AP 5a. Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet 2023 aangepast nov 2025
Tekst van het document
53
Bosgroep Midden Nederland
Het heideterrein bestaat uit een kameterras met grove grindhoudende smeltwaterzanden. Een kame is een vorm van (geologisch) terras, dat tussen een ijsmassa en een hoogte, bijvoorbeeld een stuwwal, ontstond. Deze is ontstaan door verspoeling en wegsmelten van ijs. Hier is in de laatste ijstijd (matig fijn) dekzand over afgezet. In de bodem van het Elspeterveld bevindt zich het water in de natte periode op 80-140 cm beneden maaiveld (Grondwatertrap VII; tabel 1.1). Dit heideterrein functioneert dan ook als een inzijggebied. In het gebied komt een haarpodzolgrond in leemarm en zwak lemig, matig grof zand voor (met grind ondieper dan 40 cm) (gHd30). Dit type ligt in het noordwestelijk en zuidelijk deel van de heide. Daarnaast bevindt zich in het centrale gedeelte een haarpodzolgrond in leemarm en zwak lemig, matig fijn zand (Hd21). Gebruik Ontsluiting Het Elspeterveld is opengesteld voor fietsers en wandelaars op opengestelde paden. Het terrein wordt doorsneden door een fietspad dat van het zuidoosten naar het noordwesten door het terrein loopt. Verder bevinden zich in het zuidelijke deel een aantal zandpaden die ook als wandelpad worden gebruikt. Voormalig militair gebruik Het gebied is in het verleden in gebruik geweest als militair oefenterrein. Het aanliggende bos de Noord Riezen werd gebruikt als bivakterrein.
Recreatie Het gebied wordt met name gebruikt door wandelaars en fietsers. In de zuidoosthoek van het heideterrein ligt aan de Uddelerweg een parkeerplaats. Verder bevindt zich in het centrale deel van het Elspeterveld een landingskruis van een modelvliegclub. Met deze club is een gebruiksovereenkomst afgesloten waarbij afgesproken is dat zich op de heide geen auto’s mogen bevinden behalve om uit en in te laden. Waarden Flora en vegetatie Het Elspeterveld bestaat voornamelijk uit droge heide met kenmerkende soorten zoals struikhei, gewone dophei, Rode heidelucifer en Rood bekermos. Langs de randen van de paden komen nog smalle stroken voor met heischraal grasland waarin borstelgras en tandjesgras kenmerkend zijn. Langs de zuidrand gaat de heide over in een grove dennenbos. Langs het fietspad groeit een mooi bremstruweel, belangrijk voor bloembezoekende insecten.Langs de west- en zuidoostzijde is veel vuilboom aanwezig. In de meest recente florakartering (Immerzeel, 2020) werden 6 soorten vaatplanten van de Rode Lijst vastgesteld: borstelgras, hondsviooltje, klein warkruid, kruipbrem, stekelbrem en veenbies. Op veenbies na zijn dit soorten die kenmerkend zijn voor heischrale vegetaties en enigszins gebufferde droge heide. Veenbies is een soort van vochtige heide. In bijlage 8 is een lijst met waargenomen plantensoorten opgenomen.
Fauna In het meest recente broedvogelonderzoek door Sovon in 2020 (Deuzeman et al., 2021) werden 30 broedvogelsoorten gekarteerd, waaronder 5 van de Rode Lijst: koekoek (Kwetsbaar, 1 paar), wielewaal (Kwetsbaar, 1 paar), veldleeuwerik (Gevoelig, 12 paar), 54
graspieper (Gevoelig, 8 paar), kneu (Gevoelig, 4 paar). Niet op de Rode Lijst maar wel Natura 2000-doelsoort zijn nachtzwaluw (2 paar), boomleeuwerik (3 paar) en roodborsttapuit (14 paar). Zowel zandhagedis als levendbarende hagedis komen verspreid op het Elspeterveld voor. Het zwaartepunt van de verspreiding verschilt wel tussen beide soorten. Zandhagedis komt meer voor in het westelijk deel van het gebied, waar struikhei de dominante heidesoort is
en waar relatief veel open zandige plekken zijn. Levendbarende hagedis komt vooral voor in het zuidwestelijk deel, waar een veel groter aandeel gewone dophei aanwezig is en waar iets vochtiger omstandigheden zijn. Hazelworm komt zeldzaam voor in de bosranden.
In de meest recente insectenkartering (Immerzeel, 2020) werden 12 dagvlinder- en sprinkhaansoorten waargenomen die kenmerkend zijn voor droge of vochtige heidevegetaties en heischrale graslandvegetaties: bruin zandoogje, groentje, groot dikkopje, heideblauwtje (Rode Lijst: Kwetsbaar), heivlinder (Kwetsbaar), hooibeestje, kleine parelmoervlinder (Kwetsbaar), kleine vuurvlinder, blauwvleugelsprinkhaan, heidesabelsprinkhaan, schavertje en zoemertje. Tijdens een bijeninventarisatie in 2020 werden 27 soorten waargenomen. 6 daarvan staan op de Rode Lijst (Smit & Reemer, 2020). In bijlage 10 is een lijst met waargenomen diersoorten opgenomen. Archeologie en cultuurhistorie In het gebied komen oude karrensporen voor (zoals in afbeelding 3). Deze manifesteren zich duidelijk op locaties die zijn geplagd.
Figuur 2.3. Voorbeeld van oud karrenspoor in geplagde heide. Foto: Marcel Horsthuis.
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
55
Bosgroep Midden Nederland
4.
De Grote en Kleine kolonie
56
Karakteristieken Ligging en historisch beeld De Grote en Kleine Kolonie liggen ten westen van Elspeet in een kleinschalig verkaveld landschap met een verspreide bebouwing (figuur 1.1 in hoofdstuk 1). De Grote Kolonie ligt ten noorden van de Staverdense weg en wordt doorsneden door de Hooiweg. De heideterreinen worden omgeven door naald- en loofbos dat is aangelegd in 1924. De Kleine Kolonie ligt ten zuiden van de Staverdense weg. Dit heideterrein wordt doorsneden door de Oude Garderense weg en wordt aan de zuid- en westzijde begrensd door landbouwgronden. De historische topografische kaart uit 1900 laat zien dat de heideterreinen van de Grote en Kleine Kolonie aan het begin van de vorige eeuw onderdeel uitmaakten van de grote heidegebieden die rondom Elspeet lagen. De situatie was in 1935 geheel veranderd. De heide van de Grote Kolonie, in het noordwesten, is dan grotendeels ontgonnen en omgezet in naaldbos. Daarbij is de heide sterk geïsoleerd geraakt en zijn min of meer drie afzonderlijke heideterreinen ontstaan. De Kleine Kolonie, in het zuiden, heeft dan nog dezelfde omvang als in 1900. Door de ontginningen is ook dit heideterrein geïsoleerd komen te liggen. Oppervlakte en terreintypen De Grote Kolonie bestaat uit drie glooiende heideterreinen die worden omgeven door grove dennenbos. Het zuidelijke heideterrein ten oosten van de Hooiweg bestaat grotendeels uit droge heide.
In 2019 heeft hier een brand gewoed, waardoor een groot deel van de vegetatie in vlammen is opgegaan. Dit deel is nu erg open en heeft een lage vegetatie met jonge struikhei. Het noordelijke heideterrein langs de Hooiweg is vochtiger van karakter en heeft meer dophei en pijpenstrootje. De Kleine Kolonie is een groter en minder geaccidenteerd heideterrein en wordt dan de noordzijde begrensd door grove dennenbos. De vegetatie is behoorlijk gevarieerd. Het westelijk deel, gelegen naast de Middenweg en begrensd door een breed zandpad zo’n 300 m oostwaarts, bestaat uit vrij monotone struikheivegetatie. Af en toe zijn er plekken met meer gewone dophei of pijpenstrootje. Ten oosten van het brede zandpad is de vegetatie veel diverser. Delen met struikhei en grazige stukken wisselen elkaar af. Daarnaast is de variatie in leeftijd en structuur in dit deel groter. Het deel gelegen tussen de Oude Garderenseweg en de Molenbergweg zit hier tussenin. Hier is een aantal grafheuvels aanwezig met korte kruidenrijke vegetatie. Ten zuiden van de Molenbergweg ten slotte, ligt nog een kleine heidestrook begrensd door oude zomereiken, die voornamelijk uit grote dominantie van struikhei bestaat. Door het hele gebied loopt een aantal smalle paadjes, alsmede bredere zandpaden en een fietspad. Vooral langs dit fietspad en de verharde wegen zijn kruidenrijke bermen aanwezig.
De Grote en Kleine Kolonie hebben samen een oppervlakte van 92 ha; De Grote Kolonie heeft daarbij een grootte van 25 ha, de Kleine Kolonie is 67 ha groot.
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
57
Bosgroep Midden Nederland
Figuur 2.4. Kleine Kolonie. Foto: Marjolein van Os.
Geomorfologie, hydrologie en bodem In de Grote en Kleine Kolonie zijn de hoogteverschillen in beide terreinen opvallend. In het westelijke heideterreintje van Grote Kolonie komt over een afstand van 250 meter een hoogteverschil voor van 5 meter; in het zuidoosten ligt de aanwezige rug op een hoogte van 27 m +NAP, terwijl deze in het noordwesten 22 m +NAP bedraagt. De oostelijke heide van de Grote Kolonie laat hetzelfde zien. Het hoogste en laagste punt bevindt zich op 500 meter afstand, waarbij het hoogste punt in het zuiden op 30 m +NAP ligt en het laagste punt in het noorden op 22 m +NAP. In de Kleine Kolonie ligt het hoogste punt op 32 m +NAP (in het oosten van het terrein) en gaat naar 24 m +NAP (in het noordwesten). De terreinen bestaan uit een kameterras met grove grindhoudende smeltwaterzanden die zijn afgezet in het Saalien. Een kame is een vorm van (geologisch) terras, dat tussen een ijsmassa en de stuwwal is ontstaan door verspoeling en wegsmelten van ijs. Hier is in de laatste ijstijd (matig fijn) dekzand over afgezet. Voor het hele gebied bevindt zich het water in de natte periode op 80-140 cm beneden maaiveld (Grondwatertrap VII; tabel 1.1). De heideterreinen functioneren dan ook als een inzijggebied en zijn met name van belang voor het watersysteem van de Staverdensche beek.
In de Kleine kolonie komt een haarpodzolgrond met leemarm en zwak lemig, matig grof zand (met grind ondieper dan 40 cm) (gHd30) voor met centraal daarin een holtpodzolgrond met leemarm en zwak lemig fijn zand en grof zand (Y21/gY30). In de Grote kolonie gaat het om een haarpodzolgrond in leemarm en zwak lemig, matig grof zand (met grind ondieper dan 40 cm) (gHd30). 58
Gebruik Ontsluiting In de Grote Kolonie zijn de drie door bos omgeven kleine heideterreinen begrensd door een aantal verharde wegen (o.a. Veenweg, Hooiweg en Kempersweg). De Kleine Kolonie wordt doorsneden door de Oude Garderenseweg; een zandweg met naastliggend fietspad. Deze zandweg is aan de grens van het natuurterrein voor gemotoriseerd verkeer afgesloten door middel van een hekwerk. Daarnaast komen in het terrein zowel een aantal legale als illegale zandpaden voor die als wandelpad worden gebruikt. Voormalig militair gebruik Het gebied is in het verleden in gebruik geweest als militair oefenterrein. Recreatie De Kleine Kolonie wordt met name door wandelaars, ruiters en fietsers bezocht. Door het terrein loopt een wandelroute (beheerd door derden), een ruiterroute en een fietspad (in beheer van de gemeente) dat parallel loopt met de Oude Garderenseweg. De Grote Kolonie is door de kleine versnipperde schaal niet ontsloten voor recreatie. Wel wordt gebruik gemaakt van een aantal illegale wandelpaden. Overig gebruik Aan de noordoostzijde grenst de Kleine Kolonie aan een terrein dat voorheen als houtopslag in gebruik was door de inmiddels beëindigde zagerij De Weerd uit Elspeet. Hier is ook een zand- en grinddepot aanwezig, in gebruik bij de firma Van Asselt.Dit gebruik is in strijd met de bestemming natuur van dit terrein.
Mogelijk biedt de huidige ontwikkeling van een bedrijventerrein in Elspeet de oplossing door verplaatsing daarheen. Waarden Flora en vegetatie De Grote en Kleine Kolonie vormen samen een gebied met veel variatie aan heidevegetaties. Het bestaat voornamelijk uit droge heide, maar ook vochtige delen komen voor. Het zuidelijke heideterrein langs de Hooiweg is vanwege de brand in 2019 nu erg open en heeft een lage vegetatie met jonge struikhei en een hoge bedekking van pioniersoorten. Elders in het gebied bevinden zich overgangen naar heischraal grasland met soorten als borstelgras, tandjesgras, pilzegge en stekelbrem. Daarnaast komen langs de paden soorten voor die kenmerkend zijn voor Droog schraal grasland. Het gaat daarbij onder andere om zandstruisgras, zandzegge en zandblauwtje. In de meest recente florakartering (Immerzeel, 2020) werden 8 soorten vaatplanten van de Rode Lijst vastgesteld: borstelgras, hondsviooltje, jeneverbes, klein warkruid, klokjesgentiaan, kruipbrem, stekelbrem en veenbies. Veel van deze soorten groeien voornamelijk langs de paden en randen van de heide. De natte laagte in de Grote Kolonie (het noordelijke heideterrein langs de Hooiweg) herbergt waardevolle soorten als bruine snavelbies, kleine zonnedauw, klokjesgentiaan, moeraswolfsklauw en veenbies. Ook is hier het zeldzame aarmaanmos aangetroffen.
Deze soort staat als Bedreigd op de Rode Lijsten is kenmerkend voor venige venoevers. Op open plekken in het recent afgebrande deel van de Grote Kolonie het vrij zeldzame korstmos heideveenkorst. In bijlage 8 is een lijst met waargenomen plantensoorten opgenomen.
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
59
Bosgroep Midden Nederland
Fauna Het gebied biedt een grote variatie aan zoogdieren waaronder edelherten, reeën, dassen en vossen. Wilde zwijnen zijn vanwege de landbouwschade in dit gebied niet welkom. In het meest recente broedvogelonderzoek door Sovon in 2020 (Deuzeman et al., 2021) werden 31 broedvogelsoorten gekarteerd, waaronder 6 van de Rode Lijst: koekoek (Kwetsbaar, 1 paar), matkop (Kwetsbaar, 1 paar), veldleeuwerik (Gevoelig, 11 paar), grauwe vliegenvanger (Gevoelig, 1 paar), graspieper (Gevoelig, 5 paar), kneu (Gevoelig, 4 paar). Niet op de Rode Lijst maar wel Natura 2000-doelsoort zijn nachtzwaluw (8 paar), boomleeuwerik (7 paar) en roodborsttapuit (12 paar). In de Grote en Kleine Kolonie zijn levendbarende hagedissen niet zeldzaam. Zandhagedis en hazelworm komen in lage dichtheden voor. In de meest recente insectenkartering (Immerzeel, 2020) werden 12 dagvlinder- en sprinkhaansoorten waargenomen die kenmerkend zijn voor droge of vochtige heidevegetaties en heischrale graslandvegetaties: bruin zandoogje, groentje, groot dikkopje, heideblauwtje (Rode Lijst: Kwetsbaar), heivlinder (Kwetsbaar), hooibeestje, kleine parelmoervlinder (Kwetsbaar), kleine vuurvlinder, blauwvleugelsprinkhaan, heidesabelsprinkhaan, moerassprinkhaan en zoemertje. Het heideblauwtje was opvallend talrijk in de natte heidevegetatie langs de Hooiweg.
Het zeldzame en bedreigde gentiaanblauwtje kwam aan het begin van deze eeuw nog in de Kleine Kolonie voor, maar is inmiddels echt verdwenen. Tijdens een bijeninventarisatie in 2020 werden maar liefst 41 soorten waargenomen, waarvan 15 soorten in de Grote Kolonie en 38 soorten in de Kleine Kolonie. De Koloniën samen kwamen daarmee als meest bijenrijke heidegebied van Nunspeet uit de bus. Zes soorten staan op de Rode Lijst (Smit & Reemer, 2020). De relatief hoge soortenrijkdom is te verklaren door de aanwezig van een vrij breed aanbod aan nectar- en stuifmeelplanten. Naast bloeiende struikhei en dophei zijn dat vuilboom, brem, wilg (langs de Hooiweg), braam, bosbes, verschillende soorten gele composieten, duizendblad, hengel en kleine klaver. Nestgelegenheid is voorhanden in de vorm van zandpaden, braamstruweel en dode bomen (deels afgebrand). In bijlage 10 is een lijst met waargenomen diersoorten opgenomen. Archeologie en cultuurhistorie In het zuidoostelijk deel van de Kleine Kolonie, tegen de Molenweg, liggen een vijftal grafheuvels, komen nog een aantal zand/grindgroeves voor en zijn oude karrensporen geconstateerd. De zand/grindgroeves zijn aangegeven op de historisch topografische kaart uit 1935.
60
5.
De Kril
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
61
Bosgroep Midden Nederland
Karakteristieken Ligging en historisch beeld Het gebied De Kril ligt ten zuiden van Elspeet en wordt begrensd door de Uddelerweg, de Heetkamp en de Apeldoornse weg (figuur 1.1 in hoofdstuk 1). Het heideterrein bestaat uit twee heideterreintjes omgeven door ongeveer 70 jaar oud spontaan ontwikkeld grove dennenbos met verspreid liggende stukken oud eikenstrubbenbos. Aan de oostkant van het gebied bevindt zich voormalige vuilstortplaats De Kril (gesloten in 1994) die in 1998 met folie en een pakket schoon zand is afgedekt. Hierop is heideplagsel van de Elspeterstruiken aangebracht. Er groeit nu een struikheide- en bloemrijk graslandvegetatie als nieuwe natuurontwikkeling. De historische kaart geeft aan dat de heide van De Kril in 1900 nog onderdeel uitmaakte van het grote Elspeterveld (bijlage 4). Aan de oostzijde van het huidige heideterrein vindt dan al spontane bosontwikkeling plaats. Op de kaart uit 1935 is te zien dat het aandeel spontaan bos in het centrum van het heideterrein is afgenomen maar dat aan de zuidzijde een rechthoekig patroon van ontginningsbossen is ontstaan (in eigendom van Het Kroondomein). In vergelijking met de huidige situatie is het oppervlak bos sterk toegenomen. Daarbij gaat het om een spontane bosontwikkeling van grove den, ruwe berk en zomereik.
Oppervlakte en terreintypen Het totale gebied heeft een oppervlak van 81 ha waarvan 6 ha bestaat uit twee losliggende heideveldjes en 10 ha nieuwe natuurontwikkeling met flora en faunarijk grasland ter plaatse van de voormalige stortplaats. De heideveldjes bestaan voornamelijk uit droge heide omgrenst door spontaan grove dennenbos. Aan de zuidwestkant van de voormalige stortplaats ligt een plasje, aan de oostkant een natte laagte. Direct ten noorden van de heideterreintjes ligt een eikenspaartelgenbos omgeven door een wildwal en een aangelegd ontginningsbos van grove den. Hierin is een speelweide aanwezig. Aan de westzijde van de voormalige stortplaats is een eikenstrubbenbos aanwezig. Figuur 2.5. De Kril. Foto: Marjolein van Os.
62
Geomorfologie, hydrologie en bodem De Kril ligt op de westrand van de stuwwal. Het gaat om een vrij vlak heideterrein dat op een hoogte ligt van 35 meter +NAP. Het heideterrein bestaat uit een kameterras met grove grindhoudende smeltwaterzanden. Deze vormen zijn ontstaan door verspoeling en wegsmelten van ijs. In de laatste ijstijd, het Weichselein is hier (matig fijn) dekzand over afgezet. De Kril bestaat voornamelijk uit een goed doorlatende haarpodzolgrond in leemarm en zwak lemig, matig grof zand (gHd30) waarbij het grondwater op > 140 cm beneden maaiveld zit (Grondwatertrap VIII; tabel 1.1). Gebruik Ontsluiting De heideterreintjes zijn voor wandelaars en fietser vrij toegankelijk op paden en wegen. De voormalige vuilstortplaats is niet vrij toegankelijk. Bij beeindiging van de winning van het stortgas zal de locatie vrij toegankelijk worden op de daarvoor aangelegde wandelpaden. Voormalig militair gebruik Het gebied is in het verleden in gebruik geweest als militair bivakterrein. Recreatie In het gebied is een ruiter- en menroute, educatieve wandelroute en speelweide met parkeerplaats aanwezig. De voormalige vuilstortplaats is afgesloten voor publiek. Overig Uit de afgedekte vuilstortplaats wordt gas gewonnen dat gebruikt wordt voor verwarming van congrescentrum Mennorode.
Waarden Flora en vegetatie De heideterreintjes bestaan uit droge heide met bronsmos, struikhei, gewone dophei en kussentjesmos. Daarnaast komen in terrein vegetaties voor die gerekend kunnen worden tot het heischrale grasland met soorten als borstelgras, tandjesgras, hondsviooltje, kruipbrem, stekelbrem en stijve ogentroost. Langs de paden komen plaatselijk soorten van droog schraal grasland voor zoals zandstruisgras, heidespurrie en een aantal haarmossoorten. Langs de oostrand gaat de lage vegetatie over in een (open) grove dennenbos. In de zone hierachter ligt een mooi ontwikkelt eikenstrubbenbos. Op de vuilstort heeft zich dankzij het opbrengen van een voedselarme zandlaag een kruidenrijk grasland ontwikkeld. Hier en daar zijn als gevolg van de zetting van de grond vochtige slenken ontstaan. Het grasland is voor ca. 75% vrij schraal te noemen. Hier en daar komt struikhei en kruiden van heischraal grasland voor. De westelijke 25% is ruiger begroeid, met soorten als braam, wilg, pitrus en boerenwormkruid. Aan de westkant komen echter ook enkele opvallende soorten voor die kenmerkend zijn voor voedselarme, natte, zwak zure tot zwak gebufferde omstandigheden: snavelzegge, schildereprijs en veldrus. Dit geeft aan dat de lager gelegen westelijke zone onder invloed staat van toestromend (lokaal) grondwater.
Uit de lijst met waargenomen plantensoorten (bijlage 8) komt naar voren dat in De Kril vier Rode Lijst-soorten voorkomen namelijk borstelgras, grondster, hondsviooltje, kruipbrem, slangenwortel (één waarneming in 2013) en stekelbrem.
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
63
Bosgroep Midden Nederland
Fauna Uit de heideterreintjes van De Kril zijn drie reptielensoorten voor met een Rode Lijststatus bekend, namelijk zandhagedis, levendbarende hagedis en gladde slang. De laatste twee
soorten echter slechts van één waarneming. Daarnaast komt ook hazelworm voor. Van de voormalige stortplaats is een waarneming van zandhagedis bekend. In het meest recente broedvogelonderzoek door Sovon in 2020 (Deuzeman et al., 2021) werd alleen de voormalige vuilstortplaats gekarteerd. Dit leverde broedgevallen op van 7 vogelsoorten, waaronder 1 paartje veldleeuwerik die als Gevoelig op Rode Lijst staat en 1 paartje boomleeuwerik die als Natura 2000-doelsoort is aangemerkt. Kenmerkende dagvlindersoorten van heiden en bosranden zijn bruine vuurvlinder (Rode Lijst: Kwetsbaar), groentje, groot dikkopje, hooibeetje, kleine vuurvlinder. Op de
voormalige vuilstortplaats zijn voorts icarusblauwtje en bruin zandoogje aanwezig, soorten van bloemrijke graslanden. In bijlage 10 is een lijst met waargenomen diersoorten opgenomen. Archeologie en cultuurhistorie Op de historische topografische kaart uit 1932 worden voor dit gebied een aantal grindgroeven genoemd wat in een latere periode aanleiding was voor de aanleg van de zand/grindafgraving. De aanwezige eikenbossen werden in het verleden geëxploiteerd als hakhout. Aan de noordkant tegen de Heetkamp ligt daar een voorbeeld van met een karakteristieke wildwal.
64
6.
Kuilhegge
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
65
Bosgroep Midden Nederland
Karakteristieken Ligging en historisch beeld De Kuilhegge ligt ongeveer 2 km ten zuidoosten van Elspeet aan de Apeldoornse weg. Het gebied grenst aan de noordzijde aan het conferentiecentrum Mennorode (figuur 1.1 in hoofdstuk 1). Aan de andere zijden wordt het heideterrein omringd door spontaan ontwikkeld grove dennenbos met enkele stukken eikenstrubbenbos. Op de historische kaart van 1900 vormt de heide van de Kuilhegge de verbinding tussen het Elspeterveld en de Elspeterstruiken (bijlage 4). De heide wordt aan de noord- en zuidzijde begrensd door loofbos. Op de kaart uit 1935 is te zien dat grote delen van de heide ten westen en oosten van het heideterrein zijn ontgonnen en omgevormd tot grove dennenbos. Verder is ten noorden van de Kuilhegge het Hotel en Conferentiecentrum Mennorode aanwezig. Oppervlakte en terreintypen De Kuilhegge is 3,6 ha groot. Het gebied bestaat voornamelijk uit een geaccidenteerde droge heide die aan de noord- en zuidzijde begrensd worden door spontaan ontwikkeld grove dennenbos. Aan de noordkant van de heide is pijpenstrootje dominant.
Figuur 2.6. Kuilhegge. Foto: Marjolein van Os.
66
Geomorfologie, hydrologie en bodem Het hoogste punt van De Kuilhegge ligt aan de oostzijde op 56 meter +NAP. Van hier af helt het terrein over een afstand van bijna 500 meter naar het noordwesten toe af, naar een hoogte van 48 meter +NAP. Het heideterrein bestaat uit een kameterras dat tussen een ijsmassa en de stuwwal ontstond door verspoeling en wegsmelten van ijs. Dit terras bestaat uit grove grindhoudende smeltwaterzanden. Hierover is in de laatste ijstijd een (matig fijn) dekzand over afgezet. In de Kuilhegge is grondwater gedurende het groeiseizoen niet van invloed is op de vegetatie. Voor het hele gebied bevindt zich het water in de natte periode >140 cm beneden maaiveld (Grondwatertrap VIII; tabel 1.1). In het gebied wordt allereerst een haarpodzolgrond met grof zand (Hd30) onderscheiden. Dit type ligt aan de noordrand van het heideterrein. Daarnaast komt in het zuidwestelijke deel een holtpodzolgrond met grof zand voor (gY30), waarbij het grind ondieper dan 40 cm zit. Gebruik Ontsluiting De Kuilhegge wordt alleen doorsneden door een gemarkeerd wandelpad (zwerfpad) dat van het zuidoosten naar het noordwesten door het terrein loopt. Verder loopt de Apeldoornse weg ten zuiden van het terrein. Deze is ter hoogte van het conferentiecentrum Mennorode voor gemotoriseerd verkeer afgesloten. Recreatie Door het gebied loopt een gemarkeerde wandelroute.
In het noordwesten bevindt zich een klein recreatieveld dat gebruikt wordt door het conferentiecentrum. In de afgelopen 10 jaar zijn door illegale ontwikkeling enkele nieuwe paadjes ontstaan. Dit levert extra verstoring op aan de rijke aanwezige reptielenpopulatie. Overig gebruik Aan de zuidzijde van het heideterrein bevindt zich aan de Apeldoornse weg een voormalig houtdepot, dat zich ontwikkelt als nieuwe natuur. Waarden Flora en vegetatie De Kuilhegge bestaat uit een droge heide met kenmerkende soorten zoals struikhei, gewone dophei, bronsmos, blauwe en rode bosbes. De heide gaat aan de noord- en zuidzijde geleidelijk over in grove dennenbos. In het terrein zijn drie Rode Lijst-soorten waargenomen: grondster (Kwetsbaar), stekelbrem (Gevoelig) en veenbies (Kwetsbaar). In bijlage 8 is een lijst met waargenomen plantensoorten opgenomen. Fauna Aan grote zoogdieren komen edelhert, ree, wild zwijn en wolf voor. Ten aanzien van de
reptielen zijn in dit gebied met een relatief klein oppervlak en een geïsoleerde ligging toch vier soorten waargenomen, namelijk adder, hazelworm, levendbarende hagedis en zandhagedis.
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
67
Bosgroep Midden Nederland
Er heeft geen recent broedvogelonderzoek plaatsgevonden. Wel zijn soorten als boomleeuwerik, boompieper, nachtzwaluw, roodborsttapuit en zwarte specht uit het gebied bekend.
Kenmerkende insecten die in het gebied zijn waargenomen zijn bruine vuurvlinder, groentje, groot dikkopje, hooibeestje, kleine vuurvlinder en heidesabelsprinkhaan. In de bosranden komt vliegend hert voor.
In bijlage 10 is een lijst met waargenomen diersoorten opgenomen. Archeologie en cultuurhistorie Aan de noordzijde ligt een voormalige leemput. Deze put is eigendom is van de Elspeterbosch BV.
68
7.
Elspeterstruiken
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
69
Bosgroep Midden Nederland
Karakteristieken Ligging en historisch beeld De Elspeterstruiken liggen ongeveer drie kilometer ten oosten van Elspeet, tussen de Gortelse weg en de Vaassense weg (figuur 1.1 in hoofdstuk 1). Op de historische kaart van 1900 is de heide van de Elspeterstruiken begroeid met eikenbos beheerd als hakhout, met slechts enkele boomloze delen (bijlage 4). Dit beeld wordt in de jaren 1930 verder versterkt. Aan de zuidkant van de Elspeterstruiken, de Broodberg, is in de jaren 1930 de eerste ontginning uitgevoerd. Uiteindelijk vormde er zich een ontginningsbos van ongeveer 40 ha dat beplant is met grove den, lariks en douglas. Tot de Tweede wereldoorlog kenmerkte het gebied zich door een open landschap met verspreid liggende eikenstrubbenbosjes in de heide. Door het exploiteren van de heide en het eikenhout werd het gebied actief beheerd en open gehouden. Na die tijd is het gebied vol gelopen met grove den. en kon het eikenbos zich verder ontwikkelen als strubbenbos. Dit proces duurde tot in de jaren ‘70 van de vorige eeuw. Hele delen volgelopen heide met grove den zijn weer open gezaagd en terug gebracht als heide. Daarnaast zijn de eikenstrubbenbossen vrijgemaakt van grove den. In de winter van 2015-2016 zijn enkele heidecorridors aangelegd om de verschillende heideveldjes met elkaar te verbinden en is een verbinding gemaakt met Kroondomein Het Loo.
Oppervlakte en terreintypen Het terrein bestaat uit een afwisseling van droge en vochtige heide omgeven door (voormalige) wildweiden en eikenstrubbenbos gemengd met spontaan ontwikkelde grove dennen. Het totale oppervlak heide bedraagt 24 ha.
Figuur 2.7. Elspeterstruiken. Foto: Marjolein van Os.
70
Geomorfologie, hydrologie en bodem De Elspeterstruiken ligt op een hoogte van tussen de 61 en 69 meter +NAP. In de laatste ijstijd was de ondergrond van de stuwwal in de winterperiode permanent bevroren en in de zomer ontdooide deze oppervlakkig waardoor het smelt- en regenwater over maaiveld afstroomde waarbij erosie- en smeltwaterdalen ontstonden. De Voarsdelle is hiervan een mooi voorbeeld. Het gebied heeft een grondwatertrap VIII (tabel 1.1), de vegetatie staat dan ook onder invloed van een hangwaterprofiel. De bodem bestaat uit middelkorrelig tot grofkorrelig zand, terwijl plaatselijk ook fijn zand voorkomt. Daarnaast bevat deze in het gehele gebied veel grind. Het leemgehalte is wisselend. Op de flanken van het smeltwaterdal bevindt zich een haarpodzol (gHd30) waarbij zich het grind ondieper dan 40 cm bevindt. Op de hogere omliggende delen bevindt zich een holtpodzol (gY30) met grind ondiep in de bodem. Gebruik Ontsluiting In het noorden ligt de Noorderheide (in beheer van Staatsbosbeheer). Aan de oostzijde bevinden zich een verspreid aantal heideterreintjes van het Kroondomein. Het gebied is via een aantal onverharde wegen ontsloten. Recreatie Het terrein is voor recreanten toegankelijk via de aanwezige zandwegen die ook voor het beheer en toezicht van de bossen en heiden gebruikt worden.
In het terrein zijn geen specifieke voorzieningen zoals wandel- en fietspaden aangelegd. Op de scheiding met het Elspeterbos aan de westzijde en langs de Vaassenseweg is een gemarkeerde paardenroute aanwezig. Waarden Flora en vegetatie De vegetatie in het gebied kan worden getypeerd als een droge heide waarin struikhei domineert met in de laagste delen een vochtige heide met gewone dophei en pijpenstrootje (beide dominant aanwezig). In de heiden komen verder rode en blauwe bosbes, kraaihei, stekelbrem (Rode Lijst: Gevoelig), tandjesgras, tormentil, veenbies (Kwetsbaar) en jeneverbes nog op een aantal plaatsen voor. Beide bosbessoorten worden net als jeneverbes ook aangetroffen in de omliggende grove dennen- en eikenstrubbenbossen. Op zandige plekken groeien kenmerkende soorten als klein vogelpootje en zilverhaver. De wildweiden hebben vanwege het voedselrijke en het dynamische karakter een soortenarme ruigtevegetatie. Opvallend is dat de Amerikaanse vogelkers spaarzaam in de bossen aanwezig is. Juist de geleidelijke overgangen van strubbenbos naar heide zijn zowel vanuit natuurwetenschappelijk als landschappelijk oogpunt bijzonder waardevol. In bijlage 8 is een lijst met waargenomen plantensoorten opgenomen. Fauna Vanwege de beslotenheid van het terrein gebruiken grote zoogdieren de Elspeterstruiken graag als verblijfsplaats.
Edelhert, damhert, ree, wild zwijn, wolf, vos en das worden allen waargenomen. Verder komen haas en konijn voor, die als Gevoelig op de Rode Lijst staan. Er heeft (recent) geen broedvogelonderzoek plaatsgevonden. In de afgelopen tien jaar zijn wel losse waarnemingen bekend van kenmerkende of bijzondere soorten als
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
71
Bosgroep Midden Nederland
boomleeuwerik, boompieper, geelgors, kneu (Rode Lijst: Gevoelig), raaf (Gevoelig) roodborsttapuit en zwarte specht. Van de reptielen komen levendbarende hagedis (Gevoelig), zandhagedis (Kwetsbaar) en hazelworm voor. Van de insectenfauna is weinig bekend, maar bosparelmoervlinder (Ernstig bedreigd), groentje, groot dikkopje, heideblauwtje (Kwetsbaar), hooibeestje, kleine parelmoervlinder (Kwetsbaar), kleine vuurvlinder, heidesabelsprinkhaan en vliegend hert zijn kenmerkende soorten die laatste tien jaar waargenomen. In bijlage 10 is een lijst met waargenomen diersoorten opgenomen. Archeologie en cultuurhistorie In deze bossen bevinden nog zogenaamde ‘huttegaten’ die werden gegraven door de ‘ekenschillers’ om daar een (tijdelijke) woonplaats te maken. Verder komen in het bos op een aantal plaatsen laker- of bakenbomen voor. Dit zijn opgaande bomen (eik of beuk) waar op de stam een teken aangebracht is om de scheiding tussen twee strubbenbospercelen aan te geven.
Figuur 2.8. Eikenstrubbe in de Elspeterstruiken.
72
8.
Het Provinciebos
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
73
Bosgroep Midden Nederland
Karakteristieken Ligging en historisch beeld Het heideterreintje ligt in Het Provinciebos en bevindt zich 1 km ten noordwesten van Vierhouten en 300 meter ten noorden van de Nunspeterweg (figuur 1.1 in hoofdstuk 1). Het kleine heideterrein wordt omgeven door naaldbos. Aan de zuidoostkant van de heide eindigt de Nunbeek, een gegraven sprengenbeek die vanuit Vierhouten komt. Oppervlakte en terreintypen Het heideterrein heeft een grootte van 3,4 ha. Het gebied bestaat voornamelijk uit een droge heide met rondom grove dennenbos. Geomorfologie, hydrologie en bodem Het grootste deel van Het Provinciebos ligt op 16 meter +NAP. Er bevinden zich echter een aantal stuifduinen die met 19 en 20 meter +NAP. vrij hoog zijn. Deze duinen geven het heideterreintje een gevarieerd reliëf. Het heideterrein maakt onderdeel uit van een uitgestrekte glooiing van ijs- en sneeuwsmeltwaterafzettingen die zijn afgedekt met dekzand. In het gebied is een stuifdek herkenbaar. De bodem van Het Provinciebos kan dan ook getypeerd worden als een duinvaaggrond waarbij het zuidwestelijke deel een grofzandig en het noordoostelijke deel een leemarm tot zwak lemig karakter heeft (Zd21/ Zd30). Het grondwater zit op >140 cm beneden maaiveld (Grondwatertrap VIII; tabel 1.1). Gebruik Ontsluiting Het heideterrein is ontsloten door een gemarkeerd wandelpad. Recreatie Het gebied wordt bezocht door wandelaars.
Aan de noordwestzijde wordt het heideterrein begrensd door het fietspad “Eibertjespad”. Waarden Flora en vegetatie Het heideterrein bestaat uit een droge heide die behalve door struikhei wordt gekenmerkt door kraaihei en rode bosbes (vooral aan de hoger gelegen oostkant van het terrein). Op de overgangen naar de stuifduintjes komen plantensoorten voor die kenmerkend zijn voor open, droge schraalgraslanden. In het zuidwesten komt een klein eikenstrubbenbos voor. Verder is er een scherpe overgang met het omliggende grove dennenbos. In de zuidwestkant loost de Nunbeek zijn water in de rand van de heide waardoor een storingsvegetatie is ontstaan. Uit de laatste tien jaar zijn 2 plantensoorten bekend die op de Rode Lijst staan: jeneverbes (Gevoelig) en stekelbrem (Gevoelig). In bijlage 8 is een lijst met waargenomen plantensoorten opgenomen.
74
Figuur 2.9. Jeneverbesstruweel in Het Provinciebos.
Fauna In Het Provinciebos heeft recent geen gericht faunaonderzoek plaatsgevonden. Naast de welbekende grote hoefdieren als edelhert, damhert en ree en wilde zwijn is het voorkomen van twee reptielensoorten bekend, die beide op de Rode Lijst staan: levendbarende hagedis (Gevoelig) en zandhagedis (Kwetsbaar). Verder is de dagvlinder groentje vermeldingswaardig. In bijlage 10 is een lijst met waargenomen diersoorten opgenomen. Archeologie en cultuurhistorie Uit het gebied zijn geen archeologische of cultuurhistorische waarden bekend.
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
75
Bosgroep Midden Nederland
9.
De Waschkolk
76
Karakteristieken Ligging en historisch beeld De Waschkolk is binnen dit onderzoek het meest noordelijk gelegen heideterrein van de gemeente Nunspeet (figuur 1.1 in hoofdstuk 1). Het terrein ligt ongeveer 3 km ten zuidoosten van Nunspeet. Daarbij is alleen het zuidelijke gedeelte van De Waschkolk in bezit van de gemeente Nunspeet. Het noordelijke deel is in 1993 door grondruil in handen gekomen van Staatsbosbeheer. De Waschkolk maakte rond 1900 onderdeel uit van de Oost Eindsche heide. Op de historische topografische kaart is goed de overgang te zien van het stuifzandgebied in het noorden en de (eindeloze) heide in het zuiden. De Waschkolk zelf bestond aan het begin van de 19e eeuw uit een droge heidevegetatie met overgangen naar een stuifzandgebied. Als “nat element” was De Waschkolk belangrijk, gezien de paden die naar deze plek gaan. Op de topografische kaart uit 1935 is te zien dat in het gehele gebied rondom De Waschkolk de heide ontgonnen is en omgezet naar grove dennenbos. Verder stonden er in de jaren ’30 van de vorige eeuw op het zuidelijke gedeelte bebouwing en zijn in het oostelijk deel een aantal graslandjes en een akker ontwikkeld. Oppervlakte en terreintypen De heide van De Waschkolk heeft een grootte van 4 ha. Het gebied bestaat uit een droge tot vochtige heidevegetatie met aan de oostzijde een aantal schrale graslandjes.
Het terrein wordt aan de noordwestzijde begrensd door grove dennenbos en aan de zuidoostzijde door open dennen en eikenbos met pijpenstrootje en blauwe bosbes in de ondergroei. Geomorfologie, hydrologie en bodem In De Waschkolk komt een sterk reliëf voor waarbij in het zuidwestelijke deel twee komvormige laagtes liggen met ten oosten hiervan een opgestoven zandrug. De Waschkolk ligt tussen de 14,5 en 16 meter +NAP. Ook hier maakt het heideterrein onderdeel uit van een uitgestrekte glooiing van ijs- en sneeuwsmeltwaterafzettingen die naar het noorden toe afloopt. Deze smeltwaterafzettingen zijn afgedekt met dekzand. Het zuidelijke deel bestaat uit een haarpodzol met een leemarm en zwak lemig karakter (Hd21). Het noordelijk gedeelte is een duinvaaggrond met een leemarm tot zwak lemig karakter (Zd21). In het gehele gebied zit het grondwater op >140 cm beneden maaiveld zit (Grondwatertrap VIII; tabel 1.1). Gebruik Ontsluiting Langs de noordzijde van De Waschkolk, op de overgang met het bos, loopt een (illegaal) wandelpad. Recreatie Het gebied wordt met name bezocht door wandelaars en ATB-ers. Er zijn voor recreanten geen verdere faciliteiten aanwezig. Wel ligt ten noorden van het terrein het Zandenbos van Staatsbosbeheer. Een bosgebied met veel recreatieve voorzieningen. In het verleden (tot 1975) werd het gebiedje gebruikt door studenten als kampeerterrein.
De sporen hiervan zijn nog in het terrein terug te vinden. Op het meest oostelijke graslandje wordt een aantal keren per jaar, tijdens activiteiten van de Nunspeetse Rij- en Jachtvereniging geparkeerd.
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
77
Bosgroep Midden Nederland
Waarden Flora en vegetatie De Waschkolk bestaat uit vochtige en droge heide waarin gewone dophei, struikhei en pijpenstrootje kenmerkend zijn. Op de hogere stuifzandrug domineert bochtige smele maar komen ook soorten van heischraal grasland voor zoals borstelgras, tandjesgras en pilzegge. Aan de noordzijde gaat de heide geleidelijk over in een grove dennenbos waarin zomereik ook een relatief hoog aandeel heeft. In het zuiden wordt de heide door een eenvormig grove dennenbos begrensd. De graslandjes in het noordoosten bestaan onder andere uit gladde witbol, pitrus en duizendblad. Rode Lijst-soorten die in het gebied voorkomen zijn borstelgras (Gevoelig), grondster (Kwetsbaar), jeneverbes (Gevoelig), kruipbrem (Kwetsbaar), stekelbrem (Gevoelig), veenbies (Kwestbaar) en witte snavelbies (Kwetsbaar). In het noordelijke terreindeel (Staatsbosbeheer) komen nog kleinste egelskop (Bedreigd), klokjesgentiaan (Gevoelig) en liggende vleugeltjesbloem (Gevoelig) voor. Het ven in het terreindeel van Staatsbosbeheer heeft een mooi ontwikkelde oevervegetatie en is van grote ecologische betekenis in dit verder betrekkelijk droge landschap. In bijlage 8 is een lijst met waargenomen plantensoorten opgenomen. Fauna In het zuidelijk deel van De Waschkolk komen 3 reptielensoorten voor: levendbarende hagedis (Rode Lijst: Gevoelig), hazelworm en adder (Kwetsbaar).
Uit het noordelijke deel van Staatsbosbeheer is ook gladde slang (Bedreigd) en zandhagedis (Kwetsbaar) bekend. Wat betreft voor heide kenmerkende insecten zijn uit de laatste tien jaar groentje, groot dikkopje, heideblauwtje, hooibeestje, kleine vuurvlinder, heidesabelsprinkhaan en schavertje waargenomen. In het noordelijk terreindeel van Staatsbosbeheer zat tot 2008 een populatie gentiaanblauwtje. Deze soort komt inmiddels nergens in te heideterreinen van Nunspeet meer voor. In bijlage 10 is een lijst met waargenomen diersoorten opgenomen. Archeologie en cultuurhistorie Uit het gebied zijn geen archeologische of cultuurhistorische waarden bekend.
78
Bijlage 2
Bodemkaarten van de terreinen
Elspeetsche Heide
Westeindsche Heide Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
79
Bosgroep Midden Nederland
Elspeterveld
Grote en Kleine Kolonie
80
De Kril
Kuilhegge
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
81
Bosgroep Midden Nederland
Elspeterstruiken
Het Provinciebos
82
De Waschkolk
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
83
Bosgroep Midden Nederland
Bijlage 3
Hoogtekaarten van de terreinen
Elspeetsche Heide
Westeindsche Heide 84
Elspeterveld
Grote en Kleine Kolonie
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
85
Bosgroep Midden Nederland
De Kril
Kuilhegge
86
Elspeterstruiken
Het Provinciebos
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
87
Bosgroep Midden Nederland
De Waschkolk
88
Bijlage 4
Historische kaarten van de terreinen
Topografische kaart van de Elspeetsche Heide (1900)
Topografische kaart van de Elspeetsche Heide (1935)
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
89
Bosgroep Midden Nederland
Topografische kaart van de Westeindsche Heide (1900)
Topografische kaart van de Westeindsche Heide (1935)
90
Topografische kaart van het Elspeterveld (1900)
Topografische kaart van de Elspeterveld (1935)
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
91
Bosgroep Midden Nederland
Topografische kaart van de Grote en Kleine kolonie (1900)
Topografische kaart van de Grote en Kleine kolonie (1935)
92
Topografische kaart van De Kril (1900)
Topografische kaart van De Kril (1935)
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
93
Bosgroep Midden Nederland
Topografische kaart van Kuilhegge (1900)
Topografische kaart van Kuilhegge (1935)
94
Topografische kaart van de Elspeterstruiken (1900)
Topografische kaart van de Elspeterstruiken (1935)
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
95
Bosgroep Midden Nederland
Topografische kaart van Het Provinciebos (1900)
Topografische kaart van Het Provinciebos (1935)
96
Topografische kaart van De Waschkolk (1900)
Topografische kaart van De Waschkolk (1935)
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
97
Bosgroep Midden Nederland
Bijlage 5
Recreatievoorzieningen
98
Langetermijnvisie heideterreinen Nunspeet
99
Bosgroep Midden Nederland
100