Ap 4a. Bijlage bij overzicht schr. vrg en antw. Ruimt. onderb. Staverdenseweg 93 (Geanonimiseerd)
Tekst van het document
Bijlagen Bijlage 1 Quickscan Wet natuurbescherming en Aeriusberekening Bijlage 2 Verkennend en aanvullend bod emonderzoek Bijlage 3 Watertoets Bijlage 4Akoestisch onderzoek Bijlage 5Invloed bouwplan Staverdenseweg 93 Elspeet op windvang molen de Hoop Bijlage 6 Omgevingsdialoog
45
Bijlage 1 Quickscan Wet natuurbescherming , Voortoets Natura 2000
46
en
Stikstofberekening
Q
u ci sk c a n
STAVERDENSEWEG
89A
ELSPEET QuickScan wet Natuurbescherming
Status: Definitief
Datum: Project:
15
februari 2023
QS50426
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
INHOUD 1. Colofon
3
2. Samenvatting en
advies
3. Inleiding
4
5
3. 1
Aanleiding
5
3. 2
Planlocatie
5
3. 3
Ontwikkelingen en effecten
6
4. Kader en
methode
7
4. 1
Wettelijk kader
7
4. 2
Onderzoeksmethode
11
4. 3
Toepasbaarheid
12
5. Gebiedsbescherming
13
5. 1
Natura2000
13
5. 2
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
14
5. 3
Stikstofdepositie
15
6. Soortbescherming
15
6. 1
Flora
16
6. 2
Fauna
17
6. 3
Houtopstanden
25
Verantwoording
26
Bijlagen
27
Disclaimer
28 2
QUICKSCAN
50426
Onderzoek
QuickScan natuurtoets
Document
QS50426
Datum
15 februari 2023
Locatie
Staverdenseweg 89ga; Elspeet
Opdrachtgever
ASB
Opdrachtnemer
Ecofect BV.
Ecoloog
(geanonimiseerd)
Adres
(geanonimiseerd)
Telefoon
(geanonimiseerd)
info@ecofect.nl
Internet
www.ecofect.nl
KvK-nummer
87036487
Btw-identificatienr.
NL864184311B01
Rekeningnummer
NL39
RABO
®
p
0198 8908 69
g
ecofect
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
2. Samenvatting Uit de QuickScan is gebleken dat bij het Natuurbescherming mogelijk wordt overtreden.
en
advies
uitvoeren
van
de
geplande
werkzaamheden
de
Wet
Gebiedsbescherming Natura 2000 Gezien de aard van de werkzaamheden en de afstand ten opzichte van Natura 2000-gebieden wordt mogelijk verstoring verwacht. Een voortoets Natura 2000 wordt geadviseerd. Natuur Netwerk Nederland Aangezien het project gelegen is buiten het Natuur Netwerk Gelderland en de Groene ontwikkelingszone daarvan is nadere toetsing niet aan de orde. Stikstof Er dient een stikstofberekening voor de aanlegfase en nieuwe gebruiksfase te worden uitgevoerd in verband met beschermde natuur in de nabijheid van het plangebied. Soortbescherming Flora Geen overtreding wet natuurbescherming. Vleermuizen Nader onderzoek vleermuis Zoogdieren Geen overtreding wet natuurbescherming Vogels Geen overtreding wet natuurbescherming Overige soorten Geen overtreding wet natuurbescherming. Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in de wet Natuurbescherming die vallen onder het onderdeel houtopstanden.
4
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
3. Inleiding 3. 1
Aanleiding
Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Staverdenseweg 89a te Elspeet heeft initiatiefnemer aan Ecofect B. V. gevraagd een QuickScan Wet Natuurbescherming uit te voeren t. b. v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. ,
3. 2
Planlocatie
De geplande ontwikkelingen betreft de planlocatie gelegen aan de Staverdenseweg 89a te Elspeet (zie figuur 1). De planlocatie betreft een slagerswinkel met een naastgelegen woning en achtergelegen bijgebouw.
Figuur 1- Plangebied
Het plangebied ligt aan de Staverdenseweg 89a aan de rand van de kern Elspeet in de gemeente Nunspeet. Het plangebied is gelegen in de lintbebouwing aan de Staverdenseweg. ,
,
5
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Ontwikkelingen en effecten
3. 3
De initiatiefnemer is voornemens de huidige opstallen te slopen terug te bouwen.
en
hiervoor een 4tal appartementen
voor
Ten tijde van het onderzoek is er nog geen ontwerp voorhanden. Voor het ontwerp en de inhoudelijke vragen hierover wordt verwezen naar de opdrachtgever. Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De ingrepen
en
effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden:
•
Slopen gebouw
•
Afvoer sloopmateriaal
•
Egaliseren terrein
•
Algemene bouwwerkzaamheden
•
Herinrichting terrein welke bij de functie wonen verwacht kan worden
Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen van de projectlocatie.
en
gebruik maken
6
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
4. Kader en methode 4. 1
Wettelijk kader
Voor het uitvoeren van ruimtelijke ontwikkelingen is o. a. Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet boswet en natuurbeschermingswet welke van kracht waren voor 1 januari 2017. In deze wet is de bescherming van gebieden soorten en houtopstanden geregeld. In de toekomst zal deze wet worden opgenomen in de omgevingswet (1 januari 2024). Dit onderzoek beperkt zich tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming. ,
,
In deze QuickScan worden de verschillende onderdelen van de wet Natuurbescherming getoetst. Omdat een veldbezoek en bureau-onderzoek geen zekerheid geeft of de wet Natuurbescherming wordt overtreden wordt de potentie van de locatie ingeschat voor wat betreft beschermde soorten. Indien de locatie potentie heeft zal een aanvullend onderzoek vast moeten stellen of uit moeten sluiten of er beschermde soorten gebruik maken van de planlocatie. Potentie-inschatting vindt plaats op basis van habitatkenmerken habitatseisen en ervaring van de ecoloog.
,
,
,
Een goed voorbeeld is de kans op het waarnemen van vleermuizen tijdens het veldbezoek. De trefkans is nagenoeg nihil bij een bezoek overdag. Indien een object (gebouw of boom) potentie heeft door bijvoorbeeld open stootvoegen dan zal een nader onderzoek uit moeten wijzen of de beschermde soorten ook daadwerkelijk gebruik maakt van heb object. En zo ja welke functie heeft het object. ,
,
,
Voor diverse soorten zijn er vastgestelde protocollen waarin de optimale onderzoeksperioden weersomstandigheden en onderzoeksinspanning staan omschreven. Het bevoegd gezag toetst of de onderzoeken op de correcte wijze zijn uitgevoerd.
,
Vanuit de Provincie of omgevingsdiensten zijn er toezichthouders die ten alle tijden kunnen vragen naar de rapporten van de uitgevoerde onderzoeken. Tevens zijn zij bevoegd om op basis van eigen bevindingen het werk stil te leggen en/of een dwangsom op te leggen indien er gehandeld wordt in strijd met de wet Natuurbescherming.
7
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming Artikelen 2. 1 tot en met 2. 12 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura2000gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn gebieden). Voor Natura2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats soorten broedvogels en/ of niet-broedvogels. In artikel 2. 7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of ingrepen / activiteiten in of in de nabijheid van Natura2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan kan het aanvragen van vergunning bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt) aan de orde zijn. ,
,
Soortbescherming Artikelen 3. 1 tot en met 3. 11 van de Wet natuurbescherming De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten:
regelen de bescherming
•
Vogels met jaarrond beschermde nesten;
•
Overige vogels;
•
Soorten
•
Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en geldt;
•
Overige soorten die vrijstelling geldt.
van
van
soorten.
de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I);
op
nationaal niveau beschermd zijn
provinciaal
waarvoor
,
maar
waarvoor
geen
vrijstelling
provinciaal wel
een
Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o. a. Huismus Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw eileg broeden en voeren van de jongen op het nest). ,
,
,
Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3. 5 verboden vastgelegd (o. a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn kunnen ingedeeld worden in twee categorieën. Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3. 10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. ,
,
Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o. a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.
8
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Bescherming houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer of bestaat uit een beplanting van twintig bomen of meer in een rij gerekend over het totaal aantal rijen. Buiten de bescherming houtopstanden (artikel 4. 2) vallen de ,
,
•
Houtopstanden houtopstanden
binnen door de gemeenteraad vastgestelde
grenzen
van
de bebouwde
kom
,
•
Houtopstanden
•
Naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed
•
Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen beplantingen langs landbouwgronden (enkele rij)
•
Het dunnen van een houtopstand Uit populieren wilgen essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:
•
Minimaal eens
•
Bestaan uit ten minste tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter
op erven
of in tuinen en fruitbomen
,
per tien jaar worden
,
geoogst
en windschermen om
,
beplantingen
boomgaarden
,
,
langs waterwegen
en
,
,
,
•
Zijn aangelegd
na 1 januari 2013.
Volgens artikel 4. 2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
9
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3. 1 Wn
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3. 2 Wn
Beschermingsregime andere soorten § 3. 3 Wn
Art 3. 1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3. 5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te
Art 3. 5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te
vangen
vangen
Art 3. 5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3. 10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3. 1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3. 5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Niet van toepassing.
Niet van toepassing
Art 3. 5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen
Art 3. 10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidings- gebied opzettelijk te plukken en te verzamelen , af te snijden , te ontwortelen of te vernielen
Art 3. 1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten , rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen , of nesten van vogels weg te nemen.
10
QUICKSCAN
50426
4.2 Onderzoeksmethode De
volgende
methoden
Door middel het
van
zijn bij het
onderzoek
bureauonderzoek
van
gebruikt: is onderzocht
welke beschermde
plangebied recentelijk zijn waargenomen. Hierbij
de Nationale Databank en
overige
zijn
te verwachten
Op
15
Flora
beschikbare
februari
(NDFF). Op basis
natuurinformatie
in het
is
een
omgeving
is
gebruik gemaakt
van
van
het onderzoek
verspreidingsatlassen
inschatting gemaakt
het
plangebied
door
dhr.
welke
(geanonimiseerd) ereen:
plangebied aanwezige,
natuurwaarden
het
zonnig
7 graden
Celsius. Er is
gekeken
rust-
en
de
beschermde
flora-
en
fauna in de
en
in
waarnemingen
soorten
uit
redelijkerwijs
er
plangebied.
is
2023
Fauna
en
flora
ongeveer
verblijfplaatsen
van
geïnventariseerd
beoordeeld.
en naar
werden
in
het
Tijdens
dit veldbezoek
was
mogelijke groeiplaatsen
fauna.
en
Daarbij
Dit is
uitgewerkt
in
de,
dan
wel vaste
het
hoofdstuk
soortbescherming. Er is
visuele
een
inspectie uitgevoerd
op
aanwezigheid
van
kieren, holten
waar
mogelijk zijn
eventuele
en
spleten
(voor
zover
aanwezig). De
controle is te voet
verkennend
uitgevoerd
geïnspecteerd
Bewijslast
is verzameld
De
van
ligging
NNN) werd
In
het
Door middel
a.
van
bepaald
plangebied
een
ten
opdrachtgever
negatieve een
effecten
aanvullend
inschatting gemaakt
bepaald
9.
Er is gebruik
10.
De
of de
gemaakt
holtes
en
spleten
endoscoop).
opzichte van nabijgelegen
uitgewerkt
(potentieel) aanwezige c.
en/of
in het hoofdstuk
is de
nauwkeurige analyse
een
dat hiervoor
b.
Dit is
met de
of
zaklamp
toegankelijke
met fotomateriaal.
opgezocht.
samenspraak
(met
en
opgestelde rapportage
de
van
van
de
van
deze data
en
uit te sluiten
of
effecten
de
gebracht.
en
waarnemingen
gebieden
redelijkerwijs soorten
volgende hulpmiddelen en
(Natura 2000
is:
op voorhand
zijn
noodzakelijk is,
en
houtopstanden
is gecontroleerd
gebieden
gebiedsbescherming.
in kaart
op beschermde
onderzoek
beschermde
bescherming van
ingreep
beschermde
te verwachten
negatieve
op
functies, aan
de orde is.
(zie verantwoording).
beoordeeld
door
een
tweede lezer.
11
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Toepasbaarheid
4. 3
Deze QuickScan is gericht op de mogelijke overtreding van de wet natuurbescherming niet aan andere (natuur)wetgeving. De resultaten van het onderzoek zijn 3 jaar geldig. Dit onderzoek kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen dat natuuronderzoek is verricht. Deze rapportage kan dan ook ingediend worden aan belanghebbende partijen zoals gemeente en provincie. ,
Op basis van in de deze rapportage opgenomen projectgegevens (zie hoofdstuk 3; februari 2023) is dit onderzoek uitgevoerd en een inschatting gemaakt van de effecten hiervan op de beschermde soorten en gebieden. Latere wijzigingen van het project kunnen invloed hebben op deze effecten en zijn dus niet opgenomen in deze rapportage. Er zal dan een nieuwe beoordeling plaats moeten vinden. Deze verstrekte natuurinformatie is ten behoeve van de initiatief- en ontwerpfase van de planontwikkeling. Om in de uitvoerings- en beheerfase overtreding van de wet natuurbescherming te voorkomen wordt – indien nodig- in deze rapportage aangegeven wanneer het noodzakelijk is om te werken volgens één van de volgende standaarden: ,
•
Algemeen zorgvuldig handelen
•
Gedragscode ruimtelijke ontwikkeling
•
Ecologisch werkprotocol
•
Ontheffing/vrijstelling wet natuurbescherming
12
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
5. Gebiedsbescherming 5. 1
Natura2000
Algemeen In Europa is een netwerk van beschermde gebieden opgezet. Dit zijn de zogenoemde Natura 2000-gebieden. Deze gebieden zijn in de Wet natuurbescherming strikt beschermd. Volgens de Wet natuurbescherming is het volgens artikel 2. 7 lid 2 verboden zonder vergunning projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. ,
,
Dit geldt ook voor projecten die fysiek buiten het Natura 2000-gebied gelegen zijn maar wel een effect kunnen hebben op het gebied (externe werking). De planlocatie is gelegen nabij Natura 2000-gebied de Veluwe. De afstand tot dit Natura 2000 gebied bedraagt +/- 93 meter.
Figuur 2 – Natura 2000-gebied Veluwe
Veluwe De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen droge en natte heide vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk ,
,
,
13
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
komen in de heiden natte (o. a. Leemputten bij Staverden) of droge (o. a. Harskamp) heischrale graslanden jeneverbesstruwelen vennen natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. ,
,
,
,
Conclusie Natura 2000 Gezien de aard van de werkzaamheden de projectlocatie en de (effect)afstanden (licht trilling en geluid) tot de Natura 2000-gebieden wordt er mogelijk verstoring of negatieve effecten verwacht op genoemd gebied. Een voortoets Natura 2000 wordt geadviseerd om hier uitsluitsel over te geven. ,
,
Natuurnetwerk Nederland (NNN)
5. 2
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. In de wet heet dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: • • • •
•
Bestaande natuurgebieden waaronder de 20 Nationale Parken; Gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; Landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; Ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren rivieren de kustzone Waddenzee; Alle Natura 2000-gebieden. ,
,
,
,
van
de Noordzee
en
de
Gelegen buiten de begrenzing van het Gelders Natuur Netwerk (omgevingsverordening Gelderland)
14
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Conclusie Natuurnetwerk Nederland Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natuurnetwerk Gelderland valt en deze geen externe werking kent is nadere toetsing niet aan de orde. Dit geldt eveneens voor de Groene Ontwikkelingszone.
5. 3
Stikstofdepositie
Door de uitspraak van de Raad van State inzake het Programma Aanpak Stikstof kan er geen beroep gedaan worden op de oude regeling PAS. Citaat uit de kamerbrief van 11 juni 2019: ‘Het is duidelijk dat het PAS niet meer gebruikt kan worden als passende beoordeling voor toestemmingsverlening. Dat wil niet zeggen dat alle vergunningverlening daarmee helemaal stil komt te liggen. Met een individuele passende beoordeling die voldoet aan de randvoorwaarden die de Afdeling schetst is dit wel mogelijk. Als gevolg van de uitspraak geldt als voorwaarde bij toestemmingsverlening dat zodanige maatregelen moeten worden getroffen dat verzekerd is dat de stikstofdepositie op daarvoor gevoelige Natura 2000gebieden niet toeneemt. Dat kan door maatregelen verbonden aan de activiteit zelf (intern salderen) of – onder strikte voorwaarden – door saldering met de effecten van beëindiging of beperking van andere activiteiten (extern salderen). Individuele toestemmingsverlening is ook mogelijk op basis van een andere ecologische onderbouwing waaruit blijkt dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende Natura 2000gebied niet worden aangetast ondanks een toename van stikstofdepositie van het betreffende project. Het is aan het betreffende bevoegde gezag om hierover te oordelen. Hierbij is aandacht voor een eenduidige handelwijze tussen de bevoegde gezagen. ,
,
Wanneer uit een individuele passende beoordeling niet de vereiste zekerheid kan worden verkregen dat er geen sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied zal alleen toestemming kunnen worden verleend aan de hand van de ADC-toets. Een toestemming op basis van de ADC-toets kan alleen worden verleend indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: er zijn geen alternatieve oplossingen (A) het project is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang (met inbegrip van redenen van sociale of economische aard) (D) en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura-2000 bewaard blijft (C). Het resultaat van de compensatie moet in beginsel bereikt zijn op het moment waarop het betrokken gebied schade van het project ondervindt. ’ (einde citaat) ,
,
,
De afstand tot depositiegevoelige Natura2000-gebieden (inclusief habitatsoorten) is 0. 1 kilometer. Het gaat hier om het Natura 2000-gebied de Veluwe. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied de omvang van de ontwikkeling wordt er mogelijk depositie verwacht in de nieuwe gebruiksfase. Ten aanzien van de aanlegfase kan ook niet op voorhand worden aangetoond of uitgesloten of er stikstofdepositie plaatsvind. Daarom wordt geadviseerd om een stikstofberekening te maken ten aanzien van de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase. Advies / conclusie Een Aeriusberekening voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase wordt dan ook geadviseerd om tonen dan wel uit te sluiten of er in een van de fasen stikstofdepositie plaatsvindt.
aan
te
.
15
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
6. Soortbescherming De wet natuurbescherming kent twee vormen van soortbescherming voor ruimtelijke ontwikkeling gekoppeld aan de juridische status van de soorten: • •
Algemene zorgplicht Zorgvuldig handelen
Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is dit zo veel mogelijk te beperken. ,
,
,
Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Zorgvuldig handelen betreft: 1.
Voorkomen dat schade projectlocatie kiezen).
optreedt
2.
Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten).
3.
Ongedaan maken van schade
aan
aan
beschermde
planten
en
dieren (bijvoorbeeld
andere
beschermde planten en dieren:
Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) realiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad). Achteraf: opgelegd door het bevoegd gezag indien onzorgvuldig is gehandeld.
6. 1 Flora Toetsing aan gebiedsbescherming vindt uitsluitend plaats indien beschermde gebieden in het geding zijn terwijl toetsing aan de soortbescherming altijd vereist is zowel binnen als buiten beschermde gebieden.
,
,
Bevinding veldbezoek Het perceel is nauwkeurig onderzocht op inheemse en uitheemse beschermde vegetatie. Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten op de projectlocatie.
16
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
6. 2 Fauna Op de planlocatie is bebouwing aanwezig hetgeen gesloopt wordt. De bouwaard van de opstal zijn bastenen muren met een bitumen dak. Een klein gedeelte van de opstal is opgetrokken uit houten rabatdelen met eveneens een bitumen dak. Dit maakt dat op voorhand gebouwbewonende soorten zoals huismus en gierzwaluw kunnen worden uitgesloten. Deze soorten broeden vooral onder pannen daken welke op de planlocatie niet aanwezig zijn. Het habitat in de omgeving (tuinen (groenblijvende) struiken straatgras potentiële verblijfplaatsen gemist. ,
erven) is geschikt voor de huismus door de aanwezigheid van zandbaden en water. Echter zoals eerder omschreven worden
en ,
,
,
De gierzwaluw maakt ook gebruik van menselijke bebouwing als nestplaats. Deze 90- dagenvogel broedt veelal onder dakpannen. Een aantal voorwaarden stelt de gierzwaluw aan zijn nestplaats (kolonie). Een potentiële nestplaats is vrijwel nooit onder de 3 meter te vinden in verband met het aan- en afvliegen en doorgaans ook niet in de onmiddellijke omgeving van bomen. Gierzwaluwen hebben invliegopeningen nodig van ca 55 x 20 mm. De planlocatie voldoet niet aan deze voorwaarden. Een nader onderzoek naar de gierzwaluw is niet noodzakelijk. Van de vogels uit categorie 5 (zie tabel 3) kunnen in de omgeving worden verwacht: vink (Fringillidae) pimpelmees (Cyanistes caeruleus) koolmees (Parus major) ekster (Pica pica) kokmeeuw (Chroicocephalus ridibundus) en spreeuw (Sturnus vulgaris). Wat betreft de spreeuw kan er buiten het broedseizoen worden geveld omdat dit soort een soort is dat makkelijk uitwijkt naar alternatieve verblijfplaatsen (doorgaans gebouwen). Hiernaast kunnen binnen het plangebied zangvogels aanwezig zijn die in tuinen en landelijk gebied broeden zoals de merel (Turdus merula) heggenmus (Prunella modularis) en winterkoning (Troglodytes troglodytes) en overige vogels die broeden in gebouwen onder bijvoorbeeld dakpannen zoals de kauw (Coloeus monedula). ,
,
,
,
,
,
De bomen in de directe nabijheid zijn in goede conditie en hebben geen kieren holten of (scheur)spleten. De laanbomen (eiken) aan de weg hebben wel holten echter deze zijn (menselijke) activiteit gewend. Naast het feit dat de bomen intact blijven zullen ze hun functie behouden. Spechten of holtebroeders zullen niet verstoord worden. Weliswaar dat de begroeiing geschikt is als nestgelegenheid voor algemene soorten echter zonder jaarrond beschermd nest. ,
,
,
,
Er zijn geen sporen aangetroffen van uilen of roofvogels die duiden op het gebruik van de planlocatie als verblijfplaatsen en het omliggende terrein als foerageergebied (o. a. braakballen prooiresten geplukte vogels zitplaatsen met uitwerpselen/krijtsporen). Weliswaar dat de omgeving de (rommelige) erven en de toegankelijke schuren in de omgeving een geschikt habitat is voor de steenuil. Volgens NDFF komt de steenuil ook voor in deze ruimere omgeving. Met de planontwikkeling gaan er geen nest- of rustplaatsen van de steenuil verloren. Volgens het kennisdocument steenuil (BIJ12) verblijft de steenuil graag nabij of in zijn nest en gebruikt deze jaarrond als vaste rust- en verblijfplaats (categorie 1). Een nader onderzoek steenuil is niet noodzakelijk. Vanwege het bebouwde karakter in een landelijke omgeving van het plangebied is de eventueel voorkomende steenuil gewend aan menselijke activiteit en zal niet worden verstoord. De geplande ontwikkelingen zijn gering en het habitat zal wellicht aangetast worden echter in de nabije omgeving zijn vele alternatieven. Het weilandje is van dien omvang dat het niet kan dienen dan wel gekwalificeerd kan worden als essentieel jacht- of leefgebied. Zeker gezien alle betere en uitgestrekte alternatieven in de nabije omgeving.
Het netwerk aan verblijfplaatsen met name rustplaatsen is veelal in menselijke bebouwing in landelijk gebied hetgeen ook ruim aanwezig is nabij maar niet op de planlocatie. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
17
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Het voorkomen van vogels zoals genoemd in de verdragen van Bonn en Bern kan niet worden uitgesloten. Deze soorten vallen zowel onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn als het beschermingsregime Habitatrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat ze niet opzettelijk mogen worden verstoord ongeacht hun staat van instandhouding. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten nesten eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. ,
,
,
,
,
,
Nesten horsten en holten zijn niet aangetroffen. ,
Advies / conclusie Nader onderzoek ten aanzien van vogels is niet noodzakelijk.
18
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Jaarrond beschermde nesten In onderstaande tabel (volgende pagina) zijn opgenomen beschermd zijn. Geen van deze nesten zijn aangetroffen.
de nesten welke door de wetgever jaarrond
Nederlandse naam
Bescherming
Nederlandse naam
Bescherming
Nederlandse naam
Bescherming
Steenuil
Categorie 1
Blauwe reiger
Categorie 5
Kleine vliegenvanger
Categorie 5
Gierzwaluw
Categorie 2
Boerenzwaluw
Categorie 5
Koolmees
Categorie 5
Huismus
Categorie 2
Bonte vliegenvanger
Categorie 5
Kortsnavelboomkruip er
Categorie 5
Roek
Categorie 2
Boomklever
Categorie 5
Oeverzwaluw
Categorie 5
Grote gele kwikstaart
Categorie 3
Boomkruiper
Categorie 5
Pimpelmees
Categorie 5
Kerkuil
Categorie 3
Bosuil
Categorie 5
Raaf
Categorie 5
Oehoe
Categorie 3
Brilduiker
Categorie 5
Ruigpootuil
Categorie 5
Ooievaar
Categorie 3
Draaihals
Categorie 5
Spreeuw
Categorie 5
Slechtvalk
Categorie 3
Eidereend
Categorie 5
Tapuit
Categorie 5
Boomvalk
Categorie 4
Ekster
Categorie 5
Torenvalk
Categorie 5
Buizerd
Categorie 4
Gekraagde roodstaart
Categorie 5
Zeearend
Categorie 5
Havik
Categorie 4
Glanskop
Categorie 5
Zwarte kraai
Categorie 5
Ransuil
Categorie 4
Grauwe vliegenvanger
Categorie 5
Zwarte mees
Categorie 5
Sperwer
Categorie 4
Groene specht
Categorie 5
Zwarte roodstaart
Categorie 5
Wespendief
Categorie 4
IJsvogel
Categorie 5
Zwarte specht
Categorie 5
Zwarte wouw
Categorie 4
Kleine bonte specht
Categorie 5
Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen seizoen:
van
de Wet natuurbescherming het gehele
Categorie 1. Nesten die behalve gedurende het broedseizoen als nest buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: steenuil). ,
,
Categorie 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: roek gierzwaluw en huismus). ,
Categorie 3. Nesten van vogels zijnde geen koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: ooievaar kerkuil en slechtvalk). ,
,
,
Categorie 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: boomvalk buizerd en ransuil). ,
Categorie 5. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om als de broedplaats verloren is gegaan zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is is een omgevingscheck benodigd. ,
,
,
,
19
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Vleermuizen Het leefgebied van beschermde vleermuizen (artikel 3. 5 Habitatrichtlijn bijlage IV) bestaat uit verblijfplaatsen vliegroutes en foerageergebieden. In de toelichting vleermuizen (volgende pagina) worden deze onderdelen nader toegelicht.
,
Verblijfplaatsen voor vleermuizen moeten voldoen aan een geschikt microklimaat: temperatuur verschillende temperaturen binnen één object (gradiënten) snelheid van opwarmen of afkoelen (bufferwaarde) en vochtigheid. Essentieel is dat de verblijfplaats tochtvrij is in verband met de temperatuurregulatie en het voorkomen van uitdroging in de winter. Winterverblijven moeten daarnaast grotendeels vorstvrij zijn. Vleermuizen zijn gevoelig voor licht. Bij een verblijfplaats wordt dan ook niet vaak een lichtbron gevonden. De toegang tot de verblijfplaats de in- en uitvliegopeningen en de aanvliegroute moet vrij van obstakels zijn. De opstal is zoals eerder omschreven opgetrokken uit bakstenen muren. Deze muren zijn voor een groot gedeelte voorzien van een toegankelijke spouwmuur. Dit zijn in potentie verblijfplaatsen voor de vleermuis. ,
,
,
,
,
Op de planlocatie zijn geen bomen aanwezig met vleermuispotentie. Hierbij kan gedacht worden aan holten en loshangende schors hetgeen niet aanwezig is op de planlocatie. Eventueel aanwezige soorten zullen geen hinder ondervinden van de geplande ontwikkeling en er zullen geen verblijfplaatsen verloren gaan. Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden verblijfplaatsen van vleermuizen kan mogelijk ontstaan wanneer de lijnelementen verdwijnen uit het landschap. Nabij de planlocatie zijn deze lijnelementen aanwezig. Hiertussen staan ook bomen met holten welke in potentie een verblijfplaats kan zijn voor de vleermuis. Aangezien deze bomenrijen buiten het plangebied liggen is er in het onderzoek van uit gegaan dat deze intact blijven. Het foerageergebied blijft intact. Een nader onderzoek naar foerageergebied en vliegroutes is niet noodzakelijk. Het biotoop en habitat laat zich het beste omschrijven door bebouwde omgeving. ,
Advies / conclusie Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen wordt noodzakelijk geacht.
20
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Toelichting vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw boom bunker grot kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. ,
,
,
,
,
Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor. ) ,
,
Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa.
van
vleermuizen vanaf
een
verblijfplaats
naar een
Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.
21
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Overige zoogdieren Soorten
van
Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn
Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen.
op
Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Vanwege het waterarme karakter van het plangebied is het habitat voor deze soort ongeschikt. Hamster hazelmuis en noordse woelmuis ,
Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid-Limburg. Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
,
,
Slaapmuizen Het verspreidingsgebied van de eikelmuis (Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in ZuidLimburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws-Vlaanderen en ligt derhalve buiten het plangebied. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Limburg. Sporen zijn van deze soort niet aangetroffen. De planlocatie leent zich dan ook niet voor deze soort.
De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie Gelderland voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied.
22
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. De bomen nabij het plangebied zijn onderzocht. Het plangebied vertoont dan ook geen essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse databases zijn er geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Haasachtigen egel en vos ,
Deze soorten zijn door natuurbescherming.
de provincie
Gelderland
voor
ruimtelijke ingrepen
vrijgesteld
de
van
Wet
Marterachtigen Op het perceel zijn geen sporen van marterachtigen aangetroffen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de UV lamp om urine sporen te doen oplichten en de endoscoop om ruimten te inspecteren. Een verblijfplaats van de bunzing (Mustela putorius) hermelijn (Mustela erminea) en wezel (Mustela nivalis) zijn niet te verwachten op de planlocatie. Het habitat is ongeschikt voor kleine marterachtigen zoals wezel en hermelijn omdat er geen veilige robuuste verbindingsroutes zijn door bosschages waar predatoren gehinderd worden. Tevens is het een beheerd stuk grasland. Ook zijn er geen aanwijzingen van het voorkomen van de das. Er zijn geen sporen burchten graafkuiltjes en latrineputjes waargenomen. Het NDFF geeft ook geen waarneming van dit soort binnen de ruime omgeving weer. ,
,
,
,
Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Limburgse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland gevestigde wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of open veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn wel verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied (het ree: capreolus capreolus). Reptielen en amfibieën en vissen Het plangebied ligt buiten het bereik van beschermde reptielen en amfibieën. De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris) gewone pad (Bufo bufo) bruine kikker (Rana temporaria) bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. De effectafstanden en invloeden van genoemde soorten zijn dus irrelevant. De ingreep heeft geen invloed op het habitat van deze soorten. De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. De beekdonderpad (Cottus rhenanus) beekprik (Lampetra planeri) elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten van schone heldere continu stromende beken en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Limburg.
De beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Veluwe. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes. Dergelijke leefgebieden komen in het plangebied ook niet voor. Derhalve kan worden gesteld dat in het plangebied geen onder dit beschermingsregime voorkomende vissen te verwachten zijn. De ingreep heeft geen invloed op het habitat van deze soorten. ,
,
,
,
,
23
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Vlinders en libellen In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dagvlinders. Het voorkomen van deze libellen en vlinders kan daarom redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda) de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen. Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) en het vliegend hert (Lucanus cervus). In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. ,
24
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
6. 3 Houtopstanden Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden natuurbescherming. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde.
van
de Wet
Toelichting Houtopstanden Hoofdstuk 4 wet natuurbescherming regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen boomvormers struiken hakhout of griend buiten de bebouwde kom die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4. 2) en herplantplicht (artikel 4. 3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond. ,
,
,
,
,
,
,
,
Deze regel geldt niet voor : 1.
Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen kom;
2.
Houtopstanden op erven of in tuinen;
3.
Fruitbomen en windschermen
4.
Naaldbomen kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen indien niet ouder dan twintig jaar;
5.
Kweekgoed;
6.
Uit populieren of wilgen bestaande:
om
van
de bebouwde
boomgaarden;
,
,
a.
Wegbeplantingen;
b.
Beplantingen langs waterwegen
c.
Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;
,
en
7.
Het dunnen van een houtopstand;
8.
Uit populieren wilgen essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld productie van houtige biomassa indien zij: ,
,
voor
de
,
a.
Ten minste
eens per tien jaar worden
b.
Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter en
geoogst; ,
,
c.
Zijn aangelegd na 1 januari 2013.
25
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Verantwoording Literatuur / bronnen •
Wet Natuurbescherming
•
Omgevingsverordening
•
Fauna inventarisatie Rik Schoon
•
150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000. pdf
,
Materiaal •
Camera
•
Zaklamp
•
Thermometer
•
Windmeter
•
Verrekijker
•
Endoscoop
•
Ladder (5 meter)
•
Uv lamp
Internet •
www. rvo. nl
•
www. bij12. nl
•
wwww. verspreidingsatlas. nl
•
www. zoogdiervereniging. nl
•
www. ndff. nl
•
www. synbiosys. alterra. nl/natura2000
•
https://atlasnatuurlijkkapitaal. nl/kaarten
•
www. natura2000. nl
•
https://www. infomil. nl
26
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Bijlagen Vrijgestelde soorten per provincie Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
ne
n
lar e lde d G
th ce tUr
t dor na o bra N B
- d di u lna Z Ho
dn lae e Z
-
O
dn lao v e Fl
dor dna o lo N H
gru b iLm
i er Bv tr . ) ti es m a 13 . i n (AZE NR 3 M
e thn
j i sr
G
D
ro
Zoogdieren
le
dn l as i er F
gn in
re
s
ev
Aardmuis
Microtus agrestis
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bosmuis
Apodemus sylvaticus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Bunzing
Mustela putorius
x5
x
x
x
Dwergmuis
Micromys minutus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Egel
Erinaceus europaeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Gewone bosspitsmuis
Sorex araneus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Haas
Lepus europeus
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hermelijn
Mustela erminea
x5
x
x
x
Huisspitsmuis*
Crocidura russula
x
x
x
x
x
x
x
x
Konijn
Oryctolagus cuniculus
x
x
x
x
x
x
x
x
Molmuis
Arvicola scherman
Ondergrondse woelmuis
Pitymys subterraneus
x
x
x
Ree
Capreolus capreolus
x
x
x
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
x
x
x
Steenmarter
Martes foina
Tweekleurige bosspitsmuis
Sorex coronatus
x
x
x
x
x
x
x
x
Veldmuis*
Microtus arvalis
x
x
x
x
x
x
x
x
Vos
Vulpes vulpes
x
x
x
x
x
x
x
x
Wezel
Mustela nivalis
x
x5
x
Wild zwijn
Sus scrofa
Woelrat
Sus scrofa
x
x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x2
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Amfibieën en reptielen Bruine kikker
Rana temporaria
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Gewone pad
Bufo bufo
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
Hazelworm
Anguis fragilis
Kleine watersalamander
Lissotriton vulgaris
Levendbarende hagedis
Zootoca vivipara
Meerkikker
Pelophylax ridibundus Pelophylax klepton esculentus
Middelste groene kikker / bastaardkikker
x3 x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x4
* voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb 3. 10 3e lid x1 = vrijstelling geldt in de periode maart- april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli , augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober x5 = de vrijstelling voor deze soorten wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022
27
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
28
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
29
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
30
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
31
QUICKSCAN 50426 – STAVERDENSEWEG 89A - ELSPEET
Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag met uitzondering van de opdrachtgever worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning druk internet kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V. noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B. V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B. V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
© 2023 Ecofect B. V. ; Nunspeet
32
G
e
b ei d s eb s c
h
e r m ni
g
VOORTOETS
NATURA
VELUWE Staverdenseweg 89a Elspeet
Datum: Project:
maart 2023 VT- Elspeet 11
2000
GEBIEDSBESCHERMING
–
VOORTOETS
NATURA 2000
–
STAVERDENSEWEG
ELSPEET
INHOUD 1.
Colofon
3
2.
Samenvatting en conclusie
4
3.
Inleiding
5
4.
3. 1
Aanleiding
5
3. 2
Voortoets beschermde Natura 2000-gebieden
5
Gebiedsbescherming
8
4. 1
Natura 2000 gebieden
4. 2
Natura 2000 gebied - de Veluwe
8
4. 3
Habitattypen Staverdenseweg
9
4. 4
Uitwerking habitattypen (en soorten)
10
-
algemeen
4. 4. 1 Eiken- en beukenbos van lemige 4. 4. 2 Bos van arme 4. 4. 3 Droge
5.
6.
8
zandgronden
zandgronden
heide
Effectenanalyse
10 11 12
13
5. 1
Storingseffecten Natura 2000-gebied de Veluwe
14
5. 2
Storingsgevoeligheid doelsoorten
17
5. 3
Beheerdoelstellingen
19
Methode
21
6. 1
Werkwijze
21
6. 2
Leeswijzer
21
7.
Bronnen
22
8.
Bijlage
23 2
GEBIEDSBESCHERMING
Onderzoek
Voortoets Natura
Document
50504 VT
Datum
11 maart
Locatie
Staverdenseweg 8ga; Elspeet
Opdrachtgever
ASB
Opdrachtnemer
Ecofect B.V.
Ecoloog
(geanonimiseerd)
-
2000
Elspeet
2023
(geanonimiseerd) Telefoon
(geanonimiseerd)
info@ecofect.nl
Internet
www.ecofect.nl
KvK-nummer
87036487
Btw-identificatienr.
NL864184311B01
Rekeningnummer
NL39
ij]
ee
@
RABO
0198 8908 69
GEBIEDSBESCHERMING
–
VOORTOETS
NATURA
2. Samenvatting
en
2000
–
STAVERDENSEWEG
ELSPEET
conclusie
Uit deze voortoets blijkt dat er geen Passende beoordeling en/of ADC-toets noodzakelijk is omdat er geen (significante) negatieve effecten zijn op de beschermde habitattypen en doelsoorten. Ook heeft de planontwikkeling geen effect op de beheerdoelstellingen die zijn toegewezen aan dit gebied. Deze toetsing is uitgewerkt in hoofdstuk 5. Het plan kan voor wat betreft gebiedsbescherming worden vastgesteld zonder dat er een vergunning Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
[Trek de aandacht van uw lezer met een veelzeggend citaat uit het document of gebruik deze ruimte om een belangrijk punt te benadrukken. Sleep dit tekstvak als u het ergens anders op de pagina wilt plaatsen. ]
4
GEBIEDSBESCHERMING
–
VOORTOETS
NATURA
2000
–
STAVERDENSEWEG
ELSPEET
3. Inleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Staverdenseweg 89a te Elspeet heeft ASB aan Ecofect B. V. gevraagd een Voortoets Natura 2000 uit te voeren t. b. v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. De ontwikkeling betreft het slopen van de huidige bebouwing en enkele opstallen om daarvoor in plaats nieuwbouw (woning) te genereren. ,
3. 1
Aanleiding
Menselijke activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor natuurgebieden. Sommige natuurgebieden worden speciaal beschermd tegen de gevolgen van menselijke activiteiten. De planlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000gebied de Veluwe maar ligt op een (effect)afstand van slechts 101 meter. ,
Het plangebied is omgeven door het Natura 2000-gebied de Veluwe.
Figuur 1 – Natura 2000-gebied de Velwue
De afstand van het plangebied valt volgens de Natuurregels Gelderland binnen de bufferzone 500 meter t. o. v. Natura 2000-gebieden. Als u activiteiten wil uitvoeren die nadelige gevolgen kunnen hebben heeft u in veel gevallen een aparte toestemming nodig.
voor
beschermde natuurgebieden
Op basis van artikel 2.7 lid 1 en 2 van de Wet natuurbescherming geldt dat er een Passende Beoordeling moet worden gemaakt wanneer een plan of project (afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten) significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Wanneer deze gevolgen in de Voortoets op grond van objectieve gegevens met zekerheid kunnen worden uitgesloten is geen Passende ,
,
,
5
GEBIEDSBESCHERMING
–
VOORTOETS
NATURA
2000
–
STAVERDENSEWEG
ELSPEET
Beoordeling vereist en bij projecten geen vergunning. Het onderscheid tussen de Passende Beoordeling en de Voortoets is niet wettelijk vastgelegd. Artikel 2. 7 lid 1 en 2 1.
Een bestuursorgaan stelt een plan dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied en dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied uitsluitend vast indien is voldaan aan artikel 2. 8. ,
,
2.
Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. (Volledige tekst staat in de bijlage) ,
Voortoets beschermde Natura 2000-gebieden
3. 2
De minister wijst deze beschermde natuurgebieden aan voor de uitvoering van richtlijn 2009/147/EG (Vogelrichtlijn) en richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn). Deze gebieden zijn Natura 2000-gebieden. De grondslag voor de aanwijzing staat in artikel 2. 1 van de Wet natuurbescherming. Een voortoets is een globale effectenanalyse van een plan of project op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden in de invloedsfeer van het plan of project. Mitigerende maatregelen mogen niet meegenomen worden in de voortoets wel dient een globale cumulatietoets te worden uitgevoerd Conclusie dient te zijn of er een kans is op significante negatieve effecten op het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen of dat deze geheel kunnen worden uitgesloten. Indien er een kans is op significant negatieve effecten geldt een vergunningplicht voor projecten (art. 2.7 lid 2 Wnb) op basis van een Passende Beoordeling. Plannen mogen conform art. 2.7 lid 1 Wnb alleen worden vastgesteld indien uit een Passende Beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien dit wel het geval is dient met succes de ADC-toets doorlopen te zijn. ,
,
,
,
De voortoets geeft een aanwijzing over de mogelijke negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden. Uit de voortoets volgt ook welke vervolgstappen nodig zijn. Soms blijk uit de voortoets dat er zeker geen negatieve effecten voor natuurgebieden zijn. Dan is er geen vergunningplicht en de initiatiefnemer hoeft verder niets te doen. Als er wel mogelijke negatieve effecten zijn volgt een verdere toetsing. In de voortoets verzamelt de initiatiefnemer informatie over de mogelijke gevolgen van zijn activiteiten voor de beschermde natuurgebieden. Die informatie moet hij bij de provincie aanleveren. De provincie beoordeelt deze informatie en komt tot een van de volgende uitspraken: •
Er is zeker geen effect. In dat geval heeft de initiatiefnemer geen vergunning nodig en kan hij verder gaan met zijn activiteiten. Of doorgaan met een aanvraag omgevingsvergunning.
•
Er is een kans op een negatief effect maar dit is zeker niet significant. In dat geval moet de initiatiefnemer een vergunning aanvragen. Bij de aanvraag voor die vergunning moet hij het resultaat van een verslechteringstoets (effectbeschrijving) voegen.
•
Er is kans op een significant negatief effect. In dat geval moet de initiatiefnemer ook een vergunning aanvragen. Bij deze aanvraag moet hij een passende beoordeling voegen.
,
6
.
GEBIEDSBESCHERMING
–
VOORTOETS
NATURA
2000
–
STAVERDENSEWEG
ELSPEET
Bron: Natuurinclusief. nl
7
GEBIEDSBESCHERMING
VOORTOETS
–
NATURA
2000
–
STAVERDENSEWEG
ELSPEET
4. Gebiedsbeschrijving 4. 1
Natura 2000-gebieden
-
algemeen
Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In deze Natura 2000-gebieden worden bepaalde dieren planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. De biodiversiteit staat in Europa al jaren onder druk. Duurzame bescherming van flora en fauna is hard nodig. Planten en dieren trekken zich weinig aan van landsgrenzen en het is daarom belangrijk om natuurbescherming in Europees verband aan te pakken. Zo voorkomen we dat de natuur in Europa en in Nederland steeds meer van hetzelfde wordt. In 1979 is de Vogelrichtlijn opgesteld en in 1992 de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen bestaan uit twee delen: soortenbescherming en gebiedsbescherming. Alle EU-lidstaten wijzen beschermde gebieden aan voor specifieke (leefgebieden van) (vogel-)soorten. De onder beide richtlijnen aangewezen beschermde gebieden vormen het Natura 2000-netwerk. ,
4. 2
Natura 2000-gebied
de Veluwe
-
De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen droge en natte heide vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog 1400 hectare stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden natte (o. a. Leemputten bij Staverden) of droge (o. a. Harskamp) heischrale graslanden jeneverbesstruwelen vennen natte heide en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. ,
,
,
,
,
,
,
Als Natura 2000-gebied levert de Veluwe een bijdrage aan de biologische diversiteit en de instandhouding van natuurlijke habitats en soorten binnen de Europese Unie. In Nederland is de Veluwe hiertoe aangewezen om bij te dragen aan een op landelijk niveau gunstige staat van instandhouding van 17 habitattypen. Deze bijdrage is vastgelegd in de Natura 2000-doelen die het behoud of de uitbreiding van verspreiding en oppervlakte en het behoud of de verbetering van de kwaliteit voor elk habitattype bepalen14. De totale oppervlakte van de kwalificerende habitattypen op de Veluwe bedraagt 22. 945 ha. Naast de betekenis van de Veluwe voor het in standhouden van diverse habitattypen is er een beperkte selectie van soorten waarvoor de Veluwe buitengewoon belangrijk is. Het betreft 10 soorten van de Vogelrichtlijn en 7 soorten van de Habitatrichtlijn bijlage II. Van deze soorten dreigt de Duinpieper op korte termijn uit Nederland te verdwijnen en wordt daarom beschouwd als een Urgent bedreigde soort. De staat van instandhouding van 5 van de 10 vogelsoorten wordt als zeer ongunstig ingeschat. Alleen voor Boomleeuwerik Nachtzwaluw en Roodborsttapuit is de ingeschatte staat van instandhouding gunstig. Ook voor de leefgebieden van de Vogel -en Habitatrichtlijnsoorten zijn Natura 2000-doelen vastgelegd. ,
,
8
GEBIEDSBESCHERMING
4. 3
–
VOORTOETS
NATURA
2000
–
STAVERDENSEWEG
ELSPEET
Habitattypen Staverdenseweg
De kenmerkende habitattypen van de planlocatie zijn volgens de AERIUS-monitor de LG13 en LG14. De kenmerkende habitattypen van de planlocatie zijn volgens Geoportaal Gelderland H4030 - Droge Heide.
9
GEBIEDSBESCHERMING
VOORTOETS
–
NATURA
2000
–
STAVERDENSEWEG
ELSPEET
Uitwerking habitattypen (en soorten)
4. 4
Volgens diverse datasets bevinden zich de volgende habitattypen nabij de planlocatie: •
Eiken- en beukenbos van lemige zandgronden – LG 14
•
Bos
•
Droge heide – H4030
van arme
4. 4. 1 Eiken- en
zandgronden – LG 13
beukenbos van lemige zandgronden
–
LG 14
Het leefgebied wordt gekenmerkt door vrij hoog tot hoog opgaand of als hakhout- of middenbos beheerd bos op oligo- tot mesotrofe meestal (matig) droge zure lemige zandgronden en leemgronden. De boomlaag bestaat uit vooral Beuk en in wisselende mate Wintereik en Zomereik daarnaast (onder vochtige omstandigheden) eventueel ook Ruwe berk en Zachte berk en Zwarte els. De struiklaag is weinig ontwikkeld en bestaat vooral uit Wilde lijsterbes soms ook uit Hulst Framboos en braam. ,