CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

WSD - Bijlage 5 Begroting 2024 en meerjarenbegroting 2025-2027

Gemeenteraad 15 juni 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Zienswijze begroting 2024 en jaarrekening 2022 Werkvoorzieningschap de Dommel (WSD)11.826 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting Financiële

meerjarenraming 2025 t/m 2027

2024

Begroting WSD 2024 Financiële Meerjarenraming WSD 2025 t/m 2027

Boxtel, 30 maart 2023

WSD Postbus 173 5280 AD Boxtel tel. 0411–650 111

Inhoud

Beleidsbegroting 1. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming

4

2. Verbonden partijen

9

3. Weerstandvermogen

12

4. Financiering

15

5. Onderhoud kapitaalgoederen

16

6. Rechtmatigheid

16

7. Wet Open overheid

16

Begroting 2024 en Financiële meerjarenraming 2025-2027 8. Begroting 2024 en Financiële meerjarenraming 2025-2027

17

9. Uitgangspunten en toelichting

19

Bijlagen Gemiddelde bezetting WSD 2022- 2027 Bezetting niet-gesubsidieerd personeel (NGA) 2022-2027 Investeringsoverzicht 2022-2027 Ontwikkeling voorzieningen 2023-2024 Overzicht leningen en rente en afschrijvingen 2022-2027 Overzicht bijdragen gemeenten in de bestuurs- en indicatiekosten 2023-2024 Ontwikkeling bestemmingsreserves 2022-2027 Specificatie onttrekking bestemmingsreserves 2024 A. Uitgangspunten B. Ontwikkeling algemene reserve 10. Overzicht taakvelden 2024 11. Specificatie incidentele baten en lasten 2023-2027

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

2

Beleidsbegroting WSD

3

1. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming

1.1. Inleiding

De onrust in de wereld om ons heen is gebleven. De Covid-pandemie is vloeiend overgelopen in de crisis rond de oorlog in Oekraïne. De uiteindelijke effecten hiervan op Europa, Nederland en onze sector zijn moeilijk te voorspellen. WSD heeft de afgelopen jaren veel inspanning gepleegd om zich steeds aan te passen aan de wisselende omstandigheden. Met de inzet van alle medewerkers en onze stakeholders is dat boven verwachting goed gelukt. Enerzijds ontwikkelt WSD zich naar een steeds wendbaardere organisatie en anderzijds houden we samen met onze gemeenten vast aan onze missie en koers. De kern daarvan is zoveel mogelijk mensen die erop aangewezen zijn te ondersteunen in hun ontwikkeling naar en in werk. Deze begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 is opgesteld met de vastgestelde koers “Gezamenlijk Doorontwikkelen” en de uitwerking hiervan in de gemeentelijke lokale plannen, als basis uitgangspunt.

1.2. Missie en Visie WSD WSD maakt het verschil voor mensen. Wij geloven in een maatschappij waarin iedereen volwaardig en naar vermogen kan meedoen. Daarom kunnen en willen we niet accepteren dat er mensen zijn die niet volwaardig kunnen participeren, enkel en alleen omdat ze een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Op basis van deze visie heeft het bestuur WSD als missie meegegeven: het matchen, inzetten en ontwikkelen van zoveel mogelijk mensen die behoren tot de Participatiewet. WSD maakt dit gemakkelijk en aantrekkelijk voor gemeenten en werkgevers. Samen creëren wij duurzame kansen in werk. Al meer dan 65 jaar voert WSD diverse wettelijke regelingen uit op het gebied van toeleiding naar en in werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat gebeurt in opdracht van de negen samenwerkende gemeenten Best, Boxtel, Meierijstad, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Sint-Michielsgestel, Son en Breugel en Vught. Het doel dat WSD nastreeft is ontwikkeling van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar zo regulier mogelijk werk. Dat is de politieke opdracht vanuit de wet en van onze gemeenten. WSD hanteert hier leerwerk en praktijkleerlijnen waarin mensen zich in en door werk verder ontwikkelen. De professionals van WSD hanteren de methode “sturen als zelfsturing” om medewerkers zoveel mogelijk in hun kracht te zetten.

Uit onderzoek blijkt dat medewerkers het meest tevreden zijn als ze op een reguliere plek werken en dat dit vaak ook financieel het meest voordelig is. Het blijft vanzelfsprekend dat WSD ook altijd een plaats biedt aan mensen die aangewezen zijn op beschutte werkplekken met veel begeleiding.

1.3. Gezamenlijk doorontwikkelen en lokale plannen

De invoering van de Participatiewet in 2015 heeft stevige gevolgen voor gemeenten en WSD. Daarom is in 2014 besloten om gezamenlijk een traject in te gaan om de koers van WSD opnieuw te bepalen. Na een gedegen proces met een doorlooptijd van bijna 4 jaar is in juli 2020 de nieuwe koers vastgesteld die is uitgewerkt in een drietal pijlers. De Gemeenschappelijk Regeling WSD blijft de basis voor de samenwerkende tien (inmiddels negen) gemeenten. De basisdienstverlening van WSD richt zich op inwoners met de achtergrond Wsw en de nieuwe doelgroepen Participatiewet. De ontwikkeling van de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling wordt beschreven onder de hierna genoemde punten een en twee. Aanvullend voor onze doelgroepen in het Sociaal Domein worden plusdiensten ontwikkeld. Dit is hieronder beschreven in punt drie: 1. Ontwikkel gezamenlijk de lokale infrastructuur door. Gemeenten zijn unaniem in hun wens om de krachten van WSD zo lokaal mogelijk te bundelen met andere maatschappelijke partners. Door een intensievere en nabije samenwerking verwachten we dat we beter kunnen gaan inspelen op de behoefte van inwoners.

4

We werken gezamenlijk toe naar het stapsgewijs ontwikkelen van een zo veel mogelijk lokale (en fysieke) infrastructuur, onder gelijktijdige afbouw van de centrale infrastructuur. Dit is onderdeel van de basisdienstverlening die met tien deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wordt overeengekomen. De lokale infrastructuur heeft het open karakter van een ‘supermarkt’ en heeft als doel om niet alleen lokale oplossingen te bieden aan inwoners maar ook om een bijdrage te leveren aan een inclusieve samenleving. Dit kan bijvoorbeeld doordat het een plek of netwerk is waar inwoners terecht kunnen voor advies of voorlichting, voor een kop koffie, voor het bekijken van vacatures, voor groepsbijeenkomsten etc. We stellen voor dat op basis van de lokale uitgangssituatie afspraken gemaakt worden over de verschijningsvorm van deze lokale infrastructuur, over welke organisaties hierin deelnemen en hoe de onderlinge rolverdeling is. Hierbij haken we zoveel mogelijk aan bij de al aanwezige of te ontwikkelen sociale en gemeentelijke infrastructuren in de gemeenten. 2. Ontwikkel een WSD breed expertisecentrum. WSD heeft zich in de loop van de experimenten ontwikkeld tot expertisecentrum, waar inen externe projectleiders, beleidsmedewerkers en uitvoerenden gezamenlijk innoverende vormen van dienstverlening hebben ontwikkeld.

Daarbij anticiperend op verandering in weten regelgeving binnen het brede sociale domein. Tevens wordt vanuit dit centrum de lobby naar landelijke gremia vorm en inhoud gegeven. Bijvoorbeeld op de mogelijkheden om tot cao-afspraken te komen of de gevolgen van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) af te wenden. Deze expertise en lobby wordt door alle gemeenten gewaardeerd en als belangrijke meerwaarde van de GR gezien. Het advies is dan ook om dit expertisecentrum verder door te ontwikkelen tot een community voor trajectconsulenten van WSD, casemanagers en beleidsmedewerkers van gemeenten. Expertise en kennis worden daar gedeeld en nieuwe innovatieve producten en diensten worden ontwikkeld. Er vinden (wekelijks) bijeenkomsten plaats om elkaar te versterken, de solidariteit van de GR te voeden en bij te dragen aan de professionaliteit van de deelnemers. Dit biedt ook een basis om te zorgen dat we maximaal complementair zijn aan elkaar en de uitvoering efficiënt en effectief vorm wordt geven. Daarnaast investeert WSD maximaal in haar aanwezigheid binnen het lokale netwerk van elke gemeente. En waar mogelijk in de ontwikkeling van een ‘supermarkt’, zoals hiervoor omschreven. WSD laat haar trajectconsulenten voor en op locatie bij gemeenten werken, waarbij hun onderlinge samenhang en de verankering met WSD geborgd blijft middels de community.

Ook het expertisecentrum is onderdeel van de basisdienstverlening die met de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling wordt overeengekomen. 3. Ontwikkel de plusdiensten verder door. De plusdiensten zijn de zogenaamde re-integratiediensten die de gemeenten bij WSD inkopen. De re-integratiediensten zijn als producten beschreven in de dienstenportfolio van WSD. Per dienst is beschreven voor welke doelgroepen het product geschikt is, het doel wat we willen bereiken met de inzet van het product, de looptijd etc. De afspraken over inkoop van diensten regelen gemeenten en WSD gezamenlijk in een contractspecificatie. In de contractspecificatie noemen we dan alleen het product en wat het kost. Casemanagers kopen op basis van het dienstenportfolio en de contract-specificatie producten in en dat is dan het traject voor die klant. Op deze wijze leveren we maatwerk voor de klanten. WSD en gemeenten ontwikkelen voortdurend gezamenlijk nieuwe diensten. Basis daarvoor is de vraag vanuit gemeenten. Ontwikkeling van nieuwe diensten gebeurt grotendeels vanuit het expertisecentrum.

1.4. Algemene toelichting op de begroting en meerjarenraming Koers en Lokale plannen Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkelen” vastgesteld. Vervolgens zijn de negen gemeenten samen met WSD gestart met het opstellen van lokale plannen.

5

In deze lokale plannen wordt invulling gegeven aan de lokale verankering van WSD, afstemming van de prioriteiten van de gemeenten en het aanpassen van de organisaties van WSD en de gemeenten aan de nieuwe samenwerking. De lokale plannen zijn binnen elke gemeente uitvoerig besproken in de colleges en raden. In de periode 2021 tot en met 2025 vindt de uitvoering van de lokale plannen plaats. Het gaat om het opzetten en verder uitbouwen van de samenwerking met de gemeenten om de basis dienstverlening vorm te geven, het opzetten van het gezamenlijke expertisecentrum “De Kenniskompanie” en het optimaliseren van de plusdiensten. Met de keuze van de gemeenten en het bestuur voor het “break even scenario” ligt er een financieel fundament onder deze plannen en de begroting. En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten één van de grootste onzekerheden voor WSD weggenomen. De voortgang van de lokale plannen worden in elke bestuursvergadering besproken. Ook in de ambtelijke kwartaaloverleggen staat de voortgang standaard op de agenda. Op 16 november 2022 zijn tijdens een raadsinformatiebijeenkomst raadsleden van de deelnemende gemeenten door projectleiders en beleidsmedewerkers bijgepraat over de voortgang van de lokale plannen.

Ontwikkelingen wet- en regelgeving en financiering Het Algemeen bestuur van WSD heeft als einddoel van de koers gekozen voor het breakevenscenario. Concreet betekent dat WSD tenminste 2.100 personen met een SW- of een PWdienstverband in dienst heeft of via WSD direct zijn geplaatst en begeleid bij een externe werkgever. Met dit volume aantal is WSD in staat een sluitende exploitatie te realiseren, waarbij er ook ruimte is om het gezamenlijke expertisecentrum te bekostigen. Besloten is om in een groeipad dit break-evenscenario ultimo 2025 te bereiken. Om gemeenten te faciliteren bij de invoering en de uitvoering van de lokale plannen is vanuit de reserves van WSD in totaal € 2,6 mln. vrijgemaakt. Voor de financiering van het break-evenscenario waren op het moment van vaststellen van de koers de door het rijk beschikbaar gestelde budgetten onvoldoende. Maar de geluiden vanuit Den Haag werden sterker dat de financiering van de Participatiewet vroeg om een systematiek die meer dienstbaar is aan het realiseren van meer Participatiebanen. Rekening houdend met deze ontwikkeling is met het oog op realisatie van het breakevenscenario in 2020 het Stimulusprogramma ontworpen.

Het Stimulusprogramma voorziet, vooruitlopend op verruiming dan wel een andere verdeling van de rijksfinanciering, in middelen om het volume doelgroep boven het referentie aantal (begeleidingsbudget PW gedeeld door begeleidingsvergoeding per persoon) tot aan 2.100 personen te financieren uit de reserves van WSD. Op het moment dat financiering van loonkostensubsidies en begeleidingsvergoeding werden gebaseerd op de feitelijke realisatie komen de subsidiemiddelen vanuit het rijk beschikbaar. Naast de tekortschietende hoogte van de financiering is de financiering van de PW uiterst complex. Er zijn verschillende deelbudgetten met elk een andere verdeling. Naast de financiering van de Wsw bestaat de financiering van banen in de PW uit loonkostensubsidie (LKS), een begeleidingsbudget voor Beschut werken een begeleidingsbudget voor banen met LKS regulier en tot slot uitvoeringsbudget. De verdeelsystemen van de deelbudgetten sluiten niet op elkaar aan. De simpele redenering dat een gemeente die bijvoorbeeld 100 banen met LKS realiseert ook 100 keer LKS, 100 keer een begeleidingsbudget en 100 keer een uitvoeringsbudget moet ontvangen, gaat momenteel niet op. WSD heeft in samenwerking met collega-bedrijven, Cedris, Divosa, VNG, Landelijke cliëntenraad en vakbonden stevig ingezet om dit veranderd en versimpeld te krijgen.

Hoewel dit taaie en stroperige processen zijn, worden toch ook resultaten geboekt. Na vertraging door de kabinetsformatie zijn een aantal positieve maatregelen uit het Breed offensief doorgevoerd, zoals het preferent administratief proces, en vereenvoudiging van LKS tijdens ziekte. 6

Positieve ontwikkelingen Per 1 januari 2022 is de financiering van LKS naar realisatie per 1-1-2022 ingevoerd en een separate component geworden van het Buig budget met een eigen verdeelsystematiek. De verdeelsystematiek is gebaseerd op de realisaties van gemeenten van banen met LKS (inclusief Beschut werken) in het jaar voorafgaande jaar. Dat betekent dat gemeenten die veel banen realiseren, zoals de meeste WSD-gemeenten, meer budget krijgen en gemeenten die weinig realiseren minder. Vanaf de invoering van de Participatiewet werd de begeleiding van LKS-banen op grond van de Participatiewet gefinancierd vanuit de Integratie-Uitkering Nieuwe Doelgroep Participatiewet. Het budget per gemeente was daarbij na iedere bijstelling in de mei- en september circulaires expliciet zichtbaar. Per 1 januari 2023 is het onderdeel begeleidingsbudget van dit budget opgegaan in het clusterbudget Participatie van het Gemeentefonds en daarmee niet meer separaat zichtbaar voor de gemeente. Enkel het budget voor Nieuw Beschut is als Integratieuitkering gehandhaafd en wordt (nog) niet verdeeld op basis van realisatie.

Dit is wel in voorbereiding en hierdoor zal het volumeprobleem (gemeenten realiseren meer banen met LKS dan het budget toelaat) ook voor Beschut werk opgelost worden Basis uitgangspunt voor de financiering van de banen met Loonkostensubsidie (LKS) bij WSD zijn de door het rijk aan de gemeenten beschikbare budgetten. Dit geldt voor de LKS en dat geldt voor de begeleidingsbudgetten voor Beschut werk en LKS regulier. In veel gemeenten in Nederland zijn in het verleden afspraken gemaakt over de financiering van LKS-banen gebaseerd op de door het rijk beschikbaar gestelde begeleidingsbudgetten. Vanuit dat oogpunt is in opdracht van Divosa en Cedris door Berenschot een rekentool ontworpen waarmee het begeleidingsbudget herleidbaar is per gemeente. De rekentool is door Berenschot gepresenteerd in het ambtelijk beleidsoverleg met financials op 12 januari jl. en is ook gepresenteerd in het DB van 20 januari. In het beleidsoverleg met financials van 2 maart jl. en het DB van 8 maart is naar voren gebracht dat er behoefte is aan een formeel besluit van het bestuur van WSD over de financiering. Dit geeft helderheid tussen de gemeenten onderling, tussen WSD en de gemeenten en geeft helderheid voor de interne processen bij de gemeenten. Het basis uitgangspunt dat geldt vanaf de vaststelling van de koers WSD blijft onverminderd van kracht.

WSD moet de basis dienstverlening PW-proof uitvoeren. Dat wil zeggen dat de uitvoering moet geschieden voor de budgetten die het rijk beschikbaar stelt. Met de overheveling van de begeleidingsvergoeding banen met loonkostensubsidie regulier is een positieve stap gemaakt door een vergoeding * volume (P * Q) systematiek in te voeren. Gemeenten die veel banen met LKS uitvoeren krijgen daardoor meer begeleidingsbudget. De WSD gemeenten zijn er hierdoor wat betreft budget flink op vooruit gegaan. Het volumeprobleem in de budgettoekenning lijkt hiermee grotendeels opgelost. Deze oplossing komt wel met een nieuw risico. Het budget veert nu mee met de trap op trap af systematiek van de rijksoverheid. Dat betekent dat als het rijk minder gaat uitgeven het budget zakt. Dat is een cyclisch patroon (laagconjunctuur leidt tot bezuinigingen), terwijl de exploitatie van WSD een meer anticyclisch patroon kent (meer instroom en lagere bedrijfsopbrengsten in tijden van laagconjunctuur). Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit risico geen grote gevolgen heeft voor het benodigde weerstandvermogen van WSD. Het grootste risico dat WSD hier loopt wordt afgedekt door de Stimulus reserve. Niet opgelost is op dit moment de negatieve businesscase van de PW als gevolg van de tekortschietende vergoeding per arbeidsplaats PW. Zeg maar het prijsdeel in de formule P * Q.

Het negatieve subsidieresultaat per persoon PW bij WSD bedraagt in 2022 ca. € 3.850 per persoon (€ 5.500 per fte). Door recente maatregelen staat de businesscase verder onder druk (cao Aan de Slag, pensioen, wml-stijging met 10%, maar ook gemiddeld intensievere begeleiding). Om de businesscase rond te krijgen moet de begeleidingsvergoeding per persoon verhoogd worden. In de vergadering van het dagelijks bestuur van 8 maart 2023 is mede in het licht van voorstaande ontwikkelingen een update gegeven over de stand en de benodigde omvang van de diverse reserves lokale plannen, doorontwikkeling en Stimulus. Dit heeft geleid tot een drietal besluiten:

7

1. Uit het positieve resultaat 2022 een “Bestemmingsreserve doorontwikkeling WSD 2.0” vormen van € 0,82 mln. ten behoeve van additionele kosten die WSD moet maken om de organisatie aan te passen aan de lokale plannen en veranderingen in de PW. 2. De Bestemmingsreserve Lokale plannen gemeenten in stand houden en ultimo 2025 bezien wat daarvan eventueel resteert. 3. De Stimulus reserve van WSD de komende jaren inzetten om te zorgen dat het subsidieresultaat SW + PW van WSD nul is en dit ook zo verwerken in de begroting WSD 2024 en de meerjarenraming 2025 t/m 2027 Inzet eigen middelen WSD In november 2021 is het bestuur van WSD gestart met een discussie over de allocatie van het vermogen van WSD en het noodzakelijke weerstandsvermogen Op 9 maart 2022 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het nieuwe beleid. Grofweg komt het beleid neer op een prioriteringsschaal. Allereerst moet het weerstandvermogen van WSD op orde zijn om risico’s op te vangen en om voldoende werkkapitaal te hebben. Vervolgens wordt het grootste deel van het vermogen ingezet om de koers en de uitvoering van de lokale plannen mogelijk te maken. Het gaat om de reserves lokale plannen, doorontwikkeling WSD en innovatie WSD en de stimulusgelden. Het restant van het vermogen is in principe beschikbaar voor gemeenten (Algemene Gemeentelijke Reserve, voorheen dividend).

In hoofdstuk 3 volgt een meer gedetailleerde uitleg en de meeste recente berekening van het benodigde weerstandvermogen.

8

2. Verbonden partijen Organigram In het organigram hierna is de organisatie van WSD inclusief verbonden partijen weergegeven per 31 december 2022. De organisatiestructuur is gebaseerd op twee grote bedrijfsonderdelen: Participatie en Werk & Ontwikkeling. De divisie Participatie is vooral gericht op de instroom van doelgroepmedewerkers en de levering van maatwerk richting gemeenten. Onder de Participatiewet hebben de gemeente de regie op de keuzes voor welke beleidsterreinen (Jeugd, WMO, Participatie, …) zij van belang achten, welke concrete doelen er gesteld worden, wie de uitvoering voor zijn rekening neemt en hoeveel budget er beschikbaar is. Dit vraagt om maatwerk van zijde van WSD waarbij continue innovatie van dienstverlening en ketensamenwerking, profilering richting bestuur, raden en ambtelijke professionals en het borgen van de financiering van groot belang zijn. De divisie Werk & Ontwikkeling focust zich volledig op de uitvoering. Daarom zijn alle werkgerelateerde activiteiten binnen deze divisie gebundeld. Arbeidsontwikkeling in lijn met de wensen van de gemeenten, ontwikkeling van de werkportfolio en het commercieel slim en efficiënt inzetten van de arbeidsvermogens van alle doelgroepmedewerkers.

Verbonden entiteiten. Hieronder volgt een nadere toelichting op de verbonden partijen die vallen onder de invloed van het bestuur van WSD. Stichting Blizo De Stichting Blizo-werkgemeenschap, gevestigd te Vught, is opgericht op 9 november 1971. Het doel is het bevorderen van de deelname van visueel en anderszins beperkten aan het maatschappelijk economisch productieproces, onder andere door het verschaffen van aangepast werk. In 1994 is een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeenschappelijke regeling WSD en in 1999 is een nieuwe overeenkomst gesloten waarin is opgenomen dat het bestuur van WSD en het bestuur van Blizo een personele unie vormen. In de loop der jaren zijn de activiteiten van Blizo en WSD steeds meer verweven geraakt wat in 1998 heeft geleid tot een vereenvoudiging van de administratieve processen rondom Blizo door enkel de kernactiviteiten van de stichting bij Blizo vast te leggen en de reguliere productieprocessen bij WSD.

9

De financiële positie van Blizo is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2021 Prognose eigen vermogen ultimo 2022 (voor resultaatbestemming) Prognose gerealiseerd resultaat 2022 (positief)

€ 1.618.000 € 1.655.000 € 37.000

Private structuur onder de gemeenschappelijke regeling WSD is vàn en vóór de gemeenten van de gemeenschappelijke regeling. WSD biedt haar diensten aan voor alle inwoners. WSD profileert zich hierbij als gemeenschappelijke regeling en dus als (publiek) verlengstuk van de gemeenten. WSD streeft naar duurzame partnerships met onder andere UWV Werkbedrijf en regionale private bedrijven. Dit in nauwe samenwerking met Werkpleinen en gemeenten. WSD kiest er bij voorkeur niet voor om deelnemer/mede-eigenaar te worden van private bedrijven, tenzij noodzakelijk uit strategische overweging. De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 en de strategische keuzes die het bestuur en de deelnemende gemeenten komende jaren maken, vormen voor WSD het kader voor de nieuwe strategie. Daarop anticiperend heeft eind 2014 een beperkte juridische herstructurering plaatsgevonden binnen de private structuur. Hieronder wordt de huidige private structuur onder WSD op 31 december 2022 beschreven. WSD Holding B.V., gevestigd te Boxtel is per 24 maart 2003 opgericht met als doelstelling het oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met en het voeren van de directie over andere ondernemingen, alsmede het (doen) financieren, ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen, met name van die waarmee de vennootschap in een groep is verbonden.

Kortom WSD Holding B.V. is een houdstermaatschappij die zelf geen activiteiten uitvoert, maar wel beleidsinvloed heeft op de dochterwerkmaatschappijen. De aandelen zijn voor 100% in handen van de gemeenschappelijke regeling WSD. De (geconsolideerde) financiële positie van WSD Holding B.V. is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande (voorlopige) cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2021 Prognose eigen vermogen ultimo 2022 (voor resultaatbestemming) Prognose gerealiseerd resultaat 2022 (positief)

€ 2.523.550 € 2.886.906 € 363.357

Werkpartners B.V. Werkpartners B.V., gevestigd te Boxtel, is voortgekomen uit de juridische omvorming per 1 januari 2015 van WSD Personeelsbeheer B.V.. WSD Personeelsbeheer B.V. gevestigd te Boxtel, is opgericht op 16 december 2003 met als doelstelling het tegen vergoeding detacheren van gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd personeel naar WSD en haar B.V.’s. Werkpartners wordt in toenemende mate ingeschakeld bij het bieden van aangepaste arbeid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en wordt daarnaast ook ingezet worden bij de detachering van niet-gesubsidieerd personeel naar WSD, naar de deelnemende gemeenten en naar derden. De aandelen van Werkpartners B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. Werksupport B.V. Werksupport B.V., gevestigd te Boxtel, is sinds 1 januari 2015 ingericht om op te treden als organisatie die invulling kan geven aan het werkgeverschap voor de doelgroep Participatiewet in een uitzendconstructie (toepassing CAO A.B.U.). Werksupport B.V. is voortgekomen uit de juridische omvorming van WSD In Werk B.V.. WSD In Werk B.V., gevestigd te Boxtel, is opgericht op 16 december 2003 met als doelstelling het uitvoeren van re-integratiediensten ten behoeve van de arbeidsmarkt in de meest ruime zin. Momenteel vinden er geen activiteiten plaats.

De toekomst zal duidelijk maken in welke mate werkgevers gebruik maken van de dienstverlening door Werksupport B.V. in het kader van de uitvoering van de Participatiewet. De aandelen van Werksupport B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. WSD Participatie B.V., gevestigd te Boxtel, is opgericht per 31 maart 2010 met als doelstelling het ontwikkelen c.q. bieden van passende werkgelegenheid, oprichten en verwerven van, het deelnemen in, het samenwerken met, het besturen van, alsmede het (doen) financieren van ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen. Kortom WSD Participatie B.V. is een participatiemaatschappij die zelf geen activiteiten uitvoert, tenzij door het

10

uitoefenen van aandeelhoudersrechten in ondernemingen waarin wordt deelgenomen. De aandelen van WSD Participatie B.V. zijn voor 100% in handen van WSD Holding B.V. Het Goed Dommeldal B.V., statutair gevestigd te Emmeloord, is opgericht in mei 2010 door Het Goed Participatie B.V. (51%) en WSD Participatie B.V. (49%) met als doelstelling de exploitatie van een kringloopbedrijf. In het bijzonder de optimalisering van de inzameling en het hergebruik van grof huishoudelijk afval en textiel, het scheppen van betaalde werkgelegenheid en mogelijkheden voor mensen met een grote achterstand op de arbeidsmarkt waaronder in het kader van de Wsw, het samenwerken met, het deelnemen in, het overnemen van en het besturen van andere vennootschappen en ondernemingen, het (doen) financieren, ook door middel van het stellen van zekerheden, van andere ondernemingen. WSD Participatie B.V. heeft een minderheidsbelang in Het Goed Dommeldal B.V. maar heeft middels statutair vastgelegde afspraken een beslissende stem op een aantal specifiek benoemde terreinen (onder andere benoeming en ontslag bestuurder en toezicht onderneming). Het Goed Dommeldal B.V. heeft per ultimo 2022 vier vestigingen in respectievelijk Best, Boxtel, Nuenen en Schijndel. De Schoonmaak Coöperatie U.A.

De Schoonmaak Coöperatie U.A, statutair gevestigd te Boxtel, is opgericht in november 2012 door drie leden; WSD Holding B.V., Bossche Banen B.V. en BEPRO B.V.. In het licht van de nieuwe aanbestedingswet is de juridische structuur van De Schoonmaak Coöperatie heroverwogen en hebben de SW-bedrijven het lidmaatschap van de oprichters overgenomen per 31 december 2013. Dat betekent dat per die datum de gemeenschappelijke regeling WSD als lid deelneemt in De Schoonmaak Coöperatie. De drie algemeen directeuren van Diamant-groep, Weener XL en WSD vormen samen de Raad van commissarissen van De Schoonmaak Coöperatie. Doelstelling van De Schoonmaak Coöperatie is het faciliteren en creëren van werkplekken voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt in een leer-werkbedrijf gericht op onder meer schoonmaak. De Schoonmaak Coöperatie is gevestigd in een deel van het pand van Blizo aan de Kettingweg in Vught. De Schoonmaak Coöperatie heeft de uitvoering van de schoonmaakcontracten van WSD, Weener XL en Diamant-groep overgenomen sinds 2012. Daartoe zijn en worden doelgroepmedewerkers waarvoor schoonmaak een passende werksoort is gedetacheerd vanuit WSD bij De Schoonmaak Coöperatie.

Vanuit WSD-Groep zijn daarnaast 8 nietgesubsidieerde medewerkers gedetacheerd bij De Schoonmaak Coöperatie in staf- en kaderfuncties en zijn afspraken gemaakt over dienstverlening door WSD op het gebied van juridische zaken en PR en communicatie. De financiële positie van De Schoonmaak Coöperatie U.A. is goed en hieruit vloeien vooralsnog geen risico’s voort zoals onderstaande cijfers illustreren: Eigen vermogen ultimo 2021 (na resultaatbestemming) Eigen vermogen ultimo 2022 (voor resultaatbestemming) Voorlopig gerealiseerd resultaat: 2022 (negatief)

€ 1.018.000 € 920.000 € - 98.000

Stichting AANtWERK WSD is één van de initiatiefnemers van Stichting AANtWERK. Stichting AANtWERK, statutair gevestigd in Boxtel, is opgericht op 26 maart 2013. Stichting AANtWERK heeft als doel een platform te bieden voor ondernemers welke zich mede ten doel stellen maatschappelijk verantwoord te ondernemen. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en bedrijven in het kader van uitwisselingen, welke door de stichting worden geïnitieerd, met elkaar in contact te brengen en aan elkaar te binden. De financiële omvang van de stichting is zeer beperkt (totale exploitatie bedraagt minder dan € 150.000) en hieruit vloeien geen risico’s voort voor WSD-groep.

11

3. Weerstandvermogen Jaarlijks wordt het weerstandsvermogen van WSD opnieuw herijkt op basis van een geactualiseerde inschatting van de verschillende bedrijfs- en subsidierisico’s. De omvang van het berekende weerstandsvermogen kent vervolgens een directe relatie met de bestemming van het rekeningresultaat. Dit proces vindt al jaren volgens vast stramien plaats waarbij met name de grote onzekerheden in de omgeving waarin WSD opereert van wezenlijke invloed waren op de risicobeoordeling. Die risico-analyse was aanleiding om in de afgelopen jaren een gezonde reservepositie op te bouwen om de ingeschatte majeure financiële risico’s te kunnen weerstaan. De bestuurlijke vaststelling van de Koers van WSD is steeds als moment aangemerkt waarop het totaal construct rond weerstandsvermogen, reserves, bestemming en besteding van het resultaat, alsmede verdeling en besteding dividend, tegen het licht wordt gehouden en daarover (nieuwe) besluiten worden genomen. In de tweede helft van 2021 is op initiatief van het Dagelijks bestuur een aantal voorstellen geformuleerd aanzien van weerstandsvermogen en dividendbeleid. Het Algemeen Bestuur heeft op 9 maart 2022 besloten tot herbevestiging van bestaand beleid voor de bepaling van het weerstandsvermogen en daarop volgende resultaatbestemming met een aantal aanpassingen en nieuwe besluiten.

De aanpassingen hebben vooral betrekking op de resultaatbestemming en allocatie van het totale vermogen naar weerstandsvermogen en bestemmingsreserves. Ten aanzien van het weerstandsvermogen is besloten: 1. Bij de bespreking van de financiële stukken van WSD in het beleids- en financieel overleg met de gemeenten, er nadrukkelijk meer aandacht gegeven wordt aan de risico inschattingen en de berekening van de risico’s, zoals opgenomen in de jaarlijkse “Notitie weerstandsvermogen”. (Concern control van WSD zorgt voor een meer inzichtelijke en meer toegankelijke wijze van presenteren). Dit is vormgegeven door in samenwerking met BDO Advisory een visualisatie Weerstandsvermogen te ontwerpen die als bijlage bij deze notitie is opgenomen. 2. De instabiliteit van het landelijke stelsel en de financiering van de PW is gebleven. Niettemin is met de vaststelling van de koers van WSD en de lokale plannen van de gemeenten het risico van WSD afgenomen naar een gemiddeld niveau. Dat betekent dat het uitgangspunt voor de risicoberekening de minimum positie wordt. Er is dus niet langer sprake van een bandbreedte van minimum- en maximumomvang. Uitwerking weerstandsvermogen 2023 Het in de branche gangbare model voor de berekening van weerstandsvermogen van Deloitte blijft volgens bestuursbesluit het te hanteren instrument voor WSD.

Inmiddels is de Coronapandemie in Nederland officieel als beëindigd verklaard en keren we voor wat betreft de risico-inschatting terug naar business as usual. De invloed van de pandemie op de economische ontwikkelingen is vanaf begin 2022 volledig naar de achtergrond gegaan. De oorlog in de Oekraïne en de daaruit ontstane prijsstijgingen bepalen het economisch beeld. Forse kostenstijgingen en daaruit voortvloeiende loonkostenstijgingen leiden tot een sneeuwbaleffect waarvan het einde nog niet in zicht is. De uiteindelijke invloed daarvan op Nederland en WSD is nog niet te overzien maar kan bij iedere wending in de strijd tot andere uitkomsten leiden. De inschatting is dat de impact voor WSD niet significant anders is dan voor de omgeving en dus geen majeure invloed zal hebben op de bedrijfsrisico’s. Voor de risico-inschatting zijn de koers van WSD (lokaal) en de ontwikkelingen rondom de PW en Wsw (landelijk) belangrijke(re) kaders. Koers WSD Het Algemeen bestuur van WSD heeft na een uitgebreide ambtelijke en bestuurlijke voorbereiding in juli 2020 de koers “Gezamenlijk doorontwikkelen” vastgesteld. De komende jaren staan in het teken van het in samenwerking met de gemeenten opzetten en uitvoeren van lokale plannen, het verder ontwikkelen van het gezamenlijk expertisecentrum en van plusdiensten.

Bestuur en gemeenten hebben gekozen voor het break even scenario met een volume van 2.100 doelgroepmedewerkers eind 2025. Hiermee ligt er een financieel fundament onder deze plannen. En hoewel het landelijke speelveld van de Participatiewet (PW), inclusief de beschikbare macrobudgetten en de budgetverdeling instabiel is, is door de keuze van de gemeenten een belangrijk onderdeel van de grote onzekerheden voor WSD weggenomen.

12

Door de coronacrises heeft de uitwerking van de lokale plannen vertraging opgelopen die ook in 2023 nog voelbaar is. Voor de verdere vormgeving van de lokale plannen zijn nog toereikende middelen beschikbaar via de bestemmingsreserve Lokale Plannen. Landelijke ontwikkelingen in PW en Wsw In de financiering van de realisatie van Participatiebanen zijn er recent een aantal positieve ontwikkelingen. De financiering van de loonkostensubsidies is per 1 januari 2022 in positieve zin gewijzigd waarbij het realiseren van LKS-banen wordt beloond door extra financiering in latere jaren. Per 1 januari 2023 is ook de financiering van de begeleidingsvergoeding voor de reguliere Participatiebanen aangepast door overheveling van het budget Nieuwe doelgroep Regulier naar het Gemeentefonds. De aanvankelijke onduidelijkheid over de herleidbaarheid van dit eerder duidelijk herkenbare begeleidingsbudget na opname in het gemeentefonds is inmiddels van tafel. Op verzoek van Cedris en Divosa heeft Bureau Berenschot een handreiking en rekenmodel ontworpen waarmee het begeleidingsbudget Regulier weer herkenbaar is per gemeente. Ook de financiering via het gemeentefonds voorzien in financiering op basis van realisatie voorgaand jaar waarmee ook hier een incentive op plaatsing in banen met LKS is gerealiseerd.

Onderzoeken lopen om ook het begeleidingsbudget Beschut zodanig vorm te geven dat nieuwe plaatsingen worden gestimuleerd door extra budget. In de (nog) ontbrekende oploop van budgetten voor begeleidingsvergoeding vanuit het Rijk wordt voorzien via de beschikbaar stelling vanuit WSD in het Stimulusprogramma dat in december 2020 het licht heeft gezien en in januari in het Dagelijks bestuur is vastgesteld als basis voor de begroting 2022 en de meerjarenraming. Dit Stimulusprogramma draagt bij aan het realiseren van de koers en het realiseren van een structureel sluitende begroting. Vanuit de evaluatie van de Participatiewet in 2020 is de staatssecretaris van SZW gestart met het Breed offensief. Meer dan 20 maatregelen zijn aangekondigd en worden in 2023 van kracht. Het gaat van het invoeren van een landelijk preferent administratief proces, aanpassen van de no-risk polis, aanvraagrecht op no-risk, tot betere informatie voor werkgevers etc. Een aantal van die maatregelen raken de financiering van gemeenten vanuit de Participatiewet. Belangrijk is dat er een nieuwe financiering komt die gemeenten stimuleert om meer mensen te plaatsen. De aanpassingen in het Buigbudget en de overheveling van het begeleidingsbudget naar de Algemene uitkering waardoor gerealiseerde banen met LKS structureel betaalbaar blijven zijn een aantal goede stappen. Maar dit alleen is onvoldoende.

De financiering van Participatiebanen met loonkostensubsidie is structureel onvoldoende om de business case rond te krijgen. Door de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans per 1 januari 2020, leidend tot een CAO voor de Participatiewet en een pensioenregeling zijn de kosten voor de gemeenten opgelopen met ca. 20% per arbeidsplaats PW. De stijging van het WML per 1 januari 2023 met 10,15% en de aankondiging van invoering van een Wettelijk minimum uurloon per 1 januari 2024 o.b.v. 36 uur zorgen voor verdere verhoging van de kosten van een Participatiebaan die niet te financieren zijn vanuit de te realiseren netto toegevoegde waarde. Vooralsnog investeren WSD en gemeenten in nieuwe banen mede door inzet op het stimulusprogramma opdat als de regelgeving feitelijk wijzigt de WSD-trein al rijdt. Dankzij prudent beleid in het verleden is WSD ook in staat deze investering te doen zonder dat daarvoor gemeentelijke budgetten moeten worden ingezet. De exploitatie en het weerstandsvermogen van WSD zijn voldoende robuust om die investering te doen en toch onverwachte tegenvallers, zoals eventueel de coronacrisis op te vangen. Actualisering risicoanalyse: Tegen de bovengenoemde achtergrond vindt de vertaling van risico’s naar het weerstandsvermogen plaats door middel van het standaardmodel voor Sociale werkbedrijven zoals dat door Deloitte is ontwikkeld.

Na discussie in het bestuur heeft het Algemeen bestuur in haar vergadering van 9 maart 2022 besloten deze systematiek te handhaven. Met behulp van dit model worden op een systematische wijze risico’s geïnventariseerd. Het model houdt rekening met omzetrisico’s, investeringsrisico’s, conjunctuurgevoeligheid en specifieke risico’s. De specifieke risico’s van WSD hangen samen met wijzigingen in de financieringssystematiek. Het gaat om bezuinigingen op het budget, of ongedekte kostenstijgingen (b.v. als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans en stijgingen WML) in de Wsw en de Participatiewet. Hierbij wordt rekening gehouden met de deelnemingen in de BV’s van WSD en het lidmaatschap en de samenwerking met de Schoonmaak Coöperatie. Vervolgens wordt berekend welke financiële buffer noodzakelijk is. In het rekenmodel wordt rekening gehouden met tijden van

13

hoog- en laagconjunctuur waarvoor een minimale en een maximale omvang van de financiële buffer wordt bepaald. Bij de interpretatie van de uitkomsten van het model is het belangrijk om te realiseren dat het Algemeen bestuur heeft besloten dat in het model geen rekening wordt gehouden met stelselwijzigingen: fundamentele wetswijzigingen die tot gevolg kunnen hebben dat de financieringssystematiek of doelgroep aantallen ingrijpend veranderen. Voor de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen van WSD wordt onderscheid gemaakt in drie risicogroepen: 1. Bedrijfsrisico’s van de gemeenschappelijke regeling. Dit zijn risico’s die voorvloeien uit de bedrijfsmatige activiteiten van de verschillende afdelingen in de divisies Werk & Ontwikkeling en Participatie. Deze risico’s worden beïnvloed door enerzijds de marktrisico’s en anderzijds door de onzekere ontwikkeling van de omvang van het aantal plaatsingen en trajecten door gemeenten bij WSD. Daarnaast vloeien ook risico’s voort uit de ontwikkeling dat de stafafdeling SEZ zich steeds meer op de markt begeeft en haar dienstverlening aanbiedt op het gebied van ontzorging in het kader van de Participatiewet. Voorzieningen en de daarbij behorende risico’s worden buiten beschouwing gelaten. Deze risico’s (b.v. dubieuze debiteuren) zijn individueel al tegen het licht gehouden, gekwantificeerd en afgedekt door een voorziening.

Eveneens worden buiten beschouwing gelaten risico’s die afgedekt zijn middels verzekeringen, zoals het risico van bedrijfsaansprakelijkheid en ongevallen van medewerkers. 2. Subsidierisico van de gemeenschappelijke regeling. Dit betreft risico’s die WSD loopt als gevolg van de hoogte en verdeling van de rijksbijdrage SW en de budgetten voor banen met loonkostensubsidie, alsmede bovennormale stijgingen van de loonkosten (zoals b.v. in de PW is gebeurd met de invoering van de WAB, de verhoginhg van het Wettelijk Minimum Loon of het mogelijk afbouwen van fiscale maatregelen zoals het Loonkostenvoordeel). De financiering van de PW afgezet tegen de elkaar opvolgende kostenstijgingen maken het steeds moeilijker om tot een sluitende businesscase te komen voor de PW. Dit blijkt ook uit verschillende onderzoeken van onder andere Berenschot en Capel Advies naar de kosten van de uitvoering van LKS-banen en nut en noodzaak van een detacheringsconstruct. Vooral de loonkostenstijging als gevolg van invoering van de CAO Aan de Slag (bijna 20%)en daaropvolgend de verhoging van het WML met ruim 10% zijn daarvan de oorzaak. Een ander risico in de PW is het risico van het niet realiseren van het volume instroom. De WSD-gemeenten hebben in het collectief een afspraak dat er eind 2025 2.100 arbeidsplaatsen gerealiseerd worden.

Mocht dit niet lukken en belandt WSD in een krimpscenario, dan is dat een fors risico. De gewijzigde financiering van LKS en begeleidingsvergoeding op basis van realisatie nemen in elk geval de voornaamste belemmering voor instroom weg. Bij de subsidierisico’s is aangenomen dat bij de berekening van de maximumvariant WSD in staat is om 50% van de budgetdaling in 3 jaar op te vangen. 3. Risico deelnemingen. Dit zijn de risico’s die voortvloeien uit de private bedrijven van WSD: WSD Holding BV, WSD Participatie BV, Werkpartners BV en Werksupport BV en het lidmaatschap van WSD van De Schoonmaak Coöperatie U.A.. De private bedrijven worden geacht hun eigen bedrijfsrisico’s op te kunnen vangen. Het risico deelnemingen betreft voor WSD het risico dat WSD loopt door de samenwerking bijvoorbeeld de activiteiten die WSD voor de BV’s verricht in de vorm van (backoffice) dienstverlening. Stabiel beeld en heroverweging na realisatie lokale plannen Uit de nu voorliggende bedrijfsrisicoanalyse blijkt dat het totale risicoprofiel van WSD, ondanks de prijseffecten vanwege de oorlog in de Oekraïne, relatief stabiel is. Er is slechts sprake van kleine verschuivingen tussen de diverse risicogebieden. De afname van het bedrijfsrisico is een effect van de afname van risico’s dat klanten wegvallen en vervangende klanten weer wat makkelijker te verleiden zijn.

Ook de afname van de afhankelijkheid van enkele grote klanten in de totale klantenportefeuille spelt daarbij een rol omdat relatieve afhankelijkheid van een aantal grote klanten binnen het model leidt tot een groter risico. De subsidierisico’s en deelnemingsrisico’s blijven redelijk stabiel.

14

Overzicht minimum bedrijfsrisico’s WSD (Bedragen * € 1.000): Risico

2020

2021

2022

2023

Bedrijfsrisico Gem. Regeling WSD Risico subsidie Gem. Regeling WSD Risico deelnemingen Totaal Risico (maximum positie weerstandsvermogen)

8.900

9.100

8.900

8.800

Verandering 2023 t.o.v. 2022 -/- 100

1.600

1.500

1.500

1.600

100

100

100

100

100

0

10.600

10.700

10.500

10.500

0

Een nadere specificatie is opgenomen in bijlage 1. Het minimaal vereist weerstandsvermogen blijft op het niveau van vorig jaar: € 10,5 mln. Overwegingen Het risicoprofiel van WSD gebaseerd op het model van Deloitte is onder de huidige stand van de Coronacrisis redelijk stabiel. Grote onbekenden in het verhaal zijn: ontwikkeling in de financiering van de Participatiewet ter compensatie van kostenstijgingen ontwikkeling financiering Sw via toereikende LPO voor zowel stijging loonkosten Sw als ondersteunende diensten (CAO ambtenaren) het uiteindelijke (financiële) effect van de oorlog in de Oekraïne. Daarmee is in deze analyse geen rekening gehouden. De huidige financiële positie van WSD is, door zeer prudent beleid van het bestuur van WSD in het verleden sterk, maar niet oneindig. Op basis van het bovenstaande overzicht van het totale risico van WSD bedraagt het minimum weerstandvermogen € 10,5 mln.

4. Financiering WSD is als decentrale overheidsorganisatie gehouden aan de Wet Financiering Decentrale Overheden en moet daarom verplicht Schatkistbankieren. De mogelijkheden om rendement te genereren met eigen vermogen (rente op uitgezette overtollige liquiditeiten) zijn ingeperkt doordat alle decentrale overheden verplicht zijn om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Op de bij de schatkist aangehouden middelen wordt momenteel geen minimale rente vergoed. Los van de beperkingen vanuit de Wet Verplicht Schatkistbankieren is het financiële beleid van WSD, zoals vastgelegd in het door het Algemeen bestuur vastgestelde Treasurystatuut, sowieso erg prudent in de omgang met financiële middelen. Leningen WSD financiert alle activiteiten met eigen vermogen en hoeft daarvoor geen externe financieringsbronnen aan te wenden.

15

5. Onderhoud kapitaalgoederen

WSD heeft een aantal bedrijfsgebouwen in eigendom en dient deze dan ook zelf te onderhouden. Ultimo 2022 bedraagt de totale boekwaarde van de gebouwen, inclusief grond, terreinvoorzieningen en installaties € 5,2 miljoen. Dit is inclusief de investeringen in uitvoering van de transformatie van het gebouw in Boxtel. Parallel aan het proces om te komen tot en nieuwe koers voor WSD is een nieuwe huisvestingsvisie opgesteld. De vastgestelde koers voorziet in samenwerking van WSD en gemeenten waarbij de lokale situatie in het sociale domein wordt versterkt door de expertise van WSD. Wens is dat WSD voor inwoners zichtbaar lokaal aanwezig is in de gemeentelijke structuren. In 2020 zijn alle gemeenten aan de slag gegaan met hun lokale plan voor de uitwerking van de toekomstige samenwerkingsvorm. Mede op basis daarvan is medio 2021 een verkenning met betrekking tot de toekomst van het hoofdgebouw van WSD in Boxtel gemaakt. De uitdaging is om het gebouw in lijn te brengen met de koers van WSD enerzijds en de eisen van deze tijd anderzijds. Begin 2022 is door het DB een besluit genomen en een budget van € 4,6 miljoen beschikbaar gesteld voor de volledige transformatie van het hoofdgebouw van WSD. Hiervan wordt een derde geïnvesteerd in duurzaamheid zoals isolatie, verwarming en koeling met aardwarmte.

De jaarlijkse huisvestingskosten zullen na de transformatie in eerste instantie met c.a € 45.000 per jaar stijgen. Het gebouw zal dan voldoen aan de eisen die aan een modern bedrijfsgebouw worden gesteld. De planning voorziet in oplevering medio 2023. Na oplevering van de transformatie zal actualisering van het meerjarenonderhoudsplan met bijbehorende meerjarenonderhoudsbegroting plaatsvinden.

6. Rechtmatigheid

Het Algemeen Bestuur heeft het controleprotocol, het normenkader en de toleranties, alsmede de bijgestelde Financiële verordening ex art. 212 gemeentewet vastgesteld. Jaarlijks wordt beoordeeld in hoeverre actualisering van deze kaders aanpassing behoeven wegens relevante wijzigingen in wet- en regelgeving. De formele kaders voor de rechtmatigheid zijn voor 2023 ongewijzigd. De door het bestuur vastgestelde fouttolerantie is 1% en de onzekerheidstolerantie 3%. De rapporteringgrens ligt op 20%. In deze meerjarenraming wordt uitgegaan van bestendiging van voornoemd beleid en kaders. Vanuit Concern control worden op basis van het programma “WSD in Control” periodiek audits uitgevoerd op de kwaliteit van de uitgevoerde interne controles, worden de bevindingen teruggelegd in de organisatie en worden de herstelacties gemonitord. Naast de uitgevoerde audits op processen wordt voor een aantal specifieke balansposten de rechtmatigheid van de mutaties achteraf vastgesteld. De conclusies vanuit het programma ‘WSD in Control’ worden vastgelegd in een eindrapportage die ter kennisname wordt voorgelegd aan het Algemeen Bestuur bij de vaststelling van de jaarrekening. Vanaf 2023 wordt de rechtmatigheidsverantwoording ingevoerd.

De voorbereiding daarop vindt plaats in overleg met de accountant en richt zich op opzet en omvang van de interne controle vanuit zowel accountants- als rechtmatigheidscontroles. De interne controles en de rapportages daarover vormen de basis voor de rechtmatigheidsverantwoording aan het eind van het jaar.

7. Wet open overheid

In artikel 3.5 van de Wet Open overheid (Woo) is voorgeschreven dat bestuursorganen in de jaarlijkse begroting aandacht besteden aan beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet, en in de jaarrekening verslag doen van de uitvoering ervan. Deze verplichting geldt reeds voor de jaarrekening 2022. WSD heeft als volgt uitvoering gegeven aan deze nieuwe wet. In februari 2023 is het MT van WSD geïnformeerd over de uit de WOO voortvloeiende verplichtingen voor onze organisatie. Het Algemeen bestuur van WSD is in maart 2023 geïnformeerd over de inhoud van de wet. Het bestuur heeft aansluitend een procedure voor inkomende WOO-verzoeken vastgesteld. Uit de WOO vloeit de verplichting voort tot het actief openbaar maken van informatie. WSD is pro-actief met het verstrekken van relevante informatie via haar eigen website alsmede via de raadsinformatie via de deelnemende gemeenten.

16

Begroting WSD 2024 en Financiële meerjarenraming 2025 t/m 2027

17

8. Begroting WSD 2024 en Financiële meerjarenraming 2025 - 2027

Bedrijfsresultaat Bedrijfsopbrengsten Grond-, hulpstoffen uitbesteed werk Netto toegevoegde waarde Overige opbrengsten Plusdiensten Resultaat deelnemingen

Jaarrek.

Begroting

Begroting

Raming

Raming

Raming

2022

2023

2024

2025

2026

2027

24.874 5.939 18.935 4.901 0

23.438 4.408 19.030 4.975 0

27.900 6.360 21.540 5.130 0

28.750 6.550 22.200 5.180 0

29.525 6.725 22.800 5.230 0

29.630 6.750 22.880 5.280 0

Baten

23.836

24.005

26.670

27.380

28.030

28.160

Salariskosten ambt. medewerkers Externe dienstverlening formatie subtotaal NGA Dienstverlening door derden Afschrijvingen Overige bedrijfskosten

4.659 11.585 16.244 1.293 869 3.865

4.421 11.724 16.145 1.330 1.000 3.310

4.360 14.830 19.190 1.130 1.000 3.610

4.250 15.440 19.690 1.180 1.010 3.910

4.140 16.050 20.190 1.260 1.020 4.210

4.040 16.300 20.340 1.320 1.030 4.410

Lasten

22.271

21.785

24.930

25.790

26.680

27.100

Totaal bedrijfsresultaat

1.565

2.220

1.740

1.590

1.350

1.060

Subsidieresultaat WSW Budget Wsw Personeelskosten Wsw Uitvoeringskosten begeleid werken

36.094 33.246 700

31.988 30.997 564

34.130 33.130 570

32.910 31.600 560

31.500 30.110 540

30.090 28.570 530

2.148

427

430

750

850

990

2.731 4.056 577 857

3.450 5.461 729 1.154

5.070 6.920 350 0

5.850 8.130 700 0

6.660 9.200 1.250 100

7.150 10.090 1.763 50

-1.605

-2.436

-1.500

-1.580

-1.390

-1.227

Bijdrage gemeenten

233

235

237

237

237

237

Resultaat gemeentelijke bijdrage

233

235

237

237

237

237

Totaal subsidieresultaat

776

-1.774

-833

-593

-303

0

Totaal incidentele lasten en baten

117

0

0

0

0

0

2.458

446

907

997

1.047

1.060

460

460

460

460

460

460

352 352

275 275

377 377

376 376

0 0

0 0

0

0

0

0

0

0

445 445

600 600

480 480

480 480

0 0

0 0

0

0

0

0

0

0

2.918

906

1.367

1.457

1.507

1.520

Subsidieresultaat Wsw Subsidieresultaat PW Begeleidingsbijdragen PW Beschikbaar budget Loonkosten PW -/- LKS (incl. LIV) beschikbaar budget Begeleidingsbijdragen PW Stimulus Loonkosten PW -/- LKS (incl. LIV) Stimulus Subsidieresultaat Participatiewet

Exploitatieresultaat vóór onttrekking Onttrekking bestemmingsreserve Organisatieontwikkeling Doorontwikkeling organisatie Kosten Doorontwikkeling organisatie Onttrekkingen bestemmingsreserves Resultaat Prototypes en Doorontwikkeling Lokale Plannen Kosten Lokale Plannen Onttrekkingen bestemmingsreserves Resultaat Lokale Plannen Resultaat na onttrekking bestemmingsreserves

18

9. Uitgangspunten en toelichting Algemene Kaders • De begroting 2024 en de Financiële meerjarenraming WSD 2025 tot en met 2027 worden opgesteld in overeenstemming met de verslaggevingsvoorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording provincie en gemeenten (BBV). In deze begroting en meerjarenraming is er sprake van één programma in de zin van het BBV, zijnde de uitvoering van de Participatiewet (incl. de sociale werkvoorziening oud). •

Voor het verloop van de bezetting Wsw en PW is het Stimulus-programma 2021-2025 zoals vastgesteld door het Dagelijks bestuur op 22 januari 2021 de basis. Daarmee was elke financiële barrière bij onze gemeenten om mensen uit de doelgroep aan het werk te helpen weggenomen. Het Stimulusprogramma heeft als vertrekpunt de financiële doorrekening in het koersdocument “Gezamenlijk Doorontwikkelen” van het scenario “Break-even”. Jaarlijks stellen we op bij van de feitelijke gerealiseerde bezetting en de geactualiseerde verwachtingen voor wat betreft uitstroom en instroom het scenario bij richting nieuwe meerjarenraming. Het ambitieniveau blijft ook in deze actualisering onverminderd 2.100 doelgroepmedewerkers ultimo 2025 en volgende jaren. Op basis van ervaringsgegevens gaan we van een uitstroom Wsw van 6% per jaar. Het gaat om de optelsom van personen met een proefplaatsing, een SW- en een PW-dienstverband, of via WSD direct geplaatst en begeleid bij een externe werkgever. Het Stimulusprogramma vormt samen met het expertisecentrum de basisdienstverlening van de gemeenschappelijke regeling WSD. De basisdienstverlening wordt te zijner tijd opgenomen in de nog aan te passen gemeenschappelijke regeling.

•

Recent heeft de rijksoverheid bij de overheveling van de begeleidingsvergoeding banen met loonkostensubsidie regulier een positieve stap gemaakt door een vergoeding * volume (P * Q) systematiek in te voeren. Eerder is dat al gebeurd met het budget voor de loonkostensubsidie. Gemeenten die veel banen met LKS uitvoeren krijgen daardoor meer begeleidingsbudget. De WSD gemeenten zijn er hierdoor wat betreft budget flink op vooruit gegaan. Het volumeprobleem in de budgettoekenning lijkt hiermee grotendeels opgelost. Deze oplossing komt wel met een nieuw risico. Het budget veert nu mee met de trap op trap af systematiek van de rijksoverheid. Dat betekent dat als het rijk minder gaat uitgeven het budget zakt. Dat is een cyclisch patroon (laagconjunctuur leidt tot bezuinigingen), terwijl de exploitatie van WSD een meer anticyclisch patroon kent (meer instroom en lagere bedrijfsopbrengsten in tijden van laagconjunctuur). Vooralsnog gaan we ervan uit dat dit risico geen grote gevolgen heeft voor het benodigde weerstandvermogen van WSD. Het grootste risico dat WSD hier loopt wordt afgedekt door de Stimulus reserve. Niet opgelost is op dit moment de negatieve businesscase van de PW als gevolg van de tekortschietende vergoeding per arbeidsplaats PW. Zeg maar het prijsdeel in de formule P * Q. Het negatieve subsidieresultaat per persoon PW bij WSD bedraagt in 2022 ca.

€ 3.850 per persoon (€ 5.500 per fte). Door recente maatregelen staat de businesscase verder onder druk (cao Aan de Slag, pensioen, Wml stijging met 10%, maar ook gemiddeld intensievere begeleiding). Om de businesscase rond te krijgen moet de begeleidingsvergoeding per persoon verhoogd worden. Gelet op de besprekingen die VNG/Divosa/Cedris met de minister gevoerd hebben, is de kans klein dat deze kabinetsperiode de financiering verbetert. En het is koffiedik kijken of in een volgend regeerakkoord er voldoende middelen beschikbaar gesteld worden. Tot dat het geval is zal vanuit de Stimulus reserve het negatieve subsidieresultaat afgedekt moeten worden totdat er wel een structureel dekkende financiering komt. Tot nu toe kon met het positieve subsidieresultaat Wsw het negatieve subsidieresultaat PW afgedekt worden. Met de daling van de Sw populatie en de groei van de PW bezetting bereiken we naar verwachting in 2023 het omslagpunt. Om te voorkomen dat de totale exploitatie van WSD uiteindelijk negatief wordt en we geen sluitende meerjarenraming kunnen laten zien, is inzet van de Stimulus reserve nodig.

19

Er wordt vanuit gegaan dat het positieve subsidieresultaat Wsw plus het negatieve subsidieresultaat PW bij elkaar opgeteld tenminste nul moeten zijn. Zoals gesteld zal de komende jaren het subsidieresultaat SW+PW oplopend negatief worden. Om de aankomende begroting WSD 2024 en meerjarenraming 2025 t/m 2027 sluitend te houden zal dit negatieve subsidieresultaat worden afgedekt door inzet van de Stimulusreserve. Voor deze komende meerjarenbegroting is dit op hoofdlijnen doorgerekend: Reserve

Beginstand

Stand ultimo 2022

Geraamde eindstand 2025

Geraamde eindstand 2028

Reserve Stimulus

€ 7,06 mln.

€ 5,96 mln.

€ 4,40 mln.

€0

•

Voor Beschut werk geldt financiering van de begeleiding op basis van historische uitstroomcijfers SW uit 2014. Er is helaas nog geen verdeelmodel vastgesteld voor Beschut werk op basis van aantal * prijs. Dit is wel in voorbereiding en hierdoor zal het volumeprobleem (gemeenten realiseren meer banen met LKS dan het budget toelaat) ook voor Beschut werk opgelost worden

•

De Plusdiensten bestaan uit diensten die van oudsher door WSD worden aangeboden, zoals intake en diagnose, re-integratietrajecten e.d.. Deze dienstverlening heeft al jarenlang ongeveer dezelfde omvang. In de raming wordt dan ook uitgegaan van stabilisatie hiervan. Daarnaast bestaan de plusdiensten uit nieuwe en innovatieve diensten en methodes die ontwikkeld zijn door gemeenten en WSD gezamenlijk. Het gaat om b.v. inburgering en taal tijdens het werk, jeugdtrajecten, ontwikkelgerichte arbeidsmatige dagbesteding etc. De verwachting is dat deze diensten fors zullen groeien, omdat deze inspelen op urgente lokale behoeften van gemeenten. Voorzichtige aanname is dat de dienstverlening licht groeit t.o.v. de huidige situatie.

•

De kosten van het expertisecentrum worden geacht budget neutraal te zijn. Zowel WSD, gemeenten als eventuele derden brengen hun expertise om niet in. Wel zal er geïnvesteerd moeten worden om het expertisecentrum op gang te brengen (eenmalige investering in b.v. projectleiding) en gefaciliteerd moeten worden met passende huisvesting en ICT/communicatiemiddelen. Deze extra kosten maken onderdeel uit van het invoeringsplan waarvoor middelen zijn gereserveerd.

•

De facilitaire dienstverlening en de uitleen van ambtelijk en overig niet gesubsidieerd personeel aan dochterondernemingen en vice versa geschiedt op basis van werkelijke kosten. Deze dienstverlening is in dienstverlenings-overeenkomsten vastgelegd. De opbrengsten uit deelnemingen zijn separaat opgenomen.

•

We hebben op dit moment te maken met hoge inflatiecijfers. Voor de begroting en ramingen wordt desalniettemin voor de meeste posten uitgegaan van het prijspeil januari 2023. Voor de meeste majeure begrotingsposten geldt dat de prijsstijging wordt gecompenseerd (subsidies) of doorberekend (omzet).

Uitgangspunten per begrotingspost • De coronapandemie en de oorlog in de Oekraïne hebben geleid tot een economische crisis met aanzienlijke kostenstijgingen tot gevolg. De beste inschatting van de gevolgen van die prijsstijgingen vormt de interne detailbegroting 2023 die is gebaseerd op de laatste prognose 2022 aangevuld met de verwachtingen rondom de ontwikkeling van met name de loonkosten en de mogelijke compensatie door het Rijk. •

De loonkosten stijgen in 2023 voor praktisch alle cao’s fors. Primaire oorzaak is de verhoging van het WML per 1 januari 2023 met 10,15%: Cao Aan de Slag kent als ondergrens het WML dus daarmee gaat de hele cao met dat percentage omhoog. WML is ook leidend voor de LKS-berekening. Compensatie van Rijkswege is hier niet te verwachten. Cao-lonen Wsw worden volgens de geldende cao aangepast o.b.v. LPO meicirculaire (per 1-1-2023: 3,74%). Deels is dit met de verhoging van het WML per 1 juli 2022 (1,81%) in de loonschalen verwerkt. Voor zover SW-ers zijn

20

-

ingeschaald boven WML ontvangen ze per 1 januari 2023 het restant van de verhoging (1,93%). Voor Sw-ers in de onderste loonschalen is de cao per 1 januari aangepast naar het nieuwe WML. De geldende cao WSW 2021-2025 zou daarmee tot effect kunnen hebben dat Swers in schalen boven WML zeer marginaal worden gecompenseerd voor de algehele kostenstijgingen. Overleg met het Rijk over een aanvullende loonstijging en compensatie van werkgevers via de LPO-bijstelling rijksbudget in mei 2023 is nog hoogst onzeker. Voor de begroting en ramingen gaan we uit van een kleine verhoging (6%) en gedeeltelijke compensatie (70%) via de LPO in mei 2023. Voor 2024 en verder gaan we weer uit van “normale” verhogingen welke worden gecompenseerd door verhoging van de omzet (prijsindexering).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12810656/1