RV Bp Kapperdoes - Bijlage 6 Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
6.5 Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermd volgens het Beschermingsregime Habitatrichtlijn. Binnen het plangebied is potentie voor verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied voor vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger en gewone grootoorvleermuis. Het is noodzakelijk aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van deze vleermuissoorten in het plangebied te verrichten. Het verdient aanbeveling dit aanvullende onderzoek uit te voeren volgens het Vleermuisprotocol 2021 van het Netwerk Groene Bureau’s. Het Vleermuisprotocol geeft invulling aan de onderzoeksverplichting voortkomend uit de Wet natuurbescherming. Aanvullend vleermuisonderzoek houdt in dat er vier bezoeken in de periode 15 mei t/m 15 juli en twee bezoeken in periode 15 augustus t/m 1 oktober aan het plangebied gebracht dienen te worden.
6.6 Samenvatting Onderstaande tabel geeft een overzicht van de overtredingen van de Wet natuurbeheer ten gevolge van de ingreep en welke vervolgstappen nodig zijn voordat met de ingreep/werkzaamheden begonnen kan worden. Soort/ soortgroep
Overtreding van
Vervolgstappen
Wn
Ontheffing aanvragen
Steenuil
VR
Nader onderzoek
Mogelijk
Broedvogels
VR
Werken buiten broedseizoen
Nee
Wezel
AS
Nader onderzoek
Mogelijk
Hermelijn
AS
Nader onderzoek
Mogelijk
Bunzing
AS
Nader onderzoek
Mogelijk
Steenmarter
AS
Nader onderzoek
Mogelijk
Vleermuizen
HR
Nader onderzoek
Mogelijk
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
30
Literatuur en bronnen 7.1 Soortengroepen Amfibieën, vissen en reptielen •
BIJ12, 2017, Kennisdocument Heikikker , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Kamsalamander , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Levendbarende hagedis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Poelkikker , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Rugstreeppad , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Zandhagedis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Grote modderkruiper , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
Brouwer, T., M. Dorenbosch, R. van Eekelen & J. Spier, 2010. Vissenatlas Noord-Brabant. Uitgeverij Profiel, Bedum.
•
Creemers, C.M. & J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
www.ravon.nl
Zoogdieren •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Rosse vleermuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Watervleermuis, versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Bever , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Das , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Noordse woelmuis , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Steenuil, versie 1.0, 1 julie 2017, BIJ12, Utrecht
•
Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
•
Dietz, C., A. Kiefer, 2017. Veldgids Vleermuizen van Europa. Alle soorten van Europa. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman, 2011. Cursus vleermuizen en planologie. Cursusmap, Zoogdiervereniging.
•
Regelink, J.R. & T. Bosch, 2007. Grote bosmuis in Winterswijk. Zoogdier 18 (2): 23.
•
www.zoogdiervereniging.nl
Planten en vegetatie •
Floron, 2011. Nieuwe Atlas van de Nederlandse Flora. KNNV Uitgeverij, Zeist.
•
www.floron.nl
Insecten en ongewervelden •
www.vlinderstichting.nl
•
www.eis-nederland.nl
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
31
Vogels •
BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Roek , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Steenuil , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Buizerd , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
BIJ12, 2017, Kennisdocument Kerkuil , versie 1.0, 1 juli 2017, BIJ12, Utrecht
•
www.sovon.nl
Methoden, databanken, wetgeving •
www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/soortinventarisatieprotocollen
•
www.ndff-ecogrid.nl
•
www.telmee.nl
•
www.verspreidingsatlas.nl
•
www.minez.nederlandsesoorten.nl/zoeken-naar-soort
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx
•
www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/effectenindicator.aspx
•
www.ruimtelijkeplannen.nl
•
www.raadvanstate.nl/@115651/pas-mag/
•
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-stikstof/toestemmingverlening-zonder-pas
•
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpakstikstof/documenten/publicaties/2019/10/12/beslisboom-toestemmingverlening-stikstofdepositiebij-nieuwe-activiteiten
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
32
Bijlage 1.
Wet natuurbescherming
Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: •
bescherming van Natura 2000-gebieden,
•
bescherming van soorten,
•
bescherming van houtopstanden.
Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). Vanuit deze zorgplicht moeten handelingen achterwege blijven waarvan men kan vermoeden zij nadelige gevolgen kunnen hebben voor beschermde gebieden of soorten. In dit hoofdstuk volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de wetstekst (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2016-34.html).
Bescherming Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: •
leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of
•
natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de
Habitatrichtlijn. Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: •
de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren
of, •
een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.
De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verlenen. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag.
Bescherming van soorten De Wet natuurbescherming kent drie beschermingsregimes: 1.
beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn,
2.
beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn,
3.
beschermingsregime andere soorten.
1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: 1.
opzettelijk vogels te doden of te vangen;
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
33
2.
opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen;
3.
eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben;
4.
opzettelijk vogels te storen.
Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort. Bij werkzaamheden in het broedseizoen kan het verlaten van nesten als gevolg van verstoring leiden tot het indirect doden van dieren of het aantasten van de functionaliteit van nesten en dus tot een overtreding van artikel 3.1, lid 1 en 2. De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen alle dieren uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a,
•
het Verdrag van Bern, bijlage II,
•
het Verdrag van Bonn, bijlage I,
en alle planten uit: •
de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b,
•
het Verdrag van Bern, bijlage I.
Volgend artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1.
opzettelijk dieren te doden of te vangen;
2.
opzettelijk dieren te verstoren;
3.
opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen;
4.
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;
5.
opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,
te ontwortelen of te vernielen. In de genoemde bijlagen van de verdragen van Bern en Bonn staan ook diverse vogelsoorten genoemd. Dit betekent dat voor deze soorten het (ver)storen ook verboden is wanneer dit geen effect heeft op de instandhouding van de betreffende soort. 3. Beschermingsregime andere (nationale) soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1.
opzettelijk dieren te doden of te vangen;
2.
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen;
3.
opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden,
te ontwortelen of te vernielen. Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming.
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
34
Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten, en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: •
geen andere bevredigende oplossing bestaat;
•
geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort;
•
en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en
artikel 3.10, lid 2). Voor het beschermingsregime overige soorten is het voldoende als er voldaan wordt aan een in de wet genoemd belang.
Bescherming van houtopstanden Een houtopstand beslaat een oppervlakte van 10 are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen. Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: •
houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden;
•
houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
•
naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed;
•
uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden;
•
het dunnen van een houtopstand;
•
uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die: o
ten minste eens per tien jaar worden geoogst;
o
bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter;
o
zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
35
ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader zie http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland.
Wet dieren De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: •
zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.
De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In deze rapportage wordt niet getoetst aan de Wet dieren.
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
36
Bijlage 2.
Foto-impressie plangebied
De noordkant van de woning
De zuidkant van de woning.
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
37
De oostkant van het plangebied, de achterkant van de stallen en de schuur.
Het noordelijke deel van het plangebied
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
38
Voldoende beschutting voor marterachtigen.
Ruimte voor zomerverblijfplaatsen voor vleermuizen.
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
39
Bijlage 3.
Jaarrond beschermde nesten
Het Ministerie van LNV heeft een lijst met vogelsoorten vastgesteld waarvan de nesten het hele jaar door beschermd zijn aangepast. Nestplaatsen van de soorten van categorie 1-4 zijn jaarrond beschermd, voor soorten van categorie 5 is een inventarisatie gewenst. De provincies Overijssel, Gelderland en Limburg hebben een eigen lijst. De tabel met soorten staat op de volgende pagina. Categorieën van ministerie van LNV Cat. 1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, ook buiten het broedseizoen gebruikt worden als vaste rust- en verblijfplaats (Steenuil)
Cat. 2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing of biotoop zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (Roek, Gierzwaluw en Huismus)
Cat. 3
Nesten van vogels, zijnde géén koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast of afhankelijk van bebouwing zijn. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (Grote gele kwikstaart, Kerkuil, Oehoe, Ooievaar en Slechtvalk)
Cat. 4
Nesten van vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (Boomvalk, Buizerd, Havik, Ransuil, Sperwer, Wespendief en Zwarte wouw)
Cat. 5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (diverse soorten waaronder Boerenzwaluw, Groene specht en Torenvalk) Categorieën provincie Overijssel
Cat.1
Nesten die gedurende het broedseizoen in gebruik zijn als nest en buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats
Cat.2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Cat.3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Cat.4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen
Cat.5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen Categorieën provincie Gelderland
Cat. 4
Soorten waarvan de nesten als permanente verblijfplaats kwalificeren (jaarrond beschermde nesten).
Cat. 5
Soorten waarvan de nesten als permanente verblijfplaats kunnen kwalifieren indien geen c.q. onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn (mogelijk jaarrond bescherrmde nesten). Categorieën provincie Limburg
Cat.1
Jaarrond gebruikte nesten. Deze soorten maken ook buiten het broedseizoen gebruik van de nestplaats
Cat.2
Zeer plaatstrouwe broedvogels of soorten die afhankelijk zijn van bebouwing Deze soorten broeden elk broedseizoen op dezelfde plaats en zijn daarin zeer conservatief. De fysieke voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar
Cat.3
Plaatstrouwe vogels die ieder jaar terugkeren naar specifiek nest omdat ze niet of nauwelijks in staat zijn om zelf een nest te bouwen. Deze soorten zijn niet in staat een geheel eigen nest te bouwen en maken gebruik van oude kraaiennesten of nesten waar zij eerder gebroed hebben. Of ze bouwen een nieuw ne st op het oude nest van het voorgaande jaar en zijn extra kwetsbaar voor verstoring. Hier vallen ook roofvogels onder
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
40
die zich sinds kort aan het vestigen zijn in de provincie waarvan de staat van instandhouding nog verre van gunstig van is. Cat. 4
Zijn de nesten van plaatstrouwe vogels die over voldoende flexibiliteit beschikken om zich elders te vestigen indien de nestplaats verloren gaat. Ze zijn dusdanig kwetsbaar dat de functionaliteit niet in het geding mag komen. Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt moet worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. Categorieën provincie Flevoland
Cat. 1
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats.
Cat. 2
Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
Cat. 3
Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar.
Cat. 4
Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.
Cat. 5
Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Cat. 5a Nesten die vallen onder 5a zijn in beginsel wel jaarrond beschermd, tenzij uit een ecologische beoordeling blijkt dat aantasting niet van invloed is op de lokale staat van instandhouding van de soort, bijvoorbeeld omdat er voldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn. Cat. 5b Nesten die vallen onder 5b zijn in beginsel niet jaarrond beschermd, tenzij door aantasting de lokale staat van instandhouding van de soort in het geding komt, bijvoorbeeld omdat er geen of onvoldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn.
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
41
LNV
Friesland
Groningen
Noord-Holland
Drenthe
Utrecht
Zuid-Holland
Zeeland
Overijssel
Gelderland
Limburg
Flevoland
Noord-Brabant
Tabel 7 Vogelsoorten en de beschermingscategorieën van de nesten per provincie. In zwart de provincies die volgens de lijst van LNV werken, in rood provincies met een eigen lijst.
Steenuil (Athena noctua)
1
1
1
1
1
1
1
1
1 1
4
1
1
Gierzwaluw (Apus apus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
2
2
Huismus (Passer domesticus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
2
2
Roek (Corvus frugilegus)
2
2
2
2
2
2
2
2
2 2
4
1
2
Grote gele kwikstaart (Motacilla cinerea)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
3
Kerkuil (Tyto alba)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
1
1
Oehoe (Bubo bubo)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
1
5a
Ooievaar (Ciconia ciconia)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
5a
Slechtvalk (Falco peregrinus)
3
3
3
3
3
3
3
3
3 3
4
2
3
Boomvalk (Falco subbuteo)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Buizerd (Buteo buteo)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
4
5a
Havik (Accipiter gentilis)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Ransuil (Asio otus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
4
Sperwer (Accipiter nisus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
4
5a
Wespendief (Pernis apivorus)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Zwarte wouw (Milvus migrans)
4
4
4
4
4
4
4
4
4 4
4
3
5a
Blauwe reiger (Ardea cinerea)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
4
5b
Boerenzwaluw (Hirundu rustica)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 3
5
2
3
Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Boomklever (Sitta europaea)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Boomkruiper (Certhia brachydactyla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Bosuil (Strix aluco)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 3
5
2
4
Brilduiker (Bucephala clangula)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Draaihals (Jynx torquilla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
4
5b
Eidereend (Somateria mollissima)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Ekster (Pica pica)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Gekraagde roodstaart (Phoenicurus phoenicurus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Glanskop (Parus palustris)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Grauwe vliegenvanger (Muscicapa striata)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Groene specht (Picus viridis)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Grote bonte specht (Dendrocopos major)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Hop (Upupa epops)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Huiszwaluw (Delichon urbicum)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 2
5
2
5b
IJsvogel (Alcedo atthis)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
4
5b
Kleine bonte specht (Dryobates minor)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Kleine vliegenvanger (Ficedula parva)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Koolmees (Parus major)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Kortsnavelboomkruiper (Certhia familiaris macrodactyla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Oeverzwaluw (Riparia riparia)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Pimpelmees (Cyanistes caeruleus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
5b
4
RA21245-01
5b
42
Friesland
Groningen
Noord-Holland
Drenthe
Utrecht
Zuid-Holland
Zeeland
Overijssel
Gelderland
Limburg
Flevoland
Noord-Brabant
LNV Raaf (Corvus corax)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
3
5a
Ruigpootuil (Aegolius funereus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Spreeuw (Sturnus vulgaris)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Tapuit (Oenanthe oenanthe)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
5b
Torenvalk (Falco tinninculus)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
Zeearend (Haliaeetus albicilla)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 4
5
Zwarte kraai (Corvus corone)
5
5
5
5
5
5
5
5
5
5
Zwarte mees (Periparus ater)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Zwarte roodstaart (Phoenicurus ochruros)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 5
5
Zwarte specht (Dryocopus martius)
5
5
5
5
5
5
5
5
5 3
5
Bijeneter (Merops apiaster)
4
4 4
Kwartelkoning (Crex crex)
4 5
Paapje (Saxicola rubetra) Ringmus (Passer montanus)
5b 4
5
4
Rode wouw (Milvus milvus)
3
Roerdomp (Botaurus stellaris)
4
Spotvogel (Hippolais icterina)
4
Tureluur (Tringa totanus)
5
Veldleeuwerik (Alauda arvensis)
5
Visdief (Sterna hirundo)
5a
4
Wulp (Numenius arquata)
5
4
Zomertortel (Streptopelia turtur)
5
4
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
5b
4 5
Kramsvogel (Turdus pilaris) Middelste bonte specht (Dendrocoptes medius)
3 5a
4
Grauwe klauwier (Lanius collurio) Grutto (Limosa limosa)
3
RA21245-01
43
Limburg
N-Brabant
Zeeland
Z-Holland
Utrecht
Gelderland
Drenthe
Overijssel
Flevoland
N-Holland
Groningen
Friesland
Vrijgestelde soorten per provincie
Wnb
Bijlage 4.
Aardmuis Bosmuis (1) Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Eekhoorn
2
Egel Gewone bosspitsmuis
Zoogdieren
Haas Hermelijn Huisspitsmuis (1) Konijn Molmuis Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Steenmarter
9
7
3
Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis (1) Vos Wezel Wild zwijn
Reptielen- Amfibieën
Woelrat
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
8
Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Hazelworm
4
Levendbarende hagedis
5
Groen = vrijgesteld voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1 Lichtgroen= vrijgesteld voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1 met uitzondering van het opzettelijk doden Oranje = niet vrijgesteld Geel = vrijgesteld met voorwaarden En alg vrijstelling in/op gebouwen (Wnb art 3.10 lid 3) Vrijgesteld in de periode maart-april en juli t/m november voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. Vrijgesteld in periode 15 augustus t/m februari voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. Vrijgesteld in periode juli t/m september voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. Vrijgesteld in periode 15 augustus t/m 15 oktober voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. Vrijgesteld in periode 1 juli t/m 29 februari Vrijstelling geldt voor binnen de bebouwde kom en alleen op grond van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd soortbeheerplan voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. met uitzondering van het opzettelijk doden. Vrijstelling uitsluitend met gebruik van de toegestane middelen, op percelen waar teelt van appels en peren plaatsvindt voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1. met uitzondering van het opzettelijk doden. Vrijstelling uitsluitend met gebruik van de toegestane middelen, op percelen waar teelt van appels en peren plaatsvindt voor alle verbodsbepalingen in Wnb Art. 3.10 lid 1.
Ecologische quickscan Dubbestraat-Boord, Nuenen
RA21245-01
44
Bijlage 5.
Stappenplan gebiedsbescherming
Bijlage 6.
Stappenplan soortenbescherming