RV Vaststelling Bp Nuenen-NW, herziening Johan Frisostraat ong - Bijlage 1 Toelichting en bijlagen
Tekst van het document
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Artikel 4 4.1
Waarde - Archeologie middelhoog
Bestemmingsomschrijving
4.1.1 De voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen. 4.1.2 Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 10.2. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen welke betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie middelhoog', dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 4.2.2 Toepassingscriteria Het bevoegd gezag verleent de omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend indien naar hun oordeel uit het rapport als bedoeld in artikel 4.2.1 genoegzaam blijkt dat: a. er geen archeologische waarden zijn te verwachten of kunnen worden geschaad; b. dan wel nadat door nader archeologisch onderzoek de aanwezige archeologische waarden zijn veilig gesteld; c. schade door de bouwactiviteiten kan worden voorkomen of zoveel mogelijk kan worden beperkt door het in acht nemen van aan de vergunning verbonden voorschriften. 4.2.3 Voorschriften aan vergunning In de situatie als bedoeld in artikel 4.2.2 onder b, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan een omgevingsvergunning voor het bouwen verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 4.2.4 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 4.2.1, 4.2.2 en 4.2.3 is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; f. een bouwwerk met een oppervlakte kleiner dan 2500 m²;
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
22
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd g. een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan 30 centimeter en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst, of; h. een bouwwerk dat uitsluitend voor archeologisch onderzoek is bestemd, waarvan de bouwhoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen. 4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ophogen, ontginnen, tot een diepte van meer dan 30 centimeter en het aanleggen van drainage op een grotere diepte dan 30 centimeter; b. heiwerkzaamheden en het op een of andere wijze indrijven van (scherpe) voorwerpen in de bodem; c. het verlagen of verhogen van het waterpeil; d. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur tenzij zulks noodzakelijk is voor of verband houdt met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f.
het aanbrengen of verwijderen van diepwortelende beplantingen; g. het graven of dempen van sloten, watergangen, vijvers of vaarten; h. het tot stand brengen en of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; i. het aanleggen of verbreden/verharden van wegen, voet-, of fietspaden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 4.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 4.3.1 is niet van toepassing op: a. normale onderhoudswerkzaamheden; b. werken of werkzaamheden van ondergeschikte betekenis; c. werken of werkzaamheden in het kader van het normale bodemgebruik; d. werken of werkzaamheden die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn of krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing of anderszins mogen worden uitgevoerd; e. worden uitgevoerd voor het realiseren van een bouwwerk waarop artikel 4.2 van toepassing is; f. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2500 m²; g. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; h. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd.
4.3.3 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, als bedoeld in artikel 4.3.1 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. 4.3.4 Toepassingscriteria De werken of werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien door die werken of werkzaamheden dan wel door de daarvan hetzij direct hetzij indirect te verwachten gevolgen voor de in artikel 4.1 genoemde waarden en doeleinden niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor herstel van de bedoelde waarden, niet wezenlijk worden of kunnen worden verkleind. 4.3.5
Voorschriften aan vergunning
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd In de situatie als bedoeld in artikel 4.3.4, kan het bevoegd gezag de volgende voorschriften aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; d. indien sub c van toepassing is, een regeling omtrent de gevolgen bij vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden. 4.4
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en Wethouders kunnen de bestemming wijzigen door de bestemming 'Waarde Archeologie middelhoog', als bedoeld in 4.1 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
24
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Artikel 6 6.1
Algemene bouwregels
Ondergronds bouwen
Kelders zijn uitsluitend toegestaan onder hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen. 6.2
Dakkapellen
Een dakkapel is als ondergeschikte toevoeging aan het dakvlak toegestaan, en verhoogt de goothoogte niet, mits deze voldoet aan de volgende voorwaarden: a. De afstand van de dakkapel tot iedere dakrand mag niet minder bedragen dan 0,5 m; b. Bij plaatsing op een zijdakvlak mag de afstand tot het voorerf niet minder bedragen dan 1 m. c. Bij meerdere dakkapellen/dakramen mag de tussenruimte niet minder bedragen dan 1 m. d. Per woning mag het aantal dakkapellen op het betreffende dakvlak niet meer bedragen dan 2. e. De dakkapel wordt plat afgedekt. Bij een dakhelling groter dan 45° is een aangekapte dakkapel toegestaan met een minimale dakhelling van 25º. f. Voor plat afgedekte dakkapellen gelden de volgende regels: 1. De hoogte mag niet meer bedragen dan 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak met een maximum van 1,5 m. 2. De breedte mag in totaal niet meer bedragen dan 50% van de breedte van het dakvlak; g. Voor aangekapte dakkapellen gelden de volgende regels: 1. De afstand tussen de voet van de dakkapel en de gootlijn van de dakkapel mag niet meer bedragen dan 0,9 m; 2. De totale hoogte mag niet meer bedragen dan 50% van de in het verticale vlak geprojecteerde hoogte van het dakvlak; 3. De breedte mag in totaal niet meer bedragen dan 50% van de breedte van het dakvlak.
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
26
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Gebruiksverbod
Het is verboden de gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de gegeven bestemming(en). 7.2
Verboden gebruik
Onder gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; c. straatprostitutie; d. de plaatsing van kampeermiddelen of andere onderkomens, niet zijnde een bouwwerk in de zin van de Woningwet, een en ander met uitzondering van een normaal gebruik overeenkomstig de bestemming.
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
10%-regeling
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale maten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en percentages tot maximaal 10% van die maten en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt wanneer reeds op grond van deze regels een andere ontheffing is of kan worden verleend en mits dit geen onevenredige inbreuk maakt op het woon- en leefklimaat en/of de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving.
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
28
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Artikel 9 9.1
Algemene wijzigingsregels
Verschuiven bestemmingsgrenzen
Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen voor het in geringe mate, tot maximaal 2,00 meter, verschuiven van de bestemmingsgrenzen, mits dit noodzakelijk is, in verband met afwijkingen of onnauwkeurigheden op de kaart ten opzichte van de feitelijke situatie, voor zover daarmee wordt beoogd een zo goed mogelijke overeenstemming tussen het plan en de werkelijke toestand te bereiken.
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
29
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Artikel 10 10.1
Overige regels
Wettelijke regelingen
Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, dienen deze regelingen te worden gelezen, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 10.2
Voorrangsregels
10.2.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming, met name aan de orde bij wijzigingsbevoegdheden, gaat het belang van de dubbelbestemming voor.
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
30
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
31
bestemmingsplan Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan " Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd".
bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" (vastgesteld)
32
Verbeelding Bestemmingsplan 'Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd' Legenda !
!
!
!
!
Plangebied
¯
Bestemmingen
W Wonen E E E WR-A Waarde - Archeologie middelhoog E E E
Aanduidingen
[bg] 3,5 8
Bouwvlak bijgebouwen maximale goothoogte, maximum bouwhoogte hoofdgebouw
!
!
!
!
!
! ! ! E! E ! E !E E E E !E E E E
!
E E E E E E E E E E E WR-A 6,5 E E E E E[bg]E E E E E E 10 E E E WE E E E E E E E !
!
!
!
!
!
!
!
E E E E E E E E E E E
Bestemmingsplan
E E E E E E E E E E E
IMRO idn.
: NL.IMRO.0820. BPNuenNWherzJFriso-C001
Status Datum Schaal Formaat
0
Het Kadaster
10
: Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd
: Vastgesteld : Juli 2023 : 1:1.000 : A4
20
40 Meters
Asbestinventarisatie rapport conform certificatieschema procescertificaat asbestinventarisatie
Projectnummer
: 22-5671XM.2
Bouwwerk / object
: De serre met kelder en zwembad met bijgebouw
Locatie
: Mauritsgaarde 2 5671XM Nuenen
Datum van uitvoering
: 19 mei 2022
Datum rapportage
: 24 mei 2022
Geldigheid van rapportage
: 3 jaar na autorisatie
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
Inhoudsopgave 1.
Titelblad ................................................................................................................................................... 3
2.
Samenvatting ........................................................................................................................................... 4
3.
Resultaten vooronderzoek ........................................................................................................................ 6
4.
Conclusie en aanbevelingen ...................................................................................................................... 7
5.
Onderzoek en methode ............................................................................................................................ 8
Bijlage 1
Tekening ....................................................................................................................................... 9
Bijlage 2
Overzicht onderzochte materialen ............................................................................................... 10
Tabel 1: rapport revisie tabel
Versie
Omschrijving
Datum
V1
Rapport serre met kelder en het zwembad met bijgebouw
24 mei 2022
De laaste versie is de geldende versie, voor vragen omtrent de geldigheid van dit rapport kunt u zich wenden tot CSI Asbestinventarisatie. Uw vraag kunt u per e-mail stellen via info@csiasbestinventarisatie.nl onder vermelding van ons projectnummer en uw specifieke vraag.
Het rapport is alleen geldig in volledig kleurenformaat incl. bijlagen, tekeningen en foto’s. Wij rapporteren alleen aan de opdrachtgever, indien derden informatie willen wordt dit alleen na schriftelijke bevestiging van de opdrachtgever verstrekt.
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
2
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
1.
Titelblad
Opdrachtgever
: Ton Beks B.V. Refelingse Heide 1 5674 TC Nuenen
Projectnummer
: 22-5671XM.2
Locatie
: Mauritsgaarde 2 5671XM Nuenen
Reikwijdte uitgevoerd onderzoek
Gehele bouwwerk of gehele object Gedeelte van bouwwerk of gedeelte van object Bouwwerk of object en het gebied rondom het bouwwerk of object Uitsluitend het gebied rondom het bouwwerk of het object
Geschiktheid uitgevoerd onderzoek
Geschikt voor uitsluitend de verwijdering van in dit rapport genoemde asbesthoudende materialen Geschikt voor renovatie zonder de bouwkundige integriteit aan te tasten Geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop Niet geschikt voor asbestverwijdering, risicobeoordeling noodzakelijk
Inventarisatiebureau CSI Asbestinventarisatie A. Bovenkampweg 3, 5406TW Uden E. info@csi-asbestinventarisatie.nl SCA-code Uitgevoerd door DIA DIA nummer
T. 0413-253520 I. www.csi-asbestinventarisatie.nl
: 07-D070048.01 : Dhr. M. van der Zanden : 51E-070619-511157
Autorisatie Technische eindverantwoordelijke:
Naam en certificaatnummer:
Dhr. C. Schutte 04E-110422-140818 Datum interne autorisatie:
24 mei 2022
LAVS Projectcode Activeringscode
: LAVS-ASBEST-1466176 : a6b84b45-55fd-4946-bde8-a536311a18b1
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
3
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
2.
Samenvatting
Omschrijving opdracht: Er is in opdracht van Ton Beks B.V. een inventarisatie uitgevoerd voor de serre met kelder en zwembad met bijgebouw aan de Mauritsgaarde 2 te Nuenen. De inventarisatie is op 19 mei 2022 uitgevoerd door Dhr. M. van der Zanden (DIA nr.: 51E-070619511157). Het betreft het inventariseren van de serre met kelder en het zwembad met bijgebouw voor aanvang van sloopwerkzaamheden. Tijdens de inventarisatie zijn geen asbesthoudende en asbestverdachte toepassingen waargenomen. Tabel 2
Bron nr.
Bronnaam
Locatie
Afmeting
Risicoklasse
Er zijn geen bronnen geconstateerd Afmetingen zijn altijd bij benadering
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
4
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
Reikwijdte asbestinventarisatie: De serre met kelder en het zwembad met bijgebouw zijn geïnventariseerd en het bijbehorende gebied is conform art. 19.1 van het Certificatieschema voor het Procescertificaat Asbestinventarisatie onderzocht. De serre met kelder zijn aan de woning gebouwd in 2001 en hierdoor niet inventarisatieplichtig. De bouwtekeningen uit 2001 zijn op locatie ingezien. Het zwembad met bijgebouw zijn origineel gebouwd in 1974 en in 1998 zijn deze geheel gerenoveerd en opnieuw opgebouwd. Het zwembad en het bijgebouw zijn gemetseld en de vloeren zijn van beton. Aan het bijgebouw zit een afdak met NT-golfplaten. Het zwembad is voorzien van zwembadfolie. Het bijgebouw heeft een plat dak met houten dakbeschot op een houten balklaag. Het moderne dakleer is aangebracht op harde PUR isolatieplaten. De kozijnen en deuren zijn gemaakt van hout en ook enkele binnenwanden zijn gemaakt van hout. De keramische tegels zijn gezet en gelegd in de specie en het riool en zuiveringssysteem van het zwembad zijn uitgevoerd in PVC. In het bijgebouw hangt een moderne cv-ketel en de ventilatie bestaat uit PVC dak doorvoeren.
Geschiktheid asbestinventarisatie: Het rapport is geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop van de serre met kelder en zwembad met bijgebouw.
Bestaat er een redelijk vermoeden tot verborgen asbesthoudende materialen welke alleen middels het uitvoeren van destructieve onderzoekshandelingen in kaart gebracht kunnen worden.
Nee, er bestaat geen vermoeden tot verborgen asbesthoudende materialen met betrekking tot deze inventarisatie Ja, aanvullend onderzoek voorafgaand aan sloop of renovatie is noodzakelijk.
Het asbestonderzoek is gebaseerd op een grote mate van kennis en ervaring binnen CSI Asbestinventarisatie en wordt met de grootste nauwkeurigheid uitgevoerd. Desondanks kan niet volledig worden uitgesloten dat, bij verbouwwerkzaamheden (of eventuele sloop) van het geïnspecteerde gebouw of de installaties, asbesthoudende elementen worden aangetroffen welke wegens constructieve ontoegankelijkheid niet zijn aangetoond. Ook is niet iedere asbesthoudende toepassing is in het verleden in het bestek of op tekening aangegeven. Voorbeelden zijn: • stelplaatjes in/onder (tussen)wanden of onder de opstal(len)/woningen/gebouwen; •
asbesthoudend materiaal in/onder vloeren en funderingen en asbesthoudende waterleidingen en riolering onder het pand;
•
asbesthoudend materiaal tijdens de sanering achter of in eerder aangetroffen asbesthoudende bronnen;
•
materialen in technische en elektrische installaties welke in werking zijn dan wel onder spanning staan of lijken te staan, gassen kunnen bevatten of onderdeel uitmaken van de elektriciteitsvoorziening en telecommunicatie dan wel installaties waarvoor deskundigheid is vereist anders dan vermeld in het processchema asbestinventarisatie.
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
5
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
3.
Resultaten vooronderzoek
Tabel 3 Inspanningen geleverd met betrekking tot vooronderzoek Heeft de opdrachtgever het intakeformulier voorafgaand aan het onderzoek zo volledig mogelijk ingevuld en geretourneerd
Nee, opdracht telefonisch besproken.
Zijn er tekeningen beschikbaar
Nee
Welke relevante informatie kan er uit de beschikbare tekeningen worden gehaald
n.v.t.
In welk jaartal of welke periode is het te inventariseren bouwwerk, object of de installatie gebouwd
Serre met kelder in 2001 en zwembad met bijgebouw in 1974
Interview Gesproken met
Opdrachtgever.
Bevindingen
De serre met kelder en het zwembad met bijgebouw zullen gesloopt gaan worden.
Overige verkregen informatie, verkregen door o.a. intakeformulier Zijn er eerdere asbestinventarisaties uitgevoerd
Nee
Welke relevante informatie kan er uit eerder opgestelde inventarisatierapporten worden gehaald
n.v.t.
Zijn er in het verleden asbesthoudende materialen uit het bouwwerk, object of de installatie verwijderd
Onbekend.
Hebben er in het verleden verbouwingen of renovaties plaatsgevonden
Ja, in 1998 is het gehele zwembad en het bijgebouw gerenoveerd en opnieuw opgebouwd.
Overige geraadpleegde bronnen
BAG Viewer, Google Maps.
Door het aangaan van de opdracht hebben wij onszelf verplicht de overeengekomen werkzaamheden met de nodige zorg en vakmanschap uit te voeren. Het te bereiken resultaat is niet uitsluitend afhankelijk van de inspanning van ons, maar ook van factoren die buiten onze invloedssfeer liggen. CSI Asbestinventarisatie is alleen verantwoordelijk voor haar eigen uitgevoerde activiteiten en niet aansprakelijk voor een andere werkwijze bij het verwijderen van eventueel asbesthoudend materiaal dan is beschreven in dit rapport of in de bijlage welke als onderdeel zijn van de rapportage. Vervolgwerkzaamheden zoals sloop en/of renovatie behoren niet tot de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van CSI Asbestinventarisatie.
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
6
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
4.
Conclusie en aanbevelingen
Naar aanleiding van deze inventarisatie is er geen reden voor een aanvullend onderzoek. In het onderzoeksgebied van deze asbestinventarisatie zijn geen andere asbestverdachte/ asbesthoudende toepassingen aangetroffen.
Opmerkingen: • De locatie was tijdens het onderzoek in gebruik als opslag. • Er is destructief onderzoek uitgevoerd bij het bijgebouw.
Aanbevelingen Tijdens de inventarisatie zijn er geen asbesthoudende materialen aangetroffen. Hierdoor hoeft er geen asbestsanering uitgevoerd te worden en kunnen de aangegeven verbouwing en/of renovatiewerkzaamheden gestart worden. Voorafgaand aan sloopwerkzaamheden zal er wel eerst een sloopmelding ingediend moeten worden.
WET- EN REGELGEVING. De volgende wetgevingen, of delen zijn van toepassing: •
Asbest verwijderingsbesluit dec. 2005, Staatscourant 704;
•
Asbestbesluit Arbeidsomstandighedenwet juli 2006, Staatscourant 348;
•
Bouwbesluit 2012 en Arbeidsomstandighedenwet;
•
Het Certificaatschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering;
•
Burgerlijk Wetboek;
•
Woningwet;
•
Wet Milieubeheer.
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
7
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
5.
Onderzoek en methode
Fase 1 Via een globale schouwing wordt een idee verkregen van de actuele en globale staat van het gebouw (dit kan ook reeds in offertestadium zijn uitgevoerd) Beoordeeld wordt of het deskresearch of ontvangen tekeningen overeenkomen met de huidige staat; zo niet, dan wordt dit aangepast in deze fase. Wanneer er twijfel bestaat over de geschiktheid van het object voor inspectie, of wanneer het object niet voldoet aan de vooraf opgegeven kenmerken, wordt eerst contact opgenomen met de klant alvorens tot inventarisatie over te gaan. Tekent elke afwijking van het onderzoeksplan aan in het onderzoeksplan, met opgaaf van reden. Fase 2 Middels een systematische volgorde van doorlopen van het gebouw (bijv. boven naar beneden) worden alle ruimten geschouwd. Elke geschouwde ruimte wordt op tekening aangevinkt. Asbestverdachte materialen worden aangegeven op tekening en in het werkplan ingevoerd. Hoeveelheden, bereikbaarheid, staat worden vastgelegd en de lokale omstandigheden als bijv. “het in gebruik zijn van de ruimte” of ontoegankelijkheid ervan. Ondersteuning van visuele waarneming wordt gedaan m.b.v. foto’s van voldoende kwaliteit. Fase 3 Bemonsteringsplan wordt opgesteld op basis van bereikbaarheid en veiligheid.
Tijdens monstername van asbestverdachte materialen zijn door de monsternemer persoonlijke beschermingsmiddelen gedragen en is, indien nodig, gebruik gemaakt van een stofzuiger, welke is voorzien van een Hepafilter. Alle door CSI Asbestinventarisatie genomen materiaalmonsters worden conform NEN5896 geanalyseerd door een geaccrediteerd laboratorium. Alle bemonsterde locaties worden ingekapseld ter voorkoming van asbestemissie. De risicoklasse-indeling vindt plaats middels het SMART systeem. Fase 4 Na een volledig beeld te hebben van de situatie op asbestgebied wordt een nacontrole uitgevoerd of materialen voldoende gefixeerd zijn en geen emissie veroorzaken t.g.v. bemonstering. Beoordeeld wordt of hoeveelheden juist zijn vastgesteld en er geen ruimten zijn overgeslagen. Beperkingen worden bepaald als ontoegankelijkheid, bereikbaarheid, gebruik van de ruimte. Fase 5 Indien de opdrachtgever of gebruiker aanwezig is wordt aangegeven wat er op dat moment bekend is op basis van visuele waarneming en ervaring waarbij de kwaliteit van de opgedragen inventarisatie conform het kwaliteitssysteem wordt gecontroleerd. Afspraken omtrent rapportage of verdere gang van zaken worden aangetekend. Mogelijke blootstelling aan asbest wordt, indien van toepassing, aangegeven.
Veiligheid staat bij ons hoog in het vaandel en voeren onze werkzaamheden met inachtneming van de eigendommen van de opdrachtgever uit.
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
8
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
Bijlage 1
Tekening
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
9
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
Locatie onderzochte serre met kelder, zwembad en bijgebouw
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
Bovenaanzicht perceel
Schaal: 0m 15m 30m Maten controleren in het werk. Er kunnen geen rechten aan deze tekening worden ontleend.
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
Bijlage 2
Overzicht onderzochte materialen
Projectnummer: 22-5671XM.2
Pagina
10
RAPPORTNUMMER: R22-5671XM.2_Asbest_V1
Onderzochte zwembad
Moderne Cv-ketel
Keramische tegels in specie
Nt-golfplaat afdak aan het bijgebouw
Houten boeiboord
Spouwstrook DPC-folie
Binnenwanden van hout
Serre met kelder gebouwd in 2001
Rapport
verkennend bodemonderzoek Johan Frisostraat ong. te Nuenen
Projectnaam Projectnummer
Johan Frisostraat ong. te Nuenen B3058
Opdrachtgever Postadres
Dhr Bonnier Mauritsgaarde 2 5671 XL Nuenen Dhr Bonnier
Contactpersoon Status Versie
Definitief 1
Aantal pagina’s Datum
9 (exclusief bijlagen) 6 september 2022
Samenstelling rapport en kwaliteitscontrole
dhr. M. Gloudemans
Paraaf
Bezoekadres Postcode en plaats Telefoon e-mail internet
Jekschotstraat 12 5465 PG Veghel 0413 287068 info@bodem-inzicht.nl www.bodem-inzicht.nl
Inhoudsopgave 1 INLEIDING ................................................................................................................................................................. 3
2
3
4
5
1.1
Algemeen ................................................................................................................................................................ 3
1.2
Aanleiding en doel van het onderzoek.................................................................................................................... 3
1.3
Partijdigheid ............................................................................................................................................................ 3
1.4
Opbouw van het rapport ........................................................................................................................................ 3
VOORONDERZOEK .................................................................................................................................................... 4 2.1
Beschrijving onderzoekslocatie ............................................................................................................................... 4
2.2
Voormalig en huidig gebruik van de locatie ............................................................................................................ 4
2.3
Toekomstig gebruik................................................................................................................................................. 4
2.4
Beschikbare onderzoeksgegevens .......................................................................................................................... 4
2.5
Bodem- en geohydrologische gegevens ................................................................................................................. 5
2.6
Terreinverkenning ................................................................................................................................................... 5
2.7
Conclusie vooronderzoek en hypothese ................................................................................................................. 5
2.8
Onderzoeksstrategie ............................................................................................................................................... 5
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..................................................................... 6 3.1
Veldwerkzaamheden .............................................................................................................................................. 6
3.2
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .......................................................................................................... 6
3.3
Meetgegevens grondwater ..................................................................................................................................... 6
3.4
Analyse en monsterselectie .................................................................................................................................... 6
3.5
Geselecteerde grondmonsters en analysepakket ................................................................................................... 6
3.6
Overzicht grondwatermonsters en analysepakket ................................................................................................. 7
RESULTATEN ............................................................................................................................................................. 8 4.1
Toetsingskader ........................................................................................................................................................ 8
4.2
Analyseresultaten grondmonsters en interpretatie................................................................................................ 8
4.3
Analyseresultaten grondwatermonsters en interpretatie ...................................................................................... 8
CONCLUSIES EN ADVIES ............................................................................................................................................ 9
BIJLAGEN Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 1a: foto’s onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatietekening met boorpunten Bijlage 3: Boorprofielbeschrijvingen Bijlage 4: Getoetste tabellen grond en grondwater Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: veldwerkrapportage
rapport B3058 Johan Frisostraat ong. te Nuenen
2
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van Dhr Bonnier te Nuenen heeft Bodeminzicht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel Johan Frisostraat ong. te Nuenen (gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten). 1.2
Aanleiding en doel van het onderzoek
Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen bouw van een woning. Het doel van het onderzoek is het bepalen van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. 1.3
Partijdigheid
Bodeminzicht en partijen die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van dit rapport hebben op geen enkele wijze een relatie met de opdrachtgever en zijn geen belanghebbenden bij de onderzochte locatie. Bodeminzicht garandeert hiermee derhalve dat een volledig onafhankelijk en onpartijdig onderzoek is uitgevoerd. 1.4
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Uitgevoerde werkzaamheden (hoofdstuk 3) De resultaten van het onderzoek (hoofdstuk 4) Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 5)
rapport B3058 Johan Frisostraat ong. te Nuenen
3
2
VOORONDERZOEK
De NEN 5725 (versie oktober 2017) beschrijft de werkwijze voor het uitvoeren van het vooronderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van verontreinigingen in en de verwachte milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem. Daarnaast dient het milieuhygiënisch vooronderzoek als basis voor de hypothese over veld- en laboratoriumonderzoek. Hierbij zijn de volgende bronnen geraadpleegd: A. opdrachtgever B. Het milieu-archief van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten C. Kadastrale kaarten D. Topografische kaarten (topotijdreis) E. Grondwaterkaarten F. Omgevingsrapportage Brabant Noord G. Locatiebezoek 2.1
Beschrijving onderzoekslocatie
adres onderzoekslocatie kadastrale gegevens oppervlakte ligging onderzoekslocatie huidige functie
Johan Frisostraat ong. te Nuenen Gemeente Nuenen sectie D nummer 4940 250 m² Binnen de bebouwde kom De onderzoekslocatie maakt momenteel deel uit van de tuin bij Mauritsgaarde 2. Binnen de onderzoekslocatie is sprake van een tuin met zwembad en een bijgebouw. Het bijgebouw is opgetrokken uit bakstenen en voorzien van bitumen dak.
beschrijving bebouwing/inrichting beschrijving maaiveld omgeving
2.2
Voormalig en huidig gebruik van de locatie
voormalig gebruik locatie algemeen
(sloot-)dempingen ophogingen voormalige bebouwing bodembedreigende activiteiten, opslagtanks en opslag bodembedreigende stoffen
2.3
De locatie is in gebruik geweest als landbouwgrond. In de jaren ’80 wordt het gebied ontwikkeld voor woningbouw. De woning op het adres Mauritsgaarde 2 wordt in 1982 opgericht, sindsdien is de onderzoekslocatie in gebruik als tuin. Begin jaren ‘90 wordt het zwembad aangelegd en het bijgebouw opgericht. Het bijgebouw is in gebruik als garage, opbergruimte en technische ruimte. nee nee nee nee
Toekomstig gebruik
bestemming bodembedreigende activiteiten opslagtanks opslag bodembedreigende stoffen 2.4
Het maaiveld is deels onverhard en deels verhard met klinkers en tegels. noord Woning en tuin Johan Frisostraat 2 oost Openbare weg Johan Frisostraat en woningen zuid Woning en tuin Mauritsgaarde 2 west Woningen en tuinen
De bestemming blijft ongewijzigd, beoogd wordt een woning op te richten. nee nee nee
Beschikbare onderzoeksgegevens
onderzoek op locatie onderzoek in directe omgeving
Er zijn geen bodemonderzoeken verricht op de locatie. In 2016 is een verkennend bodemonderzoek verricht door Archimill (kenmerk 3161R001-2) op het adres Voirt 55, ten noorden van onderhavige onderzoekslocatie. 700 m² tuin/groenstrook is onderzocht in het kader van aanvraag van een aanvraag omgevingsvergunning bouwen, op basis van het vooronderzoek is de locatie als onverdacht beschouwd. uit de analyseresultaten blijkt de zintuiglijk schone bovengrond licht verontreinigd met PCB’s, het grondwater is licht verontreinigd met barium, kwik en nikkel. Hoewel de hypothese ‘onverdacht’ formeel
rapport B3058 Johan Frisostraat ong. te Nuenen
4
dient te worden verworpen, bestaat er geen belemmering voor de bouwplannen. 2.5
Bodem- en geohydrologische gegevens
deklaag eerste watervoerend pakket diepte freatisch grondwater stromingsrichting 2.6
Bodemopbouw fijn tot matig grof zand. Plaatselijk komt leem, klei en veen voor. matig tot zeer grove grindrijke zanden, met plaatselijk een kleilaag. hydrologie 1,50-2,00 m-mv
Nuenengroep
0-24 m-mv
Formatie van Sterksel/Veghel
24-94 m-mv
noordwestelijk
Terreinverkenning
Voorafgaand aan het eerste veldwerk is de onderzoekslocatie geïnspecteerd. Bij de rondgang zijn geen bijzonderheden geconstateerd. 2.7
Conclusie vooronderzoek en hypothese
Uit het verrichte vooronderzoek zijn geen (voormalige) potentiële bronnen vastgesteld die bodemverontreiniging tot gevolg kunnen hebben. Vanuit de directe omgeving wordt geen beïnvloeding verwacht op de bodemkwaliteit. In de omgeving worden zware metalen in het grondwater aangetroffen (natuurlijke achtergrondwaarde). De bodem binnen de onderzoekslocatie wordt op voorhand niet als asbestverdacht beschouwd. Er is geen sprake van bodemvreemde lagen. Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL, tabel 3.1). 2.8
Onderzoeksstrategie
De NEN 5740+A1 (versie april 2016) beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging. (deel)-locatie opperstrateboringen tot analyses vlakte gie 0,5 m-mv 2,0 m-mv peilbuis (m²) bouwlocatie 250 ONV-NL 2 1 1 1 standaardpakket bovengrond 1 standaardpakket ondergrond 1 standaardpakket grondwater
rapport B3058 Johan Frisostraat ong. te Nuenen
5
3
UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Veldwerkzaamheden
verricht onder procescertificaat BRL SIKB 2000 conform protocol 2001 ja datum 21 juli 2022 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 afwijkingen bijzonderheden conform protocol 2002 ja datum 30 augustus 2022 veldmedewerker(s) M. Gloudemans, Bodeminzicht certificaat EC-SIK-20303 afwijkingen bijzonderheden • In bijlage 2 is de plaats van de meetpunten in de situatietekening opgenomen. • Voor de gedetailleerde boorprofielbeschrijvingen per boring wordt verwezen naar bijlage 3. • In bijlage 6 zijn de veldwerkrapportages opgenomen 3.2
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
Tijdens het verrichten van veldwerk zijn geen bijmengingen aangetroffen in de bodem die duiden op verontreinigend (menselijk) ingrijpen zoals een visuele bijmenging of andere zintuigelijke bevindingen. 3.3
Meetgegevens grondwater
peilbuisnummer
filterdiepte grondwaterstand zuurgraad EC troebelheid (m-mv) (m-mv) (pH) (µS/cm) (NTU) 1 3,00 - 4,00 2,62 5,2 420 17,4 De gemeten waardes worden niet als afwijkend beschouwd voor de regio en geven geen indicatie voor de aanwezigheid van verontreinigingen in het grondwater. Tijdens de monsterneming van het grondwater zijn zintuiglijk geen bijzonderheden waargenomen die zouden kunnen duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Opgemerkt wordt dat de troebelheid in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 hoger is dan de waarde die voor grondwater als normaal wordt geacht (< 10 NTU). Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de concentratie van matig/slecht oplosbare organische parameters. 3.4
Analyse en monsterselectie
De analyses van de grond- en grondwatermonsters geven informatie over de feitelijke aanwezigheid en concentraties van onderzochte stoffen of groepen stoffen. De chemische analyses zijn uitgevoerd volgens het door de door de Raad voor Accreditatie (RvA) geaccrediteerde laboratorium Al-West B.V. in Deventer. Het laboratorium werkt volgens de meest van toepassing zijnde normen van het Nederland Normalisatie Instituut (NNI). 3.5
Geselecteerde grondmonsters en analysepakket
omschrijving analyse- traject deelmonsters analysepakket1 monster (m -mv) Bovengrond BG1 0,00 - 0,50 1 (0,00 - 0,50) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000) 3 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) Als gevolg van de analyseresultaten van BG1 is aanvullend onderzoek verricht op de deelmonsters uit het mengmonster 1-1 0,00 - 0,50 1 (0,00 - 0,50) Metalen (9) standaardpakket incl. destructie (AS3000) 3-1 0,00 - 0,50 3 (0,00 - 0,50) Metalen (9) standaardpakket incl. destructie (AS3000) 4-1 0,00 - 0,50 4 (0,00 - 0,50) Metalen (9) standaardpakket incl. destructie (AS3000) Ondergrond OG1 0,50 - 2,00 1 (0,50 - 1,00) NEN 5740 Standaardpakket + Structuur en voorb. (AS3000) 1 (1,00 - 1,50) 3 (1,00 - 1,50) 3 (1,50 - 2,00) 1)Het NEN 5740 standaardpakket bodem bestaat uit de volgende parameters: droogrest, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB’s, PAK, minerale olie.
rapport B3058 Johan Frisostraat ong. te Nuenen
6
3.6
Overzicht grondwatermonsters en analysepakket peilbuis 1
filterdiepte (m-mv) 3,00 - 4,00
analysepakket NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)
bijzonderheden -
1)Het standaardpakket grondwater bestaat uit de volgende parameters: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromatische koolwaterstoffen, vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen, minerale olie.
rapport B3058 Johan Frisostraat ong. te Nuenen
7