CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 5a Bijlage Natuurbrandpreventieplan 2021-2030 def

Commissie Algemeen Bestuur 11 maart 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Natuurbrandpreventieplan gemeente Nunspeet 2021-2030 (inclusief presentatie).15.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2. Maatregelen

In bijlage 5 zijn kaarten per compartiment opgenomen met natuurbrandpreventie maatregelen. Deze zijn uitgewerkt op twee niveaus: 1. maatregelen compartimentsgrenzen: grondgebied Nunspeet 2.  maatregelen binnen compartiment: eigendom Nunspeet Paragraaf 4.2.1. en 4.2.2. geven een totaaloverzicht van beide maatregelniveaus. Voor een specifiek overzicht per compartiment wordt verwezen naar bijlage 5. Paragraaf 4.2.3 geeft een overzicht van de te nemen maatregelen ten behoeve van aanleg en onderhoud van de calamiteitenroutes. Urgentie

De maatregelen zijn ingedeeld naar urgentie: - Hoog: realisatie binnen 5 jaar - Middel: realisatie binnen 8 jaar - Laag: realisatie binnen 10 jaar

Figuur 6: Breedte en hoogte van wegen voor hulpdiensten (Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, Brandweer Nederland)

Slagbomen In verband met de toegankelijkheid van bosgebieden zijn, in het licht van het tegengaan van gemotoriseerd vervoer op bospaden, slagbomen geplaatst. Deze kunnen echter ook voor vertraging zorgen bij het uitrukken van hulpdiensten. Het is daarom van belang dat de slagboom niet op slot is, te openen is met een algemene driehoeksleutel, of dat een cijferslot wordt gebruikt waarvan de code bij de brandweer bekend is.

Binnen de kaders van dit project is hiervan geen uitgebreide analyse gemaakt. Aanbevolen wordt dat de VNOG in overleg met alle terreineigenaren als onderdeel van de gebiedsgerichte aanpak hier verdere invulling aan geeft.

Doel is dat alle maatregelen met urgentie Hoog en Middel binnen een reguliere beheercyclus van 5 jaar zijn gerealiseerd. Waar het omvorming van ontginningsbos naald naar loof betreft dan is het realistisch als dit in twee dunningsbeurten wordt gerealiseerd. Bij nieuwe aanleg van een element, zoals een loofsingel, dan kan dit in één ronde plaatsvinden.

4.2.1. Maatregelen compartimentsgrenzen

In onderstaande tabel zijn uitsluitend maatregelen op de compartimentsgrenzen opgenomen. De verschillende eigenaren die daarbij betrokken moeten worden zijn benoemd. Initiatief tot realisatie ligt in beginsel bij de VNOG. Daarbij kan zij ondersteund worden door de gemeente en het voorliggende plan voor verdere verdieping.

Tabel 3: Maatregelen compartimentsgrenzen

26

Maatregelen compartimentsPrioriteit maatregel grens Geen maatregelen, 1 Hendriksbosch – N.v.t. compartimentsgrens op orde. Belvederebosch 1.Verwijderen brandtrap/om- Hoog 2 Huize Sandbergen, Golfbaan en Zanden- vormen naar loofhout: Aan de noordzijde van de A28 bevinden plas zich nog diverse brandtrappen in grove dennen opslag en de opgaande bosrand. De voorgestelde maatregel is het verwijderen van de brandtrappen op de korte termijn en een geleidelijke omvorming naar loofhout op de langere termijn. Daarbij zal aanplant van boomvormers en loofhoutstruiken noodzakelijk zijn. 4. Verwijderen takkenhopen: In Hoog 3 Eikenhorst het particuliere bosgebied Eikenhorst liggen grote takkenhopen verspreidt door het bos. Aanbevolen wordt dat deze verwijderd worden om brandrisico’s binnen het compartiment te beperken. 1. Realisatie brandsingel: langs de Klaterweg aan de Noord-oostzijde van het compartiment wordt aanbevolen dat er een brandsingel wordt gerealiseerd. De naastgelegen camping de Scheepsbel (buiten grondgebied) is een hoogrisico locatie. Overslag van brand vanuit dit compartiment dient voorkomen te worden (en vice versa) Compartiment

4 Noorderbosch

5 Zandenbosch

2. Herstel brandsingel en Middel brandgang: langs de gemeente grens en het ASK ligt een voormalige brandgang en brandsingel. Aanbevolen wordt om deze te herstellen. Hiervoor zal risicovol naaldhout over de gehele lengte dienen te worden verwijderd en de vergraste brandgang te worden hersteld door te frezen en indien nodig een deel van de toplaag af te voeren. Geen maatregelen korte termijn. Instandhouding brandsingel langs A28.

Springers verwijderen: enkele Laag potentiële ‘springers’ langs N795 verwijderen (niet op kaart) Geen maatregelen 7 Pas Opweg Zuid-oost 8 Centraal en Vierhou- 15. Springers verwijderen: gro- Middel ve den springers langs compartensche Heide timentsgrens verwijderen (nalopen) (op grens van compartiment 17). 6 Pas Opweg Oost

27

Betrokken eigenaren N.v.t. Rijkswaterstaat (1) Golfbaan het Rijk van Nunspeet (1)

Gemeente Nunspeet Camping De Scheepsbel Gemeente Elburg

Staatsbosbeheer Rijksvastgoedbedrijf

Staatsbosbeheer

Gemeente Nunspeet

Maatregelen compartimentsPrioriteit maatregel grens 9 Hendrik Mouwenveld 8. Naaldhout omvormen naar Middel loofhout: langs de Gortelseweg en Duivelsbosch op de grens met het Kroondomein is zone met veel grove den en ander soortig naaldhout waar een brand relatief gemakkelijk kan overslaan naar het andere compartiment. Hier dient een versnelde omvorming naar loofhout plaats te vinden in een zone van ongeveer 25m aan beide zijden van de weg. 9. Naaldhout omvormen naar Middel 10 Vierhouten Zuid loofhout: langs de Elspeterbosweg op de grens met de Elspeetsche heide is een zone met veel grove den waar een brand relatief gemakkelijk kan overslaan naar het andere compartiment. Hier dient een versnelde omvorming naar loofhout plaats te vinden in een zone van ongeveer 25m aan beide zijden van de weg, door het gericht vrijstellen van bestaand loofhout. 7. Naaldhout omvormen naar Middel 11 Elspeeterbosch loofhout: aan de Zuidrand van het compartiment op de grens van compartiment 12 dient de berm aan de Noordrand langs de Vaassenseweg vrij te worden gehouden van grove den / naaldhout. Een actieve omvorming naar (bestaand) loofhout is mogelijk. Deze zone kan vrij smal blijven (20 meter) vanwege de naastgelegen Amerikaanse eikenlaan. 10. Naaldhout omvormen naar loofhout: aan de Noordzijde van het compartiment staat veel grove den in de rand. Het risico op overspringen is groot.

Aanbevolen wordt om de randen uit te dunnen en loofhout te bevorderen. Geen maatregelen langs compartimentsgrenzen. 12 Trienebosch Oost 13 Mennorode en Trie- Geen maatregelen langs compartimentsgrenzen. nebosch 12. Naaldhout omvormen naar Middel 14 Elspeet Zuid loofhout: langs de weg Heetkamp dennen sterk dunnen t.b.v. loofhout vorming. Beide zijden van de weg. Geen maatregelen langs compartimentsgrenzen. 15 Elspeeterveld 21. Naaldhout verwijderen: Hoog 16 Grote Kolonie aan Noordgrens compartiment naaldhout verwijderen en waar mogelijk loofhout stimuleren en/of aanplanten. 22. Naaldhout omvormen naar loofhout: dennen uitdunnen en ontwikkeling aanwezig loofhout bevorderen (buiten grondgebied Nunspeet) Compartiment

Betrokken eigenaren Staatsbosbeheer

Gemeente Nunspeet

Gemeente Nunspeet

Gemeente Nunspeet

Gemeente Nunspeet Staatsbosbeheer

28

Compartiment 17 Elspeetsche Heide Oost 18 E  lspeetsche Heide West

19 Hulshorsterzand en Zuiderbosch

20 Westeindsche Heide, Leuvenhorst en Willemsbosch

Tabel 4: Maatregelen binnen compartimenten en eigendom gemeente Nunspeet

Maatregelen compartimentsPrioriteit maatregel Betrokken eigenagrens ren Geen maatregelen langs compartimentsgrenzen 20. Naaldhout verwijderen: Hoog langs de westzijde van compartiment naaldhout verwijderen, m.u.v. karakteristieke dennen. Ter voorkoming van overspringen brand. 25. Grove dennen uitdunnen: op grens met compartiment 20 grove den uitdunnen aan beide zijden van de weg t.b.v. loofhout.

Gemeente Nunspeet

20. Naaldhout verwijderen: Middel langs de oostzijde naaldhout verwijderen, m.u.v. karakteristieke dennen. Ter voorkoming van overspringen brand 24. Naaldhout omvormen naar loofhout: Dennen uitdunnen en loofhout bevoordelen. Indien nodig loofhout aanplanten. 25. Grove dennen uitdunnen: Middel op grens met compartiment 18 grove den uitdunnen aan beide zijden van de weg t.b.v. loofhout.

Gemeente Nunspeet

4.2.2 Eigendom gemeente Nunspeet

In onderstaande tabel zijn uitsluitend compartimenten opgenomen met daarin eigendommen van de gemeente. De omschreven maatregelen betreffen maatregelen binnen het compartiment. Maatregelen op de compartimentsgrens zijn voor alle compartimenten integraal beschreven in 4.2.1. Generieke maatregelen zoals bijvoorbeeld het verwijderen van brandtrappen in overgangen van heide naar bos zijn niet in detail uitgewerkt, tenzij er een hoge prioriteit ligt. In het reguliere bos- en heidebeheer dienen echter de generieke maatregelen zo veel mogelijk worden geïntegreerd. Dit helpt de verspreiding van een natuurbrand binnen een compartiment verder te beperken.

Gemeente Nunspeet

29

Maatregelen eigendom Prioriteit maatregel Betrokken eigenaNunspeet 2020-2025 ren 2. Realiseren brandsingel: Aan Hoog 2 Huize Sandbergen, Gemeente Nunspeet Golfbaan en Zanden- de noordzijde van de Golfbaan en het spoortracé ligt een bosrand plas waarin vrij veel grove den aanwezig is. Aanbevolen wordt om hier een brandsingel te realiseren van diverse loofhoutsoorten om risico’s vanuit een bermbrand langs het spoor in te perken. 3. Rand vrij houden van tak- en Hoog 3 Eikenhorst Gemeente Nunspeet tophout: langs de Eperweg ligt vrij veel takmateriaal van den. Aanbevolen wordt om deze rand over een breedte van ongeveer 15 meter vrij te houden van houtresten. Geen maatregelen korte termijn. 5 Zandenbosch Instandhouding brandsingel langs A28. Instandhouding evacuatieroute Samosa 8 Centraal en Vierhou- 13. Naaldhout verwijderen: rand Hoog Gemeente Nunspeet langs groepsterrein, grove den tensche Heide Camping Samosa verwijderen en mantel zoom veCamping De Tol getatie met loof bevorderen. FNV Groepsterrein 14. Naaldhout omvormen naar (?) loofhout: aanplant op en langs wal vervangen voor duurzaam loofhout. Laurier kers verwijderen. 17. Naaldhout omvormen naar loofhout: langs camping Samosa actief grove den verwijderen en duurzaam loofhout terugbrengen (ongeveer 3,5 hectare). 19.

Naaldhout omvormen naar loofhout: langs camping De Tol actief grove den verwijderen en duurzaam loofhout terugbrengen (ongeveer 3 hectare). Geen maatregelen binnen compartiment (Natuurbos, af11 Elspeeterbosch branden acceptabel bij onbeheersbare brand). 13 Mennorode en Trie- 11. Naaldhout omvormen naar Hoog Gemeente Nunspeet loofhout: aan de oostzijde van nebosch Hotel en CongresMennorode staan diverse vlekken centrum Mennorode grove den. Actieve omvorming naar loofhout is hier gewenst. Afstemming met het hotel in het kader van Firewise is daarbij noodzakelijk. Geen specifieke maatregelen binnen compartiment. 14 Elspeet Zuid 37. Realisatie subcompartiment: Middel 15 Elspeeterveld Gemeente Nunspeet langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 38. Realisatie subcompartiment: langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. Compartiment

30

31

5. Maatregelplanning en Begroting De maatregelplanning en begroting zijn uitgewerkt in bijlagen 6 en 7. De opgenomen maatregelen hebben uitsluitend betrekking op het eigendom van de gemeente. Daarbij is uitgegaan van uitvoering in de periode 20202025. Aan het einde van deze periode worden maatregelen voor de volgende periode 5 jaar gedefinieerd o.b.v. een tussentijdse evaluatie en, indien nodig, vegetatieopname. 4.2.3 Calamiteitenroutes op eigendom Nunspeet - Maatregelen

Uit nadere analyse is gebleken dat de calamiteitenroutes vrijwel geheel binnen het reguliere wegenpadenonderhoud worden bijgehouden. Deze zijn op dit moment op orde wat betreft begaanbaarheid en doorrijhoogte. Budget voor onderhoud is vooralsnog geborgd in het reguliere beheerbudget. Oefeningen natuurbrandbestrijding kunnen eventuele onvoorziene tekortkomingen in de calamiteitenroutes aan het licht brengen. O.b.v. hiervan kunnen eventuele noodzakelijke aanpassingen in de routes en/of het onderhoud gemaakt worden. Paragraaf 4.2.4. gaat nader in op het belang van oefenen. Een cyclische schouw van wegen en paden wordt daarnaast aanbevolen om gebiedsdekkend de begaanbaarheid te monitoren en te waarborgen.

4.2.4. Herstel Oefeningen Natuurbrandbestrijding

Een belangrijk onderdeel van preventie is een goede voorbereiding op verschillende natuurbrandscenario’s. Het periodiek oefenen van dergelijke scenario’s in het veld en in simulaties is cruciaal om niet alleen de operationele handelingen op niveau te kunnen houden, maar ook om zwakke punten in de inrichting van de terreinen te identificeren. Op basis van oefeningen en evaluaties kan vastgesteld worden of de inrichting van de compartimentsgrenzen, eventuele subcompartimenten en aanwezige calamiteitenroutes afdoende zijn voor een effectieve bestrijding van een natuurbrand. Daarnaast kan met oefening ervoor gezorgd worden dat alle betrokkenen bij brandbestrijding op elkaar zijn ingespeeld en weten hoe zij moeten handelen. Communicatiestructuren kunnen worden getest en verbeterd. Dit plan pleit daarbij voor intensieve samenwerking tussen de VNOG, brandweer, de natuurterreinbeheerders en lokale loonwerkers (aanvoer bluswater/ nat houden compartimentsgrenzen), bereikt door cyclische oefeningen. In gesprekken met vertegenwoordigers van de VNOG, brandweer en de natuurbeheerder van de gemeente Nunspeet is gebleken dat dergelijke oefeningen nauwelijks hebben plaatsgevonden in de laatste 3 jaar en dat de samenwerkingsstructuur niet in optima forma is.

De volgende maatregelen worden voorgesteld voor het herstel van de oefen- en evaluatiestructuur: • Aanbevolen wordt om minimaal een jaarlijkse oefening te organiseren binnen de gemeente Nunspeet. Daarbij kan er gerouleerd worden tussen terreinen van diverse eigenaren. VNOG wordt opgeroepen om samen met de brandweer en de natuurbeheerder van de Gemeente Nunspeet hierin het voortouw te nemen. • Aanbevolen wordt om een uitvoerige inventarisatie uit te voeren van stakeholders die betrokken dienen te worden bij deze oefeningen. Daarbij wordt naast VNOG, brandweer en terreineigenaren ook gedacht aan loonwerkers die kunnen worden ingezet voor de aanvoer van bluswater en het nathouden van compartimentsgrenzen en subcompartimenten. De VNOG wordt opgeroepen om hierin het voortouw te nemen. • Aanbevolen wordt om een volgende oefening te richten op het testen van de nieuwe bluswaterinfrastructuur, in het bijzonder, situaties waar de brand zich dieper in het terrein bevindt. Een centrale vraag is of de dekking van brandputten in combinatie met het systeem van waterwagens voldoende is voor grootschalige bestrijding.

Tegen die tijd zal ook duidelijk zijn geworden hoe de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak vorm heeft gekregen en welke maatregelen daaruit zijn voortgekomen (en uitgevoerd). De begroting is opgesteld op basis van normkosten en ervaringsgetallen in afstemming met de beheerder. Er is in deze fase niet onderzocht of het mogelijk is om in samenwerking met andere terreineigenaren maatregelen uit te voeren en of hierbij eventuele schaalvoordelen ontstaan die kosten reducerend kunnen werken.

32

33

6. Communicatie en processtappen realisatie In dit plan zijn een diversiteit aan maatregelen beschreven op verschillende abstractieniveaus. Dit kan de realisatie uitdagend maken. Om dit in goede banen te leiden worden de volgende processtappen voorgesteld:

1. Communiceren plan met stakeholders: Een deel van de maatregelen, zeker langs compartimentsgrenzen, kunnen (visueel) ingrijpend zijn. Zonder goede communicatie naar stakeholders zoals bewoners, natuurbeschermingsorganisaties en andere belanghebbenden ligt het in lijn der verwachting dat er stevige discussie ontstaat over de wenselijk van de maatregelen. Een proactieve communicatiestrategie is vereist om zo veel mogelijk draagvlak te creëren voor de uitvoering van maatregelen. Dit vraagt verdere uitwerking. Aanbevolen wordt dat de gemeente hierin een trekkende rol neemt, in ieder geval voor de maatregelen die in haar eigen terreinen worden uitgevoerd. De kapstok van de gebiedsgerichte aanpak kan in de communicatie hierbij helpen. 2. Uitvoeren maatregelen eigendom gemeente: Dit plan geeft de noodzakelijke concrete maatregelen aan die uitgevoerd dienen te worden binnen het gemeentelijke eigendom. Met borging van het noodzakelijke budget en door maatregelen slim te combineren met reguliere beheerwerkzaamheden zoals dunningen, kan er snel invulling gegeven worden aan de realisatie: a.  Prioriteit Hoog: maatregelen met de prioriteit Hoog dienen binnen 3 jaar gerealiseerd te zijn. b.  Prioriteit Middel: maatregelen met de prioriteit Middel zijn beoogd om binnen 5 jaar te realiseren.

Waar mogelijk wordt uitvoering gecombineerd met andere beoogde werkzaamheden vanuit het reguliere beheer. c. Invoering herzien stookbeleid: na verdere interne afstemming kan het beleid worden vastgesteld door het college. 3. Uitwerking gebiedsgerichte aanpak (VNOG): Parallel aan stap 1 en 2 loopt de uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak. De gemeente hoeft voor haar ‘eigen’ maatregelen hier niet op te wachten en kan in samenwerking met de VNOG het goede voorbeeld geven door proactief in haar eigen terreinen aan het werk te gaan. 4. Uitvoering gezamenlijke maatregelen: Waar het wenselijk of noodzakelijk is voor de gemeente om samen te werken met andere terreineigenaren, zoals op compartimentsgrenzen, is het zaak dat voorbereidingen hiervoor vroegtijdig worden gestart aan het begin van planperiode. Onderzocht dient te worden of kosten gedeeld kunnen

worden voor bepaalde werkzaamheden door bijvoorbeeld collectief aan te besteden. Voorgesteld wordt dat de gemeente hierin het voortouw neemt. Daarbij is het zaak dat er tempo blijft in het proces en potentiële langdradige samenwerkingsprojecten in de uitvoering dienen te worden vermeden. In ieder geval waar het maatregelen betreft met de prioriteit Hoog. 5. Evaluatie: Gedurende de planperiode dienen genomen processtappen en gerealiseerde maatregelen te worden geëvalueerd. Zo blijft het natuurbrandrisico beheersbaar voor de lange termijn. Hoofdstuk 9 gaat nader in op de evaluatiecyclus en bijbehorende activiteiten.

7. Evaluatie en monitoring Het beheer van bos- en natuurterreinen is geen statisch proces. De natuur is continu in ontwikkeling en ook in het kader van natuurbrandpreventie vraagt dit een beheer dat inspeelt op deze veranderingen en waar nodig ontwikkelingen bijstuurt naar een gewenste situatie.

Alleen door te monitoren en het beheer te evalueren kunnen de beheerwerkzaamheden blijven aansluiten bij de ontwikkelingen in het terrein en de gestelde doelen op het gebied van natuurbrandpreventie. De maatregelen worden binnen reële periode uitgevoerd welke aansluit bij de cyclus van de bosbeheer- en heidebeheerplannen. Dit betekent dat de maatregelen in één of twee cycli van 5 jaar worden uitgevoerd. Diverse omvormingswerkzaamheden van naald- naar loofbos kunnen zo op een vrij geleidelijke manier geschieden zonder dat bewoners en recreanten de verstoring door de gehele gemeente ervaren. Aan het einde van de eerste cyclus kan worden geëvalueerd of alle maatregelen zijn uitgevoerd en wat de status van natuurbrandrisico’s is in de terreinen. Om de vinger aan de pols te houden gedurende de uitvoering wordt een jaarlijkse tussentijdse evaluatie voorgesteld waarin de voortgang van uitvoering besproken wordt. De evaluatiefrequentie is dan als volgt: - Jaarlijkse evaluatie voortgang uitvoering maatregelen: o Ligt men op schema? o Waarom maatregelen wel of niet uitgevoerd?

heidebeheerplan waarmee de uitvoering wordt geborgd. De evaluatie is de voorlaatste stap van de PDCA cyclus, een proces van continue verbetering, waarna het vaststellen, uitvoeren, evalueren en aanpassen constant doorloopt. Door deze werkwijze toe te passen in het beheer worden veranderingen opgemerkt en worden tijdig noodzakelijke maatregelen uitgevoerd. Na 10 jaar vindt een uitgebreide inventarisatie van het terrein plaats zodat het plan kan worden geactualiseerd.

- 5-jaarlijkse evaluatie: o Stand van zaken uitvoering: doelen bereikt ja/ nee? o Inventarisatie natuurbrandrisico:  Is de situatie veranderd?  Vraagt het aanpassingen in het plan voor de komende 5 jaar? Enkele evaluatie thema’s zijn hieronder nader beschreven. Interne evaluatie

Het natuurbrandpreventieplan moet na de eerste maatregelfase actueel worden gehouden. Dit betekent dat het een “levend plan” betreft waar, als dit na de evaluatie nodig blijkt, nieuwe maatregelen aan kunnen worden toegevoegd. De bosranden zullen zich mogelijk weer vullen met ongewenste naaldhoutsoorten, er zullen nieuwe dennen op de heide opkomen en door de ontwikkeling van het gebied zullen er nieuwe risicolocaties ontstaan die nu nog niet in beeld zijn. Door periodiek te evalueren en stil te staan bij deze veranderingen kan hierop tijdig worden ingespeeld. Kaartmateriaal zal hierbij in hoofdzaak een belangrijke informatiebron zijn. Bij voorkeur wordt het plan ook opgenomen in het

Figuur 7: PDCA-cyclus Het kaartmateriaal geleverd bij dit natuurbrandpreventieplan vormt een essentieel overzicht ter voorbereiding op de uitvoer van maatregelen. Net zoals de maatregelen zelf is de beheerkaart onderdeel van het “levende plan”. Uitgevoerde maatregelen worden afgevinkt en nieuwe maatregelen worden ingetekend. In ieder geval dienen de kaarten periodiek geüpdatet te worden. Op deze manier zijn de juiste gegevens altijd beschikbaar en kunnen beheerder en hulpdiensten op cruciale momenten correct reageren en beslissingen maken op basis van actuele gegevens.

34

35

Bijlagen

Het groenbeheersysteem van de gemeente Nunspeet is de aangewezen plaats waar de maatregelen van het natuurbrandpreventieplan in moeten worden opgenomen. Vanuit dit systeem kan de verdere planning en evaluatie van maatregelen worden bijgehouden. Evalueren terreininrichting en beheer

Doordat terreinomstandigheden voortdurend veranderen moet periodiek een gebiedsinventarisatie worden uitgevoerd. Er moet zicht gehouden worden op de vegetatiesamenstelling binnen de compartimenten en op compartimentsgrenzen. Hiervoor kunnen vegetatiekarteringen worden uitgevoerd zoals ook in het kader van dit plan is gedaan. Op heideterreinen kan met behulp van dronebeelden snel een overzichtelijk beeld gevormd worden van de samenstelling van vegetatie. Aan de uitkomst hiervan kan worden gekoppeld of beheeracties nodig zijn. De vegetatiedata kan worden gekoppeld aan actuele informatie over luchtvochtigheid en droogtestress van flora. Dit geeft een inschatting van de brandbaarheid van de vegetatie. Deze informatie kan leiden tot versnelde uitvoer van beheermaatregelen als dit nodig blijkt. Het koppelen van deze informatie over een langer tijdsbestek kan bruikbare informatie opleveren over risico’s en droogtegevoelige locaties. In samenwerking met Future Water is hier een droogtemonitoringssysteem voor beschikbaar. Met regelmaat dienen brandweer en andere hulpdiensten te oefenen in het terrein. Onvolkomenheden in bijvoorbeeld bereikbaarheid, betrokkenheid en kennisontwikkeling komen op deze momenten aan het licht. Daarnaast is het een goed moment om de banden tussen brandweer, gemeente, beheerder en eventueel loonwerkdiensten te versterken.

Wanneer men elkaar kent en weet te bereiken, zal actie in een noodsituatie sneller en doeltreffender tot stand komen.

36

Bijlage 1: Definities gebruikte vaktermen

37

Brandladder

De brandladder wordt gevormd door ondergroei, verjonging of laaghangende takken, vaak van naaldhout. Grondvuur kan via dit brandbare materiaal opklimmen en de boomkroon bereiken. De ladder is de ondergroei die zorgt voor overslag van grond- naar kroonvuur. Het verwijderen van de brandladder is cruciaal om kroonvuur en daarmee het risico op een onbeheersbare brand te voorkomen. E.e.a. is zichtbaar gemaakt in onderstaande afbeeldingen.

Compartimenteren

Compartimenteren is het opdelen van risicovol terrein in kleinere delen die worden gescheiden door stroken of elementen (speciaal aangelegd of onderhouden) om brand tegen te houden of op die locatie te bestrijden. Brandstrook

Een brandstrook is een strook waar het grond- of loopvuur op doodloopt. De strook wordt vrijgehouden van brandbare stoffen en vegetatie die bij brand tot oplaaiende vlammen kan leiden. Eventueel wordt tijdens de brandbestrijding de brandstrook nat gehouden voor maximaal effect. Brandgang

Een brandgang is in grote lijnen hetzelfde als een brandstrook alleen is een brandgang een opening tussen twee bospercelen en een brandstrook een strook tussen twee percelen met lage vegetatie. De brandgang zorgt voor het vertragen van de vuurlinie en kan een goede locatie zijn om te voorkomen dat kroonvuur overslaat. Vuurlast

De vuurlast wordt weergegeven in MJ/m2 en geeft de totale hoeveelheid energie (warmte) weer die vrijkomt bij de verbranding van vegetatie. Warmtestraling

Straling is energietransport dat niet zichtbaar is en afstanden aflegt zonder dat energie wordt overgedragen. Het bekendste voorbeeld is de warmte van de zon dat zelfs door het luchtledige de aarde kan bereiken. Branden hebben ook straling die toeneemt met de hitte van het vuur. Dit betekent dat zonder dat de vlammen een object raken deze toch kan ontbranden. Vegetatie aan beide zijden van een zandpad kan dus zonder contact toch zorgen voor brandoverslag. Natuurbranddriehoek

Voldoende brandstof kan, samen met een ander element uit de natuurbranddriehoek tot een grote brand leiden. Wanneer naast brandstof twee andere elementen invloed hebben op de brand is de kans groot op een onbeheersbare natuurbrand. Wind en helling kunnen de brand binnen een korte periode verergeren. Onder Aspecten kunnen o.a. de volgende zaken vallen: - Meteorologische omstandigheden - Geologische omstandigheden, bijv. een luwte waardoor wind nauwelijks vat heeft op de brand - Hoeveelheid brandstof per m² (bepaalt warmtestraling en afstand) - Soort en gevarieerdheid brandstof (eilanden heide – bosbes) - Leeftijd en dichtheid (calorische waarde) van de brandstof - Luchtvochtigheid (hoe lager de relatieve luchtvochtigheid hoe sneller een natuurbrand zich uitbreidt) - Type brand (grond en kroonvuur zijn moeilijk te blussen) Figuur 8: Natuurbranddriehoek Brandoverslag

Brandoverslag is het overspringen van brand over een compartimentsgrens of infrastructuur naar de andere zijde. Vliegvuur, wind, warmtestraling of omvallende bomen kunnen hieraan ten grondslag liggen.

Figuur 9 en 10: Brandladder Bovenstaande afbeelding toont de ontwikkeling van grondvuur naar kroonvuur waarbij het vuur via jonge bomen, struiken en laaghangende takken de kroon weet te bereiken. De in hoogte variërende beplanting wordt de brandladder genoemd. Springers

Wanneer bomen aan weerszijden van een infratraject staan kan bij met name kroonvuur en/of warmtestraling het vuur ‘overspringen’. De bomen die daarbij aan de overkant vlamvatten noemt men springers. Windtunnel effect

Dit effect kan ontstaan wanneer een luchtstroom ontstaat in een corridor. Een smalle corridor creëert een lokaal lagedrukgebied waardoor de lucht sneller beweegt. Zeker wanneer wind van een breder veld in een corridor wordt ‘gedrukt’ neemt de snelheid van deze gecomprimeerde lucht toe. Deze snelheid neemt snel toe wanneer ook de wind toeneemt. Verschillende typen vuurfronten

Grondvuur Grondvuur is een brand die vooral wordt gevoed door de humus- en strooisellaag. Deze brand is vaak moeilijk te bestrijden omdat de brandstof lastig te bereiken is. Daarentegen gaat de verspreiding van grondvuur minder snel omdat deze minder gevoed wordt door wind. Grondvuur is met name schadelijk voor het bodemleven omdat de warmte meer dan bij andere brandtypen diep de grond in trekt. Loopvuur Natuurbrand die zich via de onderste vegetatielaag en dood materiaal als blad en dood hout in een bepaalde richting, normaliter met de wind mee, uitbreid. Kroonvuur Kroonvuur is een brandtype waarbij de kronen van een boom in brand staan en elkaar aansteken. Dit komt voornamelijk voor bij naaldhoutsoorten maar ook in extreem droge perioden kan dit bij loofbomen het geval zijn. Deze typen branden zijn erg lastig te blussen omdat de combinatie van veel zuurstof en droge naalden een enorm hevige verbranding tot gevolg hebben. Kroonvuur kan erg snel ontwikkelen en kan met wind of helling een snelheid krijgen van ongeveer 60 km/u. Vliegvuur Vliegvuur kan er voor zorgen dat brand overslaat van een perceel naar het andere. Het bestaat uit een regen van vonken, vaak veroorzaakt door harde wind of loskomend brandend blad. Ook kunnen vallende bomen voor een vonkenregen zorgen.

38

Bijlage 2: Kaart risicolocaties

39

40

Bijlage 3: Compartimentering

41

42

Bijlage 4: Vegetatiekartering

43

44

45

46

47

48

49

50

51

52

53

54

55

56

57

58

59

60

Bijlage 5: Maatregelen per compartiment

61

62

63

64

65

66

67

68

69

70

71

72

73

74

75

76

77

78

79

80

81

82

83

84

85

86

87

88

89

90

91

92

93

94

95

96

97

98

99

100

101

Bijlage 6: Maatregelplanning Compartiment 15 Elspeeterveld

Maatregelen eigendom Nunspeet Uitvoeringsjaar 2020-2025 37. Realisatie subcompartiment: 2020-2025 langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 38. Realisatie subcompartiment: langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase.

Toelichting activiteiten Jaarlijks schouwen en indien nodig maaien en afvoeren

8 Centraal en Vierhoutensche Heide

Maatregelen eigendom Nunspeet Uitvoeringsjaar 2020-2025 13. Naaldhout verwijderen: rand 2021 langs groepsterrein, grove den verwijderen en mantel zoom vegetatie met loof bevorderen.

Toelichting activiteiten Dunning

14. Naaldhout omvormen naar loofhout: aanplant op en langs wal vervangen voor duurzaam loofhout. Laurier kers verwijderen.

32. Realisatie subcompartiment: 2020-2025 langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 17 Elspeetsche Heide 28. Verwijderen brandtrap: In gehe- 2020-2025 le bosrand brandtrap grove den verOost wijderen. Mantel/zoom vegetatie van loof waar mogelijk bevorderen. 33 t/m 36. Realisatie subcompartiment: langs pad aangepast heide/ bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase.

Jaarlijks schouwen en indien nodig maaien en afvoeren

18 Elspeetsche Heide 26, 27, 29 t/m 31. Realisatie sub- 2020-2025 compartiment: langs pad aangepast West heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 2 Huize Sandbergen, 2. Realiseren brandsingel: Aan de 2021 noordzijde van de Golfbaan en het Golfbaan en Zanspoortracé ligt een bosrand waarin vrij denplas veel grove den aanwezig is. Aanbevolen wordt om hier een brandsingel te realiseren van diverse loofhoutsoorten om risico’s vanuit een bermbrand langs het spoor in te perken. 3. Rand vrij houden van tak- en top- 2021 3 Eikenhorst hout: langs de Eperweg ligt vrij veel takmateriaal van den. Aanbevolen wordt om deze rand over een breedte van circa 10 meter vrij te houden van houtresten.

Jaarlijks schouwen en indien nodig maaien en afvoeren

16 Grote Kolonie

Compartiment

Maatregel 28 uitvoeren in 2022. Maatregel 33 t/m 36: jaarlijks schouwen en indien nodig maaien en afvoeren

Dunning grove den t.b.v. bevordering loofhout. Waar nodig aanplant loofhout (incl. struiklaag). Verwijderen/afvoeren takmateriaal

13 Mennorode en Trienebosch

5 Zandenbosch

17. Naaldhout omvormen naar loofhout: langs camping Samoza actief grove den verwijderen en duurzaam loofhout terugbrengen (circa 3,5 hectare).

Dunning en aanplant incl. rasteren t.b.v. bescherming tegen wildvraat

19. Naaldhout omvormen naar loofhout: langs camping De Tol actief grove den verwijderen en duurzaam loofhout terugbrengen (circa 3 hectare).

Dunning en aanplant incl. rasteren t.b.v. bescherming tegen wildvraat

11. Naaldhout omvormen naar loof- 2023 hout: aan de oostzijde van Mennorode staan diverse vlekken grove den. Actieve omvorming naar loofhout is hier gewenst. Afstemming met het hotel in het kader van Firewise is daarbij noodzakelijk. Geen maatregelen korte termijn. In- 2024 standhouding brandsingel langs A28.

Dunning grove den en aanplant diverse loofhoutsoorten, incl. rasteren t.b.v. bescherming tegen wildvraat.

Instandhouding evacuatieroute Samosa 23. Herinrichting corridor: de vorm 2025 20 Westeindsche van de gerealiseerde corridor kan Heide, Leuvenhorst en Willems- het vormen van een windtunnel bevorderen. Door de bosranden verder bosch te rafelen, daarbij naaldhout verwijderen en loofhout bevorderen, kan dit effect worden verminderd. Tevens kunnen ‘winddammen’ in de corridor worden gerealiseerd door het reliëf te veranderen door het maken van bulten. Hiervoor kunnen o.a. stobben gebruikt worden.

Regulier onderhoud boswegen

Uitvoeren in reguliere dunningscyclus werkblok

102

103

Bijlage 7: Begroting maatregelen Compartiment 2 Huize Sandbergen, Golfbaan en Zandenplas

3 Eikenhorst

5 Zandenbosch 8 Centraal en Vierhoutensche Heide 8 Centraal en Vierhoutensche Heide 8 Centraal en Vierhoutensche Heide 8 Centraal en Vierhoutensche Heide 8 Centraal en Vierhoutensche Heide 10 Vierhouten Zuid

Maatregelen eigendom Nunspeet 2021-2026 2. Realiseren brandsingel: Aan de noordzijde van de Golfbaan en het spoortracé ligt een bosrand waarin vrij veel grove den aanwezig is. Aanbevolen wordt om hier een brandsingel te realiseren van diverse loofhoutsoorten om risico’s vanuit een bermbrand langs het spoor in te perken. 3. Rand vrijhouden van tak- en tophout: langs de Eperweg ligt vrij veel takmateriaal van den. Aanbevolen wordt om deze rand over een breedte van circa 10 meter vrij te houden van houtresten. Geen maatregelen korte termijn. Instandhouding brandsingel langs A28. 13. Naaldhout verwijderen: rand langs groepsterrein, grove den verwijderen en mantel zoom vegetatie met loof bevorderen. 14. Naaldhout omvormen naar loofhout: aanplant op en langs wal vervangen voor duurzaam loofhout. Laurier kers verwijderen. 15. Springers verwijderen: grove den springers langs compartimentsgrens verwijderen (nalopen) (op grens van compartiment 17).

Activiteit

17. Naaldhout omvormen naar loofhout: langs camping Samoza actief grove den verwijderen en duurzaam loofhout terugbrengen (circa 3,5 hectare). 19. Naaldhout omvormen naar loofhout: langs camping De Tol actief grove den verwijderen en duurzaam loofhout terugbrengen (circa 3 hectare). 9. Naaldhout omvormen naar loofhout: langs de Elspeterbosweg op de grens met de Elspeetsche heide is een zone met veel grove den waar een brand relatief gemakkelijk kan overslaan naar het andere compartiment. Hier dient een versnelde omvorming naar loofhout plaats te vinden in een zone van ongeveer 25m aan beide zijden van de weg, door het gericht vrijstellen van bestaand loofhout.

Dunning en aanplant

Afvoeren tak- en tophout

Normtarief/Begroting per ha € 1200,00

Oppervlakte (ha) 7,6

€ 1000,00

0,5

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Toelichting

€ 9348,00

€ 512,50

Verwijderen/afvoeren takmateriaal

Regulier onderhoud boswegen Dunning en aanplant (incl. rasteren)

€ 5200,00

0,2

€ 1066,00

Afzetten beplanting en aanplant loof

€ 1200,00

0,12

€ 512,50

Vellen en laten liggen

€ 800,00

-

€ 820,00

Dunning en aanplant (incl. rasteren)

€ 5200,00

3,5

€ 18.655,00

Dunning en aanplant (incl. rasteren)

€ 5200,00

3

€ 15.990,00

Dunning en € 500,00 afvoeren tak- en tophout

10

€ 5657,04

104

Compartiment 11 Elspeeterbosch

11 Elspeeterbosch

13 Mennorode en Trienebosch

14 Elspeet Zuid

15 Elspeeterveld

15 Elspeeterveld

16 Grote Kolonie

16 Grote Kolonie

Maatregelen eigendom Nunspeet 2021-2026 7. Naaldhout omvormen naar loofhout: aan de Zuidrand van het compartiment op de grens van compartiment 12 dient de berm aan de Noordrand langs de Vaassenseweg vrij te worden gehouden van grove den/ naaldhout. Een actieve omvorming naar (bestaand) loofhout is mogelijk. Deze zone kan vrij smal blijven (20 meter) vanwege de naastgelegen Amerikaanse eikenlaan. 10. Naaldhout omvormen naar loofhout: aan de Noordzijde van het compartiment staat veel grove den in de rand. Het risico op overspringen is groot. Aanbevolen wordt om de randen uit te dunnen en loofhout te bevorderen. 11. Naaldhout omvormen naar loofhout: aan de oostzijde van Mennorode staan diverse vlekken grove den. Actieve omvorming naar loofhout is hier gewenst. Afstemming met het hotel in het kader van Firewise is daarbij noodzakelijk. 12. Naaldhout omvormen naar loofhout: langs de weg Heetkamp dennen sterk dunnen t.b.v. loofhout vorming. Beide zijden van de weg. 37. Realisatie subcompartiment: langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 38. Realisatie subcompartiment: langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 32.

Realisatie subcompartiment: langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 21. Naaldhout verwijderen: aan Noordgrens compartiment naaldhout verwijderen en waar mogelijk loofhout stimuleren en/of aanplanten.

105

Activiteit

Normtarief/Begroting per ha € 500,00

Oppervlakte (ha) 9

Dunning

€ 0,00

2,4

Dunning en aanplant (incl. rasteren)

€ 5.200,00

3

Dunning en afvoeren tak- en tophout

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Toelichting

€ 5.091,34

Of eerder conform werkblokindeling

€ 0,00

Of eerder conform werkblokindeling

€ 16.799,49

Dunning en € 500,00 afvoeren tak- en tophout

3

Maaien en afvoe- € 1.500,00 ren

1,2

€ 1.750,00

€ 1.793,75

€ 1.838,59

€ 1.884,56

Maaien en afvoe- € 1.500,00 ren

1,2

€ 1.850,00

€ 1.896,25

€ 1.943,66

Maaien en afvoe- € 1.500,00 ren

1,0

€ 1.500,00

€ 1.537,50

€ 1.575,94

Dunning en € 500,00 afvoeren tak- en tophout

8

€ 4.000,00

Dunning grove den en aanplant diverse loofhoutsoorten, incl. rasteren t.b.v. bescherming tegen wildvraat. € 1.697,11

Of eerder conform werkblokindeling

€ 1.931,67

€ 1.979,96

Jaarlijks schouwen en indien nodig maaien en afvoeren

€ 1.992,25

€ 2.042,05

€ 2.093,11

€ 1.615,34

€ 1.655,72

€ 1.697,11

Jaarlijks schouwen en indien nodig maaien en afvoeren

106

107

Compartiment

Maatregelen eigendom Nunspeet Activiteit 2021-2026

Normtarief/Begroting per ha

Oppervlakte (ha)

17 Elspeetsche Heide Oost

28. Verwijderen brandtrap: In gehe- Afzetten houtige le bosrand brandtrap grove den ver- beplanting (klein wijderen. Mantel/zoom vegetatie van en snoei) loof waar mogelijk bevorderen.

€ 450,00

14

17 Elspeetsche Heide Oost

33 t/m 36. Realisatie subcompartiment: langs pad aangepast heide/ bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 26, 27, 29 t/m 31. Realisatie subcompartiment: langs pad aangepast heide/bermbeheer in 12m zone. In deze zone vegetatie korthouden door (jaarlijks) maaien en afvoeren. Nat houden tijdens brandbestrijdingsfase. 20. Naaldhout verwijderen: langs de westzijde van compartiment naaldhout verwijderen, m.u.v. karakteristieke dennen. Ter voorkoming van overspringen brand.

18 Elspeetsche Heide West

18 Elspeetsche Heide West

2021

2022

2023

2024

2025

2026

€ 6.618,94

Toelichting Maatregel 28 uitvoeren in 2022. Maatregel 33 t/m36: jaarlijks schouwen en indien nodig maaien en afvoeren

Maaien en afvoe- € 1.500,00 ren

9,9

€ 14.900,00

€ 15.654,31

€ 16.446,81

Maaien en afvoe- € 1.500,00 ren

10

€ 15.000,00

€ 15.759,38

€ 16.557,19

Afzetten houtige € 1.200,00 beplanting (groot en snoei)

30

Jaarlijks schouwen en indien nodig maaien en afvoeren

€ 37.822,50

18 Elspeetsche Heide West

25. Grove dennen uitdunnen: op Dunning en € 500,00 grens met compartiment 20 grove afvoeren tak- en den uitdunnen aan beide zijden van tophout de weg t.b.v. loofhout

11,6

€ 6.562,17

Of eerder conform werkblokindeling

19 Hulshorsterzand en Zuiderbosch

24. Naaldhout omvormen naar loof- Dunning en € 500,00 hout: Dennen uitdunnen en loofhout afvoeren tak- en bevoordelen. Indien nodig loofhout tophout aanplanten.

14,6

€ 8.259,28

Of eerder conform werkblokindeling

20 Westeindsche Heide, Leuvenhorst en Willemsbosch

23. Herinrichting corridor: de vorm Dunning van de gerealiseerde corridor kan het vormen van een windtunnel bevorderen. Door de bosranden verder te rafelen, daarbij naaldhout verwijderen en loofhout bevorderen, kan dit effect worden verminderd. Tevens kunnen ‘winddammen’ in de corridor worden gerealiseerd door het reliëf te veranderen door het maken van bulten. Hiervoor kunnen o.a. stobben gebruikt worden.

6,3

€ 0,00

Totaal per jaar

Uitvoeren in reguliere dunningscyclus werkblok

€ 39.000,00 € 52.131,50 € 81.213,31 € 22.291,64

€ 33.037,12

108

109

Bijlage 8 Aanpak Firewise en Toetsingsbeleid stook

8.1 Firewise

Nederlandse bos- en natuurgebieden worden intensief gebruikt. Het natuurbeheer zelf, maar ook wonen, werken, infra en recreatie leggen grote druk op de ruimte. Deze druk kan tot problemen leiden tijdens droge perioden en met name bij het ontstaan van natuurbrand. Firewise is een internationaal concept waarbij de effecten van natuurbrand op gebouwen en infrastructuur worden verkleind maar waar ook een hogere bewustwording van de eigen verantwoordelijkheid wordt nagestreefd onder bewoners en gebruikers van bos- en natuurgebieden. Een aspect daarvan is kennis over het voorkomen van schade aan eigendommen en een tweede is hoe te reageren bij brand en jezelf snel in veiligheid te brengen.

Alvorens het Firewiseprogramma kan worden uitgerold dient aan een aantal randvoorwaarden te worden voldaan. Het is nodig dat gemeentelijk beleid het niet in de weg staat dat de (openbare) ruimte rond woningen en andere gebouwen anders wordt ingericht. Denk hierbij aan de aanvraag van kapvergunningen of beleid rond de uitstraling van een wijk. Daarnaast moet er bij brandweer en VNOG genoeg capaciteit zijn om het firewiseprogramma volledig en correct tot uitvoering te brengen.

8.2 Toetsings- en ontheffingsbeleid stook

In dit hoofdstuk wordt een kader weergegeven voor het toekomstige toetsings- en ontheffingsbeleid voor het stoken van houtachtige materialen. Er is ten tijde van de opmaak van het natuurbrandpreventieplan geen uitgewerkt beleid rond dit thema. Het onderstaande dient bediscussieerd te worden in o.a. het Directieteam Vergunningen Toezicht en Handhaving alvorens tot vaststelling kan worden overgegaan. Voor het maken van een paas- of vreugdevuur, het verbranden van hout dat is vrijgekomen bij snoeiwerkzaamheden of het maken van een kampvuur en/of BBQ in de openbare ruimte is het hebben van een stookontheffing noodzakelijk. Waarom een stookontheffing

Het verbranden van houtig materiaal/houtige afvalstoffen in de open lucht is verboden. Door middel van een ontheffing kan dit tijdelijk en locatie-specifiek toch toegelaten worden. Er wordt dan een ontheffing verleend op het verbod tot het verbranden van houtige afvalstoffen. Een stookontheffing maakt dat de gemeente kan reguleren op welke tijden en op welke wijze gestookt kan en mag worden. Het doel hiervan is dat het risico op brand wordt verkleind doordat men bewust het stoken plant en de nodige voorzorgsmaatregelen in acht neemt. Bij controle op natuurbranden is dan ook bekend waar er vuur wordt gemaakt, wordt er niet onnodig ingegrepen en is bekend waar het risico op brand hoger is. Door het toestaan van stoken wordt het risico op natuurbrand verkleint doordat er bewuster wordt gehandeld en indien nodig gehandhaafd kan worden.

Firewise richt zich voor een groot deel op de inrichting van de directe omgeving van een gebouw (homeignition zone). Dit is de zone om de woning die men wil beschermen. Niet zozeer de locatie van een gebouw als wel de voorbereiding aan het gebouw en in de omliggende zone bepaalt de gevoeligheid voor natuurbrand. Per situatie is de problematiek anders en zullen andere inrichtingsmaatregelen moeten worden getroffen. Heldere communicatie naar bewoners en recreanten helpt bij de bewustwording van

de risico’s en het besef dat eigen voorbereiding van groot belang is. Dit plan houdt geen rekening met de inrichting van tuinen, ruimtes rond gebouwen en recreatieparken maar gaat juist in op het voorkomen dat brand woningen en gebouwen bereikt. In een separaat traject naast de opmaak van dit plan wordt firewise uitgerold naar de diverse risicolocaties en gebruikers van het gebied. Dit wordt uitgevoerd door de VNOG en de brandweer.

Er hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd als vuur wordt gemaakt met kaarsen, fakkels, vuurkorven, terrashaarden of als een vuur gestookt wordt om te koken, bakken en braden, zoals bij een barbecue. Dit is toegestaan, behalve in gebieden waarvoor een specifiek verbod op open vuur in ingesteld. Uitzondering vaste stookplaatsen

Op sommige locaties wordt met enige regelmaat een kampvuur aangelegd. Denk hierbij aan scoutingverenigingen en campings. Deze actoren zouden in de gelegenheid moeten zijn een permanente jaarlijkse stookvergunning aan te vragen waarbij enkel een melding voor het daadwerkelijke stook-

moment voldoet. Op de stooklocatie dient door de aanvrager een daarvoor ingerichte permanente stookplaats gerealiseerd te worden. De locaties zijn vastgelegd op kaart en bij de gemeente en brandweer bekend. Deze kunnen gecontroleerd worden op veiligheidseisen zoals afstand tot gebouwen en bomen en de aanwezigheid van blusmiddelen. In de aanvraag van de ontheffing zou om deze reden een mogelijkheid moeten zijn voor het aanvragen van een jaar durende ontheffing met meldplicht. De voorwaarden voor het stoken zijn vanzelfsprekend gelijk aan die van de algemene voorwaarden. Door de melding kan ingegrepen worden wanneer er een stookverbod geld. Aanvragen van de stookontheffing

De stookontheffing wordt aangevraagd bij de daarvoor aangewezen gemeenteambtenaar. De beslissing voor het al dan niet afgeven van de vergunning volgt het volgende traject. a. Vergunning wordt ingediend door de aanvrager, eventuele leges worden digitaal voldaan. b. De ontheffing wordt uiterlijk om 12.00 uur op de dag voor de dag van de stookactiviteit aangevraagd. Voor stoken in het weekend dient de aanvraag voor de ontheffing uiterlijk voor voorafgaande donderdag 12.00 uur te worden ingediend. c. Gemeentebeambte checkt of aan alle voorwaarden wordt voldaan d.  Gemeentebeambte bevraagd de dienstdoende brandweerverantwoordelijke voor een beoordeling over het natuurbrandrisico op de desbetreffende locatie, de risicofase, en eventuele bijkomende bijzonderheden die in de aanvraag zijn opgenomen e. De gemeentebeambte ligt de gemeentelijke bosbeheerder in wanneer de stookvergunning wordt afgegeven en voor welke periode en locatie deze wordt afgegeven. f.  De gemeentebeambte stuurt de goedgekeurde en ondertekende stookvergunning naar de aanvrager terug. g.  Gemeentebeambte, brandweer en bosbeheerder hebben toegang tot een online kaart waarop staat aangegeven waar en op welke momenten er gestookt wordt. Deze kaart wordt aangevuld en bijgehouden door de gemeentebeambte.

110

Afgifte van de ontheffing

Als aan de onderstaande voorwaarden wordt voldaan kan een stookontheffing worden afgegeven. Voorwaarden voor afgifte van de ontheffing: 1. In droge perioden, waarbij fase 2 van kracht is, wordt niet gestookt. De actuele fase kan men raadplegen op www.natuurbrandrisico.nl. 2. Het totaal aan te verbranden materiaal per aanvraag mag niet groter zijn dan 50 m3. 3. De aanvrager draagt er zorg voor dat er geen bodemverontreiniging optreedt en daarmee artikel 13 van de Wet bodembescherming (zorgplicht) niet wordt overtreden. Bij vaste stookplaatsen dienen maatregelen te worden genomen om bodemverontreiniging te voorkomen. 4. De stookplaats dient zo te worden ingericht dat overslaan van vuur naar naburige vegetatie zo goed als onmogelijk wordt gemaakt. 5.  Ten alle tijden dienen blusmiddelen aanwezig te zijn die passend zijn voor de omvang van het vuur. 6.  Het vuur mag uitsluitend worden aangemaakt met stro of andere natuurlijke materialen, daarom niet met vloeibare brandstoffen, autobanden en dergelijke. 7. Er moet door een meerderjarig persoon continu toezicht op het vuur worden gehouden. Dit om het overslaan van brand en ongelukken te voorkomen. De stookplaats mag niet worden verlaten voor het vuur geheel gedoofd is. 8. In geval van verbranding van slootmaaisel moet de stookplaats op minimaal 1 meter afstand zijn gelegen van de slootkant of kreekrand en de openbare weg. 9.

Er mag geen verbranding plaatsvinden binnen de bebouwde kom als bedoeld in de Wegenverkeerswet. 10. Het verkeer en omwonenden mogen geen overlast ondervinden van het verbranden.

111

11. De verbrandingsresten worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 5 werkdagen na de verbranding op een verantwoorde wijze verwijderd en/of afgevoerd. (Vaste stookplaatsen uitgezonderd) 12. Op verzoek van een toezichthoudende ambtenaar (gemeente, politie of brandweer) dient de aanvrager/houder van de gemeentelijke ontheffing deze ontheffing als bewijs beschikbaar te hebben. 13.  Aanwijzingen van toezichthouders, politie of brandweer dienen te allen tijde onmiddellijk te worden opgevolgd. 14. Indien niet-gecontroleerde brand uitbreekt moet direct 112 gebeld worden. Breng tegelijkertijd uzelf en andere aanwezigen in veiligheid. Bijkomende voorwaarden voor snoeihout

 noeihout en enige vorm mag niet worden gestookt S en dient te worden afgevoerd naar de milieustraat of groenverwerker. Bijkomende voorwaarden voor vreugde-/paasvuren • Binnen 50 meter van de stookplaats/het vuur mogen zich geen opstallen, openbare weg, hoogspanningskabels, bomen, houtwallen of andere houtopstanden en dergelijke bevinden. • Alleen droog, onbehandeld hout zonder bevestigingsmetalen of andere stoffen dan hout mag worden gestookt • Een brandstapel, zijnde de brandstof, is niet langer dan vier meter, niet breder dan vier meter en niet hoger dan drie meter • De afstand tussen het vuur en eventueel publiek is minimaal tien meter • De ontheffing kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd • Gezien de hoeveelheid te verbranden materiaal en het aantal personen dat op de verbranding kan afkomen, is er een groter risico op brandoverslag en zijn extra veiligheidsmaatregelen noodzakelijk.

Bijkomende voorwaarden voor kampvuren en vuren op vaste stookplaatsen

• Binnen 20 meter van de stookplaats/het vuur mogen zich geen opstallen, openbare weg, hoogspanningskabels, bomen, houtwallen of andere houtopstanden en dergelijke bevinden. • Alleen droog, onbehandeld hout zonder bevestigingsmetalen of andere stoffen dan hout mag worden gestookt • Een brandstapel, zijnde de brandstof, is niet langer dan één meter, niet breder dan één meter en niet hoger dan 0,75 meter • De afstand tussen het vuur en eventueel publiek is minimaal vier meter • De ontheffing kan gedurende het gehele jaar worden aangevraagd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9769863/1