CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Herstelbesluit bp Eeneind 2018 - Bijlage Toelichting

Gemeenteraad 6 november 2025, gemeente NuenenBij agendapunt: Herstelbesluit Bestemmingsplan Eeneind 201821.576 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan - Toelichting -

Eeneind 2018 Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten

BESTEMMINGSPLAN - Toelichting -

Eeneind 2018 Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten

IDN-nummer:

NL.IMRO.0820.BPNuenEeneind2018-D002

Status:

t.b.v. vaststelling

Datum:

16 september 2025

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

5 5 6 7 7

Aanleiding en doel Plangebied Vigerende bestemmingsplannen Juridische planvorming Hernieuwde procedures

Hoofdstuk 2 Beleidskaders

9

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

9 9 12 15 18

Planologische kaders Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Lokaal beleid

Hoofdstuk 3 Historie

25

3.1

Ondergrond/geomorfologie

25

3.2 3.3 3.4

Ontstaansgeschiedenis Archeologie en cultuurhistorie Conclusie

25 26 29

Hoofdstuk 4 Ruimtelijke karakteristiek

31

4.1 4.2 4.3

31 31 31

Ruimtelijke structuur Ruimtelijke ontwikkeling Behoud herkenbaarheid ruimtelijke structuur

Hoofdstuk 5 Functionele karakteristiek

33

5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

33 33 33 33 33 34 34

Algemeen Woongebied Voorzieningen Bedrijven Kantoren Groen en recreatie Functionele ontwikkelingen

Hoofdstuk 6 Verkeersstructuur

37

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

37 37 37 38 38

Lokale ontsluitingsstructuur Duurzaam Veilig Langzaam verkeer Openbaar vervoer Parkeervoorzieningen

bestemmingsplan Eeneind 2018

3

6.6 6.7

Reclame-uitingen Gedenktekens

38 38

Hoofdstuk 7 Milieuaspecten

39

7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8 7.9

39 39 41 42 44 44 45 46 46

Bedrijven en milieuzonering Geluidhinder Bodemkwaliteit Ecologie Leidingen en energie Externe veiligheid Luchtkwaliteit Geurhinder en gezondheid Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Hoofdstuk 8 Waterhuishouding

49

8.1 8.2 8.3

49 52 52

Beleid Oppervlakte- en grondwater Riolering

Hoofdstuk 9 Juridische aspecten

55

9.1

Vormgeving juridisch plan

55

9.2 9.3 9.4 9.5 9.6

Inhoud juridisch plan Doelstellingen en planopzet Functies algemeen Bebouwing algemeen Toelichting afzonderlijke bestemmingen

55 55 56 56 57

Hoofdstuk 10 Handhaving

63

Hoofdstuk 11 Economische uitvoerbaarheid

65

Hoofdstuk 12 Inspraak en overleg

67

12.1

67

Vooroverleg

Hoofdstuk 13 Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

71

13.1 13.2 13.3 13.4

71 71 72 72

Eerdere tervisielegging Laatste tervisielegging Vaststelling 2022 Herstelbesluit n.a.v. Uitspraak ABRvS

Toelichting

4

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De gemeente Nuenen c.a. zet, om aan de wettelijke bepalingen voor herziening van bestemmingsplannen te voldoen, in op actualisatie van de bestemmingsplannen in Eeneind, Nuenen. Het te vervaardigen bestemmingsplan krijgt een beheersmatig karakter, maar zal voldoende flexibel zijn om in te kunnen spelen op te verwachten nieuwe ontwikkelingen. De vigerende bestemmingsplannen vormen de basis en het uitgangspunt voor het te vervaardigen bestemmingsplan. De in deze bestemmingsplannen gehanteerde opbouw en systematiek dient daarbij nog wel vertaald te worden naar de sinds 1 juli 2008 wettelijk verplichte RO-standaarden, zoals de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) en PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP). Het bestemmingsplan is opgesteld conform de meest recente versie, de RO-standaarden 2012. Tussenuitspraak en tweede vaststelling Op 17 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten het bestemmingsplan 'Eeneind 2018' vastgesteld (NL.IMRO.0820.BPNuenEeneind2018-D001). Er is één beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft op 25 juni 2025 een tussenuitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2025:2840). In de tussenuitspraak wordt de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten opgedragen om een herstelbesluit te nemen. In het voorliggend plan zijn de vastgestelde gebreken hersteld.

Het herstelbesluit is nader toegelicht in paragraaf 13.4 van deze toelichting. Op het voorliggend herstelbesluit blijft het recht, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing (zie ook ECLI:NL:RVS:2024:1174, onder 25.4). Het herstelbesluit wordt gepubliceerd als NL.IMRO.0820.BPNuenEeneind2018-D002.

1.2

Plangebied

De gemeente Nuenen c.a. bestaat uit de kernen Nuenen, Gerwen, Nederwetten en Eeneind. De gemeente ligt in de provincie Noord-Brabant, ten oosten van Eindhoven en ten westen van Helmond. Het plangebied beslaat de ten zuiden van de kern Nuenen gelegen dorpskern Eeneind, alsmede de bedrijventerreinen die zich gaandeweg ten zuiden van de spoorlijn Eindhoven - Helmond hebben ontwikkeld, ook het tankstation aan de Collse Hoefdijk valt binnen het voorliggende plan.

bestemmingsplan Eeneind 2018

5

Begrenzing plangebied

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied Eeneind 2017 vigeren grotendeels de bestemmingsplannen: a. b.

6

'Eeneind', onherroepelijk vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 23 juni 2010; 'Brandstofverkooppunt annex garagebedrijf aan de Collse Hoefdijk', onherroepelijk vastgesteld door de gemeenteraad d.d. 28 januari 1999.

bestemmingsplan Eeneind 2018

Uitsnede vigerende bestemmingsplannen

1.4

Juridische planvorming

Dit bestemmingsplan is een gedetailleerd bestemmingsplan met een beheerskarakter. De keuze voor 'gedetailleerdheid' uit zich vooral in een op perceelsniveau goed uitgewerkte verbeelding. Op perceelsniveau is voor woningen en voorzieningen afzonderlijk aangegeven wat waar gebouwd mag worden en wel op een zodanige wijze dat het belang van de buren daarbij vooraf is meegewogen. Door een uniforme regeling voor alle inwoners van de kern Nuenen met zijn kern Eeneind ontstaat rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. Het bestemmingsplan Eeneind 2018 sluit daartoe qua regelgeving aan bij de eerder geactualiseerde bestemmingsplannen. Door de inmiddels van kracht zijnde SVBP en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is wel sprake van het gebruik van andere termen en formuleringen.

1.5

Hernieuwde procedures

Het ontwerpbestemmingsplan Eeneind 2018 heeft een eerste maal vanaf 13 september 2018 gedurende zes weken ter visie gelegen. Gedurende die periode zijn diverse zienswijzen tegen het plan ingediend. De inhoud van deze zienswijzen is aanleiding geweest tot het uitvoeren van een aantal aanvullende onderzoeken en een heroverweging op enkele onderdelen van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 13 van deze toelichting wordt daar nader op ingegaan. Gelet op de inmiddels verlopen tijd na de tervisielegging en de tussentijds doorgevoerde aanpassingen in het plan is besloten het bestemmingsplan voor een tweede maal als ontwerp ter visie te leggen. Vanaf 25 september 2020 heeft het ontwerpbestemmingsplan Eeneind 2018 gedurende zes weken voor de tweede maal ter visie gelegen. Gedurende die periode zijn weer zienswijzen tegen het plan ingediend. Deze zienswijzen zijn aanleiding geweest het bestemmingsplan op enkele onderdelen te heroverwegen en aan te passen en het wederom uitvoeren van een aantal aanvullende onderzoeken. Deze zijn ook in hoofdstuk 13 beschreven. Gelet op de tussentijds doorgevoerde aanpassingen in het plan is wederom besloten het bestemmingsplan opnieuw als ontwerp ter visie te leggen. Het ontwerpbestemmingsplan Eeneind 2018 heeft van 1 oktober tot en met 11 november 2021 opnieuw zes weken ter inzage gelegen.

In de aangepaste versie van het ontwerpbestemmingsplan zijn ook wijzigingen uit andere zienswijzen en ambtshalve wijzigingen meegenomen. Het plan is uiteindelijk op 17 februari 2022 gewijzigd vastgesteld door de raad.

bestemmingsplan Eeneind 2018

7

8

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 2 2.1

Beleidskaders

Planologische kaders

Bij ieder plan vindt inkadering binnen het beleid van de overheid plaats. Door een toetsing aan rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid ontstaat een duidelijk beeld van de marges waarbinnen het bestemmingsplan wordt opgezet. De beleidsinkadering dient een compleet beeld te geven van de ruimtelijke overwegingen en het relevante planologisch beleid. Gemeenten zijn niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. De belangrijkste kaders van rijk en de provincie Noord-Brabant worden in het kort weergegeven, omdat deze zoals gezegd mede randvoorwaarden voor het lokale maatwerk in het bestemmingsplan zullen zijn.

2.2

Rijksbeleid

Op rijksniveau zijn de volgende beleidsdocumenten van belang: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR); Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro); Nationaal Bestuursakkoord Water; Verdrag van Malta. 2.2.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. Het Rijk streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, door middel van een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Om dit doel te bereiken, werkt het Rijk samen met andere overheden. De SVIR is op 13 maart 2012 vastgesteld door de minister van Infrastructuur en Milieu. Het rijksbeleid richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen.

Het Rijk heeft drie hoofddoelen geformuleerd: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. In totaal zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd, die bijdragen aan het realiseren van de drie hoofddoelen. Het betreft onder meer het borgen van ruimte voor de hoofdnetwerken (weg, spoor, vaarwegen, energievoorziening, buisleidingen), het verbeteren van de milieukwaliteit, ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke ontwikkeling, ruimte voor behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten, ruimte voor een nationaal netwerk voor natuur en ruimte voor militaire terreinen en activiteiten. Het Rijk brengt de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegene die het aangaat (burgers en bedrijven) en laat meer over aan gemeenten en provincies ('decentraal, tenzij…'). Dit betekent minder nationale belangen en

bestemmingsplan Eeneind 2018

9

eenvoudigere regelgeving. Wanneer rijksdoelen en nationale belangen raken aan regionale opgaven, vraagt dit echter om heldere taakverdeling en samenwerkingsafspraken tussen de betrokken overheden. Een rijksverantwoordelijkheid kan bijvoorbeeld aan de orde zijn indien een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. In de SVIR is tevens de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.16 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Met deze actualisatie van het bestemmingsplan worden slechts beperkt nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt. Deze zijn echter gebaseerd op bestaande rechten op basis van een vigerend bestemmingsplan. Op grond van jurisprudentie is een toets aan de ladder niet noodzakelijk voor bestaande rechten zonder nieuw ruimtebeslag. Ook bij functiewijziging zonder dat sprake is van nieuw ruimtebeslag is in beginsel geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en is toets aan de ladder niet noodzakelijk.

Alleen indien sprake is van substantiële functiewijziging, een functiewijziging van een zodanige aard en omvang, kan sprake zijn van een stedelijke ontwikkeling. Van dergelijke ontwikkelingen is binnen het plangebied geen sprake. Daarnaast zijn voor de binnen het plangebied gelegen ontwikkellocaties reeds separate planologische procedures doorlopen. In dat kader is aangetoond dat de ontwikkeling past binnen de voorwaarden die door de ladder worden gesteld. De actualisering en digitalisering van het bestemmingsplan heeft verder geen invloed op de gestelde doelen van het Rijk. Bovendien voorziet de SVIR niet in onderwerpen die op het plangebied van toepassing zijn. Dit houdt in dat ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan geen verdere randvoorwaarden vanuit de SVIR gelden. 2.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Voor de nationale belangen die kader stellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen.

Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met bepalingen omtrent de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Op onderhavig bestemmingsplan zijn geen van deze belangen van toepassing.

10

bestemmingsplan Eeneind 2018

2.2.3 Nationaal Bestuursakkoord Water In 2003 hebben het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten het Nationaal bestuursakkoord water afgesloten. In het Nationaal bestuursakkoord water is het Waterbeleid 21e eeuw (WB21) vastgelegd. Het beleid is gericht op het op orde brengen en houden van watersystemen in Nederland, ter voorkoming van wateroverlast (mede als gevolg van voorspelde klimaatsveranderingen). Water is een belangrijk ordenend principe, dat een sturend element vormt bij de inrichting van de ruimte: water moet de ruimte krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. Dat is de kern van het Waterbeleid 21e eeuw. Het water de ruimte geven betekent dat in het landschap en in de stad ruimte gemaakt wordt om water op te slaan. Met de actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water in 2008 (het NBW actueel 2008) hebben de verschillende betrokken partijen nogmaals het belang van samenwerking in het kader van duurzaam en klimaatbestendig waterbeheer onderstreept.

Een zwaarwegend uitgangspunt hierbij is dat afvoer- en andere waterhuishoudkundige problemen niet mogen worden afgewenteld: niet op bestuurlijk niveau, niet op financieel niveau en niet op geografisch niveau. De verschillende partijen hebben in het bestuursakkoord derhalve gekozen voor een strategie welke uitgaat van het principe dat overtollig water wordt opgevangen waar dit ontstaat. Water dient derhalve niet langer zo snel mogelijk te worden afgevoerd, maar zo lang mogelijk ter plaatse te worden vastgehouden, bijvoorbeeld door middel van infiltratie in de bodem. Door het water zo lang mogelijk vast te houden wordt tevens verdroging voorkomen. Pas als het niet anders kan, mag water worden afgevoerd.

In het akkoord is verder opgenomen dat in de toelichting van ruimtelijke plannen een waterparagraaf moet worden opgenomen, waarin de gepleegde afwegingen in het kader van de watertoets worden vastgelegd. In onderhavige plantoelichting is deze waterparagraaf opgenomen in Hoofdstuk 8 Waterhuishouding. 2.2.4 Erfgoedwet De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Zo ook navolgende bepaling omtrent de archeologische monumentenzorg. De gemeenteraad houdt bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.

Het archeologiebeleid rust op vier belangrijke pijlers: archeologische waarden moeten zo veel mogelijk in de bodem (in situ) worden bewaard; archeologie moet tijdig worden meegenomen in de procedures van ruimtelijke planvorming; de verstoorder van het bodemarchief betaalt de kosten van archeologisch vooronderzoek en noodzakelijke volwaardige opgravingen, voor zover die kosten redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de verstoorder; gemeenten en provincies krijgen een belangrijke rol in de verankering van archeologie in hun ruimtelijke plannen en vergunningen; zij krijgen de ruimte om vergunningsvoorwaarden genuanceerd in te vullen. Op grond van de Erfgoedwet is de gemeente verplicht bij het vaststellen van nieuwe bestemmingsplannen

bestemmingsplan Eeneind 2018

11

rekening te houden met het aspect archeologie. De Erfgoedwet gaat daarbij in beginsel uit van noodzaak tot inventariserend archeologisch onderzoek bij bodemingrepen groter dan 100 m2. Gemeenten mogen echter van deze norm afwijken indien zij deze afwijking deugdelijk motiveren. Hiertoe heeft de raad van de gemeente Nuenen c.a. een eigen archeologische beleidsadvieskaart met bijbehorende beleidsregels vastgesteld (zie verder paragraaf 3.3.1).

2.3

Provinciaal beleid

Op provinciaal niveau zijn de volgende beleidsdocumenten van belang: Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant; Verordening Ruimte. 2.3.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant Op 19 maart 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening 2014 in werking getreden. Deze structuurvisie is een actualisatie van de visie die in 2010 werd vastgesteld. Belangrijke beleidswijzigingen hebben betrekking op de realisatie van natuur en de transitie naar zorgvuldige veehouderij in Brabant.

De structuurvisie Ruimtelijke Ordening geeft de hoofdlijnen van het ruimtelijk beleid van de provincie Noord-Brabant weer tot en met 2025. Het beleid is gestoeld op een evenwicht van het milieu (planet), de mens (people) en de markt (profit) in ruimtelijke kwaliteit. Hierbij is het van groot belang om bestaande kwaliteiten te benutten en als uitgangspunt te nemen bij ontwikkelingen.

Noord-Brabant heeft de ambitie om een goede mix van wonen, werken en voorzieningen te creëren. De leefbaarheid in woonmilieus moet van voldoende kwaliteit zijn. Dynamische stadscentra, vitale plattelandskernen, eigen identiteit en regionale afstemming zijn enkele uitgangspunten. Daarnaast dienen er voldoende veilige en goed bereikbare werkplekken te zijn voor de bevolking. Steden moeten aantrekkelijk blijven voor diverse bevolkingsgroepen en dienen garant te staan voor het aanbieden van (bovenlokale) voorzieningen.

Voor wat betreft de markt is het van belang dat de gunstige ligging wordt benut. De ligging ten opzichte van andere economische clusters in Europa is uitstekend. Met de (internationale) bereikbaarheid is het echter slechter gesteld. Dit vormt dan ook een belangrijk uitgangspunt in het provinciale beleid. Belangrijk is om netwerken te vormen, tussen de kennisindustrie, regionale economische clusters en Europese clusters. Daarnaast is veiligheid een belangrijk aspect. Goederenvervoer per spoor zal in de toekomst om stedelijke gebieden heen geleid moeten worden.

Het landschap van Noord-Brabant is vrij karakteristiek. Er zijn veel beeldbepalende elementen en natuurlijke waarden in het landschap te vinden. Deze dienen beschermd en ontwikkeld te worden. Met name het watersysteem is erg belangrijk. Het landschap heeft ook een functie als werkterrein, voornamelijk voor de agrarische sector. Schaalvergroting van deze landbouw wordt geconcentreerd in speciaal aangewezen gebieden. De landbouw komt daarnaast steeds vaker in een verbrede vorm voor. Dit wordt gestimuleerd, met name ook het landschapsbeheer.

Duurzaamheid is nog steeds een belangrijk onderwerp binnen de ruimtelijke ordening. Er moet op zoek gegaan worden naar alternatieve mogelijkheden om energie op te wekken. Zo kan gewerkt worden aan een

12

bestemmingsplan Eeneind 2018

gezondere leefomgeving.

Het plangebied maakt binnen de structuurvisie Ruimtelijke Ordening onderdeel uit van de stedelijke structuur en is aangeduid als 'stedelijk concentratiegebied' en 'mozaïeklandschap'. Voor het stedelijk concentratiegebied gelden de volgende belangen: Ontwikkelen van kwaliteiten voor wonen en werken rond de steden en in het landelijk gebied; Het accent wordt verlegd naar de te ontwikkelen kwaliteiten, de inzet op herstructurering en het beheer van het bestaand stedelijk gebied; Benutting van functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied. Inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik; Inspelen op de (toekomstige) bevolkingsontwikkelingen; Nieuwe ontwikkelingen moeten inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. De belangen van het mozaïeklandschap zijn de volgende: Ontwikkelingen van functies ondersteunen enerzijds de grootschaligheid en de openheid en anderzijds is sprake van menging van functies die de afwisseling en kleinschaligheid versterken. Ontwikkelingen in rood en groen zijn in balans; Nieuwe stedelijke ontwikkelingen spelen in op de karakteristiek van het landschap en de cultuurhistorische waarden. Onderhavig bestemmingsplan betreft een conserverend bestemmingsplan waarin geen grootschalige nieuwe ontwikkelingen aan de orde zijn.

Wel onderdeel van het bestemmingsplan zijn de wijzigingen in de gebruiksmogelijkheden op de bedrijventerreinen. Nieuw ruimtebeslag is echter niet aan de orde. Met het bestemmingsplan wordt voornamelijk ingezet op een planologisch-juridisch regime gericht op het beheer van het bestaand stedelijk gebied. 2.3.2 Verordening Ruimte De Verordening ruimte 2014 is op 19 maart 2014 in werking getreden. De verordening is de juridische vertaling van de structuurvisie en bevat derhalve onderwerpen die in de visie naar voren komen.

Dit betreft onder andere de belangen die de provincie wil behartigen en de manier waarop dit zal geschieden, alsmede regels waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van een bestemmingsplan of andere planologische maatregelen. Deze regels zijn direct bindend voor overheden. Zo weten gemeenten al in een vroeg stadium waar ze aan toe zijn.

Zoals in paragraaf 2.3.1 reeds is aangegeven, is het plangebied binnen de Verordening Ruimte 2014 grotendeels gelegen binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Verder is het plangebied aangeduid als 'stedelijk concentratiegebied'.

Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking. Enerzijds om de steden voldoende draagvlak te geven voor hun functie als economische en culturele motor, anderzijds om het dichtslibben van het landelijk gebied tegen te gaan. Op provinciale schaal betekent het uitgangspunt van bundeling van verstedelijking dat het leeuwendeel van de woningbouw, de bedrijventerreinen, voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden. Deze zijn tezamen met de daarbij behorende zoekgebieden voor verstedelijking zodanig ruim aangeduid, dat zij voor langere tijd

bestemmingsplan Eeneind 2018

13

– met het perspectief van 20 à 25 jaar – kunnen voorzien in de ruimtebehoefte voor wonen, werken en andere verstedelijkingsopgaven.

De stedelijke concentratiegebieden en de daarbij behorende zoekgebieden voor verstedelijking worden door de provincie gezien als ruimtelijk samenhangende, verstedelijkte gebieden. Daarbinnen liggen mogelijkheden voor verdere concentratie en verstedelijking. Stedelijke concentratiegebieden ontwikkelen zich tot complete stedelijke gebieden. Dit betekent dat ze een aantrekkelijk, in verschillende dichtheden vormgegeven woon-, werk- en leefmilieu bieden. Bijzondere aandacht is er voor bereikbaarheid, groen, milieu, recreatiemogelijkheden dicht bij huis en een verbrede landbouw die inspeelt op de vraag vanuit de steden. Er wordt gestreefd naar verscheidenheid van woonmilieus, met een menging van woningtypen, bevolkingsgroepen en functies. Er liggen tal van mogelijkheden het bestaand stedelijk gebied beter te benutten door inbreiden en herstructureren en intensief en meervoudig ruimtegebruik. Tegelijkertijd zal het echter in een aantal gevallen onontkoombaar zijn het landelijke, niet verstedelijkte gebied te benutten om te voorzien in de ruimtebehoefte voor verstedelijking.

Binnen het als zodanig aangewezen stedelijke gebied is de gemeente in het algemeen vrij, binnen de grenzen van andere wetgeving, te voorzien in stedelijke ontwikkelingen. Wel bevat de Verordening Ruimte specifieke regels voor nieuwbouw van woningen (artikel 4.3.) en aan te leggen of uit te breiden bedrijventerreinen en kantorenlocaties (artikel 4.4), regels voor bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties (artikel 4.5), detailhandelslocaties (artikel 4.8) en leisurevoorzieningen (artikel 4.9).

Het bestemmingsplan voorziet niet in extra woningbouwmogelijkheden. Verder voorziet het bestemmingsplan ook niet in de uitbreiding van het areaal aan bedrijventerreinen. Het bestemmingsplan voorziet wel in een verbreding van de mogelijke invulling van de bestaande bedrijventerreinen Eeneind I en II. Op basis van de door de gemeente Nuenen opgestelde "Visie bedrijventerreinen" (zie ook paragraaf 5.4) zijn de volgende wijzigingen voorzien:

Eeneind I, noordelijk deel: gelet op de ligging nabij de woonkern Eeneind wordt gestreefd naar een functiemenging. Het bedrijventerrein verkleurt daarbij naar een woonwerklocatie. Het accent wordt verleg naar kleinschalige en dorpsverzorgende bedrijvigheid, wonen, kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen en kleinschalige kantoren de toelaatbare milieucategorie wordt gewijzigd naar de milieucategorieën 2, 3.1 en 3.2, zoals beschreven in de VNG-handreiking "Bedrijven en milieuzonering" concreet betekent dit het handhaven van de bestaande functies en het toevoegen van mogelijkheden voor kleinschalige kantoren, kleinschalige bedrijfsverzamelgebouwen, internethandel zonder fysieke bezoekmogelijkheden en (via afwijking) autohandel op een perceeloppervlak van meer dan 1000 m², alsmede woningen voor woonwerkcombinaties Eeneind I, zuidelijk deel, en Eeneind II: vanwege de ligging nabij het hoofdwegennet, wordt gestreefd naar een invulling met bedrijven met een lokale (Nuenen) en regionale afzetmarkt (Brainport). Door de grotere afstand tot snelwegen, is het terrein minder gunstig voor landelijk opererende bedrijven qua milieucategorieën vindt een verruiming plaats met milieucategorie 2, voor zover passend binnen de structuur van het bedrijventerrein naast de bestaande functies worden verder toegestaan bedrijfsverzamelgebouwen, internethandel zonder

14

bestemmingsplan Eeneind 2018

fysieke bezoekmogelijkheid, (via afwijking) catering in combinatie met detailhandel in lunch of diner, (via afwijking) autohandel op een perceeloppervlak van meer dan 1000 m² en (via afwijking) bedrijven van een nog lichter milieucategorie met een perceeloppervlak van meer dan 1000 m² of een bedrijfsvloeroppervlak van meer dan 300 m² Met deze invulling ontstaat op de bedrijventerreinen een aantrekkelijker werk- en vestigingsklimaat voor Nuenense bedrijven en bedrijven uit de regio. De bedrijventerreinen moeten mogelijkheden bieden voor de economie om te groeien, mogelijkheden bieden de werkgelegenheid te laten groeien en een grotere verscheidenheid bieden in het aanbod van functies en voorzieningen. Met de beschreven verruiming van toegestane functies, een intensiever gebruik van de bestaande ruimte en een versterking van de dorpsverzorgende bedrijvigheid wil de gemeente Nuenen hierin voorzien. Waarbij de gemeente met de dorpsverzorgende bedrijvigheid ook het voorzieningenniveau van het dorp Eeneind op peil wil houden. Naar het oordeel van de gemeente Nuenen is de beschreven invulling passend binnen de in artikel 4.5 van de Verordening Ruimte beschreven mogelijkheden tot herstructurering en zorgvuldig ruimtegebruik.

2.4

Regionaal beleid

Op regionaal niveau zijn de volgende punten van belang: Regionale samenwerking in Metropoolregio Eindhoven; Regionaal Ruimtelijk Overleg; Regionale Programmering Werklocaties; Regionale Woonvisie 2011-2020; Regionale Agenda Wonen 2016; Regionale detailhandelsvisie; Waterbeheerplan 2016-2021, Waardevol water. 2.4.1 Metropoolregio Eindhoven De regionale samenwerking in Regio Eindhoven is in februari 2015 getransformeerd tot de Metropoolregio Eindhoven. Hierin staan de 21 gemeenten zelf aan het roer en geven ze gezamenlijk vorm aan de toekomst van de regio. De focus ligt daarbij op drie thema's: economie, ruimte en mobiliteit, die bestaan uit verschillende opgaven. Verder wordt het begrip 'metropoolvorming' als belangrijk geacht, waarbij de volgende vier speerpunten een rol spelen: Versterken van het DNA van de regio; Creëren van dynamische ontmoetingsplekken; Regio (beter) positioneren in het internationale netwerk; Investeren in het bestuurlijk netwerk. Met de metropoolvorming kan de regio en het stedelijk netwerk blijven concurreren in de Europese top van kennis- en innovatieregio's.

Hiermee ondersteunt de Metropoolregio Eindhoven het realiseren van de ambities van de kennisregio Brainport Eindhoven, zoals verwoord in de agenda Brainport 2020. Brainport Regio Eindhoven is een samenwerkingsverband tussen gemeenten in Metropoolregio Eindhoven, bedrijven en kennisinstellingen die actief zijn in de regio Zuidoost- en Middenoost-Brabant (Metropoolregio Eindhoven en omstreken).

bestemmingsplan Eeneind 2018

15

2.4.2 RegionaalRuimtelijk Overleg (RRO) In het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) werken de provincie, de 21 gemeenten van de Metropool Regio Eindhoven (MRE) en de waterschappen Dommel, en Aa en Maas samen. In het RRO maken de gemeenten, waterschappen en de provincie afspraken met elkaar over ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Deze afspraken gaan voornamelijk over: het kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwprogramma; het ontwikkelen en opnieuw inrichten van bedrijventerreinen/werklocatie; het behouden en ontwikkelen van het landschap. Het Afsprakenkader wonen 2017 van het Stedelijk Gebied Eindhoven is in juli 2017 vastgesteld. Tijdens het laatste RRO van 13 juli 2017 is hier door de provincie Noord-Brabant mee ingestemd. 2.4.3 Regionale Programmering werklocaties De gezamenlijke ambitie van de regio Zuidoost-Brabant is om het gebied te laten uitgroeien tot de best presterende regio van Nederland en tot één van de technologisch meest innovatieve regio's van Europa. Om deze ambitie te kunnen bereiken is onder meer afgesproken om op het gebied van bedrijventerreinen een gezamenlijk regionaal programma te maken. Hierbij wordt ingezet op kwalitatief goede bedrijventerreinen, die optimaal tegemoetkomen aan de wensen van de markt.

In de 'Regionale Programmering werklocaties' van juni 2013, blijkt dat er in de regio minder ruimte nodig is dan de hectaren bedrijventerrein die zijn gepland. Ook ondernemers erkennen in hun 'Ondernemersvisie Bedrijventerreinen Brabant' dat er minder ruimte nodig is voor bedrijventerreinen dan is gepland. Ook zal de kwaliteit van nieuwe en bestaande terreinen in de toekomst steeds belangrijker worden. De regio-gemeenten hebben daarom samen met de provincie bekeken hoe ze het beste met het overaanbod om kunnen gaan. De afspraken tussen de provincie en de regio-gemeenten die volgen uit de notitie 'Regionale Programmering werklocaties', zijn vastgelegd in het document 'Beslis- en procesnotitie regionale afspraken werklocaties'. Één van de belangrijkste afspraken is dat de programmering van nieuwe bedrijventerreinen meer in evenwicht wordt gebracht met de vraag.

De bedrijventerreinen Eeneind I en II kunnen niet uitbreiden op basis van dit actualiseringsplan. enkel wordt een bijstelling van de invulling van deze bestaande bedrijventerreinen nagestreefd op basis van een opgestelde "Visie bedrijventerreinen" (zie paragraaf 2.5.3). 2.4.4 Regionale Agenda Wonen 2016 In de Regionale Agenda Wonen zijn de kwalitatieve en kwantitatieve woningbouwafspraken voor de komende periode vastgelegd. De kwalitatieve opgave richt zich met name op de aspecten 'regionale woningbouwafspraken', 'ladder voor duurzame verstedelijking', 'wonen, welzijn en zorg' (wonen met zorg en welzijn voor de doelgroep ouderen) en 'kenniswerkers en arbeidsmigranten', 'huisvesting vergunninghouders' alsmede op het streven naar een nieuw evenwicht van sterke steden en een vitaal landelijk gebied en op het duurzaam vernieuwen en transformeren in de bestaande voorraad.

Als uitwerking van de afspraken over regionale afstemming in de RAW 2016 is met instemming van de provincie Noord-Brabant het Afsprakenkader Wonen 2017 opgesteld. De nieuwe afspraken zijn mede gebaseerd op de nieuwe provinciale prognose (mei 2017). In de nieuwe afspraken wordt gekeken tot 2030. De woningvoorraad in de gemeente Nuenen mag in die periode groeien met 910 woningen. Dit aantal staat naast

16

bestemmingsplan Eeneind 2018

de woningen die in (een groot deel van) Nuenen-West gepland staan. Op gemeentelijk niveau zijn de regionale afspraken verwerkt in het Addendum Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020 (zie paragraaf 2.5.2) 2.4.5 Regionale detailhandelsvisie In juni 2015 is vanuit de Metropoolregio de 'Regionale detailhandelsvisie' opgesteld. In deze visie zijn de verschillende trends en ontwikkelingen en de gevolgen beschreven. De regionale detailhandelsvisie biedt het kader maar dient lokaal verankerd te worden. Vanuit de visie is bepaald dat: detailhandel wordt geconcentreerd/geclusterd in bestaande winkelgebieden; nieuwe detailhandelsontwikkelingen moeten passen bij het verzorgingsgebied en vinden in principe alleen plaats in de concentratiegebieden of op plekken waar dat voor de leefbaarheid noodzakelijk is; supermarkten worden gerealiseerd in of aan de rand van bestaande winkelgebieden; solitaire supermarkten op bedrijventerreinen/perifere detailhandelslocaties zijn niet toegestaan; perifere detailhandel met bovenlokale impact wordt geclusterd op bestaande locaties; er komt geen retailpark of megamall; internetwinkels zonder fysieke bezoek-mogelijkheid zijn toegestaan op bedrijventerreinen; zuivere afhaalpunten worden geconcentreerd op bestaande detailhandelslocaties of op een kruispunt van passanten; internetwinkels met fysieke bezoekmogelijkheid en showroom worden gezien als

reguliere winkels en worden gerealiseerd op bestaande detailhandelslocaties; ontwikkelingen met een bovenlokale impact worden subregionaal afgestemd. Voor het plangebied betekent dit dus dat geen nieuwe detailhandelslocaties worden toegestaan. 2.4.6 Waterbeheerplan 2016-2021, Waardevol water Het waterschap De Dommel heeft het Waterbeheerplan opgesteld met de titel 'Waardevol water. Samen meer waarde geven aan water'. Het plan is afgestemd op de Europese Kaderrichtlijn Water, het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan Maas. Tevens vervangt deze het voorgaande Waterbeheerplan 2010-2015 'Krachtig water'.

In het Waterbeheerplan wil het waterschap zijn kennis en deskundigheid koppelen aan die van derden, zodat er verbindingen ontstaan die tot vernieuwing kunnen leiden. Ook wordt een nieuwe manier van werken omarmd, waarmee de gebruiker centraal wordt gezet. Verder zijn er vier uitgangspunten geformuleerd welke de richting aangeven van alle plannen en oplossingen. De beekdalbenadering. Het beekdal als grotere geheel voor ogen houden, waarmee alle dorpen/steden deel uitmaken van hetzelfde beekdal waar logische natuurwetten gelden. Integraal en effectief werken, samenwerking met andere overheden. De gebruiker centraal. Behoeften en belangen van gebruikers veranderen, het Waterschap heeft daar oog voor en speelt hierop in. Samen sterker. Belangrijk om handen ineen te slaan met andere partijen en flexibel zijn in samenwerking waardoor de uitvoeringskracht kan worden versterkt. Gezonde toekomst. Duurzaamheid en het denken in kringlopen is belangrijk om onze toekomstige generaties voldoende, veilig en schoon water te kunnen bieden.

Het Waterbeheerplan 2016-2021 is opgedeeld in de volgende vijf thema's:

bestemmingsplan Eeneind 2018

17

1. 2. 3. 4. 5.

Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied, onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen; Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater; Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen; Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik.

Het voorliggende bestemmingsplan heeft een conserverend karakter, waarbij beperkt wel nieuwe ontwikkelingen plaats kunnen vinden, die echter geen nieuw ruimtebeslag tot gevolg hebben en daarmee nauwelijks of geen invloed zullen hebben op het aanwezige watersysteem.

2.5

Lokaal beleid

Op lokaal niveau zijn de volgende punten van belang: Structuurvisie Nuenen c.a.; Addendum Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020 Gemeente Nuenen c.a.; Archeologische beleidskaart. 2.5.1 Structuurvisie Nuenen c.a. De gemeente Nuenen is een bruisende gemeente, waar burgers, bedrijven en maatschappelijke instellingen veel initiatieven ontplooien. Om nieuwe ontwikkelingen in goede banen te leiden werkt de gemeente Nuenen aan een groot aantal belangrijke ruimtelijke plannen met grote gevolgen voor de ruimtelijk-functionele structuur van de gemeente.

Om te voorkomen dat binnen de hoeveelheid aan plannen en beleid de samenhang verloren raakt, heeft de gemeente besloten het geheel samen te brengen in één kaderstellend beleidsdocument de Structuurvisie voor Nuenen. Daarmee wordt tevens voldaan aan de verplichting als gevolg van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het document legt de uitgangspunten van de verschillende bestaande beleidsdocumenten op gemeenteniveau vast en vervult een rol als toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen. In een Structuurvisie formuleert de overheid haar ruimtelijke beleidsdoelen en geeft inzicht in de wijze waarop deze tot uitvoering worden gebracht.

Op 5 november 2009 heeft de raad de Structuurvisie deel A 'Ruimtelijk Casco' vastgesteld. Op 23 juni 2010 heeft de raad de Structuurvisie deel B 'Projectenplan' vastgesteld. Op 18 juni 2015 heeft een wijziging van de Structuurvisie plaatsgevonden.

Het uitvoeringsprogramma van het Ruimtelijk Casco bestaat uit de ruimtelijke opgave voor de korte en middellange termijn, inclusief een opsomming van concrete projecten en plannen en wijze van realisatie. In de structuurvisie (Deel A en B samen) zijn diverse thematische en gebiedsgerichte beleidsstukken samengebracht en geïntegreerd. Het document legt de uitgangspunten van de verschillende bestaande beleidsdocumenten op gemeenteniveau vast en vervult een rol als toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke beslissingen.

18

bestemmingsplan Eeneind 2018

Het Ruimtelijk Casco vormt binnen de structuurvisie het ruimtelijk toetsingskader en geeft een visie op hoofdlijnen voor de lange termijn. Het is een toetsingskader, maar tegelijkertijd ook een inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkeling.

Voor het gebied Eeneind zijn geen specifieke uitgangspunten opgenomen. Het actualiseren van bestaande bestemmingsplannen laat slechts beperkte nieuwe ontwikkelingen toe. 2.5.2 Addendum Sectorale Structuurvisie Wonen (Woonvisie) 2013-2020 Gemeente Nuenen c.a. Uitgangspunt van de in 2016 herziene en op 10 november 2016 vastgestelde Woonvisie is de realisering van een hoogwaardig, evenwichtig en gevarieerd woonmilieu. Daarbij spelen het bruisende centrum, het groene karakter, de historische bebouwing, de ruime kavels en de recreatieve mogelijkheden buiten de kernen een belangrijke rol. Qua doelgroepen zijn binnen de gemeente Nuenen de volgende thema's actueel: ouderen en wonen met zorg; starters en jongeren; vergunninghouders (inlopen achterstand); toekomstbestendig woningbouwprogramma. In het kader van 'betaalbaar wonen' wil de gemeente prestatieafspraken maken om te komen tot een hoogwaardig en evenwichtig woonmilieu. Daarnaast is verduurzaming van de bestaande voorraad een steeds belangrijker thema. Op basis van het Afsprakenkader Wonen 2017 en de provinciale prognose 2017 mag de gemeente Nuenen tot 2030, naast (een deel van) Nuenen-West, 910 woningen bouwen. Het is daardoor niet zonder meer mogelijk nieuwe projecten toe te voegen aan het woningbouwprogramma.

In de Woonvisie is een afwegingskader voor nieuwe projecten opgenomen voor toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad. Concreet betekent dit dat een woningbouwontwikkeling minimaal een 5 moet scoren volgens de 'matrix verspreide projecten Nuenen'. Dit geldt voor alle toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad. Behalve in het geval van: 1. 2. 3.

het toevoegen van één woning; woningsplitsing. Woningsplitsing mag nog steeds, zonder toets aan het woningbouwprogramma en zonder huisvestingsvergunning; projecten binnen het bestaande woningbouwprogramma. En ook eerder gemaakte afspraken gelden nog. Deze afspraken bestaan minimaal uit een principebesluit van het college.

Voor het gebied Eeneind zijn geen specifieke uitgangspunten opgenomen. Het actualiseren van bestaande bestemmingsplannen laat slechts beperkt nieuwe ontwikkelingen toe.

2.5.3 Visie bedrijventerreinen Om voor de bedrijventerreinen een aantrekkelijk werk- en vestigingsklimaat te kunnen waarborgen is een visie voor de bedrijventerreinen binnen Nuenen opgesteld (zie bijlage 1). Om het ondernemerschap te faciliteren en versterken is het doel om meer economische functies toe te staan dan alleen de traditionele en te komen tot een intensiever gebruik van de beschikbare ruimte. Een bedrijventerrein moet derhalve ook worden gezien als een werklandschap: 'een gebied waar werken centraal staat'. Met de visie worden keuzes over de mogelijkheden en wensen op een bedrijventerrein c.q. werklocatie gemaakt.

bestemmingsplan Eeneind 2018

19

Om een gevarieerd aanbod te kunnen bieden zijn aan de verschillende bedrijventerreinen binnen Nuenen profielen toegekend. Voor het bestemmingsplan relevant zijn het: 1. 2.

Consoliderend profiel (in basis huidige typen bedrijven behouden, matige verruiming): voor bedrijventerrein Eeneind II Profiel menging met wonen en verruimend (menging met wonen en andere economische functies en voorzieningen toestaan): voor bedrijventerrein Eeneind I

Voor Eeneind worden dus twee profielen onderscheiden, het consoliderend profiel voor Eeneind II en het profiel menging met wonen en verruimend voor Eeneind I. Voor Eeneind II houdt dit in dat de functie nadrukkelijk op bedrijvigheid blijft liggen. De nadruk ligt op deze locaties op de behoefte van bedrijven met milieucategorie 2 tot en met 4.2. Dat is ook de reden waardoor menging met wonen op deze locaties niet mogelijk is. Bestaande bedrijfswoningen bij de bedrijven blijven positief bestemd. Nieuwe bedrijfswoningen worden niet toegestaan. Ook is er nagenoeg geen ruimte voor andere economische functies. Hiervoor worden dan ook geen mogelijkheden geboden.

20

bestemmingsplan Eeneind 2018

Visie bedrijvenlocatie Eeneind in beeld

Binnen Eeneind I ligt de nadruk niet alleen op werken, maar ook op wonen. Een gemengd gebied dus. Diverse functies kunnen op deze locaties gecombineerd worden. Daarbij blijft het mogelijk om binnen die locaties een verdeling van gebieden te maken. Dat wil dus ook zeggen dat menging met wonen of andere functies niet per definitie voor het gehele gebied geldt. Onderscheid wordt gemaakt in een gebied aangewezen voor menging met wonen en andere economische functies en een gebied voor hinder gevende bedrijvigheid.

bestemmingsplan Eeneind 2018

21

Visie woonwerklocatie Eeneind in beeld

2.5.4 Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg In 2010 heeft de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten het ´Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg´ vastgesteld. Onderdeel van dit beleidsplan is een archeologische beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten. Deze verwachtingskaarten zijn zeer gebiedsspecifiek. De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 6 categorieën ontstaan. 1. 2. 3. 4. 5.

22

Beschermd archeologisch monument; Gebied van archeologische waarde; Gebied met een hoge archeologische verwachting; Gebied met een middelhoge archeologische verwachting; Gebied met een lage archeologische verwachting;

bestemmingsplan Eeneind 2018

6.

Gebied zonder archeologische verwachting.

De zes categorieën worden weergegeven op de onderstaande archeologische beleidskaart.

Beleidskaart archeologie Nuenen De onderscheiden archeologische (verwachtings)waarden moeten door middel van dubbelbestemmingen hun vertaling vinden in de diverse bestemmingsplannen van de gemeente Nuenen.

bestemmingsplan Eeneind 2018

23

2.5.5 Erfgoedverordening 2010 Gemeente Nuenen c.a. In de gemeentelijke Erfgoedverordening zijn regels opgenomen omtrent de aanwijzing en instandhouding van gemeentelijke monumenten en beschermde dorpsgezichten, de instandhouding van (rijks)monumenten en de instandhouding van archeologische monumenten. Op basis van de Erfgoedverordening zijn binnen het plangebied 4 gemeentelijke monumenten aangewezen, te weten Stationsweg 1, 1a, 6a en 8.

24

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 3 3.1

Historie

Ondergrond/geomorfologie

De regio Eindhoven, waarvan Nuenen deel uitmaakt, ligt voor het merendeel binnen een relatief laag gelegen gebied, de zogenaamde Centrale Slenk. De enigszins golvende bodem is grotendeels gevormd tijdens het Pleistoceen en bestaat uit zand met plaatselijk dunne leemlagen, voornamelijk gesitueerd onder dekzanden. In de beekdalen is tijdens het Holoceen klei en leem afgezet en ontwikkelde zich verspreid in de dalen veen. Plaatselijk komen nog kleinschalige veen- en heiderelicten voor. De regio Eindhoven is in haar huidige verschijningsvorm globaal te dateren uit de periode 1300-1940, waarbij de oude ontginningen dateren uit de Middeleeuwen tot ongeveer 1700, en de jonge ontginningen uit de periode 1850-1940. De opvallend sterke verstedelijking in en rond Eindhoven en Helmond dateert voornamelijk uit de periode 1875-1965. Tot omstreeks 1850 heeft het gebied een grote continuïteit gekend. Vandaag de dag is de landschappelijke verscheidenheid, hoewel gefragmenteerd, herkenbaar gebleven, maar de explosieve groei van Eindhoven en Helmond heeft de regio in sterke mate versteend en domineert in ruimtelijk opzicht het gehele gebied.

3.2

Ontstaansgeschiedenis

De kern Eeneind is vermoedelijk ontstaan uit een hoeve-ontginning vanuit de nog bestaande Collse Hoeve, het huidige congrescentrum Collse Hoeve ten zuidoosten van Eeneind. Oorspronkelijk had de kern een sterk agrarisch karakter, hoewel er sinds de late middeleeuwen ook enige industrie was in verband met de nabijheid van een tweetal watermolens in de Kleine Dommel: de Collse en Opwettense Watermolen. In de eerste eeuw maakte de industrie een verdere ontwikkeling door in de omgeving, met name na de aanleg van de spoorlijn Eindhoven-Helmond. De lijn werd midden door het toenmalige Eeneind aangelegd en uitgerust met een station van de Staats Spoorwegen. Het station bediende Nuenen, Tongelre en Geldrop en vormde derhalve het centrale punt voor communicatie en transport. Als gevolg daarvan raakte Eeneind haar agrarische karakter grotendeels kwijt en ontstond bedrijvigheid in handel en industrie. Ten noorden van de spoorlijn en aan de doorgaande weg tussen Nuenen en Geldrop werden diverse woningen gebouwd na de opening van het station. Na definitieve sluiting van het station in 1972 verloor het gebied haar karakter als geïndustrialiseerde stationsbuurt. Het is het plan het gebied aan te wijzen als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht. Formeel moet dit besluit nog genomen worden. In 2018 wordt een erfgoedkaart voor de gemeente Nuenen gemaakt.

In het kader daarvan zal ook het besluit tot vaststelling van het gemeentelijk beschermd dorpsgezicht worden genomen. Vooruitlopend daarop wordt nu reeds een beschermende regeling voor het betreffende gebied opgenomen.

Van oudsher was Nuenen een agrarische gemeenschap. De armoede stimuleerde de huisarbeid zoals de klompenmakerij en de huisweverij. Enige industrie ontstond in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw, waaronder houtbewerking, textiel, kousen, baksteen, en landbouwwerktuigen. Deze industrie is goeddeels verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn tal van lichte industriële en dienstverlenende bedrijven gekomen, welke voor een belangrijk deel gevestigd zijn op het bedrijventerrein te Eeneind.

bestemmingsplan Eeneind 2018

25

3.3

Archeologie en cultuurhistorie

3.3.1 Archeologische beleidskaart De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, op het moment dat deze in de nabije toekomst in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten, verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie en bescherming van stadsen dorpsgezichten. Voor het opstellen van een bestemmingsplan is van belang de bepaling dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan of een beheersverordening als bedoeld in artikel 3.1, onderscheidenlijk artikel 3.38, van de Wet ruimtelijke ordening en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond, rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (lees: archeologische resten). Van belang is verder de bepaling dat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (o.a.

gebruiken van gronden in strijd met een bestemmingsplan) in het belang van de archeologische monumentenzorg kan worden verplicht een rapport over te leggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1.1 van die wet in voldoende mate is vastgesteld.

Het plangebied betreft een gebied dat zich strekt over meerdere archeologische gebiedscategorieën uit de Beleidskaart Archeologie van de gemeente Nuenen. Echter is het bestemmingsplan conserverend van aard. Nieuwe ontwikkelingen, anders dan het toestaan van gebruikswijzigingen op de bestaande bedrijventerreinen, worden niet meegenomen, waardoor er geen belemmeringen voor het planvoornemen zullen ontstaan. 3.3.2 Cultuurhistorische waardenkaart De provincie Noord-Brabant heeft in 2011 haar cultuurhistorisch erfgoed vastgelegd op de vernieuwde Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De CHW is in maart 2016 op kleine onderdelen herzien. De CHW bevat 21 cultuurhistorische en 16 archeologische landschappen van provinciaal belang. Binnen deze landschappen zijn waardevolle gebieden en complexen van cultuurhistorisch belang als zodanig aangeduid. Ook de meest recente erfgoedinformatie van het rijk is in de CHW opgenomen, zoals beschermde dorps- en stadgezichten, archeologische verwachtingswaarden en archeologische en bouwkundige monumenten.

De CHW is voor een deel ook opgenomen in de Verordening ruimte. Dit heeft als gevolg dat gemeenten in hun bestemmingsplannen de waarden en kenmerken van de cultuurhistorische vlakken moeten beschermen. De Verordening ruimte biedt mogelijkheden om complexen met een cultuurhistorisch belang te herontwikkelen, met functies en bouwmogelijkheden die elders in het buitengebied niet zijn toegestaan.

26

bestemmingsplan Eeneind 2018

Uitsnede Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant

Aanwezige belangen in het plangebied: Regio de Kempen Archeologisch landschap Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa Cultuurhistorisch landschap het Groene Woud Regio de Kempen De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het Kempengebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. Vooral de beekdalen zijn hier en daar buitengewoon goed bewaard gebleven. In combinatie met de dorpen en buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Het beekdallandschap van de Dommel ten zuiden van Eindhoven is aangewezen als Belvederegebied, en is dus één van de meest waardevolle cultuurhistorische landschappen van Nederland.

bestemmingsplan Eeneind 2018

27

Archeologisch landschap Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa Het landschap ligt ten oosten en zuidoosten van Eindhoven en omvat het dal van de Kleine Dommel en Groote Aa van Nuenen tot voorbij Leende en het relatief hooggelegen dekzandlandschap ten westen hiervan. In het noorden is het dekzandeiland van Nuenen en het beekdal van de Hooidonkse beek bij dit landschap getrokken. De overgang van het dal van de Groote Aa naar het westelijk gelegen dekzandlandschap bestaat grotendeels uit oude bouwlanden. Westelijk van deze zone zijn uitgebreide stuifzandcomplexen aanwezig. Het dekzandeiland van Nuenen is vrijwel geheel met oude bouwlanden bedekt. Dit archeologisch landschap is één van de archeologisch rijkere landschappen. Ruim 2% van het oppervlak wordt ingenomen door, vaak bijzonder grote AMK-terreinen. De verdeling van Archis-waarnemingen naar archeologische periode verloopt vrijwel identiek aan de trendlijn voor de gehele provincie. Bij de AMK-terreinen is dat globaal gezien ook zo, al valt op dat het aandeel terreinen met steentijd bovengemiddeld is en dat van terreinen uit de ijzertijd-vroege middeleeuwen juist iets onder het gemiddelde ligt. Verder is weer te zien dat de AMK vrijwel uitsluitend uit nederzettingen en begravingen bestaat, terwijl de waarnemingen een veel gevarieerder beeld laten zien.

Cultuurhistorisch landschap het Groene Woud Het Groene Woud is aangewezen als Nationaal Landschap. Kenmerkend is de opbouw van het gebied in beekdalen en dekzandplateaus en de inrichting die nauw gerelateerd is aan de terreingesteldheid. Kleinschalige middeleeuwse ontginningslandschappen worden afgewisseld met uitgestrekte bossen, heidevelden, zandverstuivingen en jonge ontginningen. Specifieke elementen zijn laanstructuren, kastelen en buitenplaatsen en watermolens.

Het plangebied bevindt zich voornamelijk tussen de cultuurhistorische waardevolle landschappen in, met een kleine overlap. Gezien het ontbreken van de mogelijkheid tot ontwikkelingen in dit actualisatieplan zullen deze gebieden geen (negatieve) effecten hebben op het planvoornemen.

Beschermd dorpsgezicht Stationsstraat In het vigerende bestemmingsplan is het beschermd dorpsgezicht Stationsstraat vastgelegd. Het gebied de Stationsweg is in de redengevende beschrijving tot aanwijzing als beschermd dorpsgezicht beschreven als een waardevol gebied met een ruim en groen karakter, dun bebouwd met panden van verschillende types, waarin de historische structuur, de bebouwing en de groenelementen een grote samenhang vertonen die grotendeels is ontstaan in het derde kwart van de 19e eeuw, toen de spoorlijn met het station werd aangelegd. Dit samenspel van onroerende elementen vormt één geheel, dat van algemeen belang is voor de gemeente Nuenen door zijn schoonheid, markant eigen karakter, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. In dit actualisatieplan wordt het beschermd dorpsgezicht opnieuw vastgelegd.

Gemeentelijke monumenten Op de cultuurhistorische Waardenkaart zijn ook de aanwezige gemeentelijke monumenten aan de Stationsstraat 1, 1a, 6a en 8 opgenomen. Deze monumenten zijn beschermd op basis van de gemeentelijke Erfgoedverordening. Daarnaast zijn de gemeentelijke monumenten op de verbeelding aangeduid en van een regeling gericht op instandhouding, bescherming en herstel van de aanwezige cultuurhistorische waarden voorzien.

28

bestemmingsplan Eeneind 2018

3.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is conserverend van aard, gericht op actualisatie van de vigerende plannen. Gelet daarop brengen de cultuurhistorische en archeologische waarden geen belemmeringen voor het planvoornemen met zich mee. De diverse waarden vanuit de geschiedenis worden met dubbelbestemmingen geborgd. Zo zijn de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie hoog', '- middelhoog', '- waardevol' en 'Waarde - Beschermd stads- en dorpsgezicht' voor daarvoor in aanmerking komende waardevolle locaties opgenomen. Dit wil niet zeggen dat er niets meer kan maar dat veelal een nadere afweging noodzakelijk is.

bestemmingsplan Eeneind 2018

29

30

bestemmingsplan Eeneind 2018

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijke karakteristiek

Ruimtelijke structuur

De ruimtelijke hoofdstructuur van de gemeente Nuenen c.a. toont een duidelijke geleding van landelijk gebied en bebouwd gebied, waarbij het water een intermediaire factor is. De bewoningskernen met elk een eigen geschiedenis zijn Gerwen, Nuenen, Nederwetten en Eeneind. Op het niveau van de kernen wordt de hoofdstructuur bepaald door de ligging van functies ten opzichte van elkaar en van de infrastructuur. Nog altijd is het spinvormige wegenpatroon duidelijk herkenbaar. Hieronder wordt nader ingegaan op de ruimtelijke structuur van Eeneind. Het plangebied Eeneind valt globaal uiteen in een dorpse woonkern ten noorden van de spoorbaan en omvangrijke bedrijventerreinen ten zuiden daarvan. In de naoorlogse periode is - ten noorden van het spoor, aan de oostzijde van Eeneind - in verschillende decennia planmatig woningbouw aan de kern toegevoegd. Deze uitbreidingen zijn gemengd van karakter door de verschillende woningtypen (vrijstaand, geschakeld, en hooguit een korte rij) en bouwstijlen. In Eeneind heeft zich een zeer beperkte dorpse centrumvorming voltrokken met een aantal gemeenschappelijke voorzieningen. Direct ten zuiden en zuidoosten van het voormalige stationsgebied zijn in de afgelopen decennia omvangrijke industrieterreinen verrezen - Eeneind I en II - in aansluiting op de rijksweg A270.

Het gebied is vanuit de woonkern gegroeid, echter zonder hier in maat of schaal een relatie mee aan te gaan. In structuur, bebouwing en vormgeving is het gebied als grootschalig te karakteriseren en vormt derhalve een sterk contrast met de woonkern. Een uitzondering vormt de omgeving van het station (potentieel beschermd dorpsgezicht) en de weg Eeneind. Dit deel van het bedrijventerrein heeft een gemengd karakter, mede omdat hier veel kleine bedrijven met woningen zijn toegestaan.

4.2

Ruimtelijke ontwikkeling

Veel van de strategische ambities van Nuenen zijn gerelateerd aan ruimtelijke ontwikkeling, onder andere: het hoogwaardige woonklimaat, de bereikbaarheid en mobiliteit, de groene omgeving en een sterke lokale economie. Vanuit de stedelijke regio is er druk op de ruimte die Nuenen biedt. Daarnaast wordt de ruimtelijke ontwikkeling in de komende jaren op een andere manier gereguleerd door de komst van de Omgevingswet. Er moet meer worden aangesloten bij deze wetgeving en meer worden samengewerkt met betrokkenen. Het bestemmingsplan voor de bedrijventerreinen (Eeneind I en Eeneind II) en het tankstation geeft weinig ruimte aan nieuwe ontwikkelingen, het is gericht op het actualiseren van de vigerende plannen. Nieuw ruimtebeslag is daarbij niet aan de orde, wel wordt op onderdelen een verruiming van de gebruiksmogelijkheden nagestreefd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16086033/1