AP 10 Bijlage Bestemmingsplan Schotkampweg 161
Tekst van het document
31
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
3.3.2.3 Notitie functieverandering - Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen Het college van de gemeente Nunspeet heeft op 22 november 2020 de "Notitie functieverandering – Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen" vastgesteld. Deze notitie bevat richtinggevende uitgangspunten voor een herijking van het beleid voor functieverandering naar wonen in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. De essentie van deze herijking is een koerswijziging in aanpak: van het overal in de gemeente zoveel mogelijk faciliteren van functieverandering naar wonen naar een meer gebiedsgerichte en doelmatige functieverandering naar wonen. De ingangsdatum van het beleid in deze notitie is 1 januari 2021 en deze beleidsnota geldt tijdelijk tot 31 december 2022. De reeds ingediende functieveranderingsverzoeken van voor 1 januari 2021 (zoals bij de onderhavige casus) vallen nog onder de oude regeling voor functieverandering, zoals deze nog is opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2019" (overgang).
3.3.3
Woonvisie Nunspeet "Goed wonen in de gemeente Nunspeet"
De woonvisie "Goed wonen in de gemeente Nunspeet" is vastgesteld op 20 februari 2020. Met deze woonvisie wil het gemeentebestuur een nieuw fundament leggen voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. In de woonvisie zijn daarom de volgende ambities opgenomen: Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte. Een duurzaam huis. Zorgzame en inclusieve wijken. Het gemeentebestuur wil dat alle inwoners van de gemeente Nunspeet zo passend mogelijk wonen, en wil de vier kernen 'in balans' houden. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad met circa 670 woningen nodig in de periode 2020 tot 2025, en tot 2030 met in totaal 950 woningen. Voor starters bestaat de grootste urgentie, maar ook het passend wonen voor senioren is een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. In de periode 2020-2025 wil het gemeentebestuur ten minste 135 sociale huurwoningen toevoegen en een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen. In Nunspeet zijn de landelijke ambities en normen voor verduurzaming ook vertaald naar het wonen in Nunspeet. Dit om een duurzame woningvoorraad te realiseren die zich kenmerkt door een zuinig energieverbruik of door energie neutrale woningen.
De gemeente Nunspeet wil goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk maken. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, welzijn en zorg, samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Mensen moeten zoveel mogelijk een wooncarrière in de eigen omgeving kunnen maken, zodat mensen goed wonen in een omgeving waar ze zich thuis voelen en waar zij een netwerk hebben of kunnen opbouwen. In februari 2020 is de woonvisie “Goed wonen in de gemeente Nunspeet” voor de periode 2020-2025 vastgesteld. In deze woonvisie heeft de gemeenteraad haar ambities vastgelegd op het gebied van wonen. Aan de basis van deze ambities ligt dat de gemeente gaat voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. Voorafgaand aan het opstellen van de woonvisie is een woningbehoefteonderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is gekeken naar zowel de kwantitatieve woonbehoefte als naar de kwalitatieve woonbehoefte. De kwantitatieve woonbehoefte is gebaseerd op de huishoudensontwikkeling van de gemeente Nunspeet. Een toename van het aantal huishoudens zorgt voor een toename van de woningvoorraad.
Voor de periode 2020-2025 is berekend dat een uitbreiding van onze woningvoorraad met circa 670 woningen nodig is, en tot 2030 met in totaal 950 woningen. Deze uitbreiding zal zich vooral moeten richten op de groepen starters en senioren. Maar ook gezinnen blijven een stevige basis vormen in de gemeente Nunspeet. Dit zorgt ervoor dat de behoefte aan koopeengezinswoningen in Nunspeet ook in de toekomst groot blijft. De voorgenomen woningbouwontwikkeling aan de Schotkampweg 161 te Elspeet van 1 nieuwe vrijstaande woning en de vervanging van 1 bestaande woning is opgenomen in de plancapaciteit van de gemeente om in de verwachte woningbehoefte te kunnen voorzien. Voor de kwalitatieve woonbehoefte baseren wij ons op de uitkomsten van het landelijke woonbehoefteonderzoek (WoON 2018) waar de gemeente Nunspeet aan heeft deelgenomen. In dit onderzoek zijn de woonwensen meegenomen van de huishoudens in Nunspeet. Deze woonwensen zijn verbonden met de verwachte huishoudprognose waardoor inzichtelijk gemaakt is wat kansrijke en minder
32
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld) kansrijke segmenten zijn op de woningmarkt in Nunspeet. De gemeente Nunspeet kenmerkt zich als een echte kopersmarkt, waarvoor geldt dat zowel voor de korte termijn als voor de lange termijn er behoefte bestaat aan woningen in alle koopprijssegmenten.
Kansrijke en minder kansrijke segmenten in Nunspeet tot 2025/2040 Bron: Primos 2019, WoON 2018, bewerking Atrivé
Tabel 3.1
Kansrijke en minder kansrijke segmenten in Nunspeet tot 2025/2026
Door de groeiende groep een- en tweepersoonshuishoudens van 75 jaar en ouder zal de behoefte naar appartementen met lift of geschikte grondgebonden seniorenwoning op langere termijn toenemen. Maar zoals genoemd blijft ook de behoefte aan gezinswoningen naar de toekomst toe groot. De voorgenomen woningbouwontwikkeling aan de Schotkampweg 161 te Elspeet bestaat uit 1 nieuwe vrijstaande woning in het buitengebied en uit de vervanging van 1 bestaande voormalige bedrijfswoning door een vrijstaande woning past zowel binnen de kwantitatieve woningbehoefte als binnen de kwalitatieve woningbehoefte van de gemeente Nunspeet. Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat de voorgenomen woningbouwontwikkeling als kansrijk wordt gezien.
3.3.4
Welstandsnota "Welstand Nunspeet 2015"
Op 17 december 2015 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota van de gemeente Nunspeet vastgesteld. Het perceel is gelegen in het deelgebied "Buitengebied Veluwe – Deelgebied Agrarische Enclaves". Hier geldt een beperkte toets. Voor de agrarische enclaves geldt behoud en herstel van het kleinschalige besloten en agrarische karakter. Het beleid is gericht op handhaving van de agrarische functies. Negatieve ontwikkelingen in de sfeer van landschappelijke verpaupering door leegstand en marginalisering van de landbouw worden tegengegaan. Het streven is om de agrarische bedrijven te concentreren door herstructurering en landschapsbeheer en verbetering van de beeldkwaliteit door aanleg en behoud van houtwallen en hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Het behoud van de economische vitaliteit kan gepaard gaan met ontwikkeling van in het landschap passende extensieve functies. De nota zal worden gebruikt als toetsingskader bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe woning(en). De onderhavige ontwikkeling past binnen het beleid zoals weergegeven in de welstandsnota.
33
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Planologische en Milieukundige Aspecten
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, et cetera), als ook planologische en ruimtelijke aspecten.
4.1
Bedrijven en milieuzonering
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van de wijziging van het bestemmingsplan op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzoneringen om zodoende de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" (2009).
Richtafstandenlijsten Voor een scala aan milieubelastende activiteiten zijn richtafstanden aangegeven in de VNG-publicatie. In de lijsten wordt onderscheid gemaakt naar richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van deze vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een activiteit in een milieucategorie. Daarbij omvat categorie 1 de lichtste vorm van bedrijvigheid en categorie 6 de zwaarste vorm van bedrijvigheid. De richtafstanden gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).
De richtafstanden in de VNG-publicatie zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Rustig buitengebied wordt in de uitgave geschaard onder het beleid van een rustige woonwijk.
Het plangebied bevindt zich in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. In de omgeving is geen sprake van functiemenging. Dergelijke gebieden kunnen niet worden aangewezen als "gemengd gebied". De richtafstanden kunnen derhalve niet met één stap worden verkleind, zoals bij gemengd gebied onder omstandigheden wel het geval kan zijn.
Ontvanger en/of bron? In het onderhavige plan wordt de bestaande voormalige bedrijfswoning voorzien van een woonbestemming, met de mogelijkheid om de voormalige bestaande bedrijfswoning te vervangen door een nieuwe woning (nadat eerst de voormalige bedrijfswoning is gesloopt). Tevens wordt een tweede woning gerealiseerd in het kader van het functieveranderingsbeleid. Een woning betreft een milieugevoelige functie. Het is van belang om na te gaan wat de mogelijke milieuhinder afkomstig van de omliggende (agrarische) bedrijven op onderhavige locaties bedraagt. De naastgelegen woning (Schotkampweg 163) betreft een woonbestemming zonder milieutechnische uitstraling. Ter plaatse van Schotkampweg 159 is men voornemens kleinschalige bedrijfsactiviteiten te blijven uitoefenen (maximaal categorie 3.1). In het onderhavige plan wordt rekening gehouden met dit voornemen en wordt getoetst aan de daarbij behorende richtafstand. De grootste richtafstand bedraagt in dit geval 50 meter. Tussen de (nieuwe) woningen in het onderhavige plan en de bedrijfsactiviteiten aan de Schotkampweg 159 bedraagt de afstand ten minste 50 meter. Dit blijkt ook uit onderstaande stedenbouwkundige schets d.d. 23 november 2021 zoals deze door de gemeente is uitgewerkt.
34
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Afbeelding 4.1: Stedenbouwkundige plan ontwerp T. Hilhorst, ROV, gemeente Nunspeet, met de milieucontour van het perceel Schotkampweg 159 daarop aangegeven d.d. 23 november 2021 (bron: gemeente Nunspeet)
Zoals blijkt uit de bovenstaande onderbouwing, worden de richtafstanden ten opzichte van de naastgelegen (toekomstige) bedrijfsbestemming niet overschreden met de contouren van het bedrijf van het naastgelegen perceel Schotkampweg 159 op de twee nieuwe woningen. Hiermee wordt in het plan rekening gehouden. In de nabije omgeving zijn verder geen bedrijven gelegen die als bron kunnen worden aangemerkt.
35
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
4.2
Geur
De Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv), in werking getreden op 1 januari 2007, schept het beoordelingskader voor geurhinder als gevolg van tot veehouderij behorende dierenverblijven. Er wordt gekeken naar de geurbelasting van veehouderijbedrijven op de in de omgeving liggende geurgevoelige objecten. Nederland is opgesplitst in concentratie- en niet-concentratie gebieden. In deze gebieden wordt weer onderscheid gemaakt tussen objecten die buiten of binnen de bebouwde kom liggen. Het aspect geur wordt uitgedrukt als geurconcentratie in Europese odour units per kubieke meter lucht (OUe/m3). De normstelling van de geurnorm is in het concentratiegebied, buiten de bebouwde kom, 14 OUe/m3. Binnen de bebouwde kom is dit 3 OUe/m3. In de niet-concentratiegebieden zijn dit respectievelijk 8 OUe/m3 en 2 OUe/m3. De Wgv biedt aan gemeenten de mogelijkheid om middels een gebiedsvisie, binnen bepaalde marges, af te wijken van de in de wet genoemde geurnormen. De gemeente Nunspeet heeft hier geen gebruik van gemaakt binnen dit plangebied of in de nabijheid van dit plangebied.
Beoordeling ontwikkeling Bij besluitvorming omtrent onderhavige ontwikkeling dient in het kader van het aspect "geur" antwoord gegeven te worden op de vragen: Wordt niemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden). Is ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). Om antwoord te kunnen geven op bovengenoemde vragen is middels het programma V-stacks de voor- en achtergrondbelasting in beeld gebracht. In overleg met de gemeente zijn de veehouderijbedrijven in de nabijheid (Stakenbergweg 182 en Hooiweg 180) meegenomen in de toetsing. De gegevens van deze veehouderijen zijn verkregen via de gemeente. Het betreffen veehouderijbedrijven waar dieren worden gehouden met een geuremissiefactor. Middels de V-Stacks berekeningen (zie bijlage 2 bij deze Toelichting) is aangetoond dat ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen wordt voldaan aan de geldende geurnormen voor zowel de voor- als achtergrondbelasting. Op grond hiervan kan gesteld worden dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Ten opzichte van de paardenhouderij aan de Schotkampweg 179 dient op basis van de Wgv een vaste afstand van ten minste 50 meter gehanteerd te worden. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Op basis van de resultaten kan geconcludeerd worden dat de omliggende veehouderijen niet in hun belangen worden geschaad.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de realisatie van de nieuwe woning, en de vervanging van de bestaande voormalige bedrijfswoning door een vervangende nieuwbouwwoning.
4.3
Luchtkwaliteit
De "Wet luchtkwaliteit", in werking getreden op 15 november 2007 (Wlk2007), en nu onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm), is op rijksniveau een implementatie van enkele Europese richtlijnen, waarin luchtkwaliteitsnormen zijn vastgelegd. Deze "Wet luchtkwaliteit" bevat grenswaarden, plandrempels en alarmdrempels voor bepaalde luchtverontreinigende stoffen. Verder geeft de "Wet luchtkwaliteit" aan op welke termijn deze normen gelden, en gehaald moeten worden, en welke bestuursorganen verantwoordelijk zijn voor het halen van die normen. In artikel 4 van het "Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" en in de bijlagen van de "Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)" is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate" (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De regeling "Niet in betekenende mate" is in het leven geroepen om kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen niet onnodig te frustreren of te vertragen. Het initiatief omvat de realisatie van een nieuwe woning. Deze ontwikkeling valt onder de categorieën die "Niet in betekenende mate" bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.
Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor de realisering van het onderhavige plan. Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit binnen het plangebied zelf. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit.
36
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld) De achtergrondconcentraties fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO 2) ter plaatse van het plangebied zijn dermate laag dat de normen voor de luchtkwaliteit niet overschreden worden. Dit is af te leiden uit de GCN-kaarten van het RIVM zoals opgenomen in onderstaande figuren. De achtergrondconcentratie fijnstof ter plaatse van het plangebied ligt lager 18 µg/m3, de norm bedraagt 40 µg/m3. De achtergrondconcentratie stikstofdioxide ter plaatse van het plangebied ligt tussen de 10 en 15 µg/m3, de norm bedraagt 40 µg/m3. De conclusie is dat ter plaatse van het plangebied sprake is van een aanvaardbare luchtkwaliteit.
Afbeelding 4.2: GCN-kaart RIVM fijnstof (PM10) (bron: geodata.rivm.nl)
37
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Afbeelding 4.3: GCN-kaart RIVM stikstofdioxide (NO2) (bron: geodata.rivm.nl)
4.4
Geluid
Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en de minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties.
Wegverkeerslawaai Op basis van artikel 77 van de Wet geluidhinder (Wgh) dient bij wijziging of herziening van een bestemmingsplan een akoestisch onderzoek te worden ingesteld. Het akoestisch onderzoek bepaalt de geluidsbelasting aan de gevel van de geluidsgevoelige bestemming die vanwege de weg wordt ondervonden. Een akoestisch onderzoek is alleen noodzakelijk indien de geluidsgevoelige bestemming binnen de wettelijke geluidszone van de weg gesitueerd is.
Om het effect van het wegverkeer op de nieuwe woning en op de nieuwe vervangende woning van de voormalige bedrijfswoning te bepalen is door bureau Sain Milieuadvies geluidsbelasting van de relevante wegen in de omgeving berekend. In bijlage 5 is het akoestisch onderzoek opgenomen waarin de beoordeling, de resultaten, en de conclusies, zijn opgenomen.
Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van de nieuwe woonbestemmingen de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai voldoet aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (Wgh).
Industrielawaai De naastgelegen (toekomstige) kleinschalige bedrijfslocatie voldoet aan de richtafstanden zoals genoemd in
38
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld) paragraaf 4.1. van deze Toelichting. In de directe nabijheid van de woningen vinden verder geen bedrijfsactiviteiten plaats die industrielawaai produceren. Het plangebied is niet gelegen binnen een geluidszone.
Conclusie Op basis van de bovenstaande kan gesteld worden dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten gevolge van wegverkeerlawaai en industrielawaai (bedrijfsactiviteiten).
4.5
Externe veiligheid
Externe veiligheid heeft betrekking op situaties waarbij een ongeval kan plaatsvinden met gevaarlijke stoffen en een ongeval als gevolg van vliegtuigen op of nabij luchthavens, waardoor mensen - die verder niets met de risicodragende activiteit te maken hebben - om het leven zouden kunnen komen. Hiervoor wordt meestal uitgegaan van het begrip risico, als combinatie van kans en effect.
Bij externe veiligheid wordt een onderscheid gemaakt in: externe veiligheid voor inrichtingen; externe veiligheid voor transport van gevaarlijke stoffen; externe veiligheid voor luchthavens; externe veiligheid voor windturbines. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het belangrijkste toetsingskader. Hierin zijn bijvoorbeeld grenswaarden, richtwaarden en oriënterende waarden opgenomen voor het zogenaamde plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Daarnaast is er specifieke wetgeving voor de opslag van vuurwerk en munitie. Voor transport van gevaarlijke stoffen is met name de Wet vervoer gevaarlijke stoffen relevant. Op 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) in werking getreden, waarmee het verplicht is geworden transportroutes, waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd, vast te leggen in het bestemmingsplan. Verder is het Besluit externe veiligheid buisleidingen van belang (Bevb). Voor luchthavens is er specifiek beleid, dat deels nog in ontwikkeling is. De regels over externe veiligheid en windturbines zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. De laatste twee onderdelen zijn niet relevant voor dit bestemmingsplan.
Een woning is conform artikel 1 van het BEVI een (beperkt) kwetsbaar object omdat in het plangebied mensen verblijven en wonen. Uit de landelijke risicokaart blijkt dat in de directe omgeving (binnen 500 meter) geen risicovolle inrichtingen zijn. Ook is er in de directe omgeving geen sprake van transport van gevaarlijke stoffen.
Geconcludeerd kan worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de realisatie van het onderhavige plan.
4.6
Natuur
Vanaf 1 januari 2017 geldt de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De Wet natuurbescherming (Wnb) voorziet in vereenvoudigde regels ter bescherming van de natuur, in decentralisatie van bevoegdheden naar provincies en in een goede aansluiting op het omgevingsrecht. Er wordt beter aangesloten op de Europese regelgeving en er wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen soorten die Europees beschermd zijn en nationaal beschermde soorten.
De Wet natuurbescherming (Wnb) is, door de samenvoeging van de wetten, zowel gericht op de
39
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld) gebiedsbescherming als op de soortenbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen in de Omgevingswet (Wo) die op 1 januari 2024 in werking is getreden.
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt direct tegen het Natura 2000-gebied “Veluwe” aan. Het plangebied ligt buiten het Natuur- Netwerk Nederland. De Wet natuurbescherming bepaalt dat nieuwe of uitbreidingen van bestaande economische activiteiten moeten worden getoetst op hun effect op de Natura 2000-gebieden. Het voorliggende plan bestaat uit de herbouw van de bestaande woning en de realisatie van een nieuwe woning. In opdracht van de heer G.A. Verhoef is door Agrifirm Exlan een onderzoek verricht naar de stikstofuitstoot tijdens de aanleg- en gebruiksfase van de woningsplitsing op het aangrenzende Natura 2000-gebied. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 7 bij deze Toelichting.
Middels het rekenmodel AERIUS Calculator is de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden tijdens de aanleg- en gebruiksfase bepaalt. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat de stikstofuitstoot tijdens de sloop- en aanlegfase niet boven 0,00 mol/ha/jaar komt. Tijdens de gebruiksfase neemt de stikstofuitstoot niet toe ten opzichte van de referentiesituatie. Dit heeft te maken met het feit dat de nieuwe woningen gasloos worden uitgevoerd. Van significante effecten voor Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie is derhalve geen sprake.
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, namelijk het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor "andere soorten", die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden.
In het onderhavige plangebied wordt bebouwing gesloopt en gebouwd. Het kan niet worden uitgesloten dat het leefgebied van beschermde flora en fauna wordt aangetast. Ten behoeve van het onderhavige plan is derhalve een QuickScan flora en fauna uitgevoerd. In deze paragraaf is uitsluitend de conclusie opgenomen. De gehele rapportage is als bijlage bij deze Toelichting opgenomen (zie bijlage 3 bij deze Toelichting)
Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteit op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en plantensoorten. Lokaal zullen niet specifiek beschermde diersoorten (muizen, konijnen, vogels) uit het plangebied trekken, op zoek naar een vervangende biotoop. Voor eventuele aanwezige soorten is in de omgeving voldoende vervangende biotoop aanwezig.
Aangezien er in de leegstaande stierenstal een kerkuilen-nest is aangetroffen, is voor aanvang van de wijzigingen binnen het plangebied, een ontheffing ex art. 75 van de Flora- en faunawet aangevraagd voor het verwijderen van het kerkuilennest. De werkzaamheden leiden immers tot het vernielen van dit nest. Het verzoek om ontheffing is door RVO positief afgewezen. Door het uitvoeren van de in het besluit (zie bijlage 3 bij deze Toelichting) genoemde maatregelen wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen genoemd in artikel 3.1, lid 2 van de Wet natuurbescherming overtreden worden. Een ontheffing is dan ook niet nodig.
Uit dit onderzoek blijkt dat de werkzaamheden binnen het plangebied geen significant negatief effect hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect natuur geen belemmeringen zijn voor de sloop en de realisatie van bebouwing. De inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet (Ow) per 1 januari 2024, waarin de Wet natuurbescherming (Wnb) is opgenomen, heeft geen wijzigingen van de conclusies met betrekking tot de gebiedsbescherming en de soortenbescherming tot gevolg.
40
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
4.7
Bodem
Bij een bestemmingsplanprocedure dient inzichtelijk te worden gemaakt of de (milieuhygiënische) bodemkwaliteit geschikt is voor de gewenste bestemming. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. De toelichting van een bestemmingsplan bevat altijd een paragraaf over de bodemkwaliteit. Deze verplichting vloeit voort uit artikel 3.1.6. Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In dit artikel staat een verwijzing naar artikel 3.2 Algemene wet bestuursrecht. Hierin is geregeld dat het gemeentebestuur bij haar besluitvorming de nodige kennis over de relevante feiten en de af te wegen belangen vergaart.
Er vindt geen directe vertaling plaats van het aspect bodem in de juridische regeling van het bestemmingsplan (verbeelding en regels). Wel dient in de planvorming rekening worden gehouden met de bodemkwaliteit in relatie tot toegestane functies.
Het onderhavige plan ziet toe op de realisatie van een nieuwe woning en de herbouw van een bestaande woning. Dit betreft een ruimtelijke ontwikkeling waarbij dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Door de initiatiefnemer is opdracht verleend aan Lycens B.V. voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse. Het bodemrapport is opgenomen in bijlage 4 van deze Toelichting.
Het doel van het bodemonderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit op de locatie en daarmee mogelijke verontreinigingen in grond en grondwater te signaleren die consequenties kunnen hebben voor de geplande herontwikkeling van de locatie en de geplande aanvraag voor omgevingsvergunningen (activiteit bouwen). Hiervoor is de milieuhygienische kwaliteit van de grond en van het grondwater beoordeeld door het verrichten van een aantal boringen en het analyseren van een aantal grond- en grondwatermonsters.
Het onderzoek is conform de Nederlandse Normen "Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek" (NEN 5740) en “Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond” (NEN 5707) uitgevoerd.
Conclusie Uit het onderzoek blijkt, dat in de bovengrond en in het grondwater licht verhoogde gehalten van diverse stoffen zijn aangetroffen. Deze overschrijden de achtergrondwaarden in geringe mate en vormen geen belemmering voor de geplande herontwikkeling van de locatie en de geplande aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Op delen van het maaiveld is asbesthoudend materiaal aangetroffen. Er wordt geadviseerd om het materiaal onder de reikwijdte van het procescertificaat asbestverwijdering te saneren. Het bodemonderzoek ziet niet toe op een analyse van PFAS. Wanneer bij realisatie van de beoogde plannen grond wordt afgevoerd zal alsnog een PFAS onderzoek uitgevoerd moeten worden.
41
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
4.8
Asbestonderzoek
In het onderhavige plan wordt in ruil voor de sloop van bedrijfsbebouwing de realisatie van een extra woning mogelijk gemaakt. De sloop van de bebouwing is onlosmakelijk met het onderhavige plan verbonden. Dit aspect dient derhalve in de onderhavige Toelichting verantwoord te worden. In het kader van de sloop van de bebouwing dient in beeld gebracht te worden of in de bedrijfsbebouwing asbesthoudende materialen aanwezig zijn. Ten behoeve van het onderhavige plan is derhalve op de locatie Schotkampweg te Elspeet een asbest onderzoek uitgevoerd. In deze paragraaf is uitsluitend de conclusie opgenomen. De gehele rapportage is als bijlage bij toelichting gevoegd (zie bijlage 6 bij deze Toelichting).
Conclusie asbest onderzoek Tijdens de uitgevoerde asbestinventarisatie zijn asbesthoudende materialen aangetroffen. De asbesthoudende materialen zijn aan de hand van een geautomatiseerd databestand SMA-rt (Stoffen Manager Asbest) ingedeeld in risicoklassen welke van toepassing zijn tot het verwijderen van de asbesthoudende materialen. Na toetsing middels het databestand SMA-rt wordt voor het grootste deel van de asbesthoudende materialen een risicoklasse 2 en 2A verkregen. Op basis van deze risicoklassen dienen de verwijderingswerkzaamheden te worden uitgevoerd door een SC 530 gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf.
Gezien de kleine hoeveelheid asbesthoudend materiaal welke onder risicoklasse 1 is ingedeeld, wordt geadviseerd om dit materiaal in combinatie met de onder risicoklasse 2 en 2A ingedeelde materialen te laten verwijderen.
4.9
Water
Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze meegewogen te worden. De "watertoets" is hiervoor het toetsinstrument. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van realisatie en sloop van bebouwing en verharding. Zoals reeds eerder is beschreven wordt veel meer verharding gesloopt dan gerealiseerd waardoor sprake is van een afname van het verhard oppervlak. Het bestemmingsplan betreft een waterneutraal plan, dat geen negatieve gevolgen heeft voor het watersysteem. Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen en dergelijke) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water.
De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan.
Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21ste eeuw heeft in augustus 2000 advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport ''Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw'' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd: vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat overtollig water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Vervolgens wordt zo nodig het water tijdelijk
42
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld) geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen te weinig opleveren wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan het bod. Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning.
Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Het Nationaal Waterplan geeft op hoofdlijnen aan welk beleid het Rijk in de periode 2009 - 2015 voert om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2009-2015 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Watertoets De ''watertoets'' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. In de waterparagraaf worden de watertoets en de uitkomsten van een eventueel overleg opgenomen.
Planspecifiek Bij het opstellen van een bestemmingsplan dienen waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze meegewogen te worden. De "watertoets" is hiervoor het toetsinstrument. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Het doel van de watertoets is het voorkomen van waterproblemen, zoals wateroverlast en verdroging. Nieuwe plannen dienen te voldoen aan het principe van Hydrologisch Neutraal Ontwikkelen, waarbij de hydrologische situatie minimaal gelijk moet blijven aan de oorspronkelijke situatie. In het onderhavige bestemmingsplan is sprake van realisatie en sloop van bebouwing en verharding. Zoals reeds eerder is beschreven wordt veel meer verharding gesloopt dan gerealiseerd, waardoor sprake is van een afname van het verhard oppervlak. Het bestemmingsplan betreft een waterneutraal plan, dat geen negatieve gevolgen heeft voor het watersysteem.
4.10 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Vanaf 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta genoemd). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus in de grond, te behouden. De Erfgoedwet bevat daarnaast regels voor omgang met archeologie in het algemeen. Zo is het verplicht om bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met archeologische waarden.
43
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
De gemeente Nunspeet heeft het beleid met betrekking tot archeologische waarden onder meer vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied. Het plangebied ligt in dit bestemmingsplan binnen de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Er dient een onderzoek uitgevoerd te worden indien er bodemvergravingen plaats vinden met een oppervlak groter dan 120 m² en over dit gehele oppervlak dieper in de bodem reiken dan 0,5 m. Het totale oppervlak aan nieuw te bouwen woningen en bijgebouwen bedraagt circa 540 m². De her te bouwen woning en de nieuwe woning met de bijbehorende bouwwerken worden echter vrijwel op dezelfde plaatsen gesitueerd als de bestaande te slopen bebouwing. Deze gronden zijn reeds geroerd. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek op deze plekken is derhalve nu niet zinvol.
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat er vanuit de aspecten archeologie en cultuurhistorie geen belemmeringen vormen voor voorliggend plan.
4.11 Verkeer en parkeren De verkeersintensiteit ten gevolge van het nieuwe bestemmingsplan verandert nauwelijks ten opzichte van de huidige situatie. Bij de woningen is voldoende verharding aanwezig voor parkeren en manoeuvreren. Ook bij de nieuw te realiseren woning zal een oprit en voldoende parkeergelegenheid gecreëerd worden. De wijzigingen brengen geen negatieve consequenties met zich mee voor de verkeerssituatie ter plaatse.
44
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De Toelichting heeft niet zo zeer juridische rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De Toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. Ook is de Toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Tot slot maakt een eventuele bijlage onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan.
5.2
Verbeelding
Op de Verbeelding worden de bestemmingen weergegeven met daarbij andere bepalingen als bestemmingsvlakken, gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, et cetera. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
5.3
Planregels
De planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels voor het hele plangebied. Hoofdstuk 2 geeft de bestemmingsregels. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens de algemene regels waaronder (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. In dit derde hoofdstuk kunnen belangrijke algemene bepalingen zijn opgenomen die van invloed kunnen zijn op het bepaalde in hoofdstuk 2. Ten slotte regelt Hoofdstuk 4 de overgangs- en slotbepalingen. In de volgende paragraaf worden de afzonderlijke bestemmingen behandeld. Voor de planregels is de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 gebruikt. In de planregels is een standaard hoofdstukindeling aangehouden die begint met "Inleidende regels" (begrippen [artikel 1] en wijze van meten [artikel 2]), vervolgens met de "Bestemmingsregels", de "Algemene regels" (de regels die voor alle bestemmingen gelden) en de "Overgangs- en slotregels". In het tweede hoofdstuk, de Bestemmingsregels, staan de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde.
Ook de regels van een bestemming kennen een standaardopbouw en worden als volgt benoemd: Bestemmingsomschrijving (in elk bestemmingsplan); Bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Nadere eisen (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de bouwregels (bestemmingsplanafhankelijk); Specifieke gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Afwijken van de gebruiksregels (bestemmingsplanafhankelijk); Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (bestemmingsplanafhankelijk).
5.4
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen "Groen" en "Wonen". Tevens bevat het bestemmingsplan de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie - 2".
45
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
5.4.1
De bestemming "Groen"
Volgens artikel 3, lid 3.1, 1. zijn de gronden die voor de bestemming "Groen" zijn aangewezen bestemd voor de volgende functies: a. groenvoorzieningen, waaronder bermen en beplantingen; b. fiets- en voetpaden; c. watergangen en waterpartijen; d. kunstobjecten en speeltoestellen. Volgens artikel 3, lid 3.1, 2. zijn de gronden die voor de bestemming "Groen" zijn aangewezen mede bestemd voor landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting. Deze functies spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.
Op of in deze deze gronden met de bestemming "Groen" mogen geen gebouwen worden gebouwd. a. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 4 meter bedragen. b. De bouwhoogte van erfafscheidingen mag niet meer dan 2,50 meter bedragen. Aan de bestemming “Groen”, artikel 3, is aan de Specifieke gebruiksregels (lid 3.3) onder lid 3.3.1 “Strijdig gebruik” de volgende Voorwaardelijke verplichting opgenomen: ”3.3.1 Strijdig gebruik. Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden met de bestemming "Groen" indien de landschappelijke inpassing overeenkomstig het Landschappelijk Inpassingsplan Schotkampweg 161 d.d. maart 2021 (aangepast mei 2021), volgens bijlage 1 bij deze Regels, niet is gerealiseerd en niet in stand wordt gehouden."
5.4.2
De bestemming "Wonen"
Volgens artikel 4, lid 4.1 zijn de gronden die voor de bestemming "Wonen" zijn aangewezen bestemd voor de volgende functies: a. het wonen in een woning of in een woonhuis al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep en/of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; b. de gronden zijn mede bestemd voor landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting; met de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken, tuinen en erven.
In artikel 4, lid 4.2 zijn de Bouwregels opgenomen.
In artikel 4, lid 4.2.1, li d, lid b, en lid c zijn voorwaardelijke verplichtingen geformuleerd waarmee wordt geregeld dat er eerst de voormalige bedrijfsgebouwen gesloopt dienen te worden voordat de nieuwe woningen en de nieuwe bijbehorende bouwwerken gebouwd kunnen worden. In artikel 4, lid 4.2.1, lid b is extra geregeld dat de nieuwe woning, die in de plaats van de oude bedrijfswoning zal worden gebouwd, pas mag worden gebouwd (de vergunning daarvoor mag pas worden verleend) zodra de oude bedrijfswoning ook is gesloopt.
In artikel 4, lid 4.3 zijn regels opgenomen met betrekking tot het afwijken van de bouwregels.
In artikel 4, lid 4.4 zijn de regels opgenomen met betrekking tot de specifieke gebruiksregels. Van belang in verband met de landschappelijke inpassing is dat in artikel 4, lid 4.4.1., lid i het volgende is geregeld, dat strijdig gebruik is: "i. het gebruiken of laten gebruiken van de nieuw te bouwen woonhuizen met nummer 1 en met nummer
46
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld) 2, en van de bestaande voormalige bedrijfswoning, volgens de tekeningen overeenkomstig de bijlagen 2 en 3 bij deze Regels, binnen de bestemming "Wonen", indien de landschappelijke inpassing overeenkomstig het Landschappelijk Inpassingsplan Schotkampweg 161 d.d. maart 2021 (aangepast mei 2021), volgens bijlage 1 bij deze Regels, niet is gerealiseerd en niet in stand wordt gehouden." Met deze voorwaardelijke verplichting wordt geregeld dat het Landschppelijk Inpassingsplan eerst wordt gerealiseerd voordat de twee nieuwe woningen kunnen worden gebruikt. Dit artikellid is derhalve geformuleerd als een voorwaardelijke verplichting.
In artikel 4, lid 4.5 zijn regels opgenomen met betrekking tot afwijken van de gebruiksregels.
In artikel 4, lid 4.6 zijn regels opgenomen met betrekking tot omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden.
5.4.3
De bestemming "Waarde - Archeologie 2"
Volgens artikel 5, lid 5.1 zijn de voor "Waarde - Archeologie 2" aangewezen gronden mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. In artikel 5, lid 5.2 zijn de bouwregels voor deze medebestemming opgenomen. In artikel 5, lid 5.3 zijn regels opgenomen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden.
5.4.4
Algemene regels
In Hoofdstuk 3 zijn de Algemene regels opgenomen, te weten:
In artikel 6 is de zogenoemde Anti-dubbeltelregel opgenomen.
In artikel 7 zijn de Algemene bouwregels opgenomen.
In artikel 8 zijn de Algemene gebruiksregels opgenomen.
In dit artikel 8 is ten eerste een algemeen gebruiksverbod opgenomen in lid 8.1. In lid 8.2 is het toegestaan gebruik geregeld. In lid 8.3 is het afwijken van de gebruiksregels opgenomen. In leden 8.4 en 8.5 zijn regels opgenomen voor het vestigen van een bed en breakfast buiten de bebouwde kom. Deze regels zijn ontleend aan het parapluplan Bed en Breakfast (vastgesteld d.d. 30 juni 2022, inmiddels onherroepelijk van kracht). In lid 8.6 zijn specifieke gebruiksregels met betrekking tot onzelfstandige bewoning opgenomen. Deze regels zijn ontleend aan het Paraplubestemmingsplan "Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten" (vastgesteld d.d. 28 april 2022, nog niet onherroepelijk van kracht; er loopt nog een beroepszaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State). Aangezien dit paraplubestemmingsplan wel reeds rechtskracht heeft, zijn de regels van dit paraplulan opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan. In lid 8.7 zijn specifieke gebruiksregels en afwijkingsregels opgenomen met betrekking tot logies voor arbeidsmigranten / seizoenarbeiders e.a. Deze regels zijn ontleend aan het Paraplubestemmingsplan "Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten" (vastgesteld d.d. 28 april 2022, nog niet onherroepelijk van kracht; er loopt nog een beroepszaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak bij de Raad van State).
Aangezien dit paraplubestemmingsplan wel reeds rechtskracht heeft, zijn de regels van dit paraplulan opgenomen in het onderhavige bestemmingsplan.
In artikel 9 zijn de Algemene afwijkingsregels opgenomen.
47
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
In artikel 10 zijn de Algemene wijzigingsregels opgenomen.
In artikel 11 zijn de Overige regels opgenomen. In artikel 11.1 zijn de regels voor het "Parkeren" gegeven. Deze regels zijn overgenomen uit het "Parapluplan Parkeren", zoals deze is vastgesteld d.d. 29 april 2021, en zoals deze inmiddels onherroepelijk van kracht werd. De regels in artikel 11, lid 11.1 zijn noodzakelijk om bij het verlenen van omgevingsvergunningen te kunnen toetsen aan deze regels om het aspect "parkeren" binnen deze omgevingsvergunningen goed te kunnen borgen. In artikel 11.2 zijn regels gesteld met betrekking tot de "werking van de wettelijke regelingen", waarnaar in de regels van het bestemmingsplan wordt verwezen. In artikel 11.3 zijn regels gesteld over "verwijzingen naar adressen". In artikel 11.4 zijn regels gesteld met betrekking tot de aanvullende werking van de welstandscriteria, zoals opgenomen in de gemeentelijke "Welstandsnota".
5.4.5
Overgangs- en slotregels
In Hoofdstuk 4 zijn de Overgangs- en slotregels opgenomen.
In artikel 12 is het overgangsrecht opgenomen.
In artikel 13 is de slotregel opgenomen
5.4.6
Bijlagen bij de Regels
Bij de Regels zijn vier Bijlagen opgenomen, waaraan de Regels mede dienen te worden getoetst, namelijk te weten: 1. Landschappelijk Inpassingsplan. 2. Tekening met daarop aangegeven de te bouwen twee nieuw woningen. 3. Tekening van de te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing. 4. Tabel te slopen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing.
48
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na de vaststelling door de gemeenteraad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De procedure eindigt eventueel met een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
De bestemmingswijziging betreft een particulier initiatief. De initiatiefnemers, die eigenaren van de betreffende gronden zijn, fungeren als financiële dragers van het onderhavige project en hebben voor de uitvoering de benodigde financiële middelen gereserveerd. De gemeente beperkt zich tot het verlenen van planologische medewerking aan de uitvoering van het plan en stelt het bestemmingsplan op met medewerking van de adviseurs van de initiatiefnemers. Overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening is voor voorliggende ontwikkeling geen exploitatieplan noodzakelijk. Kostenverhaal vindt plaats middels het overeenkomen van een anterieure overeenkomst.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De bestemmingswijziging vindt plaats op een perceel dat eigendom is van de initiatiefnemers. Het plan heeft geen negatieve milieugevolgen en zal niet voor overlast zorgen voor omliggende bedrijven of woningen. Derhalve mag worden aangenomen dat tegen het onderhavige plan geen overwegende bezwaren bestaan. Om belanghebbenden te betrekken bij de planvorming heeft een zorgvuldige omgevingsdialoog plaatsgevonden in de vorm van een communicatietraject met omwonenden. De initiatiefnemer heeft de direct omwonenden persoonlijk bezocht en geïnformeerd over het beoogde initiatief. Hierbij heeft hij het plan nader toegelicht aan de hand van het stedenbouwkundige plan van de gemeente (figuur 4.1), en daarbij getracht zo goed mogelijk aan te geven wat de veranderingen zijn ten opzichte van de huidige planologische situatie. In bijlage 8 bij deze Toelichting is een korte brief opgenomen die de initiatiefnemers hebben gebruikt bij de omgevingsdialoog. (Zie verder de bijlagen 8 en 9).
6.4
Verslag zienswijzenprocedure
Het ontwerpbestemmingsplan heeft de bestemmingsplanprocedure van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen. Het bestemmingsplan heeft in de periode van 6 december 2023 tot en met 16 januari 2024 ter inzage gelegen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
49
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
50
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Bijlagen bij Toelichting
51
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Bijlage 1 Landschappelijk Inpassingsplan
52
1 Bijlage 1 2 •
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING
Toelichting Landschappelijk Inpassingsplan Schotkampweg 161
Locatie:
Schotkampweg 161 8075 RD Elspeet
Gemeente:
Gemeente Nunspeet
Opgesteld door:
Borgo Tuin- en landschapsarchitectuur
Datum:
Maart 2021
Tekeningnummer:
1170
1
Aanleiding
In verband met de herstructurering van het kavel en de gebouwen aan de Schotkampweg 161 is een Landschappelijk Inpassingsplan vereist. Het Landschappelijk Inpassingsplan zorgt voor een goede ruimtelijke inrichting van de locatieen laat zien hoe de nieuwe woning met schuur wordt ingepast. Voor het terrein met de oude boerderij geldt dat bij een eventuele vervanging hiervan, de herbouw in de noordelijk hiervan gelegen wei zal plaatsvinden. De uitwerking van het inrichtingsplan voor het groen moet passend zijn in de karakteristiek van de omgeving. De gemeente Nunspeet heeft hiertoe reeds een aanzet gegeven. Daarnaast wordt in deze toelichting uitgelegd waarom bepaalde keuzes ten aanzien van het groen op erfniveau gemaakt zijn. Onderstaande afbeelding laat de toekomstige situatie zien, waarbij Agrifirm Exlan zorgt voor de begeleiding van de aanvraag.
Bestaande situatie (links) en nieuwe situatie (rechts), bron: Afrifirm Exlan Er komt een lange toegangswegen naar achteren die nodig is om de nieuwbouw te kunnen bereiken. Dit is aanleiding om een fraaie laan te kunnen aanleggen. Ten behoeve van de privacy gaat de voorkeur uit naar singels en hagen ter afscherming. Er zijn twee entrees nodig aan de Schotkampweg. De bestaande beplantingen op dit erf zijn oude coniferen en sparren. Het zijn versleten beplantingen en zullen worden vervangen door soorten die landschappelijk passend zijn.
2
De karakteristiek van het landschap en de omgeving
Het buitengebied van de Gemeente Nunspeet is bijzonder fraai en divers. Zoals in het Landschapsontwikkelingsplan Nunspeet (2005) en het Bestemmingsplan Buitengebied (2015) wordt geschetst kent Nunspeet een contrastrijke afwisseling aan deelgebieden: · ·
Open veenweidegebied. Halfopen overgangsgebied (kleinschalig kampenlandschap).
·
Besloten Centraal Veluws Natuurgebied (CVN).
In het Landschapsontwikkelingsplan zijn vijf deelgebieden onderscheiden, waarbij de locatie valt onder deelgebied 5: Agrarische enclave (zie onderstaande afbeelding).
Deelgebieden: 1. 2. 3. 4. 5.
Randmeerkust Weidegebied Overgangszone Centraal Veluws Natuurgebied Agrarische enclaves
De agrarische enclaves betreffen de enclave Vierhouten en de enclave Elspeet. Het zijn open ruimtes in het zeer besloten bosgebied van het CVN. Elspeet en Vierhouten zijn oude enkdorpen, ontstaan op kruisingen van oude handelswegen. Direct rondom beide dorpen worden de enclaves gekenmerkt door een kleinschalig, halfopen enkenlandschap met verspreide bebouwing en opgaande beplanting. Bij wijze van uitzondering zijn vanuit Elspeet op enige afstand van het oude enkdorp heideontginningen plaatsgevonden onder de namen Grote Koloniën en Kleine Koloniën.
Topotijdreis, topografische situatie ca. 1930
In de bruine ovaal: enkdorp Elspeet. In de rode ovalen: De Kolonie (Grote) en De Kolonie (Kleine). De Koloniën vormen een aparte eenheid binnen de Agrarische enclaves. De locatie Schotkampweg 161 hoort tot de Grote Kolonie. Ook op de bovenstaande kaart is te zien dat de Grote Kolonie in 1930 nog niet was afgerond. Het ging tot ongeveer de Bergweg en de zuidelijke grens was de Veenweg. Zoals de naam al doet vermoeden was het gebied rond de Veenweg natter. Meer westwaarts was een drassig heidegebied, op de kaart aangegeven met zwart gestreepte banen. Samen is het een landschap van de jonge heideontginningen, waarbij onderscheid te maken is in een oudere ontginning en een nattere heideontginning.
De locatie Schotkampweg 161 ligt in de rode cirkel en komt pas voor het eerst voor op de kaart uit 1957. (Bron: topotijdreis.nl). Opvallend zijn: · · · · ·
3
de uitbreidingen van de bossen de groei van de bebouwing aan de Stakenbergweg het open heidegebied van de Schotkamp De Veenberg het lage, natte gebied ten zuidwesten van de locatie.
Ruimtelijke en landschappelijke kaders
Het perceel is gelegen in een jong heideontginningenlandschap. Ten opzichte van andere landschappen van de jonge heideontginningen is de kavelstructuur hier minder rationeel en grootschalig. Wel is het gebied vrij vlak. De nabijheid van het imposante Veluws natuurgebied is aan de Schotkampweg overheersend qua sfeer en gebruik (recreatie). Het gebied tussen BergwegSchotkampweg-Stakenbergweg lijkt, omdat het omringd is door de robuuste natuur, een enclave binnen een enclave te zijn.
De analyse van het landschap laat zien dat het gebied Schotkapweg-Stakenbergweg rondom De Veeneberg een eigen karakteristiek heeft. Het heeft meer weg van een kampontginningenlandschap en is hoger en droger dan het gebied ten zuiden hiervan (nabij de Veenweg). De kavelstructuur is niet erg regelmatig, maar wel min of meer haaks op de Schotkampweg. De soorten en type beplantingen kunnen hier deze analyse worden afgestemd. De type beplantingen die worden toegepast zijn hagen, boomrijen, singels en een bosje. De soorten zijn eik, beuk, noot, kastanje, linde en voor het bosplantsoen: meidoorn, hazelaar, vuilboom, krent, kornoelje. In de Notitie Ruimtelijke Kwaliteit (2012) is tot op niveau van het erf, per deelgebied, de gewenste structuur uitgewerkt.
· · ·
·
·
De perceelscheidingen zullen worden uitgevoerd door groen: hagen, boomrijen en singels; geen afscheidingsmuren. Bestratingsmateriaal is passend in de omgeving. De beplanting is passend in de omgeving en streekeigen. Als laanboom wordt gekozen voor linde. Hagen beuk of een losse haag bestaande uit meerdere soorten (“landschappelijke haag bestaande uit gemengde soorten”). Singels, hagen en bomen krijgen voldoende ruimte om goed te kunnen uitgroeien: singels zijn minimaal 4 meter breed, een gemengde haag is twee meter breed, een geschoren haag is 0,8 tot 1 meter breed. Hoogte van de hagen: 1 tot 2 meter. Afstand tussen de bomen: minimaal 8 meter.
4
Uitwerking beplantingsplan
Uitgangspunten: Ø Het plan past binnen de door de gemeente Nunspeet gestelde kaders. Ø Het plan maakt gebruik van bij het landschap passende soorten en beplantingstypen. Ø Het plan zal de natuur rondom de locatie niet belemmeren. De hagen zullen daarom niet hoger worden dan maximaal 1,5 à 2 meter i.v.m. reeën en herten. Ø Vanaf de weg dienen zichtlijnen naar het omliggende gebied gehandhaafd te blijven. De bebouwingen hoeven niet weggestopt te worden: het gaat hier immers om een agrarische enclave. Het gaat om inpassen; de aanwezigheid van de erven mag de voorbijganger ervaren. De extra lange inrit in het midden van het perceel naar het toekomstige erf krijgt een laanbeplanting (linde) en een flinke dichte singel. Voor het overige wordt het erf omlijst door beukenhagen en landschappelijke hagen. Samen met de vogelbosjes geeft dit een mooi afwisselend effect, gezien vanuit bijvoorbeeld de Stakenbergweg. Tevens zijn deze dichte, hoge elementen belangrijk in verband met de privacy. Toepassing van lange lengtes van hetzelfde type beplantingen horen niet bij dit gebied. De geaccentueerde verspringingen haken hierop aan. Ook de kronen van de bomen en de vogelbosjes zorgen voor een fraaie “skyline” of silhouet. Ten aanzien van de situering van de beplantingen is aansluiting op de bestaande kavelstructuur gezocht.
Beplantingslijst Bomen: maat 10-12 Linde (Tilia platyphyllos)
10 st
Bosplantsoen: maat 60-80, tweejarig plantsoen. Vogelbosjes, 220 m2 1,25m x 1,25 m in verspringend verband; 125 stuks. Eik (Quercus robur) Hazelaar (Corylus avellana) Vuilboom (Rhamnus frangula) Kornoelje (Cornus sanguinea)