Vinkenhofjes - Bijlage Toelichting
Tekst van het document
Zo komen de uitritten ter hoogte van Vinkenlaan 1/3 en Vinkenlaan 11/13 te vervallen. Het nieuwe plan kent nog maar twee uitritten in plaats van de vier nu. Daarnaast zijn aan de Vinkenlaan nog een aantal parkeerplaatsen gereserveerd. Dit zijn haakse parkeervakken. Ten opzichte van de situatie nu is dat nauwelijks een verandering. De parkeerplaatsen in de huidige situatie zijn weliswaar niet direct aan de Vinkenlaan gelegen, maar hebben zonder afscherming door groen wel een inschijning door koplampen. De nieuwe parkeerplaatsen worden ingebed in een 'groene koffer'. Bij de gereserveerde parkeerplaats ten noordoosten in het plangebied is de uitrit voorzien aan de Wielewaallaan, waar geen woning aanwezig is die hinder kan ondervinden van het inschijnen van koplampen.
77/95
Figuur 4.15: Huidige parkeerplaatsen aan de Vinkenlaan zorgen nu ook al voor mogelijke inschijning van koplampen op woningen aan de Vinkenlaan 4.11.3 Conclusie Het aspect lichthinder wordt waar nodig meegenomen in de verder uitwerking van de plannen en vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.12 Ecologie 4.12.1 Beleid en normstelling Met de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze
78/95
zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en; de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn.
Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
4.12.2 Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De afstand tot het
79/95
dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Strabrechtse Heide & Beuven bedraagt circa 6,3 kilometer. De afstand tot het meest dichtstbijzijnde NNN bedraagt circa 800 meter. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de grote afstand tot natuurgebieden kunnen ook effecten zoals verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De stikstofdepositie op stikstofgevoelige gebieden dient berekend te worden voor de realisatiefase en de gebruiksfase. Om negatieve effecten door stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden uit te sluiten is een aantal AERIUS-berekeningen uitgevoerd, zie Bijlage 6 voor de stikstofdepositieberekening van de sloop in 2023 en Bijlage 7 voor de stikstofdepositieberekening van de realisatiefase in 2024. De stikstofdepositieberekening van de realisatie- en gebruiksfase in 2025 is te lezen in Bijlage 8. In Bijlage 9 is in een memo van de werkwijze van de stikstofdepositieberekening na te lezen. Uit de verschilberekeningen met AERIUS Calculator voor de realisatiefase en de gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Op basis van de berekening zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebied in de gebruiksfase uitgesloten. De beoogde herontwikkeling is derhalve uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.
80/95
Figuur 4.16: Plangebied, rood puntje, ten opzichte van Natura 2000-gebied (bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten)
Figuur 4.17: Plangebied (rood omcirkeld) ten opzichte van Natuur Netwerk Brabant, kaart 4 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Soortenbescherming In het kader van de verduurzaming van sociale huurwoningen, heeft de initiatiefnemer, net als vele andere woningcorporaties een grote opgave om haar woningbezit te verduurzamen. Naast de verduurzamingsopgave vindt de initiatiefnemer het belangrijk de natuurwaarden te behouden. Hierbij willen ze deze bescherming echter wel op een praktische wijze uitvoeren, waarbij zowel recht gedaan wordt aan de beschermde natuurwaarden als aan de praktische uitvoerbaarheid van de verduurzamingsopgave. Voor die redenen heeft de initiatiefnemer een Soortmanagementplan (SMP) laten opstellen, zie Bijlage 10 (29 januari 2021). Dit document dient als onderbouwing van de gebiedsontheffing Wnb voor gebouwbewonende soorten bij onderhoud, renovatie, sloop en nieuwbouw en verduurzaming van woningen en gebouwen. Op 8 december 2020 heeft het ODBN verzocht om aanvullende gegevens op de ontheffingsaanvraag. In Bijlage 11 staan de vragen inclusief de antwoorden en/of verwijzingen naar het aanvraagdocument 'SMP Gebouwbewonende soorten Woningstichting Helpt Elkander' en de ontheffingsaanvraag opgenomen. Hierin
81/95
wordt onder andere aangetoond hoe de initiatiefnemer aan de maatregelen uit het SMP gaat voldoen. Op 29 maart 2021 hebben de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant ontheffing (Z/119035-250079) verleend krachtens artikelen 3.3, 3.8 en 3.10, juncto artikel 3.8, van de Wet natuurbescherming voor het renoveren of slopen en realiseren van woningbezit van Helpt Elkander, gelegen binnen de kernen Nuenen, Gerwen en Nederwetten, in de gemeente Nuenen c.a.. Deze ontheffing is opgenomen in Bijlage 12. In het SMP en in de ontheffing staan veel maatregelen beschreven die getroffen moeten worden. 4.12.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot significante effecten op beschermde natuurgebieden of beschermde soorten. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling.
4.13 Kabels en leidingen 4.13.1 Beleid en normstelling Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: a. gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen; b. aardgas met een diameter groter of gelijk aan 18 inch; c. defensiebrandstoffen; d. warmte en afvalwater, ruwwater of halffabrikaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch. De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke ‘mechanische grondroering’ bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen. De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. 4.13.2 Onderzoek In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen, hoogspanningslijnen, straalpaden of telecomverbindingen aanwezig.
Met eventueel aanwezige overige planologisch gezien niet-relevante leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het plangebied hoeft in het bestemmingsplan geen rekening te worden gehouden. 4.13.3 Conclusie Het aspect 'kabels en leidingen' vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
82/95
4.14 Duurzaamheid, energie en klimaatadaptatie 4.14.1 Beleid en normstelling Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe gebouwen. De maat voor energiezuinigheid heet Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). Hierbij kan op verschillende manieren omgegaan worden met energie zuinigheid. 4.14.2 Onderzoek Het plan zal tenminste voldoen aan de wettelijke BENG-norm, waarmee hoge eisen worden gesteld aan duurzaamheid en energiegebruik. Het dakoppervlak wordt multifunctioneel gebruikt voor zowel de opvang van hemelwater als voor de opwek van duurzame energie via zonnepanelen en voor de biodiversiteit en verkoeling door een vegetatiedak. Duurzaam vervoer wordt gestimuleerd door oplaadpunten voor elektrische fietsen en (deel) auto's aan te bieden. In en rondom de nieuwe woongebouwen worden verblijfsmogelijkheden gecreëerd voor vogels en insecten. Dit draagt bij aan het versterken van de biodiversiteit.
Figuur 4.18: Innovaties planvoornemen (bron: De Loods) 4.14.3 Conclusie Duurzame voorzieningen worden geïntegreerd in en rondom de nieuwe woongebouwen.
83/95
4.15 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 4.15.1 Beleid en normstelling In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Hierin is geregeld dat ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, een besluit moet worden genomen of een milieueffectrapportage nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan, ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft, mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een 'vormvrije' mer-beoordeling.
4.15.2 Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 'een oppervlakte van 100 hectare of meer' of 'een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat' (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 137 sociale huurwoningen. Hiermee blijft de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Uit de informatie in de vormvrije m.e.r.-beoordeling in Bijlage 13 blijkt dat het plangebied niet gelegen is in een kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. De aard en beperkte omvang van het plan leiden niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen mits de genoemde mitigerende maatregelen worden uitgevoerd. 4.15.3 Conclusie Met inachtneming van de maatregelen uit Bijlage 13 is het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk.
84/95
Hoofdstuk 5
Financiële uitvoerbaarheid
Volgens artikel 6.12 van de Wro dient tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan worden vastgesteld voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins verzekerd is. Het plangebied is eigendom van de initiatiefnemer. De kosten van deze ontwikkeling zijn derhalve volledig voor rekening van de initiatiefnemer. Met de gemeente Nuenen c.a. is een anterieure overeenkomst gesloten.
85/95
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische uitvoerbaarheid
Wettelijk kader
In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen.
6.2
Opzet van de bestemmingsregeling
Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling is het volgende van belang. Verbeelding Eisen aan de verbeelding Belangrijke eis is dat het bestemmingsplan dient te voldoen aan de eis van rechtszekerheid. Dit betekent dat een bestemmingsregeling duidelijk en voor één uitleg vatbaar dient te zijn. In aansluiting hierop en in relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Op de verbeelding wordt met bestemmingen en aanduidingen aangegeven welk gebruik is toegestaan en of er ten behoeve van die bestemmingen mag worden gebouwd. De bestemmingen worden door middel van hoofdletters aangeduid, zoals 'W' voor 'Wonen'. Met aanduidingen kan het gebruik nader worden gespecificeerd en het bouwen worden gereguleerd. Een veel voorkomende bouwaanduiding is die voor de maximum goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen; deze worden aangegeven door middel van een matrix. Naast enkelbestemmingen die met een kleur worden aangeduid, zijn er dubbelbestemmingen die op de verbeelding herkenbaar zijn aan arceringen. De gehanteerde bestemming Voor het plangebied is een woonbestemming opgenomen. Voor deze bestemmingsregeling is aangesloten bij het bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost'.
Er is geen dubbelbestemming voor archeologie opgenomen, omdat in het archeologisch onderzoek (paragraaf 4.3) wordt geadviseerd het gebied vrij te geven. Regels Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde. In Hoofdstuk 1 Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven. Hoofdstuk 3 Algemene regels bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een
86/95
anti-dubbeltelbepaling. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels bevat het overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Ook bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden: Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voorts is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling.
6.3
Toelichting op de gehanteerde bestemmingen
Artikel 3 Groen Deze bestemming betreft gronden waarop groenvoorzieningen, paden, sport- en spelvoorzieningen, water e.d. zijn toegestaan. Artikel 4 Verkeer Deze gronden zijn bestemd voor wegen, paden en parkeervoorzieningen. Artikel 5 Wonen Deze gronden zijn bestemd voor uitsluitend gestapelde woningen.
6.4
Toelichting op de algemene regels
Deze algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen. Artikel 6 Antidubbeltelregel Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld als (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. De anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken. Artikel 7 Algemene bouwregels Binnen dit artikel worden de regels voor ondergronds bouwen en het bouwen van dakkapellen beschreven. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In dit artikel wordt het verboden gebruik beschreven. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) is een algemene
87/95
afwijkingsregel opgenomen. Artikel 12 Overige regels Dit artikel bevat de voorrangsregels en een parkeerregeling. De parkeerregeling is gelijk aan degene opgenomen in de meest actuele CROW publicatie, namelijk de CROW publicatie 381.
6.5
Toelichting op de overgangs- en slotbepalingen
In artikel 13 is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 13.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 13.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Artikel 14 bevat de slotregel.
88/95
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijkeuitvoerbaarheid
Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Op grond van artikel 3.1.1. van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plaats te vinden met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De resultaten van het vooroverleg worden verwerkt in onderstaande paragraaf.
7.2
Omgevingsdialoog
Van oktober 2021 tot oktober 2022 heeft de omgevingsdialoog plaatsgevonden. Inloopbijeenkomst 18 oktober 2021 In oktober 2021 is via een vragenlijst en een inloopbijeenkomst voor omwonenden en andere genodigden (onder andere Seniorenplatform, Actieplatform Nuenen-Zuid, Huurdersplatform Helpt Elkander) informatie opgehaald om uitgangspunten voor de nieuwbouwontwikkeling te definiëren. De belangrijkste punten waren: Groen: een groene omgeving wordt sterk gewaardeerd. Er is - als het nodig is - begrip voor de kap van de nodige/juiste bomen. Veiligheid: de meeste mensen geven aan zich veilig te voelen en dat buiten spelen voor hun kinderen geen probleem is. Een klein deel geeft aan zich in de avond niet veilig te voelen. Bouwhoogte: glooiing door middel van verschillende bouwhoogten wordt door de meeste bezoekers gewaardeerd. 5 of 6 bouwlagen is spannend. Veel bezoekers waren opgelucht toen ze verschillende massa's zagen, met op de juiste plaatsen 5 of 6 bouwlagen. Er is in geval van hoger bouwen meer ruimte voor groen wat als prettig ervaren wordt. De afbouw van de bouwhoogte richting Vinkenlaan en Brouwersveld werd gewaardeerd. Ontmoeten: er is behoefte aan een goede relatie met buurtbewoners. Dit was een belangrijk gespreksthema. Er moet absoluut aandacht zijn voor samenleven en ontmoeten, maar dit is voor iedereen anders.
Variatie in doelgroep en type gebouwen is daarom wenselijk. Parkeren: er werd aandacht gevraagd voor de huidige parkeersituatie aan de Vinkenlaan. In de overige straten rondom is de parkeersituatie beter en is er niet of nauwelijks overlast. Uitstraling: we hebben met bezoekers ook gesproken over de uitstraling van de nieuwe bebouwing. Doelgroep: de voorkeur van mensen die de vragenlijst beantwoord hebben gaat uit naar senioren, gevolgd door 1- en 2-persoonshuishoudens. Helpt Elkander kiest voor een juiste mix van senioren en jongeren. Zicht: het zicht vanaf de Vinkenlaan en de Jo van Dijkhof op het groen van het park aan de andere zijde van de Vinkenhofjes worden heel erg gewaardeerd. Dat geldt ook voor de eenvoudige mogelijkheid om via de Vinkenhofjes naar het park te lopen. De oriëntatie van balkons moet zorgvuldig gebeuren om privacy problemen te voorkomen. Gebiedsconcept Allereerst is de opgehaalde informatie van de eerste inloopbijeenkomst verwerkt in een gebiedsconcept voor
89/95
de nieuwbouwontwikkeling:
Hoogteaccenten aan de zijde van de bomen Doorwaadbaarheid in het plan - op die plaatsen wordt de groenstructuur behouden/versterkt/toegevoegd Bomen park (westzijde plangebied, donker groen) behouden Cluster bomen handhaven (lichtgroen) Meerdere bouwvlakken in het groen - groen tussen bouwvlakken behouden/versterken Op verschillende plaatsen parkeerzones maken Zichtlijnen vanaf Jo van Dijkhof en grondgebonden woningen Vinkenlaan naar het park Gebouwhoogte afbouwen van bomen richting grondgebonden woningen Vinkenlaan en Mantelmeeuwlaan/Brouwershof Deze uitgangspunten zijn besproken in de Klankbordgroep, die drie keer bij elkaar geweest is. De klankbordgroep bestond uit circa 10 (nagenoeg) direct omwonende kopers en huurders en oorspronkelijke huurders. Samenvatting Klankbordgroep 1 In het eerste klankbordgroepoverleg zijn bovenstaande uitgangspunten nogmaals gedeeld, is het gebiedsconcept gepresenteerd, alsmede drie mogelijke scenario's. Onder meer zijn de volgende zaken besproken: Namens bewoners van de Lyndakkers werd als aandachtspunt aangegeven dat zij de ochtendzon in hun woning graag willen behouden. Toegezegd is dat - als de plannen meer definitieve vormen hebben - een schaduwstudie wordt gedaan.
Er werd een vraag gesteld over de vragenlijsten: zaten er verschillen in reactie van direct omwonenden en mensen die wat verder weg wonen? Op hoofdlijnen niet, maar direct omwonenden zijn ten opzichte van anderen iets kritischer ten opzichte van de bouwhoogte. Waarom (tenminste) een verdubbeling van het aantal woningen? 1. Vanwege prestatieafspraken met de gemeente. 2. Eigen grond Helpt Elkander. 3. Verdubbeling nodig om plan beter betaalbaar te maken.
90/95
Kritische reactie op bouwhoogte in relatie tot aansluiting. Meer dan 6/7 lagen zou niet passend zijn en gunnen van uitzicht van bewoners van de andere zijde van de Vinkenlaan. Verdubbeling is ook mogelijk in een lager model (oplopend van 3 tot 5/6 lagen). Het is zaak om de juiste balans te hebben tussen de bouwhoogte en kwalitatieve openbare ruimtes. De parkeerdruk is groot, met name als er bijeenkomsten zijn. Hoe groot worden de appartementen en wat is de verhouding starters/senioren? Voorkeur voor senioren. Bomen verplanten? Zijn dure ingrepen en moet historisch/cultureel toegevoegde waarde hebben. Dat geldt niet voor deze bomen. Reactie op gebiedsconcept: Maar twee zichtlijnen? Nee, betreft schema. Kunnen er na verder onderzoek natuurlijk meerdere zijn. 3 premature scenario's gepresenteerd en besproken. Voorkeur voor 3 en 2. Input uit dit overleg is meegenomen in het vervolg. Samenvatting Klankbordgroep 2 In het tweede klankbordgroepoverleg werden door enkele leden van de klankbordgroep vragen gesteld over de uitgangspunten voor de nieuwbouw in relatie tot de structuurvisie Nuenen-Zuid, die in de gemeenteraadsvergadering van april 2019 is vastgesteld.
De architect en Helpt Elkander gaven daarop aan dat zowel met de wethouder, verschillende (gemeenteraads)fracties als met ambtenaren besproken is om te onderzoeken hoe het programma op deze plek op een juiste manier kan worden ingevuld. In de gesprekken was aangegeven dat het denkbaar is om hoger te bouwen dan de structuurvisie aangeeft, mits het de goede kwaliteit oplevert in het plan. Verder werd nog gesproken over het belang van de ontwikkeling en waarom deze locatie zo geschikt is voor (met name) senioren. En hoger bouwen geeft meer ruimte voor groen en parkeren. Daarnaast, op 18 oktober waren er bij de inloopbijeenkomst 4 modellen getoond, waarbij er nauwelijks voorkeur was voor het model dat aansloot bij de uitgangspunten van de structuurvisie. Daarnaast werd in het tweede klankbordgroepoverleg de beeldkwaliteit en de uitstraling besproken en verschillende modellen (A+B - zie hieronder). De klankbordgroep had een duidelijke voorkeur voor model B. Op verzoek van de klankbordgroep wordt nog onderzoek gedaan naar een model dat past binnen de uitgangspunten van de structuurvisie. Samenvatting Klankbordgroep 3 Het derde klankbordgroepoverleg heeft op twee data plaatsgevonden, omdat niet alle leden er op 20 september waren, vanwege vakantie, drukte of ziekte en Helpt Elkander toch van zo veel als mogelijk leden reactie wilde op het doorontwikkelde plan.
De urgentie van het plan wordt geduid en het doorontwikkelde plan (op basis van model B) wordt toegelicht. Ook model C wordt gepresenteerd (plan binnen de uitgangspunten van de structuurvisie). Helpt Elkander en de architect geven aan dit model C niet verder door te willen ontwikkelen, omdat dit plan niet voldoende kwaliteit biedt voor zowel toekomstige bewoners als omwonenden.
91/95
Met name leden van de klankbordgroep die aan de andere zijde van het park wonen, gingen in discussie over de hoeveelheid bouwlagen en geven aan dat het nieuwe plan binnen de uitgangspunten van de structuurvisie moet worden gebouwd. Helpt Elkander legt uit dat in overleg met meerdere partijen (waaronder de gemeente) ruimte was om buiten de uitgangspunten van de structuurvisie de mogelijkheden te onderzoeken. Ook vanwege het belang en de urgentie. Op deze manier zijn we tot een beter plan voor deze locatie gekomen (o.a. meer behoud van groen en betere inpassing parkeren). Er is zelfs circa 500m2 minder bebouwd dan in de huidige situatie. Eerder was gesproken over tenminste 120 woningen. Nu wordt een bandbreedte van 120-150 woningen genoemd. Leden waren hier verbaasd over. Er wordt toegelicht dat in plaats van 3 driekamerappartementen 4 tweekamerappartementen gemaakt kunnen worden. Er kan dan worden gedifferentieerd in doelgroep en binnen dezelfde stedenbouwkundige oplossing kunnen dan meer woningen worden gemaakt. Er was nog een vraag waarom we niet in Nuenen-West bouwen. Dat komt omdat Helpt Elkander daar geen eigen grond in bezit heeft en alle grond is opgekocht door projectontwikkelaars. Als Helpt Elkander daar wil bouwen, zouden de grondkosten te hoog zijn. Bovendien leent de locatie zich uitermate goed voor de doelgroep senioren en overige 1- en 2-persoonshuishoudens.
Eerder is gesproken over gefaseerd slopen. Nu geeft Helpt Elkander er de voorkeur aan om in één fase te slopen en nieuw te bouwen. Dat is goedkoper en geeft een kortere tijd overlast. Parkeren: omwonenden hebben het liefst zo veel mogelijk parkeerplaatsen. Met name in verband met de parkeerdruk op dinsdag- en donderdagavonden (bridge in de wijk). En parkeerplaatsen aan de S-bocht bij de Mantelmeeuwlaan zijn niet veilig.
92/95
Tevens wordt nog gesproken over de ochtendzon voor de woningen aan de Lyndakkers, veiligheid tussen de gebouwen, behouden van bomen in het meest noordelijke hofje, de afstand van de gebouwen tot de woningen aan de Mantelmeeuwlaan, voorgestelde materialen en kleurstellingen, stallen van motoren, goede verlichting tussen de gebouwen, grasbetontegels bij glad weer, zonnepanelen, groenonderhoud en de ontsluiting van Nuenen. Conclusie was dat leden van de Klankbordgroep enthousiast waren over de plannen. Aangegeven werd dat ze het ontwerp en de inrichting van het park mooi vonden. De vijfde bouwlaag is voor sommige leden spannend en enkele leden zijn zeer kritisch over de vijfde bouwlaag. Inloopbijeenkomst 17 oktober 2022 Tijdens de inloopbijeenkomst in oktober 2022 zijn de plannen gepresenteerd aan omwonenden, raadsleden en andere belanghebbenden. De meeste mensen waren erg enthousiast over het ontwerp. Enkele bezoekers waren het niet eens met de vijfde bouwlaag. Veelal wordt de ruimte tussen de gebouwen gewaardeerd. Aan de zijde van de Mantelmeeuwlaan wordt aandacht gevraagd voor de afstand en inkijk in hun tuin. Bewoners van de Lyndakkers geven opnieuw aan zich zorgen te maken over de vroege ochtendzon. Opnieuw is hen schaduwonderzoek toegezegd.
Opnieuw klinken ook zorgen over de parkeerdruk op dinsdag- en donderdagavond en werd gevraagd geen parkeerplaatsen te realiseren in de "gevaarlijke" S-bocht van de Mantelmeeuwlaan naar de Vinkenlaan. Het behoud van groen werd enorm op prijs gesteld. Daarnaast waren er nog opmerkingen over onderhoud, veiligheid, verlichting, de hondenuitlaatplaats en de verkeersveiligheid. Wat is gedaan met de opmerkingen uit het participatietraject? Naar aanleiding opgehaalde informatie uit de eerste inloopbijeenkomst is het gebiedsconcept tot stand gekomen. Zie hierboven voor de uitgangspunten. Vervolgens zijn verschillende modellen besproken en is het plan doorontwikkeld op basis van voorkeursmodel B. Uiteindelijk is er een ontwerp ontstaan met drie nagenoeg identieke gebouwen in 3 en 5 bouwlagen of 4 en 5 bouwlagen. Op volgende wijze is invulling gegeven aan de wensen van de deelnemers van het participatietraject: Zelfs twee groene clusters met bomenstructuren tussen de bestaande gebouwen worden gehandhaafd (in plaats van geen of één in eerdere scenario's/modellen) tussen de drie nieuwe gebouwen. Veel zichtlijnen van de bestaande wijk tussen de gebouwen naar het park. We bouwen niet hoger dan 5 bouwlagen ("hoogteaccenten" bij de hoge bomen) en bouwen af richting Vinkenlaan. 6 (of 7) lagen was ook denkbaar, maar hebben we naar aanleiding van opmerkingen van belanghebbenden niet voor gekozen.
Tussen de woningen aan de Mantelmeeuwlaan en de nieuwbouw is een parkeerkoffer gesitueerd. Daardoor wordt de afstand tussen de bestaande woningen en de nieuwbouw veel groter, waardoor de inkijk beperkt wordt. In een persoonlijk gesprek met deze adressen is de toekomstige situatie uitgelegd en aangegeven dat de afstand ten opzichte van de huidige bebouwing bijna twee keer zo groot wordt. Eén van de zones tussen de gebouwen blijft groen (hier komen geen parkeerplaatsen). In de andere zone worden veel bomen gehandhaafd en groen toegevoegd. De drie gebouwen staan op grote afstand van elkaar
93/95
in het groen. Hierdoor ontstaan er brede zichtlijnen tussen de Vinkenlaan/Jo van Dijkhof en het park. Het park wordt hiermee als het ware de wijk ingetrokken. Eén van de groene zones ligt recht tegenover de grondgebonden woningen van de Vinkenlaan. Al deze grondgebonden woningen aan de Vinkenlaan kijken in de toekomst vrij naar het park. Bewoners van de Jo van Dijkhof hebben vanuit hun woning vrij zicht op het park. Het parkeren wordt voor een deel aan de randen van het plangebied en voor een deel in het groen opgelost. Een deel van de parkeerplaatsen wordt met grasbetontegels "groen" uitgevoerd. Een schaduwstudie is verricht (schaduwstudie zonder de bestaande en te handhaven bomen). Het blijkt dat enkele woningen aan de Lyndakkers nu boven de bestaande bebouwing en tussen de bomen door op verschillende momenten in het jaar de ochtendzon in hun woning hebben. Deze komt met de nieuwbouw inderdaad te vervallen. In samenspraak met gemeente hebben we parkeeronderzoek verricht. Er zijn onder meer tellingen in de omgeving gedaan. Zie hiervoor betreffende rapportage. Op basis daarvan is de parkeerbehoefte bepaald. Omdat op basis van ervaringscijfers en cijfers van het CBS verwacht wordt dat de toekomstige doelgroep minder auto's bezitten, worden er minder parkeerplaatsen aangelegd.
Wel worden er parkeerplaatsen gereserveerd, die in de toekomst gebruikt alsnog aangelegd kunnen worden, als blijkt dat de parkeerdruk werkelijk te hoog is. Nabij de "gevaarlijke" S-bocht tussen de Mantelmeeuwlaan en Vinkenlaan worden geen parkeerplaatsen gerealiseerd of gereserveerd. In de beeldkwaliteit en materialisatie wordt rekening gehouden met de voorkeuren van belanghebbenden (o.a. hout in de gevel, natuurlijke uitstraling). Door de alzijdigheid van de gebouwen (alle woonruimten liggen rondom aan de gevels) ontstaat er "sociale controle" in de openbare ruimte. De openbare ruimte wordt goed verlicht t.b.v. de veiligheid. In het park en in de gebouwen zijn veel gelegenheden waar bewoners en omwonenden elkaar kunnen ontmoeten. Uiteindelijk is er een plan ontstaan, waarin we de meeste opmerkingen hebben kunnen verwerken. We beseffen dat er nooit 100% consensus kan zijn bij een dergelijke nieuwbouwontwikkeling, maar Helpt Elkander (en gelukkig de meeste belanghebbenden) zijn erg enthousiast over het resultaat.
7.3
Zienswijzen
Met ingang van donderdag 7 december 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage gelegen. Binnen de periode van terinzagelegging konden zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan worden ingediend. Er zijn gedurende de periode van terinzagelegging twee zienswijzen ingekomen. Er zijn geen mondelinge zienswijzen ingediend. Het ontwerpbestemmingsplan is naar aanleiding van de zienswijzen op een aantal punten aangevuld. In de Nota van Zienswijzen (zie PM) is de gemeentelijke reactie op de zienswijzen weergegeven. In deze nota staat tevens beschreven welke aanpassingen zijn doorgevoerd naar aanleiding van de reacties.
94/95
7.4
Beroep
Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
95/95