CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Vinkenhofjes - Bijlage 4 Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Bestemmingsplan Vinkenhofjes13.977 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

16743.001 versie 1

1/3

BRONNEN Archeologisch informatiesysteem Archis3, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, januari 2023. https://archis.cultureelerfgoed.nl Beeldbank Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; internetsite, januari 2023 http://www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl Brabant.nl; internetsite, januari 2023. https://noord-brabant.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=1dab0b45b3234fffa8090a4bc8ae06f8 Brabant in Zicht; internetsite, januari 2023. https://www.brabantinzicht.nl/toestand-natuur-water-en-milieu/achtergrondinformatie/de-toestand-van-brabant/de-ondergrond-en-bodem-van-brabant/ Dinoloket; internetsite, januari 2023. http://www.dinoloket.nl/ Drijehornick.nl; internetsite, januari 2023. https://drijehornick.nl/ Geologie in Nederland, internetsite, januari 2023. https://www.geologievannederland.nl/landschap/landschapsvormen/dekzand. Indicatieve kaart Militair Erfgoed; internetsite, januari 2023. http://www.ikme.nl/ Kadaster, Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); internetsite, januari 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/1c0dcc64-91aa-4d44a9e3-54355556f5e7. Kadaster, Basisregistratie Kadaster (BRK); internetsite, januari 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/ff9315c8-f25a-4d019245-5cf058314ebf.

Kadaster, Basisregistratie Topografie (BRT) (2021) ‘TOP25raster’; internetsite, januari 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/api/records/44061dee-c6cf-4a94-8513-7370867ad32e. Kadaster, Landelijke Voorziening Beeldmateriaal (2021); internetsite, januari 2023. https://www.nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/c82a783a-9a58-4761a809-b4c5d90dcd35.

16743.001 versie 1

2/3

NGR/Wageningen Environmental Research (2018), ‘BRO - Bodemkaart van Nederland 1:50.000’ internetsite, januari 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=11F26FB095C4D0E1D6AC7C8A4B52D94D#/metadata/ed960299-a147-4c1a-bc57-41ff83a2264f. NGR/Wageningen Environmental Research (2019) ‘BRO - Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50:000’, internetsite, januari 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/metadata/459231d0-7379-4f26-a4447616e1d888f0. Portaal voor ruimtelijke plannen; internetsite, januari 2023. http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ Provinciaal Omgevingsplan Limburg; internetsite, januari 2023. https://www.limburg.nl/onderwerpen/cultuur/erfgoed/archeologie/arch-onderzoek/ Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); internetsite, januari 2023. https://pdokviewer.pdok.nl PDOK/Rijkswaterstaat (2018) ‘Actueel Hoogtebestand Nederland 3 WCS’; internetsite, januari 2023. https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search;jsessionid=46C4686376C42712F153C906C9BEB9CD#/metadata/bfcc588f-9393-4c70-b989-d9e92ac2f493. Ruimingskaart; internetsite, januari 2023. http://www.beobom.nl/ruimingskaart/ SIKB; internetsite, januari 2023. https://www.sikb.nl Topotijdreis: 200 jaar topografische kaarten; internetsite, januari 2023. https://www.topotijdreis.nl

16743.001 versie 1

3/3

KAARTEN

Kaart 1.

Het plangebied op de topografische kaart

Kaart 2.

Het plangebied op de kadastrale kaart

Kaart 3.

Het plangebied op een luchtfoto

Kaart 4.

Het plangebied op de gemeentelijke beleidskaart

Kaart 5.

Het plangebied op geomorfologische kaart

Kaart 6.

Het plangebied op het AHN

Kaart 7.

Het plangebied op de bodemkaart

Kaart 8.

Archeologische waarden en onderzoeken rondom het plangebied

Kaart 9.

Het plangebied op de kadastrale minuutkaart uit 1817

Kaart 10.

Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1900

Kaart 11.

Het plangebied op de militaire topografische kaart uit 1929

Kaart 12.

Het plangebied op de topografische kaart uit 1953

Kaart 13.

Het plangebied op de topografische kaart uit 1973

Kaart 14.

Het plangebied op de topografische kaart uit 1984

Kaart 15.

Het plangebied op de topografische kaart uit 2015

Kaart 16.

Boorpuntenkaart

BIJLAGEN

Bijlage 1.

Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken

Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

Lithostratigrafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal 29.000

50.000

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

3

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Boxtel

4

75.000

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000 130.000

370.000 410.000

5a 5c 5d

Eemien (warme periode)

5e

Saalien (ijstijd)

6

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Beegden

5b

Eem Formatie Formatie van Drente

Formatie van Urk

Elsterien (ijstijd) 475.000

Cromerien (warme periode) 850.000

Pre-Cromerien 2.600.000

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr. 1950

14

C jaren

Chronostratigrafie

Pollen zones

0

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Vb1 Va

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem

Archeologische perioden Nieuwe tijd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd

800 815

2650

IVb Subboreaal koeler droger

2000

3755

IVa

5000

4900

5300

7020

8240

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

8000

9000

8800 11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas LW I Bølling

35.000

Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum loofbos

Saalien (ijstijd) 300.000

Vroeg-Paleolithicum Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

Bijlage 2. AMK nr. 16832

AMK-terreinen

Locatie

Datering

Waarde en omschrijving

460 meter ten noorden van het plangebied Nuenen te Nuenen Gemeente Nuenen c.a. Coördinaat: 166456/387455

Middeleeuwen laat A - Nieuwe tijd

Complex: Nederzetting, onbepaald Waarde: Terrein van hoge archeologische waarde Terrein met de oude dorpskern van Nuenen. Middeleeuwse bewoning voor 1250. Op de AMK-Noord Brabant zijn historische stads- en dorpskernen en clusters oude bebouwing als gebieden van hoge archeologische waarde aangegeven. Dit is op grond van het belang van deze locaties, waar de wortels van de huidige dorpen of steden kunnen liggen. De selectie en begrenzing van deze kernen is gebaseerd op 16e-eeuwse (Van Deventer) en vroeg 20e-eeuwse kaarten (Bonnebladen). Binnen deze contouren kunnen in de bodem resten van vroegmoderne en waarschijnlijk ook van laatmiddeleeuwse (vanaf circa 1300 AD) bewoning aangetroffen worden. Ook sporen van oudere bewoning kunnen aanwezig zijn. Bedacht dient echter te worden dat de bewoning in de Vroege- en Late-Middeleeuwen (tot circa 1300) een meer dynamisch karakter gehad kan hebben en dat de plaats en grens ervan niet per se hoeft samen te vallen met die van de latere bewoning.

Bijlage 3. Zaaknummer (OMnummer) 5203597100

Onderzoeksmeldingen Locatie

Aard, uitvoerder en resultaten van het onderzoek

40 meter ten noorden van het plangebied te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166237/386609

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2022-03-28 Resultaat: Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een lage gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en het Mesolithicum en een hoge gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Op basis van de matig tot sterk verstoorde bodemopbouw in de boringen kan de gespecificeerde verwachtingswaarde voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd worden bijgesteld naar laag.

2342085100 (48489)

50 meter ten zuiden van het plangebied Hoge Brake te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166171/386249

4735547100

140 meter ten westen van het plangebied te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166042/386589

5124305100

210 meter ten zuidoosten van het plangebied te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166412/386152

2450025100 (62426)

245 meter ten noordwesten van het plangebied Hov Fase 2 te Nuenen

Op grond van de resultaten van het bureauonderzoek en verkennend booronderzoek is geadviseerd het plangebied vrij te geven. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2011-09-27 Resultaat: In het bureauonderzoek is een lage archeologische verwachting opgesteld voor de perioden Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum. De Bronstijd tot en met de Vroege-Middeleeuwen hebben een middelhoge archeologische verwachting gekregen. Op het aantreffen van archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt een lage archeologische verwachting. Tijdens het verkennende booronderzoek zijn de te verwachten enkeerdgronden niet aangetroffen. Rond het plangebied zijn veel gebieden ontgrond, wat ook in het plangebied het geval lijkt te zijn. Op grond van de resultaten van het onderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd. Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Salisbury Archeologie b.v. Datum: 2019-09-11 Resultaat: In het plangebied is sprake van verstoringen op verschillende diepten, waarbij het esdek in vier van de zes boringen niet meer intact blijken te zijn. Het esdek ligt in vijf van de zes boringen direct op de C-horizont van het Pleistocene dekzand. In één van de boringen is een deel van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen. Het betreft een E- en een B-horizont.

Deze horizonten zijn echter zeer verrommeld en vermoedelijk verploegd. Geadviseerd is een proefsleuvenonderzoek uit te voeren binnen het plangebied. Type onderzoek: proefsleuvenonderzoek Uitvoerder: Econsultancy BV Datum: 2021-10-20 Resultaat: In totaal zijn er drie proefsleuven aangelegd. In de drie werkputten zijn geen archeologische sporen of vondsten aangetroffen. Wel bleek het plaggendek overal in meer of mindere mate intact te zijn met hieronder een intacte C-horizont. De C-horizont bevond zich op circa 120-170 centimeter onder het maaiveld. De bovenste 100 centimeter onder het maaiveld zijn overal verstoord, maar door het aanwezige plaggendek is de top van het dekzand intact gebleven. Door de diepte van de C-horizont is het waarschijnlijk dat deze ook onder het schoolgebouw bewaard is gebleven. Een goede inschatting van de archeologische waarden binnen het plangebied is nog niet mogelijk, omdat het slechts mogelijk was een klein gedeelte te onderzoeken. Na de sloop van de huidige bebouwing kan het onderzoek weer worden opgepakt. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: BAAC BV

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 165780/386740

3985982100

270 meter ten noorden van het plangebied te Nuenen, Gerwen en Nederwetten Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 165723/386726

2380147100 (53414)

280 meter ten noorden van het plangebied Park-Kerkstraat te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166264/387101

4648326100

410 meter ten noordoosten van het plangebied te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166552/386941

2354510100 (50107)

440 meter ten noorden van het plangebied Park-Kerkstraat te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166269/387069

Datum: 2014-07-08 Resultaat: Het gaat om een wegtracé. Binnen delen van het plangebied wordt een archeologische begeleiding aanbevolen. In andere delen wordt een verkennend booronderzoek aanbevolen en ter plaatse van reeds bekende diepere verstoringen wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: VUhbs archeologie Datum: 2016-01-01 Resultaat: Bij de realisatie van een nieuw wegtracé van de Europalaan in Nuenen is een extensieve archeologische begeleiding uitgevoerd. Bij het onderzoek zijn geen archeologische resten of vondsten aangetroffen. Het westelijk deel van het plangebied is grotendeels verstoord door vroegere of huidige werkzaamheden. Door de strategie van het onderzoek is maar een zeer beperkt gedeelte van het plangebied onderzocht. Hierdoor is niet uit te sluiten dat archeologische resten aanwezig zijn geweest. In het uiterste oosten van het plangebied is waarschijnlijk nog een intacte bodem met enkeerdgrond aanwezig. Hieronder kunnen nog ongestoorde archeologische resten aanwezig zijn. Voor toekomstig onderzoek is het aan te raden het extensieve karakter van de onderzoeksmethode aan te passen. Mogelijk konden duidelijkere resultaten worden behaald, indien tussen de uitvoerder van de infrastructurele werken en de uitvoerder van de archeologische begeleiding concretere afspraken waren gemaakt.

Type onderzoek: archeologische begeleiding Uitvoerder: VUhbs archeologie Datum: 2012-09-03 Resultaat: Tijdens de begeleiding zijn geen vondsten gedaan, wel zijn de resten ven een boerderij, gebouwd in 1875 en weer gesloopt in 1920, aangetroffen. De resten van een historisch bekende boerderij aan de Kerkstraat ter hoogte van de voormalige Aloysiusschool zijn potentieel behoudenswaardig. Aanbevolen wordt om deze resten planologisch te beschermen. Type onderzoek: opgraving Uitvoerder: VUhbs archeologie Datum: 2018-11-12 Resultaat: In het plangebied Nuenen-Luistruik wordt sinds 2004 een woonwijk gerealiseerd waarvan de uitvoering een gefaseerd verloop heeft gehad. Deze opgraving bevatten de resultaten uit fase 3. In 2008 is een groot proefsleuvenonderzoek uitgevoerd waarbij zeven vindplaatsen zijn aangewezen. Drie van deze vindplaatsen liggen in het plangebied van fase 3. Een van deze vindplaatsen (vindplaats 6) bevindt zich in het zuiden van het plangebied. Het gaat om bewoning uit de Late-Middeleeuwen. De opgraving van de middeleeuwse bewoning heeft geresulteerd in de reconstructie van een aantal structuren waaronder gebouwen, waterputten, greppels en kuilen. Het onderzoek heeft tevens een aantal structuren uit de Nieuwe Tijd aan het licht gebracht.

De verschillende archeologische onderzoeken in het plangebied hebben een goed beeld van de landschappelijke situatie mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt in een zwak golvend dekzandlandschap dat afgedekt is met een plaggendek. Vanaf wanneer het plaggendek is ontstaan kon niet bepaald worden. Waarschijnlijk vindt het zijn oorsprong na de Late-Middeleeuwen, omdat de sporen van vindplaats 6 erdoor afgedekt zijn. Type onderzoek: bureauonderzoek Uitvoerder: SRE Milieudienst Datum: 2012-01-09 Resultaat: De bekende archeologische gegevens geven voor het plangebied voldoende concrete aanwijzingen voor een hoge archeologische verwachting. Volgens een reconstructie van de geomorfologische kaart ligt het plangebied op een dekzandvlakte. Doorgaans worden op de dekzandvlaktes sporen en vondsten verwacht uit alle archeologische periodes vanaf het Neolithicum. De gespecificeerde verwachting is als volgt naar tijdsperiode opgedeeld: Paleolithicum en Mesolithicum laag Neolithicum, Vroege en Midden-Bronstijd laag Late Bronstijd, Vroege en Midden IJzertijd hoog Late IJzertijd en Romeinse tijd middelhoog Vroege Middeleeuwen laag Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd zeer hoog

2211294100 (30463)

485 meter ten noorden van het plangebied Nuenen te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Coördinaat: 166362/387050

Type onderzoek: booronderzoek Uitvoerder: Synthegra BV Datum: 2008-09-04 Resultaat: In de boringen zijn geen indicatoren aangetroffen die op een aanwezigheid van een vindplaats duiden. Daarnaast is de natuurlijke veldpodzolbodem verstoord. Er is geen vervolgonderzoek aanbevolen.

Bijlage 4. Zaaknummer (Waarnemingsnr.) 2053328100

2201030100

Vondstmeldingen Locatie

Omschrijving

350 meter ten noordoosten van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166511/386989

Late-Middeleeuwen : - aardewerk

370 meter ten noordoosten van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166500/386855

Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - aardewerk Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van geelwitbakkend gedraaid aardewerk - 5 kuilen, - 20 fragmenten van ijzeren slakken - 17 paalgaten - fragment van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk Late-Middeleeuwen : - 2 fragmenten van grijsbakkend gedraaid aardewerk - fragment van grijsbakkend handgevormd aardewerk - fragment van Elmpter aardewerk - fragment van Paffrath aardewerk Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd : - 2 greppels/sloten Neolithicum - Nieuwe tijd : - kuil, - 2 greppels/sloten - 7 paalgaten

4648326100

3240431100

2201030100

420 meter ten noordoosten van het plangebied Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166523/386898

460 meter ten noorden van het plangebied Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166450/386980 480 meter ten noordoosten van het plangebied De Luistruik te Nuenen Gemeente Nuenen, Gerwen En Nederwetten Coördinaat: 166505/386975

Late-Middeleeuwen : - fragment van steengoed geglazuurd Vroege-Middeleeuwen – Late-Middeleeuwen : - 14 fragmenten van aardewerk kogelpotten - 490 fragmenten van metalen slakken - 65 fragmenten van Elmpter aardewerk - 2 huisplattegronden:3-schepig - 6 fragmenten van Paffrath aardewerk - 143 fragmenten van geelwitbakkend Pingsdorf aardewerk - 4 waterputten Middeleeuwen : - 2 huisplattegronden Late-Middeleeuwen : - fragment van een bronzen stempel/zegelstempel

IJzertijd : - 6 kuilen, - 15 paalgaten

Bijlage 5.

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, circa 300.000130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit.

De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste instantie voortgezet, maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden.

Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (circa 800-12 v. Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven.

De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting.

De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten. Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr.) Over de Vroege-Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand.

Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10e – 11e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een

begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19e tot het begin van de 20e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd.

Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats, wat zich tot in het begin van de 20e eeuw uit in de kunsten.

Bijlage 6.

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap, voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing, ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied.

Inventariserend Veldonderzoek; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is, kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven, maar wel van belang zijn voor de wetenschap, kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden, die van belang is voor kennisvorming over het verleden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen, kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen, die aanleiding geven tot nader onderzoek, kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan.

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente, Provincie, Rijk) ► Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzake▼ lijk wordt geacht. Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo▼ gie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel Inventariserend veldonderzoek* met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten wor▼ ▼ den over te gaan op het begeleiden van de graafwerkVerkennend veldonderzoek ►**** Karterend veldonderzoek zaamheden door archeologen.*** Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - booron- oppervlaktekartering derzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo(door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ► gie. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel ▼ met bouwkundige voorwaarden).

Ook kan besloten worBewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie den over te gaan op het begeleiden van de graafwerk▼****** zaamheden door archeologen.*** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeolo▼ gie, wel archeologische waarden aanwezig maar geen Besluit ► vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waarde(door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ring. Einde onderzoek, vrijgeven voor functie (eventueel ▼ ▼ met bouwkundige voorwaarden). Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de arBescherming van de cheologische resten archeologie door door archeologen planaanpassing (variant begeleiding) * Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk, indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld, toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk, indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

Bijlage 7.

Boorstaten

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13992519/2