CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde vaststelling BP Herijking Nuenen West, Opwettenseweg 189-191 - Toelichting

Gemeenteraad 7 februari 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: BP herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg18.165 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

aangetoond is dat de voorgenomen ontwikkeling de archeologische waarden niet schaadt, kunnen bodemingrepen in het plangebied plaatsvinden.

blad 28 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Akoestiek Kader Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de realisatie van een geluidgevoelig object, maar ook van een wijziging van bouwmogelijkheden nabij geluidbronnen, moet worden getoetst aan de Wet geluidhinder (Wgh). In de Wet geluidhinder is bepaald hoe voor een gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt dient te worden omgegaan met geluidhinder als gevolg van wegverkeer, vliegtuigverkeer, industrie en spoorwegen. In de Wgh is geregeld dat bepaalde wegen, spoorwegen en bedrijven(terreinen) een zone hebben. Bij een ruimtelijke ontwikkeling waarbij sprake is van de ontwikkeling van geluidgevoelige objecten binnen een geluidszone, dient een onderzoek te worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op deze gebouwen of terreinen. De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: woningen; andere geluidsgevoelige gebouwen; geluidsgevoelige terreinen Omdat door met de beoogde ontwikkeling nieuwe woningen (geluidsgevoelig objecten) worden toegevoegd, is aandacht nodig voor het aspect geluid. Onderzoek Wegverkeerslawaai De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van twee vrijstaande woningen. In het kader van de voorgenomen nieuwbouw is de akoestische situatie van het wegverkeerslawaai beoordeeld. De woningen zijn gelegen aan de Opwettenseweg en op enige afstand van de weg Wettenseind.

De Opwettenseweg betreft een 30 km/u weg en daarmee is geen toets aan de Wet geluidhinder benodigd. De weg Wettenseind is deels een 30 km/u weg en deels een 60 km/u weg. Aangezien de nieuwe woningen liggen in de geluidszone van het gedeelte van de weg Wettenseind met een 60 km/u-regime is een toets aan de Wet geluidhinder nodig. De geluidbelasting vanuit de weg Wettenseind op de nieuwe woningen blijft met een geluidbelasting van circa 40 dB ruim onder de voorkeursgrenswaarde. Daarnaast is de geluidbelasting bij de nieuwe woningen inzichtelijk gemaakt in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De geluidbelasting aan de voorzijde van de nieuwe woningen bedraagt respectievelijk 58 en 62 dB. Het is binnenstedelijk aanvaardbaar dat tot een geluidbelasting van 63dB een hogere waarde vastgesteld kan worden. Met andere woorden; dit is algemeen geaccepteerd als een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bij de bouw van de woningen dient de gevelwering conform Bouwbesluit dusdanig uitgevoerd te worden dat voldaan wordt aan de vastgestelde waarden voor het binnenniveau.

blad 29 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

De geluidwaarden aan de achterzijde van de nieuwe woningen zijn ruim onder de voorkeursgrenswaarde. Derhalve is aan de achterzijde (en de verblijfsruimten grenzend aan de achterzijden) sprake van een akoestisch goede situatie. Het geluidniveau van de leefruimte buiten de woning is goed. De nieuwe woningen worden gebouwd in een gebied dat met de gebiedsontwikkeling Nuenen West verder zal worden bebouwd. Als gevolg van de gebiedsontwikkeling zal er sprake zijn van verdere geluidafscherming door omringende bebouwing. Hierdoor zal de geluidbelasting op de nieuwe woningen nog verder dalen. Onderstaande afbeeldingen geven de verkeersintensiteiten, de geluidbelasting als gevolg van de Opwettenseweg en de gecumuleerde geluidbelasting van de omliggende wegen weer.

Figuur 4.1: Gehanteerde verkeersintensiteiten (type wegdek: DAB)

blad 30 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Figuur 4.2: Geluidbelasting als gevolg van de Opwettenseweg (incl. aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder)

Figuur 4.3: Geluidbelasting als gevolg van de Wettenseind (incl. aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder)

blad 31 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Figuur 4.4: Gecumuleerde geluidbelasting van de omliggende wegen (excl. aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder) Conclusie Met de akoestische beoordeling is aangetoond dat er vanuit het aspect wegverkeerslawaai geen belemmeringen zijn voor het bestemmingsplan. Geconcludeerd wordt dat het aspect akoestiek geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan omdat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder en er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.2

Archeologie en cultuurhistorie Archeologie Kader Europees beleid Het "Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed", kortweg het Verdrag van Malta, is op 16 januari 1992 te Valetta tot stand gekomen. Het Verdrag beoogt het cultureel erfgoed dat zich in de bodem bevindt beter te beschermen. In 1992 ondertekende Nederland het 'Verdrag van Malta' van de Raad voor Europa. In het verdrag is de omgang met het Europees archeologisch erfgoed geregeld. Het verdrag is geratificeerd door de Eerste en Tweede Kamer en in september 2007 is de Archeologische monumentenzorg geïmplementeerd in de Monumentenwet 1988. De essentie is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van archeologische waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. Rijksbeleid Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht. Deze wet bundelt de bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Het betreft daarbij zowel het roerend als het onroerend erfgoed. Samen met de Omgevingswet die naar

blad 32 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

verwachting in januari 2024 ingaat, maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Voor het onroerend cultureel erfgoed zijn deze wetten van grote betekenis. Het deel van de Monumentenwet 1988 dat direct raakt aan de fysieke leefomgeving, gaat namelijk op in de Omgevingswet. Het resterende deel van de Monumentenwet gaat op in de Erfgoedwet. De Erfgoedwet voorziet ook in het nodige overgangsrecht, zodat artikelen uit de Monumentenwet tussen 2016 en 2022 niet zo maar komen te vervallen. De Erfgoedwet en de Omgevingswet regelen de zorg voor ons bodemarchief en zijn de vertaling van het Verdrag van Malta, dat Nederland in 1992 ondertekende. De essentie van deze wetgeving is dat waardevolle archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem behouden blijven. Onderzoek Uit een inventariserend veldonderzoek uit 2007 (ADC ArcheoProjecten) uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van Nuenen West blijkt dat het plangebied bestaat uit dekzandruggen, dekzandvlakten en laagtes hiertussen. De bodem onder het plangebied bestaat in zijn geheel uit enkeerdgronden. Als deze gronden ontstaan zijn door plaggenbemesting, dan hebben zij een hogere archeologische waarde. De samenvatting van de reeds uitgevoerde onderzoeken leidt tot een overzicht van gronden in de omgeving van het plangebied met een (middel)hoge, lage of ontbrekende verwachting.

Deze verwachtingen zijn als volgt in te delen en te omschrijven: Hoge verwachting – historische kern: dit zijn de voorheen als archeologisch waardevol aangeduide gebieden. Deze gebieden zijn gebaseerd op de historische bebouwing die in 1832 in het gebied aanwezig was en waarvan de oorsprong vermoedelijk teruggaat de late middeleeuwen. Hoge verwachting: dit zijn de gronden die gerelateerd zijn aan de dekzandruggen zoals deze waren opgenomen op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van Nuenen uit 2009. Deze gronden zijn aangevuld met de gronden waarvan de bodemopbouw bij nader onderzoek nog redelijk tot goed intact bleef. Uit eerder uitgevoerde proefsleuvenonderzoeken blijkt dat ondanks eventuele verstoring door agrarische grondbewerkingen er nog wel archeologische resten aanwezig zijn. Alleen door middel van proefsleuvenonderzoek is echter vast te stellen wat de fysieke en inhoudelijke kwaliteit is van de mogelijk aanwezige resten in deze zones. Middelhoge verwachting: deze categorie bestaat uit de lager gelegen gronden (vlakten en dalen) zoals deze waren opgenomen op de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van Nuenen uit 2009. Deze gronden zijn aangevuld met de laaggelegen gebieden waarvan met eerder onderzoek de archeologische waarde aangetoond is.

Gebieden zonder archeologische verwachting: dit zijn de gebieden waar archeologische resten reeds zijn opgegraven of waar die na onderzoek vrijgegeven zijn. Gronden waarvan vaststaat dat archeologische waarden verstoord zijn, zijn ook onderdeel van deze categorie. Voor het plangebied van de Opwettenseweg geldt dat er een hoge archeologische verwachtingswaarde aanwezig is. In lijn met het vigerende bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West' geldt voor Bouwlocaties waar een hoge of middelhoge archeologische verwachting geldt moeten nader onderzocht worden, om de aanwezigheid van archeologisch waardevolle objecten veilig te stellen of de aanwezigheid daarvan uit te sluiten. Voor deze locaties wordt een Programma van Eisen (PvE) ten behoeve van een proefsleuvenonderzoek opgesteld. Deze PvE's worden opgesteld als de bouwplannen voor de verschillende bouwvelden in het plangebied concreet worden gemaakt. Het PvE's is als Bijlage 3 bij deze toelichting gevoegd.

blad 33 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Proefsleuvenonderzoek Na goedkeuring van het PvE voor het proefsleuvenonderzoek door het bevoegd gezag kan archeologisch onderzoek op de desbetreffende gronden uitgevoerd worden. In ieder geval worden in het bestemmingsplan eventueel aanwezige archeologische waarden in de bodem van het plangebied beschermd door een dubbelbestemming. Blijkt uit het proefsleuvenonderzoek dat er geen behoudenswaardige archeologische resten aanwezig zijn, dan is daarmee het aspect archeologie voldoende onderzocht en geldt enkel de wettelijke meldingsplicht conform artikel 5:10 uit de Erfgoedwet 2016 bij het aantreffen van toevalsvondsten. Ook voor vrijgegeven (delen van) plangebieden bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Het betreft dan vaak kleine sporen of resten die niet door middel van een booronderzoek kunnen worden opgespoord. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed: telefoon 033-4217456). Een vondstmelding bij de gemeentelijk of provinciaal archeoloog kan ook. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

In het bestemmingsplan zijn de beschermde archeologische waarden beschermd in de bestemmingsplanregeling met vergunningenstelsel voor de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie hoog'. Voor archeologie is binnen de gebieden met een archeologische verwachtingswaarde een onderzoeksverplichting voor bodemverstorende activiteiten opgenomen. Hiermee zijn de archeologische waarden in het plangebied beschermd. Cultuurhistorie Het plangebied van de Opwettenseweg is gelegen in Nuenen-West. Nuenen-West ligt in een landschappelijk en cultuurhistorisch zeer waardevol gebied. Nuenen-West ligt in het provinciaal aangeduid aardkundig waardevol gebied Dommeldal en cultuurhistorisch vlakken Dommeldal. Akkercomplex Nederwetten en Broekgebied. Daarnaast zijn in Nuenen-West diverse cultuurhistorische waarden aangewezen op de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie. variërend van objecten (Rijksmonumenten, MIP-objecten) en historische groenstructuren tot lijnen en vlakken. In het plangebied komen geen rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of cultuurhistorische waardevolle objecten voor. In de omgeving liggen wel verschillende monumenten en cultuurhistorisch waardevolle gebouwen die het bijzondere karakter van het gebied benadrukken en een relatie leggen met de ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied.

Het gaat hierbij om: De historische kernen in de nabijheid van het plangebied; De historische wegen in de nabijheid van het plangebied (Boord, Soeterbeekseweg, Geer, Helsestraat en plaatsestructuur Boord, Kuilen); De rijksmonumenten Opwettense en Collse watermolen en begeleidende molenaarswoning en herenhuis in de nabijheid van het plangebied; De gemeentemonumenten en waardevolle boerderijen inclusief de relatie met het achterliggend agrarisch land. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor de blad 34 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

uitvoering van het bestemmingsplan.

4.3

Bodem Toetsingskader Bij bestemmingsplannen dient volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro, art. 3.1.6) rekening gehouden te worden met de milieuhygiënsche bodemkwaliteit. Gemeenten zijn verplicht om in de toelichting bij een bestemmingsplan een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet. Onderzoek Voorgenomen ontwikkeligng voorziet in de realisatie van twee vrijstaande woningen. De toekomstige functie van de percelen is even gevoelig als de huidige functie (wonen). Uit het historisch bodemonderzoek dat is uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling van Nuenen West blijkt dat de locatie onverdacht is. Er is daarom geen reden om aan te nemen dat de bodemkwaliteit is verslechterd. De percelen waarop deze woningen worden gerealiseerd zijn reeds bestemd als 'Wonen'. Daarom wordt de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in het plangebied voldoende geschikt geacht.

Om die reden is een bodemonderzoek in deze fase niet noodzakelijk. Voor de aanvraag van een omgevingsvergunning dient de bodem in het plangebied alsnog onderzocht te worden. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.4

Luchtkwaliteit Toetsingskader Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De Wet Luchtkwaliteit is een implementatie van de Europese regelgeving uit 1996, en bevat luchtkwaliteitsnormen voor de stoffen zwaveldioxide, stikstofoxiden en stikstofdioxide, zwevende deeltjes (fijn stof (PM10)), lood, koolmonoxide en benzeen. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de grenswaarden. Een grenswaarde geeft de kwaliteit aan die op een bepaald tijdstip ten minste moet zijn bereikt, en die, waar zij aanwezig is, ten minste moet worden in stand gehouden. Nieuwe ontwikkelingen mogen er niet toe leiden dat de grenswaarden worden overschreden. Indien blijkt dat dit toch het geval is, kan onderzocht worden of het mogelijk is om met maatregelen toch te voldoen aan de normen. Hierbij hebben bronmaatregelen de voorkeur. Indien dit niet mogelijk is kunnen overdrachtsmaatregelen of in het uiterste geval maatregelen bij de ontvanger worden genomen. Onderzoek Gevoelige bestemming Het bestemmingsplan voorziet in gevoelige bestemmingen.

blad 35 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Niet in betekende mate In de regeling NIBM is aangegeven dat bijvoorbeeld een plan tot 1.500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. Dit plan voorziet in een toename van twee woningen. Hiermee wordt ruimschoots onder de aantallen gebleven zoals genoemd in de 'Regeling niet in betekende mate bijdragen'. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling niet in strijd is met het bepaalde in de Wet milieubeheer. Achtergrondwaarden In het kader van 'goede ruimtelijke ordening' dient de luchtkwaliteit te worden beschouwd. Uit de landelijke NSL-monitoringstool blijkt dat de jaargemiddelde concentraties van de relevante stoffen NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijn stof) in dit gebied op respectievelijk circa 15 en circa 16 µg/m3 liggen. Hiermee wordt ruimschoots voldaan aan de wettelijke maximale grenswaarden (van 40 µg/m3 ). Verder is de heersende jaargemiddelde concentratie PM2,5 (de fijnere fractie van fijn stof) hier circa 9 microgram/m3 . Hiermee wordt ruim voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarde van 25 microgram/m3 . In onderstaande figuren zijn de achtergrondbelastingen van respectievelijk stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10 en PM2,5) weergegeven.

Figuur 4.5: Achtergrondbelasting stikstofdioxide (NO2)

blad 36 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Figuur 4.6: Achtergrondbelasting fijnstof (PM10)

Figuur 4.7: Achtergrondbelasting fijnstof (PM2,5) Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.5

Ecologie Toetsingskader De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet

blad 37 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Natuurwaarden worden op gebiedsniveau en op soortenniveau beschermd. De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van de beschermde Natura 2000-gebieden en in hoofdstuk 3 de bescherming van soorten. De Wet natuurbescherming bepaalt dat activiteiten geen significante negatieve effecten mogen hebben op Natura 2000-gebieden. Vergunningen voor dergelijke activiteiten mogen niet zondermeer worden gegeven, plannen die kader stellend zijn voor dergelijke activiteiten mogen niet zondermeer worden vastgesteld. Indien (significant) negatieve effecten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, moet een zogenaamde passende beoordeling worden opgesteld. De Wet natuurbescherming beschermt een groot aantal in Nederland voorkende planten- en diersoorten. De wet verbiedt handelingen of ontwikkelingen die strijdig zijn met de verbodsbepalingen uit de wet. De varianten worden beoordeeld op effecten op aantasting van leefgebieden van beschermde soorten en effecten op populaties van beschermde soorten, in het bijzonder op populaties van vogels en vleermuizen. Onderzoek Soortenonderzoek In het kader van de ontwikkeling Nuenen West zijn een natuurtoets en diverse vervolgonderzoeken uitgevoerd (bijlage 4 en 5).

Doordat de ontwikkeling van Nuenen West stapsgewijs plaatsvindt en sommige delen pas over enkele jaren verder uitgewerkt worden, is er voor gekozen het vervolgonderzoek eveneens te faseren en te koppelen aan de verdere uitwerking. Op die manier wordt er steeds een actueel beeld gegeven van de aanwezige natuurwaarden en kunnen er passende maatregelen getroffen worden op het moment dat dit nodig is. Deze gefaseerde uitwerking is opgenomen in het Soortenmanagementplan (Bijlage 6). Voor het plangebied geldt dat een extra veldbezoek is gebracht om specifiek dit plangebied in beeld te brengen. De resultaten zijn vastgelegd in een memo welke is bijgevoegd in Bijlage 7. Op basis van het onderzoek blijkt het plangebied geschikt te zijn voor de teunisbloempijlstaart en boombewonende vleermuissoorten. Indien de boom zal worden gerooid dan dient vooraf te worden vastgesteld of de potentieel geschikte verblijfplaats daadwerkelijk wordt gebruikt door vleermuizen. Daarvoor dient te worden uitgevoerd met een batdetector in de periode mei –oktober (2023). Indien gebruik van de verblijfplaats wordt aangetoond dan dient een ontheffing te worden aangevraagd voor het rooien van de boom, en moeten vleermuiskasten worden geplaatst in bomen in de directe nabijheid van de te rooien boom.

In het plangebied ten oosten van de Opwettenseweg 189 is potentieel leefgebied aanwezig voor de teunisbloempijlstaart. In het andere deel van het plangebied is geen potentieel leefgebied aanwezig. Het plangebied naast Opwettenseweg 189 is geïnspecteerd op aanwezige waardplanten voor de teunisbloempijlstaart en rupsen van de teunisbloempijlstaart. In de memo (bijgevoegd als Bijlage 8) zijn geen waardplanten van de teunisbloempijlstaart aangetroffen. upsen van de teunisbloempijlstaart zijn niet aanwezig in het plangebied en derhalve uitgesloten. Ook is de kans op een nieuwe bezetting laag doordat waardplanten slecht tot ontwikkeling komen. Langs de huidige woning (in de luwe zone) staan wel waardplanten en ten zuiden van het terrein ook. Derhalve gaat de potentie van het perceel voor toekomstige bezetting door de teunisbloempijlstaart niet omlaag als gevolg van het voornemen. Negatieve effecten op de teunisbloempijlstaart, als gevolg van het voornemen, kunnen worden uitgesloten. Gebiedsbescherming blad 38 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Naast de voornoemde soortenbescherming bestaat natuurbescherming ook uit gebiedsbescherming. Op basis van de Wet natuurbescherming moet worden bepaald of een ruimtelijke ontwikkeling leidt tot significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden. Op basis van een uitspraak van de Raad van State dd. 29 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1603), is het niet meer mogelijk om het Programma Aanpak Stikstof (de PAS) te gebruiken als toestemmingsbasis voor activiteiten en ontwikkelingen. Dit betekent dat de mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie per project / activiteit zelfstandig dienen te worden beschouwd en verantwoord. Ten zuiden van het plangebied liggen de Strabrechtse Heide & Beuven, op circa 6 km ten zuiden, en Leenderbos, Groote Heide & De Plateux, op circa 6 km ten zuiden van de zuidelijke grens van Nuenen West. Op grotere afstand liggen de gebieden Kempenland West (circa 15 km ten westen) Groote Peel (circa 21 km ten zuidoosten) en Deurnsche Peel & Mariapeel (circa 22 km ten oosten).

Gezien de afstand van de projectlocatie tot aan het meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden en de omvang van het project, zijn directe effecten (oppervlakteverlies en versnippering) en externe effecten (verontreiniging, verdroging, verstoring door geluid, licht en trillingen, optische verstoringen of verstoringen door mechanische effecten) niet te verwachten. Desondanks zijn er berekeningen naar de stikstofdepositie uitgevoerd. De berekeningen zijn als Bijlage 9 bijgevoegd. Op basis hiervan is berekend dat de stikstofdepositie tijdens de realisatie- en gebruiksfase niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is dus geen sprake van enig depositie. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

4.6

Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten is verbonden voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen. Het veiligheidsbeleid in Nederland is gebaseerd op een tweetal begrippen, het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR): Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat één persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute of nabij een inrichting verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer, de opslag en/of de handeling van gevaarlijke stoffen. Daarbij is de omvang van het risico een functie van de afstand waarbij geldt: hoe groter de afstand, des te kleiner het risico. De risico's worden weergegeven in PR risicocontouren. Het groepsrisico is de kans per jaar dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportroute of een inrichting voor handelingen met gevaarlijke stoffen in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval. In tegenstelling tot het plaatsgebonden risico geldt voor het groepsrisico geen grenswaarde maar een oriëntatiewaarde.

Deze oriëntatie-waarde kan gezien worden als een streefwaarde en

blad 39 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

heeft geen juridische status. Het overschrijden van de oriëntatiewaarde is mogelijk mits dit in de besluitvorming door het bevoegd gezag wordt gemotiveerd. Risicobronnen kunnen worden onderscheiden in risicovolle inrichtingen (waaronder lpg-tankstations), vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. Om voldoende ruimte te scheppen tussen een risicobron en personen of objecten die risico lopen (kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten) moeten vaak afstanden in acht worden genomen. Ook ontwikkelingsmogelijkheden die ingrijpen in de personendichtheid kunnen om onderzoek vragen. Het beoordelingskader voor risicovolle inrichtingen wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), waarin de Basis-netten voor weg, spoor en water zijn vastgelegd. Voor buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Onderzoek In de omgeving van het plangebied zijn drie risicobronnen aanwezig: de Europalaan waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt en een LPG-tankstation en een inmiddels verwijderde propaantank. Geen van de omliggende risicobronnen heeft een risicocontour over het plangebied. De ontwikkelingen in voorliggend bestemmingsplan leidt tot het toevoegen van gevoelige objecten.

Echter zijn deze gelegen buiten de risicocontour van de risicobronnen derhalve treedt er geen verandering op ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Er kan geconcludeerd worden dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. In onderstaande figuur zijn de risicobronnen in de omgeving van het plangebied weergegeven.

Figuur 4.8: risicobronnen in de omgeving van het plangebied Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoering van het bestemmingsplan. blad 40 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

4.7

Waterparagraaf In het plangebied wordt het waterbeheer gevoerd door het waterschap De Dommel. Deze waterparagraaf heeft als doel om de component water in een zo vroeg mogelijk stadium te adresseren in het besluitvormingsproces van ruimtelijke plannen. De paragraaf beschrijft de actuele waterhuishouding in het plangebied. Daarnaast wordt, binnen de gestelde randvoorwaarden van het bestemmingsplan, vastgelegd aan welke watereisen de ontwikkeling moet voldoen. Met deze waterparagraaf wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3.1.6, lid 1, onder c van het Besluit ruimtelijke ordening. Waterrelevant beleid en regelgeving Provinciaal Milieu- en Waterplan 2022 - 2027 Op 18 december 2015 is het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2022 - 2027 (PMWP) vastgesteld. Het PMWP staat voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2022-2027 (PMWP) zet de nieuwe koers uit voor de provinciale inzet met betrekking tot water, bodem, lucht en de overige milieuaspecten. Het PMWP staat voor: voldoende water voor mens, plant en dier; schone en gezonde leefomgeving (bodem, water en lucht); bescherming van Brabant tegen overstromingen en externe risico's; verduurzaming van onze grondstoffen-, energie- en voedselvoorziening.

Waterbeheerplan 2022 - 2027 Waterschap de Dommel Het waterbeheerplan 'Waardevol Water' beschrijft de doelen van Waterschap De Dommel voor de periode 2022-2027. Het plan is afgestemd op de ontwikkeling van het Nationaal Waterplan, het Provinciaal Milieu en Waterplan en het Stroomgebiedsbeheerplan. Meer dan voorheen wil het waterschap inspelen op initiatieven van derden en kansen die zich voordoen in het gebied. Ten aanzien van de doelen is een indeling gemaakt in de volgende waterthema's: Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied (onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen). Voldoende water: zowel voor de natuur als de landbouw is het belangrijk dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarvoor reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater. Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren; Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen. Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Het waterschap staat voor een aantal complexe uitdagingen, die zijn in veel gevallen niet alleen kan realiseren. Deze uitdagingen geven invulling aan de verbinding van water met de maatschappelijke ontwikkelingen.

Daarom zet het waterschap sterk in op samenwerking. In dit Waterbeheerplan nodigt het waterschap waterpartners, stakeholders, boeren, burgers en bedrijven nadrukkelijk uit om gezamenlijk te werken aan slimme, innovatieve oplossingen voor de complexe wateropgaven. Dit betekent onder meer dat het waterschap de bestaande samenwerking met alle partners in het gebied wil uitbreiden en 'grenzeloos' organiseren vanuit de kracht van ieders rol en verantwoordelijkheid.

blad 41 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Keur Waterschap de Dommel 2015 De 'Keur Waterschap De Dommel 2015' bevat regels met daarin verboden en verplichtingen ten aanzien van oppervlaktewater en grondwater die gelden voor iedereen die woont of werkt binnen het gebied van Waterschap De Dommel. Hierin wordt het beheer en het onderhoud van watergangen geregeld (bijvoorbeeld betreffende onderhoudsstroken) en is aangegeven wanneer een vergunning of algemene regels van toepassing zijn voor ingrepen in de waterhuishouding. Verder zijn er beleidsregels voor het beschermingsbeleid van gebieden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde gebieden waterhuishouding, attentiegebieden, beekdalen en overige gebieden. Met deze beleidsregels wordt aangegeven op welke wijze gebiedsgericht wordt omgegaan met vergunning verlening. Verbreed gemeentelijk rioleringsplan Op 1 januari 2019 heeft de gemeente het Gemeentelijk Rioleringsplan Nuenen 2019-2023 vastgesteld. Het vGRP 2019–2023 is een beleidsplan dat in hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft, met daaropvolgend een doorkijk (visie) voor de langere termijn. Naast beleidsdoelstellingen en -kaders legt de gemeente in dit document vast hoe zij zorgdraagt voor behoud en verbetering van de riolering in brede zin. Verder zijn in het vGRP kosten en risico’s weergegeven.

Daarnaast wordt aangegeven hoe financiële en personele middelen worden benut en wat hierbij de rol van de particulier en andere overheden is. Ook draagt dit vGRP bij aan de interne afstemming van de gemeentelijke zorgplichten met overige gemeentelijke beleidsvelden en taken. Het vGRP is een document dat dient voor een goede invulling van de gemeentelijke (water)zorgplichten in het algemeen en de voortgang- en kostenbewaking in het bijzonder. Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de 'Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen'. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer.

Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², 500 m² tot 10.000 m² en meer dan 10.000 m². Huidige en toekomstige situatie van de planlocatie De beoogde ontwikkeling voorziet in een toename van het verhard oppervlak. Het plangebied heeft een totaaloppervlak van circa 1.360 m2, dat nu volledig onverhard is. De toename van het verhard oppervlak zal circa 680 m2 bedragen en daarmee niet onder de 500 m² blijven. Locatiestudie Het plangebied betreft twee percelen (4444 en 4010) aan de Opwettenseweg 189/191). Het plangebied wordt begrensd door de huidige bestemming 'Wonen' die op het perceel ligt. In de huidige situatie is het plangebied in gebruik voor woondoeleinden. Op het perceel zijn blad 42 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

twee hoofdgebouwen aanwezig en enkele bijbehorende bouwwerken. De tuin bestaat onder meer uit twee opritten, een buitenzwembad en groen. In de nabije omgeving liggen agrarische gronden en verspreid gelegen woongebouwen. Maaiveldhoogte Om de maaiveldhoogtes in het plangebied te analyseren is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4-viewer) geraadpleegd. Het maaiveld bevindt zich tussen NAP +17,8 m en NAP +17,3 m. Bodemopbouw Om de lokale bodemopbouw ter plaatse van de planlocatie te analyseren zijn grondboringen uit het DINOloket geraadpleegd. De maximale diepte in de grondboringen is 3,2 m-mv. De bodem bestaat voornamelijk uit zandlagen uit de midden en fijne categorie. Ook zijn er leemlagen aangetroffen. Grondwater Op basis van de Kaartbank van de provincie Noord-Brabant is de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) en de Gemiddelde Laagste grondwaterstand (GHG) bepaald. Uitgaande van een gemiddeld maaiveld van circa NAP +17,6 m, kan op basis hiervan het volgende worden geconstateerd: GHG: GLG:

tussen circa 80 à 120 cm -mv tussen circa 200 à 250 cm -mv

tussen circa NAP +16,8 m en +16,4 m tussen circa NAP +15,6 m en +15,1 m

Op basis van een isohypsenkaart uit 2019 gemaakt met Grondwatertools bevindt de jaargemiddelde grondwaterstand zich ter plaatse van het plangebied op circa NAP +15,3 m. Het grondwater stroomt in noordwestelijke richting. Op basis van de WKO-tool ligt het dichtstbijzijnde gesloten bodemenergiesysteem circa 300 meter ten noordwesten van het plangebied. De invloed op het plangebied wordt als nihil ingeschat omdat het een gesloten systeem betreft. Het plangebied is niet in een grondwaterbeschermingsgebied gelegen op basis van de Kaartbank van de provincie Noord-Brabant. Oppervlaktewater Nabij het plangebied liggen enkele categorie-A- en -B-watergangen (zie onderstaande figuur). Het gaat hier om de watergangen langs de Europalaan en enkele watergangen langs de Dubbestraat. Verder liggen er geen specifieke waterhuishoudkundige elementen in het plangebied, zie onderstaande figuur.

blad 43 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Figuur 4.9: Oppervlaktewateren in en rondom het plangebied, o.b.v. de Legger 2013 van het Waterschap De Dommel Grondwaterbeschermingsgebied Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Grondwateronttrekkingen In de omgeving van het plangebied zijn geen grote grondwateronttrekkingen. Waterhuishouding De beek de 'Kleine Dommel' is in de legger van waterschap De Dommel opgenomen als A-watergang. De watergang ligt op een afstand van circa 230 m ten zuidwesten van het plangebied. Dit is niet in de directe nabijheid van het plangebied. Waterkwantiteit In de toekomstige situatie neemt het verhard oppervlak met circa 680 m² toe. De toename aan verhard oppervlak is maximaal 500 m² en moet daarom worden gecompenseerd. voor de toename van 680m2 dient een waterberging gerealiseerd te worden van: 680x0.06= 40,8m3. Het hemelwater dient op het eigen terrein opgevangen te worden en vervolgens te infiltreren.

blad 44 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Tevens blijkt uit de inventarisatie van de bodemopbouw dat er tot grote diepte (NAP -52 m) een goed doorlatende zandlaag ligt. Op basis van de isohypsenkaart van de Kaartbank van de provincie Noord-Brabant ligt de GHG 80 à 120 cm -mv. De goed doorlatende zandlaag in combinatie met de relatief lage grondwaterstand maakt het plangebied geschikt voor infiltratie. De initiatiefnemer kan dit benutten door de realisatie van wadi's in het plangebied. Een wadi heeft als functie dat het regenwater bergt en (eventueel) zuivert, waarna het kan infiltreren in de ondergrond en verdroging tegengaat. Dit heeft een positief effect gedurende droge en natte periodes. Riolering nieuwe situatie De percelen zijn omsloten in de toekomstig uitbreiding Nuenen West. Bij de ontwikkeling van Nuenen West is de aanleg van een regenwaterriolering voorzien. De infiltratie voor de percelen van de Opwettenseweg is meegenomen in de infiltratieberekening en benodigde berging, conform de beleidsregels. Het plan zal voorzieningen treffen om aan te sluiten op de regenwaterriolering. Bij de realisatie dient rekening te worden gehouden met deze aansluiting. In de tussenperiode zal water worden geïnfiltreerd op eigen terrein totdat berging wordt overgenomen in plangebied Nuenen West.

Waterveiligheid Uit de leggerkaart van waterschap de Dommel blijkt dat het plangebied zich niet in de kernof beschermingszone van waterkeringen bevindt. Om deze reden zijn er geen effecten op de waterveiligheid. Conclusie Het voorzien in voldoende watercompenstatie ten behoeve van de realisatie van een goed waterhuishoudkundig systeem is opgenomen als voorwaarde voor de verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Hiermee zijn er geen belemmeringen voor het watervraagstuk.

4.8

Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader De aanwezigheid van bedrijven kan de kwaliteit van de leefomgeving beïnvloeden. Bedrijven kunnen zorgen voor hinder van geur, stof, geluid en risico's van gevaar. Daarnaast moeten bedrijven zich kunnen ontwikkelen en eventueel uitbreiden. Om dit bereiken is het van belang dat bedrijven en gevoelige bestemmingen ruimtelijk goed gesitueerd worden zodat de bedrijven zo min mogelijk overlast opleveren en woningen de bedrijven zo min mogelijk beperken in hun bedrijfsuitvoering. De mate en de ernst van de invloed van een bedrijf is mede afhankelijk van het type en de omvang van het bedrijf. In de uitgave “Bedrijven en milieuzonering” uitgegeven door de VNG is per bedrijfstype een globale indicatie gegeven van het invloedsgebied voor de aspecten geur, stof, geluid en gevaar.

blad 45 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Onderzoek Rustige woonwijk Het plangebied kan bestempeld worden als omgevingstype 'rustige woonwijk'. Het plangebied is te midden van de uitbreidingslocatie Nuenen West gelegen. De meest nabij gelegen bedrijvigheid betreft een tegelzettersbedrijf gevestigd op Opwettenseweg 126. Daarnaast is aan de Opwettenseweg 197 een detailhandel bestemming en is op de Pennekart 1 Basisschool Het Mooiste Blauw gevestigd. Een tegelzettersbedrijf is conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' een vorm van bedrijvigheid in milieucategorie 1. Conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor dergelijke bedrijven een afstand tot gevoelige bestemmingen van 10 meter (gebaseerd op milieucategorie 1). Het bedrijfsperceel is gelegen op circa 60 meter van het plangebied. Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden. Een detailhandelsbedrijf is conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' een vorm van bedrijvigheid in milieucategorie 1. Conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor dergelijke bedrijven een afstand tot gevoelige bestemmingen van 10 meter (gebaseerd op milieucategorie 1). Het bedrijfsperceel is gelegen op circa 70 meter van het plangebied. Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden.

De basisschool is conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' een vorm van bedrijvigheid in milieucategorie 2. Conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' geldt voor dergelijke bedrijven een afstand tot gevoelige bestemmingen van 30 meter (gebaseerd op milieucategorie 2). Het perceel is gelegen op circa 250 meter van het plangebied. Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden. In de directe omgeving van het plangebied zijn enkele agrarische bedrijven gelegen. Op basis van de Verordening geurhinder en veehouderij dient rekening te worden gehouden met een hindercirkel van 100 meter (vergelijkbaar met milieucategorie 3.2). De afstanden van de agrarische bedrijven ten aanzien van het plangebied zijn overal groter dan 100 meter. Derhalve wordt ter plaatse van de woningen voldaan aan de richtafstanden. De directe omgeving van het plangebied is bestemd als Woongebied, derhalve is de teelt van gewassen en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet toegestaan. In da nabijheid van het plangebied zijn derhalve geen spuitzones gelegen. Milieuhindercirkelsen milieubelasting vanuit de aanwezige bedrijven Vanuit de bovenstaande inventarisatie zijn de milieucontouren van de aanwezige bedrijvigheid in de nabijheid van het plangebied inzichtelijk.

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied buiten de milieucontouren van bestaande bedrijven valt. Voor gebieden buiten de milieuhindercontouren kan worden geconcludeerd dat er vanuit bedrijvigheid geen belemmeringen zijn voor de voorgenomen woningbouwontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering oplevert voor de beoogde ontwikkeling in het voorliggend bestemmingsplan.

blad 46 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

4.9

Leefomgevingskwaliteit Rondom het plangebied vinden diverse bedrijfsmatige activiteiten plaats. Deze kunnen mogelijk invloed hebben op het woon- en leefklimaat in het plangebied. In paragraaf 4.8 is deze potentiële bedrijfsmilieuhinder al in kaart gebracht. Maar ook andere milieuaspecten, zoals wegverkeerslawaai (zie paragraaf 4.1), railverkeerslawaai, geluidhinder vanuit vliegtuigen, luchtkwaliteit (zie paragraaf 4.4) of externe veiligheid (zie paragraaf 4.6) kunnen hier een rol in spelen. Daarnaast spelen meer algemene / regionale aspecten een rol, zoals de achtergrondbelasting voor luchtkwaliteit of geur. Gebruik is gemaakt worden van de uitgevoerde GezondheidsEffectScreening (GES) van de provincie Noord-Brabant. Deze GES geeft op globaal niveau inzicht in 'hoe schoon' de lucht is. In de onderstaande figuur zijn de GES-kaarten voor Nuenen West en omgeving weergegeven voor de thema's luchtkwaliteit (stikstofdioxide, fijn stof, zeer fijn stof en geur.

Figuur 4.10: GES-scores voor geur en luchtkwaliteit (NO2 , PM1 0, PM2,5) o.b.v. provinciale GES De kaarten uit de provinciale GES zijn niet bedoeld om te toetsen aan exacte normen vanuit wet- en regelgeving, maar geven globaal weer wat de huidige situatie is. Uit de kaarten in figuur 4.9 blijkt, dat de GES-score voor het aspect luchtkwaliteit in Nuenen West en daarmee voor het plangebied aan de Opwettenseweg als matig te beoordelen is. Dit geldt overigens voor grote delen van Brabant en meer specifiek voor de gehele regio Eindhoven. Het aspect luchtkwaliteit is getoetst in paragraaf 4.4. Uit deze toetsing blijkt dat voorgenomen ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de luchtkwaliteit beschouwd. Hieruit blijkt dat de luchtkwaliteit voldoet aan de wettelijke grenswaarden. Luchtkwaliteit vormt geen belemmering. De GES score voor geur is ter plekke van het plangebied goed; dit betekent weinig kans op hinder en overlast vanuit agrarische geur.

blad 47 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Uit de inventarisaties en de onderzoeken naar milieuaspecten (zoals verwoord in dit hoofdstuk) blijken er primair twee zaken te zijn, die de leefomgevingskwaliteit feitelijk kunnen beïnvloeden: milieuhinder vanuit bedrijvigheid (met name geluid en geur; zie paragraaf 4.8) en geluidshinder vanuit wegverkeer (zie paragraaf 4.1). Bij wegverkeerslawaai is het voor de leefomgevingskwaliteit van belang om niet alleen te kijken naar de wegen die in het kader van de Wet geluidhinder onderzocht zijn, maar om ook de geluidsbelasting vanuit 30-km/u-wegen mee te nemen. Want ook al hoeven deze wegen niet getoetst te worden aan de Wet geluidhinder, er is wel sprake van een bepaalde mate van geluidsbelasting vanuit de 30-km/u-wegen. Uiteindelijk gaat het dan ook om de geluidsbelasting die ervaren wordt, ofwel de totale gecumuleerde geluidsbelasting vanuit alle wegen tezamen. In het akoestisch onderzoek van Nuenen West is dit in beeld gebracht; in figuur 4.7 is de cumulatieve geluidsbelasting weergegeven.

Figuur 4.11: Cumulatieve geluidsbelasting wegverkeer, op 1,5 m hoogte exclusief aftrek ex artikel 110 (blauwe cirkel geeft het plangebied globaal weer)

blad 48 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Wet geluidhinder Voor de cumulatieve geluidsbelasting zijn er geen harde normen, maar er moet in het kader van goede ruimtelijke ordening wel aangetoond worden dat er sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Hierbij kunnen de genoemde geluidsklassen in figuur 5.12 op basis van de Milieu Kwaliteits Maat (De Milieu Kwaliteits Maat is gebaseerd op de classificatie conform de methode Miedema) worden vertaald in de volgende beoordeling: Geluidsbelasting < 50 dB: goed woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 50 – 55 dB: redelijk woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 55 – 60 dB: matig woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting 60 – 65 dB: tamelijk slecht woon- en leefklimaat. Geluidsbelasting > 65 dB: slecht tot zeer slecht woon- en leefklimaat. Uit figuur 4.7 blijkt, dat met name langs de grotere wegen sprake is van meer geluidsbelasting vanuit wegverkeerslawaai. Op basis van deze figuur, kan er een indeling gemaakt worden in gebieden waar een redelijk tot goed woon- en leefklimaat is, gebieden waar een matig tot redelijk woon- en leefklimaat is en gebieden waar woningen niet gewenst zijn. Er is, op basis van figuur 4.7, bepaald dat buiten een zone van 50 m aan beide zijden van de Europalaan en 25 m uit de hoofdinfrastructuur binnen de wijk sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Deze resultaten kunnen vervolgens weer gecombineerd worden met het inzicht in woon- en leefklimaat vanuit de bedrijven en milieuzonering (zie figuur 4.6) om op lokaal niveau een gedifferentieerd overzicht te geven van het woon- en leefklimaat. In figuur 4.8 is het integrale overzicht in leefomgevingskwaliteit, dat hieruit volgt, weergegeven.

Figuur 4.12: Overzicht leefomgevingskwaliteit, op basis van bedrijvigheid en het cumulatieve wegverkeerslawaai. Naast de gebieden voor nieuwbouw zijn ook de bestaande woningen meegenomen in deze kaart. (blauwe cirkel geeft het plangebied globaal weer)

blad 49 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Figuur 4.8 toont gebieden met een groene, gele en rode arcering. Het plangebied aan de Opwettenseweg betreft een goede tot redelijk goede leefomgevingskwaliteit. Conclusies leefomgevingskwaliteit Het plangebied Opwettenseweg betreft een goede tot redelijk goede leefomgevingskwaliteit, de kans op overlast en hinder is hier zeer klein.

4.10

Spuitzones Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet een afweging worden gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Op grond van deze afweging kan het noodzakelijk zijn en om een spuitvrije zone aan te houden. Welke afstand (minimaal) aangehouden moet worden, is niet in een wettelijke regeling voorgeschreven. Uit jurisprudentie blijkt dat de Raad van State een afstand van 50 meter, tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, in het algemeen niet onredelijk vindt. Volgens vaste rechtspraak kan een kortere afstand ook aanvaardbaar zijn, mits hieraan een goede onderbouwing ten grondslag ligt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om de drift te voorkomen (bronmaatregelen zoals driftarme spuitdoppen) of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag. Onderzoek In de nabijheid van het plangebied zijn geen gronden waarop gewassen (zoals fruitbomen) in de open lucht worden geteeld. Van afstandsnormen voor spuitzones is dan ook geen sprake. Met betrekking tot spuitzones is een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect spuitzones geen belemmering oplevert voor de beoogde ontwikkeling in het voorliggend bestemmingsplan.

4.11

Gezondheid Toetsingskader Bij elke ruimtelijke ontwikkeling dienen risico's voor de volksgezondheid onderzocht te worden. Beoordeeld dient te worden of een nader advies van de GGD noodzakelijk is bij een ruimtelijke ontwikkeling. Het uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onderzoek Volgens de atlas van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant ligt het plangebied binnen een afstand van 250 m van de dichtstbijzijnde veehouderij (Opwettenseweg 132). In het bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West' zijn rondom de bestaande veehouderijen milieuzones opgenomen. Buiten de milieuzones zijn geen effecten te verwachten. Figuur 4.12 toont aan dat deze milieuzones niet reiken tot in het plangebied van de Opwettenseweg. Een nader advies van de GGD is dan ook niet noodzakelijk.

blad 50 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Figuur 4.13: Milieuzones bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West'. De milieuzones zijn aangeduid met een bruine lijn. Binnen een afstand van 2 km tot het plangebied zijn geen geitenhouderijen gelegen. Geitenhouderijen zijn op voldoende afstand gelegen. Een nader advies van de GGD is dan ook niet noodzakelijk. Met betrekking tot gezondheid is een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect gezondheid geen belemmering oplevert voor de beoogde ontwikkeling in het voorliggend bestemmingsplan.

4.12

Vormvrije m.e.r-beoordeling Toetsingskader De procedure van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie of een bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van een m.e.r. is het milieueffectrapport (MER) waarin de milieueffecten voor een tal van aspecten voor een of meerdere alternatieven geanalyseerd en beoordeeld worden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze m.e.r.-procedure is van toepassing bij activiteiten waarvan reeds vast staat dat er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze activiteiten met bijbehorende drempelwaarden staan weergegeven in

blad 51 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

onderdeel C van het Besluit m.e.r. (ook geldt dit voor activiteiten uit onderdeel D waar een plan, bijvoorbeeld een structuurvisie, voor nodig is). Naast het direct uit moeten voeren van een m.e.r. zijn in het Besluit m.e.r. ook activiteiten, met bijbehorende drempelwaarden, aangegeven waarvoor eerst beoordeeld moet worden of sprake is van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze activiteiten en drempelwaarden staan benoemd in onderdeel D van het Besluit m.e.r. Voor deze activiteiten dient een zogenaamde m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Daarnaast is het verplicht om aandacht aan m.e.r. te besteden voor activiteiten die in onderdeel D genoemd staan, maar waar de drempelwaarden niet gehaald worden. Deze drempelwaarden zijn aantallen, oppervlaktes of grootte (bijvoorbeeld 100 hectare, 110 stuks, etc.). Voor activiteiten die wel in onderdeel D van het Besluit m.e.r. genoemd staan, maar waar de aantallen uit het betreffende plan of besluit onder de drempelwaarden liggen dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Hierbij wordt, net als bij de m.e.r.-beoordeling getoetst of er mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen op kunnen treden. Onderzoek In het kader van de ontwikkeling Nuenen West zijn diverse milieuonderzoeken uitgevoerd en is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (Bijlage 10).

De milieuonderzoeken in het kader van de ontwikkeling aan de Opwettenseweg geven geen aanleiding om de conclusies van de vormvrije m.e.r.-beoordeling bij te stellen. Tevens geldt dat bij de ontwikkeling van twee nieuwe woningen op gronden die reeds als Wonen bestemd zijn geen sprake is van een functiewijziging. De aard en omvang van de ontwikkeling zijn van dermate dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Derhalve is de ontwikkeling van twee woningen niet opgenomen op de C- of D-lijst van het besluit MER en is er daarmee geen aanleiding tot het doorlopen van een (nieuwe) m.e.r.-procedure. Conclusie In het kader van de ontwikkeling Nuenen West is reeds een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. De ontwikkeling van twee woningen aan de Opwettenseweg is niet opgenomen op de C- of D-lijst van het besluit MER, derhalve is er geen aanleiding tot het doorlopen van een (nieuwe) m.e.r.-procedure.

blad 52 van 57

Ruimte - Antea Nederland B.V.

ontwerp bestemmingsplan Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191

Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten Projectnummer 0480020

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

5.1

Beschrijving in hoofdlijnen Dit bestemmingsplan bevat alle regels die nodig zijn voor de bouw en het gebruik van de twee nieuwe woningen aan de Opwettenseweg. Tevens bevat het bestemmingsplan alle regels die nodig zijn voor de herbouw en het gebruik van de twee bestaande woningen in het plangebied. Het bestemmingsplan is derhalve een zelfstandig bestemmingsplan en geen herziening van het Chw-bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West'. Na vaststelling gelden in het plangebied van dit bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191' alleen de regels van dit bestemmingsplan en niet langer de regels uit het Chw-bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West'. Het voordeel van deze werkwijze is dat dit geheel nieuwe plan zelfstandig leesbaar is en de inhoud van dit plan toegespitst is op de voorgenomen ontwikkeling: het realiseren van twee nieuwe woningen, het conserveren van de bouwmogelijkheden voor de bestaande woningen en op alle woningen dezelfde regels omtrent het gebruik van toepassing verklaren. Bij het toespitsen zijn alle regels (uit de woonbestemming) van het Chw-bestemmingsplan - Herijking Nuenen West' die niet relevant zijn voor de voorgenomen ontwikkeling als basis genomen voor de regels in de bestemming 'Wonen' van dit bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West, herziening Opwettenseweg naast nr. 189 en naast nr. 191'.

Vervolgens zijn de irrelevante bepalingen geschrapt. De regels zijn ingedeeld in 4 hoofdstukken op basis van de vereisten uit de SVBP2012. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels en bestaat uit 2 artikelen. Het eerste artikel geeft een omschrijving van enkele in de regels gehanteerde begrippen. Het tweede artikel geeft aan hoe ten aanzien van maten, oppervlakte en inhoud gemeten moet worden. In Hoofdstuk 2 worden de verschillende bestemmingen behandeld. Per bestemming wordt aangegeven welke doeleinden/functies zijn toegelaten op de gronden en wat en hoe er mag worden gebouwd. In Hoofdstuk 3 worden de algemene regels behandeld. Dit zijn de anti-dubbeltelregel en algemene afwijkingsregels. In Hoofdstuk 4 worden de overgangs- en slotregels aangegeven.

5.2

De bestemmingen Het onderhavig bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: Artikel 3 – Wonen Deze bestemming wordt opgenomen voor de te handhaven woningen en de te ontwikkelen woningen. Deze regeling sluit aan op de gebruikelijke conserverende woonbestemming van de gemeente Nuenen en biedt dezelfde planologische mogelijkheden als de woonbestemming uit het Chw-bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West' op deze locatie biedt. De regeling voorziet in het conserverend bestemmingen van de bestaande woningen en stelt specifieke regels voor de bouw van de twee nieuwe woningen op basis van de regels uit de woonbestemming in het Chw-bestemmingsplan 'Herijking Nuenen West'. De regels uit die woonbestemming die voor deze locatie niet relevant zijn, zijn geschrapt uit dit artikel zodat geen overbodige regels gesteld worden. Daarnaast zijn regels opgenomen die gelden bij gehele of gedeeltelijke vernieuwing of vervanging van woningen: in dat geval dienen de regels en beleidsregels voor het gebied gevolgd te worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13675860/1