GGD - Bijlage 8 Jaarstukken 2022 GGD-Brabant Zuidoost
Tekst van het document
-
Helmond (Wethouder Ebbenlaan)
-
Eersel (Mortelveld, Kuilenhurk)
Het jaar 2022 begint met een explosieve stijging van de testvraag, we breiden de testcapaciteit uit op alle locaties en zetten medewerkers van Defensie in op alle testlocaties. Eind 2021 hielpen zij al bij vaccineren. Vanaf eind maart zien we de testvraag sterk teruglopen. In februari verhuist de testlocatie Helmond naar de woonboulevard Helmond. Op 6 april sluiten we de testlocatie Eersel definitief. De XL-locatie Eindhoven sluit in april. Na een korte periode op Fellenoord plaatsen we een kleine test-unit op de parking Antoon Coolenlaan. Eind december sluit ook testlocatie Helmond definitief. Eind december is er nog 1 testlocatie actief: testlocatie Eindhoven (parking Antoon Coolenlaan), inwoners kunnen hier 6 dagen per week op afspraak terecht. In 2022 hadden we maximaal 26 testlijnen tot onze beschikking in onze regio, afhankelijk van de mate van opschaling. Op 30 januari testten we een recordaantal van 6.135 inwoners op één dag. In december 2022 testten we gemiddeld nog 26 inwoners per dag. We hebben thuistesten aangeboden voor niet-mobiele inwoners. Vaccineren In 2022 boden we continu vaccinaties aan op twee vaste vaccinatielocaties aan in Eindhoven en Helmond. Daarnaast zetten we in het voor- en najaar pop-uplocaties in om inwoners dichtbij te kunnen informeren en vaccineren.
En werken we met mobiele teams om specifieke doelgroepen (zoals niet-mobiele thuiswonenden) aan huis of op locatie te vaccineren. Er zijn dit jaar twee grote vaccinatierondes: -
Herhaalprik voor 70+ en kwetsbaren (voorjaar 2022)
-
Herhaalprik voor voor 12+ (najaar 2022)
In het voorjaar verwelkomen we een aantal nieuwe doelgroepen, zoals kinderen van 5 t/m 11 jaar (basisserie) en kinderen van 12 t/m 17 jaar (boostervaccinatie). Ook komt er een nieuw eiwitvaccin als alternatief voor de mRNA-vaccins (BioNTech/Pfizer en Moderna) of vectorvaccin (Janssen). Vaccinatielocatie Eindhoven is in de eerste helft van 2022 1 van de 14 vaccinatielocaties in Nederland waar dit Novavax-vaccin beschikbaar is. De vaccinatielocatie Eindhoven verhuist in juni vanuit het Beursgebouw naar een tijdelijke locatie (Fellenoord). In oktober verhuizen we naar het nieuwe vaccinatiepaviljoen op de parking Antoon Coolenlaan. In Q1 zijn pop-uplocaties actief in Asten, Bladel, Geldrop, Mierlo, Someren en Veldhoven. In Q2 openen we pop-uplocaties in Bakel, Best, Budel, Deurne, Gemert en Valkenswaard. De opkomst varieert per locatie, de reacties zijn erg positief. Medio september start de najaarscampagne: inwoners van 12+ die de basisserie hebben afgerond, komen in aanmerking voor 1 herhaalprik tegen Covid-19. 26
In november is de grootste hausse voorbij en starten we opnieuw pop-uplocaties in de regio: in Bladel, Veldhoven, Valkenswaard, Someren en Beek en Donk. Opnieuw is de opkomst hoog op deze pop-uplocaties en zijn de reacties positief. In 2022 hadden we maximaal 42 vaccinatielijnen tot onze beschikking in onze regio, afhankelijk van de mate van opschaling. Op 2 januari vaccineerden we een recordaantal van 11.385 inwoners op één dag. In Q3 verbetert GGD Brabant-Zuidoost het vaccinatieproces. We introduceren op de locaties Eindhoven en Helmond het gebruik van een scanner, waarmee we het administratieproces sterk vereenvoudigen versnellen en de foutgevoeligheid verkleinen. De administratief medewerkers scannen voortaan de barcode op de afspraakbevestiging op de mobiele telefoon van de inwoner. Daarmee gaan we van 15 administratieve handelingen naar 3 handelingen, de inwoner hoeft dus minder lang te wachten op de administratie. GGD Brabant-Zuidoost heeft ook kwetsbare en moeilijk bereikbare doelgroepen gevaccineerd, hiervoor werd een mobiel team ingezet: -
Niet-mobiele thuiswonenden (ter ondersteuning van de huisartsen in de regio)
-
AZC-inwoners (we maakten de afspraak dat we op afroep beschikbaar zijn)
-
Vluchtelingen uit Oekraïne (we zijn op afroep beschikbaar voor voorlichting en vaccinatie op de opvanglocaties)
Bron- en contactonderzoek (bco) Sinds 30 juni 2022 was een kleinschalig kernteam over. Gemiddeld nam het kernteam nog 30 steekproeven per dag af voor bron- en contactonderzoek, conform de landelijke afspraken. Uit onderzoek bleek dat de bco’s geen meerwaarde hadden om het virus in te dammen. Daarom zijn per 1 september de steekproeven gestopt en nemen we ook geen bco's meer af. Sindsdien is de naam van dit team aangepast naar Monitor en Advies. We monitoren de aantallen en adviseren waar nodig. In oktober hebben we de integratie voortgezet naar het reguliere infectieziekten-team. Sinds 31 december hoort het team Monitor en Advies officieel bij het IZBteam.
27
Jaarcijfers Covid-19 2022 Het totaal aantal afgenomen testen in de teststraten van de GGD Brabant-Zuidoost in 2022 was 365.743 testen. Het totaal aantal positief geregistreerden in onze regio in 2022: 244.067 inwoners (incl. personen die in andere teststraten getest zijn). Tijdens de piek van de Omikron golf begin 2022 werden er door onze GGD tot ruim 40.000 testen per week afgenomen. Vanaf week 15 werd de noodzaak voor een bevestigingstest bij de GGD na een positieve zelftest geschrapt (met uitzondering voor bijzondere doelgroepen). Sindsdien lag het aantal afgenomen testen gemiddeld (ruim) onder duizend per week. Alleen kort vóór en kort na de zomerperiode nam het aantal afgenomen testen tijdelijk iets toe.
Aantal afgenomen Covid-19 testen in 2022 door de GGD BZO 45000 40000 35000 30000 Aanpassing testbeleid:
25000
confirmatietest niet meer
20000
noodzakelijk v.a. 11 april 2022
15000 10000 5000
2022-52
2022-50
2022-48
2022-46
2022-44
2022-42
2022-40
2022-38
2022-36
2022-34
2022-32
2022-30
2022-28
2022-26
2022-24
2022-22
2022-20
2022-18
2022-16
2022-14
2022-12
2022-10
2022-08
2022-06
2022-04
2022-02
2021-52
0
28
Aantal Covid-19 testen per locatie (samengevoegd):
Aantal testen per testlocatie in 2022
50.232
94.487 221.024
Eindhoven
Helmond
Eersel
Aantal Covid-19 positief geregistreerde inwoners per dag in 2022:
Aantal Covid-19 positief geregistreerde inwoners in 2022 naar leeftijd:
29
Aantal gezette vaccinaties door de GGD Brabant-Zuidoost in 2022: 436.522 vaccinaties De piek in het aantal gezette vaccinaties lag in de eerste weken van 2022 ten tijde van de boostercampagne. In week 1 werden bijna 69.000 prikken gezet door onze GGD. In het voorjaar en in het najaar van 2022 volgden nog twee herhaalvaccinatie campagnes.
Aantal gezette vaccinaties per week in 2022 70000 60000 50000 40000 30000 20000 10000
2021-52 2022-02 2022-04 2022-06 2022-08 2022-10 2022-12 2022-14 2022-16 2022-18 2022-20 2022-22 2022-24 2022-26 2022-28 2022-30 2022-32 2022-34 2022-36 2022-38 2022-40 2022-42 2022-44 2022-46 2022-48 2022-50 2022-52
0
Klanttevredenheidonderzoeken Covid-organisatie 2022 In de eerste helft van het jaar is de klanttevredenheid gemeten op de vaccinatielocaties, dit is de uitkomst:
Vanwege de lage respons op de testlocaties zijn geen resultaten beschikbaar van de klanttevredenheid bij testen. Het onderzoek naar de klanttevredenheid tijdens de vaccinatiecampagne in het najaar van 2022 loopt nog door tot 31 januari 2023.
30
Op de pop-uplocaties is in Q2 gevraagd waarom mensen zich laten vaccineren op deze locaties:
De bezoekers van de pop-uplocatie waarderen vooral de mogelijkheid om dichtbij huis de Covid-19 prik te halen. Financiële verantwoording Covid-19 Voor de financiële verantwoording verwijzen we naar hoofdstuk 7.
3.3.2 MPOX
In mei 2022 werden we geconfronteerd met een uitbraak van MPOX onder met name mannen die seks hebben met mannen (MSM). In goede samenwerking tussen de teams Seksuele Gezondheid en Infectieziektebestrijding werden 109 personen getest en werd bij 36 positief bevonden personen bron- en contactonderzoek verricht, inclusief vaccineren van deze contacten. Aansluitend werd een vaccinatiecampagne georganiseerd voor de risicogroep, waarbij in totaal 925 personen werden gevaccineerd. De uitbraak is inmiddels “bedwongen”. De vaccinaties vonden plaats op de Covid locaties op dagen dat er geen Covid vaccinaties plaatsvonden. Voor de financiële verantwoording verwijzen we naar hoofdstuk 7.
31
3.3.3 Opvang van Oekraïense vluchtelingen
Sinds maart 2022 zijn in onze regio ca. 2.200 Oekraïense vluchtelingen opgevangen in ca. 65 gemeentelijke opvangvoorzieningen. In de eerste opvangmaanden (maart t/m juli) heeft de GGD bij ruim 1.200 Oekraïense vluchtelingen een gezondheidscheck uitgevoerd waarbij er beoordeeld is of er een acute zorgvraag is en waar nodig is de vluchteling verwezen naar een huisarts, verloskundige, het consultatiebureau of een andere zorgvoorziening. Na juli is dit gestopt omdat sindsdien de instroom sterk afnam. Bij de intake hebben de vluchtelingen ook informatie ontvangen over de gezondheidszorg in Nederland. De GGD heeft bij de grotere opvanglocaties hygiëne inspecties uitgevoerd, in totaal zijn 27 locaties bezocht. Aan de vluchtelingen is vaccinatie tegen Covid-19 aangeboden en tevens heeft de GGD Covid-zelftesten ter beschikking gesteld. Op het moment dat de Oekraïense kinderen geregistreerd zijn in het gemeentelijke bevolkingsregister ontvangen zij een uitnodiging voor een preventieve gezondheidsscreening en voor vaccinatie (RVP). In 2022 zijn 992 Oekraïense kinderen in zorg geweest bij JGZ. Er zijn achterstanden opgelopen bij het screenen van deze kinderen. Deze achterstanden worden in 2023 ingehaald. De JGZ-kosten vallen buiten de meerkostenregeling; de financiering hiervan loopt via het gemeentefonds. Ook is een advies opgesteld vanuit de GGD m.b.t.
psychosociale hulp aan de Oekraïense vluchtelingen die langdurig in de gemeentelijke opvang verblijven. Overzicht meerkosten opvang Oekraïners (excl. Kosten JGZ)
32
3.3.4 Crisisnoodopvang (CNO) asielzoekers
De regio Zuidoost Brabant had de opdracht om 400 asielzoekers op te vangen in een CNO. De Veiligheidsregio’s kregen de opdracht van het Rijk om dat te regelen. De eerste 225 asielzoekers werden ondergebracht in twee sporthallen in Waalre. Ze verbleven daar 3 weken. Vervolgens werd deze groep steeds na 3 weken verhuisd naar een andere opvanglocatie in een andere gemeente: in Best, Heeze-Leende, Helmond, Beek & Donk, Hapert, Mierlo en tenslotte in Someren (waar een langer verblijf dan 3 weken is geregeld). Eind 2022 verbleven nog ca. 140 personen in de CNO. De GGD heeft een paar keer geadviseerd bij een infectieziekte uitbraak (schurft, Covid-19). Aan de asielzoekers is vaccinatie tegen Covid-19 aangeboden en zelftesten zijn beschikbaar gesteld. De GGD heeft informatieavonden voor omwonenden van een CNO bijgewoond om vragen van bewoners m.b.t. de CNO te kunnen beantwoorden. Ook zijn er drie groepsvoorlichtingen door de GGD gegeven aan deze asielzoekers. Door team Technische Hygiënezorg (THZ) zijn alle CNO-locaties bezocht en van een advies voorzien. Ook is er informatie gegeven via MS-Teams over infectiepreventie aan de medewerkers. De GGD heeft verder een advies uitgebracht voor psychosociale hulp aan de bewoners die lang in de CNO verblijven.
Het advies lijkt veel op het advies voor de Oekraïners maar wijkt er ook vanaf omdat de context en situatie van deze asielzoekers anders is (minder privacy, zij mogen i.t.t. de Oekraïense vluchtelingen niet werken, voor kinderen is er geen school enz.). JGZ heeft 3 vaccinatierondes gehouden in de CNO (Beek & Donk, Hapert, Someren). In totaal zijn ca. 75 kinderen gevaccineerd. Om de GGD-activiteiten voor Oekraïense vluchtelingen en de CNO goed af te stemmen is vanaf het begin een intern Crisisteam geformeerd waarin de belangrijkste disciplines participeerden (JGZ, THZ, IZB/Covid, PSH, Communicatie). Ook de GHOR is daarbij aangeschoven. Dit crisisteam kwam in het begin wekelijks bij elkaar, daarna tweewekelijks. De directie heeft deelgenomen aan het Regionaal Beleidsteam (RBT) o.l.v. de voorzitter van de Veiligheidsregio.
3.4 Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage per inwoner 2022 is in de primaire programmabegroting vastgesteld op € 17,357 per inwoner. Middels de 1e bestuurlijke begrotingswijziging (betreft aanpassing van het RijksVaccinatieProgramma (RVP)) is een stijging van de gemeentelijke bijdrage vastgesteld van totaal € 283.220 waardoor de werkelijke bijdrage per inwoner over 2022 € 17,718 bedraagt. De inwonerbijdrage JGZ 0-4 per kind wordt in de begroting per gemeente berekend tegen het voor die gemeente geldende tarief en het meest recent bekende aantal kinderen 0-4; conform de afspraak bij de JGZ-integratie wordt echter per gemeente definitief afgerekend tegen het werkelijk aantal kinderen per 1 januari van het begrotingsjaar. In de begroting 2022 is uitgegaan van in totaal 29.205 kinderen terwijl er dat in werkelijkheid 29.924 bleken te zijn.
33
Bijdrage per inwoner Monitoren, signaleren en
Prim. Begroting 2022
Werkelijk 2022
1.260.000
1,61
1.260.000
1,61
1.650.000
2,10
1.650.000
2,10
345.000
0,44
345.000
0,44
60.000
0,08
60.000
0,08
5.460.000
6,95
5.745.000
7,31
700.000
(0,89)
700.000
(0,89)
290.000
0,37
290.000
0,37
Overhead
4.550.000
5,81
4.550.000
5,81
Bijdrage (per inwoner)
14.315.000
17,36
14.600.000
17,72
Bijdrage JGZ 0-4 per kind
12.355.000
12.660.000
TOTAAL
26.670.000
27.260.000
adviseren Uitvoerende taken gezondheidsbescherming Publieke gezondheid bij incidenten, rampen en crises Toezicht houden Jeugdgezondheidszorg Pubercontactmoment JGZ* Aanvullende taken Publieke Gezondheid
* per 2016 is het pubercontactmoment (pcm) van de contracttaken overgeheveld naar het gezamenlijke takenpakket. Het wordt echter niet o.b.v. een bijdrage per inwoner gefinancierd maar o.b.v. de verdeelsleutel zoals door VWS gehanteerd voor de verdeling van de middelen naar de gemeenten. In bovenstaande tabel is wel het totaal bedrag pcm 2022 inclusief bijbehorende overhead (€ 700.000) herrekend naar een bedrag per inwoner (0,89), in de totaaltelling van het bedrag per inwoner is deze, om verwarring met de bedragen in de bijlagen te voorkomen, niet opgenomen.
34
3.5 Overzicht gerealiseerde baten en lasten GGD exploitatierekening 2022
Realisatie 2022
Publieke Gezondheid
75.393.707
Ambulancezorg
29.053.249
Baten
104.446.956
Publieke Gezondheid
63.288.086
Ambulancezorg
23.565.341
Directe Lasten
86.853.427
Publieke Gezondheid
11.173.466
Ambulancezorg
5.628.692
Overhead Lasten
16.802.158
Publieke Gezondheid
33.553
Ambulancezorg Vennootschapsbelasting
33.553
Publieke Gezondheid
898.602
Ambulancezorg
-140.784
Totaal saldo van baten en lasten
757.818
Publieke Gezondheid
931.700
Ambulancezorg
65.000
Toevoeging aan reserve (-)
996.700
Publieke Gezondheid
476.321
Ambulancezorg
175.000
Onttrekking aan reserve (+)
651.321
Publieke Gezondheid
443.223
Ambulancezorg
-30.784
Gerealiseerd resultaat
412.439
* Publieke gezondheid omvat alle pijlers behalve de pijler ambulance zorg.
35
4. Financiële paragrafen 4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Volgens artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen: -
De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en de mogelijkheden waarover kan worden beschikt om niet begrote kosten te dekken.
-
Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.
Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als de mate waarin de GGD in staat is niet structurele financiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit gevolgen heeft voor het bestaande takenpakket. De omvang van het weerstandsvermogen is afhankelijk van het risicoprofiel van de GGD. Dit profiel geeft het totaal van risico’s met een substantiële impact die gedekt moeten kunnen worden met de beschikbare weerstandscapaciteit. De kwantificering van de risico’s op basis van een kans- en impact-inschatting vindt plaats via een zogenaamde risico-inventarisatie, die jaarlijks wordt opgesteld. De inventarisatie per begin 2023 (zie ook paragraaf 4.1.2) resulteert in een benodigde weerstandscapaciteit van ca. € 2.400.000 voor het programma Publieke Gezondheid en ca. € 2.500.000 voor Ambulancezorg.
4.1.1 Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit is het geheel van middelen en mogelijkheden waarover de GGD beschikt om niet begrote substantiële kosten te dekken. Binnen de GGD kan alleen de Algemene Reserve als weerstandscapaciteit worden aangemerkt. Volgens de BBV vallen onder de weerstandscapaciteit ook de bestemmingsreserves en de voorzieningen. Dit zijn echter financiële middelen die gevormd zijn ter dekking van al voorziene risico’s en gebeurtenissen die niet opgenomen worden in de risico-inventarisatie. Overigens is het wel zo dat voor wat betreft de bestemmingsreserves het bestuur kan besluiten deze reserves een andere bestemming te geven. De voorzieningen hebben als doel om de kosten in de jaarlijkse exploitatie te egaliseren en/of bestaande verplichtingen te verantwoorden. De begrotingspost ‘Onvoorzien’ komt in de begroting van de GGD niet meer voor, zo is in 2015 bij de vaststelling van de Notitie Weerstandsvermogen & risicomanagement, Reserves & Voorzieningen en Post Onvoorzien besloten. Er wordt onder de personeelskosten nog wel een stelpost van ca. € 200.000 geraamd voor ‘risico’s personele kosten’. De post dient de facto als dekking van noodzakelijke (ziekte-)vervangingen. De Algemene Reserve is bedoeld als buffer voor onvoorziene uitgaven.
36
Hiermee kunnen onder andere schommelingen in de jaarlijkse exploitaties worden opgevangen, zodat niet elk jaar voor relatief beperkte bedragen een afrekening met de gemeenten hoeft plaats te vinden. De Algemene Reserve heeft een meerjarige functie. Eerder is besloten dat, gegeven de financieringsstructuur, voor de beide programma’s afzonderlijke algemene reserves worden aangehouden. Het bestuur heeft eerder vastgesteld dat het weerstandsvermogen niet direct tot het niveau van de risico-inventarisatie hoeft te worden aangevuld, maar dat de kaders en staffels zoals vastgesteld in de beleidsnotitie Kaders P&C-documenten 4GR-deel 2 hiervoor leidend zijn. Gegeven de omzet 2022 (exclusief crises-financieringen) is dan voor PG een kaderstellende bandbreedte van toepassing van minimaal € 1.500.000 en maximaal € 2.000.000 en voor AZ van minimaal € 1.200.000,- en maximaal € 1.500.000,-. Het wordt hierbij echter aan het Algemeen Bestuur van de Verbonden Partij overgelaten of die bandbreedte volledig wordt ingevuld, aangezien dit organisatie-specifiek is en wordt bepaald door de aard van de baten en lasten. Een laag weerstandsvermogen betekent wel dat financiële tegenvallers van enige omvang niet uit de algemene reserve kunnen worden opgevangen. De Algemene Reserve wordt hoofdzakelijk gevuld door middel van eventuele voordelige exploitatieresultaten.
In 2019, 2020 en 2021 zijn er, in het kader van de uitvoering van de bestuursopdracht, onttrekkingen gedaan aan de Algemene Reserve PG. Dit betreft met name projectkosten ter voorbereiding op de integratie van JGZ 0-4 per 1-1-2021, waarbij de doelstelling en verwachting was dat de reserve de volgende jaren met positieve resultaten hierop weer kon worden aangevuld. Tot en met 2022 zijn er in dat kader ten laste van de exploitatie ook stortingen gedaan. Na vaststelling van deze jaarrekening bedraagt de Algemene Reserve PG exclusief de resultaatbestemming 2022 ca. € 1.500.000 en voor AZ ca. € 1.400.000; na resultaatbestemming 2022 *) zal de reserve PG ca. € 1.700.000 en AZ ca. € 1.350.000 bedragen. Mochten er zich de komende jaren echter voor een hoger bedrag tekorten voordoen dan deze saldi, dan dragen de gemeenten daarvan het financiële risico, ieder naar rato van het inwoneraantal.
4.1.2 Risicomanagement Om risico's te beheersen wordt door de GGD BZO actief risicomanagement ontwikkeld. Elk trimester staat het management in de marap-gesprekken nadrukkelijk stil bij de ontwikkeling en ontstaan van relevante risico's, en welke maatregelen genomen moeten worden om deze risico's te beperken.
37
Als belangrijkste risico’s worden gezien: Stijging van kosten Het risico dat de loon- en materiële kosten sneller stijgen dan de in de begroting opgenomen indexering van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijke takenpakket en/of het NZA-budget voor ambulancezorg, en dat deze niet in de daaropvolgende jaren wordt rechtgetrokken. In de budgetafspraken met gemeenten is vastgelegd dat voor de berekening van de gemeentelijke bijdragen een vooraf overeengekomen index wordt toegekend en dat daarop geen nacalculatie wordt toegepast. Hierdoor ontstaat het risico dat de kosten meer stijgen dan de inkomsten. Dit risico bestaat ook bij Ambulancezorg omdat de indexering van het budget bij Ambulancezorg niet plaatsvindt op basis van de werkelijke kostenontwikkeling in de sector en dus ook af kan wijken. Gezien de recente ontwikkelingen m.b.t. de loonkostenontwikkeling (m.n. CAO en inflatie & energieprijs) waardoor aanzienlijke tekorten (zijn) ontstaan, is dit risico pregnant, hoewel gemeenten / bestuurders aangegeven hebben deze stijging (bij PG) te zullen vergoeden. Het risico dat door fusie, reorganisatie, conflicten etc. er wachtgelden/frictiekosten dienen te worden uitbetaald die niet door gemeenten, derden of de lopende exploitatie worden gedekt.
In de Gemeenschappelijke Regeling is vastgelegd dat alleen bij vermindering van de bijdragen de gemeente(n) gehouden zijn de kosten die daar een gevolg van zijn te vergoeden. In andere situaties komen die kosten ten laste van de reguliere exploitatie van de GGD, die daarvoor echter geen ruimte biedt. Het risico dat als gevolg van (belasting)wet- en regelgeving de kosten meer dan gemiddeld stijgen en/of tot een naheffing leiden. Hierbij concreet te denken aan zaken zoals de invoering van de Vennootschapsbelasting voor overheidsinstellingen, het risico van belastingheffing i.v.m. overschrijding van de Werkkostenregeling en sinds 2020 als gevolg van de WNRA het toegenomen risico om transitievergoedingen te betalen. Maar ook het toegenomen risico op naheffingen vanwege achteraf vast te stellen premiepercentages en vanwege eventuele andere foutieve toepassingen in wet- en regelgeving die achteraf worden geconstateerd. Toegenomen regeldruk maakt dit risico pregnanter. Toenemende arbeidsmarktkrapte bij specifieke functies betekent dat vaker tijdelijk een andere invulling van de taakuitvoering moet worden georganiseerd (bv duurder personeel van derden / ZZP inhuren) om de noodzakelijke dienstverlening op peil te houden.
38
Onvoldoende Budget Het risico dat om de paraatheid van de Ambulancezorg te handhaven er, bv vanwege een hoog ziekteverzuim of een groot personeelsverloop, te weinig budget is om de vervangingskosten te dekken. Daarnaast bestaat m.b.t. ambulancezorg een algemeen exploitatierisico op de omvangrijke materiële kosten. In het verleden heeft de situatie van hoge vervangingskosten zich voorgedaan en heeft dit tot (aanzienlijke) tekorten geleid. Er mag vanuit gegaan worden dat een dergelijke ernstige verstoring binnen een afzienbare periode tot adequate maatregelen leidt; eventueel met ondersteuning van verzekeraars die daar ook een rol en belang in hebben en dit in het verleden ook hebben getoond met incidentele aanvullende financiering. In het uiterste geval kan ook besloten worden om de paraatheid, en dus het niveau van dienstverlening, terug te brengen om daarmee binnen de budgettaire kaders te blijven. Uitvoering van noodzakelijke activiteiten zonder financiering Het risico dat door een ramp bij PG veel extra inzet nodig is en/of waardoor het reguliere werk in gevaar komt. Bij een grotere ramp zal de inzet van de GGD wellicht groot zijn terwijl de kosten van die inzet mogelijk niet volledig kunnen worden verhaald.
De Covid-19-, MPOX- en Oekraïne-crises zijn voorbeelden van een dergelijke situatie; de daarvoor toegekende vergoedingsregelingen vanuit het Rijk geven op dit moment vertrouwen dat alle extra kosten vergoed worden, de risico-inschatting verandert derhalve daardoor niet. Er bestaat echter wel het risico op meer werk en kosten op de langere termijn als gevolg van een algemene verslechterde gezondheidssituatie van de inwoners in onze regio. Het risico dat verplichte landelijke wet- en regelgeving bij PG leidt tot activiteiten waarvan de kosten nog niet zijn opgenomen in de begroting. Het risico bestaat dat de GGD verplicht is om, in het kader van (nieuwe) wet- en regelgeving, bepaalde taken uit te voeren zonder dat daar meteen voldoende middelen tegenover staan. Te denken valt hierbij aan de besluitvorming door de centrale overheid zoals die bij de decentralisaties, gepaard gaande met een efficiencykorting. Dit risico wordt middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (grotendeels) afgedekt/beperkt.
39
Extra kosten door organisatieverandering Het risico dat, wanneer de aanwijzing voor ambulancevervoer niet meer aan de GGD wordt toegekend, een deel van centrale overhead niet meer wordt gedekt. Dit risico is momenteel minimaal omdat de aanwijzing (voorheen vergunning genoemd) voor het uitvoeren van ambulancevervoer in onze regio in 2021 aan de GGD is toegekend. Daarmee vervalt de oorspronkelijke grond voor dit risico. In theorie bestaat dit risico echter nog steeds, bv in het geval van wanprestatie door de GGD of bij onvoorziene wijziging van wet- of regelgeving. Bij integrale overgang van AZ naar een andere organisatie zal er naar verwachting ook een overdracht van overheadtaken en -medewerkers plaats vinden. Ten aanzien van de achterblijvende ongedekte overhead (zoals directie, huisvesting ed.) wordt dan veelal wel een afbouwregeling van enkele jaren getroffen, maar daarna ontstaat een dekkingsprobleem als geen nieuwe activiteiten met externe financiering kunnen worden ontplooid en/of kosten kunnen worden bespaard. Extra kosten door verandering taakuitvoering Het risico dat er (door externe ontwikkelingen) een wijzing in de taakinhoud optreedt waardoor er tijdelijk meerkosten ontstaan. Bij wijziging van een taakinhoud zullen er wellicht tijdelijk meerkosten zijn waarvoor geen budget in de begroting is opgenomen. Hierbij valt te denken aan situaties zoals met de Q-koorts.
Dit risico wordt middels het wendbaarheidsbudget in de jaarlijkse begroting (grotendeels) afgedekt /beperkt. Extra kosten door afname van markttaken Het risico dat door marktomstandigheden er tijdelijk ongedekte kosten blijven bij de contracttaken voor het rijk en derden. Bij deze contracttaken moet gedacht worden aan betaalde activiteiten voor instellingen, bedrijven, het Rijk en particulieren. In tegenstelling tot de gemeentelijke contracttaken ontstaat bij afname of beëindiging van deze financiering een risico van ongedekte kosten. Bij de gemeentelijke contracttaken is, conform afspraken in de Gemeenschappelijke Regeling, de opzeggende gemeente gehouden de daaraan verbonden frictiekosten te vergoeden. Aangezien het personeel dat belast is met de uitvoering van deze contracttaken voor een groot deel bestaat uit vast personeel, zullen er bij een lagere omzet c.q. het geheel afstoten van deze taken kosten zijn waarvoor geen financiële dekking meer is. Gezien de aanzienlijke omzettoename van de afgelopen jaren en een daarmee gepaard gaande toegenomen risicospreiding, neemt dit risico relatief gezien (de kans-inschatting) wel af.
40
Beveiliging en (onder-)verzekering Het risico dat toegewezen schadeclaims niet volledig worden afgedekt door de afgesloten verzekeringen. De normale bekende risico’s voor de GGD zijn afgedekt middels afgesloten verzekeringen. Jaarlijks wordt bezien of deze nog afdoende dekking bieden. Toch blijft er een rest risico bestaan dat in het weerstandsvermogen dient te worden afgedekt. Het risico dat er zich ICT-beveiligingsproblemen voordoen. Hierbij te denken aan risico's van stroomuitval, datalek, cybercrime/hacken en andere situaties waarin systemen uitvallen en/of gegevens (tijdelijk) niet beschikbaar zijn of dat er schade ontstaat vanwege misbruik. Vanwege toegenomen (inzicht in de) externe dreiging en ervaringen (o.a. datalek Covid), geconstateerde achterstand in informatiebeveiliging in combinatie met de grote hoeveelheid persoonsgegevens die de GGD zowel bij PG als AZ beheert, wordt de kans op dit risico substantieel hoger ingeschat. Verbonden Partijen Het risico dat bij liquidatie van een der verbonden partijen er claims aan de GGD zullen zijn. Uit een analyse per verbonden partij komt geen specifiek te duiden risico voort. Desalniettemin wordt een algemeen risico ingeschat voor deze en andere niet formele samenwerkingsverbanden; deze laatste nemen namelijk steeds meer toe.
Het risico dat er zich nog overige (personele) tegenvallers zullen voordoen waarmee nog geen rekening is gehouden. Dit risico wordt de facto gedekt door hiervoor in de jaarlijkse begroting bij de personele kosten een stelpost op te nemen.
4.1.3 Financiële kengetallen Op grond van een wijziging in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) dient in de begroting en jaarrekening de ontwikkeling van een aantal voorgeschreven financiële kengetallen te worden opgenomen en toegelicht. Concrete normen zijn hiervoor niet voorhanden, waardoor alleen de ontwikkeling in de tijd een indicatie geeft. De kengetallen voor de begroting worden gebaseerd op geprognosticeerde balansgegevens, hetgeen een bepaalde onnauwkeurigheid met zich meebrengt. De voorgeschreven kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing, omdat er geen activiteiten m.b.t. grondexploitatie en heffing van gemeentelijke belastingen uitgevoerd worden door de GGD Brabant-Zuidoost.
41
Kengetallen
Realisatie
Begroting
Realisatie
2021
2022
2022
Netto schuldquote
1,6%
6,7%
0,9%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle
1,6%
6,7%
0,9%
Solvabiliteitsrisico
13,9%
23,1%
15,5%
Structurele exploitatieruimte
0,4%
0,2%
0,6%
verstrekte leningen
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de GGD ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De schuldquote wordt uitdrukt in een percentage van de totale baten. Het solvabiliteitsrisico betreft de verhouding tussen eigen en vreemd vermogen en geeft inzicht in de mate waarin de GGD in staat is aan zijn financiële verplichtingen op de langere termijn te voldoen. Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de GGD heeft in de eigen exploitatie, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bovengenoemde kengetallen worden voor de realisatie 2021 en 2022 sterk beïnvloedt door de kosten en balansposities vanwege de Covid-19-kosten en de financiering daarvan. Met name de netto schuldquote en het solvabiliteitsrisico geven daardoor een vertekend beeld t.o.v. de begroting 2022 waarin daarmee geen rekening is gehouden.
4.2 Onderhoud kapitaalgoederen 4.2.1 Beleidskader De GGD streeft naar een optimale staat van haar kapitaalgoederen. Hiervoor is onderhoud van deze kapitaalgoederen noodzakelijk. Het beleid voor het onderhoud van kapitaalgoederen kent vijf onderdelen. Te weten; gebouwen, machines, apparaten en installaties, hard- en software en vervoermiddelen.
4.2.2 Gebouwen De GGD heeft geen panden in eigendom maar heeft ervoor gekozen om alle benodigde panden te huren. Het beheer en onderhoud van de gehuurde gebouwen is voor rekening van de verhuurder, alle kosten die door de GGD gemaakt worden hebben betrekking op kleine reguliere onderhoudswerkzaamheden aan de binnenkant en het binnen schilderwerk.
42
4.2.3 Machines, apparaten en installaties Voor de waardevolle ondersteunende machines, apparaten en installaties zijn voor een groot deel onderhoudscontracten aanwezig. Voor de overige machines, apparaten en installaties met een beperkte waarde en waarvan er slechts een beperkt aantal aanwezig zijn, zijn geen onderhoudscontracten aanwezig.
4.2.4 Hard- en software Voor de optimale beschikbaarheid van hard- en software zijn voor de belangrijke bedrijfsapplicaties dienstverleningsovereenkomsten gesloten. Voor het onderhoud van hard- en software wordt geen voorziening gevormd. Alle kosten komen ten laste van de exploitatie.
4.2.5 Vervoermiddelen Voor voertuigen van de ambulancedienst worden onderhoudscontracten afgesloten. Hierin worden kosten van periodiek preventief onderhoud, reparatie als gevolg van normaal zorgvuldig gebruik en het treffen van maatregelen tegen normale slijtage gedekt. Maandelijks wordt hiervoor een vast bedrag betaald aan de leverancier van de diensten. Deze kosten komen ten laste van de exploitatie. De overige reparaties en het eigen risico bij schadeherstel worden ook rechtstreeks in de exploitatie verwerkt. Voor het onderhoud aan ambulances, piketauto’s en dienstauto’s is conform regelgeving geen voorziening gevormd. In onderstaand overzicht staan de werkelijke kosten die zijn gemaakt voor het onderhoud aan kapitaalgoederen.
Kapitaalgoederen
Realisatie 2022
Gebouwen
179.000
Machines, apparaten en installaties
201.900
Hard- en software
98.100
Vervoermiddelen
476.900
Totaal
955.900
43
4.3 Financiering 4.3.1 Beleidskader Op grond van de Wet Financiering Decentrale Overheid (FIDO) dient de GGD jaarlijks in de jaarrekening verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid inzake de treasuryfunctie. Het beleid voor de treasuryfunctie van de GGD is vastgelegd in het treasurystatuut, waarvan de laatste geactualiseerde versie door het Algemeen Bestuur is vastgesteld op 14-12-2022.
4.3.2 Rentebeleid De renterisico’s bij het aantrekken en uitzetten van geldmiddelen worden beperkt door de overeengekomen rentepercentages bij de transactie te baseren op de actuele rentestand en de rentevisie van de geldverstrekker (Bank Nederlandse Gemeenten). De korte rente is ook in 2022 nog laag geweest en lager dan de lange rente. Op basis hiervan is het uitgangspunt de financieringsbehoefte eerst te dekken met de maximale kasgeldlimiet en de resterende behoefte te dekken met langlopende leningen. Met deze aanpak wil de GGD zorgen voor zo laag mogelijke financieringskosten, rekening houdend met het risicoprofiel. Hierbij wordt de GGD door de treasury afdeling van de gemeente Eindhoven ondersteund.
4.3.3 Financieel Risicobeheer Door een actief risicobeheer probeert de GGD de financiële risico’s te beperken. In het treasurystatuut zijn richtlijnen en limieten voor het risicobeheer opgenomen. De GGD hanteert de normen die in de Wet FIDO zijn bepaald. Het niveau van de kasgeldlimiet is gelimiteerd op 8,2% van de begrote lasten, de renterisiconorm houdt in dat voor maximaal 20% van het begrotingstotaal, langlopende leningen per jaar kunnen worden afgelost. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. De provincie toetst de kasgeldlimiet en de renterisiconorm in het kader van het financieel toezicht.
4.3.4 Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een door de Wet FIDO voorgeschreven sturings- en verantwoordingsinstrument ter beperking van het renterisico op de korte schuld met een rente typische looptijd van korter dan een jaar. Als grondslag voor de wettelijk toegestane omvang van de kasgeldlimiet wordt 8,2% van de jaarbegroting aangehouden. Indien de werkelijke omvang lager is dan de wettelijk toegestane omvang, is er sprake van ruimte; indien de werkelijke omvang hoger is, dan is er sprake van overschrijding.
44
Conform de wettelijke kasgeldlimiet kan de GGD de financieringsbehoefte tot een bedrag van € 5.251.000,- dekken met kortlopende leningen. In onderstaand overzicht wordt de kasgeldlimiet van 2022 weergegeven.
Kasgeldlimiet
Werkelijk 2021
Werkelijk 2022
Totaal lasten
59.450.000
64.040.000
Wettelijk kasgeldlimiet (8,2%)
4.875.000
5.251.000
Netto vlottende schuld
-7.779.000
-11.982.000
Ruimte onder(+)/boven(-) kasgeldlimiet
12.654.000
17.233.000
Daarmee is voldaan aan de kasgeldlimiet.
4.3.5 Renterisiconorm De renterisiconorm benadrukt vooral het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en van de renterisico’s. De berekening van het renterisico is een benadering van het te lopen of het gelopen renterisico. Zowel bij een overschrijding als een onderschrijding van de renterisiconorm zal de GGD (en vervolgens de toezichthouder) zich een oordeel moeten vormen over de consequenties. De renterisiconorm bepaalt het feitelijke renterisico op de langlopende lening. Jaarlijks mogen de renterisico’s van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. In 2022 is de ruimte onder de renterisiconorm € 12.755.700,-. Renterisiconorm
Werkelijk 2021
Werkelijk 2022
1. Begrotingstotaal per 1 januari
59.450.000
64.040.000
2. Renterisiconorm (20%)
11.890.000
12.808.000
-
-
4. Betaalde aflossing
50.200
52.300
5. Renterisico langlopende leningen (3+4)
50.200
52.300
Ruimte onder renterisiconorm (2-5)
11.839.800
12.755.700
Ruimte boven renterisiconorm (5-2)
-
-
3. Netto renteherziening langlopende leningen
Daarmee is voldaan aan de renterisiconorm.
45
4.3.6 Bedrag aan middelen buiten de Rijks schatkist Het schatkistbankieren houdt in dat GGD BZO de overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan moet houden bij het ministerie van Financiën. Voor openbare lichamen met een begrotingstotaal kleiner of gelijk aan € 500 mln. is het drempelbedrag gelijk aan 2% van het begrotingstotaal, waarbij het drempelbedrag minimaal €1.000.000,- bedraagt. Het begrotingstotaal op 1 januari 2022 is € 64.040.000,-. Op basis van dit bedrag is het drempelbedrag € 1.281.000,-. Het gemiddelde van aangehouden liquide middelen in het jaar 2022 buiten de schatkist is € 235.000,-, waarmee per saldo voldaan is aan de norm. Bedrag aan middelen buiten de Rijks
Werkelijk
schatkist
2022
1. Begrotingstotaal per 1 januari
64.040.000
2. Drempelbedrag
1.281.000
3. Werkelijke middelen buiten schatkist
235.000
Ruimte onder het drempelbedrag (2-3)
1.046.000
Ruimte boven het drempelbedrag (3-2)
-
4.3.7 Financieringsbehoefte Met betrekking tot de liquiditeitsontwikkeling was de financieringsbehoefte in 2022 ruim € 8,6 miljoen. Vaste activa worden gefinancierd met lang vreemd vermogen voor zover eigen middelen daar niet toereikend voor zijn. In het volgende overzicht is de boekwaarde vergeleken met de langlopende leningen. Financieringsbehoefte
Saldo 1-
Bestem.
Toe-
Ont-
Vrijval
Saldo 31-
1-2022
resultaat
voeging
trekking
Reserves
4.707.800
412.400
996.700
651.300
-
5.465.600
Voorzieningen
1.218.100
-
310.900
25.400
-
1.503.600
Langlopende leningen
1.584.400
-
-
52.300
-
1.532.100
Totaal beschikbaar
7.510.300
8.501.300
Boekwaarde activa
8.966.600
8.631.800
Financieringstekort
1.456.300
130.500
12-2022
Beschikbare financieringsmiddelen:
46
Uit het overzicht ‘financieringsbehoefte’ blijkt dat de boekwaarde investeringen (vaste activa) voor een groot deel wordt gefinancierd met lang vreemd vermogen, reserves en voorzieningen. Het resterende financieringstekort wordt gefinancierd met kortlopende schulden.
4.3.8 Leningenportefeuille De leningenportefeuille toont de ontwikkeling van leningen o/g en leningen u/g in 2022 (zie overzicht ‘leningenportefeuille’). Leningenportefeuille Stand per 1 januari 2022 Nieuwe leningen Reguliere aflossing Vervroegde aflossing Stand per 31 december 2022
Leningen o/g Mutaties
Gem. rente
1.584.392
4,16%
52.329 1.532.063
4,16%
De stand van de leningenportefeuille o/g is afgenomen met € 1.584.392 naar € 1.532.063 per 31 december 2022. De reguliere aflossingen betreffen aflossingen op de langlopende lening. De omvang van de leningenportefeuille u/g is nihil; de GGD heeft geen uitzettingen uitstaan.
4.3.9 EMU-saldo Decentrale overheden moeten in hun jaarrekening een berekening opnemen van het zogenoemde EMU-saldo over het begrotingsjaar. EU-lidstaten mogen een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product. Hiervan is in Nederland 0,5% voor de decentrale overheden. De EMU-systematiek is anders dan het baten-lastenstelsel; bij een sluitende exploitatie kan toch een negatief EMU-saldo ontstaan, vandaar deze afzonderlijke berekening. De berekening laat voor 2022 een positief saldo zien.
1 + 2 + 3 + 4 5 + 6a + 6b 7 8a + 8b 9 10 11 -
Berekening EMU-saldo Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan/onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Bijdragen Rijk, provincies, EU en overigen mbt de investeringen die niet via de exploitatie lopen Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in vaste activa (tegen verkoopprijs) De boekwinst op desinvesteringen in vaste activa Aankoop grond, bouw-, woonrijp maken e.d. ( met derden en niet via de exploitatie) Opbrengsten uit verkoop van grond (tegen verkoopprijs) De boekwinst op grondverkopen Betalingen ten laste van de voorzieningen (met derden) Betalingen die niet via de exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves Boekwinst bij verkoop van deelnemingen en aandelen
2022 757.818 2.028.057 310.909 2.008.248 65.000 25.410 -
EMU-saldo
1.128.126
47
4.3.10
Rechtmatigheid
Eind 2022 heeft het Algemeen Bestuur een geactualiseerde controleverordening vastgesteld. In deze verordening zijn de kaders en richtlijnen voor de accountantscontrole vastgesteld, zoals de goedkeurings- en rapporteringstoleranties die door de accountant gehanteerd moeten worden bij de controle van de jaarrekening. In die verordening is ook vastgelegd dat jaarlijks een controleprotocol en normenkader voor de rechtmatigheidscontrole moet worden vastgesteld. Dit betreft de inventarisatie van de voor de accountantscontrole relevante regelgeving van hogere overheden en verordeningen en regelingen van de GGD zelf ten aanzien van de relevante financiële processen. Interne controle heeft als doel onvolkomenheden in de uitvoering tijdig op te sporen en te corrigeren. Tevens biedt interne controle de kans op het treffen van preventieve maatregelen om onvolkomenheden in de toekomst te voorkomen. De informatie uit interne controles plus de inbedding van interne controlemaatregelen in de organisatie helpen de kwaliteit van de bedrijfsvoering in alle opzichten te verbeteren. Door de interne controles kan de goede werking van de administratieve organisatie en de rechtmatigheid van de inkomsten en uitgaven worden vastgesteld.
In het verslagjaar zijn voorbereidingen getroffen om te kunnen voldoen aan de wijziging in de rechtmatigheidsverantwoording, die na enkele keren uitstel, nu met ingang van het boekjaar 2023 zal ingaan; vanaf dat jaar dient het DB in de jaarrekening verantwoording af te leggen over de rechtmatigheid. In de huidige situatie is het dagelijks bestuur al verantwoordelijk voor de rechtmatigheid, maar is het de externe accountant die hierover verslag uitbrengt en het gesprek voert met het algemeen bestuur. Vanaf het verslagjaar 2023 stelt het dagelijks bestuur (ic de GGD namens deze) zelf een verantwoording op, die opgenomen wordt in de jaarrekening. Dit heeft gevolgen voor de interne beheersing binnen de GGD. De verantwoordelijkheid voor het rechtmatig handelen komt explicieter bij de organisatie zelf, en formeel bij het DB, te liggen. De rol van het AB is kaders te stellen, bevindingen wegen en de organisatie/het DB aanspreken op onrechtmatigheden. Binnen de GGD is middels het interne controleplan reeds sprake van activiteiten ten behoeve van de interne beheersing, ook wel verbijzonderde interne controle (VIC) genoemd, waarbij rechtmatigheid de aandacht krijgt. De invoering van deze rechtmatigheidsverantwoording zorgt ervoor dat nu structureel extra werkzaamheden uitgevoerd moeten worden op het gebied van voorbereiding, uitvoering en rapportage ter onderbouwing hiervan.
Ook de rol van de accountant verandert hierdoor, deze zal de rechtmatigheidsverantwoording betrekken bij het oordeel over de getrouwheid.
48
4.4 Bedrijfsvoering 4.4.1 Bestuursopdracht aan GGD In 2018 is aan de GGD de opdracht gegeven om te komen tot een stabiele, financieel gezonde en wendbare organisatie. Aanleiding waren de toenmalige zorgen bij het bestuur en de directie van de GGD en haar regiogemeenten over de financiën en de bedrijfsvoering van de GGD BrabantZuidoost. De belangrijkste onderdelen van de bestuursopdracht zijn: -
de integratie van JGZ 0-4 binnen de GGD (gerealiseerd per 1.1.2021)
-
van een drielagen naar een tweelagen structuur (afgerond in 2022)
-
de implementatie van Lean principes (loopt)
-
de groei naar zelforganiserende teams en bijpassende leiderschapsstijl (loopt)
-
het verbeteren van de bedrijfsvoering van de GGD (loopt)
-
het creëren van financiële ruimte voor inhoudelijke ontwikkelingen via een zgn. wendbaarheidsbudget (gerealiseerd).
Voor de uitvoering van de bestuursopdracht hebben onze gemeenten in 2020 aan de GGD een eenmalige kapitaalinjectie van € 1,- per inwoner gedaan. Met ingang van 2021 staat daar een structurele verlaging van de inwonerbijdrage van € 0,20 per inwoner tegenover. Met deze incidentele impuls kan de GGD het HRM instrumentarium en begeleiding naar zelforganisatie financieren en de informatiehuishouding optimaliseren, LEAN prestatiedoorbraken faciliteren en operationele en bestuurlijke management rapportages opleveren. Dit veranderingsproces is een meerjarig proces. Door de COVID-19 crisis is er vertraging opgetreden in het veranderingsproces. Eind 2023 hopen we bovenstaand veranderproces met een eindevaluatie af te ronden.
4.4.2 Bestuur en organisatie Bestuurswisseling In 2022 heeft een bestuurswisseling plaatsgevonden a.g.v. de gemeenteraadsverkiezingen die in maart plaatsvonden. Vijf leden uit het vorige Algemeen Bestuur keerden terug en 16 nieuwe wethouders namen zitting in het Algemeen Bestuur van de GGD. Het Algemeen Bestuur heeft uit haar midden het volgende Dagelijks Bestuur gekozen: 1.
Cathalijne Dortmans (voorzitter)
2.
Eric Beex (vice voorzitter en portefeuille personeel
3.
Veronique Zeeman (secretaris)
4.
Hennie Driessen (portefeuille financien)
5.
Samir Toub (lid)
6.
Monika Slaets (lid)
7.
Mathil Sanders (lid)
49
Organisatieontwikkeling In 2022 heeft de organisatie een belangrijke vervolgstap gemaakt in het kader van de Wendbare GGD. Zelforganisatie en continu verbeteren (Lean) zijn kernelementen van onze sturingsfilosofie omdat we erin geloven dat dit meer ruimte voor de professionals en betere zorg voor de inwoners oplevert. Zo maken we meer maatschappelijke impact. De aangepaste managementstructuur heeft verder vorm gekregen doordat de functies van de managers vanuit deze nieuwe structuur opnieuw beschreven zijn. De (overwegend interne) wervingsprocedure voor deze functies is afgerond. Ook is een nieuwe teamindeling ingevoerd waarbij teams zoveel mogelijk geografisch geclusterd zijn. Teams hebben verdere stappen gezet om te groeien naar zelforganiserende teams. Het gedachtegoed van continu verbeteren is verder verspreid. Er is structuur aangebracht om verbeteringen en resultaat te boeken waarbij we gedrag stimuleren om de onderliggende oorzaken in kaart te brengen en op te lossen in plaats van ‘het blussen van brandjes’. En er zijn diverse procesoptimalisaties en verbetertrajecten uitgevoerd. (zie ook paragraaf 4.4.8) Uitbreiding contracttaken Om de financiële armslag van de GGD te vergroten is een aantal inhoudelijke contracttaken uitgebreid.
Voorbeelden van nieuwe taken die succesvol zijn geïmplementeerd zijn de Wijk GGD’er (in 2021 voor 3 gemeenten, in 2022 uitbreiding in Eindhoven en vanaf 2023 in Geldrop-Mierlo), de Wvggz-taken (in 2021 voor 8 gemeenten en vanaf 2022 voor 13 gemeenten) en Vroeghulp (basistaak GGD vanaf 2022). Ook zijn er nieuwe projecten gestart zoals Kansrijke Start (in diverse gemeenten), Nu Niet Zwanger (in Helmond en in 2022 een uitrolplan gemaakt voor de hele regio) en de JOGG-regisseur (Eindhoven). De omzet bij Reizigerszorg die in de eerste twee Covid-19jaren een flinke daling liet zien, heeft zich hersteld maar is nog niet op het niveau van 2019.
4.4.3 Personeel De GGD Brabant-Zuidoost had in 2022 gemiddeld 620 fte (795 personen) in dienst. In het onderstaande overzicht is de formatie verdeeld over de Publieke Gezondheidszorg en Ambulancezorg. Gemiddelde personele bezetting 2022
Aantal
Aantal
personen
fte
554
401
Publieke Gezondheidszorg Ambulancezorg
232
211
Ambulancezorg FLO
9
8
Subtotaal Ambulancezorg
241
219
Totaal
795
620
50
De GGD Publieke Gezondheidszorg kent in 2022 een verlooppercentage van 18%. Dit is gestegen in vergelijking met andere jaren en ongeveer gelijk aan het landelijk gemiddelde 2022. De gemiddelde leeftijd (peildatum 31 december 2022) van de medewerkers van de GGD Publieke Gezondheidzorg is afgerond 47 jaar en bij de Ambulancezorg (ex FLO) afgerond 46 jaar. Loopbaanontwikkeling In 2022 hebben 35 medewerkers (vrijwillig) gebruik gemaakt van de diensten van het Loopbaancentrum. Hiervan lopen drie trajecten door in 2023, de overige zijn afgerond. De begeleiding varieerde van kortdurende trajecten (1 à 2 gesprekken) tot intensieve (3-10 gesprekken). De loopbaanvragen waren uiteenlopend waaronder: -
Vrijwillige of verplichte oriëntatie op eigen of ander werk binnen of buiten de organisatie.
-
Begeleiding naar ander werk.
-
Sollicitatie- en netwerkadvies.
-
Oriëntatie op passende studie.
-
Onderzoek en verdieping eigen functie (POP).
Er zijn teamscans gemaakte en 11 managers hebben een TMA (Talenten en Motivatie Analyse) afgenomen. Re-integratie Onder re-integratie verstaan we de activiteiten die worden uitgevoerd bij (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid wegens ziekte of gebrek. We maken hierbij onderscheid in re-integratie: -
Spoor 1: re-integratie in eigen of andere (aangepast) functie binnen de GGD;
-
Spoor 2: re-integratie in ander werk buiten de GGD.
Er zijn twee re-integratie trajecten gestart en afgerond via het Loopbaancentrum. Van Werk Naar Werk (VWNW) Als gevolg van de wendbare GGD waren er twee boventallige medewerkers. Zij hebben elders een nieuwe baan gevonden.
51
Social Return/participatiewet
Resultaten 2022
Participatiewet
Re-integratie- /werkervaringsplaats
Medewerkers van andere werkgevers
0
Uitkeringsgerechtigden/UWV
5 WW 3 WIA 2 Wajong 1 WWB
Inzet WSW-bedrijf (Ergon, e.d.)
Autopoetsers via Ergon
5
Vrijwilligers
Publieksevenementen 16
36
Mantelzorg 2 Seniorenvoorlichting 4 Moeders informeren moeders 14 Stages (studie)
Stageplaatsen
22
Door het jaar heen investeert de GGD in netwerkgesprekken met werkzoekenden, snuffelstages, sollicitatieadvies, etc. Ziekteverzuim Ziekteverzuim (excl. vangnet en excl 2022
zwangerschapsverlof)
Publieke gezondheid
7,1%
Ambulancezorg
7,2%
Het verzuim is in 2022 zowel voor de sector Publieke Gezondheid en de Ambulancezorg gestegen ten opzichte van 2021. Dit komt overeen met de landelijke trend die te zien is in 2021-2022. Arbeidsomstandigheden In 2022 is de RI&E inclusief Plan van aanpak voor de gehele GGD (AZ en PG) afgerond. Op basis van de punten, volgend uit de RI&E en opgenomen in het plan van aanpak, is in overleg met de directie gekeken naar welke acties prioriteit krijgen. Op basis van risico inschatting zijn drie onderwerpen gekozen welke in 2022/2023 prioriteit krijgen. Dit zijn de onderwerpen: -
BHV-organisatie GGD breed
-
Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA)
-
Opslag gevaarlijke stoffen (voornamelijk AZ)
52
Op voornoemde onderwerpen zijn inmiddels acties uitgezet, gepland en/of al deels doorgevoerd. Acties worden structureel gemonitord tijdens meetings van een preventiemedewerker met de verantwoordelijke actiehouder. Ten aanzien van het opschonen van Arbo-beleidsdocumenten is gestart met het opstellen van een geheel nieuw Arbobeleidsplan, maar bijvoorbeeld ook van beleid t.a.v. zwangerschap. De Arbocommissie is geheel compleet en voor het eind van 2023 zal ook de taak van Arbo coördinator opgepakt worden door een eigen vaste medewerker van de GGD. In 2022 is ook het emailadres meldpuntarbo@ggdbzo.nl nieuw leven ingeblazen en de achterban weet dit goed te vinden. Medewerkersonderzoek De organisatie voert om de 2-3 jaar een medewerkersonderzoek uit. Dit vloeit voort vanuit de certificeringseisen (kwaliteitskader). Deze onderzoeken worden in de regel uitgevoerd door de externe partij Effectory. Eind 2022 heeft dit onderzoek plaatsgevonden; de resultaten hiervan zijn begin 2023 bekend.
Overige ontwikkelingen In 2022 heeft de organisatie een belangrijke vervolgstap gemaakt in de Wendbare GGD. Er is een Action Kit geïmplementeerd en voor alle afdelingen is er een teamscan van Use Your talents beschikbaar gesteld om een nulmeting te doen. In samenwerking met HR, OR en Managers zijn er 3 thema’s vanuit het personeelshandboek beetgepakt en is er een visiedocument opgesteld met het oog op waar we als organisatie naartoe willen groeien en de veranderende arbeidsverhoudingen (betrekking tussen werkgever en werknemer). Dit hebben we gedaan voor de thema’s verzuim, werktijden en verlof en beoordelen. In 2023 zal het personeelshandboek aangepast worden en zullen HR Processen erop aangepast worden. Procesoptimalisatie was in 2022 ook weer een belangrijk thema. Het gaat hierbij om het vereenvoudigen en digitaliseren van processen waarbij we gelijktijdig ook de kwaliteit van de output en de zelfredzaamheid vergroten. De HR informatiepagina, de digitale bekwaamheidsverklaringen en het exitformulier (uitdiensttreding) zijn geautomatiseerd. Daarnaast zijn er nieuwe processen opgetuigd: in-dooruitstroom processen voor een eerstvolgende crisis ontworpen (eerder gebouwd én geïmplementeerd voor de COVID organisatie), kalenders voor uitruil woon-werk versus thuiswerkdagen, werkgeversverklaring en verlofsparen.
4.4.4 Informatie & Automatisering (I&A) Binnen I&A is de afgelopen jaren gewerkt vanuit een duidelijke visie, die ondersteunend is aan de missie en visie van de organisatie. In 2022 is de lijn van de vorige jaren dan ook structureel doorgetrokken. Dit betekent vooral dat duidelijk is wat er gedaan moet worden en welke prioriteiten er liggen. Het besturingsmodel binnen I&A is succesvol gebleken binnen de hectische periodes van de Covid-bestrijding en de iJGZ-integratie.
53
We hebben in 2022 naast het reguliere werk ook duidelijk kunnen werken aan de broodnodige inhaalwerkzaamheden. Denk hierbij aan het opbouwen van een platform dat ondersteunend moet zijn aan meer datagestuurd werken en het structureel meer aandacht geven aan informatiebeveiliging. De transitie naar werken in de cloud is verder doorgezet, waarmee steeds meer lokale applicaties uitgefaseerd zijn. De beveiliging van onze omgeving is daarmee een additioneel punt waar we het afgelopen jaar veel in geïnvesteerd hebben. Hierdoor nutten we nu alle middelen uit die we tot op heden tot onze beschikking hadden. Aangezien het goed beveiligen een continu proces is hebben we dan ook voor 2023 ingezet op additionele middelen om ook naar de toekomst toe hieraan te kunnen blijven werken. Door eerst in te zetten op het goed benutten van de bestaande mogelijkheden kunnen we ook stellen dat we klaar zijn om de additionele investeringen die gedaan worden in informatiebeveiliging ook tot zijn recht te laten komen in de komende jaren. De uitdagingen op het gebied van de informatiehuishouding zijn groot en om aan alle wet- en regelgeving te kunnen voldoen zal de samenwerking binnen de eigen GGD, maar ook met regionale en landelijke partners verder uitgewerkt moeten worden. De informatiemanagers hebben hier vanuit I&A een essentiële rol in en dragen hier in de landelijke setting aan bij.
De ingezette ontwikkeling van informatiemanagement is in 2022 voortvarend gegaan, met een betere advisering, ondersteuning en verbetering van de bedrijfsprocessen en daarmee de dienstverlening van de GGD naar de inwoner tot gevolg. Verbindingen met de functionaris gegevensbescherming, kwaliteitsadviseurs, privacy officer en de security officer hebben over de as van informatiebeveiliging, NEN7510 en privacy-inrichting geleid tot een steeds duidelijker beeld wat er nog allemaal gedaan moet worden. Deze onderwerpen zullen in 2023 en verder nog veel aandacht moeten krijgen.
4.4.5 Facilitair & Huisvesting Facilitair en Huisvesting heeft in 2022 wederom de COVID-19 processen en daarnaast de MPOX processen ondersteund. Samenwerking met leveranciers is geïntensiveerd om met elkaar zo goed mogelijk op de veranderende situaties van op- en afschalen te reageren. De ondersteuning van de COVID-organisatie, zoals het BCO, afdeling IZB, planning en roosteraars etc. bleef gehuisvest in De Lage Landen. Dit met als doel dat De Witte Dame na een periode van lockdown weer opengesteld werd voor medewerkers van de andere GGD-processen. Vanaf de eerste lockdown, eind 2020, was thuiswerken de norm. In 2022 is voor de Witte Dame het hybride werken ontwikkeld. Medewerkers werken thuis of elders. De Witte Dame biedt daarnaast ruimte aan activiteitgericht werken, ontmoeten en samenwerken. Om werken op afstand beter te faciliteren zijn de vergadervoorzieningen aangepast op basis van de pilot die daarvoor werd uitgevoerd. Vanuit de bezuinigingsopdracht van de gemeente Helmond op herziening van huisvesting JGZ is gestart met het schrijven van scenario’s om binnen de kaders van de opdracht, de jeugdgezondheidszorg aan te blijven bieden in de wijken van Helmond. Dit vraagstuk beslaat de periode 2022 t/m 2024.
54
Het onderzoek naar de haalbaarheid van Ambulancepost en samenhuizen met de Veiligheidsregio/ Brandweer in Helmond werd afgerond. Met de keuze van de Veiligheidsregio om aan de Deurneseweg te blijven bleek samenhuizen geen optie meer. Dat heeft geleid tot de ontwikkeling van een nieuwbouwplan op de huidige locatie in Helmond. Na overleg met de zorgverzekeraars is een aanvullend onderzoek ingesteld om rijtijden in de omgeving van Helmond te verbeteren. In afwachting van de resultaten is plan Helmond in december opgeschort. In 2023 wordt hierover een besluit genomen. In 2022 zijn aan de hand van de meerjarige onderhoudsplannen vaste onderhoudspartijen gecontracteerd via aanbestedingen in het kader van doel- en rechtmatigheid voor het uitvoeren van het huurders-onderhoud. In 2022 zijn de projecten opgestart die invulling moeten geven aan de nieuwe werkwijze op gebied van fysieke toegangsbeveiliging, informatieveiligheid en archiefbeheer. Het BHV noodplan en de BHV voorzieningen zijn weer op orde gebracht en de trainingen van BHVers zijn na de COVID periode weer opgestart. Er heeft een onderzoek naar postregistratie en postdistributie plaatsgevonden. Implementatie van de nieuwe werkwijze vindt begin 2023 plaats.
4.4.6 Kwaliteit In februari 2022 werd de externe audit met goed gevolg afgelegd. Dat betekent dat het certificaat voor de ISO 9001 voor zowel Publieke Gezondheid als Ambulancezorg is gehandhaafd. De sector Ambulancezorg is daarnaast ook gecertificeerd op de NEN7510. De GGD is verplicht NEN7510-compliant te zijn. KPMG heeft in 2022 een uitgebreide 0-meting gedaan binnen de GGD. Op basis van deze 0-meting is een extern bureau aangetrokken. Dat bureau moet de GGD gaan begeleiden om NEN7510-compliant te worden. Daarnaast is het de ambitie om als GGD ook gecertificeerd te zijn op de NEN7510. Dit wordt eveneens onderdeel van de opdracht voor het externe bureau.
4.4.7 Projectmanagement en Lean continu verbeteren Vanuit projectmanagement worden de strategische doelen van de GGD ondersteund waardoor een bijdrage wordt geleverd aan de continue en duurzame verbetering van de GGD om zo een toekomstgerichte en wendbare organisatie te zijn. Hierbij combineren we projectmanagement methodieken met de LEAN filosofie en tools zodat deze elkaar versterken. In 2022 heeft de transitie naar een meer wendbare organisatie met zelforganiserende teams die continu verbeteren programmatisch verder vorm gekregen. Er zijn o.a. GGD-brede kaders en een stappenplan voor teams opgesteld. Door middel van diverse webinars en inspiratiesessies zijn medewerkers geïnformeerd over de koers en de thema’s die op de agenda staan. Er is een toolkit zelforganisatie samengesteld met hulpmiddelen voor persoonlijke – en teamontwikkeling. Tevens is er een 0-meting gestart voor alle teams d.m.v. een teamscan zelforganisatie. Dit vormt de basis voor verdere teamontwikkeling. In 2022 waren procesoptimalisaties en het verspreiden van het Lean gedachtegoed wederom belangrijke thema’s. 55
De kern van het gedachtegoed is dat je vanuit de dagelijkse praktijk al doende komt tot verbeteren. Hoe kunnen processen vereenvoudigd, gestandaardiseerd en waar mogelijk gedigitaliseerd worden waarbij we gelijktijdig ook de kwaliteit vergroten? In het primair proces zijn werkwijzen verder geoptimaliseerd om onze klanten sneller van dienst te kunnen zijn. Voorbeelden hiervan zijn telefonische bereikbaarheid, ziekteverzuim jeugd en registertaken. Dit heeft snelheid en kwaliteitsverbeteringen opgeleverd voor onze klanten. Maar ook interne processen waaronder Werving & Selectie, reiskostendeclaraties, verzuim- & herstelmeldingen, voorraadbeheer, postproces zijn verbeterd. Daarnaast hebben steeds meer teams continu verbeteren structureel op de agenda staan door middel van dag- of weekstarts. Implementeren van Lean werkt als een olievlek, het duurt even voordat je iedereen bereikt. De komende jaren blijven we hier aandacht aan besteden.