CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5e. TAM-OP H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01 vastgesteld Toelichting

Commissie Ruimte en Wonen 18 mei 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: TAM-IMRO plan Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg16.777 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Toelichting

TAM-Omgevingsplan H22a Transformatorstation En Gemeentedepot Hullerweg 01 Vastgesteld

DNS Planvorming BV Amsterdam, 25 februari 2026 NL.IMRO.0302.OP00001H22a-vg01

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01

"TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01" (vastgesteld)

2

Inhoudsopgave

Toelichting

"TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01" (vastgesteld)

3

3

Toelichting

"TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01" (vastgesteld)

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01

Gemeente Identificatienummer Versie Datum Opsteller Projectnummer

Nunspeet NL.IMRO.0302.OP00001H22a-vg01 Vastgesteld 2 maart 2026 R. Nijdam 1192

DNS Planvorming BV | Klaprozenweg 75 C | 1033 NN Amsterdam | info@dnsplanvorming.nl

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 1 Aanleiding ..................................................................................................................... 1 Vigerend bestemmingsplan .......................................................................................... 2 Leeswijzer ..................................................................................................................... 3 Begrippenlijst................................................................................................................. 3

2 2.1 2.2

Het plan ......................................................................................................................... 5 Bestaande situatie ........................................................................................................ 5 Toekomstige situatie ..................................................................................................... 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader ............................................................................................................... 11 Inleiding ....................................................................................................................... 11 Rijksbeleid ................................................................................................................... 11 Provinciaal beleid ........................................................................................................ 12 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 14

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 16 Inleiding ....................................................................................................................... 16 Archeologie ................................................................................................................. 16 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 17 Ontplofbare oorlogsresten .......................................................................................... 18 Water........................................................................................................................... 19 Natuur ......................................................................................................................... 24 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 27 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 27 Geluid .......................................................................................................................... 30 Magneetvelden ...........................................................................................................

34 Luchtkwaliteit............................................................................................................... 35 Omgevingsveiligheid ................................................................................................... 36 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 37

5 5.1 5.2 5.3

Toelichting op de regels .............................................................................................. 39 Algemeen .................................................................................................................... 39 Verhouding tijdelijk omgevingsplan - TAM-omgevingsplan ........................................ 39 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 40

6 6.1 6.2 6.3

Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 42 Financiële haalbaarheid .............................................................................................. 42 Kostenverhaal ............................................................................................................. 42 Conclusie .................................................................................................................... 42

7 7.1 7.2 7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 43 Participatie .................................................................................................................. 43 Vooroverleg ................................................................................................................. 43 Zienswijzen ................................................................................................................. 44

Bijlagen bijlage 1 bijlage 2 bijlage 3 bijlage 4 bijlage 5 bijlage 6 bijlage 7 bijlage 8

Landschapsplan Verkennend bodemonderzoek Gemeentewerf Verkennend bodemonderzoek Olst Vooronderzoek ontplofbare oorlogsresten Wateradvies Natuurwaardenonderzoek Nader vleermuisonderzoek Nader onderzoek egels en marterachtigen

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

Inleiding

bijlage 9 bijlage 10 bijlage 11 bijlage 12 bijlage 13 bijlage 14

Nader onderzoek rugstreeppad Stikstofdepositie berekening transformatorstation Stikstofdepositie berekening gemeentedepot Akoestisch onderzoek Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling Nota zienswijzen

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

3/2

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

Om te voldoen aan de toenemende vermogensvraag in de regio Noord-Veluwe is Liander van plan om aan de Hullerweg in Nunspeet een nieuw transformatorstation te realiseren. De locatie is gelegen op een industrieterrein, naast het bestaande opstijgpunt van de 50 kV lijn uit Harderwijk. Het uitgangspunt voor het nieuwe TAM-omgevingsplan is een nieuw 150/20kV-stationsgebouw en een transformatorvermogen dat in fasen wordt uitgebreid naar 240 MVA opgesteld vermogen in de toekomst. Aanvullend op de ontwikkeling van het nieuwe transformatorstation, is het de wens om het gemeentedepot (gronddepot) te verplaatsen naar de noordzijde van het nieuwe transformatorstation. In hoofdstuk 2 is nader ingegaan op de plannen. Ter plaatse van de beoogde locaties van het gemeentedepot en het transformatorstation geldt het bestemmingsplan Lepelingen III. De ontwikkelingen zijn niet te realiseren binnen het huidige bestemmingsplan omdat er delen een agrarische bestemming hebben en delen een bestemming Natuur-Houtwal. Ook is de milieucategorie van het transformatorstation hoger dan de huidige bedrijfsbestemming toestaat. In paragraaf 1.2 is nader ingegaan op de strijdigheden met het huidige bestemmingsplan. Om het gemeentedepot en het transformatorstation te kunnen realiseren is het voorliggende TAM-omgevingsplan opgesteld.

afbeelding 1: ligging plangebied (rode stippellijn) aan de rand van Nunspeet

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

1/44

Inleiding

1.2

Vigerend bestemmingsplan

1.2.1 Algemeen Ter plaatse van de beoogde locaties van het gronddepot en het transformatorstation geldt als onderdeel van het Omgevingsplan gemeente Nunspeet het bestemmingsplan Lepelingen III (zie afbeelding 2). De gronden hebben de volgende enkel- en dubbelbestemmingen: • Agrarisch • Bedrijf • Natuur- Houtwal • Verkeer • Leiding – Hoogspanningsverbinding

afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Lepelingen III’ met daarop het plangebied geprojecteerd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Hieronder is op de verschillende bestemmingen ingegaan 1.2.2 Agrarisch Aan de noordwestzijde van het plangebied liggen gronden die de bestemming ‘Agrarisch’ hebben. De voor "Agrarisch" aangewezen gronden zijn bestemd voor weide en uitoefening van grondgebonden veehouderij. Er zijn enkel bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan tot 1 meter hoogte. Deze gronden zullen worden gebruikt voor het gemeentedepot. Dit gebruik is niet toegestaan in de agrarische bestemming. Ook is de ontwikkeling in strijd met de bouwmogelijkheden aangezien er bouwwerken (keerwanden) komen die hoger zullen zijn dan 1 meter .

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

2/44

Inleiding

1.2.3 Bedrijf Het grootste deel van het plangebied heeft de bestemming ‘Bedrijf’, met de nadere aanduiding dat bedrijven zijn toegestaan tot en met milieucategorie 2 op het noordoostelijke deel en milieucategorie 3.1 op het zuidwestelijke deel. Nutsgebouwen zoals een gemeentedepot of transformatorstation zijn hier in principe toegestaan. Op delen van de bestemming ‘Bedrijf’ is een bouwvlak opgenomen. Op het noordelijk deel niet, waar het gemeentedepot is geprojecteerd. Voor de delen met een bouwvlak geldt een bebouwingspercentage van 50%. Het noordoostelijke bouwvlak staat een maximale goothoogte toe van 6 m en maximale bouwhoogte van 9 m. Het zuidwestelijke bouwvlak staat een goothoogte van 5 m en een bouwhoogte van 10m toe. Voor technische installaties (bouwwerk, geen gebouw zijnde) geldt een maximale bouwhoogte van 12 m. Overige bouwwerken maximaal 5 m. Het beoogde transformatorstation valt onder milieucategorie 4.2 en is dus strijdig met de maximaal toegestane milieucategorie. De nieuwe bebouwing en bouwwerken die er komen vallen wel binnen de toegestane bouwmogelijkheden. 1.2.4 Natuur – Houtwal Rondom en door het midden van het plangebied loopt de bestemming ‘Natuur – Houtwal’. Deze bestemming beschermt de aanwezige groene houtwal die hier loopt. De nieuwe inrichting van het gebied vraagt om verwijdering van de groenstroken die door het midden van het plangebied lopen.

De houtwallen aan de randen blijven bestaan. 1.2.5 Verkeer - Verblijfsgebied De bestaande toegangswegen hebben de bestemming Verkeer – Verblijfsgebied. Deze toegangen blijven in gebruik en het TAM-omgevingsplan neemt deze bestemming over. 1.2.6 Leiding – Hoogspanningsverbinding De bestaande hoogspanningsverbinding kent de dubbelbestemming Leiding – Hoogspanningsverbinding. Deze dubbelbestemming regelt de bescherming van het functioneren van de kabelverbinding. Er geldt een beperking voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken onder de verbinding. Het nieuwe transformatorstation komt ter hoogte van de bestaande hoogspanningsverbinding. Na realisatie van het transformatorstation is de hoogspanningsverbinding op een iets andere plek gelegen. Het voorliggende TAM-omgevingsplan houdt rekening met deze aanpassing.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.

1.4

Begrippenlijst

In de voorliggende toelichting op het TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01 worden verschillende begrippen gebruikt welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation / elektriciteitsdistributiebedrijf Op een transformatorstation, ook wel onderstation of elektriciteitsdistributiebedrijf genoemd, wordt de spanning van elektriciteit omgezet van de ene spanning naar een andere spanning (omhoog of omlaag). De elektriciteit wordt vanaf het station vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

3/44

Inleiding

Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorruimte De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open. Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. kV De hoogte van de spanning wordt uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000 Volt. Hoogspanning Hoogspanning is de verzamelnaam voor de hoogste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 25kV vallen hieronder. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). Middenspanningsinstallatie De middenspanningsinstallatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven.

De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (onder)station. Bliksemspits / bliksempiek Voorziening voor bliksemafleiding, bestaande uit een hoge naaldvormige spijl die boven de andere bouwwerken uit steekt om zo de bliksem aan te trekken en af te leiden van de hoogspanningsinstallaties. Schakeltuin Een veld met rails, vermogensschakelaars, spanningstransformators en scheidingsschakelaars die aangestuurd kunnen worden om hoogspanningslijnen en componenten op een transformatorstation aan of af te schakelen. De wirwar van buizen, klemmen en installaties die je op een transformatorstation ziet is de schakeltuin.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

4/44

Het plan

2

Het plan

2.1

Bestaande situatie

Het plangebied ligt aan de westzijde van Nunspeet, aan de rand van de bebouwde kom en is ontsloten via een doodlopende zijstraat van de Hullerweg. Het plangebied bestaat uit (delen van) de kadastrale percelen 4369, 4510 en 4805 en de oppervlakte bedraagt in totaal 4 hectare. Aan de zuidzijde is de milieustraat en een grondverzetbedrijf gelegen. Ook zijn er aan de Hullerweg woningen en bedrijfswoningen gelegen. Ten noorden is een boomkwekerij gevestigd en zijn er enkele woningen. Een deel van het plangebied is in gebruik door het autodemontagebedrijf dat aan de zuidzijde aan de Hullerweg 126 is gevestigd. Deze gronden zijn door de gemeente verworven om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen faciliteren. Grote delen van het plangebied zijn in de huidige situatie verhard (zie afbeelding 3). De kadastrale percelen hebben een groene omkadering bestaande uit bomen en opgaande beplanting. Het noordelijke deel van perceel 4805 is in gebruik als weiland. Er is geen oppervlaktewater binnen het plangebied. Wel loopt aan de noordoostzijde een watergang langs de weg.

afbeelding 3: luchtfoto bestaande situatie (plangebied is met rode stippellijn aangeduid, de witte lijnen zijn de kadastrale perceelsgrenzen) (bron luchtfoto: pdok.nl)

Vanaf transformatorstation Harderwijk aan de Leuvenumseweg loopt een hoogspanningsverbinding richting Nunspeet. Deze verbinding komt vanuit het westen het plangebied in. Binnen het

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

5/44

Het plan

plangebied staat een hoogspanningsmast en een afspanportaal (constructie die de kabels begeleidt naar de grond). Vanaf het afspanportaal gaat de hoogspanningsverbinding ondergronds verder naar het zuiden naar het transformatorstation van Liander aan de Elektraweg. In afbeelding 4 is het verloop van de hoogspanningsverbinding door Nunspeet getoond.

afbeelding 4: de blauwe lijn toont de hoogspanningsverbinding die via het plangebied ondergronds naar het transformatorstation aan de Elektraweg loopt (bron: pdok.nl)

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Algemeen Het TAM-omgevingsplan maakt twee ontwikkelingen mogelijk, namelijk de bouw van een nieuw transformatorstation en een nieuw gemeentedepot. In afbeelding 7 is de globale verdeling tussen het transformatorstation en het gemeentedepot getoond. In de volgende paragrafen zijn beide deelontwikkelingen nader beschreven. 2.2.2 Gemeentedepot In het noordelijk deel van het plangebied komt het gemeentedepot. Dit wordt verplaatst vanaf de bestaande locatie net ten zuiden van het plangebied. Een deel van het terrein wordt al gebruikt voor het opslaan van grond. In de toekomstige situatie komen er voorzieningen voor opslag van grond en afval. Denk aan betonnen keerwanden en plekken waar containers neergezet kunnen worden. Het terrein wordt voor het grootste deel verhard. Er omheen komt een hekwerk om het terrein af te kunnen sluiten. De bestaande toegang zal worden gebruikt. De bestaande groene randen aan de noord- en oostzijde worden doorgetrokken naar de westzijde, zodat het hele terrein een groene afscheiding kent. De bomen en struiken in het midden van het terrein zullen worden weggehaald.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

6/44

Het plan

2.2.3 Nieuwe transformatorstation (TenneT en Liander) In de regio Noord Veluwe is sprake van congestie op het elektriciteitsnetwerk. Dit heeft te maken met de toegenomen vraag en teruglevering van elektriciteit. In de toekomst zal de capaciteitsvraag in de regio nog verder toenemen, o.a. vanwege de ambities op het gebied van duurzaamheid en energie (meer duurzame energieopwekking en verdere elektrificatie van huizen en auto’s). Om deze capaciteitsvraag in de regio Noord-Veluwe op te vangen is een nieuw transformatorstation in Nunspeet nodig. De locatie van het plangebied is daar zeer geschikt voor, omdat hier de bestaande hoogspanningsverbinding uit Harderwijk aankomt. Zo kan het nieuwe station direct op het bestaande netwerk worden aangesloten. De verbinding tussen Harderwijk en Nunspeet is van 50 kV naar 150 kV opgewaardeerd. Het nieuwe transformatorstation wordt hierop aangesloten en zal een 150/20 kV station worden, wat betekent dat hier de 150kV wordt omgevormd naar 20 kV. Vanuit het nieuwe transformatorstation kunnen dan ook diverse grote klanten door middel van 20kV-kabelverbindingen worden aangesloten. Het bestaande 50/10 kV transformatorstation aan de Elektraweg zal tevens worden omgezet naar een 20/10 kV station (20 kV wordt omgezet naar 10 kV). Het nieuwe transformatorstation zal bestaan uit een deel voor Liander en een deel voor TenneT.

Op het deel van Liander komt een stationsgebouw met een middenspanningsinstallaties en de transformatorruimten waarin de transformatoren komen te staan die de spanning omzetten. Op het deel van TenneT komt de schakeltuin, met hieromheen een rondweg. Bij de toegang tot het deel van TenneT komt een Centraal Diensten Unit (CDU) in een vrijstaand gebouw. In afbeelding 7 is globaal de inrichting getoond van het plangebied. Het kan zijn dat de inrichting wijzigt als dit uit technisch oogpunt nodig is. Daarom wordt in het TAM-omgevingsplan flexibiliteit geboden om het ontwerp verder uit te werken en worden gebouwen en bouwwerken niet exact vastgelegd op een plek. Voor het TenneT- en Lianderstation zijn twee afzonderlijke inritten noodzakelijk vanwege functionele, ruimtelijke en veiligheidsgerelateerde overwegingen. Beide stations zijn volledig gescheiden qua eigendom, beheer, beveiliging en gebruik. Deze scheiding wordt fysiek gemarkeerd door een 2,5 meter hoog hekwerk. Een gezamenlijke inrit is ruimtelijk en technisch niet haalbaar, mede door de beperkte beschikbare ruimte en de specifieke ontwerp- en veiligheidseisen. De inrit voor TenneT wordt gerealiseerd op de locatie van de bestaande inrit van het gemeentelijk depot. De inrit voor Liander komt in de noordoosthoek van het terrein en zal tevens dienen als kabelstrook.

Deze strook moet vrij blijven van begroeiing om schade aan ondergrondse kabels te voorkomen. Beide percelen worden kadastraal gesplitst en krijgen afzonderlijke huisnummers en identificaties, essentieel voor een correcte aansturing bij storingen of calamiteiten. Daarnaast verschillen de toegangseisen: monteurs moeten over specifieke bevoegdheden beschikken per station. De Liander-inrit en het station terrein moet voldoende ruim zijn voor zwaar transport (vrachtwagen + dieplader van 18 meter) voor het plaatsen en vervangen van transformatoren. Door eerdere aanpassingen in het ontwerp, waaronder het verplaatsen van het Centraal Diensten Gebouw van TenneT, is het fysiek onmogelijk geworden om via één inrit beide stations adequaat te ontsluiten. Tot slot is de Liander-inrit cruciaal voor de aanleg van kabels die het distributienet in Nunspeet voeden. Deze kabels mogen niet onder diepwortelende beplanting liggen, wat extra ruimtelijke eisen stelt aan deze toegang. Het station zal in fases worden aangelegd waarbij de capaciteit meegroeit met de vraag. Het TAM-omgevingsplan maakt de eindfase mogelijk. In de eindfase zijn er op het station vier transformatoren van elk 80 MVA, wat neerkomt op een totaal opgesteld vermogen van 240 MVA. Dit valt onder milieucategorie 4.2. Het ingeschakeld vermogen van het transformatorstation zal in de toekomstige situatie meer dan 200 MVA bedragen.

Dit wordt onder de Omgevingswet aangemerkt als een "activiteit die in aanzienlijke mate geluid kan veroorzaken" (zie Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), artikel 5.78b, lid c). Voor dergelijke activiteiten moeten in het TAM-omgevingsplan expliciete bepalingen worden opgenomen. In paragraaf 4.8 is nader ingegaan op de milieuzonering en in paragraaf 4.9 is ingegaan op het aspect geluid.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

7/44

Het plan

Vanaf het nieuwe transformatorstation worden nieuwe ondergrondse kabelverbindingen aangelegd (paarse pijlen). En de bestaande hoogspanningsverbinding die vanaf station Harderwijk komt, wordt iets verlegd om op de juiste plek aan te kunnen sluiten op de schakeltuin (roze lijn). 2.2.3.1 Het 150/20kV-gebouw met nieuwe transformatoren Aan de zuidzijde, op het terreindeel van Liander, komt het nieuw 150/20kV gebouw met de middenspanningsinstallaties en de transformatorruimten met daarin de nieuwe transformatoren. Er komen drie transformatoren van elk 80 MVA. In afbeelding 5 is een voorbeeld getoond van hoe een 150/20kV-station er uit ziet. De nieuwe transformatoren komen in transformatorruimtes te staan. De transformatorruimtes bestaan uit een fundatie en drie wanden rondom elke transformator met een opening aan een zijde (in dit geval de noordzijde). De transformatorruimten worden circa 6 tot 8 meter hoog en zijn open aan de bovenkant. De installatieruimten hier omheen worden circa 4 tot 5 meter hoog. Op de nieuwe bouwwerken komen voorzieningen voor bliksemafleiding, welke ca. 11 tot 12 m hoog zijn, gemeten vanaf het maaiveld. Het bebouwd oppervlak van het nieuwe 150/20kv-station is circa 1.200 m2. Rondom het gebouw en de transformatorruimten komt verharding. Het station is onbemand, er komen enkel af en toe medewerkers voor controle en onderhoud.

Hiervoor komt parkeerruimte bij het gebouw. De exacte omvang aan verharding is nog niet bepaald. Ondergronds komen er kabelverbindingen naar de omgeving.

afbeelding 5: voorbeeld plattegrond en 3D impressie van een 150/20kV gebouw (bron: Liander)

2.2.3.2 Het CDU-gebouw Op het terrein van TenneT komt een nieuw gebouw voor de Centrale Diensten Unit (CDU). Dit gebouw krijgt een oppervlakte van circa 275 m2 en een bouwhoogte van circa 6,5 m. Het CDU is een bedieningsgebouw voor de componenten van TenneT als netbeheerder van het hoogspanningsnet. 2.2.3.3 De schakeltuin Centraal op het terrein van TenneT komt de schakeltuin. De schakeltuin is opgedeeld in meerdere 150kV-velden. Deze velden vormen aansluitpunten waar kabelverbindingen op aan te sluiten zijn. Het gaat om portalen met een bouwhoogte van maximaal 12 m en voorzieningen voor bliksemafleiding van maximaal 25 m hoog. Er vindt aansluiting op het bovengrondse hoogspanningsnetwerk plaats via een zogenoemd afspanportaal. Het portaal is ongeveer 20 meter hoog. Er komen hier geen gebouwen. Hieronder is een foto getoond van een deel van de schakeltuin in Harderwijk ter illustratie. De hoge masten die te zien zijn, zijn voorzieningen voor bliksemafleiding, zogenoemde bliksemspitsen. Het transformatorstation in Harderwijk is geen vergelijkbaar station met het nieuwe station aan de Hullerweg. De afbeelding is enkel opgenomen als voorbeeld hoe een schakeltuin er ongeveer uit ziet met de masten, constructies en voorzieningen voor bliksemafleiding.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

8/44

Het plan

afbeelding 6: voorbeeld van een schakeltuin met bliksemspitsen (bron: Liander)

2.2.4 Landschappelijke inpassing De gemeente wil de bestaande houtwallen aan de buitenzijde van het plangebied waar mogelijk behouden en vindt het belangrijk dat het nieuwe transformatorstation en de gewijzigde locatie van het gemeentedepot op een zelfde groene wijze wordt ingepast. Om te komen tot een zorgvuldige landschappelijke inpassing van de toekomstige situatie, is zodoende een landschapsplan opgesteld (Urban Synergy, maart 2026). Het landschapsplan is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting. Hieronder is beknopt ingegaan op het landschapsplan. De projectlocatie ligt landschappelijk gezien in het overgangsgebied van de hoge droge stuwwallen van de Veluwe naar het lagere en nattere kustgebied bij het Veluwemeer. In dit overgangsgebied verandert het landschap van dicht en besloten naar zeer open. De Veluwse bossen gaan over in een kampenlandschap met houtwallen en singels rond de Harderwijkerweg. De gemeente heeft met de direct omwonenden gesproken en de volgende aandachtspunten en wensen bij hen opgehaald omtrent de landschappelijke inpassing van het plan: • De direct omwonenden hebben vrijwel allemaal aangegeven dat ze met name het zicht op het station en het verminderen/voorkomen van geluidsoverlast belangrijk vinden. • Omwonenden zien aan de noordwest kant graag een keermuur van circa 3 meter hoog om zicht en geluid maximaal te minimaliseren.

• Gelieve geen bomen met veel (klein) blad of eikels of bomen die overhangen nabij grondopslag. • Pas inheemse soorten toe. Uitgangspunten voor inpassing: 1. Het voormalige autowrakkenterrein en gemeente depot liggen als twee langgerekte percelen omrand met groensingels aan de Hullerweg. Om het nieuwe transformatorstation en gemeente depot te realiseren worden de beplantingssingels op de scheiding tussen het voormalige autowrakkenterrein en gemeente depot gekapt. Het perceel van het nieuwe transformatorstation en gemeente depot worden als een geheel omrand met groensingels. 2. Bestaande houtwallen rondom het perceel blijven waar mogelijk behouden. 3. De groenstrook rondom het plangebied van het transformatorstation en het toekomstige gemeentedepot vormen een geheel, sluiten goed op elkaar aan en vertonen samenhang in vormgeving en soortensamenstelling.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

9/44

Het plan

4. Grondwallen en beplanting verminderen het zicht op en geluidsverspreiding door het transformatorstation. 5. Een deel van de aanwezige grond moet worden gesaneerd. Hierdoor moet een deel van de bestaande groenstructuur worden verwijderd en deels terug geplant. 6. Hekwerken staan aan de binnenkant van de groensingel.

afbeelding 7: toekomstige situatie plangebied (bron: Urban Synergy)

In de regels is verplicht gesteld om de landschappelijke inpassing te realiseren per deelontwikkeling.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

10/44

Beleidskader

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.

In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het project De nieuwbouw van het transformatorstation sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding die het nieuwe station tot gevolg heeft, is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. De verplaatsing van het gemeentedepot is nodig om ruimte te bieden voor het transformatorstation en heeft geen directe relevantie met de doelen uit de NOVI. 3.2.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s) Artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl bepaalt dat bij een aanvraag om een buitenplanse omgevingsvergunning de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de provinciale instructieregels en eventuele instructies het beoordelingskader vormen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

11/44

Beleidskader

Uit het tweede lid van artikel 8.0b van het Bkl volgt dat de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geweigerd wordt als: a. de activiteit zou leiden tot een situatie die niet is toegelaten op grond van instructie(regel)s; b. de omgevingsplanactiviteit betrekking heeft op een voorbeschermingsregel in het omgevingsplan (opvolger van het voorbereidingsbesluit); c. de omgevingsplanactiviteit het uitvoeren van een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld door provincie of Rijk, belemmert. De hoofdonderwerpen waarvoor rijksinstructieregels gelden zijn hieronder opgesomd: • waarborgen van veiligheid (paragraaf 5.1.2) • beschermen van waterbelangen (paragraaf 5.1.3) • beschermen van gezondheid en milieu (paragraaf 5.1.4), waaronder instructieregels voor de kwaliteit van de buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit; • beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5), waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking; • het behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6) voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden; • het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7), waaronder landsverdediging en nationale veiligheid, elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart,

fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën; • het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8). Daarnaast bevat afdeling 5.2 van het Bkl instructieregels voor de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van belemmeringen van gebruik en beheer van spoorwegen en rijkswegen. Betekenis voor het plan De onderhavige ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een transformatorstation en een gemeentedepot. Op de specifieke milieu- en omgevingsaspecten zoals veiligheid, water, geluid en bodemkwaliteit, wordt in hoofdstuk 4 ingegaan. Hierbij wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de instructieregels. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation of de uitbreiding hiervan niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Gelet hierop is voor het transformatorstation geen toetsing aan de ladder nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk.

De ontwikkeling is bij het bestaande transformatorstation voorzien om zo met een relatief eenvoudige aanpassing het elektriciteitsnetwerk toekomstbestendig te maken. Het gemeentedepot kan worden gezien als een nieuwe stedelijke voorziening. Het gaat om de verplaatsing van de huidige gemeentedepot omdat het nieuwe transformatorstation op een deel van de gronden van het huidige gemeentedepot zal komen. De gronden waar het nieuwe gemeentedepot komt, hebben voor meer dan de helft al een bedrijfsbestemming en worden gebruikt voor het opslaan van grond. Doordat het bestaande gemeentedepot plaats moet maken voor het transformatorstation is de nieuwe locatie nodig. Het is het meest eenvoudig om dit te doen op een locatie dichtbij de huidige locatie, zeker omdat een deel van het terrein al in gebruik is en de geschikte bestemming heeft. Ook kan de bestaande infrastructuur worden gebruikt. Zodoende is er sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Vanuit het oogpunt van de ladder voor duurzame verstedelijking is er geen belemmering voor het plan.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

12/44

Beleidskader

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland integreert vijf wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Een van de ambities die de provincie heeft is een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Het doel is dat Gelderland in 2050 klimaatneutraal is, door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Het tussendoel is om in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland te verwezenlijken. Voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio en de verduurzaming van de energieopwekking, is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De uitbreiding van het transformatorstation is daar noodzakelijk voor. De verplaatsing van het gemeentedepot is een gevolg van de bouw van het nieuwe transformatorstation. 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland De gemeente Nunspeet is gelegen in de provincie Gelderland.

De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening Gelderland (inwerking, laatst gewijzigd 24 september 2025) regels staan waar rekening mee moet worden gehouden bij een nieuw omgevingsplan. Betekenis voor het plan De plannenviewer is geraadpleegd. Het plangebied ligt in meerdere werkingsgebieden (zie afbeelding 8), te weten: • Gelderse streek Randmeerkust; • Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied; • Intrekgebied; • Nationale landschappen; • Oude bosgroeiplaats; • Verbodsgebied windturbines Veluwe; • Werkgebied van de faunabeheereenheid Gelderland. Het plangebied ligt niet in een beschermd natuurgebied zoals het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone. De aanduiding ‘intrekgebied’ (art. 4.15 e.v.) is opgenomen in verband met bescherming van grond- en drinkwater. Het is niet toegestaan binnen het intrekgebied om winning van fossiele energie mogelijk te maken. Daar is in dit plan geen sprake van. Ook de aanduidingen ten aanzien van glastuinbouwbedrijven, verbodsgebied windturbines Veluwe en het werkgebied van de faunabeheereenheid zijn niet relevant voor het plan.

Voor zover een omgevingsplan van toepassing is op locaties binnen de Gelderse streek Randmeerkust wordt bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap als bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap Gelderse streek Randmeerkust (zie bijlage bij artikel 5.42). Het accent van deze regeling ligt op het buitengebied. De provincie gaat er van uit dat gemeenten zelf de kwaliteiten van hun steden en dorpen beschrijven en daarmee rekening houden. Een vergelijkbare regeling geldt voor het werkingsgebied ‘nationale landschappen (artikel 5.33 Omgevingsverordening). Bij een nieuwe ontwikkeling moet beschreven worden hoe rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten van het betreffende nationale landschap. Zoals in afbeelding 8 is te zien, ligt een smalle strook grond aan de noordzijde van het plangebied binnen het werkingsgebied ‘nationale landschappen’. Voor het TAM-omgevingsplan is een landschapsplan opgesteld, waarin is ingegaan op de ontwikkelgeschiedenis en de landschappelijke karakteristieken in het plangebied en de omgeving (zie paragraaf 2.2.4 en bijlage 1). Op basis daarvan is een zorgvuldige landschappelijke inpassing uitgedacht. De bestaande groenstroken aan de randen worden doorgetrokken rondom.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

13/44

Beleidskader

Daarmee wordt voldaan aan de artikelen 5.42 en 5.33 van de provinciale omgevingsverordening. In het omgevingsplan is zoveel als mogelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van door de provincie aangeduide ‘oude bosgroeiplaatsen’ langs de weg (zie afbeelding 8). Deze randen waar de bosgroeiplaatsen zich bevinden blijven beplant. Er wordt wel een nieuwe inrit aangelegd voor het deel van Liander door de groenstrook. Dit is nodig omdat het ruimtelijk en technisch niet haalbaar is om gebruik te maken van de inrit van TenneT.

afbeelding 8: uitsnede Omgevingsverordening Gelderland, actuele versie 24 september 2025 (met blauw zijn de oude bosgroeiplaatsen aangeduid en met groen het werkingsgebied van de nationale landschappen).

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Nunspeet De integrale visie op de leefomgeving van de gemeente Nunspeet is beschreven in de Omgevingsvisie Nunspeet. Deze Omgevingsvisie beschrijft de visie voor de periode tot 2030. De visie is een document waar het economische, sociale en ruimtelijke beleid met elkaar in verband is gebracht. Betekenis voor het plan De gemeente wil in 2050 energieneutraal zijn. Daarvoor moet er meer duurzame energieopwekking in de gemeente bij. Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en de regio is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. Het nieuwe transformatorstation is daar noodzakelijk voor. De verplaatsing van het gemeentedepot is een gevolg van de bouw van het nieuwe transformatorstation. Het TAM-omgevingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente en faciliteert de ambities op het gebied van duurzaamheid en energie. 3.4.2 Programma Duurzaamheid De gemeenteraad heeft in 2016 het ‘Masterplan duurzaamheid 2016-2025 'Nunspeet Duurzaam - Tijd voor nieuwe energie' vastgesteld. De hoofddoelstelling van dit plan is: “Nunspeet is in

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

14/44

Beleidskader

2050 klimaatneutraal - voor zover het de energieproductie betreft - en 100% CO2 reductie ten opzichte van het basisjaar 1990”. Om dit doel te bereiken zijn twee uitvoeringsprogramma’s opgesteld: Uitvoeringsplan duurzaamheid 2017 en Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2018. Hierin zijn concrete projecten benoemd, die een bijdrage moeten leveren aan de hoofddoelstelling voor 2050. De ruimtelijke vertaling en de prioriteiten van het thema duurzaamheid is in de Omgevingsvisie Nunspeet (2018) opgenomen. De ambities zijn recent nogmaals opgenomen in het Programma Duurzaamheid 2019-2025. Betekenis voor het plan Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en de regio is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. Het nieuwe transformatorstation is daar noodzakelijk voor. Het TAM-omgevingsplan past daarmee in het duurzaamheidsbeleid van de gemeente en faciliteert de ambities.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

15/44

Omgevingsaspecten

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.

4.2

Archeologie

4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Betekenis voor het plan Het plangebied ligt binnen de grenzen van Bestemmingsplan Lepelingen III. Dit bestemmingsplan dateert uit 2010 en kent geen archeologische dubbelbestemming voor het plangebied. Aanleiding om geen dubbelbestemming op te nemen, was het archeologische onderzoek dat in 2010 is uitgevoerd in het kader van het bestemmingsplan. De resultaten van het onderzoek gaven destijds geen aanleiding voor een aanvullend onderzoek. In het kader van deze planwijziging is nogmaals gekeken naar het belang van archeologische waarden. Het plangebied ligt grotendeels in een zone met een lage verwachting en deels in een zone met een middelhoge verwachting (zie afbeelding 9). In en rondom het plangebied zijn eerder archeologische onderzoeken uitgevoerd.

Deze zijn met roze aangeduid in afbeelding 9. De diverse archeologische onderzoeken die in en rondom het plangebied de laatste vijftien jaar zijn uitgevoerd, geven geen aanleiding om voor deze ontwikkeling een aanvullend onderzoek uit te voeren. Wel staat er op de verwachtingskaart tegen de zuidwestelijke grens een rood symbool van een huisje afgebeeld. Het betreft een woonlocatie die in 1832 geregistreerd staat. Sommige van deze woonlocaties dateren ver terug in de geschiedenis. Deze specifieke locatie staat bekend als Kleine Bruynen Enck of Vrouw Keyzersgoedje. Dit deel van het plangebied is nu in gebruik als terrein voor het stallen van auto’s behorend bij het demontagebedrijf.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

16/44

Omgevingsaspecten

afbeelding 9: Uitsnede archeologische verwachtingenkaart, met roze zijn de gebieden aangeduid waar in het verleden archeologische onderzoeken zijn uitgevoerd (bron: regioarcheoloog gemeente Nunspeet)

4.2.3 Conclusie De diverse archeologische onderzoeken die in en rondom het plangebied de laatste 15 jaar zijn uitgevoerd, geven geen aanleiding om voor deze ontwikkeling een aanvullend onderzoek uit te voeren. Ook is het niet nodig om een archeologische dubbelbestemming in het plangebied op te nemen. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het plan. Wel wordt aandacht gevraagd voor de historische woonlocatie de kleine bruine enk. Indien men bij graafwerkzaamheden stuit op oude funderingen, zal hier nader onderzoek naar gedaan moeten worden.

4.3

Bodemkwaliteit

4.3.1 Inleiding Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De algemene doelstelling van het bodembeleid is: • het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang; • het beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • het evenwichtig toedelen van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • en het duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en -aantastingen. 4.3.2 Bodemonderzoeken Er zijn twee verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd voor het plangebied, te weten: • Verkennend bodemonderzoek Gemeentewerf Hullerweg, PJ Milieu BV, d.d. 23 maart 2022 (bijlage 2).

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

17/44

Omgevingsaspecten

•

Verkennend en actualiserend bodemonderzoek Autodemontage Van Olst Hullerweg 126, PJ Milieu BV, d.d. 9 maart 2022 (bijlage 3);

De rapporten zijn opgenomen als bijlagen bij de toelichting. Hieronder zijn de bevindingen beschreven. Verkennend bodemonderzoek Gemeentewerf In de vaste bodem zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater is alleen een licht verhoogd gehalte barium aangetoond. Dit heeft echter een natuurlijke oorsprong (niet veroorzaakt door menselijk handelen). PJ Milieu BV concludeert daarom dat de hypothese 'onverdachte locatie' standhoudt. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn geen asbesthoudende materialen of asbestverdachte bijmengingen in de bodem aangetroffen. De locatie is derhalve onverdacht ten aanzien van asbest en een asbest in grondonderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Verkennend en actualiserend bodemonderzoek autodemontagebedrijf Van Olst De onderzoeksresultaten geven aanleiding om aanvullend of nader bodemonderzoek te adviseren, ter plaatse van: • Deellocatie A: het matig verhoogd gehalte zink in boring 5; • Deellocatie B: aanvullend/nader onderzoek naar de overige parameters uit het standaardpakket bodem.

Eventueel kan gelijktijdig met dit aanvullend en nader onderzoek, zodra de locatie beter bereikbaar is, gerichter onderzoek uitgevoerd worden naar de beide bekende verontreinigingskernen; • Deellocatie C: nader asbest in grond-/puinonderzoek ter plaatse van gaten 1, 6, 26 en 101. Daarnaast is het te overwegen de omvang van het aanwezige puin of grond met puin in kaart te brengen; • Deellocatie D: bij afvoer van de grondwal kan het rendabel zijn de grondwal meerdere delen te splitsen en deze indicatief te bemonsteren. Mogelijk zijn delen van een betere kwaliteit dan niet toepasbaar. Verder kan niet uitgesloten kan worden dat door de bedrijfsactiviteiten plaatselijk sterke verontreinigingen (incl. asbest) aanwezig zijn (puntbronnen), welke tijdens dit onderzoek niet bekend zijn geworden. Voor het onderzochte gebied wordt gewerkt aan een saneringsonderzoek en saneringsplan. Met de uitkomsten van het saneringsonderzoek wordt rekening gehouden in het verdere proces. Hierna is de locatie geschikt voor de ontwikkeling van de bedrijfsfuncties. 4.3.3 Conclusie Er zijn twee verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd. Uit een van de twee onderzoeken volgt dat sanering nodig is. Het benodigde saneringsonderzoek en saneringsplan wordt hiervoor opgesteld. In de begroting is rekening gehouden met de kosten.

Voor het plan is van belang dat met de uitkomsten van het bodemonderzoek rekening wordt gehouden en dat het plan uitvoerbaar is. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het plan.

4.4

Ontplofbare oorlogsresten

4.4.1 Inleiding Voor bepaalde gebieden kan een verwachtingswaarde voor het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten gelden, bijvoorbeeld voor locaties waar in de Tweede Wereldoorlog gevochten is. Voorafgaand aan graafwerkzaamheden is verstandig om onderzoek te doen naar de verwachtingen. Wanneer in een vroeg stadium onderzoek wordt verricht naar het al dan niet voorkomen van ontplofbare oorlogsresten kunnen passende maatregelen worden getroffen.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

18/44

Omgevingsaspecten

4.4.2 Resultaten onderzoek Er is voor het TAM-omgevingsplan een historisch vooronderzoek uitgevoerd (‘Vooronderzoek Ontplofbare oorlogsresten Transformatorstation Hullerweg Nunspeet, Bombs Away, 2 november 2023). Het rapport is opgenomen als bijlage 4 bij de toelichting. Hieronder is ingegaan op de bevindingen. Het doel van het vooronderzoek OO is om middels het raadplegen van diverse bronnen vast te stellen of er indicaties zijn dat er vanwege oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog ontplofbare oorlogsresten in/op de (water)bodem in het onderzoeksgebied kunnen zijn achtergebleven. Het gebied is niet verdacht op het voorkomen van OO. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek OO is vastgesteld dat er geen indicaties zijn dat door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog OO zijn achtergebleven in/op de (water)bodem binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. 4.4.3 Conclusie Het plangebied is niet verdacht op het voorkomen van OO. Er zijn vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten geen beperkingen. Er is geen belemmering voor het plan vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten.

4.5

Water

4.5.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterprogramma (NWP) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het waterschap en de gemeente relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het waterschap Vallei en Veluwe en de gemeente. 4.5.1.1 Waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe De waterschapsverordening van Waterschap Vallei en Veluwe (laatst gewijzigd 1 oktober 2025) bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het watersysteem binnen het waterschapsgebied. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur van Waterschap Vallei en Veluwe en de daarbij horende algemene regels. Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op rijksniveau waren geregeld. De regels in de waterschapsverordening zijn, met het oog op de maatschappelijke doelen van artikel 1.3 van de wet, gericht op: a. het voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; b.

het beschermen en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen; c. het vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen; en d. het beschermen en verbeteren van de doelmatige werking van een zuiveringtechnisch werk. Vasthouden – bergen – afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

19/44

Omgevingsaspecten

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoonhouden – scheiden – schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het uitgangspunt is om duurzame bouwmaterialen te gebruiken en geen uitlogende materialen toe te passen voor delen waar hemelwater op komt zoals daken, gevels en verharde terreinen. 4.5.1.2 Beleids- en beheerplan Water en Riolering Nunspeet De gemeente Nunspeet heeft met de gemeenten Hattem, Oldebroek en Elburg een gezamenlijk beleids- en beheerplan water en riolering opgesteld, in samenwerking met het Waterschap Vallei en Veluwe.

De gemeente heeft drie watertaken, zorgplichten genoemd, namelijk de afvalwaterzorgplicht, de hemelwaterzorgplicht en de grondwaterzorgplicht. Deze zorgplichten vormen de basis van het gemeentelijk waterbeleid, dat is vastgelegd in het beleids- en beheerplan Water en Riolering. Het werk van het waterschap is onlosmakelijk verbonden aan dat van de gemeenten. Het waterschap verzorgt namelijk de zuivering van het ingezamelde afvalwater en het beheer van het oppervlaktewater. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, zoals een transformatorstation en gemeentewerf, moet rekening worden gehouden met deze zorgplichten. Dit betekent dat er aandacht moet zijn voor de inzameling, afvoer en verwerking van afvalwater, hemelwater en grondwater, en dat structurele nadelige gevolgen van grondwateroverlast of -onderlast moeten worden voorkomen. Het plan benadrukt het belang van klimaatadaptatie en het voorkomen van wateroverlast bij extreme buien. Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de afvoer en berging van hemelwater, bijvoorbeeld door het toepassen van gescheiden inzameling, infiltratievoorzieningen of waterberging. In het beleid is dan ook opgenomen dat bij een nieuwe ontwikkeling op het eigen terrein moet worden voldaan aan een bergingseis van 60 mm per m2 verhard oppervlak. Na 60 mm mag het water op een natuurlijke manier overstromen.

4.5.2 Situatie plangebied Het plangebied ligt in verschillende werkingsgebieden (zie afbeelding 10). Het gaat om de volgende werkingsgebieden: • Beheergebied; • Niet aangewezen oppervlaktewaterlichamen; • Beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam; • Oppervlaktewaterlichaam categorie C (incl. buiten een poldergebied en in gebied zonder een natuurfunctie); • Oppervlaktewaterlichaam buiten vaarwater categorie I; • Oppervlaktewaterlichaam zonder natuurfunctie; • Gebied zonder een natuurfunctie zijnde natte landnatuur inclusief hydrologische beschermingszone. Hierna is op de betekenis van de werkingsgebieden ingegaan.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

20/44

Omgevingsaspecten

afbeelding 10: plangebied op de waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe (bron: Omgevingsloket)

Oppervlaktewaterlichamen Er zijn zes werkingsgebieden die gaan over oppervlaktewaterlichamen. Uit de watertoets volgt dat het plangebied een C-watergang raakt (categorie C buiten een poldergebied). Er ligt aan de westzuidwest zijde van het plangebied een C-watergang (WL_94296) met een lengte van 133 meter. Deze loopt net buiten de bestaande houtwal en deels in het plangebied. Aan deze zijde komt in het TAM-omgevingsplan de functie Natuur-Houtwal. Er worden geen aanpassingen aan de watergang gedaan. Ten noordoosten van het plangebied, aan de overzijde van de weg, loopt een A-watergang. Hier vinden in het kader van de voorgenomen planontwikkeling geen aanpassingen aan.

TAM-omgevingsplan H22a Transformatorstation en gemeentedepot Hullerweg 01, Vastgesteld

21/44

Omgevingsaspecten

afbeelding 11: uitsnede Legger watersysteem met het plangebied aangeduid (bron: www.dewatertoets.nl)

Hemelwater Er worden op de dakoppervlakken en aan de gevels van de nieuwe bebouwing geen uitlogende bouwmaterialen toegepast. De bestaande en de nieuwe transformatorruimten zijn aan de bovenzijde open. Hemelwater dat in contact kan komen met transformatoren kan verontreinigd zijn met olie. Dit hemelwater mag niet op het oppervlaktewater worden afgevoerd of in de bodem komen. Het hemelwater dat valt ter plaatse van de transformatoren zal daarom mogelijk worden afgevoerd op de aanwezige riolering. Een andere mogelijkheid is dat een hemelwatersysteem met oliedetectie wordt toegepast, zodat er geen vervuild hemelwater wordt afgevoerd naar groenzones. Er wordt zorggedragen dat er geen vervuild hemelwater wordt geloosd. Ook zal worden voldaan aan de bergingseisen uit het gemeentelijke beleids- en beheerplan van 60 mm per vierkante meter verhard oppervlak. Hierover wordt door de initiatiefnemers in de vergunningverlening voor de bouw en inrichting van het terrein met gemeente en het waterschap afgestemd. Voor het gemeentedepot is het uitgangspunt dat hemelwater zal infiltreren op eigen terrein en omliggende groenstroken. Bij de uitwerking van het plan in het kader van de vergunning wordt dit nader uitgewerkt. Het uitgangspunt is dat wordt voldaan aan de bergingseisen uit het gemeentelijke beleids- en beheerplan van 60 mm per vierkante meter verhard oppervlak.

Hierover wordt in de vergunningverlening voor de bouw en inrichting van het terrein met het waterschap afgestemd. Verharding De verschillende ontwikkelingen leiden tot een verandering in oppervlakte aan verharding en bebouwing ten opzichte van de bestaande situatie. In de onderstaande tabel is weergegeven wat de huidige en toekomstige situatie is qua verharding en onverharde delen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16842059/1