Kloostertuin - Bopa
Tekst van het document
Inmiddels is in de regiodeal afgesproken dat Nuenen zich inzet om netto 760 woningen toe te voegen aan de voorraad, waarvan een fors deel betaalbaar. Dit project geeft daar mede invulling aan. De ontwikkeling past binnen de regionale verstedelijkingsafspraken. In het programma wonen ligt de focus op kleiner, betaalbaarder en inbreiding. Het plan geeft daar invulling aan. De behoefte aan sociale huurappartementen blijkt ook uit het regionaal woningbehoefteonderzoek. Met dit plan is sprake van een herinvulling en betere benutting van een bestaande locatie binnen het bebouwd gebied van Nuenen. Gelet op het voorgaande is het project niet in strijd met de instructieregels inzake de ladder voor duurzame verstedelijking. Het is niet nodig om voor dit aspect voorschriften aan de vergunning te verbinden.
5.17 Nationale belangen 5.17.1 Instructieregels Ter bescherming van enkele nationale belangen binnen de fysieke leefomgeving heeft het Rijk in paragraaf 5.1.6 en 5.1.7 van het Bkl enkele instructieregels meegegeven. Het gaat om instructieregels om enerzijds ruimte voor toekomstige functies van nationaal belang te waarborgen en anderzijds om de staat en de werking van infrastructuur of voorzieningen te behoeden voor nadelige gevolgen van activiteiten. Gemeenten moeten in het omgevingsplan rekening houden met deze instructieregels. 5.17.2 Toetsing Hierna volgt een opsomming van de in paragraaf 5.1.6 en 5.1.7 van het Bkl opgenomen, met daarbij in cursief benoemd de relevantie voor dit project: 1. Behoud van ruimte voor toekomstige functies: a. Autowegen, autosnelwegen en hoofdspoorwegen; Het projectgebied is niet gelegen binnen een zone die is gereserveerd voor aanleg of uitbreiding van een autoweg, autosnelweg, hoofdspoorweg
69/74
b. Buisleidingen van nationaal belang; Het projectgebied is niet gelegen binnen een zone die is gereserveerd voor aanleg of instandhouding van een buisleiding van nationaal belang. c. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; Het projectgebied ligt niet binnen of nabij de bij aangewezen aanleggebieden voor Maasvlakte 2 en compensatie. 2. Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten: a. Landsverdediging en nationale veiligheid; Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een militair terrein of terrein met een militair objecten, oefen- en schietgebieden, militaire zend- en ontvangstinstallaties, en laagvliegroutes voor jacht- en transportvliegtuigen. Wel ligt het projectgebied binnen een invloedsgebied van een militaire radar. Het projectgebied ligt namelijk binnen het radarverstoringsgebied van Radarstation Herwijnen, waarbinnen windturbines het radarbeeld kunnen verstoren. Daarom geldt hier een bouwbeperking voor windturbines hoger dan 90 m boven NAP. Dit project maakt echter geen windturbines of andere bouwwerken met een dergelijke bouwhoogte mogelijk. b. Elektriciteitsvoorziening; Het project heeft geen betrekking op een locatie voor/nabij een grootschalige elektriciteitsopwekking, kernenergiecentrale of hoogspanningsverbinding met een spanning van tenminste 220 kV. c.
Rijksvaarwegen; Het projectgebied heeft geen betrekking op een locatie voor/nabij rijksvaarwegen. d. Communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor de burgerluchtvaart; Het projectgebied is niet gelegen binnen een gebied waar voor bouwwerken beperkingen gelden vanwege mogelijke verstoring van communicatie-, navigatie- en radarapparatuur voor burgerluchtvaart. Het projectgebied is wel gelegen binnen meerdere radarverstoringsgebieden voor windturbines (zie sub a.). e. Landelijke fiets- en wandelroutes; Doorheen het projectgebied of over de direct aangrenzende wegen of paden lopen geen landelijke fiets- of wandelroutes. f. Hyperscale datacentra: Het projectgebied heeft geen betrekking op een locatie voor/nabij rijksvaarwegen. 5.17.3 Conclusie Gelet op het voorgaande is het project niet in strijd met de instructieregels ten behoeve van nationale belangen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Het is niet nodig om voor dit aspect voorschriften aan de vergunning te verbinden.
5.18 Toegankelijkheid openbare buitenruimte 5.18.1 Instructieregels In artikel 5.162 van het Bkl is bepaald dat als een omgevingsplan voorziet in nieuwe ontwikkelingen met gevolgen voor de inrichting van de openbare buitenruimte, in dat omgevingsplan rekening moet worden gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. Hetzelfde uitgangspunt geldt voor een bopa waarmee van het omgevingsplan wordt afgeweken. 5.18.2 Toetsing Dit project gaat gepaard met de aanleg van openbaar gebied rondom de nieuwe woongebouwen. Het openbaar gebied wordt als een park ingericht. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe deze openbare ruimte exact zal worden ingericht, aangezien ook nog niet bekend is hoe de woongebouwen vorm zullen worden gegeven. Om richting de opvolgende fase van de bopa juridisch te waarborgen dat bij de inrichting van de openbare ruimte rekening wordt gehouden met mensen met een functiebeperking, wordt het volgende voorschrift aan de vergunning verbonden: • Bij de inrichting van de openbare buitenruimte worden rekening gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van die openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.
70/74
5.18.3 Conclusie Dit project gaat gepaard met aanleg / herinrichting van openbare ruimte. Momenteel is nog niet bekend hoe die openbare ruimte er exact komt uit te zien. Voor de opvolgende fase van deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt een voorschrift meegegeven ter bevordering van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking.
71/74
6. ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID 6.1
Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal
In dit hoofdstuk wordt getoetst of de betreffende ontwikkeling economisch niet evident onuitvoerbaar is. Dit houdt in dat: 1. de ruimtelijke ontwikkeling niet evident financieel onuitvoerbaar mag zijn en 2. als de ruimtelijke ontwikkeling kostenverhaalplichtige activiteiten omvat, het kostenverhaal verzekerd moet zijn. 6.1.1 Financiële uitvoerbaarheid Voor wat betreft de financieel-economische uitvoerbaarheid dient te worden beoordeeld of de ontwikkeling financieel haalbaar is. Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. Deze aanvraag om omgevingsvergunning voor de bopa regelt de planologische toestemming om in afwijking van het omgevingsplan te mogen bouwen en deze bouwwerken vervolgens te mogen gebruiken. De gemeente Nuenen c.a. is de aanvrager van de omgevingsvergunning in de eerste fase. De kosten voor het voorbereiden en toetsen van de vergunningaanvraag komen voor eigen rekening van de gemeente en zijn reeds opgenomen in de begroting. Vervolgens wordt een ontwikkelende partij geselecteerd die het project daadwerkelijk mag gaan realiseren en daarbij kosten- en risicodragend zal zijn. Bij het selecteren van een partij wordt beoordeeld of deze financieel daadkrachtig genoeg is om deze verplichtingen op zich te nemen.
Dit is van belang voor de opvolgende (tweede) fase, en dus niet voor voorliggende aanvraag om omgevingsvergunning voor de bopa. 6.1.2 Kostenverhaal Indien de bopa nieuwe kostenverhaalplichtige activiteiten mogelijk maakt is kostenverhaal aan de orde. Een project is financieel onuitvoerbaar als het kostenverhaal van door het project mogelijk gemaakte kostenverhaalplichtige bouwactiviteiten en gebruikswijzigingen als aangewezen in artikel 8.13 Omgevingsbesluit niet is geregeld. In dit geval is sprake van “de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie” en daarmee van een kostenverhaalplichtige bouwactiviteit en gebruikswijziging. De realisatie van de het project zal echter plaatsvinden door een vooraf geselecteerde ontwikkelende partij en vindt dan ook voor rekening en risico van die partij plaats. Gemeente Nuenen c.a. zal de gronden vooraf in eigendom overdragen. Voor de gemeente zijn er dan ook geen financiële risico’s en de ontwikkeling is niet evident economisch onuitvoerbaar.
72/74
7. EVENWICHTIGE TOEDELING VAN FUNCTIES AAN LOCATIES Belangenafweging Het bevoegd gezag mag alleen een omgevingsvergunning voor een bopa verlenen als aan de beoordelingsregels uit afdeling 8.1 van het Bkl wordt voldaan. Zo wordt de vergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, tweede lid van het Bkl). In dat kader vindt in hoofdstuk 4 van deze onderbouwing een toets aan het relevante beleid op diverse overheidsniveaus plaats. Hieruit volgt dat de ontwikkeling past binnen het van de verschillende overheden. Daarnaast is in hoofdstuk 3 beschreven op welke wijze omwonenden bij het project zijn betrokken. Hieruit volgt dat omwonenden en andere relevante belanghebbenden intensief zijn betrokken bij de totstandkoming van het masterplan. Omdat deze omgevingsvergunning voor de bopa een juridische uitwerking van het masterplan betreft, is geen nieuw participatietraject gestart. Omwonenden en andere belanghebbenden krijgen in het kader van de wettelijke procedure de gelegenheid om op het (ontwerp)besluit te reageren. Ten slotte moet in elk geval worden getoetst aan de instructieregels voor het omgevingsplan uit hoofdstuk 5 van het Bkl en de instructieregels in de verordening van de provincie voor het omgevingsplan (artikel 8.0b, eerste lid, sub a en b van het Bkl).
In hoofdstuk 5 van deze onderbouwing is voor diverse aspecten van de fysieke leefomgeving beoordeeld of aan deze instructieregels wordt voldaan en of er met het project sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hieruit volgt dat de ontwikkeling verantwoord is gelet op een veilige en gezonde leefomgeving. Wel is het voor bepaalde aspecten van de fysieke leefomgeving nodig om dit te waarborgen door vergunningvoorschriften op te nemen. Vergunningvoorschriften Om een en ander juridisch te waarborgen richting de opvolgende fase van de bopa, worden voor de volgende aspecten voorschriften aan de vergunning verbonden: • Bouwregels: Bij de vergunning wordt een verbeelding opgenomen waarop bouw- en maatvoeringsaanduidingen zijn opgenomen waaraan bouwvoorschriften zijn gekoppeld; • Parkeren: Hiermee wordt gewaarborgd dat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden aangelegd. • Water: Hiermee wordt gewaarborgd dat hemelwater op eigen terrein wordt opgevangen en verwerkt en afvalwater gescheiden van het hemelwater wordt aangeboden aan bestaande rioolsysteem ter plaatse. • Bomen: Bij het verdere ontwerp van het bouwplan moet rekening worden gehouden met boomzones die gedeeltelijk over bouwvelden vallen. • Bodem: Bodemsanering is nodig voordat ter plaatse van de betreffende verontreiniging bouw- of aanlegactiviteiten mogen plaatsvinden.
• Toegankelijkheid openbare ruimte: Bij de inrichting van de openbare buitenruimte moet rekening worden gehouden met het belang van het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen met een functiebeperking. • Kostenverhaal: In een anterieure overeenkomst met de ontwikkelende partij maakt gemeente Nuenen c.a. afspraken over het kostenverhaal, waarbij wordt afgesproken dat de realisatie van het project voor rekening en risico van de ontwikkelend partij zal zijn. Daarnaast is hoogstwaarschijnlijk een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig, vanwege gebouwbewonende vleermuizen die met de sloop van de gymzaal worden verstoord. Provincie Noord-Brabant is hiervoor het bevoegd gezag en de aanvraag van deze vergunning verloopt separaat van deze bopa. Er is geen aanhaakplicht en de noodzaak voor een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit op zich is geen reden om de bopa niet te kunnen verlenen. Conclusie Gelet op de belangenafweging die heeft plaatsgevonden en met inachtneming van de voorschriften die aan de vergunning voor de bopa worden verbonden, is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
73/74
BIJLAGEN Bijlage 1. Masterplan Kloostertuin Bijlage 2. Aanmeldnotitie mer (Rho Adviseurs) Bijlage 3. Parkeeronderzoek (Exante) Bijlage 4. Bomen effect analyse (Van Helvoirt) Bijlage 5. Stikstofdepositieberekening (ODZOB) Bijlage 6. Quickscan flora en fauna (Tritium) Bijlage 7. Akoestisch onderzoek industrielawaai (De Roever Omgevingsadvies) Bijlage 8. Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek (Tritium) Bijlage 9. Nader asbestonderzoek (Tritium) Bijlage 10. Archeologisch en Cultuurhistorisch bureauonderzoek (Archis) Bijlage 11. Archeologisch proefsleuvenonderzoek (RAAP) Bijlage 12. Bezonningstudie (Rho Adviseurs / Cradle Media)
74/74