CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Oranjebuurt - Bijlage Bopa-onderbouwing Nuenen

Gemeenteraad 10 april 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Bindend advies omgevingsvergunning herontwikkeling deel Oranjebuurt20.540 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.16 Water Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang beleid van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Dit heeft betrekking op: watercompensatie in verband met toenemende verharding; waterkwaliteit, bebouwing is o.a. niet wenselijk in verband met waterwinning; bebouwing in werkingsgebieden van keringen en andere waterstaatswerken; waterketen, relatie met de afvoer van afvalwater, (Industriële) lozingen en of lozing oppervlaktewater. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. Een bopa moet ook worden getoetst aan de instructies van de omgevingsverordening van het waterschap en de provincie. De gemeente of initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het opstellen van de uitwerking, mogelijke effecten en de te nemen maatregelen om aan te tonen dat wordt voldaan aan de normen. De gemeenten kunnen strengere normen opnemen in het omgevingsplan. Dit is altijd maatwerk en gebiedsafhankelijk. Waterschapsbeleid Het waterbeheerplan 2022-2027 van waterschap De Dommel maakt onderdeel uit van een groter geheel aan beleidsplannen. In Europa hanteren we de Europese regelgeving van de Kader Richtlijn Water (KRW).

Het doel van de KRW is dat uiterlijk in 2027 alle maatregelen zijn uitgevoerd om het water in Europa schoon en gezond te krijgen en te houden. Deze richtlijn vertaalt zich naar Nederland in beleidsplannen op drie niveaus: het Nationaal Water Programma op rijksniveau, de Regionale Water Programma's op provinciaal niveau en de waterbeheerprogramma's van de waterschappen. Het programma focust zich vooral op: Gebiedsgericht in plaats van beekdalgericht: de aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. Integraal in plaats van sectoraal: Overheden en gebiedspartners maken keuzes over meerdere opgaven in

64/71

een gebied. Van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen. In het waterbeheerplan wordt een indeling gemaakt in de volgende thema's: watertransitie, toekomstige leefomgeving, bouwstenen voor het waterbeheer, droge voeten, schoon water en voldoende water. Om deze taken goed uit te voeren, zijn wettelijke regels nodig, ook op en langs het water. Deze regels staan in de keur van het waterschap en gelden voor iedereen binnen het gebied van Waterschap De Dommel. De regels zijn vastgelegd in de Keur Waterschap De Dommel 2015. De Keur bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater. Zo zijn er bijvoorbeeld verboden opgesteld voor het leggen, verplaatsen of weghalen van duikers, stuwen, bruggen en dergelijke. Ook wordt als plicht bijvoorbeeld genoemd wie onderhoudsplichtig is. Afwijken van de verboden en verplichtingen is mogelijk. Hiervoor dient een watervergunning aangevraagd te worden. Waterplan Nuenen Het waterbeleid van de gemeente Nuenen c.a. is vastgelegd in het Waterplan Nuenen middels een aantal basisprincipes: zo weinig mogelijk waterverontreiniging; op natuurlijke wijze reinigen voordat het de beken en rivieren in stroomt als er toch waterverontreiniging voorkomt; beken behoeden voor te grote toe stroom van neerslag in korte tijd.

Dit betekent dat binnen en in de directe nabijheid van de stad en de dorpen het (regen)water moet worden geïnfiltreerd en tijdelijk worden geborgen (vasthouden), uiteraard zonder te zorgen voor overlast of schade. Uitgangspunt in het huidige beleid van gemeente is dat planontwikkeling moet aansluiten bij een duurzaam integraal waterbeheer. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) In het gemeentelijk rioleringsplan 2019 – 2023 is vastgelegd dat, om wateroverlast te voorkomen, aan de volgende zaken aandacht wordt geschonken: Bij nieuwbouw klimaatbestendig ontwerpen: bij de dimensionering van de riolering wordt gerekend met extremere buien. Daarnaast wordt ingezet op voldoende ruimte voor water en zo mogelijk zorgen dat het regenwater bij overbelasting van het rioolstelsel over het maaiveld kan afstromen naar oppervlaktewater en nergens kelders of laaggelegen woningen en winkels kan instromen. Vloerpeilen van woningen en bedrijven liggen voldoende hoog boven het peil van de weg. Aanleg van regenwaterstructuren op het moment dat in het bestaande stelsel de riolering vervangen moet worden. Kan dit niet, dan wordt ingezet op het vervangen van buizen in bestaande rioolstelsels door grotere diameters om zwaardere buien beter op te vangen. Bij bestaande stelsels dienen knelpunten, waar nu al water-op-straat of wateroverlast optreedt bij hevige buien, te worden aangepakt.

Bij voorkeur door het regenwater over het maaiveld naar lager gelegen delen te leiden waar het water geen schade aanricht. De aanvoer van afstromend hemelwater van percelen naar het gemeentelijke riool is groter wanneer tuinen volledig bestraat zijn. Door groen op eigen terrein kan water worden vastgehouden (sponswerking van de

65/71

ondergrond) en wordt het gemeentelijke riool minder belast. Door voorlichting en communicatie wil de gemeente het afkoppelen van verhard oppervlak bij particulieren stimuleren en ook de steeds verdergaande verharding van tuinen tegengaan. Doorgaan met het afkoppelen van verhard oppervlak van gemengde rioolstelsels om zo de belasting van het rioolstelsel door zwaardere buien op te heffen, is ook een goed alternatief. Voorwaarde is wel dat de afkoppelsystemen klimaatbestendig worden ontworpen en niet zelf voor overbelasting en overlast zorgen. Bij nieuwbouw mag het hemelwater niet worden aangesloten op het vuilwaterstelsel. De gemeente Nuenen c.a. zorgt voor het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater, wanneer dit doelmatig is en het niet redelijkerwijs verwacht kan worden van dat de initiatiefnemer het hemelwater zelf verwerkt. De doelmatigheid en de redelijkheid is afhankelijk van: de ligging in stedelijk dan wel landelijk gebied; de mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater; de grootte van de percelen; de aanwezigheid van een regenwaterriool op straat; de nabijheid van oppervlaktewater. Infiltratie van hemelwater in de bodem wordt verondersteld mogelijk te zijn als de bodem voldoende doorlaatbaar is (>1 m/d) en de grondwaterstand voldoende laag is ( > 1,2 m – mv).

Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. In principe dient er 60 millimeter retentie gerealiseerd te worden (600 m³ per hectare verhard oppervlak). Als hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt ligt hier geen zorgtaak voor de gemeente. Als decentrale voorzieningen niet doelmatig zijn en bodeminfiltratie en/of lozing op oppervlaktewater niet mogelijk is, dan ontvangt de gemeente het afstromende hemelwater en verwerken van afvloeiend hemelwater. In dit geval wordt een bedrag in rekening gebracht per m³ die niet op eigen terrein geborgen kan worden. De hoogte van de bijdrage bedraagt momenteel €200 euro per m³. Toetsing Vanuit het Rijk gelden binnen het projectgebied geen aanvullende instructieregels. De locatie is niet in een primaire waterkering, aan de kust, bij een grote rivier of in het IJsselmeergebied gelegen. Huidige situatie In de huidige situatie is er sprake van bestaande woningen en het projectgebied is grotendeels al verhard. Het projectgebied beslaat in totaal 6.494 m2. In de huidige situatie er sprake van 1.534 m2 aan verharding door bebouwing, 816 m2 door openbare verharding en 552 m2 door verharding in tuinen. In totaal is er sprake van 2.902 m2 verharding in de bestaande situatie.

Grondwater Het plangebied maakt geen deel uit van een waterwingebied of een grondwaterbeschermingsgebied. Vanwege de ligging in de bebouwde kom is het plangebied niet gekarteerd. Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de grond in de omgeving van het plangebied uit hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand. Het maaiveld bevindt zich op circa 16 meter +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ongeveer 15,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ongeveer 0,5 m -mv bevindt. Het water van het eerste

66/71

watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in noordwestelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van het projectgebied. Waterkwantiteit In en rond het projectgebied is geen oppervlaktewater aanwezig, zie figuur hieronder. De ontwikkeling bevindt zich daarom ook niet in de beschermingszone van een watergang. Het plan zal geen invloed hebben op de oppervlaktewaterstanden in de omgeving door de beperkte schaal.

Uitsnede Legger Waterschap De Dommel met het plangebied rood omcirkeld Veiligheid en waterkeringen Het projectgebied bevindt zich niet in de kern- of beschermingszone van een waterkering. Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het projectgebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het projectgebied. Afvalwaterketen en riolering Momenteel is het projectgebied bebouwd en aangesloten op de het gemeentelijke rioolsysteem. Toekomstige situatie In de toekomstige situatie zullen er 40 woningen gerealiseerd worden. Grondwater

67/71

De beoogde ontwikkeling heeft geen gevolgen voor grondwater. Waterkwantiteit Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Dit komt neer op 600 m3 per hectare verhard oppervlak. Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). In de toekomstige situatie is het verhard oppervlak 2.034 m2 door bebouwing, 1.708 m2 verhard oppervlak in openbare ruimten en 112 m2 in tuinen. In de toekomstige situatie is er in totaal sprake van 3.854 m2 verhard oppervlak. Ten opzichte van de huidige situatie is dit een toename van 952 m2. Bij nieuwbouw mag het hemelwater niet worden aangesloten op het vuilwaterstelsel. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. In principe dient er 60 millimeter retentie gerealiseerd te worden (600 m³ per hectare verhard oppervlak). De benodigde compensatie bedraagt 57,12 m3 (952 m2 x 0,06 x 1). In het projectgebied kan dit gecompenseerd middels het realiseren van wadi's. Wadi’s hebben als doel neerslag afkomstig van de gescheiden rioolstelsel tijdelijk te bergen en vertraagd af te voeren naar oppervlaktewater of in de bodem.

De definitieve waterbergingsvoorziening zal in de uitvoeringsfase richting de bouwvergunningsaanvraag concreet uitgewerkt worden. Er is voldoende ruimte beschikbaar voor waterberging middels infiltratieriool en wadi's en ook de gemiddelde grondwaterstand laat dergelijke toepassingen toe. Er kan dan ook de aansluiting worden gezocht op de toekomstige regenwaterstructuur. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang gedurende de aanlegfase om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Deze vallen ook niet in het plangebied. Regenwater In het plangebied is 2.640 m2 oppervlak onverhard. Dit is voldoende ruimte voor de opvang van hemelwater.

5.17 Duurzaamheid Doelen van de Ow zijn onder meer het tegengaan van klimaatverandering, het beheer van geobiologische en geothermische systemen en ecosystemen en het beheer van natuurlijke hulpbronnen (artikel 2.1, lid 3, onder i, o en p Ow). Met het oog op die doelen moet het project aan het omgevingsaspect duurzaamheid worden getoetst. In artikel 22.52 Bruidsschat zijn regels op het gebied van energiebesparende maatregelen opgenomen. Toetsing

68/71

De woningen worden gebouwd conform de hedendaagse duurzaamheidseisen. Conform het Besluit bouwwerken leefomgeving zullen de woningen voldoen aan de eisen voor 'BENG', waarmee hoge eisen worden gesteld aan duurzaamheid en energiegebruik. Om BENG te kunnen bereiken zullen warmtepompen en/of zonnepanelen worden toegepast.

5.18 Gezondheid Doel van de Ow is ook het beschermen van de gezondheid (artikel 2.1, lid 3, onder b). In lid 4 benadrukt de wet dat bij het stellen van regels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening ge-houden met het belang van het beschermen van de gezondheid. Een deel van de hiervoor beschreven omgevingsaspecten heeft een gezondheidscomponent, waarbij het in de meest gevallen gaat om gezondheidsbescherming. Bij de afweging van de gezondheidsgevolgen kunnen ook gezondheidsbevorderende aspecten een rol spelen zoals bijvoorbeeld een groene leefomgeving, ruimte voor beweging, beschikbaarheid / toegankelijkheid van voorzieningen en sociale cohesie. Met het oog op dit doel heeft gemeente Nuenen c.a. in haar omgevingsvisie ten aanzien van gezondheid een aantal ambities vastgesteld gericht op gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering. Toetsing In subparagraaf 4.4.1 is het thema gezondheid in relatie tot de voorgenomen ontwikkeld reeds behandeld in het kader van de Omgevingsvisie Nuenen. Op deze plaats volstaat daarom een verwijzing naar die subparagraaf met de conclusie dat met dit project in voldoende mate rekening is gehouden met het belang van het beschermen en het bevorderen van de gezondheid.

69/71

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Een ruimtelijke ontwikkeling mag niet evident economisch onuitvoerbaar zijn. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn.

6.1

Financiële uitvoerbaarheid

De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling ziet toe op de sloop van 22 woningen en de realisatie van 40 woningen door de initiatiefnemer. De initiatiefnemer realiseert deze ruimtelijke ontwikkeling voor eigen rekening en risico. De initiatiefnemer heeft aan de gemeente voldoende aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar is. Daarmee is aan de eerste vereiste voldaan.

6.2

Kostenverhaal

De bouw van één of meer woningen is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit. Dit betekent dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat. Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal anderszins is verzekerd. Tussen initiatiefnemer en de gemeente is een overeenkomst gesloten waarmee het kostenverhaal voor de ontwikkeling van 40 woningen anderszins verzekerd is. Het toevoegen van kostenverhaalsvoorschriften bij de vergunning is daarmee niet noodzakelijk. Hiermee is ook aan de tweede vereiste voldaan en hieruit volgt dat de ruimtelijke ontwikkeling niet evident economisch onuitvoerbaar is.

70/71

Hoofdstuk 7

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Het bevoegd gezag mag alleen een omgevingsvergunning voor een bopa verlenen als aan de beoordelingsregels uit afdeling 8.1 van het Bkl wordt voldaan. Zo wordt de vergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). In dit kader vindt in hoofdstuk 4 van deze motivering een toets aan de relevant Rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid plaats. Hieruit volgt dat de ontwikkeling past binnen het beleid op diverse overheidsniveaus. Daarnaast is in hoofdstuk 3 beschreven op welke wijze omwonenden bij het project zijn betrokken. Er heeft een omgevingsdialoog plaatsgevonden waarbij omwonenden meermaals zijn betrokken en mee mochten denken. De reacties zijn overwegend positief, al waren er ook negatieve reacties. Initiatiefnemer heeft zich ingespannen om hieraan tegemoet te komen, bijvoorbeeld door het verschuiven van een bouwvlak waardoor een nieuw woongebouw niet zo dicht tegen een belendend perceel gebouwd mag worden. Ook zijn afspraken gemaakt over toepassen parkeerplaatsen, keuze voor nieuwe bomen en behoud of verplaatsen van bestaande bomen. Deze afspraken vallen echter buiten de reikwijdte van de bopa (het is immers geen afwijking van het omgevingsplan).

Ten slotte moet in elk geval worden getoetst aan de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Bkl (artikel 8.0b, eerste lid, sub a van het Bkl) en de instructieregels in de verordening van de provincie voor het omgevingsplan (artikel 8.0b, eerste lid, sub b van het Bkl). In hoofdstuk 5 van deze motivering wordt in de beoordeling van de gevolgen van het initiatief voor de fysieke leefomgeving beoordeeld of en hoe aan deze instructieregels wordt voldaan. Hieruit volgt dat de ontwikkeling verantwoord is gelet op een veilige en gezonde leefomgeving. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties worden de volgende voorschriften aan de vergunning voor de bopa verbonden: Nadere uitwerking van de aanvraag omgevingsvergunning voor ruimtelijk bouwen dient plaats te vinden conform bijgevoegd beeldkwaliteitsplan (Bijlage 2); In Bijlage 10 is een verbeelding opgenomen waarin het beeldkwaliteitsplan is vertaald naar enkele relevante bouwaanduidingen (bouwvlak en maatvoering). In de voorschriften bij de omgevingsvergunning worden hier bouwregels aan gekoppeld.

Nadere uitwerking van de aanvraag omgevingsvergunning voor ruimtelijk bouwen dient plaats te vinden conform die bouwregels; Gezien de archeologische verwachting is vervolgonderzoek in de vorm van een Inventariserend veldonderzoek, verkennend booronderzoek noodzakelijk voordat gestart wordt met de bouwactiviteiten; Om te waarborgen dat voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd, wordt als verbindend voorschrift opgenomen dat een omgevingsvergunning voor het ruimtelijk bouwen alleen kan worden verleend als voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd conform het gemeentelijk beleid. De definitieve waterbergingsvoorziening moet verder worden uitgewerkt. Daarbij moet duidelijk zijn welke voorzieningen op welke plek worden getroffen, wat de capaciteit is en dat deze capaciteit toereikend is conform de via de rekenregel bepaalde behoefte.

71/71

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15306790/1