CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 4 Notulen raadsvergadering 24 juni 2021

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Notulen raadsvergadering 24 juni 2021.15.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Vergadering: 30 september 2021 Agendapunt: 4 Notulen van de openbare digitale vergadering - conform Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba - van de raad van de gemeente Nunspeet, gehouden op donderdag 24 juni 2021, aanvang 19.30 uur. Aanwezig zijn de raadsleden, de heren K.M. van Bronswijk (CDA), R.A. de Bruin (SGP), mevrouw J.M. Elskamp (ChristenUnie), de heer A. Harteveld (ChristenUnie), mevrouw C. Jansen-van de Brink (Gemeentebelang), de heren M.J. Juffer (Gemeentebelang), M.A. Konings (Gemeentebelang), E. Leusink (ChristenUnie), J. Meijer (CDA), M.A. Mol (Gemeentebelang), drs. G.M. Mulder (SGP, vanaf agendapunt 5), mevrouw A. Pluim (Gemeentebelang), de heren A.T. van de Pol (SGP), G. Polinder (SGP), H.J. Polinder (SGP), P.V. van Rossen (Gemeentebelang), C.T. Smit (ChristenUnie), J. Snaterse (Liberaal Nunspeet), A.J. Timmerman (PvdA/Groen Links) en L.A. van de Weerd (SGP). Voorzitter Griffier

: :

de heer B. van de Weerd, burgemeester de heer J.L. van den Broek, raadsgriffier

De heer P.N. Kokkes, raadsadviseur, is tevens aanwezig. Tevens zijn de wethouders, de heren drs. M. van de Bunte, J. Groothuis, L. van der Maas, mevrouw M.W. Storteboom en de heer P. Teeninga, alsmede de gemeentesecretaris, de heer mr. A. Heijkamp, aanwezig. De heer M. van Klompenburg, raadslid namens de SGP, is afwezig. 1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en spreekt het formulieropeningsgebed uit. Hij meldt de afwezigheid van de heer Van Klompenburg. Verder zal de heer Mulder iets later ter vergadering verschijnen. 2. Vaststelling agenda. De agenda wordt zonder hoofdelijke stemming ongewijzigd vastgesteld. 3. Vragenhalfuurtje. De heer De Bruin: “In de raadsvergadering van 29 april jongstleden heeft onze fractie vragen gesteld over de totstandkoming van het WMO-tarief bij de dagbestedingen. Diverse vragen zijn ook gesteld in andere raden in deze regio en ook de heer Meijer van het CDA heeft hier met schriftelijke vragen de vinger bij gelegd. In de brief van de wethouder staat dat de tariefstelling toch niet helemaal klopte. Dat leverde bij ons de reactie op: zie je wel, het klopt gewoon niet. Dat maakt ons aan de ene kant heel bezorgd en aan de andere kant geeft het ons een heel slecht gevoel.

Iemand, die heel dicht bij het aanbestedingstraject zit en contact met andere organisaties heeft, zei tegen me: “Het beeld wat ik krijg, de welzijnsorganisaties sprekende, is dat een aantal slimme jongens van een bureau onze hardwerkende zorgaanbieders een hak hebben gezet.” Ons inziens, en veel welzijnsorganisaties aangehoord te hebben, is het een zeer ondeugdelijke aanbesteding geweest. Ik kom net als 29 april terug op die belangrijke vergadering met zorgaanbieders, gemeenten en het bureau HHM. In deze sessie is klip en klaar gesteld door zorgaanbieders dat het tarief niet uit kon voor dat aantal cliënten. Het bureau HHM heeft toen aangegeven dat uit onderzoek gebleken is dat dit wel kan. Toch zou het signaal worden meegenomen. Dat hebben we de vorige keer ook al aangegeven. Nu het tarief niet klopt, hebben we daarover de volgende vragen. In hoeverre zijn de signalen van de zorgaanbieders toen serieus meegenomen en onderzocht?

-2-

Wanneer de signalen zijn meegenomen en onderzocht, hoe komt het dat het nu pas uitkomt dat het tarief niet juist is? De andere vragen hebben meer met de aanbesteding te maken. Door de tariefstelling hebben diverse instellingen niet ingeschreven. Wanneer het tarief wordt veranderd of aangepast, hoe gaat het college dan om met de partijen die toen vanwege de tariefstelling niet hebben meegedaan? In lijn met deze vraag. Afgelopen dinsdag was er overleg met de zorgaanbieders. Toen werd de mogelijkheid genoemd dat er mogelijk zij-instromers komen, dus buiten het aanbestedingstraject om. Klopt dit en is dit juridisch ook kloppend? Dan de laatste vraag. Sommige partijen mogen, om diverse redenen, de dagbesteding nog voortzetten tot het einde van dit jaar. Andere partijen werken al wel met het nieuwe contract. Hoe zit het dan met de tarieven? Voor de partijen die door mogen een oud tarief en voor de nieuwe contracten het nieuwe tarief?” Wethouder Teeninga: “Ik heb 5 vragen gehoord. De eerste vraag is in hoeverre de signalen van de zorgaanbieders van toen zijn meegenomen en onderzocht. Het ambtelijk overleg in de regio heeft dit begeleid en daarbij is een partij ingeschakeld die een kostprijsonderzoek heeft uitgevoerd. Er zijn maar weinig partijen in Nederland die dat doen en die dat kunnen. HHM is er een van. De signalen zijn zorgvuldig afgewogen.

De kring van de ambtenaren in de regio, die daarmee bezig zijn en in dienst zijn bij de gastheergemeente Elburg, hebben dat proces begeleid met een regelmatige terugkoppeling naar onze lokale ambtenaren. Het is een proces van 7 gemeenten, want Zeewolde doet ook voor een gedeelte mee. Hoe komt het dan dat er pas kort geleden duidelijk is geworden dat er in de tariefstelling een fout is gemaakt? Het zit in de tariefstelling van de dagbesteding naar 2 producten toe. Daar hebben we het over. Het gaat niet om het totale veld, nee, we hebben het over deze 2 dingen. Daar is inderdaad kort geleden geconstateerd dat daar een fout is ingeslopen. Dat is een fout, dat klopt. Dat hadden we als eindverantwoordelijken uiteindelijk boven tafel moeten krijgen. Dat is niet het geval geweest en dat stelt ons ook voor een probleem hoe we dat dan doen. Is dan de tariefstelling onzorgvuldig tot stand gekomen? Ik zeg nee, dat is niet zo, maar er is helaas een menselijke fout gemaakt die dat niet gesignaleerd heeft. U vraagt vervolgens waar we nu staan. We zijn volop in gesprek met en over deze situatie, waarbij we ons juridisch laten voorlichten wat er kan en wat er mogelijk is. In dat traject zitten we op dit moment. Dat betekent dat de oplossing er op dit moment nog niet is.

Tegelijkertijd vinden er veel gesprekken plaats, ook met aanbieders waar al een afspraak mee was gemaakt dat ze nog even tijdelijk door zouden gaan. Daar is opnieuw mee gesproken, omdat in sommige plaatsen een behoorlijk probleem aanwezig was; dat was met name in Harderwijk en Ermelo het geval. Het juridische onderzoek naar de oplossing van de problematiek is nog niet definitief afgerond. Het zou kunnen dat we voor deze 2 producten een nieuwe aanbesteding moeten doen, maar dat is nog niet definitief zeker. Er is tot het moment van een goede oplossing een tijdelijk contract gesloten met een grote partij die veel dagbesteding doet. Welke oplossing het uiteindelijk is, dat weet ik nog niet. Dat kan ik u nog niet vertellen. Zodra dat het geval is wordt de gemeenteraad op de hoogte gebracht. Voorzitter. Ik denk dat ik hiermee alle vragen van de heer De Bruin beantwoord heb.” De heer De Bruin: “Ik wil de wethouder bedanken voor deze informatie. We willen het college graag meegeven om dit voor de zomervakantie voortvarend op te pakken. Dat heeft de wethouder aangegeven dat dat ook gebeurt. We snappen ook wel dat er nu nog geen juridisch sluitend antwoord gegeven kan worden. We gaan ervan uit dat we als raad en commissie op de hoogte worden gehouden.

Ik heb nog geen reactie gehad op mijn vraag over de mogelijkheid van zij-instromers, zoals dat genoemd is in het overleg van afgelopen dinsdag.” De heer Harteveld: “In het begin zei de heer De Bruin dat met name het CDA en de SGP er vragen over hebben gesteld. Ik durf wel te stellen dat wij als fractie van de ChristenUnie zowel schriftelijk als mondeling heel veel vragen hebben gesteld. We zijn blij dat de oplossing er voor een deel is. Verder onderschrijven wij de vragen van de heer De Bruin helemaal. Mede naar aanleiding van de vergadering van afgelopen dinsdag, waar de heer De Bruin aan refereert, begrijp ik dat heel veel zorgaanbieders eigenlijk meer vragen hebben gehad dan antwoorden en voor hen gaat ook de zomerperiode in. Die vraag onderstreep ik nog eventjes.”

-3-

Wethouder Teeninga: “De heer De Bruin vraagt of er straks bij een eventuele nieuwe aanbesteding zij-instromers in mogen schrijven. Dat behoort wel tot de mogelijkheden die onderzocht worden. De vraag is ook of dat juridisch gezien verantwoord en kloppend is. Dat is de vraagstelling die op dit moment ook onderzocht wordt.” De voorzitter: “Er werd gerefereerd aan een vergadering van afgelopen dinsdag. Misschien dat u daarover nog iets kunt zeggen. Dat leeft ook breder in de raad begrijp ik.” Wethouder Teeninga: “Ik heb dat even ontweken, omdat ik niet weet over welke vergadering de heer De Bruin spreekt. Als dat een interne vergadering was van het projectteam met, dan kan ik daar geen antwoord op geven omdat ik daar niet bij ben geweest.” De voorzitter: “Mijnheer De Bruin, u doelt daar op?” De heer De Bruin: “Het overleg was naar aanleiding van de brief die de wethouder had verstuurd. Het overleg was met diverse zorgaanbieders. Met welk team dat precies was, dat weet ik niet. Ik heb diverse zorgaanbieders gesproken die bij die sessie aanwezig waren.” Wethouder Teeninga: “Er vindt voortdurend en veel overleg plaats. Ik had zelf donderdag met 2 wethouders van andere gemeenten overleg, waarbij we gesproken hebben over mogelijkheden en oplossingen. Ook met een zorgaanbieder die haar verontrusting had uitgesproken.

Ik weet ook dat er een tijdelijk contract is afgesloten met een grote aanbieder waar ik het net al over had. Dat is pas vrijdagavond rond gekomen. Ik kan me heel goed voorstellen dat er heel veel druk op staat en dat er vele gesprekken plaatsvinden. De gesprekken vinden ambtelijk plaats en waar nodig ook bestuurlijk.” De voorzitter: “Ik denk dat we moeten constateren dat u het hier even mee moet doen. Wethouder Teeninga heeft geen nadere informatie uit dat overleg. Hooguit kan hij toezeggen om dat nog na te vragen of dat relevant is.” Wethouder Teeninga: “Het is niet één overleg. Er vinden vele overleggen plaats. Ik denk niet dat het zinvol is om uit één overleg eventueel iets mee te delen of iets mee te kunnen delen. Als er een oplossing in zicht is, dan zal die met de gemeenteraden worden gedeeld.” 4. Notulen vergadering 27 mei 2021. Zonder hoofdelijke stemming worden de notulen ongewijzigd vastgesteld. 5. Vaststellen bestemmingsplan bedrijventerrein Elspeet. De heer Smit: “In de commissie is er al veel over gezegd. Ik heb toen gesproken over 3 partijen. Ten eerste de ondernemers die graag een pand willen hebben op de bedrijvenstrip. Verder zijn het de omwonenden en we hebben ook nog de beestjes die daar misschien wel last van hebben. Die laatste groep wil ik snel kortsluiten.

Ik heb het idee dat het college er alles aan heeft gedaan om te komen tot een goede oplossing voor de das. Ik heb ook het terrein gezien en ik hoop dat de heer Timmerman ook overtuigd is na zijn bezoek aan ons mooie dorp. Dat gaan we straks wel horen. Ik begrijp ook dat omwonenden last hebben van een dergelijke ontwikkeling. Je wordt nu ’s ochtends wakker en je kijkt uit je slaapkamerraam over de velden richting de Uddelerweg en dat kan straks niet meer. U kijkt dan waarschijnlijk tegen een bedrijfspand van 10 meter hoog aan. Dat is dus absoluut een punt. Daar hebben we ook zeker over nagedacht. We hebben ook de ondernemers en dat allemaal onder de grote paraplu van het dorp Elspeet. In hoeverre is een dergelijke ontwikkeling van belang voor het dorp Elspeet? Daar hebben we vrij snel van gezegd dat dat heel belangrijk is. Er is heel veel woordvoering over geweest, het heeft echt te maken met de vitaliteit van ons dorp, ook toekomstgericht. De brandweer is genoemd. Natuurlijk is het van belang dat we jongeren hebben die in Elspeet aan het werk zijn en de brandweer moet kunnen uitrukken. Dan kan dat vanuit die bedrijvenstrip. We moeten dan ook nog wat starterswoningen hebben, zodat die jongelui ook kunnen wonen, maar dat is een ander onderwerp.

-4-

Maar al dat soort zaken speelt een grote rol. Het is van belang voor de ondernemers, het bedrijfsleven, de verenigingen, de kerken, de scholen, het is goed voor het dorp dat we op deze manier de toekomst in kunnen gaan. Dat alles overziende kunnen wij gemakkelijk zeggen dat we in kunnen stemmen met het voorliggende plan.” De heer Van Bronswijk: “Voorzitter. Het moge duidelijk zijn dat CDA Nunspeet lokaal een voorstander is van de bedrijvenstrip, niet alleen nu, maar ook in het verleden. Toch is dit niet zomaar een onderwerp waarvoor eventjes een oplossing is gekomen. Daar is natuurlijk jaren overheen gegaan. Terecht, omdat het zowel een leefgebied van mensen als ook voor dieren is. We begrijpen ook dat omwonenden met zienswijzen zijn gekomen. Wat ons betreft was de beantwoording wel duidelijk. We vinden dat de gemeente genoeg gedaan heeft om tot overeenstemming te komen. In de commissie hebben we nog wel aandacht gevraagd voor het type bedrijven dat aan de randen van het terrein moet komen, zodat de omwonenden de minste last van bedrijven hoeven te hebben. De gemeente heeft er ook veel huiswerk voor moeten doen aangezien er in de nabijheid een dassenburcht zit. Hiervoor zijn de nodige maatregelen genomen om de das genoeg ruimte en voeding te verschaffen. Onder andere is een weiland compleet ingericht zodat de das daar zijn voedsel vandaan kan halen.

We hebben in de commissie al aangegeven dat we vinden dat we kunnen aannemen dat de gemeente hierin zijn huiswerk goed heeft gedaan. Het gaat om een beschermde diersoort en we hopen en verwachten dat de dassen wel gemonitord blijven. Hoe vergaat het ze de komende jaren? De das kan nu niet meer naar het noorden of hij moet een behoorlijke omweg maken. Bekijk of het in de toekomst mogelijk is om het daswerend hekwerk toch op enkele plekken zo te maken dat de das er in wel doorheen kan.” De heer Timmerman: “Voorzitter. In de richting van de heer Smit: ik ben zeker in Elspeet geweest, dat was gisteravond om de situatie te beoordelen. Daar kom ik later op terug. In het raadsvoorstel staat dat als gevolg van de te treffen maatregelen de kwaliteit van het huidige leefgebied van de das zelfs zal verbeteren. Om dat ter plaatse te zien ben ik gisterenavond naar Elspeet gefietst. Ik werd vriendelijk ontvangen door de familie Bos en de heer Schröder van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. We hebben de dassenburcht bekeken. Deze is bewoond, zo blijkt uit camerabeelden die de heer Schröder onlangs nog heeft gemaakt. De bewering van de wethouder in de commissievergadering dat er bij de burcht weinig leven is klopt dus niet. Hij is bewoond, er zitten zelfs jongen in. De gemeente heeft een raster laten plaatsen waardoor het territorium van de dassen is gehalveerd.

Zij kunnen niet meer naar de weides bij de Diepeweg. Als compensatie is een stuk landbouwgrond ingezaaid met gras. Daar moet ook klaver gaan groeien en kunnen de dassen regenwormen gaan zoeken. Dat gaat nog een aantal jaren duren. De grond zit namelijk nog vol met bestrijdingsmiddelen. Kortom, het leefgebied van de das is kleiner gemaakt en de kwaliteit is zeker niet verbeterd. Voorzitter. De fractie van de PvdA/Groen Links heeft de volgende vragen aan de wethouder. In het ‘Inrichtingsplan bedrijvenstrip te Elspeet ten behoeve van de das’ worden maatregelen genoemd die voorafgaand aan de werkzaamheden dienen te worden getroffen. Het plaatsen van een raster wordt daarbij niet genoemd. Waarom is er toch gekozen voor het plaatsen van een raster? Waarom is er niet gekozen voor een raster met zogenaamde werkpoorten? Op basis van de Wet Natuurbescherming zijn de das en zijn burcht beschermd. De provincie kan ontheffing verlenen. Heeft de gemeente voor het plaatsen van het raster ontheffing gekregen van de provincie? Dank u wel.” De heer Snaterse: “Liberaal Nunspeet is van mening dat er een zorgvuldige afweging is gemaakt voor de locatiekeuze van en de inrichting van dit kleinschalige bedrijventerrein. Onderzoek heeft uitgewezen dat er behoefte bestaat aan dit bedrijventerrein. Daarnaast wordt er een intensieve veehouderij gesaneerd.

Ook zijn wij van mening dat er in voldoende mate rekening wordt gehouden met het leefgebied van de das. Ondanks de nu al genomen maatregelen wordt de dassenburcht alsnog bewoond. Schijnbaar is het aanpassingsvermogen van de das groter dan iedereen veronderstelt. Met de aanleg van een nieuwe rotonde is ook in voldoende mate de verkeersveiligheid geborgd.

-5-

Het inpassen van een nieuw bedrijventerrein zal altijd een afweging van belangen blijven en het is zoeken naar een juiste balans tussen de wensen van de omwonenden en de nieuwe activiteiten die zullen gaan plaatsvinden. Naar ons idee ligt er een plan voor dat daaraan voldoet, maar wij zijn ons bewust dat omwonenden het altijd als een aantasting zullen beschouwen van hun privacy en hun percelen. Wij constateren dat er naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen bijstellingen in het plan hebben plaatsgevonden die naar ons idee aan de grootste bezwaren tegemoet komen. Al met al vindt Liberaal Nunspeet het een goed plan en kan ermee instemmen.” De heer Mulder: “De heer Snaterse zei het al, het is altijd een afweging van belangen. Zeker als je hier diverse items bij elkaar hebt. Bedrijvigheid, we zijn ontzettend blij dat na jaren van voorbereiding toch in deze behoefte voorzien kan worden. Natuurlijk heb je dan te maken met omwonenden. Dan maakt het ook uit waar je woont, aan de Heetkamp of misschien aan de Diepeweg. Voor de een is het misschien een verbetering verkeerstechnisch en voor de andere komt de bedrijvenstrip veel dichter naar je toe. De rotonde is genoemd, de dassen zijn genoemd. In dat spectrum van belangenafwegingen zijn wij als SGP-fractie heel blij met het plan wat nu voorligt. Er is echt gekeken hoe de gemeente recht kan doen aan die verschillende belangen.

Je kunt nooit iedereen tevreden stellen, dat zal echt niet lukken. Wij vinden wel dat er een hele mooie mix is gevonden. Wat ons betreft houdt het college de vaart erin met deze ontwikkeling. We zijn ook blij met de gekozen verkeerafwikkeling. Na de commissiebehandeling zijn er ook nog weer gesprekken geweest. Naar onze mening is dit proces zorgvuldig gelopen. Daarom zeg ik: met volle kracht vooruit.” Mevrouw Jansen: “Er is al veel gezegd. Gemeentebelang vindt het belangrijk dat er voldoende ruimte is en moet blijven om de economie in een kern op gang te houden en dat kan met dit bedrijventerrein. Er heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden. Ook de insprekers zijn gehoord. De OVE is er bij mee, de behoefte en noodzaak zijn ook duidelijk aanwezig. Dat is voor ons ook belangrijk. Milieu, geluidsnormen, categorieën, alles is al genoemd. De dassen zijn uitgebreid aan bod geweest, maar ook de verkeersafwikkeling. Daar hoef ik verder niet meer iets over te zeggen. We hebben nog wel een vraag aan de wethouder. Zijn de gesprekken met de omwonenden na de commissievergadering naar tevredenheid afgerond?” Wethouder Van der Maas: “Ik ben blij dat er zo’n breed draagvlak bestaat voor dit bedrijventerrein in Elspeet. Ik heb een paar vragen genoteerd. Eerst even over het raster. Daar zit wellicht wat onduidelijkheid in de zin van eerst niet, daarna wel.

Het raster hebben we geplaatst omdat we na ecologisch onderzoek met alle maatregelen, die we genomen hebben, konden vaststellen dat het een goede compensatie was van datgene wat ingeleverd moest worden. Ik denk ook dat wat ingeleverd wordt een klein beetje overschat wordt. Dat is sowieso dichter bij de woonwijk. We hebben diverse maatregelen getroffen, namelijk de houtwal, de haag, om de das veilig en beschermd te kunnen laten migreren van de ene plek naar de andere plek. Dat kan die namelijk in de noordelijke richting absoluut niet. Verder hebben we het maisveld, wat maar een paar maanden voeding en dekking geeft, omgezet in bloemenrijk grasland wat jaarrond voedselaanbod creëert. Dat was voldoende om te zeggen dat het dan niet nodig is dat de das richting het dorp gaat. Eigenlijk moet je ook niet willen dat een das in het dorp loopt. Dat is nog een ander aspect. Wat dat betreft is het leefgebied kleiner geworden, maar als je kijkt naar het achterland, dan heeft de das een enorme ruimte tot zijn beschikking. Wat betreft het voedselaanbod, dat is een sterke verbetering zoals we dat nu geregeld hebben. Dat is wat ons betreft meer dan voldoende om dat te compenseren. Er was geen ontheffing nodig van de provincie, omdat de genomen maatregelen voldoende zijn. Dan de laatste vraag van Gemeentebelang over de afrondende gesprekken.

We hebben nog een gesprek gehad met een omwonende over zijn zienswijze. We hebben geprobeerd om tot overeenstemming te komen, maar helaas heeft de betrokken persoon zich teruggetrokken. We hebben er alles aan gedaan.” Mevrouw Jansen interrumpeert: “Heeft dit gevolgen voor het bestemmingsplan?”

-6-

Wethouder Van der Maas: “Nee, dit heeft geen gevolgen voor het bestemmingsplan. De categorieën zijn keurig verdeeld over categorie 1, 2 en 3. Dat heeft dus geen gevolgen.” De heer Smit: “Ik dank de wethouder voor de beantwoording. Het feit dat 90% van zijn woordvoering over de das ging, dat zegt wel iets. De antwoorden waren heel helder. Wat mij betreft prima en zoals de heer Mulder al zei: de vaart erin.” De heer Van Bronswijk: “Laten we nogmaals voorop stellen dat het CDA heel blij is met de bedrijvenstrip en de verkeersveiligheid die ontstaat door de aanleg van een rotonde. Daar hebben we ook vaak om gevraagd. Ook het kruispunt Heetkamp – Kleine Kolonieweg zal een stuk veiliger worden. Wat ons betreft is dat een hele vooruitgang. We zijn een voorstander van de bedrijvenstrip. De dieren zullen zich daarop aanpassen. Mens en dier moeten ook naast elkaar kunnen leven. We hebben het idee dat er veel maatregelen genomen zijn voor de das. Daar zijn we heel erg blij mee. We hebben gevraagd of dit gemonitord kan worden. Het is een burcht die bewoond wordt en waar ook jongen in zitten, zoals de heer Timmerman dat aangaf. Laten we nu kijken hoe zich dat in de toekomst ontwikkelt. Misschien is het in de toekomst nodig om onder het daswerend hekwerk een buis te leggen, zodat de das ook die kant op kan. De wethouder vindt dat je niet moet willen dat een das in het dorp loopt.

Wethouder Van der Maas weet ook dat er op dit moment al veel dassen in het dorp lopen, ook op de Nunspeterweg. Dassen passen zich op die manier gelukkig ook goed aan. Wat ons betreft moet de das in de toekomst ook in noordelijke richting kunnen gaan als dat uit de monitoring nodig blijkt te zijn.” De heer Timmerman: “Ik dank de wethouder voor zijn beantwoording. Met die antwoorden kan ik niet zoveel. Er is een grasveldje ingezaaid en die das vindt zijn weg wel, maar een das is echter honkvast en eet wormen en die vindt hij niet in een houtsingel, maar in grasland. Verder gaat een das ook niet maar het bos toe, want daar heeft ie niets te zoeken. Ik vind het antwoord dus een beetje teleurstellend. Het komt over als: die das zoekt het maar uit en voor de rest maakt het college zich niet zoveel zorgen om dat beest. De wethouder zegt verder dat er geen ontheffing van de provincie nodig is. Dan vind ik het wel verbazingwekkend dat de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging een handhavingsverzoek heeft gedaan bij de provincie. We zullen zien hoe de provincie daar op reageert. Voor de rest heb ik hier niets aan toe te voegen.

Ik wil straks wel een stemverklaring afleggen.” De heer Snaterse: “De das zal wat ons betreft dit plan niet de das omdoen en zoals in eerste termijn reeds aangegeven kunnen wij instemmen met dit plan.” De heer Mulder: “Ik wil de wethouder bedanken voor zijn antwoorden en toelichting. Misschien moeten we in het dorp richtingaanwijzers plaatsen dat ze voorlopig aan de Apeldoornseweg blijven. Ik heb ze hier bij mezelf ook wel eens in de tuin. Ik ben gek op dassen, maar als je gazon is omgeploegd heb je ook wel eens andere emoties. Die zal ik nu achterwege laten.” Mevrouw Jansen: “We gaan akkoord.” Wethouder Van der Maas: “Ik wil mijn collega wethouder Groothuis even via de voorzitter het woord geven, want hij heeft veel verstand van gras. Misschien dat hij de heer Timmerman kan overtuigen. Dat ik geen zorgen heb om de das, dat zijn woorden die ik niet gebruikt heb. Ik denk dat ik juist heel veel zorgen heb gehad om de das. Dat vond ik een verkeerde interpretatie van mijn woordvoering.” Wethouder Groothuis: “In de eerste termijn verbaasde ik me nogal over de uitspraken van de heer Timmerman. Ik heb nooit geweten dat hij zo tot in detail op de hoogte was hoe lang bestrijdingsmiddelen in de bodem voorkomen dat klaver groeit. Ik denk dat ik daar wel een beetje ervaring in heb, omdat het mijn werk was. Dan durf ik wel te zeggen dat het een klein beetje onzin is de stelling die u deed.

Want als een bodemherbicide voorkomt dat klaver groeit, dan is dat na 1 winter al over. De bodemherbicide is daar niet gespoten, omdat er al jarenlang mais is verbouwd. Ik denk dat dat een klein beetje stemmingmakerij is.

-7-

Sinds 1 januari 2017 is de das niet meer zo beschermd. We hebben wel een zorgplicht. Het is echter niet meer zo de beschermde diersoort die u ons wilt doen geloven.” De heer Timmerman: “Dank aan de wethouder voor zijn toelichting op het gras en klaver. Het was zeker niet bedoeld als stemmingmakerij, maar wel om aan te geven dat het nog wel een jaar duurt voordat er sprake is van een klaverrijk of bloemrijk grasland. Het is nu dus nog niet kant en klaar voor de das om daar zijn regenwormen te zoeken. Dat even als reactie richting de wethouder.” Wethouder Groothuis: “Volgens mij haalt de heer Timmerman 2 zaken door elkaar. Als het gaat om het eten van klaver, dan heeft dat niets met regenwormen te maken. Ik zal niet ontkennen dat een das regenwormen eet, maar dat heeft niets met klaver te maken. Klaver is een goed groeiend iets. In Flevoland bijvoorbeeld wordt het zeker voor de biologische landbouw gebruikt en dan is het voor 1 jaar. Als het klaver nu gezaaid is in combinatie met het gras, dan staat het al lang boven en kan de das het van de zomer gewoon eten. Ik begrijp niet zo zeer het probleem wat de heer Timmerman nu ziet.” De heer Van Bronswijk interrumpeert: “Ik heb een vraag gesteld over het monitoren van de dassen. Daar heb ik geen reactie op gehad.” Wethouder Van der Maas: “Ik kan er nu geen toezegging over doen. Van belang is wat het toevoegt voor de das.

De das heeft nu en straks al voldoende compensatie voor wat er ingeleverd wordt. Ik zie geen enkele reden waarom we straks de das vrij baan richting het noorden zouden moeten geven. We zullen zeker monitoren of de das in dat gebied blijft. We zijn ook zeker benieuwd of de das goed gebruik gaat maken van het prachtige grasveld wat we daarvoor hebben aangelegd. Misschien gaan we nog wel een enquête onder de dassen houden.” De heer Timmerman legt een stemverklaring af: “Voorzitter. De fractie van PvdA/Groen Links is niet tegen het bedrijventerrein Elspeet. Bovendien wordt er een kalverhouderij gesaneerd. We zijn wel tegen de manier waarop de das wordt behandeld. Het leefgebied van de das wordt gehalveerd. Zo wordt de das de das om gedaan. Wij zullen daarom, alles afwegende, tegen het vaststellen van het bestemmingsplan bedrijventerrein Elspeet stemmen. Dank u wel.” Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. De fractie van de PvdA/Groen Links wenst aantekening dat zij geacht wil worden tegen het voorstel te hebben gestemd. 6. Vaststellen beleidsnotitie kleinschalige windmolens in de gemeente Nunspeet. Mevrouw Jansen: “Ja, de kleinschalige windmolens, heel iets anders dan de grote turbines. Naar aanleiding de aanvraag uit Hulshorst is er beleid ontwikkeld. Goed dat die duidelijkheid is gekomen.

Voor Gemeentebelang is het belangrijk dat er met nieuwe vormen energie opgewekt wordt en in dit geval zal het aan de bedrijfsbehoefte voldoen. Mede door de vragen is het raadsstuk aangepast om de mogelijkheid om deze vorm van het opwekken van nieuwe energie breder te gaan toepassen richting de toekomst. Wij hopen dat er meer bedrijven gebruik van deze mogelijkheid gaan maken. Wij gaan akkoord met het stuk wat voorligt.” De heer G. Polinder: “De vorige spreker gaf het al aan, het principeverzoek was de aanleiding voor dit beleidsstuk. We hebben toen als raad gevraagd dat we eerst beleid willen en dat we dan kunnen toetsen. Anders ontstaat er wellicht een wildgroei. Er zijn strakke kaders waarbij die zonering niet meer nodig was. We hebben dat in de commissie besproken. Het raadsvoorstel is inderdaad aangepast. Mogelijk dat in de toekomst meerdere doelgroepen hiervan gebruik kunnen maken, weliswaar binnen dezelfde kaders. We zijn positief en we wachten af hoeveel animo hiervoor is.”

-8-

De heer Snaterse: “Mega windmolens zijn voor Liberaal Nunspeet een gruwel. Echter, wij kunnen ons voorstellen dat er een wens bestaat om op bepaalde locaties te kiezen voor de kleinschalige windmolens. Wij vinden het een goede zaak dat hiervoor duidelijk beleid is opgesteld waaraan en onder welke condities er medewerking verleend kan worden aan de realisatie van kleinschalige windmolens. Van belang is dat dergelijke windmolens niet tot overlast voor omwonenden mogen leiden. Wij zien in de beleidsnotitie voldoende borging dat er aan deze doelstelling wordt voldaan en kunnen dan ook instemmen met het voorliggende stuk waardoor ook Nunspeet op een verantwoorde wijze haar bijdrage kan leveren aan de verduurzaming van de maatschappij.” De heer Timmerman: “Voorzitter. PvdA/Groen Links is voor de mogelijkheid om in Nunspeet bij agrarische bedrijven kleinschalige windmolens te plaatsen. Wat ons betreft was het ook meteen mogelijk gemaakt om kleinschalige windmolens op bedrijventerreinen te plaatsen. Het college wil na een jaar eerst het beleid evalueren. Over de evaluatie heeft PvdA/Groen Links nog een vraag. In de beleidsnotitie zijn geen indicatoren opgenomen. Wat gaat er dan ten behoeve van de evaluatie worden gemeten? Graag een reactie van de wethouder. Dank u wel.” De heer Van Bronswijk: “Voorzitter.

Het moge duidelijk zijn dat de gemeente Nunspeet nog niet voorop loopt als het gaat om duurzame maatregelen. Dit is op zich niet zo gek als we bekijken in welk prachtig gebied we wonen. Dit prachtige leefgebied vol natuur zorgt er natuurlijk ook voor dat het grootschalig opwekken van zonne- of windenergie niet altijd makkelijk is. Het is duidelijk dat grote windmolens heel moeilijk te realiseren zijn op ons grondgebied. Juist omdat het zo lastig is, heeft de fractie van CDA Nunspeet lokaal vaak gepleit voor ambitie. Het nu voorliggende plan past binnen de afspraken die er tot nu toe zijn gemaakt. We vonden ook deze in de commissie nogal ambitieloos. Alleen op agrarisch gebied is dit mogelijk. CDA Nunspeet lokaal is daarom blij met de toezegging die ook in dit stuk is verwoord dat we over een jaar gaan kijken of het ook mogelijk is om deze molens van 15 meter op niet agrarische gronden te realiseren. We noemden als voorbeeld de erfjes die in de laatste jaren in het buitengebied zijn ontstaan. Soms van een woning of 6. Stel je voor dat die bewoners samen tot een dergelijk initiatief willen komen, dan vinden we niet dat we als gemeenschap daar negatief tegenover moeten staan. Uiteraard zijn dan duidelijke regels nodig. Maar dergelijke burgerinitiatieven moeten niet op voorhand negatief benaderd worden. Voorzitter.

We gaan dus mee met deze beleidsnotitie en zien uit naar de evaluatie van volgend jaar met of zonder indicatoren.” De heer Smit: “We hebben heel veel gesproken over duurzaamheidsdoelstellingen. We weten ook hoe lastig het is om die in onze mooie gemeente te halen. Alles wat er kan, daarvan zeggen we als fractie van de ChristenUnie dat we die moeten pakken. Het initiatief als zodanig zoals het er ligt, dat stellen we bijzonder op prijs. Ik moet even terug naar een gesprek dat ik had met Jong en Politiek. Toen ging het over de vraag hoe we straks omgaan met deze materie voor de toekomstige bewoners van onze mooie wereld. Toen zeiden ze dat het mooi zou zijn wanneer we vandaag alles kunnen oplossen voor de dag van morgen, maar dat is een illusie Kees zeiden ze. Laten we ook vooral de techniek in die richting dat laten doen wat het kan. Ik heb me verbaasd wat een kleine windmolen van 15 meter hoog op jaarbasis oplevert. Dan heb je het over een verbetering van de techniek wat we 10 jaar geleden niet wisten. Het is nu echt een concurrent geworden van de zonnepaneel. Met een investering van 40 à 50.000,-- euro ben je daar binnen 7 à 8 jaar uit. Op zich een prachtig initiatief. Ik hoop dat onze mooie gemeente straks veel van dit soort molens heeft. Dan kunnen we iets bijdragen aan de opgave die er ligt.

Dat we misschien met grote windturbines veel meer kunnen leveren, dat weet ik, maar we kennen de problemen daarvan. Daar gaan we vanavond niet teveel over praten. Maar maximaal inzetten op wat er kan in onze gemeente, dat is echt iets wat we voorstaan. Wij kunnen helemaal meegaan met dit mooie plan. Heel goed dat de kaart ervan af is gehaald. We staan ook achter de woorden van de heer Van Bronswijk over de erfjes in het buitengebied.” Wethouder Groothuis: “De heer Timmerman vroeg naar de indicatoren aan de hand waarvan na verloop van tijd geëvalueerd kan worden.

-9-

Ik denk echter dat een indicator functioneel moet zijn en dat het niet zo zinvol is om in dit kader een indicator toe te passen. Wat er bijvoorbeeld wordt gemeten na een jaar is hoeveel gebruik ervan wordt gemaakt. Waarom wordt er wel of geen gebruik van gemaakt? Behoeft dat dan bijstelling van het beleid? Dat was eigenlijk de achterliggende gedachte van dat we het met ons allen graag willen en als het dan niet tot veel overlast leidt, je gaat kijken hoeveel ruimte je dan kunt geven, ook op andere terreinen. Dat staat ook in het raadsvoorstel onder het kopje ‘standpunt commissie’. Ik denk dat het heel functioneel is om het na een jaar te evalueren. Dan kun je vervolgens kijken hoe je dat verder in de gemeente vorm kunt geven en dat we niet steeds dezelfde fout maken. Ik denk dus dat een evaluatie in dit geval heel veel kan helpen voor de toekomst.” De heer G. Polinder: “Nog even een toevoeging op mijn eerste termijn. Op dit moment zijn er eigenlijk 2 types in de markt. Die ontwikkeling staat ook niet stil. Ik kan me voorstellen dat er over een aantal jaren verschillende types zijn. Ik zou daar toch wel graag een stukje uniformiteit in willen kiezen. Dat is een aanrader. Ik weet ook niet hoe je dat in het vat moet gieten, want een vergunning is een vergunning. We stellen nu op basis van 2 voorbeelden dit beleid vast. Het kan niet zo zijn dat er een soort ratjetoe ontstaat.

Daar wil ik wel voor waarschuwen.” De heer Timmerman: “Inderdaad, een indicator moet functioneel zijn. Mijn vraag was wat we gaan evalueren en daar heeft de wethouder al op gereageerd. Dat lijken me inderdaad de goede vragen voor een eventuele bijstelling van het beleid. Dat is duidelijk. Voor de rest geen vragen en we hadden al gezegd dat we kunnen instemmen.” De heer Smit: “We hebben het over een evaluatie na een jaar. Is dat vanaf nu of vanaf het eerste initiatief?” Wethouder Groothuis: “Ik stel voor om dat vanaf nu te doen. Dus medio juni 2022. Ook met het oog op de opmerking van de heer Polinder dat de markt in ontwikkeling is. Hopelijk zijn er dan wat meer verschillende types. Dan kun je ook de discussie voeren wat je wel en niet wenselijk vindt in het landschap.” Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7. Jaarstukken 2020. De heer Van de Pol: “Voorzitter. Ik hoop dat de wethouder meer verstand heeft van geld dan van gras. Ik vind het ook fijn dat ik als eerste mag, want dan kan niemand het gras voor mijn voeten wegmaaien. U snapt, ik heb hierover nagedacht het achterliggende kwartier. Voorzitter. Dit is inderdaad het hoofdmenu voor vanavond. Dank voor alle stukken, flinke stapel, enkele honderden pagina’s informatie waarin alles overzichtelijk op een rijtje staat.

Onze fractie heeft in de commissie de dank en waardering voor alle inzet met u gedeeld. We willen die hier graag in de raadsvergadering herhalen. Het is best bijzonder. Het hele jaar hebben de medewerkers vanuit de thuissituatie moeten werken en ze hebben naast hun reguliere werkzaamheden in verband met het coronagebeuren ook allerlei extra ondersteuningsmaatregelen uitgevoerd. De wethouder stelde in de commissie: dat verdient een compliment bovenop een compliment. Wij zetten daar een dik uitroepteken achter. Nunspeet bestaat op 1 januari 2022 50 jaar. Na bestudering van de jaarstukken mag de conclusie zijn dat Nunspeet nog steeds een financieel gezonde gemeente is. De diverse parameters als schuldquote, solvabiliteit en weestandvermogen staan goed. Nunspeet kan bogen op een goed voorzieningenniveau bij een beperkte lastendruk. De Atlas van de Lokale lasten voor 2021 laat zien dat in het overgrote deel van de Nederlandse gemeenten inwoners en bedrijven beduidend duurder uit zijn. Onze fractie – ik zeg het met bescheidenheid - heeft aan deze financiële positie mogen bijdragen. Wij denken dan in het bijzonder aan de vorige maand overleden oud-wethouder Reijer Leusink die de grondslagen van het Nunspeetse financiële beleid heeft gelegd. Hij beheerde die gemeentelijke financiën precies de helft van die 50 jaar. Groot respect daarvoor.

- 10 -

Onze fractie keek met enige spanning uit naar het resultaat over 2020, het coronajaar, de grootste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog, zoals het heet. Wat zou het ons brengen? Nunspeet huis-aan-huis – of te wel Dick Baas - publiceerde deze week een foto van wethouder Van der Maas naast het beeld van Eibertje op de Markt. Symbolischer kan het bijna niet: Zeeuwse zuinigheid toucheert een - in Veluwse klederdracht gestoken - vrouwtje dat niet zoveel te besteden heeft. Dat laatste staat voor de uitgeklede financiële positie van de gemeenten. En nu maar hopen dat het verzet daartegen van de Vereniging van de Nederlandse Gemeenten niet ondersneeuwt in de kakafonie van geluiden aan de deur van de Stadhouderskamer in Den Haag. Als de Kabinetsformatie is afgerond – misschien in 2023 – weten we meer. Ondertussen presenteert wethouder Van der Maas een positief resultaat van ruim 7.000.000 euro. In een normaal jaar zouden wij geroepen hebben: Wethouder, u moet strakker en preciezer begroten, maar in dit coronajaar kunnen we er heel goed mee leven. Ook al omdat het resultaat met name is opgebouwd uit eenmalige meevallers: uitgestelde werkzaamheden - het dubbele bedrag van vorig jaar -, een winstneming in het grondbedrijf, vrijvallende lasten van het sportpark en dergelijke.

Onze fractie stemt in met de door u voorgestelde toevoeging aan de algemene reserve en overhevelingen daarna naar de diverse reserves. Blijft over een extra bedrag van € 960.000,-- in de algemene reserve dat er bij komt en vrij besteedbaar is. We weten dat er op dit punt twee amendementen van CDA, PvdA/GL en Liberaal Nunspeet aankomen. We wachten de indiening daarvan en de toelichting erop af en zullen in de tweede termijn, na het college gehoord te hebben, onze afweging kenbaar maken. Voorzitter. En overigens is onze fractie van mening dat het betreurenswaardig is dat we vorig najaar - om het bodembedrag in de algemene reserve te herstellen – genoodzaakt waren de Vitens-reserve van 1.6 miljoen euro op te heffen. En daar komt ie: Dat u dit jaar geen begin maakt met het repareren daarvan. Het was immers een doelreserve: Majeure Infrastructurele Projecten. Ik heb voor de eerste termijn voldoende gezegd.” De heer Mol: “Voorzitter. Dank voor de beantwoording van onze schriftelijke vragen. Graag wil ik beginnen met het uitspreken van onze waardering voor de kwaliteit en het overzicht van de aangeleverde stukken. We kunnen daaruit opmaken dat de gemeente Nunspeet nog steeds een financieel gezonde gemeente is. En dat wil Gemeentebelang graag zo houden en heeft daar ook meer dan 30 jaar coalitieverantwoordelijkheid voor genomen.

Met een goede solvabiliteit en een prima weerstandsvermogen heeft Nunspeet de financiële zaken goed op orde. En daar wil de fractie van Gemeentebelang zowel het college als het team Financiën mee complimenteren. Het raadsvoorstel geeft in een 7-tal punten aan hoe - na overheveling van zo’n 2 miljoen euro - het resultaat te bestemmen. Het 3e punt uit het voorstel, de reserve grondexploitaties, hadden wij graag anders ingevuld gezien. Maar daar kom ik straks bij het volgende agendapunt nog even op terug. Toch wil ik mijn eerste termijn afsluiten met een puntje van kritiek. Normaliter kom ik daar al mee in de commissie, maar daar kon ik dit jaar helaas niet bij aanwezig zijn. Maar net als de meeste voorgaande jaren vindt Gemeentebelang de berichtgeving in de media dat de gemeente nu in het afgelopen jaar 7 miljoen euro overhoudt technisch gezien weliswaar correct, maar het wekt ons inziens de verkeerde indruk bij de inwoners. Logischerwijs krijgen wij dan vragen waarom er niet meer geld uitgegeven kan worden aan bijvoorbeeld de inzet van handhavers en het onderhoud van fiets- en wandelpaden. Als gemeente mogen we best aangeven dat het goed gaat, maar wij zien graag dat daarbij de nuances duidelijk worden weergeven.” De heer Harteveld: “Voorzitter. Ik moet toch beginnen met iets afgezaagds.

De heer Van de Pol zei al dat hij het voordeel heeft dat niet al het gras voor zijn voeten is weggemaaid. Nu heeft elk voordeel zijn nadeel en daar zitten wij dus in. Heel veel is al gezegd. Maar ik wil expliciet herhalen wat de vorige sprekers ook al hebben gezegd, want dat is toch wel het vermelden waard. Voor ons ligt een prachtig resultaat, dat staat buiten kijf. Wie zal daar niet blij mee zijn? Maar wat we graag herhalen is dat we onze waardering uitspreken voor het werk van de ambtelijke organisatie en de wethouder. Een puik stukje werk wat ons betreft. Ook voor de accountant en niet in de laatste plaats voor het eenvoudige taalgebruik waarin de bestuurlijke samenvatting is geschreven. We kunnen instemmen met het voorstel om de programmarekening 2020 vast te stellen.

- 11 -

Voor wat betreft de amendementen die gaan komen sluit ik me aan bij de woorden van de heer Van de Pol.” De heer Meijer: “Mijnheer de voorzitter. In de Nunspeetse planning- en controlcyclus zijn drie zwaartepunten aan te wijzen. De perspectievennota in het voorjaar gevolgd door de begroting voor de aankomende jaren in het najaar en de jaarrekening over het voorafgaande jaar nu. Het laatste item is nu aan bod en eigenlijk is en kan het geen verrassing meer zijn. Gedurende het lopende jaar wordt de raad voortdurend geïnformeerd over de voortgang en ontwikkelingen met betrekking tot de lopende begroting. De jaarrekening is daar dan een formele samenvatting van die, en dat maakt het dan wel bijzonder, zorgvuldig door de externe accountant wordt gecontroleerd. Diezelfde accountant hecht aan zijn bevindingen een zogenaamde controleverklaring van de onafhankelijke accountant aan. En die verklaring geeft onze fractie van CDA Nunspeet lokaal de formele bevestiging dat het goed zit.

De accountant geeft aan dat de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van de gemeente Nunspeet op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording en de verantwoorde baten en lasten en alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, enzovoorts, enzovoorts. De gemaakte aanbevelingen en de beantwoording van de door ons, maar ook door andere partijen gestelde vragen, zijn duidelijk en geven vertrouwen dat de geconstateerde nu nog bestaande verbeterpunten serieus worden opgepakt. De conclusies van de accountant en de reacties op de gestelde vragen verdienen dan ook vertaald te worden in het uitspreken van het hebben van respect en vertrouwen op de manier waarop de gemeente en in het bijzonder de verantwoordelijke wethouder en de hiermee belaste ambtelijke afdeling hun werk gedaan hebben en doen. Bij deze dus onze welgemeende waardering daarvoor. Het college stelt de raad voor het positieve rekeningresultaat na bestemming 2020 op een bepaalde manier te gaan verdelen.

Grotendeels kunnen wij ons in dat voorstel vinden, behalve als het gaat om het in de algemene reserve laten zitten van het restant van € 960.000,-, bijna 1 miljoen euro, zijnde dat deel van het rekeningresultaat waarvoor het college geen bestemming voorstelt. Onze fractie heeft daar wat dieper over nagedacht en onderzocht of er mogelijk andere bestemmingen daarvoor in aanmerking zouden kunnen komen of, gezien de recente forse gemeentelijke belastingverhoging, het mogelijk is om op een bepaalde manier dat plusbedrag terug te gaan geven aan de inwoners van Nunspeet. In de uitwerking hebben wij ervoor gekozen een tweetal bestemmingen aan te dragen en een klein restant dat dan nog over is in de algemene reserve te laten. Daarmee laten we ook aan onze inwoners zien dat al het geld goed wordt besteed en zicht- en controleerbaar bestemd wordt zoals dat mooi heet. Mijnheer de voorzitter. De twee door ons voorgestelde bestemmingen zijn het project stationsomgeving en een aanvulling op de reserve stimulering goedkope woningbouw. Daartoe hebben wij een tweetal amendementen opgesteld die wij en mede namens de fracties van Liberaal Nunspeet en PvdA/Groen Links aanbieden. Deze amendementen zijn reeds verspreid onder alle raads- en collegeleden. Voorzitter, staat u mij toe het dictum voor te lezen.

Het dictum van het amendement over het project stationsomgeving luidt als volgt: “Besluit: Het raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders als volgt aan te vullen: Ten laste van de algemene reserve een bedrag van € 292.000,-- toevoegen aan het project stationsomgeving.” De voorzitter: “Dit amendement krijgt het nummer A1.” De heer Meijer: “Het dictum van het amendement over het de aanvulling van de reserve stimulering goedkope woningbouw luidt als volgt: “Besluit: Het raadsvoorstel van het college van burgemeester en wethouders als volgt aan te vullen: Ten laste van de algemene reserve een bedrag van € 500.000,-- toevoegen aan de reserve stimulering goedkope woningbouw.” De voorzitter: “Dit amendement krijgt het nummer A2.”

- 12 -

De heer Meijer: “Hiermee sluit ik mijn 1ste termijn af.” De voorzitter meldt dat de amendementen vanaf dit moment deel uitmaken van de beraadslagingen. De heer Timmerman: “Voorzitter. Dank aan de vorige sprekers voor hun bijdragen. Het gras is al grotendeels weggemaaid. De vraag is met of zonder klaver. Ik sluit mij aan bij de complimenten aan de ambtelijke organisatie. Er is hard gewerkt onder moeilijke omstandigheden. Over de jaarstukken zelf heeft de fractie van PvdA/Groen Links geen vragen of opmerkingen. Het CDA heeft net 2 amendementen ingediend mede namens PvdA/Groen Links en Liberaal Nunspeet. PvdA/Groen Links steunt deze beide amendementen en wel om de volgende redenen. Amendement A1. Het project stationsomgeving is een langlopend project met voor Nunspeetse begrippen hoge kosten. Bij dit project worden we geconfronteerd met stijgende bouwkosten. PvdA/Groen Links vindt het verstandig om daarom een bedrag van 292.000,-- euro toe te voegen aan het project stationsomgeving, zodat we hopelijk een deel van de stijgende bouwkosten daarmee kunnen dekken. Dat lijkt ons dus heel verstandig. Dan amendement A2. Door PvdA/Groen Links wordt al sinds maart 2018 aangedrongen op goedkope woningbouw. Voor onze jongeren en andere starters. Het college komt in het derde kwartaal van dit jaar met een voorstel hoe goedkope woningbouw in Nunspeet realiseerbaar is.

Je kunt op je vingers natellen dat er door de gemeente kosten zullen moeten worden gemaakt. Je ziet her en der in het land al initiatieven waarbij gemeenten zelf sociale woningbouw gaan financieren. Zo ver zijn we al. Voor niets gaat de zon op. Het budget van de reserve stimulering goedkope woningbouw dient daarom met een bedrag van 500.000 euro te worden verhoogd. Dank u wel.” De heer Snaterse: “Voorzitter, ik ben blij vandaag geen gras te hoeven maaien. Ter zake, het is inderdaad een enorme stapel documenten en je moet dus echt financieel expert zijn om dit te kunnen doorgronden. Wij verlaten ons dan ook op de expertise van de accountant en wij kunnen lezen dat zij een goedkeurende verklaring kunnen afgeven over het financieel gevoerde beleid. Nunspeet sluit het afgelopen jaar met een ruim positief saldo af en daar mogen wij de wethouder en het ambtelijk apparaat een compliment voor geven. Hoewel het positieve resultaat vooral een incidenteel karakter heeft kunnen wij ook stellen dat er in de basis een gezond financieel beleid wordt gevoerd in Nunspeet. Het positieve saldo stelt de gemeente in staat reserves opnieuw aan te vullen en daar kunnen wij mee instemmen.

Om die reden onderschrijven wij echter ook amendement A1 om ten laste van de algemene reserve een bedrag van 292.000 euro toe te voegen aan het project stationsomgeving om de negatieve effecten van het niet indexeren te compenseren. Dezelfde argumentatie gaat op voor amendement A2 om het vrij besteedbare deel van de algemene reserve in te zetten om toekomstgericht te kunnen anticiperen op beleid ter stimulering van goedkope woningbouw waarvan bij ieder de urgentie wel op het netvlies staat. Met inachtneming van de genoemde amendementen kan Liberaal Nunspeet instemmen met het vaststellen van de jaarrekening 2020.” Wethouder Van der Maas: “Het gras is in ieder geval niet voor mijn voeten weggemaaid. Ik vond het wel heel grappig om die woordspelingen zo te horen, ook zelfs de heer Van de Pol die sprak over Zeeuwse zuinigheid en Eibertje. Mooi gevonden en ik vind het ook mooi dat die foto zo gemaakt is. Toen had ik nog een iets ander uiterlijk, dus dat ben ik allemaal kwijt geraakt, dus dat ‘gras is wel van mijn gezicht af weggemaaid’. Ik wil beginnen met mijn dank uit te spreken voor de uitgesproken complimenten door de raad. Het is absoluut een compliment boven een compliment waard. De heer Van de Pol wees ook al op het coronajaar. Dat was best lastig. Er is veel digitaal vergaderd, men was weinig op het gemeentehuis. Ik kijk ook even naar het controlewerk van de accountant.

Normaal gesproken vindt dat op het gemeentehuis plaats, maar nu op afstand. De goedkeurende verklaring is ook binnen de tijd afgegeven. Dan ben ik heel trots op de organisatie dat dat allemaal zo goed geregeld is. De complimenten zal ik aan de ambtelijke organisatie overbrengen. Ik hoop ook dat het gecontinueerd kan blijven. Er werd een vraag gesteld door Gemeentebelang over het persbericht. Die is ook in de commissie aan de orde geweest, omdat PvdA/Groen Links daar ook een vraag over gesteld heeft over een mogelijke verkeerde beeldvorming.

- 13 -

Ja, heel simpel, ik kan natuurlijk niet zeggen dat we geen overschot hebben van 7,2 miljoen euro. Ik zou een ander persbericht kunnen samenstellen, maar dan doe ik geen recht aan de waarheid. Dat moet ik toch altijd doen. Ik heb in de eerste zin van het persbericht aangegeven dat het incidenteel is. Op die manier heb ik geprobeerd om het direct in het juiste beeld te plaatsen. Ik heb het in mijn quote aan het eind van het bericht ook nog eens benadrukt dat het eenmalig is. Ik heb ook het bedrag heel bewust niet in de kop van het persbericht gezet. Dus ik heb er alles aan gedaan om het zo correct en juist mogelijk weer te geven. Nu blijft dit een spanningsveld wat wel en wat niet. Dat zal een worsteling blijven zo lang we in dit soort getallen leven. Dan zal ik nu reageren op de amendementen. Ik heb daar een paar opmerkingen over. De heer Meijer refereerde ook al aan de p&c-cyclus. Er is verschillende malen in het college aan de orde geweest dat we een aantal grote projecten hebben. Daar moeten ook risico’s in meegenomen worden die kunnen veranderen. Dan is de behoefte sterk om 1 keer per jaar een herijking te doen van waar we staan met de verschillende projecten. In die herijking komt naast de indexering ook gestegen bouwkosten en meevallers of tegenvallers bij aanbestedingen aan de orde. Het lijkt ons correct om dat voor de perspectievennota te doen.

Die input kunnen we dus met alle opmerkingen meenemen in de perspectievennota die uiteindelijk uitmondt in de programmabegroting die in het najaar wordt vastgesteld. Dat zou het college graag willen voorstellen om die cyclus voor de toekomst vast te stellen. De heer Meijer had het over € 960.000,- wat vrij besteedbaar is in de algemene reserve. Maar als ik op bladzijde 10 van de nota reserves en voorzieningen kijk, dan staat daar dat het vrij besteedbare vermogen in de algemene reserve € 756.000,-- is. Als ik de bedragen in uw amendementen optel, dan is het € 792.000,-. Dan zakken we al door de bodem heen. Dat is eerder aan de orde geweest dat we dat absoluut niet willen. Dat zou dus al direct een reparatie betekenen. Verder lijkt het bedrag van € 756.000,-- als vrij besteedbaar vermogen veel, maar dat hebben we zeker hard nodig bij managementrapportages. Er zijn behoorlijk wat wensen aan de orde gekomen, zodat we straks bij de begroting een afweging moeten maken of we wellicht een beroep moeten doen op de algemene reserve. Dat zou kunnen, hoewel het alleen maar incidenteel mag. Al met al zou ik het raadsvoorstel van het college willen handhaven en de amendementen wil ik ontraden.” De heer Meijer interrumpeert: “Het is jammer dat wethouder Van der Maas een paar dingen door elkaar heen haalt.

Hij heeft de amendementen slecht beoordeeld en niet overlegt met de ambtenaren waarmee ik dit uiterst zorgvuldig heb voorbereid. Het bedrag van € 756.000,--, wat u noemt, is de stand van zaken op 31 december 2020. Het bedrag van € 960.000,-- is het restant van die 7,2 miljoen euro die er nu in gestort wordt als eerste. Dat zijn 2 verschillende bedragen, 2 verschillende grootheden. Die € 756.000,-- blijft er gewoon in zitten. Met het uitvoeren van beide amendementen blijft er nog steeds een kleine 180.000,-- die er nog extra bij komt. Dat is één. Als het gaat om de perspectievennota hebben we exact gedaan dat wat de wethouder zei. Dat staat ook in het amendement, namelijk dat de raad het college heeft meegegeven dat bij de komende begroting de indexering opnieuw tegen het licht wordt gehouden. Dan hebben we het over de indexering 2022 en verder en niet de indexering 2020/2021. Met de begroting kun je in principe niet terug gaan, alleen maar vooruit. Dat zijn toch twee hele verschillende benaderingen. Ik vind het jammer dat om redenen die in mijn ogen niet juist zijn het ontraden wordt. We hebben nu geld beschikbaar.

Een deel daarvan kan dus worden weggezet waarvan we weten - 100% zeker - dat zowel het project stationsomgeving als de reserve stimulering goedkope woningbouw straks staan te schreeuwen om geld.” Wethouder Van der Maas: “U verwijt mij dat ik geen overleg met de ambtenaren heb gehad. Dat zijn dan uw woorden. Dat heb ik wel degelijk gehad. U maakt echt een misvatting over dat bedrag. Ik kijk op bladzijde 10 van de nota reserves en voorzieningen. Daar wordt keurig het resultaat van 2020 toegevoegd aan de algemene reserve. Daar worden alle zaken die nu bestemd worden ook keurig vermeld. Er staat dan het netto bedrag op 1 januari 2021 vermeld wat vrij beschikbaar is en dat is echt € 756.210,--. Dat staat dus zo helder mogelijk in de nota reserves en voorzieningen. U hebt terecht gezegd over de perspectievennota en de indexering over 2022, dat klopt. Dat is ook een van de zaken die we op dit moment in discussie hebben met het college of die kan in relatie tot alle andere wensen die geuit zijn. U zegt terecht dat het een reparatie is van 2020/2021.

- 14 -

Anderzijds is het voor de stationsomgeving wel zo dat we nog maar aan het begin staan. We hebben nog een lange weg te gaan. Er zullen ongetwijfeld nog meerdere momenten komen dat we moeten herijken. Dan kunnen we dat uitstekend meenemen in wat dan de actuele stand van zaken is.” De heer Meijer interrumpeert: “Het steekt mij ontzettend. Hoe kun je in je jaarrekening zeggen dat op 31 december 2020 er € 756.000,-- in zit, want dat staat er, en dat daar nu de plus wat er nu in komt er al in meegerekend is, terwijl we daar vanavond over gaan beslissen?” Wethouder Van der Maas: “Mijnheer Meijer, dat is een structuur die we al jaren volgen. We stellen eerst de jaarrekening vast en daarna pas de nota reserves en voorzieningen. Vooruitlopend op de te nemen verdeling in de jaarrekening is de nota reserves en voorzieningen al aangemaakt. Anders zouden we deze nu niet kunnen vaststellen.” De heer Meijer: “Ik heb het over de jaarrekening, ik heb het niet over de nota reserves en voorzieningen.” Wethouder Van der Maas: “Het resultaat van de jaarrekening en de verdeling van de verschillende bestemmingsreserves is al meegenomen in de nota reserves en voorzieningen die straks op de agenda staat. Vandaar altijd de volgorde dat eerst de jaarrekening wordt behandeld en daarna de nota reserves en voorzieningen.

Ik kan het echt niet anders maken, maar zo doen we het al jaren.” De heer Meijer: “Mijnheer de voorzitter. Ik begrijp dat. Wat ik intens jammer vind, is dat ik in de voorbereiding van deze amendementen zeer uitgebreid overleg heb gehad met de financiële afdeling. Ik heb alle bedragen afgestemd en gecorrigeerd en nog een keer gecontroleerd. En dat nu de wethouder roept dat het helemaal fout is. Dan krijgen we dus een verkeerd beeld van de amendementen en ik vind dat zeer spijtig.” Wethouder Van der Maas: “Mijnheer Meijer, in het amendement staat bij de constatering dat het vrij besteedbare bedrag in de algemene reserve per 31 december 2020 € 756.000,-- bedraagt. Ik kan het toch niet anders lezen? Het staat gewoon in het amendement.” De heer Meijer: “Dat is correct, maar daar zit niet die € 960.000,-- bij die er nu nog in komt.” Wethouder Van der Maas: “Nee, dat is dus een verkeerde conclusie. Die € 756.000,-- is de resultante van de jaarrekening en de verwerking van de verschillende reserves in de nota reserves en voorzieningen. U zult het wellicht verkeerd begrepen hebben hoe dat bedrag tot stand komt.” De heer Meijer: “Het is niet verkeerd begrepen. Het is verkeerd gecontroleerd en dat vind ik zeer dramatisch.” De voorzitter: “We komen nu een beetje in een welles-nietes situatie terecht. Ik neig er toch naar om de letterlijke tekst te handhaven die hier nu staat.

Anders hebben we geen houvast. Bij het afsluiten van het boekjaar op 31 december 2020 is er € 756.000,-- beschikbaar. Punt. Daar kunt u nu over besluiten om daar iets mee te doen. Ik wil even kijken hoe we dat procedureel op kunnen lossen. Dat moet even uitgezocht worden. Bij de behandeling van de begroting is er altijd weer de mogelijkheid om het vrij besteedbare deel van de algemene reserve te bestemmen. Mocht blijken dat u gelijk heeft mijnheer Meijer, dan komt er nog een herkansing.” De heer Meijer: “Het gaat er niet om of ik gelijk heb. Het gaat er om dat ik op het verkeerde been ben gezet blijkbaar. Daar heb ik wel heel veel moeite mee. Het is mij duidelijk. Op deze manier hoeven wij niet over de amendementen verder door te gaan, want we gaan niet onder het bodembedrag zitten. Dan halen we namelijk meteen ons eigen beleid onderuit.

- 15 -

Dan rest mij 1 ding, ik trek beide amendementen in en houd die aan tot de begrotingsvergadering in het najaar. Ik kijk ook even naar mijn mede-indieners.” De heer Mol interrumpeert: “Het zou zo maar kunnen dat amendement A1 op een meerderheid kan rekenen. Dat zou gewoon mee kunnen lopen. Wanneer amendement A2 niet op een meerderheid kan rekenen, dan kan het gewoon afgewikkeld worden. Dat is even een suggestie van mijn kant.” De voorzitter: “Het is aan u mijnheer Meijer. U mag beide amendementen in stemming laten brengen. Die ruimte is er wel.” De heer Meijer: “Dan stel ik voor dat we amendement A1 wel in stemming brengen en dat ik amendement A2 aanhoud tot en met de begrotingsvergadering. Het blijft dus boven de markt zitten, we doen het niet weg, maar we houden het aan tot de begrotingsvergadering in oktober.” De voorzitter: “Ik zie instemmend geknik bij de andere indieners. Dan constateer ik dat amendement A2 vanavond niet behandeld wordt en in stemming wordt gebracht.” De heer Van de Pol: “Ik dank de wethouder voor zijn bespiegelingen. Ik denk niet dat onze fractie een vraag had gesteld. Met interesse heb ik geluisterd naar het debatje tussen de heer Meijer en wethouder Van der Maas. Ik vind het bijzonder dat dat bedrag van € 756.000,-- gedateerd is op 31 december 2020. Vanavond beslissen we pas dat die € 960.000,-- er bij komt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10562671/1