RV Erfgoedbeleid - Bijlage 9 Erfgoed uitgediept - Bijlage 1 Catalogus Cultuurhistorische Inventarisatie gemeente Nuenen
Tekst van het document
Afbeelding: ligging van de Opwettense en Collse watermolen op de Topografische kaart van rond 1900 met de molenbiotopen en de hydrologische invloedsfeer (bron: De Mars e.a. 2019). 12.16.6.004 Watermolenbiotoop Hooidonkse watermolen
55
16.7 Molenberg Natuurlijke of opgeworpen hoogte waarop een windmolen staat of stond. Ook de “belt” van een beltmolen: een ring aarde opgeworpen tegen de voet van een stenen molen zodat men de wieken kan bedienen. 16.8 Molenwiel Min of meer ronde waterplassen boven en benedenstrooms van watermolens, uitgewoeld door het onrustige water. De molenaar had er vaak het visrecht op. Niet te verwarren met het molenrad: dat is het rad waarin het water valt om de molen aan te drijven. 16.9 Molenvloed Gebied bovenstrooms van watermolen dat door te sterke stuwing bij de molen wateroverlast kon hebben. NB: verschilt van “Molenwiel”, want dat is een meest ronde kleine waterplas bij de uitloop van het molenrad of de bijhorende sluis; soms ook pal bovenstrooms van molenrad. 12.16.9.001 Molenvloed Hooidinkse watermolen 12.16.9.002 Molenvloed Opwettense watermolen 12.16.9.003 Molenvloed Collse watermolen
Afbeelding: ligging van de Collse watermolen op de Topografische kaart van rond 1900 met de molenbiotoop en de hydrologische invloedsfeer (bron: De Mars e.a. 2019). 16.10 Watervluchtmolen Molen die zowel op waterkracht als op windkracht kan malen. In de molen is er daarvoor een omschakelmechanisme. De molen kan zowel een graan- als een industriemolen zijn. Zeldzaam!
56
Thema: 17 Gehuchten Dit deel van Brabant is vanouds een gehuchtenland, met gemiddeld een dozijn gehuchten en één dorpskom per oorspronkelijke gemeente. Het begrip “gehucht” (buurtschap, herdgang) hoort specifiek bij het oude hoofdzakelijk agrarische landschap. Ieder gehucht beschikte over een groter of kleiner gebied met akkers, weiden, hooiland en in de Middeleeuwen een aandeel in de gemene gronden. Dit kan het gehuchttoebehoren genoemd worden. Gehuchten die vooral uit boerderijen bestonden vertoonden een vrij open structuur. Iedere boerderij stond immers op een betrekkelijk groot erf (typische maat: 1 hectare) en daardoor konden ze niet dicht opeen geschoven worden. Vaak is de onderlinge afstand nog veel groter en is de ligging bij eigen grond blijkbaar een belangrijke factor geweest. Een straat verbindt in veel gevallen de boerderijen. In andere gevallen stonden de boerderijen met hun "voordeur" op de rand van een akkergebied (krans-akker-dorp) of op de rand van een stuk gemeenschappelijk gebruikte grond (krans-aard-dorp). Bij dezen twee laatste vormen vinden we de boerderijen alle aan dezelfde kant van de straat, maar tevens waren ze verdeeld over meerdere gehuchten. In bijzondere topografische omstandigheden kan op deze wijze een driehoekige ruimte tussen boerderijen ontstaan zijn.
Dat zijn geen "Frankische driehoeken", maar in de late Middeleeuwen of daarna gevormde pleinen, die qua genese verwant zijn aan de wegenwaaiers aan de rand van het cultuurland. Waar er dichte bebouwing optreedt, hebben we niet met boeren te maken. Het kan gaan om landarbeiders of wevers, maar ook (vooral in de dorpskommen) om renteniers, winkeliers, notabelen etc. Niet alle gehuchten dateren uit de hoge of late Middeleeuwen. Naarmate de ontginningen voortgingen, ontstonden er ook nieuwe nederzettingen. Door het opschuiven van de heiderand kwamen ooit op die rand gelegen gehuchten midden in het boerenland te liggen en kwam er ruimte voor een nieuwe rij: "Heikant" is dan een typische benaming. Elders werd op vrij chaotische wijze een stuk heide ingenomen en bebouwd: de heidekrakers. In het bestaande cultuurland ontstonden nieuwe gehuchten door de splitsing van oude boerderijen, door het aankoeken bij een herberg of door het op een strookje langs de weg huisvesten van landarbeiders. Het laatste kwart van de 19e eeuw en de eerste decennia van de 20e eeuw staan te boek als een periode waarin in Nederland grote veranderingen plaatsvonden. Deze ontwikkelingen, dikwijls aangeduid als ‘modernisering’, behelsden vooral in Zuid-Nederland een sterke economische en demografische groei. Door de daling van de sterftecijfers groeide de bevolking van Nederland in dit tijdvak zeer sterk.
Vooral in het katholieke Brabant groeide de bevolking explosief. Dat leidde tot bijbouwen van vooral woningen en wat minder boerderijen, en na 1960 tot het bouwen van woonwijken op de oude akkers. Het nederzettingsbeeld is daardoor sterk veranderd. Bij het aanduiden van de nederzettingen op de reconstructiekaart is een aantal keuzen gemaakt: 1) een peildatum. Dat is nodig omdat nederzettingen voordurend veranderen. De gekozen peildata zijn: 1: 1810-1832 (opname kadaster) 2: 1900 (topografische kaart) 3: 1930 (topografische kaart) 4: 1950 (topografische kaart) De in 1832 bewoonde erven kunnen archeologisch interessant zijn. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat, als het bedrijf tot in de twintigste eeuw voortgezet werd, op het erf naast puin ook bodemverontreiniging wordt aangetroffen. De situatie op basis van de kaart van 1832 wordt als onderlegger gebruikt voor de verwachtingswaarde hoog – historische kern op de archeologiekaart. 2) Voor de typering van de nederzettingen wordt gesteund op een grootteclassificatie en niet op een interpreterend vormclassificatie zoals Kakebeeke of Steegh die presenteerden: daar zit te veel interpretatie in verwerkt! De gehuchten worden als volgt getypeerd, steeds naar de toestand op de eerste peildatum: 57
groot dorp: meer dan 50 nederzettingseenheden (NZE), brede verzorgende functie, veel functies meervoudig aanwezig. klein dorp: meer dan 25 NZE, verzorgende functies enkelvoudig aanwezig groot gehucht: meer dan 25 NZE, geen verzorgende functie buiten een enkele herberg klein gehucht: 10-25 NZE huizengroep: 3-9 NZE. verspreide bewoning aan straat: Van belang is dat de "verspreide bewoning aan straat" in veel gevallen de gedaante is waarin oude, niet erg uitgegroeide, agrarische gehuchten in de vroege negentiende eeuw nog voortbestonden. compact aan straat: enkele verdichtingen in de verspreide bewoning, meestal aan een weg. verspreid: soms erg eenzaam gelegen losse NZE, bijv. boswachter, veerhuis, paardenwisselstation. Bij het typeren van gehuchten is het van belang op welk moment we de situatie beoordelen. Een gebied met verspreide bewoning in 1832 kan tegen 1900 enkele gehuchten bevatten, een groep boerderijen die in 1832 als “verspreid langs straat” (verder dan 100 meter uit elkaar dus) getypeerd wordt, kan doordat er huizen en boerderijen tussengevoegd zijn, in 1900 of 1930 als klein of zelfs groot gehucht (onderlinge afstanden minder dan 100 m) getypeerd moeten worden. Het laatste kwart van de 19e eeuw en de eerste decennia van de 20e eeuw staan te boek als een periode waarin in Nederland grote veranderingen plaatsvonden.
Deze ontwikkelingen, dikwijls aangeduid als ‘modernisering’, behelsden vooral in Zuid-Nederland een sterke economische en demografische groei. Door de daling van de sterftecijfers groeide de bevolking van Nederland in dit tijdvak zeer sterk.38 Vooral in het katholieke Brabant groeide de bevolking explosief. De huisnijverheid bood soelaas voor deze enorme bevolkingsaanwas. Aan het begin van de 20 e eeuw was er vooral sprake van huisindustrie (leer, schoenen, sigaren, klompen et cetera). Uit de huisindustrie ontstonden in de loop van de 20e eeuw grootschalige industriële activiteiten. In de periode 1850-1900 kende een sterke industrialisatie, met name in de textielindustrie. Aan de Markt en langs de Willibrorduslaan verrezen fabrieken. Het bebouwingsbeeld met één- en tweelaags bebouwing dateert met name uit de periode 1850-1950. 17.1 Groot dorp 17.2. Klein dorp 12.17.2.001 Nederwetten Het dorp Nederwetten dankt zijn ontstaan aan het aldaar in 1146 gestichte klooster of priorij Hooidonk. In Nederwetten lagen een aantal hoeven die toebehoorden aan de priorij van Hooidonk, het klooster van Soeterbeek en enkele grootgrondbezitters. Pas uit een cijnsboek van de priorij van Hooidonk van 1601 blijkt welke hoeven zij in Nederwetten bezaten. Het gaat om de hoeven Schoteldonk, Ten Hout, de Kerkhofse hoeve, Ter Straten, hoeve Swinkel en hoeve Roy.
Aangezien het archief van de priorij al voor 1485 was verbrand, zijn er geen oude oorkonden meer waaruit blijkt hoe de priorij aan haar bezit is gekomen. Uit de verkoopakten in Nederwetten krijgen we de indruk dat een groot deel van het grondgebied van het dorp, mogelijk zelfs meer dan de helft, toebehoorde aan de priorij. Nederwetten was een hertogsdorp waar bestuur en de rechtspraak (deels?) in handen van de priorij van Hooidonk was.39 Uit de verkoopakten blijkt echter dat veel goederen verkocht werden ten overstaan van de hertogelijke schepenen van Son en Breugel. Hieruit maken we dan ook op dat Nederwetten meer op Son en Breugel was aangewezen dan op Nuenen. Het zou er zelfs op kunnen wijzen dat het gebied oorspronkelijk tot Breugel behoorde. De nabijgelegen vroegmiddeleeuwse nederzetting onder de Hooidonkse akkers zou dan eveneens de historische basis zijn van Nederwetten. 38 Blom en Lambert, 2006, 327-328. 39 Coenen, 2000. 58
Aan de status van hertogsdorp kwam een einde toen in 1557 de heerlijkheid Nederwetten gevormd werd die in handen kwam van de heren van Deurne en Vlierden die ook Nuenen-Gerwen in bezit hadden. Nederwetten kreeg hierdoor een eigen schepencollege voor het bestuur en voor de rechtspraak. Nederwetten vormde vanaf 1810 samen met Eckart tot en met 1820 een eigen gemeente. In 1821 werd het gedeelte Nederwetten samengevoegd met Nuenen en Gerwen. De naam Nederwetten komt in 1485 voor het eerst voor en geeft aan dat het om het stroomafwaartse deel van een groter gebied “Wetten” gaat. De naam “Wetten” komt het eerst voor in het Brabantse leenboek “Latijnsboek” uit 1313 – 1355. Mogelijk komt de naam ook al voor in 704 (kopie 1191) als Bettinum, een plaats ergens in Noord-Brabant. Wette is 'drenkplaats voor vee’ of wetteren 'lage, natte gronden'.40 In 1832 is de nederzetting Nederwetten een langgerekt straatdorp langs de Nederwettense Straat, met 39 boerderijen en huizen in een boog rond het oude akkergebied. De kerk, die vermoedelijk rond 1250 gesticht werd door de priorij van Hooidonk, stond er wat los van pal aan de Dommel (zie@). Naast een aantal boeren woonden hier twaalf wevers, een spinster, kleermaker, timmerman, twee arbeiders, een rentenierster, een “meter en landbouwer” en een fabrikant.
Aan de Dorpsstraat (nu Hoekstraat) werd in 1895 een nieuwe kerk ter vervanging van de oude parochiekerk uit de 15e eeuw die nabij de Dommel stond en waarvan de kerktoren nog overeind staat. Aan de Dorpsstraat lag ook de voormalige school. Hierbij ontwikkelde zich een nieuw dorpscentrum. Op de kaart van 1930 verschijnt de nieuwe weg naar Hooidonk, maar de dorpsbebouwing is amper uitgebreid.
Afbeelding: Nederwetten op de topografische kaart van rond 1980. 12.17.2.002 Berg De huidige kern van Nuenen is ontstaan uit de buurtschappen Berg en Heieind. Berg ligt rond de in 1821 gebouwde protestantse kerk. Heieind ligt daar ten zuiden van en heet nu Park. Hier staat de in 1872 ingewijde katholieke Sint Clemenskerk. De oude parochiekerk van Nuenen stond 600 meter ten 40
Van Berkel en Samplonius, 2018, op Opwetten. 59
zuidoosten van de straat Berg, midden in een uitgestrekte open akker en ver buiten het ensemblegebied. In wezen zijn Berg en Heieind de westelijke randnederzettingen van de grote open akker waarin de oude kerk stond. Reeds in het begin van de 18e eeuw was het buurtschap Berg uitgegroeid tot het nieuwe centrum van Nuenen, waar ook het raad- of rechthuis stond. In 1821 kwam daar de protestantse kerk bij. In de 19e eeuw kwam het zwaartepunt meer te liggen op het buurtschap Heieind (zie 12.17.4.002), met de nieuwe katholieke kerk. Het driehoekige plein daar werd in 1920 ingericht als park en is nadien ook Park gaan heten.
Afbeelding: Berg en Heieind (later Park) op de topografische kaart van rond 1900. Berg is een hoger gelegen gedeelte van de oude dorpskern. Hier lagen aanvankelijk enige oude hoeven teruggaand tot de 14e eeuw. Klein driehoekig eigen plein met daarop de dorpslinde reeds in 1650 genoemd. Nu met historische bebouwing rond het plein, vooral woonhuizen. Behoorde samen met o.a. Beekstraat, Weverstraat, Heieind, Refeling en Vaarle tot de hertgang van Nuenen (Nuenen om de kerk genoemd). Het plein te Berg dat centraal in het plangebied ligt, had een centrale betekenis in vroegere tijden voor de inwoners. Dergelijke pleinen waren het centrale punt in de gemeenschap, als een huiskamer waar vele eeuwen lang het grote en kleine nieuws besproken werd. Op het plein te Berg staat een bekende dorpslinde, de dikste zomerlinde van Nederland, op een markante plek in het dorp en tevens oorlogsmonument (geplant in 80-jarige oorlog). Het is een etagelinde van omstreeks uit 1650, die vroeger fungeerde als gerechtslinde. Bestuurlijk werden hier besluiten van de overheid afgekondigd. In 1734 werd aan het begin van de Beekstraat het eerste gemeentehuis gebouwd. Dit bleef in gebruik tot 1874 toen het naar de straat Berg werd verplaatst. In 1832 waren er 31 nederzettingseenheden, waaronder de protestantse kerk.
Naast enkele boeren woonden er een spinster, kleermaker, vijf wevers, een notaris, belastingontvanger, winkelier, klompenmaker en voor de luxe ook een schoenmaker, en enkele renteniers. De middeleeuwse kerk stond 700 meter ten zuidoosten van Berg, eenzaam in de akker. Daar was alleen de toren nog van over. Op de kaart van 1900 zin we nog weinig verandering, afgezien van wat nieuwe bebouwing aan de weg naar het Broekeind. In 1930 blijkt die bebouwing flink uitgebreid te zijn. Ook naar het noordoosten en westen kwam er wat losse bebouwing bij.
60
17.3. Groot gehucht 12.17.3.001 Beekstraat De straat en het buurtschap werd vroeger ook Aen die Beecke of Nuederbeek genoemd. Het was vroeger een belangrijke straat en aan de straat werd reeds in de 13e eeuw een aantal hoeven gebouwd Ter Catten en Oudenstein. De naam Beekstraat werd verder in 1432 genoemd in de Bossche Protocollen als Beeckstraet. De naam wordt ontleend aan de nabijgelegen Lissevoortse Loop, ook wel Hooidonksebeek genoemd verder stroomafwaarts. Het gebied ten noorden van de Beekstraat heet Beekstraatse Velden en het gebied ten zuiden Beekstraatse akkers (kadasterkaart 1832). Voorheen liep het uitgestrekte heidegebied hier door tot Eeneind. In 1832 28 nederzettingseenheden: veel boerderijen, vier wevers, een arbeider en een particulier
Afbeelding: Lintbebouwing aan de Beekstraat op de topografische kaart van circa 1850. 12.17.3.002 Boord Oudste vermelding in 1387. De naam betekent 'rand, kant, zoom, uiterste grens'.41 Boord is de benaming van het hele gebied vanaf Boordseweg tot aan de Dommel bij Soeterbeek. Het buurtschap Boord is veel kleiner en ligt als een driehoek nabij Voirt en Dubbestraat. Buurtschap en weg hebben dezelfde naam. Het ligt aan de rand van het Broek, een elzenbroekbos. In Kakebekiaanse ogen is Boord ontstaan uit een tiendakkerdorp mogelijk teruggaand tot de 9e eeuw. Bestuurlijk vormde het met Opwetten een soort eenheid genaamd hertgang: gehuchten of buurtschappen die gezamenlijk gebruik maken van de heide. De weg tussen Opwetten en Boord heette Vorsterdijk. In 1832 waren er ongeveer 28 nederzettingseenheden. Behalve veel boeren woonden hier ook een belastingontvanger, kleermaker en twee renteniers. 17.4. Klein gehucht 12.17.4.001 Eeneind Buurtschap bestaande uit enkele boerderijen. In de 14e eeuw ook wel Enode genoemd. In de 15e eeuw werd Geen Eeneynde al gebruikt. De naam betekent 'woestijn, eenzaam, onherbergzaam oord', gereïnterpreteerd als → eind 'rand, uiteinde, plaats waar iets ophoudt'.42 Er is een verband met gereinterpreteerd het buurtschap Coll. Eeneind behoorde tot de hertgang van Boord en Opwetten. In 1832 woonden hier 13 boeren.
Op de kaart van 1900 zien we het Eeneind doorsneden door de spoorlijn met bij de overweg nieuwe huizen en een station. Aan de weg naar 41 42
Van Berkel en Samplonius, 2018, op Boord. Van Berkel en Samplonius, 2018, op Eeneind. 61
Geldrop wat nieuwe bebouwing. In 1900 bij de overweg een kapel. Op de kaart van 1930 zien we even ten oosten van Eeneind de steenfabriek. In 1954 is die flink uitgebreid en daarbij herkennen we enkele kleiputten. Ook aan de westkant van Eeneind staat er een fabriek
Afbeelding: Eeneind en de Collse Hoef op de topografische kaart van circa 1940. 12.17.4.002 Heieind (nu Park) Aan de rand van de zuidelijke heide langs de zandweg naar de Berg lag een gehucht dat Heieind werd genoemd. De naam Heieind komt vaker voor en betekent 'rand, uiteinde, plaats waar iets ophoudt'.43 Hier hield ooit het ontgonnen land op en grensde het aan de heide. In de late middeleeuwen en daarna de aangewezen plek om verder te gaan met ontginnen. Het belang nam toe door de latere bouw van kerk, klooster en school in tweede helft 19e eeuw. Groter eigen driehoekig plein zuidelijk van Berg. In 1920 ingericht als landschapspark in Engelse landschapsstijl met kiosk. Inmiddels verbonden met de Berg middels aaneensluitende bebouwing. In 1832 waren er 25 nederzettingseenheden, waaronder de katholieke kerk en pastorie van Nuenen. Behalve de pastoor woonden er de schoolmeester, een spinster, naaister, drie wevers, een kleermaker, schoenmaker, winkelier, kuiper, rentenier, wieldraaier, timmerman, en zowaar ook twee boeren. Op de kaart van 1900 staan de nieuwe kerk, kerkhof en het klooster aangegeven. Aan de naar het zuidwesten lopende Parkweg enkele nieuwe woningen. In 1930 vullen nieuwe boerderijen de ruimte naar Het Eindje op en krijgt de Parkweg steeds meer lintbebouwing. 12.17.4.003 Laar Oudste vermelding in een akte uit 1406.
Een laar is een 'intensief benut bos, bosweide'.44 Het buurtschapje nabij het pand Laar 39 staat ook bekend als Emmaus. In 1832 waren er 20 nederzettingseenheden, waaronder de school en de woning van de schoolmeester. Verder woonden er twee wevers en arbeiders, een spinster, een kleermaker en zeker 43 44
Van Berkel en Samplonius, 2018, op Heieind (Deurne). Van Berkel en Samplonius, 2018, op Laar (Nuenen). 62
zeven boeren. De weduwe Verhagen bezat aan het driehoekig plein drie woningen: die zal ze wel verhuurd hebben. Ook de Armen van Nuenen en Gerwen hadden hier een huis.
Afbeelding: Gehucht Het Laar op de kadasterkaart van 1830. 12.17.4.004 Langelaar Buurtschapsnaam bekend sinds 1381: de agro dci lanclaar. De schrijfwijze van de naam wisselt nogal: Langlaar of Langelaar of Lanklaar. Blijkbaar een langgerekt laar. Laar wijst op een 'intensief benut bos, bosweide'.45 Wat onduidelijke structuur: een driehoekig plein met aansluitende ooit erg brede weg? In 1832 waren hier 16 nederzettingseenheden, meest boeren, maar ook een winkelier, wever en klompenmaker. In 1900 blijkt dat er aan de noordoostzijde een boerderij bijkwam. 12.17.4.005 Wettenseind Relatief open karakter door intensief landgebruik. Wettenseind reeds in 15e eeuw bewoond (oudste vermelding in 1459), maar werd nog niet Wettenseind genoemd maar Wetten of Opwetten. De naam Wettenseind komt pas in 1785 voor.46 Wettenseind vormde met Boord een hertgang. In 1832 woonden hier 16 boeren. 17.5 Huizengroep 12.17.5.001 Broekeind De naam Broekeind komt vaker voor en is vergelijkbaar met de naam Heieind: de rand van het cultuurland, hier tegen het Broek, 'moerassig, drassig land'.47 Broekeind was in 1832 een groepje van zes nederzettingseenheden ten westen van Langelaar. Hier woonden 2 wevers, twee boeren een arbeider en een winkelier. Op de kaart van 1900 is er aan de westkant een boerderij bijgekomen.
45
Van Berkel en Samplonius, 2018, op Langlaar (Nuenen). Van Berkel en Samplonius, 2018, op Wettenseind. 47 Van Berkel en Samplonius, 2018, op Broekeind (Horst aan de Maas). 46
63
12.17.5.002 Het Eindje De naam Eindje is een verkleinvorm van Eind, 'rand, uiteinde, plaats waar iets ophoudt', meestal het cultuurland.48 Groepje boerderijen op de plaats waar in 1448 het klooster Soeterbeek gesticht werd. De locatie was de Kerkhofse hoeve aan de Groenstraat. Tegenover de huidige boerderij Soeterbeekse weg 50 die gebouwd werd op de grondvesten van de Kerkhofse Hoeve lag het Begijnenhof. Het klooster werd in 1462 verplaatst naar het tegenwoordige gebied Soeterbeek Naam Soeterbeek komt al voor in een Sonse schepenbrief van 1414. Ze verwijst naar de beek, de Zuidbeek, die iets oostelijker stroomt. In 1832 een groepje van vier boerderijen halverwege Neerwetten en Opwetten. Op de kaart van 1900 aan de noordkant twee extra boerderijen. 12.17.5.003 Heuvel Gerwen Heuvel is in Brabant een gebruikelijke naam voor een 'plein waar boerderijen omheen liggen'.49 De naam hoeft niet per se op een hoogte te wijzen. Hoogten heten hier al snel “Berg”, zoals ook hier in Nuenen. Het gehucht Heuvel bestond uit enkele verspreide hoeven en huizen op 350 meter ten oosten van de oude kerk van Gerwen. De oudste vermelding van deze Heuvel is uit 1381. In 1832 woonden hier vier boeren en twee wevers. Het oude en weinig veranderde gehucht Heuvel ligt in 1954 nog los van de 1954 nog sterk gegroeide nederzetting bij de kerk.
12.17.5.004 Het Hoekje In 1832 een groepje van 4 boerderijen op de zuidwesthoek van de openakker waar de kerk van Nuenen in stond. Op de kaart van 1930 blijkt het Hoekje langzaam aan het Heieind vast te groeien door nieuwe boerderijen. 12.17.5.005 Hooidonk Oorspronkelijke naam was Hodunc, een samenstelling van oud-nederlands ho 'hoog' en dunc, → donk 'zandige opduiking in moerassig terrein.50 Hier betrof het een eilandje in de Dommel. In 1446 werd daarop het klooster van Hooidonk gesticht, een slotklooster, wellicht ook door een lid van de adellijke familie van Stakenburg te Breugel. Eerder stond er een kapel uit 1244 en een houten kapel uit 1148 na het “wonder van Hooidonk”. De priorij heeft tot 1650 bestaan. In 1832 vinden we hier een dubbele watermolen met molenaarshuis en nog drie boerderijen. 12.17.5.006 Kerk Gerwen De kerk van Gerwen stond in 1832 vrijwel eenzaam in de akker. Slechts de pastorie en drie boerderijen stonden er vlakbij. Op de kaart van 1900 blijkt dat er bij de oude kerk wat boerderijen zijn bijgekomen: daar vormt zich een nieuwe nederzetting die op de kaart van 1954 al flink uitgebreid is. De kerk staat dan op een driehoekig plein dat rondom geheel bebouwd is. Lintbebouwing naar het zuidwesten en noordoosten. 12.17.5.007 Kerkhoef Nederwetten In 1832 stond hier nog de oude kerk van Nederwetten met kerkhof, waar nu alleen de toren nog van overeind staat.
Daarnaast de Kerkhoef: een grote pachthoeve van de priorij Hooidonk. 12.17.5.008 Nieuwendijk Wordt reeds vermeld in 1300 als Novus Agger. “Dijk” betekent hier niet: ‘waterkering’ maar wel: ‘al dan niet verhoogte baan door de heide’. Nieuwendijk vormde de grens tussen de voormalige gemeenten Nederwetten en Nuenen-Gerwen. Vroeger lag in de nabijheid ook de Oude Dijk maar deze is niet meer herkenbaar. De Nieuwe Dijk als weg diende in 1300 als grens voor de gemeynt. Wanneer daaraan boerderijen verrezen is onduidelijk. In 1832 waren hier 7 boerderijen. 12.17.5.009 Opwetten 48
Van Berkel en Samplonius, 2018, op Eindje (Someren). Van Berkel en Samplonius, 2018, op Heuvel. 50 Van Berkel en Samplonius, 2018, op Hooidonk (Son en Breugel). 49
64
De naam Opwetten geeft aan dat het om het stroomopwaartse gedeelte van het grotere gebied “Wetten” gaat. Voor uitleg bij de naam “Wetten” zie bij 12.17.2.001.51 Nogal compacte huizengroep bij de watermolen van Opwetten die al in 1306 vermeld wordt. Even buiten de huizengroep stond aan de Kleine Dommel het Kasteel van Nuenen (of Huys van Nuenen) uit 1560 later genoemd ‘t Slotje van Opwetten. In 1832 vinden we hier 10 nederzettingseenheden, waaronder de St. Antoniuskapel en de dubbele watermolen: korenmolen en oliemolen. Naast de molenaars en vier boeren woonden er een kuiper, een wever en een rentenier. Op de kaart van 1930 blijkt de kapel verdwenen te zijn. Er is wel wat lintbebouwing en losse bebouwing bijgekomen. 12.17.5.010 Refeling De naam Refeling komt al in 1371 voor als te reefteringen. Ter verklaring knoopt men wel aan bij de lange smalle akkers in het gebied, repelen genaamd, en wijst daarbij op middenhoogduits rifelen 'smalle stroken land'.52 Refeling was in 1832 een buurtschap met acht boerderijen en een weverswoning. Tussen 1900 en 1930 verdween in het midden een boerderij, waardoor Refeling uiteenviel in een groepje in het westen en de Buschhoeve in het oosten. Dat westelijke Refeling is rond 1970 verdwenen bij de bouw van een geheel nieuwe woonwijk. De Boschhoeve ligt er nog wel. Zuidelijk van Refeling lag de Refelingse of Vaarlese heide.
De oorsprong van Refeling zou volgens Kakebekiaanse opvattingen teruggaan tot de zevende eeuw toen een akkerdorp werd gevormd op de onontgonnen gronden. Gezien de ligging aan de rand van de open akker wordt Refeling nu echter eerder gezien als een dertiende-eeuwse nederzetting, ontstaan bij de vrijmaking van de akker van oude bebouwing. 12.17.5.011 Rullen De eerste vermeldingen luiden 1439 tgoet ten Rullen, 1440 ten rullen, 1456 aan gheen rullen. Een rul is een beekloop. Het gaat dus om een hoeve aan een beekje. 53 Liefhebbers van de verouderde theorieën van Kakebeeke menen dat dit akkerdorp ontstaan is rond de 7e eeuw toen vrije boeren zich daar vestigden, omdat het bestaat uit een driehoekig plein met daaromheen de boerderijen. Gezien de ligging aan de rand van de open akker wordt Refeling nu echter eerder gezien als een dertiendeeeuwse nederzetting, ontstaan bij de vrijmaking van de akker van oude bebouwing. Zeker is dat een aantal boerderijen en leengoederen teruggaan tot tenminste de 15e eeuw (vermelding van 1440). Iets buiten het buurtschap staat ook de 'Heijdehoeve', gesticht door de priorij van Hooidonk. In 1832 woonden hier zeven boeren en één wever.
Afbeelding: Gehucht Het Rullen op de topografische kaart van circa 1850. Ten noorden van het Rullen lag de Heihoef. 51
Van Berkel en Samplonius, 2018, op Opwetten. Van Berkel en Samplonius, 2018, op Refeling. 53 Van Berkel en Samplonius, 2018, op Rullen. Zie ook: Rul (Heeze-Leende). 52
65
12.17.5.012 Soeterbeeks Eindje Dee naam betekent zoiets als: ‘nederzetting aan de rand van het cultuurland bij Soeterbeek.’ In 1832 een groepje van 12 nederzettingseenheden. Er woonden naast de boeren ook twee wevers en een arbeider. 12.17.5.013 Spekt Gebiedsaanduiding waarin o.a. de Hoeve Gansewinkel (ook wel Swinkel genaamd) van de priorij van Hooidonk lag. Die hoeve werd in 1648 geconfisqueerd door de staat bij opheffing van het klooster. De naam Spekt komt in 1455 het eerst voor als in Specke. Middelnederlands specke, → spek 'rijshout', veelal ter aanduiding van een uit rijshout, zand en zoden bestaande weg in een moerassig gebied of van een bruggetje van ruwe boomstammen afgedekt met plaggen of zoden (in dit geval over de Gerwense loop). De -t is later toegevoegd als woordverzwaring.54 Inn 1832 woonden hier 6 boeren en een timmerman. 12.17.5.014 Stad van Gerwen Buurtschap dat ook wel werd gerekend tot Nieuwendijk en doorlopend in Son en Breugel. “Stad” heeft de betekenis van een plaats om een woning te bouwen, een hofstad. De Stad van Gerwen is waarschijnlijk van oorsprong een Einzelhof, een ontginningsboerderij, meestal dus in een heidegebied. Ontstaan na 1100 en gesticht door een ons niet bekende particulier of instelling.
Gezien de late eerste vermelding (ca 1650) is het waarschijnlijker dat het een laatmiddeleeuwse ontginning is met een verwijzing naar het dorp Gerwen of een grensconflict: “deze hofstat (of hoeve) ligt in Gerwen en niet in Breugel”.55 In 1821 waren hier 7 nederzettingseenheden, allemaal boerderijen. Op de kaart van 1930 zien we dat het Wilhelminakanaal aan de noordkant langs Stad van Gerwen loopt, met een ophaalbrug. 12.17.5.015 Vostersdijk Een ‘dijk’ is in deze streken een al dan niet verhoogde weg door een woest en nat gebied. De voster of vorster was een soort veldwachter. Om een of andere reden is die functie aan deze dijk gekoppeld geraakt. In 1832 stond er een groepje van zes boerderijen langs de Vostersdijk. 17.6 Verspreid aan de straat 12.17.6.001 Alvershool Naam van hoeve uit de 14e eeuw, Ten Alvensoen (1332) of alvenshoel, ten alvensoele (1455) genoemd. Een hool is wat tegenwoordig een ‘duiker’ heet: een buis waardoor water onder een weg door kan stromen. Alver zou ‘vorentje’ betekenen: een kleine vissoort. 56 Alvershool was een rij boerderijen ten zuiden van Gerwen. In 1832 waren er 13 nederzettingseenheden: meest boeren en verder een wever, een arbeider en een rentenier.
54
Van Berkel en Samplonius, 2018, op Spekt. Van Berkel en Samplonius, 2018, onder Stad van Gerwen. 56 Van Berkel en Samplonius, 2018, onder Alvershool. 55
66
Thema: 18 Heerlijkheden Een typisch middeleeuws fenomeen zijn de heerlijkheden. In oorsprong zijn dat grote stukken grond waarover de bezitter of heer een zekere rechtsmacht bezat. Veelal betrof die macht ook de mensen die op die grond woonden of anderszins aan de heerlijkheid gebonden waren. Deze rechtsmacht vertoonde gradaties: de hoge rechtsmacht liet toe misdadigers te bestraffen, eventueel met de doodstraf. De lage rechtsmacht liet slechts toe boetes tot een zeker niveau op te leggen, terwijl het recht van "erven en onterven" er op neer kwam dat de gronden die onder de heerlijkheid vielen alleen ten overstaan van de heer of zijn vertegenwoordiger en zijn leen- of laathof konden worden verkocht of verorven. Voor die heer was er in principe een woning op de heerlijkheid. Veelal werd die woning in de loop van de tijd uitgebouwd tot een eenvoudig kasteeltje met op de voorhof een hoeve. Tot de heerlijkheid hoorden vaak nog enkele hoeven die door de heer verpacht werden. Daarnaast was een deel van de grond uitgegeven en werd daarvan jaarlijks een klein bedrag (typisch 6 Leuvense penningen per bunder, ongeveer 2,5 eurocent per hectare) aan de heer betaald. Andere gronden waren als leengoed uitgegeven. De leen- en cijnsgronden lagen deels aaneen tegen het eigen (deels verpachte) deel van de gronden van de heerlijkheid, maar voor een ander deel lagen ze vaak erg verspreid.
Samenvattend: 1. eigen goed: - burcht of kasteel - huis voor de heer, met wat grond (tuin, park) - een of meer verpachte boerderijen 2. leengoed 3. cijnsgoed 4. allerhande rechten. Deze kunnen soms landschappelijk tot uiting komen. De bezitter van zo'n heerlijkheid was in de regel zelf weer leenman van een andere heer. Dat kon de hertog van Brabant of Gelre zijn of de abdis van Thorn, de bisschop van Luik etc.. Deze feodale afhankelijkheid is belangrijk voor het begrijpen van de vorming van de nederzettingen. In deze regio is een heerlijkheid een gebied waarover een lokale heer enkele rechten uitoefent. Dat kan heel beperkt zijn, het kan ook gaan om rechtsmacht tot en met het ter dood brengen van veroordeelden. Heerlijkheden zijn een typisch middeleeuws fenomeen waaraan in 1795 formeel een einde kwam. In het landschap herinnert er nog veel aan. De heerlijkheden zijn vanaf de zestiende eeuw in toenemende mate ook een landgoed geworden. De landgoedaspecten van de heerlijkheden worden hierna onder thema 19, Landgoederen behandeld. Daar komen de heerlijkheden dus ook weer terug. 18.1 Kasteel Onder kasteel verstaan we niet alleen het (stenen) hoofdgebouw in een gracht, maar het hele complex bestaande uit zo’n hoofdgebouw (eventueel op een motte) en zijn gracht, een voorhof in een gracht, de kasteelboerderij, eventueel poortgebouw, verdere wallen en grachten.
18.2 Hoofdhoeve Met hoofdhoeve en hoeve worden de agrarische bestaansstructuur van de heerlijkheid en bestaansbasis van de heer aangegeven. In de late Middeleeuwen en daarna zijn dat normaal verpachte boerderijen met meestal veel grond. De hoofdhoeve staat veelal op de voorburcht. Wat verderop vindt je dan één of meer andere hoeven. 18.3 Hoeve Het gaat hier om pachthoeven van de oude domeinen, niet om “gewone” opvallende boerderijen. 12.18.3.001 Kerkhofse hoeve, Kerkhoef 12 - 14, Nederwetten Pachthoeve van het klooster Hooidonk naast de kerk van Nederwetten. 67
In 1648 geconfisqueerd door de Republiek en in 1662 beschreven als: 57 De Kerckhoffse Hoeff belast met een seste part in 8 mud rog ende 5 mud garste aent altaer tot Geffen. Oock in 1/6 deel van eenen gewin chijns aen d’heer van Helmont ende 1/6 deel van 6 stuiver aent huijs van Tongeren welcke lasten vuijtgenomen de chijnsen, volgens laetste verpachtcedulle tot laste van t’lant moet betaelen. Ende dijenvolgens bij Lodewijck Roessen dese hoeve weder ingepacht voor 490 gulden jaerlijcx Ende bestaet dese hoeve in ontrent 85 a 90 lopendaet teullants thienvrij ende aenveert met de halve schaer volgens t’verclaren vanden hoevenaer selffs. Ende bestaet dese hoeve in een woonhuijs met de koestal annex, schuer, schaepscoije, backhuijs ende verckenscot, met eenen peertstal. Reparatie Inden koestal is eenen balck gebroocken ende achter heel overgeweecken. Oock sijn de platinghe seer vergaen ende de wenden vervallen ende oversulcx seer caducq ende perijckel voor vallen. Oijck diende den back om den put vernieuwt als sijnde tenenemael vervallen. Den kelder dient gevloert ende de deur gerepareert. Int backhuijs is een gebijnt versoncken, dient ghericht ende vereijst een dobbel deur voor den affganck. Het verckenscoth dient oock gericht ende gerepareert. Oock vereijste in de peertstal verscheijde platinge vernieuwt [ende] den stal gericht.
Nota aende schuer waeren 2 deuren vernieuwt door ordre vanden rentmeester ende oock den putswengel alsoo geenen wtstel langer en conde lijden. Oijck diende de schaepscoije geplaijt ende gericht ende vereijste noch wel een nieuw deur aende schuer. Plantagie Om de put staen 3 essen. Om den paertstal 3 eijcken schaers eenen voet dick. Om het backhuijs eenen boom oock van 1 voet met een opgaende willich van stijff ½ voet. Item om t’verkenscot eenen eijck van ½ voet dick. Item achter t’huijs 2 eijcken van 1½ den eenen ende den anderen van eenen voet. Item om den schaepsstal drij eijcken van 1 voet met een cleijn opgaende willich. Item inden camp ten noorden de kerck 6 cleijn eijcxkens met eenen grooten eijck stijff 1 voet met ennige gecnoote willigen. Oock ten suijden 16 eijcken so van 8 duijm tot enen voet ende 2 cleijn eijcxkens. Ende ten oisten eenen eijck van 1 voet oock hier en daer om den selven camp ennich schaerhout 2 jarich. Item om ’t Ekampsveltien hier ende daer ennighe bossen schaerhout ende 5 boomkens van ontrent ½ voet. Item inde steegh ende daer tegens opden Acker 27 eijcxkens van ontrent ½ voet met ennige cnooteijcken. Item rontsom den Langen Acker ontrent 125 quade crotten, soo onder als oock ennighe boven ½ voet dick met noch ennighe als dobbel heester als quaet wassende hout.
Oock op de meeste plaetsen bepoot met schaerhout oock hijer ende daer ennige gecnootte willigen ende opt’eijnde vanden acker bij de hoeff Ter Straten een cleijn busselken elseschaerhout van 2 ende 3 jarich hout. Insgelijcx het schaerhout om den Crabdries Item oock inde Aabroecken ende Moldriessen Ennich schaerhout van 2 ende 3 jarich. Nota den hoevenaer vermaent sijne huijsinghe te decken ende voorts als aende voorgaende hoevenaers is geschiet waertoe om cortheijts wille wort gerefereert. 12,18.3.002 Gansewinkel, Nieuwe Dijk 2, Nuenen Pachthoeve van het klooster Hooidonk. In 1648 geconfisqueerd door de Republiek en in 1662 beschreven als: 58 De hoeve genoemt Gansewinckel, belast in 1/6 part conform de Kerkhoffse Hoeve, groot in teullant ontrent 60 lopensaet ende bij Geerart Thijssen aenveert met de halve schaer volgens eijgen verclaren. 57 58
NAG, RvS 2157 f 204r-206v. NAG, RvS 2157 f 211v-212v. 68
Ende bestaet dese hoeve in een woonhuijs met den koestal annex, schuer, schaepscoij, peertstal, schop, backhuijs ende verckenscot, alles noch in tamelijcke reparatie sulcx dat den hoevenaer daer over niet en claeghde. Doch den hoff leijt met het erff t’samen open ende onvrij voor de beesten ende oversulcx seer noodich diende omtuijnt waertoe t’schaerhout op de andere hoeve bijden rentmeester most werden aengewesen alsoo dese hoeve daervan nijt off seer weijnich is versien. Ende is dese hoeve bij den voorsz hoevenaer nu lest weder ingepacht voor 240 gulden jaerlijcx boven ½ stuiver op de gulden van lijcoop, gelijck alle andere Plantagie Om dese huijsinge staet een jonge potagie van ontrent 250 welwassende eijcke boomkens soo van dobbele heesters ende ennighe wat swaerder ende ennighe voor 2 a 3 jaren ierst geplant. Om den hoff of driesken op de wegh 30 soo als heesters ende als dobbele heesters ende daer onder 7 a 8 wat swaerder. Op den wegh voor den Gansenwinckelsen Acker 60 oude crotten als dobbele heester daeronder 7 a 8 van 8 ende 9 duijm, wel wassende, met noch ennighe onnutte crotten tusschen beijde. Achter inden voorsz acker staet een heesterbosken van ontrent 1 spijnt saetlants, waer onder ennige bequaem sijn om wt te setten.
Nota Oijck den hoevenaer vermaent de huijsinghe te decken ende in behoorlijcke reparatie te houden, oock eeckelen te saijen ende heesters op het aenwijsen vanden rentmeester te poten. Ende voorders gelijck alle andere voorgaende hoevenaers is aengeseeght. 12.18.3.003 Ter Straten, west van Soeterbeekseweg 36, Nederwetten. Pachthoeve van het klooster Hooidonk. Oudste vermelding in 1539. Ook wel genoemd de Straatse Hoeve, vermeld in 1650 als Ter Straeten. Deze hoeve was in bezit van het klooster Soeterbeek maar is vermoedelijk kort na 1539 verkocht aan het klooster Hooidonk. In of (kort) na 1664 is deze hoeve weer gekocht door het klooster Soeterbeek. In 1648 geconfisqueerd door de Republiek en in 1662 beschreven als: 59 De hoeve genoempt Ter Straeten lest weder ingepacht met den Papencamp tot Neerwetten bij Claes Jacobs voor 200 gulden jaerlijcx Ende bestaet dese hoeve in 46 lopensaet teullants oock sijnde thiendvrij ende met halve schare aenveert volghens t’verclaren vanden hoevenaer selffs Ende bestaet dese hoeve in woonhuijs metten koestal annex, schuer, peertstal ende backhuijs. Reparatien Inde schuer diende hijer ende daer de plaijen ende stijltiens versien ende was indeselve nu onlancx door ordre vanden rentmeester om perijckel te voorcomen eenen nieuwen balck ingebracht. De peertstal diende met ennighe nieuwe plaijen versien Oijck gericht ende met een nieuwe deur versien.
Beijde de wormen onder de cap inde koestal sijn op verscheijde plaetsen ghebrooken waer door de cap is versoncken ende in perijckel is van neer te storten, dies noodich opgenomen (of: ofgenomen] ende vernieuwt ter leegte [lees: lengte] van 3 gebont ter wedersijden. Plantagie Int straetien achter de schuer stonden 17 eijcke boomen swaer van 6 tot 9 duijm met verscheijde bossen off struelles schaerhout Om den grooten acker lancxt den loop stonden 13 eijcke van ½ tot 1 voet dick met noch 2 voor aenden inganck Item achter inde ackers 7 a 8 quade crodden ende hier ende daer ennich 2 jaerich schaerhout. Item opden Hoogen Hoff d’een sijde met 2 jarich schaerhout ende insgelijcx om den tet ende oock van gelijcken om den Steenovencamp. Item in het Peertsvelt veel struelles schaerhout niet wel wassende alle sijnde sommich 10 jaren out d’welck tot dienst van t’selve velt noodich waer vuijtgeroeijt. Oijck stonden int’selve velt 5 quade crodden van boomen. Item inde dreeff 48 eijcken stijff ½ voet ende in het re[in de vouw verdwenen] noch 2 van t selve soort Item achter t’huijs is noch een restant van een heesterbosch bequaem om te versetten. 59
NAG, RvS 2157 f 209v-211v. 69
Nota den hoevenaer vermaent volgens huercedulle heeft te setten opt aenwijsen vanden rentmeester ende voort alles te doen gelijck de voorgaende hoevenaers is aengeseijt. Nota Op de Neerwettensche gemeijnte heeft het lant noch ettelijcke honderden van eijcke boomen, doch weijnich van ½ voet dick, veel van 4 duijm ende als dobbele heesters, die daegelijcx seer affgehouwen worden ende verminderen door dijen. Veel quaet wassent hout is ende vande huijsen affgelegen [veel doorgehaalde tekst] ende insgelijcx het schaerhout inde Heerendoncken t’welck oock door het continueel wthouden seer is verdorven ende desnijettemin naer alle apparentie ende sustenue van een ijder daer van kennisse hebbende noch sonder ennige contradictie aent lant competerende. 12.18.3.004 Schuijteldonk, Hoekstraat 1, Nederwetten (misschien ook Eikelkampen 5) Pachthoeve van het klooster Hooidonk. Voor het eerst vermeld in 1406. Deze hoeve was in bezit van het klooster Hooidonk. In 1662 wordt de naam geschreven als Den Schuijteldoncq.60 In 1648 geconfisqueerd door de Republiek en in 1662 beschreven als: 61 De hoeve genoempt Den Schuijteldoncq last weder ingepacht bij Ruth Aertssen voor 270 gulden jaerlijcx Ende bestaet in woonhuijs met den koestal annex, schuer, schaepscoij backhuijs, toffschop ende verckenscot.
Ende is groot in teulant 45 lopen saet alles tiendvrij vuijtgenomen den Speckacker groot 19 lopensaet liggende onder Gerwen. Ende is dese hoeve aenveert met de ½ schaer volgens t’verclaren vanden hoevenaer selfs, ende is dese hoeve belast met 1/6 part inde lasten conform de voorsz Kerkhoffse Hoeve. Reparatie Inde schuer was eenen balck gebroocken die nodich diende vernieuwt met 2 deuren ende waren de ander 2 eerst gerepareert. De schaepscoij is seer overgeweken ende lijt perijcken van inte storten ende oversulcx noodich diende gericht ende met platinge ende stijltiens aen d’een sijde versien ende gerepareert. Plantagie Om het erff ende hoff staen 18 eijcke boomen soo van 5 tot 10 duijm Oock ennige cleijnder met 2 groote kriekeboomen ende 8 opgaende willigen Om het Koe-eussel aen t’huijs19 eijcke boomen ter dickte als boven met 2 opgaende willigen oock aende 2 sijden hijer ende daer ennighe gecnoote willighen. Item ten zuijden int selve eussel hier ende daer ennich schaerhout met ennige gecnoote eijcke ende willige oock eenen eijcken boom van 1 voet houts.
Item t’schaerhout om den hoffacker soo eijcken als elsen is van 1, 2 ende 3 jarich met nog ennige gecnoote willigen ende 1 gecnooten eijck van 8 duijm Op den Eeckelencamp enen eijck schaers van 1 voet houts oock op den selven camp lancxt den wegh ennich 3 jarich elsen schaerhout ende achter aenden sloot ennige gecnootte willigen van 1 jaerich schaerhout Item om ‘t groot ende cleijn Peertsvelt hier ende daer ennige bossen schaerhout met weijnighe gecnootte eijcken Item een heesterbosken van ½ lopen saetlants, daeronder al bequaem heester sijn om vuijt te setten ende overmits seer dicht staen, dienden met den iersten al vuijtgeseth Op den voors Specacker op den wal lancxt den wegh staen ennighe oude gecnootte eijcken schaerhout eerst over een jaer gehouden Item buijten de voorsz wal staen ontrent 50 quaden crotten van eijcxkens ontrent als dobbele heesters Item opt voorhooff van dese hoeve sijnde lancxt de Neerwettense gemeijnte staen lancx de cant i… ierste reij voor de voorsz huijsinge 5 eijcken van ontrent 1 voet houts. Item buijten voor den Acker 32 eijxkens van 4 tot 6 duijm. Item over den vaerweg noch 60 van t’selve slach doch meest wat cleijnder ende 2 schaers van 1 voet.
Item voor den Eeckelencamp opde gemeijnte 100 eijcxkens als dobbele heester ende daeronder ennige weijnige van ontrent ½ voet, meestal oude crotten niet vo… wassende Item voor het Eeussel ten zuijden op de voorsz gemeijnte ontrent 100 boomkens van t’selve slach Ende van daer inde dreeff ontrent 90 van een soorte [er lijkt iets te ontbreken] Nota 60 61
Arts 2020, bijlage 3. NAG, RvS 2157 f 207r-209r. 70
den hoevenaer vermaent volgens huercedulle sijne huijsinghe behoorlijck te decken, eeckelen te saeijen, heesters op het aenwijsen vanden rentmeester te poten, oock in geen weij off hoijvelden te torven noch onder de opgaende boomen te vlaggen ende voordens gelijck de andere hoevenaers is aengeseeght. 12.18.3.005 Bloemenhof, Ten Hout62 De hoeve Ten Hout, eigendom van de priorij van Hooidonk, was de voorloper van de latere Bloemhoeve. De pachter in 1648 was Jan Goortsen. De hoeve Ten Hout was een van de eerste boerderijen van de priorij die door de rentmeester van de geestelijke goederen verkocht werd. In 1648 geconfisqueerd door de Republiek en kennelijk al snel verkocht aan de heer Blom, luitenant in het Staatse leger.63 Naar hem veranderde de naam tot Blomhoeve of Bloemhoeve. De hoeve werd van zijn erfgenamen gekocht door Ewout Hendrik en Jeremias Storm van ’s-Gravensande. Jeremias verkocht de hoeve in 1762 aan Lambert van Roosmalen. Zijn erfgenamen behielden de hoeve tot 1817, toen deze in eigendom overging aan Theodorus Lambertus van de Meerakker. De bloemhoeve werd van circa 1798 tot het einde van de 19e eeuw als pastorie gebruikt omdat bij de oude kerk aan de Dommel geen pastorie was. Van 1906 tot 1911 woonde hier de schilder-etser Johannes Proost.
De historische Bloemhoeve is in mei 1981 afgebroken en ook de gracht is toen gedempt.64 In 1777 heeft deze hoeve met de aangrenzende herenhuizing een omgrachting met wallen en heeft het een visvijver, tuin, heesterbos en bogaard.65 Tot de Bloemhoef behoorde de gronden A666 t/m 720 die bestonden uit bouwland, weiland, opgaand geboomte en huizen met erf en tuin.
Afbeelding: De Bloem(en)hoef Nederwetten, ets van Johannes Proost 1910 [collectie Esbeek]. 12.18.3.006 Herendonk Boerderij (omgracht) aan de noordkant van de eigenlijke Herendonk, mogelijk gesticht of vernieuwd door een van de heren van Nederwetten en als naam dus van na 1557.66 Onduidelijk of deze hoeve iets met klooster Hooidonk te maken heeft. 62
P. Thoben, Over etser Johannes Proost en Nederwetten, Drijehornickels jrg. 28, april 2019, nr. 1. Cornelissen e.a., 1987, 24, 75. 64 Coenen 2000. 65 Arts 2020, bijlage 3. 66 Cornelissen e.a., 1987,136-137. 63
71
Bij het klooster van de Bazelaars in Den Bosch hoorde het goed Coll met hoeve en watermolen. De eigenlijke naam van dit klooster was Porta Coeli, maar omdat het door Wynand van Basel op het goed of erf de Donk bij Den Bosch gesticht was, heette het doorgaans het klooster Baseldonk of Bazelaarsklooster. De monniken die er in woonden behoorden tot de orde der Wilhelmieten. 12.18.3.007 Collse Hoeve, Collse Hoefdijk 24, Nuenen. Deze boerderij fungeerde als ontginningshoeve voor Eeneind en wordt al genoemd in de uitgiftebrief voor de gemeentegrenzen van Nuenen-Gerwen in 1300. De kloosterorde “de Bossche Wilhelmieten” werd eigenaar van deze boerderij in 1309. Deze orde bevorderde van hieruit de ontginning van de Collse en Vaarlese Heide. In de 18e eeuw werd de boerderij eigendom van de familie Van Coll. In 1985 werd ze verbouwd tot hotel-restaurant. Pachthoeve van het Bazelaarsklooster in Den Bosch. In 1648 geconfisqueerd door de Republiek en in 1662 beschreven als:67 De Colse Hoeve gecomen van het convent vande Baselaers, belast aende domeijnen met 7 stuiver 1 oort ende aende heer van Helmont 10 stuiver. Item aen de pastorije ende costerije tot Nuenen 1 vat roggen ende 2 brooden.
Item aent Groot Gasthuijs Ten Bosch 4 sester roggen die van wegen het convent worden betaelt Ende bestaet dese hoeve in 56 lopen teullants bij Andries Goijaerts op de leste verpachtinghe gepacht voor 325 gulden jaerlijcx ende heeft deselve hoeve aenvaert bloot aende stoppelen volgens des hoevenaers verclaren ende conform de laetste verpachtcedulle ende affirmatie van den rentmeester. Oock bestaet dese hoeve in een woonhuijs metten koestal annex. Item schuer, schaepskooij ende verckenscot, met een backhuijs. Noodige reparatie Het backhuijs moet worden ompleijt ende de wenden versien, den oven is ingesoncken en moet nootsaeckelijc worden vernieuwt, oock diende de schuer omplaijt ende het verckenscot gerepareert. Potagie Int voorhooft aen t’huijs stont fraijen jonge potagie waeronder bij het huijs ende schuer ennige dick sijn een voet, ennige ½ ende het meerendeel cleijnder. Item lancxt de straet vanden Colsen molen aff tot Roeloff Peter Vennen driesken toe stonden 140 jonge opgaende boomkens. Item neffens de schuer ende achter het huijs 84 eijcke boomen noch jonck ende wel wassende Item op het Gansenbroeck lancxt de canten oijck een partij jonge opgaende boomen qualijck ½ voet dick Item om de Koeweijde ende Schueracker het schaerhout sommich 3 ende sommich 6 jarich out neffens den Eerkens Hoff.
Item een busselen schaerhout groot ontrent 5 lopensaet lants van 1 en 4 jarich hout ende opde heg 5 jarich Item een goede partije eijcke boomen int voorsz bosken waerbij om het waterswil niet en was te comen, doch daeronder waeren weijnich van 1 voet dick ende t’meerendeel ½ ende sommige minder. Item het schaerhout om den Hoeffkens Acker was 3 jarich hout Item het schaerhout in het Leegh Broeck 2 jarich Nota den hoevenaer aengeseeght sich in alles te moeten gedragen volgens sijne pachtcedulle, waervan hem de inhout als hijervoorens aender ander hoevenaers heb verhaelt, oock aengewesen waer hij bequaempst sijne 50 heesters soude hebben te setten ende eeckelen te saijen.
Landgoed Vaarle was een leen van Oud-Herlaar en is vanaf 1381 bekend. We moeten dit leengoed vergelijken met de hoeve Coll, die eveneens leenroerig was aan Oud Herlaar. Vaarle was niet alleen omvangrijker dan Coll, maar ook belangrijker. Het was eigendom van adellijke families of 67
NAG, RvS 2157 f 62r-63v. 72
grootgrondbezitters. De hoeve, die later aangeduid werd als Groot Vaarlaar, lag op Nuenens grondgebied, terwijl een groot aantal percelen tot Mierlo behoorde. Op een oude kaart van de heerlijkheid Mierlo is goed te zien dat de grens dwars door Vaarlaar liep. In tegenstelling tot veel middeleeuwse hoeven in Nuenen is het goed yaarlaar tot in de 20ste eeuw blijven bestaan. Het buurtschap bestaat nog steeds, maar de huidige boerderijen liggen niet meer op dezelfde plaats als hun middeleeuwse voorgangers.68 Het kadaster toont twee pachthoeven.69 12.18.3.010 Kerkhofse Hoef Oudste vermelding in 1539. Deze hoeve staat bij een terrein genaamd het Begijnenkerkhof (mogelijk het grafveld van het eerste klooster Soeterbeek). Deze hoeve is in bezit van het klooster Soeterbeek maar is vermoedelijk kort na 1539 verkocht aan het klooster Hooidonk. 70 12.18.3.011 ter Dommelen (Opwetten) Deze hoeve wordt vermeld als het huis van de schenker van het terrein waar in 1462 het klooster Soeterbeek wordt gebouwd.71 12.18.3.012 hoeve Ruckensberge Hoeve uit de Late Middeleeuwen B: 1250 – 1500 nC, gelegen in het gehucht Wetten.72 Uit nadere plaatsbepalingen blijkt dat de landerijen van dit goed nabij Coll en Collbraken lagen.
Na de 15e eeuw zijn geen gegevens meer bekend van deze hoeve.73 12.18.3.013 Hoeve Oudenstein Omgrachte hoeve aan de Beekstraat bekend uit akten van rond 1450 maar mogelijk reeds uit 1387. Het was een leengoed van de Duitse Orde in Gemert. Dit was een orde die ontstaan was tijdens de Kruistochten.Als hoeve niet meer genoemd na 1496 maar voortbestaan als omgracht stenen huis en leengoed tot eind 18e eeuw. Was ook de locatie waar een tiendschuur stond. Coenen spreekt over waarschijnlijk een klein kasteeltje, vermoedelijk een adellijk hooghuis. Eigenaar was de ridderlijke familie van Ouden.74 De eeuwenoude boerderij is in 1974 gesloopt.
Afbeelding: Hoeve Oudenstein (foto beeldbank heemkundekring de Drijehornick). 12.18.3.014 Hoeve ter Welle75 Hoeve uit de Late Middeleeuwen B: 1250 – 1500 nC. die aan de Berg lag, en met zijn landerijen grensde aan de gemeenschappelijke gronden en aan de Beekstraat. Een huis dat deel uitmaakte van de hoeve Ter Wellen werd in 1481 door fan en Laureijs van Ouden, achterkleinkinderen van Rutger 68 Coenen 2000, 58. 69 Cornelissen e.a., 1987,285-287. 70 Arts 2020, bijlage 3. 71 Arts 2020, bijlage 3. 72 SAS 495 73 Coenen 2000, 53. 74 Coenen 1996, 16. SAS 506. 75 Sas 527. 73
van Ouden, verkocht aan Reynier, zoon van Reynier Templer. Het goed bestond toen waarschijnlijk niet meer, na 1482 werd het niet meer vermeld' 12.18.3.015 De Heijde Hoeve in Gerwen76 Onder de Heihoef verstaan we het goed Ten Rullen in Gerwen. Dit was een leengoed van de hertog van Brabant.77 Het leengoed bestond in elk geval al in 1312 waarschijnlijk onder de naam Ten Rullen volgens een vermelding in het leenregister uit dat jaar. Pachthoeve van 1648 tot 1719. De Heihoef behoorde in 1745 aan Adriaan Draeck, drossaard van Geldrop en erfsecretaris van Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Tongelre.78
Afbeelding: De Heihoef op de Topografische kaart van 1840 (schaal 1:25.000). 12.18.3.016 Hoeve Ter Katten De hoeve Ter Katten, die gelegen was aan het einde van de Beekstraat, was eigendom van het Bossche Gasthuis. De hoeve werd ook aangeduid als de Gasthuishoeve en de nabijgelegen percelen als de Gasthuisjes, Gasthuiskamp of het Gasthuiseeuwsel. De hoeve werd in 1315 door Ghiselbertus, zoon van Reynerus van Nuenen overgedragen aan het Bossche Gasthuis. In 1488 bestond de hoeve niet meer, men sprak over een hofstede (huisplaats) aldaer een huysinge op pleech te staen, geheyten die hoeve ofte goet ter Catten.79 12.18.3.017 Hoeve Ter Waarde Deze hoeve in Gerwen droeg in de Middeleeuwen de naam Ter Waarde. De hoeve was bezit van de Tafel van de Heilige Geest van Den Bosch.80 Van hun bezittingen is een goede administratie bewaard gebleven. We kennen zodoende de namen van de pachters van de hoeve in Gerwen vanaf 1511 tot en met de verkoop in 1734. Uit de pachtcontracten blijkt dat de hoeve in 1628 afbrandde. Ook de pachter stierf in hetzelfde jaar. In hoeverre daartussen een relatie bestaat, is niet teruggevonden. De hoeve, het bakhuis en de schuren werden in 1628 herbouwd. Op de hoeve was het Kempisch stalrecht van toepassing. Dit betekende dat de Tafel van de Heilige Geest de helft van het vee bezat 76 Heijden 2016. 77 Coenen 2000, 104. 78 Cornelissen e.a. 1984, 129.
79 Coenen 2000, 57. 80 Coenen 2000, 104-105. 74
en de hoevenaar de andere helft. Het ging om een grote veestapel. In 1535 was er sprake van 60 schapen, acht koeien, twee stieren, negen kalveren en vijf paarden. De hoeve zelf had vermoedelijk lemen wanden en een dak van stro. De pachter moest aan de hoeve jaarlijks onderhoud plegen. De pachtcontracten geven een goed inzicht in de landbouwmethode zoals die destijds werd gebruikt. De Heilige Geesthoeve was een omvangrijk complex, dat na de verwerving in 1366 nog verder werd uitgebreid met enkele beemden en akkers in de richting van het goed Ten Alvensoen en de Heuvel, die aansloten bij de landerijen van de hoeve.81 12.18.3.018 Hoeve Ter Heeze Het was gedeeltelijk leengoed en gedeeltelijk cijnsgoed. Veel bijzonderheden zijn er niet over bekend. In het oudste leenboek van de hertog van Brabant uit 1312 komen we een leengoed tegen nabij Gerwen, waarvan de naam niet vermeld staat. Leenman was Johannes Peedelare. Vermoedelijk betreft het steeds hetzelfde leengoed. In 1441 verkocht Aert Willem Comans een erfpacht uit de hoeven Ter Heeze en Ten Broeke te Gerwen. Uit die akte is niet op te maken of de boerderij nog bestond.82 12.18.3.019 Hoeve Alvershool De hoeve Alvershool werd in de 14de eeuw Ten Alvensoen genoemd. Het goed Ten Alvensoen was in de 14de eeuw cijnsplichtig aan het kapittel van Sint-Oedenrode.
De hoeve werd voor het eerst genoemd in 1332 toen de kinderen van Hendrik van Broeke voor schepenen van Eindhoven de hoeve verkochten aan Dirk Stockelman. Vanwege achterstallige betalingen verkocht het armbestuur van Den Bosch de hoeve in 1415 aan Dirk van der Stegen van Zevenem". Door deze verkoop weten we dat het goed Ten Alvensoen na die tijd vooral aangeduid werd als Ten Broeke. Het goed Ten Broeke lag nabij het buurtschap Broekeind in Gerwen, niet ver van het gasthuis van Gerwen. Het is inmiddels duidelijk dat Alvershool en Broek identiek zijn, zo dat we Broekeind kunnen beschouwen als het einde van het buurtschap dat Broek werd genoemd. 12.18.3.020 Hoeve Berkenbos Hofstede genoemd naar een nabij gelegen berkenbos en gelegn nabij de Refelingse Loop.83 12.18.3.021 Broekmanshof Perceel waarop een hofstede heeft gestaan. Gelegen nabij het Nederwettens Broek.84
18.4 Heerlijkheidsgebied Aanduiding van het rechtsgebied van de heerlijkheid in kwestie. Dat is soms uitgezocht en dan kun je dat overnemen. Indien onbekend: dan valt er ook niets op te nemen. De grenzen van zo’n heerlijkheidsgebied zijn soms heel grillig, met enclaves over en weer. Soms ook zijn het nog steeds bestaande min of meer rechte lijn in het landschap: die vinden we dan als relicten terug! 12.18.4.001 Heerlijkheid Nuenen, Gerwen en Nederwetten Koning Philips II van Spanje verpandde in 1558 als hertog van Brabant zijn rechten, bestaande uit cijnzen, houtschat, hoge, middelbare en lage rechtsmacht over Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Tongelre aan Rutger van Berckel. In 1621 werd de verpanding vernieuwd. Ze omvatte nu alleen de hoge, middelbare en lage rechtsmacht over Nuenen, Gerwen en Nederwetten. In 1641 werd het pand gelost. Daarna waren deze dorpen weer hertogsdorpen, na 1648 Statendorpen.85 12.18.002 Grondheerlijkheid van Nederwetten De grondheerlijkheid van Nederwetten hoorde toe aan het klooster Hooidonk. Uit de verkoopakten in Nederwetten krijgen we de indruk dat een groot deel van het grondgebied van het dorp, mogelijk zelfs 81 Coenen 2000, 60; Cornelissen e.a. 1984, 132. 82 Coenen 2000, 59. 83 Cornelissen e.a. 1987, 69. 84 Cornelissen e.a. 1987, 84. 85 Sanders, 1996, 426. 75
meer dan de helft, toebehoorde aan de priorij. Bestuur en de grondrechtspraak waren daar in handen van de priorij van Hooidonk was. Na de teloorgang van het klooster in 1650 zijn deze rechten vermoedelijk aan de Staten Generaal toegevallen en aldus verenigd met het statendorp Nuenen c.a.. De rest van Nederwetten was een hertogsdorp. Uit de verkoopakten blijkt dat veel goederen verkocht werden ten overstaan van de hertogelijke schepenen van Son en Breugel. Die namen dus de hertogelijke bevoegdheden in Nederwetten voor hun rekening. Tussen 1558 – 1641 vielen die echter onder de heerlijkheid Nuenen, Gerwen en Nederwetten en daarna onder het statendorp met die naam. 18.5 Relaties Het kasteel, de hoeven, de galg, het heerlijkheidsgebied en eventuele andere fenomenen van één heerlijkheid vormen samen een ensemble: die heerlijkheid. Getekend als verbindingslijnen met het kasteel (bijv. een lijn galg – kasteel). 18.6 Voorhof Hier boven beschreven als element van het kasteel. 18.7 Kasteelboerderij Kasteelboerderij is de hoofdhoeve uit de beschrijving hierboven.
76
Thema: 19 Landgoederen De terreinen die de heren van de oude heerlijkheden voor zich behouden hadden, zijn in de zestiende eeuw en later uitgegroeid tot de kernen van landgoederen. Naast deze oude groep ontstonden er ook geheel nieuwe landgoederen. De kern daarvan was in de regel een bestaande boerderij, soms een nieuwe ontginningshoeve, die in handen kwam van in een naburige stad gehuisveste adel of notabelen. Landgoederen zijn mooi ingerichte stukken grootgrondbezit. Sommige komen voort uit oude heerlijkheden: in dat geval worden de landgoedaspecten daarvan onder het thema “landgoed” beschreven. Andere hebben een andere ontstaanswijze, deels door opwaardering en uitbouw van een enkele boerderij, deels als ontginningsblok. Centrum van het landgoed is het landhuis, ook wel “kasteel” genoemd, naar het uiterlijk. Bij dat landhuis horen een tuin, vijver en park, soms een gracht om het huis. Daaromheen liggen de landerijen met enkele verpachte boerderijen. Soms is op grote schaal het landschap aangepast en meestal zijn er een of meerdere lanen aangelegd. Het geheel is het landgoedgebied. Soms is het deels omgeven met een wal. In de negentiende eeuw ontstaan ook mini-landgoedjes: een grote villa of grote herberg met ruime tuin en vaak nog een vijver, maar verder geen landerijen, boerderijen etc. Veel grotere kloosters zijn in wezen het centrum van een landgoed.
In plaats van een landhuis is dan het klooster het centrum. Soms is dat in een oud landhuis gevestigd. Waar in tuin en park van een gewoon landgoed allerlei profane versieringen en follies staan, staan bij een kloosterlandgoed religieuze elementen zoals heiligenbeelden (ipv Romeinse of Griekse beelden), kruiswegstaties, Calvariebergen en Lourdesgrotten. Maar de opzet is identiek: centraal gebouw, tuin, park en een lanenstructuur in een ruim gebied met pachtboerderijen staan en waar soms aan landscaping gedaan is. De terreinen die de heren van de oude heerlijkheden voor zich behouden hadden, zijn in de zestiende eeuw en later uitgegroeid tot de kernen van landgoederen. Naast deze oude groep ontstonden er ook geheel nieuwe landgoederen. De kern daarvan was in de regel een bestaande boerderij, soms een nieuwe ontginningshoeve, die in handen kwam van in een naburige stad gehuisveste adel of notabelen. 19.1 Gracht Gracht om het landhuis of een iets groter gebied. Soms is alleen de gracht bewaard gebleven. 12.19.1.001 Gracht Bloemhoeve 12.19.1.002 Gracht ‘t Slotje 19.2 Herberg Herberg uit 19e of 20e eeuw, indien centrum van rijke tuin, maar zonder verdere landgoedstructuren van betekenis: minilandgoed. 19.3 Hoeven Pachthoeve van het landgoed. Soms een bij het landhuis en nog enkele wat verderop.