Erfgoedbeleid - Erfgoed uitgediept
Tekst van het document
Thema naam
12
Oude infrastructuur
13
Doorgaande wegen
14
Lokale wegen
15
Gegraven waterlopen
16
Molens
17
Gehuchten
18
Heerlijkheden
19
Landgoederen
20
Bosbouw
21
De oude akkers
22
Ontginningssystemen
23
De beemden
24
Bestuurlijk
25
Militair
26
Kerkelijk
27
Meubilair
28
Grondstofwinning
29
Industrieel
30
Woonwijk
31
Historische bouwkunst
Tabel 3. Thema’s historisch landschap Het voordeel van deze opzet is dat de “relicten” van onderdelen van het historische landschap beter te begrijpen zijn en dat bij het beschrijven ervan een relevant verhaal gevonden wordt. Doordat de reconstructie van het historische landschap ligt op de ondergrond van de reconstructie van het natuurlijke landschap, is het bovendien eenvoudig om de relatie tussen beide te zien. Je ziet bijvoorbeeld in één oogopslag of een weg op een rug ligt, in een laag gebied of net op de overgang tussen hoog en laag. De beschrijving van de reconstructie van het historisch landschap is opgenomen in de bijgevoegde catalogus van de cultuurhistorische inventarisatie van de erfgoedkaart (bijlage 1).
3.3
Inventarisatie archeologisch landschap
De kaart van het archeologisch landschap verschaft kennis over de plaats en aard van nog aanwezige waarden en kennis van de plaats waar deze niet (meer) aanwezig zijn of niet verwacht worden. Op detailniveau kan deze kennis veelal pas verkregen worden door inventariserend onderzoek binnen
96 van 196
plangebieden. Het streven bij de vervaardiging van de archeologische verwachtingen- en waardenkaart, die uit de inventarisatie voortvloeit, is echter om deze kennis ten behoeve van preventief beleid op hoofdlijnen in beeld te brengen en voor zover mogelijk te detailleren in gebieden waar de meeste ruimtelijke druk op staat. Hiertoe is allereerst zoveel mogelijk uitputtend geïnventariseerd van wat er archeologisch bekend is uit het onderzoeksgebied: welke onderzoeken zijn er uitgevoerd, welke vondsten zijn gedaan, welke gebieden hebben een bepaalde archeologische waarde of zijn aangewezen als monument. Al deze informatie is verzameld in een database, die gekoppeld is aan de fysieke kenmerken van het betreffende gebied en op grond waarvan verwachtingen over mogelijk aanwezige archeologie benoemd konden worden (verwachtingsmodel). Om de beschikbare vindplaatsgegevens te kunnen gebruiken in het verwachtingsmodel zijn de gegevens eerst verwerkt, waarbij ze opnieuw zijn ingedeeld naar datering en complextype. Voor de onderverdeling naar perioden is gekozen voor een zo algemeen mogelijke indeling die in belangrijke mate op de indeling van ARCHIS is gebaseerd. Waar dit niet het geval is, is ervoor gekozen de gegevens zoveel mogelijk wel zo in te delen. Dit heeft geleid tot een indeling zoals hieronder is weergegeven.
Voor onderhavig onderzoek is een onderscheid gemaakt tussen de volgende archeologische perioden156: 1. Midden Paleolithicum (300.000 - 35.000 jaar geleden); 2. Laat Paleolithicum (35.000 - 9.600 jaar geleden); 3. Mesolithicum (9.600 jaar geleden - 4.900 voor Chr.); 4. Neolithicum (4.900 - 2.000 voor Chr.); 5. Bronstijd (2.000 - 800 voor Chr.); 6. IJzertijd (800 - 12 voor Chr); 7. Romeinse tijd (12 voor Chr. - 450 na Chr); 8. Vroege Middeleeuwen (450 - 1.050 na Chr.); 9. Volle en Late Middeleeuwen (1.050 - 1.500 na Chr.); 10. Nieuwe tijd (1.500 na Chr. - heden). Helaas kan een aantal vindplaatsen niet exact op periode gedateerd worden. Voor deze vindplaatsen is de periode 'onbepaald' toegevoegd. Indeling in bovenstaande perioden betekent ook dat een aantal vindplaatsen zijn samengevoegd. Op grond van de vindplaatsgegevens kan het archeologisch landschap worden onderverdeeld in 9 thema’s, 32 tot en met 40, met daaronder weer diverse subthema’s (ook wel complextype geheten in de archeologie: nederzetting, grafveld, grafheuvel, kasteelheuvel, rituele depositie, etc.). 157 Thema nr
Thema naam
32
Bewoning (inclusief verdediging)
33
Religie (cultus/heiligdom)
34
Begraving
35
Infrastructuur
36
Agrarische productie en voedselvoorziening
37
Grondstofwinning
38
Industrie en nijverheid
39
Depot
40
Onbekend
Tabel 4. Thema’s archeologisch landschap 156 Brandt, Drenth, Montforts, Proos, Roorda & Wiemer 1992. Lanting & van der Plicht 1995/1996. Lanting & van der Plicht 1997/1998. Lanting & van der Plicht 1999/2000. Lanting & van der Plicht 2001/2002. Lanting & van der Plicht 2005/2006. 157 Wit & Sloos 2008.
97 van 196
Dit archeologische landschap sluit qua opzet en indeling aan op de lagen van het fysieke en historische landschap, waardoor een eenduidig geheel ontstaat. We zien bijvoorbeeld ook een overlap in begrippen op plaatsen waar zowel archeologische vondsten zijn gedaan van bijvoorbeeld een kerk of kasteel en waar deze fysiek ook nog steeds aanwezig is.
3.4
De basis voor de erfgoedkaart
Om een reconstructie te kunnen maken van het fysisch, historisch en archeologisch landschap van de gemeente Nuenen zijn verschillende stappen uitgevoerd, die hieronder nader zullen worden beschreven. Allereerst zijn in ArcGIS zoveel mogelijk basisgegevens verzameld waarmee een digitale basisatlas tot stand is gebracht. De basisatlas vormde daarmee de ruggengraat van onze inventarisatie, de geografische kapstop waaraan alle informatie opgehangen werd. De atlas was vooral ook een hulpmiddel om allerlei informatie te koppelen aan een oud of nieuw plekje op de kaart en daarnaast bevatte de atlas zelf ook zoveel informatie dat analyse hiervan hielp bij het opstellen van de eindproducten. Hieronder volgt een overzicht van de digitale bronnen die zijn gebruikt in de basisatlas ten behoeve van de inventarisatie van de erfgoedkaart: -
GBKN en de kadastrale ondergrond (gemeente);
-
Google maps en streetview;
-
Actuele topografie: Top10 kaart van Topografische Dienst Nederland;
-
Actueel Hoogtebestand Nederland, AHN-3, versie 2014-2019;;
-
Hoogtekaarten van voor de ruilverkaveling (1:10.000 bij Top Dienst/Kadaster);
-
Geomorfologische kaart (schaal 1:50.000);
-
Bodemkaart (schaal 1:50.000 en deels schaal 1:10.000/25.000);
-
1790: Kaart van de Meierij van ’s-Hertogenbosch door Hendrik Verhees;
-
Kadaster kaarten 1832 (digitaal via Heemkundekring Nuenen);
-
1838: Manuscriptkaarten TDN, opgenomen 1837 en 1839. Oorspr. Schaal 1:25.000. Afgedrukt in: Wolters-Noordhoff. Grote Historische Atlas van Nederland 1:50.000. Deel 4: Zuid-Nederland 1838 - 1857. Groningen, 1990;
-
Topografie ca 1845: Voordt-Pieck, L. van der, M. Kuijl. Statistiek der provincie Noord-Braband volgens de uitkomsten van het kadaster bij deszelfs invoering. Maastricht, 1845 (Geografisch Etablissement F. Desterbecq);
-
Topografie kaarten TDN (Bonnekaartjes) ca 1900 en 1930. Historische Atlas van NoordBrabant. Chromotopografische Kaart des Rijks oorspronkelijke schaal 1:25.000. Afgedrukt in: Wieberdink, G.L. (samensteller). Historische Atlas van Noord-Brabant. Chromotopografische Kaart des Rijks 1:25.000. Den Ilp, 1989;
-
Cultuurhistorische Waardenkaart Noord-Brabant, editie 2006, 2010 en 2016;
-
Aardkundige waardenkaart van Noord-Brabant 2009;
-
Historisch Grondgebruik Nederland digitaal 50m raster (Alterra);
-
Topografie ca 1948 (Topografische Kaart 1:50.000);
-
Topografie ca 1985: Wolters-Noordhoff. Grote Provincie Atlas 1:25.000. Noord-Brabant/Oost. Groningen, 1990;
-
Topografische kaarten TDN 2004: ANWB Topografische Atlas 1:25.000. Noord-Brabant. Den Haag, 2005 (2e druk);
-
Topografische kaarten divers 20e/ 21e eeuw via Esri Nederland; Kadaster; Gemeentekaart (t/m 1:768.000), TK200 (t/m 1:192.000), TOP50 (t/m 1:48.000), TOP25 (t/m 1:6.000);
-
Ontgrondingenkaart Provincie Noord-Brabant 1950-1998;
-
Veiligheidsrisicokaarten Zuidoost-Brabant voor grootschalige ondergrondse infrastructuur;
98 van 196
-
Bodemsaneringen en stortplaatsen Provincie Noord-Brabant (Bodemloket.nl en https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/Stortplaatsen);
-
BAG bestanden;
-
Luchtfoto’s (oud en nieuw);
-
Archeologische Monumentenkaart (AMK) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE);
-
Beschermde landgoederen en stads- en dorpsgezichten (RCE);
-
Rijks- en gemeentelijke monumenten (RCE en gemeente);
-
Archeologisch Informatiesysteem (Achis) (RCE);
-
Erfgoedkaarten Zuidoost-Brabant.
Het opsporen van cultuurhistorische waarden in het landschap leidde vaak naar mogelijke archeologische gegevens in de bodem. Door het samenvoegen van de informatie in één catalogus en op één kaart werd al snel de wisselwerking tussen de twee takken duidelijk. Bij het reconstrueren van het historisch landschap doken bijvoorbeeld plekken op die archeologisch interessant zijn, zoals oude voorden, omgrachte oude hoeven en schansen. Deze elementen zijn vervolgens in de archeologische verwachtingen- en waardenkaart verwerkt.
Hooidonk op de kaart van Hendrik Verhees (datering rond 1800). Het klooster is verdwenen; er staan alleen nog enkele boerderijen. Verder is de sluis in de Dommel zichtbaar.
99 van 196
4
Actualisatie archeologie
4.1
Inleiding
Om tot een betrouwbare en actuele archeologische verwachtingen- en waardenkaart te komen, is het noodzakelijk te inventariseren welke onderzoeken de afgelopen jaren zijn uitgevoerd en welke vondsten gedaan zijn, kortom wat de huidige stand van kennis is aangaande de archeologie in de gemeente Nuenen. De gegevens die tijdens de inventarisatie verzameld worden, geven inzicht in de locatie van archeologische vindplaatsen binnen de gemeente en daarmee inzicht in de geschiedenis van de gemeente vanaf de vroege prehistorie. We moeten ons daarbij realiseren dat de huidige dorpen met hun historische middelpunten (vaak de kerk) in zekere zin pas een recent fenomeen zijn. Pas in de loop van de middeleeuwen kreeg het cultuurlandschap de vorm zoals we die kennen vanaf het begin van de 20e eeuw: een dorp met in het centrum de kerk en/of oude hoeves met bijhorende akkers en daaromheen de restanten van woeste gronden. In de tijd voor de bouw van de kerken en de vorming van de huidige dorpen, waren vaak heel andere elementen – vaak onderdelen van het natuurlijke landschap - bepalend voor de inrichting van het cultuurlandschap. Zuidoost-Brabant kent bijzondere archeologische vindplaatsen die typisch zijn voor de archeologie van Noord-Brabant en uniek voor de Nederlandse archeologie: -
Steentijd vindplaatsen die in onze heidegebieden vaak nog uitzonderlijk goed bewaard zijn;
-
prehistorische grafheuvels en urnenvelden die eeuwenlang het Brabantse landschap tekenden in zowel het geestelijke als fysieke leven;
-
een Romeinse cultuuromslag die zorgde voor een grootschalige landbouwkundige inrichting van het landschap met de eerste dorpjes en een heuse villa;
-
middeleeuwse hoeven, kerken en grafvelden die nog altijd ons beeld van Brabant domineren.
Om tot een actuele archeologische verwachtingen- en waardenkaart voor de gemeente Nuenen te komen, zijn feitelijk de volgende vijf stappen doorlopen:
4.2
1.
Actualiseren van het regionale verwachtingsmodel.
2.
Verfijning verwachtingsmodel op basis van het fysieke landschap.
3.
Verfijning verwachtingen op basis van de archeologische inventarisatie.
4.
Verfijning verwachtingen op basis van de (cultuur)historische inventarisatie.
5.
Verfijning verwachtingen op basis van (mogelijke) verstoringen.
Verwachtingsmodel
De basis voor de archeologische verwachtingen- en waardenkaart van de gemeente Nuenen is het archeologische verwachtingsmodel dat voor de regio Zuidoost-Brabant (zie bijlage I) is opgesteld en in 2020 is geactualiseerd.158 De basis van het model vormen de algemene verspreidingspatronen van vindplaatsen en de geomorfologische en bodemkundige achtergrond. De archeologische verwachting is daarbij bepaald aan de hand van de relatie tussen de bekende vindplaatsen in de regio en hun landschappelijke context: in vergelijkbare landschappelijke eenheden worden vergelijkbare resten uit dezelfde perioden verwacht. Door extrapolatie van de hoge onderzoeksintensiteit en hoge vondstdichtheid naar minder intensief onderzochte gebieden in de regio kunnen betrouwbare
158 Regio Zuidoost-Brabant: Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, Best, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen, Oirschot, Reusel-De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.
100 van 196