Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2025-2040 - Rapportage IHP Onderwijs Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Tekst van het document
2032-2034 € 6.453.615,-
Achtergrond De Crijnsschool kampt in het oorspronkelijke “vaste” gebouw met een (normatief) ruimtetekort en de volgens de prognoses zal de leerlingengroei aanhouden. De gemeente en het schoolbestuur hebben in 2020-2023 geïnvesteerd in dak, kozijnen, gevels en installaties en toch blijkt uit de QuickScan dat het gebouw slechts van redelijke kwaliteit is. Het ligt voor de hand om het complex (inclusief de tijdelijke lokalen) nog enkele jaren door te exploiteren om desinvesteringen te voorkomen. Daarna is zorgplicht aan de orde, waarbij het van belang is om de businesscase op dat moment in relatie te beoordelen met de dan noodzakelijke capaciteitsuitbreiding voor de kinderen in Nuenen-West (zie businesscase A). Grondslag De Crijnsschool heeft een Rooms-Katholieke grondslag. Stichting Eenbes is het bevoegd gezag. Locatie Het betreft een voorziening op grond van gemeentelijke zorgplicht door vervangende nieuwbouw of levensduurverlengende renovatie. Realisatietermijn Deze businesscase wordt vanwege eerdere investeringen doorgeschoven naar de volgende uitvoeringstermijn. Daarmee ontstaat ook de kans om aan te sluiten bij de dan actuele leerlingenverwachting van Nuenen-West. Beoogde realisatie in de periode 2032-2034. Uitwerking In de businesscase is toekomstvaste huisvesting voor de Crijnsschool te realiseren tussen 2032 en 2034.
Daar, met oog voor mogelijke uitbreidingsbehoeften als gevolg van de ontwikkeling van het zuidelijke deel van Nuenen-West. Hierbij worden twee scenario's grondig onderzocht en afgewogen: renovatie of vervangende nieuwbouw (inclusief uitbreiding), waarbij ook kansen in relatie tot het ontwikkelingen in het zuidelijke deel van Nuenen-West kunnen worden meegewogen. Ook wordt de beschikbaarheid in het voedingsgebied van voldoende kindvoorzieningen meegenomen, om een weloverwogen besluit te kunnen nemen. Randvoorwaarden De bouwheer komt met een effectief en efficiënt voorstel, rekening houdend met de financiële kaders en uitgangspunten. Daarbij zal in het programma van eisen een nadere analyse moeten plaatsvinden van de normatieve ruimtebehoefte van de school en ook van de overige maatschappelijke functies. Het onderzoeken van (subsidie)mogelijkheden om aanvullende financiering te genereren hoort ook tot de opdracht.
DMS 23020142
50
Aandachtpunt Relevant is de timing van de businesscase in 2032-2034. Dit valt in tijd samen met de piek in het aantal leerlingen in Nuenen-West. Door de aanpak van de Crijnsschool te coördineren met de tweede fase van businesscase A kan een optimale invulling worden gekozen voor beide projecten. Verder is het mogelijk om bij het plannen van deze businesscase te onderzoeken of het realiseren van een havo/vwo-afdeling voor ongeveer 400 leerlingen in de buurt of op een onderwijscampus kan plaatsvinden.
Bijlage 4c. Businesscase C: De Nieuwe Linde Programma
m2 BVO
Onderwijshuisvesting
175 leerlingen o.b.v. prognose 2040
1.080 m²
Kind diensten onderwijs
Ruimte voor kind diensten en samenwerking in een IKC (huidige omvang kind diensten)
242 m²
Maatschappelijk
Niet van toepassing
0 m2
Totaal
1.322 m²
Geplande oplevering
2034
Fin. vertaling Businesscase
Voor de financiële berekening is uitgegaan van een budget voor nieuwbouw.
€ 4.479.192 ,-
Achtergrond De Nieuwe Linde bestaat uit meerdere bouwdelen. Het hoofdgebouw is uit 1985. In 2009 is een aula, BSO en teamkamer toegevoegd. In 2017 is het gebouw verder uitgebreid. De QuickScan laat zien dat de oude bouwdelen van matige kwaliteit zijn en de beoogde levensduur bijna overschreden heeft. Voor het oude schoolgebouw is zorgplicht aan de orde op grond van gebouwkwaliteit. Vanwege de uitbreidingen en aanpassingen uit 2009 en 2017 is het aan te raden om het oppakken van deze opgave uit te stellen om te komen tot een integrale aanpak, die past bij de ontwikkeling van de school op dat moment en de dan geldende voorwaarden. Opdracht Realiseer voor de Nieuwe Linde een toekomstvaste oplossing, die invulling geeft aan de inhoudelijke opgave van de school binnen het onderwijsaanbod binnen de gemeente. In de businesscase moet een fundament worden gelegd voor een keuze tussen levensduurverlengende renovatie, vervangende nieuwbouw of andere mogelijke oplossingen (bijvoorbeeld het verplaatsen naar een andere plek). Grondslag Kindcentrum de Nieuwe Linde heeft een Rooms-Katholieke grondslag. Stichting Eenbes is bevoegd gezag. Locatie Nader te bepalen Realisatietermijn Volgende uitvoeringstermijn, beoogde realisatie in 2034. Uitwerking Nader te bepalen.
DMS 23020142
51
Randvoorwaarden In het IHP wordt (vanwege zorgplicht op grond van gebouwkwaliteit) voldoende middelen gereserveerd en gealloceerd. Daarbij zijn de leerlingenprognoses leidend. Voor nu geven deze als indicatie 175 leerlingen en 1.080 m2 bvo. Vanwege de actuele ontwikkelingen zijn deze leerlingenprognoses te monitoren en moeten ze bij de start van het project geactualiseerd worden. De bouwheer komt met een effectief en efficiënt voorstel, rekening houdend met de financiële kaders en uitgangspunten. Daarbij zal in het programma van eisen een nadere analyse moeten plaatsvinden van de normatieve ruimtebehoefte van de school en ook van de overige maatschappelijke functies. Het onderzoeken van (subsidie)mogelijkheden om aanvullende financiering te genereren hoort ook tot de opdracht. Aandachtspunt Een belangrijk aandachtspunt is de recente grillige ontwikkeling van leerlingaantallen. In de voorbereiding van de businesscase dient dit onderwerp van gesprek te zijn in LEA-verband. De kans op disruptieve leerlingenbewegingen dient op voorhand in kaart te worden gebracht.
Bijlage 4d. Businesscase D: Verduurzaming bestaand vastgoed Handelingskader In voorliggend integraal huisvestingsplan zijn ambities geformuleerd op het gebied van inhoud (strategische thema’s) en de consequenties voor onderwijslocaties. Daarnaast is er de opgave om onderwijsvastgoed te verduurzamen. Op de langere termijn groeit onderwijsvastgoed stap voor stap naar het gewenste niveau door zorgplichtvoorzieningen (vervangende nieuwbouw en levensduur verlengende renovatie). Intussen is het echter belangrijk om de overige gebouwen op het gewenste kwaliteitsniveau te brengen en te houden. Schoolbesturen en gemeente beheren en exploiteren als goed huisvader het vastgoed en nemen, ieder vanuit de eigen rol, verantwoordelijkheid voor de verbetering van bestaand vastgoed. De financiële ruimte, zowel voor verduurzaming als verbetering van voorzieningen (voor binnenmilieu of hun maatschappelijke opgave) is beperkt. Zowel de gemeente als schoolbesturen worden niet daarvoor financieel gecompenseerd. Dat vraagt zorgvuldigheid bij de inzet van de schaarse middelen, waarbij in een gedragen verbeterplan keuzes steeds worden gewogen op doelmatigheid. Om tot evenwichtige en samenhangende aanpak te komen hanteren gemeente, schoolbestuur en kindpartners het volgende handelingskader: 1.
2.
3.
DMS 23020142
Als goed huisvader ... De voor onderwijshuisvesting aangewezen gebouwen voldoen gedurende de (resterende) gebruiksduur minimaal aan de wettelijke voorwaarden ten aanzien van gebruik (binnenklimaat, veiligheid en gebouwkwaliteit) en aan wettelijke eisen op vlak van energie- en materiaalverbruik. … met duurzaamheidsambitie ... Partners hebben de ambitie om door gerichte investeringen hun wettelijke aandeel in de reductie van fossiel energiegebruik voor hun rekening te nemen. Daarbij gelden de afspraken en de ambities als verwoord in de Sectorale Routekaart voor (Primair) Onderwijs en ook de Groene Agenda Kinderopvang als leidraad. … in een transparante samenwerking ... Partners delen vanuit Total Cost of Ownership hun (onderhouds-) plannen voor de korte, middellange en lange termijn en kiezen inhoudelijke en financiële samenwerking als uitgangspunt van handelen. Doel is om per school tot een efficiënt en effectief maatregelenpakket te komen. Timing, financiering en bundeling worden in goed overleg afgestemd. Als de wens tot bundeling van maatregelen leidt tot het voornemen van een uitstel van handelen, worden de consequenties op impact afgewogen en transparant gecommuniceerd.
52
4.
5.
… en met oog op de eindtermijn ... Voor investeringen in gebouwen hanteren partners een pragmatische aanpak, gericht op de resterende eindtermijn. Als een (onderhouds-) investering forse financiële consequenties voor een betrokkene heeft over de afgesproken eindtermijn heen, dan moet die zakelijk afgewogen kunnen worden tegen alternatieven, zoals het versnellen of juist vertragen van een voorziening voor nieuwbouw. … investeren met verstand. Partners wegen investeringen en verbeteringsmaatregelen in locaties zakelijk en in onderlinge samenhang af. •
Aanpassingen ingegeven door veranderde (wettelijke) eisen vanwege gebruik, door onderhoud of ter compensatie van energieambitie (punt 1) worden bij voorkeur gebundeld met investeringen in instandhouding.
•
Deze gebundelde investeringen moeten binnen de eindtermijn naar redelijkheid technisch en financieel afgeschreven (kunnen) worden.
•
Om gewenste aanpassingen op hun waarde te kunnen boordelen, worden ze in hun financiële impact (jaarlijkse kosten en baten) afgezet tegen de vastgelegde eindtermijn (punt 3).
•
Als de afschrijving van een geplande investering daar aanleiding toe geeft dan wordt een verlenging van de eindtermijn overwogen (lees: langer of juist korter gebruik van de school). Dit wordt expliciet voorgelegd voor bestuurlijk besluitvorming.
Maatregelen voor verduurzaming van bestaand maatschappelijk vastgoed zijn kostbaar. Ook inhoudelijke verbeteringen voor het toevoegen van functies aan maatschappelijke gebouwen en onderwijshuisvesting in het bijzonder, vragen altijd forse investeringen. Voorstellen moeten afgewogen worden tegen andere opties. Kwaliteitsverbetering en duurzaamheidsmaatregelen van bestaande schoolgebouwen zijn dan ook per definitie thema van gesprek tussen alle betrokken partijen. Het is vanuit Total Cost of Ownership van belang dat schoolbesturen, gemeente en andere partners samen, met open boeken, zoeken naar de beste oplossing. Opdracht Ontwikkel samen (gemeente, schoolbesturen en andere maatschappelijke partners) een verbeterplan voor verduurzaming van de bestaande (onderwijs-) gebouwen. Daarbij wordt uitgegaan van de inventarisatie van maatregelen door schoolbesturen en de gemeente (vanuit haar taak voor verduurzaming maatschappelijk vastgoed). Locatie De aanpak geldt voor alle schoolgebouwen, waar geen voorziening voor is afgesproken. Daarbij wordt de prioritering in onderling overleg vastgesteld. Realisatietermijn Partijen hanteren de scoop van de uitvoeringsagenda als meetpunt voor handelen. Uitwerking Partijen stellen samen gedurende 2025-2026 een verbeterplan op dat, uitgaande van de wettelijke taakverdeling, leidt tot een gezamenlijke aanpak.
Partijen spreken af zich gezamenlijk en gecoördineerd in te spannen om derde geldstromen beschikbaar te krijgen, bijvoorbeeld via subsidies of zakelijke coinvesteerders zoals schooldaken ter beschikking te stellen voor energiecoöperaties.
DMS 23020142
53
Eindtermijnen Uitgangspunt voor slimmere verbetering is om aanpassingen te relateren aan de resterende gebruiksduur, gedefinieerd door de eindtermijn. In onderstaande tabel wordt deze voor alle gebouwen vastgesteld. Basisschool
Bouwjaar
Eindtermijn
Basisschool De Dassenburcht
2011
2051
Basisschool Het Mooiste Blauw
2020, uitbreiding realiseren ~ 2026
2060 (uitbreiding 2066)
Kindcentrum de Wentelwiek
2008 (renovatie & uitbreiding) 2033
Crijnsschool
1976 (renovatie 2020)
2024 (renovatie 2045)
OBS De Rietpluim
2006
2046
Kindcentrum de Nieuwe Linde
1985 en uitbreiding 2009
2025 (en uitbreiding 2034)
Basisschool Heuvelrijk
1930, 2012 (nieuwbouwniveau) 2052
Basisschool Sint Jozef
2012
2052
Voortgezet onderwijs
Bouwjaar
Eindtermijn
Nuenens College
1980
- (doordecentralisatie – eigen verantwoordelijkheid OMO)
DMS 23020142
54
KVK 12345678 BTW NL00 1234567 B12 IBAN NL00 BANK 1234 5678 9090
RO groep +31 43 350 00 50 info@rogroep.nl