Vinkenhofjes - Bijlage 10 Soortenmanagementplan (SMP) Gebouwbewonende soorten
Tekst van het document
Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
92 van 114
SMP GEBOUWBEWONENDE SOORTEN WONINGSTICHTING HELPT ELKANDER
Bijzondere verblijfsfunctie
Verblijfplaats (≤10 individuen) gewone grootoorvleermuis / laatvlieger
Maatregel alternatieve verblijfplaats 1. Vergelijkbare gebouw- of geveldeel toegankelijk maken die buiten de werkzaamheden valt. Hierbij dient de grootte van de ruimte vergelijkbaar te zijn, de oriëntatie ten opzichte van de zon gelijk te zijn, geen verstoring door bijvoorbeeld licht plaats te vinden op de invliegopeningen en goede aansluiting richting leefgebied (groenvoorzieningen). Voorbeeld: de spouwmuur van de liftschacht wordt niet voorzien van isolatiemateriaal. In deze gevel worden meerdere openingen gemaakt, waarbij de voorwaarden vanuit het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis wordt gehanteerd voor de invlieghoogte etc.; 2. Indien geen gelijk gebouw- of geveldeel met betrekking tot de oriëntatie van de zon beschikbaar is, maar wel aan de andere eisen voldoet wordt deze gevel toegankelijk gemaakt. De andere voorwaarden zoals bij alternatief 1 blijven gelden. Indien niet aan bovenstaande voorwaarden kan worden voldaan wordt een alternatief ter goedkeuring naar bevoegd gezag opgestuurd.
Kolonie (≤20 nesten binnen cirkel van 50 meter) huismus
1. Alle woningen binnen het (project) complex worden op dezelfde manier uitgevoerd. Bij iedere woning wordt de ruimten onder minimaal twee pannenrijen over de gehele lengte toegankelijk gemaakt. Zowel aan de voorals aan de achterzijde van de woning. Daarbij is de ruimte tussen twee pannenlatten in zijn geheel vrij (geen balken ten behoeve van de dakgoot). Daarnaast worden golvende pannen gebruikt die aan de achterzijde open zijn, waardoor de dieren zich naar de volgende pannenrij kunnen verplaatsen. De pannenlatten worden om de twee meter onderbroken door een opening van vier cm ter hoogte van de bolling van een dakpan. Dit ter bevordering van het toegankelijk worden van de ruimte onder de dakpannen. Indien de dakplaten glad zijn wordt EPDM-folie aangebracht. Dit zorgt voor een ruw oppervlak waarop de dieren grip hebben. Indien niet aan bovenstaande voorwaarde kan worden voldaan wordt een alternatief ter goedkeuring naar bevoegd gezag opgestuurd.
1. Langs de randen van de daken worden minimaal een gelijk aantal maatwerk verblijfsvoorzieningen gerealiseerd als de kolonie groot is (wanneer de mitigatietaakstelling hoger is, geldt deze). Mogelijk locaties zijn: • • • Kolonie (≤20 nesten binnen cirkel van 50 meter) gierzwaluw
In dakoverstek op kopgevels; In verhoogde dakranden onder de dakgoot (voor- en achtergevels); Eventuele andere ongebruikte ruimten.
Hiervoor worden de voorwaarden vanuit de mitigatiecatalogus, het Kennisdocument Gierzwaluw of andere aangetoond functionerende verblijven gehanteerd (met betrekking tot locatie en grootte invliegopening, oriëntatie zon etc.).
Indien niet aan bovenstaande voorwaarde kan worden voldaan wordt een alternatief ter goedkeuring naar bevoegd gezag opgestuurd.
Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
93 van 114
SMP GEBOUWBEWONENDE SOORTEN WONINGSTICHTING HELPT ELKANDER
BIJLAGE E ONDERBOUWING GESCHIKTHEIDSMODEL In deze bijlage zijn schema’s opgenomen met de geschiktheidscriteria per soort gebaseerd op expert judgement ten behoeve van: • Analyse potentiële geschiktheid van gebouwen voor beschermde soorten met behulp van GIS; •
Bepalen mitigatietaakstelling per soort per complex.
Daarvoor zijn de kaarten van de geschiktheidsanalyse gegeven per soort. De geschiktheid van de woningen is tevens (in hoge kwaliteit) in de GIS-viewer terug te vinden.
Verantwoording geschiktheidscriteria model Gebouwen Voor het bepalen van de geschiktheid van de gebouwen zijn de gebouwen ingedeeld in vier categorieën: • Woningen – grondgebonden woningen, duplexwoningen, appartementen en flats. • Bijzondere gebouwen – scholen, kerken, boerderijen, grote schuren, zorginstellingen, sportscholen, winkels etc. • Bijgebouwen – garages, trafohuisjes, schuurtjes. Alle lager dan drie meter en kleiner dan twaalf vierkante meter. • Industrieterrein en loodsen. Om de geschiktheid te bepalen wordt elke categorie gebouwen apart beoordeeld: • Woningen – per soort is beoordeeld wat de potentie van de woning is voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen op basis van kenmerken van de woning en de omgeving. Per soort is er een tabel opgesteld waarin de geschiktheidseisen zijn genoemd die van belang zijn voor het bepalen van de potentie van een woning voor deze soort. Indien criteria zijn doorgestreept in de tabel zijn deze wel relevant, maar zijn deze niet meegenomen in de analyse omdat de gegevens niet digitaal beschikbaar waren. Veel licht in de omgeving van een gebouw zal bijvoorbeeld de kans dat een gewone grootoorvleermuis in een gebouw zit sterk verlagen, maar omdat er geen GIS-gegevens beschikbaar zijn over de hoeveelheid licht is deze omgevingseis niet meegenomen in de analyse.
Zie onder het kopje soorten een tabel per soort met de criteria (grijze vlakken) voor de geschiktheidseisen. • Bijzondere gebouwen – uitgangspunt is dat alle bijzondere gebouwen geschikt zijn als verblijfplaats voor de soorten meegenomen in de analyse. De omgevingscriteria zijn hetzelfde als bij de woningen. • Bijgebouwen – deze hebben gezien de omvang en hoogte minder potentie als verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten. Deze zijn daarom niet meegenomen in de analyse. • Industrieterrein – gezien het type gebouwen wat hier staat heeft deze categorie minder potentie. Alleen geschikt voor paarverblijf dwergvleermuis. Omgevingseisen voor de dwergvleermuis zijn verder hetzelfde als bij de woningen. Soorten De criteria zijn bepaald op basis van de ecologische relevantie. Deze is bepaald op basis van waarnemingen in het veld en de ecologische kennis van de experts (expert judgement) zoals nu standaard gebruikt en geaccepteerd binnen Quickscans. Er is nog geen wetenschappelijke onderbouwing van deze criteria op basis van literatuur. Deze zal later uitgewerkt worden in het SMP voor zover beschikbaar. Daarbij kan validatie en kalibratie plaatsvinden zodra verspreidingsgegevens gedetailleerd genoeg zijn. Per soort is een tabel opgesteld met de eisen die een soort stelt aan een gebouw en eventueel de omgeving zijn opgenomen.
De potentie is bepaald op basis van de geschiktheidseisen van het gebouw en de geschiktheidseisen van de omgeving (grijze vlakken in de tabel). Als het gebouw minder geschikt is, komt er een lage potentie voor de woning uit (rode vlak). Dit geldt bijvoorbeeld voor nieuwbouwwoningen. Als het gebouw geschikt is en de omgeving ongeschikt, dan is er een middelhoge potentie (gele vlak). Als zowel het gebouw als de omgeving geschikt zijn is er een hoge potentie. Bij een aantal soorten is de omgeving niet van belang. Deze is dan ook niet meegenomen in de analyse van deze soorten. Onder elke tabel is nog de ecologische relevantie weergegeven. Hier is kort uitgelegd hoe de criteria tot stand zijn gekomen.
Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
94 van 114
SMP GEBOUWBEWONENDE SOORTEN WONINGSTICHTING HELPT ELKANDER
Verantwoording informatiebronnen Tabel 30 Gebruikte informatie voor het bepalen van de geschiktheid van gebouwen.
Gebouwkenmerken
Bron
Actualiteit
Type woning
Vabi Vastgoeddata Helpt Elkander
Juli 2019
Bouwjaar
Vabi Vastgoeddata Helpt Elkander
Juli 2019
Type dak
Vabi Vastgoeddata/Zelf gekarteerd
September 2019
Vrijstaand
Vabi Vastgoeddata Helpt Elkander
Juli 2019
Hoogte
AHN2
4e kwartaal 2016 – 1e kwartaal 2017
Energie labels
Vabi Vastgoeddata Helpt Elkander
18 januari 2019
Gebied met industrie bestemming
WarmteAtlas
2013
Tabel 31 Gebruikte informatie voor het bepalen van de geschiktheid van de omgeving.
Omgevingskenmerken
Bron
Actualiteit
Groen (NVDI)
Landsat8 Satelliet (LC81980242014260LGN00)
27 juni 2019
Bos
BGT
Maart 2020
Water
BGT
Maart 2020
Verharding (asfalt en bebouwing)
BGT
Maart 2020
Groen (Bos of houtwallen, houtsingels, BGT kleine bosschages)
Maart 2020
Gebouwbewonende vleermuizen Voor vleermuizen is er onderscheid gemaakt in: • Verblijfplaatsen dwergvleermuizen (geen massawinterverblijven). • Massawinterverblijven (voor de berekening van de potentie is deze hetzelfde als de potentie voor kraamkolonies). • Vleermuisverblijfplaatsen laatvlieger. • Vleermuisverblijfplaatsen gewone grootoorvleermuis. Hierbij geldt hetzelfde als bij de huismussen, gierzwaluwen en huiszwaluwen, op basis van bekende waarnemingen zijn eisen geformuleerd die ten grondslag liggen aan de verblijfplaatsen. Dit betekent niet dat andere gebouwen ongeschikt zijn, alleen dat de kans dat een verblijfplaats aanwezig is kleiner is. Het betekent ook niet dat in alle gebouwen een verblijfplaats aanwezig is. Zeker voor de massawinterverblijfplaatsen zal maar een relatief klein percentage van de gebouwen die een hoge potentie hebben daadwerkelijk als massawinterverblijf gebruikt worden. Over het belang van de omgeving voor de aanwezigheid van vleermuisverblijven zijn nog veel vraagtekens. Voor een aantal type verblijfplaatsen zijn er geen omgevingseisen geformuleerd. Deze zijn zover bekend niet bepalend voor de locatie van een verblijfplaats. Voor onder andere de dwergvleermuizen zijn de omgevingseisen wel meegenomen. In de praktijk blijken deze vrij ruim waardoor nog veel gebouwen geschikt zijn qua omgeving.
Dit komt ook overeen wat er in de praktijk gezien wordt. Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
95 van 114
SMP GEBOUWBEWONENDE SOORTEN WONINGSTICHTING HELPT ELKANDER
Dwergvleermuizen (gewone en ruige) – zomer/paar/kraamverblijven Vleermuisverblijfplaatsen (dwergvleermuizen, geen massawinterverblijven) Criteria kans op aanwezigheid
Geschiktheidseisen omgeving: - Water: Als water gevonden binnen buffer van 300 m om woning EN - Groen: Maximum NDVI waarde binnen buffer 100 groter dan 0,3* OF - Weinig verharding: > 50% niet bebouwd oppervlak/asfalt binnen buffer van 100 m.
Ja →
Omgeving geschikt
Nee →
Omgeving ongeschikt
Geschiktheidseisen gebouw: - Woningen (grondgebonden, appartement of flat) EN Energielabel B of lager (C,D, E, F, G) of onbekend Ja ↓ Gebouw (mogelijk) geschikt - Hoge kans aanwezigheid - Extra mitigatietaakstelling
- Middelhoge kans aanwezigheid - Extra mitigatietaakstelling - Zoeken naar plus omgeving
Nee ↓ Gebouw minder geschikt - Lage kans aanwezigheid - Standaard mitigatietaakstelling - Altijd woning mitigeren - Lage kans aanwezigheid - Standaard mitigatietaakstelling - Altijd woning mitigeren - Zoeken naar plus omgeving
* De grenswaarde m.b.t. de NDVI is sterk afhankelijk van de dataset en met name het tijdstip van inwinning.
Figuur 42 Geschiktheid woningbezit Helpt Elkander voor de dwergvleermuizen (gewone en ruige dwergvleermuis).
Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
96 van 114
SMP GEBOUWBEWONENDE SOORTEN WONINGSTICHTING HELPT ELKANDER
Vleermuizen – massawinterverblijven Massawinterverblijven Criteria kans op aanwezigheid
Geschiktheidseisen omgeving: - N.v.t. omgeving is niet bepalend voor locatie verblijfplaatsen
Ja →
Omgeving geschikt
Nee →
Omgeving ongeschikt
Geschiktheidseisen gebouw: - Woningen of appartementen ouder dan 1918 (zonder spouw) EN hoger dan 3 meter OF - Alle gebouwen met een hoogte hoger dan 4 verdiepingen (13 m) EN oppervlakte>100m2. Ja ↓ Nee ↓ Gebouw (mogelijk) Gebouw minder geschikt geschikt - Hoge kans - Lage kans aanwezigheid aanwezigheid - Extra - Standaard mitigatietaakstelling mitiatietaakstelling - Altijd gebouwen mitigeren - N.v.t. - N.v.t.
Figuur 43 Geschiktheid woningbezit Helpt Elkander voor massawinterverblijfplaatsen.
Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
97 van 114
SMP GEBOUWBEWONENDE SOORTEN WONINGSTICHTING HELPT ELKANDER
Gewone grootoorvleermuis Vleermuisverblijfplaatsen gewone grootoorvleermuis Criteria kans op aanwezigheid
Geschiktheidseisen omgeving: - Water: Als water gevonden binnen buffer van 300 m om woning EN - Bos: Als bos gevonden binnen buffer van 200 m om woning
Ja →
Nee →
Geschiktheidseisen gebouw: - Woningen (grondgebonden, appartement of flat) EN Energielabel B of lager (C,D, E, F, G) of onbekend Ja ↓ Nee ↓ Gebouw (mogelijk) Gebouw minder geschikt geschikt Omgeving - Hoge kans - Lage kans geschikt aanwezigheid aanwezigheid - Extra - Standaard mitigatietaakstelling mitigatietaakstelling - Altijd gebouw mitigeren Omgeving - Middelhoge kans - Lage kans ongeschikt aanwezigheid aanwezigheid - Extra - Standaard mitigatietaakstelling mitigatietaakstelling - Zoeken naar plus - Altijd gebouw omgeving mitigeren - Zoeken naar plus omgeving
Figuur 44 Geschiktheid woningbezit Helpt Elkander voor de gewone grootoorvleermuis.
Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
98 van 114
SMP GEBOUWBEWONENDE SOORTEN WONINGSTICHTING HELPT ELKANDER
Laatvlieger Vleermuisverblijfplaatsen laatvlieger Criteria kans op aanwezigheid
Geschiktheidseisen omgeving: - Water: Als water gevonden binnen buffer van 300 m om woning EN - Groen: Als bos of houtwallen, houtsingels, kleine bosschages gevonden binnen buffer van 200 m om woning
Geschiktheidseisen gebouw: - Woningen (grondgebonden, appartement of flat) bouwjaar 2000 of lager EN - Energielabel B of lager (C, D, E, F, G) of onbekend Ja ↓ Gebouw (mogelijk) geschikt - Hoge kans aanwezigheid - Extra mitigatietaakstelling
Ja →
Omgeving geschikt
Nee →
Omgeving - Middelhoge kans ongeschikt aanwezigheid - Extra mitigatietaakstelling - Zoeken naar plus omgeving
Nee ↓ Gebouw minder geschikt - Lage kans aanwezigheid - Standaard mitigatietaakstelling - Altijd gebouw mitigeren - Lage kans aanwezigheid - Standaard mitigatietaakstelling - Altijd gebouw mitigeren - Zoeken naar plus omgeving
Figuur 45 Geschiktheid woningbezit Helpt Elkander voor de laatvlieger.
Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
99 van 114
SMP GEBOUWBEWONENDE SOORTEN WONINGSTICHTING HELPT ELKANDER
Huismus Huismus (jaarrond beschermd nest) Criteria kans op aanwezigheid
Geschiktheidseisen omgeving: - Gemiddelde NDVI waarde binnen buffer 100m groter dan 0.15* EN - Niet meer dan 25% bos binnen 100 m om woning
Geschiktheidseisen gebouw: - Grondgebonden woningen of appartementen (geen flats) (gebouwen met hoogte tussen 2,5m en 13m EN - Bouwjaar <2000 EN Schuin dak Ja ↓ Nee ↓ Gebouw (mogelijk) Gebouw minder geschikt geschikt Ja Omgeving - Hoge kans - Lage kans → geschikt aanwezigheid aanwezigheid - Extra - Standaard mitigatietaakstelling mitigatietaakstelling - Altijd woning mitigeren Nee Omgeving - Middelhoge kans - Lage kans → ongeschikt aanwezigheid aanwezigheid - Extra - Standaard mitigatietaakstelling mitigatietaakstelling - Zoeken naar plus - Altijd woning omgeving mitigeren - Zoeken naar plus omgeving
* De grenswaarde m.b.t. de NDVI is sterk afhankelijk van de dataset en met name het tijdstip van inwinning. Voor huismussen is het belangrijk dat er zowel geschikte verblijfplaatsen zijn als dat de omgeving voldoende foerageergebied en schuilmogelijkheden biedt. Voor de gebouwen zijn we uitgegaan van de locaties waar in het veld de meeste verblijfplaatsen van huismussen worden aangetroffen, dit is voornamelijk in woningen of appartementen met een schuin dak en met dakpannen. In nieuwe gebouwen zijn vaak geen ruimtes meer aanwezig waar de huismus een nest kan bouwen, dus deze gebouwen hebben een lage potentie. Dit betekent niet dat huismussen niet in deze woningen kunnen voorkomen, maar de kans hierop is alleen kleiner. Voor de omgeving is op basis van de luchtfoto’s de hoeveelheid groen bepaald. Boven een bepaalde waarde is aangenomen dat er genoeg schuil- en foerageermogelijkheden zijn. Hierbij is geen onderscheid gemaakt tussen tuinen en openbaar groen. Te veel bos is juist ook weer niet geschikt voor de huismus vanwege predatiegevaar. De bosrijke gebieden zijn daarom minder geschikt.
Onze referentie: D10006731:25 - Datum: 19 januari 2021
100 van 114