CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

1. AP 6a. Bijlage Toelichting en regels BP 't Hul Noord

Commissie Ruimte en Wonen 8 april 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 't Hul Noord en exploitatieplan 't Hul Noord.29.898 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan ’t Hul Noord, Nunspeet Gemeente Nunspeet

COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

't Hul Noord NL.IMRO.0302.BP01218-VG01 Vastgesteld 14 maart 2024 24.10.25

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever:

Gemeente Nunspeet

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:

Luuk Arends Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl

2

't Hul Noord

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 6.4

't Hul Noord

5 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Opbouw bestemmingsplan Het plan Huidige situatie Toekomstige situatie Duurzame stedenbouw Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Klimaatadaptatie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen

7 7 7 7 9 9 11 16 17 17 21 23 28 28 37 41 42 43 48 49 51 51 51 54 54 54 54 54

3

Bijlagen bij de toelichting

55

Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16

56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71

Structuurvisie 't Hul Noord Stedenbouwkundige visie 't Hul Noord Historisch bodemonderzoek Verkennend bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Geuronderzoek M.e.r.-beoordelingsnotitie Watertoets Quick scan flora en fauna woonwijk Nader ecologisch onderzoek woonwijk Quick scan flora en fauna Bovenweg Nader ecologisch onderzoek Bovenweg Voortoets stikstofdepositie Verkeersnotitie reconstructie Bovenweg Onderzoek ontsluiting en verkeersprognose Participatieverslag

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Hoofdstuk 4 Artikel 16 Artikel 17

73 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Groen Maatschappelijk Verkeer Water Woongebied Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

75 75 80 82 82 82 83 84 84 90 91 93 93 93 93 98 98 99 100 100 100

Bijlagen bij de regels

101

Bijlage 1 Bijlage 2

102 103

4

Parkeernota van de gemeente Nunspeet Stedenbouwkundige visie

't Hul Noord

Toelichting

't Hul Noord

5

6

't Hul Noord

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

De vraag naar woningbouw is de afgelopen jaren toegenomen, zo ook in de gemeente Nunspeet. Om een bijdrage te leveren aan het invullen van de woonbehoefte is in de Structuurvisie 't Hul Noord, die op 27 mei 2021 is vastgesteld, de locatie 't Hul Noord aangewezen om tot woongebied te ontwikkelen. Het voornemen van de gemeente is om maximaal 750 woningen, een school en ondersteunende voorzieningen te realiseren. Het nieuwe woongebied zal ontsloten worden door een nieuwe bovenlokale ontsluiting via de Bovenweg. Deze ontwikkeling past niet in de geldende bestemmingsplannen. De bestemmingsplannen wordt herzien om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied wordt begrensd door de (bestaande bebouwing aan de) Kolmansweg en Hullerweg/Molenweg en het recreatiegebied en de bestaande bebouwing aan de oostzijde van de Oude Zeeweg. Onderstaande afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Ligging plangebied (bron: openstreetmaps.org)

1.3

Opbouw bestemmingsplan

Het bestemmingsplan is een bindend plan voor zowel overheid als burgers. Met de bestemming wordt geregeld wat de functie van de grond is. Ook geeft het bestemmingsplan aan wat er gebouwd mag worden, waarvoor de gebouwen gebruikt mogen worden en is het een toetsingskader voor omgevingsvergunningen. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en deze toelichting en is opgesteld volgens de laatste afspraken over de RO Standaarden 2012.

't Hul Noord

7

Verbeelding De verbeelding, een kaart, laat zien welke bestemmingen er gelden. Met aanduidingen kan meer informatie worden gegeven over wat is toegestaan, bijvoorbeeld met bouwvlakken of maatvoeringen. Planregels De planregels geven de gebruiksmogelijkheden aan van de grond en op welke wijze de gronden bebouwd mogen worden. Opzet van de toelichting In deze toelichting is het volgende opgenomen:  een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan (hoofdstuk 2);  een samenvatting van het relevante Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid (hoofdstuk 3);  in hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het plan getoetst op grond van het geldende beleid en de relevante milieuwetgeving. Ook wordt beschreven op welke wijze in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding;  hoofdstuk 5 geeft de verantwoording van de keuze van bestemmingen en wat er met de bestemmingen wordt beoogd;  het verslag van de procedure (hoofdstuk 6): de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen. De toelichting voldoet hiermee aan de eisen die worden gesteld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).

Bij de voorbereiding van dit plan is het niet nodig om een milieueffectrapport, als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer, op te stellen. In paragraaf 4.1.7 is dit nader onderbouwd.

8

't Hul Noord

Hoofdstuk 2

Het plan

In dit hoofdstuk wordt het plan beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde plan.

2.1

Huidige situatie

Het plangebied ligt tussen de Kolmansweg, Hullerweg/Molenweg en Oude Zeeweg. Daarnaast is de Bovenweg gedeeltelijk onderdeel van het plangebied. Onderstaande afbeelding geeft dit globaal aan.

Luchtfoto met plangebied rood omlijnd In de Structuurvisie 't Hul Noord (zie bijlage 1) is de huidige situatie in het plangebied en de omgeving uitgebreid in beeld gebracht. In deze paragraaf zijn de belangrijkste onderdelen beknopt beschreven. Aan de noordzijde van de Kolmansweg ligt de zandrug Rug van Wessinge, die eindigt bij het Veluwemeer. Parallel aan deze zandrug is een ontginningsstrook aanwezig. De boerderijen die aan deze ontginningsstrook werden gebouwd vormden de basis voor het ontstaan van Nunspeet. Naast deze lintbebouwing zijn ook de historische groenstroken in en rondom het plangebied bepalende cultuurhistorische elementen. Het gebied loopt geleidelijk af van zuidoost naar noordwest, waarbij ten noorden van het plangebied de verhoogde Rug van Wessinge ligt. De slotenstructuur staat haaks op het Veluwemassief en de Kolmansweg. De openheid, watergangen en enkele historische houtsingels bepalen het karakter van het gebied. Langs de omliggende wegen staan bomenrijen die deels onderbroken zijn. De Kolmansweg, Hullerweg, Molenweg, Bovenweg en Oude Zeeweg zijn momenteel landelijke wegen. De Bovenweg, Kolmansweg en Hullerweg zijn onderdeel van het fietsknooppuntennetwerk en van enkele wandelroutes. Bij de molen is een fietsknooppunt aanwezig. In het plangebied zijn geen paden of wegen aanwezig. Op de Bovenweg wordt verderop in deze paragraaf nader ingegaan.

De bebouwing rondom het plangebied heeft een landelijke en kleinschalige uitstraling en is redelijk divers: er is lintbebouwing aanwezig, maar ook erven met agrarische bedrijfsbebouwing. De bebouwing staat in lijn met de verkavelingstructuur. De omliggende recreatieparken zijn relatief kleinschalig en hebben een rechtlijnige verkaveling en hebben rondom een groen karakter.

't Hul Noord

9

Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de bebouwde kom van Nunspeet. Tussen de Hullerweg en het plangebied liggen nog enkele functies: een agrarisch bedrijf aan de Oude Zeeweg 2 en een paar woningen. Aan de oostzijde liggen achter de Hullerweg/Molenweg de woonwijk Molenbeek en een recreatieterrein. Ten noorden van het plangebied ligt één woning ten zuiden van de Kolmansweg en aan de overzijde van de weg zijn agrarische gronden en een recreatieterrein aanwezig. Ook is ten noordoosten van het plangebied de molen De Duif aanwezig. Het plangebied grenst in het westen aan een recreatieterrein en enkele woningen. Aan de overzijde van de Oude Zeeweg liggen agrarische gronden met nog enkele woningen gelegen aan de weg. Het plangebied zelf bestaat voornamelijk uit agrarische gronden met daarin historische groenstructuren. Een klein agrarisch gebouwtje in de noordoosthoek en de bedrijfsbebouwing van de melkveehouderij aan de Oude Zeeweg 2 is de enige bebouwing binnen het plangebied. Ook het tracé van de Bovenweg tussen de kruisingen met de Molenweg en Elburgerweg is onderdeel van het plangebied. Rondom de weg is voornamelijk agrarische grond gelegen. Langs het tracé bevinden zich een intensieve veehouderij, manege, verschillende (vrijstaande) woningen en bomenrijen.

De Bovenweg betreft een zogenoemde 'erftoegangsweg', die als functie het ontsluiten van aanliggende erven en gebieden heeft. Het Plakkewegje, het Wezenland en de Veelhorsterweg sluiten aan op de Bovenweg. Het verkeer over de Bovenweg gaat over dezelfde rijbaan en er is in geen asmarkering. Naast gemotoriseerd verkeer maken ook fietsers gebruik van deze weg. Op enkele plaatsen zijn drempels aanwezig om de snelheid van het verkeer af te remmen. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de huidige situatie.

Huidige situatie Bovenweg (bron: Google Streetview)

10

't Hul Noord

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1 Structuurvisie 't Hul Noord De Structuurvisie 't Hul Noord is op 27 mei 2021 vastgesteld. Vanuit een ruimtelijke analyse en beleidsanalyse is een visie voor realisatie van een woonbuurt van 500 tot 600 woningen opgesteld die zo goed mogelijk ingepast wordt in het stedenbouwkundig en landschappelijk weefsel van Nunspeet. Dit heeft geleid tot navolgende visiekaart. De structuurvisie is als bijlage 1 opgenomen bij dit plan, waarin de visiekaart inclusief legenda te zien is.

structuurvisiekaart

Navolgend is de hoofdopzet van de structuurvisie beschreven. Landschappelijk raamwerk De basis wordt gevormd door een sterk landschappelijk raamwerk waarbinnen flexibel en gefaseerd onder andere een duurzame wijk kan worden gerealiseerd. Er wordt ingezet op het versterken van het landschap, waarbij huidige functies zoals recreatieterrein De Hofstee en de landelijke woonkavels langs de Hullerweg logisch aansluiten op het nieuwe raamwerk. Door een sterke houtsingelstructuur te combineren met deze landelijke woonkavels en een overgangszone met waterretentie, is er een goede balans tussen de landschappelijke kernkwaliteiten zoals die ook op provinciaal niveau zijn beschreven: openheid behouden/beleven en herstellen/versterken groenstructuur. Er wordt gestreefd naar behoud en versterking van natuurwaarden en cultuurhistorische waarden. Dit wordt gedaan door:  Het respecteren van het recreatiefeconomisch product en uitstraling van molen De Duif.  Het herstellen van een oud historisch kerkenpad door het plangebied.  Behoud van de karakteristiek van de oude historische wegen Bovenweg, Molenweg en Kolmansweg.

't Hul Noord

11

Verkeer en aanhechting bestaande kern De verkeersontsluiting heeft specifieke aandacht. Verbetering van de Bovenweg zorgt voor een goede aansluiting met de Rondweg-Oost en daarmee voor een goede afwikkeling en doorstroming van het autoverkeer. Door langzaamverkeerroutes, waterstructuur en groenstructuur te laten aansluiten op de kern ontstaat er een goede samenhang met de bestaande kern van Nunspeet. Hierdoor zal de nieuwe wijk integraal onderdeel uit gaan maken van de kern en als ‘echt’ Nunspeetse wijk gaan functioneren. De Hullerweg wordt alleen voor bestemmend verkeer waardoor het ook een aantrekkelijke fietsroute wordt. De bestaande lintbebouwing wordt versterkt door de nieuwe bebouwing hierop aan te laten sluiten en deze kavels/erven groen in te passen. Ook krijgt molen De Duif een centrale rol bij de entree van de wijk vanuit de Hullerweg. Duurzame en gezonde wijk Door de ligging en de ruimte ontstaat ook de kans om een wijk te realiseren waarbij aspecten van een duurzame leefomgeving zo optimaal mogelijk worden ingezet. Hieronder wordt verstaan dat de wijk op het gebied van Ruimte (o.a. woningbouwprogramma, landschapsstructuur, beeldkwaliteit), Klimaat (o.a. weersbestendigheid, biodiversiteit, circulair) en Mens (o.a. veilig, gezond, voorzieningen) zo optimaal mogelijk wordt uitgewerkt. Al deze componenten samen zorgen voor een duurzame wijk.

Zorgvuldig inpassen locaties bestaande bewoners en bedrijven De gemeente streeft ernaar om de locaties van zowel bestaande bewoners als bedrijven zorgvuldig in te passen in de planontwikkeling. De gemeente vindt het belangrijk om samen met haar inwoners te bepalen hoe deze zorgvuldige inpassing er uit moet zien. Op basis van de participatie is het uitgangspunt geformuleerd dat de gemeente er naar streeft dat zowel bestaande ondernemers als bewoners van het gebied zo min mogelijk hinder ondervinden van de ontwikkeling en realisatie van ’t Hul Noord. Dit betekent ook dat de kwaliteit van de leefomgeving van bestaande bewoners zo veel mogelijk moet worden behouden. Concreet betekent dit:  Het streven naar realisatie van een groene buffer tussen de bestaande woningen en de nieuwbouwwoningen.  Een bouwhoogte van de woningen van maximaal 3 bouwlagen.  Het borgen van de bereikbaarheid van bestaande woningen en bedrijven met alle vervoersmiddelen.  Het streven om zo veel mogelijk rekening te houden met bestaande, zakelijke rechten en verplichtingen die regelen dat participanten hun bestaande woningen en/of bedrijven kunnen blijven gebruiken. Een voorbeeld daarvan is een recht van overpad om van het eigen erf (heersende erf) over het erf van de buren (dienende erf) naar de openbare weg te mogen gaan.

Een ander voorbeeld is dat bewoners het gebruik van grondwater in het gebied moeten kunnen voortzetten. 2.2.2 Uitwerking De Structuurvisie 't Hul Noord is uitgewerkt tot een stedenbouwkundige visie. Deze is opgenomen in bijlage 2. Deze stedenbouwkundige visie vormt de basis voor voorliggend bestemmingsplan. Navolgend wordt de hoofdlijn van de stedenbouwkundige visie toegelicht. De stedenbouwkundige visie is raadpleegbaar voor een uitgebreidere toelichting. Het ruimtelijk concept is dat de woonwijk een zelfstandige eenheid wordt. Hier horen de volgende uitgangspunten bij:  Behoud van de identiteit van bestaande linten (Kolmansweg, Molenweg, Hullerweg, Oude Zeeweg).  Een naar binnen gekeerde oriëntatie van bestaand woongebied (ten zuiden van 't Hul Noord/Hullerweg).  De Rug van Wessinge als overgang naar open landelijk gebied.  Geen verbonden hoofdontsluitingsstructuur met omliggende gebieden/woonwijken, maar ontsluiting via de Bovenweg.

12

't Hul Noord

Dit ruimtelijk concept is in de stedenbouwkundige visie nader uitgewerkt tot een structuurmodel. Het structuurmodel hanteert de volgende uitgangspunten:  't Hul Noord is één overgangszone van stedelijk gebied (Nunspeet) naar buitengebied: een landelijke wijk met een sterk groen/blauw raamwerk.  Het groen-blauwe raamwerk bestaat uit bestaande houtsingels en watergeulen en wordt versterkt door het terugbrengen en toevoegen van nieuwe groenstructuren en zichtbaar maken van de Hulbeek. Hiermee worden de structuren vanuit de historie weer zichtbaar.  De groene en blauwe structuren van noord naar zuid bepalen de hoofdstructuur/-opzet. Daartussen komen de woonvelden waarbinnen diverse principes mogelijk zijn.  De hoofdstructuren worden alleen door de hoofdontsluiting onderbroken. Deze ontsluiting verbindt de verschillende (woon)gebieden met elkaar en zorgt voor de ontsluiting van de gehele wijk over de Bovenweg. De ontsluiting binnen de woonvelden zelf doorkruist deze structuren niet, met uitzondering van bijvoorbeeld een struinpad ten behoeve van langzaam verkeer.  Vanaf de Bovenweg begint eerst het entreegebied met de wijkvoorzieningen. Binnen de nieuwe woonwijk bevinden zich nog twee andere centrale punten van de wijk met buurtfuncties. Deze locaties liggen midden in elke deelgebied waar de groenstructuren elkaar kruizen.

 Er komen verschillende typen woonvelden met ieder eigen uitgangspunten voor de inrichting, zie de stedenbouwkundige visie voor details. Binnen de woonvelden komen woningen, tuinen, parkeerplaasten, wegen en groen.  De bestaande bebouwing in het plangebied, waaronder de bebouwing van het bedrijf aan de Oude Zeeweg 2 zal verdwijnen in het kader van de ontwikkeling, zodat het beoogde woningbouwprogramma gerealiseerd kan worden. Hierbij is mede van belang dat er rondom de veehouderij Oude Zeeweg 2 een geurcontour ligt, die het bouwen van woningen rondom de veehouderij belemmert. Het stoppen van de veehouderij zorgt voor meer ruimte om het beoogde woningbouwprogramma te realiseren. Het programma voor het plan is als volgt:  750 woningen met een menging van woningtypologieën (vrijstaand, halfvrijstaand, rijwoningen, benedenbovenwoningen, rug-aan-rugwoningen, appartementen). Het woningaantal is groter dan in de Structuurvisie 't Hul Noord, omdat de woningbehoefte sindsdien is gegroeid. Ook zijn er verhoudingsgewijs meer kleinere betaalbare dan grote vrijstaande woningen aan het plan toegevoegd, waardoor het aantal ook is toegenomen. Woningen krijgen grotendeels maximaal 2 lagen met een kap.  Een school met dagopvang en ondersteunde functies voor circa 600 leerlingen;  Twee woonvelden met buurtvoorzieningen van 150 -500 m² bvo.

Gedacht kan worden aan kleinschalig kantoor/bedrijfsruimte, een koffiecorner, een buurtcentrum of een zorgsteunpunt. Binnen de woonvelden is bebouwing in drie lagen met een kap toegestaan, zodat ook appartementen gerealiseerd kunnen worden.  Een kleinschalig horecapunt nabij de rotonde. Op basis van de woningbehoefte in Nunspeet is een verdeling in prijscategorieën gemaakt voor de woningen van 't Hul Noord. Deze verdeling is in navolgende tabel opgenomen. In de regels van het bestemmingsplan zijn onderstaande percentages voor sociale huur, sociale koop (laag, midden en hoog) en middeldure huur als percentages minimum te realiseren aandeel van de woningen opgenomen. Omdat de gemeente particulier opdrachtgeverschap wil steunen, is in de regels bepaald dat minimaal 15% van de woningen in particulier opdrachtgeverschap wordt ontwikkeld.

't Hul Noord

13

Het plan wordt in fasen uitgevoerd. Hierbij geldt dat geleidelijk vanuit de oostzijde wordt ontwikkeld. Op deze manier sluit het tempo waarin de woningen worden ontwikkeld aan bij de ontwikkeling van de woningbehoefte (zie ook de ladderonderbouwing in paragraaf 3.1). Om een inschatting te geven van de woningdichtheid zijn er 2 deelgebieden onderscheiden. Deelgebied 1 betreft het oostelijke deel van het gebied, deelgebied 2 het westelijke gebied. In deelgebied 1 worden 370 woningen mogelijk gemaakt, in deelgebied 2 gaat het om 380 woningen. In bijlage 2 is ook een proefverkaveling opgenomen om inzicht te geven hoe invulling wordt gegeven aan de gestelde uitgangspunten van voorliggend bestemmingsplan. Dit is zoals het woord zegt een 'proef' verkaveling. Bij de uitwerking kunnen er nog wijzigingen plaats vinden. De navolgende uitsnede toont het structuurmodel dat de structuur vast ligt waarbinnen de ontwikkelvelden kunnen worden ontwikkeld.

Uitsnede structuurmodel Herstructuring Bovenweg Het plan voorziet in een verlegging van het tracé van de Bovenweg. Dit is nodig om het extra verkeer vanwege de nieuwe woonwijk goed te kunnen afwikkelen. De ligging van de weg verandert maar beperkt, waarmee er

14

't Hul Noord

sprake blijft van een verwijzing naar de historische weg. Vanaf de westkant, bij de kruising van de Bovenweg met de Molenweg, ligt het nieuwe tracé iets zuidelijker dan het bestaande tracé. Ter hoogte van de Bovenweg 2 wordt ten zuiden van het nieuwe tracé een nieuw fietspad aangelegd. Dit fietspad loopt grotendeels parallel aan het nieuwe tracé van de Bovenweg tot aan de te realiseren rotonde ter hoogte van de Bovenweg 17. Het Plakkewegje (ten noorden van het oude tracé) en de Wezenland (ten zuiden van het huidige tracé) worden niet meer via de bestaande kruisingen aangesloten op de Bovenweg. Bij de te realiseren rotonde komen deze wegen samen met de Bovenweg. Het noordelijke deel van de Wezenland wordt afgesloten voor autoverkeer. Fietsers kunnen van dit stuk weg gebruik blijven maken. Het plan voorziet in diverse oversteekplaatsen voor fietsers bij de rotonde.

Impressie plangebied, west (concept ontwerp: Royal HaskoningDHV)

Ter hoogte van de Bovenweg 24 loopt het fietspad over in een parallelweg langs het nieuwe tracé. Deze parallelweg wordt iets ten oosten van de Bovenweg 26a aangesloten op het nieuwe tracé. Vanaf dit punt gaat het fietspad in oostelijke richting verder. De Veelhorsterweg wordt niet meer op dezelfde locatie aangesloten op de Bovenweg. Deze wordt parallel aan het nieuwe tracé doorgetrokken. Het nieuwe tracé wordt aangesloten op de bestaande Noordelijke Randweg. Tussen de parallelweg en de rotonde komt een fietspad. Tussen het nieuwe tracé van de Bovenweg en de parallelwegen/fietspaden is ruimte voor groen en enkele solitaire bomen. Navolgende afbeelding geeft een impressie van de toekomstige situatie.

Impressie plangebied, oost (concept ontwerp: Royal HaskoningDHV)

't Hul Noord

15

2.3

Duurzame stedenbouw

In een duurzame leefomgeving wordt bewust omgegaan met energie, klimaat, grondstoffen, ruimte, water en groen. Ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen om de verschillende aspecten van duurzame stedenbouw vanaf het begin in de planvorming mee te nemen. Het energieneutraal maken van een gebouw kan bijvoorbeeld beter bij de bouw dan achteraf. Bij de inrichting van de buitenruimte kan rekening worden gehouden met het voorkomen van water- en hittestress. Het aanplanten van groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Een duurzame leefomgeving is ook een plek waar mensen zich prettig en veilig voelen. In de stedenbouw zijn deze aspecten niet nieuw, maar de reden waarom ze worden meegenomen en hoe ze worden afgewogen verandert. Bij de afweging hoe duurzaamheidsdoelstellingen behaald kunnen worden speelt ook het financiële kader een rol: de te nemen maatregelen dienen in relatie worden bezien met investerings- en de beheerkosten. Planspecifiek In onderhavig plan is op de volgende wijze met het thema duurzaamheid rekening gehouden:  Er komt een landschapszone aan de noordkant van de nieuwe woonwijk, wat zorgt voor een prettige leefomgeving voor mens en dier.

Groen is goed voor de klimaatbestendigheid, omdat het bijdraagt aan het verminderen van de hittestress en het verbeteren van het watervasthoudend vermogen van het gebied. Ook de groenstructuren binnen de woonwijk dragen hieraan bij. Het groen is direct vanuit de woonvelden beleefbaar en nodigt uit tot bewegen, spelen en sporten.  Het groen-blauwe raamwerk zorgt ervoor dat de Veluwe en de groene 'stapstenen' in de kern Nunspeet verbonden worden met het buitengebied en de Randmeren. Dit groen wordt als leef- of fourageergebied gebruikt door diverse diersoorten. Specifiek voor de groene specht, gewone dwergvleermuis, roodgatje, poelkikker en de winde ('the big 5' van Land van Wessinge) heeft dit groen betekenis. Hiermee is in de planvorming voor 't Hul Noord rekening gehouden met het versterken van leef- en fourageergebied voor deze soorten. Zie de stedenbouwkundige visie (bijlage 2) voor meer informatie hierover.  Bij de bouw wordt aangesloten bij de dan geldende eisen/normen voor energie en circulair bouwen. Het toepassen van cradle-to-cradle-bouw en realiseren van energieneutrale bebouwing door middel van zonnepanelen en/of een warmtepomp is goed mogelijk.  Energie: een gezamenlijke energievoorziening is mogelijk binnen de buurtfuncties.

Nieuwbouw biedt de kans om meteen voor een duurzame wijze van verwarming te kiezen, maar ook andere duurzaamheidsaspecten zijn bij nieuwbouw relatief eenvoudig te realiseren, zoals het opwekken van duurzame energie. Het is van belang de kansen voor het opwekken van duurzame energie te benutten om de gestelde toename van duurzaam opgewerkte energie te behalen. Met het plan is sprake van duurzame stedenbouw.

16

't Hul Noord

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied.

Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

't Hul Noord

17

Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de SVIR en het Barro. Ladder duurzame verstedelijking Met het realiseren van 750 woningen, een school en buurtfuncties, is sprake van een stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen dient te worden. De school en buurtfuncties zijn bedoeld voor de bewoners van de nieuwe woningen. Daarmee zorgt dit plan voor de behoefte aan de school en buurtfuncties. De locatie in de nieuwe woonwijk (nu buiten stedelijk gebied) is door de directe connectie met de woonwijk ook logisch. Voor de woningen wordt navolgend de ladder doorlopen. Kwantitatieve behoefte De behoefte aan woningen/woningbouw neemt de afgelopen jaren alleen maar toe. Dit geldt ook voor de gemeente Nunspeet.

Om een bijdrage te leveren aan het invullen van deze woningbouwbehoefte is, met de vaststelling van de Structuurvisie 't Hul Noord op 27 mei 2021, deze locatie aangewezen als gebied om te ontwikkelen voor woningbouw. Dit omdat de bestaande woningbouwplannen ontoereikend waren om te voorzien in de woningbouwbehoefte voor de gemeente Nunspeet. In december 2022 is het regionale woningmarktonderzoek Noord – Veluwe verschenen. De woningbouwbehoefte voor Nunspeet vormt een onderdeel van deze rapportage. De basis voor de berekening van de woningbehoefte is de Primos-prognose. Voor de gemeente Nunspeet betekent dit dat op basis van deze prognose en het inhalen van het woningtekort er een behoefte bestaat aan 885 – 1195 woningen tot 2030.

Ook na 2030 wordt nog een toename van het aantal huishoudens verwacht. In de genoemde rapportage is voor de regio Noord – Veluwe een doorkijk gemaakt tot 2040. Tussen 2030 en 2040 wordt nog een groei op de Noord – Veluwe voorzien van 5000 huishoudens. De verwachting is dat van deze groei 13% (650 woningen) in Nunspeet terecht komt.

18

't Hul Noord

In de regionale Woondeal Noord-Veluwe (zie paragraaf 3.2) is voor de gemeente Nunspeet tot en met 2030 een aandeel van 1.380 te realiseren woningen opgenomen. Met het plan 't Hul Noord worden 750 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad van de kern Nunspeet. Het plan zal gefaseerd worden uitgevoerd vanuit het oosten naar het westen. De realisatie van het 't Hul Noord is nodig om te kunnen voorzien in de woningbehoefte van de gemeente Nunspeet, om die reden is de Structuurvisie 't Hul Noord op 27 mei 2021 vastgesteld. Het woningmarktonderzoek dat in december 2022 is verschenen onderstreept deze woningbehoefte voor de gemeente Nunspeet. In deze rapportage is naast de woningbouwbehoefte tot 2030 ook een doorkijk gemaakt tot 2040. Om die reden is een deel van deze toekomstige woonopgave opgenomen in 't Hul Noord en wordt in het plan 't Hul Noord de bouw van 750 woningen mogelijk gemaakt in plaats van de bouw van 600 woningen waar in regionale Woondeal Noord- Veluwe nog van wordt uitgegaan. In het woningbouwprogramma van de gemeente is op 1 januari 2024 sprake van een plancapaciteit van 1.130 woningen, waarvan 225 woningen onder harde plancapaciteit en 905 woningen onder zachte plancapaciteit vallen. De 750 woningen van 't Hul Noord vallen onder deze zachte plancapaciteit.

Met het huidige woningbouwprogramma is er nog niet voldoende capaciteit om in de woonbehoefte te kunnen voorzien. Kwalitatieve behoefte In het regionale woningmarktonderzoek Noord – Veluwe dat in december 2022 is verschenen is niet alleen gekeken naar de kwantitatieve woningbouwbehoefte. Er is ook gekeken naar de kwalitatieve woningbouwbehoefte. Dit heeft voor de gemeente Nunspeet geresulteerd in verschillende prijscategorieën. Vervolgens is dit omgezet in percentages per prijscategorie waar 't Hul Noord aan zou moeten voldoen. Deze verdeling is in navolgende tabel opgenomen.

In het Bro is de maximum koopsom sociale koop wettelijk begrensd op € 200.000,--. Voor een hogere grens is een wettelijke basis vereist. Die ligt in de door de gemeente verkregen experimentstatus ex artikel 7ad Besluit uitvoering Chw. De experimentstatus stelt het maximum op de NHG grens (€ 405.000,-- in 2023). De wettelijke regeling biedt de mogelijkheid dat de raad dit maximum lager vaststelt, na regionale afstemming. Het effect van de experimentstatus is dat de door de gemeente te onderscheiden subcategorie betaalbare koop in wettelijke zin nu ook tot de sociale koop wordt gerekend. Er zijn hierdoor 3 prijscategorieën binnen sociale koop waar de gemeente op kan en wilt sturen. Waaronder in voorliggend bestemmingsplan. De andere categorieën waarin wordt gestuurd zijn de sociale huur en middeldure huur.

't Hul Noord

19

Met deze kwalitatieve verdeling van de woningbouwbehoefte voldoet de gemeente Nunspeet aan de afspraken die zijn opgenomen in de Woondeal Noord – Veluwe. In deze woondeal die op 8 maart 2023 is ondertekend zijn naast afspraken over het aantal woningen dat de gemeente gaat realiseren tot 2030 ook afspraken gemaakt dat 2/3 deel van het aantal nieuw te bouwen woningen in de categorie “betaalbaar” (sociale- en middenhuur en sociale koop tot € 355.000) wordt gerealiseerd. De percentages voor sociale huur, middeldure huur en sociale koop zijn in het bestemmingsplan vastgelegd. Dat geldt ook voor percentages van woningtyplogieën, rekening gehouden met deze verdeling. Voor (collectief) particulier opdrachtgeversschap wil de gemeente nadrukkelijk ruimte bieden. Hiervoor is een verplichting opgenomen van minimaal 15 procent voor 't Hul Noord. Hiervoor is ook beleid opgesteld door de gemeente om met name groepen eensgezinden (denk aan knarrenhof voor ouderen of een rijtje met starterswoningen) tot een gezamenlijke ontwikkeling te komen. Bovenstaande uitgangspunten zijn ook in een bij dit bestemmingsplan horende exploitatieplan vastgelegd. Locatie Het beoogde programma vraagt een groot ruimtebeslag. Dit ruimtebeslag is binnen bestaand stedelijk gebied niet beschikbaar. Het plangebied ligt tegen de kern Nunspeet aan op een logische plek voor uitbreiding.

In de Structuurvisie, welke in bijlage 1 is opgenomen is een nadere onderbouwing gegeven voor de locatiekeuze. De ladder voor duurzame verstedelijking is hiermee succesvol doorlopen. Nationale Woon- en Bouwagenda In de Nationale Woon- en Bouwagenda worden de oorzaken van de wooncrisis, de doelstellingen en de programmatische aanpak voor de komende jaren geschetst. Het doel van de Nationale Woon- en Bouwagenda is het bevorderen van de beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit van het woningaanbod in Nederland. Deze doelen zijn navolgend nader toegelicht.  Beschikbaarheid: het is streven naar een woning voor iedereen. Het doel is om te groeien naar het realiseren van 100.000 woningen per jaar (inclusief flex- en transformatiewoningen en splitsing van woningen). Het langetermijndoel is om 900.000 woningen tot en met 2030 te realiseren. Wat betreft flexwoningen is het streven 15.000 woningen per jaar op te leveren. Behalve op nieuwbouw wordt jaarlijks ingezet op het opleveren van 15.000 woningen door transformatie van winkelgebied en kantoren.  Betaalbaarheid: de ambitie is te komen tot betere aansluiting van woonlasten bij het inkomen, door het aantal huishoudens dat te hoge woonlasten draagt ten opzichte van het inkomen te verminderen en te zorgen dat meer mensen een voor hen passende en betaalbare woning kunnen vinden.

 Kwaliteit: doel is om te komen tot voldoende woningen voor aandachtsgroepen en ouderen, perspectief voor kwetsbare gebieden en duurzame huisvesting die bereikbaar is voor iedereen. In kwetsbare gebieden zetten gemeente en corporaties in op herstructurering. Ook bij de bouw van nieuwe woningen en specifiek bij grootschalige woningbouw horen de leefbaarheid en een gezond leefmilieu nu en in de toekomst geborgd te zijn. Voor alle huishoudens, bedrijven en instellingen zullen is het de bedoeling een duurzame woning of een duurzaam gebouw binnen bereik te brengen, waarbij voor kwetsbare huishoudens gezorgd moet worden dat deze transitie betaalbaar is en blijft. Vanuit deze doelen zijn een aantal programma's uitgewerkt. Hierin is voor woningbouw het streven opgenomen dat dat ten minste twee derde van de woningen betaalbare huur- en koopwoningen zijn, waarvan de helft door corporaties wordt gebouwd. Planspecifiek Het plan draagt bij aan het behalen van de drie hoofddoelen uit de Nationale Woon- en Bouwagenda. De woningvoorraad neemt toe met 750 woningen. Van de te realiseren woningen van voorliggend plan valt ten

20

't Hul Noord

minste 68% in de categorie 'betaalbaar'. Leefbaarheid en een gezond leefmilieu zijn geborgd door onder andere groen een belangrijke plek te geven in het plan (zie paragraaf 2.2 en 2.3) en dat een gezond leefmilieu wordt bereikt is beschreven in paragraaf 4.1. Daarmee sluit het plan aan bij de Nationale Woon- en Bouwagenda.

3.2

Provinciaal beleid

Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De verordening is regelmatig geactualiseerd, de laatste versie is op 21 december 2022 vastgesteld door Provinciale Staten. Ten tijden van de procedure van voorliggend bestemmingsplan ligt er sinds mei 2023 een nieuw ontwerp omgevingsverordening ter inzage. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;  Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit;  Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag;  Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat;  Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden. Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Voor een vijftal beleidsterreinen is het beleid uit de Omgevingsvisie Gelderland 2014 nog steeds geldig. Een hiervan is het ruimtelijk beleid. Het provinciaal belang ligt in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. De klimaat-bestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht en de natuur- en landschappelijke kwaliteit blijft behouden.

De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft.

't Hul Noord

21

Omgevingsverordening provincie Gelderland Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening provincie Gelderland in werking getreden. Uitgangspunt voor de regels in de verordening zijn ambities van de Omgevingsivisie Gaaf Gelderland, de vertaling van die ambities in de Kadernota Gaan voor Gaaf en de maatschappelijke doelen genoemd in artikel 1.3 van de Omgevingswet. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Klimaatadaptatie De provinciale omgevingsverordening bevat de instructieregel klimaatadaptie (artikel 5.85). Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte.

In paragraaf 4.6 is invulling gegeven aan de wijze waarop in dit plan is omgegaan met het voorkomen en/of beperken van de risico's van klimaatverandering. Regionale Woondeal Noord-Veluwe Met de provincie Gelderland zijn op basis van het provinciaal bod van 29 september 2022 afspraken gemaakt over het Gelderse aandeel in de nationale opgaven. Het gaat daarbij om de realisatie van totaal 100.000 woningen in de periode tot en met 2030, waarvan minimaal 60% betaalbaar inclusief minimaal 28% sociale huurwoningen. In de regionale woondeal wordt een doorvertaling naar gemeenten gemaakt van de afspraken tussen Rijk en provincie. De gemeenten zetten zich, in samenwerking met corporaties en marktpartijen, in voor de realisatie van de opgave. Het gaat in de regio Noord-Veluwe om de realisatie van in totaal 12.728 huizen in de periode tot en met 2030 als bijdrage aan de provinciale en nationale opgave, waarvan minimaal 65% betaalbaar en inclusief minimaal 29% sociale huurwoningen. Planspecifiek Regionale woonagenda In de Omgevingsverordening is onder meer bepaald dat een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Er dient te worden voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Hierop is ingegaan in paragraaf 3.1.

De meest recente invulling van het provinciale beleid en de invulling van de regionale afstemming is de regionale Woondeal, welke hierna wordt behandeld. Regionale Woondeal Noord-Veluwe Voor de gemeente Nunspeet is een aandeel van 1.380 te realiseren woningen opgenomen. Het project 't Hul Noord is als sleutelproject genoemd in de woondeal met 600 te realiseren woningen. In voorliggend plan zijn uiteindelijk 750 te realiseren woningen opgenomen. Een deel van de woningen van deelgebied 2 worden naar verwachting niet voor 2030 gerealiseerd en vallen daarmee buiten de scope van de woondeal. Landschap In de omgevingsverordening provincie Gelderland is bepaald dat als een omgevingsplan een activiteit of ontwikkeling toelaat, bevat de toelichting op het omgevingsplan een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met de in het plangebied aanwezige kernkwaliteiten, in het bijzonder de nationale landschappen. Als een activiteit of ontwikkeling leidt tot een aantasting van de kernkwaliteiten, laat het omgevingsplan die alleen toe als uit de toelichting op het omgevingsplan blijkt dat: a. per saldo sprake is van versterking van het landschap in lijn met de ontwikkeldoelen, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen landschap die in de betreffende Gelderse streek van toepassing zijn;

22

't Hul Noord

b.

en de versterking en de uitvoering hiervan worden vastgelegd.

Het plangebied ligt in Nationaal landschap Veluwe. Binnen de Veluwe is het plangebied onderdeel van de streek Randmeerkust. Met name de kernkwaliteiten 2 en 7 uit de bijlage van de omgevingsverordening zijn in het plangebied aan de orde:  2. Kleinschalig half-open coulisselandschap langs de bosrand van de Veluwe met afwisseling van oude bouwlanden (open essen), houtwallen, buurtschappen, lanen, landgoederen, parkbossen en recreatievoorzieningen. Met als bijbehorend ontwikkeldoel: Behouden en versterken van het kleinschalig landschap door o.a. herstel, aanleg en beheer van groene landschapselementen en zorgvuldig openhouden van oude bouwlanden.  7. Microreliëf door aanwezigheid van dekzandruggen en (fragmenten van) strandwallen met onregelmatige en kleinschalige blokverkaveling, inclusief kunstmatig opgeworpen pollen of terpen in het noorden. Met als bijbehorend ontwikkeldoel: Zoveel mogelijk het microreliëf respecteren. Met het plan vindt een transformatie van het gebied plaats van agrarisch gebied naar een woongebied. Historische groenstructuren worden behouden en versterkt door de houtwallenstructuur aan te vullen, waar de woonvelden tussen komen te liggen. Dit is ook als voorwaardelijke verplichting meegenomen in het plan. Tevens wordt het microreliëf van de dekzandrug (Rug van Wessinge) gerespecteerd.

De herstructurering van de Bovenweg is slechts een beperkte verplaatsing van de verkeersfunctie die de kernkwaliteiten van het landschap niet aantast. Daarmee worden de kernkwaliteiten van het landschap niet aangetast en zoveel mogelijk in het ontwerp meegenomen. Intrekgebied Het plangebied is aangewezen als intrekgebied voor grondwater. Hierbinnen is de winning van fossiele energie niet toegestaan. Dit wordt in het plan niet mogelijk gemaakt. Molenbiotoop In de provinciale verordening is tevens de molenbiotoop van molen De Duif opgenomen. Binnen de molenbiotoop is geen nieuwe bebouwing of beplanting toegestaan als daardoor de windvang van de molen wordt beperkt. In dit plan is rekening gehouden met de molenbiotoop door binnen deze zone specifieke bouwregels op te nemen die de bouwhoogte beperken. Het plan is passend binnen het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Omgevingsvisie 2018 Nunspeet De gemeente Nunspeet heeft gewerkt aan een integrale toekomstvisie voor de gehele gemeente: de Omgevingsvisie Nunspeet. De Omgevingsvisie Nunspeet is opgebouwd uit thema’s en een gebiedsgerichte uitwerking. De visie geldt tot en met 2030. Planspecifiek Aan de noordzijde van Nunspeet, ter hoogte van het plangebied is een zoekgebied voor woningbouw opgenomen. Hiermee is al voorgesorteerd op de locatiekeuze voor voorliggende ontwikkeling. In de omgevingsvisie is aangegeven dat de ontwikkeling moet worden afgestemd op de concrete behoefte. De uitbreiding moet aansluiten op de gebiedskarakteristiek, goed landschappelijk worden ingepast en goed bereikbaar zijn. Kernwoorden bij nieuwe woongebieden zijn: duurzaam, gezondheid, energieneutraal en levensloopbestendig. Tot slot is met betrekking tot wonen aangegeven dat collectief particulier opdrachtgeverschap moet worden gestimuleerd.

't Hul Noord

23

In de visie worden met betrekking tot cultuurhistorie de ‘Rug van Wessinge’ en de bestaande landgoederen benoemd om te versterken. Verder moeten energie- en klimaatopgaven en mogelijkheden rondom duurzame energieopwekking en energiebesparing in kaart worden gebracht. Ook moet gekeken worden of de uitbreiding onderdeel van een circulaire economie kan worden. In het thema ‘gebiedsgericht milieu- en gezondheidsbeleid initiëren en accommoderen’ moet het gebiedsstreefbeeld Wonen als uitgangspunt dienen voor een woongebied zoals ‘t Hul Noord.

Uitsnede kaart Omgevingsvisie 2018 Nunspeet met plangebied globaal aangegeven met stippellijn In de Structuurvisie 't Hul Noord zijn op basis van de Omgevingsvisie 2018 Nunspeet de ambities voor het plangebied verder uitgewerkt (zie bijlage 1 en paragraaf 2.2.1) en hierop is de stedenbouwkundige visie (zie bijlage 2 en paragraaf 2.2.2) gebaseerd die de basis vormt voor voorliggende bestemmingsplan. Daarmee is het plan passend binnen de omgevingsvisie. 3.3.2 Landschapsontwikkelingsplan 2005 Het Landschapsontwikkelingsplan is een toetsend en kaderstellend beleidsdocument op het gebied van de landschappelijke kwaliteit. Het document geeft een beschrijving van het landschap met hieruit voortkomend een landschapsvisie. In hoofdlijnen worden 3 gebieden onderscheiden: het open veenweide gebied, het halfopen overgangsgebied en het besloten Centraal Veluws Natuurgebied. De ontwikkelingsvisie bestaat uit enkele basisstrategieën die er op gericht zijn de contrasten tussen verschillende landschappen te handhaven en waar mogelijk te versterken. De basisstrategieën leggen een zonering over het buitengebied die overeen komt met de visueel-ruimtelijke karakteristieken. Aan de hand van 7 verschillende thema's wordt de visie verder uitgewerkt. Planspecifiek Op navolgende uitsnede en bijbehorende legenda zijn de uitgangspunten beschreven die van toepassing zijn op ‘t Hul Noord.

Om het landschap te versterken, worden enkele doelstellingen benoemd in het Landschapsontwikkelingsplan die voor ‘t Hul Noord van toepassing zijn:  Realiseren van recreatieve verbindingen tussen buitengebied en de kern.  Open houden zone langs de Rug van Wessinge en inzetten voor natuurontwikkeling.  Versterken watersingelpatronen en houtwallenstructuur.  Versterken laanbeplanting.  Rekening houden met groene overgang dorp-buitengebied.

24

't Hul Noord

Uitsnede kaart Landschapsontwikkelingsplan 2005 Met de genoemde ambities is rekening gehouden in het plan. Recreatieve verbindingen tussen buitengebied en kern worden gerealiseerd en de zone langs de Rug van Wessinge wordt een groen waterretentiegebied. Daarmee is er tevens een groene overgang tussen dorp en buitengebied. De bestaande groenstructuur van houtwallen in het plangebied blijft behouden en wordt aangevuld met nieuwe houtwallen passend binnen de houtwallenstructuur. Door het bovengronds brengen van een watergang wordt er gerefereerd aan de watersingelpatronen in dit landschap. Hoewel de ontwikkeling ervoor zorgt dat een open gebied bebouwd wordt, wat het landschap duidelijk verandert, wordt met de ontwikkeling wel de historische groenstructuur met groene kamers teruggebracht, waarmee rekening gehouden wordt met de uitgangspunten die zijn beschreven in het Landschapsontwikkelingsplan. Het plan is passend binnen het Landschapsontwikkelingsplan 2005.

3.3.3 Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen:  Bestemmingsplan Buitengebied 1996 (vastgesteld op 25 september 1997);  Buitengebied 2018 (vastgesteld op 27 september 2018);  Buitengebied 2019 (vastgesteld op 25 juni 2020);  Molenbeek (vastgesteld op 25 juni 2009);  Recreatieterreinen 2010 (vastgesteld op 1 november 2012);  Parapluplan Parkeren (vastgesteld: 29 april 2021);  Parapluplan Bed en Breakfast (vastgesteld: 30 juni 2022);  Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoensarbeiders e.a. (vastgesteld: 2 juni 2022).  Bestemmingsplan Bedrijventerrein De Kolk (vastgesteld op 24 april 2008);  Welstand Nunspeet 2015 (vastgesteld op 17 december 2015). De parapluplannen bevatten regels over specifieke onderwerpen, die voor zover van toepassing zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan Welstand Nunspeet 2015 blijft van toepassing. Op de overige plannen wordt navolgend ingegaan. Buitengebied 2018 Het bestemmingsplan 'Buitengebied 2018' geldt voor het grootste deel van de nieuwe woonwijk 't Hul Noord. Hierin heeft het overgrote deel de bestemming 'Agrarisch'. Op een kleine zone in de noordoosthoek van het

't Hul Noord

25

plangebied ligt binnen deze bestemming de functieaanduiding 'parkeerterrein'. Een klein gebied in het noordoosten van het plangebied heeft de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'. Daarnaast zijn enkele groenstructuren bestemd als 'Natuur - Landschap'. Op delen van het plangebied liggen de dubbelbestemmingen 'Waarde - Randmeerkust', 'Waarde - Overgangszone', 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3'. Over het hele plangebied ligt de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone verwevingsgebied'. In het noordoosten van het plangebied ligt de gebiedsaanduding 'vrijwaringszone molenbiotoop'. Buitengebied 2019 Voor het zuidwestelijke deel van de nieuwe woonwijk en ter plaatse van het grootste deel van de herstructureringslocatie van de Bovenweg geldt het bestemmingsplan 'Buitengebied 2019'. Ter plaatse van het bestaande tracé van de Bovenweg geldt de bestemming 'Verkeer'. Ter plaatse van een gedeelte van het nieuwe tracé geldt de enkelbestemming 'Agrarisch'. Tevens is ter plaatse de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' aanwezig. Op de agrarische gronden ten zuiden van het bestaande tracé geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Randmeerkust', terwijl op de agrarische gronden ten noorden van het bestaande tracé de dubbelbestemming 'Waarde - Dekzandrug' geldt.

Het westelijk deel van het plangebied is gelegen binnen een gebied dat is aangeduid als 'vrijwaringszone - molenbiotoop', ten behoeve van een goede windvang van de in de omgeving gelegen molen. Voor het zuidwestelijke gedeelte van de nieuwe woonwijk gelden de bestemmingen 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' en 'Agrarisch'. Tevens gelden hier gedeeltelijk de dubbelbestemmingen 'Waarde - Randmeerkust' en 'Waarde - Archeologie 2', gedeeltelijk de gebiedsaanduiding 'overige zone - bestaande splitsing' en geheel de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Molenbeek Ter plaatse van het westelijke deel van het nieuwe tracé van de Bovenweg geldt het bestemmingsplan 'Molenbeek'. Binnen het plangebied geldt de enkelbestemming 'Agrarisch'. De gronden zijn aangeduid met de functie 'landschapswaarden' en 'specifieke vorm van waarde - openheid'. Tevens geldt de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop'. Recreatieterreinen 2010 Een klein hoekje van het plangebied ten zuiden van recreatiepark De Hofstee, ligt binnen het bestemmingsplan 'Recreatieterreinen 2010'. Hier geldt de bestemming 'Groen' en 'Recreatie - Gemengd terrein' Bestemmingsplan Bedrijventerrein De Kolk/ Bestemmingsplan Buitengebied 1996; Er is een klein strookje ter hoogte van de rotonde Bovenweg/Elburgerweg bestemd als 'Verkeer - Verblijf'. Navolgende uitsnedes tonen de geldende bestemmingsplannen.

26

't Hul Noord

Uitsnede geldende bestemmingsplannen westelijk deel plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Uitsnede geldende bestemmingsplannen oostelijk deel plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

't Hul Noord

27

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1

Milieu

4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek Vanwege de functieverandering is het voor de nieuwe woonwijk nodig aan te tonen dat de bodemkwaliteit voldoende is voor de toekomstige functies. Voor de herstructurering van de Bovenweg is geen bodemonderzoek nodig, verkeer is geen functie waarvoor de bodemkwaliteit van belang is. Voor de gronden van de nieuwe woonwijk is een historisch bodemonderzoek uitgevoerd dat is opgenomen in bijlage 3. Hierin is geconcludeerd dat voor bijna de gehele onderzoekslocatie een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden. Behoudens het boerenerf op de kadastrale percelen B5828 en B7509, is de rest van het plangebied onverdacht op het voorkomen van een bodem- en of asbestverontreiniging. Op deze gronden vormen de voormalige watergangen, voormalige wegen, bebouwing en de aanwezigheid van dammetjes aandachtspunten.

Gezien de historie en het kaartmateriaal, zijn deze risico’s om bodemverontreiniging aan te treffen naar verwachting beperkt en staat dit de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Een onderzoek naar asbest wordt op de agrarische percelen vooralsnog niet noodzakelijk geacht, echter kan nog niet definitief worden uitgesloten dat er op de onderzoekslocatie geen asbestverdachte/-houdende bijmengingen in de grond aanwezig zijn. Vooralsnog dient voor het boerenerf op percelen B5828 en B7509 (maximaal 1,2 hectare) uitgegaan te worden van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en of asbestverontreiniging. Hierbij vormen de (bedrijfs)activiteiten, mogelijke aanwezigheid van een bovengrondse tank, (element)verhardingen, de asbestverdachte dakbedekking met mogelijke druppelzones en de (voormalige) bebouwing aandachtspunten. De percelen B6328 en B9402 zijn grotendeels recent (2020) in voldoende mate onderzocht. Deze percelen hoeven derhalve niet nader onderzocht te worden. Wel wordt aanbevolen om perceel B6328, waar bijmengingen met asfalt in de grond werden aangetroffen te onderzoeken, aangezien deze laag met voorgaand onderzoek niet is onderzocht.

28

't Hul Noord

Verkennend onderzoek is mogelijk gebleken op een beperkt aantal percelen. Voor de percelen B31, B1490, B1810, B1812, B1814, B1816, B3927, B5457 en B6328 is verkennend onderzoek gedaan, zie bijlage 4. Hieruit blijkt dat er op deze percelen vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren bestaan tegen de voorgenomen ontwikkeling. Voor de overige percelen is geen toestemming verkregen van de grondeigenaar om verkennend bodemonderzoek uit te voeren. Voor deze gronden is in de regels van dit bestemmingsplan geborgd dat de gronden en gebouwen pas gebruikt mogen worden voor de beoogde functie als is aangetoond dat de bodemkwaliteit voldoend is voor de functie. Gezien het historisch bodemonderzoek is het bestemmingsplan ook ten aanzien van deze percelen uitvoerbaar. Het plan is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens.

De twee belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5(fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). Voor grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13929722/1