AP 4 Notulen raadsvergadering 16 december 2021
Tekst van het document
Vergadering: 27 januari 2022 Agendapunt: 4 Notulen van de openbare digitale vergadering - conform Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming provincies, gemeenten, waterschappen en openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba - van de raad van de gemeente Nunspeet, gehouden op donderdag 16 december 2022, aanvang 19.30 uur, in de raadzaal van het gemeentehuis, Markt 1 te Nunspeet. Aanwezig zijn de raadsleden, de heren K.M. van Bronswijk (CDA), R.A. de Bruin (SGP), mevrouw J.M. Elskamp (ChristenUnie), de heer A. Harteveld (ChristenUnie), mevrouw C. Jansen-van de Brink (Gemeentebelang), de heren M.J. Juffer (Gemeentebelang), M. van Klompenburg (SGP), M.A. Konings (Gemeentebelang), E. Leusink (ChristenUnie), J. Meijer (CDA), M.A. Mol (Gemeentebelang), drs. G.M. Mulder (SGP), mevrouw A. Pluim (Gemeentebelang), de heren A.T. van de Pol (SGP), G. Polinder (SGP), H.J. Polinder (SGP), P.V. van Rossen (Gemeentebelang), C.T. Smit (ChristenUnie), J. Snaterse (Liberaal Nunspeet), A.J. Timmerman (PvdA/Groen Links) en L.A. van de Weerd (SGP). Voorzitter Griffier
: :
de heer B. van de Weerd, burgemeester de heer J.L. van den Broek, raadsgriffier
De heer P.N. Kokkes, raadsadviseur, is tevens aanwezig. Tevens zijn de wethouders, de heren drs. M. van de Bunte, J. Groothuis, L. van der Maas, mevrouw M.W. Storteboom en de heer P. Teeninga, alsmede de gemeentesecretaris, de heer mr. A. Heijkamp, aanwezig. 1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en spreekt het formulieropeningsgebed uit. Hij spreekt als volgt: “Op 22 november jl. is op 93-jarige leeftijd Gijsbert Versteeg overleden. De heer Versteeg was van 1967 tot 1973 voor de SGP lid van de gemeenteraad, eerst van de gemeente Ermelo, en na de splitsing, nu bijna 50 jaar geleden, van de gemeente Nunspeet. De heer Versteeg was dus één van de weinige nog in leven zijnde ex-raadsleden die het ontstaan van de gemeente Nunspeet als raadslid heeft meegemaakt. Het was destijds bij de start van de gemeente de bedoeling dat SGP-wethouder Lobbezoo lijsttrekker voor de SGP zou worden. Maar dan moest hij wel van Ermelo naar Nunspeet verhuizen. Voor een gezin met acht kinderen was niet zo snel een geschikte woning te vinden. Dus werd fractievoorzitter Gijs Versteeg lijsttrekker. Met Van de Steeg uit Elspeet, Bronkhorst uit Hulshorst en Slootweg uit Nunspeet behaalde de SGP vier zetels in de toen 17 leden tellende gemeenteraad. De benoeming van de eerste burgemeester in de nieuwe gemeente leidde op 14 maart 1972 tot een fel politiek debat.
Wethouder Van der Zande (CHU-AR) en Gijs Versteeg waren naar Den Haag geweest om namens 14 van de 17 leden van de raad te pleiten voor een SGP-burgemeester. Over dat feit was de PvdA verbolgen en diende een motie van afkeuring in. Wethouder Van der Zande trok het boetekleed aan, de motie werd ingetrokken. De motie tegen Gijs Versteeg werd verworpen met 9 tegen 7 stemmen. De motie werd gesteund door de PvdA en Gemeentebelang, inclusief wethouder Hiddink. De heer Versteeg bedankte in 1973 als raadslid wegens drukke werkzaamheden. Hij was directeur van Aarding Beheer BV te Nunspeet. Daarnaast bekleedde hij nog tal van andere functies. Hij was een erg innovatieve ondernemer. Veel van zijn ideeën vonden draagvlak en konden worden omgezet in realiteit, in binnen- en buitenland. Dat bleef niet onopgemerkt. Nadat hij in 1989 al tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau was benoemd, volgde enkele jaren later zijn bevordering tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau door de toenmalig minister van VROM, mevrouw Dekker. Ik citeer enkele zinnen uit de toespraak van de minister: “Gijs Versteeg is zowel in zijn hoofdfunctie als daarnaast zeer verdienstelijk en voorbeeldig geweest voor de samenleving. Hij heeft blijk gegeven van grote betrokkenheid voor de zorg van ons woon- en leefmilieu en heeft daarmee veel respect en erkenning verworven.
-2-
Hem past zonder meer de kwalificatie van zowel innoverend als visionair bestuurder met grote bestuurlijke kwaliteiten. De bevordering tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau kan worden beschouwd als een passende waardering voor zijn grote inzet en verdiensten voor ons land en de nationale belangenbehartiging in het buitenland”. Tot zover het citaat. Aardig detail is nog dat Gijsbert Versteeg zakelijk vaak de naam Gilbért gebruikte. Hij had veel buitenlandse contacten en ‘Gijsbert’ was voor buitenlanders niet uit te spreken. In de gemeente Nunspeet zullen we ons Gijs Versteeg herinneren als een zakelijk ingesteld bestuurder. Ook als raadslid bleef hij zakenman. Hij was principieel en altijd oplossingsgericht. Wij zijn hem dank verschuldigd voor zijn langdurige inzet als raadslid voor onze gemeente. Laten we in een moment van stilte de heer Versteeg gedenken.” Vervolgens wordt er een ogenblik stilte in acht genomen. 2. Vaststelling agenda. Mevrouw Jansen: “Voorzitter. Het gaat om agendapunt 13, de vaststelling van het bestemmingsplan “Beekhuizen-Hoekerd”. In de commissie heeft Gemeentebelang aangegeven dat wij daar een kantoorpand niet echt passend vinden en dat we niet akkoord konden gaan met het voorstel. Aan de ene kant wil je een bedrijf weg hebben en vervolgens zet je er een andere neer. We hebben toen genoemd dat groen misschien een goede inpassing is of wat anders.
Daarover hebben we gemaild met de verschillende fracties. Daarop kregen we verschillende reacties. We hebben contact gehad met de griffie. Een amendement is heel veel werk voor een bestemmingsplan en dat doen we de ambtenaren op zo’n korte termijn niet aan. Ons voorstel is om het agendapunt van de agenda te halen, zodat er gekeken kan worden naar een passende invulling. Dat zou groen kunnen zijn of misschien zelfs wonen, wat ook heel mooi zou zijn. Dat noemde Liberaal Nunspeet en de SGP ook in hun voorstel naar mij. Ik dacht dat de wethouder gezegd had dat dat niet kon. We horen graag of dat onderzocht kan worden.” De voorzitter vraagt de fractievoorzitters om aan te geven of ze met dit voorstel kunnen instemmen. De heer H.J. Polinder: “Voorzitter. Het verzoek van mijn collega, de heer G. Polinder, en het verzoek van mevrouw Jansen kruisten elkaar. De heer G. Polinder had vanuit de fractievergadering ook het idee om het agendapunt door te schuiven. Vandaar instemming om het nu van de agenda af t halen. De heer Leusink: “Wat ons betreft was het niet nodig. Wij vinden het voorliggende voorstel passend. Als er fracties zijn die de zaak iets breder bekeken willen hebben en het college heeft daartegen geen bezwaren, dan gaan we hiermee akkoord.” De heer Meijer: “Ik wacht even op de reactie van het college.
Als het college zegt dat het kan, dan vinden wij het prima.” De heer Timmerman: “Wat ons betreft had het ook behandeld kunnen worden. Als er fracties zijn die het willen uitstellen, dan kunnen wij er ook mee leven. We horen nog wel graag de reactie van de wethouder of uitstel eventueel gevolgen heeft voor het bedrijf.” De heer Snaterse: “Ik kan met daar in principe bij aansluiten. Wat mij betreft had het behandeld mogen worden, maar mocht er nader onderzoek mogelijk zijn, dan kunnen we dat ook afwachten.” Wethouder Groothuis: “Voor het bedrijf heeft uitstel geen consequenties. Ze draaien nu gewoon door, ook met de huidige bestemming. Het is alleen een bestemming die passend gemaakt is en een invulling van het voorterrein. Als er verder vragen zijn over alternatieve invullingen, dan hoor ik het graag per mail van de fracties. Dan kunnen we dat natuurlijk onderzoeken. Het lukt dan alleen niet in januari. Dan moeten we er rekening mee houden dat het in februari in de commissie behandeld wordt.”
-3-
De voorzitter concludeert dat de raad ermee akkoord gaat om agendapunt 13 van de agenda te halen. Met inachtneming van deze wijziging wordt de agenda zonder hoofdelijke stemming vastgesteld. 3. Vragenhalfuurtje. De heer Meijer: “Morgen is een bijzondere dag, het hoogste punt van de bouw op het sportpark De Wiltsangh. Een delegatie van de raad is daarvoor uitgenodigd. 1 persoon per fractie. Dat is niet veel, maar wel begrijpelijk vanwege de huidige omstandigheden en de veiligheid op het terrein die in acht wordt genomen. Ze hebben al ervaring als het fout gaat en dat willen ze niet een 2e keer meemaken. Wat mij verbaasde is dat deze week een politieke partij met meer dan 1 persoon op het terrein liep. Ze noemde het hun project, dat mag natuurlijk. Maar hoe kunnen zij nu al op het terrein zijn? We hebben daarover namelijk afspraken gemaakt dat we zeer terughoudend zouden zijn als politieke partijen om daar acte de presence te geven dan alleen op uitnodiging, zoals morgen het geval is. Ik wil graag van de projectwethouder horen of hier sprake is van voorkeursbehandeling of vermenging van zaken als lijsttrekker of als wethouder. Ik vind het vrij onduidelijk.” Wethouder Van de Bunte: “De bouwkundig aannemer is verantwoordelijk voor het bouwterrein en de toegang daartoe. Mij is dit niet bekend. Zoals u aangeeft gaan we morgen op bezoek op locatie.
Dan kunnen we het ook even aan de projectleider vragen hoe het geregeld is. U hebt zelf al aangegeven dat we met schoenen en helm de veiligheid voorop stellen. Dat is altijd het belangrijkste en de bouwkundig aannemer is daarvoor verantwoordelijk. Ik neem aan dat we uw vraag morgen even meenemen als u dat goed vindt, want ik heb daar nu geen pasklaar antwoord op.” De heer Meijer: “Ik heb geen aanvullende vragen, maar wel een opmerking. De projectwethouder kan blijkbaar goed dammen.” 4. Notulen vergadering 25 november 2021. Zonder hoofdelijke stemming worden de notulen ongewijzigd vastgesteld. 5. Vaststelling uitvraag/opdrachtformulering evaluatie Notitie ‘Zelfstandig Nunspeet, verbonden in de regio’. De voorzitter: “Het gaat hier om een voorstel van het Presidium aan de raad, waar het college in principe buiten staat. Het college heeft wel de gelegenheid gehad om te reageren. Er kwam een opmerking vanuit het college, maar die blijkt betrekking te hebben op een voorstel wat in 2019 al vastgesteld is. Dat is een omissie. Vanuit het college komt nu geen opmerking. Het agendapunt is als hamerstuk aangemerkt, maar ik heb begrepen dat er toch woordvoering wordt gevraagd. Daar is nu de gelegenheid toe.” De heer Konings: “Onderzoek naar de samenwerking in de regio is prima.
De insteek van Gemeentebelang is altijd geweest dat Nunspeet een zelfstandige gemeente is en moet blijven, maar dat er zeker samengewerkt moet worden met anderen waar dit zinvol is voor de inwoners en de ondernemers. Helaas blijkt dat in het verleden niet altijd een succes te zijn geweest. Wij vinden dat dit onderzoek niet beperkt moet blijven tot Zwolle en de Kop van de Veluwe, maar dat er ook andere mogelijkheden in de evaluatie meegenomen moeten worden. Dit past overigens uitstekend bij de in 2019 gepresenteerde visie. Ons verzoek is dan ook om het onderzoek te verbreden en aan te laten sluiten bij de oorspronkelijke strategische uitgangspunten, zonder dat dit tot veel extra werk en doorlooptijd gaat leiden.” De heer H.J. Polinder: “Ik heb me voorbereid op woordvoering en zelfs een vlag opgehangen. We zijn altijd met elkaar op het spoor geweest om zelfstandig te blijven. Dat kunnen we doen door slim samen te werken. Dat is eigenlijk altijd de samenvatting geweest hoe we er met elkaar in staan. Ik denk dat dat nog steeds zo is. Vandaag ontving ik deze vlag.
-4-
Vanuit Scherpenzeel heb ik begrepen dat het kan helpen om die prominent in beeld te brengen en dat het dan zo maar kan zijn dat je zelfstandig kunt blijven. Vandaar dat ik dacht om de vlag vanavond op te hangen, zodat die via mijn scherm zichtbaar is voor iedereen. Misschien dat die tot dat doel kan dienen. Het is goed om eens in de tijd te kijken of gemeentelijke samenwerking voldoet. Daartoe dient het voorliggende voorstel en daar kunnen we mee instemmen. We horen vanuit de regio soms wisselende signalen als het gaat om die samenwerking. Het is goed om in de regio eens rond te vragen hoe het er voor staat, hoe men naar Nunspeet kijkt en wat we beter kunnen doen. Vanuit die positie vind ik het een hele goede zaak dat we dit gaan doen. De heer Konings doet nu de suggestie om het onderzoek wat breder te trekker. In mijn beleving voldoet de huidige onderzoeksopzet omdat er teruggegrepen wordt op de nota van 2019, waarin de bredere samenwerking benoemd wordt. Volgens mij hoeven we de onderzoeksopzet niet aan te passen. Tijdens een volgend overleg van het Presidium kunnen we misschien bespreken hoe breed we dit onderzoek zouden willen trekken. Mijn suggestie zou wel zijn om het niet te groot te maken. Voor nu stemmen wij in met het voorliggende voorstel.” De heer Leusink: “Het is helder waarom wij willen gaan samenwerken.
We kunnen niet alles alleen, maar we willen wel zelfstandig blijven. Bij samenwerking kijk je soms wat verder dan alleen het Nunspeetse belang, maar ook naar het gezamenlijke belang. Dat is een belangrijk uitgangspunt. Daarvoor heeft de raad een visie vastgesteld. We hebben afgesproken om die visie te evalueren. In die visie gaat het niet alleen om de regio Zwolle en de Kop van de Veluwe, maar er zijn meerdere samenwerkingsverbanden. Zo lees ik het ook niet. Ik lees in het voorstel dat met name de positionering van Nunspeet binnen de samenwerking van de Kop van de Veluwe onderzocht wordt. Er staat met name, dus dat is niet het enige wat we gaan evalueren. Wij gaan ervan uit dat het gehele visiedocument geëvalueerd wordt. Dat is meer dan alleen de regio Zwolle. Omdat de regio Zwolle wel een hele strategische positionering is, delen wij dat het met name daarover gaat, maar dat andere zaken ook worden meegenomen. Binnen die context, zoals de heer Polinder ook al aangaf, vinden wij dit voorstel akkoord.” De heer Meijer: “Het evalueren van de visie op samenwerking van 2019 hebben we zo afgesproken. De opzet die voorligt vinden wij ook prima. Het zwaartepunt ligt wel op de actuele samenwerking, de wat zwaardere samenwerking, namelijk regio Zwolle en de Kop van de Veluwe. Daarom heen zit ook nog wat. We moeten wel opletten op de beperking.
We hebben iets van 25 samenwerkingsverbanden, variërend van de wasserij tot samenwerking met BOA’s. Alles wat je aan de opzet toevoegt maakt dat de onderzoeker meer tijd nodig heeft. Toch willen we ergens in maart het rapport hebben, zodat het input kan zijn voor de collegeonderhandelingen. Als je het onderzoek te breed maakt, maak ik me zorgen of het tijdig afgerond kan worden. Tot nu toe vind ik de onderzoeksopzet goed, zeker met de woordnuance die de heer Leusink zojuist aanbracht.” De heer Snaterse: “Ik hoef daar niet zoveel aan toe te voegen. Ik kan me geheel vinden in de woordvoering van de heren Polinder en Leusink en de toevoeging die de heer Meijer noemde. We willen op korte termijn over de resultaten van het onderzoek beschikken. Als het te breed onderzocht moet worden, dan gaat het waarschijnlijk niet op tijd lukken. Ik sluit me dus aan bij de vorige sprekers op dit punt.” De heer Timmerman: “De evaluatie gaat met name over de positionering van Nunspeet in de Kop van de Veluwe en de regio Zwolle. We werken ook samen met andere gemeenten. Gemeentebelang vraagt dan om het onderzoek wat breder te trekken. Wij vinden dat we het onderzoek niet te breed moeten trekken. Het onderzoek moet ook op korte termijn worden afgerond. We zitten ook niet te wachten op een evaluatie van de regio Noord-Veluwe en de Samenwerking Noord-Veluwe. Dat hebben we al achter ons liggen.
Als de onderzoeker daarover iets wil weten, is de heer Meijer vast bereid om toe te lichten wat daar allemaal mis is gegaan. Dat hoeven we niet opnieuw te onderzoeken. Wij kunnen instemmen met de onderzoeksopdracht.” De heer Konings: “Volgens mij zitten we allemaal redelijk op een lijn. De focus mag best liggen op de Kop van de Veluwe en de regio Zwolle, maar laten we het niet alleen daartoe beperken.
-5-
Aan de andere kant gaf ik ook al aan dat we het onderzoek niet te breed moeten maken. We kunnen ons namelijk geen vertraging permitteren. Als in de uitvraag meegenomen kan worden dat het niet daartoe beperkt is, dan zijn we het volgens mij allemaal eens.” Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van het Presidium besloten. 6. Wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Nunspeet (hamerstuk). Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 7. Afstemverordening IOAW en IOAZ (hamerstuk). Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 8. Verordening doelgroepen woningbouw (hamerstuk). Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 9. Visie Jeugdhulp regio Noord Veluwe. De heer Snaterse: “De visie die voorligt geeft een duidelijke beschrijving hoe de samenwerking de afgelopen jaren al heeft vorm gekregen, maar het is goed dat het nu op deze wijze op papier staat. Belangrijk is dat er mee wordt voldaan aan de resolutie vanuit de VNG. Wij kunnen onze instemming eraan verlenen.” De heer Timmerman: “Voorzitter. Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt ook voor onze jongeren. Preventie is dan ook nodig. Het Centrum Jeugd en Gezin en de welzijnsorganisaties spelen daarbij een belangrijke rol.
Daar bestaat in deze raad geen discussie over. De vraag die nu op tafel ligt is of er in de visie jeugdhulp van regio Noord Veluwe en het uitvoeringsdocument voldoende woorden worden besteed aan preventie. Aan mooie woorden op papier zitten onze inwoners en in dit geval onze jongeren niet te wachten. Het gaat erom dat in de praktijk voldoende wordt ingezet op preventie. De fractie van PvdA/Groen Links verneemt graag van de wethouder of daarvan sprake is? Dank u wel.” De heer Van Bronswijk: “Bij sommige stukken krijg je wel eens het idee dat je alleen bij het kruisje mag tekenen. Bij dit stuk heb ik dat wel een beetje. Immers het moet goedgekeurd zijn voor 1 januari en er kan eigenlijk niets meer aangepast worden. Uiteraard kan dan gezegd worden dat dit stuk natuurlijk ook gewoon een stuk is waar alles uit de regio is samengevoegd. Toch missen wij als CDA lokaal wel enkele dingen. We vinden de visie wel erg zorggericht en wat ons betreft had het normaliseren en demedicaliseren en de inzet van het plaatselijke welzijnswerk wat ons betreft wel iets intensiever beschreven mogen worden. Juist de komende jaren zijn dit belangrijke thema's. Hier moet je als gemeente op investeren.
Tijdens de commissievergadering hebben we uit de woorden van de wethouder kunnen halen dat ook hij hier wel achter staat, maar stoeit met de gedachte hoe dit zo laat dag nog door de hele regio gedeeld te krijgen. Maar als dit anders was, dan horen we dit natuurlijk ook graag van de wethouder. Uit de toegevoegde tekst begrijpen we dat de wethouder aangeeft wel achter deze punten te staan, maar dit ook al wel in de tekst terug te lezen is. Wat ons betreft is en blijft dit nog erg summier. Voor nu zullen we ermee akkoord gaan als we een toezegging krijgen dat in toekomstig beleid dit toch een wat nadrukkelijker plek krijgt.” De heer Harteveld: “Voorzitter. Zoals wij in de commissievergadering al aangaven vinden wij de visie, zoals die geformuleerd is, wat mager vanwege het ontbreken van de transformatiedoelen. De wethouder gaf aan dat in de visie niets gewijzigd kon worden, omdat elke wijziging door alle betrokken gemeenten goedgekeurd moet worden. Bovendien zei hij dat de VNG deze voorliggende visie zou accepteren. Om die reden kunnen we vanavond instemmen met de visie, maar we hebben er wel iets bij.
-6-
In het uitgebreide raadsvoorstel geeft het college aan dat het van mening is dat de transformatiedoelen voldoende terugkomen in het uitvoeringsdocument. Dat is op zich ook zo. Laat ik er geen misverstand over laten bestaan: ook de fractie van de ChristenUnie is van mening dat ons college samen met de ambtenaren gewoon heel goed bezig is met het beheersbaar maken van de uitgaven van de jeugdzorg door slimme inkoop, scherp monitoren en stevige toegang. Vooral daarmee doorgaan zou ik willen zeggen. Volgens ons moet er meer gebeuren willen we de transformatiedoelen kunnen halen. Ik hoorde onlangs een lezing van Bert Wienen, lector aan Windesheim, die onderzoek naar deze problematiek heeft gedaan en er veel over publiceert. In de lezing met de veelzeggende titel ‘Een nieuw kinderrecht, het recht om te falen’ vergelijkt hij de jeugdhulp met een speedboot die over een rivier scheurt. Zo hard dat er steeds meer mensen van af vallen. Gelukkig zijn er reddingsboten aanwezig. Reddingsboeien en – vesten worden toegeworpen aan de drenkelingen. U voelt wel, dat is de jeugdhulp.
Dan stelt hij de eenvoudige vraag: Wat nou als we de speedboot gewoon veel langzamer laten varen? De problemen die kinderen ondervinden en waarvoor jeugdhulp wordt gezocht hebben vaak niet te maken met het kind zelf, maar hangen samen met de thuissituatie, de ouders en de school, en wat te denken van de sterke gerichtheid van de maatschappij op prestaties, de verdere digitalisering, het afnemen van sociale cohesie, enzovoorts. We denken dat er nog een hele slag te maken valt. Dat we de speedboot inderdaad kunnen stoppen. Maar dat kunnen we als gemeente niet alleen. Daar hebben we het hele maatschappelijke veld voor nodig, onder andere samenwerkingsverbanden, de scholen, enzovoorts. Als fractie van de ChristenUnie vragen we het college of er een moment te vinden is om hierover eens dieper van gedachten te wisselen, bijvoorbeeld in de commissie of de klankbordgroep. Wij vinden het wel heel noodzakelijk. We horen het graag van u.” De heer Juffer: “Voorzitter. Ons wordt gevraagd om in te stemmen met deze visie zodat deze vastgesteld kan worden. Samenwerken, ook regionaal, kunnen we best goed in onze regio. Ondanks dat vraagt de overheid van ons om deze samenwerking, een norm voor opdrachtgeverschap te formaliseren. En vanuit Gemeentebelang kunnen we bijna instemmen.
Bij de alinea standpunt commissie staat dat er in de commissie op aan is gedrongen dat er ook een verwijzing noodzakelijk is naar onder andere welzijnswerk. Voorzitter. Dat is in onze beleving toch echt te mager en te vrijblijvend. In de commissie is erop aangedrongen dat het welzijnswerk een meer prominente plek en rol zou moeten krijgen in deze visie Jeugdhulpregio. Als we ervan uit gaan dat we spreken over een 0-de, eerste en tweede lijn dan heeft Gemeentebelang de gedachte dat bij ieder hulpverleningstraject wat ingezet moet worden het welzijnswerk ook als optie bekeken moet worden. Dat zien wij als noodzaak en wij horen graag van de wethouder of hij hiermee in kan stemmen. Voor ons is dit een belangrijke toezegging. Afhankelijk daarvan zullen wij ons standpunt over het voorstel bepalen. Wij begrijpen ook dat bepaalde termen als demedicaliseren en normaliseren – vakjargon - niet in een regiovisie passen, maar dat welzijnswerk nagenoeg niet genoemd wordt als volwaardige partner is voor ons onbegrijpelijk.” De heer De Bruin: “Voor ons ligt stuk jeugdhulp Noord Veluwe – Norm voor opdrachtgeverschap. We snappen de essentie die het college beschrijft in het raadsvoorstel. Inhoudelijk is al best het een en ander gezegd, waarin we ons kunnen vinden. We willen inderdaad ook nog een lans breken voor het welzijnswerk.
Het voorbeeld op pagina 3 is wat ons betreft alleen maar een klein doekje voor het bloeden. Hoe zou je het stuk dan moeten lezen? Ik verwijs naar dezelfde voorbeelden op pagina 3. Soms staat er dat je het ook zo of zo kunt lezen. Daarmee zeg je eigenlijk: Er staat zwart, maar je kunt ook lezen dat er donkergrijs en blauw staat. Wat betreft de uitwerking in lokale stukken, dat is heel mooi, maar hetgeen je belangrijk vindt staat in je visie. Het ontbreken daarin geeft aan dat je het niet belangrijk vindt. We wilden, u hoort het goed, we wilden dit graag veranderen. Maar dat kan helaas niet. De heer Van Bronswijk heeft dat ook al aangekaart. Dat brengt mij bij ons tweede punt. Door dit stuk zo laat aan te bieden in dit proces kunnen we als raad geen nee meer zeggen. Natuurlijk formeel wel, maar feitelijk niet. Het moet voor een bepaalde datum klaar zijn, anders lukt het niet. In de commissie hebben we het daarover ook al gehad. Feitelijk zijn we door het late aanbieden van dit stuk als raad met de rug tegen de muur geplaatst. Dat is een plek die niet fijn voelt en dat is zeker ook niet wenselijk. In onze fractie is daarom het woord ‘motie van treurnis’ gevallen.
-7-
Om die in te dienen wel te verstaan. Hopelijk voelt het college dat ons deze zaak hoog zit. We blijven voor het toekomende nog met één vraag zitten. Hoe heeft het zover kunnen komen dat dit stuk zo laat is aangeboden aan de raad? En kan de wethouder toezeggen dat stukken waar we iets van kunnen vinden, binnen een termijn worden aangeleverd waarbij in het proces nog ruimte is voor echte aanpassingen? Samenvattend voorzitter. We vinden het een goed stuk waar jammer genoeg het welzijnswerk onvoldoende een plek heeft gekregen. Over het gelopen proces zijn we erg ontevreden. Daarom stemmen we, met behoud van onze gevoelens, voor.” Wethouder Teeninga: “De fractie van de PvdA/Groen Links vraagt of preventie voldoende gewaarborgd is. Ik ben ervan overtuigd dat preventie voldoende gewaarborgd is, omdat in de uitgangspunten van het beleidsplan sociaal domein dit een hele belangrijke plaats heeft. Daarin staat ook genoteerd dat in de uitvoeringsplannen daar nadrukkelijk aandacht aan wordt besteed. CDA Lokaal vraagt hoe de welzijnsorganisaties daarin preventief een plaats kunnen krijgen. Uiteindelijk hebben we een Nunspeets beleidsplan sociaal domein, waarin we de accenten leggen zoals we die als gemeente ook willen leggen. Daarin staat dat we samen met inwoners, samen met de professionals, samen met maatschappelijke organisaties, waaronder welzijnsorganisaties, tot een plan zullen komen.
Daarop willen we investeren. De fractie van de ChristenUnie vraagt of er gelegenheid wordt geboden om dieper na te denken over datgene wat u in een lezing gehoord hebt. Voorzitter. Dat bepaalt u in feite zelf met de vaststelling van de agenda van de commissie Maatschappij en Middelen. De commissie gaat daar zelf over. Gemeentebelang attendeert erop dat het welzijnswerk een belangrijke partner is. Ik heb zojuist aangegeven dat in het beleidsplan sociaal domein staat dat we gezamenlijk met de organisaties een welzijnsplan gaan opzetten. Met andere woorden, daarin hebben onze partners een participerende stem om mee te helpen om daarvoor een koers uit te zetten. Ik zie het ook in de trits hoe de dingen georganiseerd zijn. We hebben de visie op de Jeugdhulp. Dat is de visie die voorligt. Vervolgens hebben we daar een uitvoeringsplan en we hebben gemeentelijk een visie en beleidsplan sociaal domein. Dat is in feite nog veel breder en daarin krijgt het een volwaardige en verdiende plek in de verdere uitwerking. De SGP ervaart dat ze in dit proces met de rug tegen de muur staat. Als dat zo over komt, dat is nooit de inzet geweest van de gezamenlijke activiteiten die we als regiogemeenten over dit stuk hebben ondernomen. Deze visie is een samenvatting van al datgene wat er in de afgelopen 5 jaren als beleidsdocumenten gemaakt is.
Daar zitten ook documenten bij waarin u als raad uw inbreng hebt kunnen leveren. Het is een signaal om in een toekomstig proces daar de vinger aan de pols te houden. Er moet voldoende tijd en ruimte zijn om als raad inbreng te kunnen leveren. Als bestuurders hebben we dat hierbij niet zo ervaren, maar naar de toekomst toe is het goed om daar de vinger aan de pols te houden. Juist ook omdat de insteek van de norm van opdrachtgeverschap met name is om de processen in eigen hand te houden. Dat is de achtergrond van de motivatie om dit zo te doen. Anders zou er wellicht een wettelijke maatregel kunnen komen om een verplichte gemeenschappelijke regeling op te tuigen. Daar is niemand van gecharmeerd. Wij verwachten dat dat voorkomen kan worden. Daarom is dit proces gelopen zoals het gelopen is.” De heer Timmerman: “De wethouder geeft terecht aan dat we beschikken over de visie en het beleidsplan sociaal domein. Daar staat preventie nadrukkelijk in. Dat vinden we belangrijk en dat is voor mij de basis waarop onze inwoners op mogen vertrouwen. De wethouder zegt dat deze voorliggende visie nodig is om procedures in eigen hand te houden. Ik zie het als een papieren exercitie om te kunnen voldoen aan de afspraken die VWS en de VNG met elkaar gemaakt hebben. We moeten daar wel goed naar kijken, maar ik hecht meer aan onze eigen visie sociaal domein die volgends ons veel belangrijker is.
Desalniettemin stemmen we in met de voorliggende visie en daarmee voldoen we ook aan de afspraken die we regionaal hebben gemaakt.” De heer Van Bronswijk: “We kunnen wel een beetje meeleven met de woorden die de SGP zojuist uitsprak. Ik begon mijn woordvoering ook dat we eigenlijk alleen kunnen tekenen bij het kruisje. Alle andere raden hebben al ingestemd. De heer De Bruin vroeg waarom dit niet eerder aan de raad is aangeboden. Dan hadden we meer rijd en ruimte gehad om er iets van te vinden.
-8-
Ik heb van de wethouder begrepen dat in bestaande en komende documenten het welzijnswerk een prominente plek heeft en krijgt. Daar zijn we blij mee. Dat was ook een van de redenen dat we best wel willen instemmen als we zeker weten dat dat in de toekomst blijft gebeuren. Wij moeten toch constateren dat het in dit stuk toch iets tekort kwam. Nogmaals, het gaat ons meer om het tijdstip waarop de raad dit stuk krijgt. Had dat niet wat eerder gekund? We zullen instemmen, mede omdat dit ook belangrijk is voor de regio.” De heer Harteveld: “Ik had al gezegd dat wij kunnen instemmen. De heer Timmerman heeft het mooi verwoord: een papieren exercitie. Inderdaad we werken al goed samen en dat wordt nu alleen maar bevestigd. Wij stemmen in.” De heer Juffer: “Ik wil de wethouder danken voor zijn beantwoording. Het heeft bij ons wat verhelderd. We begrijpen dat voorliggend de visie op jeugdhulp vanuit onze eigen gemeente en de visie op het sociaal domein, die we recent hebben vastgesteld, dat dat voorliggend is. Als vanuit die 2 documenten het welzijnswerk wel een prominente plek krijgt, dan kunnen wij instemmen. Dat het dan een papieren exercitie is, daar zitten we eigenlijk niet op te wachten. Dat is een tijdrovende bende waar niemand wat aan heeft. Maar goed.
Wij kunnen ermee instemmen.” De heer De Bruin: “Wij begrijpen ook wel dat het een stuk is wat moet en dat een lokale inkleuring krijgt. Vanavond wilden we met name aandacht vragen voor de vraag waarom we dit stuk zo laat aangeboden hebben gekregen. Daarop heb ik nog geen reactie gehad. Waarom is het voorstel bijvoorbeeld niet in november aan de commissie aangeboden? Wat me verbaasd heeft, maar misschien begrijp ik het helemaal verkeerd en ligt het helemaal aan mij: ik hoor de wethouder zeggen dat we inschatten dat en verder over 5 jaar geleden. Volgens mij moet er altijd ruimte zijn voor een raad om het proces aan te passen. Als die tijd er niet is, dan doen we met elkaar iets echt fout. We hadden al gezegd dat we kunnen instemmen met het voorstel, maar ik ben nog wel benieuwd naar de reactie van de wethouder.” Wethouder Teeninga: “Waarom niet eerder? Ik denk dat dit het eerste moment was waarop we als commissie en raad van de gemeente Nunspeet dit op de agenda konden krijgen. Voor die tijd was het nog niet in zijn totaliteit gereed om aan te bieden.” Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 10. Verordening bekostiging Leerlingenvervoer. De heer Timmerman: “Voorzitter. De verordening bekostiging leerlingenvervoer is een juridisch document dat de basis vormt voor het uit te voeren beleid.
Dergelijke stukken zijn saai en niet empathisch. De uitvoering van de verordening dient empathisch en met de menselijke maat plaats te vinden. Het college meldt dat de menselijke maat met deze nieuwe verordening beter mogelijk is. Het gaat erom dat de juridische taal voor de ouders wordt omgezet in begrijpelijke taal. De fractie van PvdA/Groen Links deed in de commissie het voorstel voor begrijpelijke informatie op de website van de gemeente. Het college gaat daarvoor zorgen. Voorzitter. PvdA/Groen Links stemt in met de verordening bekostiging leerlingenvervoer. Dank u wel.” De heer Van Bronswijk: “Voorzitter. De bekostiging van leerlingenvervoer is de laatste jaren in deze raad toch wel een heikel punt geweest. Voor CDA Lokaal staat voorop dat onze jeugd op een juiste plek onderwijs moet krijgen. Gelukkig kan dat steeds vaker op een reguliere school. Maar helaas is het soms ook noodzakelijk dat we gaan kijken of er niet een andere school is die passend onderwijs kan verzorgen. Vaak is dit wat verder weg en dat zorgt ervoor dat er vervoer nodig is om daar te komen. Wij van CDA Lokaal gaan voor kwaliteit. Maar we moeten ook realistisch zijn. Soms is er een passende school, maar kiezen ouders om hun moverende redenen er met hun kind voor om toch naar een andere, wat verder weg gelegen school te kiezen.
Wordt er door de ouders uiteindelijk toch voor een andere verder weg gelegen school gekozen, dan zullen ze er zelf ook wat voor over moeten hebben.
-9-
Nogmaals alleen als door de professionals wordt aangegeven dat er een passende school dichterbij gevonden is. Wij gaan namelijk uit van de kennis van de scholen en de samenwerkingsverbanden. Zij weten echt wel op welke plek een kind tot zijn recht zou moeten kunnen komen. We gaan er daarom van uit dat de OOGO bijeenkomsten effect hebben. Voorzitter. Een dergelijke nota dient natuurlijk ook als een soort parapluplan die ervoor zorgt dat alle regels die hiervoor geschreven en vastgesteld zijn bij elkaar komen. Veelal is dit ook landelijke regelgeving. We herkennen ons dus in de opmerkingen dat juist met deze aanpassingen meer ruimte is voor maatwerk en daar zijn we blij mee. Nogmaals dat is soms hard nodig.” Mevrouw Elskamp: “Voorzitter, dank u wel. In de commissievergadering hebben we al aangegeven dat de verordening bekostiging leerlingenvervoer bij ons in de fractie en bij de mensen die we hebben laten meelezen heel wat losgemaakt heeft. We willen niet twijfelen aan de intentie om met deze verordening meer maatwerk te kunnen leveren, vooral via de hardheidsclausule en artikel 22, maar we hebben moeite met de toonzetting van de verordening. Ook dat er niet zoveel gedaan is met de adviezen van de adviesraden. PvdA/Groen Links zegt al dat het saai en empathisch is, maar in de uitvoering kan wel maatwerk worden geleverd. Dat vertrouwen hebben we ook wel.
We vinden het wel moeilijk dat we het bijna niet terug lezen in de tekst. Wat ons betreft had daar ook meer maatwerk in geleverd kunnen worden. Onze lokale adviesraad zegt daarover: een dichtgetimmerd plan, waarin veel is aangegeven wat niet kan en het woord maatwerk wel genoemd wordt, maar niet tot uitdrukking komt in het geheel. De gezamenlijke adviesraden zeggen het nog krachtiger: “Er is in dit stuk focus op mogelijk misbruik en we missen het vertrouwen in en de samenwerking met de ouders om te komen tot de beste oplossing voor de vaak unieke situatie waarin ouders met een kwetsbaar kind verkeren.” Het blijft bijzonder dat een nieuwe verordening die tot doel heeft meer maatwerk te bieden en waarin artikelen zijn opgenomen die dat ook echt mogelijk maken in zijn geheel een andere boodschap uitademt. Wij hebben geprobeerd in de commissievergadering bijval te vinden voor ons voorstel deze verordening te herschrijven vanuit vertrouwen in de ouders en de betrokken scholen en met meer nadruk op de mogelijkheid om maatwerk te bieden. Daarvoor vonden we geen steun, behalve bij de PvdA/GroenLinks fractie. In de commissievergadering heb ik delen voorgelezen uit een brief van een moeder die de afgelopen jaren heeft gestreden voor de bekostiging van leerlingenvervoer voor haar dochter.
Uiteindelijk is het goed gekomen en is er maatwerk geleverd, maar dat heeft dit gezin veel stress opgeleverd en energie gekost. In de commissievergadering werd door de wethouder en enkele raadsleden de nadruk gelegd op de uiteindelijke oplossing, maar wij willen vooral de nadruk leggen op het proces naar de oplossing. Ouders van kwetsbare kinderen hebben vaak al een lange weg achter zich om een passende onderwijsplek te vinden. Laten wij als gemeente dan werken vanuit vertrouwen in de ouders, het samenwerkingsverband en de betrokken school. In de commissievergadering hebben we gevraagd om het opnemen van de belofte aan het Nunspeetse kind in een preambule. We zijn blij dat de wethouder in het raadsvoorstel toezegt in de communicatie met ouders op de website van de gemeente aandacht te geven aan die belofte. Dat is namelijk voor wie we deze verordening vaststellen: het Nunspeetse kind. We zijn ook blij met de toezegging dat er een korte toegankelijke versie komt voor ouders en verzorgers. Wellicht in de vorm van een folder. We hebben nog wel een aantal vragen.
Kan de wethouder toezeggen dat de korte versie geschreven zal worden vanuit vertrouwen in de ouders, het samenwerkingsverband en de betrokken scholen en met een expliciete nadruk op maatwerk en passende ondersteuning voor de leerling? Verder vragen we het college om adviezen van de adviesraad sociaal domein en de reactie daarop van het college standaard toe te voegen aan voorliggende stukken op de agenda’s van de commissie- en raadsvergaderingen. We maken ons er zorgen over dat er in het raadsvoorstel staat dat alle adviesraden van de Noordwest Veluwe zijn meegenomen in de totstandkoming van deze verordening, maar dat we behalve de toegankelijke versie voor ouders geen van die adviezen terugvinden in de verordening zelf. Sterker nog, de voorliggende verordening is vrijwel identiek aan de modelverordening van de VNG. Wil de wethouder dat proces toelichten? Is er na de adviezen van de 7 adviesraden nog iets aangepast aan de verordening zelf?”
- 10 -
Mevrouw Pluim: “Voor ons ligt de nieuwe verordening leerlingenvervoer. Deze verordening is gemaakt naar model van de VNG en vervangt de verordening 2015 en de beleidsregels 2017. De nieuwe verordening wordt regionaal uitgevoerd aangezien leerlingenvervoer een regionale aangelegenheid is. Vragen in de commissievergadering of er binnen de oude verordening veel maatwerk toegepast moest worden beantwoordde de wethouder met: ongeveer een handvol. Gemeentebelang vindt het belangrijk dat het belang van het kind voorop staat. Om dit belang goed te kunnen behartigen is soms dus ook maatwerk nodig. Hoewel dit misschien dan maar zelden gebeurt, is Gemeentebelang toch blij dat in de nieuwe verordening nog steeds ruimte is voor maatwerk. Ook weten we dat deze nieuwe verordening specifiek voor onze gemeente nog is aangevuld met adviezen van de Adviesraad Sociaal Domein Nunspeet. Gemeentebelang waardeert dit en bedankt de Adviesraad voor de gegeven adviezen. Een verordening is een juridisch stuk, daardoor misschien minder vriendelijk en toegankelijk maar wat Gemeentebelang betreft een stuk met heldere kaders waarin de inbreng van de samenwerkingsverbanden duidelijk is vastgelegd. Wel ondersteunt Gemeentebelang het verzoek van mevrouw Elskamp om de verordening in Jip en Janneke taal om te zetten zodat dit document voor belanghebbenden makkelijker te lezen en te begrijpen valt.
Dit is nu niet altijd het geval. Voor de rest zijn we verheugd dat de vinger aan de pols gehouden wordt en dat het college het leerlingenvervoer als vast agendapunt in het OOGO - overeenstemmingsgericht overleg - met het samenwerkingsverband opneemt. Tevens vinden we het een positieve ontwikkeling dat de gemeente bereid is het beheersbureau ViaVé te vragen om over de uitvoering van het leerlingenvervoer twee maal per jaar in gesprek te gaan met een platform van ouders/verzorgers. Onze vraag aan de wethouder is wel hoe hij denkt dit organisatorisch in te vullen. Tevens hebben we nog een paar vragen op financieel gebied. Wethouder, uit de beantwoording van onze vragen tijdens de commissievergadering begrijpen we dat het mogelijk is dat indien een leerling passend speciaal onderwijs op een afstand van bijvoorbeeld 20 km kan volgen, maar ouders en kind kiezen voor eenzelfde soort school op een afstand van 45 km dat de ouders dan zelf de overschrijdende 25 km dienen te bekostigen. Is dit een juiste conclusie? Leerlingenvervoer is voor kinderen die gebruik maken van speciaal onderwijs.
Maar leerlingenvervoer is ook voor kinderen die niet binnen een straal van 6 kilometer passend onderwijs kunnen volgen en dan bedoelen we met passend onderwijs, onderwijs gestoeld op een bepaalde geloofsovertuiging of een bepaalde vorm van onderwijs, denk daarbij aan bijvoorbeeld Daltononderwijs, Vrije school, enzovoort. Wethouder, hoe zit het in dat geval met afstand, vergoeding en eigen keuze?” De heer Van de Weerd: “Ik kan in grote lijnen wel instemmen met de woorden van de heer Timmerman. De verordening is wel juridisch, maar de uitvoering zal volgens de toezegging van de wethouder empathisch zijn. Dat moet je toch geloven, maar dat is wel mijn ervaring die ik er zelf mee heb en die ik van ouders heb gehoord. We kunnen een folder maken en het is heel goed om dat in begrijpelijke taal op te stellen. Mijn ervaring is ook wel dat er vanuit de ambtenaren en vanuit de regio echt wel hulp en begeleiding is van ouders om een oplossing te vinden voor problemen op het gebied van leerlingenvervoer. Dat is ook gelijk de essentie van de vraagstelling die in de commissie aan de orde is geweest: Zijn er problemen? Dat hebben we ook aan de wethouder gevraagd en dat willen we ook nu weer doen. Hoeveel problemen zijn er eigenlijk en is daar ook echt een aanpassing van het raadsvoorstel voor nodig? In de commissie bleek dat wel mee te vallen.
De wethouder heeft het raadsvoorstel aangepast en we zijn blij dat het maatwerk geborgd is. We hebben er alle vertrouwen in dat de uitvoering de komende jaren goed kan verlopen. We hebben verder geen vragen. We hebben vertrouwen in een empathische uitvoering van de verordening.”
- 11 -
De heer Snaterse: “Als het om publieke middelen gaat is het goed dat er een heldere en duidelijke verordening aan ten grondslag ligt die voldoet aan de wettelijke criteria. Er is de nodige kritiek geweest dat er onvoldoende rekening gehouden wordt met het kind, maar dat delen wij niet. Voor ons geeft de verordening voldoende vertrouwen dat er maatwerk kan en zal worden geleverd als dat nodig mocht zijn. Het is een juridisch stuk welke koud en zakelijk overkomt, maar zoals in de commissie al toegezegd nog een vertaling gaat krijgen die leesbaar en meer empathisch zal zijn voor de betrokken inwoners en ook de uitvoering zal zo zijn. Wij zien dan ook geen onoverkomelijke belemmeringen in de verordening.” Wethouder Van der Maas: “De vragen gaan enerzijds over het juridische gehalte van de verordening en anderzijds hoe er empathisch mee om wordt gegaan. Een verordening is een stel regels. Je zit altijd tussen het objectieve en subjectieve model, maar voor regels moet je proberen zo objectief mogelijk te zijn. Dat is ook van belang om een aanvraag voor bekostiging objectief te kunnen beantwoorden. Mochten er problemen zijn of als er een verschil van mening is, dan komt het empathische model eigenlijk vanzelf aan de orde. Dat is ook zo als de verordening was.
Uit ervaringen met de oude verordening hebben we wel gezien dat een stukje maatwerk nu meer verankerd is in de voorliggende verordening. Het is nu ook zo meegenomen. Gelukkig zat het ook in de modelverordening van de VNG. Het is dus inherent aan het hele verhaal. Ik wil benadrukken dat de relatie met het samenwerkingsverband nog vaster is verankerd in deze verordening dan in de vorige. Het samenwerkingsverband bepaalt uiteindelijk de passende school voor het kind die dat nodig heeft. Die heeft daarin min of meer het laatste woord. Dat is nu helemaal verankerd in de verordening. Dat geeft ook zekerheid dat de verschillende verbanden aan onze kant met de ouders zoeken naar een goede oplossing. De SGP vraagt of er veel problemen zijn. Er zijn soms best wel trajecten, zoals mevrouw Elskamp dat aangaf, die wat moeizamer gaan. Vaak gaat het dan wel om een complex verhaal. Die complexiteit kan te maken hebben met de schoolkeuze of met de beschikbaarheid. We zijn er altijd uitgekomen en dat vind ik altijd het belangrijkste. Een verordening moet helder zijn voor het gros van alle aanvragen, waarbij het proces automatisch wordt doorlopen. Zijn er problemen, dan zijn er nu voldoende middelen en mogelijkheden om met een passende oplossing te komen. De verkorte versie van de verordening gaat er komen. Dat stond ook al in de reactie naar de adviesraden.
In de richting van de ChristenUnie wil ik opmerken dat de modelverordening van de VNG landelijk wordt gebruikt. Deze is in de regio uitgebreid besproken. De aanpassingen die wij gedaan hebben, zijn verwoord in onze reactie aan de adviesraden. Deze brief zit ook bij de raadsstukken. U vraagt of de adviezen van de Adviesraad en de reactie van het college in het vervolg altijd bij de commissie- en raadsstukken gevoegd kunnen worden. Dat is een vraag die ik niet kan beantwoorden. Die wil ik parkeren bij de griffie of dat een normale handelwijze kan zijn. Ik heb er geen moeite mee. In dit geval hebben we het ook bewust gedaan om zo transparant mogelijk naar de raad te kunnen zijn. Gemeentebelang vraagt nog naar de organisatorische invulling. Als de regels helder zijn, kan de bekostiging in 95% van alle gevallen gewoon via die regels ingevuld worden. In bijvoorbeeld 5% van de gevallen is het wat complexer. Dan komen de betrokken partijen bij elkaar tot het samenwerkingsverband aan toe en wordt er naar een oplossing gekeken. U heeft nog die vraag gesteld over die 25 en 45 kilometer. In de commissie heb ik dat ook benadrukt. Het klopt. In het maatwerk geven wij die ruimte. Als de ouders besluiten om hun kind verder te laten reizen dan volgens de passende dichtstbijzijnde school nodig zou zijn, dan is de ruimte er dat ze de extra kilometers voor hun eigen rekening nemen.
Dan krijgen ze de vergoeding voor die 20 kilometer en die 25 kilometer moet je zelf betalen. Mevrouw Pluim vraagt nog naar die 6 kilometergrens en passend onderwijs. De gehele verordening is vooral gericht op speciaal onderwijs. Op het moment dat iemand buiten die 6 kilometergrens zit naar een reguliere school, dan is er een bekostigingsmogelijkheid. Dat is vaak op basis van een kilometervergoeding of iets dergelijks, dus niet op basis van leerlingenvervoer. Dat is in principe mogelijk, maar als je kijkt naar de situatie hier in de gemeente Nunspeet, dan komt dat bijna niet voor. Het is meer een theoretische benadering.” De heer Timmerman: “De verordening is gewoon een juridisch kader wat wij als raad vaststellen. Het zijn objectieve regels. Het is aan het college en de ambtenaren om dat met empathie en maatwerk uit te voeren.”
- 12 -
De heer Van Bronswijk: “Ik sluit me graag aan bij die woorden.” Mevrouw Elskamp: “Nog een aanvullende vraag aan de wethouder. Ik heb de reactie van het college aan de adviesraden gelezen. Ik lees daarin dat artikel 18, lid 1b is aangepast naar aanleiding van een vraag van de adviesraden. Er wordt een verkorte versie voor de ouders geschreven, maar verder zie ik geen aanpassingen. Misschien kan de wethouder nog aangeven welke andere aanpassingen hebben plaatsgevonden naar aanleiding van het advies van de adviesraden.” Mevrouw Pluim: “Gemeentebelang vindt het een goede ontwikkeling dat ouders de mogelijkheid krijgen hun kind naar de school van hun keuze te laten gaan, maar dat deze vrije keus niet met gemeenschapsgeld word betaald. Wat betreft de vrije keus voor bijvoorbeeld een Daltonschool in Amersfoort en dat dat vergoed wordt, daar hebben we wat moeite mee. Maar het meest belangrijke van deze verordening is het belang van het kind in het speciaal onderwijs en dat wordt hierin volgens ons geborgd. Dus kunnen wij instemmen met deze verordening.” De heer Van de Weerd: “Wij hebben geen vragen meer. Dank aan de wethouder voor de toelichting, We hebben er alle vertrouwen in dat de verordening goed wordt uitgevoerd.” De heer Snaterse: “De wethouder heeft nogmaals benadrukt dat er in de uitvoering empathisch met de verordening wordt omgegaan mocht dat aan de orde zijn.
Wij kunnen ermee instemmen.” Wethouder Van der Maas: “Op de vraag van de ChristenUnie kan ik aangeven dat het bij de standaardverordening is gebleven. Er is wel toelichting gegeven op een aantal zaken. Het is dus de VNG-verordening die met de toelichting overeind is gebleven. Nog even over het Daltononderwijs, waar mevrouw Pluim het over had. Dan wordt de term passend niet goed ingevuld, want dat is zeker niet van toepassing. Als iemand kiest voor een school in bijvoorbeeld Maastricht, dan wordt dat niet zo maar bekostigd. Passend moet wel passend blijven. De bekostiging is echt gericht op het kind wat naar het speciaal onderwijs gaat. Daar moet ook de nadruk op liggen. Die hebben de meeste hulp nodig als het gaat om het niet zelfstandig kunnen reizen van huis naar school.” Mevrouw Elskamp: “In het raadsvoorstel staat dat de adviesraden betrokken zijn bij de totstandkoming van de verordening. Dat betekent dat ze toelichtende vragen hebben gesteld, daar uitleg over hebben gehad, maar dat de verordening zelf daardoor niet gewijzigd is. Is dat juist geïnterpreteerd?” Wethouder Van der Maas: “Ik heb begrepen dat de verordening in die zin niet gewijzigd is. Het college heeft in de reactie een toelichting gegeven op de gestelde vragen van de adviesraden.” Mevrouw Pluim: “Ik wil de wethouder nog even bedanken voor zijn toelichting. Dat is inderdaad hetgeen ik bedoelde.
We zijn daar meer gerust op.” Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 11. Belastingverordeningen 2022. De heer Meijer: “De belastingtarieven voor volgende jaar, een standaard agendapunt aan het einde van het jaar. En de ene keer is de tariefstijging hoog en soms valt het erg mee. In dit voorstel valt de verassing wel mee, de signalen vooraf gaven al aardig de richting aan waar het naar toe zou gaan. Het overzicht lastendruk laat goed zien wat de uiteindelijk consequenties in ieders portemonnee in 2022 gaan zijn. CDA Lokaal vindt die geringe kostenstijging heel acceptabel, zeker gezien wat er tegenover deze kostenstijging voor onze inwoners wordt gedaan. Natuurlijk zijn wij er ons van bewust dat de zekerheid van vandaag morgen anders kan zijn.
- 13 -
We weten bijvoorbeeld niet wat de plannen van het nieuwe Kabinet gaan betekenen. We weten wel dat de inflatie de pan uitrijst. In de begroting voor 2022 gezet op 1%, de realiteit van vandaag is dat de inflatie boven de 5% uitkomt. Dat grote verschil gaat in 2022 en verder consequenties hebben. De fractie van CDA Lokaal stemt in met het vaststellen van de belastingverordeningen voor het belastingjaar 2022.” De heer Harteveld: “We hebben hier geen opmerkingen bij. Het is besproken in de commissie. Wij kunnen instemmen met het vaststellen van de belastingverordeningen voor het jaar 2022.” De heer Mol: “De voorliggende belastingverordeningen zijn de uitwerking van de door de gemeenteraad vastgestelde begroting van oktober jl. En zoals we in de commissievergadering al hebben aangegeven zijn de nu voorgestelde tarieven alleszins realistisch. In het overzicht belastingdruk wordt dit ook helder weergegeven. Zeker gezien de investering die gedaan wordt rondom het project de Wiltsangh. Wij hebben daar met een kleine afvaardiging van onze fractie en na toestemming van de uitvoerder al even om het hoekje van het kantoortje gekeken en daar een fotootje geschoten. Temeer daar wij dit toch een hoogtepunt vinden. En morgenmiddag hoop ik met enkele collega raadsleden het gehele project te mogen bewonderen.
Maar ook de grote investeringen die er aan komen met betrekking tot de stationsomgeving, wij hopen straks een klap op het Definitieve Ontwerp te geven, dat alles bij elkaar verdient een groot compliment. Wat de fractie van Gemeentebelang betreft kunnen de voorliggende belastingverordeningen worden vastgesteld.” De heer Van de Pol: “Voorzitter. Dit is de laatste keer dat ik mag meestemmen over mijn eigen belastingtarief. Ik laat me die kans maar niet ontnemen. Het is een stuk met financiële behoedzaamheid, dat trefwoord hanteert de SGP-fractie al jaren, dat weet u. Wij staan voor goede voorzieningen tegen betaalbare prijzen. Ik kwam pas een Elspeter tegen, die zei: Ïk ben eigenlijk best tevreden over onze gemeente, want mijn zus in Uddel betaalt elk jaar ruim honderd euro meer aan woonlasten dan ik. En familie in Speuld betaalt zelfs 260 euro meer.” En dat bij een gelijke WOZ-waarde van de woning. Voor een gemiddelde woning betaalden wij in Nunspeet in 2021 680 euro. Daar komt volgend jaar voor woningen 3% en voor bedrijven 1% bij. Dat is een redelijke indexering. Een jaar geleden verhoogden we de ozb eenmalig met 20%. Dat was nodig voor een aantal projecten. De heer Mol noemde zojuist niet de scholenbouw, waarvan we de eerste resultaten in Elspeet zien. Dus inderdaad: zwembad, Stationsplein en scholenbouw.
Op Twitter was toen een inwoner actief en die vond het allemaal maar niks. Nunspeet moest z’n megalomane plannen terugdraaien en een voorbeeld nemen aan Hattem waar een bedrag uit de ozb-opbrengst aan de inwoners werd teruggegeven. Hij vergat erbij te vertellen dat de gemiddelde Hattemer - ondanks dat mooie gebaar – het afgelopen jaar bijna 900 aan woonlasten kwijt was. Nunspeet bestaat over twee weken 50 jaar. Volgens mij werd de vlag vanavond al gehesen. Een goed moment om een keer om ons heen te kijken. Hoe staat het met de gemiddelde lastendruk? Nederland telt 352 gemeenten. Als het om lage woonlasten gaat, staat Nunspeet op plaats 28. Gelderland telt 51 gemeenten, daar staan we op plaats 8 , maar de verschillen zijn klein. Epe kost 1 euro minder dan wij, Harderwijk 5 en Elburg 21. Oldebroek is 100 euro duurder, Heerde en Hattem 200 euro en Ermelo zelfs 260 euro meer. Waar komen die verschillen vandaan? Ik doe wat suggesties. De heer Meijer zei onlangs met enige humor: We hebben een Zeeuw als wethouder van Financiën en ons Zeeuwen bint zuunig. Ik heb het even gecheckt. Dat kan de oorzaak niet zijn. In alle 13 Zeeuwse gemeenten zijn mensen duurder uit dan in Nunspeet. Ik kijk naar een tweede mogelijkheid. In veertig van de afgelopen vijftig jaar was in onze gemeente een SGP’er wethouder van Financiën.
Dat kan een indicatie zijn, want gemeenten waar de SGP aan het college deelneemt behoren tot de voordeligste van het land. Ik noem een paar voorbeelden: Rijssen-Holten, Elburg, Veenendaal, Hoekse Waard, Nijkerk, Putten. Er zijn ook uitzonderingen, Urk bijvoorbeeld. Het lijkt een indicatie te zijn, maar Harm Jan Polinder – onze fractievoorzitter - merkte een paar weken geleden terecht op: Geen enkele partij in Nunspeet kan successen op z’n eigen conto schrijven, we doen het hier samen, niemand van ons heeft immers een meerderheid in de raad. Ik doe daarom nog één poging. Een aantal jaren geleden alweer stond er in een ondernemersblad een onderzoek naar de grote verschillen in de woonlasten tussen de gemeenten.
- 14 -
Nunspeet zat daarbij, als een voorbeeld van zuinigheid, behoedzaamheid, zeg maar. Soms konden gemeenten niets doen aan hogere lasten, zij zitten met structurele problemen. Voorbeeld: Gouda waar de wegen om de zoveel jaar wegzakken in de veengrond. Dat kost geld. Wat noemde het artikel als verklaring voor de tarieven van Nunspeet? Onze uitvoeringskosten bleken laag. Nunspeet had relatief weinig medewerkers. Nou, dat is wel een puntje om op te letten richting de toekomst. We ziet dat de formatie de laatste jaren telkens met 7 fte is uitgebreid. Daarbij komt nog een flinke inhuur aan externe krachten. Iets om in de gaten te houden. En ondertussen blijft onze fractie gaan voor goede kwaliteit en financiële behoedzaamheid. Dank u wel.” De heer Snaterse: “Wat kun je er nog meer aan toevoegen na dit verhaal van de heer Van de Pol? Wij kunnen ons gelukkig prijzen te wonen in een gemeente waar traditiegetrouw op verantwoorde wijze wordt omgegaan met de belastingtarieven. Dat is eigenlijk alles wat ik er over kan zeggen. Wij kunnen instemmen met de voorliggende belastingverordeningen.” De heer Timmerman: “Voorzitter. Dank aan de heer Van de Pol voor zijn uitgebreide toelichting. Deze geboren Zeeuw kan namens de fractie van de PvdA/Groen Links instemmen met het voorstel om de belastingverordeningen voor 2022 vast te stellen.
Dank u wel.” Wethouder Van der Maas: “Ik ben toch wel blij dat we een mede-Zeeuw in ons midden hebben. Ik heb geen vragen gehoord. Ik ben zeer blij met de diverse reacties. Het stukje geschiedenis van de heer Van de Pol is zeer interessant.” Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 12. Uitvoeringsplan Klimaatadaptatie (hamerstuk). Zonder hoofdelijke stemming wordt conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 13. Vaststelling bestemmingsplan “Beekhuizen-Hoekerd”. Dit agendapunt is van de agenda afgehaald. 14. Vaststelling bestemmingsplan De Kijktuinen. De heer Leusink: “Voorzitter. Dit is een mooi plan. Woningbouw is hard nodig. Veel Nunspeters zitten te wachten op een woning. We hadden wat opmerkingen en dat gebeurt natuurlijk bij dit soort ingrijpende plannen. We vinden dat het college die goed beantwoord heeft. We zijn ook akkoord met de reacties van het college en we kunnen instemmen met dit plan.” Mevrouw Jansen: “Voorzitter. Ik wil graag wat punten uit de commissievergadering aanhalen over dit belangrijke agendapunt. We staan voor de officiële start die bouwen op de locatie De Kijktuinen definitief mogelijk gaat maken. Gemeentebelang is zeker voor bouwen, het liefst zo snel mogelijk en dan met woningen die voor verschillende doelgroepen nodig zijn om tot een gemêleerde en vitale wijk te komen.
In de commissie waren we wat terughoudend en gaven we zelfs aan dat we misschien nog niet mee konden gaan. Gemeentebelang had nog niet scherp welk soort woningen of welke concepten daar gebouwd zouden gaan worden. We vroegen al lang om gesprekken daarover om zo goedkoop mogelijk en voor de juiste doelgroep te bouwen en de behouden. Het is goed dat de wethouder heeft toegezegd dat het uitgestelde gesprek komt voordat het vlekkenplan ingevuld gaat worden. Dat stelt ons gerust. We horen graag van de wethouder of dit gesprek in februari 2022 kan plaatsvinden, desnoods - in overleg met de fracties - digitaal. Waarschijnlijk kan het gecombineerd worden met het onderwerp wat aanvankelijk ook op het programma stond. Belangrijk vinden we hierbij dat dit richting ’t Hul meegenomen wordt. Verder heeft de wethouder op onze vraag toegezegd dat er in de huisaan-huiskrant een oproep komt of 50-plussers mee willen doen aan een CPO-project gericht op senioren, zoals het concept van knarrenhofjes beoogt. Het is al weer wat jaren geleden dat we hier in de commissie met de wethouder over spraken.
- 15 -
Hij gaf toen aan enthousiast te zijn over dit concept. Wonen, welzijn en aandacht voor elkaar in een gebouw in de wijk. Dat het al bij meerdere projecten lukt om hoofdzakelijk voor onze eigen inwoners te bouwen is een knappe prestatie vanuit de gemeente en de wethouder. Onze complimenten daarvoor. Hier zal de verandering in de wet met het reserveren van een minimum percentage voor eigen inwoners geen invloed op hebben, maar voor de zekerheid is het wel goed dat deze wet wel in beleid verankerd wordt. Kan de wethouder aangeven of dat ook gaat gebeuren?” De heer Van Klompenburg: “De fractie van de SGP is blij dat er binnenkort woningen gebouwd kunnen gaan worden op de gronden van de voormalige Kijktuinen. Deze gronden zijn nog niet heel lang in het bezit van de gemeente en nu wordt ons al gevraagd om in te stemmen met het bestemmingsplan. De fractie wil haar waardering uitspreken richting het college dat er binnen een hele korte tijd dit plan er al ligt. Vooral in een tijd dat woningen hard nodig zijn is dit best een groot compliment waard. Voorzitter. Overal waar je jongeren spreekt is het onderwerp wonen een beladen onderwerp. Je merkt dat ze graag in Nunspeet willen blijven wonen. Daarom wil de fractie van de SGP nogmaals benadrukken dat we blijven pleiten voor woningbouw voor onze eigen inwoners.