CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5e. Motivering Plaggebaan 13 13a

Commissie Ruimte en Wonen 13 april 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Plaggebaan 1324.060 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

bodem profielen sch a a l 1 :5 0 onderzoek project code get ekend conform

Pla g g e b a a n 1 3 e n 1 2 a t e Elsp e e t 250386 N EN 5 1 0 4

PEILBUIS

BORIN G

OLIE OP W ATER REACTIE

num m er

bodem m onst er, geroerd

Geen casing

Zwak

Mat ig

St erk

Uit erst

bodem laag

GEUR IN TEN SITEIT

bent oniet

grondwat erst and t ijdens boren

bodem m onst er, ongeroerd

filt ergrind

Geen Zeer zwak

Zwak

Mat ig

St erk

bodem laag filt ert raject grondwat erst and

links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP

GRON D SOORTEN

M ATE V AN BIJM EN GIN G

GRIND, grindig (G,g)

zwak - (0-5%)

ZAND, zandig (Z,z)

m at ig - (5-15%)

LEEM, silt ig (L,s)

st erk - (15-50%)

KLEI, kleiig (K,k)

uit erst - (> 50%)

VEEN, hum eus (V,h)

slib

V ERH ARD IN GEN

GRAD ATIE Z AN D

asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag

uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )

OV ERIG

GRAD ATIE GRIN D

bodem vreem de best andsdelen aanwezig

f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )

wat er

BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er

Zeer st erk

Bijlage E

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Baecx BV Vera Joustra De Spil 31c 3774 SE Kootwijkerbroek

Klantnr:

35010246

Analyserapport 1548406 250386 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet 1 Datum: 28.04.2025

Opdracht Opdrachtgever Opdrachtacceptatie Project

1548406 Bodem / Eluaat 35010246 Baecx BV 22.04.2025 143116 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn.

Dit analyserapport met opdrachtnummer 1548406 en analyserapportversie 1 bevat de analyse(s) van monsternummer(s) 823559, 823564. Met vriendelijke groet,

DOC-13-25658010-NL-P1

AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Merijn Rutgers, Tel. +31570788117 Merijn.Rutgers@al-west.nl

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).

Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Analyserapport 1548406 250386 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet 1 Datum: 28.04.2025 Monster informatie Monsternummer Datum monstername

Monster beschrijving

823559

19.04.2025

823564

19.04.2025

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0-50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50 MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150

Algemene monstervoorbehandeling

S S

Parameter

Eenheid

Voorbehandeling conform AS3000 Droge stof

%

823559

823564

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

++1),2) 86,51)

++1),2) 81,71)

823559

823564

Fracties (sedigraaf)

S

Parameter

Eenheid

Fractie < 2 µm

% Ds

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

2,1

<1,06)

823559

823564

Klassiek Chemische Analyses

S

Parameter

Eenheid

Organische stof7)

% Ds

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

4,9

4,05)

823559

823564

Voorbehandeling metalen analyse Parameter S

Eenheid

Koningswater ontsluiting

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

++1),2)

++1),2)

823559

823564

Metalen (AS3000)

S S S S S S S S S S

Parameter

Eenheid

Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn)

mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

<4,06) <206) 0,22 <3,06) 8,7 <0,056) 24 <1,56) 4,4 46

--3) <206) <0,206) <3,06) <5,06) <0,056) 11 <1,56) <4,06) <206)

823559

823564

PAK (AS3000)

DOC-13-25658010-NL-P2

Parameter

Eenheid

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

S Anthraceen mg/kg Ds <0,0506) <0,0506) 6) S Benzo(a)anthraceen mg/kg Ds <0,050 <0,0506) 6) S Benzo(ghi)peryleen mg/kg Ds <0,050 <0,0506) 6) S Benzo(k)fluorantheen mg/kg Ds <0,050 <0,0506) S Benzo-(a)-Pyreen mg/kg Ds 0,062 <0,0506) S Chryseen mg/kg Ds 0,064 <0,0506) 6) S Fenanthreen mg/kg Ds <0,050 <0,0506) Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).

Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Analyserapport 1548406 250386 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet 1 Datum: 28.04.2025 Monster informatie Monsternummer Datum monstername

Monster beschrijving

823559

19.04.2025

823564

19.04.2025

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0-50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50 MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 823559

823564

Parameter

Eenheid

S S S

Fluorantheen Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen Naftaleen

mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

0,12 0,081 <0,0506)

<0,0506) <0,0506) <0,0506)

S

Som PAK (VROM) (Factor 0,7)

mg/kg Ds

0,544)

0,354)

823559

823564

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

Minerale olie (AS3000/AS3200)

S

Parameter

Eenheid

Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12*) Koolwaterstoffractie C12-C16*) Koolwaterstoffractie C16-C20*) Koolwaterstoffractie C20-C24*) Koolwaterstoffractie C24-C28*) Koolwaterstoffractie C28-C32*) Koolwaterstoffractie C32-C36*) Koolwaterstoffractie C36-C40*)

mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

<356) <36) <36) <46) <56) <56) <56) <56) <56)

<356) <36) <36) <46) <56) <56) <56) <56) <56)

823559

823564

Polychloorbifenylen (AS3000) Parameter

Eenheid

S S S S S S S

PCB 28 PCB 52 PCB 101 PCB 118 PCB 1388) PCB 153 PCB 180

mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds mg/kg Ds

<0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106)

<0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106) <0,00106)

S

Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor mg/kg Ds 0,7)

0,00494)

0,00494)

MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150 50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

Alle resultaten van de vaste parameters zijn gebaseerd op de droge stof (DS), behalve de analyten die zijn gemarkeerd met het teken 1) die zijn gebaseerd op de oorspronkelijke stof (OS). 2) "++" Geeft aan dat de noodzakelijke behandeling in het laboratorium is uitgevoerd. 3) "--" Geeft "niet aangevraagd" aan. 4) Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7. 5) Gehaltes beneden de rapportagegrens zijn niet mee inbegrepen. 6) Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. 7) Het organische stof gehalte is gecorrigeerd met het lutum gehalte, indien geen lutum is bepaald dan is gecorrigeerd met een lutum gehalte van 5,4%. Het organische stof gehalte is niet gecorrigeerd voor het vrij ijzer gehalte, tenzij dit bepaald is. 8) Het analyseresultaat van PCB 138 is mogelijk overschat vanwege co-elutie met PCB 163 S Erkend volgens AS SIKB 3000

DOC-13-25658010-NL-P3

1)

Start van de test: 22.04.2025 Einde van de test: 28.04.2025 Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).

Blad 3 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Analyserapport 1548406 250386 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet 1 Datum: 28.04.2025

De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste items. In gevallen waarin het laboratorium niet verantwoordelijk was voor de bemonstering, gelden de gerapporteerde resultaten voor de monsters zoals deze zijn ontvangen. Het laboratorium is niet verantwoordelijk voor de door de klant verstrekte informatie. Eventuele klantinformatie in dit analyserapport valt niet onder de accreditatie van het laboratorium en kan de geldigheid van de resultaten beïnvloeden. Gedeeltelijke reproductie van het rapport zonder onze schriftelijke toestemming is niet toegestaan. In het geval van een conformiteitsverklaring wordt de discrete benadering gebruikt als beslisregel. Dit betekent dat de meetonzekerheid niet wordt meegenomen in de conformiteitsverklaring met een specificatie of norm.

AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Merijn Rutgers, Tel. +31570788117 Merijn.Rutgers@al-west.nl

Lijst van methoden conform Protocollen AS 3000

DOC-13-25658010-NL-P4

conformNEN-EN12880; AS3000, AS3200; NENEN15934

Voorbehandeling conform AS3000 • Organische stof7) • Arseen (As) • Barium (Ba) • Cadmium (Cd) • Kobalt (Co) • Koper (Cu) • Kwik (Hg) • Lood (Pb) • Molybdeen (Mo) • Nikkel (Ni) • Zink (Zn) • Anthraceen • Benzo(a)anthraceen • Benzo(ghi)peryleen • Benzo(k) fluorantheen • Benzo-(a)-Pyreen • Chryseen • Fenanthreen • Fluorantheen • Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen • Naftaleen • Som PAK (VROM) (Factor 0,7) • Koolwaterstoffractie C10-C40 • PCB 28 • PCB 52 • PCB 101 • PCB 118 • PCB 1388) • PCB 153 • PCB 180 • Som PCB (7 Ballschmiter) (Factor 0,7) Droge stof

eigen methode*)

Koolwaterstoffractie C10-C12*) • Koolwaterstoffractie C12-C16*) • Koolwaterstoffractie C16-C20*) • Koolwaterstoffractie C20-C24*)

Protocollen AS 3000 / Protocollen AS 3200

• Koolwaterstoffractie C24-C28*) • Koolwaterstoffractie C28-C32*) • Koolwaterstoffractie C32-C36*) • Koolwaterstoffractie C36-C40*) Fractie < 2 µm • Koningswater ontsluiting

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).

Blad 4 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=823559]

DOC-13-25658144-NL-P1

CHROMATOGRAM for Order No. 1548406, Analysis No. 823559, created at 25.04.2025 10:43:38 Monster beschrijving: MMG01, 02: 20-40, 03: 0-30, 01: 10-50, 04: 0-20, 05: 0-50, 06: 0-20, 07: 0-50, 08: 0-50

Blad 1 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=823564]

DOC-13-25658144-NL-P2

CHROMATOGRAM for Order No. 1548406, Analysis No. 823564, created at 25.04.2025 10:48:07 Monster beschrijving: MMG02, 01: 50-80, 01: 100-150, 06: 50-80, 06: 100-150

Blad 2 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Baecx BV Vera Joustra De Spil 31c 3774 SE Kootwijkerbroek

Klantnr:

35010246

Analyserapport 1552047 - 844476 250386 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet 2 Datum: 02.05.2025

Opdracht Opdrachtgever Opdrachtacceptatie Project

1552047 Water 35010246 Baecx BV 30.04.2025 143116 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet

Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Let op: alleen de algemene voorwaarden van AL-West gedeponeerd bij de KvK te Deventer, zijn van toepassing. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen erop u met de toegezonden informatie van dienst te zijn.

Dit analyserapport met opdrachtnummer 1552047 en analyserapportversie 1 bevat de analyse(s) van monsternummer(s) 844476. Met vriendelijke groet,

DOC-13-25703544-NL-P1

AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Merijn Rutgers, Tel. +31570788117 Merijn.Rutgers@al-west.nl

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).

Blad 1 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Analyserapport 1552047 - 844476 250386 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet 2 Datum: 02.05.2025 Monster informatie Monsternummer

Monster beschrijving

Datum monstername

844476

1, 01-PB01: 180-280

30.04.2025

Metalen (AS3000)

S S S S S S S S S S

Parameter

Eenheid

Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

844476 1, 01-PB01: 180-280

<5,02) <202) <0,202) <2,02) 6,8 <0,0502) <2,02) <2,02) <3,02) <102)

Aromaten (AS3000) 844476

Parameter

Eenheid

S S S S S

Benzeen Tolueen Ethylbenzeen m,p-Xyleen ortho-Xyleen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,202) <0,202) <0,202) <0,202) <0,102)

S

Som Xylenen (Factor 0,7)

µg/l

0,211)

S S

Naftaleen Styreen

µg/l µg/l

0,038 <0,202)

1, 01-PB01: 180-280

DOC-13-25703544-NL-P2

Chloorhoudende koolwaterstoffen (AS3000) 844476

Parameter

Eenheid

S S S S S S S S S S S

Dichloormethaan Trichloormethaan (Chloroform) Tetrachloormethaan (Tetra) 1,1-Dichloorethaan 1,2-Dichloorethaan 1,1,1-Trichloorethaan 1,1,2-Trichloorethaan Vinylchloride 1,1-Dichlooretheen Cis-1,2-Dichlooretheen trans-1,2-Dichlooretheen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<0,202) <0,202) <0,102) <0,202) <0,202) <0,102) <0,102) <0,202) <0,102) <0,102) <0,102)

S

Som cis/trans-1,2-Dichlooretheen (Factor 0,7)

µg/l

0,141)

S

Som Dichlooretheen (Factor 0,7)

µg/l

0,211)

1, 01-PB01: 180-280

S Trichlooretheen (Tri) µg/l <0,202) S Tetrachlooretheen (Per) µg/l <0,102) S 1,1-Dichloorpropaan µg/l <0,202) S 1,2-Dichloorpropaan µg/l <0,202) Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).

Blad 2 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Analyserapport 1552047 - 844476 250386 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet 2 Datum: 02.05.2025 Monster informatie Monsternummer

Monster beschrijving

Datum monstername

844476

1, 01-PB01: 180-280

30.04.2025 844476

Parameter

Eenheid

S

1,3-Dichloorpropaan

µg/l

<0,202)

S

Som Dichloorpropanen (Factor 0,7)

µg/l

0,421)

1, 01-PB01: 180-280

Broomhoudende koolwaterstoffen

S

Parameter

Eenheid

Tribroommethaan (bromoform)

µg/l

844476 1, 01-PB01: 180-280

<0,202)

Minerale olie (AS3000)

S

Parameter

Eenheid

Koolwaterstoffractie C10-C40 Koolwaterstoffractie C10-C12*) Koolwaterstoffractie C12-C16*) Koolwaterstoffractie C16-C20*) Koolwaterstoffractie C20-C24*) Koolwaterstoffractie C24-C28*) Koolwaterstoffractie C28-C32*) Koolwaterstoffractie C32-C36*) Koolwaterstoffractie C36-C40*)

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

844476 1, 01-PB01: 180-280

<502) <102) <102) <5,02) <5,02) <5,02) <5,02) <5,02) <5,02)

1)

Bij deze som zijn resultaten "<rapportagegrens" vermenigvuldigd met 0,7. Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. S Erkend volgens AS SIKB 3000 2)

Start van de test: 30.04.2025 Einde van de test: 02.05.2025 De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de geteste items. In gevallen waarin het laboratorium niet verantwoordelijk was voor de bemonstering, gelden de gerapporteerde resultaten voor de monsters zoals deze zijn ontvangen. Het laboratorium is niet verantwoordelijk voor de door de klant verstrekte informatie. Eventuele klantinformatie in dit analyserapport valt niet onder de accreditatie van het laboratorium en kan de geldigheid van de resultaten beïnvloeden. Gedeeltelijke reproductie van het rapport zonder onze schriftelijke toestemming is niet toegestaan. In het geval van een conformiteitsverklaring wordt de discrete benadering gebruikt als beslisregel. Dit betekent dat de meetonzekerheid niet wordt meegenomen in de conformiteitsverklaring met een specificatie of norm.

AL-West B.V. (AGROLAB GROUP), Dhr. Merijn Rutgers, Tel. +31570788117 Merijn.Rutgers@al-west.nl

Lijst van methoden eigen methode*)

Koolwaterstoffractie C10-C12*) • Koolwaterstoffractie C12-C16*) • Koolwaterstoffractie C16-C20*) • Koolwaterstoffractie C20-C24*) • Koolwaterstoffractie C24-C28*) • Koolwaterstoffractie C28-C32*) • Koolwaterstoffractie C32-C36*) • Koolwaterstoffractie C36-C40*) Arseen (As) • Barium (Ba) • Cadmium (Cd) • Kobalt (Co) • Koper (Cu) • Kwik (Hg) • Lood (Pb) • Molybdeen (Mo) • Nikkel (Ni) • Zink (Zn) • Benzeen • Tolueen • Ethylbenzeen • m,p-Xyleen • ortho-Xyleen • Som Xylenen (Factor 0,7) • Naftaleen • Styreen • Dichloormethaan • Trichloormethaan (Chloroform) • Tetrachloormethaan (Tetra) • 1,1-Dichloorethaan • 1,2-Dichloorethaan • 1,1,1Trichloorethaan • 1,1,2-Trichloorethaan • Vinylchloride • 1,1-Dichlooretheen • Cis-1,2-Dichlooretheen • trans-1,2-Dichlooretheen • Som cis/trans-1,2-Dichlooretheen (Factor 0,7) • Som Dichlooretheen (Factor 0,7) • Trichlooretheen (Tri) • Tetrachlooretheen (Per) • 1,1-Dichloorpropaan • 1,2-Dichloorpropaan • 1,3-Dichloorpropaan • Som Dichloorpropanen (Factor 0,7) • Tribroommethaan (bromoform) • Koolwaterstoffractie C10-C40

DOC-13-25703544-NL-P3

Protocollen AS 3100

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).

Blad 3 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl

Analyserapport 1552047 - 844476 250386 Plaggebaan 13 en 12a te Elspeet 2

DOC-13-25703544-NL-P4

Datum: 02.05.2025

Parameters uitgevoerd door AL-West BV zijn geaccrediteerd volgens EN ISO/IEC 17025:2017. Alleen niet-geaccrediteerde en/of uitbestede parameters zijn gemarkeerd met het symbool *).

Blad 4 van 4 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl [@ANALYNR_START=844476]

DOC-13-25703717-NL-P1

CHROMATOGRAM for Order No. 1552047, Analysis No. 844476, created at 02.05.2025 10:42:25 Monster beschrijving: 1, 01-PB01: 180-280

Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01

Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer

Bijlage F

Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode

Monster Status Gehanteerde waarden (gemeten of ingevoerd ) Humus (%) Lutum (%)

1.0.0 Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (landbodem) [T.130]

MMG01 Afgerond

4,9 2,1

Parameter Eenheid Algemene monstervoorbehandeling Droge stof % 86,5 Fracties (sedigraaf) Fractie < 2 µm % 2,1 Metalen (AS3000) Arseen (As) mg/kg 4,56 Barium (Ba) mg/kg 53,6 Lood (Pb) mg/kg 35,8 Cadmium (Cd) mg/kg 0,33 Kobalt (Co) mg/kg 7,3 Koper (Cu) mg/kg 16,3 Molybdeen (Mo) mg/kg 1,05 Nikkel (Ni) mg/kg 12,7 Kwik (Hg) mg/kg 0,049 Zink (Zn) mg/kg 101 PAK (AS3000) Anthraceen mg/kg 0,035 Benzo(a)anthraceen mg/kg 0,035 Benzo-(a)-Pyreen mg/kg 0,062 Benzo(ghi)peryleen mg/kg 0,035 Benzo(k)fluorantheen mg/kg 0,035 Chryseen mg/kg 0,064 Fluorantheen mg/kg 0,12 Indeno-(1,2,3-c,d)pyreen mg/kg 0,081 Naftaleen mg/kg 0,035 Fenanthreen mg/kg 0,035 Minerale olie (AS3000/AS3200) Koolwaterstoffractie C10-C40 mg/kg 50 Koolwaterstoffractie C10-C12 mg/kg 4,29 Koolwaterstoffractie C12-C16 mg/kg 4,29 Koolwaterstoffractie C16-C20 mg/kg 5,71 Koolwaterstoffractie C20-C24 mg/kg 7,14 Koolwaterstoffractie C24-C28 mg/kg 7,14 Koolwaterstoffractie C28-C32 mg/kg 7,14 Koolwaterstoffractie C32-C36 mg/kg 7,14 Koolwaterstoffractie C36-C40 mg/kg 7,14 Polychloorbifenylen (AS3000) PCB 28 ug/kg 1,43 PCB 52 ug/kg 1,43 PCB 101 ug/kg 1,43 PCB 118 ug/kg 1,43 PCB 138 ug/kg 1,43 PCB 153 ug/kg 1,43 PCB 180 ug/kg 1,43 Overig onderzoek som 7 polychloorbifenylen PCB28, 52, 101, 118,ug/kg 138, 153, 180 10 som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM) mg/kg 0,54 Resultaat voor dit monster

< IW

MMG02 Afgerond

4 <1 IW 81,7 0,7 76 54,2 16,7 0,22 7,38 6,77 1,05 8,17 0,049 31,6

530 13 190 190 190 100 36 720

0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 0,035 61,2 5,25 5,25 7 8,75 8,75 8,75 8,75 8,75

5000

1,75 1,75 1,75 1,75 1,75 1,75 1,75 12,2 0,35

1000 40

< IW

Toetsoordeel: <= Interventiewaarde Toetsoordeel: > Interventiewaarde Disclaimer: resultaten en eenheden uit TerraIndex Botova-service beoordelings regels Deze informatie wordt louter ter informatie gegeven en valt niet onder de verantwoordelijkheid van de AGROLAB Groep. Ze kan veranderen naargelang de huidige regelgeving of de organisatie van de AGROLAB Groep.

Toetsingsinstellingen Versie Toetsingsmethode

Monster Status Parameter Eenheid Metalen (AS3000) Arseen (As) ug/l Barium (Ba) ug/l Lood (Pb) ug/l Cadmium (Cd) ug/l Kobalt (Co) ug/l Koper (Cu) ug/l Molybdeen (Mo) ug/l Nikkel (Ni) ug/l Kwik (Hg) ug/l Zink (Zn) ug/l Aromaten (AS3000) Benzeen ug/l Tolueen ug/l Ethylbenzeen ug/l m,p-Xyleen ug/l ortho-Xyleen ug/l Naftaleen ug/l Styreen ug/l Chloorhoudende koolwaterstoffen (AS3000) Dichloormethaan ug/l Trichloormethaan (Chloroform) ug/l Tetrachloormethaan (Tetra) ug/l 1,1-Dichloorethaan ug/l 1,2-Dichloorethaan ug/l 1,1,1-Trichloorethaan ug/l 1,1,2-Trichloorethaan ug/l Vinylchloride ug/l 1,1-Dichlooretheen ug/l Cis-1,2-Dichlooretheen ug/l trans-1,2-Dichlooretheen ug/l Trichlooretheen (Tri) ug/l Tetrachlooretheen (Per) ug/l 1,1-Dichloorpropaan ug/l 1,2-Dichloorpropaan ug/l 1,3-Dichloorpropaan ug/l Broomhoudende koolwaterstoffen Tribroommethaan (bromoform) ug/l Minerale olie (AS3000) Koolwaterstoffractie C10-C40 ug/l Koolwaterstoffractie C10-C12 ug/l Koolwaterstoffractie C12-C16 ug/l Koolwaterstoffractie C16-C20 ug/l Koolwaterstoffractie C20-C24 ug/l Koolwaterstoffractie C24-C28 ug/l Koolwaterstoffractie C28-C32 ug/l Koolwaterstoffractie C32-C36 ug/l Koolwaterstoffractie C36-C40 ug/l Overig onderzoek som xyleen-isomeren ug/l som dichlooretheen-isomeren ug/l

1.0.0 Beoordeling BKL Grondwater Noord-Brabant voor grondwatersanering tov de Signaleringsparameters [T.1007]

PB01 Afgerond SP 3,5 14 1,4 0,14 1,4 6,8 1,4 2,1 0,035 7

60 625 75 6 100 75 300 75 0,3 800

0,14 0,14 0,14 0,14 0,07 0,038 0,14

30 1000 150

0,14 0,14 0,07 0,14 0,14 0,07 0,07 0,14 0,07 0,07 0,07 0,14 0,07 0,14 0,14 0,14

1000 400 10 900 400 300 130 5 10

0,14

630

35 7 7 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5 3,5

600 600 600 600 600 600 600 600 600

0,21 0,14

70 20

som 10 polyaromatische koolwaterstoffen (VROM) ug/l som 3 dichloorpropanen (som 1,1- en 1,2- en 1,3-)ug/l

0,038S 0,42

80

som 16 aromatische oplosmiddelen (Bbk, 1-1-2008) ug/l

0,77S

Resultaat voor dit monster

70 300

500 40

Voldoet SP

Disclaimer: resultaten en eenheden uit TerraIndex Botova-service beoordelings regels S) Enkele parameters ontbreken in de som Deze informatie wordt louter ter informatie gegeven en valt niet onder de verantwoordelijkheid van de AGROLAB Groep. Ze kan veranderen naargelang de huidige regelgeving of de organisatie van de AGROLAB Groep.

Bijlage G

Functiescheiding Plaggebaan 13 en 13a Elspeet 250386 19 april 2025 29 april 2025

“Ik verklaar dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 1000, 2000 en de daarbij horende protocollen.” Eventuele afwijkingen van de BRL en protocollen zijn vermeld in het veldwerkverslag.

Dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax Veldwerker Baecx B.V.

‘’Baecx B.V. verklaart dat de werkzaamheden op kantoor onafhankelijk van de opdrachtgever zijn uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 1000, 2000 en de daarbij horende protocollen.’’ Eventuele afwijkingen van de BRL en protocollen zijn vermeld in de rapportage.

Dhr. S.P.M. (Matthijs) Bax Eigenaar Baecx B.V.

Bijlage 2 Akoestische beschouwing

89

Akoestische beschouwing verkeerslawaai Plaggebaan 13 Elspeet

Opdrachtgever

Buro Holdijk Dhr. G. Holdijk gert@buroholdijk.nl

Contactpersoon

Uitvoering

AWG Geluidadvies bv Projectnummer

2025-062

Versie

Mei.25-v1

Behandeld door

Lex Groenewold

Datum

22 mei 2025

Dokter Holtropstraat 97 • 3851 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.awg-geluidadvies.nl • e-mail: info@awg-geluidadvies.nl KvK: 8341 0163 • BTW: NL862863533B01 • Bank: NL96 RBRB 8835 5024 89

1. Aanleiding en doel Initiatiefnemer bereidt een aanvraag voor om de bestaande situatie te herschikken inclusief sloop en nieuwbouw aan de Plaggebaan 13-13a te Elspeet, gemeente Nunspeet. Onderdeel van de ruimtelijke onderbouwing betreft het aspect verkeerslawaai.

2. Beschrijving situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het plangebied ligt in het buitengebied ten zuidwesten van Elspeet en ten noordwesten van Uddel. De bestaande situatie bestaat uit een hoofdwoning met afwijkende maatvoering, een kleine woning en diverse bijgebouwen. Plan is van de bestaande hoofdwoning met nummer 13 een kleine woning te maken, waarbij de aansluitende lange schuur aan de achterzijde wordt gesloopt. Deze blijft gelegen aan de Plaggebaan. De huidige kleine woning met nummer 13a zal gesloopt worden en verplaatst. De nieuw te bouwen reguliere woning zal gelegen zijn aan de Kleine Kolonieweg. Verder worden er twee schuren gesloopt en een nieuw bijgebouw gerealiseerd. Het gaat dus in beide situaties om 2 woningen, waarvan 1 bestaand (wordt kleiner) en de andere vervangende nieuwbouw op een iets andere locatie.

Luchtfoto ligging plangebied

Schematische weergave plangebied

Beoogde nieuwe situatie Bron: Situatietekening nieuw Buro Holdijk

Ako Plaggebaan 13 Elspeet Mei25-v1.doc

2

Versie: 22 mei 2025

Bij nieuwe plannen vindt een toets plaats of bij het plan of vanwege de activiteit sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ook wel ETFAL genoemd). Eén van de aspecten is wegverkeerslawaai. In deze situatie gaat het om twee wegen, de Plaggebaan en de Kleine kolonieweg. Beide wegen zijn smalle buitenwegen, met alleen enig bestemmingsverkeer (zie foto). De intensiteit zal niet hoger zijn dan een 500 mvt/etmaal. Het is de vraag of hiervoor een akoestisch onderzoek nodig is. Volgens de atlas leefomgeving is er sprake van een waarde aan de gevel van Lden < 46 dB. De nieuwe woning komt nog iets verder van de Kleine kolonieweg af te staan. Daarmee zal de streefwaarde van 53 dB zeker worden gehaald. Een akoestisch onderzoek is niet nodig.

Ako Plaggebaan 13 Elspeet Mei25-v1.doc

3

Versie: 22 mei 2025

Bijlage 3 Natuurtoets

93

Quickscan soorten sloop en nieuwbouw Plaggebaan 13/13a te Elspeet

Opdrachtgever

Buro Holdijk Dhr. G. Holdijk gert@buroholdijk.nl

Contactpersoon

Uitvoering

Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur Dossiernummer

2025-062

Versie

Mei.25-v1

Behandeld door

Marnix Groenewold

e

2 Lezer

Lex Groenewold

Datum

9 mei 2025

Dokter Holtropstraat 97 • 3851 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL20 KNAB 0407 9135 48

Inhoudsopgave 1 2 3 4

Aanleiding en doel ........................................................................................................ 3 Beschrijving situatie ...................................................................................................... 3 Relevante wetgeving .................................................................................................... 4 Aanpak onderzoek ........................................................................................................ 5 4.1 Gewenste ontwikkeling ......................................................................................... 5 4.2 Bronnenonderzoek ............................................................................................... 5 4.3 Locatiebezoek ...................................................................................................... 6 5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna ................................................................. 6 5.1 Vaatplanten .......................................................................................................... 6 5.2 Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen ............................................................... 6 5.3 Zoogdieren ...........................................................................................................

6 5.3.1 Vleermuizen ..................................................................................................... 9 5.4 Vogels .................................................................................................................. 9 5.4.1 Vogels algemeen ............................................................................................ 11 5.5 Overige beschermde soorten ............................................................................. 12 5.6 Rode Lijst soorten .............................................................................................. 12 6 Gebiedsbescherming .................................................................................................. 13 6.1 Natura 2000-gebieden ........................................................................................ 13 6.1.1 Stikstofdepositie ............................................................................................. 13 6.1.2 Situatie Plaggebaan 13-13a te Elspeet ........................................................... 13 6.2 Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelingszone (GO) ................... 14 6.3 Beschermde houtopstanden ............................................................................... 14 7 Samenvatting en conclusies .......................................................................................

15 7.1 Algemeen ........................................................................................................... 15 7.2 Beschermde soorten .......................................................................................... 15 7.3 Beschermde gebieden........................................................................................ 15 7.4 Voorbehoud en zorgplicht ................................................................................... 16 7.5 Ecologische kansen / natuurinclusief bouwen..................................................... 17 8 Overzicht en advies .................................................................................................... 18 9 Literatuur .................................................................................................................... 19 Bijlagen .............................................................................................................................. 19

Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Foto’s plangebied 3. Samenvatting natuurwetgeving 4. Voorbeeld maatregelen

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

2

Versie: 9 mei 2025

1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer bereidt een aanvraag voor om de bestaande situatie te herschikken inclusief sloop en nieuwbouw aan de Plaggebaan 13-13a te Elspeet, gemeente Nunspeet. Hiervoor is een quickscan soorten nodig. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit onderzoek uit te voeren.

2 Beschrijving situatie Een overzicht van de situatie is weergegeven in de figuren hieronder en in de bijlage. Het plangebied ligt in het buitengebied ten zuidwesten van Elspeet en ten noordwesten van Uddel. De bestaande situatie bestaat uit een hoofdwoning met afwijkende maatvoering, een kleine woning en diverse bijgebouwen. Plan is van de bestaande hoofdwoning met nummer 13 een kleine woning te maken, waarbij de aansluitende lange schuur aan de achterzijde wordt gesloopt. Deze blijft gelegen aan de Plaggebaan. De huidige kleine woning met nummer 13a zal gesloopt worden en verplaatst. De nieuw te bouwen reguliere woning zal gelegen zijn aan de Kleine Kolonieweg. Verder worden er twee schuren gesloopt en een nieuw bijgebouw gerealiseerd. De quickscan moet duidelijk maken of door realisatie van het plan beschermde soorten of verblijfplaatsen in het geding zijn.

Luchtfoto ligging plangebied

Schematische weergave plangebied

Beoogde nieuwe situatie Bron: Situatietekening nieuw Buro Holdijk

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

3

Versie: 9 mei 2025

3 Relevante wetgeving Per 1 januari 2024 is de natuur in Nederland beschermd onder de Omgevingswet (Ow), waarin de voormalige Wet natuurbescherming (Wnb) is geïntegreerd. De Ow is gebaseerd op activiteiten. Voor de natuur zijn dat bijv. een flora- en fauna-activiteit of een Natura 2000activiteit. Bij mogelijke negatieve impact van de voorgenomen activiteit(en) kan een omgevingsvergunning nodig zijn (voorheen een ontheffing). De provincie is doorgaans het bevoegd gezag voor de beoordeling en verlening van deze vergunningen. In verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's), waaronder het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit (Ob) met bijbehorende regeling, zijn specifieke regels en vrijstellingen voor flora- en fauna-activiteiten opgenomen, evenals gedragscodes voor vergunningsvrije activiteiten. Gebiedsbescherming onder de Ow sluit aan op Europese richtlijnen zoals de Habitat- en Vogelrichtlijn en beschermt Natura 2000-gebieden. De provincies stellen beheerplannen en beleid op voor deze gebieden, inclusief regels voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en voor bijzondere provinciale natuurgebieden. Voor soortbescherming gelden drie belangrijke regelingen, nl. de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en een lijst met nationaal beschermde soorten (Bijlage IX Bal).

Verder bevat de Ow een algemene en een specifieke zorgplicht voor iedereen die activiteiten uitvoert met mogelijke impact op de natuur. Op basis daarvan is een ieder verplicht om schadelijke gevolgen voor de natuur zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Er zijn ook specifieke zorgplichten voor Natura 2000-gebieden en houtopstanden. Tot slot is onder de Ow ook aandacht voor de Rode Lijst soorten. Dit zijn lijsten van soorten die uit Nederland dreigen te verdwijnen en/of een dalende trend laten zien. De meeste zijn overigens al beschermd via vogel- en habitatrichtlijn of landelijk beschermd. Het ministerie van EZ stelt de lijsten regelmatig vast. Momenteel zijn er 18 Rode Lijsten. Deze lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen op Bijlage IX van het Bal. Maar wel geldt voor alle soorten op de Rode Lijst en overigens voor alle van nature in het wild voorkomende planten en dieren een specifieke zorgplicht. Degene die een activiteit verricht is dan verplicht: • • •

Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Een meer uitgebreide samenvatting van de natuurwetgeving staat in Bijlage 3.

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

4

Versie: 9 mei 2025

4 Aanpak onderzoek In het voorliggende onderzoek worden de consequenties in beeld gebracht van de beoogde plannen en vindt toetsing plaats. Er is geen omgevingsvergunning nodig als overtreding van verbodsbepalingen is te voorkomen én de functionaliteit van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen niet in het geding komt. In sommige gevallen is het noodzakelijk of raadzaam om vooraf een vergunning aan te vragen bij de Provincie. Ook kan het zijn dat voor een aantal van de geplande activiteiten vrijstelling geldt. Dit kan per provincie enigszins verschillen. Als het plan invloed heeft op Natura 2000-gebied of gelegen is in het Natuurnetwerk Nederland moet dit inzichtelijk worden gemaakt en is mogelijk een omgevingsvergunning noodzakelijk. Ook hiervoor is de provincie het bevoegd gezag. De voorliggende quickscan is gebaseerd op een locatiebezoek, beschikbare gebiedskennis, verspreidingsgegevens, literatuurgegevens en bekende ecologische principes. Hieruit moet blijken of en zo ja welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen. Verder is gekeken of de voorgenomen activiteiten invloed hebben op beschermde gebieden. Als er negatieve effecten mogelijk zijn zal kort worden ingegaan op mogelijke mitigerende (verzachtende of inpassings-) en compenserende maatregelen. Ook op basis van de zorgplicht kan het nodig zijn maatregelen te treffen.

4.1

Gewenste ontwikkeling

Het plan omvat een herschikking van de aanwezige gebouwen op het perceel. De reguliere woning wordt verbouwd, de kleinere woning met nummer 13a wordt verplaatst en meer naar achter op het erf geplaatst. Beide woningen krijgen een nieuwe schuur en de oude grotere schuren worden gesloopt. Deze activiteiten vallen onder de definitie van een flora- en faunaactiviteit op basis van de Omgevingswet. De effecten op beschermde soorten zijn beoordeeld op basis van de diverse uit te voeren activiteiten. Uitgangspunten hiervoor zijn: -

Sloop woning 13a en schuren Bouwrijp maken Realisatie nieuwe woning Sloop schuur woning 13 Realisatie bijgebouwen Landschappelijke inpassing

4.2

Bronnenonderzoek

Het plangebied ligt in kilometerhok x:180/y:476. Een eerste indruk is te verkrijgen bij het Natuurloket. Met deze gegevens in combinatie met een locatiebezoek en ecologische kennis kan een goede inschatting worden verkregen van de locatie en het belang daarvan voor verschillende soorten. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen is verder gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke en betrouwbare bronnen, zoals verspreidingsatlassen, NDFF, rapporten, recente artikelen, eigen gegevens en internetsites (zie literatuurlijst).

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

5

Versie: 9 mei 2025

4.3

Locatiebezoek

Tijdens het locatiebezoek op 28 april 2025 is het gebied en de directe omgeving opgenomen. Het bezoek levert informatie over de op dat moment aanwezige en potentieel te verwachten soorten. Een quickscan is geen volledige inventarisatie. Om toch een goed beeld te krijgen van te verwachten soorten is een locatiebezoek bij de quickscan wel van groot belang. Samen met beschikbare literatuurgegevens is dan een inschatting te maken van de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk hier voorkomende beschermde soorten. Hierbij is voor zover nodig gebruik gemaakt van een verrekijker, zaklamp fotocamera.

5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of er beschermde soorten voorkomen in of om het plangebied. Hierbij zijn de meest voorkomende soortgroepen apart benoemd.

5.1

Vaatplanten

Het perceel bestaat uit een verharde oprit aan de Kolonieweg en verder wat groen aan de voorzijde en rondom het perceel. Er zijn op en rond het perceel alleen algemene planten aangetroffen, zoals paardenbloem, brandnetel, (smalle) weegbree, eik, spar en diverse grassen maar ook bosvergeet-me-nietje, pinksterbloem en een aantal dagkoekoeksbloemen. Er zijn in de huidige situatie geen beschermde soorten aangetroffen of te verwachten. De in de NDFF genoemde beschermde soorten zijn hier niet aanwezig. Bij verdere realisatie van de plannen is geen sprake van overtreding als bedoeld in art. 5.1 Ow, tweede lid, aanhef en onder g en art. 11.46-11.48 of 11.54 Bal. Het aanvragen van een omgevingsvergunning FF-activiteit is voor de nog aanwezige flora niet nodig.

5.2

Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën, reptielen, vlinders, of libellen aangetroffen. Gezien de aard van het gebied is het perceel, behoudens een enkele doortrekker, geen geschikt biotoop voor deze soortgroepen. Er is geen voor amfibieën of libellen geschikt voortplantingswater aanwezig op het perceel. De in de NDFF genoemde vlindersoorten stellen specifieke eisen aan het habitat en waardplanten. Daarmee zijn deze soorten in het plangebied uit te sluiten. Beschermde soorten van deze groepen worden sowieso niet in en om het plangebied verwacht. Voor algemene soorten geldt behoudens de zorgplicht, een vrijstelling op basis van de Omgevingsverordening Gelderland. Bij verdere realisatie van de plannen is geen sprake van overtreding als bedoeld in art. 5.1 Ow, tweede lid, aanhef en onder g en art. 11.46-11.48 of 11.54 Bal. Het aanvragen van een omgevingsvergunning FF-activiteit is voor deze soortgroepen niet nodig.

5.3

Zoogdieren

Uit de wijdere omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van eekhoorn, boommarter, haas, ree en das. Er zijn bij het locatiebezoek geen zoogdieren, verblijfplaatsen of sporen daarvan aangetroffen. Het terrein is geen typisch leefgebied voor kleine marters of de andere genoemde soorten. Het terrein is verder open, vrij kaal, grotendeels verhard en daarmee ongeschikt voor zoogdieren. Van een aantal soorten is hierna nog een toelichting gegeven.

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

6

Versie: 9 mei 2025

Das De das is een opvallende marterachtige, eenvoudig herkenbaar aan de grote witte strepen op de kop. De das leeft in allerlei soorten biotopen en heeft een voorkeur voor een kleinschalig landschap, met akkers, bosjes, weiland en houtwallen. Het leefgebied van de das moet voldoende dekking bieden, met weinig verstoring, een groot voedselaanbod, een bodem waarin ze goed kunnen graven en met een grondwaterstand lager dan 1,5m onder het maaiveld. De das is een omnivoor. Het belangrijkste voedsel voor de das bestaat uit regenwormen. Daarnaast eten ze vruchten, noten, granen, paddenstoelen, knaagdieren, egels, slakken en insecten. Ze maken kilometers lange foerageertochten in de nacht en gebruiken vaak vaste routes. Het erf is geen geschikt habitat voor deze soort. De das is wel bekend rond de omgeving van het plangebied. Het kan zijn dat de das bij de lange foerageertochten de weilanden rondom het plangebied doorkruist. Foerageren en doorkruisen van de omliggende weilanden blijft ook in de nieuwe situatie en tijdens de sloop/bouw mogelijk. Nader onderzoek is voor de das niet nodig. Boommarter De boommarter lijkt veel op de steenmarter maar is een meer boombewonende soort die een nest maakt in oude spechtholen of eekhoornnesten. De boommarter heeft een voorkeur voor oud (loof-)bos, maar is ook in andere typen bos te vinden.

De soort komt soms ook in meer open terreinen voor, mits er voldoende bosjes en lijnvormige elementen in de omgeving zijn, zoals heggen en houtwallen. Ondanks de naam kan de boommarter incidenteel ook gebouwen als verblijfplaats kiezen, zoals de steenmarter ook wel boomholtes kan gebruiken. Boommarters kiezen een rustplaats in boomholten, konijnen-, vossen of dassenholen, tussen boomwortels of onder takkenbossen. Nesten worden vaak in oude spechten- of eekhoornholen of inrottingsholen gemaakt (www.zoogdiervereniging.nl). Door het ontbreken van directe en aansluitende groene verbindingen zoals houtwallen wordt de aanwezigheid van boommarter op het erf niet verwacht. Negatieve effecten op boommarter zijn uitgesloten. In en rondom het plangebied zijn geen voor de boommarter geschikte holtes of holen aangetroffen. De boommarter is een relatief schuwe soort. Verblijfplaatsen in het plangebied zijn uit te sluiten. Nader onderzoek is dan ook niet nodig. Kleine marterachtigen Kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn) zijn kleine jagers die vooral bekend staan om hun schuwe aard en uitstekende camouflage. Door het verlies van leefgebied en de concurrentie met andere soorten zijn de kleine marterachtigen sterk in aantallen afgenomen. Om hun voortbestaan te verzekeren is bescherming en herstel van leefgebied belangrijk. Het zijn roofdieren en moeten dus veel jagen.

Dat doen ze het hele jaar door. Ze worden weinig gezien omdat ze liever in de dekking van dichte vegetatie blijven. De bunzing jaagt daarbij alleen in de nacht. De bescherming omvat in principe het functionele leefgebied van de soorten. Het functionele leefgebied is het gebied dat door de marter ook daadwerkelijk wordt benut. Terreinen met weinig dekking, zoals weilanden, akkers, wegen e.d. zijn niet geschikt.

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

7

Versie: 9 mei 2025

Samengevat omvat het leefgebied goede foerageermogelijkheden, rust- en voortplantingsplaatsen en verbindingen met andere leefgebieden. Buiten de dekking van vegetatie zijn kleine marters vrij kwetsbaar voor predatie. Ze blijven in de regel dan ook dichtbij (enkele meters van) de dekking. Ze jagen vooral langs (bos)randen, hagen, overhoekjes en de bunzing ook wel in open bossen. Een vereenvoudigde weergave van de ecologie van de soorten, onderverdeeld in de onderdelen Voedsel, Verbindingen en verblijfplaatsen (VVV) is te zien in de tabel hieronder. Een uitgebreidere toelichting hierop is te vinden in het kennisdocument, kleine marterachtigen (BIJ12. (z.d.). Kennisdocument Kleine Marterachtigen, van https://www.bij12.nl/kennisdocumenten/kennisdocument-kleine-marterachtigen/).

Een vereenvoudigde weergave van de ecologie van de soorten, onderverdeeld in de onderdelen Voedsel, Verbindingen en verblijfplaatsen (VVV)

Tijdens het veldbezoek zijn er geen oude holen, steenhopen, holle bomen of boomwortels aangetroffen in het plangebied die geschikt zijn voor kleine marters. Ook ontbreken geschikte houtwallen om zich te verplaatsen en is weinig of geen dekking aanwezig, wat wel essentieel is voor deze soortgroep. Er zijn geen sporen, voedselresten of uitwerpselen gevonden. Vanwege het ontbreken van geschikte verblijfplaatsen, geschikt habitat en daarmee niet wordt voldoen aan de drie V’s, is aanwezigheid van kleine marters op voorhand uit te sluiten. Nader onderzoek is niet nodig. Eekhoorn De eekhoorn is een boombewonend energiek zoogdier met een lange pluimstaart. Hij leeft in allerlei typen bos en is ook in tuinen of parken in de omgeving van bos aan te treffen, mits daar voldoende voedsel beschikbaar is. Ze maken een bolvormige nesten van takken en bladeren op minimaal vijf meter hoogte in de boom. Ook natuurlijke boomholtes, oude kraaien- of eksternesten, nestkasten of spechtenholen worden als nestlocatie gebruikt (www.zoogdiervereniging.nl). In het plangebied zijn wel voor de eekhoorn geschikte bomen aanwezig die blijven behouden. De bomen zijn toch gecontroleerd op aanwezigheid van mogelijke nesten van de eekhoorn, deze zijn niet aanwezig. Nader onderzoek is niet nodig.

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

8

Versie: 9 mei 2025

Bij de planrealisatie kan een klein aantal verblijfplaatsen van de algemene en laag beschermde kleine zoogdieren verloren gaan. Het aanvragen van een omgevingsvergunning FF-activiteit voor deze soorten is hier echter niet nodig, omdat hiervoor behoudens de zorgplicht, vrijstelling geldt conform de Omgevingsverordening Gelderland. Deze specifieke zorgplicht omvat de zorg voor alle in het wild in Nederland voorkomende soorten (zie verder hoofdstuk zorgplicht) 5.3.1 Vleermuizen Volgens de literatuurgegevens komen in de wijdere omgeving van het plangebied diverse soorten vleermuizen voor, zoals de gewone en ruige dwergvleermuis, laatvlieger, watervleermuis en de rosse vleermuis. Deze soorten zijn strikt beschermd onder de Omgevingswet, op basis van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Zowel de zomer- als winterkolonies, als paarplaatsen en kraamkamers zijn beschermd tegen verstoring en vernietiging. Een goede verblijfplaats moet een geschikt microklimaat hebben, met een vrij constante temperatuur, een hoge luchtvochtigheid en weinig invloed van weersomstandigheden. Ook belangrijke foerageerroutes zijn beschermd. Een eerste stap is om te kijken of er voor vleermuizen geschikte bomen of gebouwen aanwezig zijn. Er verdwijnen geen bomen met voor vleermuizen geschikte holtes. Gewone en ruige dwergvleermuizen volgen in de regel de structuren in het landschap, zoals houtwallen.

Het plangebied ligt vrij open zonder echt goed verbindende houtwallen. Op voorhand worden hier dan ook niet veel vleermuizen verwacht.

Openingen dichtgezet met pur

De woningen en de schuren zijn goed bekeken. In de muren zijn alle spleten dichtgezet met pur. Ook onder de dakpannen is de toegang grotendeels afgedicht met pur. Aan de kopse kanten van de woningen en de schuren liggen kantpannen met ventilatie-openingen. De kantpannen geven daarmee toegang voor vleermuizen tot het dak. Er zijn bij het bezoek geen sporen gevonden zoals bijv. poepsporen. Maar op basis van de gegevens kunnen verblijfplaatsen niet op voorhand Kantpannen met toegangen worden uitgesloten. Uit nader onderzoek zal moeten blijken of er al dan geen verblijfplaatsen van vleermuizen in de woningen of schuren aanwezig zijn.

5.4

Vogels

Er is geen broedvogelinventarisatie uitgevoerd. Op basis van waarnemingen tijdens de veldbezoeken, de terreingesteldheid, waarnemingen uit de directe omgeving, bekende verspreidingsgegevens en ervaring is een inschatting gemaakt over mogelijk aanwezige soorten in het gebied. Tijdens het bezoek zijn de volgende soorten in of om het plangebied gezien of gehoord: roodborst, pimpelmees, vink, huismus, winterkoning, merel, witte kwikstraat, buizerd, zwarte kraai, tjiftjaf, koolmees, zwartkop en zanglijster. Uit de (wijdere) omgeving zijn waarnemingen bekend van bijv. steenuil en gier- en boerenzwaluw.

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

9

Versie: 9 mei 2025

Huismus De huismus is bekend vanuit de omgeving. Huismussen zijn voor nestplaatsen in de regel afhankelijk van woningen. Ook voor zijn voedsel is de huismus sterk afhankelijk van wat de mens hem al dan niet bewust biedt. Deze voedselbron moet continu aanwezig zijn. Huismussen zijn standvogels, die zich meestal niet m eer dan enkele honderden meters van de broedplaats verwijderen en in het broedseizoen nog minder ver. Huismussen broeden in een los kolonieverband. Het nest wordt vooral gemaakt onder dakpannen, in gaten en kieren van gebouwen en in mussenkasten. Het zijn meestal vrij forse rommelige nesten. Een geschikte leefomgeving van de huismus bestaat uit een combinatie van een geschikte nestgelegenheid, voedsel, drinkwater en voldoende dekking in de vorm van struiken (kennisdocument Huismus). Nesten van de huismus zijn jaarrond beschermd, omdat ze daar ook het hele jaar gebruik van maken. Bij het locatiebezoek zijn huismussen gezien en gehoord aan de voorzijde van woning nr. 13. Aan beide kopse kanten, op de hoek, zaten twee mannetje in de dakgoot. Er lijkt wat nest materiaal door de pannen heen te komen. Dus ondanks de aanwezigheid van pur lijken er toch nestplaatsen aanwezig van de huismus. Nestplaatsen zijn hier niet uit te sluiten. Daarom is nader onderzoek nodig in de periode april-mei om (het aantal) nestplaatsen aan te tonen of uit te sluiten.

Bij aantreffen van nesten is een omgevingsvergunning FF-activiteit nodig. Gierzwaluw Gierzwaluwen hebben een duidelijke voorkeur voor versteende gebieden en hogere gebouwen. Ze zien dan de gebouwen als rotsachtig gebied, wat van oorsprong de natuurlijke habitat vormt. Als er te veel bomen of groen aanwezig is dan zullen ze daar niet snel gaan broeden. Gierzwaluwen zijn echte zomervogels en verblijven van april/mei tot en met juli/augustus in Nederland. Ze zijn zeer honkvast en gebruiken jarenlang dezelfde nestplaats. Nieuw aangeboden nestplaatsen zullen ze niet snel bezetten. Ze broeden in kolonies, onder daken en in gebouwen. Veel gebruikte nestlocaties zijn onder scheefliggende of kapotte dakpannen, onder nokpannen, in gaten en kieren onder de dakrand en bij dakkapellen, daar waar het zink overloopt van de dakkapel naar de dakpannen. Daarnaast worden soms kunstmatige nestkasten of nestpannen, gaten in muren, gaten achter regenpijpen of ventilatieschachten als broedlocatie gebruikt. Nestlocaties dienen een vrije uitvliegroute op minimaal enkele meters boven de grond te hebben. Daken dienen verder minimaal een hellingshoek van 45 graden te hebben om als nestlocatie geschikt te zijn (BIJ12 2017a). Alle bebouwing is tijdens het veldbezoek gecontroleerd op geschikte toegangen, kieren en spleten voor de gierzwaluw, deze zijn niet aanwezig.

Het plangebied ligt in het buitengebied en is omgeven door een paar bomen maar ligt verder vrij open en de meeste bebouwing is vrij laag (<5m). Daarmee vormt het geen geschikt habitat voor de gierzwaluw. Verblijfplaatsen zijn uit te sluiten. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning FF-activiteit zijn niet nodig.

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

10

Versie: 9 mei 2025

Boerenzwaluw De boerenzwaluw is van ca. april tot oktober in Nederland. Ze broeden graag in boerenschuren, kapschuren, maneges en loodsen, waar ze vrij in en uit kunnen vliegen. Bij voorkeur is er vee in de omgeving aanwezig, waar weer insecten op afkomen. Ook water vinden ze aantrekkelijk. De soort broedt in los kolonieverband. Ze metselen hun nesten van klei en leem vaak op randen en richels in koeien-, varkens- of paardenstallen, zowel hoog als laag, maar ook wel onder bruggetjes, of aan sluizen of onder brede dakoverstekken. Ze vangen grote hoeveelheden kleine insecten uit de lucht. Ze vallen onder categorie 5 van jaarrond beschermde nesten. Dat wil zeggen dat de nesten beschermd zijn als er geen andere geschikte locaties in de omgeving zijn te vinden. Bij het locatiebezoek zijn geen (sporen van) nesten onder de dakoverstek gevonden. Nestplaatsen van de boerenzwaluw is in het plangebied zijn uit te sluiten. Er zijn overigens voldoende geschikte uitwijkplaatsen aanwezig in de nabije omgeving. Nader onderzoek is niet nodig Steenuil De steenuil is bekend vanuit de omgeving en is de kleinste uil van Nederland. Het is een honkvaste soort die het gehele jaar in een klein territorium van enkele honderden meters verblijft (meestal <500m). Het jachtgebied bestaat uit open terrein met lage vegetatie. Nesten worden het gehele jaar ook als verblijfplaats gebruikt.

Nestplaatsen bevinden zich op erven van woningen, bij boerderijen in agrarisch cultuurlandschap en aan dorpsranden. Nesten bevinden zich in holtes onder de pannen van stallen of woningen, boomholtes of andere nauwe openingen in gebouwen. In de praktijk blijkt dat ze graag gebruik maken van geschikte nestkasten als die worden aangeboden. Soms verhuizen ze al binnen een paar weken. De soort broedt vanaf maart tot mei. Maar in januari/februari is de soort al te inventariseren. De jongen vestigen zich op korte afstand van het ouderlijk territorium (SOVON, 2002, BIJ12, 2017). Nestplaatsen zijn jaarrond beschermd, evenals alle onderdelen van het leefgebied. De steenuil is bekend vanuit de (wijdere) omgeving en het foerageergebied lijkt redelijk tot goed. Tijdens het locatiebezoek is het plangebied en de aanwezige bebouwing onderzocht op potentiële verblijfplaatsen van de soort. Hierbij zijn geen nest- of verblijfplaatsen voor de steenuil aangetroffen. Twee openingen die in potentie mogelijk geschikt zijn, bleken bezet door huismussen. Nader onderzoek of een omgevingsvergunning FF-activiteit is voor de steenuil niet nodig.

5.4.1 Vogels algemeen In het algemeen geldt dat ingrepen in een plangebied tijdens het broedseizoen (15 maart – 15 juli - huismus 15 augustus) sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoorten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie. Wettelijk gezien is dat verboden (art. 11.37 Bal). Verstoring van broedvogels is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op de populatie (art. 11.37 lid 3 Bal). Het beschadigen of vernietigen van nesten is wel verboden en dient te allen tijde te worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten van broedvogels zal plaatsvinden. Als bijv. met de inrichting van het terrein wordt gewacht tot het broedseizoen bestaat een kans dat grondbroeders eieren gaan leggen. Dan moet met de realisatie worden gewacht tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. De effecten op (broed)vogels in het plangebied en de

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

11

Versie: 9 mei 2025

directe omgeving zullen verder beperkt of nihil zijn. Na realisatie van het plan ontstaan door de aanleg van beplanting en tuinen overigens ook weer nieuwe broedmogelijkheden. Werkzaamheden die broedbiotopen van vogels verstoren of beschadigen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten, eieren of jongen zal plaatsvinden.

5.5

Overige beschermde soorten

Van de overige beschermde soorten en soortgroepen, zoals bepaalde zeezoogdieren, vissen, kevers, weekdieren en mossen, alsmede de rode lijst soorten, is te stellen dat deze in het plangebied niet voorkomen of zijn te verwachten. Ook zullen de geplande activiteiten geen effect hebben op deze soorten. Bij verdere realisatie van de plannen is geen sprake van overtreding als bedoeld in art. 5.1 Ow, tweede lid, aanhef en onder g en art. 11.46-11.48 of 11.54 Bal. Het aanvragen van een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit is voor deze soortgroepen niet nodig.

5.6

Rode Lijst soorten

Er zijn verder geen Rode Lijst soorten bekend uit het gebied, waarvoor niet ook al een specifieke bescherming geldt. Het gaat dan met name om vogels, amfibieën, reptielen, zoogdieren en een enkel insect die bekend zijn uit de omgeving. Van de andere soortgroepen en rode lijst soorten is het plangebied geen geschikt habitat. Daarbij betreft het een klein oppervlak met al bestaande bebouwing. Het voldoen aan de zorgplicht is hier verder voldoende.

FF Plaggebaan 13-13a Elspeet Mei.25-v1.docx

12

Versie: 9 mei 2025

6 Gebiedsbescherming De Nederlandse wetgeving houdt rekening met de ecologische waarden van beschermde natuurgebieden. Dit hoofdstuk beschrijft in algemene zin de te verwachten effecten van realisatie van het plan op deze beschermde gebieden en hun doelsoorten

6.1

Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden. Bescherming van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is opgenomen in de Omgevingswet. Doel is behoud, bescherming en bevordering van de biodiversiteit en om te voldoen aan o.a. de Vogel- en Habitatrichtlijn. Voor activiteiten die significant negatieve effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebieden gelden regels en is mogelijk een vergunning nodig. Indien effecten niet zijn uit sluiten, is een meer uitgebreide beoordeling nodig. Dat kan een voortoets zijn of een passende beoordeling. Vergunningverlening kan alleen als er geen alternatieven zijn, er een dringende reden van openbaar belang is en natuurcompensatie plaatsvindt. Meer informatie staat in Bijlage 3. 6.1.1 Stikstofdepositie Veel Natura 2000-gebieden zijn gevoelig voor stikstof, en er moet worden gekeken of nieuwe plannen de stikstofdepositie verhogen. Dit moet worden aangetoond voor zowel de gebruiksfase als de aanlegfase met het onlineprogramma Aerius. Eventuele stikstoftoename moet per project worden beoordeeld, bij een toename groter dan 0.00 mol/ha/jaar is een voortoets of een passende beoordeling nodig en mogelijk een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit. Bij bestaand gebruik is het in sommige gevallen mogelijk intern te salderen. In een beperkt aantal situaties is ook extern salderen mogelijk, door het gebruik van stikstofruimte van een andere bron.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16731134/1