Gedragscode raad 2026
Tekst van het document
Voorwoord burgemeester Onze gemeenteraad heeft een belangrijke rol in de lokale democratie. Raadsleden stellen kaders voor beleid en nemen besluiten die raken aan de leefwereld van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Integer handelen is daarbij een uitgangspunt. Het raakt aan betrouwbaarheid, zorgvuldigheid en transparantie in dienst van de gemeenschap. Voor u ligt de gedragscode. Deze gedragscode is met zorgvuldigheid voorbereid door een werkgroep van raadsleden, die zich verdiept hebben in de vraag wat integer handelen in de praktijk betekent. De inzet van deze werkgroep verdient waardering. Deze gedragscode is meer dan een document, het toont de gedeelde normen en ambities binnen de raad. De gedragscode biedt een samenhangend kader voor het handelen van de raadsleden (en commissieleden). Zij gaat onder andere in op de onderlinge omgang binnen de raad, het zorgvuldig omgaan met informatie, en het voorkomen van (de schijn van) belangenverstrengeling en corruptie. Tevens gaat deze code in op het gebruik van de gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Tot slot gaat het over de vaststelling en handhaving van de gedragscode. Ik nodig u uit goed kennis te nemen van deze gedragscode die meer is dan een set van afspraken.
Het is vooral een gezamenlijke opdracht om het gesprek over integriteit levend te houden, elkaar scherp te houden en dilemma’s te delen. Deze gedragscode biedt daarvoor houvast, maar vraagt ook om een actieve houding van ieder raadslid (en commissielid). Op deze manier wordt het vertrouwen in het raadswerk en in het lokaal bestuur als geheel versterkt. Laten we op deze manier gezamenlijk bijdragen aan een gemeenteraad die niet alleen effectief is, maar ook geloofwaardig en betrouwbaar. Dit alles in het belang van de gemeenschap van Nuenen, Gerwen en Nederwetten die wij dienen. Met vertrouwen in de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor integer bestuur, F.G.F. van Genugten
1
Inleiding Drie (bestuurs)organen, 3 gedragscodes Het gemeentebestuur bestaat uit raad, college en burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. Voor elk van de drie bestuursorganen schrijft de wet een door de raad vast te stellen gedragscode voor. Omdat de taak en rol van de burgemeester, wethouders en raadsleden verschilt, is er voor iedere politieke ambtsdrager een aparte code waarin deze verschillen tot uitdrukking komen en met verwijzing naar de specifieke wet- en regelgeving. De voorliggende code is bestemd voor raadsleden, burgerleden en leden van de dorps- en wijkraden.
Doel gedragscode Deze gedragscode heeft als doel raadsleden weerbaarder te maken in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt, zodat raadsleden beter beschermd zijn tegen onnodige misstappen en ongelukjes. De code biedt daarmee ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen en de beschouwing daarvan. De gedragscode biedt bovendien een basis om op zorgvuldige wijze op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Het stelt namelijk de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Kortom, de voorliggende gedragscode heeft een aantal kenmerken: ontlast de morele oordeelsvorming van individuen; legt de basis voor een zinvol gesprek over het handelen conform wet- en regelgeving; stelt de norm; definieert specifieke handelingen als schendingen; maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk. Het is noodzakelijk om naast deze code met elkaar heldere procesafspraken te maken ten aanzien van de handhaving van de gedragscode.
Hierdoor kan voorkomen worden dat regels die bedoeld zijn om de integriteit te bevorderen worden gebruikt voor politieke doeleinden en om alle betrokkenen te beschermen door te garanderen dat er op een zorgvuldige manier wordt omgegaan bij vermoedelijke schendingen van de gedragscode.
Aard van de bepalingen
De gedragscode bevat: - Bepalingen die verplichtingen die conform wetgeving zijn; - Bepalingen die verplichtingen vastleggen die gebaseerd zijn op de wet maar waarover op vrijwillige basis aanvullende afspraken zijn gemaakt; - Bepalingen waarin overige vrijwillige onderlinge afspraken zijn vastgelegd.
Bij een (vermoedelijke) schending van een regel uit de gedragscode is het van belang steeds goed in
2
ogenschouw te nemen wat de onderliggende aard is van die regel. Als de schending van een regel uit de code een in de wet vastgelegde verplichting betreft, of daarop is gebaseerd, dan is een andere vorm van handhaving en sanctionering (mogelijk en) aan de orde, dan wanneer het gaat om een schending van een vrijwillige afspraak. Niet elke schending zal, kan en mag leiden tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een formele sanctie. Bij schending van vrijwillige afspraken is het doen van onderzoek zelfs uitzonderlijk. Dat laat onverlet dat er in sommige gevallen wel een politieke uitspraak kan worden gedaan ten aanzien van het niet handelen conform de gedragscode en de daarin verwoorde norm die raadsleden met elkaar hebben afgesproken. In de toelichting bij de hoofdstukken 1 en 2 – waar de meeste onderlinge afspraken zijn vastgelegd - en in hoofdstuk 6 die specifiek gaat over handhaving van de code, is aan dit aspect aandacht besteedt.
Op vier plekken gaat de code vrijwillig verder dan de wet voorschrijft: deze code bepaalt dat raadsleden ten aanzien van informatie ook open en transparant moeten zijn over hun beslissingen en de afwegingen daarvoor; deze code verplicht raadsleden ertoe niet alleen belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan; deze code verplicht raadsleden om hun financiële belangen op te geven; deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken. De vrijwillige onderlinge afspraken die van belang zijn met het oog op de kwaliteit van besluitvorming en het versterken van het vertrouwen in het lokaal bestuur gaan over: de onderlinge omgangsvormen en het gebruik van (sociale) media tijdens een raadsvergadering; het spreken van de waarheid; het zich houden aan beleid rondom het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen.
In de bijlagen vindt u specifieke verwijzingen naar alle relevante wetsartikelen per artikel van deze code.
3
1. Regels rond de (onderlinge) omgang Artikel 1 Raadsleden gaan in hun ambt respectvol met elkaar, collegeleden, ambtenaren en burgers om. Zij gedragen zich op een manier die past bij het ambt. Artikel 1.1 Erkennen in het ambt Raadsleden erkennen en bevestigen elkaar en collegeleden proactief in hun ambt als volksvertegenwoordiger dan wel bestuurder die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen. Als raadsleden gegronde redenen hebben om te twijfelen of het handelen van een raads- of collegelid hierop is gericht, spreken zij hem/haar hierop aan. Artikel 1.2 Correcte bejegening Raadsleden bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(r) en andere ambtenaren, maar ook insprekers en andere betrokkenen, op correcte wijze in woord, gebaar en geschrift. Raadsleden vallen elkaar en anderen niet persoonlijk aan, ook niet in (sociale) media. Raadsleden onthouden zich, zeker in het openbaar, tevens van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Artikel 1.3 Interpersoonlijke schendingen Raadsleden maken zich niet schuldig ten opzichte van elkaar, collegeleden, ambtenaren en burgers aan interpersoonlijke schendingen zoals verbale en non verbale agressie, geweld, (seksuele) intimidatie, discrimi-natie en pesten. Artikel 1.4 Reglement van orde Raadsleden houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het reglement van orde.
Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op. Artikel 1.5 Integriteit niet in openbaar in twijfel trekken Raadsleden twijfelen niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een bestuurder of ambtenaar. Artikel 1.6 Met elkaar in gesprek Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan raadsleden, mogelijk met ondersteuning (van bijvoorbeeld de griffier), onderling het gesprek aan met elkaar.
Toelichting Elk raadslid, bestuurder en ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdienen zij allen een correcte bejegening. Maar ze vervullen ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat, dat zelf ook respect afdwingt. Om die reden is specifiek opgenomen in deze code dat raadsleden andere politieke ambtsdragers erkennen en bevestigen in hun ambt. Dat betekent overigens tevens dat als politieke ambtsdragers niet doen waarvoor zij zijn gekozen of benoemd – namelijk het algemeen belang dienen - op raadsleden de verantwoordelijkheid rust om hen daarop aan te spreken. Gezamenlijk staan raadslid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed besturen van de gemeente. Een
4
respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid (zie hoofdstuk 2) maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvorming. Bovendien is de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar, maar ook in relatie tot ambtenaren en burgers omgaan, van invloed op de geloofwaardigheid van de politiek. De laatste jaren is in veel uiteenlopende organisaties en in de politiek sprake geweest van interpersoonlijke schendingen - ook wel ongewenst of grensoverschrijdend gedrag genoemd -. Betrokkenen ondervinden hier grote gevolgen van en interpersoonlijke schendingen door politieke ambtsdragers tasten daarnaast de geloofwaardigheid van de politiek aan. Om die reden is het verstandig expliciet in de gedragscode te benoemen dat raadsleden zich minimaal moeten onthouden van schendingen als agressie, geweld, (seksuele) intimidatie, discriminatie en pesten. In het geval raadsleden twijfels hebben over de integriteit van andere raadsleden of collegeleden, bijvoorbeeld omdat ze menen dat een regel van de code is geschonden, dan is het zaak dat er op een zorgvuldige manier wordt omgegaan met dit vermoeden.
Twijfels en/of vermoedens zullen – bij voorkeur op grond van een vooraf vastgesteld protocol - besproken of gemeld moeten worden op een manier die alle betrokkenen voldoende bescherming biedt; ook om te voorkomen dat regels die bedoeld zijn om de integriteit te bevorderen, worden gebruikt voor politieke doeleinden. Het is zinvol om vrijwillige onderlinge afspraken op te nemen in de gedragscode over een respectvolle omgang met elkaar omdat hierdoor de norm wordt gesteld ten aanzien van de wijze waarop raadsleden met elkaar en anderen willen omgaan. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een raadslid een schending van die afspraken erkent en excuus aanbiedt, waardoor de onderlinge verhoudingen worden hersteld. Als het opnemen van deze vrijwillige afspraken ertoe zou leiden dat bij (elke mogelijke) regelovertreding wordt opgeroepen tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een sanctie, dan schiet dit het doel van de reden van de onderlinge afspraken op dit gebied voorbij. Het opleggen van een formele sanctie is gelet op de vrijheid van meningsuiting die gekozen volksvertegenwoordigers hebben, bij deze specifieke gedragsregels over onderlinge omgangsvormen ook grotendeels uitgesloten. Dit laat onverlet dat raadsleden een motie kunnen indienen van bijvoorbeeld treurnis, afkeuring of wantrouwen. De vrijheid van meningsuiting is formeel ook begrensd in het strafrecht.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geval een raadslid door uitspraken zou aanzetten tot haat en/of geweld.
5
Praktijkvoorbeelden rond de omgang met elkaar Voorbeeld 1 Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die onze raad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 1.2 van de gedragscode. Een collegaraadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang. Voorbeeld 2 Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar openliggen, en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!’ In de zaal zitten ook twee raadsleden.
Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt één van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de wethouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 1.2 van de gedragscode. In beslotenheid moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan het raadslid zich het beste wenden tot de griffier/gemeentesecretaris of de wethouder. In de raad kan het raadslid overigens wel melden dat zorgen zijn geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren. Voorbeeld 3 In het café wordt een raadslid aangesproken door een burger. Deze geeft aan dat hij alle vertrouwen in de politiek heeft verloren. Nou ja, zo stelt hij: niet in de partij van het raadslid maar wel in de anderen. Vooral de wethouder Sociaal Domein is een groot crimineel die alleen de eigen zakken probeert te vullen. De burger weet uit goed geïnformeerde bronnen dat de wethouder het op een 1-2tje heeft gegooid met een aantal gesubsidieerde instellingen! Het raadslid hoort het aan.
Bij thuiskomst deelt het raadslid het volgende bericht via verschillende sociale media: ‘Wethouder Sociaal Domein houdt er zijn eigen netwerkjes op na zo meldt mij een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 1.5 vraagt van raadsleden dat zij niet alleen zelf de integriteit van een wethouder niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van de wethouder
6
verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van de wethouder maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht het raadslid werkelijk twijfelen aan de integriteit van de wethouder dan bewandelt het raadslid de afgesproken route om een melding te doen van zijn vermoeden. Voorbeeld 4 Tijdens een verhit debat komt het tot een botsing tussen een raadslid van een oppositiepartij en een wethouder. Het raadslid voelt zich niet serieus genomen door de wethouder en de raadsleden van andere fracties. Hij maakt een wegwerpgebaar naar de wethouder en de voorzitter van de raad en roept dat hij niet meer meedoet aan ‘dit poppenspel.’ Pardoes loopt het raadslid de raadszaal uit. Is het ok voor het raadslid om de raadszaal uit te lopen? Antwoord Nee, hoewel raadsleden zich niet gehoord kunnen voelen en soms zelfs gedenigreerd, volgt uit het ambt dat het raadslid het openbare debat voert en de raadsvergadering in principe niet verlaat. Dit geldt in ieder geval wanneer er over wordt gegaan tot stemming en het raadslid de plicht heeft te stemmen.
7
2. Regels rond informeren Artikel 2 Raadsleden gaan zorgvuldig om met de waarheid en met informatie die zij in het kader van de uitvoering van hun taak ter beschikking krijgen. Artikel 2.1 De waarheid spreken Raadsleden zijn verplicht om in hun rol van volksvertegenwoordiger de waarheid te spreken tegenover burgers, andere raadsleden en collegeleden. Zij mogen feiten die algemeen bekend zijn of vaststaan, niet (deels) verhullen, verzwijgen of verdraaien. Ook spreken raadsleden de waarheid over en zijn zij open over de afwegingen die ten grondslag liggen aan hun eigen beslissingen. Artikel 2.2 Raad goed informeren De raad ziet erop toe dat het college en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college en de burgemeester verstrekken alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college, de burgemeester en (raads)commissies kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet. Artikel 2.3 Geheimhouding Raadsleden die (mondeling) de beschikking krijgen over informatie waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die informatie, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht.
Geheimhouding van informatie geldt in ieder geval voor (mondelinge) informatie die raadsleden verkrijgen tijdens een besloten vergadering. Artikel 2.4 Zorgvuldige omgang met informatie Raadsleden gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij van anderen ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. delen die niet met anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar. Artikel 2.5 Informatie niet voor persoonlijk belang gebruiken Raadsleden maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander waarbij een raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft, gebruik van in de uitoefening van het ambt, verkregen informatie. Artikel 2.6 Geen gebruik sociale media tijdens vergadering Tijdens een vergadering wordt niet gecommuniceerd door raadsleden via sociale media over het onderwerp dat wordt behandeld.
Toelichting Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daarom heeft de burger er recht op over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. Voor het ambtenarenapparaat, het college en de raad geldt de verplichting om de burger nauwkeurig en op tijd op de hoogte te brengen van wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Goede informatie verstrekken aan de burger begint er in de politieke context mee dat raadsleden in hun
8
rol van volksvertegenwoordiger de waarheid spreken. Deze verplichting om de waarheid te spreken geldt tegenover burgers, maar ook tegenover andere raadsleden, collegeleden en ambtenaren. De waarheid spreken als raadslid betekent concreet dat raadsleden die weten dat feiten vaststaan – bijvoorbeeld omdat de feiten blijken uit zorgvuldig (wetenschappelijk) onderzoek – hierover geen onwaarheden mogen vertellen. Het is een hardnekkig misverstand dat liegen in de politieke arena mag of zelfs onderdeel is van het politieke spel – bijvoorbeeld omdat dit kiezerswinst oplevert. In werkelijkheid ondermijnt liegen het democratische proces omdat dit een negatief effect heeft op de politieke verhoudingen waardoor de Raad als geheel niet de best mogelijke beslissingen kan nemen voor burgers. Door onwaarheden te vertellen verliest de burger het vertrouwen dat zij in raadsleden moeten kunnen hebben. Raadsleden zijn verder verplicht de waarheid te spreken en open te zijn over de onderliggende redeneringen en afwegingen van hun beslissingen, zodat de burger kan zien wie welke positie heeft ingenomen. Op basis van deze informatie kan de burger bepalen op wie hij bij de volgende verkiezingen zijn stem uitbrengt.
Het is zinvol om vrijwillige onderlinge afspraken op te nemen in de gedragscode over de waarheid en het gebruik van sociale media, omdat hierdoor de norm wordt gesteld ten aanzien van de wijze waarop raadsleden met elkaar en anderen willen omgaan. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat een raadslid een schending van die afspraken erkent en excuus aanbiedt, waardoor de onderlinge verhoudingen worden hersteld. Als het opnemen van deze vrijwillige afspraken ertoe zou leiden dat bij (elke mogelijke) regelovertreding wordt opgeroepen tot het doen van onderzoek en/of het opleggen van een sanctie, dan schiet dit het doel van de reden van de onderlinge afspraken evenwel voorbij. Het opleggen van een formele sanctie is gelet op de vrijheid van meningsuiting die gekozen volksvertegenwoordigers hebben, bij deze specifieke gedragsregels ook grotendeels uitgesloten. Dit laat onverlet dat raadsleden bijvoorbeeld een motie van treurnis of afkeuring kunnen uitspreken als deze afspraken worden geschonden. De vrijheid van meningsuiting is formeel begrensd in het strafrecht. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het geval een raadslid door uitspraken zich zou schuldig maken aan smaad of laster. Informatierecht De raad heeft recht op informatie. Het college is verplicht de raad alle informatie te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitoefening van haar taak.
Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door een of meer leden gevraagde informatie, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Als grens aan het verstrekken van inlichtingen aan de raad geldt dat het moet gaan om informatie die noodzakelijk is voor het uitoefenen van zijn taak. Er kan discussie ontstaan over de vraag wanneer het punt bereikt is dat ‘de noodzakelijke informatie’ verstrekt is, mede doordat raadsleden het gevoel kunnen hebben dat wethouders zich niet voldoende kwijten van hun informatieplicht door bijvoorbeeld ontwijkend te antwoorden. De raad en de collegeleden moeten hier samen uitkomen. Van leden van het college mag worden verwacht dat gevraagde informatie helder en volledig wordt aangeleverd en van raadsleden mag worden verwacht dat zij hun vragen stellen, met het doel de eigen taken goed uit te voeren.
9
Open of geheime informatie In principe is zoveel mogelijk informatie dus openbaar, maar als informatie eenmaal geheim is dan hebben raadsleden de verplichting om de informatie ook geheim te houden. Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen (nog) niet bekend en verspreid mag worden en besloten wordt om informatie geheim te verklaren. Met ingang van 1 april 2023 is in de Gemeentewet een apart hoofdstuk gewijd aan de geheimhoudingsregeling (hoofdstuk Va)i. In de nieuwe regeling wordt nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen het opleggen van geheimhouding, waarmee de status van een stuk wijzigt, en het verstrekken van informatie waarop geheimhouding rust, waarmee de bestuursorganen elkaar aan die status kunnen binden. Het moet dan gaan om gevallen waarin het openbaar maken van informatie zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. De raad moet erop toezien dat een besluit tot geheimhouding (van een ander bestuursorgaan) zorgvuldig is onderbouwd. Om verwarring te voorkomen is het van belang dat het formele etiket ‘geheim’ -dat ook in strafrechtelijk zin expliciete betekenis heeft, niet wordt vervangen door termen als ‘vertrouwelijke informatie’.
Informatie die in een besloten raadsvergadering is verstrekt is voortaan van rechtswege geheim. Dit laatste geldt voortaan ook voor mondelinge informatie die hier wordt verstrekt. Open zijn over informatie is het uitgangspunt, geheimhouden de uitzondering. De raad, de burgemeester, het college en een commissie kan bij wijze van uitzondering informatie geheim verklaren. De raad hoeft de geheimhouding gelet op gewijzigde wetgeving niet langer te bekrachtigen maar kan die wel opheffen. Voorheen was het zo dat indien informatie onder geheimhouding werd gedeeld met de raad, de raad de geheimhouding moest bekrachtigen in zijn eerstvolgende vergadering. Als de raad in zijn eerstvolgende vergadering, die werd bezocht door meer dan de helft van zijn leden, niet besloot tot bekrachtiging van de geheimhouding, verviel de geheimhoudingsplicht. Dit bekrachtigingsvereiste is met de wetswijziging komen te vervallen. Vanaf het moment dat informatie onder geheimhouding gedeeld is met de raad, kan de raad beslissen of de geheimhouding in stand moet blijven of opgeheven dient te worden. Indien een meerderheid van de leden van de raad het niet eens is met de geheimhouding, kan het besluit worden genomen de geheimhouding op te heffen. Zolang daartoe niet wordt besloten, geldt de geheimhoudingsplicht. Mondelinge informatie in een besloten raadsvergadering is van rechtswege geheim.
Totdat de geheimhouding is opgeheven mogen de raadsleden dus niet spreken of reageren – via de (sociale) media over de geheime informatie. In artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid , staan de belangen genoemd op grond waarvan een verplichting tot geheimhouding opgelegd mag worden door de Raad. Met mondelinge geheime informatie wordt gedoeld op de informatie die in een besloten vergadering wordt behandeld. Dit is geregeld in artikel 23 van de Gemeentewet. In dit artikel is bepaald dat de informatie die in een besloten vergadering van de raad ter kennis van de aanwezigen komt geheim is, tenzij de raad anders beslist. De geheimhoudingsplicht geldt in dat geval dus van rechtswege. Zowel tijdens de vergadering als op een later moment kan de raad besluiten tot opheffing van de geheimhouding van informatie die in een besloten vergadering ter kennis van de aanwezigen is gekomen. Als besloten wordt tot opheffing van de geheimhouding, worden de verslaglegging en de besluitenlijst op de gebruikelijke wijze openbaar gemaakt. De mogelijkheid om individuele raadsleden onder geheimhouding informatie te verstrekken is komen te vervallen. Daarmee wordt het uitgangspunt dat alle raadsleden een gelijke informatiepositie dienen te hebben, benadrukt.
De enige mogelijkheid die onder de nieuwe regeling bestaat om een verschil in informatiepositie tussen de raadsleden aan te brengen, ziet op raadsleden die de geheimhoudingsplicht schenden. De raad heeft de mogelijkheid om te besluiten dat een lid dat de
10
geheimhouding schendt, voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie verstrekt krijgt. Nieuw is dat de wetgever – in artikel 89 lid 5 Gemeentewet - bij wijze van sanctie de mogelijkheid aan de raad heeft gegeven te beslissen om raadsleden of commissieleden die geheime informatie lekken, tot drie maanden de toegang tot geheime informatie te ontzeggen (zie artikel 6.6 van de code).
Persoonlijke belangen/betrokkenheid Raadsleden dienen ervoor te zorgen dat zij informatie die als raadslid hebben verkregen, niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn. Sociale media Het politieke debat dient plaats te vinden in de raadszaal en niet via sociale media. De afspraak hierover kan ook verstoorde verhoudingen en/of lekken van geheime informatie voorkomen.
Praktijkvoorbeelden informatie Voorbeeld 1 De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door één of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag het raadslid ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Antwoord Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 2.3 van de gedragscode. Zodra informatie geheim ter beschikking is gesteld aan de gemeenteraad, is de gemeenteraad exclusief bevoegd de geheimhouding op te heffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht.
Voorbeeld 2 Een raadslid stuurt het volgende bericht op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag het raadslid dit doen? Antwoord Nee dit mag het raadslid niet doen. Op hetgeen besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Verder geldt de afspraak om tijdens een vergadering via sociale media niet te communiceren over het onderwerp dat wordt behandeld. Een bericht op X als dit is dus een overtreding van artikel 2.3 en 2.6 van de gedragscode. Voorbeeld 3
11
Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van het raadslid wil graag wonen in dat gebied. Mag het raadslid haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij zich als eerste kan inschrijven? Antwoord Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 2.5 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Dit raadslid beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 2.5 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen. Voorbeeld 4 Een raadslid stelt in de raad keer op keer vragen over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente. Hiertoe vraagt het raadslid meermaals onderliggende stukken, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn.
Maar daar neemt dit raadslid geen genoegen mee en hij geeft de wethouder geërgerd mee zich er te makkelijk van af te maken, waarna het raadslid opnieuw aanvullende verzoeken doet voor het verkrijgen van achterliggende informatie omtrent de opheffing van de parkeerplaatsen. Antwoord Het uitgangspunt is dat raadsleden informatie mogen vragen en dat het college deze dient te verstrekken. Daar zit een grens aan. De wet stelt als grens dat het gaat om inlichtingen die de raad voor zijn taak nodig heeft. Er geldt zogezegd een moreel appel op raadsleden om alleen vanuit de oprecht gevoelde behoefte verder te worden geïnformeerd vragen te blijven stellen. Daarbij komt dat de ambtelijke organisatie beperkt capaciteit heeft en dat van raadsleden niet wordt verwacht dat zij het werk van ambtenaren en college opnieuw doen.
12
3. Regels rond (de schijn van) belangenverstrengeling Artikel 3 Raadsleden gebruiken hun invloed en stem niet om een persoonlijk belang of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een raadslid een persoonlijke betrokkenheid heeft veilig te stellen. Artikel 3.1 Voorkomen schijn Raadsleden dienen actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan daar waar dit mogelijk is. Artikel 3.2 Onthouden van deelname aan beraadslaging en stemming Raadsleden onthouden zich van deelname aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties: het betreft een kwestie waarbij het raadslid zelf een persoonlijk belang heeft; het betreft een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij het raadslid een substantiële betrokkenheid heeft. Raadsleden houden zich in dergelijke gevallen ook anderszins afzijdig van beïnvloeding gedurende het gehele besluitvormingsproces. Artikel 3.3 Verboden combinaties Raadsleden mogen bepaalde in de Gemeentewet opgesomde functies niet uitoefenen (bijlage 2). Artikel 3.4 Verboden overeenkomsten en handelingen Raadsleden mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomsten en handelingen niet aangaan (bijlage 3).
Artikel 3.5 Ongewenste nevenfuncties Raadsleden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van het raadslidmaatschap en/of op de handhaving van de onpartijdigheid, onafhankelijkheid of van het vertrouwen dat gesteld moet kunnen worden in een raadslid. Artikel 3.6 Openbaar maken nevenfuncties Raadsleden maken openbaar welke betaalde en onbetaalde functies zij vervullen naast het raadslidmaatschap. Dit doen zij direct na het aanvaarden dan wel de benoeming van een nieuwe functie. De griffier draagt zorg voor een geactualiseerde lijst met functies van alle raadsleden en maakt de lijst op elektronische wijze en op een fysieke locatie openbaar. Tevens wordt vermeld of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn. De griffier houdt de lijst doorlopend bij.
Artikel 3.7 Opgaaf substantiële financiële belangen Raadsleden doen opgaaf van hun substantiële financiële belangen – bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten – in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Ook een tussentijds ontstaan substantieel financieel belang dient direct opgegeven te worden.
13
Toelichting Voorkomen van belangenverstrengeling De wetgever heeft raadsleden op verschillende manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: 1. De wetgever verbiedt individuele raadsleden om te stemmen als om mee te doen aan beraadslagingen indien er sprake is van een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft. De wetgever probeert daarmee uit te sluiten dat een raadslid meestemt als sprake is van een persoonlijk belang. Het gaat bij een persoonlijk belang niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ (ook niet-financieel) of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Het kan ook gaan om iets als een belang van een familielid of vriend(in). Raadsleden moeten in eerste instantie zelf afwegen of er sprake is van een persoonlijk belang, omdat er geen instrumentarium is om raadsleden vooraf uit te sluiten van deelname aan stemming/beraadslaging. 2. In een aantal gevallen vindt de wetgever dat de bescherming door het bovenstaande niet ver genoeg gaat. In die gevallen verbiedt de wetgever raadsleden expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden (onverenigbare betrekkingen), rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. 3. Het is raadsleden verboden om bepaalde overeenkomsten aan te gaan en/of handelingen te verrichten.
In sommige gevallen kan hiervoor overigens dispensatie worden gevraagd bij Provinciale Staten. 4. De wetgever eist van raadsleden dat zij alle functies, terstond, openbaar maken die zij vervullen naast het raadslidmaatschap. De beslissing om een nevenfunctie te aanvaarden of aan te houden is primair de verantwoordelijkheid van de politieke ambtsdrager zelf, maar hij moet er wel open over zijn en zich erover verantwoorden. Op die manier wordt het voor andere raadsleden, bestuurders, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een raadslid te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom is in deze gedragscode ook verordonneerd dat raadsleden tevens al hun substantiële financiële belangen bekendmaken bij ondernemingen die zakendoen met de gemeente.
Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Bij de ‘schijn’ is er in strikte zin geen sprake van het behartigen van een persoonlijk belang, maar gedraagt een ambtsdrager zich op dusdanige wijze dat deze de schijn oproept (in de jurisprudentie is er dan sprake van ‘bijkomende omstandigheden’). Dit kan in de context van de gemeenteraad bijvoorbeeld het geval zijn door het inbrengen door een raadslid van amendementen op een dossier dat dichtbij komt voor dit raadslid. Het is in het belang en ter bescherming van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. Bij vragen of - en in hoeverre - er sprake is van een substantiële betrokkenheid of persoonlijk belang, kan hierover contact worden opgenomen met de griffier. De raad heeft geen instrumenten om een individueel raadslid vooraf van beraadslaging of stemming uit te sluiten, maar wanneer er sprake is van een vermoeden van een persoonlijk belang kan de raad met in achtneming van hoofdstuk 6 van deze code (Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode) stappen ondernemen en eventueel achteraf
14
onderzoek laten doen of sprake is geweest van een schending van de wet en/of code. Dit kan in het uiterste geval leiden tot vernietiging van het besluit. Vanaf april 2023 geldt een wettelijke aanscherping met betrekking tot raadsleden die naast hun werk in de raad werkzaam zijn voor een zogenaamde gemeenschappelijke regeling (denk aan GGD, Vervoersregio, Regionale Uitvoeringsdiensten, etc.). Raadsleden mogen als ambtenaar werkzaam zijn voor een gemeenschappelijke regeling, waarin de eigen gemeente deelneemt, maar alleen als zij daar geen werkzaamheden voor de eigen gemeente verrichten en tevens onder de voorwaarde dat er geen sprake is van een gezagsverhouding met het gemeentebestuur waar het raadslid werkzaam is. Werkgever en werknemer dienen hierover afspraken te maken. In de bijlage van deze gedragscode treft u een opsomming aan van regelgeving die samenhangt met de integriteit van raadsleden, waaronder de verboden combinaties van functies, onverenigbare betrekkingen en verboden overeenkomsten en handelingen en de sancties die hierop kunnen volgen In de kieswet artikel X! En X8. Het wordt dringend aangeraden de bijlagen nauwkeurig te bestuderen. Netwerkbewustzijn Netwerkcorruptie is een (vaker voorkomend en soms wat verborgen gebleven) vorm van belangenverstrengeling.
Het gaat dan om een netwerk van meerdere personen waarbinnen sprake is van onderlinge wederkerigheid, waardoor leden uit het netwerk elkaar bevoordelen en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten. Leden van het netwerk gunnen elkaar dus niet zo zeer een-op-een, maar eerder in een kring verschillende voordelen, gunsten of bijvoorbeeld functies. De bestrijding ervan steunt op dezelfde artikelen als die bij algemene belangenverstrengeling horen. Raadleden moeten zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen hun netwerken, omdat die tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van raadsleden kunnen leiden. Financiële belangen Er kan ook een risico op belangenverstrengeling ontstaan als een raadslid substantiële financiële belangen (de Autoriteit Financiële Markten houdt bijvoorbeeld 3% aan voor deelnemingen) heeft bij organisaties of ondernemingen die een relatie met de gemeente hebben of kunnen krijgen en waarover een raadslid mede besluiten neemt. Raadsleden zouden in de verleiding kunnen komen om zich bij het nemen van functionele beslissingen mede te laten leiden door persoonlijk financieel belang. Ook negatieve financiële belangen, zoals bijvoorbeeld schulden bij ondernemingen waarmee de gemeente zakendoet, kunnen overigens in verband met mogelijke belangenverstrengeling relevant zijn.
Het melden van financiële belangen is voor raadsleden wettelijk niet verplicht, maar het is wel verstandig hier in de gedragscode afspraken over te maken waardoor raadsleden zich hieraan verbinden zodat het voor een ieder duidelijk is hoe en waar raadsleden verbindingen hebben waardoor zij ook beschermd kunnen worden tegen mogelijke misstappen.
15
Praktijkvoorbeelden (schijn van) belangenverstrengeling Voorbeeld 1: Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap? Antwoord: Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 3.3 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 1.5 van de gedragscode) en de griffier moet online en op een fysieke locatie zorgdragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 3.5 van de gedragscode). Let op: een raadslid moet al zijn nevenfuncties melden. Bij het aannemen van een nieuwe functie of een benoeming meldt hij dit direct bij de griffier. Variant 1: De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen? Antwoord: Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de besluitvorming in de raad. Kennis bij raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de stad. Het is dus van belang dat hij meedoet in de besluitvorming. Let op: De redenatie ‘bij twijfel niet meestemmen’ (en niet deelnemen aan de beraadslaging) gaat niet altijd op. Het ligt in de kern van de taak van een politieke ambtsdrager om te stemmen.
Hij mag dus slechts in een beperkt aantal – in de wet genoemde gevallen – niet meestemmen en dan ook niet deelnemen aan de beraadslaging. Meestemmen en niet deelnemen aan de beraadslaging mag niet als het belang van een raadslid ('of een individu of organisatie waarbij hij een persoonlijke betrokkenheid heeft') wordt verstrengeld met het algemeen belang. In alle andere gevallen is het devies om te stemmen. Er kan een schijn van belangenverstrengeling ontstaan in een situatie waardoor een raadslid overweegt niet mee te stemmen (en niet deel te nemen aan de beraadslaging). Natuurlijk dient het raadslid waar hij kan de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Maar vaak zijn er in specifieke situaties nog andere mogelijkheden om actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, anders dan niet meestemmen. Variant 2: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij meestemmen? Antwoord: Nee, artikel 3.2 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te stemmen (en deel te nemen aan de beraadslaging). De club is één van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit, dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: het belang van de club dat hij geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden.
16
Variant 3: Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier? Antwoord: Dat mag. Maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden om meer dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid dat voorzitter is van de voetbalclub mag op grond van artikel 3.2 van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of hij dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden erop toezien dat ook in de interne oordeels- en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven. Variant 4: Als het raadslid dat voorzitter van de voetbalclub is, tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat hij zijn raadswerk en zijn voetbalwerk scheidt? Dan kan hij toch meestemmen? Antwoord: Nee, ook dan mag hij op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 van de gedragscode niet meestemmen (en niet deelnemen aan de beraadslaging). Wellicht komt het de voetbalclub om redenen die niet bekend zijn, veel beter uit als de uitbreiding bij een andere club geschiedt. Dan zou het weliswaar lijken alsof hij in het belang van de stad (en niet van de club) zou stemmen, maar hij doet dat feitelijk niet. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie.
Variant 5: De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetbalclub X. Mag het raadslid meestemmen? Antwoord: Ja, het raadslid moet gewoon meestemmen (en mag ook deelnemen aan de beraadslaging). De relatie tussen het raadslid en de voetbalclub is niet van dien aard dat er sprake of dreiging is van een onwenselijke verstrengeling van een persoonlijk belang met het algemeen belang. Zie ook de opmerking onder variant 1 van bovenstaand voorbeeld. Voorbeeld 2: Een raadslid is tevens zzp’er. Hij verzorgt als trainer onder meer trainingen 'De klant is koning'. De afdeling Burgerzaken van de gemeente X vraagt hem deze training te verzorgen voor medewerkers Burgerzaken. Mag hij de opdracht aannemen? Antwoord: Nee, hij mag deze opdracht niet aannemen. De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 3.4 van de gedragscode zou zijn. Variant 1: En als hij nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens zijn eenmansbedrijf doet?
17
Antwoord: Ook dan mag hij de klus niet aannemen, op grond van artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet. Het feit dat zijn bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, maakt dat dit artikel van toepassing is. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 3.4 van de gedragscode. Variant 2: En als hij de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen? Antwoord: Ook dan geldt dat hij de opdracht niet mag aannemen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst; of daarvoor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden (waaronder ‘de burger op straat’) niet zichtbaar; daardoor kan het aannemen van de opdracht toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. Het aannemen ervan is een overtreding van de Gemeentewet en artikel 3.4 van de gedragsode. Variant 3: Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training 'De klant is koning' te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid, dat zzp’er is, de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen? Antwoord: Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aangegaan, maar via het trainingsbureau. 'Middellijk' verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente.
Het aannemen van de klus is een overtreding van de gemeentewet en van artikel 3.4 van de gedragscode. Voorbeeld 3: Een raadslid is naast zijn raadslidmaatschap leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp? Antwoord: Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever. Let op: In de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in zijn andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier.
18
4. Regels rond (de schijn van) corruptie Artikel 4 Raadsleden laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 4.1 Voorkomen schijn Raadsleden dienen actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen te gaan daar waar dat mogelijk is. Artikel 4.2 Aannemen van geschenken Raadsleden nemen geen geschenken aan die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij wordt voldaan aan één van de volgende drie voorwaarden: a) Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever ernstig zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheid zou brengen; b) Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is; c) Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) waarbij de schijn van beïnvloeding minimaal is. Als geschenken om één van de in bovengenoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een raadslid, wordt dit gemeld aan de griffier, tenzij het gaat om het genoemde onder c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De griffier zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.
Artikel 4.3 Aanbieden geschenken De gemeente biedt geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken. Afwijkingen worden besproken met de Burgemeester en, met redenen omkleed, vastgelegd door de griffie. Indien een bestuurder uit eigener beweging een geschenk wil aanbieden komen de kosten daarvan ten laste van de vaste onkostenvergoeding (voor de leden van het college) dan wel van de fractieonkostenvergoeding (voor de raadsleden en fractievolgers). Artikel 4.4 Accepteren van faciliteiten en diensten Raadsleden accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen uit hoofde van of vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij: a) Het weigeren ervan het raadswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en b) Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.5 Privégebruik faciliteiten Raadsleden gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege de raadsfunctie worden aangeboden, niet voor privédoeleinden.
19
Artikel 4.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Raadsleden accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als: a) Dat behoort tot de uitoefening van het raadswerk en b) De aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en c) Tegelijkertijd de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Artikel 4.7 Accepteren van reizen en verblijven Raadsleden accepteren werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald nooit. Een uitzondering geldt voor uitnodigingen door organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt of waarmee de gemeente samenwerkt, zoals de VNG, en regionale samenwerkingen. Een uitnodiging voor een dergelijk werkbezoek wordt altijd eerst besproken in het fractievoorzittersoverleg, en mag worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd verslag gedaan aan de raad.
Toelichting (Schijn van) Corruptie Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om een vorm van omkoping. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de artikelen 4.1 t/m 4.7 van de code zijn regels opgenomen om een raadslid te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen daarnaast ook de schijn opwekken. De regels voor het aannemen van geschenken zijn daarom geformuleerd als ‘nee, tenzij’: raadsleden nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen zijn om hiervan af te wijken – bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden. De afwijkingen dienen vervolgens bekend gemaakt te worden bij de griffier, die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn. Het komt ook voor dat een bestuurder een geschenk aan derden aanbiedt of dat de gemeenteraad, vertegenwoordigd door één van de raadsleden of fractievolgers, in naam van de gemeente dat doet. Ook hier kan de schijn van oneigenlijke beïnvloeding dan wel misbruik van middelen optreden.
Accepteren van faciliteiten en diensten Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot het gevoel iets terug te moeten doen, tot wederkerigheid. Dat kan de zuiverheid van het besluitvormingsproces aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een raadslid gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie opwekken.
20
Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Werkbezoeken zijn bedoeld om raadsleden in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 4.7 van de gedragscode van toepassing zijn. Accepteren van reizen en verblijven Reizen en overnachten op kosten van derden kan de schijn van corruptie wekken en is niet toegestaan. Reizen en overnachten wordt daarom altijd betaald uit het gemeentebudget en gebeurt nooit op kosten van derden, met uitzondering van de organisaties waar de gemeente deel van uitmaakt.
Praktijkvoorbeelden (schijn van) corruptie Voorbeeld 1 Raadsleden krijgen van een theater uit de gemeente een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van de gemeente. Variant 1 Alleen de raadsleden die Kunst en Cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 4.2 van de gedragscode.
Voorbeeld 2 De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit? Antwoord Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis.
21
Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft. Variant 1 De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de raadsleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen? Antwoord Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om één en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen.
Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat. Voorbeeld 3 Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag het raadslid die aannemen? Antwoord Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in voorbeeld 3 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen. Voorbeeld 4 De gemeenteraad krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen raadsleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen.
Mag deze faciliteit worden aangenomen? Antwoord
22
Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 4.4 van de gedragscode. Artikel 4.4 aanhef en onder a van de gedragscode is niet van toepassing; er is budget om de raad te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald. Voorbeeld 5 De raad krijgt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met ondernemers uit de gemeente. Mag de raad de uitnodiging accepteren? Antwoord Ja, de raadsleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het raadswerk dat de raadsleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden raadsleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de gedragscode op. Aan de mate van luxe die acceptabel is, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat de raad zich hiervan rekenschap geeft.