Ruimtelijke Onderbouwing Lieshoutseweg 49
Tekst van het document
In deze gebouwen zijn geen verblijfsmogelijkheden voor vleermuizen of vogelsoorten. Daarnaast zal het groen rondom worden opgeschoond en verder aangeplant. Door aanplant van nieuwe landschapselementen worden meer foerageer- en verblijfsmogelijkheden worden gecreëerd voor vleermuizen en vogelsoorten. De beoogde herontwikkeling heeft daarmee enkel een positief effect op de eventueel aanwezige flora- en faunasoorten binnen het besluitgebied en de omgeving hiervan. De beoogde landschappelijke inpassing is nader toegelicht in paragraaf 2.2.3 van deze ruimtelijke onderbouwing.
4.3.4 Stikstof De Wet natuurbescherming voorziet in specifieke kaders voor gebieden die op grond van internationale verplichtingen moeten worden beschermd, te weten de Natura 2000-gebieden, bedoeld in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten eenduidig en integraal worden getoetst op hun invloed op de te beschermen natuurwaarden in de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Het Programma Aanpak Stikstof (PAS) regelde sinds 2015 de ruimte voor economische ontwikkelingen die gepaard gaan met de uitstoot van stikstof nabij Natura 2000-gebieden. Enerzijds heeft het PAS tot doel het behoud en herstel van de Natura 2000-gebieden. Anderzijds creëert het PAS door de reductie van stikstof ruimte voor nieuwe economische ontwikkelingen, zoals de verbreding van een snelweg, woningbouw of de uitbreiding van een veehouderij. Op 29 mei 2019 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State einduitspraken gedaan in enkele procedures tegen het Programma Aanpak Stikstof. De Afdeling komt tot de conclusie dat de passende beoordeling die aan het PAS ten grondslag ligt niet voldoet aan de eisen die het Hof van Justitie van de Europese Unie (het Hof) daaraan stelt. De Afdeling heeft bepaald dat het PAS niet meer gehanteerd kan worden als toetsingskader voor projecten.
Het Hof oordeelt dat zeker gesteld moet zijn dat een ontwikkeling geen nadelige gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied. Met AERIUS Calculator 2020 wordt de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden die het gevolg is van een ontwikkeling berekend.
Crijns Rentmeesters bv
29
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
Door de Rijksoverheid is de ‘Handreiking woningbouw en Aerius’ opgesteld. Uit deze handreiking blijkt samengevat dat bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied, de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Binnen het besluitgebied is sprake van realisatie van één woning op een afstand van circa 9 kilometer van voor stikstof gevoelige richtlijngebieden, daar waar in de huidige situatie reeds sprake is van een bestaande woning. Hiermee kan uitgesloten worden dat de ontwikkeling een effect heeft op stikstof van meer dan 0,00 mol/hectare/per jaar.
4.4 Archeologie 4.4.1 Wet op de archeologische monumentenzorg Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. Voor archeologische waarden geldt per 1 september 2007 op basis van de gewijzigde Monumentenwet 1988 de wettelijke verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt omgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied.
4.4.2 Gemeentelijk archeologiebeleid De gemeente Nuenen heeft een beleidskaart ten behoeve van het behoud van archeologische waarden opgesteld. Navolgende figuur geeft een uitsnede van deze kaart voor de omgeving weer waarop het besluitgebied met een zwarte cirkel is aangeduid.
Figuur 15: Uitsnede archeologie beleidskaart gemeente Nuenen
Het besluitgebied is op de Archeologische beleidskaart grotendeels aangeduid als ‘Categorie 4a: Gebied met middelhoge verwachting’. In deze gebieden geldt op basis van geomorfologische en bodemkundige opbouw, en aangetroffen archeologische vondsten en relicten een middelhoge
Crijns Rentmeesters bv
30
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
verwachting. Deze zones en gebieden waren net als de gebieden met een hoge verwachting in principe geschikt voor bewoning. De kans op het aantreffen van vondsten is hier echter kleiner, doordat de dichtheid aan vindplaatsen beduidend lager is dan in de gebieden met een hoge verwachting. Om die reden is een archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen en te bebouwen oppervlakten van projectgebieden die groter zijn dan 2.500 m² en dieper dan 0,5 meter onder maaiveld. De gronden ter plaatse van de bestaande woning zijn aangeduid als categorie 6. Het gaat bij categorie 6 om gebieden waar de bodem als gevolg van ontgrondingen, egalisering, recente bebouwing of opgravingen zodanig verstoord is, dat eventuele archeologische resten als verloren beschouwd mogen worden, of in ieder geval zodanig zijn aangetast dat zij niet meer voor onderzoek of bescherming in aanmerking komen. De nieuwe bebouwing zal grotendeels plaatsvinden ter plaatse van de bestaande bebouwing, en daarmee dan ook grotendeels binnen categorie 6 en voor een klein gedeelte binnen categorie 4a. De oppervlakte bebouwing zal maximaal 1.000 m² bedragen, waarvan dan ook grotendeels ter plaatse van reeds geroerde gronden. Ook de vijver zal worden vergroot. In totaal zal echter met de bodemingrepen de ondergrens van 2.500 m² niet worden overschreden. Een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.
De vigerende dubbelbestemming voor archeologische verwachtingswaarde blijft niettemin bestemmingsplanmatig behouden, waarmee ook in de toekomst eventuele archeologische waarden beschermd blijven.
4.5 Cultuurhistorie Op
de
Cultuurhistorische
Waardenkaart
van
de
provincie
zijn
de
cultuurhistorische
(landschaps)waarden van bovenlokaal belang aangegeven. Het besluitgebied is gelegen in de regio Meijerij. De natuurlijke terreingesteldheid heeft in de Meijerij voor een groot deel de culturele inrichting gevormd. Deze indeling van het terrein is nog steeds goed herkenbaar in het landschap en heeft in grote mate de bewoningsgeschiedenis bepaald. Om die reden is dit gebied dan ook aan te merken als cultuurhistorisch waardevol. De Lieshoutseweg betreft volgens de Cultuurhistorische Waardenkaart een historische geografische lijn van redelijk hoge waarde. Dit betreft de doorgaande weg tussen de kernen Gerwen en Lieshout. De beoogde herontwikkeling heeft geen effect op de historische geografische lijn. De bestaande, te slopen bebouwing binnen het besluitgebied is niet cultuurhistorisch waardevol. Ook de bestaande landschapselementen zijn niet cultuurhistorisch waardevol. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling gaan dan ook geen cultuurhistorische waarden verloren.
4.6 Bedrijven en milieuzonering De (indicatieve) lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geeft de richtafstanden weer voor milieubelastende activiteiten.
Crijns Rentmeesters bv
31
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
In de lijst ‘Bedrijven en Milieuzonering’ worden richtafstanden gegeven voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden gelden tussen de grens van de bestemming en de uiterste grens van de gevel van een milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen mogelijk is. In de omgeving van het besluitgebied is geen bedrijf gevestigd waarmee met de nieuwbouw van de beoogde woning rekening dient te worden gehouden. Andersom wordt binnen het besluitgebied ook geen bedrijf gevestigd waarmee in het kader van Bedrijven en Milieuzonering rekening dient te worden gehouden. Het aspect Bedrijven en milieuzonering is dan ook voor de beoogde herontwikkeling geen bezwaar.
4.7 Geurhinder 4.7.1 Inleiding De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt sinds 1 januari 2007 het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierverblijven van veehouderijen. De wet geeft onder andere normen voor de voor- en achtergrondbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning). Voor een concentratiegebied geldt een maximale geurbelasting van 3 odour units per kubieke meter lucht (oue/m³) binnen de bebouwde kom en een norm van 14 oue/m³ buiten de bebouwde kom. Voor dieren waarvoor geen emissiefactoren zijn vastgesteld gelden vaste afstanden. Voor het buitengebied geldt dat er sprake is van een vaste afstand van 50 meter van de rand van het bouwvlak tot een geurgevoelig object. Voor plannen in de bebouwde kom geldt een vaste afstand van 100 meter van de rand van het bouwvlak tot een geurgevoelig object. Anders dan voorheen is het mogelijk maatwerk te leveren, niet per bedrijf of object, maar per gebied. De gemeente Nuenen heeft geen afwijkende geurnormen vastgesteld. Indirect heeft de Wgv consequenties voor de totstandkoming van geurgevoelige objecten. Een geurnorm beoogt namelijk mensen te beschermen tegen overmatige geurhinder.
Omgekeerd moet een bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat mensen zichtzelf blootstellen aan die overmatige hinder, bijvoorbeeld door zich in de directe nabijheid van een veehouderij te vestigen. Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de locatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:
-
Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
Ter plaatse van het besluitgebied is reeds sprake van een geurgevoelig object. Niettemin is het woon- en leefklimaat te allen tijde relevant.
4.7.2 Woon- en leefklimaat Als vuistregel voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat geldt dat de voorgrondbelasting bepalend is voor de hinder, als de voorgrondbelasting tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting. Daar de meest dicht bij het besluitgebied gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van bijna 900 meter (Rullen 15), kan worden gesteld dat de voorgrondbelasting in dit kader niet van belang
Crijns Rentmeesters bv
32
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
zal zijn. De achtergrondbelasting zal bepalend zijn voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van het besluitgebied. Onder de achtergrondbelasting wordt de geurbelasting als gevolg van de veelheid aan veehouderijen in de omgeving van een geurgevoelig object verstaan. De achtergrondbelasting wordt berekend met het programma V-Stacks Gebied. De XY-coördinaten van de geurgevoelige locatie betreffen hierbij de hoekpunten van het gehele besluitgebied. Ten behoeve van de berekening van de achtergrondbelasting dienen de veehouderijen binnen een straal van 2 kilometer rondom de onderzoekslocatie beoordeeld te worden. Hiertoe zijn alle bedrijven in de gemeenten Nuenen, Laarbeek en Helmond ingevoerd. De invoergegevens van deze bedrijven voor het programma V-Stacks Gebied zijn afkomstig uit de database van het Bestand Veehouderijbedrijven van de provincie Noord-Brabant (uitvoer 6 november 2020). Deze invoergegevens zijn als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Aangezien sprake is van een berekening van de huidige situatie is de maximaal vergunbare emissie voor de bedrijven gelijk gesteld aan de vergunde emissie in de bestaande situatie. De XY-coördinaten betreffen hierbij de hoekpunten van het gehele besluitgebied, waarbij het woon- en leefklimaat van het gehele besluitgebied is berekend.
Navolgend zijn de resultaten van de berekening van achtergrondbelasting weergeven. Berekende ruwheid: 0,57 m Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 25 % Rasterpunt linksonder x: 166 660 m Rasterpunt linksonder y: 389 044 m Gebied lengte (x): 2000 m , Aantal gridpunten: 50 Gebied breedte (y): 2000 m , Aantal gridpunten: 50 Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurbelasting [OU/m3] 1001 167620 390085 1,49 1002 167660 390138 1,41 1003 167787 390093 1,19 1004 167750 390005 1,23 1005 167639 390044 1,44 1006 167652 390074 1,43 Tabel 1: Achtergrondbelasting ter plaatse van besluitgebied
Crijns Rentmeesters bv
33
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
Figuur 16: Achtergrondbelasting besluitgebied en omgeving
Ter plaatse van het besluitgebied bedraagt de maximale achtergrondbelasting 1,49 oue/m³. Op grond van de achtergrondbelasting kan worden gesteld dat ter plaatse sprake is van een ‘zeer goed woon- en leefklimaat’.
4.7.3 Ontwikkelingsmogelijkheden omliggende bedrijven Een
ruimtelijke
ontwikkeling
mag
de
bedrijfsvoering
dan
wel
de
toekomstige
ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven niet belemmeren. De omliggende veehouderijen worden echter al belemmerd in hun ontwikkelingsmogelijkheden door de aanwezigheid van burgerwoningen die gelegen zijn tussen het besluitgebied en de betreffende veehouderijen en door de ligging in de directe nabijheid van het NNB. Daarbij is reeds sprake van een woonbestemming, waarbij enkel ruimere bouwmogelijkheden mogelijk worden gemaakt. Herontwikkeling van het besluitgebied belemmert de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven dan ook niet meer dan thans het geval is.
4.7.4 Conclusie Bij besluitvorming omtrent de (her)ontwikkeling van de locatie dient in het kader van het aspect ‘geur’ antwoord gegeven te worden op de vragen:
-
Is ter plaatse een goed woon- en verblijfklimaat gegarandeerd? (belang geurgevoelig object). Wordt niet iemand onevenredig in zijn belangen geschaad? (belangen veehouderij en derden).
Ter plaatse van het besluitgebied is sprake van een zeer goed woon- en leefklimaat. Als gevolg van de beoogde herontwikkeling worden ook geen veehouderijbedrijven belemmerd in de ontwikkelingsmogelijkheden. De beoogde herontwikkeling is dan ook in het kader van het aspect geur geen bezwaar.
Crijns Rentmeesters bv
34
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
4.8 Gezondheid 4.8.1 Endotoxinen De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine.
Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. De voorlopige onderzoeksresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie. Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een berekeningsmodel opgesteld waarmee de individuele afstandscontour of endotoxine-risicocontour van 30 EU/m³ eenvoudig bepaald kan worden. In de ruimtelijke ordening wordt dit berekeningsmodel geaccepteerd als richtlijn. De meest dicht bij het besluitgebied gelegen veehouderij is gelegen op een afstand van ruim 900 meter. Gesteld kan worden dat het aspect endotoxinen niet aan de orde is ter plaatse van het besluitgebied. De beoogde herontwikkeling is in het kader van endotoxinen geen bezwaar.
4.8.2 Geitenhouderijen Uit onderzoek blijkt dat mensen die in de nabijheid van een geitenhouderij wonen, meer kans hebben dan gemiddeld op longontsteking. Totdat er meer duidelijkheid is over de oorzaak van de longontsteking en een integrale aanpak, adviseert de GGD het voorzorgsbeginsel toe te passen en terughoudend te zijn met uitbreiding of nieuwvestiging van geitenhouderijen in de buurt van gevoelige bestemmingen. Andersom geldt ook dat geadviseerd wordt terughoudend te zijn met het plaatsen van gevoelige bestemmingen in de buurt van bestaande geitenhouderijen. Dat betekent dat gemeenten wordt geadviseerd om in hun besluitvorming het risico op longontsteking mee te wegen. Op basis van de onderzoeksresultaten is het risico op longontsteking groter naarmate de afstand tot een geitenbedrijf kleiner is. Tot een afstand tot twee kilometer is er sprake van een vergroot risico.
Crijns Rentmeesters bv
35
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
Binnen een straal van 2 kilometer vanuit het besluitgebied zijn geen geitenhouderijen gevestigd. Dit aspect is dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.
4.8.3 Gewasbeschermingsmiddelen In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het mogelijk maken van een nieuwe gevoelige bestemming in de nabijheid van agrarische bestemmingen aandacht gevraagd voor spuitzones in verband met het risico voor de volksgezondheid vanwege eventuele blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen via drift. Met de term drift wordt
de hoeveelheid
gewasbeschermingsmiddel bedoeld die bij het spuiten buiten het agrarisch perceel op de grond terecht kan komen en/of op hoogte door de lucht passeert. Drift is een belangrijke en directe bron van
luchtverontreiniging,
waardoor
mens
en
dier
in
contact
kunnen
komen
met
gewasbeschermingsmiddelen. Vooral bij middelen met een hoge toxiciteit en/of voor kwetsbare groepen, zoals jonge kinderen of ouderen, kan drift risico’s voor de gezondheid inhouden. In de omgeving van het besluitgebied zijn geen gronden gelegen waarop gebruik wordt gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Dit aspect is dan ook geen belemmering voor de beoogde herontwikkeling.
4.9 Geluid Bij de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke woonfuncties is het noodzakelijk inzicht te verkrijgen in de mogelijke geluidshinder in het kader van de Wet geluidhinder. Langs alle wegen, woonerven en wegen met een maximumsnelheid van 30 kilometer per uur daargelaten, zijn geluidzones aanwezig waarbinnen de geluidhinder getoetst dient te worden. Navolgend is een uitsnede weergegeven van de geluidkaart van Nederland, ter plaatse van het besluitgebied. Het besluitgebied is hierbij weergegeven in de zwarte cirkel.
Figuur 17: Geluid in Nederland (Lden) (Bron: Atlas Leefomgeving)
Crijns Rentmeesters bv
36
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
De geluidbelasting op deze kaart wordt uitgedrukt in Lden (Lday-evening-night), de maat voor de gemiddelde geluidsbelasting over een etmaal. Deze kaart geeft een ruwe indicatie van de geluidkwaliteit en daarmee een goed beeld van de geluidkwaliteit van aandachtsgebieden zoals woonkernen, natuur- en stiltegebieden. Ter plaatse van de huidige en ook de beoogde woning is sprake van een geluidniveau van 56-60 dB. Hiermee is ter plaatse sprake van een matig woonen leefklimaat in het kader van geluid. Het woon- en leefklimaat komt hiermee overeen met de huidige situatie, waarin reeds sprake is van een woning. De nieuwe woning wordt gebouwd conform de meest recente vereisten voor isolatie en geluidwering, waarbij het binnenniveau aanzienlijk beter zal zijn dan in de huidige situatie. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai wordt niet noodzakelijk geacht.
4.10 Luchtkwaliteit 4.10.1 Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden.
4.10.2 Regeling Niet in betekenende mate In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien onderhavig plan slechts de realisatie van een woning ter vervanging van een reeds bestaande woning mogelijk maakt, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht.
4.10.3 Fijn stof Fijn stof (PM10 en PM2,5) is een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door de lucht zweven: roetdeeltjes, opstuivend zand, uitlaatgassen, zeezout, plantmateriaal, cementdeeltjes en bijvoorbeeld stukjes afgesleten autoband of wegdek. Fijn stof kan ook ontstaan door reacties tussen verschillende gassen in de lucht. De gemiddelde hoeveelheid (concentratie) fijn stof in Nederland is hoger in het zuiden, nabij grotere steden en bij grote industriegebieden. Fijn stof is dus een vorm van luchtvervuiling en heeft een ongunstig effect op de gezondheid van mensen.
Crijns Rentmeesters bv
37
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
Tot fijn stof worden in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 dan wel 2,5 micrometer (µg) gerekend. Fijn stof blijft in de lucht zweven en bestaat uit deeltjes van verschillende grootte, van verschillende herkomst en daardoor met een verschillende chemische samenstelling. Verkeer, industrie en landbouw zijn de belangrijkste bronnen. Op grond van de Wet milieubeheer gelden voor fijn stof de volgende grenswaarden:
-
De jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes PM10 is maximaal 40 µg/m³; De daggemiddelde concentratie van 50 µg/m³, mag maximaal 35 maal per kalenderjaar worden overschreden;
-
De jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes PM2,5 is maximaal 25 µg/m³.
Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van het besluitgebied en directe omgeving weer. Het besluitgebied is hierbij weergegeven met de zwarte cirkel.
Figuur 18: Jaargemiddelde concentratie fijn stof PM10 (2018) (Bron: Atlas Leefomgeving)
De jaargemiddelde concentratie fijn stof PM10 ter plaatse van het besluitgebied bedraagt 18-19 µg/m³. De grenswaarde van 40 µg/m³ wordt hiermee dan ook niet overschreden.
Crijns Rentmeesters bv
38
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
Figuur 19: Jaargemiddelde concentratie fijn stof PM2,5 (2018) (Bron: Atlas Leefomgeving)
De jaargemiddelde concentratie fijn stof PM2,5 ter plaatse van het besluitgebied bedraagt 11-12 µg/m³. De grenswaarde van 25 µg/m³ wordt hiermee dan ook niet overschreden. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde herontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.
4.10.4 Conclusie Luchtkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de beoogde herontwikkeling.
4.11 Bodemkwaliteit Het is niet toegestaan om te bouwen op verontreinigde grond. Ter plaatse van het besluitgebied is reeds in 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit het uitgevoerde onderzoek: “Zintuiglijk zijn in de bodem geen afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. Analytisch zijn in de bovengrond (MM1) op het westelijke terreindeel geen verontreinigingen met de onderzochte parameters aangetoond. De bovengrond (MM2) op het oostelijke terreindeel is licht verontreinigd met lood en PAK. De ondergrond (MM3) is eveneens niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater (B01) is licht verontreinigd met barium. Deze verhoging is waarschijnlijk toe te schrijven aan een verhoogd achtergrondniveau.
Crijns Rentmeesters bv
39
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft aanleiding de gestelde hypothese te verwerpen. Het criterium voor nader onderzoek wordt voor de onderzochte parameters echter niet overschreden. Deze lichte overschrijdingen geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Echter, zoals ook gesteld in § 2.2 van voorliggende rapportage zijn op de locatie enkele schuurtjes aanwezig. Op deze schuurtjes zijn golfplaten gelegen, volgens opgave van de opdrachtgever zijn deze asbesthoudend. Niet in alle gevallen is er onder het overstek een terreinverharding aanwezig, of is sprake van een dakgoot. Hierdoor is het terreindeel onder het overstek asbestverdacht. Derhalve wordt voor deze deellocatie nog een asbest bodemonderzoek aanbevolen. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden,
kan
tot
slot
consequenties
hebben
bij
eventuele
graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt,
mits
voldaan
wordt
aan
de
lokale
achtergrondwaarden/
bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.” Het uitgevoerde onderzoek (Verkennend bodemonderzoek aan de Lieshoutseweg 49 te Nuenen, Inpijn-Blokpoel Milieu BV, documentnummer 14P002618-ADV-01, d.d. 25 oktober 2018) is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. In 2021 is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. De opgeboorde grond is door de veldmedewerker globaal zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen. Hierbij zijn geen verdachte materialen waargenomen. Navolgende conclusies en aanbevelingen komen voort uit dit onderzoek: “Uit de resultaten blijkt dat in het onderzochte grondmengmonster geen van de gemeten gehaltes aan onderzochte stoffen de generieke achtergrondwaarde overschrijdt. Het criterium voor nader onderzoek wordt (dus ook) niet overschreden; nader onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht.
Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten van voorliggend en eerder bodemonderzoek aldus gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht met betrekking tot de geplande nieuwbouw.”
Crijns Rentmeesters bv
40
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
Dit
aanvullend
bodemonderzoek
(Resultaten
aanvullend
bodemonderzoek
aan
de
Lieshoutseweg, Inpijn-Blokpoel Milieu BV, referentie 14P003360, d.d. 1 juni 2021) is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Voor de te slopen woning heeft tevens een asbestinventarisatie plaatsgevonden. Ter plaatse is geen asbest aangetoond. Het asbestinventarisatierapport (Rapportage asbestinventarisatie, GS Audits, rapportnummer GS-A-3703, d.d. 25 november 2020) is als bijlage bij onderhavige ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
4.12 Externe veiligheid 4.12.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: -
Bedrijven;
-
Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water en via buisleidingen);
-
Hoogspanningslijnen.
4.12.2 Bedrijven Het besluitgebied is op de risicokaart van de Provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Het meest dicht bij het besluitgebied gelegen risico-object is gelegen aan Alvershool 2 te Nuenen, op een afstand van circa 1,7 kilometer ten zuiden van het besluitgebied. Op dusdanig grote afstand kan beïnvloeding niet plaatsvinden.
4.12.3 Transport 4.12.3.1 Vervoer over het spoor In de omgeving van het besluitgebied is geen spoortracé gelegen. De afstand tussen het besluitgebied en het dichtstbijzijnde spoortracé bedraagt circa 6,8 kilometer. Interactie kan dan ook niet plaatsvinden. 4.12.3.2 Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande weg in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden is de autosnelweg A270. Het besluitgebied ligt op een zodanige afstand van deze route dat beïnvloeding normaliter niet plaats kan vinden. 4.12.3.3 Vervoer over het water Binnen de gemeente Nuenen vindt geen transport over water plaats. Dit aspect is dus niet van toepassing.
Crijns Rentmeesters bv
41
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
4.12.3.4 Vervoer via buisleidingen Op een afstand van circa 1,4 kilometer ten noorden van het besluitgebied en op circa 1,5 kilometer ten oosten van het besluitgebied zijn buisleidingen gelegen waardoor gas vervoerd wordt. Deze gasleidingen liggen op een dermate grote afstand dat geen interactie plaats kan vinden met het besluitgebied. 4.12.3.5 Hoogspanningslijnen In de nabijheid van het besluitgebied bevinden zich geen hoogspanningslijnen en kan dus ook geen interactie plaatshebben.
4.12.4 Conclusie Externe veiligheid vormt voor de beoogde herontwikkeling geen belemmering.
Crijns Rentmeesters bv
42
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’
5.
UITVOERBAARHEID
5.1 Economische uitvoerbaarheid In de Grondexploitatiewet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Nuenen zal in het kader van het bepaalde in de Grondexploitatiewet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Hiervoor wordt met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten.
5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De ontwerpomgevingsvergunning zal conform de wettelijke vereisten kenbaar worden gemaakt en 6 weken ter inzage worden gelegd. Naar aanleiding van eventueel ingekomen zienswijzen op de ontwerpomgevingsvergunning, vindt een heroverweging op deze onderdelen plaats en kan besloten worden om de omgevingsvergunning te weigeren of te verlenen onder nader te stellen voorwaarden. In het kader van de aanvraag van de omgevingsvergunning zal vooroverleg plaatsvinden met de provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel.
Crijns Rentmeesters bv
43
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’ - Bijlagen
BIJLAGE 1: INVOERGEGEVENS ACHTERGRONDBELASTING GEUR
Crijns Rentmeesters bv
Ruimtelijke onderbouwing ‘Lieshoutseweg 49 Nuenen’ - Bijlagen
BIJLAGE 2: VERKENNEND BODEMONDERZOEK
Crijns Rentmeesters bv
Geotechniek - Milieutechniek
Verkennend bodemonderzoek aan de Lieshoutseweg 49 te Nuenen
Betreft
Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740
Opdrachtnummer
14P002618
Documentnummer
14P002618-ADV-01
Opdrachtgever
De heer R. Dingen Willem Schutlsaan 1 5674RK Nuenen
Opgesteld door
Gezien Status Codering Datum rapport
:
: : : :
Inpijn-Blokpoel Milieu BV Ing. M.J.M. Vervoort Postbus 94 5690 AB Son en Breugel Ing. H.C.M. Bosch Definitief VO 25 oktober 2018
INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Paraaf :
Paraaf :
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Opdrachtnummer
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 1. Locatie-aanduiding/rapportgegevens Opdrachtnummer Soort onderzoek Adres Gemeente Opdrachtgever Projectadviseur Datum rapport Status Opp. Locatie Coördinaten
: : : : : : : : : :
14P002618 Verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 Nuenen De heer R. Dingen Ing. M.J.M. Vervoort 25 oktober 2018 definitief circa 1.750 m2 x: 167,72 y: 390,08
2. Aanleiding en doel verkennend bodemonderzoek Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen aankoop van het terrein en opvolgende nieuwbouw. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. 3. Onderzoeksstrategie Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor onderhavige onderzoekslocatie uitgegaan van de onderzoeksstrategie onverdachte niet-lijnvormige locatie” (ONV-NL) uit de NEN 5740. 4. Uitslag van het onderzoek Tabel 1: Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. Analyse- Traject > AW monster (m-mv.) MM1 050 --MM2 MM3 > AW >T >I
>I
---
---
0-
50
lood, PAK
---
---
50 -
150
---
---
---
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Tabel 2: Overschrijdingstabel grondwatermonster(s). Peilbuis filterdiepte >S (cm-mv) B01 350 450 barium >S >T >I
>T
>T
>I
---
---
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Opdrachtnummer
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
5. Conclusie en aanbevelingen Zintuiglijk zijn in de bodem geen afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd Zintuiglijk zijn in de bodem geen afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd Analytisch zijn in de bovengrond (MM1) op het westelijke terreindeel geen verontreinigingen met de onderzochte parameters aangetoond. De bovengrond (MM2) op het oostelijke terreindeel is licht verontreinigd met lood en PAK. De ondergrond (MM3) is eveneens niet verontreinigd met de onderzochte parameters. Het grondwater (B01) is licht verontreinigd met barium. Deze verhoging is waarschijnlijk toe te schrijven aan een verhoogd achtergrondniveau. Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft aanleiding de gestelde hypothese te verwerpen. Het criterium voor nader onderzoek wordt voor de onderzochte parameters echter niet overschreden. Deze lichte overschrijdingen geven geen aanleiding tot een vervolgonderzoek. Echter, zoals ook gesteld in § 2.2 van voorliggende rapportage zijn op de locatie enkele schuurtjes aanwezig. Op deze schuurtjes zijn golfplaten gelegen, volgens opgave van de opdrachtgever zijn deze asbesthoudend. Niet in alle gevallen is er onder het overstek een terreinverharding aanwezig, of is sprake van een dakgoot. Hierdoor is het terreindeel onder het overstek asbestverdacht.
Derhalve wordt voor deze deellocatie nog een asbest bodemonderzoek aanbevolen. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan tot slot consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden/ bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd. 6. Verzendlijst: 1 x de heer R. Dingen te Nuenen, e-mail: rob_dingen@me.com
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Opdrachtnummer
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ..................................................................................................................................... 1
2.
RESULTATEN VOORONDERZOEK ............................................................................................ 2 2.1 Ligging/omgeving 2.2 Huidig en toekomstig gebruik 2.3 Voormalig bodemgebruik 2.3.1 Historisch kaartmateriaal 2.3.2 Archieven Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en gemeente Nuenen 2.3.3 Bodemloket 2.3.4 Achtergrondwaarden 2.3.5 Informatie betrokkenen 2.3.6 Eigen archieven 2.3.7 Bodemopbouw en geohydrologie
3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK ........................................................................... 8 3.1 3.2
4.
8 8
Uitvoering Lokale bodemopbouw Organoleptische beoordeling Monstername
9 9 9 10
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE ........................................ 11 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
6.
Gehanteerde onderzoeksopzet Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740
VELDWERKZAAMHEDEN............................................................................................................ 9 4.1 4.2 4.3 4.4
5.
2 3 3 3 5 5 6 6 6 7
Analysestrategie grondmonsters Analysestrategie grondwater Toetsing analyseresultaten grond Toetsing analyseresultaten grondwater Interpretatie onderzoeksresultaten
11 11 12 12 12
CONCLUSIE EN ADVIES............................................................................................................ 13
BIJLAGEN: A. Regionale ligging onderzoekslocatie SIT-01 B. Situatietekening met boorpunten SIT-02 C. Fotoreportage D. Boorprofielbeschrijvingen en legenda E. Toelichting toetsingskader F. Laboratoriumcertificaat grondanalyses G. Toetsingstabellen grondanalyses H. Laboratoriumcertificaat grondwateranalyse I. Toetsingstabellen grondwateranalyse
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 1 Opdrachtnummer
1.
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
INLEIDING
Door de heer R. Dingen is ons bureau opdracht gegeven een verkennend bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van het perceel aan de Lieshoutseweg 49 te Nuenen. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen aankoop van het terrein en opvolgende nieuwbouw. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. Het verkennend bodemonderzoek is vooralsnog niet bedoeld om de aard en omvang van een eventuele bodemverontreiniging aan te geven. Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is een onafhankelijk adviesbureau, dat milieukundige werkzaamheden uitvoert volgens de betreffende BRL SIKB protocollen: • • •
BRL SIKB 1000: monsterneming voor partijkeuringen; BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek; BRL SIKB 6000: milieukundige begeleiding en evaluatie bodemsanering.
De veldwerkzaamheden in het kader van onderhavig onderzoek zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Tabel 1.1: Overzicht van relevante BRL(‘s). Van toepassing zijnde BRL(‘s) Protocol 2001 Protocol 2002 Protocol 2003 Protocol 2018
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 2 Opdrachtnummer
2.
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
RESULTATEN VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5725. Binnen het vooronderzoek is informatie omtrent navolgende onderzoeksaspecten verzameld, te weten: • • • •
huidig en toekomstig bodemgebruik; voormalig bodemgebruik; bodemopbouw en geohydrologie; (financieel-)juridische situatie.
Hiervoor is gebruik gemaakt van historisch en recenter kaartmateriaal, grondwaterkaarten, archieven van de gemeente Nuenen/Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (o.a. bouwvergunningen, milieuvergunningen, tanks, bodemonderzoeken), alsmede onze eigen archieven. Het resultaat van het vooronderzoek is als volgt. 2.1
Ligging/omgeving
De onderzoekslocatie betreft het perceel aan de Lieshoutseweg 49 te Nuenen, in de gelijknamige gemeente, en heeft een oppervlakte van circa 1.750 m2. De coördinaten volgens het R.D.-stelsel zijn x = 167,72 en y = 390,08. Kadastraal staat het perceel bekend onder (kadastrale) gemeente Nuenen, sectie B, nummer 4689. Figuur 2.1: overzicht kadastrale kaart
De locatie is gelegen in het buitengebied ten noorden van de kern van Nuenen en Gerwen. De omgeving van de locatie bestaat hoofdzakelijk uit bosgebied en –percelen. De Nuenenseweg bevindt zich ten oosten van onderhavige locatie. De ligging van de locatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart SIT-01 in bijlage A.
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 3 Opdrachtnummer
2.2
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
Huidig en toekomstig gebruik
Ten tijde van de veldwerkzaamheden in september 2018, is een locatie-inspectie uitgevoerd. Op het terrein bevindt zich een woning met enkele kleinere schuurtjes. Op de schuurtjes zijn asbestverdachte golfplaten gelegen, volgens opgave van de opdrachtgever zijn deze asbesthoudend. Op het maaiveld rondom deze schuurtjes is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Op het oostelijke terreindeel en nabij de woning is sprake van een grindverharding. Het overige terreindeel is in gebruik als gazon en bosgebied. Bij de locatie/inspectie is tevens aandacht besteed aan de aanwezigheid van verdachte plekken, verzakkingen, ophogingen, dempingen, etc. Hierbij zijn voornoemde aspecten niet waargenomen. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage C. Uit de digitale bestemmingsplannen op de website van de gemeente Nuenen blijkt dat onderhavig onderzoeksterrein in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Nuenen‘ is gelegen. Conform het bestemmingsplan wordt onderhavig onderzoeksterrein momenteel omschreven als 'wonen/natuur'. Gepland is de aankoop van het terrein en opvolgende nieuwbouw. 2.3
Voormalig bodemgebruik
Uit historisch en recenter kaartmateriaal, de archieven van de Omgevingsdienst/gemeente en onze eigen archieven, is de navolgende relevante informatie naar voren gekomen betreffende onderhavige onderzoekslocatie en de directe omgeving hiervan. 2.3.1
Historisch kaartmateriaal
Uit het via http://topotijdreis.nl geraadpleegde kaartmateriaal is het volgende gebruik gebleken: Tabel 2.1: Overzicht historisch gebruik van de onderzoeklocatie. Jaartal Gebruik
Bijzonderheden
1901
---
1935 1953 1963 1985 2016
Er is sprake van bos- en heidegebied. De Nuenenseweg is al waarneembaar. Ongewijzigd gebruik ten opzichte van 1901. Op het noordelijke terreindeel is bebouwing aanwezig. Verder is enkel sprake van bosgebied. Contour bebouwing is veranderd. Wederom is de situatie aangaande de bebouwing gewijzigd. Huidige situatie is waarneembaar.
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
-----------
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 4 Opdrachtnummer
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
Figuur 2.2: situatie 1901
Figuur 2.3: situatie 1953
Figuur 2.4: situatie 1963
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 5 Opdrachtnummer
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
Figuur 2.5: situatie 1983
Er zijn geen gegevens naar voren gekomen waaruit blijkt dat op onderhavig onderzoeksterrein sloopwerkzaamheden hebben plaatsgevonden, waardoor eventueel asbestverdacht materiaal in de bodem of op het maaiveld terecht is gekomen. Tevens zijn geen relevante aspecten naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van andere potentieel bodembedreigende activiteiten. 2.3.2
Archieven Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant en gemeente Nuenen
Bij de gemeente Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant is door ons bureau d.d. 10 september 2018 per e-mail informatie opgevraagd betreffende de in hun archieven beschikbare, voor het verkennend bodemonderzoek, relevante (bodem)informatie. Hierop is door de Omgevingsdienst d.d. 11 september 2018 gereageerd. De relevante informatie voor onderhavig onderzoek is als volgt: • Blijkens het, overigens niet noodzakelijkerwijs volledige, tankarchief is op of in de directe omgeving van onderhavige locatie geen sprake (geweest) van onder-/ of bovengrondse olietanks. • Verder zijn er voor zover bekend in het verleden geen bodemonderzoeken uitgevoerd. Tevens zijn er geen gevallen van bodemverontreiniging bekend. • Er zijn geen relevante gegevens in het kader van de Hinderwet/Wet milieubeheer voorhanden. Vooralsnog hebben wij geen informatie ontvangen van de gemeente Nuenen. 2.3.3
Bodemloket
Op het digitale online Bodemloket (www.bodemloket.nl) is geen aanvullende informatie aanwezig. Figuur 2.6: afbeelding www.bodemloket.nl
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 6 Opdrachtnummer
2.3.4
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
Achtergrondwaarden
Voor zover bekend zijn voor deze regio geen eenduidige achtergrondwaarden vastgesteld. Wel is bekend dat in de gemeente Nuenen en omgeving in de grond veelvuldig verhoogde concentraties met zink en cadmium voorkomen. Deze verhoogde concentraties zijn veelal het gevolg van het toepassen van zinkassen op o.a. erven en onder wegen. Als gevolg van de uitloging van metalen uit zinkassen kan ook het grondwater in de gemeente Nuenen verontreinigd zijn met zware metalen. Regelmatig worden in het grondwater, in het bijzonder voor zink en cadmium, overschrijdingen gemeten. 2.3.5
Informatie betrokkenen
Uit informatie afkomstig van de betrokkenen blijkt dat de contour van de onderzoekslocatie is gewijzigd, de onderzoeksoppervlakte is groter (ca. 1.750 m2) dan voorafgaande de uitvoering van het veldwerk was aangegeven (ca. 1.065 m2). Het te onderzoeken terreindeel is in het veld, voorafgaande de uitvoering van het boorwerk, aangewezen. 2.3.6
Eigen archieven
Uit onze eigen archieven blijkt dat door ons bureau in het verleden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie (straal < 50 m) geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd.
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 7 Opdrachtnummer
2.3.7
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
Bodemopbouw en geohydrologie
Uit archief- en literatuurgegevens (grondwaterkaart TNO-DGV) blijkt dat alhier sprake is van een matig doorlatende deklaag van circa 25 meter dik, die bestaat uit fijne zanden afgewisseld met leemlagen. Het gaat hier met name om afzettingen uit de Pleistocene Nuenen-Groep. Lokaal (bijvoorbeeld in vroegere beekdalen) kunnen ook Holocene afzettingen voorkomen. Daaronder bevindt zich het ruim 60 meter dikke 1e watervoerende pakket, bestaande uit grindhoudende, grove zanden waar sporadisch grind- of kleilagen in voorkomen. Uit deze gegevens valt tevens af te leiden dat de regionale stroming van het freatisch grondwater een overwegend west- tot noordwestelijke richting heeft.
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 8 Opdrachtnummer
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Gehanteerde onderzoeksopzet
Op basis van de doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is de te volgen opzet gebaseerd op de "onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek", de Nederlandse Norm (NEN) 5740. Aan de hand van de beschikbare (historische) gegevens, als weergegeven in het vooronderzoek (zie hoofdstuk 2), is op locatie vermoedelijk geen sprake van een verminderde bodemkwaliteit. Daarom is in het onderzoek de onderzoeksstrategie voor een ‘onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL) toegepast. De onderzoeksoppervlakte bedraagt circa 1.750 m2. De voorgeschreven boringen zijn evenredig over het buitenterrein (zie § 3.2) verdeeld. Opmerking Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksresultaten dient, gezien de gevolgde strategie die is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Het kan dan gaan om het voorkomen van lokale kernen als gedempte sloten, verontreinigende stoffen in gesloten verpakkingen of slecht oplosbare stoffen voor zover dit buiten het geheel aan beschikbare (historische) gegevens valt. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is. 3.2
Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740
In afwijking van het gestelde in de NEN 5740 zijn onderstaande afwijkingen aan de orde. • De resultaten uit het historisch vooronderzoek zijn integraal gerapporteerd in voorliggende rapportage. • Voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek dient bij de betreffende Omgevingsdienst Zuidoost Brabant / gemeente Nuenen historische bodeminformatie opgevraagd te worden omtrent de te onderzoeken locatie. Deze informatie was ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden echter nog niet (geheel) beschikbaar. Wel is voorafgaand aan de uitvoering van het veldonderzoek informatie ontvangen van de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (zie § 2.3.3) en is het digitale Bodemloket (zie § 2.3.3) geraadpleegd. Door het alhier ontbreken van relevante informatie en/of het afwezig zijn van potentiele bodemrisico’s is gesteld dat de (gedeeltelijke) ontbrekende bodeminformatie vanuit de gemeente Nuenen niet van invloed is geweest op de onderzoeksopzet en/of -resultaten • Omdat het verrichten van inpandige boringen niet mogelijk was, zijn de boringen evenredig over het buitenterrein verdeeld. Omtrent de bodemkwaliteit onder het pand kan derhalve geen uitspraak worden gedaan.
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 9 Opdrachtnummer
4.
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
VELDWERKZAAMHEDEN
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn dan ook onder dit certificaat uitgevoerd en wel conform de volgende protocollen: 4.1
SIKB-protocol 2001: ‘plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ SIKB-protocol 2002: ‘het nemen van grondwatermonsters’ Uitvoering
Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn d.d. 18 september 2018 door de heer R.M.P. van Lieshout van de firma Van de Giessen Milieupartner in totaal elf boringen verricht, genummerd B01 t/m B11. De diepten van de boorpunten alsook de afwerking en codering zijn weergegeven in de navolgende tabel: Tabel 4.1: Overzicht boorgegevens. Boring Diepte in cm-mv B01 450 B02 200 B03 200 B04 50 B05 50 B06 50 B07 50 B08 50 B09 50 B10 50 B11 50
Filterdiepte in cm-mv 350 - 450 -
De boringen zijn evenredig over het buitenterrein verdeeld. De locaties van de boorpunten zijn ingetekend op de situatietekening SIT-02 in bijlage B. 4.2
Lokale bodemopbouw
Tot de verkende diepte van 4,5 m - mv bestaat de bodemopbouw hoofdzakelijk uit zeer fijn, zwak siltig, zand. In de ondergrond (van 3,0 tot 3,5 m - mv) is een zwak zandige leemlaag aangetroffen. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage D. 4.3
Organoleptische beoordeling
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. Deze kunnen mogelijk duiden op de aanwezigheid van een grond- en/of een grondwaterverontreiniging. De opgeboorde grond is door de veldmedewerker globaal zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen. Hierbij zijn geen verdachte materialen waargenomen. Opgemerkt wordt echter dat hier geen onderzoek conform de NEN 5707 en/of NEN 5897 is uitgevoerd, er zijn dan ook geen proefsleuven of proefgaten gegraven. v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 10 Opdrachtnummer
4.4
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
Monstername
De boringen zijn vanaf maaiveld tot een maximale diepte van 2,0 m - mv over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in bijlage D. Het grondwater uit peilbuis B01 is na goed doorpompen d.d. 25 september 2018 door de heer J. Notten bemonsterd. Conform de normeringen zijn in het veld de volgende metingen uitgevoerd: Tabel 4.3: Meetgegevens grondwaterbemonstering. Parameter (eenheid) Peilbuis B01 grondwaterstand (m - mv) geleidbaarheid (µS/cm) troebelheid (fnu) zuurgraad / pH zuurstof (mg/l)
3,11 172 713 7,4 0,55
Er wordt op gewezen dat de waarneming van de grondwaterstand een momentopname betreft en dat het grondwaterniveau afhankelijk is van o.a. het jaargetijde, de bodemopbouw en diverse omgevingsfactoren. De gemeten troebelheid is hoger dan wat normaal bij een grondwaterbemonstering wordt gemeten. Benadrukt wordt dat de bemonstering conform de normering is uitgevoerd. Het verhoogde gehalte is waarschijnlijk het gevolg van aanwezige humeuze bodemlagen. Hoewel de troebelheid van een grondwatermonster een invloed kan hebben op de analyseresultaten wordt, gezien de analyseresultaten, zie hoofdstuk 5, waarbij ten hoogste gering verhoogde gehalten zijn gemeten, gesteld dat in dit geval het effect van de verhoogde troebelheid op de analyseresultaten verwaarloosbaar is.
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 11 Opdrachtnummer
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE
5.1
Analysestrategie grondmonsters
De volgende grond(meng)monsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 5.1: Overzicht grondanalyses. AnalyseTraject deelmonsters monster (m(cm-mv) mv.) MM1 B01 050 B02 530 B05 050 B06 550 B07 525 B08 050
Analysepakket
Toelichting
NEN-g*
zandige bovengrond zintuiglijk onverdacht (westelijk terreindeel)
MM2
B03 B04 B09 B10 B11
05000-
50 50 30 50 30
NEN-g*
zandige bovengrond zintuiglijk onverdacht (oostelijk terreindeel)
MM3
B01
50 100 50 100 50 70 -
100 150 100 150 70 100
NEN-g*
zandige ondergrond zintuiglijk onverdacht
B02 B03
* NEN-g = standaard analysepakket voor grond: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) • polychloorbifenylen (PCB’s) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) • minerale olie (C10-C40) • lutum, droge- en organische stof.
5.2
Analysestrategie grondwater
et volgende grondwatermonster is in het laboratorium onderzocht: Tabel 5.2: Overzicht grondwateranalyses. Peilbuis filterdiepte (cm-mv) B01 350 - 450 #
• • • •
Analysepakket NEN-w#
Toelichting geen waarneming drijflaag/troebel/geur
NEN-w = standaard analysepakket voor grondwater: 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen (BTEXN); vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl); minerale olie (C10-C40).
v INPIJN-BLOKPOEL MILIEU B.V. Mercuriusweg 18, 2741TA, Waddinxveen Telefoon: 0182-610013 email: milieu@inpijn-blokpoel.com
Tevens vestigingen: Son, Hoofddorp en Groningen
Blz. 12 Opdrachtnummer
5.3
:
14P002618
Documentnummer
:
14P002618 -ADV01
Project
:
verkennend bodemonderzoek Lieshoutseweg 49 te Nuenen
Toetsing analyseresultaten grond
De getoetste analyseresultaten van de in paragraaf 5.1 geselecteerde grond(meng)monsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 5.3: Overschrijdingstabel grond(meng)monsters. Analyse- Traject > AW monster (m-mv.) MM1 050 ---
>T
>I
---
---
MM2
0-
50
lood, PAK
---
---
MM3
50 -
150
---
---
---
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
De laboratoriumcertificaten en de bijhorende toetsingstabellen zijn opgenomen als respectievelijk bijlage F en G. 5.4
Toetsing analyseresultaten grondwater
De getoetste analyseresultaten van het in paragraaf 5.2 geselecteerde grondwatermonster, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 5.4: Overschrijdingstabel grondwatermonster(s). Peilbuis filterdiepte >S (cm-mv) B01 350 450 barium >S >T >I
>T
>I
---
---
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabel zijn opgenomen als respectievelijk bijlage H en I. 5.5
Interpretatie onderzoeksresultaten
Voor de lichte verontreinigingen met lood en PAK in het zintuiglijk onverdachte bovengrondmengmonster MM2 is op basis van de verkregen gegevens van het onderzoek geen directe verklaring voorhanden. PAK (10 VROM) dient te worden gezien als een somparameter van een tiental polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Dit zijn onvolledige verbrandingsproducten die, veelal in de vorm van kooldeeltjes of -as vermengd met puin, in de grond kunnen voorkomen. De gemeten gehalten geven geen aanleiding tot het verrichten van een vervolgonderzoek. De lichte verontreiniging aan barium in het grondwater kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan een diffuus verhoogd achtergrondniveau. Overigens kunnen de gehalten aan enkele zware metalen in ondiep grondwater, ook zonder lokale bron, sterk in tijd en ruimte variëren.