opslag van gewone en Noorse Esdoorn en Amerikaanse vogelkers en het bestrijden van opslag van Amerikaanse eik7. Doel is het aandeel gewone esdoorn en Noorse esdoorn sterkt te verlagen, Amerikaanse vogelkers in zijn geheel te bestrijden en ingroei van nieuwe Amerikaanse eik te voorkomen. Uitvoering: alle moederbomen van gewone esdoorn, Noorse esdoorn en Amerikaanse vogelkers worden verwijderd. Daarbij blijven beeldbepalende esdoorns gehandhaafd. Het gaat dan bijvoorbeeld om solitaire, beeldbepalende bomen. Vervolgens wordt ook alle opslag verwijderd. Ten slotte wordt periodiek een nabehandeling uitgevoerd waarbij nieuwe opslag uit zaad en vanuit stobben wordt verwijderd. Frequentie: Op T=1 wordt gestart met het verwijderen van alle opslag van gewone esdoorn, Noorse esdoorn, Amerikaanse vogelkers en Amerikaanse eik. Vervolgens, ook op T=1, worden de moederbomen van gewone esdoorn, Noorse esdoorn en Amerikaanse vogelkers geveld. De nabehandeling van opslag uit zaad of opslag door het uitlopen van stobben wordt 3 jaarlijks uitgevoerd. Dus op T=2, T=4, T=6, T=8 en T=10.

3.2

VUISTREGELS

Vuistregels zijn ontwikkeld om er voor te zorgen dat de beheeringrepen door alle 11 de nieuwe eigenaren op dezelfde manier worden uitgevoerd. Ook moet het gebruik van vuistregels ervoor zorgen dat geen schade aan bomen, het bos of aan de oude bosgroeiplaats wordt toegebracht.

3.2.1 Ideale kroonruimte na dunning De ideale kroonruimte na dunning verschilt per boomsoort. Oostenrijkse den heeft bijvoorbeeld veel meer ruimte nodig dan fijnspar. Door het uitvoeren van een dunning wordt gestuurd in de kroonruimte en dus in de kroonontwikkelingsmogelijkheden van de bomen. Alleen door regelmatig dunnen, ontstaan bomen met diepe vitale groene kronen. Tabel 2: Kroonruimte per boomsoort Boomsoort Berk, grove den en zwarte els Inlandse eik

Japanse lariks

Minimale / maximale kroonruimte Kroon moet minimaal 50% en maximaal 60% vrijstaan Berk, grove den en zwarte els zijn echte pioniersoorten die vrij goed bestand zijn tegen schoksgewijze ingrepen. Dit maakt stevig vrijstellen mogelijk en is ook goed voor de ontwikkeling van de boom. Kroon moet minimaal 20% en maximaal 35% vrijstaan De inlandse eik is een gevoelige boomsoort en mag niet te sterk vrijgesteld worden. In dichte opstanden die plotseling sterk worden vrijgesteld, heeft de inlandse eik de neiging om waterlot te vormen. Sterk vrijstellen kan zelfs tot sterfte leiden wanneer een eik plotseling veel direct licht moet verdragen. Dit komt doordat de eik schaduwbladeren vormt. Deze bladeren zijn fysiologisch niet bestand tegen veel zonlicht waardoor ze nadat de boom ruim is vrijgesteld afsterven. Het is dus zaak de eik zeer geleidelijk doch gestaag vrij te stellen. Kroon moet minimaal 60% en maximaal 75% vrijstaan De Japanse lariks is een lichtbehoevende soort die na dunning snel zijn kroon uitbreidt. Het is dus zaak de Japanse lariks sterk vrij te stellen zodat hij een forse kroon kan vormen. De lariks is goed bestand tegen schoksgewijze ingrepen en vormt doorgaans dunne takken.

7 Amerikaanse eik komt relatief veel binnen De Grote Bunte voor. Het verwijderen van alle moederbomen zou daardoor op bepaalde locaties

tot kaalslag leiden. En dat is vanuit het landgoedbeeld ongewenst. Vandaar dat er binnen dit beheerplan voor wordt gekozen de opslag van Amerikaanse eik te bestrijden. Daarnaast worden moederbomen van Amerikaanse eik, tijdens het uitzetten van de dunning, alleen verwijderd als een inheemse soort (zomereik of beuk) daardoor meer groeiruimte krijgt

Beheerplan Landgoed De Grote Bunte

19

Buiting Advies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14552302/1