CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Lyndakkers - Bopa-onderbouwing

Gemeenteraad 9 oktober 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit woningbouwproject Lyndakkers24.473 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

BOPA-ONDERBOUWING Lyndakkers 31, Nuenen 22 augustus 2025

1/69

DATUM KENMERK

22 augustus 2025 20211154.001/186804/FAMvGo; PlMa

PROJECT PROJECTLEIDER

Lyndakkers 31 Nuenen BOPA RK

OPDRACHTGEVER Woningstichting Helpt Elkander PROJECTNUMMER 20211154.001 AUTEUR STATUS

2/69

PM/FG Ontwerp

DISCLAIMER

© Rho Adviseurs B.V. Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V.. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgegevens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd.

3/69

4/69

INHOUD 1.

2.

3.

4.

5.

5/69

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3 1.4

7 7 8 8

Aanleiding Ligging projectgebied Vergunningprocedure Leeswijzer

Beschrijving van het project en zijn omgeving

9

2.1 2.2 2.3 2.4

9 13 15 16

Huidige situatie Toekomstige situatie Juridische activiteiten Milieueffectrapportage

Participatie

17

3.1 3.2

17 19

Participatie omgeving Adviesrecht

Beleid en instructieregels decentrale overheid

20

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

20 20 23 25 32

Rijk Provincie Regio Gemeente Waterschap

Thema’s van de fysieke leefomgeving

34

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13 5.14 5.15 5.16 5.17

34 36 38 46 48 50 52 54 56 57 58 59 60 62 64 65 66

Algemeen Omgevingsveiligheid Water Luchtkwaliteit Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Bodem Geur Cultureel erfgoed Ladder voor duurzame verstedelijking Nationale belangen Toegankelijkheid openbare buitenruimte Gezondheid Mobiliteit en parkeren Ecologie: gebiedsbescherming Ecologie: soortenbescherming Duurzaamheid Activiteiten en milieuzonering

6.

7.

Economische uitvoerbaarheid

67

6.1 6.2

67 67

Financiële uitvoerbaarheid Kostenverhaal

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Bijlagen Bijlage 1. Aanmeldingsnotitie mer (Rho Adviseurs); Bijlage 2. Participatieverslag inloopavond (Woningstichting Helpt Elkander / Heijmans); Bijlage 3. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (Tritium); Bijlage 4. Verkennend bodemonderzoek (Econsultancy); Bijlage 5. Milieu- en civieltechnisch onderzoek (Tritium); Bijlage 6. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (Econsultancy); Bijlage 7. Stikstofdepositieberekening (Rho Adviseurs); Bijlage 8. Ontheffing Wet natuurbescherming (ODBN); Bijlage 9. SMP Gebouwbewonende soorten (Arcadis); Bijlage 10. Quickscan Wet natuurbescherming en aanvullend onderzoek (Econsultancy).

6/69

68 69

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Woningstichting Helpt-Elkander is voornemens om ter plaatse van de Lyndakkers 31 te Nuenen 10 sociale huurwoningen te realiseren. Dit plan draagt bij aan het versnellen van de bouwopgave van sociale huurwoningen in de regio Eindhoven. Op het beoogde perceel is inmiddels een woning gesloopt en zal ruimte maken voor 10 grondgebonden woningen. Dit initiatief draagt bij aan het verantwoord verdichten in de kern van Nuenen. De beoogde ontwikkeling past echter niet in het geldende omgevingsplan. Om het planvoornemen mogelijk te maken, is gekozen het initiatief mogelijk te maken middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa). Voor een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een bopa is een onderbouwing nodig waarin wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de instructieregels van het rijk en de provincie en dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit document voorziet in deze onderbouwing.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt in het zuiden van de kern Nuenen binnen de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten (hierna: Nuenen c.a.). Het projectgebied omvat grofweg het gebied tussen de straten Lyndakkers (westzijde), de Wielewaallaan (zuidzijde) en de Kraanvogelhof (oostzijde). Ten noorden grenst het projectgebied aan twee rijen met rijwoningen. Het projectgebied omvat specifiek de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Nuenen, sectie F, percelen 67 en 2888 (ged.) en 4492 (ged.).

Topografische kaart met de ligging van het projectgebied (Rood gemarkeerd) binnen Nuenen

7/69

1.3

Vergunningprocedure

1.3.1 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) Als een activiteit niet (geheel) mogelijk is op basis van het omgevingsplan, kan een initiatiefnemer een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) aanvragen. Met een bopa wordt specifiek voor het project van het omgevingsplan afgeweken. Het bevoegd gezag kan de bopa verlenen als de activiteit voldoet aan een evenwichtige toedeling van functies en aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. Het college van B&W is het bevoegd gezag bij een aanvraag omgevingsvergunning voor een bopa. 1.3.2 Voorbereidingsprocedure Op de aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is de reguliere procedure van toepassing, tenzij initiatiefnemer verzoekt en/of het bevoegd gezag besluit om toepassing te geven aan de uitgebreide procedure of wanneer dit wettelijk zo is bepaald. Het volgen van de uitgebreide procedure is voor deze ontwikkeling niet nodig omdat de aspecten waarop wordt afgeweken niet vallen onder de aangewezen gevallen in de Omgevingswet of het Omgevingsbesluit waarvoor de uitgebreide procedure geldt. Daarnaast heeft de aanvrager geen verzoek tot uitgebreide procedure ingediend en heeft het bevoegd gezag de uitgebreide procedure voor deze ontwikkeling niet van toepassing verklaard.

Het volgen van de reguliere procedure betekent dat op een aanvraag omgevingsvergunning binnen 8 weken moet worden beslist door het college van burgemeester en wethouders. In het geval van advies met instemming van een ander bestuursorgaan wordt deze termijn met 4 weken verlengd (artikel 16.16 Omgevingswet). Een eenmalige verlening van de termijn met 6 weken is mogelijk. Op 16 november 2023 heeft de gemeenteraad van de gemeente Nuenen besloten het wijzigen van het omgevingsplan voor het verwerken van verleende omgevingsvergunningen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.

1.4

Leeswijzer

Nadat het project in Hoofdstuk 1 is ingeleid, wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe vooroverleg en participatie hebben plaatsgevonden en hoe dit heeft bijgedragen aan het ontwerp van het project op de locatie. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 4 het project getoetst aan relevante beleidskader en instructieregels van de provincie. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de thema’s van de fysieke leefomgeving, waarbij een toets aan instructieregels plaatsvindt. Hoofdstuk 6 bevat de financiële aspecten van het project. Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 ingegaan op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ook wel afgekort als etfal).

8/69

2. BESCHRIJVING VAN HET PROJECT EN ZIJN OMGEVING 2.1

Huidige situatie

2.1.1 Feitelijke situatie Het projectgebied aan de Lyndakkers 31 is gelegen in de wijk Nuenen-Zuid. Deze wijk bestaat voornamelijk uit grondgebonden woningen. Binnen het projectgebied stond voorheen een vrijstaande woning met daarachter een grote tuin. De woning is inmiddels gesloopt en vegetatie is weggenomen. Het terrein is momenteel braakliggend. Het terrein wordt aan de zuid- en oostzijde omzoomd door een groenstrook van de gemeente, die eveneens bij het projectgebied wordt betrokken.

Luchtfoto van het projectgebied (rood omlijnd).

9/69

Foto van het projectgebied vanuit aanzicht A.

Foto van het projectgebied vanuit aanzicht B.

10/69

Foto van het projectgebied vanuit aanzicht C.

Het projectgebied bevindt zich in een woonbuurt met overwegend grondgebonden woningen en laagbouw. Ten noorden en oosten van het projectgebied staan vooral rijwoningen van twee bouwlagen met een kap waarvan de nok evenwijdig met de weg loopt. Ten zuiden van de locatie staan appartementengebouwen van twee bouwlagen (plat afgedekt). Aan de westzijde van de projectlocatie staan geschakelde twee-onder-een-kapwoningen. In de omgeving komen zowel koop- als huurwoningen. Op ongeveer 500 meter ten zuiden van de projectlocatie ligt wijkwinkelcentrum Kernkwartier, met diverse sociaal-medische voorzieningen, detailhandel en een supermarkt. Ook staat hier sporthal De Hongerman, dat wordt verbouwd tot multifunctionele accommodatie. Het centrum van Nuenen, met naast detailhandel en commerciële dienstverlening ook diverse horecazaken, een cultureel centrum en onderwijsgebouwen, ligt op ongeveer 800 meter ten noorden van het projectgebied. 2.1.2 Relevante regels omgevingsplan Het omgevingsplan gemeente Nuenen bevat regels voor de projectlocatie. Op dit moment heeft gemeente Nuenen net als veel gemeenten nog een omgevingsplan van rechtswege, waardoor de regels op verschillende plaatsen staan: a. de besluiten genoemd in artikel 4.6, eerste lid van de Invoeringswet Omgevingswet, waaronder: 1. een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening; 2.

een regel als bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Monumentenwet 1988, zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet; 3. een verordening als bedoeld in artikel 6 van de Wet geurhinder en veehouderij; 4. een verordening als bedoeld in artikel 10.32a van de Wet milieubeheer en een besluit tot aanwijzing van een gebied op grond van die verordening; b. de kaarten, bedoeld in artikel 3.5, tweede lid, van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet, en de besluiten, bedoeld in artikel 3.5, derde lid, van die wet; c. de bruidsschat (zie artikel 22.1 van de Omgevingswet).

11/69

Hierna wordt kort ingegaan op de onderdelen uit de omgevingsplannen die van belang zijn voor het voorgenomen project. In paragraaf 2.3 wordt beschreven met welke regels van het omgevingsplan de locatie in strijd is.

Uitsnede digitale verbeelding bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1. Projectgebied is globaal met paars omlijnd (getekend gebied). Bron: Omgevingsloket – Regels op de Kaart.

Ad a1. Het bestemmingsplan als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan Voor dit projectgebied zijn de volgende bestemmingsplannen relevant: • Nuenen Zuidoost, herziening 1 (vastgesteld 04-07-2024): Volgens dit bestemmingsplan heeft het projectgebied hoofdzakelijk de bestemming ‘Wonen’ gekregen. Het bouwvlak binnen het projectgebied staat uitsluitend één vrijstaande woning toe. Delen van het projectgebied hebben ook de verkeersbestemming. Binnen de verkeersbestemming zijn de functie wonen en het oprichten van woningen niet toegestaan. Met voorliggende bopa wordt van dit bestemmingsplan afgeweken (zie paragraaf 2.3); Ad a2, 3 en 4 Verordeningen Tot het tijdelijke deel van het omgevingsplan behoren ook de gemeentelijke archeologieverordening, de geurverordening en de verordening afvoer regen- en grondwater, mits de gemeente een dergelijke verordening heeft vastgesteld. In dit geval zijn de volgende verordeningen van toepassing: • Verordening geurhinder en veehouderij (2011); • Erfgoedverordening 2023 gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten c.a. (voor wat betreft het onderdeel archeologie, i.c. hoofdstuk 7) Ad b. Bodemkwaliteitskaart en bodemfunctieklassenkaart De bodemkwaliteitskaart, bestaande uit een bodemfunctieklassenkaart, ontgravingskaart en toepassingskaart, is een door de gemeente vastgestelde kaart met daarop de bodemkwaliteit per gebied.

De gemeente Nuenen c.a. heeft de bodemkwaliteitskaart en de bodemfunctieklassekaart vastgesteld als bijlage bij de Nota bodembeheer. Op de bodemfunctieklassenkaart wordt de ligging van gebieden met de bodemfuncties aangegeven. Volgens die kaart geldt ter plaatse van het projectgebied de bodemfunctieklasse Wonen. Omdat dit project voorziet in woningbouw blijft de bodemfunctieklasse Wonen van toepassing. Er wordt dan ook niet afgeweken van de bodemkwaliteitskaart.

12/69

2.2

Toekomstige situatie

Het planvoornemen voorziet in de realisatie van 10 sociale huurwoningen. Het zijn grondgebonden woningen met een tuin en een berging. De woningen hebben hun voorkant richting de Lyndakkers en de Kraanvogelhof. Met aandacht voor architectuur, groenvoorzieningen, infrastructuur en duurzaamheid is het ontwerp gericht op het creeren van een aantrekkelijke en leefbare woonomgeving voor de toekomstige bewoners en omwonenden. Het stedenbouwkundig plan voor het woonproject in Nuenen is tot stand gekomen na een zorgvuldige afweging van verschillende factoren, zoals de omgeving, de verkeersstromen en de ruimtelijke kwaliteit. Bewust is gekozen voor een opdeling in twee blokken van vijf woningen, in plaats van een lange rij van tien woningen evenwijdig aan de Wielewaallaan. Deze opzet bevordert niet alleen een speelser en aantrekkelijker straatbeeld, maar zorgt ook voor een betere integratie met de omliggende bebouwing. Bovendien biedt deze indeling de mogelijkheid om het parkeren op eigen terrein te realiseren, uit het zicht van de straat, waardoor de woonomgeving rustiger en netter oogt. Dit draagt bij aan een prettige leefomgeving voor zowel de bewoners als de omwonenden.

Situatietekening toekomstige schets situatie Lyndakkers 31 (Bron: Burobol)

De bebouwing aan de westzijde volgt de richting en rooilijn van de noordelijke rijwoningen. Aan de oostzijde borduurt de rooilijn van de nieuwe woningen niet voort op de rooilijn van de bestaande rijwoningen ten noorden ervan. Deze keuze is gemaakt omdat op deze wijze het perceel zo doelmatig mogelijk kan worden gebruikt: een efficiënt aantal sociale huurwoningen, met een ruim parkeerhofje aan de achterzijde van de woningen om in de eigen parkeerbehoefte te voorzien, en een groene omzoming aan de zijden waar het projectgebied niet direct aan bebouwing grenst. De rooilijn van de oostelijke rij woningen verspringt ongeveer 5 meter met de voorgevels van de woningen ten noorden ervan. Met de gelet op de

13/69

inpassing van de rest van het bouwplan is hier geen sprake van een exces. De uitstekende noordoostgevel wordt bovendien verrijkt door verbijzondering in het metselwerk en invoegen nestgelegenheden.

Sfeerbeeld van de nieuwe woningen vanuit aanzicht A, blok 1 (Bron: Van den Berg Architecten)

Sfeerbeeld van de nieuwe woningen vanuit aanzicht B, blok 2 (Bron: Van den Berg Architecten)

14/69

Gevelaanzichten Voor de geveluitwerking is gekozen voor een verticaal metselwerk als accenten. Daarnaast zijn er fauna-voorzieningen, zoals vleermuiskasten, huismusvoorzieningen (verhoogde vogelschroot) en gierzwaluwnestkasten in het ontwerp opgenomen. Deze zijn weergegeven in onderstaande figuren.

Gevelaanzichten blok 1 (Bron: Van den Berg Architecten)

Parkeerhofje Aan de achterzijde van de woningen, komt een parkeerhofje met 14 parkeerplaatsen. Hiermee wordt voorzien in de eigen parkeerbehoefte. Het parkeren is compact gebundeld en bereikbaar vanuit de Wielewaallaan. Dit parkeerhofje zal openbaar terrein worden. De parkeervakken worden met grasbetontegels aangelegd, met een open groenverharding, omringd door groen. Dit zorgt voor een groene inpassing in de wijk. De waterdoorlatende verharding biedt de kans om water ter plaatse in de bodem te laten infiltreren zodat het niet via het rioolstelsel wordt afgevoerd. Groene inpassing De zijde aan de Wielewaallaan wordt robuust groen ingepast, waarbij een zone van tenminste 3 meter is aangehouden. De beeldbepalende bomen kunnen door deze invulling duurzaam behouden blijven. Verharding en bebouwing blijven buiten de boomkronen. Daarnaast wordt extra aandacht besteed aan ecologie door het plaatsen van nestgelegenheden voor de gierzwaluw, huismus en vleermuis en het gebruik van inheemse en insectenlokkende beplanting.

2.3

Juridische activiteiten

Het voorgenomen project past niet helemaal binnen het Omgevingsplan gemeente Nuenen:

15/69

1. Binnen woonbestemming is slechts één woning toegestaan. Dit project voorziet in 10 woningen’; 2. Woningen zijn volgens de woonbestemming alleen toegestaan binnen een bouwvlak. Dit bouwvlak is niet toereikend voor de 10 woningen die met dit project voorzien zijn; 3. Binnen het bouwvlak is alleen een woning van het type vrijstaand toegestaan. Dit project voorziet in rijwoningen; 4. Een deel van de nieuwe woonpercelen komt binnen de bestemming ‘Verkeer’ te liggen. Binnen die bestemming is de functie wonen en het oprichten van gebouwen ten behoeve van die functie niet toegestaan.

Kadastrale aanduiding ten behoeve van de sloopfase.

2.4

Milieueffectrapportage

In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning voor een bopa projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer-(beoordelings)plicht geldt. Als hier het Omgevingsplan wordt genoemd, wordt hieronder ook de omgevingsvergunning voor een bopa verstaan. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m.e.r.). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project, de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag, doorgaans het college van B&W. In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project, de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning.

De beoogde ontwikkeling waarvoor een omgevingsvergunning voor een bopa wordt aangevraagd, betreft de realisatie van maximaal 10 woningen. Dit is een activiteit uit kolom 1 van Bijlage V van het Ob en valt onder categorie J11 'Stedelijk ontwikkeling-project met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen'. Volgens kolom 2 is een mer-plicht niet van toepassing, maar conform kolom 3 is wel een mer-beoordeling noodzakelijk. Daarom is voor dit project een Aanmeldnotitie mer opgesteld, die als bijlage bij deze onderbouwing is gevoegd. Uit de aanmeldingsnotitie m.e.r. blijkt dat, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, geen aanzienlijke milieugevolgen optreden. Er is geen aanleiding voor het doorlopen van een m.e.r.-procedure. De aanmeldnotitie is opgenomen als bijlage bij de aanvraag om omgevingsvergunning voor de bopa.

16/69

3. PARTICIPATIE De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie van belanghebbenden bij het proces van de besluitvorming over een project of activiteit. Op 16 november 2023 heeft de gemeenteraad van de gemeente Nuenen de lijst van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vastgesteld waarbij participatie verplicht is. Participatie is onder meer verplicht als er meer dan 5 woningen worden gebouwd. Voor deze aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is dan ook participatie verplicht. In dit geval is de bopa voorafgegaan door een proces waarbij meerdere tussenproducten zijn opgeleverd en waarbij doorlopend participatie heeft plaatsgevonden. In dit hoofdstuk wordt aandacht besteed aan dit onderdeel van het besluitvormingsproces.

3.1

Participatie omgeving

Initiatiefnemer heeft op meerdere momenten een omgevingsdialoog met omwonenden gevoerd. Gesprekken met direct aangrenzende bewoners Voorafgaand aan de informatieavond op 25 oktober 2023, zijn de initiatiefnemers in contact geweest met de direct aangrenzende omwonenden. Door middel van een persoonlijk gesprek bij de bewoners thuis, zijn de bewoners op de hoogte gebracht van de beoogde plannen aan de Lyndakkers 31. Informatieavond 2023 Op woensdagavond 25 oktober 2023 vond in Buurthuis Gastvrij aan de Jo van Dijkhof 110, de inloopavond plaats over het woningbouwproject Lyndakkers in Nuenen. Een verslag van deze avond is als bijlage bij deze onderbouwing gevoegd. De informatieavond kan als zeer geslaagd worden beschouwd. De opkomst en de actieve deelname van de omwonenden getuigen van de betrokkenheid bij en de interesse in het project. Tijdens deze inloopavond werd het project gepresenteerd met behulp van beeldmateriaal. De aannemer heeft gezamenlijk met de architect en de woningstichting het plan toegelicht met 3D visualisaties, plattegronden en situatietekeningen. In een ontspannen en open sfeer kreeg men de gelegenheid om met elkaar in gesprek te gaan. Hierbij zijn de eerste vragen beantwoord en reacties op het plan in ontvangst genomen.

Daarnaast stond de avond ook in het teken van in gesprek gaan met de bewoners om te kijken of er voorkeur was voor de invulling van het openbaar groen. Uit de gespreken is gebleken dat grote planaanpassingen niet nodig zijn: • Er is afgesproken dat er een dichte schutting komt ter hoogte van het parkeerhof om te voorkomen dat koplampen in de tuin schijnen. • In de terugkoppeling naar omwonenden wordt geïnventariseerd of er animo is om mee te denken over het verder invullen van het groen en de wijze waarop. Daarnaast zijn er ook een aantal omwonenden geweest die verhinderd waren. Deze hebben zich bij de woningcorporatie kunnen melden om de digitale nieuwsbrief te ontvangen. Ook bezoekers van de inloopavond hebben zich hiervoor kunnen registreren. Tijdens de informatieavond hadden de aanwezigen de gelegenheid om vragen te stellen over het projectgebied. De vragen zijn onderverdeeld in enkele categorieën en hieronder weergegeven. Stedenbouw en verkaveling Er zijn enkele vragen geweest tijdens de inloopavond met betrekking tot stedenbouw. Een bewoner vroeg zich af waarom er is gekozen voor de getoonde verkaveling in plaats van één rij woningen parallel aan de Wielewaallaan. De gemeente heeft op basis van besluitvorming gekozen voor twee rijen woningen. Dit ontwerp is afgestemd op het Inspiratiekader Nuenen-Zuid en sluit aan bij het bestaande straatbeeld.

17/69

Bestaande en nieuwe bebouwing Een bewoner vroeg of de huidige vrijstaande woning gesloopt wordt. Ja, de huidige vrijstaande woning op het kavel wordt gesloopt. Een andere bewoner vroeg of de woning aan de overkant van de straat (Lyndakkers 35) ook gesloopt wordt. Nee, deze woning valt niet binnen het projectgebied van de Lyndakkers. Een bewoner was nieuwsgierig of er aan de overkant van de Wielewaallaan ook nieuwbouw komt. Ja, daar komt nieuwbouwproject De Vinkenhofjes, een project van Helpt Elkander. De ontwikkeling van nieuwbouwproject de Vinkenhofjes staat los van de Lyndakkers. Verkeer en parkeren Bewoners maakten zich zorgen over de parkeerdruk in de straat. Parkeren wordt echter opgelost op eigen terrein: er komen 14 parkeerplaatsen voor de 10 nieuwe woningen, wat extra parkeerdruk in de omgeving voorkomt. Op de vraag of de parkeerplaatsen afgesloten terrein worden, is het antwoord dat deze openbaar toegankelijk zijn. Omwonenden vroegen of zij ook gebruik mogen maken van deze parkeerplaatsen. Dit is mogelijk, omdat het openbaar gebied is. Daarnaast werd gevraagd of bomen aan de Lyndakkers gekapt kunnen worden om meer parkeerplaatsen te creëren, maar dat is niet wenselijk. Architectuur en ontwerp Een bewoner vroeg of de nieuwe woningen even hoog zijn als de bestaande woningen.

Dit is het geval: de nieuwe woningen zijn eengezinswoningen die qua hoogte overeenkomen met de rest van de straat. Verder kwam de vraag op of de kleur van de bakstenen al vaststaat. Deze is inderdaad afgestemd op de omgeving en voldoet aan de verwachting van de gemeente. Er was ook een vraag waarom de woningen aan de Kraanvogelhof zo ver naar voren staan. Dit heeft te maken met de bestaande bomen aan de Lyndakkers en hun boomkronen. Op de suggestie om de voortuinen van de woningen aan de Lyndakkers kleiner te maken, zodat de woningen aan de Kraanvogelhof verder van de straat komen te staan, werd aangegeven dat dit helaas niet mogelijk is vanwege de boomkronen. Bomen en ecologie Omwonenden wilden weten of er bestaande bomen gekapt moeten worden. Dit hangt af van hun plaats binnen het projectgebied en hun ecologische waarde, die beoordeeld wordt door een externe ecoloog. Waar mogelijk wordt geprobeerd de bomen aan de rand van het projectgebied te behouden. Daarnaast vroegen omwonenden wat er gebeurt met de vleermuizen die in het gebied leven. Hiervoor worden nieuwe vleermuisnestkasten in de gevels van de woningen geplaatst. Privacy en omgevingsinvloeden Een bewoner vroeg of de nieuwe woningen de privacy van bestaande tuinen beïnvloeden. De woningen worden in lijn met de naastgelegen woningen geplaatst, waardoor dit geen significante verandering oplevert.

Ook werd gevraagd of de koplampen van geparkeerde auto's niet in de achtertuinen van de bestaande woningen zullen schijnen. Voor de woning naast het perceel wordt een dichte schutting geplaatst om dit te voorkomen. Woningen en bewoners Er was interesse in de afmetingen en geschiktheid van de woningen. De woningen hebben een gebruiksoppervlakte van 105 m² en zijn geschikt voor drie of meer bewoners. Deze worden toegewezen aan mensen die staan ingeschreven bij Wooniezie. De woningen krijgen in de basis drie slaapkamers en zijn ontworpen voor gezinnen, maar niet specifiek levensloopbestendig. Op de vraag of er een slaapkamer op de begane grond gemaakt kan worden, is het antwoord dat dit niet mogelijk is. Tot slot vroeg een bewoner waarom de woningen aan de Lyndakkers een voortuin hebben. Dit komt door de grote boomkruinen van de bestaande bomen, waardoor de woningen iets verder naar achteren zijn geplaatst. Dit is overigens geen voortuin, maar openbare ruimte die groen wordt ingericht.

18/69

Duurzaamheid en planning Er werd gevraagd of de woningen voorzien worden van zonnepanelen. De hoekwoningen krijgen PV-panelen, omdat dit vanuit regelgeving noodzakelijk is. Ten aanzien van de bouwplanning is aangegeven dat in de loop van 2025 de vergunning zou worden aangevraagd, waarna de bouw in het derde of vierde kwartaal van 2025 zou kunnen starten. De bouw gaat naar verwachting acht maanden duren, afhankelijk van de voortgang. Nota bene: in het bijgevoegde participatieverslag is 2024 al moment voor start van de bouw benoemd. Die planning is niet gehaald en ook start bouw derde kwartaal 2025 is niet gehaald. Openbare ruimte en onderhoud Bewoners vroegen zich af wie verantwoordelijk is voor het onderhoud van de groenstrook. Dit is terrein van de gemeente en wordt door hen bijgehouden. Daarnaast blijft de brandgang grotendeels hetzelfde, hoewel het efficiënter wordt ingedeeld door de herinrichting van het terrein. Inloopavond 2025 Op 12 juni 2025 heeft een tweede inloopavond plaatsgevonden. Tijdens deze inloopavond zijn de actuele en verder uitgewerkte stukken gepresenteerd en is toegelicht wat de planning is. Van de 143 genodigde huishoudens waren slechts 16 bezoekers aanwezig. De aanwezigen op de inloopavond waren overwegend zeer positief over de voorgenomen ontwikkeling en zijn verheugd dat het plan bijna tot uitvoering komt.

Inhoudelijke opmerkingen zijn gemaakt over: • Woningen: Men is tevreden over de uitstraling en architectuur van de woningen. Naar aanleiding van de inloopavond en daaropvolgend locatiebezoek is besloten een raamkozijn in de kopgevel van de oostelijke rij woningen achterwege te laten. • Groen: Ten opzichte van het vorige ontwerp zijn twee nieuwe bomen op het parkeerterrein ingetekend en het terrein wordt sterk omzoomd met groen. Men is zeer tevreden over de hoeveelheid volwassen bomen die behouden blijven, en de hoeveelheid nieuw groen in het plan. • Parkeren: Eén aanwezige heeft zorgen over de reeds bestaande parkeerdruk in de wijk en vraagt zich af waarom er niet zo veel als mogelijk parkeerplaatsen worden gerealiseerd in het parkeerhofje. Aangegeven is dat ruim aan de parkeernorm wordt voldaan en dat het wenselijk is om extra groen toe te passen omwille van o.a. voorkomen van hittestress.

3.2

Adviesrecht

In de Omgevingswet (§ 16.2.3. Betrokkenheid van andere bestuursorganen) is bepaald dat in sommige gevallen het advies van andere bestuursorganen of adviseurs kan of moet worden betrokken bij een beslissing op de aanvraag om omgevingsvergunning voor een bopa. Het kan dan gaan om de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten. 3.2.1 Gemeenteraad Op 16 november 2023 heeft de gemeenteraad van de gemeente Nuenen de lijst van gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vastgesteld waarbij de gemeenteraad adviesrecht heeft. Het vragen van advies is onder meer verplicht als er meer dan 5 woningen worden gebouwd. Aangezien daar bij dit project sprake van is, is het college verplicht de gemeenteraad om advies te vragen bij de behandeling van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit. 3.2.2 Gedeputeerde Staten Op 7 november 2023 heeft Gedeputeerde Staten (GS) van provincie Noord-Brabant een lijst van gevallen vastgesteld waarbij GS van haar adviesrecht gebruik wil maken voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Advies van GS is nodig als instructieregels van toepassing zijn die voorkomen in de vastgestelde lijst. Geen van die instructieregels zijn in dit geval aan de orde, waardoor geen advies van GS benodigd is. GS zal op de gebruikelijke wijze in de planologische procedure worden betrokken.

19/69

4. BELEID EN INSTRUCTIEREGELS DECENTRALE OVERHEID In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de relevante ruimtelijke beleidsaspecten voor de herontwikkeling van het projectgebied.

4.1

Rijk

4.1.1 Nationale omgevingsvisie Met de NOVI wordt richting gegeven aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende 30 jaar ingrijpend zullen veranderen. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten: a) Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; b) Duurzaam economisch groeipotentieel; c) Sterke en gezonde steden en regio's; d) Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: a) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd.

Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficient en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; b) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; c) Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Toetsing en conclusie De NOVI wordt gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Gezien de beperkte schaal van de ontwikkeling staat het planvoornemen de doelen uit de NOVI niet in de weg. De beoogde ontwikkeling maakt binnen bestaand stedelijk gebied tien nieuwe woningen mogelijk door een woonperceel met één vrijstaande woningen te herontwikkelen (zie paragraaf 2.2.). Met dit project wordt ingezet op intensivering met woningen en groenvoorzieningen om de leefbaarheid ter plaatse te vergroten. Dit sluit aan bij het principe uit de NOVI om de gespannen woningmarkt te verlichten. Het project is dan ook in lijn met de NOVI.

4.2

Provincie

4.2.1 Omgevingsvisie Noord- Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zin vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: • Werken aan de Brabantse energietransitie • Werken aan een klimaatproof Brabant

20/69

• •

Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie

Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Voor sommige van deze ambities zijn regels nodig om ze te kunnen realiseren. Provincie Noord-Brabant heeft daarom een Omgevingsverordening vastgesteld. In de volgende subparagraaf wordt het project getoetst aan de instructieregels uit de Omgevingsverordening Noord-Brabant. 4.2.2 TAM-Omgevingsverordening De TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant is op 5 december 2023 vastgesteld door Provinciale Staten. In de TAMOmgevingsverordening staan regels voor: • Initiatiefnemers, inwoners en bedrijven. Dit zijn zogenaamde rechtstreeks werkende regels voor activiteiten. Deze regels bevatten voorwaarden om bepaalde activiteiten te verrichten en geven ook aan of je bijvoorbeeld eerst een melding moet doen of een vergunning moet aanvragen voordat je met de activiteit mag beginnen. • Bestuursorganen van de overheid. Dit zijn zogenaamde instructieregels. Met deze regels geeft de provincie een opdracht aan gemeenten over onderwerpen die zij in het omgevingsplan moeten opnemen of aan een waterschap over de manier waarop ze hun taken uitvoeren.

In dit geval zijn alleen de instructieregels voor gemeenten relevant. Hierna wordt aan deze instructieregels getoetst. De instructieregels zijn in de meeste gevallen gekoppeld aan een werkingsgebied. Volgens de verbeelding van de Omgevingsverordening ligt het projectgebied binnen de volgende werkingsgebieden: • Stedelijk gebied (kaart 5: Basiskaart stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant) • Beperking grootschalige logistiek (kaart 5: Basiskaart stedelijk gebied, Landelijk gebied, Natuur Netwerk Brabant) • Stalderingsgebied (kaart 6: Specifieke ontwikkelingen en maatwerk landelijk gebied) Daarnaast gelden te allen tijde de algemene instructieregels 'Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies'. Stedelijk gebied Artikel 5.31 (Externe werking Natuur Netwerk Brabant) bepaalt dat een nieuwe ontwikkeling die binnen 'Stedelijk gebied' plaatsvindt en die aantasting van de ecologische waarden en kenmerken in het Natuur Netwerk Brabant geeft, de negatieve effecten waar mogelijk moet beperken en de overblijvende, negatieve effecten moet compenseren. Deze bepaling is niet van toepassing op aantasting door de verspreiding van stoffen in lucht of water. In paragraaf 5.15 is gemotiveerd dat dit project gelet op de ligging ten opzichte van Natuur Netwerk Brabant (op 870 meter ten zuidoosten) geen negatieve effecten tot gevolg zal hebben.

Compensatie is dan ook niet aan de orde. Artikel 5.55 (Duurzame stedelijke ontwikkeling) bepaalt dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals wonen, werken of voorzieningen in beginsel binnen 'Stedelijk gebied' plaatsvindt en dat daarbij gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling past binnen regionale afspraken en dat sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 5.9 van deze onderbouwing is gemotiveerd dat er in regionaal verband voldoende ruimte is voor de toevoeging van maximaal 10 woningen en dat met deze ontwikkeling sprake is van een duurzame stedelijke ontwikkeling. Er is immers sprake van: • een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving. Dit blijkt uit de motivering in hoofdstuk 5 van deze onderbouwing; • zorgvuldig ruimtegebruik. Er is sprake van een bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied, waar voorheen een vrijstaande woning stond maar nu een concrete herinvulling krijgt met 10 grondgebonden woningen. Er is dan ook sprake van een verantwoorde verdichting; • klimaatadaptatie. Hemelwater dat op verhard oppervlak terecht komt, wordt binnen het projectgebied verwerkt. Conform gemeentelijk beleid zal 60 mm per vierkante meter worden vastgehouden en infiltreren, waarschijnlijk

21/69

• • •

(deels via een infiltratieriool onder het parkeerhofje). Bestaande bomen rondom het projectgebied zullen zo veel mogelijk behouden blijven en geven schaduw tegen hittestress. toepassing van duurzame energie. De woningen worden gebouwd volgens de hedendaagse duurzaamheidseisen waardoor de energiebehoefte zo min mogelijk is. een bijdrage aan een duurzame, concurrerende economie. Het project betreft een lokaal woningbouwplan dat concurrerend is met andere kleinschalige woningbouwplannen in de regio. mogelijkheden voor duurzame mobiliteit zijn gelet op de ligging van het projectgebied (kern in stedelijk concentratiegebied, nabij een OV-knooppunt) aanwezig. Op loop-/fietsafstand (800 meter) is het centrum van Nuenen gelegen, met sportvoorzieningen, een cultureel centrum, een gezondheidscentrum, horeca, detailhandel en supermarkt. Ook is op ongeveer 200 meter een bushalte aanwezig (HOV Europalaan, ongeveer drie tot zes bussen per uur richting ov-knooppunt Eindhoven Station, te bereiken in ongeveer 15 minuten).

De overige regels binnen dit werkingsgebied (Toedeling beheer vaarwegen, Veehouderij in stedelijk gebied, Windturbine in stedelijk gebied, Ruimte-voor-Ruimtekavel) zijn niet aan de orde omdat hiervan geen sprake is bij dit project. Beperkingen grootschalige logistiek. Artikel 5.56a (Grootschalige logistiek) stelt beperkingen aan de ontwikkeling van grootschalige logistiek. Deze regels zijn niet aan de orde omdat hiervan geen sprake is bij dit project. Stalderingsgebied Binnen het Stalderingsgebied (Artikel 5.66 Aanvullende regels stalderen) gelden regels over de toename van de oppervlakte aan dierenverblijf voor hokdieren op agrarische bedrijven. Dit project heeft geen betrekking op een bestaand of nieuw agrarisch bedrijf. De regels voor stalderingsgebieden zijn in dit geval dan ook niet relevant. Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 5.1.2 van de TAM-Omgevingsverordening is bepaald dat bij de evenwichtige toedeling van functies aan locaties invulling moet worden gegeven aan een veilige, gezonde leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit. Daarbij moet rekening worden gehouden met een zorgvuldig ruimtegebruik, de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering, en meerwaardecreatie. Van zorgvuldig ruimtegebruik is in dit geval duidelijk sprake.

Een ruim bestaand bouwperceel binnen bestaand stedelijk gebied waar voorheen één vrijstaande woning stond wordt herontwikkeld. In de nieuwe situatie komen op dezelfde plaats 10 duurzame grondgebonden sociale huurwoningen terug, waardoor op een verantwoorde wijze verdichting plaatsvindt. Zoals in paragraaf 5.9 van deze onderbouwing te lezen is, is voor de toevoeging van woningen toepassing gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Bij de lagenbenadering komen de volgende lagen en thema's aan de orde: • de ondergrond, zoals het bodem- en watersysteem, aardkundige en archeologische waarden; • de netwerklaag, zoals natuurnetwerk, energienetwerk, infrastructuur inclusief waterwegen, en een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer • de bovenste laag, zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op lucht, milieu, veiligheid en een gezonde leefomgeving. Al deze aspecten komen terug in deze onderbouwing bij de bopa-omgevingsvergunning. In het kort kan voor al deze aspecten geconcludeerd worden dat het project voorziet in een duurzame ontwikkeling, waarbij voldoende rekening is gehouden met de verschillende thema’s binnen de lagen (zie Hoofdstuk 5 Beoordelingsregels fysieke leefomgeving).

Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Daaronder wordt in ieder geval verstaan de mogelijkheid om opgaven en

22/69

ontwikkelingen te combineren. Ook de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn wordt als meerwaarde gezien. Ten slotte kan ook de fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit (Kwaliteitsverbetering landschap) in het buitengebied deel uitmaken van de meerwaardecreatie. In dit geval zit de meerwaarde voor de omgeving erin dat de ontwikkeling een verantwoorde wijze van verdichting binnen bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, met behoud van zo veel mogelijk groen en parkeren en waterberging op eigen terrein. Daarmee geeft de ontwikkeling een kwaliteitsimpuls aan de woonbuurt. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen voor dit plan zijn en dat er sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Overige instructieregels Overige instructieregels zijn voor dit plan niet relevant. Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling binnen de regels van de TAM-Omgevingsverordening Noord-Brabant.

4.3

Regio

In regionaal verband zijn de 'Brabantse Agenda Wonen', de Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant (afspraken met Stedelijke Regio Eindhoven) en het 'Afsprakenkader Wonen SGE 2022' van belang voor dit project. Daarnaast zijn in alle woningbouwplannen de zeven 'Brainport principes' leidend. 4.3.1 Brabantse agenda Wonen De Brabantse Agenda Wonen is een agenda op hoofdlijnen en stippelt een koers uit voor (verdere) regionale samenwerking en vernieuwing van de woningbouwafspraken. Daarin nodigt de provincie alle subregio’s uit om, samen met relevante partijen op de woningmarkt en de provincie, een regionaal perspectief op wonen te ontwikkelen. Versnelling van de woningbouwproductie, vernieuwing en verduurzaming van de bestaande woningvoorraad en het ombouwen van leegstaand vastgoed naar woningen zijn belangrijke doelen van de Brabantse Agenda Wonen. In deze agenda geeft de provincie aan welke accenten er de komende jaren liggen bij het bouwen en wonen en hoe zij zich hiervoor gaat inzetten. In de Brabantse Agenda Wonen wordt genoemd dat ruim baan moet worden gegeven voor goede plannen. “Een beleid gericht op een duurzame verstedelijking en zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik biedt ruim baan voor ‘goede plannen’ binnen het bestaand stedelijk gebied van steden en dorpen.

Ruim baan dus voor woningbouw op geschikte inbreidings-, herstructurerings- en transformatielocaties en in leegstaand vastgoed, die aansluit op een actuele vraag en snel in aanbouw kan worden genomen.” Per gemeente is een indicatie (met bandbreedte) gegeven van de planningsruimte voor woningbouw in de komende jaren. In de TAM-omgevingsverordening is bepaald dat deze ‘programma-indicatie’ richtinggevend is voor de (sub)regionale woningbouwplanning en -programmering en de hierover te maken regionale afspraken. Projecten die voorzien in de nieuwbouw van woningen of anderszins leiden tot een (netto) toename van de woningvoorraad, dienen te passen binnen dit regionale afsprakenkader. Toetsing Uit de Brabantse Agenda Wonen blijkt dat de provincie ruim baan wil geven bij herontwikkeling. Er moeten snel meer woningen worden gebouwd. Plannen voor herbestemming van leegstaande locaties of plannen voor inbreiding krijgen voorrang op uitbreidingslocaties. Bij dit project wordt een ruim woonperceel binnen bestaand stedelijk gebied benut om te verdichten. Er is dan ook sprake van inbreiding zonder nieuw ruimtebeslag. De vrijstaande woning met ruime tuin maakt plaats voor 10 grondgebonden sociale huurwoningen. Er is aantoonbaar grote behoefte aan sociale huurwoningen.

23/69

De ontwikkeling past dan ook binnen de uitgangspunten van de Brabantse Agenda Wonen. 4.3.2 Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant Op 9 maart 2023 is de Woondeal Zuidoost- Brabant getekend. Rijk, Provincie, MRE-gemeenten en woningcorporaties starten hiermee een langjarige samenwerking om de woningbouwproductie in de regio te vergroten. De regio Zuidoost-Brabant staat voor de opgave om minimaal 45.135 woningen toe te voegen in de periode 2022 t/m 2030. Een gigantische opgave waar Rijk, Provincie Noord-Brabant, regiogemeenten en corporaties zich gezamenlijk voor gaan inzetten. In de Woondeal zijn afspraken gemaakt over ieders rol en bijdrage aan deze opgave. In de regionale woondeal Zuidoost-Brabant staat voor gemeente Nuenen c.a. het te bouwen aantal van netto 760 woningen tot en met 2030, waarvan tweederde betaalbaar (30% sociaal, 16% middenhuur en 20% betaalbare koop). Toetsing In paragraaf 5.9 van deze onderbouwing vindt in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking een toets aan de Regionale Woondeal Zuidoost-Brabant plaats. Op deze plaats volstaat de conclusie dat er conform de regionale woondeal zowel kwalitatief als kwantitatief nog ruim voldoende ruimte is om de 10 sociale huurwoningen (per saldo toevoeging van 9 woningen aan de woningvoorraad) te realiseren.

4.3.3 Afsprakenkader Wonen SGE 2022 De negen gemeenten in het Stedelijk Gebied Eindhoven (hierna SGE) werken regionaal intensief samen op het thema 'wonen'. De druk op de woningmarkt is groot, met flinke woningtekorten en de gezamenlijke opgave om te komen tot een versnelling van de woningbouwplannen in de SGE-regio wordt breed gevoeld. Met het afsprakenkader wordt de kwaliteit, betaalbaarheid, innovatie, diversiteit en duurzaamheid gewaarborgd. Toetsing In 2020 bundelden 13 woningcorporaties in Zuidoost-Brabant en de 9 gemeenten uit het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) hun krachten in de samenwerking WoonST. Het doel van WoonST is sneller betaalbare en duurzame sociale huurwoningen realiseren. Dat kan niet alleen doordat de bouwers gestandaardiseerd bouwen, maar ook doordat de gemeenten de bouwaanvragen veel sneller kunnen toetsen, omdat alle details al eerder getoetst zijn. Na een succesvolle samenwerking WoonST 1.0, waarbij uiteindelijk meer dan 1000 woningen gerealiseerd worden, wordt de samenwerking voortgezet in WoonST 2.0. De beoogde ontwikkeling is onderdeel van WoonST. De realisatie van 10 sociale huurwoningen aan de Lyndakkers 31 in de wijk Nuenen-Zuid dragen bij aan de ambities die het Stedelijk Gebied Eindhoven zich heeft voorgenomen in haar Visie op Wonen.

Doordat de ontwikkeling meer sociale huurwoningen in de wijk Nuenen-Zuid brengt, zodat inwoners van alle segmenten in deze wijk kunnen (blijven) wonen. 4.3.4 Brainport principes Op 5 maart 2020 is het regionale beleidsdocument 'Concretisering brainport principes' vastgesteld. Voor alle gemeenten die deel uitmaken van het Stedelijk Gebied Eindhoven geldt dat alle nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen te worden ontwikkeld aan de hand van 7 Brainport Principes. Inmiddels zijn de brainport principes opgenomen als onderdeel van het afsprakenkader wonen SGE 2022. In het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking (paragraaf 5.1) wordt ingegaan op de kwantitatieve woningbouwafspraken uit het afsprakenkader wonen SGE 2022. Hieronder wordt ingegaan op de brainport principes. De Brainport Principes zijn: 1. Koesteren van Identiteit; 2. Ruimte voor Innovatie; 3. Invloed voor bewoners; 4. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus: de wauw-factor; 5. Vraaggericht ontwikkelen;

24/69

6. Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking. Bij een inbreidingsplan in een grote kern (waartoe Nuenen behoort) van 75 of meer woningen wordt het plan voorgelegd aan het coördinatieteam. Bij minder dan 75 woningen toetst de gemeente zelf of is voldaan aan de brainportprincipes. In de volgende alinea is een verantwoording van de brainport principes opgenomen. Bij dit project wordt één grondgebonden woning gesloopt om plaats te maken voor 10 nieuwe woningen. Er wordt ontwikkeld voor een specifiek vraag, te weten sociale huur. De ontwikkeling sluit dan ook aan bij de huidige woonbehoefte en het lokale schaalniveau. Er is sprake van een gezonde verstedelijking doordat een bestaand bouwperceel binnen het stedelijk gebied intensiever wordt benut. De nieuwe woningen sluiten qua positionering en bouwhoogte aan bij de omliggende woningen, waardoor de nieuwbouw niet ten koste gaat van de identiteit van de bestaande buurt. De nieuwe woningen zullen voldoen aan hedendaagse duurzaamheidseisen en klimaatadaptatie krijgt ook aandacht, door onder meer hemelwaterberging op eigen terrein en vergroening. Woningstichting Helpt Elkander heeft het plan in overleg met bewoners en omwonenden ontwikkeld. In hoofdstuk 3 is het participatietraject omschreven. Het project voldoet dan ook aan de brainport principes.

4.4

Gemeente

4.4.1 Omgevingsvisie Nuenen Op 30 september 2021 is de Omgevingsvisie Nuenen vastgesteld. In de omgevingsvisie staat het toekomstbeeld van de leefomgeving. Dit betreft de ruimte waarin men woont, werkt, elkaar ontmoet en vrije tijd doorbrengt: de dorpen, bedrijventerreinen, het centrum, de sportvelden en het buitengebied met haar natuur, agrarisch landschap en recreatie. De visie beschrijft de kernkwaliteiten van Nuenen, benoemt de opgaven voor de fysieke leefomgeving en hoe deze samenkomen. In de visie wordt op drie thema's gewerkt aan een hoogwaardige woon- en leefomgeving, namelijk: • Wonen en ruimtelijke planvorming; • Een nog aantrekkelijker centrum; • Groene woon- en leefomgeving.

25/69

Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie Nuenen met het projectgebed blauw omcirkeld.

Volgens de visiekaart van de omgevingsvisie ligt het projectgebied net buiten het centrum van de kern Nuenen. De ambitie is om de bestaande woon- en leefomgeving te versterken. Wonen en ruimtelijke planvorming Nuenen is een aantrekkelijke gemeente voor gezinnen en blijft dat. Maar er zijn meer woningen voor andere groepen nodig. De gemeente richt zich op het inclusief bouwen: kleinere, betaalbare woningen. Voor iedereen en met name voor jongeren en ouderen. Deze zijn er te weinig in Nuenen. Voor ouderen wordt gezocht naar levensloopgeschikte woningen in de buurt van voorzieningen. Voor starters en jonge gezinnen moeten er betaalbare huur- en koopwoningen komen. Voor het toevoegen van woningen wordt bij voorkeur voor transformatie van bestaande gebouwen en losse bedrijfspercelen binnen de kernen gekozen. Na transformatie komt inbreiding (nog open locaties binnen de kernen) en als laatste optie uitbreiding in het buitengebied. Het toevoegen van woningen kan betekenen dat dichter en hoger moet worden gebouwd. Randvoorwaarde hierbij is dat het niet ten koste mag gaan van het dorpse karakter. Nuenen-Zuid krijgt als het gaat om leefbaarheid specifieke aandacht (behoud en versterken van voorzieningen en toekomstbestendig maken woningaanbod).

Randvoorwaarde bij de ruimtelijke ontwikkeling van Nuenen-Zuid is het groen en water in de wijk, samen met aantrekkelijke langzaam verkeersroutes en ruimte voor spelen, bewegen en ontmoeten. Een groene woon- en leefomgeving Groen heeft een brede en belangrijke functie ook voor de gezondheid: het verkoelt, geeft ruimte voor sporten en spelen en inspireert. Daarom wil de gemeente het groen in de kernen behouden en de kwaliteit waar mogelijk verbeteren. Dit wordt gedaan volgens de volgende principes:

26/69

1. Kwaliteitsverbetering van groen heeft prioriteit boven kwantitatieve uitbreiding. Realiseren door: a. Toegankelijkheid: het groen wordt zoveel mogelijk ingezet om spelen en bewegen te bevorderen. b. Biodiversiteit: er worden meer verschillende soorten planten, struiken en bomen gepland (dit gaat ziekten en plagen tegen) en er komen kleurrijke en bloemrijke bermen (vormt leefruimte voor insecten en dergelijke). c. Verbinding: het groen in de kernen wordt nog beter verbonden met het robuuste landschap. 2. Slim ruimtegebruik: de ruimte is beperkt, daarom moet er gekeken worden naar meekoppelkansen, zoals klimaatadaptatie en bevordering van beweging. 3. Het bestaande oppervlak aan groen wordt behouden en op bepaalde plekken kan er gericht groen worden toegevoegd en/of verbeterd. Door de woningbouwopgave kan het zijn dat groen op een plek moet verdwijnen. Dit mag alleen mits dit binnen de gemeente wordt gecompenseerd (bij voorkeur binnen het projectgebied zelf). Het toevoegen van groen kan ook door groene daken en gevels. Dit is dan wel als extra, naast het bestaande groen in de openbare ruimte (en geldt niet als compensatie). Gezondheid als verbindende factor In de Omgevingsvisie Nuenen wordt onderscheid gemaakt tussen gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering.

Bij gezondheidsbevordering zet de gemeente in op een fysieke leefomgeving die een gezonde leefstijl bevordert door de fysieke leefomgeving dusdanig in te richten dat deze uitnodigt om te bewegen en te ontmoeten. Gezondheidsbescherming gaat over het borgen van milieukwaliteit en een fysiek veilige leefomgeving. Gemeente Nuenen c.a. hanteert de volgende speerpunten voor gezondheid: 1. Veiligere leefomgeving: Het gaat hierbij om het terugbrengen van risico’s tot een acceptabel niveau. Voor de fysieke leefomgeving wordt bij ontwikkelingen in een zo vroeg mogelijk stadium rekening gehouden met de veiligheidsrisico’s van branden, rampen en crises. Maar denk ook aan bijvoorbeeld verkeersveiligheid en sociale veiligheid. 2. Luchtkwaliteit: Hiervoor geldt het ‘stand still’ principe; de luchtkwaliteit mag per saldo niet verslechteren. De landelijke wettelijke norm geldt als maximum. 3. Geluid en trilling: Ook voor geluid en trillingen geldt het ‘stand still’ principe; de geluids- en trillingenhinder mag per saldo niet verslechteren. De landelijke wettelijke norm geldt als maximum. 4.

Bodem en grondwater: Bij toekomstige ontwikkelingen en beleidsuitwerking moet het bodem- en watersysteem integraal worden meegewogen als onderdeel van een gezonde leefomgeving, zowel in relatie tot andere beleidsthema’s (zoals verdroging, wateroverlast, eutrofiëring, maar ook aan de gevolgen van het gebruik van de bodem voor aardwarmte) als in relatie tot ketenpartners (waterschappen) en buurgemeenten. 5. Bewegen: De ambitie is dat de fysieke leefomgeving voor alle inwoners zo uitnodigend mogelijk is om in te bewegen. Binnen de kernen heeft de gemeente een taak door bijvoorbeeld het toevoegen van (vrij liggende) fietspaden, een fiets- en wandelvriendelijk centrum, wandelafstanden bij parkeernormen, beweegmogelijkheden binnen het groen en andere (openbare) ruimten, en meer speel- en sportplekken voor jongeren en kinderen. 6. Groen en rust: Groen en rust hebben een positief effect op de gezondheid. Een groene omgeving helpt daarnaast ook de toekomstige risico’s van klimaatverandering op te vangen, zoals hittestress en waterveiligheid. Nieuwe ontwikkelingen in de gemeente Nuenen mogen deze kwaliteiten (net als de andere kwaliteiten) niet onevenredig schaden. 7. Goede voorzieningen en woningen: Inwoners moeten zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Er moeten voldoende woningen zijn waarbij dat kan, met passende voorzieningen.

Daarbij is specifieke aandacht voor ouderen, jongeren (starters) en Sinti. 8. Sociale gezondheid: Zelfredzaamheid en sociale cohesie zijn van belang. De gemeente zet zich samen met verenigingen, ondernemers en maatschappelijke organisaties in om dit zo veel mogelijk te ondersteunen en stimuleren. Vitale samenleving Gemeente Nuenen c.a. gaat voor een vitale samenleving, waar mensen gezond kunnen leven en mee kunnen doen. Dit is een thema waarbij de meeste initiatieven vanuit de samenleving zelf moeten komen. De gemeente gaat gezondheid en elkaar ontmoeten wel stimuleren. Hiervoor maken we de volgende keuzes. De meeste keuzes zijn ook al onder het thema gezondheid naar voren gekomen, daarom worden ze hier beknopt weergegeven:

27/69

• • • • •

Faciliteren van initiatieven uit de samenleving voor een vitale samenleving waarin iedereen mee kan doen. Behouden, verbeteren en benutten van voorzieningen en accommodaties. Openbare ruimte inzetten voor spelen, bewegen en ontmoeten. Ruimte voor evenementen (met aandacht voor inclusiviteit en de omgeving). Aandacht voor sociale veiligheid.

Toetsing In het kader van de versnellingsopgave woningbouw en de grote behoefte aan sociale huurwoningen wil Woningstichting Helpt Elkander een ruim woonperceel met vrijstaande woning herontwikkelen naar een woningontwikkeling met 10 grondgebonden sociale huurwoningen. De woning is inmiddels gesloopt en de tuin is vrijgemaakt om de ontwikkeling te realiseren. Er is sprake van een verantwoorde verdichting omdat de ontwikkeling qua korrelgrootte aansluit op de omgeving en geen waardevol groen verloren gaat. De woningen worden gebouwd volgens de hedendaagse duurzaamheidseisen, waarmee een bijdrage geleverd aan de warmtetransitie. Door binnen een bestaande woonbuurt te slopen en te verdichten (en te vergroenen) wordt invulling gegeven aan de voorkeur om woningen toe te voegen middels herontwikkeling en verdichting. De ontwikkeling past voor wat betreft de bouwhoogte binnen het dorpse karakter. In het volgende hoofdstuk van deze motivering wordt verder ingegaan op de gevolgen van de ontwikkeling voor de fysieke leefomgeving. Daarbij wordt voor alle relevante omgevingsaspecten (waaronder verkeersveiligheid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, geluid, trillingen, geur, en bodem- en grondwater) afgewogen dat met de voorgenomen ontwikkeling sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan de betreffende locatie.

De woningen liggen dicht bij het centrum van Nuenen en winkelcentrum Kernkwartier en er ligt een HOV-halte op korte afstand. Deze geringe afstanden kan bewoners uitnodigen om de auto te laten staan en te voet of op de fiets naar het (winkel)centrum te gaan of het OV richting Eindhoven te nemen. Dit draagt bij aan bewegen en ontmoeten, en daarmee aan een vitale samenleving en de gezondheid van de bewoners.

Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie

28/69

Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie

In voorgaande afbeeldingen is te zien welke maatregelen worden genomen in het kader van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Zo wordt hemelwater op eigen terrein opgevangen, vastgehouden en geïnfiltreerd middels halfverharding en infiltratievoorzieningen, blijven bestaande bomen behouden en wordt nieuwe beplanting toegevoegd (ecologisch van waarde en tegengaan hittestress), en zullen aan de nieuwe woningen maatregelen worden getroffen ten behoeve van gebouwbewonende soorten. Om wat voor infiltratievoorzieningen het zal gaan wordt door initiatiefnemer in samenspraak met de gemeente nader bepaald. Op voorgaande afbeeldingen staan infiltratiekratten ingetekend, maar mogelijk wordt gekozen voor een infiltratieriool. Gelet op het voorgaande wordt bij de voorgenomen ontwikkeling rekening gehouden met alle thema's uit de Omgevingsvisie Nuenen. De ontwikkeling past dan ook binnen de uitgangspunt van deze visie. 4.4.2 Programma Wonen 2020-2030 In dit programma dat in juli 2020 is vastgesteld, wordt onder andere aangegeven wat de woningvoorraad nodig heeft: • Kleiner, betaalbaarder, levensloopgeschikter; • Nieuwbouw zorgt voor doorstroming; • Kwaliteit boven aantallen, wel versnellen; • Nieuwbouw is levensloopgeschikt en energieneutraal.

In het Programma Wonen is het volgende toetsingskader voor nieuwe woningbouwplannen opgenomen, op basis waarvan wordt afgewogen of medewerking kan worden verleend. In het linkerdeel van het schema staan enkele voorwaarden waar een woningbouwlocatie aan moet voldoen om überhaupt in aanmerking te kunnen komen voor medewerking door de gemeente. In het rechterdeel staan vervolgens enkele kwalitatieve randvoorwaarden genoemd waar de nieuwbouw aan moet voldoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16001537/1