CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Erfgoedbeleid - Bijlage 10 Erfgoed uitgediept - Bijlage 2 Overzicht van waardevol cultureel erfgoed en aardkundige waarden gemeente Nuenen

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Erfgoedbeleid31.159 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Literatuur

zogenaamde moated site of omwaterde huisplaats. Mogelijk betreft het hier de resten van de uit historische bronnen bekende Oudenstein. De gracht is circa 11-12 meter breed en circa 1.2 meter diep. De archeologische resten zijn aangetroffen op een diepte van 15.7 meter + NAP, op een gemiddelde diepte van 1 meter beneden maaiveld. De gracht lijkt reeds in de 14e eeuw in gebruik en is ten minste tot in de 16e eeuw in gebruik gebleven. In de bovenste vulling van de gracht zijn ook enkele kleine fragmentjes metaal, bouwmaterialen en enkele fragmenten van een kies (dierlijk) aangetroffen. Indien het hier inderdaad een moated site betreft mag aangenomen worden dat deze zich ook onder de Beekse Tuin bevindt. Binnen het omgrachtte gedeelte bevinden zich het merendeel van de aangetroffen archeologische sporen. Deze bestaan uit greppels, (paal-)kuilen, uitbraaksporen en muurwerk. Binnen de omgrachting werden een aantal losse paalkuilen gevonden en ook werden er palen gevonden vlak naast de gracht, die waarschijnlijk fungeerden beschoeiing. De paalkuilen binnen de omgrachting en de greppel dateren op basis van het hierin aanwezige aardewerk en een met C14 gedateerd houtskoolfragment uit het eind van de 13e tot begin van de 14e eeuw.

Ook buiten de omgrachting in het westen werden een aantal paalkuilen gevonden, maar het is onduidelijk of ze deel uitmaakten van een grachtbeschoeiing of andere structuur. Tevens werd nog een gracht of greppel in het noorden opgetekend, waarvan onduidelijk is of deze deel uitmaakt van de omgrachte site. F.M.J. Delporte, 2014: Aanwijzingen voor Oudenstein? Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven en een archeologische opgraving plangebied Beekse Tuin te Nuenen, gemeente Nuenen (Grontmij Archeologische rapporten 1449).

Funderingsresten van huis Oudenstein (foto Grontmij). Monumentnr. Plaats Bron Coördinaten

55

Nuenen 9 Nuenen Archis Zaak ID 2440695100/ 2456247100 X= 164551 Y= 385703

Toponiem Thema Complextype Datering Waarde Omschrijving

Literatuur

’t Slotje of Kasteel Opwetten Bewoning (inclusief verdediging) Versterkt huis Middeleeuwen laat B:1250 - 1500 nC - Nieuwe tijd C: 1850 – 1900 nC Terrein van hoge archeologische waarde In 2014 en 2016 zijn bij archeologische onderzoeken sporen gevonden van een omgracht kasteelterrein of een voorloper daarvan. Uit historische bronnen is bekend dat het gebied deel uitmaakte van het kasteelterrein ’t Slotje. Tot nog toe werd ervan uitgegaan dat het kasteel was opgericht vóór 1576 door jonkheer Rutger van Berckel, maar na dat Nuenen in 1558 een heerlijkheid was geworden. Nadat het kasteel tussen 1811 en 1825 in verval was geraakt en gesloopt is, is vermoedelijk niet lang daarna op dezelfde locatie een boerderij gevestigd. Deze boerderij is op zijn beurt in 1881 gesloopt is. Het archeologisch onderzoek toont nu aan dat dit kasteel uit de 16e eeuw niet de eerste bewoning is die hier aanwezig was, maar dat het terrein reeds in de 13-15e eeuw bebouwd/bewoond is geweest. Uit historische bronnen is bekend dat in deze periode in het gebied sprake was van enkele hoeven, waaronder de Vorswijck, dat in de 15e eeuw in bezit was van Ywan Stierkens.

Wanneer de grachtenloop en de greppel geprojecteerd worden op de kadastrale kaart van 1811-1832, valt op dat de noordoost zuidwest georiënteerde perceelsgrenzen aan weerszijden van de boerderij, waarvan aangenomen wordt dat deze gesitueerd is op de locatie van het voormalige kasteel, samenvallen met de hedendaagse sloten. - X. Alma, 2014: Nuenen – kasteelterrein ’t Slotje. Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven (ADC ArcheoProjecten) - J. Vansweevelt en M. Janssens, 2016: Inrichtingswerken in het dal van de Kleine Dommel te Nuenen en Eindhoven, gemeenten Nuenen en Eindhoven. Resultaten van de archeologische begeleiding (RAAP rapport 3158).

Projectie van de resultaten van het proefsleuvenonderzoek op de kadastrale kaart van 1811-1832. In groen de beoogde loop van de nieuwe meander (uit rapport ADC).

56

3.2 Overzicht van cultuurhistorische ensembles

Opbouw van de beschrijving van de ensembles: 1.

Naam Met naamsverklaring

2.

Ligging Topografische beschrijving op basis van moderne topografie, inclusief weergave op de moderne topografische kaart.

3.

Omvang Oppervlakte, uitgedrukt in hectare.

4.

Karakter Beschrijving van de essentie van het ensemble. Dragende en kenmerkende elementen, toevallige extra elementen, storende elementen. Gaafheid.

5.

Grondgebruik • Actueel • 1830 Beschrijving van het grondgebruik, verdeeld in de categorieën: akker, grasland, bos, bebouwing.

6.

Onderdelen van het cultuurhistorisch ensemble

7.

Het ensemble op historische kaarten • Zo mogelijk: op kaart van voor 1794. • 1794 Verhees • 1840 Topografische kaart • 1900 Topografische kaart

8.

Het ensemble op recente luchtfoto Bron = Google-Maps

9.

Het ensemble op hoogtekaart Bron = AHN3, relatieve hoogten gekleurd, met reliëf aangeduid.

P.S. De beschrijving van de ensembles E1.006 t/m E1.013 zijn nog niet af!

57

E12.001 Hooidonk 1.

Karakter

Het ensemble Hooidonk betreft een compleet en nog functionerend watermolenlandschap en tevens de plaats van een middeleeuws klooster.

2.

Naam

De naam Hooidonk lijkt een samenstelling van de elementen hooi, gedroogd gras gebruikt als veevoer, en donk, een hoogte in een natte omgeving. Maar de oorspronkelijke naam was Hodunc, een samenstelling van oud-nederlands ho 'hoog' en dunc, → donk 'zandige opduiking in moerassig terrein.2 Hier betrof het een eilandje in de Dommel.

3.

Ligging

Het ensemble “Hooidonk” op de topografische kaart van 2020. 2

Van Berkel en Samplonius 2018, op Hooidonk (Son en Breugel).

58

Het ensemble “Hooidonk” fysisch-geografisch. Het ensemble ligt geheel in het beekdal van de Dommel, vlak bij het punt waar de Hooidonkse Beek daarin uitmondt. Vlak langs de Dommel zit er ook veen in de bodem.

4.

Omvang

Het ensemble heeft een oppervlakte van bijna 7 hectare.

5.

Grondgebruik

In 1840 was het grondgebruik half erf met bebouwing en boomgaard en half grasland, met nog stromend water in de Dommel, in de molenloop en de Hooidonkse Beek. In 2020 was het grondgebruik merendeels grasland, met gedeelten erf en nog steeds de drie waterlopen.

59

6.

Onderdelen van het cultuurhistorisch ensemble

Uitsnede uit de Cultuurhistorische waardenkaart van Ensemble “Hooidonk”. De volgende losse elementen maken onder meer deel uit van dit ensemble:

Thema: 11 Restbossen 11.2 Ecologisch oud bos3 12.11.2.001 Dommeldal tussen Son en Eindhoven Heel het ensemblegebied valt binnen de grote zone met hakhout van berk, eik, els, es, knotwilg; en verder boswilg, es, schietwilg, zachte berk, zomereik, zwarte els, eenstijlige meidoorn, Gelderse roos, geoorde wilg, gewone vlier, gewone vogelkers, hazelaar, hondsroos, Salix x multinervis, schijnkoraalmeidoorn, sporkehout, viltroos, wegedoorn, wilde lijsterbes.

Thema: 13 Doorgaande wegen 13.1 Doorgaande weg 12.13.1.015 Nuenen – Son De weg genaamd Hooidonk is vanouds de landweg tussen Nuenen en Son. Hij loopt pal langs de molen/kloosterlokatie. 13.15 Laanbeplanting 12.13.15.012 Laanbeplanting Hooidonk-Eikelkampen 3

Volledig naar bestanden Bert Maes via RCE Groen Erfgoedatlas.

60

Thema: 14 Lokale wegen 14.1. Lokale wegen 12.14.1.267 Pad op Hooidonk Ontsluitingsweg langs de watermolen. Waardering: hoog. 14.2 Voorde / brug 12.14.2.007 voorde Hooidonk Verhoogd pad over de oostrand van het eiland naar het sluisje waar men ook over kon steken naar een weg aan de westkant van de Dommel. Waardering: zeer hoog.

Thema: 15 Gegraven waterlopen 15.2 Molenloop 12.15.2.02 Molenloop Hooidonk Gegraven verbinding tussen de Dommel en de Hooidonkse Beek. Hierlangs werd het water naar de Hooidonkse watermolen gestuwd. Waardering zeer hoog. 15.3 Sloot / wetering 12.15.3.017 Hooidonkse Loop Bermsloot langs de weg Hooidnk. Waardering hoog.

Thema: 16 Molens 16.2 Watermolen 12.16.2.001 Hooidonkse watermolen Rijksmonument nr. 30826 en 511964 Hooidonk 8 Nederwetten. Maalt op de Dommel, met molenwater, molenkolk, sluis. Bestaat en draait nog. Dubbele waterradmolen (onderslagmolen) gebruikt als koren-, olie-, schors- en houtzaagmolen. Ensemble van stuw en Hooydonkse molen, beide gesitueerd aan (een aftakking van) de Dommel, voor zover gelegen op het grondgebied van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Vermoedelijk daterend uit omstreeks 1150. Omstreeks 1300 is de molen eigendom van het klooster van Hooidonk, een priorij van de reguliere kanunnikessen van Augustinus, gesticht in 1146. Dit klooster had twee molenijzers in het wapen. Daarom wordt de aanwezigheid van een oudere molen vermoed. Volgens Jurgens4 werd de Hooijdonkse molen echter pas aan het einde van de veertiende eeuw gebouwd. De molens van Son en Hooijdonk hebben namelijk gezamenlijk het verval van één molen waardoor ze niet gelijktijdig konden werken, tenzij er een lange dam geweest is in het midden van de Dommel. Beschouwd vanuit de economie van de molen was de bouw van de Hooijdonkse molen volkomen overbodig: hij werkte op het verval van de molen van Son en deelde de klanten daarmee. Wellicht werd tot deze vreemde constructie besloten vanwege juridische omstandigheden. In 1564 wordt de molen verwoest tijdens de Tachtigjarige Oorlog.

In de 16e eeuw vindt herbouw plaats en uitbreiding met een volmolen. Met het overige bezit van het klooster Hooidonk werd ook de watermolen door de Republiek geconfisqueerd. In 1662 genoemd als Den Hoijdonxen Watermolen. Toen had de molen minstens deels een pannendak. Restauratie in 1983. Sinds 2005 is de molen zelfs in gebruik als kleine electriciteitscentrale. 4

Jurgens 2014.

61

Hooidonkse watermolen in 1968 (Foto J.A. Heijdra, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed). Twee houten gebouwen, elk op rechthoekige plattegrond en ter hoogte van een bouwlaag plus kap met riet en nokvorst, beide opstallen deels over het water op de linker- en rechter oever van de afgetakte Dommel gebouwd en staand op houten stammen, houten palen en bakstenen muurwerk. Aan de afgetakte Dommel hebben beide opstallen puntgevels, de andere korte gevels zijn als tentdak uitgevoerd. Tussen beide molengebouwen het wateropvoerwerktuig, zijnde een onderslagmolen bestaande uit twee open waterraderen van hout en staal, vier verticaal beweegbare sluisdeuren met haspels, kademuren, stortbed; houten loopbrug met dito hekjes afsluitbaar. Het houten gebouw op de rechteroever is in gebruik als woning en heeft een achtergevel met drie liggende en twee staande veelruitsvensters, deur, bakstenen trap; de gevel aan de afgetakte Dommel is gepotdekseld en op een klein vierruitsvenster na blind; de voorgevel bevat links twee veelruitsvensters (liggend), een houten opgeklampte deur en twee kleine vierkante vensters en een liggend veelruitsvenster, in het dak een halfronde dakkapel; rechter zijgevel geheel blind. In de dakhelft voor een halfronde dakkapel, achter twee dito en op de nok een gemetselde schoorsteen.

Houten gebouw op de linkeroever, in gebruik als opslag maar met behoud van maalwerk voor graan zijnde een oud eiken bintwerk met maalstoel en een houten gangwerk met bovenaandrijving, heeft in de voorgevel een dubbele deur en op de verdieping een negenruitsvenster; beide zijgevels geheel blind; de achtergevel bevat twee kleine negenruitsvensters. Halfronde dakkapel aan de achterzijde. Op ongeveer 200 meter stroomopwaarts in de Dommel een eenvoudige STUW bestaand uit een oeverbekleding van hout en beton, een houten brug, vier houten schuiframen in een staalconstructie, windassen en staalkabels. Waardering Het ensemble van Hooydonkse molen met stuw aan de (afgetakte) Dommel vertegenwoordigt algemeen belang omdat: het molen- en stuwrecht al eeuwenlang onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden, hetgeen een historische twee-eenheid impliceert die in de opstallen tot uitdrukking komt; de stuw als historisch werktuig een essentiële functie in het voortbestaan van de Hooydonkse molen vervult; molen, stuw en Dommel in hun samenhang inzicht verschaffen in de geschiedenis van bedrijf en techniek alsook in de geschiedenis van de waterbeheersing en -huishouding; het ensemble van molen, stuw en (de aftakking van de) Dommel een opmerkelijk veelzijdig en samenhangend spectrum van historische belevings- en ervaringsmomenten biedt waarbij de directe omgeving, zijnde het gebied van de voormalige

priorij van Hooydonk met onder meer de Agneshoeve (niet beschermd), begraafplaats met kapel (niet beschermd) en de restanten van de priorij zelf (beschermd) in een

62

opmerkelijke dimensie voorziet. Ook het watermolenlandschap is in directe omgeving en in het beekdal uitstekend behouden gebleven.

Ligging van de Hooidonkse watermolen op de Topografische kaart van rond 1900 met de molenbiotoop en de hydrologische invloedsfeer (bron: De Mars e.a. 2019). In 1662 wordt de watermolen beschreven als:

63

Fol 202v Neerwetten Den Hoijdoncxen Watermolen, met het woonhuijs, hoff ende 2 veltiens, t’saemen groot ontrent 3 lopen saet, bij Peter Huijberts van Dinter weder ingehuert voor 560 guldens jaerlijcx behalven ½ stuiver vanden gulden tot lijcoop ende daerenbovens voor ijderen duijm affgemalen steen te betaelen 6 gulden. Ende gelijcke 6 gulden t’elckens als het pineijnde aende asse versteecken wert. Ende daerenbovens t’onderhouden t’gene hem volgens verpachtcedulle te laste is geleeght. Nota den voorsz molenaer heeft int opcomen vanden molen voorsz geavanceert 500 gulden die hem int affschijden vanden aencomende pachter off anderssints Fol 203r bij ’t lant souden moeten gerestitueert werden, doch sonder interesse van dijen.

Op desen molen sijn insgelijcx 4 steen aen t’lant toecomende waervan den eenen looper over de 12 duijm dick is ende den anderen ontrent de 15 duijm ende de liggers 5 ende 4 duijm, doch overmits niet opgebrooken en conde niet perfectelijc gemeten werden, doch sijn de selve steen eerst op den molen gebracht sijnde gemeten ende nu bij het aenvangen van dese nieuwe huer weder moeten bij den rentmeester hermeten worden, om volgens voorgaende huercedulle van ijderen duijm affgemaelen steens t’ontfangen 6 gulden ende sulcx an t’lant weder te verantwoorden --- memorie Fol 203v Reparatien Het steenbed diende onder versien ende ter sijden met enen nieuwe plaet geholpen ende eenen pael aen d’een eijnde op(?) den wiel gebracht. Item het dack diende met ennige pannen ende vorsten versien. De sluijs is oock vergaen ende staende stijlen van de schuitbeurden seer en beven, t’welck bij laegh water naerder diende gevisiteert om ten minsten costen van t’lant bij tijts te werden gerepareert. Oock sijn de sijdelschoeingen ten deelen vergaen oock ennige van den achtercommen verloopen. Het huijs was noch in redelijcke reparatie.

16.8 Molenwiel Min of meer ronde waterplassen boven en benedenstrooms van watermolens, uitgewoeld door het onrustige water. De molenaar had er vaak het visrecht op. Niet te verwarren met het molenrad: dat is het rad waarin het water valt om de molen aan te drijven. 12.16.8.001 Molenwiel Hooidonkse Watermolen Direct benedenstrooms van beide raderen van de Hooidonkse Watermolen ligt een groot molenwiel: ruim 0,3 hectare. 12.16.8.002 Sluiswiel Hooidonkse watermolen Wiel direct benedenstrooms van de molensluis van Hooidonk. Ruim 0,2 ha. 16.9 Molenvloed Gebied bovenstrooms van watermolen dat door te sterke stuwing bij de molen wateroverlast kon hebben. NB: verschilt van “Molenwiel”, want dat is een meest ronde kleine waterplas bij de uitloop van het molenrad of de bijhorende sluis; soms ook pal bovenstrooms van molenrad.

64

12.16.9.001 Molenvloed Hooidonkse watermolen De Hooidonkse watermolen lijkt geen echte “Vloed” gehad te hebben, al zal het Dommeldal wel als zodaig gefunctioneerd hebben. Wel onderscheidt men tegenwoordig een hydrologische invloedsfeer (bron: De Mars e.a. 2019).

Thema: 17 Gehuchten 17.5 Huizengroep 12.17.5.005 Hooidonk In 1832 vinden we hier een dubbele watermolen met molenaarshuis en nog drie boerderijen. In de middeleeuwen stond hier naast de molens een klooster.

Thema: 18 Heerlijkheden 18.4 Heerlijkheidsgebied Aanduiding van het rechtsgebied van de heerlijkheid in kwestie. Dat is soms uitgezocht en dan kun je dat overnemen. Indien onbekend: dan valt er ook niets op te nemen. De grenzen van zo’n heerlijkheidsgebied zijn soms heel grillig, met enclaves over en weer. Soms ook zijn het nog steeds bestaande min of meer rechte lijn in het landschap: die vinden we dan als relicten terug! 12.18.4.001 Heerlijkheid Nuenen, Gerwen en Nederwetten Koning Philips II van Spanje verpandde in 1558 als hertog van Brabant zijn rechten, bestaande uit cijnzen, houtschat, hoge, middelbare en lage rechtsmacht over Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Tongelre aan Rutger van Berckel. Hooidonk hoorde daar ook bij. In 1621 werd de verpanding vernieuwd. Ze omvatte nu alleen de hoge, middelbare en lage rechtsmacht over Nuenen, Gerwen en Nederwetten. In 1641 werd het pand gelost. Daarna waren deze dorpen weer hertogsdorpen, na 1648 Statendorpen.5 12.18.002 Grondheerlijkheid van Nederwetten De grondheerlijkheid van Nederwetten hoorde toe aan het klooster Hooidonk. Uit de verkoopakten in Nederwetten krijgen we de indruk dat een groot deel van het grondgebied van het dorp, mogelijk zelfs meer dan de helft, toebehoorde aan de priorij. Bestuur en de grondrechtspraak waren daar in handen van de priorij van Hooidonk was.

Na de teloorgang van het klooster in 1650 zijn deze rechten vermoedelijk aan de Staten Generaal toegevallen en aldus verenigd met het statendorp Nuenen c.a.. De rest van Nederwetten was een hertogsdorp. Uit de verkoopakten blijkt dat veel goederen verkocht werden ten overstaan van de hertogelijke schepenen van Son en Breugel. Die namen dus de hertogelijke bevoegdheden in Nederwetten voor hun rekening. Tussen 1558 – 1641 vielen die echter onder de heerlijkheid Nuenen, Gerwen en Nederwetten en daarna onder het statendorp met die naam.

Thema: 20 Bosbouw 20.2. Bosbouw 1750-1850 12.20.1.406 Bomen op Hooidonk In 1832 was er midden op het eiland een groep opgaande bomen. Die bomen zijn er niet meer.

Thema: 23 Beemden 23.1 Hooiland 12.23.1.283 en 285 Beemden bij Hooidonk 5

Sanders 1996, 426.

65

Het oostelijke deel van het ensemblegebied was in 1832 hooiland. Grote delen adarvan zijn nog steeds grasland.

Thema: 26 Kerkelijk 26.1 Kerk 12.26.1.007 Kloosterkerk Hooidonk6 Zie 12.26.8.001 Klooster Hooidonk. Op de reconstructietekening van het oude moleneiland met klooster Hooidonk door N. Nagtegaal (zie hieronder) is duidelijk dat er naast een kapel ook een kerk op het terrein aanwezig was met bijbehorende begraafplaats. De welvaart van het klooster zorgde namelijk voor uiterlijk vertoon en zo werd er tussen 1438 en 1442 de stenen kapel vervangen door een kerk met toren, middenschip en een driezijdig gesloten koor, die tegen het klooster werd aangebouwd. Ook de kerk in Nederwetten en die ini Gerwen werden vernieuwd.7 Het kloostercomplex werd tijdens de Tachtigjarige Oorlog in of direct na 1579 in brand gestoken waarbij de kerk, het dormitorium en enkele kloostergebouwen in vlammen opging. Na de brand was het klooster totaal geruïneerd. Voor de kleine groep zusters waren er onvoldoende inkomsten om van te leven. Na deze rampen nam het aantal kloosterlingen af. Voor de adellijke dames was een verblijf in het armoedige Hooidonk min of meer beneden de stand. 8 Na de val van de stad Den Bosch in 1629 beleefden de katholieken in de Meierij moeilijke jaren. In Den Bosch zelf werden de kloosterlingen al in 1629 verjaagd, terwijl op het platteland de situatie voorlopig onveranderd bleef. Doortrekkende Spaanse en Staatse soldaten zorgden in de periode tussen 1629 en1648 voor veel onrust.

Het is daarom zo opmerkelijk dat Agnes van Pollaert de aanzet gaf tot de herbouw van de kerkvan Hooidonk. Wichmans schrijft in 1632 dat de priorin bezig is met de restauratie van Domo Domini,het Huis des Heren, waarmee hij ongetwijfeld de kerk bedoelde. Toch is de herbouw van de kerk nooit voltooid. In de periode dat Agnes van Pollaert priorin was, vond tevens een kleine heropleving plaats van het klooster. larenlang had het convent bestaan uit acht zusters. Toen in 1650 de zusters het klooster moesten verlaten, waren er tien zusters. 9

6

Thielemans 2018, 22-24. Arts & V.d. Heuvel 1994; N. Nagtegaal 1993. 8 Coenen 2000 132. 9 Coenen 2000 133-134. 7

66

De vermoedelijke situering van kerk, kerkhof en verblijven van klooster Hooidonk in 1450 (Tekening N. Nagtegaal, uit Thielemans 2018, 12). 26.2 Begraafplaats 12.26.2.012 Kerkhof Klooster Hooidonk Deze lag waarschijnlijk direct rondom de kloosterkek heen. Zie tekening hierboven. 26.5 Heiligenbeeld 12.26.5.002 Mariabeeld Hooidonk, kruiswegpark Beeld van H. Maria bij de Hooidonkse molen, gemaakt door P. Schoenmakers ca. 1950-1960.

67

Beeld van Maria, patrones van Hooidonk (fotos parochie Nuenen). 26.6 Kapel 12.26.6.002 Middeleeuwse kloosterkapel Hooidonk10 Hooidonk 12a Nederwetten. Priorij die in 1146 werd gesticht door de Augustijner priester Leo van de Reguliere Kanunniken van St. Augustinus van de abdij te Rolduc. Het was een stiftklooster voor adellijke zusters. Er werd in 1148 een houten kapel gebouwd, die in datzelfde jaar werd ingewijd. Deze was toegewijd aan Onze Lieve Vrouwe en St. Jan (Johannes) Evangelist. De houten kapel werd in 1240-1248 vervangen door een stenen kapel. 12.26.6.003 Heilige Kruiskapel Hooidonk11 Hooidonk 12a. Gemeentelijk monument. Er werd in 1148 een houten kapel gebouwd, die in datzelfde jaar door bisschop Philips van Katzenellenbogen uit Osnabruck en geboren in St. Oedenrode, werd ingewijd. Deze was toegewijd aan Onze Lieve Vrouwe en St. Jan (Johannes) Evangelist. De houten kapel uit 1148 werd in de periode 1240 – 1244 vervangen door een stenen. Ook werd er door de bewoners in het gebied van het klooster een parochiekerk gebouwd. 12 In 1244, tijdens de inwijding van de kapel van de priorij, is hier volgens een verklaring van de bisschop van Lausanne, Bonifacius, het “wonder van Hooidonk” gebeurd met een partikel van het Heilig Kruis. In 1953 is op de fundamenten van de oude kapel een nieuwe kapel naar het ontwerp van architect Valk gebouwd.

Op 4 september 1994 werd bij gelegenheid van de viering van 750 jaar kapel Hooidonk een speciale gedenksteen aangebracht, voorstellende het “Zegel van Hooidonk”.

10

Arts & V.d. Heuvel 1994; N. Nagtegaal, 1993 Deel 2a. Monumentenhuis Brabant 2009: Redengevende beschrijving Nederwetten, Hooidonk ongenummerd (H. Kruiskapel en -park). 12 Thielemans 2018, 22-24. 11

68

de kapel van Hooidnk (foto https://www.parochienuenen.nl/). Op deze plek werkten en baden van 1146 tot 1650 reguliere kanunniknessen van Sint Augustinus. De grootste schat die het klooster bezat, was een relikwie van het heilig Kruis. Om zich van de echtheid van de relikwie te overtuigen, legde bisschop Bonifatius, toen hij op 4 september 1244 de eerste stenen kapel kwam inwijden, het stukje hout in een glas water en het zonk aanstonds naar de bodem. Toen de bisschop het uit het water opnam zijpelden dikke druppels bloed uit de relikwie. Velen dronken van het water en zij verklaarden dat het water een honingzoete smaak had. Sommigen waren na het drinken van hun chronische kwalen genezen. Het klooster werd tot een waar pelgrimsoord. Op de plaats waar in 1244 het wonder gebeurde werd in 1954, op initiatief van pastoor Woestenburg een kapel gebouwd, omringd door een fraai park met een kruisweg en een Mariabeeld. Elk jaar wordt op zondag 4 september, of de eerste zondag na 4 september, in de openlucht de H.Eucharistie gevierd ter herdenking van het wonder van Hooidonk. 13 26.8 Klooster 12.26.8.001 Klooster Hooidonk14 Rijksmonunument nr. 30827 (restant in de vorm van gewelfde kelder). Hooidonk 14 Nederwetten. Op eilandje bij de Hooidonkse watermolen bij Nederwetten. Priorij die in 1146 werd gesticht door de Augustijner priester Leo van de Reguliere Kanunniken van St.

Augustinus van de abdij te Rolduc. Het was een stiftklooster voor adellijke zusters. Het klooster Hooijdonk lijkt vooral bedoeld geweest te zijn als ‘veilige’ opbergplaats voor de dochters van Van Stakenburg. Zoons vermeerderden het familiebezit door hun huwelijk, dochters verdeelden het … Ook voor buitenechtelijk geboren dochters van adellieden was het klooster een manier om hun leven te 'verzorgen'. 15 Op het terrein werd in 1148 een houten kapel gebouwd, die in 1240-1248 werd vervangen door een 13

https://www.parochienuenen.nl/wordpress02/hooidonk/. Arts & V.d. Heuvel 1994; N. Nagtegaal 1993, Deel 2a. 15 Jurgens 2014. 14

69

stenen kapel. De priorij heeft bestaan tot 1650. De laatste priorin was Agnes van Pollsert. De Agneshoeve op Hooidonk is naar haar genoemd. In 1650 zijn de laatste religieuzen waarschijnlijk vertrokken naar het klooster Vredenburg van de kanunnikessen van St. Augustinus in Lier (B). Daarna is het publiekelijk verkocht en nog tot 1785 bewoond maar daarna tot ruïne vervallen. Het klooster Hooidonk, dat 500 jaar heeft bestaan, werd in 1146 gesticht op het moleneiland van de watermolen Hooidonk. De verhoging in zo'n moerasgebied werd hoge donk, Hodonc, Hoedonc of Hooidonk genoemd. Uit een viertal bewaard gebleven oude brieven blijkt dat het klooster Hooidonk in 1146 is gesticht door priester Leo van de Abdij der Reguliere Kanunniken van St. Augustinus in 's Hertogenrade of Rolduc. Het gebied Hooidonk had hij van zijn familie gekregen. Uit één van de vier eerdergenoemde brieven blijkt echter dat het klooster gesticht zou zijn door een edelman uit het geslacht Stakenburg, dat in de buurt een kasteel bezat. Van dit geslacht zouden drie dochters tot de eerste Hooidonkse kloosterlingen hebben behoord. Priester Leo zou een familielid zijn en zou van hen de opdracht hebben gekregen het klooster te stichten. Het geslacht Stakenburg werd ook wel De Roovere genoemd. Het gebied omvatte vele beemden, broek- en heidegronden.

Aannemelijk is dat in die tijd ook de Hooidonkse en Sonse watermolens zijn gebouwd. Deze gaven naast een grote opbrengst, ook het visrecht over het stroomgebied van de Dommel ter plaatse. Het nieuwe convent werd een slotklooster voor 21 adellijke zusters, reguliere kanunnikessen van de regel van de H. Augustinus. Als priorij was het afhankelijk van de Abdij van Rolduc. Het wapen van het klooster Hooidonk was afgeleid van het familiewapen van De Rode. Hier stonden drie molenijzers op. Het wapen van Hooidonk had twee molenijzers met een stappende haan (teken van waakzaamheid). Het kloosterbestuur bestond uit een priorin, een sub-priorin en een procurator. De zusters werden onderscheiden in koorzusters en conversen of werkzusters. De koorzusters waren de voornaamsten en van adel, Zij droegen vermoedelijk een witte sluier en zwarte mantel over een wit onderkleed. Het dagelijkse koorgebed was hun voornaamste taak. Behalve het gebed legden zij zich toe op handenarbeid zoals het overschrijven van boeken. De werkzusters droegen,een witte sluier, bruine pijen mantel. Zij hielden zich voornamelijk bezig met de dagelijkse zaken zoals de tuinderij, het voedsel bereiden enz.. De koor- en werkzusters hadden afzonderlijke woningen, maar wel een gemeenschappelijke slaapzaal en refter. Er waren diverse bijgebouwen zoals een gastenverblijí een keuken en kelders.

De woningen stonden in een carré met in het midden de waterput. De priorin had een verblijf in het klooster zelf. ln 1512 werd het klooster door de Geldersen gebrandschat. Het klooster had aan brandschat en latere herstelwerkzaamheden een schade van 1280 gulden. Volgens de haardtelling in 1526 telde Hooidonk 24 geprofeste koorzusters en 12 conversen. Ook waren er 7 (niet kerkelijke) dienstmaagden. De hoeve op het terrein werd bewoond door een wereldlijke man met zijn vrouw en 8 boden, zowel jongens als meisjes. Waarschijnlijk is hierover gesproken op het concilie van Trente (1545 - 1563), want op last van de landvoogdes Maria van Hongarije werd er onderzoek naar de toestanden op de priorij gedaan, Op 30 maart 1545 keurde zij de verordening goed. Deze hield onder meer in een beter onderhoud van het klooster en het in orde houden door de koorzusters van haar statuten en de dienst Gods. Ook moest men zich 's avonds in de winter om 19.00 uur en in de zomer om 21.00 uur naar de slaapzaal begeven en moest een rentmeester aangesteld worden voor het beheer van de goederen. Deze maatregelen hebben even gewerkt, maar in 1554 was de levenswijze van de koorzusters wederom van dien aard, dat Karel V de abt van Rolduc gelastte de excessen in Hooidonk aan banden te leggen en de verordening van 1545 met kracht door te voeren.

Het goede ging weer teniet toen op 21juni 1564 het klooster door een bende (booswichten) in brand werd gestoken. Ook de watermolens moesten het ontgelden en gingen eveneens in vlammen op, Pas bij de benoeming van Agnes van Pollaert als priorin, werd de orde hersteld en werd de regelvan de H. Augustinus weer ingevoerd, 16 Het klooster was ommuurd vanaf de Dommel nabij de molensluis tot aan de Dommel, waar de Hooidonkse beek in de Dommel vloeit. De poort stond toen op de huidige oprit naar de boerderij. Om 16

Thielemans 2018, 22-24.

70

de buitenmuur was een gracht en op het terrein zelf was een hoeve, alwaar de rector en later de rentmeester zijn verblijf had. Tijdens opgravingen in 1936 werd de plattegrond opgesteld dat geen vierkant vertoont maar voor een klooster een a-typisch geheel van verschillende losstaande gebouwen.17 De 14e eeuwse kelder met gemetseld tongewelf is bewaard gebleven en ligt ten zuiden van de boerderij Hooidonk 14. 26.9 Kloosterterrein 12.26.9.001 Kloosterterrein Hooidonk In 1146 werd op deze locatie de priorij Hooidonk gesticht als slotklooster voor adellijke dames, onder de hoede van het klooster Rolduc in Zuid-Limburg. In 1649 werd de priorij ontbonden in opdracht van de Staten Generaal en dienden de kloostergebouwen als woning voor de staatse kwartierschout. Het complex werd stukje bij beetje afgebroken teneinde het bouwmateriaal te verkopen. Aan het einde van de achttiende eeuw was er weinig meer over van het klooster. 26.11 Kruisweg 12.26.11.001 Kruisweg Heilig Kruispark Hooidonk In het park van Hooidonk bevindt zich een kruisweg, met beeldhouwwerken van Piet Schoenmakers.

Gebeeldhouwde afbeelding van de kruisweg (bron: Monumentenhuis Brabant). 26.15 Religieus groen Gemeentelijk monument Hooidonk ong. In de nabijheid van de fundamenten van de oorspronkelijke stenen kloosterkapel, die in 1244 was gewijd aan Onze Lieve Vrouwe en Johannes de Evangelist en in 1564 was afgebrand, werd in 1953 een herdenkingskapel gebouwd met gebruikmaking van de fundamenten naar ontwerp van H.W. Valk, in opdracht van pastoor F. Woestenburg. Deze kapel werd gewijd aan het Heilig Kruis. In 1220 was er namelijk een partikel van het Heilig Kruis geschonken aan het klooster, dat bij de wijding van de kapel in 1244 wonderdadig was gebleken toen het bloedde nadat het in het water was gedoopt. Bonifacius, voormalig bisschop van Lausanne, wilde bij de wijding van de kapel nagaan of het partikel wel werkelijk van het Heilig Kruis kwam. Dit werd getest door het in gewijd water onder te dompelen. Een authentiek partikel van het Heilig Kruis zou zinken in het water. Het reliek zonk en bovendien vielen er bloeddruppels uit. Dit wonder wekte een bijzondere verering op in de kapel. De reliek kwam in 1793 in de parochiekerk van Waubach in Limburg terecht. In 1952 is de helft ervan aan de parochiekerk in Nederwetten afgestaan. Met de terugkeer van het reliek naar Nederwetten bloeide de kruisdevotie in de omgeving weer op.

Dit leidde ertoe dat in 1953 een gedachtenis- en devotiekapel met processiepark werd gesticht. In het processiepark dat gelijktijdig rond de kapel werd aangelegd, bevinden zich veertien kruiswegstaties en een beeld van Maria met Kind, naar ontwerp van Piet Schoenmakers. Jaarlijks vindt er in het park een processie plaats, waarbij tevens een mis wordt 17

Arts 2020, 242.

71

opgedragen in het park. In het park is een kruisweg met beeldhouwwerk van Piet Schoenmakers aangelegd. Er zijn naast de kapel geen gebouwen aanwezig in het park. Het park met eenvoudige landschappelijke aanleg bestaat uit een gazon met zandpaden, omringd door een rijkdom aan struiken en bomen, o.a. berk, treurwilg, coniferen, ceder, spar, rode beuk, notenboom, prunus, taxus en hortensia. Binnen het gazon zijn er twee ‘eilanden’: de kapel met een aantal kleine boompjes en struiken eromheen en een met het Mariabeeld, een bankje, een rozenperk, berk en wat struiken.

Hooidonk met Agneshoeve, Kruiskapel en Heilig Kruispark (bron https://www.levermakelaardij.nl/). 27.14 Volkverhalen 12.27.14.007 Klooster Hooidonk, Nederwetten18 Het vrouwenklooster Hooidonk lag op een eiland in de Dommel en was bereikbaar via een onderaardse tunnel. Deze tunnel was zo hoog dat er een ridder te paard doorheen kon. 12.27.14.008 Klooster Hooidonk, Nederwetten19 Ridders van het kasteel Stakenborg, niet ver ten noorden van het vrouwenklooster Hooidonk, gingen wel eens op bezoek in het klooster. Ze reisden dan met een bootje over de Dommel. Op de heenweg dienden ze tegen de stroom in te roeien. Wanneer ze na het feesten in de ochtend daarop naar huis gingen hoefden ze niet te roeien, want ze konden de boot met de stroom mee laten gaan. 12.27.14.009 Wonder van Hooidonk20 Aan de kruistocht van 12I7 – 1219 namen veel Nederlandse kruisridders deel. Ook de Hertog van Brabant, Limburg en Lotharingen trok ten strijde en met hem vele Brabantse ridders. Hieronder bevonden zich familieleden van de koorzusters van Hooidonk. Deze ridders namen souvenirs mee uit het Heilige Land. Eén van hen had een splinter van het Heilig Kruis verkregen, die hij aan het klooster schonk. Op zondag 4 september 1244 werd de nieuwe stenen kapel, op verzoek van Robertus l, bisschop van Luik ingewijd door Bonifatius, gewezen bisschop van Lausanne. Bij die gelegenheid 18

Arts 2020, bijlage 4. Arts 2020, bijlage 4. 20 Thielemans 2018, 24-25. 19

72

was het, dat bisschop Bonifatius zich wilde verzekeren van de echtheid van het Heilig-Kruispartikel, dat de zusters in bewaring hadden. De echtheid van de houtsplinter zou bewezen kunnen worden door hem op gewijd water te leggen. Zonk hij, dan was hij daadwerkelijk een onderdeel van het Heilig Kruis geweest. Alzo geschiedde en het partikel zonk. Het bewijs was geleverd, het was een onderdeel van het Heilig Kruis. Deze zekerheid werd nog vergroot omdat er toen de splinter uit het water werd gehaald, bloedrode druppels in het water vielen. Dit gebeurde in het bijzijn van vele getuigen, De woensdag daarop werd deze proef door de bisschop herhaald, met hetzelfde resultaat. Dit gebeuren werd door de bisschop in een oorkonde vastgelegd. De laatste druppels werden opgevangen op een zijden doekje dat met de splinter in een rijk versierde monstrans werd geplaatst.

De monstrans met daarin een partíkel van het Heilig Kruis dat bewaard wordt in de St. Lambertuskerk in Nederwetten (uit Thielemans 2018).

Thema: 29 Industrieel 29.2. Brouwerij 12.29.2.004 Brouwerij Hooidonk Hooidonk brouwhuis van de priorij.21

Thema: 31 Historische (steden)bouwkunst 31.2. Boerderij 12.31.2.005 Boerderij Hooidonk 4 Nederwetten22 Gemeentelijk monument. Beschermd is het hoofdgebouw en het bijgebouw aan de noordzijde. De langgevelboerderij ligt aan de westzijde van de weg, op korte afstand van de rijbaan. Het langgerekte bouwvolume is met de nok haaks op de straat geplaatst. Ten noorden van het oostelijke deel ligt een bijgebouw. De zuidoostelijke gevel is de voorgevel welke aan een onverhard pad ligt dat naar de naastgelegen molen voert en naar het complex van kapel en processiepark. Dit bevindt zich op de locatie van de vroegere priorij Hooidonk die in de 13e eeuw gesticht is. In 1826 kreeg molenaar Jan van Stekelenburg toestemming voor de bouw van een huis tussen de watermolen en de weg van Nederwetten naar Breugel. Het is onduidelijk wat er nog van het toen gebouwde huis resteert in de 21 22

Coenen 2000, 172. De Dreijehornickels 16 (2007), nr.2; Monumentenhuis Brabant, z.j.: Redengevende beschrijving Nederwetten, Hooidonk 4-6.

73

huidige bebouwing. Langgevelboerderij (gesplitst) met dwarsdeel (nr. 6) uit 1826, ingrijpend gewijzigd in 1920, 1970 en later. In 1826 kreeg molenaar Jan van Stekelenburg toestemming voor de bouw van een huis tussen de watermolen en de weg van Nederwetten naar Breugel. Het is onduidelijk wat er nog van het toen gebouwde huis resteert in de huidige bebouwing. Het pand bestaat uit twee delen die in elkaars verlengde liggen en een verschillende nokhoogte hebben. Verondersteld wordt dat de oudste kern als woonstalhuis uit ca. 1826 bij benadering te traceren ter plaatse van de meest oostelijke traveeën van het woongedeelte en meest westelijke van het bedrijfsgedeelte. Omstreeks 1860 zal dit woonstalhuis zijn versteend en door verlenging veranderd in een langgevelboerderij. Deze is naderhand naar het westen nog tweemaal uitgebreid en naar het oosten éénmaal, te weten in 1900 en 1920. Ten noorden van het hoofdgebouw, direct aan de straat, bevindt zich een goed geproportioneerde schuur met zadeldak waarvan de wanden deels nog uit horizontaal aangebrachte planken bestaan. De nok loopt evenwijdig aan die van het hoofdgebouw en de dakbedekking bestaat uit gesmoorde Utrechtse pannen tussen windveren die met dekspanen zijn afgewerkt. Dit bijgebouw kan nog uit omstreeks 1826 dateren.

Grote loofbomen langs de weg en twee bomen tegen de oostgevel dragen bij aan de belevingswaarde van het object. Ook het lege, onbestrate erf aan de voorzijde heeft een positieve waarde.

Hooidonk 4 en 6 in Nederwetten (Google streetview 2022). 12.31.2.006 Boerderij Hooidonk 6 Nederwetten23 Gemeentelijk monument. Langgevelboerderij (nr. 4) met dwarsdeel (nr. 6) uit 1826, ingrijpend gewijzigd in 1920, 1970 en later. Ten noorden van het hoofdgebouw, direct aan de straat, bevindt zich een goed geproportioneerde schuur met zadeldak waarvan de wanden deels nog uit horizontaal aangebrachte planken bestaan. De nok loopt evenwijdig aan die van het hoofdgebouw en de dakbedekking bestaat uit gesmoorde Utrechtse pannen tussen windveren die met dekspanen zijn afgewerkt. Dit bijgebouw kan nog uit omstreeks 1826 dateren. Grote loofbomen langs de weg en twee bomen tegen de oostgevel dragen bij aan de belevingswaarde van het object. Ook het lege, onbestrate erf aan de voorzijde heeft een positieve waarde. 12.31.2.057 Boerderij Hooidonk 12 Nederwetten24 23 24

De Dreijehornickels, 16 (2007) nr.2; Monumentenhuis Brabant, z.j.: Redengevende beschrijving Nederwetten, Hooidonk 4-6. Bouwhistorisch verkenning met waardestelling, Hooidonk 12-14 te Nuenen, Monumentenhuis Brabant, 2014; Van Hoogmoed Architecten, 2014.

74

Agneshoeve. Langgevelboerderij. Gebouwd op overblijfselen van het klooster Hooidonk.

De Agneshoeve met schuur (bron https://www.levermakelaardij.nl/). 31.6. Bakhuis 12.31.6.001 Bakhuis Hooidonk 12 Nederwetten25

Bakhuis bij de Agneshoeve. Gerestaureerd in 2002. Bakhuis bij Hooidonk 12 (bron: Van Hoogmoed Architecten, 2014: Principe verzoek herbouw van een 25

De Rooij 2014.

75

Vlaamse schuur tot woonhuis te Hooidonk), Nuenen. 31.7. Schuur/bijgebouw 12.31.7.003 Schuur Hooidonk 12 Nederwetten26 Schuur bij de Agneshoeve. Uit het onderzoek is gebleken dat het geen Vlaamse schuur betreft, maar een dwarsdeelschuur uit 1925 met gebruikmaking van oude onderdelen. De indeling van het gebouw laat zien dat het verschillende functies in zich verenigde. Aan de noordzijde bevonden zich varkensstallen, in het midden de deel en tasruimte, aan de zuidzijde koeienstallen. Volgens de overlevering is het gebouw tijdens en na de Tweede Wereldoorlog ook gebruikt als woning.De cultuurhistorische waarden van de schuur betreffen voornamelijk de typologie van dwarsdeelschuur, de situationele betekenis van het object als onderdeel van de oude agrarische bebouwing van Hooidonk, de samenhang met voormalige boerderij en het bakhuis, de redelijke gaafheid van de hoofdvorm en het hergebruik van oudere materialen.

De schuur bij de Agneshoeve (bron https://www.levermakelaardij.nl/). 12.31.7.006 Schuur Hooidonk 4 Nederwetten27 Gemeentelijk monument. Beschermd is het hoofdgebouw en het bijgebouw aan de noordzijde. De langgevelboerderij (zie 12.31.2.005) ligt aan de westzijde van de weg. Ten noorden van het hoofdgebouw, direct aan de straat, bevindt zich een goed geproportioneerde schuur met zadeldak waarvan de wanden deels nog uit horizontaal aangebrachte planken bestaan. De nok loopt evenwijdig aan die van het hoofdgebouw en de dakbedekking bestaat uit gesmoorde Utrechtse pannen tussen windveren die met dekspanen zijn afgewerkt. Dit bijgebouw kan nog uit omstreeks 1826 dateren. Grote loofbomen langs de weg en twee bomen tegen de oostgevel dragen bij aan de belevingswaarde van het object. Ook het lege, onbestrate erf aan de voorzijde heeft een positieve waarde.

26 27

De Rooij 2014; Van Hoogmoed Architecten, 2014. De Dreijehornickels 16 (2007), nr.2; Monumentenhuis Brabant, z.j.: Redengevende beschrijving Nederwetten, Hooidonk 4-6.

76

7.

Het ensemble op historische kaarten

Topografie 1794

Topografie 1903

77

Topografie 1840

Topografie 1985

8.

Het ensemble op recente luchtfoto

Luchtfoto 2020 Bron = Topotijdreis

78

9.

Het ensemble op hoogtekaart

Bron = AHN4, absolute hoogten Op het eiland ligt de eigenlijke donk aan de noordwestkant. Die hoogte bestaat deels ook uit erfophoging en kloosterruïnes.

10.

Literatuur

Arts, N., 2020. Stad en platteland op het zand: Een archeologische biografie van landschappen en samenlevingen in de Kempen, 1100-1650, Eindhoven (Onderzoeksbureau Oud Land). Arts, N. & H. v.d. Heuvel, Hooidonk 1146-1650. Geschiedenis en archeologie van een adellijk vrouwenklooster, Nuenen, 1994.

79

Berkel, G. van, Samplonius, 2018. Nederlandse plaatsnamen verklaard. Z.pl.. Coenen, J., 2000: Gegeven Sint-Barbaradag 1300. Een overzicht van de geschiedenis van Nuenen, Gerwen en Nederwetten, Nuenen. Jurgens, N., 2014: Rapport over het bouwhistorisch onderzoek. Korenmolen te Hooidonk bij Nederwetten. Monumentnummer 30826 (Molenbehoud.nl), Nieuwegein. Nagtegaal, N., 1993: Kerken en kapellen langs Nuenens wegen en paden. Deel 2a: Kapel met kruisweg op Hooidonk te Nederwetten. Nagtegaal, N., 1993: Kerken en Kapellen langs Nuenens wegen en paden: deel 3a. De gemeente Nederwetten en de H. Lambertusparochie, in: D’n Drijehornick 1993, nr. 3, 46-49. Rooij, E. de, 2014: Bouwhistorisch verkenning met waardestelling, Hooidonk 12-14 te Nuenen. Monumentenhuis Brabant. Sanders, J.G.M., W.A. van Ham, J. Vriens (red.), 1996. Noord-Brabant tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden 1572 - 1795. Een institutionele handleiding. Den Bosch/Hilversum. Thielemans, J., 2018: Religieus Erfgoed Nuenen c.a. Kerken, kloosters en kapellen in Nederwetten, Gerwen en Nuenen, Nuenen. Van Hoogmoed Architecten, 2014: Principe verzoek herbouw van een Vlaamse schuur tot woonhuis te Hooidonk, Nuenen. [z.pl.]

80

E12.002 Dorp Nederwetten 1.

Karakter

Recent sterk uitgeroeid aanvankelijk bescheiden dorp tussen een dalvormige laagte in het westen en het dalletje van de Hooidonkse Beek in het oosten.

2.

Naam

De naam Nederwetten komt in 1485 voor het eerst voor en geeft aan dat het om het stroomafwaartse deel van een groter gebied “Wetten” gaat. De naam “Wetten” komt het eerst voor in het Brabantse leenboek “Latijnsboek” uit 1313 – 1355. Mogelijk komt de naam ook al voor in 704 (kopie 1191) als Bettinum, een plaats ergens in Noord-Brabant. Wette is 'drenkplaats voor vee’ of wetteren 'lage, natte gronden'.28

3.

Ligging

Het ensemble “Dorp Nederwetten” op de topografische kaart van 2020.

28

Van Berkel en Samplonius 2018, op Opwetten.

81

Het ensemble “Dorp Nederwetten” fysisch-geografisch Het ensemblegebied ligt op een dekzandrug tussen twee beekdalen. Het centrale gedeelte van die rug is het hoogste en op het zuidelijke deel daarvan kwam het dorp tot ontwikkeling.

4.

Omvang

Het ensemblegebied is 30 hectare groot.

5.

Grondgebruik

Het grondgebruik was in 1840 hoofdzakelijk omheidn akkerland met enkele weiden en een dennenbos. Langs de Nederwettense Straat (nu genaamd Kerkhoef, Hoekstraat, Stoeterbeekseweg) en de Zandstraat (nu Zandstraat en weer Hoekstraat) verspreid boerderijen met hun erven. De wegen waren meestal lanen. Er was geen kerk, wel een pastorie. Het grondgebruik in 2020 is hoofdzakeijk woonwijk, met sportvelden. Nu is er wel een kerk met pastorie. Het gebied is echt verstedelijkt.

82

6.

Onderdelen van het cultuurhistorisch ensemble

Uitsnede uit de Cultuurhistorische waardenkaart van Ensemble “Dorp Nederwetten”. De volgende losse elementen maken onder meer deel uit van dit ensemble:

Thema: 13 Doorgaande wegen 13.1 Doorgaande weg 12.13.1.015 Nuenen – Son Deze weg, de Eikelkampen, loopt langs de noordoostgrens van het ensemblegebied. De weg bleef tot rond 1980 onverhard omdat er in de jaren 1920 een nieuwe verharde weg door het dorp aangelegd werd. 12.13.1. Nuenen – Breugel De Hoekstraat werd in de jaren 1920 verhard en ten westen van het dorp aangevuld met een nieuw eveneens verhard wegvak naar Hooidonk. 13.7 Voorde/Brug 12.13.7.003 bij Nederwetten Voorde in de weg Son – Nuenen over de Hooidonkse Beek tussen Nederwetten en het Spekt. Met aan weerszijden de typische vertakkingen van de wegen. De voormalige voorde is nu een duiker met fietsbrug net 100 meter ten oosten van het ensemblegebied. Met Van Goghplaal nr 8. 13.15 Laanbeplanting 12.13.15.012 Laanbeplanting Hooidonk-Eikelkampen

83

Thema: 14 Lokale wegen 14.1. Lokale wegen 12.14.1.057 Nieuwe Ervensestraat - Eeuwselsestraat 12.14.1.058 Hoekstraat 12.14.1.059 Zandstraat 12.14.1.060 Bloemhoefstraat 12.14.1.209 Kerkhoef 12.14.1.225 pad bij Kerkhoef 12.14.1.226 Soeterbeekse weg 12.14.1.243 Oude Torendreef 12.14.1.287 Broekdijk – Eikelkampen

Thema: 15 Gegraven waterlopen 15.3 Sloot / wetering 12.15.3.004 Bloemhofse Loop 12.15.3.016 Hoekloop

Thema: 17 Gehuchten 12.17.2.001 Nederwetten Het dorp Nederwetten dankt zijn ontstaan aan het aldaar in 1146 gestichte klooster of priorij Hooidonk. De nabijgelegen vroegmiddeleeuwse nederzetting onder de Hooidonkse akkers zou dan eveneens de historische basis zijn van Nederwetten. In 1832 is de nederzetting Nederwetten een langgerekt straatdorp langs de Nederwettense Straat, met 39 boerderijen en huizen in een boog rond het oude akkergebied. De kerk, die vermoedelijk rond 1250 gesticht werd door de priorij van Hooidonk, stond er wat los van pal aan de Dommel. Naast een aantal boeren woonden hier twaalf wevers, een spinster, kleermaker, timmerman, twee arbeiders, een rentenierster, een “meter en landbouwer” en een fabrikant. Aan de Dorpsstraat (nu Hoekstraat) werd in 1895 een nieuwe kerk ter vervanging van de oude parochiekerk uit de 15e eeuw die nabij de Dommel stond en waarvan de kerktoren nog overeind staat. Aan de Dorpsstraat lag ook de voormalige school. Hierbij ontwikkelde zich een nieuw dorpscentrum. Op de kaart van 1930 verschijnt de nieuwe weg naar Hooidonk, maar de dorpsbebouwing is amper uitgebreid. 17.5 Huizengroep 12.17.5.013 Spekt Gebiedsaanduiding waarin o.a. de Hoeve Gansewinkel (ook wel Swinkel genaamd) van de priorij van Hooidonk lag. Die hoeve werd in 1648 geconfisqueerd door de staat bij opheffing van het klooster.

De naam Spekt komt in 1455 het eerst voor als in Specke. Middelnederlands specke, → spek 'rijshout', veelal ter aanduiding van een uit rijshout, zand en zoden bestaande weg in een moerassig gebied of van een bruggetje van ruwe boomstammen afgedekt met plaggen of zoden (in dit geval over de Gerwense loop). De -t is later toegevoegd als woordverzwaring. 29 In 1832 woonden hier 6 boeren en een timmerman. De meest westelijke boerderij staat net binnen het ensemblegebied.

Thema: 18 Heerlijkheden 29

Van Berkel en Samplonius 2018, op Spekt.

84

18.3 Hoeve Het gaat hier om pachthoeven van de oude domeinen, niet om “gewone” opvallende boerderijen. 12.18.3.004 Schuijteldonk, Hoekstraat 1, Nederwetten (misschien ook Eikelkampen 5) Pachthoeve van het klooster Hooidonk. Voor het eerst vermeld in 1406. Deze hoeve was in bezit van het klooster Hooidonk. In 1662 wordt de naam geschreven als Den Schuijteldoncq.30 In 1648 geconfisqueerd door de Republiek en in 1662 beschreven als: 31 De hoeve genoempt Den Schuijteldoncq last weder ingepacht bij Ruth Aertssen voor 270 gulden jaerlijcx Ende bestaet in woonhuijs met den koestal annex, schuer, schaepscoij backhuijs, toffschop ende verckenscot. Ende is groot in teulant 45 lopen saet alles tiendvrij vuijtgenomen den Speckacker groot 19 lopensaet liggende onder Gerwen. Ende is dese hoeve aenveert met de ½ schaer volgens t’verclaren vanden hoevenaer selfs, ende is dese hoeve belast met 1/6 part inde lasten conform de voorsz Kerkhoffse Hoeve. Reparatie Inde schuer was eenen balck gebroocken die nodich diende vernieuwt met 2 deuren ende waren de ander 2 eerst gerepareert. De schaepscoij is seer overgeweken ende lijt perijcken van inte storten ende oversulcx noodich diende gericht ende met platinge ende stijltiens aen d’een sijde versien ende gerepareert.

Plantagie Om het erff ende hoff staen 18 eijcke boomen soo van 5 tot 10 duijm Oock ennige cleijnder met 2 groote kriekeboomen ende 8 opgaende willigen Om het Koe-eussel aen t’huijs19 eijcke boomen ter dickte als boven met 2 opgaende willigen oock aende 2 sijden hijer ende daer ennighe gecnoote willighen. Item ten zuijden int selve eussel hier ende daer ennich schaerhout met ennige gecnoote eijcke ende willige oock eenen eijcken boom van 1 voet houts. Item t’schaerhout om den hoffacker soo eijcken als elsen is van 1, 2 ende 3 jarich met nog ennige gecnoote willigen ende 1 gecnooten eijck van 8 duijm Op den Eeckelencamp enen eijck schaers van 1 voet houts oock op den selven camp lancxt den wegh ennich 3 jarich elsen schaerhout ende achter aenden sloot ennige gecnootte willigen van 1 jaerich schaerhout Item om ‘t groot ende cleijn Peertsvelt hier ende daer ennige bossen schaerhout met weijnighe gecnootte eijcken Item een heesterbosken van ½ lopen saetlants, daeronder al bequaem heester sijn om vuijt te setten ende overmits seer dicht staen, dienden met den iersten al vuijtgeseth Op den voors Specacker op den wal lancxt den wegh staen ennighe oude gecnootte eijcken schaerhout eerst over een jaer gehouden Item buijten de voorsz wal staen ontrent 50 quaden crotten van eijcxkens ontrent als dobbele heesters Item opt voorhooff van dese hoeve sijnde lancxt de Neerwettense gemeijnte

staen lancx de cant i… ierste reij voor de voorsz huijsinge 5 eijcken van ontrent 1 voet houts. Item buijten voor den Acker 32 eijxkens van 4 tot 6 duijm. Item over den vaerweg noch 60 van t’selve slach doch meest wat cleijnder ende 2 schaers van 1 voet. Item voor den Eeckelencamp opde gemeijnte 100 eijcxkens als dobbele heester ende daeronder ennige weijnige van ontrent ½ voet, meestal oude crotten niet vo… wassende Item voor het Eeussel ten zuijden op de voorsz gemeijnte ontrent 100 boomkens van t’selve slach Ende van daer inde dreeff ontrent 90 van een soorte [er lijkt iets te ontbreken] Nota den hoevenaer vermaent volgens huercedulle sijne huijsinghe behoorlijck te decken, eeckelen te saeijen, heesters op het aenwijsen vanden rentmeester te poten, oock in geen weij off hoijvelden te torven noch onder de opgaende boomen te vlaggen ende voordens gelijck de andere hoevenaers is aengeseeght. 12.18.3.005 Bloemenhof, Ten Hout32 30

Arts 2020, bijlage 3. NAG, RvS 2157 f 207r-209r. 32 Thoben 2009. 31

85

De hoeve Ten Hout, eigendom van de priorij van Hooidonk, was de voorloper van de latere Bloemhoeve. De pachter in 1648 was Jan Goortsen. De hoeve Ten Hout was een van de eerste boerderijen van de priorij die door de rentmeester van de geestelijke goederen verkocht werd. In 1648 geconfisqueerd door de Republiek en kennelijk al snel verkocht aan de heer Blom, luitenant in het Staatse leger.33 Naar hem veranderde de naam tot Blomhoeve of Bloemhoeve. De hoeve werd van zijn erfgenamen gekocht door Ewout Hendrik en Jeremias Storm van ’s-Gravensande. Jeremias verkocht de hoeve in 1762 aan Lambert van Roosmalen. Zijn erfgenamen behielden de hoeve tot 1817, toen deze in eigendom overging aan Theodorus Lambertus van de Meerakker. De bloemhoeve werd van circa 1798 tot het einde van de 19e eeuw als pastorie gebruikt omdat bij de oude kerk aan de Dommel geen pastorie was. Van 1906 tot 1911 woonde hier de schilder-etser Johannes Proost. De historische Bloemhoeve is in mei 1981 afgebroken en ook de gracht is toen gedempt. 34 In 1777 heeft deze hoeve met de aangrenzende herenhuizing een omgrachting met wallen en heeft het een visvijver, tuin, heesterbos en bogaard.35 Tot de Bloemhoef behoorde de gronden A666 t/m 720 die bestonden uit bouwland, weiland, opgaand geboomte en huizen met erf en tuin.

De Bloem(en)hoef Nederwetten, ets van Johannes Proost 1910 [collectie Esbeek]. 18.4 Heerlijkheidsgebied Aanduiding van het rechtsgebied van de heerlijkheid in kwestie. Dat is soms uitgezocht en dan kun je dat overnemen. Indien onbekend: dan valt er ook niets op te nemen. De grenzen van zo’n heerlijkheidsgebied zijn soms heel grillig, met enclaves over en weer. Soms ook zijn het nog steeds bestaande min of meer rechte lijn in het landschap: die vinden we dan als relicten terug! 12.18.4.001 Heerlijkheid Nuenen, Gerwen en Nederwetten Koning Philips II van Spanje verpandde in 1558 als hertog van Brabant zijn rechten, bestaande uit cijnzen, houtschat, hoge, middelbare en lage rechtsmacht over Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Tongelre aan Rutger van Berckel. In 1621 werd de verpanding vernieuwd. Ze omvatte nu alleen de hoge, middelbare en lage rechtsmacht over Nuenen, Gerwen en Nederwetten. In 1641 werd het pand 33

Cornelissen e.a. 1987, 24, 75. Coenen 2000. 35 Arts 2020, bijlage 3. 34

86

gelost. Daarna waren deze dorpen weer hertogsdorpen, na 1648 Statendorpen. 36 Het ensemblegebied hoorde onder deze heerlijkheid. 12.18.002 Grondheerlijkheid van Nederwetten De grondheerlijkheid van Nederwetten hoorde toe aan het klooster Hooidonk. Uit de verkoopakten in Nederwetten krijgen we de indruk dat een groot deel van het grondgebied van het dorp, mogelijk zelfs meer dan de helft, toebehoorde aan de priorij. Bestuur en de grondrechtspraak waren daar in handen van de priorij van Hooidonk was. Na de teloorgang van het klooster in 1650 zijn deze rechten vermoedelijk aan de Staten Generaal toegevallen en aldus verenigd met het statendorp Nuenen c.a.. Het ensemblegebied hoorde onder deze heerlijkheid. De rest van Nederwetten was een hertogsdorp. Uit de verkoopakten blijkt dat veel goederen verkocht werden ten overstaan van de hertogelijke schepenen van Son en Breugel. Die namen dus de hertogelijke bevoegdheden in Nederwetten voor hun rekening. Tussen 1558 – 1641 vielen die echter onder de heerlijkheid Nuenen, Gerwen en Nederwetten en daarna onder het statendorp met die naam.

Thema: 19 Landgoederen 19.1 Gracht 12.19.1.001 Gracht Bloemhoeve Deze gracht is tussen 1900 en 1930 gedempt. Nu volgebouwd: de straat Ten Hout. 19.10 Zichtlijn 12.19.10.001 Zichtlijn vanaf Nederwetten op de Oude Toren bij Kerkhoef. Vanaf de westzijde van het dorp Nederwetten is er een fraai uitzicht op de oude kerktoren en de Kerkhoef. Dit uitzicht legt het verband tussen de oude kerk en de nieuwe.

36

Sanders 1996, 426.

87

Zicht vanuit Nederwetten op de Oude Toren (bron Google streetview 2021).

Thema: 20 Bosbouw Van eigenlijke bosbouw was er binnen het ensemblegebied geen sprake. Het gaat vooral om bomen en struiken met een functie voor het boerenbedrijf. 20.2. Bosbouw 1750-1850 Het kadaster van 1832 toont 11 stroken met bomen op voorpootstroken, en 2 percelen met hakhout. Ook in latere tijd waren er meestal twee bospercelen. In 2020 alleen wat houtopstanden aan de westkant van het sportveld.

Thema: 21 De oude akkers 21.2 Besloten akker Dit zijn bouwlandpercelen van een halve tot twee hectare, die omgeven zijn door een heg die soms op een walletje staat. In deze streek heten die “kamp”, “bocht”, “heg”. Veelal het eigendom van één persoon of slechts enkele. De besloten akkers liggen soms “bol”, maar lang niet altijd. Het merendeel van de Nuenense akkers was op deze wijze omheind: in 1832 was dat 592 van de 1005 hectare akkerland, 59% dus. Binnen het ensemblegebied werd in 1832 de grootste oppervlakte ingenomen door dergelijke besloten akkers met daartussen wat weiden en boerenerven.

Thema: 22 Ontginningssystemen 22.2 Beekdalontginning 12.22.2.003 Kleinschalige oude ontginningen Nuenen, Breugel CHW code V247 Kleinschalig gebied met een aaneenschakeling van kleinere oude akkers met een esdek en openheid, beemdgronden (oude hooi- en weilanden) en loofbossen. Veel perceelsscheidingen worden nog gemarkeerd door greppels en (resten van) houtwallen. Gebied met relatief veel zandpaden. De percelering kan deels nog dateren uit de Late Middeleeuwen (1250-1500), toen delen van het gebied werden ontgonnen vanuit enkele verspreid gelegen hoeven. In het gebied liggen nog relatief veel oude (langgevel)boerderijen. Ook kent het gebied veel oude bomen en (restanten van) hakhout. Bij de aanleg van het Wilhelminakanaal (1910-1923) is het gebied doorsneden. Alhoewel het gebied nooit is herverkaveld, is de percelering na 1950 deels gewijzigd en uitgedund. Het gebied kent een samenhang met de akkercomplexen bij Opwetten, Nederwetten en Hooidonk en met het Dommeldal. Deze provinciale omschrijving betreft een zeer groot gebied. Het is twijfelachtig of het ensemblegebied daar wel onder hoort. 22.7 Voorpootstrook Binnen het ensemblegebied vermeldt het kadaster van 1832 11 voorpootstroken, samen 1,21 hectare groot. Het waren dus heel kleine perceeltjes waarop de boeren bomen konden planten en oogsten.

Thema: 23 Beemden 23.1 Hooiland 12.23.1.270 langs de Hooidonkse Beek Alleen in het uiterste oosten van het ensemblegebied lag een hoekje hooiland, aan de rand van het dalletje van de Hooidonkse Beek. Nu een grasrijke tuin en een weitje.

Thema: 25 Militair

88

25.3 Boerenschans Schans waarbinnen de boeren zichzelf en hun vee in veiligheid brachten wanneer er roversbenden (of plunderende soldaten) rondtrokken. Dergelijke schansen werden door de boeren opgeworpen vanaf de Gelderse Oorlogen, maar vooral vanaf het begin van de Tachtigjarige Oorlog. Wassink en Nouwen wijdden een heel boek aan de boerenschansen.37 12.25.3.001 Schans Nederwetten In Nederwetten was de schans, omgeven door brede sloten, achter de huidige kerk. In 1512 tussen 24 en 27 september werd Nederwetten bezocht door de Geldersen en “gebrandscat”. Er werden toen 12 belastbare woonhuizen in brand gestoken. De bewoners die zich met hun vee hadden teruggetrokken in de schans moesten nog 600 gld. brandschat extra betalen. De schans lag nabij de Bloemhoeve die nu de woonwijk Ten Hout omvat.38

Thema: 26 Kerkelijk 26.1 Kerk 12.26.1.007 St. Lambertuskerk Nederwetten Rijksmonument nr. 512455 Hoekstraat 46 Nederwetten Aan de Hoekstraat 46 te Nederwetten staat de in 1894-'95 gebouwde R.K. St. Lambertuskerk, een niet georiënteerde, in neo-romaans-gotische overgangsstijl gebouwde kruisbasiliek met zuidelijke toren. De kerk werd ontworpen door E. Corbey uit Roermond. In de kerk bevindt zich een 17e-eeuws wijwatervat uit de oude kerk en een reliekhouder met een houtsplinter van het Heilig Kruis. Achter in het koor is een gebrandschilderd raam, voorstellende het ‘Wonder van Hooidonk’; een splinter van het Heilig Kruis dreef in de Dommel tegen de stroom in. In een ander gebrandschilderd raam is het wapen van de voormalige gemeente Nederwetten afgebeeld. De kruisbasiliek heeft een schip van drie traveeën, een transept en een koor bestaande uit een koortravee en driezijdig gesloten apsis. Tegen het koor staan aan westelijke en oostelijke zijde een annex. De toren heeft vier geledingen. De bakstenen gevels hebben een waterlijst en worden geschoord door, afhankelijk van de hoogte, twee dan wel driemaal versneden steunberen. De kerk wordt gedekt door zadeldaken, met lei in Maasdekking. In de koorapsis zijn rondbooglancetvensters toegepast. De koortravee is als het schip per travee voorzien van een tri-plet, waarbij het middelste venster hoger is dan de andere.

De rechtgesloten transeptfaçades zijn voorzien van een kalkstenenmaaswerk, bestaande uit vier lancetten, bekroond door oculi.

37 38

Wassink en Nouwen 2008. Nagtegaal 1993.

89

De Sint Lambertuskerk in Nederwetten (foto Mapio.net). De topgevel wordt gevuld met een getrapte driepasnis. De toren bestaat uit vier geledingen en heeft op de beganegrond een portaal met hardstenen kolommen, kapitelen en lijsten. De opgeklampte vleugeldeur is voorzien van smeedijzerensierbeslag en een bovenlicht. Aan de oostelijke zijde van de toren is naast een opgeklampte deur een gevelsteen ingemetseld met de tekst: ""P.L.P. / P.W.H. van Hoeck past. / H. Renders et H. Sloots / aeditui / 18 maii 1895"". De bovenste geleding wordt bekroond door topgevels, waarin uurwerken. De achtkantige naaldspits is gedekt met lei in Maasdekking. De zuidelijke gevels van de zijbeuken worden bekroond door deels bakstenen, deels hardstenen pinakels. De oostelijke annex heet drie bifoortjes met smeedijzeren diefijzers. De westelijke annex heeft een opgeklampte deur met smeedijzeren beslag, geflankeerd door rondboogvensters met diefijzers. In de gehele kerk zijn waardevolle neo-gotische glas-in-loodramen aangebracht, met onder meer het Wonder van Hooidonk in het koor, de Kruisiging in de noordelijke transeptarm, Maria met Kind in de westelijke zijbeuk en de Goede Herder boven in het portaal. Tegen een steunbeer aan de westelijke gevel, waaraan één van de poorten naar het kerkhof is gehangen, is een hardstenen plaquette aangebracht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13240016/1