Samengevoegd rapport participatietrajecten Nuenen 2022
Tekst van het document
Rapport evaluaties van twee participatietrajecten gemeente Nuenen - Nuenen-West - Speeltuintje Eeneind
November 2022
Aanleiding evaluatie De gemeente Nuenen heeft bewonersparticipatie hoog in het vaandel staan. Door diverse veranderingen in het speelveld van gemeenten hebben de organisaties en de besturen instrumenten en handvatten nodig om omgevingsbewust te werken. Hiermee kunnen ze de omgeving actiever opzoeken, ermee samenwerken en initiatieven omarmen. De gemeente Nuenen heeft daarom een ambtelijke kerngroep aangesteld die hiermee aan de slag is. Want inwoners willen beter en vaker betrokken worden bij ontwikkelingen in hun eigen omgeving en de overheid wil ook dat ze dat zijn! Dat geldt zeker in Nuenen, waar zeer betrokken inwoners en ondernemers actief zijn. Een gemeente kan daar voordeel bij hebben, mits het contact met de interne en externe omgeving tijdig en passend wordt gezocht en aansluiting vindt. Dit vraagt om zorgvuldige processen in te richten, om lef te tonen en om reflectief te zijn. De gemeente Nuenen wil reflectief zijn en leren van een aantal trajecten die participatief zijn doorlopen en zo aanbevelingen mee te nemen in de aanpak en het ontwikkelen van de toekomstige participatie-aanpak. Een motie van de gemeenteraad in december 2021 is aanleiding voor deze evaluatie (zie bijlage 1). De gemeente Nuenen heeft twee trajecten gekozen om te evalueren: Nuenen-West en Speeltuintje Eeneind.
Lerend evalueren Deze evaluatie is opgesteld door het bureau Publiec uit Delft, expert in omgevingsbewust werken met meer dan 13 jaar ervaring in het publieke domein. Maarleen Aarden-Heikamp, Ingrid Bergs en Christian Scheres (communicatie- en participatiedeskundigen) hebben voor deze evaluaties in totaal 21 directbetrokkenen persoonlijk geïnterviewd in gesprekken van 3 kwartier tot een uur. Dit zijn mensen uit de organisatie en het bestuur van de gemeente Nuenen en bewoners die in de gemeente Nuenen wonen. De gemeente Nuenen heeft op basis van de belangen die speelden de geïnterviewden benaderd om deel te nemen aan een vraaggesprek met medewerkers van het bureau Publiec. De wethouder en de griffier kondigden deze gesprekken per e-mail aan bij de gemeenteraad. In de gesprekken is bij de geïnterviewde deelnemers gevraagd naar de motivatie en achtergrond om deel te nemen aan de participatietrajecten, zijn beelden en indrukken opgehaald bij de opdracht ervan en werden de ervaringen in het verloop van het traject gedeeld. Tot slot zijn aanbevelingen gevraagd die zij zien om bewonersbetrokkenheid te verbeteren op basis van deze opgedane ervaringen. Deze werkwijze is gebaseerd op lerend evalueren en waarderend onderzoeken, waarbij er ook oog is voor wat er goed is gegaan.
2
Deze leerervaringen zijn geanalyseerd en aangevuld met de kennis van Publiec op het gebied van participatie en omgevingsbewust werken aangevuld tot aanbevelingen. Daarbij is nadrukkelijk ook gekeken naar de rol van de organisatie, van het bestuur en van de bewoners in het participatief en communicatief werken. Tijdens de interviews viel het op dat de professionele betrokkenen en de inwoners zich open en kwetsbaar hebben opgesteld in hun reflecties. Reflecteren en evalueren zijn belangrijke voorwaarden om te kunnen leren en vooruitgang te boeken.
3
Leeswijzer In dit document staan twee evaluaties van participatietrajecten beschreven, Nuenen-West en Speeltuintje Eeneind. We beschrijven per traject de tijdlijn met processtappen, de interviews en de conclusie. Daarbij is deze evaluatie een verhalend verslag van de meest relevante informatie uit de gesprekken met de directbetrokkenen, waarbij deze informatie gecombineerd wordt met opvallende zaken die (op)speelden en daardoor de loop van het proces beïnvloedden. Die gaan over omstandigheden, over keuzes die waren gemaakt en over de gevoelens en emoties die dat opriepen. In deze uitwerking doen we zoveel mogelijk recht aan alle verhalen die zijn verteld. Tijdens de interviews kwamen verschillende en tegengestelde verwachtingen, meningen en ervaringen naar voren. Die zijn zo feitelijk mogelijk meegenomen in dit rapport en waar dat kon feitelijk getoetst. In het volgende onderdeel van deze evaluatie staan verwachtingen, conclusie en aanbevelingen. Als laatste staat het colofon en eerste handreikingen op basis van aanbevelingen.
4
Inhoudsopgave Aanleiding evaluatie
2
Lerend evalueren
2
Leeswijzer
4
Inhoudsopgave
5
A1. Processtappen Nuenen-West
6
A2. Participatieproces op een rij
8
A3. Verwachtingen Nuenen-West
15
A4. Conclusie Nuenen-West
16
B1. Processtappen Speeltuintje Eeneind
18
B2. (Overheids)participatietraject Speeltuintje Eeneind
20
B3. Verwachtingen Speeltuintje Eeneind
25
B4. Conclusie Speeltuintje Eeneind
26
C1. Algemene aanbevelingen voor bestuur en organisatie gebaseerd op beide participatietrajecten
28
C2. Aanbevelingen voor bewoners
30
D. Greep uit de suggesties
31
Bijlage 1 motie 16 december 2021
34
Bijlage 2 De cascade
36
Bijlage 3 Factor-C
37
Bijlage 4 Factor-P
38
Colofon
39
5
A1. Processtappen Nuenen-West Dit hoofdstuk brengt op hoofdlijnen in beeld welke stappen zijn gezet in de periode van 2008 (oorspronkelijke bestemmingsplan) tot en met het Raadsbesluit in december 2020. 2008
Eerste bestemmingsplan met richtinggevende besluiten genomen over de structuur van een autoluwe wijk Nuenen-West. Bouwcrisis: herijking oorspronkelijke bestemmingsplan (financiële aanleiding om nieuwe afspraken te maken over ontwikkeling wijk).
Maart 2019
Nieuw bestemmingsplan ter visie.
Mei 2019
80 zienswijzen als reactie op bovengenoemd plan.
December 2019
Gemeenteraad dient een amendement rondom Opwettenseweg in.
Begin 2020
Ambtenaren voeren quick scan uit op dit amendement. Gesprekken wethouder, ambtenaren en fracties over mogelijkheden om Opwettenseweg (beperkt) open te houden.
Mei 2020
Online dialoogsessie met gemeenteraad over beoogde dialoogproces om met diverse betrokkenen (omwonenden, belanghebbenden, de ontwikkelaar) een oplossing te vinden.
Eind mei 2020
3 online incheckgesprekken met de beoogde deelnemers aan de dialoog. Motie vanuit gemeenteraad voor een ontsluitingsvoorstel met daarin openhouden Opwettenseweg. Doorstart van de dialoog In afstemming met de gemeenteraad (naast uitwerking voorstel).
Juni 2020
Gesprek tussen wethouder en projectleider met de specifieke groep bewoners van de wijk.
7 juli 2020
Eerste (fysieke) dialoogsessie met 30 deelnemers. 6
Augustus 2020
Livegang speciale gemeentepagina met meer informatie over dit proces.
1 september 2020
Bespreking notitie n.a.v. motie in commissie Ruimte, waarbij en waarna ook enkele deelnemers van de dialoogsessie meespreken en alternatieven aandragen ter onderzoek.
22 september 2020
Tweede (fysieke) dialoogsessie.
6 oktober 2020
Gesprek tussen wethouder, de projectleider en de met drie leden van het Collectief.
12 oktober 2020
Memo vervolgonderzoek met zes oplossingsvarianten wordt verspreid onder alle deelnemers. Brief van het Collectief dat deze groep zich terugtrekt in proces.
14 oktober 2020
Derde dialoogsessie: online presentatie onderzoeksresultaten en gelegenheid tot vragen stellen.
27 oktober 2020
Vierde online dialoogsessie n.a.v. onderzoeksresultaten.
11 november 2020
College B&W stemt in met raadsvoorstel met keuze voor een bepaalde oplossingsrichting.
24 november 2020
Bespreking raadsvoorstel in vergadering van de commissie Ruimte.
10 december 2020
Besluit gemeenteraad en vaststelling verkeersontsluitingplan.
23 februari 2021
Verfijnde ontsluitingsvariant X wordt opgenomen in bestemmingsplan.
7
A2. Participatieproces op een rij Aanleiding In Nuenen wordt een nieuwe wijk ontwikkeld met 1.600 woningen. Bij het ontwerp van de wijk komt naar voren dat de Opwettenseweg onduidelijk terugkomt in het eerste bestemmingsplan. In dit plan staat dat de ‘bestaande ontsluiting via de Opwettenseweg/Wolvendijk of autoluw wordt gemaakt of wordt geknipt voor het autoverkeer en alleen toegankelijk blijft voor langzaam verkeer’. In 2018 komen concrete aanpassingen in het plan door externe factoren: nieuwe afspraken met de ontwikkelaar en gemeente als gevolg van de bouwcrisis. Als gevolg van die nieuwe samenwerkingsovereenkomst en van de nieuwe mobiliteitsvisie ligt in maart 2019 een nieuw bestemmingsplan ter inzage voor bewoners waarin staat dat de Opwettenseweg afgesloten wordt voor doorgaand verkeer in overeenstemming met het vigerende bestemmingsplan Nuenen-West. Al snel komt naar voren dat deze weg een onderwerp van discussie is: veel van de 80 zienswijzen die in 2019 op het plan worden ingediend gaan dan ook over de verkeersontsluiting, met name over het al dan niet afsluiten van de Opwettenseweg voor doorgaand verkeer. En niet over de woningen die gebouwd gaan worden.
Medio 2019 onderzoekt ontwikkelaar Goudappel Coffeng (in opdracht van BPD) verschillende varianten voor de verkeersontsluiting Nuenen-West en presenteert de resultaten tijdens een informatieve raadsbijeenkomst, waarbij het afsluiten van de Opwettenseweg voor doorgaand verkeer uitgangspunt is. Eind 2019 wordt, tijdens de behandeling van de verschillende varianten in de Gemeenteraad duidelijk dat ze de weg wil openhouden, om zo aan weten regelgeving te voldoen. Daarom voegen zij aan het raadsbesluit het volgende specifieke beslispunt in een amendement toe: “De Opwettenseweg niet af te sluiten voor autoverkeer en dit mee te nemen in de verdere uitwerking van Nuenen-West en te verwerken in de modules Mobiliteitsbeleid 1 t/m 8”. De bewoners aan zowel de Opwettenseweg als de Geldropsedijk geven aan dat zij willen dat de weg wel afgesloten wordt. De gemeenteraad wil de bereikbaarheid vergroten (dus de weg openlaten) en de bewoners willen een veilige omgeving om in te wonen en in te recreëren. Het is duidelijk dat er verschillende belangen zijn bij verschillende mensen. Op basis van informatie uit de nieuwe samenwerkingsovereenkomst en uit de onderzoeksresultaten hebben de betrokken ambtenaren een zogenaamde ‘quick scan’ uitgevoerd. Dit als reactie op het amendement. 8
Daaruit blijkt begin 2020 dat het openhouden van de Opwettenseweg een grote impact heeft op de ontwikkeling Nuenen-West. Daarop zijn de wethouder, ambtenaren en fracties in gesprek gegaan over mogelijkheden om de Opwettenseweg (beperkt) open te houden, waarbij sprake is van een goed woon- en leefklimaat en een veilige weg voor alle weggebruikers. Deze oplossing zou snel moeten komen door een toename van het verkeer op de Opwettenseweg (o.a. door de opening van een school), door de groei van de woningbehoefte en door groter wordende urgentie om te komen tot een concretere verkeersstructuur die met het bestemmingsplan kan worden vastgesteld. Een dergelijke heroverweging heeft ook planologische, verkeerskundige en juridische consequenties, zo blijkt uit de quick scan. In het gesprek wordt besloten dat het nodig is om deze aspecten verder te peilen bij meerdere betrokkenen, zoals inwoners en de ontwikkelaar. Tijdens een online dialoogsessie in mei 2020 deelt de wethouder met de gemeenteraad de conclusies uit de fractiegesprekken en wordt ook het beoogde dialoogproces, om met diverse betrokkenen (omwonenden, belanghebbenden, de ontwikkelaar en raadsleden) een oplossing te vinden, toegelicht. In het volgende hoofdstuk staat meer informatie over dit participatieproces, dat start met online gesprekken met verschillende belanghebbenden.
Tijdens dit proces dient de gemeenteraad eind mei 2020 een motie in. De raad heeft daarin richtlijnen beschreven waaraan de oplossing voor het ontsluitingsprobleem zou moeten voldoen: Een voorstel met oplossing voor het ontsluitingsprobleem zou in ieder geval wat betreft de gemeenteraad moeten voldoen aan: o o o
o o o o
De Opwettenseweg blijft open voor gemotoriseerd verkeer. De Opwettenseweg blijft een 30 km weg. In het bestemmingsplan Nuenen-West wordt een fietsroute ontwikkeld die een logische verbinding vormt tussen Nuenen en Eindhoven. De Opwettenseweg blijft beperkt beschikbaar voor bestemmingsverkeer fietsers. Geen extra verkeersbewegingen op de Geldropsedijk. Geen openstelling van de busbanen naar de A270. Aanpassing van de Meiereijlaan vanaf de rotonde Geldropsedijk naar de Opwettenseweg
Na een bespreking in de vergadering van de commissie Ruimte wordt gezamenlijk besloten, dat naast bovenstaande motie wel het participatie- of dialoogproces van start kan gaan en niet hoeft te wachten op het uitgewerkte voorstel waar de gemeenteraad in de motie om vraagt. 9
De gemeente geeft opdracht aan de ontwikkelaar om het dialoogproces te (laten) begeleiden en te ontwerpen (voor het verkeerskundige en inhoudelijke deel). De ontwikkelaar benadert de externe begeleider, waar zijn verkeerskundig adviseur goede ervaring mee heeft. Het dialoogproces heeft als doel om met elkaar op zoek te gaan naar een mogelijke alternatieve ontsluitingsvariant of een (concretere) heroverweging van de eerder gekozen structuur. Deze variant moet het college kunnen goedkeuren, maar ook door de ontwikkelaar kunnen worden uitgevoerd. Hierbij wordt ook meegegeven dat er rekening is gehouden met de belangen en met de ingediende zienswijzen. Zo kan de gemeenteraad daarna een zorgvuldig besluit nemen over de ontsluiting van Nuenen-West, met in het bijzonder de rol van de Opwettenseweg voor zowel auto’s als fietsers. Eind mei 2020 start het dialoogproces met drie online incheckgesprekken met beoogde deelnemers, waarbij een zo breed mogelijke afspiegeling van de belangen bepaalt wie uitgenodigd wordt en wie niet. Om praktische redenen (zoals het voldoen aan de COVID-richtlijnen) kiest de gemeente voor deze opzet, zodat inwoners uit dezelfde omgeving zelf een vertegenwoordiger kunnen kiezen.
Naast de bestaande lijst van bewoners, leden van sport- en belangenverenigingen, ondernemers en professioneel betrokkenen (zoals raadsleden, ambtenaren) nodigen enkele Nuenenaren zichzelf uit. Het afdelingshoofd komt bij de start van dit participatietraject in dienst. Eerder was al ambtelijk bepaald met de ontwikkelaar hoe het participatieproces werd ingericht. Op dat moment ontbrak een ambtelijke opdrachtgever. Op basis van wat er lag heeft de wethouder een klap gegeven op het dialoogproces en afgestemd met de ambtenaren (projectleider, assistent-projectleider, mobiliteitsadviseur en adviseur Participatie) om het zo te doen. Daarbij kreeg het afdelingshoofd geen rol als ambtelijk opdrachtgever. Uit de interviews komen verschillende meningen over de invulling van de opdrachtgeversrol, die de portefeuillehouder (wethouder) heeft. Daarbij zou, naast de bestuurlijke, een inhoudelijke rol gepakt zijn. In juni meldt zich nog een nieuwe groep bewoners aan en gaat de wethouder samen met de projectleider nog in gesprek met de eerder uitgenodigde groep om de intenties van dit proces toe te lichten, zodat iedereen op hetzelfde informatieniveau staat. Bijeenkomsten; dialoogsessies Een eerste dialoogsessie vindt vlak voor de zomervakantie plaats.
De intentie van de gemeente is om de projectleider en de ontwikkelaar informatie te laten delen met bewoners, waarna bewoners in groepjes perspectieven op de gegeven informatie te kunnen delen met andere deelnemers om die daarna plenair terug te koppelen. De bewoners komen met de verwachting om hun ideeën te delen.
10
Deze dialoogsessie wordt begeleid door een externe procesbegeleider, met wie de ontwikkelaar goede ervaringen heeft. Er ontstaat een beeld bij een aantal bewoners dat de procesbegeleider niet neutraal is, omdat hij inhoudelijke connecties heeft met de ontwikkelaar. De gemeenteraad is als toehoorder uitgenodigd en dat is vooraf helder afgestemd. De avond begint met de vraag of een extra deelnemer vanuit een demonstrerende groep kan aansluiten. De geldende COVID-richtlijnen zorgen voor een grens aan het aantal deelnemers en er ontstaat een discussie. Het is niet duidelijk voor iedereen wie wel en niet expliciet is uitgenodigd voor deze avond. Na een stemming met de deelnemers laat de procesbegeleider de extra deelnemer toe. De dialoogsessie start met een inhoudelijke toelichting door de projectleider en de verkeerskundig adviseur (van de ontwikkelaar) op de samenwerking met BPD, het bestemmingsplan Nuenen-West en over mobiliteit. Na de inhoudelijke toelichting verwachten de bewoners dat zij mogen reageren, wat volgens het draaiboek niet de bedoeling is. Doel van de avond is het delen van perspectieven en belangen. Het eerste deel in kleinere groepen, het tweede deel met de hele groep. Het wordt duidelijk dat de deelnemers niet uiteen willen gaan en de organisatoren van de dialoogsessie laten al snel de oorspronkelijke opzet los.
De procesbegeleider geeft vervolgens ruimte voor een plenair gesprek met alle deelnemers (dit wordt ervaren als de Poolse landdag). Later volgen demonstraties in de wijk, vooral door mensen die niet bij de eerste bewonersbijeenkomst aanwezig waren. Gedurende de zomervakantie zijn er twee activiteiten: 1. De inwoners die niet bij de eerste dialoogsessie waren voelen zich gepasseerd en zijn in de zomervakantie een eigen plan gaan uitwerken voor een aanvaardbaar alternatief. 2. De gemeente zorgt in deze periode voor een speciale gemeentepagina op de website met meer (achtergrond)informatie over dit traject. Voor de eerstvolgende dialoogbijeenkomst vindt op 1 september 2020 een vergadering plaats met de commissie Ruimte naar aanleiding van de ingediende motie. Tijdens dat overleg zijn ook enkele deelnemers uit het participatieproces aanwezig om hun alternatieven in te brengen. De wethouder zegt toe om deze te laten onderzoeken en mee te nemen in de volgende dialoogbijeenkomst, net als andere varianten die de komende tijd binnenkomen. Op 22 september volgt een tweede fysieke dialoogsessie, waar de externe procesbegeleider zou begeleiden, maar door ziekte afwezig is. De ambtelijke participatieadviseur springt in als procesbegeleider van de bijeenkomst. Zij stond tot dat moment aan de zijlijn van dit proces.
11
De gemeente nodigt vervolgens per belangengroep 1 vertegenwoordiger uit: discussie door gelijke vertegenwoordiging is het idee en de maatregelen rondom Covid-19 stellen een maximum aan het aantal deelnemers. Niet alle belangengroepen zijn aanwezig en vertegenwoordigd op deze avond. Opzet van deze dialoogsessie is dat deelnemers zelf kunnen kiezen welke varianten verder onderzocht moeten worden door de ontwikkelaar. Tijdens het eerste deel van de bijeenkomst begeleiden interne medewerkers van de gemeente en de ontwikkelaar deze sessies in een kleinere groepjes om tot een keuze te komen. Daarna volgen een centrale terugkoppeling en de keuze voor de nader te onderzoeken varianten. Inzet was om alle belangen en alle stemmen aan tafel te krijgen. Sommige inwoners denken dat zij op dat moment ook zelf ideeën kunnen inbrengen en bespreken. Toch loopt het anders: 1. Na de inhoudelijke introductie wordt één van de aanwezigen (in zijn beleving) afgekapt en niet gehoord in zijn verhaal en dat escaleert. 2. Er zijn ook inwoners die recent aan de Opwettenseweg zijn komen wonen, waarvan sommigen in de veronderstelling waren dat de Opwettenseweg autoluw zou worden, zoals in het oorspronkelijke bestemmingsplan staat. 3. Een groep deelnemers zoekt aansluiting bij elkaar en geeft aan dat ze zich niet in de opzet van de avond kan vinden.
Deze deelnemers zoeken aansluiting bij gemeenteraadsleden en hierdoor ontstaat een verhoudingsverschil. Deze nieuwe groep met verschillende deelnemers uit Nuenen-Zuid (indieners van eigen ontworpen ontsluitingsvariant, leden verschillende sport- en belangenverenigingen en inwoners) noemen zichzelf het Collectief (in dit stuk verder aangeduid als het “Collectief”). 4. De procesbegeleider legt het proces nogmaals uit, gezien de toon en stemverheffing van dit Collectief. 5. Het Collectief zondert zich af in een separate ruimte. Deze groep bestaat uit waren 8 personen die zich niet door 1 iemand willen laten vertegenwoordigen vanuit deze groep. 6. De achterblijvers (ook enkele raadsleden) geven aan dat zij het procesvoorstel wel steunen. 7. De procesbegeleider en later ook de andere ambtenaren en wethouder geven aan dat zij vanaf dat moment het Collectief als 1 belangenvertegenwoordiger zien en geven de mogelijkheid aan het Collectief om 1 vertegenwoordiger in het plenaire deel af te vaardigen. 8. De wethouder probeert, naast enkele gemeenteraadsleden, nog actief het Collectief terug te halen, maar de groep weigert het verzoek om, net als de andere deelnemers, met 1 vertegenwoordiger te bepalen welke varianten voor onderzoek geschikt zijn. 9. Het Collectief stuurt niet 1 vertegenwoordiger en vertrekt. 10.
De avond eindigt met een kleinere groep vergezeld van het ambtelijk apparaat en projectontwikkelaar. 11. Het Collectief voelt zich niet gehoord. 12
12. Door de groep die achterblijft worden 3 oplossingsrichtingen gekozen om nader te onderzoeken door bureau Goudappel: • • •
Nieuwe zuidelijke ontsluiting en noordelijke fietsroute (aangedragen door deelnemers uit Nuenen-Zuid). Opwettenseweg knippen en nieuwe noordelijke aansluiting (aangedragen door Opwettenseweg veilig!). Out off the box oplossingsrichting (tijdens de sessie aangedragen).
13. De pers staat bij de poort (Eindhovens Dagblad) en is zo getuige van het vertrek van het Collectief. Beeld in de media ontstaat dat de gemeente een groep bewoners heeft weggestuurd en dat niet alle belanghebbenden zijn uitgenodigd. De gemeente onderzoekt de binnengekomen ontsluitingsvarianten naast de andere 3 oplossingsrichtingen voor de volgende dialoogsessie. Zij maken een quick scan waar verschillende aspecten, zoals juridische verkeerskundige en leefbaarheid in meegenomen worden. De lijn binnen de ambtelijke organisatie is om niet actief de media benaderen. De pers interesseert zich wel voor dit onderwerp en blijft het proces volgen en spreekt met betrokkenen en schrijft erover. De pers wordt geweigerd bij bijeenkomsten Demonstraties in de wijk, waar ook soms gemeenteraadsleden aan deelnemen, volgen. De protesten komen vooral vanuit een brede groep uit Nuenen-Zuid, die bestaat uit bewoners aan de vastgestelde route woont of de bewoners uit de omgeving van een alternatieve route, die een belang hebben bij een veilige ontsluiting. De wethouder en projectleider gaan in gesprek met de leden van het Collectief. Deze bewoners vragen aan de gemeente opnieuw af te wegen of het mogelijk is dat alle leden apart deelnemen aan het proces en of meer voorbereidingstijd voor een volgende dialoogsessie mogelijk is.
De gemeente gaat niet akkoord met individuele deelname en geeft wel meer tijd voor de voorbereiding. Afloop participatietraject In oktober wordt een derde (online) bewonersbijeenkomst georganiseerd waar de onderzoeksresultaten van de drie ingebrachte alternatieven door Goudappel worden gepresenteerd en de deelnemers hun vragen kunnen stellen. De gemeente deelt deze opzet vooraf met alle deelnemers. Daarnaast krijgt het Collectief twee opties voorafgaand aan deze dialoogsessie: 1. Alle partijen nemen deel: iedere partij participeert vanuit zijn of haar eigen achtergrond en belang. 2. Een of twee vertegenwoordigers neemt/nemen deel namens het collectief. 13
Het Collectief laat vooraf per brief weten aan de gemeente dat zij niet aanwezig zullen zijn. Ook niet bij de vierde bewonersbijeenkomst, waar aanwezigen hun inzichten en meningen op basis van onderzoek kunnen meegeven aan de wethouder, de projectleider en de raadsleden voor de besluitvorming. In deze dialoogsessie blijkt dat de overgebleven deelnemers een voorkeur hebben voor voorstel BP/A. Dit en andere opmerkingen nemen de ambtenaren mee in een advies aan het college. Het collegevoorstel wordt aan de gemeenteraad ter besluitvorming voorgelegd en de gemeenteraad stemt in met een bepaald alternatief: 1. Voorkeur uit te spreken voor de hoofdontsluitingsstructuur van Nuenen-West en zo voorstel BP/A te volgen. 2. Verfijning van dit voorstel op te dragen en door te voeren in het ontwerpbestemmingsplan, gericht op vaststelling van een bestemmingsplan ‘Herijking Nuenen-West’ in februari 2021. In deze vergadering worden de wethouder en ambtenaren door de raadsleden scherp aangesproken en spreken verschillende deelnemers aan het dialoogproces in, waaronder het Collectief met kritiek op het participatieproces. Op 22 februari 2021 krijgt de gemeenteraad een presentatie van de onderzoeksresultaten naar de verfijning. Daarop is deze verfijnde ontsluitingsvariant X opgenomen in het bestemmingsplan Nuenen-West. Hierin staat dat ‘het meest noordelijke deel … en het middelste deel….
Van Nuenen-West ontsloten [wordt] via de Europalaan en het meest zuidelijke deel…via Wettenseind via de Geldropsedijk’. Besluit is dat de Opwettenseweg geknipt wordt en deels autoluw wordt en dit is in het bestemmingsplan van 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Er loopt een beroep tegen deze beslissing door het Collectief bij de Raad van State.
14
A3. Verwachtingen Nuenen-West Dit proces kent verschillende betrokkenen met verschillende verwachtingen. We geven er een aantal weer: 1. Het doel moet zijn goede ideeën ophalen, want er moet een oplossing gevonden worden voor het niet-vaststellen van het bestemmingsplan en de verkeersontsluiting van die wijk moest wel georganiseerd worden. Ook kan de heroverweging van genomen besluiten een reden zijn om extra ideeën op te halen. Dat zou kunnen met het organiseren van een aantal dialoogsessies om politiek en verschillende belanghebbenden mee te nemen om te komen tot de beste oplossing voor die ontsluiting. 2. Het besluit zou door inbreng van een grote meerderheid van inwoners (die uitgenodigd worden) tot stand komen en zo een breed draagvlak hebben. Ook zou het resultaat goed bestuurlijk uitlegbaar moeten zijn als bijvangst. 3. De procesbegeleiding moet in de ogen van sommige mensen een onafhankelijke externe zijn met expertise op gebied van participatie en mobiliteit en verkeer. Anderen vinden dat een procesbegeleider niet alleen moet begeleiden, maar ook knopen moet doorhakken. 4. Er zijn verschillende meningen over wie wordt er uitgenodigd en wie niet en wie dat bepaalt en over verhouding van voor- en tegenstanders van afsluiting van de Opwettenseweg. 5.
De vraag wat verstaan we onder draagvlak? Is dat de meerderheid van de aanwezigen of van alle belanghebbenden? En gaat dat alleen over draagvlak voor het proces of voor de inhoud? 6. De basis In een participatietraject is dat je naar elkaar luistert. Je kent elkaars drijfveren. De kunst is je eigen belang te filteren om te komen tot een gedragen, aanvaardbare oplossing. De uitkomst van een participatieproces kan niet zijn dat iedereen 100% tevreden is, maar je kunt wel begrijpen hoe een beslissing is genomen.
15
A4. Conclusie Nuenen-West Uit deskresearch en interviews met de diverse betrokken van de organisatie en de bewoners volgen hieronder een aantal conclusies en geleerde lessen. Verwachtingsmanagement o Aan de voorkant van het participatietraject waren de verwachtingen wisselend en de inhoud en de rollen niet eenduidig. Dit heeft wantrouwen tussen partijen veroorzaakt. o Voor bewoners was vooraf niet altijd helder waar de bijeenkomsten over gingen (bijv. woningen of verkeer, af- of ontsluiting?), en wie er om welke reden waren uitgenodigd. o Sommige bewoners wilden meer invloed op inhoud en proces dan ze kregen. Zij ervaarden dat ze hier niet in gehoord werden. Inhoud o Het onderwerp van Nuenen-West veranderde van bestemmingsplan en ontwikkeling wijk met 1.600 woningen naar een verkeersvraagstuk rondom concrete ontsluitingsmogelijkheden. Dit heeft voor verwarring gezorgd bij de bewoners. Het verkeersvraagstuk werd een issue en niet bij de start als een belang gezien. o Het verkeersvraagstuk leverde verwarring op, ging het om ontsluiting van wijk of het wel of niet afsluiten van een bepaalde weg? o De verschillende belanghebbenden en de gemeente hanteerden verschillende criteria voor een goede ontsluitingsvariant. Een aantal thema’s waarop criteria waren gebaseerd, zijn: veiligheid, leefbaarheid en bijvoorbeeld financiële haalbaarheid.
Participatieproces o De architectuur van het proces was niet helder, er was sprake van veel dynamiek en er moest veel geanticipeerd worden op de actualiteit. De gemeente wilde sterke regie op wie er iets mocht vinden en had niet altijd helder vanuit welke rol mensen betrokken waren. Dat frustreerde het proces. o De gemeente heeft veel bereidheid getoond en op signalen gehandeld, dit was vaak ‘damage control’, dus inspelen op wat er op dat moment gebeurde. o Het krachtenveld was vooraf niet voldoende in beeld. Dit werd ook niet tijdens het proces gemonitord: er popten ‘nieuwe’ belanghebbenden op en er vormden zich nieuwe groepen. Hier werd niet voldoende op ingespeeld omdat het totaaloverzicht niet in beeld was. o Er is voor 1 vorm van participatie gekozen: bewonersavonden, hiermee sluit je mensen uit die niet kunnen of niet graag op ‘roerige’ avonden 16
aanwezig zijn. Zo is er niet voldoende gedaan om iedereen de gelegenheid te geven om mee te doen en geïnformeerd te worden. o De bewoners van Nuenen-Zuid hadden en hebben veel betrokkenheid en willen gehoord worden. De kracht van de bewoners kan meer positief benut worden. o In het proces was onvoldoende aandacht voor het continue monitoren van de verhouding tussen overheid en belanghebbenden. Het is belangrijk om in beeld hebben hoe de geschiedenis met de omgeving is. o De voorkeuren voor welke alternatieve ontsluitingsroutes verder onderzocht moesten worden hebben de bewoners uitgesproken tijdens de laatste bewonersavond waar niet alle belangen vertegenwoordigd waren. Rollen o Het bestuur en de ambtelijke organisatie wisselden van rollen. Zo kwam het voor dat raadsleden uit hun rol schoten op avonden, de portefeuillehouder opdrachtgever werd terwijl er geen ambtelijke opdrachtgever was. Het management was niet voldoende in beeld als opdrachtgever, zeker als het gaat om de organisatie van de participatie en om escalaties. o De gemeenteraad is kaderstellend en volksvertegenwoordiger en raadsleden kunnen vanuit deze laatste rol in gesprek zijn met bewoners. Tijdens een bewonersavond is hun rol toehoorder. o De ambtelijke bezetting was consistent, ook daar stapten medewerkers soms in rollen die ze niet pasten. Ook ervaarden zij niet altijd rugdekking.
De ambtelijke organisatie bood niet altijd de gewenste tegenkracht. De betrokkenheid van de ambtenaren is groot, men voelt veel verantwoordelijkheid. o De externe begeleider was ziek en nam niet de verantwoordelijkheid om dit binnen het bureau op te vangen en legde de verantwoordelijkheid bij de gemeente. o Verhoudingen tussen diverse partijen kwamen op scherp te staan. Zowel binnen de ambtelijke organisatie en binnen het bestuur (B&W met gemeenteraad) als met de belanghebbenden en de gemeente. o Er is niet voldoende aandacht geweest voor het werken aan de relatie met alle belanghebbenden toen het proces minder goed verliep. Er is niet voldoende aandacht geweest voor de bewoners die zich minder lieten horen. o De gemeente benaderde de leden van een bepaalde groep met een gemeenschappelijk belang vanuit die totale groep, terwijl deze groep zelf zich niet als 1 zag maar als een vertegenwoordiging van verschillende belangen. o Op basis van gelopen proces weten raadsleden wat er leeft en speelt in Nuenen.
17
B1. Processtappen Speeltuintje Eeneind Dit hoofdstuk brengt op hoofdlijnen in beeld welke stappen zijn gezet in de periode van 2008 (oorspronkelijke bestemmingsplan) tot en met het raadsbesluit in december 2021. Dit traject betreft twee kavels die voor de leesbaarheid aangeduid worden met kavel A en kavel B. Kavel A is het kavel aan Eeneind dat oorspronkelijk werd aangemerkt met woonbestemming en waar een initiatief op kwam om deze langdurig als recreatieveld aan te merken. Kavel B is het kavel aan de Hoge Mikkert dat als speelveld is ingericht en later in het proces in beeld komt als alternatief kavel voor woonbestemming. 2008
Bestemmingsplan (kavel A voor woningbouw bepaald) Oprichting Wijkraad Eeneind (vanaf nu “wijkraad” genoemd in dit stuk).
2016
Kavel A in gebruik als trapveld voor oudere jongeren. Mondelinge overeenkomst (tussen ouders en gemeente) zolang deze niet verkocht is. Initiatief door inwoner om kavel A in bestemmingsplan op te nemen als speelveld.
2017
Gesprek met wethouder, ambtenaar en initiatiefnemer.
2018
Nieuw aangepast bestemmingsplan: kavel A splitsen. Brief van wijkraad met ongevraagd advies als reactie op voorgenomen wijziging bestemmingsplan: afzien van splitsing kavel A en deze aan te merken als speelbestemming.
2019
Motie van de Raad kavelruil onderdeel (nieuw) bestemmingsplan: mogelijkheden onderzoeken om huidige speelveld op kavel B te ruilen met kavel A zodat kavel A formeel als speelveld kan worden bestemd en kavel B als mogelijk bouwkavel wordt aangewezen. College verzoekt wijkraad te onderzoeken of er draagvlak is voor kavelruil. Gesprek wethouder met de wijkraad.
Voorjaar 2020
Enquête met direct omwonenden en rest van de wijk door wijkraad in opdracht van gemeente. 18
Gevraagd advies wijkraad op uitslag. College neemt advies over (niet doorvoeren kavelruil, kavel A tijdelijk gedogen en opknappen als trapveldje en niet weg bestemmen als woonbestemming). Collegevoorstel: geen herziening bestemmingsplan (draagvlakonderzoek geldig verklaard). De ambtenaren informeren bewoners met brief. Voorzitter wijkraad legt taken neer. Oktober 2020
Initiatiefvoorstel tot aanpassing bestemmingsplan van de gemeenteraad (Kavelruil van het huidige (niet officiële) speelveld aan kavel B tegen kavel A. Daarbij krijgt kavel A formeel de bestemming speelveld en kavel B formeel bestemming bouwkavel.
November 2020
Reactie college is kavelruil niet doorvoeren. Alternatief van gemeenteraad: splitsen beide kavels het splitsen en gebruik voor beide kavels één deel als speelveld en het andere deel om te bouwen. Wethouder in gesprek met fractieleiders en inwoners.
Januari 2021
Het ambtelijk apparaat werkt in nieuw voorstel 5 opties uit.
Februari 2021
Raadsvergadering met gemeenteraadbesluit kavel A met bestemming “openbare ruimte” en kavel B splitsen in half bestemming wonen en half bestemming spelen. Nieuwe versie bestemmingsplan.
Februari 2022
Collegevoorstel en besluit om beide kavels groen te houden. Nieuw bestemmingsplan met kavel A en B zonder woonbestemming.
19
B2. (Overheids)participatietraject Speeltuintje Eeneind Bij de start van de bouw van woningen in Eeneind wordt één bouwkavel niet verkocht. Na een paar maanden leegstand gebruikt de oudere jeugd uit de wijk dit als trapveldje. Sommigen geven aan dat dit mondeling gedoogd (en zelfs ook onderhouden) wordt door de gemeente, anderen zeggen dat dit niet zo is. In 2017 wordt opnieuw gekeken naar dit bewuste kavel (in het vervolg kavel A genoemd), omdat één van de buurtbewoners aangeeft dit speelveldje formeel om te willen vormen tot recreatieveld, hij neemt hierin een initiatief (overheidsparticipatie). Daarvoor heeft hij 40 (van de ruim 700) bewoners gesproken, die zijn voorstel ondersteunen. De wethouder gaat samen met een ambtenaar in gesprek met deze initiatiefnemer. De ambtelijke organisatie heeft redenen om vast te houden aan woonbestemming bij het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan in 2018. Om de kans op verkoop te vergroten, wordt een wijziging in het bestemmingsplan voorbereid waarin kavel A wordt opgesplitst in twee woonkavels. In februari 2019 ontvangt de gemeenteraad een raadsinformatiebrief met voorgenomen beleid om woningen te splitsen of omzetten als beleidsregel in het nieuwe woonbeleid. Bij het ontstaan van de wijk Eeneind is de wijkraad opgericht. Deze actieve wijkraad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college en is per wijk georganiseerd.
In 2018 geven zij het ongevraagde advies op de reactie van de gemeente op de initiatiefnemer. Waar de wethouder het bestemmingsplan wil aanpassen door het splitsen van de kavel staat in de zienswijze van de wijkraad de wens om niet te bouwen op dit kavel A en dit bewuste kavel speelbestemming te geven. De initiatiefnemer benadert leden van de gemeenteraad om zijn voorstel te delen. In september 2019 wordt een motie ingediend tijdens de raadsvergadering waarin de voorgenomen aanpassingen in het bestemmingsplan besproken worden. Met deze motie geeft de gemeenteraad opdracht om een kavelruil te onderzoeken met daarbij de optie dat kavel A geruild wordt met kavel B (huidige speelveld aan de Hoge Mikkert). In de motie staat dat kavel B nu niet intensief gebruikt wordt en niet officieel bestemd is als speelterrein. Er moet onderzocht worden of kavel B een woonbestemming kan krijgen. Ook is de vraag, in overleg met de wijkraad, welke bestemming kavel A dan moet krijgen. Na een gesprek tussen wethouder, ambtenaren en wijkraad omarmt de wijkraad het plan van kavelruil, omdat kavel B groter is dan kavel A en daarmee geschikt voor bouwen. Dan kan kavel A als trapveld gebruikt blijven worden en verplaatst de woonbestemming naar kavel B. 20
De wethouder zegt toe dat het college wil meewerken maar dat het bestemmingsplan wel eerst aangepast moet worden. De wijkraad geeft na het gesprek officieel een ongevraagd advies tot kavelruil. Dit sluit aan bij het initiatief rondom kavel A, dit is niet gestaafd bij de inwoners aan de Hoge Mikkert. Daarom verzoekt de wethouder de wijkraad om te onderzoeken of er voldoende draagvlak is. Het ambtelijk apparaat stelt voor om in gesprek te gaan via programma ‘Spelen en bewegen’ in de hele buurt. Via dit programma wordt gekeken naar een geschikte speel- en (groene) recreatieplekken in de buurt. Dit net opgestarte programma bezoekt eerst andere delen van Nuenen dan de wijk Eeneind. Sommige raadsleden vormen hun oordeel door beide locaties te bezoeken en verschillende bewoners te spreken (omwonenden en de voorzitter wijkraad). Enquête De gemeenteraad geeft de opdracht aan het college een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden van kavelruil. Na een gesprek met de wethouder voert de wijkraad een enquête uit om te peilen of de kavelruil (kavel A speelveld en kavel B woonbestemming) gedragen wordt door alle bewoners van de wijk (zowel direct omwonenden als de overige bewoners). De wijkraad zet een schriftelijke enquête uit in samenwerking met de ambtenaren, als uitwerking van de bestuurlijke opdracht.
Vooraf komt de eis dat dat de uitslag geldig is als van de direct omwonenden 10 personen reageren. Aan het aantal respondenten vanuit de andere wijkbewoners is geen eis gesteld. De wijkbewoners ontvangen een uitnodiging om anoniem mee te doen aan de enquête. De uitnodigingen verschillen van kleur logo: de direct omwonenden ontvangen een brief met een blauw logo en de overige bewoners krijgen een groene versie. Dit is bewust gedaan, omdat de direct omwonenden in de ogen van de gemeente een groter belang hebben in dit traject. In de enquête kunnen bewoners voorkeur uitspreken voor een van de volgende opties: 1. Situatie houden zoals die is (kavel A wordt na verkoop bouwkavel en speeltuin op kavel B blijft) 2. Voorgestelde kavelruil doorvoeren (kavel A wordt ingericht als speelveld voor jonge en oudere kinderen) en huidige speelveld aan kavel B wordt bouwkavel voor maximaal 2 woningen) 3. Geen mening De voorzitter van de wijkraad en de initiatiefnemer verdelen het bezorgen van de enquête. De voorzitter brengt de enquête bij de direct aanwonenden van kavel A en van kavel B en de initiatiefnemer bezorgt de uitnodigingen bij de overige bewoners van de wijk.
21
De uitnodigingen worden niet op dezelfde dag bezorgd, de voorzitter van de wijkraad bezorgt de uitnodiging een dag later dan de initiatiefnemer. Deze aanpak schept wantrouwen bij de ontvangers van de enquête. Het zorgt voor onrust en het beeld ontstaat dat adressen bewust zijn overgeslagen. Op social media laten bewoners zich negatief uit over de initiatiefnemer. Sommige leden van de gemeenteraad geven aan niet vooraf goedkeuring te hebben gegeven aan de opzet en het proces van deze enquête. Andere raadsleden geven aan geïnformeerd te zijn. In deze periode komt de nieuwe gemeentesecretaris in dienst. De uitslag wordt half juni per brief gedeeld met de bewoners en verstuurd aan de gemeenteraad met een raadsinformatiebrief: van de direct omwonenden is bijna de helft vóór kavelruil en bijna de andere helft tegen kavelruil is (46% voor, 46% tegen en 8% geen mening). Van de 90 andere adressen is 60% voor, 24% tegen en geeft 16% geen mening te hebben. Van de 13 direct omwonenden reageren 13 adressen en van de overige 252 adressen geven 90 bewoners een reactie op de enquête. Verschillende belanghebbenden gebruiken de uitkomsten in het vervolgproces: 1. De initiatiefnemer gaat in gesprek met direct omwonenden en deelt het verslag daarvan met de gemeenteraad, omdat hij geen gehoor ervaart bij wethouder en ook niet meer bij wijkraad.
Zijn conclusie is dat dit een oneerlijk proces is geweest en daarmee niet goed om een besluit mee te onderbouwen. 2. De wethouder staat achter de uitkomsten van de enquête, net als de ambtenaren. 3. Het college verklaart de uitkomsten en opzet van de enquête geldig. 4. Binnen de gemeenteraad ontstaat discussie over de uitkomst, over het proces (de verschillende kleuren met bijbehorend belang) en het doel van de enquête. Het beeld ontstaat dat de enquête bedoeld was om te sturen op het proces van verkoop en dat de enquête niet betrouwbaar is en daarmee geen conclusie getrokken kan worden op de uitslag. 5. Het college vraagt de wijkraad om een advies te schrijven naar aanleiding van de resultaten 6. Gelijktijdig vindt onderzoek plaats naar haalbaarheid van nieuwe bestemming en mogelijke financiële consequenties 7. In de (sociale) media komt het beeld naar voren dat het onderzoek onbetrouwbaar zou zijn, omdat bij de conclusie de wens van 13 direct omwonenden zwaarder wordt gewogen door de gemeente dan de wens van de rest van de wijk. Het idee ontstaat dat de wethouder alleen naar de wijkraad luistert. Verschillende bewoners rond de oorspronkelijke kavel A zoeken verschillende media op. Ze voeren het argument voor een speelveld, omdat zeker in de coronatijd (oudere en jongere) kinderen naar buiten moeten kunnen gaan. 22
8. Binnen de wijkraad heerst interne verdeeldheid. Maar uiteindelijk schrijft de wijkraad, vanuit deze resultaten, aan het college een gevraagd advies om kavelruil niet door te voeren. In het advies staat ook om het bewuste kavel A tijdelijk te gedogen als trapveldje en dit zo ook op te nemen in het bestemmingsplan en het speelveldje aan kavel B op te knappen. Dit was tegengesteld aan het advies dat in de vorm van de tweede zienswijze was ingediend. De wijkraad concludeert dat er onvoldoende draagvlak is voor kavelruil. Na het uitzetten van de enquête treden de inwoners rond kavel B zelf in contact met de wethouder. Veel direct omwonenden zoeken gemeenteraadsleden op. Niet iedereen voelt zich meer gesteund door de wijkraad, die in hun ogen nu een ander advies geeft dan oorspronkelijk. Tijdens de bespreking van de resultaten in een raadsvergadering geeft het college het advies van de wijkraad door in het voorstel om geen herziening bestemmingsplan door te voeren met kavelruil en kavel A tijdelijk te gedogen als trapveldje en deze niet te bestemmen als woonbestemming. De wethouder geeft aan dat het beter is geen kavelruil in te zetten als er twijfels zijn. Ook verdere vervolgonderzoeken worden niet in gang gezet. De wethouder stelt dat er de grote verdeeldheid is en dat bij het te nemen besluit om beide kavels niet te bebouwen iedereen tevreden kan zijn.
Het belang van de direct aanwonenden wordt zwaarder gewogen dan dat van de overige wijkbewoners. Binnen de wijk leidt het proces rondom de (uitkomsten van de) enquête ook tot een persoonlijk conflict tussen een direct omwonende en de toenmalige voorzitter van de wijkraad en de verhoudingen binnen de wijk komen zo verder op scherp te staan. In 2020 legt de voorzitter van de wijkraad zijn taken neer. Het collegebesluit dat kavel A beschikbaar blijft voor woningbouw komt terug in het herziene bestemmingsplan, waarbij nog eerst besloten wordt om deze te splitsen in 1 of 2 kavels. Tijdens de periode waarin het ontwerp bestemmingsplan ter inzage ligt volgt in oktober 2020 een Initiatiefvoorstel tot aanpassing bestemmingsplan van de gemeenteraad. Daarin staat: ‘kavelruil van het huidige (niet officiële) speelveld aan kavel B tegen kavel A. Daarbij krijgt kavel A formeel de bestemming speelveld en kavel B formeel bestemming bouwkavel.’ Het college reageert de maand erop dat ze vast blijft houden aan het afzien van kavelruil en het vasthouden aan volledige bouwbestemming voor kavel A om zo financiële consequenties zo klein mogelijk te houden.
23
In januari 2021 werkt het ambtelijk apparaat, onder druk van de gemeenteraad, 5 opties uit: 1. Handhaven oorspronkelijke plan. 2. Ontwikkeld bestemmingsplan vaststellen met daarin kavel A gesplitst in 2 kleinere kavels met woonbestemming. 3. Kavelruil tussen kavel A en kavel B. 4. 1 groot bouwkavel A splitsen in 1 bouwkavel en andere deel kavel inzetten als speelveldje. 5. Bouwkavel schrappen als geheel a. Kavel A en kavel B beide wegbestemmen als woonbestemming en herbestemmen als speelvelden b. 1 kavel B aanmerken als woonbestemming. Ambtelijk apparaat wil alle belangen afwegen en blijft vasthouden aan optie 2 en adviseert de portefeuillehouder hierop. Wethouder vraagt aan fractieleiders om in gesprek te gaan met voorstanders van de kavelruil. Ondertussen zoeken inwoners de wethouder op met verzoek geen speelveld te maken op kavel A omdat zij vinden dat dit gevaarlijk kan zijn voor kleine kinderen. Deze locatie is namelijk aan het spoor. In februari 2021 bespreekt de gemeenteraad tijdens een raadsvergadering het initiatiefvoorstel en kwam tot het besluit om woonbestemming op kavel A te laten vervallen en bestemming “openbare ruimte” mee te geven. Ook is het besluit dat kavel B de bouwmogelijkheid krijgt van 1 woning met daarnaast een speeltuintje. Ambtenaren maken een nieuw bestemmingsplan als reactie op de discussies in de gemeenteraad.
Op verzoek van de gemeenteraad staat in het bestemmingsplan uitgewerkt dat de kavel A groen wordt en dat kavel B half groen en half woonbestemming krijgt. Ambtelijke onderzoeken naar woonbestemming van kavel B volgen en het nieuwe ontwerp bestemmingsplan ligt ter inzage. Daarop komen veel zienswijzen van bewoners om kavel B geen woonbestemming te geven. Op 17 februari 2022 stelt het college voor om de woonbestemming op kavel B te laten vervallen. De gemeenteraad besluit daarop ook van kavel B een groenbestemming te maken. De reden achter dit besluit is om rust te krijgen in de wijk en om plekken toekomstbestendig in te richten voor spelen en bewegen van alle leeftijden, waarbij kavel B meer geschikt is voor jongere kinderen. Het is een oplossing voor alle inwoners en gemeente Nuenen neemt haar verlies op bouwinkomsten (bouwkavels krijgen geen woonbestemming). De
24
wijkraad is het eens met deze oplossing. De gemeenteraad stelt het nieuwe bestemmingsplan vast. B3. Verwachtingen Speeltuintje Eeneind Dit proces kent verschillende betrokkenen met verschillende verwachtingen. Hieronder staan enkele: 1. Bij de eerste reactie van de gemeente op het initiatief van een inwoner heeft de wijkraad de verwachting formeel in het proces betrokken te worden. Zij zien zichzelf als belangenbehartiger van alle inwoners van de wijk. Dit geven ze aan in een brief als reactie op voorgenomen splitsing van de oorspronkelijke bouwkavel. De ambtenaren behandelen deze brief als zienswijze. 2. De initiatiefnemer voelt zich niet gehoord door de ambtenaren en door de wijkraad. Later in het proces ervaart hij dit ook bij de wethouder en andere inwoners. Hij verwacht een reactie in gesprekken met verschillende belanghebbenden, die kan leiden tot een in zijn ogen eerlijk proces rondom bestemming van bewuste kavel. 3. Iedereen had de verwachting dat de uitkomsten van de enquête de mening van de wijk zou weergeven en dit zou leiden tot een eenduidige procesaanpak rondom bestemming van kavel(s). 4. De weging van de enquête was vooraf niet helder bij de deelnemers. 5. De betrokkenen (zowel van de gemeente als extern) bekeken het traject vanuit hun eigen perspectief en ervaarden niet dat anderen hun afwegingen altijd begrepen.
25
B4. Conclusie Speeltuintje Eeneind Uit deskresearch en interviews met de diverse betrokken van de organisatie en de bewoners volgen hieronder een aantal conclusies en geleerde lessen. Verwachtingsmanagement o Het ging om een initiatief dat als een participatietraject van de gemeente werd ingevuld. o Aan de voorkant van het participatietraject waren de verwachtingen wisselend en de inhoud en de rollen niet eenduidig. Dit heeft wantrouwen tussen partijen veroorzaakt. o Sommige bewoners wilden meer invloed op inhoud en proces dan ze kregen. Zij ervaarden dat ze hier niet in gehoord werden. o Als er een onderzoek uitgezet wordt, is het van belang vooraf helder te hebben wat er met de uitkomsten wordt gedaan in welk (deel van een) proces. Wat is de weging van de uitkomsten? Wanneer is het representatief en wanneer is het neutraal? o De rol van de wijkraad ten opzichte van de initiatiefnemer schepte verwarring. o Er was geen vertrouwen (meer) in het proces. Inhoud/belangen o Ambtelijk apparaat gaf adviezen op basis van financiële gronden, de gemeenteraadsleden reageerden op wat er speelde in de wijk. o Het ambtelijk apparaat ervaarde dat de gemeenteraad de gevolgen van kavelruil niet voldoende meenamen in hun afwegingen.
Participatieproces o Het proces, de verwachtingen en de rollen rondom een (overheids)participatietraject zijn niet helder bij verschillende partijen (de bewoners, de initiatiefnemer, de gemeenteraad, de wijkraad, het college, maar ook het afdelingshoofd, de projectleider of de beleidsambtenaar). o De ambtenaren en het college had de zorgen kunnen ‘omarmen’ en laten merken dat bewoners gehoord zijn. Dat betekent niet oplossen, maar in ieder geval laten weten dat je weet wat er speelt. o De manier waarop de enquête is opgezet zorgde voor onrust en onduidelijkheden bij verschillende bewoners. o Tussentijds is niet stilgestaan bij het proces en dus niet op de ontwikkelingen ingespeeld. o In een proces kan het ene belang zwaarder meegewogen worden dan het andere belang. Dus voor aanwonenden is het belang anders dan 26
o o o o
voor de rest van de wijk. Maak ‘spelregels’ vooraf helder zijn en maak deze afweging vooraf kenbaar. Houd de bij publieke opinie in beeld en neem dit mee in de informatievoorziening. De architectuur van het proces was niet helder. De initiatiefnemer en andere bewoners van Eeneind hadden veel betrokkenheid, de gemeente had meer kunnen loslaten. Het is belangrijk in beeld te hebben hoe de verhouding tussen overheid en belanghebbenden in het proces is. Monitor dit continue in het proces.
Rollen o Het bewonersinitiatief werd te veel de zaak van de gemeente en de wijkraad. o De gemeenteraad heeft haar rol als volksvertegenwoordiger genomen en is ingegaan op signalen van de initiatiefnemer en de wijkraad. o Er was geen ambtelijke opdrachtgever betrokken, terwijl dit wel politiek was geworden. o De rol van de wijkraad en de initiatiefnemer was niet helder voor de bewoners, dit schepte verwarring. o Er zijn verschillende meningen over de opdrachtgever en de afzender van de enquête. o Binnen de wijkraad ontstond interne onrust door verschillende meningen over dit vraagstuk. o Het is belangrijk dat college concrete afspraken maakt met een wijkraad over samenstelling en rolopvatting. o De rollen en verantwoordelijkheden en procesafspraken zijn niet vooraf helder benoemd en daardoor is daarop niet voldoende gestuurd. o Nieuwe college, nieuwe gemeenteraad en nieuwe overlegstructuur (BOB) geeft kansen om nieuwe afspraken te maken en zo tot interne betere samenwerking te komen op basis van vernieuwd vertrouwen.
27
C1. Algemene aanbevelingen voor bestuur en organisatie gebaseerd op participatietrajecten Nuenen-West en Speeltuintje Eeneind Op basis van de conclusies uit de twee participatietrajecten doen we een aantal aanbevelingen die geschaard zijn onder: rollen, participatieproces, relatiemanagement, verwachtingsmanagement, cultuur en handvatten voor de toekomst. De aanbevelingen zijn onderverdeeld in: ‘bestuur en organisatie’ en bewoners. We spreken in dit stuk van ‘actoren’ als we het over deze en andere belanghebbenden en betrokkenen en in een participatieproces hebben. Als laatste staat een schema met ‘een greep’ uit de suggesties hoe Nuenen op bewonersparticipatie kan doorpakken. Rollen o Bepaal per fase van een participatieproces welke rol de overheid wil of kan hebben bij het betreffende vraagstuk of beleid: loslaten, faciliteren, stimuleren, regisseren of reguleren. o Wees je bewust van je rol (dit geldt voor de ambtenaren, de bestuurders en de bewoners), leg dit goed uit en kijk tussendoor of je nog in die rol acteert. o Bij de vraag om van je rol af te wijken mag het antwoord ook (onderbouwd) ‘nee’ zijn. o Bepaal vooraf goed wat de rol is van de betrokken wethouder en wanneer deze in beeld komt. Soms kan iets ambtelijk opgepakt worden. Als het echt bestuurlijk wordt kan de wethouder zijn/haar rol pakken.
o Voor iedere deelnemer geldt dat het politieke debat plaatsvindt waar het thuis hoort o Maak goede afspraken met de ‘belangenvertegenwoordiger’ of deze echt spreekt in naam van de groep en of deze echt zorgt voor terugkoppeling vanuit en naar de groep. o Begeleid bewoners op maat die niet echt vertrouwd zijn met hun rol in participatieproces, zodat zij ruimte voelen om mee te doen. o Sta een wijkraad bij in een participatieproces o Werk met heldere opdrachten en benoem wie waar verantwoordelijk voor is en spreek elkaar daarop aan. Participatieproces o Ontwerp een zorgvuldig participatieproces per fase, neem tijd om tussentijds te evalueren, het proces te monitoren en bij te stellen waar nodig. o Geef deelnemers uitleg over het participatieproces, wat kunnen ze verwachten: wie is uitgenodigd en waarom, welke ruimte/invloed is er, wat zijn de criteria en spelregels? 28
o Gebruik dezelfde woorden gedurende het proces, zodat iedereen weet waar het proces over gaat. En sluit aan met het verhaal en de taal op de actoren. Zorg ervoor dat alle actoren op het gelijke informatieniveau zijn. o Varieer in communicatie- en participatiemiddelen en ontwerp bijvoorbeeld de (online) bijeenkomsten zo dat er ruimte is voor iedereen om iets te mogen vinden (ook het stille midden). o Zorg voor goede en neutrale procesbegeleiding, iemand die goed kan luisteren maar ook scherp is op het bewaken van het proces. o Als er veel emotie is, hoor dit en geef de zorg van de omgeving een plek in het proces. Maak dat zichtbaar. o Geef op basis van belang iedereen een plek in het proces, ook aan het stille midden. Relatiemanagement o Relatiemanagement is geen ‘onenightstand’. Met andere woorden: relaties moeten onderhouden worden en blijven, ook als de gemeente geen impact heeft op de omgeving. o Start met investeren in de relatie vanaf het begin van een participatieproces en leer de geschiedenis van wijken/buurten/bewoners kennen, die vaak ook de grondhouding van deze actoren bepaalt. o Blijf ook buiten de bestaande formele participatietrajecten continu werken aan de samenwerking en cultuur in Nuenen ‘binnen en buiten’. o Relatiemanagement gaat uit van zoveel mogelijk gelijkwaardig in een proces handelen.
Dat betekent dat iedereen gelegenheid krijgt om mee te doen vanuit hetzelfde informatieniveau. o Maak met elk nieuw participatieproces een frisse start met deelnemers, maak heldere nieuwe afspraken, leg deze vast en kom deze na. Verwachtingsmanagement o Maak aan de voorkant helder: de kaders, de afgesproken spelregels en de belangen en de rollen van alle actoren, die betrokken zijn. o Blijf verwachtingen gedurende het proces monitoren en waar nodig bijstellen vanuit de gekozen rol. o Wees transparant over het proces en de inhoud. Maak inzichtelijk waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. Cultuur o Doe geen toezeggingen buiten de formele trajecten om. o Tegenkracht/tegenspraak is nodig, zowel intern (bijvoorbeeld tussen college en gemeenteraad) als naar de externe omgeving. o De nieuwe overlegstructuur BOB met de gemeenteraad kan helpen om bestaande patronen in (participatie)processen te doorbreken. 29
Handvatten voor de toekomst o Stel een participatieleidraad op, dat de ambtelijke organisatie, het bestuur en de bewoners en ondernemers helderheid biedt. o Werk met 1 werkwijze (zie bijlage 3 Factor-P en/of bijlage 4 Factor-C) die tools biedt aan de organisatie, het bestuur en de bewoners. Biedt daarnaast ook ondersteuning bij het opstellen van participatieplannen. o Werk omgevingsbewust en wendbaar (agile). Kijk per mijlpaal terug op het pad dat tot dat moment gelopen is en stel het proces bij waar nodig.
C2. Aanbevelingen voor bewoners Hieronder volgen enkele aanbevelingen voor bewoners die deelnemen aan een participatieproces. o Blijf in gesprek met de gemeente. o Vraag om helderheid over het proces. o Maak je belangen en zorgen kenbaar en geef ook ruimte aan anderen die mogelijk een ander belang hebben. o Heb geduld en vertrouwen, processen bij de overheid gaan vaak langzamer, dat heeft vaak ook met procedures te maken die moeten worden gevolgd (dat is wettelijk zo bepaald). o Geef de gemeente de ruimte om te leren om dit soort processen met bewoners beter te doen. Geef elk proces weer een nieuwe kans. o Maak het niet te politiek. Korte lijnen met de politiek kunnen voordelen hebben maar zeker ook nadelen. o Blijf zichtbaar in contact met je achterban en benut daarbij de communicatiemomenten en plekken die voor de hand liggen. o Leg je positie uit aan de gemeente en andere deelnemers aan het participatieproces en jouw achterban. o Als participant moet soms concessies doen en niet alleen het eigen belang vertegenwoordigen. Maak je dilemma’s zichtbaar in je belangenafweging. o Vraag soms ondersteuning van de gemeente om jouw rol te kunnen vervullen naar de achterban. o Probeer met de gemeente niet alleen op inhoud te praten, vraag ook aandacht voor hoe het gaat (het proces).
o Het is niet vanzelfsprekend dat in een volgende fase van het project dezelfde inwoners uit de wijk actief zullen zijn. o Maak helder wat je bijdrage aan het proces kan zijn. o Blijf nieuwsgierig naar de ander en naar de informatie die je nodig hebt om tot een verhaal te komen.
30
D. Greep uit de suggesties In onderstaand schema staan per aanbeveling een greep uit de suggesties die we doen om Nuenen verder te brengen in participatie. Aanbevelingen voor bestuur en organisatie
Suggesties hoe het aan te pakken
Rollen
o Het is van belang dat de overheid zich bewust is van de rol in een participatieproces of bij een initiatief. Dit kan per fase wisselen. o Het helpt om de Cascade in processen er af en toe bij te halen om bewust zijn van de rollen, het opdrachtgeverschap en opdrachtnemersrol (zie bijlage 2). o Bespreek alle rollen met de actoren in alle fasen van het participatieproces. o Help bewoners en ondernemers in hun rol in een participatieproces, maar ook als belangenvertegenwoordiger.
Communicatie over het participatieproces
o Maak voorafgaand aan de start van het traject een kernverhaal met de diverse collega’s die er nu of later bij betrokken zijn. o Zorg voor kernelementen die aansluiten bij de vragen, zorgen en wensen die leven bij de diverse belanghebbenden uit de omgeving. o Stel de boodschap bij gedurende het proces.
Participatieproces
o Maak per project of beleid met impact een participatieplan volgens de aanpak Factor-P (zie bijlage 3). o Tuig een passend proces op, niet groter dan nodig, maar wel zorgvuldig. o Neem de tijd, want goede preparatie voorkomt reparatie. o Geen participatie als er geen ruimte is, dan alleen communicatie. o Betrek intern de juiste collega’s en de betrokken bestuurder. o Bepaal de ruimte per belanghebbende en maakt dit transparant.
Relatiemanagement
o Heb contact met de bewoners, ook als er op dat moment ‘niets’ speelt of wanneer zaken goed gaan. 31
o Doe wat je zegt en zeg wat je doet, dat schept vertrouwen. o Heb de netwerken van het college en de ambtelijke organisatie in beeld, deel dit en vertel elkaar wanneer je daar mee in contact bent. Verwachtingsmanagement