CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 13 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 11 Archeologische onderzoek

Raadsvergadering 21 maart 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Weversweg fase 2.18.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het lijkt erop dat het erf in ieder geval doorloopt in oostelijke richting en wellicht ook in noordelijke richting. In oostelijke richting kunnen mogelijk nog een waterput en wellicht zelfs nog meer gebouwen worden verwacht. Op basis van de lager wordende sporendichtheid aan de westzijde van het opgravingsareaal kan worden beargumenteerd dat het erf daar ophoudt, maar een begrenzing is daar niet met zekerheid vastgesteld. Het is onduidelijk wat de relatie is tussen de greppels en de bewoningssporen. Door hun afwijkende oriëntatie lijken de greppels niet direct samen te hangen met het erf en de daarop gelegen gebouwen. Mogelijk zijn de greppels van later datum, mede op basis van het aardewerk dat is verzameld uit GR01. Of zij een rol hebben gespeeld in de begrenzing van het erf is dan ook maar de vraag. 19. Wat is de aard en/of de functie en conservering van de sporen? De sporen kunnen worden onderverdeeld in greppels, kuilen, paalkuilen en een standgreppel. De conservering van de sporen is redelijk tot goed te noemen, hoewel zij wel deels lijken te zijn

36

afgetopt. De paalsporen van de twee gebouwen en de roedenbergen hebben een grijze tot donkergrijze vulling en zijn vrij scherp afgetekend in de natuurlijke bodem. Van verstoring is nauwelijks sprake. 20. Wat is de relatieve en/of absolute datering van de sporen en spoorniveaus en waarop is de datering gebaseerd? De sporen dateren op basis van het aardewerk in de 11e t/m 12e eeuw. Deze datering is met name gebaseerd op de aanwezigheid van latere kogelpot een redelijk goed dateerbaar fragment Pingsdorf uit een van de paalkuilen van HS01. De absolute (14C-) datering van twee van de paalkuilen van HS01 komt op 1035 – 1214 na Chr. Hiermee kan de datering van het erf binnen de opgraving op z’n scherpst op 11e t/m 12e eeuw worden gesteld. 21. Zijn er (delen van) structuren te onderscheiden? Zo ja, a. Van welke soort (mogelijke) structuren? b. Welke (mogelijke) delen? c. Wat is de relatieve en/of absolute datering van de structuren? d. Waarop is/zijn de datering(en) gebaseerd? e. Is er bij steenbouw sprake van hergebruikt bouwmateriaal? Binnen de opgraving zijn twee gebouwen te onderscheiden (HS01 en HS02). Het is onzeker of het hier om een hoofd- en bijgebouw gaat of om twee bijgebouwen, aangezien het erf doorloopt in oostelijke richting en er nog geen waterput is aangetroffen. Uitgangspunt is dat de waterput in deze periode naast of in de directe omgeving van het hoofdgebouw ligt.

Verder zijn er twee roedenbergen aanwezig in het noordelijke deel van de opgraving (HM01 en HM02), waarvan de westelijke (HM02) echter onzeker is. De beide gebouwen HS01 en HS02 en roedenberg HM01 zijn compleet opgegraven. Van roedenberg HM02 missen enkele palen. De datering van de structuren is 11e t/m 12e eeuw. Deze datering is gebaseerd op het aardewerk en 14C-analyse van een paalkuil van HS01. Ervan uitgaande dat het hier om één erf gaat zijn de gebouwen en structuren gelijktijdig. Er is geen sprake van steenbouw. 22. Is er sprake van perifere en centrale zones? Het lijk erop dat de kern van het erf aanwezig is binnen de opgravingscontouren. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat het erf zich waarschijnlijk nog uitstrekt in oostelijke richting. Aangezien niet zeker is of het hoofdgebouw wel is opgegraven en bovendien een waterput ontbreekt, is aannemelijk dat we slechts de westelijke helft van het erf te pakken hebben. Binnen het opgegraven deel kan worden gesteld dat ter hoogte van de gebouwen HS01 en HS02 sprake is van een centrale zone en dat de grote kuilen en de roedebergen aan de noordzijde meer perifeer liggen. Dit alles nog steeds binnen een erf dat in zijn geheel als centrale zone moet worden aangemerkt. Van echte offsite is binnen de opgraving geen sprake. 23.

Indien er geen of weinig paalsporen zijn: in welke mate kan er sprake zijn van bouwmethoden die geen of weinig sporen hebben nagelaten en is dat af te leiden uit vondsten of andere sporen? Gezien de aanwezigheid van verschillende gebouwen en structuren is deze vraag in dit kader niet relevant. 24. Welke fasering (relatieve en absolute datering) is in de vindplaats aan te brengen? Het lijkt erop dat het hier om een éénfasig erf gaat, waarbij de aangetroffen structuren gelijktijdig zijn. De zuidelijk gelegen greppel GR01 lijkt op basis van oversnijding en het erin aangetroffen aardewerk iets later te zijn, maar het is sowieso onzeker of de greppels tot het erf moeten worden gerekend. Wellicht hangen zij samen met landinrichting/percelering van na het verdwijnen van het 11e/12e-eeuwse erf. 25. Indien graven worden gevonden: a. Is er sprake van enkele individuele graven of een groter grafveld? b. Wat kan worden gezegd over de locaties van begravingen ten opzichte van gelijktijdige en niet-gelijktijdige bewoning (indien dateringen dit mogelijk maken)? c. Welke vorm van begraving is gevolgd (crematie/inhumatie)? Er zijn geen graven gevonden.

37

Vondsten en paleo-ecologische resten 26. Welke mobiele vondsten zijn gedaan? a. Om welke materialen, soorten, typen, functies, aantallen en gewichten gaat het en uit welke context komen de vondsten? b. Wat is de datering van de vondsten en waarop is de datering gebaseerd? Vondstcategorieën zijn: aardewerk (voornamelijk handgevormd kogelpot, een fragment gedraaid Pingsdorfaardewerk, een fragment Elmpt en enkele fragmenten roodbakkend geglazuurd), natuursteen, een glazen kraal, huttenleem en dierlijk bot. Zie voor aantallen en contexten bijlage 4 (splitslijst per context) Van deze vondsten kunnen enkel het aardewerk en de glazen kraal worden gedateerd, waarbij de datering van het aardewerk uitkomt in de 11e t/m 12e eeuw en van de glazen kraal in de late 8e en vroege 9e eeuw. 27. In welke mate bevinden vondsten zich in primaire positie/gesloten context en in welke mate gaat het om vondsten zonder context? Al het vondstmateriaal komt uit sporen, die allen kunnen worden gezien als gesloten context. Enkel in het geval van GR01 (S111) is mogelijk sprake van opspit van ouder materiaal. 28. Welke conclusies zijn te trekken uit de fragmentatiegraad en de mate van conservering of verwering van de vondsten? De fragmentatiegraad en verwering van de scherven is gemiddeld en typisch voor middeleeuwse nederzettingscontexten op het zand.

Het zal gaan om nederzettingsafval, dat voornamelijk in de sporen terecht is gekomen tijdens dichtgooien van kuilen of het verwijderen van gebouwpalen. Er kunnen geen verdere conclusies worden getrokken uit fragmentatiegraad en/ of mate van verwering. 29. Wat is de vondstdichtheid (aantal scherven per m2) per vlak, per werkput en in het geheel? In totaal zijn er 40 scherven verzameld uit sporen verspreid over het opgravingsterrein. Het meeste aardewerk komt uit de grote kuilen aan de noordzijde en greppel GR01 aan de zuidzijde. Het overige aardewerk is afkomstig uit paalsporen van gebouw HS01. Los vondstmateriaal is tijdens aanleg van het sporenvlak niet aangetroffen. In dat opzicht is het weinig zinvol de vondstdichtheid per vlak, werkput of geheel te bespreken. 30. Zijn er plaatsen aan te wijzen met een opvallend grote vondstconcentratie en wat is de samenstelling ervan? Drie sporen vallen op door een bovengemiddeld vondstaantal: greppel GR01 in het zuiden van de opgraving en kuilen KL01 en KL04 in het noorden van de opgraving. Het gaat in het geval van GR01 om zeven scherven aardewerk. In KL01 zat vooral veel natuursteen (n=78) en huttenleem (n=5), maar ook enkele fragmenten aardewerk (n=3). KL04 bevatte aardewerk (n=9) en natuursteen (n=9). Verder was de vondst van een glazen kraal uit KL03 opvallend. 31.

In welke mate dragen mobiele vondsten bij aan de datering van lagen, sporen en structuren? Afgezien van een 14C-datering van een paalspoor van HS01 kan enkel het aardewerk worden gebruikt voor datering van de site in het algemeen en de sporen in het bijzonder. 32. Is er sprake van (kennelijk) intentionele deposities? In het geval van de vele fragmenten natuursteen in kuil KL01 is zeker sprake van intentionele depositie. De stenen zijn tijdens dichtgooien van de kuil in één keer tegelijk in de kuil geworpen. Wat de functie van de stenen is geweest en waarom zijn in KL01 zijn gegooid is echter onbekend. 33. Hoe zijn de verhoudingen tussen lokaal of in de nabijheid gewonnen of geproduceerd materiaal en importmateriaal? Vrijwel al het aardewerk is handgevormd en lokaal of regionaal vervaardigd. Van de in totaal 40 scherven aardewerk zijn vijf fragmenten gedraaid en samen met het fragment Elmpt (handgevormd) van elders geïmporteerd. Het gaat daarbij om 1 scherf Pingsdorfaardewerk dat

38

samenhangt met de middeleeuwse bewoningssporen en vier scherven van hetzelfde roodbakkende vuurtestje, afkomstig uit een latere kuil. 34. Wat is: a. b. c. d.

De aard en conservering van paleo-ecologische resten? In welke mate en in welke context worden ze aangetroffen? Welke betekenis ontlenen zij of kunnen zij geven aan deze context? In welke mate kunnen ze bijdragen aan de datering van sporen, lagen en structuren? Negen sporen (kuilen en twee paalkuilen van HS01) zijn bemonsterd op paleo-ecologische resten. In de monsters zijn resten van houtskool, verkoolde en onverkoolde resten van planten en zaden aanwezig. Geen van de monsters bleek echter geschikt voor nadere botanische analyse. Wel waren twee monsters geschikt voor 14C-analyse. De conservering van paleo-ecologsiche resten is dus slecht te noemen, wat op het zand meestal het geval is, tenzij het diepere contexten betreft die tot onder de grondwaterspiegel reiken. 35. Welke informatie kunnen zij geven over landschap en vegetatie (voorafgaand, tijdens en/of na bewoningsfase(n)), voedseleconomie, verwerving en toepassing van organisch materiaal e.d.? Omdat geen van de monsters geschikt was voor nadere analyse konden zij geen informatie geven over landschap, vegetatie, etc. Vragen in relatie tot de Kennisagenda Archeologie Gelderland (H. 4 – De Veluwe) 36. Welke gebouwtypen zijn aangetroffen en wat zegt dit over de lokale economie? Er zijn twee gebouwplattegronden aangetroffen, die beide waarschijnlijk als bijgebouw of schuur moeten worden aangemerkt.

Van HS02 is dit vrijwel zeker, HS01 zou eventueel nog als woonstalhuis kunnen worden aangemerkt. Uitgaande van de gebouwtypologie van Kootwijk (Heidinga), die ook is gebruikt bij het recente grote onderzoek Putten- Rimpeler, hebben we hier te maken met type D1 of D2 (HS01) en type D1 of C2 (HS02) Gebouwtype D1 is bootvormig en heeft zwaar uitgevoerde wand-/ gebintpalen die de daklast dragen. Buitenstaanders ontbreken geheel. Dit type gebouwen had waarschijnlijk een functie als schuur. 25 Gebouwtype D2 is zwak bootvormig tot rechthoekig, heeft eveneens zwaar uitgevoerde wand-/ gebintpalen met daaraan gekoppelde, iets kleinere buitenstaanders. Er is bij type D2 dus sprake van kubbingen langs beide lange wanden en daarmee van driebeukigheid. Met name de zwakke bootvormigheid, in combinatie met toch enkele buitenstaanders, is een argument om HS01 te scharen onder type D2. De datering van gebouwtype D2 wordt door Norde, op basis van de Kootwijk-typologie van Heidinga, gesteld op de 9e tot 10e eeuw. Gebouwtype C2 is bootvormig met regelmatig geplaatste, zwaar uitgevoerde wandpalen die de gehele daklast dragen. Er is bij type C2 geen sprake van buitenstaanders. De datering van gebouwtype C2 wordt door Norde, op basis van de Kootwijk-typologie van Heidinga, eveneens gesteld op de 9e tot 10e eeuw. 37.

Is er sprake van bewoningscontinuïteit van de vroege naar de volle middeleeuwen en van de volle middeleeuwen naar de nieuwe tijd? Het opgegraven erf is éénfasig en valt in de 11e t/m 12e eeuw. Afgezien van de oudere Karolingische kraal in KL03 en de paar roodbakkende scherven in een jongere kuil in het noorden van de opgraving zijn er geen aanwijzingen voor oudere of jongere bewoning of gebruik van het terrein. Bewoningscontinuïteit kan hier op basis van de opgravingsresultaten niet worden aangetoond. 38. Vanaf wanneer is er sprake van fixatie van de middeleeuwse erven en wat voor gevolgen heeft dit gehad voor de inrichting en het gebruik van het landschap?

25 Norde 2022, 67; 82.

39

Deze vraag kan op basis van de opgravingsresultaten en de beperkte schaal van het onderzoek niet worden beantwoord. 39. Wat is de mogelijke reden dat de bewoning op de locatie geëindigd is en wat zijn hiervoor de bewijzen? Deze vraag kan op basis van de opgravingsresultaten en de beperkte schaal van het onderzoek niet worden beantwoord. Vragen in relatie tot NOaA 2.0 40. Welke veranderingen treden op in de samenstelling en ruimtelijke ordening van erven? (NOaA 2.0-vraag 104) Deze vraag kan op basis van de opgravingsresultaten en de beperkte schaal van het onderzoek niet worden beantwoord. Het opgegraven erf is éénfasig en valt in de 11e t/m 12e eeuw. Bewoningscontinuïteit kan hier op basis van de opgravingsresultaten niet worden aangetoond. 41. Wat is de aard, context en betekenis van intentionele (rituele?) deposities in en rond huis en erf? (NOaA 2.0-vraag 29) Hoewel er sprake is van intentionele deposities (met name het natuursteen in KL01), kan hier verder weinig over worden gezegd. Van rituele deposities is geen sprake. Waarschijnlijk is het natuursteen als afval gebruikt om de kuil te dempen. 42. Wat is de aard en context van ‘diergraven’? (NOaA 2.0-vraag 57) Er zijn geen diergraven aangetroffen binnen de opgraving. 43.

Wat zijn de vorm, functie, datering en context van verdiepte (delen van) gebouwen? (NOaA 2.0-vraag126) Er is geen sprake van verdiepte delen van gebouwen. 44. Welke invloed had de landbouwende mens (akkerbouw en veeteelt) op vegetatie en fauna? (NOaA 2.0-vraag 15) Deze vraag kan op basis van de opgravingsresultaten en de beperkte schaal van het onderzoek niet worden beantwoord. Conclusie, evaluatie en aanbevelingen 45. Hoe verhouden de conclusies zich tot de resultaten van het eerdere onderzoek of andere bekende gegevens? In welke mate wijkt de geconstateerde waarde af van de eerder toegekende waarde of van de gespecificeerde verwachting? De verwachtingen die waren opgesteld op basis ven het vooronderzoek zijn bevestigd; er is inderdaad sprake van een boerenerf met hoofd- en bijgebouwen. Het idee was dat het een erf zou betreffen uit de 12e tot 13e eeuw, maar de datering is op basis van de opgravingsresultaten wel bijgesteld naar 11e t/m 12e eeuw. Dus iets vroeger dan aanvankelijk verwacht. 46.

In welke mate heeft dit onderzoek bij kunnen dragen aan de Kennisagenda’s? in welke mate heeft dit onderzoek in een datalacune kunnen voorzien? Hoe is het kennisrendement te omschrijven? De aangetroffen resten van een middeleeuws erf zijn niet uniek of nieuw op de Veluwe, hoewel de stand van kennis met betrekking tot bewoning uit de Vroege en Volle Middeleeuwen op de Veluwe binnen Nederland relatief achterloopt op die van andere regio’s. De goed bewaarde en ruimtelijk goed herkenbare gebouwplattegronden zijn wel een goede toevoeging aan de bestaande dataset. Het kennisrendement is beperkt, aangezien er geen nieuwe inzichten aan het licht zijn gekomen. 47. In welke mate zijn de gehanteerde strategieën en methoden effectief geweest? Indien het onderzoek niet volgens plan kon worden uitgevoerd, om welke reden en op welke wijze is van het PvE afgeweken? De gehanteerde strategieën en methoden zijn effectief geweest. Het opgraven van een middeleeuws erf op het zand is dan ook niets nieuws en de gehanteerde methoden behoeven geen aanpassing.

40

In het PvE werd een werkwijze voorgesteld waarbij vier werkputten aangelegd moesten worden van 25 bij 25 meter. Tijdens het opstellen van het Plan van Aanpak (PvA) voor deze opgraving is een alternatieve werkwijze voorgesteld. In het voorgestelde puttenplan zou de verwachte gebouwplattegrond precies op de locatie liggen waar de werkputten elkaar snijden. Hierdoor zou de plattegrond dus niet in zijn geheel in één werkput liggen. In het PvA werd een aanpak voorgesteld waarbij meerdere sleuven van ca. 15 bij 50 meter zouden worden aangelegd. Tijdens de opgraving zijn uiteindelijk drie werkputten aangelegd, waarbij de eerste werkput (bij de gebouwplattegrond) meerdere keren in de breedte is uitgebreid. Er is gestart met de werkput in het midden, waar de gebouwplattegrond werd verwacht. In het veld bleek dat de westgrens van de putten in de tuinen van de huizen aan de Klarenweg lag. De werkputten zijn daarom aan de westkant enkele meters ingekort. Tijdens de aanleg van werkput 1 werd aan de oostzijde een deel van een tweede structuur aangetroffen. In overleg met het bevoegd gezag is de werkput hier uitgebreid om de hele structuur in beeld te krijgen.

41

Literatuur Bosch, P.W., 1992: De herkomstgebieden van de Maasgesteenten, Grondboor & Hamer, 57-64. Callmer, J. 1977: Trade beads and bead trade in Scandinavia ca. 800-1000 AD (Acta Archaeologica Lundensia 11). Bonn. Callmer, , J. 1997: Beads and bead production in Scandinavia and the Baltic Region c. AD 6001100: a general outline. In U. Von Freeden en A. Wieczorek (eds), Perlen: Archäologie, Techniken, Analysen. Acten des internationalen Perlensymposiums, Mannheim (11-14 novembre 1994) Kolloquien zur Vor- und Frühgeschichte 1. Bonn, 197-202. Dreesen, R., J. Janssen en D. van Uytven, 2014: Het grind ontleed: samenstelling en herkomst van de stenen in het Maasgrind, in: LIKONA Jaarboek 2014, nr 24, 18-35. Heidinga, H.A., 1984: De Veluwe in de vroege middeleeuwen. Aspecten van de nederzettingsarcheologie van Kootwijk en zijn buren. Proefschrift. Hellinga, W. T. 1980: Elseviers zwerfstenen gids, Amsterdam/Brussel. Houkes, R.A., A. Verbaas, E. Drenth en S.B.C. Bloo, 2017: KNA-Leidraden Anorganisch materiaal, Leidraad 2, Natuursteen, SIKB. Kuijl, E.E.A. van der, 2022: Programma van Eisen Weversweg te Hulshorst, gemeente Nunspeet. Zelhem. Lijn, P. van der, 1935: Nederlandse zwerfstenen, Zutphen. Lijn, P. van der, 1974: Het keienboek, 6e editie, Zutphen. Norde, E.H.L.D., 2022: Van Hotseri tot Rimpeler.

Onderzoek naar het vroeg- en laatmiddeleeuwse cultuurlandschap in Putten-Rimpeler, gemeente Putten. Een archeologische opgraving. RAAPRapport 4835. Ringenier, H., 2003: Plangebied Weversweg te Hulshorst, gemeente Nunspeet; een inventariserend archeologisch onderzoek. Amsterdam (RAAP-notitie 402). Rudolph, F., 2011: Noch mehr Strandsteine, Sammeln und Bestimmen, Neumünster (2. überarbeite und ergänzte Auflage). Rudolph, F. 2012: Strandsteine, Sammeln und Bestimmen, Neumünster (11. Auflage). Schuddebeurs, A.P., 1980: Over enkele Noord-Nederlandse zwerfsteengezelschappen, Grondboor & Hamer, 51-64. Sindbæk, S., 2023: Glass beads and beadmaking. In: S. Sindbæk (ed), Northern Emporium II. The networks of Viking-age Ribe. Aarhus, 239-282. Smit, J., 2005: Hulshorst Harderwijkerweg 419 en Klarenweg 13. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van boringen. Amersfoort (ADC-rapport 344). Sode, T. 2004: Glass bead making technology. in M. Bencard, A. Rasmussen and H. Brinch Madsen (eds), Ribe Excavations 1970-76 Volume 5. Aarhus University Press, 83-102. Storm, M.C., 2022: Evaluatierapport Weversweg fase 2 Hulshorst (gemeente Nunspeet). Voorstellen voor uitwerking, datering, conservering en (de)selectie van vondsten en monsters, Amersfoort.

42

Veen, P., D. Otten, L. Leeflang en G. Berends, 2016: Van kloostergoed naar herengoed. Acht eeuwen van landschaps- en landbouwgeschiedenis van de gemeente Nunspeet. Nunspeet. Waterbolk, H.T., 2009: Getimmerd verleden. Sporen van voor- en vroeghistorische houtbouw op de zandgronden tussen Eems en IJssel. Groningen. Williams, G.L., 2008: Gemeente Nunspeet, Weversweg. Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven. Amersfoort (ADC Rapport 1389). Zandstra, J.G., 1988: Noordelijke kristallijne gidsgesteenten, Een beschrijving van ruim 200 gesteentetypen (zwerfstenen) uit Fennoscandië, Leiden. Zandstra, J.G., 1999: Platenatlas van noordelijke kristallijne gidsgesteenten, Leiden.

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1. Locatie van het onderzoeksgebied. Afb. 2. De proefsleuven uit 2008. Afb. 3. De sporen van het proefsleuvenonderzoek (rood) geplot op de allesporenkaart van de opgraving. Afb. 4. Bodemopbouw in een profielkolom in werkput 2 Afb. 5. Allesporenkaart van de opgraving met de aard van de sporen. Afb. 6. Allesporenkaart van de opgraving met de in dit hoofdstuk besproken structuren uitgelicht. Afb. 7. HS01 uitgelicht (combinatie van de sporen uit de proefsleuven en de opgraving). Afb. 8. Putten Rimpeler, plattegronden van de types D1 (boven, structuur 36) en D2 (onder, structuur 72 (bron: Norde 2022, fig. 42 en 44). Afb. 9. HS02 uitgelicht. Afb. 10. Putten Rimpeler, plattegronden van de types C2 (boven, structuur 71) en D1 (onder, structuur 36 (bron: Norde 2022, fig. 40 en 42). Afb. 11. Detail van HM01. Afb. 12. Detail van HM02. Afb. 13. KL01 na couperen. Op het spoor ligt een deel van de natuurstenen die tijdens couperen zijn verzameld uit de kuilvulling. Afb. 14. KL02 na couperen. Afb. 15. KL04 (links) en KL03 (rechts) na couperen. Afb. 16. Greppels op het structurenoverzicht. Afb. 17. Standgreppel (rood) ten westen van HS01. Afb. 18. Putten - Rimpeler, structuur 64 en 66 met halfronde standgreppel (bron: Norde 2022, 75). Afb. 19. Glazen kraal uit KL03. Tabel 1 Overzicht van de verschillende perioden. Tabel 2.

Artefacttypen afgezet tegen de steensoorten. Tabel 3. Artefacttypen per context. Tabel 4. Resultaten 14C-analyse

43

Bijlagen BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5

Sporenlijst Vondstenlijst Splitslijst splitslijst per context structuurplattegronden met spoordiepte

44

BIJLAGE 1

Putnr

Sporenlijst NUNT-22

Vlaknr

Spoornr

Aardspoor

Vlakvorm

Vorm_coupe NAP_boven

Diepte

1

1

1 KL

OVL

ONR

5,5 m

38, cm

1

1

2 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

3 NV

VRK

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

4 SG

ONR

KOM

5,6 m

10, cm

1

1

5 PK

RND

KOM

5,6 m

14, cm

1

1

6 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

7 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

8 PK

RND

KOM

5,6 m

12, cm

1

1

9 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

10 PK

VRK

KOM

5,6 m

30, cm

1

1

11 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

12 PK

OVL

KOM

5,5 m

9, cm

1

1

13 NV

ONR

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

14 PK

RND

VLK

5,5 m

12, cm

1

1

15 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

16 PK

RND

KOM

5,6 m

24, cm

1

1

17 PK

RND

KOM

5,6 m

20, cm

1

1

18 REC

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

19 PK

RND

KOM

5,6 m

6, cm

1

1

20 PK

RND

RHK

5,6 m

40, cm

1

1

21 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

22 PK

RND

KOM

5,6 m

8, cm

1

1

23 PK

RND

KOM

5,6 m

6, cm

1

1

24 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

25 PK

ONR

RHK

5,6 m

44, cm

1

1

26 PK

RND

KOM

5,6 m

8, cm

1

1

27 PK

RND

KOM

5,6 m

10, cm

1

1

28 PK

RND

KOM

5,6 m

40, cm

1

1

29 PK

RND

KOM

5,6 m

24, cm

1

1

30 PK

RND

KOM

5,6 m

8, cm

1

1

31 PK

RND

ONR

5,5 m

34, cm

1

1

32 PK

RND

KOM

5,6 m

6, cm

1

1

33 PK

RND

KOM

5,6 m

10, cm

1

1

34 NV

RND

ONR

5,5 m

, cm

1

1

35 PK

RND

VLK

5,6 m

4, cm

1

1

36 PK

RND

KOM

5,6 m

6, cm

1

1

37 PK

RND

VLK

5,6 m

45, cm

1

1

38 PK

RND

KOM

5,6 m

10, cm

1

1

39 NV

RND

KOM

5,6 m

1, cm

1

1

40 PK

RND

KOM

5,7 m

10, cm

1

1

41 PK

RND

KOM

5,7 m

6, cm

45

Putnr

Vlaknr

Spoornr

Aardspoor

Vlakvorm

Vorm_coupe NAP_boven

Diepte

1

1

42 NV

ONR

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

43 PK

RND

VLK

5,6 m

30, cm

1

1

44 PK

OVL

KOM

5,6 m

6, cm

1

1

45 PK

RND

KOM

5,6 m

24, cm

1

1

46 PK

RND

KOM

5,6 m

6, cm

1

1

47 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

48 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

49 PK

RND

KOM

5,6 m

12, cm

1

1

50 PK

RND

KOM

5,6 m

36, cm

1

1

51 PK

VRK

KOM

5,6 m

28, cm

1

1

52 PK

RND

KOM

5,6 m

12, cm

1

1

53 PK

RND

KOM

5,6 m

20, cm

1

1

54 PK

RND

VLK

5,6 m

14, cm

1

1

55 PK

OVL

REV

5,6 m

28, cm

1

1

56 NV

VRK

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

57 PK

OVL

KOM

5,6 m

14, cm

1

1

58 KL

LIN

KOM

5,6 m

30, cm

1

1

59 PK

RND

VLK

5,6 m

34, cm

1

1

60 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

61 PK

RND

VLK

5,6 m

30, cm

1

1

62 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

63 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

64 NV

LIN

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

65 NV

RND

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

66 PK

RND

KOM

5,6 m

10, cm

1

1

67 NV

RHK

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

68 PK

RND

KOM

5,6 m

12, cm

1

1

69 PK

RND

KOM

5,6 m

6, cm

1

1

70 PK

RND

KOM

5,5 m

4, cm

1

1

71 PK

OVL

VLK

5,5 m

6, cm

1

1

72 PK

RND

KOM

5,6 m

26, cm

1

1

73 REC

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

74 PK

VRK

VLK

5,6 m

34, cm

1

1

75 PK

RND

VLK

5,6 m

10, cm

1

1

76 KL

OVL

VLK

5,6 m

8, cm

1

1

77 PK

RND

VLK

5,5 m

18, cm

1

1

78 PK

RND

VLK

5,6 m

38, cm

1

1

79 PK

RND

VLK

5,6 m

44, cm

1

1

80 PK

RND

KOM

5,6 m

10, cm

1

1

81 PK

RND

KOM

5,5 m

30, cm

1

1

82 PK

RND

RHK

5,4 m

26, cm

1

1

83 PK

RND

REV

5,5 m

34, cm

1

1

84 PK

RHK

VLK

5,5 m

22, cm

1

1

85 NV

VRK

ONR

5,5 m

1, cm

46

Putnr

Vlaknr

Spoornr

Aardspoor

Vlakvorm

Vorm_coupe NAP_boven

Diepte

1

1

86 PK

RND

VLK

5,5 m

32, cm

1

1

87 PK

VRK

KOM

5,5 m

12, cm

1

1

88 PK

VRK

KOM

5,6 m

20, cm

1

1

89 PK

ONR

KOM

5,6 m

40, cm

1

1

90 PK

OVL

VLK

5,5 m

38, cm

1

1

91 PK

RND

KOM

5,5 m

12, cm

1

1

92 PK

RND

KOM

5,6 m

8, cm

1

1

93 PK

RND

VLK

5,5 m

28, cm

1

1

94 PK

RND

VLK

5,5 m

24, cm

1

1

95 PK

OVL

VLK

5,6 m

35, cm

1

1

96 PK

RND

VLK

5,5 m

34, cm

1

1

97 PK

RND

KOM

5,5 m

30, cm

1

1

98 PK

OVL

REV

5,5 m

22, cm

1

1

99 PK

RND

KOM

5,5 m

10, cm

1

1

100 NV

RND

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

101 NV

RND

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

102 NV

RND

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

103 PK

RND

PNT

5,6 m

8, cm

1

1

104 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

105 NV

RND

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

106 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

107 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

2

1

108 REC

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

109 SG

ONR

KOM

5,5 m

18, cm

2

1

110 PK

RND

KOM

5,6 m

8, cm

2

1

111 GR

ONR

ONR

5,6 m

50, cm

1

1

111 GR

ONR

ONR

5,5 m

50, cm

2

1

112 GR

RND

KOM

5,6 m

30, cm

1

1

112 GR

RND

KOM

5,7 m

30, cm

2

1

113 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

2

1

114 KL

RND

ONR

5,6 m

30, cm

2

1

115 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

2

1

116 PK

RND

KOM

5,7 m

14, cm

3

1

117 NV

RND

ONR

5,4 m

1, cm

3

1

118 NV

VRK

ONR

5,4 m

1, cm

3

1

119 NV

RND

ONR

5,4 m

1, cm

3

1

120 PK

OVL

PNT

5,4 m

10, cm

3

1

121 PK

OVL

KOM

5,4 m

14, cm

3

1

122 PK

RND

KOM

5,4 m

16, cm

3

1

123 PK

OVL

KOM

5,4 m

4, cm

3

1

124 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

3

1

125 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

3

1

126 GR

OVL

ONR

5,5 m

6, cm

3

1

127 KL

ONR

ONR

5,4 m

16, cm

47

Putnr

Vlaknr

Spoornr

Aardspoor

Vlakvorm

Vorm_coupe NAP_boven

Diepte

3

1

128 PK

OVL

KOM

5,4 m

3

1

129 NV

VRK

ONR

5,5 m

1, cm

3

1

130 PK

RHK

KOM

5,4 m

20, cm

3

1

131 GR

OVL

KOM

5,4 m

10, cm

3

1

132 PK

RND

KOM

5,4 m

8, cm

3

1

133 PK

OVL

KOM

5,4 m

8, cm

3

1

134 PK

RND

KOM

5,3 m

10, cm

3

1

135 PK

RND

KOM

5,3 m

4, cm

3

1

136 PK

OVL

KOM

5,3 m

4, cm

3

1

137 PK

OVL

KOM

5,3 m

8, cm

3

1

138 PK

RND

ONR

5,5 m

30, cm

3

1

139 PK

VRK

KOM

5,5 m

50, cm

3

1

140 PK

VRK

KOM

5,5 m

18, cm

3

1

141 GR

LIN

VLK

5,5 m

6, cm

3

1

142 GR

LIN

ONR

5,4 m

1, cm

3

1

143 PK

RHK

KOM

5,4 m

10, cm

3

1

144 PK

OVL

KOM

5,4 m

4, cm

3

1

145 PK

OVL

KOM

5,3 m

4, cm

3

1

146 PK

OVL

KOM

5,2 m

4, cm

3

1

147 NV

VRK

ONR

5,2 m

1, cm

3

1

148 KL

RND

VLK

5,2 m

82, cm

3

1

149 PK

VRK

KOM

5,2 m

10, cm

3

1

150 REC

VRK

ONR

5,2 m

1, cm

3

1

151 PK

VRK

KOM

5,2 m

12, cm

3

1

152 PK

RND

VLK

5,2 m

8, cm

3

1

153 PK

VRK

KOM

5,3 m

26, cm

3

1

154 PK

OVL

KOM

5,3 m

4, cm

3

1

155 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

3

1

156 KL

RND

ONR

5,4 m

56, cm

3

1

157 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

3

1

158 GR

LIN

ONR

5,5 m

1, cm

3

1

159 PK

RND

KOM

5,4 m

4, cm

3

1

160 PK

RND

KOM

5,3 m

10, cm

3

1

161 PK

OVL

KOM

5,4 m

8, cm

3

1

162 PK

OVL

KOM

5,4 m

14, cm

3

1

163 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

3

1

164 PK

OVL

KOM

5,5 m

1, cm

3

1

165 PK

OVL

KOM

5,4 m

28, cm

3

1

166 PK

OVL

KOM

5,4 m

22, cm

3

1

167 PK

OVL

KOM

5,4 m

20, cm

3

1

168 PK

OVL

VLK

5,4 m

14, cm

3

1

169 PK

RND

KOM

5,4 m

22, cm

3

1

170 PK

OVL

VLK

5,4 m

14, cm

3

1

171 GR

LIN

KOM

5,5 m

40, cm

48

8, cm

Putnr

Vlaknr

Spoornr

Aardspoor

Vlakvorm

Vorm_coupe NAP_boven

Diepte

1

1

172 NV

VRK

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

173 PK

RND

VLK

5,6 m

14, cm

1

1

174 PK

RND

VLK

5,6 m

10, cm

1

1

175 NV

ONR

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

176 PK

VRK

KOM

5,7 m

12, cm

1

1

177 PK

ONR

KOM

5,6 m

28, cm

3

1

178 PK

RND

KOM

5,4 m

8, cm

3

1

179 PK

RND

KOM

5,4 m

10, cm

1

1

180 GR

LIN

ONR

5,7 m

8, cm

1

1

181 PK

ONR

KOM

5,7 m

40, cm

1

1

182 GR

RND

KOM

5,7 m

8, cm

1

1

183 PK

RND

KOM

5,7 m

4, cm

1

1

184 PK

ONR

KOM

5,7 m

40, cm

1

1

185 NV

LIN

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

186 NV

RND

VLK

5,7 m

2, cm

1

1

187 NV

RND

KOM

5,7 m

2, cm

1

1

188 NV

RND

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

189 NV

RND

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

190 NV

ONR

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

191 PK

RND

RHK

5,7 m

30, cm

1

1

192 PK

RHK

KOM

5,7 m

4, cm

1

1

193 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

194 PK

OVL

KOM

5,6 m

12, cm

1

1

195 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

196 PK

RND

KOM

5,6 m

10, cm

1

1

197 NV

LIN

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

198 PK

RND

VLK

5,6 m

2, cm

1

1

199 NV

RND

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

200 PK

RND

KOM

5,6 m

8, cm

1

1

201 KL

RHK

ONR

5,5 m

52, cm

1

1

202 PK

RND

KOM

5,5 m

10, cm

1

1

203 PK

RND

KOM

5,6 m

8, cm

1

1

204 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

205 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

206 PK

RND

KOM

5,6 m

4, cm

1

1

207 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

208 GR

LIN

LIN

5,4 m

15, cm

1

1

209 PK

OVL

PNT

5,5 m

23, cm

1

1

210 GR

LIN

LIN

5,4 m

9, cm

1

1

211 PK

OVL

KOM

5,6 m

7, cm

1

1

212 PK

OVL

KOM

5,6 m

4, cm

1

1

213 PK

OVL

KOM

5,6 m

13, cm

1

1

214 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

215 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

49

Putnr

Vlaknr

Spoornr

Aardspoor

Vlakvorm

Vorm_coupe NAP_boven

Diepte

1

1

216 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

217 NV

OVL

PNT

5,6 m

1, cm

1

1

218 PK

OVL

KOM

5,7 m

8, cm

1

1

219 PK

OVL

KOM

5,5 m

10, cm

1

1

220 PK

OVL

KOM

5,6 m

9, cm

1

1

221 PK

OVL

KOM

5,6 m

5, cm

1

1

222 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

223 PK

OVL

VLK

5,6 m

30, cm

1

1

224 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

225 PK

RND

VLK

5,6 m

32, cm

1

1

226 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

227 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

228 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

229 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

230 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

231 PK

OVL

KOM

5,5 m

12, cm

1

1

232 KL

RND

KOM

5,4 m

80, cm

1

1

233 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

234 KL

RND

KOM

5,4 m

60, cm

1

1

235 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

236 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

237 PK

OVL

KOM

5,4 m

11, cm

1

1

238 PK

OVL

KOM

5,4 m

22, cm

1

1

239 KL

ONR

KOM

5,3 m

65, cm

1

1

240 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

241 PK

OVL

KOM

5,5 m

12, cm

1

1

242 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

243 PK

OVL

KOM

5,4 m

12, cm

1

1

244 PK

OVL

KOM

5,4 m

24, cm

1

1

245 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

246 KL

OVL

KOM

5,4 m

34, cm

1

1

247 PK

OVL

KOM

5,5 m

8, cm

1

1

248 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

249 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

250 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

251 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

252 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

253 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

254 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

255 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

256 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

257 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

258 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

259 PK

OVL

KOM

5,4 m

10, cm

50

Putnr

Vlaknr

Spoornr

Aardspoor

Vlakvorm

Vorm_coupe NAP_boven

Diepte

1

1

260 PK

OVL

KOM

5,5 m

32, cm

1

1

261 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

262 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

263 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

264 PK

OVL

KOM

5,5 m

14, cm

1

1

265 NV

OVL

ONR

5,5 m

1, cm

1

1

266 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

267 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

268 PK

OVL

KOM

5,4 m

8, cm

1

1

269 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

270 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

271 PK

OVL

KOM

5,4 m

12, cm

1

1

272 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

273 NV

OVL

ONR

5,3 m

1, cm

1

1

274 NV

OVL

ONR

5,3 m

1, cm

1

1

275 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

276 NV

OVL

ONR

5,4 m

1, cm

1

1

277 PK

OVL

PNT

5,5 m

33, cm

1

1

278 NV

LIN

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

279 PK

ONR

KOM

5,6 m

30, cm

1

1

280 PK

OVL

VLK

5,6 m

40, cm

1

1

281 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

282 PK

RHK

KOM

5,6 m

30, cm

1

1

283 NV

ONR

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

284 NV

RND

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

285 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

286 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

287 PK

RND

REV

5,6 m

36, cm

1

1

288 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

289 PK

OVL

KOM

5,6 m

6, cm

1

1

290 KL

ONR

KOM

5,6 m

26, cm

1

1

291 NV

RND

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

292 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

293 NV

ONR

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

294 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

295 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

296 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

297 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

298 PK

RHK

KOM

5,6 m

40, cm

1

1

299 KL

OVL

ONR

5,6 m

26, cm

1

1

300 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

301 NV

OVL

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

302 NV

OVL

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

303 PK

RHK

KOM

5,7 m

8, cm

51

Putnr

Vlaknr

Spoornr

Aardspoor

Vlakvorm

Vorm_coupe NAP_boven

Diepte

1

1

304 NV

OVL

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

305 PK

RND

KOM

5,6 m

12, cm

1

1

306 PK

RND

KOM

5,7 m

16, cm

1

1

307 NV

RND

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

308 PK

RND

KOM

5,7 m

9, cm

1

1

309 NV

RND

ONR

5,7 m

1, cm

1

1

310 PK

RND

KOM

5,7 m

13, cm

1

1

311 PK

RND

KOM

5,7 m

20, cm

1

1

312 PK

RND

KOM

5,7 m

8, cm

1

1

313 PK

RND

VLK

5,6 m

16, cm

1

1

314 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

315 KL

OVL

VLK

5,6 m

10, cm

1

1

316 NV

RND

ONR

5,6 m

1, cm

1

1

317 PK

RND

VLK

5,6 m

20, cm

1

1

318 PK

OVL

KOM

5,6 m

30, cm

1

1

319 GR

LIN

KOM

5,6 m

12, cm

1

1

320 PK

OVL

KOM

1

1

321 PK

OVL

VLK

1

1

322 PK

OVL

ONR

52

28, cm 5,6 m

35, cm 32, cm

BIJLAGE 2 Vondstnr

Vondstlijst NUNT-22 Put

Vlak

Spoor

Vulling

Inhoud

Monster

Verzamel

1

1

1

43

1 AW

AANV

2

1

1

1

1 MIX

COUP

3

1

1

1

1 MIX

AAC

4

1

1

1

2

MZ

AFW

5

1

1

1

1

MZ

AFW

6

1

1

82

1 MIX

AFW

7

2

1

111

1 MIX

AAC

8

1

1

83

1 MIX

AAC

9

1

1

25

1 MIX

AAC

10

1

1

79

1 MIX

COUP

11

1

1

72

1 MIX

AAC

12

3

1

138

1 MIX

AAC

13

3

1

138

1 MIX

AAC

14

3

1

139

1 MIX

AAC

15

1

1

37

1 MIX

AAC

16

1

1

20

1

MZ

AFW

17

1

1

28

1

MZ

AFW

18

1

1

37

1

MZ

AFW

19

1

1

89

1

MZ

AFW

20

1

1

96

1

MZ

AFW

21

1

1

90

1

MZ

AFW

22

1

1

83

1

MZ

AFW

23

1

1

74

1

MZ

AFW

24

1

1

16

1 MIX

AAC

25

3

1

148

3 SXX

COUP

26

3

1

148

3 MIX

27

3

1

148

3

28

3

1

148

3 SXX

AFW

29

3

1

148

2 AW

AFW

30

1

1

231

1 MIX

COUP

31

1

1

208

1 AW

AFW

32

1

1

234

3 GLS

COUP

33

1

1

232

2 MIX

COUP

34

1

1

239

7 AW

COUP

35

1

1

234

4 SXX

COUP

36

1

1

234

3

MZ

AFW

37

1

1

232

3

MZ

AFW

38

1

1

239

6

MZ

COUP

39

1

1

58

1 BOUWMAT

COUP

40

1

1

232

2 OXB

AFW

41

1

1

239

1 MIX

AFW

47

1

1

58

1

53

AFW MZ

MZ

AFW

AFW

Vondstnr

Put

Vlak

Spoor

Vulling

Inhoud

Monster

Verzamel

48

1

1

232

3 MIX

AFW

49

1

1

232

2 MIX

AFW

50

1

1

232

1 MIX

AFW

54

BIJLAGE 3 Vondstnr

Splitslijst NUNT-22 Scancode

Inhoud

Aantal

Gewicht

1 NUNT-22V1.001

AW

1

3,00 gr

2 NUNT-22V2.001

AW

2

14,00 gr

3 NUNT-22V3.001

AW

1

5,20 gr

3 NUNT-22V3.002

HK

2

,30 gr

4 NUNT-22V4.001

ZF25

1

4 NUNT-22V4.002

ZF50

1

6 NUNT-22V6.001

ODS

1

,50 gr

7 NUNT-22V7.001

AW

13

250,50 gr

8 NUNT-22V8.001

AW

2

9,50 gr

8 NUNT-22V8.002

SXX

2

460,50 gr

9 NUNT-22V9.001

SXX

1

106,40 gr

10 NUNT-22V10.001

SXX

1

153,20 gr

11 NUNT-22V11.002

HUTTELM

1

1,30 gr

11 NUNT-22V11.001

SXX

2

506,30 gr

12 NUNT-22V12.001

AW

4

42,90 gr

13 NUNT-22V13.001

MFE

1

21,00 gr

14 NUNT-22V14.001

SXX

1

9,00 gr

15 NUNT-22V15.001

SXX

1

58,90 gr

18 NUNT-22V18.001

ZF25

1

18 NUNT-22V18.002

ZF50

1

19 NUNT-22V19.001

ZF25

1

19 NUNT-22V19.002

ZF50

1

21 NUNT-22V21.001

ZF25

1

21 NUNT-22V21.002

ZF50

1

24 NUNT-22V24.001

AW

1

25 NUNT-22V25.001

SXX

57

1,10 gr 15600,00 gr

26 NUNT-22V26.001

AW

1

17,70 gr

27 NUNT-22V27.001

ZF25

1

27 NUNT-22V27.002

ZF50

1

28 NUNT-22V28.002

HUTTELM

5

498,00 gr

28 NUNT-22V28.001

SXX

21

6670,40 gr

29 NUNT-22V29.001

AW

2

97,90 gr

30 NUNT-22V30.001

AW

1

11,60 gr

30 NUNT-22V30.002

HUTTELM

1

2,00 gr

31 NUNT-22V31.001

AW

1

2,30 gr

32 NUNT-22V32.001

GLS

1

7,10 gr

33 NUNT-22V33.001

AW

7

61,50 gr

33 NUNT-22V33.002

SXX

5

190,60 gr

34 NUNT-22V34.001

AW

2

24,60 gr

35 NUNT-22V35.001

SXX

2

64,70 gr

36 NUNT-22V36.001

ZF25

1

36 NUNT-22V36.002

ZF50

1

55

Vondstnr

Scancode

Inhoud

Aantal

Gewicht

37 NUNT-22V37.001

ZF25

1

37 NUNT-22V37.002

ZF50

1

38 NUNT-22V38.001

ZF25

1

38 NUNT-22V38.002

ZF50

1

39 NUNT-22V39.001

SXX

1

240,50 gr

40 NUNT-22V40.001

OXB

1

1,40 gr

41 NUNT-22V41.001

SXX

1

228,50 gr

47 NUNT-22V47.001

ZF25

1

47 NUNT-22V47.002

ZF50

1

48 NUNT-22V48.001

SXX

1

49 NUNT-22V49.002

AW

1

13,40 gr

49 NUNT-22V49.001

SXX

3

805,60 gr

50 NUNT-22V50.001

AW

1

2,00 gr

56

73,90 gr

BIJLAGE 4

Splitslijst per context

PUTNR SPOORNR VULLINGNR VONDSTNR

INHOUD

AANTAL

aard sp

structuur

datering

HS01

soort aw

1

43

1

1 AW

1 PK

800-1200

KP (dun)

1

1

1

2 AW

2 KL

800-1200

KP (rand)

1

1

1

3 AW

1 KL

800-1200

KP (rand)

1

1

1

3 HK

2 KL

1

82

1

6 ODS

1 PK

2

111

1

7 AW

13 GR

GR01

KP en Elmpt

1

83

1

8 AW

2 PK

HS01

800-1200 11e - 12e eeuw

1

83

1

8 SXX

2 PK

HS01

1

25

1

9 SXX

1 PK

HS01

1

79

1

10 SXX

1 PK

HS01

1

72

1

11 HUTTELM

1 PK

HS01

1

72

1

11 SXX

2 PK

3

138

1

12 AW

4 KL

17e - 18e eeuw

roodbakkend vuurtest

3

138

1

13 MFE

1 KL

HS01 binnen HM02 binnen HM02

3

139

1

14 SXX

1 PK

HM02?

1

37

1

15 SXX

1 PK

HS01

1

16

1

24 AW

1 PK

HS01

800-1200

KP(?)

3

148

3

25 SXX

57 KL

KL01

3

148

3

26 AW

1 KL

KL01

800-1200

KP (dun)

3

148

3

28 HUTTELM

5 KL

KL01

3

148

3

28 SXX

21 KL

KL01

3

148

2

29 AW

2 KL

KL01

800-1200

KP (grote rand)

1

231

1

30 AW

1 PK

800-1200

KP

1

231

1

30 HUTTELM

1 PK

1

208

1

31 AW

1 GR

parallelle GR

800-1200

KP (dun)

1

234

3

32 GLS

1 KL

KL03

1

232

2

33 AW

7 KL

KL04

800-1200

KP

1

232

2

33 SXX

5 KL

KL04

1

239

7

34 AW

2 KL

KL02

800-1200

KP

1

234

4

35 SXX

2 KL

1

58

1

39 SXX

1 KL

KL03 binnen HS02

1

232

2

40 OXB

1 KL

KL04

1

239

1

41 SXX

1 KL

KL02

1

232

3

48 SXX

1 KL

KL04

1

232

2

49 AW

1 KL

KL04

800-1200

KP

1

232

2

49 SXX

3 KL

KL04

1

232

1

50 AW

1 KL

KL04

800-1200

KP(?)

57

pingsdorf KP

BIJLAGE 5

Structuurplattegronden met spoordiepte

HS01

58

HS02

59

HM01 en HM02

60

Verklarende woordenlijst Antropogene sporen Alle immobiele sporen van menselijke oorsprong, variërend van paalgaten of fosfaatvlekken tot muurresten. AMK Archeologische Monumentenkaart geeft een overzicht van gewaardeerde archeologische terreinen in vier categorieën: 1). Archeologische waarde, 2) Hoge archeologische waarde, 3) Zeer hoge archeologische waarde en 4) Zeer hoge archeologische waarde beschermd. De AMK is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de RCE en de provincies en wordt beheerd door de RCE. Archeologische indicatoren Indicatief archeologisch materiaal dat bij (boor)onderzoek een aanwijzing kan zijn voor de aanwezigheid, ter plaatse of in de nabijheid, van een archeologische vindplaats. Archis Archeologisch Informatie Systeem. Dit door de RCE beheerde systeem bevat informatie over o.a. onderzoeksmeldingen, vondstmeldingen, waarnemingen, complexen en monumenten. 14C Koolstof (radioactieve isotoop), gebruikt voor datering.

CMA Centraal Monumenten Archief. Ex situ Niet ter plaatse. Aanduiding die wordt gebruikt om aan te geven of grondsporen en / of artefacten zich niet meer op de oorspronkelijke plaats in de bodem bevinden. Behoud ex situ is het bewaren van de archeologische informatie door definitief onderzoek (opgraven, documenteren en registreren). IKAW Indicatieve kaart van archeologische waarden, een door de RCE geproduceerde kaart op landelijk niveau met de verwachte relatieve of absolute dichtheid van (bepaalde) archeologische verschijnselen in de bodem. IVO Inventariserend Veld Onderzoek. Het verwerven van (extra) informatie over bekende of verwachte archeologische waarden binnen een onderzoeksgebied, als aanvulling op en toetsing van de archeologische verwachting, gebaseerd op het bureauonderzoek middels waarnemingen in het veld. In situ Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren. Behoud in situ is het behouden van archeologische waarden in de bodem. KNA Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. PVA Plan van Aanpak. Een door de opdrachtnemer op te stellen plan voor de uit te voeren werken waarmee beoogd wordt aan de vereisten zoals geformuleerd in het Programma van Eisen en/of het ontwerp te voldoen.

Ook wordt hierin een voorstel gedaan voor de werkwijze waarmee de in het Programma van Eisen en/of ontwerp geformuleerde resultaatsverwachtingen bereikt kunnen worden. PVE Programma van Eisen. Het PvE is een door een bevoegde overheid opgesteld of bekrachtigd document dat de probleem- en doelstelling van de te verrichten werkzaamheden van de vindplaats geeft en de daaruit af te leiden eisen formuleert met betrekking tot het uit te voeren werk. RCE Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. RTS Robotic Total Station. Hiermee worden vlakken direct digitaal ingemeten. Selectieadvies Archeologisch inhoudelijk advies over de behoudenswaardigheid van een vindplaats. Dit wordt opgesteld aan de hand van de waarderingscriteria.

61

Afkortingen in de database

62

63

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13914593/1