Erfgoedbeleid - Bouwstenen voor de toekomst 2023 -2029
Tekst van het document
In haar rol van bevoegd gezag ziet de gemeente er op toe dat bij de uitvoering van alle vormen van archeologisch onderzoek wordt gewerkt conform de (standaard)richtlijnen zoals vastgelegd in het gemeentelijke erfgoedbeleid en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Dit gemeentelijke toezicht geldt ook voor cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek wat steeds vaker binnen de gemeenten voorkomt. Hier waren nog geen richtlijnen voor opgesteld vanuit de gemeente in tegenstelling tot archeologie. Deze richtlijnen voor archeologisch/cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek zijn te vinden in bijlage 5 en zijn bedoeld om het zorgvuldig omgaan met erfgoed verder te professionaliseren. Alle archeologische, cultuurhistorische en bouwhistorische onderzoeken, die binnen de gemeente Nuenen worden uitgevoerd in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, zullen moeten voldoen aan de hier gestelde richtlijnen. Met deze richtlijnen worden de onderzoeken toegespitst op de gemeentelijke situatie, zoals het verplicht raadplegen van de erfgoedkaart en de heemkundekringen of het voorkomen van onnodige karterende boringen. De richtlijnen vormen tevens het kader voor de toetsing van archeologisch/cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek bij vergunningsprocedures.
Archeologisch, cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek raakt veel belanghebbenden en betrokkenen; van eigenaar, onderzoeker, ontwerper, toezichthouder tot en met beheerder. Het gaat om het nemen van afgewogen beslissingen. De cultuurhistorische waarde is daarbij een essentieel onderdeel. De richtlijnen zijn in eerste instantie bedoeld voor eigenaren/beheerders van een cultuurhistorisch waardevol object, gebied of gebouw, de onderzoekers die de waarden van een object of gebouw vaststellen, en toetsers die veranderingen beoordelen en/of daarvoor vergunning verlenen. De resultaten leveren in woord en beeld inspiratie en uitgangspunten op voor het ontwerpproces.
83
Voorkant van de Cultuurhistorische en landschappelijke analyse Soesterbeekseweg 13, Nederwetten (Rho adviseurs).
5.8
Regionale Onderzoeksagenda Erfgoed
De erfgoedkaart verbeeldt de huidige stand van kennis over het cultureel erfgoed en de keuzes die gemaakt zijn bij het aanwijzen van gebieden met hoge waarden of een hogere of minder hoge verwachting. De resultaten van het onderzoek leveren een bijdrage aan de geschiedschrijving van de gemeente Nuenen en de regio. Door toekomstig onderzoek kunnen bestaande lacunes geleidelijk worden opgevuld, maar zullen ongetwijfeld nieuwe vragen gesteld worden. Dit zal zijn invloed hebben op onze waardering van individuele monumenten, het bodemarchief en historische gebieden. Een regelmatige evaluatie van de onderzoeksresultaten kan leiden tot een bijstelling van de archeologische en cultuurhistorische beleidskaarten. Bij de afwegingen die de gemeente maakt over het al dan niet voorschrijven van (voor)onderzoek bij bouw- of inrichtingsplannen spelen de mogelijkheden tot kenniswinst een belangrijke rol. Archeologisch, cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek is kostbaar en dient te leiden tot meer en betere kennis van het verleden. Natuurlijk is het resultaat niet altijd voorspelbaar, maar de gemeente wil het instrumentarium, om te komen tot een effectievere inzet uitbouwen en transparanter maken. Hiervoor is een Regionale Onderzoeksagenda Erfgoed opgesteld.
84
Een deel van het blootgelegde fundament van de in 1885 gesloopte kerktoren op de Tomakker in Nuenen. Opgraving in 2008 door heemkundekring De Drijehornick (Bron: Beeldbank Heemkundekring De Drijehornick, fotograaf J. Hellings). Een onderzoeksagenda benoemt belangrijke archeologische of historische thema’s, kennislacunes en onderzoeksvragen die tot dusver onbeantwoord zijn gebleven. Aan de hand van de vragen in de onderzoeksagenda kunnen keuzes worden gemaakt op het gebied van erfgoedbeleid en -onderzoek. Aan de hand van de onderzoeksagenda kan door de gemeente worden bepaald welke onderzoeksvragen moeten worden beantwoord bij bijvoorbeeld een uit te voeren opgraving. Ook kan hiermee worden voorkomen dat er nodeloos kosten voor onderzoek worden gemaakt, omdat zo’n onderzoeksagenda aangeeft welke onderwerpen geen nader onderzoek nodig hebben omdat er al voldoende bekend is. De onderzoeksagenda wordt gebruikt bij het formuleren van onderzoeksvragen in Programma’s van Eisen bij archeologisch, cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek. De regionale onderzoeksagenda is onder meer gebaseerd op de in 2006 gelanceerde Nederlandse Onderzoeksagenda Archeologie (NOaA). De stand van kennis is sindsdien echter sterk toegenomen en inmiddels is een nieuwe Nationale Onderzoeksagenda Archeologie 2.0 beschikbaar.
Verder verscheen eind 2018 het syntheseonderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van Oost-Brabant vanaf de late prehistorie tot en met de late middeleeuwen,39 en zijn er inmiddels nog veel meer syntheseonderzoeken vanuit de RCE beschikbaar.40 Met deze nieuwe kennis is de onderzoeksagenda verder ingekleurd waardoor gerichter onderzoek naar cultureel erfgoed kan plaatsvinden. Aangezien de verwachting is dat de cultuurhistorische en bouwhistorische onderzoeken de komende jaren toe
39 E. Ball & R. Jansen, 2018: Drieduizend jaar bewoningsgeschiedenis van oostelijk Noord-Brabant. Synthetiserend onderzoek naar locatiekeuze en bewoningsdynamiek tussen 1500 v.Chr. en 1500 n.Chr. op basis van archeologisch onderzoek in het Malta-tijdperk (NAR 61), Amersfoort. 40 https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/synthese-archeologischeonderzoeksrapporten.
85
zullen gaan nemen, is ervoor gekozen om ook onderzoeksvragen die gericht zijn op bouwhistorie, historisch landschap en historie van de regio Zuidoost-Brabant op te nemen. De onderzoeksagenda dient te worden gebruikt bij het opstellen van Programma’s van Eisen voor archeologisch/cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek en zal dan ook vooral door onderzoekers worden geraadpleegd. De onderzoeksagenda is te vinden in bijlage 6 bij deze beleidsnota en geeft aan wat bekend is aan archeologische en historische informatie over de gemeente/regio en welke informatie nog ontbreekt. Zo wordt aangegeven in welke gebieden (bijvoorbeeld oude dorpskernen en beekdalen) extra aandacht nodig is voor cultureel erfgoed teneinde meer te weten te komen over de lokale historie. Zoveel mogelijk wordt aangegeven wat in de uitvoeringspraktijk de meest geschikte methoden zijn om deze vragen te onderzoeken en te beantwoorden.
Publicatie over het syntheseonderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van Oost-Brabant vanaf de late prehistorie tot en met de late middeleeuwen uit 2018.
5.9
Conclusie
Met de komst van de Omgevingswet zal de vergunningprocedure korter worden waardoor veel meer overleg vooraf noodzakelijk zal worden. Hiertoe dient een uitgebreider vooroverleg in te worden gericht, de zogeheten Omgevingstafel. Aan de tafel komen de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar, waaronder deskundigen op het gebied van erfgoed zoals de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit maar ook de regioarcheoloog. Met de instandhoudingsplicht voor monumenten kan de gemeente handhavend optreden om het noodzakelijke onderhoud bij een monumenteigenaar af te dwingen. De beste garantie op behoud van historische waarden, is om voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden met de eigenaar en aannemer een overleg te voeren, waarbij het bouwplan en de uitvoering in relatie tot de vergunning in detail worden afgestemd. 86
Om bij gebouwde monumenten met de eventueel aanwezige monumentale waarden rekening te kunnen houden, zal voorafgaand aan de vergunningaanvraag voor een verbouwing een bouwhistorisch onderzoek moeten worden uitgevoerd. De diepgang van het onderzoek is afhankelijk van de ingreep en de vraag welke monumentale waarden in geding zijn. Het komt steeds vaker voor dat besloten wordt om archeologische vindplaatsen in de bodem te bewaren (behoud in situ) waarmee duur archeologisch onderzoek wordt voorkomen. Om behoud in situ in goede banen te leiden en het voor iedereen inzichtelijk te maken wanneer er sprake kan zijn van goed behoud, zijn voorwaarden voor behoud in situ opgesteld. De gemeente Nuenen ziet er op toe dat bij de uitvoering van archeologisch, bouwhistorisch en cultuurhistorisch onderzoek wordt gewerkt conform de minimale richtlijnen. Deze vormen het kader voor de toetsing van archeologisch/cultuurhistorisch/bouwhistorisch onderzoek bij vergunningprocedures. Aan de hand van de Regionale Onderzoeksagenda Erfgoed kan door de gemeente Nuenen worden bepaald welke onderzoeksvragen over de (regionale) bewoningsgeschiedenis en ontwikkeling van het cultuurlandschap moeten worden beantwoord bij bijvoorbeeld een uit te voeren opgraving.
De Onderzoeksagenda Erfgoed is op basis van actueel en regionaal archeologisch onderzoek bijgewerkt en aangevuld met vragen op het gebied van bouwhistorie en cultuurhistorie.
Actiepunten: •
Inrichten uitgebreider vooroverleg met deelname van de nodige erfgoeddeskundigen. Over de werkwijze dienen nadere afspraken te worden gemaakt tussen gemeente, de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit en de ODZOB.
•
Opzetten van structureel vooroverleg en begeleiding door erfgoeddeskundigen bij verbouwingen van monumentale panden.
•
Afhankelijk van de geplande ingreep aan een monumentaal pand, zal een bouwhistorisch onderzoek verlangd worden in het kader van de vergunningaanvraag.
•
De gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit bepaalt en beoordeelt het bouwhistorisch onderzoek.
•
Vaststellen voorwaarden voor behoud in situ van archeologische waarden.
•
Vaststellen van de geactualiseerde gemeentelijke richtlijnen voor archeologisch, cultuurhistorisch en bouwhistorisch onderzoek.
•
Vaststellen van de Regionale Onderzoeksagenda Erfgoed
87
Heuvel 13 in Gerwen, woonhuis van het hoofd van de lagere katholieke school in Gerwen, in 1936 gebouwd in opdracht van het kerkbestuur (foto uit 1995, bron: Beeldbank heemkundekring De Drijehornick).
De Groenstraat in Nuenen is al eeuwen oud. De naam kan duiden op een weg leidend naar het groen: het grasland en de beemden. De naam Groenstraat werd vroeger ook gegeven aan een in onbruik geraakte, met gras begroeide weg (foto uit 2014, bron: Beeldbank heemkundekring De Drijehornick).
88
De Antoniuskapel van Opwetten in 1915 (foto heemkundekring De Drijehornick).
Achterbosch in 2016. Een gedeelte van de weg maakte destijds deel uit van de toegangsweg naar het voormalige klooster, later kasteel, Soeterbeek. Het was tevens de route naar het veer over de Dommel naar Eckart (bron: Beeldbank heemkundekring De Drijehornick).
89
6 Organisatie en Financien Alvorens dit beleidsplan wordt uitgedragen naar inwoners en erfgoedeigenaren is het noodzakelijk om binnen de gemeentelijke organisatie de neuzen in één richting te zetten. Medewerkers in alle geledingen van de organisatie moeten kennis nemen van het erfgoedbeleid, zich bewust worden van de rol en waarde van erfgoed en (gaan) handelen in de geest van deze beleidsnota. Hieronder volgt een kort overzicht van de eisen aan de gemeentelijke organisatie met betrekking tot erfgoed en wordt kort ingegaan op de kosten en baten (leges, subsidie en bestuurslastenvergoeding).
Zwart geverfd pijpaarden bekertje (92 mm hoog) uit de Romeinse tijd (2 e eeuw), gevonden bij de aanleg van de Europalaan in 1972 en rechts, deel van een rijk versierde steengoed geglazuurde Keulse bierpul uit circa 1550, gevonden in 1966 bij het voormalig Klooster Hooidonk. Aan de buitenzijde staat afgebeeld de zondeval: Adam, Eva en de boom met de verboden vrucht (foto’s beeldbank heemkundekring De Drijehornick).
6.1 6.1.1
Kosten gemeentelijke erfgoed taak Kwaliteitseisen en kennisborging
Om vergunningaanvragen te kunnen beoordelen is specialistische kennis noodzakelijk op gebied van archeologisch, gebouwd en landschappelijk erfgoed, aangezien onderzoeken worden uitgevoerd door specialistische bedrijven. De doorvertaling van de analyse met kernwaarden naar de projectplannen, vraagt dan ook om specialistische kennis. Bovenal zal de doorvertaling van het erfgoedbeleid in het omgevingsplan vragen om structurele inzet van een beleidsmedewerker erfgoed. Om ons als gemeente goed te kunnen profileren op het gebied van erfgoed is het dan ook van groot belang dat er structureel uren voor een beleidsmedewerker erfgoed beschikbaar komen. Naast overduidelijk incidentele
90
projecten, zoals het aanwijzen van gemeentelijke monumenten, gaat het om structurele taken zoals het onderhouden van contacten met eigenaren en belanghebbenden en advisering over (monumenten)vergunningen, bestemmingsplannen en subsidies. Naast de reguliere taken voor erfgoed is het verder van belang om het erfgoed op een innovatieve en eigentijdse manier in te gaan zetten: te laten ‘beleven en voelen’. De provincie ziet er op toe dat vergunningverlenende instanties, te weten gemeentelijke overheden en omgevingsdiensten voldoende deskundigheid en ervaring in huis hebben om de vergunningen te kunnen verlenen. Daartoe moeten de instanties krachtens de Wabo en vanaf 2024 de Omgevingswet41 voldoen aan de Kwaliteitscriteria 2.2.42 De opleidingseisen van de erfgoedmedewerker conform de Kwaliteitscriteria 2.2 varieert per activiteit van HBO erfgoedopleiding/monumenten of HBO Bouwkunde tot WO archeologie. Met betrekking tot cultureel erfgoed geldt dat onderstaande activiteiten 1 t/m 5 binnen de overheid uitgevoerd moeten worden. De overige activiteiten kunnen uitbesteed worden aan een marktpartij:43 1. Adviseren t.a.v. cultuurhistorische aspecten in het kader van omgevingsvergunningen, toezicht en handhaving op het gebied van (beschermd) gebouwd erfgoed, cultuurhistorie in bestemmingsplannen, beschermde stads- en dorpsgezichten en archeologie. 2.
Beoordelen van de aanvraag aan cultuurhistorische, monumentale en archeologische waarde 3. Toetsen aan de cultuurhistorische waarde uit het bestemmingsplan, de erfgoedverordening, de erfgoedwet en de wet ruimtelijke ordening. 4. Opstellen van voorschriften voor omgevingsvergunning. 5. Inhoudelijk adviseren bij bezwaar en beroep. 6. Adviseren ten aanzien van omgevingsvergunningaanvragen (activiteit wijzigen monument, slopen beschermd stads- en dorpsgezicht), cultuurhistorische aspecten in het kader van de omgevingsvergunning (activiteit bouwen, aanleggen en afwijken bestemmingsplan), cultuurlandschappelijke aspecten in het kader van de omgevingsvergunning en handhaving. 7. Beoordelen van de aanvraag aan cultuurhistorische waarden en cultuurhistorisch onderzoek, ruimtelijke analyse, bouwhistorisch onderzoek en waardenstellingen: interpreteren van waarden. 8. Toetsen van de aanvraag aan de Erfgoedwet, erfgoedverordening, cultuurhistorische aspecten uit het bestemmingsplan (niet zijnde archeologisch), technische uitvoeringsvoorschriften voor (beschermd) gebouwd erfgoed en aan de doelstelling van het instrument beschermd gezicht en het ter bescherming strekkend bestemmingsplan en ruimtelijk kwaliteitsbeleid. 9.
Maken van cultuurhistorische analyses en waardenstellingen ten aanzien van (beschermd) gebouwd erfgoed, beschermde stads- en dorpsgezichten en cultuurhistorische aspecten (landschap en bebouwing) in het bestemmingsplan en het vertalen naar ruimtelijke uitgangspunten. 10. Opstellen van voorschriften voor de omgevingsvergunning en inhoudelijk adviseren bij bezwaar en beroep. 11. Adviseren ten aanzien van archeologische aspecten in het kader van omgevingsvergunningen, toezicht en handhaving. 12. Beoordelen van archeologisch onderzoek en waardenstelling in het kader van de omgevingsvergunning. 13. Toetsen van aanvraag omgevingsvergunning aan de hand van vastgelegde archeologische verwachtingswaarden in het bestemmingsplan, de erfgoedverordening, de Erfgoedwet en de Wet Ruimtelijke Ordening.
41 Zie afdeling 18.3 ‘kwaliteitsbevordering en afstemming handhaving’. 42 Kwaliteitscriteria 2.2 (2019) Deel B Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de Wabo, versie 1 juli 2019 (uitgave IPO en VNG). 43 Zie https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/wet-algemene/vth-0/
91
14. Opstellen van voorschriften voor de omgevingsvergunning en inhoudelijk adviseren bij bezwaar en beroep. 15. Maken van archeologische analyses en waardenstellingen en het vertalen van archeologische (verwachtings-)waarden naar ruimtelijke uitgangspunten. Bovenstaande taken zijn niet strak te scheiden naar de instantie of medewerker die het voor de gemeente Nuenen uitvoert. Dat komt omdat een aantal taken, zoals activiteiten 1 t/m 5, vrij algemeen geformuleerd zijn. Een eerste toets vindt vaak (maar niet altijd) plaats bij een principeverzoek door de medewerker van ruimtelijke ordening of bij de vergunning aanvraag door de vergunningverlener. Na de eerste scan zal vervolgens de noodzakelijke erfgoeddeskundige ingezet worden of in veel gevallen de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit. Via deze commissie kunnen noodzakelijke erfgoedspecialisten worden ingeschakeld op bijvoorbeeld het gebied van tuinhistorie of molens. Globaal ziet de taakverdeling er als volgt uit: Activiteit
Omschrijving
Uitvoerende
2
Beoordelen aanvraag alle aspecten erfgoed
gemeente en/of ODZOB
1, 3 t/m
Adviseren en toetsen van aanvragen op
Erfgoedmedewerker gemeente,
5
erfgoed aspecten en stellen van
ODZOB en/of adviescommissie
voorwaarden 6 t/m 8
Adviseren, beoordelen en toetsen van
Erfgoedmedewerker gemeente en/of
en 10
aanvragen op cultuurhistorische aspecten
adviescommissie
en stellen van voorwaarden 9
Opstellen van cultuurhistorische analyses
ODZOB of derden
en waardestellingen 11 t/m 14
Adviseren, beoordelen en toetsen van
ODZOB
aanvragen op archeologische aspecten en stellen van voorwaarden 15
Opstellen van archeologische analyses en
ODZOB of derden
waardestellingen Archeologisch onderzoek in het kader van de vergunningverlening wordt in Nederland uitgevoerd door gecertificeerde bedrijven onder leiding van een seniorarcheoloog. De seniorarcheoloog dient volgens de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) te voldoen aan een afgeronde universitaire opleiding Ma archeologie (of doctoraal). Hij/zij dient daarnaast kennis te hebben van de KNA protocollen, 6 jaar werkervaring met gravend onderzoek waarvan 3 jaar als archeoloog in een leidinggevende functie en 6 relevante publicaties op zijn naam te hebben staan. Een gelijkwaardige (aan de uitvoerende archeoloog) wetenschappelijke archeologische opleiding wordt voor de taken vergunningverlening, maar ook toezicht en handhaving dan ook als een noodzaak gezien om de inhoudelijke kwaliteit van archeologische aspecten en een archeologisch onderzoek te kunnen beoordelen. Het toetsen en beoordelen van archeologische aspecten en onderzoeken in het kader van omgevingsvergunningen, erfgoedverordening of Erfgoedwet, kan dan ook het beste gebeuren onder leiding van een archeoloog op vergelijkbaar universitair niveau. Binnen de gemeente Nuenen was het taakveld cultureel erfgoed tot 2019 voor slechts 0,1 fte ondergebracht bij de medewerker erfgoed; na het vertrek van de ambtenaar is de functie echter niet meer ingevuld.
De taken voor erfgoed bestaan in hoofdlijnen uit het uitvoeren en coördineren van erfgoed gerelateerde zaken, zoals begeleiding van restauratie- en onderhoudsprojecten, voorlichting en educatie, het herkennen, selecteren, waarderen en doorzetten van monumentale zaken en archeologie in het ruimtelijke ordeningsprocessen c.q. –ontwerpen en het onderhouden van
92
netwerkcontacten in het beleidsveld. Het profiel voor de beleidsambtenaar erfgoed kan als volgt worden omschreven: - specialist op het gebied van cultuurhistorie en architectuur- en bouwhistorie (HBO/WOniveau); - is het vaste aanspreekpunt voor inwoners, eigenaren en collega’s voor erfgoed; - is verantwoordelijk voor de afstemming en borging van het aspect cultuurhistorie in gemeentelijk beleid (RO, toezicht en handhaving, vergunningen, toerisme en recreatie, etc.); - ondersteunt en begeleidt eigenaren bij planontwikkeling, van keukentafelgesprek tot aan het vergunningentraject; - onderhoudt de contacten met de adviescommissie (als ambtelijk secretaris); - begeleidt de actualisatie van de monumentenlijst inclusief het aanwijzingstraject; - is verantwoordelijk voor de afhandeling van subsidieverzoeken voor gemeentelijke monumenten; - bevordert de kennis over het erfgoed van Nuenen, bijvoorbeeld door voorlichting op scholen; - is de spil in de communicatie en samenwerking met de erfgoedverenigingen binnen de gemeente en de regio; - is ambassadeur van het erfgoed binnen en buiten de gemeentelijke organisatie en zorgt voor interne bewustwording door o.a. het aanbieden van (korte) cursussen, rondleidingen, uitleg, workshops e.a.
In de praktijk wordt voor de archeologietaak, de regioarcheoloog van de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant (ODZOB) als deskundige namens het bevoegd gezag op ad hoc basis ingehuurd. Voor gebouwd erfgoed, stedenbouw of historisch landschap wordt de deskundigheid vanuit de ODZOB, bijvoorbeeld voor inzet bij projecten en restauraties, nog maar in beperkte mate benut. De ondersteuning gebeurt veelal op projectbasis waarbij de specialist op afstand zit. Om de inzet van de deskundigen te waarborgen binnen de gemeente, is een structurele werkwijze gewenst, zodat de inzet van erfgoed deskundigen veel meer vanzelfsprekend wordt toegepast bij de hele keten van ruimtelijke ordening (vooroverleg, bestemmingsplan, vergunning, toezicht en handhaving). Hier moet dan wel structureel budget voor vrij worden gemaakt, wat deels via leges kan worden doorberekend. Archeologie en de andere erfgoedtaken, die bij de ODZOB worden neergelegd, vallen nu nog onder de verzoektaken van het werkprogramma van de ODZOB, wat betekent dat hier geen jaarlijks budget voor is gereserveerd. In het kader van de aanstaande Omgevingswet en het integrale werken en het afwegen van diverse belangen, is structurele inzet vanuit een vast werkprogramma gewenst. De raakvlakken van erfgoed met de andere beleidsterreinen worden meer en meer inzichtelijk. De waarde van erfgoed wordt daardoor in steeds breder kader erkend.
Dat heeft tot gevolg dat erfgoed een bredere inbedding moet krijgen binnen de gemeentelijke organisatie, omdat de beleidsmedewerker niet van alle zaken inhoudelijk op de hoogte kan zijn en blijven. De beleidsmedewerker erfgoed zal zich als een spin in het web moeten opstellen, om voor de integrale verbinding tussen de beleidsvelden te zorgen. Ook zal worden onderzocht of het mogelijk is om de specialiste(n) vanuit de ODZOB bijvoorbeeld één dagdeel per week in het gemeentehuis te laten werken44, waardoor meer interactie, kennisdeling en kruisbestuiving kan plaatsvinden. Daarbij kan er zowel werk voor de gemeente zelf worden uitgevoerd als voor andere gemeenten. Het gaat erom meer vertrouwen te kweken en uitwisseling van kennis te genereren met collega-ambtenaren vanuit met name ruimtelijke ordening, vergunningverlening en gebiedsontwikkeling.
44 Vice versa is overigens ook mogelijk.
93
De oude Sint-Clemenskerk in Gerwen met ommuurde kerkhof en het in 1990 geplaatste bronzen beeld ‘Het Nederlandse Trekpaard’ (bron: Heemkundekring De Drijehornick). 6.1.2
Projectkosten archeologie
De Wet op de Archeologische Monumentenzorg legt de financiële last van archeologisch onderzoek en behoud primair bij de veroorzaker van de bodemverstoring (verstoorder-betaalt-principe). Hieronder vallen kosten van: inventariserend onderzoek, archeologisch vervolgonderzoek (opgraven), archeologische begeleiding, het opstellen van de daarbij vereiste Programma’s van Eisen, de conservering van vondsten, het opstellen van de onderzoeksrapporten en het nemen van maatregelen ter bescherming en inpassing van archeologische waarden ten laste van de initiatiefnemer, ook als de gemeente de initiatiefnemer is. In de grondexploitatiewet is archeologie op de lijst van verhaalbare kosten opgenomen, zodat deze projectkosten eventueel naar exploitanten kunnen worden doorbelast. De gemeente sluit in het kader van de gebiedsontwikkeling regelmatig exploitatieovereenkomsten af met particuliere projectontwikkelaars en grondexploitanten. Het is belangrijk dat de overeenkomst helder aangeeft wie de kosten voor het archeologisch onderzoek draagt en de eventuele bijkomende risico’s voor zijn rekening neemt. Het komt in de praktijk nogal eens voor dat de overeenkomst wel afspraken over het archeologische vooronderzoek bevat, maar dat afspraken over hoe om te gaan met de uitkomst van dat onderzoek ontbreken.
Als uit het vooronderzoek blijkt dat er sprake is van behoudenswaardige archeologische resten, dan kunnen de kosten van inpassing en/of opgraving wel eens veel hoger uitvallen dan die van het vooronderzoek. Uitgangspunt van het gemeentelijk archeologiebeleid is dat de kosten van alle archeologische werkzaamheden gedekt zijn, waarbij gestreefd wordt naar maximaal behoud van archeologische waarde in combinatie met zo min mogelijk kosten. Vooralsnog wordt afgezien van een gemeentelijke regeling voor compensatie van (excessieve) kosten vanwege archeologie. Excessieve kosten zijn kosten die in een uitzonderlijk geval zo hoog zijn dat deze redelijkerwijs niet geheel voor rekening van een initiatiefnemer zouden moeten blijven. Tot op heden is in Nuenen nog geen sprake geweest van excessieve kosten bij archeologisch onderzoek. 94
Daarom wordt uitgegaan van een ad-hoc beoordeling van eventuele verzoeken om vergoeding van excessieve kosten. Mocht in de toekomst blijken dat er toch behoefte is aan zo’n regeling, dan kan dit altijd nog worden aangepast. Bij de ad-hoc beoordeling zal de gemeente onder meer het financiële belang en de draagkracht van de verstoorder, de moeite die de verstoorder heeft genomen om kosten te voorkomen en de maatschappelijke belangen afwegen. Indien, in uitzonderlijke gevallen, een kostenvergoeding op zijn plaats is, kan deze worden betaald ten laste van de begrotingspost onvoorzien via raadsbesluit. 6.1.3
Erfgoed beleidsmedewerker
De gemeente beschikt op dit moment over te weinig ambtelijke capaciteit, waardoor ze haar wettelijk verplichte erfgoedtaken niet naar behoren kan uitvoeren, laat staan toegerust zijn op belangrijke ruimtelijke opgaven. Ook neemt de specialistische kennis en deskundigheid onder ambtenaren en beleidsmakers af (of raakt versnipperd), terwijl de vraag naar dit soort competenties alleen maar toeneemt. Dit gaat logischerwijs ten koste van de kwaliteit van wettelijke uitvoeringstaken zoals toetsing, handhaving en vergunningverlening bij monumenten en archeologie. Om ons als gemeente dan ook goed te kunnen profileren op het gebied van erfgoed is het belangrijk dat er structureel meer uren voor een gespecialiseerde beleidsmedewerker erfgoed beschikbaar komen (zie &6.1.1 voor het profiel voor de beleidsambtenaar erfgoed). De gemeente zal dan ook inzetten op het vrijmaken van meer budget, capaciteit en deskundigheid voor erfgoed om minimaal aan hun wettelijke taken te voldoen en werk te maken van het meer en beter betrekken van burgers via participatie – een belangrijk punt uit de Omgevingswet. De inschatting is dat een formatie van 1 fte voor erfgoed nodig is om adequaat uitvoering te kunnen geven aan het erfgoedbeleid. 6.1.4
Onderhoud erfgoedkaart
Het is voor de gemeente strategisch en organisatorisch van groot belang om zelf steeds over een zo volledig mogelijk en actueel overzicht van de samenstelling van het eigen erfgoed te kunnen beschikken. De erfgoedkaart is in dat kader een belangrijk instrument, dat echter up-to-date moet worden gehouden. Alle relevante informatie uit archeologisch, cultuurhistorische en bouwkundig onderzoek binnen de gemeente dient beschikbaar te komen voor de verdere ontwikkeling van het gemeentelijk beleid. Alle nieuwe informatie moet daarbij in een goed functionerend informatiesysteem terechtkomen en gebruikt worden voor het actualiseren van de gemeentelijke erfgoedkaart.
De regionale erfgoedkaart is al sinds 2011 digitaal toegankelijk via de website van de ODZOB: https://odzob.nl/kaarten-erfgoed-archeologie
95
Het onderhoud van de erfgoedkaart van de gemeente Nuenen zal worden verzorgd door de ODZOB via de website https://odzob.nl/kaarten-erfgoed-archeologie. Voor het onderhoud van de erfgoedkaart zal jaarlijks structureel € 4.000,- worden gereserveerd.
6.2 6.2.1
Opbrengsten gemeentelijke erfgoed taak Bestuurslastenvergoeding
De taken die de gemeente heeft op het gebied van erfgoed, zorgen voor kosten die samenhangen met onder meer het opstellen en onderhouden van de erfgoedkaart, de uitvoering en vertaling van het erfgoedbeleid en het adviseren en toezicht houden inzake erfgoed in bestemmingsplannen en vergunningen (waarbij deskundigheid ingehuurd moet worden). Ter compensatie van de bestuurslasten die de gemeentelijke organisatie moet maken vanuit de archeologiewetgeving, ontvangen gemeenten al sinds 2007 structureel €6,35 miljoen euro bestuurslastenvergoeding en vanaf 2008 structureel €1,25 miljoen extra tegemoetkoming excessieve kosten in het gemeentefonds. Dit middel (financiën) is echter bij veel gemeenten niet bekend en wordt daardoor niet gebruikt. Ook in Nuenen niet. Er is een rekenformule waarmee je kunt berekenen hoe groot het bedrag is dat weliswaar ‘niet geoormerkt’ is, maar wel te benoemen valt. Ook de verdeling van de excessieve kosten kunnen zo per gemeente gespecificeerd worden. Archeologievergoedingen binnen de uitkering aan het gemeentefonds vallen onder het subcluster Kunst dat valt onder het cluster Cultuur en Ontspanning.
In Nuenen ging het in 2022 om: Bestuurslastenvergoeding: Aantal woonruimten (10.330) x vermenigvuldigingsfactor €0,58 x €1,798 (uitkeringsfactor voor 2022) = € 10.772,54 Excessieve kostenvergoeding: Aantal woonruimten (10.330) x vermenigvuldigingsfactor €0,11 x €1,798 (uitkeringsfactor voor 2022) = € 2.043,07 Om deze gelden intern aan te kunnen wenden voor archeologie, dienen deze te worden geoormerkt. Geadviseerd wordt om dit bedrag veilig te stellen door de bestemming daarvan vast te leggen in bijvoorbeeld het erfgoedfonds (zie &6.3) zodat daarmee de gestelde ambities in dit beleid al een financiële start krijgen. 6.2.2
Leges
Voor het aanvragen van een omgevingsvergunning of wijziging van een bestemmingsplan kunnen leges in rekening worden gebracht bij de aanvrager. Ook kunnen bepaalde advieskosten, zoals voor de inhuur van archeologische deskundigheid, worden doorberekend in de leges. Het betreft terugkerende taken die samenhangen met het adviseren inzake bestemmingsplannen, vergunningen en het beoordelen van archeologische en cultuurhistorische rapporten en het toezien op de uitvoering van archeologisch, bouwhistorisch en cultuurhistorisch onderzoek:45 •
Beoordelen van Programma’s van Eisen (controle onderzoeksvragen, prospectiestrategie en – methode) voor alle uitvoerende onderzoeken in de gemeente. In de regel betreft het onderzoeken in het kader van nieuwe (ontwikkelingsgerichte) bestemmingsplannen of onderzoeken in het kader van omgevingsvergunningen.
•
Beoordelen van cultuurhistorische en bouwhistorische onderzoeken in (ruimtelijke) stedelijke of landschappelijke nieuwbouw- c.q. ontwikkelingsprojecten.
45 Voor monumenteigenaren geldt een vrijstelling van leges voor het behouden van monumentale onderdelen en voor verduurzamingsmaatregelen aan monumenten.
96
•
Beoordelen van de rapportages die het resultaat zijn van uitgevoerde onderzoeken en op basis daarvan besluiten of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn.
•
Selecteren van archeologische/cultuurhistorische waarden op grond van een afgerond vooronderzoek en een uitgebracht selectieadvies.
•
Formuleren van de eisen aan de maatregelen, die gericht zijn op het beschermen (behoud in situ) of het opgraven (behoud ex situ) van geselecteerde erfgoedwaarden.
Omdat de Rijksbijdrage in het gemeentefonds niet voldoende is om de bestuurskosten te compenseren, zal de gemeente Nuenen voor de uitvoering hiervan leges via de gemeentelijke legesverordening in rekening brengen bij de aanvrager van de vergunning.
Zicht op de oude kerktoren van Nederwettten en de Kerhoef bij Nederwetten vanaf de Dommel (bron https://www.thehike.nl/brabantse-dommeldal-van-gogh-nationaal-park/).
6.3
Financiële stimulans
De gemeente kan op basis van een stimulerend erfgoedbeleid en als regievoerende overheid een essentiële en duurzame bijdrage leveren aan de lokale economie en bedrijvigheid. Dit kan door middel van een erfgoedfonds. Hiermee kan de gemeente bedrijven en particulieren uitdagen tot het investeren in en uitdragen van lokale erfgoedproducten, zoals de verhalen en historie die samenhangen met de historie van Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Bij een erfgoedfonds kan ook gedacht worden aan subsidie voor het onderhoud en beheer van cultuurhistorisch waardevolle elementen als akkerranden, open bolle akkers, hakhoutwallen, heggen, oude zandwegen of archeologische monumenten. Bovenal kan het fonds worden ingezet als stimulans om iets van het verdwenen verleden terug te brengen in het landschap bij nieuwe ontwikkelingen. Aangezien er een sterke overlap is met de Landschapsinvesteringsregeling Nuenen c.a. (zie &3.4), onderdeel van de structuurvisie van Nuenen, zal onderzocht moeten worden of de gelden die hieruit voortvloeien deels gereserveerd kunnen worden voor het erfgoedfonds of dat de subsidie rechtstreeks hieruit voortkomt. Dat laatste zal dan wel wat aanpassing vragen van de landschapsinvesteringsregeling. In het kader van integratie van aspecten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) lijkt een gecombineerd landschaps- en erfgoedfonds dan het meest op zijn plaats.
97
Naast het bieden van subsidies is het mogelijk om indirecte financiële ondersteuning te bieden. Dit is mogelijk door verruiming van functies op te nemen in het bestemmingsplan voor eigenaren van (beschermd) gebouwd en aangelegd erfgoed. Het verruimen van de planregels biedt meer mogelijkheden tot een passende herbestemming. Het gebruik van een monument (met een herbestemming) zal een financiële waardevermeerdering opleveren voor eigenaren.
6.4
Conclusie
Om vergunningaanvragen te kunnen beoordelen is specialistische kennis noodzakelijk op gebied van archeologisch, gebouwd en landschappelijk erfgoed. Om de inzet van de deskundigen te waarborgen binnen de gemeente, is een structurele werkwijze gewenst, zodat de inzet van erfgoed deskundigen wordt toegepast bij de hele keten van ruimtelijke ordening. De inhuur van deskundigheid zal worden betaald uit de leges die via de gemeentelijke legesverordening in rekening wordt gebracht bij de aanvrager van de vergunning. Voor de inzet van de nodige deskundigheid zal echter aanvullend structureel budget gereserveerd moeten worden. De erfgoedkaart is een belangrijk instrument, dat echter up-to-date moet worden gehouden. Alle relevante informatie uit archeologisch, cultuurhistorisch en bouwkundig onderzoek binnen de gemeente dient beschikbaar te komen voor de verdere ontwikkeling van het gemeentelijk beleid. Alle nieuwe informatie moet daarbij in een goed functionerend informatiesysteem terechtkomen en gebruikt worden voor het actualiseren van de gemeentelijke erfgoedkaart. Door middel van een erfgoedfonds kan de gemeente bedrijven en particulieren uitdagen tot het investeren in en uitdragen van lokale erfgoedproducten. Bij een erfgoedfonds kan ook gedacht worden aan subsidie voor het onderhoud en beheer van cultuurhistorisch waardevolle elementen.
Onderzocht wordt of de gelden uit de landschapsinvesteringsregeling deels gereserveerd kunnen worden voor het erfgoedfonds.
Actiepunten: •
Om betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie de rol en waarde van erfgoed duidelijk te maken, is het noodzakelijk dat ze kennis hebben van de bewoningsgeschiedenis en het ontstaan van het huidige historisch landschap. Om hierin te voorzien kan een (interactieve) cursus of workshop waarin het verhaal van Nuenen, Gerwen en Nederwetten wordt verteld, worden opgezet.
•
Structureel budget reserveren voor de inzet van de noodzakelijke erfgoed deskundigen, waaronder een vaste erfgoed medewerker (1fte).
•
Jaarlijks budget reserveren voor het onderhoud van de erfgoedkaart.
•
Onderzoek doen naar het instellen van een erfgoedfonds, mogelijk voortvloeiend uit of gekoppeld aan de landschapsinvesteringsregeling, onderdeel van de structuurvisie van Nuenen.
•
Archeologiegelden in het gemeentefonds oormerken en inzetten voor het op te zetten erfgoedfonds.
98
De boerderij Bloemhoeve 20 in Nederwetten stamt uit de 17e eeuw en werd oorspronkelijk Hoeve Ten Hout genoemd en is later door haar bewoner luitenant Hendrik Blom omgedoopt naar Blo(e)mhoeve. Van 1768 tot 1895 was hierin de pastorie gevestigd (foto beeldbank heemkundekring De Drijehornick).
De Papenvoortsedijk bij de Papenvoortse Heide vormt over de gehele lengte de gemeentegrens tussen Nuenen en Helmond, tot 1968 met de toenmalige gemeente Stiphout. Dijk heeft de betekenis van een weg die een beek of waterloop kruist. In dit geval kan het ook betekenen een opgehoogde en rechtgemaakte weg door de hei (foto beeldbank heemkundekring De Drijehornick) .
99
7 Versterken eigen karakter Cultureel erfgoed bepaalt in grote mate het karakter en de identiteit van Nuenen. Erfgoed vertelt iets over de geschiedenis van een plek en draagt bij aan de belevingswaarde van het landschap en de bebouwde omgeving. Deze identiteit maakt dat mensen zich thuis voelen in hun omgeving. Alles wat wij nu erfgoed noemen is ontstaan doordat het in het verleden zo is gegroeid vanuit de wijze waarop het gebied gebruikt werd. Het historisch landschap, de ontginningslinten, de boerenerven en de inrichting van dorpen vinden allen hun basis in het gebruik. Dit maakt het erfgoed enorm gevoelig, want oude gebruiken verdwijnen en er komen nieuwe voor in de plaats. Het vertellen van verhalen over hoe het vroeger ging, draagt bij aan het in stand houden van die waardevolle verhalen en elementen in de ruimtelijke omgeving. Het erfgoed vormt de basis van onze identiteit. Het doel is dan ook om de bestaande identiteit te versterken en voorwaarden te creëren om die identiteit uit te bouwen nu en in de toekomst.
Veel belangstelling voor de opening van de jaarlijkse middeleeuwse Torendag in 2013 bij de locatie van de oude kerk van Nuenen aan de Tomakker (foto Stichting Archeologisch Samenwerkingsverband).
7.1
Vergroten van het historisch besef
Weten wat het cultureel erfgoed is van de gemeente, is niet alleen relevant voor het ruimtelijk beleid. Het cliché ‘onbekend maakt onbemind’, is nog steeds ook op erfgoed van toepassing. Het kennen van de cultuurhistorische waarden en de daarbij behorende gebruiken en verhalen van een gebied, is noodzakelijk voor welke vorm van erfgoedbeleid dan ook. Zonder de kennis over het gebied, is het uitdragen ervan richting gebruikers en bewoners van het gebied niet mogelijk. De basis van dit beleid bestaat daarom uit het benoemen van de erfgoedwaarden van de gemeente en het samenbrengen van de historische kennis in een erfgoedkaart met bijbehorende archeologische en
100