Gewijzigde vaststelling BP “Nuenen Zuidoost, herziening 1” - Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
Het overgrote deel van de lokale wegen is gelegen in een 30 km/zone of woonerf. Voor deze wegen geldt geen zonering. De overige wegen, veelal de gebiedsontsluitingswegen, kennen een snelheidsregime van 50 km/uur. Deze wegen doorkruisen het plangebied. Daarnaast is het plangebied gelegen in het invloedsgebied van enkele 80 km/uur wegen en de provinciale weg N270 in het buitengebied.
Omdat onderhavig bestemmingsplan op een drietal locaties voorziet in het toestaan van nieuwe geluidsgevoelige functies binnen de onderzoekszones van in het plangebied gelegen wegen, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit betreft de te realiseren woningen aan de Beekstraat 37 (3 woningen), Beekstraat 39 (2 woningen) en Opwettenseweg 52 (1 woning). De resultaten van dit "Akoestisch onderzoek 3-tal locaties gelegen aan de Beekstraat en Opwettenseweg" (Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, 2022) luidt als volgt: ▪ voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Smits van Oyenlaan (locatie Beekstraat 37 en 39), Europalaan en Gedropsedijk (locatie Opwettenseweg 52).
De plangebieden Beekstraat en Opwettenseweg liggen tevens in de nabijheid van 30 km/uur wegen te weten Beekstraat, Beekstraatse Velden, Anderegglaan (plangebied Beekstraat) en Opwettenseweg (plangebied Opwettenseweg); ▪ op de locatie Beekstraat 37 en 39 wordt ten gevolge van de Smits van Oyenlaan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden; ▪ op de locatie Opwettenseweg 52 wordt ten gevolge van de Europalaan en Geldropsedijk de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden; ▪ in het kader van de beoordeling of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan het akoestisch klimaat voor de locaties aan de Beekstraat 37 en 39 en de locatie Opwettenseweg als matig beschouwd worden. De woningen beschikken wel over een geluidluwe gevel; ▪ er zal voor het aspect geluid sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening als voor de woningen wordt voldaan aan de eisen voor de geluidwering conform het Bouwbesluit. Volgens het Bouwbesluit dient de karakteristieke geluidwering van de 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 38
gevel voor verblijfsgebieden in een woning minimaal de in het vastgestelde hogere waarde besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting minus 33 dB te bedragen. Verder wordt ervan uitgegaan dat een gevel bij normale bouwkundige opzet aan de minimale geluidwering van de gevel van 20 dB voldoet, waardoor er bij een geluidbelasting die groter is dan 53 dB een aanvullend onderzoek nodig is ter bepaling van de geluidwering van de gevel.
Het akoestisch onderzoek is als bijlage bij deze toelichting toegevoegd.
Industrielawaai Geluidshinderlijke bedrijven zijn in het plangebied niet toegestaan. Hierin zijn alleen bestaande bedrijven toegestaan die met hun hinderzone niet conflicteren met aanwezige geluidgevoelige bestemmingen (met name de woningen). Daarnaast rijken de geluidshinderzones van bedrijven buiten het plangebied niet tot het plangebied; dit vormt derhalve geen belemmering.
4.3
LUCHTKWALITEIT
In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer is de regelgeving met betrekking tot luchtkwaliteit vastgelegd. In artikel 5.16 is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan, mogen uitoefenen wanneer sprake is van één van de volgende gevallen: ▪ Er is geen sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden. ▪ De concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft ten minste gelijk. ▪ Het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht. ▪ De ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
In het geval een planvoornemen strekt tot het realiseren of wijzigen van bronnen van luchtverontreiniging, die leiden tot een toename van de hoeveelheid luchtverontreiniging, dient onderzoek naar de exacte gevolgen voor de luchtkwaliteit uitgevoerd te worden.
Jaarlijks wordt de luchtkwaliteit voor Nuenen in kaart gebracht via de 'nsl-monitor'. Daarbij is de concentratie NO2, PM10 en PM2,5 berekend voor diverse punten, langs de belangrijkste doorgaande en ontsluitingswegen. Voor het plangebied zijn dit de A270, Europalaan, Smits 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 39
van Oyenlaan, Beekstraat en Geldropsedijk. Uit deze monitoring blijkt dat binnen Nuenen Zuidoost de luchtkwaliteit in de berekende jaren 2021, 2020 en 2030 voldoet aan de daarvoor geldende normen. De luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost herziening 1. Omdat dit bestemmingsplan uitsluitend een actualisatie betreft van bestaande plannen en er dus geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt, zal de invloed op de luchtkwaliteit niet slechter worden. Er zijn derhalve geen belemmeringen voor de vaststelling van het bestemmingsplan. Een nadere verantwoording voor het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet aan de orde.
4.4
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
De milieuhinder die bedrijven veroorzaken kan globaal worden beoordeeld met behulp van de methodiek van de VNG-handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009). In deze handreiking is een bedrijvenlijst opgenomen, die informatie geeft over de milieukenmerken van verschillende typen bedrijven. In de lijst is op basis van een aantal factoren (waaronder geluid, geur en gevaar) een indicatie gegeven van de afstand tussen bedrijven en hindergevoelige functies (zoals woningen) waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening dienen te houden.
In de VNG-handreiking worden twee omgevingstypen onderscheiden, namelijk ‘rustige woonwijk’/’rustig buitengebied’ en ‘gemengd gebied’. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen ook andere functies voor. Ook een gebied langs hoofdinfrastructuur wordt beschouwd als een gemengd gebied.
Verspreid over het plangebied komen kleinschalige bedrijven, bedrijven-aan-huis en instellingen en/of voorzieningen voor. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld woningen), ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven.
In het bestemmingsplan worden enkel de bestaande bedrijven, bedrijven-aan-huis en instellingen/voorzieningen opnieuw geregeld. Er is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen op dit gebied. De bestaande bedrijven binnen het plangebied zijn in het verleden op basis van de aard van hun bedrijfsactiviteiten al ingepast in de omgeving. Daarbij is gebleken dat door het aanhouden van een voldoende grote afstand, dan wel door het treffen van maatregelen een goed woon- en leefmilieu in de omgeving kan worden gegarandeerd. Dit 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 40
geldt evenzo voor de diverse instellingen/voorzieningen en bedrijven-aan-huis, die verspreid over het plangebied aanwezig zijn. Er is derhalve sprake van een aanvaardbare afstemming.
4.5
EXTERNE VEILIGHEID
Activiteiten met gevaarlijke stoffen leveren risico’s op voor de omgeving. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) vormen op dit moment het wettelijk kader voor het omgaan met deze risico’s. Door het stellen van eisen aan afstanden tussen enerzijds activiteiten met gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en bij het transport daarvan en anderzijds (beperkt) kwetsbare objecten (woningen, kantoren, scholen, enz.) worden de eventuele gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk beperkt.
Bij de ruimtelijke planvorming moet rekening worden gehouden met het aspect externe veiligheid. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en risicovol transport. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. Het uitgangspunt van wet- en regelgeving en beleid ten aanzien van externe veiligheid is scheiding van kwetsbare functies en risicobronnen, waarmee men het volgende wil bereiken: ▪ Bescherming van personen die zich bevinden in de nabijheid van een risicobron tegen de kans op overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen of ten gevolge van een ongeval met een vliegtuig op of nabij een luchthaven; ▪ Bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijk ongeval met een groot aantal slachtoffers.
Voor de eerste doelstelling is het begrip 'plaatsgebonden risico' (PR) van belang. De norm voor het plaatsgebonden risico is 10-6, die als een contour om een risicovolle inrichting en aan weerszijden langs een transportroute of buisleiding ligt. Binnen die contour zijn vanwege het Besluit externe veiligheid inrichtingen milieubeheer (Bevi) geen nieuwe kwetsbare objecten toegestaan. Voor beperkt kwetsbare objecten als bedoeld in het BEVI geldt die norm als richtwaarde. Een soortgelijke normstelling en systematiek geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen.
Bij de realisatie van de tweede doelstelling staat het begrip 'groepsrisico' (GR) centraal. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicovolle inrichting, transportas waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en van een buisleiding 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 41
waardoor die stoffen worden vervoerd, is op dat punt onderzoek nodig. Daaruit volgt een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar wel een oriënterende waarde, die als ijkpunt geldt bij het zoeken naar maatschappelijk aanvaardbare grenzen. Op grond van artikel 13 Bevi dient bij nieuwe ruimtelijke plannen die nieuwe (kwetsbare) objecten mogelijk maken een verantwoording van het groepsrisico plaats te vinden door het bevoegd gezag. Een soortgelijke regeling geldt voor transport van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en binnenwateren en via buisleidingen.
Uit de risicokaart (onderstaande figuur) blijkt, dat binnen en in de omgeving van het plangebied één relevante risicobron aanwezig is, te weten het LPG-tankstation aan de Smits van Oyenlaan 1002
Figuur 8: Uitsnede Risicokaart
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 42
LPG-tankstation Smits van Oyenlaan 1002 Het binnen het plangebied aanwezige LPG-tankstation is voorzien van een op het Bevi afgestemde dubbelbestemming. Rondom het vulpunt en het reservoir zijn een plaatsgebonden risicocontour en een contour voor de effectafstand in verband met het groepsrisico aangegeven. De afleverinstallatie heeft een plaatsgebonden risicocontour. Binnen deze contouren gelden restricties voor nieuwe kwetsbare objecten.
Voor de tankstations, met een LPG-doorzet van maximaal 990 m3 per jaar, gelden de volgende veiligheidsafstanden: Installatie
Risicoafstand
Groepsrisico
Vulpunt
35 meter
150 meter
Reservoir
25 meter
150 meter
Afleverinstallatie
15 meter
Op 28 juni 2016 is de 'Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de externe veiligheid' gepubliceerd. Deze circulaire is niet van toepassing op besluiten die geen of uitsluitend positieve veiligheidsconsequenties hebben in relatie tot bepaalde effecten van ongevalsscenario's. Een voorbeeld hiervan is een conserverend bestemmingsplan waardoor de circulaire niet van toepassing is. Het bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost herziening 1' is een zogenaamd conserverend bestemmingsplan. Van een wijziging of toename van het externe veiligheidsrisico is daarom geen sprake.
Transport gevaarlijke stoffen De normen voor de risico's die burgers mogen lopen als gevolg van een ongeval met transport van gevaarlijke stoffen zijn in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wet Basisnet) vastgelegd. De normen voor risico's die burgers mogen lopen als gevolg van een ongeval 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 43
met transport van gevaarlijke stoffen zijn opgenomen in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)
Conform de risicokaart vindt in de directe omgeving van het plangebied geen transport van gevaarlijke stoffen plaats, noch over de weg, noch via leidingen. Het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen vindt op grote afstand (circa 1 kilometer in zuidelijke richting) van het plangebied plaats. Ter plaatse zijn twee hogedruk aardgasleidingen van de Gasunie (40 bar met diameter 324 mm, 66,2 bar met diameter 914 mm) gelegen. Het plan valt niet binnen het invloedsgebied van deze buisleidingen, waardoor buisleidingen geen belemmeringen vormen voor het bestemmingsplan.
Het transport van gevaarlijke stoffen over de rijksweg A50 en het spoor Eindhoven-Venlo plaats. De afstand van het plangebied tot de A50 bedraagt ruim 5,5 km. Volgens de gegevens uit de Regeling Basisnet en de handleiding risicoanalyse transport (HART) heeft deze transportroute een invloedsgebied van 880 meter.
Het spoor Eindhoven-Venlo ligt op circa 2 km. Volgens bijlage 2 van het Eindrapport werkgroep Basisnet Spoor ligt rond dit traject geen plaatsgebonden risicocontour van 10-6 en is er geen sprake van een plasbrandaandachtsgebied. Over het traject worden jaarlijks alleen brandbare gassen vervoerd in een hoeveelheid van 2150 ketelwagenequivalenten. Dit betekent dat er ook geen plaatsgebonden risicocontour van 10-7 rond de spoorbaan ligt.
Het plangebied ligt buiten de zone van het GR-aandachtsgebied van 112 meter. Gezien de afstand van het plangebied tot het spoor zal het plan geen invloed hebben op de hoogte van het groepsrisico. Verder ligt het groepsrisico van het spoor hier niet boven de oriëntatiewaarde. Het transport van gevaarlijke stoffen legt daarom geen beperkingen op.
Nieuwe ontwikkelingen Het voorliggende bestemmingsplan 'Nuenen Zuidoost herziening 1' is een zogenaamd conserverend bestemmingsplan waarmee geen nieuwe, grootschalige ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Binnen het plan is sprake van 6 onbenutte bouwtitels. In het bestemmingsplan wordt op de locaties Beekstraat 37 en 39 en Opwettenseweg 52 de realisering van in totaal 6 extra woningen mogelijk gemaakt. De betreffende locaties zijn niet gelegen binnen de hiervoor behandelde risicoafstanden. Het aspect externe veiligheid legt geen beperkingen op aan de realisering van de betreffende woningen. Hierna volgt een verantwoording van het groepsrisico. 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 44
Verantwoording groepsrisico Ongeacht of een bestemmingsplan conserverend van aard is dient het groepsrisico conform artikel 13 Bevi te worden verantwoord. Dit houdt in dat dient te worden ingegaan op de hoogte van het groepsrisico, eventuele maatregelen om het groepsrisico te verlagen, de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid. Daarnaast dient advies te worden ingewonnen bij de Veiligheidsregio. Sinds 2020 heeft de Veiligheidsregio een standaard advies als er minder dan 50 personen binnen het invloedsgebied van een bedrijf worden gevestigd. Onderhavig plan voldoet hieraan. Het standaard advies luidt als volgt: ▪ Pas risicocommunicatie toe; ▪ Pas de beleidsregel bereikbaarheid en bluswatervoorziening toe; ▪ Bij nieuw op te richten gebouwen dient het ventilatiesysteem simpel uitgezet te kunnen worden.
Hieronder is de groepsrisicoverantwoording gedaan: ▪ Hoogte van het groepsrisico en dichtheid personen binnen het invloedsgebied De hoogte van het groepsrisico en de personendichtheid wijzigt niet door onderhavig bestemmingsplan. ▪ Maatregelen voor een lager groepsrisico Het betreft een conserverend bestemmingsplan. Maatregelen voor een lager groepsrisico zijn derhalve niet aan de orde. ▪ Zelfredzaamheid Door het plan wijzigt de zelfredzaamheid niet. De gemeente Nuenen sluit voor wat betreft risicocommunicatie aan bij de landelijke overheid.
▪ Bereikbaarheid en bluswatervoorziening Het betreft een conserverend plan. Er dient al voldaan te worden aan de beleidsregels bereikbaarheid en bluswater voorziening.
Conclusie Het groepsrisico wordt verantwoord geacht.
4.6
NATUUR
De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een soortgericht spoor en een gebiedsgericht spoor. De bescherming van deze twee sporen is geregeld in de Wet 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 45
natuurbescherming. Ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen, worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de natuurwetgeving.
Gebiedsbescherming In de omgeving van het plangebied ligt geen Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is het gebied “Strabrechtse Heide & Beuven” dat op circa 5,5 kilometer afstand ligt. In het bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt waarbij sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. In het plangebied zijn wel gebieden aangeduid als Natuur Netwerk Brabant. Voorliggend bestemmingsplan heeft geen negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Soortenbescherming Het doel van de soortenbescherming is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wet natuurbescherming kent zowel verbodsbepalingen als een zorgplicht. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij principe’. Dat betekent dat alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten in principe verboden zijn. Voor verschillende categorieën, soorten en verschillende activiteiten zijn vrijstellingen of ontheffingen van deze verbodsbepalingen mogelijk. Hiervoor gelden verschillende voorwaarden. Naast de verbodsbepalingen geldt de zorgplicht ten aanzien van alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De zorgplicht geldt altijd, voor iedereen en in alle gevallen. Conclusie In voorliggend bestemmingsplan zijn 6 woningbouwtitels positief bestemd.
Volgens de huidige regelgeving dienen deze woningen gasloos te worden gerealiseerd, waardoor de stikstofemissie van de woningen vrijwel nihil zullen zijn. Daarnaast is de afstand tot het dichtbijzijndse Natura-2000 gebied groter dan 5 kilometer, waardoor geen negatieve effecten op Natura-2000 gebieden worden verwacht. Bij de daadwerkelijke realisering van deze woningen dienen de regels met betrekking tot soorten- en gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming in acht te worden genomen.
4.7
WATER
Het watertoetsproces is een belangrijk instrument om het waterbelang in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Het gaat daarbij om alle waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 46
wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt.
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 47
4.7.1
Beleid Waterschap De Dommel
Het plangebied valt binnen het beheersgebied van Waterschap De Dommel. Het waterbeleid van Waterschap De Dommel is vastgelegd in het ‘Waterbeheerprogramma 2022-2027’. Het Waterbeheerprogramma schets de visie en ambities van het Waterschap op lange termijn. Een van de belangrijkste doelstellingen is om in 2050 een leefomgeving te hebben die klaar is voor de toekomst en een watersysteem dat daar bij past. De komende periode richt het Waterschap zich op de volgende ambities: • Van beekdalgericht naar gebiedsgericht: aandacht voor niet alleen het beekdal maar ook voor de flanken, hoge zandruggen en bebouwd gebied; • Van sectorale aanpak naar integrale aanpak; met overheden en gebiedspartners werken aan meerdere doelen in het gebied; • Van waterafvoer naar ‘elke druppel telt’; waterbeheer gericht op maximale waterretentie door minder grondwater te gebruiken en slimmer te sturen.
4.7.2
Keur 2015
Het Waterschap heeft een eigen verordening; De Keur en de Legger. De Keur bevat gebodsen verbodsbepalingen met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. De Legger geeft aan waar de waterstaatswerken plus bijbehorende beschermingszones liggen, aan welke afmetingen en vorm die moeten voldoen en wie onderhoudsplichtig is. Veelal is voor deze ingrepen een watervergunning van het Waterschap benodigd. In sommige gevallen vallen de werkzaamheden onder een Algemene regel. De Keur en de Algemene regels zijn te raadplegen via de site van Waterschap De Dommel. Met betrekking tot hydrologisch neutraal ontwikkelen hebben de drie Brabantse Waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hun keuren geharmoniseerd, genaamd “Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabants Waterschappen”. De Waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Voor plannen met een bijkomend verhard oppervlak kleiner dan 500 m² geldt vanuit het Waterschap een vrijstelling tot realisatie van compensatie. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Binnen het plangebied zijn een aantal gebieden aangewezen als beschermd gebied waterhuishouding of attentiegebied.
In onderstaande afbeelding zijn de beschermde gebieden in de planlocatie weergeven. Het betreft de gronden 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 48
nabij de Hooidonkse Beek, die aangemerkt is als A-watergang. Het groenblauwe gebied betreft het attentiegebied ter hoogte van het sportpark Wettenseind.
Figuur 8: Uitsnede keurkaart van het plangebied met beschermde gebieden (oranje) en attentiegebieden (groen)
4.7.3
Verbreed gemeentelijk rioleringsplan
Op 1 januari 2019 heeft de gemeente het Gemeentelijk Rioleringsplan Nuenen 2019-2023 vastgesteld. Het vGRP 2019–2023 is een beleidsplan dat in hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft, met daaropvolgend een doorkijk (visie) voor de langere termijn. Naast beleidsdoelstellingen en -kaders legt de gemeente in dit document vast hoe zij zorgdraagt voor behoud en verbetering van de riolering in brede zin. Verder zijn in het vGRP kosten en risico’s weergegeven. Daarnaast wordt aangegeven hoe financiële en personele middelen worden benut en wat hierbij de rol van de particulier en andere overheden is. Ook draagt dit vGRP bij aan de interne afstemming van de gemeentelijke zorgplichten met overige gemeentelijke beleidsvelden en taken. Het vGRP is een document dat dient voor een goede invulling van de gemeentelijke (water)zorgplichten in het algemeen en de voortgang- en kostenbewaking in het bijzonder.
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 49
4.7.4
Watertoets
In het bestemmingsplan worden geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk gemaakt, waardoor er in de waterhuishoudkundige situatie geen wijzigingen optreden. Binnen alle bestemmingen zijn water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Hierdoor biedt het bestemmingsplan maximale flexibiliteit met betrekking tot het realiseren van voorzieningen voor waterberging en infiltratie van hemelwater. Het bestemmingsplan wordt door de gemeente Nuenen voor het wateradvies voorgelegd aan Waterschap de Dommel. De opmerkingen van het Waterschap worden te zijner tijd verwerkt in het voorliggend bestemmingsplan.
4.8
GEUR
Op basis van de Wet geurhinder en veehouderij en de door de gemeenteraad vastgestelde geurverordening dient het aspect geurhinder, afkomstig van omliggende veehouderijen, te worden afgewogen ter toetsing van planontwikkelingen. In het plangebied zelf komen geen veehouderijen voor. Wel wordt het plangebied grotendeels omzoomd door het buitengebied, waarin agrarische bedrijven zijn gevestigd. De milieuzones van deze bedrijven reiken niet tot in het plangebied. Voor nieuwe ontwikkelingen is het van belang te weten of al dan niet sprake is van geurhinder veroorzaakt door veehouderijen in de omgeving. Het voorliggende bestemmingsplan betreft een plan met een beheersmatig karakter. Nieuwe ontwikkelingen zijn enkel voorzien in de vorm van nieuwe woningen op de locaties Beekstraat 37, Beekstraat 39 en Opwettenseweg 52. De locaties voor de nieuwe woningen worden omgeven door een grote hoeveelheid bestaande woningen. Om qua geur een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij deze woningen te kunnen garanderen, gelden voor omliggende veehouderijen in het buitengebied al beperkingen.
Gelet op de afstand tot de dichtstbij gelegen veehouderij (circa 850 m), de beperkte aantallen per locatie te realiseren woningen en de grote hoeveelheid woningen in het tussenliggende gebied, is de veronderstelling gerechtvaardigd dat bij de nieuw te bouwen woningen sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de bouw van de nieuwe woningen geen beperkingen voor omliggende veehouderijen met zich mee zal brengen.
4.9
CULTUURHISTORIE EN ARCHEOLOGIE
4.9.1
Cultuurhistorische waardenkaart
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 50
In het kader van ruimtelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met de aanwezige archeologische en cultuurhistorische waarden. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Noord-Brabant staat aangegeven welke archeologische en cultuurhistorische waarden (in potentie) aanwezig zijn. In het gebied zijn enkele cultuurhistorisch waardevolle gebieden; de regio Meierij en het Dekzandeiland TongelreepGroote Aa. Regio Meierij De bewoningsgeschiedenis en de inrichting van het gebied zijn in hoge mate bepaald door de natuurlijke terreingesteldheid. De indeling in agrarische gebruikseenheden (akkers, graslanden en woeste gronden) is op veel plaatsen nog goed herkenbaar. De combinatie van dorpen, buurtschappen en de plaatselijk aanwezige kleinschaligheid verleent dit het gebied een grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde. Twee andere aspecten die het landschap van de Meierij kenmerken zijn de landgoederen en buitenplaatsen en de populierenteelt.
Archeologisch landschap Dekzandeiland Tongelreep-Groote Aa Het landschap ligt ten oosten en zuidoosten van Eindhoven en omvat het dal van de Kleine Dommel en Groote Aa van Nuenen tot voorbij Leende en het relatief hooggelegen dekzandlandschap ten westen hiervan. In het noorden is het dekzandeiland van Nuenen en het beekdal van de Hooidonkse beek bij dit landschap getrokken. De overgang van het dal van de Groote Aa naar het westelijk gelegen dekzandlandschap bestaat grotendeels uit oude bouwlanden. Westelijk van deze zone zijn uitgebreide stuifzandcomplexen aanwezig. Het dekzandeiland van Nuenen is vrijwel geheel met oude bouwlanden bedekt.
Dit archeologisch landschap is een van de archeologisch rijkere landschappen. Ruim 2% van het oppervlak wordt ingenomen door, vaak bijzonder grote AMK-terreinen. De verdeling van Archis-waarnemingen naar archeologische periode verloopt vrijwel identiek aan de trendlijn voor de gehele provincie. Bij de AMK-terreinen is dat globaal gezien ook zo, al valt op dat het aandeel terreinen met steentijd bovengemiddeld is en dat van terreinen uit de ijzertijd-vroege middeleeuwen juist iets onder het gemiddelde ligt. Verder is weer te zien dat de AMK vrijwel uitsluitend uit nederzettingen en begravingen bestaat, terwijl de waarnemingen een veel gevarieerder beeld laten zien.
4.9.2
Archeologie
Gemeenten hebben op basis van de Monumentenwet en de Wet op de archeologische monumentenzorg de rol van bevoegd gezag op gebied van archeologie. Dit betekent dat de 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 51
zorg voor het bodemarchief niet langer vrijblijvend is, maar dat zij de verantwoordelijkheid moeten nemen voor de archeologische monumentenzorg.
De gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten heeft hiertoe het Beleidsplan Archeologische Monumentenzorg 2010’ opgesteld.
Onderdeel van dit beleidsplan is een archeologische beleidskaart, die gebaseerd is op een aantal archeologische verwachtingskaarten. Deze verwachtingskaarten zijn zeer gebied specifiek. De archeologische verwachtingskaarten geven inzicht in de (verwachte) aanwezigheid van archeologische resten. De verwachtingskaarten zijn vervolgens omgezet naar één beleidskaart. Op de archeologische beleidskaart zijn gebieden waarvoor dezelfde beleidsuitgangspunten gelden samengevoegd. Zo zijn er 6 categorieën ontstaan. 1. Beschermd archeologisch monument; 2. Gebied van archeologische waarde; 3. Gebied met een hoge archeologische verwachting; 4. Gebied met een middelhoge archeologische verwachting; 5. Gebied met een lage archeologische verwachting; 6. Gebied zonder archeologische verwachting.
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 52
Figuur 9: Archeologische Beleidskaart
Het bestemmingsplan is conserverend van aard, gericht op actualisatie van het vigerend bestemmingsplan. Gelet daarop brengen de cultuurhistorische en archeologische waarden geen belemmeringen voor het planvoornemen met zich mee. De diverse waarden vanuit de geschiedenis worden met een dubbelbestemming geborgd. Dit wil niet zeggen dat er niets meer kan maar dat veelal een nadere afweging noodzakelijk is.
4.10
M.E.R-BEOORDELING
Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen hebben voor het milieu, waardoor het opstellen van een milieueffectrapportage (m.e.r.) of het verrichten van een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd welke activiteiten het betreft. In het Besluit m.e.r. wordt een onderscheid gemaakt in activiteiten die m.e.r.-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C-activiteiten) en activiteiten die m.e.r.beoordelings-plichtig zijn (de zogenaamde bijlage D-activiteiten); er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden is een m.e.r. niet noodzakelijk. 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 53
In kolom 2 van bijlage D: 'gevallen' staan drempelwaarden waar de in kolom 1 benoemde activiteit aan moet voldoen. Deze drempelwaarde is vaak uitgedrukt in een bepaalde lengte (minimaal x kilometer) of een bepaalde grootte (minimaal x stuks/woningen/hectare), etc. Als de betreffende activiteit genoemd staat in kolom 1: 'activiteiten' en er wordt voldaan aan de drempelwaarden in kolom 2: 'gevallen' geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.beoordelingsplicht.
Per 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd: ook voor activiteiten beneden de drempelwaarden dient voortaan nagegaan te worden of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Ook de Wet natuurbescherming of een provinciale verordening kan hierbij van belang zijn (alleen niet in dit geval). De toets wordt door (of in opdracht van) het bevoegd gezag uitgevoerd. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd.
De m.e.r.-beoordeling dient altijd te worden uitgevoerd als een besluit wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en die onder de drempelwaarden liggen. Voor de m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • •
het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst).
Met voorliggend bestemmingsplan worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in het Besluit m.e.r. worden genoemd. Het maken van een milieueffectrapport of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is niet nodig.
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 54
5.0
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING
5.1
INLEIDING
Een bestemmingsplan bestaat uit planregels, een verbeelding, vergezeld van een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De planregels regelen hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingen zijn zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gebieden. In de toelichting is gemotiveerd waarom sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
De indeling en inhoud van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de systematiek van de gemeente Nuenen en de systematiek zoals deze wordt gehanteerd in de regels van het bestemmingsplan Nuenen-Zuidoost. De plansystematiek gebaseerd op en sluit aan bij SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen) en IMRO2012 (Informatie Model Ruimtelijke Ordening).
Algemene toelichting verbeelding Op de verbeelding wordt met lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn op de verbeelding met aanduidingen nadere regels aangegeven. De verbeelding is volgens IMRO 2012 (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) getekend. Dit is een eenduidige en technische methode voor het tekenen van kaarten. Hiermee wordt ruimtelijke informatie eenvoudig digitaal uitgewisseld met andere overheden en samenwerkingspartners. Verder maakt deze methode het mogelijk om het plan via internet te raadplegen. De digitale verbeelding is juridisch bindend. Algemene toelichting planregels De juridische regeling bestaat uit vier hoofdstukken, te weten: ▪
▪ ▪ ▪
Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin een aantal regels die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de regels in de overige hoofdstukken en de wijze van meten; Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), met daarin per bestemming onder meer bestemmingsregels, bouwregels en afwijkingsmogelijkheden; Hoofdstuk 3 (algemene regels), met daarin algemene afwijkings-, bouw-, gebruiks-, aanduidings-, afwijkings- en wijzigingsregels; Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotregels), met daarin de overgangsregels en de slotregel. 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 55
5.2
BESTEMMINGEN
Artikel 3: Bedrijf De gronden met de bestemming ‘Bedrijf’ zijn bestemd voor verkoop van motorbrandstoffen al dan niet inclusief de verkoop van lpg. Het betreft het tankstation aan de Smits van Oyenlaan (inclusief lpg) en Jonkheer Hugo van Berckellaan (exclusief lpg).
Artikel 4: Bedrijf-Nutsvoorziening De gronden met de bestemming 'Bedrijf-Nutsvoorziening' zijn bestemd voor nutsgebouwen en de daarbij behorende voorzieningen.
Artikel 5: Centrum De voor ‘Centrum’ aangewezen gronden zijn bestemd voor diverse functies, waaronder detailhandel, dienstverlening, horeca in lichte categorieën en maatschappelijke voorzieningen. Wonen is binnen deze bestemming niet toegestaan.
Artikel 6: Gemengd- 1 De voor ‘Gemengd-1’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, bedrijvigheid en kleinschalige voorzieningen. Daarnaast zijn op deze gronden maatschappelijke voorzieningen en bedrijven mogelijk zoals aangegeven in Bijlage 2 Bedrijvenlijst binnen de bestemming ‘gemengd’. De bouwvlakken binnen deze bestemming zijn strak op de hoofdbebouwing gepositioneerd en mogen in zijn geheel worden bebouwd. Met een aanduiding bijgebouwen is bepaald dat ter plaatse ten minste 60m2 bijgebouwen mag worden gerealiseerd.
Artikel 7: Gemengd – 2 De voor ‘Gemengd-2’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijvigheid, kleinschalige voorzieningen al dan niet in combinatie met wonen. Bedrijven zijn toegestaan zoals opgenomen binnen categorie 1 van Bijlage 2 Bedrijvenlijst. Daarnaast mogen deze gronden gebruikt worden voor de daarbij behorende groen- en parkeervoorzieningen. De bestemming kent ruime bouwvlakken waar met een maximum bebouwingspercentage de bebouwingsomvang is aangegeven.
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 56
Artikel 8: Groen De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, retentievoorzieningen, sport- en spelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, beeldende kunstwerken en voorzieningen voor verkeer en verblijf. Ter plaatse van de aanduiding ‘geluidscherm’ zijn geluidswerende voorzieningen toegestaan. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan ten behoeve van de bestemming ‘Groen’, met inachtneming van de maatvoerings- en situeringseisen uit het bestemmingsplan.
Artikel 9: Kantoor De voor ‘Kantoor’ aangewezen gronden zijn bestemd voor kantoren met daaraan ondergeschikte voorzieningen zoals groen-, water- en parkeervoorzieningen. Wonen is ter plaatse van deze bestemming niet toegestaan.
Artikel 10: Maatschappelijk De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen en de daarbij behorende bijgebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Op deze gronden mogen naast deze functies ook woningen en bedrijfswoningen en daarbij behorende groen-, water- en parkeervoorzieningen. Binnen deze bestemming mag er niet buiten het bouwvlak worden gebouwd.
Artikel 11: Natuur De voor ‘Natuur’ aangewezen gronden zijn bestemd voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarde. Het betreft Natuur Netwerk Brabant. Binnen deze bestemming zijn enkel bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan en bouwwerken ten behoeve van informatievoorzieningen, entreevoorzieningen en schuilvoorzieningen met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m en een oppervlakte van ten hoogste 4 m2.
Artikel 12: Sport De voor ‘Sport’ aangewezen gronden zijn bestemd voorsportvoorzieningen en voor het uitoefenen van sportactiviteiten. Ten dienste van sportactiviteiten is ook horeca in de vorm van een kantine op deze gronden mogelijk. De bouwmogelijkheden voor gebouwen worden bepaald door een bouwvlak, een bebouwingspercentage en een maximale goot- en bouwhoogte, die op de verbeelding zijn vastgelegd. Buiten het bouwvlak mag maximaal 300 m2 aan gebouwen en overkappingen 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 57
worden gebouwd, met inachtneming van de maatvoerings- en situeringseisen uit het bestemmingsplan.
Artikel 13: Verkeer De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf. Hierover vallen onder andere parkeer-, groen-, sport- en spelvoorzieningen. Op gronden met de bestemming ‘verkeer’ mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten dienste van de bestemming.
Artikel 14: Water De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor de aanleg en/of het in stand houden van waterhuishoudkundige voorzieningen. Hieronder vallen onder andere watergangen en waterbergingen met bijbehorende bermen en taluds.
Artikel 15: Wonen De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor ‘wonen’ eventueel in combinatie met aan huis gebonden beroep of bedrijf. Daarnaast zijn tuinen, erven en paden binnen deze bestemming toegestaan.
Artikel 16: Wonen-Garageboxen De voor ‘Wonen-Garage’ aangewezen gronden zijn bestemd voor garageboxen. Gronden binnen deze bestemming mogen uitsluitend worden gebruikt voor het stallen van auto’s en daaraan verwante activiteiten. Zelfstandige bewoning is binnen deze bestemming niet toegestaan.
5.3
DUBBELBESTEMMINGEN
Artikel 17: Leidingen-Riool De voor ‘Leidingen-Riool’ aangewezen gronden zijn bestemd voor rioolleidingen. De gronden met deze dubbel bestemmingen zijn mede bestemd voor de aanleg, instandhouding en/of bescherming van de riool leidingen. Binnen deze bestemmingen mogen uitsluitend gebouwen ten dienste van de dubbelbestemming worden gebouwd.
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 58
Artikel 18/19/20: Waarde-archeologie De voor ‘Waarde-Archeologie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische verwachtingswaarden van gronden. Hierin wordt onderscheid gemaakt in gronden met ‘hoge’ (artikel 17), ‘middelhoge’ (artikel 18), en ‘waardevol’ (artikel 19) archeologische waarde.
Artikel 21: Waarde-Ecologie De voor ‘Waarde-Ecologie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het behouden, herstellen en duurzaam ontwikkelen van de ecologische, natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde van geringe omvang worden gebouwd. Deze bouwwerken geen gebouw zijnde dienen noodzakelijk te zijn voor het behoud, het herstel en de duurzame ontwikkeling van ecologische, natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het gebied.
Artikel 22: Waarde-Waardevolle bomen De voor ‘Waarde-Waardevolle bomen’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor het behoud van waardevolle en bijzondere boombeplantingen zoals deze zijn aangegeven op de gemeentelijke lijst van waardevolle en bijzondere bomen, voor zover en zolang aanwezig.
Artikel 23: Waterstaat-Waterlopen De voor ‘Waterstaat- Waterlopen’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor bescherming, beheer en onderhoud van primaire wateren, zoals watergangen en regenwaterbuffers, overeenkomstig de Keur van het Waterschap. Bouwwerken van beperkte omvang zijn toegestaan voor zover noodzakelijk voor het beheer en onderhoud van de watergang.
Vanuit de Keur is het niet gewenst dat binnen een afstand van 5 meter uit de waterloop gebouwen worden gebouwd. In overleg met het Waterschap bestaan mogelijkheden om hiervan af te wijken.
5.4
ALGEMENE REGELS
Artikel 24: Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel bevat een algemene regeling waarmee kan worden voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd, bijvoorbeeld ingeval 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 59
(onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Deze bepaling is conform artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening in het bestemmingsplan opgenomen.
Artikel 25: Algemene bouwregels De algemene bouwregels hebben betrekking op ondergrondse bouwwerken. Hierin is onder andere bepaald dat kelders uitsluitend onder hoofdgebouwen, aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen zijn toegestaan. Daarnaast is binnen deze regels voorschriften opgenomen aangaande het plaatsen van dakkappelen.
Artikel 26: Algemene gebruiksregels Binnen de algemene gebruiksregels is omschreven wanneer er sprake is van strijdig gebruik van gronden.
Artikel 27: Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels zijn regels opgenomen ter bescherming en herstel van ecologische en waterhuishoudkundige en structuren binnen het plangebied. Daarnaast wordt binnen deze regels aangegeven wanneer er sprake is van vergunningplichtige activiteiten voor het uitvoeren van werkzaamheden binnen deze gebieden.
Artikel 28: Algemene afwijkingsregels In de algemene afwijkingsregels zijn regels opgenomen op basis waarvan het College van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning kunnen verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan.
Artikel 29: Algemene wijzigingsregels In de algemene wijzigingsregels zijn regels opgenomen op basis waarvan het College van burgemeester en wethouders het bestemmingsplan kan wijzigen.
Artikel 30: Overige bouwregels In de algemene wijzigingsregels zijn regels opgenomen op basis waarvan het College van burgemeester en wethouders het bestemmingsplan kan wijzigen.
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 60
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 61
6.0
UITVOERBAARHEID
6.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID
Wanneer voor gronden een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan (zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening) mogelijk wordt gemaakt, dient in overeenstemming met artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan te worden opgesteld. Deze eis geldt niet als het kostenverhaal anderszins is verzekerd.
Het bestemmingsplan ‘Nuenen Zuidoost, herziening 1’ is een herziening van het geldende bestemmingsplan, waarbij het juridisch-planologisch regime is geactualiseerd. Er is geen sprake van een bouwplan als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Aan deze actualisering zijn voor de gemeente geen financiële consequenties verbonden, er hoeft dan ook geen exploitatieplan te worden opgesteld.
6.2
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID
Omgevingsdialoog Naast de wettelijke procedures, besteedt de gemeente nadrukkelijk aandacht aan de communicatie met de bewoners en belanghebbenden. Bij voorliggend bestemmingsplan zijn dan ook diverse afstemmingsmomenten geweest waarbij de belangenvereniging Molense Erven, wijkvereniging Refelingse Erven en bewonersvereniging Het Puyven de gelegenheid is geboden om aandachtspunten en suggesties naar voren te brengen.
Tijdens deze afstemmingsmomenten zijn diverse vragen behandeld, waarbij als belangrijkste punt de afwijkingsbevoegdheid voor dakopbouwen is benoemd. Naar aanleiding van deze vragen zijn de afwijkingsbevoegdheden in voorliggend bestemmingsplan aangescherpt (zie paragraaf 2.5.4). Het honoreren van de reacties is eveneens geschied vanuit het uitgangspunt dat in het geactualiseerde bestemmingsplan de feitelijk bestaande situatie zoveel mogelijk wordt vastgelegd. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter inzage gelegen, waarbij de gelegenheid werd geboden tot het indienen van zienswijzen. In deze periode zijn er twee zienswijzen ontvangen. Deze zijn samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie, zie Bijlage 2 bij deze toelichting. 20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 62
Daarnaast zijn enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Deze zijn ook opgenomen in Bijlage 2 van de toelichting.
20210232-00 | Bestemmingsplan Nuenen Zuidoost, herziening 1 63
Bijlagen Bijlage 1: Akoestisch onderzoek wvl 3-tal locaties gelegen aan de beekstraat en Opwettenseweg, d.d. 9-8-2022, ODZOB Bijlage 2: Nota zienswijzen