CConstaterende datNuenen
Koppel je AI →
Document · PDF

Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ”Buitengebied herziening Rullen ong. bij 13A” - Bijlage 1 Plantoelichting met aanpassingen

Oordeelsvormende raadsbijeenkomst 19 juni 2024, gemeente NuenenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling bestemmingsplan ”Buitengebied herziening Rullen ong. bij 13A”18.152 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.9

Luchtkwaliteit

4.9.1 Inleiding Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met de Wet luchtkwaliteit en de bijbehorende bepalingen en hulpmiddelen wil de overheid zowel de verbetering van de luchtkwaliteit bewerkstelligen als ook de gewenste ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening doorgang laten vinden. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma (NSL). Binnen het NSL werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging als de 3% grens niet wordt overschreden.

4.9.2 Regeling Niet in betekenende mate In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen’ wordt aangeven op welke manier snel kan worden vastgesteld of de bijdrage van een nieuwbouwproject op de luchtkwaliteit valt onder de term ‘niet in betekenende mate’. De regeling geeft een harde omschrijving van het aantal gevallen. Voor woningbouw geldt bij 1 ontsluitingsweg een aantal van 1.500 nieuwe woningen

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

54

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

netto. Bij twee ontsluitingswegen geldt een aantal van 3.000 woningen netto. Aangezien onderhavig plan slechts de toevoeging van een Ruimte voor Ruimte woning mogelijk maakt, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht. Navolgende tabel geeft een beeld van de berekening met de NIBM-tool. Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie

2019

Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

6

Aandeel vrachtverkeer

0,0%

3

NO2 in μg/m

0,01

3

PM10 in μg/m

0,00

Extra verkeer als gevolg van het plan

Maximale bijdrage extra verkeer

Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Tabel 4: Berekening NIBM-tool voor ontwikkeling binnen plangebied

4.9.3 Fijn stof Fijn stof (PM10 en PM2,5) is een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door de lucht zweven: roetdeeltjes, opstuivend zand, uitlaatgassen, zeezout, plantmateriaal, cementdeeltjes en bijvoorbeeld stukjes afgesleten autoband of wegdek. Fijn stof kan ook ontstaan door reacties tussen verschillende gassen in de lucht. De gemiddelde hoeveelheid (concentratie) fijn stof in Nederland is hoger in het zuiden, nabij grotere steden en bij grote industriegebieden. Fijn stof is dus een vorm van luchtvervuiling en heeft een ongunstig effect op de gezondheid van mensen. Tot fijn stof worden in de lucht zwevende deeltjes kleiner dan 10 dan wel 2,5 micrometer (µg) gerekend. Fijn stof blijft in de lucht zweven en bestaat uit deeltjes van verschillende grootte, van verschillende herkomst en daardoor met een verschillende chemische samenstelling. Verkeer, industrie en landbouw zijn de belangrijkste bronnen. Op grond van de Wet milieubeheer gelden voor fijn stof de volgende grenswaarden: - De jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes PM10 is maximaal 40 µg/m³; - De daggemiddelde concentratie van 50 µg/m³, mag maximaal 35 maal per kalenderjaar worden overschreden; - De jaargemiddelde concentratie van zwevende deeltjes PM2,5 is maximaal 25 µg/m³.

Bij toetsing van berekende concentraties PM10 aan de grenswaarden, mogen de concentraties worden gecorrigeerd voor de aanwezigheid van zeezout in de lucht. De zeezoutaftrek mag op het resultaat worden toegepast, als er sprake is van een grenswaarde-overschrijding van PM10. Het betreft dan een aftrek van de bijdrage van een natuurlijke bron op de achtergrondconcentratie. Het toepassen van de zeezoutaftrek is vastgelegd in de Wet milieubeheer. De hoogte van deze aftrek is vastgelegd in de ministeriële ‘Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007’.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

55

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Per provincie is eveneens een correctie op het aantal overschrijdingsdagen voor de etmaalgemiddelde norm bepaald dat in mindering kan worden gebracht. Het voor zeezout gecorrigeerde aantal overschrijdingsdagen bedraagt: - 4 dagen in Noord-Holland en Zuid-Holland; - 3 dagen voor Friesland, Flevoland, Utrecht en Zeeland; - 2 dagen in Groningen, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg. Voor het berekenen van de concentratie fijn stof PM2,5 zijn nog niet in alle gevallen emissiefactoren bekend. Echter, de grenswaarde voor PM2,5 levert geen aanvullende beperkingen op voor de agrarische sector. De veehouderijen zijn geen belangrijke bron van fijn stof uitstoot. Zo bedraagt het aandeel PM2,5 binnen de uitgestoten hoeveelheid PM10 bij volière pluimveestallen ongeveer 6%. Dit geldt zowel voor de pluimveehouderij als de varkenshouderij. Gesteld wordt dat indien de luchtkwaliteit aan de PM10 norm voldoet, dat ook geldt voor de PM2,5 normen. Uit RIVMonderzoek blijkt dat de kans op een overschrijding van de jaargemiddelde concentratie PM2,5 kleiner dan 1% is bij een jaargemiddelde concentratie PM10 van 32 µg/m³. Daarbij ligt de achtergrondconcentratie voor PM2,5 in Nederland ruimschoots onder de grenswaarde.

(Bron: Rapport 195, Publicatie “Maatregelen ter vermindering van fijnstofemissie uit de pluimveehouderij; effect van een oliefilm op het strooisel in volièrehuisvesting voor leghennen”, Animal Science Group, Wageningen UR, februari 2009). Navolgende figuren geven de jaargemiddelde concentratie van PM10 en PM2,5 ter plaatse van het plangebied en directe omgeving weer. Het plangebied is hierbij weergegeven middels de zwarte cirkel.

Figuur 28: Jaargemiddelde concentratie fijn stof PM10 (2016) (Bron: Atlas Leefomgeving)

De jaargemiddelde concentratie fijn stof PM10 ter plaatse van het plangebied bedraagt 18-19 µg/m³. De grenswaarde van 40 µg/m³ wordt hiermee dan ook niet overschreden.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

56

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Figuur 29: Jaargemiddelde concentratie fijn stof PM2,5 (2016) (Bron: Atlas Leefomgeving)

De jaargemiddelde concentratie fijn stof PM2,5 ter plaatse van het plangebied bedraagt 11-12 µg/m³. De grenswaarde van 25 µg/m³ wordt hiermee dan ook niet overschreden. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in het kader van de blootstelling aan luchtverontreiniging geen bezwaar is.

4.9.4 Endotoxine De intensieve veehouderijen binnen de agrarische sector dragen bij aan de emissies van fijn stof PM10 in Nederland. Dit geëmitteerde fijn stof bestaat uit een aantal stoffen, waarvan endotoxinen onderdeel uit (kunnen) maken. Op 7 juli 2016 zijn onderzoeksrapporten gepubliceerd waarin wordt aangetoond dat omwonenden rond veehouderijen gezondheidsrisico’s lopen door de blootstelling aan emissies uit veehouderijen. Endotoxine is voor luchtwegklachten een relevante component in de (fijn)stof emissie uit veehouderijen. De ontwikkeling van een landelijk toetsingskader voor endotoxine door het Rijk, op advies van de Gezondheidsraad, is nog niet afgerond. Vooruitlopend daarop is door het Ondersteuningsteam Veehouderij en Volksgezondheid van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht de ‘Notitie Handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid: Endotoxine toetsingskader 1.0’ opgesteld. In april 2018 is tevens de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 uitgebracht. Hierbij wordt een advieswaarde van 30 EU/m³ aangehouden als advieswaarde voor de maximale blootstelling aan endotoxine. Bij deze advieswaarde kan ervan uitgegaan worden dat de gezondheid van omwonenden van veehouderijen wordt beschermd tegen een overmaat aan endotoxine.

Deze notitie haakt in op de lopende ontwikkeling van het landelijke endotoxinetoetsingskader en maakt gebruik van de daaruit voortkomende onderzoeksresultaten. De voorlopige onderzoeksresultaten zijn voor de Gezondheidsraad in 2012 aanleiding geweest om voor de algemene bevolking een gezondheidskundige advieswaarde voor endotoxine van 30 EU/m³ aan het Rijk te adviseren. Deze advieswaarde wordt tevens gehanteerd in de notitie.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

57

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Uitgangspunt in de ruimtelijke ordening is dat sprake moet zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en derhalve de advieswaarde van 30 EU/m³ niet wordt overschreden. Door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) is een berekeningsmodel opgesteld waarmee de individuele afstandscontour of endotoxine-risicocontour van 30 EU/m³ eenvoudig bepaald kan worden. In de ruimtelijke ordening wordt dit berekeningsmodel geaccepteerd als richtlijn. Op de veehouderijen in de omgeving van het plangebied gelden op grond van het berekeningsmodel van de ODZOB de navolgende richtafstanden: - Aan Laar 80 bedraagt de fijnstofemissie 155 kg/jaar. Derhalve dient hiertoe een endotoxinecontour van 71 meter aangehouden te worden. Met een afstand van ruim 380 meter tot het plangebied wordt aan deze afstand ruim voldaan. - Aan Rullen 15 bedraagt de fijnstofemissie 431 kg/jaar. Derhalve dient hiertoe een endotoxinecontour van 133 meter aangehouden te worden. Met een afstand van circa 215 meter tot het plangebied wordt aan deze afstand ruim voldaan. De beoogde herontwikkeling van het plangebied aan Rullen ong. te Nuenen is in het kader van endotoxine geen bezwaar.

4.9.5 Conclusie Luchtkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de beoogde herontwikkeling.

4.10 Bodemkwaliteit Het is niet toegestaan om te bouwen op verontreinigde grond. Derhalve is door Bodeminzicht een verkennende bodemonderzoek uitgevoerd binnen het plangebied. Dit onderzoek d.d. 14 mei 2019 met rapportnummer B2238 behoort als bijlage bij deze toelichting. De conclusies en aanbevelingen zijn hierna opgenomen. “Resultaten In het mengmonster van de visueel schone bovengrond van de vaste bodem (BG1) zijn geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het mengmonster van de visueel schone ondergrond van de vaste bodem (OG1) zijn eveneens geen gehaltes aan onderzochte stoffen gemeten boven de achtergrondwaarden. In het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is een gehalte aan barium gedetecteerd boven de streefwaarde. De verhoging aan barium is toe te schrijven aan een natuurlijk verhoogde achtergrondwaarde. Conclusie en advies De resultaten van het onderzoek stemmen overeen met de hypothese. De resultaten vormen echter geen aanleiding tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond die aanleiding vormen voor het uitvoeren van nader of aanvullend bodemonderzoek. De bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vormt, ons inziens, geen belemmering voor de beoogde realisatie van een woning.”

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

58

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Uit het bodemonderzoek blijkt dat de bodem geschikt is voor het beoogde gebruik. De eventueel bij werkzaamheden vrijkomende grond is op of buiten het onderzoeksterrein herbruikbaar. Indien vrijkomende grond van de locatie afgevoerd dient te worden, dient men rekening te houden met de regels van het vigerende Besluit Bodemkwaliteit.

4.11 Externe veiligheid 4.11.1 Inleiding Onder externe veiligheid verstaat men het beheersen van risico’s die direct of indirect voortvloeien uit de opslag, de productie, het gebruik en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het risico is daarbij gedefinieerd als ‘de kans op overlijden’ voor personen. De aanwezige risico’s zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: Bedrijven; Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water en via buisleidingen); Hoogspanningslijnen.

4.11.2 Bedrijven Het plangebied is op de risicokaart van de Provincie Noord-Brabant niet aangewezen als gelegen in een risicogebied van een bedrijf met betrekking tot de externe veiligheid. Het meest dicht bij het plangebied gelegen risico-object is gelegen aan Alvershool 2 te Nuenen, op een afstand van ruim 1,5 kilometer ten zuiden van het plangebied. Op dusdanig grote afstand kan beïnvloeding niet plaatsvinden.

4.11.3 Transport 4.11.3.1 Vervoer over het spoor In de omgeving van het plangebied is geen spoortracé gelegen. De afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde spoortracé bedraagt circa 6.750 meter. Interactie kan dan ook niet plaatsvinden. 4.11.3.2 Vervoer over de weg Het transport van gevaarlijke stoffen moet primair via het hoofdwegennet plaatsvinden. Woonkernen moeten hierbij vermeden worden. De grotere doorgaande weg in de gemeente waarover dergelijke transporten zullen plaatsvinden is de autosnelweg A270. Het plangebied ligt op een zodanige afstand van deze route dat beïnvloeding normaliter niet plaats kan vinden. 4.11.3.3 Vervoer over het water Binnen de gemeente Nuenen vindt geen transport over water plaats. Dit aspect is dus niet van toepassing. 4.11.3.4 Vervoer via buisleidingen Op een afstand van circa 1,4 kilometer is een buisleiding gelegen waardoor gas vervoerd wordt. Deze gasleiding ligt op een dermate grote afstand dat geen interactie plaats kan vinden met het plangebied.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

59

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

4.11.3.5 Hoogspanningslijnen In de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningslijnen en kan dus ook geen interactie plaatshebben.

4.11.4 Conclusie Externe veiligheid vormt voor de beoogde herontwikkeling geen belemmering.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

60

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

5.

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING

5.1

Inleiding

Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. Bovendien draagt de toelichting bij aan de planinterpretatie.

5.2

Algemene toelichting verbeelding

De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, functie-aanduidingen en bouwvlakken opgenomen.

5.3

Algemene toelichting regels

De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De opbouw is als volgt: Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen); Gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingen); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Aanvullende regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels). Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: Bestemmingsomschrijving; Nadere detaillering van de bestemming; Bouwregels; Afwijken van de bouwregels; Specifieke gebruiksregels; Afwijken van de gebruiksregels; Omgevingsvergunning voor het aanleggen. De specifieke afwijkingsbevoegdheden en wijzigingsbevoegdheden zijn zoveel mogelijk per bestemming opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en de toegankelijkheid van het bestemmingsplan bevorderd.

5.4

Toelichting bestemming

5.4.1 Wonen Binnen het plangebied wordt een woonbestemming toegevoegd. De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep. Er zal een bestemmingsvlak worden toegevoegd aan het plangebied waarop een Ruimte voor VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

61

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

Ruimte woning is toegestaan met een inhoud van maximaal 1.000 m³ en maximaal 100 m² aan bijbehorende bijgebouwen.

5.4.2 Waarde – Archeologie 5 Lage verwachting Het noordelijke deel van het plangebied kent tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5 Lage verwachting’. De voor ‘Waarde – Archeologie 5 Lage verwachting’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. Bij bodemverstoring over een oppervlakte van meer dan 10.000 m² dient middels archeologisch onderzoek te worden aangetoond dat geen archeologische waarden verloren gaan.

5.4.3 Waarde – Cultuurhistorie akkerbouwcomplex Het meest oostelijke deel van het plangebied kent tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie akkerbouwcomplex’. De voor ‘Waarde – Cultuurhistorie akkerbouwcomplex’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de openheid en het reliëfrijke karakter van het akkerbouwcomplex.

5.4.4 Waarde – Cultuurhistorie historische verkaveling Het meest oostelijke deel van het plangebied kent tevens de dubbelbestemming ‘Waarde – Cultuurhistorie historische verkaveling’. De voor ‘Waarde – Cultuurhistorie historische verkaveling’ aangewezen gronden zijn mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de verkavelingsstructuur en de kleinschaligheid van het landschap.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

62

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

6.

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid en Grondexploitatiewet

In de Grondexploitatiewet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel dat mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te hebben genomen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Nuenen zal in het kader van het bepaalde in de Grondexploitatiewet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. Hiervoor is met initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten.

6.2

Economische gevolgen bestemmingsplan

De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komt. Voor het verhalen van kosten van tegemoetkoming van planschade is met initiatiefnemer daarom een overeenkomst gesloten. Deze overeenkomst is verankerd in de anterieure overeenkomst.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

63

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

7.

OVERLEG EN INSPRAAK

7.1

Inspraakprocedure

In de Gemeentewet is bepaald dat de gemeenteraad een inspraakverordening dient vast te stellen waarin geregeld wordt op welke wijze ingezetenen en andere belanghebbenden bij de voorbereiding van een bestemmingsplan worden betrokken. In het kader van de deze inspraakverordening wordt dit bestemmingsplan als voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

7.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

7.2.1 Inleiding Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Naar aanleiding van dit vooroverleg is het bestemmingsplan aangevuld:

7.2.2 Vooroverlegreactie waterschap In navolging van de vooroverlegreactie van het waterschap is opgenomen dat het hemelwater binnen het eigen terrein dient te worden opgevangen en verwerkt. Er wordt geadviseerd om bij de aanleg van de waterbergingsvoorziening de juiste maatvoering voor de locatie te berekenen en een bovengrondse hemelwatervoorziening aan te leggen zoals een wadi of een zaksloot met een noodoverloop richting de B-watergang ten noorden van het perceel. Dit is tevens verwerkt in paragraaf 4.2.3 van onderhavige toelichting.

7.2.3 Vooroverlegreactie provincie 7.2.3.1

Artikel 3.29 Interim omgevingsverordening

In navolging van de vooroverlegreactie van de provincie is beter verwoord dat de ontwikkeling past binnen artikel 3.29 van de Interim omgevingsverordening. 7.2.3.2

Artikel 3.8079 Interim omgevingsverordening

De provincie Noord-Brabant constateert strijdigheid met destijds artikel 6.8 van de Verordening ruimte Noord-Brabant (thans artikel 3.8079 van de Interim omgevingsverordening, geconsolideerde versie augustus 2023) wegens het ontbreken van een bouwtitel. Deze bouwtitel is inmiddels aangekocht, waarmee de strijdigheid is opgeheven.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

64

Bestemmingsplan ‘Buitengebied, herziening Rullen ongenummerd (nabij 13a), Ruimte voor Ruimte’ - Toelichting

7.3

Voorontwerp

Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 30 mei 2020 voor een termijn van zes weken ter inzage gelegen voor de inspraak. Gedurende deze termijn is een aantal inspraakreacties ingediend. Naar aanleiding van de inspraak is onderhavige bestemmingsplan op een aantal punten aangepast. Verwezen wordt naar de Nota van inspraak en vooroverleg, welke als bijlage bij onderhavige toelichting is gevoegd.

7.4

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor een termijn van zes weken ter inzage gelegen voor de zienswijzentermijn. Gedurende deze termijn is één zienswijze naar voren gekomen. Voor de inhoud en de beantwoording wordt verwezen naar de Nota van zienswijzen, welke als bijlage bij onderhavige toelichting is gevoegd.

VASTGESTELD Crijns Rentmeesters bv

65

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14261705/2