AP 12. St.t.i. Ruimtelijke onderb. VVGB Driestweg 6
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing
Driestweg 6-8, Nunspeet
Mei 2020
Definitief
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING OMGEVINGSVERGUNNING DRIESTWEG 6-8 NUNSPEET
Plannaam: Plantype: Datum:
Driestweg 6-8 Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing Juni 2020
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................... 5 1.1. 1.2 1.3 1.4 1.5
AANLEIDING ...................................................................................................................................... 5 LIGGING PROJECTGEBIED ....................................................................................................................... 5 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME .............................................................................................................. 6 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ............................................................................................ 7 LEESWIJZER ....................................................................................................................................... 8
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ........................................................................... 9 2.1
BESCHRIJVING PROJECTGEBIED EN OMGEVING ............................................................................................ 9
HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ...................................................................... 11 3.1 3.2
RUIMTELIJKE ONTWIKKELING .................................................................................................................11 VERKEER EN PARKEREN ........................................................................................................................12
HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ............................................................................ 15 4.1. 4.2 4.3
RIJKSBELEID ......................................................................................................................................15 PROVINCIAAL BELEID ...........................................................................................................................17 GEMEENTELIJK BELEID .........................................................................................................................19
HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8
GELUID ...........................................................................................................................................23 BODEM ...........................................................................................................................................24 LUCHTKWALITEIT ...............................................................................................................................27 EXTERNE VEILIGHEID ...........................................................................................................................28 MILIEUZONERING ..............................................................................................................................29 ECOLOGIE ........................................................................................................................................33 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .......................................................................................................35 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE........................................................................................................38
HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN......................................................................... 40 6.1 6.2
VIGEREND BELEID ...............................................................................................................................40 WATERTOETS....................................................................................................................................41
HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................... 42 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ....................................... 43 8.1 8.2 8.3
VOOROVERLEG ..................................................................................................................................43 INSPRAAK ........................................................................................................................................43 ZIENSWIJZE ......................................................................................................................................43
BIJLAGEN BIJ DE RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ......................................................... 44 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10
AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEER ............................................................................................45 VERKENNEND BODEMONDERZOEK GRONDVITAAL 2007 .......................................................................46 VERKENNEND BODEMONDERZOEK TAUW 2009 .................................................................................47 AANVULLEND BODEMONDERZOEK TAUW 2009 .................................................................................48 ACTUALISEREND BODEMONDERZOEK KRUSE 2018..............................................................................49 AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI ......................................................................................50 STIKSTOFONDERZOEK ..................................................................................................................51 QUICKSCAN NATUURWAARDEN ......................................................................................................52 ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ........................................................................................................53 ARCHEOLOGISCH PROEFSLEUVENONDERZOEK ....................................................................................54
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing BIJLAGE 11 BIJLAGE 12
STANDAARD WATERPARAGRAAF .....................................................................................................55 SAMENVATTING INSPRAAK ............................................................................................................56
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 1 1.1.
INLEIDING
Aanleiding
Voorliggende ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op een perceel aan de Driestweg 6-8 te Nunspeet. Het betreffen de kadastrale percelen gemeente Nunspeet, sectie B nummers 4317 en 4316 (beide deels). Op de percelen staan momenteel een twee-onder-een-kap woning. Aan de achterzijde van de woningen is een parkeerterrein gelegen. Het voornemen bestaat om de twee-onder-een-kap woningen te slopen en hier en een deel van het achtergelegen parkeerterrein twee appartementengebouwen te realiseren. In het noordelijke gebouw worden 12 appartementen gerealiseerd. In het zuidelijke gebouw zullen 9 appartementen worden gerealiseerd. In totaal zullen er 21 appartementen worden gerealiseerd. Het voornemen is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan ‘’Stationslaan Oost Bestemmingsplan Centrum’’. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied is gelegen in het centrum van Nunspeet. In figuur 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving en ten opzichte van Nunspeet weergegeven.
Figuur 1.1: Ligging projectgebied (Bron Provincie Gelderland)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
1.3
Huidig planologisch regime
1.3.1
Algemeen
Het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Stationslaan Oost Bestemmingsplan Centrum” van de gemeente Nunspeet. Dit bestemmingsplan is op 11 juli 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Nunspeet. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied is weergegeven met de rode contour. De beoogde appartementengebouwen zijn indicatief weergegeven met de blauwe contouren.
Figuur 1.2: Uitsnede bestemmingsplan “Stationslaan Oost Bestemmingsplan Centrum” (Bron: gemeente Nunspeet)
1.3.2
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
Ter plaatsen van het projectgebied zijn de gronden deels bestemd als ‘Centrum’ en deels als ‘Verkeer’. Op de bestemmingen wordt onderstaand nader ingegaan. ‘Centrum’ Wat betreft de bestemmingsomschrijving is in de regels onderscheid gemaakt tussen ‘op en onder de begane grond’ en de verdiepingen. Op en onder de begane grond zijn de gronden uitsluitend bestemd voor dienstverlening, maatschappelijke voorzieningen, kantoren en gemeenschappelijke ruimten. Wonen is uitsluitend toegestaan op de verdiepingen. In totaal zijn er in de huidige situatie 7 woningen toegestaan. Binnen deze bestemming zijn tevens bij één en ander behorende gebouwen en voorzieningen zoals tuinen, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Tot slot zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals palen, masten, verkeers-, reclame en andere tekens en terreinafscheidingen toegestaan. Binnen het bestemmingsvlak is een bouwvlak opgenomen, waarvoor een maatvoering geldt ten aanzien van de bouwhoogte, goothoogte en bebouwingspercentage. Ten noorden van het bouwvlak is een strook aangeduid met de specifieke bouwaanduiding ‘balkons’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing ‘Verkeer’ De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor rijbanen, fiets- en voetpaden en parkeervoorzieningen, alsmede voor groen-, waterhuishoudkundige en speelvoorzieningen met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Op deze gronden mogen enkel tot de bestemming behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De bouwhoogte hiervan bedraagt maximaal 4 meter, uitgezonderd palen, masten en verkeerstekens. Deze mogen niet hoger zijn dan 11,5 meter. 1.3.3
Strijdigheid
Voorliggend plan is op meerdere punten strijdig met het geldende bestemmingsplan. Ten eerste is een groot deel van het zuidelijke appartementengebouw gelegen binnen de bestemming ‘Verkeer’. Binnen deze bestemming ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het appartementengebouw. Daarnaast wordt met het initiatief de aangeduide maatvoeringen binnen de bestemming ‘Centrum’ overschreden. Binnen de bestemming ‘Centrum’ is tevens bewoning van de begane grond niet toegestaan. Tenslotte wordt het maximaal aantal toegestane woningen binnen de bestemming ‘Centrum’ overschreden. In voorliggend geval wordt afgeweken van het bestemmingsplan door middels van een omgevingsvergunning.
1.4
Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing
Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van een ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een ruimtelijke onderbouwing de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Bro van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggend project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.
5.
6.
een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 8; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit zal voor een ieder ter inzage worden gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 7.
Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd: 7. 8.
9.
een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 5.8. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan diverse relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. De milieu- en omgevingsaspecten zijn beschreven in hoofdstuk 5.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het projectgebied gegeven. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Nunspeet beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in hoofdstuk 6 wordt in gegaan op het aspect water. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het project en tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE SITUATIE
Beschrijving projectgebied en omgeving
Het projectgebied is gelegen in het centrum van de kern Nunspeet. De directe omgeving van het projectgebied bestaat met name uit centrumfuncties en woonfuncties. In de nabijheid van het projectgebied zijn onder andere een kerk en een horecagelegenheid gelegen. Het projectgebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Driestweg, aan de oostzijde door een schildersbedrijf, aan de zuidzijde door een parkeerterrein en aan de westzijde door de Kerkendriest. Het projectgebied zelf bestaat uit de percelen van een twee-onder-een kap woning en een deel van achtergelegen parkeerterrein. De woningen zijn enigszins verouderd. Er zijn reeds meerdere plannen opgesteld om het gebied te herinrichten. Het meest recente plan is opgenomen in het momenteel vigerende bestemmingsplan. Dit plan gaat uit van 7 appartementen en een commerciële ruimte ter plaatse van de twee-onder-een-kap woningen. Deze plannen zijn niet tot uitvoering zijn gekomen. Als gevolg van veranderde marktomstandigheden is nu de wens ontstaan om dit plan te wijzigen naar 21 appartementen. Het parkeerterrein is recentelijk (omstreeks 2009) aangelegd. Dit parkeerterrein is destijds aangelegd als compensatie voor het verlies van parkeerplaatsen dat is ontstaan ten tijde van de herinrichting van de nabijgelegen markt. De aanleg van het parkeerterrein is nooit volledig afgerond. Dit heeft te maken met onderhavige ontwikkeling.
Wanneer de in deze ruimtelijke onderbouwing besloten ontwikkeling kan worden gerealiseerd, kan de aanleg van het parkeerterrein, wat aansluit op het plan, afgerond worden. In figuur 2.1 en 2.2 zijn een luchtfoto en een straatbeeld van het projectgebied weergegeven. Het projectgebied is met de rode contour aangeduid.
Figuur 2.1 Ligging projectgebied en directe omgeving (Bron: Provincie Gelderland)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 2.2 Straatbeeld van het projectgebied (Bron: Google Streetview)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 3 3.1
PLANBESCHRIJVING
Ruimtelijke ontwikkeling
Het voornemen is om in het projectgebied twee appartementengebouwen te realiseren. In het noordelijke gebouw, dat zal worden gebouwd ter plaatse van de te slopen twee-onder-een-kap woning, worden 12 appartementen gerealiseerd. In het zuidelijke gebouw, dat zal worden gebouwd ter plaatse van het parkeerterrein, worden 9 appartementen gerealiseerd. Alle 21 appartementen liggen in het goedkope segment (huurappartementen tot de liberalisatiegrens). Beide appartementengebouwen bestaan uit drie bouwlagen. De gebouwen worden afgedekt met een afgeknot schilddak. De muren worden opgetrokken uit bruine bakstenen. Het schilddak wordt voorzien van zwarte dakpannen. Alle appartementen worden aan de achterzijde ontsloten. Deze ontsluiting komt uit op de Kerkendriest. Voor alle appartementen zullen eigen bergingen worden aangelegd. Deze bergingen zijn gepland ten oosten van het zuidelijke appartementengebouw. Van belang bij de stedenbouwkundige opzet is dat het ontwerp passend is in de omliggende woonomgeving en aansluit op bestaande bebouwingsstructuren. Door oog te hebben voor deze aspecten ontstaat er een stedenbouwkundig verantwoord beeld. De panden zullen qua schaal en verschijningsvorm aansluiten bij het bebouwingsbeeld van de omgeving. Ook de aan te leggen groenvoorzieningen, bestaand uit bomen en hagen, sluiten aan bij de bestaande groenstructuur van de openbare ruimte.
In figuur 3.1 is een overzichtsplattegrond van de gewenste ontwikkeling weergegeven. In figuur 3.2 is een gevelaanzicht weergegeven.
Figuur 3.1 Situatieschets (Bron: Johan Hofman Architect)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 3.2 Gevelschets (Bron: Johan Hofman Architect)
3.2
Verkeer en parkeren
3.2.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381` (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Nunspeet beschikt samen met de buurgemeenten (Elburg, Hattem en Oldebroek) over een eigen parkeernota. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie ‘verkeer en parkeren’ omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Wel zijn er enkele maatwerkvormen waarmee rekening moet worden gehouden: De gemeente hanteert een vaste parkeernorm voor alle functies binnen de bebouwde kom. Deze norm komt overeen met de maximale norm van ‘’schil centrum’’. 3.2.2
Uitgangspunten
Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: 3.2.3
verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Nunspeet); stedelijke zone: schil centrum (maximale parkeernorm, conform beleid); functies: huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Parkeren
Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraken van 14 december 2005 (LJN: AU7951) van 1 september 2010 (LJN: BN5727) moet bij beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen worden gelet op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het (bouw)plan. Parkeerbehoefte destijds beoogde ontwikkeling De destijds beoogde commerciële ruimte (met een beoogd oppervlakte van 880m 2) en de 7 appartementen brachten reeds een zekere parkeerbehoefte met zich mee. Als voor deze functies uitgaat van de functies ‘huur, etage, duur’ en ‘commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie)’ ontstaat de volgende parkeerbehoefte:
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
huur, etage, duur: 7*2,1 = 14,7 parkeerplaatsen; kantoor met baliefunctie: 3,2* parkeerplaatsen per 100m2, maakt 8,8 (op basis van 880m2) *3,2 = 28,16 parkeerplaatsen.
Bij elkaar opgeteld maakt vorenstaand een parkeerbehoefte van 43 parkeerplaatsen. Met de aanleg van het parkeerterrein is hier destijds rekening mee gehouden. Feitelijke situatie Op dit moment staat er in het projectgebied een twee-onder-één kap woning. Voor deze woning geldt een parkeerbehoefte van 5 parkeerplaatsen (2,4 parkeerplaatsen per woning). Er wordt voor de berekening van de feitelijke situatie gerekend met tweemaal een lange oprit, zonder garage of carport. (tweemaal één parkeerplaats op eigen terrein). Dit betekent dat er in de feitelijke situatie al een tekort is van 3 parkeerplaatsen. Deze drie mogen volgens de parkeernota in de parkeerbalans worden meegenomen. Ontwikkeling De ontwikkeling betreft 21 appartementen in de goedkope sector. In onderstaand overzicht is voor deze woningen de parkeernorm weergegeven. Functie
Parkeernorm
Totaal
Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)
1,2 parkeerplaats per woning
21*1,2= 25,2
Totaal
Afgerond 26 parkeerplaatsen
Conclusie parkeren Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat de parkeerbehoefte van de onderhavige ontwikkeling aanzienlijk lager is dan de parkeerbehoefte van de in het vigerend bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling. Met het initiatief komen er een aantal parkeerplaatsen te vervallen, aangezien het zuidelijke appartementengebouw wordt gebouwd op gronden waar nu parkeerplaatsen gelegen zijn. Het verlies aan parkeerplaatsen is echter gering, aangezien enkel een klein deel van het parkeerterrein (aan de noordzijde) komt te vervallen. Doordat de parkeerbehoefte in dit plan aanzienlijk lager is dan het destijds beoogde plan heeft dit geringe verlies geen gevolgen. Zoals reeds omschreven is een deel van het parkeerterrein in eigendom van de initiatiefnemer en zal na afronden van dit plan tevens het parkeerterrein worden afgerond. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘parkeren’ geen belemmering vormt. In afbeelding 3.3 is een inrichtingstekening opgenomen waarop de parkeerplaatsen staan weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
Figuur 3.3 Inrichtingstekening parkeerplaatsen (Bron: Johan Hofman Architecten)
3.2.4
Verkeersgeneratie
Op basis van de CROW-publicatie geldt voor voorgenoemde functies de volgende verkeersgeneratie:
huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) 4,1 verkeersbewegingen per appartement)
In totaal maakt dit een verkeersgeneratie van 21*4,1 = 86,1 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. Ook wat betreft de verkeersgeneratie kan worden gesteld dat het in het vigerende bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling een aanzienlijk hogere verkeersgeneratie met zich meebracht dan de verkeersgeneratie als gevolg van onderhavig plan. Destijds is met de herinrichting van het gebied reeds rekening gehouden met een adequate wijze van ontsluiten om de verkeersgeneratie op te vangen. De appartementengebouwen worden beiden ontsloten op het parkeerterrein dat is gelegen aan de Kerkendriest. De Kerkendriest wordt aan de noordzijde ontsloten op de Driestweg en aan de zuid/westzijde op de Stationslaan. De Stationslaan wordt ontsloten op de Elspeterweg. Deze vormt een belangrijke ontsluitingsweg van de stad Nunspeet. Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat het plan met betrekking tot de verkeersgeneratie geen belemmeringen met zich meebrengt.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1.
Rijksbeleid
4.4.1
Structuurvisie infrastructuur en ruimte
4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Opgaven van nationaal belang In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028):
Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn:
Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.
4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid
Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de ladder kan het volgende worden gesteld: Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van 21 appartementen. Momenteel zijn er op de locatie echter reeds 7 woningen en een commerciële ruimte toegestaan. Feitelijk gaat het in dit geval dan ook om de toevoeging van 14 woningen. Gezien vorenstaande uitspraak kan dan ook worden gesteld dat er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt op de ladder ingegaan. Behoefte De gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteit in Nunspeet ligt tot en met 2024 op 260 woningen.
Het plan voorziet in 21 appartementen, waarmee er sprake is van een kwantitatieve behoefte. Wat betreft de kwalitatieve behoefte wordt gesteld dat het plan voorziet in huisvesting voor onder andere starters. Hierdoor kan het vertrekoverschot van jongeren en jongvolwassenen worden teruggebracht. Tevens wordt met het plan voorzien in een kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad, aangezien twee verouderde woningen worden gesloopt en vervangen door 21 nieuwe appartementen. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte aan de ontwikkeling. Bestaand stedelijk gebied Daarnaast komt de genoemde definitie van ‘bestaand stedelijk gebied’ overeen met het projectgebied. Het geldende bestemmingsplan laat stedelijke functies (centrumfuncties en verkeersfuncties) toe. Daarnaast is het omliggende gebied aan te merken als bebouwde kom/stedelijk gebied. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling plaatsvindt in bestaand stedelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met het rijksbeleid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
4.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, de Omgevingsverordening Gelderland en het Kwalitatieve woonprogramma tot 2024. 4.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
4.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. 2.
een duurzame economische structuurversterking, het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.
Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.
Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd:
Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.
Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland In de kwantitatieve opgave t/m 2024, de opvolger van de KWP3, zijn de afspraken over de groei van de woningvoorraad vastgelegd. Voorliggend initiatief voorziet in toevoeging van 14 appartementen (aangezien de reeds toegestane 7 woningen zijn meegenomen in de prognose), welke zijn onder te brengen in de aan de gemeente Nunspeet toebedeelde plancapaciteit. In voorliggend geval is sprake van nieuwbouw van twee appartementengebouwen met daarin 21 appartementen op een locatie waar op dit moment reeds stedelijke functies (7 woningen en een commerciële ruimte) zijn toegestaan. Gesteld wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. 4.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
4.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval is in het kader van deze onderbouwing hoofdzakelijk artikel 2.2 van belang. Dit artikel luidt: Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. 2.
Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling
4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland Zoals in het voorgaande is aangegeven zijn in de Kwantitatieve opgave t/m 2024 de afspraken over de groei van de woningvoorraad vastgelegd. De plancapaciteit waarin voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet kan worden ondergebracht in de aan de gemeente Nunspeet toegekende plancapaciteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.3.2 (Woonvisie). Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.2.1.1 van de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland en verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030
4.3.1.1 Inleiding De gemeente Nunspeet heeft de Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030 vastgesteld. Deze integrale toekomstvisie (ITV) vormt voor de gemeente de koers voor het te ontwikkelen beleid om de visie in al haar facetten gerealiseerd te krijgen. Vanuit de gedachte ‘meer samenleving, minder overheid’ zal de gemeente meer vanuit een stimulerende, faciliterende en uitnodigende rol de toekomstvisie gaan uitvoeren, waarbij het benutten van kansen centraal staat. Daarnaast vormt de ITV een uitdaging voor ondernemers, inwoners, maatschappelijke organisaties, enzovoorts om met elkaar, vanuit de kracht van de samenleving er voor te zorgen dat Nunspeet in 2030 een vitale, ondernemende en zorgzame gemeente is waar het uitstekend wonen, werken en recreëren is. De uitdaging is om te blijven streven naar een goede onderlinge balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds. Om alle aanwezige kwaliteiten te behouden is hier en daar ook verandering noodzakelijk. In de toekomstvisie zijn vier ontwikkelingsrichtingen uitgewerkt:
Eén autonome gemeente met vier hechte kernen; Een prettige woonomgeving voor iedereen; Een bereikbare, bedrijvige en duurzame gemeente is; Een plek om van de natuur te genieten.
In voorliggend geval is met name het thema ‘Een prettige woonomgeving voor iedereen’ van belang. 4.3.1.2 Een prettige woonomgeving voor iedereen In de kernen van de gemeente Nunspeet is het niet eenvoudig om betaalbare woningen te kunnen aanbieden voor jongeren, starters, jonge gezinnen of senioren. Het waarborgen van voldoende diversiteit en beschikbaarheid op de woningmarkt vormt dan ook een wezenlijke voorwaarde voor het waarborgen van de sociale samenhang en verscheidenheid van de lokale samenleving. Verder is van belang dat de kerngerichtheid van de bewoners groot is. Er wordt er naar gestreefd om elke inwoner woonruimte te kunnen bieden in zijn/haar eigen kern. Dit betekent niet automatisch veel bouwen, maar zorgvuldig en periodiek analyseren wat noodzakelijk is om het aanbod voor alle groepen op peil te houden en de doorstroming te bevorderen. De strategie is maatwerk. De gemeente wil op basis van de werkelijke behoefte in de kernen woningbouw mogelijk maken, waarbij ook het bestaande aanbod in aanmerking wordt genomen. Het doel is om aan iedereen kansen te geven, belangrijke doelgroepen zijn de starters, jonge doorstromers en senioren. Nieuwe ontwikkelingen moeten er vooral op gericht zijn de bestaande kernkwaliteiten te versterken en recht te doen aan het credo ‘het hart op de juiste plaats’.
Daarom zal bij de woningbouwopgave bezien worden of er in het bestaand bebouwd gebied kan worden ingebreid. Hierdoor wordt het landschap ontzien en wordt er voldoende aandacht besteed aan beeldkwaliteit en cultuurhistorische waarden. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030’ Voorliggend initiatief voorziet in het realiseren van 21 appartementen op een inbreidingslocatie. 15 van deze appartementen zijn in het goedkope huursegment ingedeeld, waardoor wordt ingespeeld op het voornemen om voldoende betaalbare woningen voor starters te bieden. Door het slopen van verouderde woningen en het op een adequate wijze inpassen (zowel stedelijk als landschappelijk) van de gebouwen wordt de kwaliteit van de kern Nunspeet vergroot. Het initiatief is gelegen op een inbreidingslocatie, wat tevens aansluit bij het voornemen om met name binnen bestaand bebouwd gebied te bouwen. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de ‘Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030’.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing 4.3.2
Woonvisie Nunspeet
4.3.2.1 Algemeen De woonvisie "Werken aan een duurzaam en vitaal Nunspeet" is vastgesteld op 23 oktober 2014 en voor het eerst herzien op 25 juni 2015. Voor de gemeente Nunspeet is de woonvisie een belangrijk beleidsdocument. Het geeft richting aan de woonontwikkeling van de gemeente en geeft een kwantitatieve en kwalitatieve inkleuring aan het wonen in de gemeente. Om van de woonvisie een effectief sturingsinstrument te maken, wordt een uitvoeringsagenda met daarin de belangrijkste acties voor de komende periode opgenomen. 4.3.2.2 Dilemma’s op de woningmarkt De woonvisie biedt inzicht in de ontwikkelingen op het brede gebied van het wonen. Het geeft ook een beeld van de effecten van beleid van de afgelopen jaren. Ook richt de visie zich op de toekomst waar zich grote veranderingen aankondigen, in hoofdlijnen worden de volgende dilemma's benoemd:
Aantal huishoudens blijft groeien, na 2020 afnemende groei, vraagt om flexibele oplossingen; Veranderende bevolkingssamenstelling; ontgroening, vergrijzing en kleinere huishoudens; Vertrekoverschot, met name door jongeren en jongvolwassenen; Langer zelfstandig wonen en toenemende zorgbehoefte (senioren verhuizen nauwelijks); Kwaliteit en geschiktheid bestaande woningvoorraad; Wat te doen met nieuwbouwplannen.
4.3.2.3 Visie De gemeente is verantwoordelijk voor de woonvisie en neemt op dit punt dan ook de regie. Daarom heeft de gemeente voor de ontwikkeling van die visie de kennis van de woningcorporatie, de maatschappelijke organisaties, de marktpartijen en de bewonersgroepen ingezet. In hoofdlijnen worden de volgende hoofdpunten benoemd:
Focus op geschikt maken van woningen voor senioren en mensen met een beperking / zorgbehoefte; Zorgen voor voldoende beschikbare sociale huurwoningen; Aandacht voor duurzaamheid bij nieuwbouw (met name inrichting van de wijk); Jongeren kunnen behouden blijven indien juiste aanbod wordt gerealiseerd.
4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie Nunspeet’ Het plan voorziet onder andere in huisvesting voor starters. Hierdoor kan het vertrekoverschot van jongeren en jongvolwassenen worden teruggebracht. Tevens wordt met het plan voorzien in een kwaliteitsverbetering van de bestaande woningvoorraad, aangezien twee verouderde woningen worden gesloopt en vervangen door 21 nieuwe appartementen. Het initiatief speelt in op de in de visie genoemde punten om jongeren in de kern te behouden. Tevens wordt het initiatief op een adequate wijze stedenbouwkundig ingepast. Gezien vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de woonvisie. 4.3.3
Welstandnota Nunspeet 2015
4.3.3.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft op 9 december 2015 de Welstandsnota ‘Welstand Nunspeet 2015’ vastgesteld. In deze welstandsnota zijn de beleidsregels met daarbij welstandscriteria die worden gehanteerd bij de welstandbeoordeling van bouwplannen vastgelegd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing 4.3.3.2 Deelgebied Centrum Het projectgebied is gelegen in het deelgebied ‘Centrum’. Voor dit deelgebied geldt een uitgebreide welstandstoets. Bij de uitgebreide toets wordt getoetst aan de volgende criteria:
Relatie tussen vorm, gebruik en constructie; Relatie tussen bouwwerk en omgeving; Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context; Evenwicht tussen helderheid en complexiteit; Schaal en maatverhoudingen; Materiaal, textuur, kleur en licht.
Beleid centrum De veranderingen van de laatste jaren hebben het centrum in zijn ruimtelijke hoofdopzet sterk verbeterd en een evenwichtiger karakter gegeven. Het beleid is erop gericht de aanwezige kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Welstandsnota Nunspeet 2015’ Het stedenbouwkundige ontwerp is met de gemeente besproken en akkoord bevonden. Het plan voldoet daarmee aan de welstandsnota. 4.3.4
Notitie ‘woningbouw op maat’
4.3.4.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft samen met Axon Adviseurs een strategische aanpak en afwegingskader ontwikkeld waarmee de gemeente gerichter sturing kan geven aan nieuwe woningbouwinitiatieven in de gemeente. Deze notitie is een uitwerking van de woonvisie. Het doel van de visie in dat ik de toekomst de juiste woning op de juiste plek wordt gebouwd. Tevens moet zuinig omgegaan worden met de beschikbare capaciteit. De notitie is vastgesteld op 20 oktober 2015. In de visie wordt beschreven waar de gemeente de komende jaren met de woningbouw op in wil zetten, hoe zij dit samen met de partners zou willen bereiken en aan welke criteria de nieuwe initiatieven worden getoetst. De visie functioneert daarmee als communicatiemiddel tussen de gemeente en initiatiefnemers. Het doel is om de visie in een zo vroeg mogelijk stadium met de initiatiefnemers te delen, zodat al tijdens de initiatieffase bekend is hoe de gemeente Nunspeet om wil gaan met nieuwe initiatieven. 4.3.4.2 Maatregelen vrijmaken nieuwe plancapaciteit Eén van de maatregelen om ruimte te creëren voor nieuw initiatieven is het herprogrammeren van niet benutte locaties. De gemeente heeft geïnventariseerd welke bestaande woningbouwcapaciteit jarenlang onbenut is gebleven, waarom dat het geval is en wat de gevolgen zijn als tot herprogrammering van de bouwmogelijkheden zou worden overgegaan.
Voor deze locaties is het volgende afgesproken:
Herprogrammeren van woningbouwmogelijkheden voor locaties die vanuit stedenbouwkundig en/of programmatisch oogpunt niet strikt noodzakelijk zijn; Stimuleren van realisering of herprogrammering als blijkt dat de locatie vanuit stedenbouwkundig en/of programmatisch oogpunt dringend gewenst is;
Met de herprogrammering wordt bereikt dat de overprogrammering van 47 woningen per saldo teniet wordt gedaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing 4.3.4.3 Visie De gemeente ziet de noodzaak om het woningbouwprogramma bij te stellen en er voor te zorgen dat nieuwe initiatieven beter aansluiten op de behoefte. Om de toetsing concreet handen en voeten te geven, is een nieuw afwegingskader voor initiatieven noodzakelijk. De gemeente heeft een afwegingskader met daarin 7 uitgangspunten opgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Het benutten van inbreidingslocaties heeft de prioriteit; Bij inbreidingslocaties inzetten op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; Innovatie en maatwerk op individuele locaties in het buitengebied; Geen mogelijkheden voor nieuwe uitbreidingslocaties; Het plan past binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteiten tot en met 2024 (capaciteit is voor Nunspeet geraamd op 260 woningen) Doelgroepen/woningtypen passen binnen de behoefte van de Woonvisie; Inzetten op kleinschalige locaties, organische groei en flexibele concepten.
4.3.4.4 Toetsing van het initiatief aan de notitie ‘Woningbouw op maat’ Voorliggend initiatief heeft betrekking op een inbreidingslocatie. De kwaliteit van deze locatie wordt fors verbeterd aangezien leegstaande, enigszins verouderde twee-onder-een-kap woningen worden gesloopt. Het plan is passend binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteit. Met de woningen wordt aangesloten bij de wens om woningen te bouwen voor doelgroepen zoals opgenomen in de woonvisie (zie ook paragraaf 4.3.2). Tenslotte wordt met het initiatief aangesloten op de wens om in te zetten op kleinschalige locaties. Tijdens het proces van concept tot ontwerp van het plan is uitvoering en intensief contact geweest met de gemeente. In deze fase is het bouwplan/ontwerp uitvoering besproken. Hiermee is uitvoering gegeven aan de werkwijze zoals opgenomen in de notitie. Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief in overeenstemming is met de notitie ‘Woningbouw op maat’. 4.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het in deze onderbouwing besloten initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 5
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en besluit milieueffectrapportage.
5.1
Geluid
5.1.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie projectgebied
De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben. De grootte hiervan is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m
Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m
De hiervoor genoemde zones gelden niet voor:
wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).
In de directe omgeving van het projectgebied zijn enkel 30 km/uur wegen gelegen. Uit jurisprudentie blijkt dat 30 km/uur wegen in de beoordeling moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze wegen een geluidbelasting veroorzaken die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). In dit geval betreft de Driestweg een vrij drukke weg op een korte afstand van het centrum. In dat kader is door Kragten een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Het volledige onderzoek is opgenomen in bijlage 1. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Ter plaatse van het zuidelijke appartementsgebouw bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 47 dB inclusief artikel 110g Wet geluidhinder. De voorkeurswaarde van 48 dB wordt hiermee gerespecteerd. Ter plaats van het noordelijke appartementsgebouw bedraagt de berekende geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
23
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing de Driestweg ten hoogste 57 dB inclusief aftrek artikel 110g Wet geluidhinder. De voorkeurswaarde van 48 dB wordt hiermee niet gerespecteerd. De maximale ontheffingswaarde wordt wel gerespecteerd. In het geluidbeleid is opgenomen dat voor relevante 30 km/uur-wegen dient te worden aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat. In onderhavige situatie is voor de beoordeling aangesloten bij de Wet geluidhinder. Aangezien de berekende geluidbelasting de maximale ontheffingswaarde respecteert is kan worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar akoestisch woonen leefklimaat. Geadviseerd wordt om middels een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel aan te tonen dat de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit. Hierbij dient de karakteristieke geluidwering niet kleiner te zijn dan het verschil tussen de berekende geluidbelasting en 33 dB met een minimum van 20 dB. In de omgevingsvergunning voor het bouwen zal hiermee rekening worden gehouden. Met inachtneming van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘wegverkeerslawaai’ geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In de nabijheid van het projectgebied is geen spoorweg gelegen.
Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect railverkeerlawaai geen belemmering vormt. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o.a. geluid) als gevolg van individuele bedrijven. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 5.1.3
Conclusie
De wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.2
Bodem
5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In voorliggend geval zijn er meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd ter plaatse van het projectgebied. Het eerste onderzoek is uitgevoerd in 2007. Dit onderzoek was gericht op de commerciële ruimte en 7 appartementen. In 2009 is een onderzoek uitgevoerd dat is gericht op een groter gebied. Op de belangrijkste resultaten per onderzoek wordt onderstaand ingegaan. Het onderzoek is uitgevoerd voor een groter projectgebied dan onderhavig plan. Er wordt daarom uitsluitend ingegaan op de resultaten die van toepassing zijn op onderhavig projectgebied. 5.2.2
Resultaten Verkennend bodemonderzoek Grondvitaal (2007, nr. 714139)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
24
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing Door Grondvitaal is in september 2007 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie van de te realiseren commerciële voorziening en appartementen. Dit is de locatie waar in onderhavig plan het noordelijke appartementengebouw is beoogd. Het volledige rapport is bijgevoegd als bijlage 2. Wat betreft de bovengrond gelden de volgende aanbevelingen: Bovengrond Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Leidraad Bodembescherming blijkt dat de bovengrond tot 0,5 m -mv licht verontreinigd is met PAK. De concentraties zijn niet van een omvang waardoor de volksgezondheid en het milieu mogelijk schade zal worden toegebracht. Met betrekking tot het voorgenomen gebruik van de onderzochte locatie zijn milieutechnisch geen beperkingen aan te geven. Ondergrond Ten aanzien van de ondergrond en het grondwater gelden de volgende aanbevelingen: Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de Leidraad Bodembescherming blijkt dat de ondergrond vanaf 0,5 m tot 2,0 m -mv niet verontreinigd is. Grondwater Het grondwater blijkt licht verontreinigd met arseen, chroom en koper. De concentraties zijn niet van een omvang waardoor de volksgezondheid en het milieu mogelijk schade zal worden toegebracht. Met betrekking tot het voorgenomen gebruik van de onderzochte locatie zijn milieutechnisch geen beperkingen aan te geven.
Conclusie Tijdens de terreininspectie en de monstername van de grond zijn geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. De gemeten grondwaterstand op het terrein ligt op 3,5 m onder het maaiveld. Geconcludeerd kan worden dat er met betrekking tot het voorgenomen gebruik van de onderzochte locatie milieutechnisch geen beperkingen zijn aan te geven.
Verkennend bodemonderzoek Tauw B.V. (2009, R001-4671741WDO-cmn-V01-NL)
Dit onderzoek is opgesplitst in meerdere deelgebieden. Met betrekking tot voorliggend plan zijn de deelgebieden ‘parkeerterrein’, ‘brandplaats’, ‘verfschuur’ en ‘overig terreindeel’ relevant. Al deze deelgebieden zijn gelegen ter plaatse van het beoogde zuidelijke appartementengebouw. Het volledige rapport is opgenomen in bijlage 3. Verfschuur In het mengmonster van de bovengrond overschrijden de gehalten van lood en PCB’s de achtergrondwaarden. De overige geanalyseerde parameters zijn gemeten in gehalten beneden de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens. Brandplaats In het mengmonster van de bovengrond overschrijden de gehalten van kobalt, lood, PAK en PCB’s de achtergrondwaarden. De overig geanalyseerde parameters zijn gemeten in gehalten beneden de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens. In het mengmonster van de ondergrond overschrijden de gehalten van kobalt en PAK de achtergrondwaarden. De overig geanalyseerde parameters zijn gemeten in gehalten beneden de achtergrondwaarden en/of rapportagegrens. In het grondwater zijn geen van de geanalyseerde parameters aangetoond in concentraties boven de streefwaarde en/of rapportagegrens. Overig terreindeel In het mengmonster van de bovengrond (monsterpunten 1, 2, 4, 5, 6, 7, 8, 9) overschrijden de gehalten van kobalt, lood, PAK en PCB’s de achtergrondwaarden.
De overig geanalyseerde parameters zijn gemeten in gehalten beneden de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
25
Driestweg 6-8, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing In het mengmonster van de bovengrond (monsterpunten 3, 10, 11, 12, 13, 14, 15) overschrijden de gehalten van lood en PAK de achtergrondwaarden. De overig geanalyseerde parameters zijn gemeten in gehalten beneden de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens. In het mengmonster van de ondergrond zijn geen van de geanalyseerde parameters aangetoond in gehalten boven de achtergrondwaarde en/of rapportagegrens. In het grondwater overschrijden de concentraties van koper en zink de streefwaarde(n). De overig geanalyseerde parameters zijn gemeten in concentraties beneden de streefwaarde en/of rapportagegrens. Asbest In het opgegraven bodemmateriaal is visueel en analytisch geen asbest aangetoond. Conclusie Op basis van de onderzoeksresultaten kan worden gesteld dat op de locatie enkele stoffen zijn aangetroffen, waarvan de concentraties de achtergrondwaarden of streefwaarden overschrijden. Visueel en analytisch is geen asbest in de grond aangetroffen. Op basis van de onderzoeksresultaten zijn er geen milieuhygiënische belemmeringen aanwezig.