AP 11 Bijlage Bestemmingsplan Elspeterbosweg 7
Tekst van het document
De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente en dit moet bij vaststelling van bestemmingsplannen (en andere ruimtelijke besluiten) meegenomen worden.
41
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
4.7.2.2 Archeologie - Planspecifiek Er is door het archeologisch onderzoeks- en adviesbureau De Steekproef onderzoek gedaan naar de archeologische aspecten van het plan. In het gespecificeerde archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een hoge verwachtingswaarde voor vindplaatsen vanaf de steentijd. Door de landschappelijke ligging, in de overgangsfase van dekzand- naar het stuwwallenlandschap, was het gebied tijdens alle archeologische periodes een aantrekkelijke vestigingsplaats voor de mens. In totaal zijn tijdens het veldonderzoek (verkennende fase) zes boringen verricht. Deels in overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek, bestaat de opbouw van het plangebied uit bouwvoor op een geroerde/verstoorde zandlaag op hoofdzakelijk dekzandafzettingen. In geen van de boringen zijn intacte bodemhorizonten gevonden, noch archeologische cultuurlagen. De bodem in het plangebied is tot in de C-horizont reeds verstoord geraakt. In twee van de hier geplaatste boringen zijn archeologische indicatoren gevonden. De vondsten die gedaan zijn, komen uit een verstoorde context: uit de verstoorde laag waarin ook plastic is aangetroffen.
Selectieadvies door drs. C.R.C. Schamp (senior KNA-archeolooog prospector) van bureau De Steekproef B.V. In het plangebied is op alle boorlocaties een verstoord/vergraven pakket in de bovengrond aanwezig met een gemiddelde diepte van 104 centimeter beneden maaiveld. De bodem in het plangebied is niet meer intact en tot in de C-horizont reeds verstoord geraakt. Waarschijnlijk is dit gebeurd tijdens de bouw en latere sloop van de voormalige bebouwing. Er zijn twee vondsten gedaan. Deze komen uit een verstoorde context: uit de verstoorde laag waarin ook plastic is aangetroffen. Hiermee is de wetenschappelijke informatiewaarde van de gevonden objecten zeer laag. Op basis van de afwezigheid van intacte bodemhorizonten, cultuurlagen en/of archeologische indicatoren in een ongestoorde context, verwachten wij de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied klein. Geadviseerd wordt daarom geen archeologische vervolgonderzoek te verrichten voor het onderzochte terrein aan de Elspeterbosweg 7 te Vierhouten. Indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Geadviseerd wordt dit te doen bij de gemeente Nunspeet en/of diens Archeologisch adviseur (dhr. M.
Wispelwey, Omgevingsdienst Noord Veluwe).
Goedkeuring Regioarcheoloog Noord-Veluwe dhr. M. Wispelwey De Regioarcheoloog Noord-Veluwe, de heer M. Wispelwey, heeft per e-mailbericht van 29 juni 2021 aangegeven dat hij akkoord is met de aanbevelingen en conclusies van het onderzoeksrapport van bureau De Steekproef B.V. Het rapport kon definitief worden gemaakt, hetgeen is gebeurd.
Voor het onderzoeksrapport "Vierhouten, Elspeterbosweg 7-9. Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), Verkennende Fase, De Steekproef definitief rapport, februari 2021, steekproefrapport 2021-01/10, goedgekeurd d.d. 29 juni 2021, zie Bijlage 4 bij deze Toelichting.
4.8
Gezondheid
Het aspect gezondheid speelt een rol bij een goede ruimtelijke ordening. Bij dit plan kunnen met name gezondheidsaspecten in verband met de geluidhinder aan de orde zijn. Hiervoor verwijzen wij naar paragraaf 4.2.3. van deze Toelichting. Uit deze paragraaf 4.2.3. blijkt dat de geluidhinder in de woningen verantwoord is door de gemeente voorgenomen (geluids-)maatregelen.
42
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
4.9
Milieueffectrapportage
4.9.1
Milieueffectrapportage - Wetgeving
Een milieueffectrapportage (m.e.r.) onderzoekt de milieugevolgen van een plan of project en de (milieuvriendelijkere) alternatieven. Een m.e.r. is verplicht bij grote ruimtelijke ingrepen zoals de bouw van industriële complexen en de aanleg van auto(snel)wegen, maar een m.e.r. is bijvoorbeeld ook verplicht voor de aanleg van een golfbaan en de bij bepaalde uitbreidingen van agrarische bedrijven. Het milieueffectrapport (MER) maakt onderdeel uit van de m.e.r.-procedure. Of een project m.e.r.-plichtig is moet ten eerste worden getoetst aan het Besluit milieueffectrapportage, artikel 7.4 bijlage C en D. In die twee bijlagen zijn de activiteiten aangewezen waarvoor een m.e.r.-plicht of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Ten tweede kan de provinciale milieuverordening aanvullend op het Besluit m.e.r. nog meer activiteiten aanwijzen die kunnen leiden tot m.e.r.-plicht. Ten derde kan uit een passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) ook een m.e.r.-plicht volgen. Ook als de drempelwaarden in het Besluit m.e.r. (duidelijk) niet gehaald worden dient aandacht uit te gaan naar de milieugevolgen van een plan of project. Die aandacht naar de milieugevolgen heet dan 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. Dit is voorgeschreven in artikel 2, lid 5 aanhef, en letter b van het Besluit milieueffectrapportage. 4.9.2
Milieueffectrapportage - Planspecifiek
Het onderhavige plan is niet direct m.e.r.-plichtig op grond van het Besluit milieueffectrapportage. Ook valt het plan niet direct onder de criteria van het Besluit milieueffectrapportage. Er is overeenkomstig artikel 2, lid 5, aanhef, en letter b van het Besluit milieueffectrapportage wel een zogenoemde Vormvije m.e.r.-beoordeling opgesteld (zie bijlage 9 bij deze Toelichting). Op basis van deze Vormvije m.e.r.-beoordeling is door het college van burgemeester en wethouders besloten dat er geen Milieu Effect Rapport (MER) behoeft te worden opgesteld. Voor de Vormvrije m.e.r.-beoordeling project Elspeterbosweg 7-9 te Vierhouten d.d. 10 mei 2021, zie Bijlage 9 bij deze Toelichting.
4.10 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij de vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Economische uitvoerbaarheid - Planspecifiek Voor het onderhavige project is een grondexploitaitie (GREX) vastgesteld door de gemeenteraad in haar vergadering van d.d. 9 juli 2020. Aangezien de grond van het perceel volledig in eigendom is van de gemeente is het niet noodzakelijk om een grondexploitatieplan op te stellen en vast te stellen.
Ook zal er om die reden geen anterieure overeenkomst worden gesloten. De gemeente sluit geen overeenkomst met zichzelf hierover. Uit de vastgestelde grondexploitatie volgt dat de uitvoering van het project uitvoerbaar is.
43
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
44
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en ook regels betreffende het gebruik gekoppeld. De Toelichting heeft geen juridische binding, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De Toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de Toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van de regels en van de verbeelding. Tot slot maken de bijlages bij deze Toelichting en eventueel bij de Regels onlosmakelijk deel uit van het bestemmingsplan.
5.2
Verbeelding
Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, functieaanduidingen, bouwvlakken, et cetera. Voor de verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
5.3
Planregels - Algemeen
De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk II geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk III geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed zijn op het bepaalde in Hoofdstuk II. Ten slotte regelt Hoofdstuk IV de overgangs- en slotbepalingen. In de volgende paragraaf worden de afzonderlijke bestemmingen, volgens Hoofdstuk II, behandeld. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) gebruikt. In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
5.4
Planregels Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Groen, waarbij de functie van openbaar groen wordt neergelegd; Tuin, waarbij de functie van (voor)tuinen van de woningen wordt neergelegd; Verkeer, waarbij de verkeersfunctie van de centrale ontsluitingsweg wordt neergelegd; Wonen.
45
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
5.4.1
Bestemming "Groen" (artikel 3)
Doeleinden Binnen de bestemming "Groen" zijn de volgende functies toegestaan: a. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplantingen; b. speelvoorzieningen; c. kunstobjecten; d. fiets- en wandelpaden; e. watergangen, waterpartijen, en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende bestemmingen; g. parkeerterrein (parkeerplaatsen) op de plaats waar een functieaanduiding 'parkeerterrein' op de verbeelding is aangegeven. Bouwregels: Binnen de bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Er mogen derhalve geen gebouwen worden gebouwd.
5.4.2
Bestemming "Tuin" (artikel 4)
Doeleinden Binnen de bestemming "Tuin" zijn de volgende functies toegestaan: a. b. c.
tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen woningen; in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende bestemming "Wonen" waar een twee-aan-een woning kan worden gebouwd volgens de bouwaanduiding 'twee aaneen [tae]'; geluidsschermen op de plaats waar dat is aangegeven op de verbeelding bij de functieaanduiding 'geluidscherm' (gs).
met de bijbehorende erf- en terreinafscheidingen, lantaarnpalen en vlaggenmasten.
Bouwregels: Binnen de bestemming mogen geen gebouwen, en geen overkappingen, en geen carports, worden gebouwd. Andere bouwwerken dan erf- en terreinafscheidingen, geluidsschermen, lantaarnpalen en vlaggenmasten, mogen niet worden gebouwd. De bouwhoogte van lantaarnpalen voor de openbare verlichting mag maximaal 4 meter bedragen. Het is hierbij toegestaan dat de openbare verlichting aan de gevels van de woningen wordt bevestigd in plaats van aan lantaarnpalen. De bouwhoogte van de geluidsschermen dient minimaal 2,50 meter en maximaal 2,50 meter te bedragen. De bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 7 meter bedragen.
Er zijn in deze bestemming zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in verband met het te bouwen geluidsscherm. Ten eerste voor de activiteit bouwen en ten tweede voor het gebruik. Voorwaardelijke verplichting geluidsscherm i.v.m. de activiteit bouwen a. Daar waar de functieaanduiding 'geluidscherm' op de verbeelding is aangegeven, dient op de aangegeven plaats op de perceelsgrens(perceelsgrenzen) een geluidsscherm met een bouwhoogte volgens de bouwregels van de bestemming "Tuin" te worden gebouwd. b. Het geluidsscherm, zoals bij lid 4.2.3, onder a, genoemd, zal door de gemeente Nunspeet worden gebouwd c.q. in opdracht van de gemeente Nunspeet worden gebouwd. c. Het geluidsscherm dient daar waar het geluidsscherm op particuliere bouwpercelen wordt gebouwd,
46
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
d.
e.
door de eigenaren van de bouwpercelen op hun grond te worden geduld. Daar waar het geluidsscherm op gemeentegrond is geplaatst bevordert de gemeente de instandhouding van het geluidsscherm. Op locaties waar het geluidsscherm geplaatst wordt op particuliere grond wordt de instandhouding van het geluidsscherm geborgd in privaatrechtelijke overeenkomsten. Indien niet aan de verplichtingen, zoals deze zijn geformuleerd in lid 4.2.3, onder a, b, c, en d, wordt voldaan, is het niet toegestaan dat er ten behoeve van de bouwpercelen met de bestemming/functie 'Wonen' voor de bestemming/functie 'wonen' omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen worden verleend.
Voorwaardelijke verplichting geluidsscherm (i.v.m. het gebruik) a. Daar waar de functieaanduiding 'geluidscherm' op de verbeelding is aangegeven, dient op de aangegeven plaats op de perceelsgrens (perceelsgrenzen) een geluidsscherm met een bouwhoogte volgens de bouwregels van de bestemming "Tuin" te worden gebouwd. b. Het geluidsscherm, zoals bij lid 4.4.1, onder a, genoemd, zal door de gemeente Nunspeet worden gebouwd c.q. in opdracht van de gemeente Nunspeet worden gebouwd. c. Het geluidsscherm dient daar waar het geluidsscherm op particuliere bouwpercelen wordt gebouwd, door de eigenaren van de bouwpercelen op hun grond te worden geduld. d. Daar waar het geluidsscherm op gemeentegrond is geplaatst bevordert de gemeente de instandhouding van het geluidsscherm. Op locaties waar het geluidsscherm geplaatst wordt op particuliere grond wordt de instandhouding van het geluidsscherm geborgd in privaatrechtelijke overeenkomsten. e. Indien niet aan de verplichtingen, zoals deze zijn geformuleerd in lid 4.4.1, onder a, b, c, en d, wordt voldaan, is het niet toegestaan dat de bouwpercelen met de bestemming/functie 'Wonen' voor de bestemming/functie 'wonen' worden gebruikt.
Afwijking van de bouwregels voor verlaging van de bouwhoogte van het geluidsscherm voor ondergeschikte delen Er is verder een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in artikel 4, lid 4.3, sublid 4.3.1 waarbij het mogelijk is om bij ondergeschikte delen van het geluidsscherm de bouwhoogte te verlagen. Hierbij moet worden gedacht aan praktische redenen (bouwkundige en stedenbouwkundige redenen) waarom het noodzakelijk is om de bouwhoogte van ondergeschikte delen van de geluidsschermen te verlagen. Hiervoor moeten geen akoestische belemmeringen aanwezig zijn.
5.4.3
Bestemming "Verkeer" (artikel 5)
Doeleinden Binnen de bestemming "Verkeer" zijn de volgende functies toegestaan: a. verkeer en vervoer over de weg (uitsluitend voor erftoegangswegen); b. wegen en straten (uitsluitend erftoegangswegen; c. parkeerterrein op de plaats waar een functieaanduiding 'parkeerterrein' op de verbeelding is aangegeven; d. parkeerplaatsen; e. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplantingen; f. speelvoorzieningen; g. kunstobjecten. h. fiets- en wandelpaden; i. watergangen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. in- en uitritten ten behoeve van aangrenzende bestemmingen; k. erf- en terreinafscheidingen; l. geluidsschermen op de plaats waar dat is aangegeven op de verbeelding bij de functieaanduiding 'geluidscherm' (gs); Met de daarbijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, nutsvoorzieningen, andere werken en voorzieningen.
Bouwregels Er mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Gebouwen zijn niet toegestaan binnen deze bestemming.
47
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Van belang is dat de bouwhoogte van van erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 meter mag bedragen, maar dat: De bouwhoogte van geluidsschermen dient minimaal 2,50 en mag maximaal 2,50 meter bedragen.
Bouwregels nutsvoorzieningen De bouwhoogte van nutsvoorzieningen mag maximaal 1,50 meter bedragen. De oppervlakte van bouwwerken t.b.v. nutsvoorzieningen mag maximaal 25 m2 bedragen.
Voorwaardelijke verplichtingen i.v.m. geluidsschermen Er zijn in deze bestemming twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen in verband met het te bouwen geluidsscherm. Ten eerste voor de activiteit bouwen en ten tweede voor het gebruik. Voorwaardelijke verplichting geluidsscherm i.v.m. de activiteit bouwen a. Daar waar de functieaanduiding 'geluidscherm' op de verbeelding is aangegeven, dient op de aangegeven plaats op de perceelsgrens (perceelsgrenzen) een geluidsscherm met een bouwhoogte volgens de bouwregels van de bestemming "Verkeer" te worden gebouwd. b. Het geluidsscherm, zoals bij lid 5.2.3, onder a, genoemd, zal door de gemeente Nunspeet worden gebouwd c.q. in opdracht van de gemeente Nunspeet worden gebouwd. c. Het geluidsscherm dient daar waar het geluidsscherm op particuliere bouwpercelen wordt gebouwd, door de eigenaren van de bouwpercelen op hun grond te worden geduld. d. Daar waar het geluidsscherm op gemeentegrond is geplaatst bevordert de gemeente de instandhouding van het geluidsscherm. Op locaties waar het geluidsscherm geplaatst wordt op particuliere grond wordt de instandhouding van het geluidsscherm geborgd in privaatrechtelijke overeenkomsten. e.
Indien niet aan de verplichtingen, zoals deze zijn geformuleerd in lid 5.2.3, onder a, b, c, en d, wordt voldaan, is het niet toegestaan dat er ten behoeve van de bouwpercelen met de bestemming/functie 'Wonen' voor de bestemming/functie 'wonen' omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen worden verleend. Voorwaardelijke verplichting geluidsscherm (i.v.m. het gebruik) a. Daar waar de functieaanduiding 'geluidscherm' op de verbeelding is aangegeven, dient op de aangegeven plaats op de perceelsgrens (perceelsgrenzen) een geluidsscherm met een bouwhoogte volgens de bouwregels van de bestemming "Verkeer" te worden gebouwd. b. Het geluidsscherm, zoals bij lid 5.4.1, onder a, genoemd, zal door de gemeente Nunspeet worden gebouwd c.q. in opdracht van de gemeente Nunspeet worden gebouwd. c. Het geluidsscherm dient daar waar het geluidsscherm op particuliere bouwpercelen wordt gebouwd, door de eigenaren van de bouwpercelen op hun grond te worden geduld. d. Daar waar het geluidsscherm op gemeentegrond is geplaatst bevordert de gemeente de instandhouding van het geluidsscherm. Op locaties waar het geluidsscherm geplaatst wordt op particuliere grond wordt de instandhouding van het geluidsscherm geborgd in privaatrechtelijke overeenkomsten. e.
Indien niet aan de verplichtingen, zoals deze zijn geformuleerd in lid 5.4.1, onder a, b, c, en d, wordt voldaan, is het niet toegestaan dat de bouwpercelen met de bestemming/functie 'Wonen' voor de bestemming/functie 'wonen' worden gebruikt. Afwijking van de bouwregels voor verlaging van de bouwhoogte van het geluidsscherm voor ondergeschikte delen Er is verder een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in artikel 5, lid 5.3, sublid 5.3.1, waarbij het mogelijk is om bij ondergeschikte delen van het geluidsscherm de bouwhoogte te verlagen. Hierbij moet worden gedacht aan praktische redenen (bouwkundige en stedenbouwkundige redenen) waarom het noodzakelijk is om de bouwhoogte van ondergeschikte delen van de geluidsschermen te verlagen. Hiervoor moeten geen akoestische belemmeringen aanwezig zijn.
5.4.4
Bestemming "Wonen" (artikel 6)
48
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Doeleinden Binnen de bestemming "Wonen" zijn toegestaan: a. het wonen in een woning; en in samenhang daarmee voor: b. een "aan-huis-gebonden beroep" of een "aan-huis-gebonden bedrijf"; (zie hiervoor ook de specifieke gebruiksregels bij artikel 5, lid 5.4.1, en lid 5.4.2). c. tuinen en erven; d. geluidsschermen op de plaats waar dat is aangegeven op de verbeelding bij de functieaanduiding 'geluidscherm' (gs); met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, en voorzieningen zoals paden, bermen, parkeervoorzieningen, warmte-kracht-installaties, warmtepompen, zonnepanelen op daken, andere duurzaamheidsvoorzieningen (niet zijnde windturbines), nutsvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, en bijbehorende bouwwerken, en bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals palen, masten, kunstobjecten, technische installaties, en erf- en terreinafscheidingen.
Bouwregels In de bouwregels is geregeld dat de hoofdgebouwen gebouwd dienen te worden binnen de op de Verbeelding aangegeven bouwvlakken. Op de plaats waar op de Verbeelding de bouwaanduiding 'tae' is aangegeven mag uitsluitend een 'twee-onder-een-kap woning' worden gebouwd. Waar een dergelijke aanduiding niet op de Verbeelding is aangegeven is het toegestaan om naast twee-onder-een-kap woningen, ook vrijstaande woningen of aaneengebouwde woningen (geschakelde woningen of rij-woningen) te bouwen. Hoofdgebouwen van de woningen op bouwpercelen waar de bouwaanduiding 'tae' (tweeaaneen) is aangegeven dienen te worden gebouwd op minimaal 3 meter vanaf de zijdelingse perceelgrenzen.
Voorwaardelijke verplichting waterberging Er is in de regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de bouw/aanleg/gebruik van waterbergingsvoorzieningen waarmee wordt geborgd dat het hemelwater dat valt op de bouwpercelen op hetzelfde bouwperceel duurzaam middels (civiele) voorzieningen wordt geïnfiltreerd, en wel als volgt in lid 6.2.4: a. Bij het verlenen van een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of voor het afwijken dient aangetoond te worden dat het hemelwater dat valt op het desbetreffende bouwperceel op datzelfde bouwperceel duurzaam middels (civiele) voorzieningen wordt geïnfiltreerd. Deze (civiele) voorzieningen dienen daarna in stand te worden gehouden. b. Indien niet aan lid 6.2.4, onder a, wordt voldaan is het niet toegestaan om het desbetreffende perceel voor de bestemming/functie wonen omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen worden verleend. Ook bij de specifieke gebruiksregels is een dergelijke voorwaardelijke verplichting opgenomen in lid 6.4.3: a. Bij het verlenen van een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of voor het afwijken dient aangetoond te worden dat het hemelwater dat valt op het desbetreffende bouwperceel op datzelfde bouwperceel duurzaam middels (civiele) voorzieningen wordt geïnfiltreerd. Deze (civiele) voorzieningen dienen daarna in stand te worden gehouden. b.
Indien niet aan lid 6.4.3, onder a, wordt voldaan is het niet toegestaan om het desbetreffende perceel voor de bestemming/functie wonen te gebruiken. Voorwaardelijke verplichting(en) geluidsschermen Ten behoeve van de bouw en het gebruik van de geluidsschermen zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Ten eerste is er ten behoeve van de bouw van de geluidsschermen een voorwaardelijke verplichting opgenomen, namelijk in artikel 6, lid 6.2.5, welke als volgt luidt: a. Daar waar de functieaanduiding 'geluidsscherm' op de verbeelding is aangegeven, dient op de aangegeven plaats op de perceelsgrens (perceelsgrenzen) een geluidsscherm met een bouwhoogte volgens de bouwregels van deze bestemming "Wonen" te worden gebouwd.
49
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld) b. c. d.
e.
Het geluidsscherm, zoals bij lid 6.2.5, onder a. genoemd, zal door de gemeente Nunspeet worden gebouwd c.q. in opdracht van de gemeente Nunspeet worden gebouwd. Het geluidsscherm dient daar waar het geluidsscherm op particuliere bouwpercelen wordt gebouwd, door de eigenaren van de bouwpercelen op hun grond te worden geduld. Daar waar het geluidsscherm op gemeentegrond is geplaatst bevordert de gemeente de instandhouding van het geluidsscherm. Op locaties waar het geluidsscherm geplaatst wordt op particuliere grond wordt de instandhouding van het geluidsscherm geborgd in privaatrechtelijke overeenkomsten. Indien niet aan de verplichtingen, zoals deze zijn geformuleerd in lid 6.2.5, onder a, b, c, en d, wordt voldaan, is het niet toegestaan dat er ten behoeve van de bouwpercelen met de bestemming/functie 'Wonen' voor de bestemming/functie 'wonen' omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen worden verleend.
Ten tweede is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de specifieke gebruiksregels, namelijk in artikel 6, lid 6.4.4, welke als volgt luidt: a. Daar waar de functieaanduiding 'geluidscherm' op de verbeelding is aangegeven, dient op de aangegeven plaats op de perceelsgrens (perceelsgrenzen) een geluidsscherm met een bouwhoogte volgens de bouwregels van deze bestemming "Wonen" te worden gebouwd. b. Het geluidsscherm, zoals bij lid 6.4.4, onder a. genoemd, zal door de gemeente Nunspeet worden gebouwd c.q. in opdracht van de gemeente Nunspeet worden gebouwd. c. Het geluidsscherm dient daar waar het geluidsscherm op particuliere bouwpercelen wordt gebouwd, door de eigenaren van de bouwpercelen op hun grond te worden geduld. d. Daar waar het geluidsscherm op gemeentegrond is geplaatst bevordert de gemeente de instandhouding van het geluidsscherm. Op locaties waar het geluidsscherm geplaatst wordt op particuliere grond wordt de instandhouding van het geluidsscherm geborgd in privaatrechtelijke overeenkomsten. e. Indien niet aan de verplichtingen, zoals deze zijn geformuleerd in lid 6.4.4, onder a, b, c, en d, wordt voldaan, is het niet toegestaan dat de bouwpercelen met de bestemming/functie 'Wonen' voor de bestemming/functie 'wonen' worden gebruikt. Voorwaardelijke verplichting geluidsgevoelige ruimtes i.v.m.
de geluidbelasting van de woningen Voor gebruiksruimtes op de 3e bouwlaag van de woningen (de bergruimtes en/of zolder(s)) zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Ten eerste is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen i.v.m. de geluidsgevoelige ruimtes i.v.m. de activiteit bouwen, en wel in artikel 6, lid 6.2.6. Dit is als volgt geregeld: a. De gebruiksruimtes van de woningen op de 3e bouwlaag (de bergruimtes en/of de zolder(s)) mogen in verband met de geluidseisen niet als geluidsgevoelige ruimtes (zie begrip 1.47), worden gebouwd. b. Indien niet aan de verplichting, zoals in lid 6.2.6, onder a, is geformuleerd, wordt voldaan is het niet toegestaan de woning(en) met de bestemming "Wonen" voor de bestemming/functie wonen te bouwen. Ten tweede is er een voorwaardelijke verplichting geluidsgevoelige ruimtes i.v.m. de geluidbelasting van de woningen opgenomen in verband met het gebruik, en wel in de specifieke gebruiksregels, in artikel 6, lid 6.4.5. Dit is als volgt geregeld: a. De gebruiksruimtes van de woningen op de 3e bouwlaag (de bergruimtes en/of de zolder(s)) mogen in verband met de geluidseisen niet als geluidsgevoelige ruimtes (zie begrip 1.47), worden gebruikt. b.
Indien niet aan de verplichting, zoals in lid 6.4.5, onder a, is geformuleerd, wordt voldaan is het niet toegestaan de woning(en) met de bestemming "Wonen" voor de bestemming/functie wonen te gebruiken. Voorwaardelijke verplichting eisen aan de buitengevels i.v.m. het geluid In verband met te stellen (extra) eisen aan de buitengevels i.v.m. het geluid zijn twee voorwaardelijke verplichtingen opgenomen. Ten eerste is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen in verband met de activiteit bouwen, en wel in artikel 6, lid 6.2.7. Dit is als volgt geregeld: a. Bij het verlenen van een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient aangetoond te worden dat de de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering heeft met een minimum van 25 dB. b. Indien niet aan de verplichting, zoals in lid 6.2.7, onder a, wordt voldaan is het niet toegestaan de woning(en) met de bestemming "Wonen" voor de bestemming/functie wonen te bouwen. In de tweede plaats is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in verband met de eisen aan de buitengevels i.v.m. het geluid i.v.m. het gebruik, en wel in artikel 6, lid 6.4.6. Dit is als volgt geregeld: a.
Bij het verlenen van een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient aangetoond te worden dat de de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering heeft met een minimum van 25 dB.
50
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld) b.
Indien niet aan de verplichting, zoals in lid 6.4.6, onder a, wordt voldaan is het niet toegestaan de woning(en) met de bestemming "Wonen" voor de bestemming/functie wonen te gebruiken.
Met deze regeling kan in verband met een goed leefklimaat in deze specifieke situatie met de beschreven geluidhinder worden afgeweken van de norm van 20 dB, zoals deze is neergelegd in het Bouwbesluit. Hiermee wordt bereikt dat de akoestische situatie binnen de woningen goed is.
Afwijking van de bouwregels voor verlaging van de bouwhoogte van het geluidsscherm voor ondergeschikte delen Er is verder een afwijkingsmogelijkheid opgenomen in artikel 6, lid 6.3, sublid 6.3.1, waarbij het mogelijk is om bij ondergeschikte delen van het geluidsscherm de bouwhoogte te verlagen. Hierbij moet worden gedacht aan praktische redenen (bouwkundige en stedenbouwkundige redenen) waarom het noodzakelijk is om de bouwhoogte van ondergeschikte delen van de geluidsschermen te verlagen. Hiervoor moeten geen akoestische belemmeringen aanwezig zijn.
5.4.5
Conclusie bestemmingen
Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
51
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Hoofdstuk 6
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Algemeen
Een ontwerp-bestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de gemeenteraad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na deze bekendmaking opnieuw 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden om beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS). Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de terinzagelegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt, indien er althans beroep wordt ingesteld, met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).
6.2
Verslag inspraak / participatie ex artikel 3.1.6 Bro
Vanaf 1 januari 2021 vraagt de gemeente Nunspeet van initiatiefnemers wanneer zij een (woning)bouwplan indienen dat impact heeft op de omgeving en dat niet past binnen het bestemmingplan, dat initiatiefnemers in dergelijke gevallen hierover met de omgeving in gesprek gaan. Oftewel dat er een zogenoemde omgevingsdialoog wordt gevoerd. Dit om de omgeving te betrekken bij de plannen en om over de voorgenomen plannen actief met de omgeving te communiceren. De woningbouwontwikkeling aan de Elspeterbosweg 7 te Vierhouten is een initiatief waarmee al ver voor de invoering van het voeren van een omgevingsdialoog op 1 januari 2021, is gestart. In het bijgaande verslag wordt beschreven op welke wijze de dialoog met de omgeving over dit initiatief tot op heden is gevoerd. Zie bijlage 8 bij deze Toelichting.
6.3
Verslag zienswijzenprocedure
Het bestemmingsplan heeft als ontwerp-bestemmingsplan in de periode van 19 mei 2021 t/m 29 juni 2021 als een papieren versie in het Klant Contact Centrum (KCC) van het gemeentehuis voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Ook is het bestemmingsplan digitaal ter inzage gelegd via www.ruimtelijkeplannen.nl. Er zijn in die periode geen zienswijzen ingediend.
52
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Bijlagen bij de Toelichting
53
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Bijlage 1 Verkennend Bodemonderzoek & Verkennend en nader asbest in grond-onderzoek Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten, adviesbureau P.J. Milieu d.d. 5 november 2020
54
VERKENNEND BODEMONDERZOEK & VERKENNEND EN NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten kenmerk PJ Milieu BV: 20061201A
VERKENNEND BODEMONDERZOEK & VERKENNEND EN NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten kenmerk PJ Milieu BV: 20061201A
opdrachtgever:
Gemeente Nunspeet
datum rapport:
5 november 2020
kenmerk:
20061201A
status:
Definitief
uitgevoerd door:
PJ Milieu BV
projectleider/ rapporteur:
ing. J.A. Slotboom-Van Vliet | slotboom@pjmilieu.nl
autorisatie:
ir. H.J.R. van Dasselaar
i.o.
PJ Milieu BV | Nijverheidsstraat 21 | 3861 RJ Nijkerk | 033-2458511 | info@pjmilieu.nl | www.pjmilieu.nl
INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ....................................................................................................... 4 1
INLEIDING ......................................................................................................... 6
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................... 7 2.1 Werkwijze .................................................................................................. 7 2.2 Resultaten vooronderzoek ............................................................................ 7 2.2.1 Onderzoekslocatie ............................................................................. 7 2.2.2 Omgeving ........................................................................................ 8 2.3 Hypothese en onderzoeksopzet ................................................................... 10
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ....................................................................... 11 3.1 Uitvoering veldonderzoek ........................................................................... 11 3.2 Resultaten veldonderzoek .......................................................................... 11 3.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................. 13 3.4 Analyseresultaten ..................................................................................... 13 3.5 Deelconclusie verkennend bodemonderzoek ................................................. 14
4
VERKENNEND ASBEST IN GRONDONDERZOEK ...................................................... 15 4.1 Uitvoering veldonderzoek ........................................................................... 15 4.2 Resultaten veldonderzoek .......................................................................... 15 4.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................. 15 4.4 Analyseresultaten ..................................................................................... 16 4.5 Deelconclusie verkennend asbest in grondonderzoek...................................... 16
5
NADER ASBEST IN GRONDONDERZOEK ................................................................ 17 5.1 Uitvoering veldonderzoek ........................................................................... 17 5.2 Resultaten veldonderzoek .......................................................................... 18 5.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................. 18 5.4 Analyseresultaten ..................................................................................... 18 5.5 Deelconclusie nader asbest in grondonderzoek .............................................. 18
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................... 19 6.1 Conclusies ............................................................................................... 19 6.2 Aanbevelingen .......................................................................................... 19
BIJLAGEN 1 | Documenten vooronderzoek 2 | Boorprofielen met legenda en verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk 3 | Analysecertificaten 4 | Toetsing analyseresultaten 5 | Achtergrondinformatie 6 | Kadastrale kaart en tekening
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
SAMENVATTING1 In de periode september – oktober 2020 is een verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Elspeterbosweg 7-9 te Vierhouten. Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. In tabel 1 zijn de uitvoering en de resultaten van het onderzoek schematisch weergegeven. Tabel 1
Onderzoeksopzet, resultaten voor- en bodemonderzoek
Onderzoeksopzet Werkwijze vooronderzoek
NEN 5725, aanleiding A
Strategie bodemonderzoek
NEN 5740, onverdachte locatie
Strategie asbest in grondonderzoek
NEN 5707, heterogeen verdachte locatie / vaststellen omvang
Vooronderzoek Oppervlakte onderzoekslocatie
2.735 m²
Gebruik locatie
Braakliggend terrein
Bijzonderheden
Een deel is verhard met puin. In de bijlage is hiervan een certificaat opgenomen.
Bodemonderzoek Bodemopbouw tot 4,0 m-mv
Zand met een humeuze bovenlaag
Grondwaterstand
Circa 2,55 m-mv
Bijmengingen of bijzonderheden
Bakstenen, beton, glas en/of sintels
Analyseresultaten
bovengrond
Licht: koper, lood en PAK
ondergrond
Geen verhoogde gehalten
grondwater
Licht: zink
asbest
Asbest in sleuf 101 aangetroffen, maar onder de interventiewaarde (100 mg/kg d.s.)
Eindconclusie Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. Enkele parameters zijn in de vaste bodem en het grondwater licht verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt echter niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie voor het asbest in grondonderzoek stand houdt. In MM-D is asbest aangetroffen. Het gehalte in MM-D, afkomstig van de gaten 11 en 12, overschrijdt de grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek. Naar aanleiding hiervan is een nader asbest in grondonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de gaten 11 en 12. Geconcludeerd wordt dat er op basis van het uitgevoerde nader asbest in grondonderzoek geen sprake is van een ernstig geval van verontreiniging met asbest aangezien de interventiewaarde niet wordt overschreden. Over een oppervlakte van circa 200 m² is asbest aangetoond onder de interventiewaarde ter plaatse van sleuf 101. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning.
1
Voor een juiste interpretatie van de uitvoering en resultaten van het onderzoek dient de gehele rapportage te worden gelezen
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
4
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
Aanbevelingen De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodem- of asbest in grondonderzoek te adviseren. Overwogen kan worden om bij het bouwrijp maken van het perceel, gezien het toekomstige gebruik (woningbouw), de asbesthoudende grond ter plaatse van sleuf 101 (circa 200 m2) te verwijderen. Bij afvoer van grond of verhardingsmaterialen van de locatie kan een aanvullend onderzoek verlangd worden.
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
5
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van de gemeente Nunspeet is door PJ Milieu BV in de periode september – oktober 2020 een verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek uitgevoerd. De onderzoekslocatie bevindt zich ter plaatse van de Elspeterbosweg 7-9 te Vierhouten. Aanleiding Aanleiding tot het uitvoeren van het onderzoek is de aanvraag van een omgevingsvergunning. Normering en verantwoording Voorafgaand aan het veld- en laboratoriumonderzoek is vooronderzoek uitgevoerd volgens de NEN 57252, aanleiding A3. Het aansluitend uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de NEN 57404. Het verkennend en nader asbest in grondonderzoek is gebaseerd op de NEN 57075. Doelstelling Het doel van het vooronderzoek is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Het doel van de onderzoeken is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Een nadere uitwerking van deze doelstelling is omschreven in paragraaf 2.3. Indeling rapport In de rapportage worden de wijze van uitvoering en de resultaten van het onderzoek besproken. Op de volgende pagina’s geven wij de resultaten van het vooronderzoek, het verkennend bodemonderzoek, het verkennend asbest in grondonderzoek en het nader asbest in grondonderzoek weer. Het rapport sluit af met conclusies en aanbevelingen.
Verantwoording Dit onderzoek is uitgevoerd met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen. Desondanks dient opgemerkt te worden dat een bodemonderzoek slechts bestaat uit een steekproef, waarbij een relatief gering aantal boringen, gaten, sleuven en analyses uitgevoerd worden. Het kan niet geheel uitgesloten worden dat op de locatie een verontreiniging aanwezig is, die bij dit onderzoek niet aangetroffen is. Een onderzoek heeft over het algemeen een geldigheid van maximaal vijf jaar. De exacte geldigheidstermijn is afhankelijk van het gebruik van de locatie en het bevoegd gezag dat het onderzoek beoordeelt. Tenslotte wordt opgemerkt dat PJ Milieu BV geen financieel of zakelijk belang heeft bij de kwaliteit van de onderzochte locatie.
2 3
4 5
NEN 5725, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Delft 2017 De (verplicht) te onderzoeken aspecten worden in de NEN 5725 afhankelijk gesteld van de aanleiding van het onderzoek. Aanleiding A is als volgt geformuleerd: opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek NEN 5740+A1, Bodem. Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Delft 2016 NEN 5707+C2, Bodem. Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Delft 2017
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
6
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
2
VOORONDERZOEK
2.1
Werkwijze
Het vooronderzoek heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de omgeving. De volgende bronnen zijn geraadpleegd: ▪ het Kadaster; ▪ de opdrachtgever; ▪ de gemeente Nunspeet; ▪ het Bodemloket en Topotijdreis.nl; ▪ de Grondwaterkaart van Nederland, de Bodemkaart van Nederland en/of het DINOloket. Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek zijn de onderzoekslocatie en de omgeving geïnspecteerd. Voor de resultaten van het vooronderzoek wordt verwezen naar de foto op de voorpagina en de bijlagen 1 en 6. Onder bijlage 1 zijn opgenomen: ▪ een foto-impressie; ▪ een productcertificaat van het opgebrachte puin. Onder bijlage 6 zijn opgenomen: ▪ een kadastrale kaart; ▪ een situatietekening. In paragraaf 2.2 wordt het één en ander verwoord en geïnterpreteerd weergegeven. Daarnaast wordt relevante aanvullende informatie verstrekt. 2.2
Resultaten vooronderzoek
2.2.1 Onderzoekslocatie Topografische en algemene gegevens Enkele (topografische) gegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2
Topografische en algemene gegevens locatie
Algemeen Adres onderzoekslocatie
Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
Gemeente
Nunspeet
Kadastrale aanduiding
Gemeente Nunspeet, sectie E, perceel 2099
Artikel 55
Ten aanzien van dit perceel zijn geen aantekeningen in het kader van het artikel 55 Wet bodembescherming opgenomen. Dit houdt in dat bij het Kadaster geen bodeminformatie geregistreerd is
Oppervlakte perceel
2.735 m²
Oppervlakte onderzoekslocatie
2.735 m²
X-coördinaat
185.184
Y-coördinaat
482.687
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
7
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
Huidig gebruik Op Elspeterbosweg 7-9 is de locatie momenteel braakliggend en in gebruik als parkeerplaats en opslag van divers materiaal. De ‘inrit’ van de locatie is verhard met gebroken puin en in gebruik als parkeerterrein. Door de eigenaar van de fietsenzaak, die de locatie in gebruik heeft, is een certificaat verstrekt. Door hem is aangegeven dat het certificaat bij de aanwezige puinverharding behoort. Het certificaat is in bijlage 1 opgenomen. Tijdens de visuele inspectie van de locatie zijn geen bodembedreigende activiteiten aangetroffen. Te denken valt hierbij aan (ondergrondse) brandstoftanks of een relevante opslag van vloeistoffen. De locatie maakt een matige verzorgde indruk. In bijlage 6 is een situatietekening opgenomen. Historisch gebruik Er zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot voormalige/historische bodembedreigende activiteiten. Te denken valt daarbij aan (ondergrondse) brandstoftanks, calamiteiten, ophogingen of dempingen. Dergelijke activiteiten kunnen aanleiding geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Op de locatie waren tot 2009 diverse opstallen aanwezig. Van de locatie zijn een verkennend bodemonderzoek, een plan van aanpak grondsanering brandplaats en een evaluatierapport bekend. De 3 onderzoeken zijn uitgevoerd door Tauw in de periode 2006 – 2007.
Kort samengevat komt het erop neer dat er op het perceel in de boven-/ ondergrond en het grondwater maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond. Uitzondering hierop is een voormalige brandplaats. Hier zijn sterk verhoogde gehalten koper en zink aangetoond in de toplaag (tot 0,15 m-mv). Vervolgens is de verontreiniging gedeeltelijk afgegraven en over de aangrenzende weide verspreid. Daarnaast is ter plaatse van de brandplaats asbesthoudend materiaal aangetroffen. Vervolgens is de verontreinigde grond gesaneerd (circa 10 m3, 15 ton). Waar de ontgraving heeft plaatsgevonden blijkt niet uit de rapportage. Voor de volledige resultaten wordt verwezen naar de rapportages6. Toekomstig gebruik Men is voornemens ter plaatse van de onderzoekslocatie nieuwbouw van woningen te realiseren. Asbest Om vast te stellen of de bodem van de locatie op voorhand verdacht is op aanwezigheid van asbest, zijn de volgende acties uitgevoerd: • globale inspecteren van de locatie (maaiveld); • bestuderen luchtfoto’s; • verzamelen informatie over ophogingen, dempingen en/of stort afval of puin. Op basis van bovenstaande wordt de locatie als verdacht ten aanzien van asbest beschouwd door de aanwezigheid van voormalige bebouwing en het aantreffen van asbestverdacht materiaal bij eerder onderzoek en op het maaiveld bij het huidige onderzoek.
2.2.2 Omgeving Definiëring omgeving De omgeving wordt gedefinieerd als de onderzoekslocatie en de directe omgeving tot een afstand van maximaal 25 meter. Gebruik De onderzoekslocatie is gelegen in een omgeving welke te karakteriseren is als een woongebied. Voor zover bekend blijft dit gebruik ongewijzigd. 6
Verkennend bodemonderzoek, Tauw, projectnummer 4475678, d.d. 11 oktober 2006; Plan van aanpak grondsanering brandplaats, Tauw, projectnummer 4475678, d.d. 26 oktober 2006; Evaluatierapport grondsanering, Tauw, projectnummer 4475678, d.d. 23 februari 2007.
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
8
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
Bodembedreigende activiteiten Van de directe omgeving zijn geen relevante gegevens bekend met betrekking tot (voormalige) bodembedreigende activiteiten. Voorbeelden zijn (ondergrondse) brandstoftanks, een olie-benzine-afscheider of calamiteiten. Deze kunnen aanleiding geven om bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie te verwachten. Expliciete bronnen van PFAS (inclusief GenX) zijn niet bekend. Bodeminformatie Van de omgeving is geen bodeminformatie (bijvoorbeeld een voorgaand bodemonderzoek of een bodemsanering) bekend. Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is opgenomen in rapport GWK-09 en gelegen op kaartblad 27 west. Regionaal bestaat de bodem tot circa 10 meter min maaiveld (m-mv) uit matig fijn en matig grof zand. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk gericht. De onderzoekslocatie bevindt zich in een grondwaterbeschermingsgebied (intrekzone). Achtergrondgehalten De gemeente Nunspeet beschikt over een (regionale) bodemkwaliteitskaart7. De uitkomsten van het onderzoek kunnen met de in deze kaart genoemde achtergrondgehalten worden vergeleken. Over het algemeen vindt dit echter alleen plaats als in de grondmonsters matig of sterk verhoogde gehalten zijn aangetoond.
7
Bodemkwaliteitskaart regio Noord Veluwe, Tauw, 21-01-2014, kenmerk R001-1206995LNH-baw-V02-NL
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
9
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
2.3
Hypothese en onderzoeksopzet
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie verdacht is ten aanzien van verontreiniging met asbest. Ten aanzien van de overige parameters is de locatie onverdacht. Het verkennend bodem- en asbest in grondonderzoek wordt uitgevoerd conform respectievelijk de NEN 5740 en de NEN 5707. In verband met de (mogelijke) afvoer van grond is aanvullend geanalyseerd op PFAS8. Het algemene doel van de onderzoeken is het vaststellen van de actuele bodemkwaliteit. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het aantonen dat op de onderzoekslocatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarde en de streefwaarde. Het doel van het verkennend asbest in grondonderzoek is om met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking op verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. In de onderstaande tabel zijn de gehanteerde onderzoeksstrategieën (NEN 5740 en NEN 5707) en de daarop gebaseerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden schematisch weergegeven. Tabel 3
Onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriumonderzoek
NEN 5740: Onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) NEN 5707: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (par. 6.4.5) Veldonderzoek Aantal boringen en peilbuizen
*
Laboratoriumonderzoek Aantal (meng)monsters
Gaten tot ongeroerde grond
Boring tot
èn boring tot
èn boring met
0,5 m
grondwater
peilbuis
Asbest
Grond
13
9
2
1
3*
3
=
Grond
Grondwater
1
uitgaande van 1 verdachte laag van maximaal 50 cm dikte
Opgemerkt wordt dat de boringen en gaten daar waar mogelijk worden gecombineerd.
Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, brieven d.d. 08-07-2019, 29-11-2019 en 1-7-2020 8
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
10
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
3
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Uitvoering veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd door minimaal 1 gecertificeerd persoon van PJ Milieu BV (bijlage 2, verklaring onafhankelijkheid uitvoering veldwerk) conform de Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB-procescertificaat voor veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek (BRL SIKB 2000) en de protocollen 20019 en 200210. Op 24 september 2020 is het veldwerk uitgevoerd als omschreven in paragraaf 2.3. De verrichte boringen en de geplaatste peilbuis zijn gecodeerd vanaf nummer 1. Het grondwater is bemonsterd op 1 oktober 2020. Gelijktijdig zijn de stand, de zuurgraad (pH), het geleidingsvermogen (ec) en de troebelheid van het grondwater bepaald. De situering van de boorpunten is aangegeven op de tekening (bijlage 6). Een uitgebreide omschrijving van de onderzoeksmethodiek is opgenomen in bijlage 5. 3.2
Resultaten veldonderzoek
In bijlage 2 is van elke boring een boorprofiel opgenomen. De globale bodemopbouw van de locatie is in tabel 4 omschreven. Tabel 4
Globale bodemopbouw onderzoekslocatie
Traject (m-mv)
Lithologische beschrijving
0,0 – 0,5
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus
0,5 – 2,0
Zand, matig fijn, zwak siltig
2,0 – 4,0
Zand, matig fijn, matig siltig
m-mv
=
meter minus maaiveld
Zintuiglijke waarnemingen vaste bodem Bij de uitvoering van het veldwerk zijn bijmengingen aangetroffen. Voor een gedetailleerde beschrijving wordt verwezen naar tabel 5.
9
10
Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Het nemen van grondwatermonsters
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
11
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
Tabel 5
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Traject (m-mv)
Zintuiglijke waarnemingen
1
0,0 - 0,15
Volledig menggranulaat
0,15 - 0,3
Zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak glashoudend
2
0,0 - 0,5
Zwak baksteenhoudend, zwak glashoudend
3
0,03 - 0,5
Zwak baksteenhoudend, sporen beton
4
0,0 - 0,4
Zwak baksteenhoudend, sporen beton
5
0,0 - 0,5
Sporen baksteen, sporen beton, sporen dakpan
6
0,0 - 0,5
Sporen baksteen, sporen dakpan en sporen sintels
7
0,0 - 0,5
Sporen baksteen, sporen beton
9
0,0 - 0,2
Sporen baksteen, sporen beton
0,2 - 0,26
Volledig baksteen
0,26 - 0,5
Sporen baksteen, sporen beton
11
0,0 - 0,5
Zwak baksteenhoudend, sporen beton
12
0,0 - 0,5
Zwak baksteenhoudend, sporen beton
Op het maaiveld ter plaatse van de boringen / gaten 11 en 12 is asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen. Verder zijn op het maaiveld en in het omhoog gebrachte materiaal geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Grondwaterstand, zuurgraad, geleidingsvermogen en troebelheid In tabel 6 zijn de resultaten van de veldmetingen aan het grondwater schematisch weergegeven. Tabel 6
Veldmetingen grondwater
Peilbuis
Datum monstername
Grondwaterstand (m-mv)
Zuurgraad (-)
Geleidbaarheid (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
4
1 oktober 2020
2,55
6,93
560
8,93
De in tabel 6 genoemde waarden aan zuurgraad, geleidbaarheid en troebelheid kunnen als normaal beschouwd worden. Zintuiglijke waarnemingen grondwater In tabel 7 zijn de zintuiglijke waarnemingen bij de watermonstername schematisch weergegeven. Tabel 7 Peilbuis
4
Zintuiglijke waarnemingen grondwater Bijzonderheden
Goed-/slechtlopend
Belucht
Geen
Goedlopend
Onbelucht
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
12
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
3.3
Laboratoriumonderzoek
De verzamelde monsters zijn ter analyse aangeboden aan het RvA-geaccrediteerde laboratorium Eurofins Analytico Milieu B.V. te Barneveld. De resultaten van het veldonderzoek geven geen aanleiding meerdere (meng)monsters te onderzoeken of andere analyses uit te voeren dan conform de gehanteerde strategie (zie paragraaf 2.3). In tabel 8 zijn de monsteromschrijvingen en de stoffen waarop de betreffende monsters zijn onderzocht, schematisch weergegeven. Tabel 8
Monsteromschrijvingen en geanalyseerde parameters
Monstercode
Boringen
Traject (m-mv)*
Geanalyseerde parameters
MM-1
1 t/m 7
0,0 - 0,5
Standaardpakket bodem11, PFAS12, lutum en organische stof
MM-2
8, 10, 13 en 14 0,0 - 0,5
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
MM-3
4, 8 en 13
1,0 - 2,0
Standaardpakket bodem, PFAS, lutum en organische stof
4
3,0 - 4,0
Standaardpakket grondwater13
Grond
Grondwater 4-1-1 MM *
3.4
= =
mengmonster het betreft de minimale en maximale monsternamediepte. Op het analysecertificaat is het monsternametraject per boring weergegeven
Analyseresultaten
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. De analyseresultaten zijn getoetst met behulp van BoToVa aan de achtergrond-/streef14- en interventiewaarden. Informatie over het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. De analyseresultaten van de grond zijn ook indicatief15 getoetst volgens het Besluit16 en de Regeling17 bodemkwaliteit en het Tijdelijke Handelingskader. Deze toetsing geeft een indicatie van toepassingsmogelijkheden zodra grond wordt afgevoerd. De toetsing doet geen uitspraak over de (gezondheids)risico’s bij het gebruik van de grond. In onderstaande tabellen is het resultaat van de toetsing verwoord18 opgenomen voor respectievelijk de grond en het grondwater. 11
12 13
14
15
16 17
Droge stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), minerale olie (GC), PAK (10) en PCB (7) 28 perfluorverbindingen zijn onderzocht Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood en zink), aromaten (BTEXN), styreen, VOCL (11), vinylchloride, 1,1 dichlooretheen, chloorpropanen (3), bromoform en minerale olie (GC) Het betreffen de door de gemeente vastgestelde locatiespecifieke achtergrondwaarden (zie bodemkwaliteitskaart) en/of de landelijk vastgestelde generieke waarden (AW2000) Mogelijke klassen zijn: ‘Altijd toepasbaar’, ‘Klasse Wonen’, ‘Klasse Industrie’, ‘Niet toepasbaar’ en ‘Nooit toepasbaar’ Besluit van 22 november 2007 Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397. Tevens zijn navolgende wijzigingen van de Regeling van toepassing
18
•
•
niet verhoogd: het gehalte overschrijft de achtergrond-/streefwaarde niet; er is in principe sprake van een ‘schoon’ monster (NB: ook de als licht verhoogd gerapporteerde ‘parameters * factor 0,7’ kunnen als ‘niet verhoogd’ worden beschouwd, indien alle individuele parameters de detectiegrens AS3000 niet overschrijden) licht verhoogd: het gehalte overschrijdt de achtergrond-/streefwaarde, maar de tussenwaarde (het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde) wordt niet overschreden. De
20061201A | Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten
13
Verkennend bodemonderzoek & verkennend en nader asbest in grondonderzoek
Tabel 9
Monsteromschrijving grond(meng)monsters en resultaat toetsing
Monstercode
Boringen
Grondsoort*
Bijmengingen**
Resultaat toetsing***
Klasseindeling****
MM-1
1 t/m 7
Grond
Baksteen, beton, glas
Licht: lood (37) en PAK (1,8)
Altijd toepasbaar
MM-2
8, 10, 13 en 14
Grond
-
Licht: koper (22), lood (46)
Altijd toepasbaar
4, 8 en 13
Zand
-
-
Altijd toepasbaar
Bovengrond
Ondergrond MM-3 MM * ** ***
****
= = = = = =
Tabel 10
mengmonster indeling in hoofdnamen: zand, grond (humeus zand), klei, leem of veen voor de mate en voor meer details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 2 mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalte in mg/kg d.s. geen bijmengingen of geen verhoogde gehalten boven de achtergrondwaarden betreft indicatieve toetsing aan Besluit en Regeling bodemkwaliteit met het oog op afvoer en hergebruik van grond
Monsteromschrijving grondwater en resultaat toetsing
Monstercode
Peilbuis
Resultaat toetsing*
4-1-1
4
Licht: zink (190)
*
-
3.5
= =
mate van verhoging (licht, matig of sterk). Tussen haakjes het gemeten gehalten in µg/l geen verhoogde gehalten boven de streefwaarden
Deelconclusie verkennend bodemonderzoek
Geconcludeerd wordt dat de hypothese 'onverdachte locatie' voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. Enkele parameters zijn in de vaste bodem en het grondwater licht verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt echter niet noodzakelijk geacht.
• •
verontreiniging is naar verwachting dermate gering dat veelal geen nadere actie (onderzoek of sanering) noodzakelijk is matig verhoogd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde. Nader onderzoek kan worden aanbevolen om te bepalen of er inderdaad sprake is van relevante bodemverontreiniging sterk verhoogd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. Nader onderzoek naar de aard, mate, omvang en oorzaken van de verontreiniging is in de meeste gevallen noodzakelijk