CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

RV Bp Kapperdoes - Bijlage 1 Toelichting BP Kapperdoes, herziening 1

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente NuenenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Kapperdoes, herziening 120.552 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Nuenen c.a.

Bestemmingsplan Kapperdoes, herziening 1

Inhoud

1.

toelichting

2.

regels

3.

verbeelding

id. nr. : NL.IMRO.0820.BPNuenKapperdoesh1-C001 d.d. : 1 mei 2023

2

Toelichting

3

4

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding 3.2. Rijksbeleid 3.3. Provinciaal beleid 3.4. Regionaal (woningbouw) beleid 3.5 Gemeentelijk beleid 3.6 Archeologische en cultuurhistorische waarden 3.7 Verkeer en parkeren 3.8 Kabels en leidingen Hoofdstuk 4 Milieuparagraaf 4.1 Bedrijven en milieuzonering 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bodem 4.6 Natuur 4.7 M.e.r.-beoordeling Hoofdstuk 5 Waterparagraaf 5.1 Inleiding 5.2 Beleid 5.3 Beschrijving huidig en toekomstig watersysteem plangebied 5.4 Afspraken waterschap 5.5 Conclusie Hoofdstuk 6 Juridische vormgeving 6.1 Algemeen 6.2 Structuur 6.3 Verbeelding 6.4 Regels Hoofdstuk 7 Uitvoeringsaspecten 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

7 7 7 8 9 9 10 15 15 15 18 23 27 31 36 37 38 38 40 43 46 47 48 54 56 56 56 61 64 64 66 66 66 66 67 69 69 69

5

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12

Beeldkwaliteitsplan Boord-Kapperdoes Akoestisch onderzoek omgevingslawaai Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bodemonderzoek Quickscan flora en fauna Nader onderzoek vleermuizen en marterachtigen Nader onderzoek steenuil Aerius berekening Vormvrije MER beoordeling Waterhuishoudkundig plan Bouwhistorische notitie Dubbestraat 1 Mitigatieplan vleermuizen en marterachtigen

6

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aanleiding voor dit bestemmingsplan is een actualisatie van de woningbouwplannen op de locatie Boord, eerder bestemd als onderdeel van het bestemmingsplan Kapperdoes. Om de ontwikkeling van de locatie voor de geactualiseerde woningbouwplannen mogelijk te maken is het noodzakelijk de bouwmogelijkheden binnen de bestaande woningbouwbestemming van het plangebied te herzien. Onderhavig bestemmingsplan voorziet hierin.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied van onderhavig bestemmingsplan is gelegen in de gemeente Nuenen c.a. in de kern Nuenen. Het betreft een locatie aan het Boord / de Dubbestraat en de Kapperdoesweg te Nuenen.

Figuur 1: Plangebied

7

1.3 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt het planvoornemen uiteengezet. In hoofdstuk 3 worden de planologische beleidskaders geschetst aan de hand van het nationale, provinciale en gemeentelijke beleid. In het daaropvolgende hoofdstuk 4 betreft de milieuparagraaf met hierin de actuele waarden van het gebied en de mogelijke invloed daarop van de planvorming. Hoofdstuk 5 bevat vervolgens de wettelijke verplichte waterparagraaf, waarin het plan getoetst wordt op het aspect water. Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de juridische aspecten van het bestemmingsplan en worden de planregels toegelicht. Ten slotte wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de uitvoeringsaspecten, bestaande uit de economische uitvoerbaarheid, de procedure en de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

8

Hoofdstuk 2 Planvoornemen 2.1 Beschrijving huidige situatie Op dit moment bevinden zich op de locatie een woning in de vorm van een (voormalige) boerderij en stallen. Het plangebied is gelegen in de nabijheid van voormeld tuincentrum Coppelmans en enkele bestaande woningen (lintbebouwing). Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan ‘Kapperdoes’, vastgesteld door de raad van de gemeente Nuenen op 18-02-2016. In dit bestemmingsplan heeft de locatie een woonbestemming, waarbij middels concrete bouwvlakken is gekomen tot de planologische verankering van het destijds voor de locatie bestaande woningbouwplan voor in totaal 16 woningen.

. Figuur 2: Uitsnede vigerende bestemmingsplan

9

2.2 Beschrijving toekomstige situatie Stedenbouwkundige opzet Het plangebied ligt op de scheiding van dorp en landelijk gebied, wat onder andere wordt bepaald door de aanwezigheid van boerderijen, maar eveneens door recent gerealiseerde nieuwbouw. Zo begrenzen de agrarische en historische linten van Boord en Dubbestraat het plangebied aan de noord- en westzijde, en grenst het plangebied aan zuidoostzijde aan de nieuwe ontwikkelingen van Nuenen West. Door vier kloeke volumes op de kavels 1 t/m 5 met veel ruimte tussen de bouwblokken aan Boord en Dubbestraat te realiseren, wordt aansluiting gevonden bij de bestaande bebouwing aan de linten. Dit wordt versterkt door de positionering van deze volumes. Verspringende rooilijnen en verdraaiingen van de kappen zorgen voor een afwisselend beeld. Een bijzondere plek hierin krijgt de tweekapper aan westzijde van het plangebied (kavel 4 en 5). Met de massa en kapvorm van dit blok wordt verwezen naar de bestaande boerderij. Achter deze hoofdvolumes bevindt zich het ‘erf’ (kavels 6 t/m 11). Ook hier worden de woningen speels gepositioneerd, waarmee wordt verwezen naar een boerenerf. Deze 6 volumes onderscheiden zich in architectuur van de 4 volumes aan de oude linten. Zo ontstaat er een typologie van hoofdboerderijen aan de oude linten, en schuurwoningen op het achtergelegen erf.

Figuur 3 Stedenbouwkundige opzet

10

Een belangrijk aspect van de stedenbouwkundig opzet is de landschappelijke inpassing. Om het landelijke karakter te borgen zijn voorwaarden gesteld in het landschappelijke inpassingsplan welke onderdeel is van de bestemmingsplanregels. Zo worden er hagen op de percelen aangebracht en aan de Kapperdoesweg worden bestaande bomen op de percelen behouden. Centraal op het erf is ruimte voor één of meerdere nieuwe bomen op toekomstig gemeentelijk terrein en door het plaatsen van twee nieuwe bomen op gemeentegrond aan Boord wordt de bestaande laanstructuur aldaar versterkt.

Figuur 4 typologie van hoofdboerderij/-woning aan de oude linten en schuurwoningen op het achtergelegen erf.

Architectuur & beeldkwaliteit De architectuur van dit plan sluit aan bij de bebouwing aan de oude linten, én de beeldkwaliteit van Nuenen-West, waarvan de nieuwbouw, na realisatie hiervan, grenst aan de noordoostzijde van het plangebied Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West. Grote kappen met lage goten en het gebruik van aardse en natuurlijke materialen en kleuren, verwijzen naar de historische lintbebouwing, maar worden vertaald naar een hedendaagse architectuur. Er ontstaat een informele eigentijdse dorpssfeer en individuele herkenbaarheid zorgt voor

11

variatie. De woningen worden ontworpen met aandacht voor de oriëntatie naar de openbare ruimte en de ligging op het perceel. De hoofdboerderij/-woningen aan Boord en Dubbestraat (kavel 1 t/m 5) onderscheiden zich in architectuur ten opzichte van de schuurwoningen op het erf (kavel 6 t/m 11). Deze kloeke volumes, voorzien van rieten kappen, worden in ingetogen rood/bruin/grijs metselwerk of lichtgrijs keimwerk opgetrokken. Incidenteel refereert een donker houten geveldeel naar de schuur binnen een langgevelboerderijtypologie.

Figuur 5: Impressie planvoornemen hoofdwoningen

12

Figuur 6: impressie planvoornemen historische hoofdboerderij

De schuurwoningen aan het erf onderscheiden zich door een eigentijdsere uitstraling. Beeldbepalend is de zichtbare structuur van het volume, het frame. Binnen deze structuur van hout of metaal, worden de gevels afwisselend ingevuld met metselwerk, hout en glas. Ook zal er verschil zijn in materialisatie van de kappen tussen de woningen.

13

Figuur 7: Impressie planvoornemen schuurwoningen

De individuele herkenbaarheid zorgt voor variatie in het plan. Afstemming van materialen en detaillering tussen hoofdboerderijen en schuurwoningen zorgt voor herkenbaarheid van het plan als geheel. Het boerderijvolume aan de Dubbestraat wordt teruggebracht en een erfweg naast het boerderijvolume leidt naar twee woningen waarvan de volumes zodanig zijn georiënteerd dat deze, zolang het aangrenzend terrein in gebruik is als landbouwgrond, hier vrij over uitkijken. Afhankelijk van de definitieve invulling van Nuenen-West kan de haag doorschieten of onderdeel van de nieuwe wijk worden. De erfweg wordt informeel vormgegeven met ook hier een lage haag welke de overgang aangeeft naar het landelijke gebied en privé. Voor het plangebied is een beeldkwaliteitsplan gemaakt dat is opgenomen in bijlage 1: Beeldkwaliteitsplan Boord-Kapperdoes d.d. 6 december 2021. Team Ruimtelijke Kwaliteit (TRK) heeft het beeldkwaliteitsplan als positief beoordeeld. Het beeldkwaliteitsplan wordt gelijk met het bestemmingsplan vastgesteld, zodat dit als kader voor welstandsbeoordeling kan fungeren. Samen met het bestemmingsplan vormt het beeldkwaliteitsplan aldus het beleidskader waarbinnen de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid met betrekking tot de gewenste structuur en beeldkwaliteit zijn vastgelegd.

14

Hoofdstuk 3 Beleidskaders 3.1 Inleiding De voorgenomen ontwikkeling van het plangebied moet passen binnen het vigerend beleid op zowel nationaal, provinciaal, regionaal als gemeentelijk niveau. Voor de ontwikkeling en het plangebied zijn verschillende beleidsstukken relevant. In deze paragraaf zijn de hoofdlijnen van relevant beleid beschreven en wordt aangegeven hoe de ontwikkeling van het plangebied zich hiertoe verhoudt.

3.2. Rijksbeleid

3.2.1. Nationale Omgevingsvisie 2020 (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten : 1. 2. 3. 4.

Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen. Zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's. Stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

De NOVI benoemt de volgende nationale belangen: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit).

15

15. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.

Plangebied Een opgave in de NOVI is om aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om in het plangebied diverse woningen te realiseren. De NOVI krijgt doorwerking op lagere beleidsniveaus. De relevante beleidsstukken op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau zijn in de navolgende paragrafen getoetst. Tot slot zijn op rijksniveau geen belangen benoemd die rechtstreeks van invloed zijn op het plangebied.

3.2.2. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. In de NOVI wordt bepaald welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Barro bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Plangebied Het Barro bevat geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied.

3.2.3. Duurzaamheidsladder Het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de ladder) is een motiveringsvereiste voor ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder is opgenomen in artikel 3.1.6. lid 2 Bro en luidt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan voorzien’.

16

Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd en dat eerst als dat niet mogelijk is wordt gemotiveerd waarom die ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Dit betekent dat alleen bij een ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied een nadrukkelijke motivering nodig is. De verwachting is dat de Ladder daarmee beter hanteerbaar zal zijn en tot minder onderzoekslasten zal leiden. De eerste vraag die aan de orde is, is of het voorliggende bestemmingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij is van belang wat het voorgaande bestemmingsplan reeds aan ruimtelijke mogelijkheden bood en in hoeverre het nieuwe bestemmingsplan hierop een toevoeging of wijziging mogelijk maakt. In het Bro (artikel 1.1.1, lid 1, onder i) is voor stedelijke ontwikkeling een definitie opgenomen: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de realisatie van elf woningen mogelijk gemaakt. Uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State laten zien dat woningbouwplannen met een omvang vanaf 14 woningen in ieder geval als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien.

Aldus wordt met voorliggend bestemmingsplan geen nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt zoals bedoeld in artikel 3.1.6, lid 2, van het Besluit ruimtelijke ordening. Deze conclusie is eens te meer juist nu ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan sprake is van een vermindering van het in het plangebied planologisch toegestane aantal woningen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan kunnen in het plangebied 16 woningen worden gerealiseerd, terwijl onderhavig bestemmingsplan de basis vormt voor 11 woningen.

3.2.4. Verstoringsgebied Om het ongestoord functioneren van radar- en communicatieapparatuur op de vliegbasis Volkel te waarborgen is rond deze vliegbasis een cirkel met een straal van 15 nautische mijl (= 27,8 km) vastgesteld. Binnen dit radarverstoringsgebied dient voor ieder obstakel, hoger dan 65 m +NAP, te worden berekend of er verstoring van de radar optreedt. Het plangebied is gelegen in het radarverstoringsgebied van de vliegbasis Volkel. De peilhoogtes van de woningen liggen op ca. 16,5 m +NAP en de maximale bebouwingshoogte bedraagt 10 meter. Binnen het plangebied worden dus geen objecten gerealiseerd met een hoogte boven 65 m +NAP. De maximale hoogte blijft hier ruimschoots onder. Verondersteld kan worden dat de radar van de vliegbasis Volkel door het voorliggend bestemmingsplan niet wordt verstoord.

3.2.5 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid heeft 13 nationale belangen. Het bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met deze belangen. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van diverse woningen en past binnen de uitgangspunten van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en conflicteert niet met nationale belangen. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan artikel 3.1.6. lid 2 Bro. 17

3.3. Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie De Brabantse Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Op 14 december 2018 is de omgevingsvisie vastgesteld. Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma's. Tot die zijn vastgesteld blijven bestaande beleidsplannen voor natuur, ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer en milieu en water van kracht. Daarmee wil Brabant op tijd klaar zijn voor de Omgevingswet wanneer deze wordt ingevoerd. In de Omgevingswet staan waarden als veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor ieder van deze opgaven geeft de omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Maar ook een concreet tussendoel: waar moeten we in 2030 op zijn minst staan om dat lange termijn doel te halen? De omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan.

3.3.2. Structuurvisie Ruimtelijke Ordening Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 opnieuw vastgesteld en in werking getreden. De structuurvisie is opgebouwd uit 2 delen (A en B) en een uitwerking. Deel A bevat de hoofdlijnen van het beleid. Hierin heeft de provincie haar belangen gedefinieerd en ruimtelijke keuzes gemaakt, gebaseerd op trends en ontwikkelingen. Ook beschrijft de provincie vanuit welke filosofie ze haar doelen wil bereiken. Die is: ‘samenwerken aan kwaliteit’. De provincie realiseert haar doelen op vier manieren: door regionaal samen te werken, te ontwikkelen, te beschermen en te stimuleren. In deel B beschrijft de provincie 4 ruimtelijke structuren: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Voor iedere structuur formuleert de provincie ambities en beleid. Per beleidsdoel is aangegeven welke instrumenten de provincie inzet om haar doelen te bereiken. De provincie geeft haar visie op het landschap vorm in de 'uitwerking gebiedspaspoorten'. Daarin beschrijft de provincie welke landschapskenmerken zij op regionaal niveau van belang vindt en hoe deze kunnen worden versterkt. Er zijn ook deelstructuurvisies opgesteld voor specifieke onderwerpen. Belangrijk is dat in Noord-Brabant verschil blijft tussen de steden en de kernen in het landelijk gebied.

Het is wenselijk dat er verschillende kwaliteiten worden ontwikkeld voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied, om zo bij te dragen aan een onderscheidend leef- en vestigingsklimaat ter versterking van de kenniseconomie in Brabant. Op de Structurenkaart is aangegeven dat het plangebied is gelegen binnen de stedelijke structuur in de zone ‘stedelijk concentratiegebied.

18

De planontwikkeling heeft geen nadelige gevolgen voor de ambities die de provincie nastreeft en heeft geformuleerd in de Structuurvisie 2010 – partiële herziening 2014. Er wordt met onderhavige ontwikkeling derhalve geen afbreuk gedaan aan de beleidsdoelstellingen en ambities, zoals opgenomen in de structuurvisie.

Figuur 8: Uittreksel Structurenkaart Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant

3.3.3 Interim omgevingsverordening Op 25 oktober 2019 is de Interim Omgevingsverordening vastgesteld en voor de laatste keer op 15 april 2022 geconsolideerd. De Interim omgevingsverordening vervangt een aantal provinciale verordeningen: de provinciale milieuverordening, de verordening natuurbescherming, de verordening ontgrondingen, de verordening ruimte, de verordening water en de verordening wegen. Om straks klaar te zijn als de Omgevingswet in werking treedt, heeft de provincie eerst een Interim omgevingsverordening vastgesteld. Het is een ‘Interim’ omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet nog niet zijn verwerkt. Er is wel zo veel als mogelijk aansluiting gezocht bij de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening (bijvoorbeeld bij de opbouw en de digitale vormgeving). Deze Interim omgevingsverordening voegt de bestaande regels over de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk samen in één verordening en is beleidsneutraal. Alleen aanpassingen die nodig zijn vanwege de samenvoeging of vanwege al vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie, worden meegenomen.

19

In de Interim omgevingsverordening staan regels voor: • Burgers en bedrijven: dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om zo’n activiteit te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen voordat je mag beginnen. • Bestuursorganen van de overheid: dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels kan de provincie een opdracht geven aan gemeenten over onderwerpen die zij in het bestemmingsplan moeten opnemen of aan het waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren. Dit zijn de regels die tot voor kort waren opgenomen in de Verordening ruimte Noord-Brabant.

De toedeling van functies Het plangebied is aangeduid als 'Stedelijk gebied'.

Figuur 9: Uitsnede kaart "Instructieregels gemeenten: stedelijke ontwikkeling en erfgoed" Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

Het provinciale beleid is er al decennia lang op gericht om stedelijke ontwikkeling in stedelijke concentratiegebieden te bundelen. Het doel daarvan is om voldoende draagvlak voor de steden als economische en culturele motor te creëren en om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent dit dat het merendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in of aansluitend op de stedelijke concentratiegebieden. Binnen het bestaand stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij om te voorzien in stedelijke ontwikkeling. Op basis van artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling dient een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen binnen het Stedelijk gebied te liggen. Het bestemmingsplan dient daarbij te zijn voorzien van een onderbouwing dat de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken alsmede dat het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. 20

Zoals in deze toelichting op diverse onderdelen beschreven past dit bestemmingsplan binnen deze regels van de Interim omgevingsverordening. De basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Uit artikel 3.5 komt naar voren dat aan een drietal aspecten getoetst moet worden om een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving te waarborgen. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel 3.6.) Onderhavig planvoornemen betreft de invulling van een bestaande binnenstedelijk herontwikkelingslocatie binnen de gemeente Nuenen. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7.) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond; zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag; zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c. de bovenste laag; zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. Onderhavig planvoornemen zorgt niet voor een wijziging in de eerste twee lagen.

Desalniettemin treedt er wel een verandering op in de derde laag. Doordat er een ontwikkeling plaatsvindt, waarbij woningen worden gerealiseerd, zorgt dit gedeeltelijk voor de verandering van de bestaande functie. Deze functie draagt bij aan het woonklimaat van Nuenen. Hiermee wordt voldaan aan dit aspect. Meerwaardecreatie (artikel 3.8.) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. Onderhavig planvoornemen zorgt voor sociaaleconomische meerwaardecreatie. Allereerst wordt gekomen tot de ontwikkeling van een (planologisch) bestaande woonlocatie. De ingebruikname van de woningen leidt tot uitgaven binnen de directe omgeving, wat de economische positie van Nuenen ten goede komt.

21

3.3.4. Brabantse Agenda Wonen Het woonbeleid van de provincie Noord-Brabant is opgenomen in de Brabantse Agenda Wonen. De provincie streeft naar een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat met een goed functionerende woningmarkt. Voor de komende jaren is zowel sprake van een fikse opgave in aantallen maar ook in het voldoen aan de veranderende vraag. Op het gebied van nieuwe woningbouwontwikkelingen wordt ingezet op duurzame verstedelijking. Dit krijgt vorm door te focussen op inbreiding. Er wordt ruim baan gegeven aan woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties. Er dient aandacht te zijn voor vraaggericht, flexibel bouwen. Het aanbod van nieuwe woningen dient voldoende aan te sluiten op de (veranderende) vraag. Uitgangspunt van de provincie is dat gemeenten als eerste overheid aan de lat staan voor de woningmarkt. Zelf heeft zij een regisserende rol en kennis- en adviesfunctie, hetgeen onder andere invulling krijgt door elke 3 jaar bevolkings- en woningbehoefteprognoses te actualiseren. De meest recente provinciale prognose dateert van 2020. Uit de provinciale prognose voor Nuenen blijkt dat de bevolking zich naar verwachting ontwikkelt van 23.380 inwoners in 2020 tot 24.460 inwoners in 2040. Voor de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven groeit het inwoneraantal van bijna 518.945 in 2020 tot 603.800.

De prognose is dat de woningvoorraad tot 2030 met 32.080 stuks moet stijgen in de regio Stedelijk Gebied Eindhoven. De groei-index is met 113,5 het grootste van heel de provincie. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de regio om deze groei op te vangen. Voor de gemeente Nuenen bedraagt de provinciale prognose ruim 900 woningen. Conclusie met betrekking tot het plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van 11 woningen aan de woningvoorraad. De woningen worden opgericht op een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij sprake is van een inbreidings- / herstructureringslocatie. Aldus past dit woningbouwinitiatief zowel binnen de kwalitatieve- als kwantitatieve woningbouwafspraken uit de Brabantse Agenda Wonen.

3.3.5 Ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie heeft als voormeld de Interim omgevingsverordening vastgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt voor het ontwerp omgevingsverordening Noord-Brabant. De belangrijkste wijzigingen zijn: Er is aansluiting gezocht bij de opbouw van de rijksregels. Diverse nadere regelingen zijn in de Omgevingsverordening verwerkt. Vanwege het vervallen van de Wet bodembescherming zijn nieuwe regels opgenomen om verontreiniging van het grondwater te voorkomen. Het voorstel is om daarvoor ook voorbeschermingsregels vast te stellen. De aanwijzing van voor verzuring gevoelige kwetsbare gebieden (Wav-kaarten) is vervallen. De rechtstreeks werkende regels voor de ontwikkeling van veehouderij en mestbewerking vervallen. Het voorstel is om die te vervangen door voorbeschermingsregels. Er is een attentiezone geluid 22

opgenomen langs provinciale wegen waarbinnen aandacht wordt gevraagd voor het oprichten van geluidgevoelige bebouwing. Gedeputeerde Staten hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze lag vanaf 9 april 2021 ter inzage voor de duur van zes weken. In het ontwerp van de omgevingsverordening Noord-Brabant zijn geen wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de interim omgevingsverordening die relevant zijn voor onderhavig plangebied.

3.4. Regionaal (woningbouw) beleid

3.4.1. Visie op Wonen 2019 en woondeal 2019 In de regionale Visie op Wonen (2019) is het behoud en versterken van de unieke onderscheidende woonmilieus eveneens opgenomen als kwaliteit. Ook in deze visie wordt de groeiambitie van de regio onderverdeeld in kwantiteit en kwaliteit, waarbij aan de laatste de meeste waarde wordt gehecht. De druk op de markt vraagt daarbij om een versnelling van de woningbouwproductie op korte termijn. Op 7 maart 2019 hebben de minister van Binnenlandse Zaken (BZK), de provincie NoordBrabant en het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de Woondeal ondertekend. Met de ondertekening van de Woondeal zetten partijen zich in om de woonopgave in deze regio aan te pakken. Een grote variëteit aan woonmilieus draagt bij aan de ontwikkeling van de Brainportregio. De Woondeal helpt de gewenste versnelling van de woonopgave in de negen gemeenten binnen het SGE te realiseren: meer woningen, op de juiste locatie en voor de goede doelgroep. De versnelling moet in de periode tot 2024 zo'n 27.000 woningen opleveren. Deze behoefteraming geldt als richtinggevend bij de woningbouwproductie.

3.4.2. Afsprakenkader Wonen 2022 ‘Bouwen aan de toekomst’ In 2017 / 2018 is het Afsprakenkader Wonen 2017 vastgesteld door de (gemeenteraden van de) 9 gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven. De provincie Noord-Brabant heeft met deze afspraken ingestemd. In het Afsprakenkader zijn afspraken vastgelegd over het bouwen van voldoende woningen en over de kwaliteit daarvan. Bouwlocaties moeten elkaar versterken in plaats van elkaar beconcurreren. Vanaf 2017 is de druk op de woningmarkt snel toegenomen. Er is sprake van een overspannen woningmarkt met flinke woningtekorten. De woningbouwafspraken die in 2017 tussen de gemeenten zijn gemaakt en vastgelegd in het Afsprakenkader Wonen zijn daarom geactualiseerd. “In het nieuwe Afsprakenkader Wonen 2022 ‘Bouwen aan de toekomst’ zijn huidige en nieuwe ontwikkelingen meegenomen. Met dit Afsprakenkader wordt vooruit gekeken naar de periode tot 2040; de periode waarover in de Woondeal, de regionale Visie op Wonen en het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) afspraken zijn gemaakt. Daarnaast verhoogt afstemming de kwaliteit van plannen, zonder het planvormingsproces negatief te beïnvloeden. De gezamenlijke monitoring van woningbouwplannen geeft inzicht in het speelveld van wonen in de regio en dat is belangrijk 23

om te kunnen sturen op de woningbouw”. De ambitie is om tot 2040 ca. 62.000 nieuwe woningen bij te bouwen om aan de dringende vraag naar woningen te voldoen. In het nieuwe Afsprakenkader ligt de focus op het versnellen van de woningbouw. Zo zijn er meer plannen dan de gezamenlijke ambitie omdat er rekening gehouden wordt met vertraging en planuitval. Door meer te plannen kunnen er uiteindelijk voldoende woningen gebouwd worden. De focus van de gemeenten blijft liggen op inbreiding en het realiseren van de eerder afgesproken majeure locaties. Omdat er voldoende planvoorraad is (waaronder onderhavig plan), is het uitvoeren van de plannen om te komen tot meer voordeuren belangrijker dan het opvoeren van nieuwe plannen. De onderlinge samenhang in het stedelijk gebied is groot. Denk aan jongeren die naar de stad trekken voor studie en werk, om later in een andere levensfase (startend gezin) de stad weer te verlaten en naar een kleinere gemeente rondom de stad te trekken voor meer woonruimte en rust. Het is dan ook logisch dat de gemeenten onderling woningbouwafspraken maken. Met het maken van deze afspraken voldoen de gemeenten daarnaast ook aan de verplichtingen vanuit de provinciale omgevingsverordening om met buurgemeenten af te stemmen.

3.4.3. Brainport Principes De gemeenten vinden kwaliteit belangrijk en werken daarom aan de hand van de zogenoemde Brainport Principes waarop plannen worden getoetst op o.a. duurzaamheid, participatie, aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus en innovatie. In het bestemmingsplan wordt onderbouwd hoe invulling wordt gegeven aan de Brainport Principes. De gemeente toetst dit allereerst zelf. Omdat onderhavig plan bestaat uit de realisatie van 11 woningen wordt dit bestemmingsplan niet ter toetsing voorgelegd aan het Coördinatieteam Wonen en is het alleen de gemeente die het bestemmingsplan toets aan de Brainport Principes. De toets vindt plaats aan de hand van 7 Brainport Principes waarvoor de basis is vastgelegd in het regionale Afsprakenkader 2022. De Brainport Principes zijn: 1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Vraaggericht ontwikkelen; 5. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 6. Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking. Onderstaand is een korte onderbouwing weergegeven hoe het planvoornemen aan de diverse principes bijdraagt / deze versterkt. 1. Koesteren van identiteit De stedenbouwkundige opzet en beeldkwaliteit is tot stand gekomen met inachtneming van de kwaliteiten van de aanwezige bebouwing aan de voor Nuenen kenmerkende oude linten Boord en Dubbestraat.

De bestaande boerderij wordt weliswaar gesloopt, maar komt terug in 24

een vergelijkbaar volume en kapvorm, waardoor de woning in haar omvang en verschijningsvorm refereert aan de bestaande boerderij. 2. Ruimte voor innovatie De woningen worden energieneutraal gebouwd. Gezien de grootte zal bij de uitwerking duurzame en innovatieve materialen en systemen voor energiebesparing en -opwekking toegepast moeten worden. 3. Invloed voor bewoners Het project bestaat uit zeer ruime woningen. De woningen worden projectmatig ontwikkeld met een woonprogramma op de begane grond en de slaap- en badkamers op de verdieping. De basisplattegronden worden rondom een centrale kern (installatieruimte, trap en natte ruimte op de verdieping) ontworpen. Deze opzet zorgt voor veel indelingsvrijheid. Toekomstige bewoner(s) hebben, voorafgaand aan de realisatie van de woning, invloed op de samenstelling van het uiteindelijke woonprogramma. Verblijfruimtes kunnen worden samengevoegd, opgesplitst en van positie veranderen. Daarnaast zijn er voldoende mogelijkheden om op de begane grond een levensloopbestendig woonprogramma te realiseren mochten bewoners dit wenselijk vinden. 4. Vraaggericht ontwikkelen De actualisatie van de woningbouwplannen op de locatie Boord, eerder bestemd als onderdeel van het bestemmingsplan Kapperdoes, betreft onder andere een wijziging van het programma.

Het oorspronkelijke plan bestond uit 8 twee-onder-een-kapwoningen, 6 vrijstaande woningen en de mogelijkheid om in de bestaande boerderij 2 woningen te realiseren. De twee-ondereen-kapwoningen en vrijstaande woningen in het oorspronkelijke plan verschillen (qua kavelgroottes en mogelijk te realiseren volumes op de kavels) weinig van de producten die in het uitbreidingsplan Nuenen-West worden aangeboden. Grote(re) bouwkavels met dito bebouwingsmogelijkheden zijn er niet of nauwelijks in de gemeente Nuenen, terwijl de gemeente Nuenen vergeleken met omliggende gemeentes, relatief veel bovenmodale inwoners heeft. Gezien het beperkte aanbod is de vraag naar grote bouwkavels en woningen groot. Onderhavige ontwikkeling draagt bij aan de invulling van deze (latente) behoefte. De toekomstige bewoners hebben vaak een eigen woning in het hoger marktsegment te verkopen. Deze woning komt ook op de markt voor de onderliggende doelgroep. Vaak zorgen woningen in het hoger segment voor een lange verhuisketen en daarmee woningen die voor een brede doelgroep beschikbaar komen. Daarnaast worden de woningen ontwikkeld met een woonprogramma op de begane grond en de slaap- en badkamers op de verdieping, maar zijn er voldoende mogelijkheden om op de begane grond een levensloopbestendig woonprogramma te realiseren mochten bewoners dit wenselijk vinden. 5.

Aantrekkelijk en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor Het nieuwbouwplan onderscheid zich ten opzichte van de bestaande/omliggende woonomgeving door de voor Nuenen kenmerkende boerderij-/schuurwoningtypologie te combineren met een moderne en hedendaagse architectuur. Door drie samenhangende deelgebieden met eigen unieke kenmerken te definiëren, ontstaat rust maar ook afwisseling 25

in het plan. De erfwoningen zijn gesitueerd aan een intiem openbaar erf. Het erf biedt rust en ruimte om elkaar op een laagdrempelige manier te ontmoeten en zo een informele dorpse sfeer te creëren. 6. Benutting regionaal schaalniveau Het plangebied ligt gunstig ten westen van Nuenen en ten oosten van Eindhoven. Dorp en stad zijn met elkaar verbonden door de bestaande uitvalsweg de Europalaan, waar het plangebied op korte afstand vandaan ligt. Via de Europalaan en recreatieve fiets- en wandelroutes zijn de bestaande voorzieningen in Nuenen en Eindhoven goed te bereiken. Een ‘best of both worlds’. Nuenen als een welvarende gemeenschap met een hoog kwalitatief voorzieningenniveau aan winkels, supermarkten en horecazaken. En Eindhoven als actieve binnenstad met een gemend milieu qua cultuur, voorzieningen en bedrijvigheid. 7. Gezonde verstedelijking In dit plan is naast bebouwing meer ruimte voor groen. Een groene inpassing is belangrijk en draagt mede bij aan de gezondheid van de toekomstige bewoners en omwonenden. Daarnaast wordt aandacht besteedt aan natuur inclusief bouwen, waterinfiltratie en beperking van het verhard oppervlakte in openbaar gebied.

3.4.3 Aquarel Middengebied tussen Dommel en Goorloop De aquarel (voorheen ‘kwadrantenbenadering’) dient niet als toetsingskader, maar als inspiratiekader om met woningbouwprojecten aan te sluiten bij het karakter en de unieke kwaliteiten van een gebied. Binnen de regio Stedelijk Gebied Eindhoven zijn gebieden te onderscheiden die elk hun eigen specifieke woonmilieus kennen. Deze woonmilieus zijn complementair aan elkaar en de manier van kijken naar de regio helpt bij de positionering en profilering van woningbouwontwikkelingen in de regio. Dit plangebied begeeft zich in het woonmilieu Middengebied Tussen Dommel en Goorloop. Kenmerken hiervan die van toepassing zijn op dit plan worden hieronder toegelicht: • • • • • • • • • • •

Landelijk wonen in buitengebied; Dorpse kwaliteiten; Geen grootschalige woningbouw maar laagbouwmilieus met lage dichtheid; Kleinschalige lokale voorzieningenstructuur; Overwegend woonfunctie; Weinig bedrijventerreinen; Landschappelijke kwaliteiten; Aan groen en natuur gerelateerde recreatie, rust en ruimte; Op fietsafstand van het centrum van Eindhoven; Wegennet lokaal georiënteerd; Bereikbaarheid meer gericht op auto dan op OV.

26

Conclusie met betrekking tot het plangebied Voorliggend plan valt buiten de meldplicht aan het regionale coördinatieteam Wonen. Het betreft 11 woningen binnen bestaand stedelijk gebied van een kern in landelijk gebied, op een locatie die krachtens vigerend bestemmingsplan de mogelijkheid kent tot de realisatie van 16 woningen. Het voorliggende initiatief is complementair aan de regionale woningbouwafspraken en programmering en houdt voldoende rekening met de Brainport Principes.

3.5 Gemeentelijk beleid

3.5.1 Omgevingsvisie Nuenen Op 30 september 2021 is de Omgevingsvisie Nuenen vastgesteld. De Omgevingsvisie zorgt voor één Nuenens beleid als het gaat om onze fysieke leefomgeving en hoe de kwaliteit hiervan kan worden verbeterd. De visie kijkt onder meer naar ruimtelijke ordening, de inrichting van het openbaar gebied en het milieu. Daarnaast is er aandacht voor de nationale thema’s duurzaamheid, energietransitie, klimaatadaptatie én gezondheid. De Omgevingsvisie is verdeeld in 4 opgaven en uitgangspunten: 1. hoogwaardige woon- en leefomgeving, 2. de vitale samenleving, 3. een robuust landschap en 4. Nuenen in Brainport De omgevingsvisie geeft een aantal uitgangspunten om te komen tot het versterken van de woon- en leefomgeving Nuenen. Kernbegrip hierbij is om in Nuenen te bewaken c.q. te komen tot een hoogwaardige en gezonde woon- een leefomgeving, met behoud en versterking van de Nuenense kwaliteiten. Voor het plangebied van dit bestemmingsplan zijn van belang: • • • •

De kernkwaliteiten van het dorp worden gekoesterd en versterkt. Leefbaarheid staat hoog op de agenda van Nuenen. Kwaliteit (oa. groen en duurzaamheid) staat voorop bij de (her)ontwikkeling van locaties. Voor de toevoeging van woningen wordt eerst gekeken naar herstructurering van (losse) bedrijfspercelen, winkelpanden en andere vrijkomende bebouwing. Daarna naar inbreidingslocaties. Uitbreidingslocaties zijn vooralsnog niet aan de orde. • Met de realisatie van dit planvoornemen wordt voorzien in de bovenlokale/regionale woningbehoefte.

27

Figuur 10: Kaart omgevingsvisie Nuenen

Het vergroten van het woningaanbod moet hand in hand gaan met het verduurzamen van de woningvoorraad en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit. Hierbij worden de kernkwaliteiten groen, dorps, rustig en gezellig gekoesterd en versterkt. Kortom, het versterken van de woon- en leefomgeving. Voor het toevoegen van woningen wordt bij voorkeur voor transformatie gekozen. Het woningbouwplan voorziet in de lokale vraag, maar correspondeert niet volledig met het huidige lokale woonbeleid. Op basis van bestaande afspraken met de ontwikkelende partij en vanwege het feit dat het plan voorziet in een wijziging van een bestaande woningbouwlocatie wordt hier niet ingezet op betaalbare woningen/specifieke doelgroepen zoals genoemd in het Programma Wonen. Wel voldoet het woningbouwplan aan de Brainport principes en zijn alle geplande woningen energieneutraal.

28

3.5.2 Structuurvisie Nuenen c.a. Op 5 november 2009 heeft de raad de Structuurvisie deel A 'Ruimtelijk Casco', een kaderstellend beleidsdocument voor het gemeentelijk grondgebied van de gemeente Nuenen vastgesteld. Op 23 juni 2010 heeft de raad de Structuurvisie deel B "Projectenplan" vastgesteld. Op 18 juni 2015 heeft een wijziging van de Structuurvisie plaatsgevonden. Dit is het uitvoeringsprogramma van het Ruimtelijk Casco en bestaat uit de ruimtelijke opgave voor de korte en middellange termijn, inclusief een opsomming van concrete projecten en plannen en wijze van realisatie. In de structuurvisie (Deel A en B samen) zijn diverse thematische en gebiedsgerichte beleidsstukken samengebracht en geïntegreerd. Het document legt de uitgangspunten van de verschillende bestaande beleidsdocumenten op gemeenteniveau vast en vervult een rol als toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen. Het Ruimtelijk Casco vormt binnen de structuurvisie het ruimtelijk toetsingskader en geeft een visie op hoofdlijnen voor de lange termijn. Het is een toetsingskader, maar tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling. Het plangebied is in Deel A ‘Ruimtelijk Casco’ opgenomen als onderdeel van Nuenen-West (woningbouw).

Ontwikkeling van nieuwbouw is, in Nuenen-West, afgewogen met de cultuurhistorische waarden, instandhouding van het lint en goede landschappelijke inpassing door een fraaie dorpsrand uit te werken. Conform hetgeen geconcludeerd is in het vigerende bestemmingsplan; de realisatie van de woningen in het plangebied passen in de ontwikkeling van Nuenen-West en in de Structuurvisie Nuenen c.a.

Landschapsinvesteringsregeling (LIR) In de Structuurvisie Nuenen, wijziging 2020 – aanpassing landschapsinvesteringsregeling is in maart 2020 de landschapsinvesteringsregeling van de gemeente Nuenen gewijzigd opgenomen en op 28 mei 2020 door de raad vastgesteld. Het planvoornemen vindt plaats in bestaand stedelijk gebied. Zodoende is er geen verplichting vanuit de LIR en is deze niet van toepassing.

3.5.3. Programma Wonen 2020 – 2030 De gemeenteraad van Nuenen c.a. heeft op 9 juli 2020 het Programma Wonen 2020 – 2030 vastgesteld. Het Programma Wonen is de opvolger van de gemeentelijke Structuurvisie Wonen 2013-2020 en het daarbij behorende Addendum. Het programma vertolkt de visie van de gemeente over de toekomstige woonopgaven. Voor de gemeente Nuenen is en blijft de insteek een dorps woonmilieu met veel groen, aantrekkelijke woningen en een sterke sociale samenhang. De gemeente profileert zich als een plek bij uitstek voor gezinnen, maar ook de gewijzigde woonvraag in verband met het toenemend aantal ouderen krijgt aandacht. Het verduurzamen van de woningvoorraad, levensloopbestendig maken en mogelijk maken van doorstroming zijn onderwerpen die de 29

gemeente niet primair zelf kan uitvoeren, maar waar zij wel een nadrukkelijke faciliterende rol kan en wil spelen. Volgende de provincie moeten er ruim 900 woningen worden toegevoegd tussen 2020 en 2040 (prognose 2020). De plancapaciteit in 2020 (Programma Wonen) voor deze periode bedraagt ca. 2.500 woningen. De plancapaciteit exclusief Nuenen-West (voor de regio), tijdelijke woningbouw en intramurale zorgeenheden, rekening houdend met sloop bedroeg in 2020 ca. 770 woningen. Het onderhavige plan is reeds opgenomen in de plancapaciteitsmatrix 20212030 van het Afsprakenkader Wonen SGE 2022 en past hiermee binnen de prognose/lokale behoefte. In het programma Wonen 2020-2030 staat opgenomen dat de gemeente Nuenen zich conformeert aan de afspraken die binnen het stedelijk gebied Eindhoven zijn gemaakt en dat alle nieuwe woningen minimaal energieneutraal zijn. Met de oprichting van de woningen zal hieraan worden voldaan. Voor inbreiding wordt gekeken naar de juiste woning op de juiste plek, waarbij de afweging op gebieds- en projectniveau plaatsvindt. Initiatieven dienen te passen binnen het ‘dorps wonen’, passend bij het karakter van de verschillende dorpen in Nuenen. Middels dit bestemmingsplan worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt ten opzichte van het bestaande planologische kader van de locatie.

3.5.4. Klimaat en duurzaam Elke gemeente wil zich naar de toekomst toe klimaatbestendig en duurzaam ontwikkelen. In het verlengde hiervan verlangt een gemeente daarom van iedere bouwer een bijdrage in het milieuverantwoord bouwen. Uit ruimtelijk oogpunt bezien, is het belangrijk om te komen tot ‘duurzaam bouwen’. Duurzaam bouwen verhoogt de gebruikswaarde (functioneel), de belevingswaarde (vorm) en de toekomst (tijd) voor de bebouwde omgeving. Duurzaam bouwen is in dit geval te onderscheiden in stedenbouwkundig en bouwkundig duurzaam bouwen. Een goed stedenbouwkundig plan draagt bij aan een duurzame toekomst en voorkomt onder andere verloedering en leegstand. Stedenbouwkundige duurzaamheid komt tot uitdrukking in de ruimtelijke opzet en inpassing van de bebouwing. Ruimtelijke kwaliteit vormt de voorwaarde voor een goed woon- en leefmilieu. Belangrijk hierbij is het om de stedenbouwkundige structuur op een goede manier kenbaar te maken en te behouden. Bouwkundige duurzaamheid laat zich onder andere uitdrukken in: • • • •

duurzaam materiaalgebruik, slimme energetische concepten (die resulteren in energiebesparende maatregelen), afvalreductie, vastgesteld ambitieniveau (GPR).

30

Bij nieuwbouw van woningen worden binnen het Bouwbesluit eisen gesteld aan de energiezuinigheid. De Energie Prestatie Norm (EPN) is daarbij de richtlijn. Met de EPN wordt de energieprestatie van een gebouw of woning berekend. De uitkomst van een EPNberekening is de maat voor de energie-efficiëntie: het Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC). In het programma Wonen 2020-2030 staat opgenomen dat de gemeente Nuenen zich conformeert aan de afspraken die binnen het stedelijk gebied Eindhoven zijn gemaakt en dat alle nieuwe woningen minimaal energieneutraal zijn. Met de oprichting van de woningen zal hieraan worden voldaan. Natuurinclusief bouwen In het kader van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming) en het voorkomen van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, moeten bij de geplande bouwwerkzaamheden voor de beschermde diersoorten mitigerende maatregelen worden getroffen. Bij vergunningverlening wordt getoetst of aan de minimale eisen uit het geaccordeerde mitigatieplan wordt voldaan. Klimaatbestendig gebied De woningen worden gasloos en duurzaam gebouwd (energieneutraal). In paragraaf 5.3 is toegelicht hoe omgegaan wordt met waterberging en -afvoer. Uit die paragraaf blijkt dat er zowel in als buiten het plangebied voldoende ruimte is voor waterberging, wat bijdraagt aan de ontwikkeling van een klimaatadaptieve woonwijk.

Groen, en dan met name bomen, staan hoog op de gemeentelijke agenda. Insteek is om bestaande groenstructuren op gemeentelijk grondgebied uit te breiden of te versterken. Hoe wordt omgegaan met het nieuwe groen dat wordt toegevoegd aan de woonwijk is geborgd in het landschappelijk inpassingsplan, dat als voorwaardelijke verplichting is opgenomen als bijlage van de planregels.

3.6 Archeologische en cultuurhistorische waarden

3.6.1 Cultuurhistorie Algemeen Bij de totstandkoming van Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West is rekening gehouden met de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Ter behoud van de bestaande landschappelijke en vooral cultuurhistorische waarden, die beschermd zijn of bescherming verdienen, zijn verschillende randvoorwaarden voor ontwikkeling benoemd. De uitbreiding Nuenen-West is vanuit landschap en cultuurhistorie een bijzonder waardevol gebied. Nuenen-West is een goed voorbeeld van het kleinschalig agrarisch landschap van Zuidoost Brabant. Het vertelt het verhaal van het boerenleven vanaf de late Middeleeuwen tot medio twintigste eeuw aan de hand van diverse landschappelijke en cultuurhistorische waarden: een beek met begeleidende dekzandrug, een historische wegenstructuur, verspreid in het gebied liggende kernen, historische boerderijen, de (bolle) akkers en weilanden en bij 31

het agrarisch gebruik horende groenstructuren. Het vigerende en het onderhavige bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan “Kapperdoes” en dus ook onderhavig bestemmingsplan “Kapperdoes, herziening 1” liggen binnen de contouren van het gebied ‘Nuenen-West’. Daarom is bij de uitwerking rekening gehouden met cultuurhistorische randvoorwaarden van “Chw-bestemmingsplan Herijking Nuenen West”. Zo is onder andere rekening gehouden met het contrast tussen open en besloten gebieden door variatie in dichtheden en door middel van een open hofje centraal in het bouwveld. De stedenbouwkundige uitwerking langs de historische wegen wordt geaccentueerd door een uitbreiding van de bestaande lintbebouwing geïnspireerd op de bouwstijl van boerderijen. Er zijn geen monumenten of waardevolle panden gelegen waar eventueel rekening mee gehouden moet worden. Er wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van lokale hoogteverschillen als gevolg van bolle akkers (hoog in het midden, aflopend naar randen) en de belangrijkste bomenrijen worden gehandhaafd. Dubbestraat 1 In het vigerende bestemmingsplan “Kapperdoes” heeft de woning aan Dubbestraat 1 de dubbelbestemming ‘Waarde-cultuurhistorie’. In de Bouwhistorische notitie welke als bijlage 11 is bijgevoegd, is het volgende hierover geconcludeerd: Dubbestraat 1 is van oudsher een boerderijlocatie.

In 1832 staat er, haaks op de weg gepositioneerd, een kleine boerderij op deze locatie. In 1874 wordt deze boerderij vervangen door een boerderij in langsrichting. In 1904 wordt de boerderij opnieuw vervangen door een grotere boerderij in langsrichting die in 1970 voorzien wordt van een nieuwe achtergevel. Omstreeks 1980 wordt de boerderij opnieuw verbouwd. De bouwtekening dateert uit 1977-1978 en vanaf 1987 staat het complex getekend op de kadastrale hulpkaarten. De huidige boerderij heeft geen monumentale status. Op basis van de criteria die worden genoemd in de richtlijnen voor Bouwhistorisch onderzoek is voor onderhavige woning het volgende waardering bepaald: •

Dubbestraat 1 heeft algemeen historische waarde omdat het uitdrukking geeft aan het agrarische verleden van het gebied.

•

Dubbestraat 1 heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de situering op een historische boerderijlocatie aan de brink.

•

Dubbestraat 1 heeft gebruikshistorische waarde vanwege de afleesbaarheid van de agrarische functie in de bouwmassa en gevelindeling, waarin een onderscheid tussen het voor- en achterhuis is te zien.

•

Bij Dubbestraat 1 is geen sprake van bouw- of architectuurhistorische waarde.

Geconstateerd is dat er sprake is van een historische boerderijlocatie aan de brink, maar de bebouwing zelf is in het verleden al enige keren is vernieuwd door de bouw van nieuwe boerderijen (dwarsrichting, langsrichting, kleine en grotere volumes) en de laatste verbouwing uit omstreeks 1980 dateert. Sloop-nieuwbouw op deze locatie is voorstelbaar, mits het agrarische karakter van de locatie behouden blijft en met de nieuwbouw voortgebouwd wordt op de streekgebonden boerderijtypologie (langgevelboerderij).

32

Het stedenbouwkundig ontwerp is voorgelegd aan de monumentencommissie van de gemeente Nuenen. Deze heeft geoordeeld dat sloop- en nieuwbouw van de huidige boerderij mogelijk is, waarbij op de plaats van de huidige boerderij aan de Dubbestraat weer een nagenoeg even groot gebouw komt en dat gebouw ook een gelijke vorm zal hebben (met mansardekap), zodat het afwijkt van de overwegend zadeldaken, en niet te overdreven ontworpen wordt. Soberheid moet betracht worden waarbij een zichtbaar verschil in traditioneel woon- en werkgedeelte valt te waarderen. Daarnaast is geadviseerd bij de overige woningen onderscheid te maken tussen hoofdgebouwen aan de weg en bijgebouwen ‘in het veld’ zodat de hiërarchie van een boerenerf ontstaat. Bij de inpassing van de volumes en bepaling van de beeldkwaliteit is nadrukkelijk aandacht besteed aan de adviezen van de monumentencommissie. De cultuurhistorische eigenschappen van het gehele plan worden middels de verbeelding en het beeldkwaliteitsplan geborgd. De ‘Waarde-cultuurhistorie’ ziet toe op de bestaande woning en komt met de nieuwbouw te vervallen. Conclusie cultuurhistorie Met onderhavig bestemmingsplan wordt een nieuwe woonomgeving gerealiseerd bestaande uit 11 woningen waarbij nadrukkelijk rekening is gehouden met de algemeen aanwezige cultuurhistorische waarden. Deze zijn voldoende geborgd in de verbeelding en het beeldkwaliteitsplan.

De vigerende ‘Waarde-cultuurhistorie’ welke geldt voor de huidige woning Dubbestraat 1 komt daarmee te vervallen.

33

3.6.2 Archeologie Algemeen Het Verdrag van Valletta (Malta) verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. Het Verdrag van Valletta is doorvertaald in de Monumentenwet 1988, zoals deze gewijzigd is in september 2007. Sinds deze wijziging van september 2007 is de gemeente bevoegd gezag op het gebied van cultuurhistorie en archeologie. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. De uitgangspunten uit het Verdrag van Valletta (Malta) blijven in de Erfgoedwet de basis van de omgang met archeologie. Gemeenten houden een belangrijke rol in het archeologische stelsel. In bestemmingsplannen houden ze rekening met (te verwachten) archeologische waarden. Dit wordt samen met de andere onderdelen rond de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving overgeheveld naar de toekomstige Omgevingswet. Het Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg (2010) is geheel in lijn met de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) en de daaraan gekoppelde stelselherziening voor de archeologische monumentenzorg.

Nuenen heeft een rijk en gevarieerd bodemarchief. De hoge akkers ten oosten van de bekende Dommel en de Kleine Dommel, en de akkers langs de Hooidonkse Beek hebben al vele archeologische vondsten opgeleverd. De meeste vindplaatsen dateren uit de IJzertijd, Romeinse tijd en middeleeuwen en verschaffen de nodige aanwijzingen voor politieke, religieuze en economische activiteiten die uitstijgen boven het niveau van "gewone" agrarische gemeenschappen. Ondanks de omvangrijke erosie als gevolg van de woningbouw en ontgrondingen, is er nog veel in de bodem bewaard. Nuenen kent naast terreinen met een beschermde monumentenstatus ook een flink aantal terreinen met een vastgestelde archeologische waarde. Archeologisch bureauonderzoek In juli 2006 heeft Advies- en ingenieursbureau Oranjewoud B.V. in het kader van de milieueffectrapportage (m.e.r.) een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor de planlocatie Nuenen-West. Het plangebied ligt binnen dit onderzoeksgebied. De regio blijkt archeologisch gezien een rijk gebied te zijn waarbij zowel nederzettingslocaties alsook bijzondere vindplaatsen uit de prehistorie en de Romeinse tijd zich vooral op de Dommel en de zijbeken oriënteren. Pas uit de Late Middeleeuwen lijken nederzettingslocaties zich binnen het plangebied verder van de Dommelvallei te bevinden.

Het plangebied ligt binnen een groot areaal met hoge archeologische verwachtingen vrijwel direct tegen de westelijke bebouwingsgrens van Nuenen. De hoge archeologische verwachting is gebaseerd op de relatief hoge dekzandrug waarop het plangebied ligt. Op deze dekzandrug lijken de archeologische vindplaatsen zich vooral aan de zijde van het dal van de Dommel te bevinden, maar dit beeld kan vertekend zijn. De dekzandrug wordt geflankeerd door zones met een middelhoge archeologische verwachting en grenzend aan het dal van de Dommel, met een zone met een lage archeologische verwachting. Ook de zone waarin het plangebied ligt wordt ten opzichte van het Dommeldal doorsneden door een zone met een middelhoge archeologische verwachting in een soort slenk. Daarmee lijkt het erop dat de kans op archeologische resten groot is. Door jarenlang agrarisch gebruik zijn in delen van het plangebied de horizonten verstoord door diepploegen. 34

Nader archeologisch onderzoek In oktober/november 2007 is door ADC ArcheoProjecten een inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het aanvullen en verscherpen van de op basis van het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde verwachting. Uit het bureauonderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie bestaat uit dekzandruggen, dekzandvlakten en laagtes hiertussen. De bodem binnen de onderzoekslocatie bestaat in zijn geheel uit hoge enkeerdgronden die, indien deze zijn ontstaan door plaggenbemesting, een hoge archeologische verwachting met zich meebrengen. Tevens kan verstoring van het bodemprofiel hebben plaatsgevonden door egalisatie en diepploegen. Uit het combineren van gegevens uit het verkennend booronderzoek, een historische kaart en de hoogtelijnenkaart is een verwachtingskaart opgesteld. Ten noordwesten van het plangebied zijn de grote lijnen van het paleoreliëf nog te herkennen. Echter hier heeft door egalisatie en diepploegen (t.b.v. aspergeteelt) op grote schaal verstoring van het bodemprofiel plaatsgevonden. Hierdoor is een gebied ontstaan met een zeer versnipperd verwachtingspatroon, waardoor de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische resten klein is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13240094/1