CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 18. Bijlage Was-wordt lijst re-integratieverordening - Wsndw

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente NunspeetBij agendapunt: Re-integratieverordening.11.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wordt Artikel 16. Voorwaarden toekenning persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen Dit artikel bevat een aantal voorwaarden voor de toekenning van persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen aan personen met een arbeidsbeperking. Het betreft een aantal specifieke voorwaarden die verband houden met de aard van deze voorzieningen. Het artikel vormt daarmee een aanvulling op de in artikel 3 opgenomen algemene voorwaarden om in aanmerking te komen voor een reintegratievoorziening. Deze voorwaarden dragen bij aan een evenwichtige verdeling van de beschikbare voorzieningen over de doelgroep, zoals bedoeld in artikel 8a lid 2, onderdeel a Pw. Vereist is dat de persoon behoort tot de doelgroep, bedoeld in artikel 7 Pw, waardoor zij voor persoonlijke ondersteuning bij werk en overige voorzieningen in aanmerking kunnen komen. (a). Het is van belang dat de inzet van de persoonlijke ondersteuning en/of overige voorziening noodzakelijk is om het werk uit te kunnen voeren (b). Om een doelmatige inzet van de re-integratiemiddelen te waarborgen is er een minimale omvang verbonden aan de dienstbetrekking. In principe biedt de werkgever een dienstbetrekking aan van minimaal zes maanden met een minimale arbeidsduur van 12 uur per week. Voor de reguliere doelgroep is dit een begrijpelijke eis.

Voor de doelgroep van artikel 7a Participatiewet kan dit echter problematisch zijn: jongeren in die doelgroep volgen vaak nog (deels) onderwijs en combineren dit met een leer-werktraject of stage, waardoor een

tot het afwijzen van de gevraagde voorziening(en), op het moment dat deze kosten in geen verhouding staan tot de [maatschappelijke] baten die verbonden zijn aan de verstrekking van de voorziening(en) (g).

aaneengesloten dienstverband van zes maanden met 12 uur per week regelmatig niet haalbaar is. Daarom kan voor deze doelgroep van de minimale omvang van de dienstbetrekking worden afgeweken (c). Op het moment dat het gaat om een voorziening waarvan verwacht mag worden dat de werkgever hiervoor zelf zorgdraagt, omdat dit bijvoorbeeld voortvloeit uit de Arbo-regels, wordt de voorziening niet verstrekt op grond van deze verordening (d, e en f). De aan de voorziening(en) verbonden kosten kunnen in uitzonderlijke gevallen leiden tot het afwijzen van de gevraagde voorziening(en), op het moment dat deze kosten in geen verhouding staan tot de [maatschappelijke] baten die verbonden zijn aan de verstrekking van de voorziening(en) (g).

Artikel 26. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij een motorische handicap (Wets)technische aanpassing in de toelichting Was Artikel 26. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij een visuele of motorische handicap Artikel 8a lid 2 onderdeel f onder 2 Pw bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een visuele of motorische handicap. Artikel 26 regelt dat het college de, als gevolg van een geheel of gedeeltelijk ontbrekende visuele of motorische lichaamsfunctie noodzakelijke, voorziening(en) verstrekt die nodig zijn ter vervanging of ondersteuning van de persoon. De specifieke aard van de voorziening is niet opgenomen, omdat dit sterk afhankelijk is van de behoefte van de persoon. Er moet dus maatwerk geleverd worden. Wel gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 3 en 16. Voorbeelden zijn: braille toetsenbord voorleeshulp bij een structurele fysieke arbeidsbeperking is vaak extra

Wordt Artikel 26. Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire activiteit bij een motorische beperking. Met de inwerkingtreding van de Wet van 22 november 2023, houdende wijziging van de Participatiewet ten behoeve van de werkvoorzieningen voor visueel beperkten, is de eerdere medebewindsopdracht ten aanzien van de wijze waarop voorzieningen voor visueel beperkten worden verstrekt door gemeenten, per 1 januari 2024 komen te vervallen. De ondersteuning van visueel beperkten is overgegaan van de gemeenten naar het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV). Tevens is van de gelegenheid gebruikgemaakt om het opschrift van het artikel aan te passen naar de bewoording van artikel 8a, tweede lid, onderdeel f, onder 2° van de Participatiewet. Dit artikel bepaalt dat in de verordening moet worden geregeld hoe het college zorgdraagt voor het verstrekken van een noodzakelijke intermediaire activiteit in het geval er sprake is van een motorische beperking. Artikel 26 regelt dat het college de, als gevolg van een geheel of gedeeltelijk ontbrekende motorische

ondersteuning nodig om te kunnen functioneren op de werkvloer

lichaamsfunctie noodzakelijke, voorziening(en) verstrekt die nodig zijn ter vervanging of ondersteuning van de persoon. De specifieke aard van de voorziening is niet opgenomen, omdat dit sterk afhankelijk is van de behoefte van de persoon. Er moet dus maatwerk geleverd worden. Wel gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de artikelen 3 en 16. Bij een structurele fysieke arbeidsbeperking is vaak extra ondersteuning nodig om te kunnen functioneren op de werkvloer.

Paragraaf 3A.5 Specifieke bepalingen van school naar duurzaam werk Met dit onderdeel wordt een paragraaf ingevoegd in de verordening, specifiek voor ondersteuning voor personen als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Participatiewet. Het hoofdstuk bevat administratieve voorschriften die samenhangen met de samenwerking tussen onderwijsinstellingen en het college. Een deel van deze samenwerking wordt vormgegeven in regionale programma’s binnen een arbeidsmarktregio. Vooral de centrumgemeente heeft in deze regionale programma’s een rol. Dat neemt niet weg dat deze samenwerking ook in het belang ook los hiervan van belang is. Artikel 29 Specifieke ondersteuning Toelichting artikel 29 Was -

Wordt Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om personen als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Participatiewet, zoals jongeren en jongvolwassen die ondersteuning nodig hebben bij de overgang van school naar werk, specifieke ondersteuning te bieden. Hiermee wordt beoogd belemmeringen weg te nemen die duurzame arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie in de weg staan. Ook wordt maatwerk, afgestemd op de individuele omstandigheden en ondersteuningsbehoefte van de persoon, mogelijk, passend bij de uitgangspunten van de wet. Een verzoek om ondersteuning kan worden ingediend door: de meerderjarige en handelingsbekwame persoon zelf; de persoon zelf van zestien jaar of ouder voor zover het verzoek betrekking heeft op zijn arbeidsovereenkomst; de ouder of voogd

namens de minderjarige persoon; het bevoegd gezag van een instelling of school als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, mits de persoon of indien de persoon minderjarig is, diens ouder of voogd daarmee instemt; alsmede het college ambtshalve. Artikel 30 Verzoek van scholen en onderwijsinstellingen Toelichting artikel 30 Was -

Wordt Dit artikel regelt de procedurele afhandeling van verzoeken om een voorziening in te zetten, die worden ingediend door scholen, onderwijsinstellingen en het Doorstroompunt voor personen als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Participatiewet. Het Doorstroompunt is onder de Wet van school naar duurzaam werk een centrale ketenpartner die verzoeken namens of ten behoeve van jongeren kan indienen. Deze bepaling sluit aan bij de Wet van school naar duurzaam werk, waarin een actieve rol voor onderwijsinstellingen en gemeenten is weggelegd bij de ondersteuning van jongeren richting werk of vervolgonderwijs. Door vast te leggen dat het college ontvangst van een verzoek binnen twee weken bevestigt, wordt duidelijkheid geboden aan de instantie en wordt een zorgvuldige en snelle behandeling van verzoeken gewaarborgd. Dit draagt bij aan tijdige samenwerking tussen onderwijs en gemeente en ondersteunt een soepele overgang van school naar duurzaam werk. Daarnaast is er de verplichting voor het bevoegd gezag om bij een verzoek tevens het overgangsdocument aan het college te verstrekken, alsmede de consequentie dat het college de voorziening kan weigeren op grond van artikel 3 lid 1 onderdeel g indien het overgangsdocument ontbreekt.

Vernummering artikel 29 t/m 31 tot 31 t/m 33 Artikel 31. Hardheidsclausule Geen aanpassingen in de toelichting t.o.v. de vorige versie Was

Wordt

Artikel 29. Hardheidsclausule

Artikel 31. Hardheidsclausule

Artikel 32 Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht (was artikel 30) Tekstuele en inhoudelijke wijzigingen in de toelichting Was Artikel 30. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht In artikel 30 is het intrekken van de verordening loonkostensubsidie geregeld. Dit heeft te maken met het feit dat de grondslag voor deze verordening, in de vorm van artikel 6 lid 2 Pw, met de wet “Wijziging Pw en enkele andere wetten in verband met het verbeteren van de regeling voor loonkostensubsidie en enkele andere wijzigingen (uitvoeren breed offensief)”, is komen te vervallen. Het intrekken van de oude reintegratieverordening is ook in dit artikel geregeld. Ook is in artikel 30 het overgangsrecht neergelegd. Het kan voorkomen dat personen een voorziening toegekend hebben gekregen op grond van de oude re-integratieverordening, die niet meer voldoet aan de voorwaarden uit deze verordening. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de oude reintegratieverordening voorzieningen bevat die na inwerkingtreding van deze verordening niet meer worden verstrekt. Ook is het denkbaar dat een persoon op grond van de oude reintegratieverordening wel in aanmerking zou komen voor een voorziening, maar door inwerkingtreding van deze verordening niet meer. De toegekende voorziening zou dan op grond van artikel 3 lid 2 moeten worden beëindigd.

Om dit te voorkomen is in artikel 30 lid 3 geregeld dat dergelijke voorzieningen worden behouden voor ten hoogste de duur van 12 maanden of - als dit eerder is - voor de duur dat deze is verstrekt. Dit uiteraard voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de reintegratieverordening Nunspeet 2018. Wordt niet meer aan die voorwaarden voldaan, dan moet de voorziening worden beëindigd, bijvoorbeeld als een belanghebbende geen aanspraak meer heeft op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. De periode van 12 maanden begint te lopen vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening.

Wordt Artikel 32. Intrekken oude verordeningen en overgangsrecht. In artikel 32 is het intrekken van de oude reintegratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 gemeente…geregeld. Dit heeft te maken met het feit dat de grondslag voor deze verordening met de Wet van school naar duurzaam werk en wijziging Participatiewet, is komen te vervallen. Ook is in artikel 32 het overgangsrecht neergelegd. Het kan voorkomen dat personen een voorziening toegekend hebben gekregen op grond van de oude re-integratieverordening, die niet meer voldoet aan de voorwaarden uit deze verordening. Hierbij kan worden gedacht aan de situatie waarin de oude reintegratieverordening voorzieningen bevat die na inwerkingtreding van deze verordening niet meer worden verstrekt. Ook is het denkbaar dat een persoon op grond van de oude reintegratieverordening wel in aanmerking zou komen voor een voorziening, maar door inwerkingtreding van deze verordening niet meer. De toegekende voorziening zou dan op grond van artikel 3 lid 2 moeten worden beëindigd. Om dit te voorkomen is in artikel 30 lid 3 geregeld dat dergelijke voorzieningen worden behouden voor ten hoogste de duur van 12 maanden of - als dit eerder is - voor de duur dat deze is verstrekt.

Dit uiteraard voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de Reintegratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 gemeente… Wordt niet meer aan die voorwaarden voldaan, dan moet de voorziening worden beëindigd, bijvoorbeeld als een belanghebbende geen aanspraak meer heeft op ondersteuning bij de arbeidsinschakeling. De periode van 12 maanden begint te lopen vanaf het moment van inwerkingtreding van deze verordening. Voortzetten toegekende voorzieningen Toegekende voorzieningen op grond van de Re-integratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 gemeente … worden dus

Voortzetten toegekende voorzieningen Toegekende voorzieningen op grond van de reintegratieverordening Nunspeet 2018 worden dus in beginsel behouden tot 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening. Na afloop van die periode kan het college besluiten of een voorziening wordt voortgezet (artikel 30 lid 4). Hierbij kan het college rekening houden met al gesloten overeenkomsten. Voortzetting van een voorziening ligt bijvoorbeeld voor de hand als het college is gehouden de kosten van een dergelijke voorziening te voldoen, ongeacht of een persoon nog gebruik maakt van de voorziening. Lopende re-integratievoorzieningen kunnen in beginsel ná inwerkingtreding van deze verordening worden afgerond volgens de overeenkomst. Voortzetting is niet mogelijk Voortzetting van een toegekende voorziening na 12 maanden is niet mogelijk als de voorziening binnen die periode is beëindigd wegens het niet meer voldoen aan de voorwaarden voor die voorziening op grond van de reintegratieverordening Nunspeet 2018 of als de voorziening is toegekend voor een kortere duur dan 12 maanden na inwerkingtreding van de verordening. Een voorziening dient immers niet langer te worden voortgezet dan de duur van de oorspronkelijke toekenning. Ten aanzien van die voorziening blijft de reintegratieverordening Nunspeet 2018 van toepassing (artikel 30 lid 4).

in beginsel behouden tot 12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening. Na afloop van die periode kan het college besluiten of een voorziening wordt voortgezet (artikel 32 lid 4). Hierbij kan het college rekening houden met al gesloten overeenkomsten. Voortzetting van een voorziening ligt bijvoorbeeld voor de hand als het college is gehouden de kosten van een dergelijke voorziening te voldoen, ongeacht of een persoon nog gebruik maakt van de voorziening. Lopende re-integratievoorzieningen kunnen in beginsel ná inwerkingtreding van deze verordening worden afgerond volgens de overeenkomst. Voortzetting is niet mogelijk Voortzetting van een toegekende voorziening na 12 maanden is niet mogelijk als de voorziening binnen die periode is beëindigd wegens het niet meer voldoen aan de voorwaarden voor die voorziening op grond van de Reintegratieverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ 2023 gemeente … of als de voorziening is toegekend voor een kortere duur dan 12 maanden na inwerkingtreding van de verordening. Een voorziening dient immers niet langer te worden voortgezet dan de duur van de oorspronkelijke toekenning. Ten aanzien van die voorziening blijft de Reintegratieverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ 2023 gemeente … van toepassing (artikel 30 lid 5).

Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel (was artikel 31) Hier was in de oude versie geen toelichting over opgenomen. Wel heeft er nu vernummering plaatsgevonden. Was Artikel 31. Inwerkingtreding en citeertitel

Wordt Artikel 33. Inwerkingtreding en citeertitel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17097596/1