Emmahof - Bijlage 1 Toelichting
Tekst van het document
De dichtstbijzijnde veehouderij is een paardenhouderij aan de Helsestraat 7a op ca. 600 m afstand van het plangebied. Dichtstbijzijnde varkenshouderij betreft een varkenshouderij aan de Broekdijk 8, die op meer dan 1900 m afstand van het plangebied ligt. Binnen 1 km van het plangebied zijn geen pluimveehouderijen aanwezig. 5.15.2 Geitenhouderijen Uit het onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) van het RIVM in 2017 is gebleken dat zich in een straal tot tussen 1,5 en 2 kilometer rond geitenbedrijven een verhoogd aantal gevallen van longontsteking voordoet. Het is nog onbekend waardoor dit precies komt. Van belang is wat nog toegestaan kan worden binnen de invloedssfeer van een geitenhouderij. Zolang nog niet duidelijk is waardoor het verhoogde risico bij geitenhouderijen ontstaat, heeft het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht een advies memo opgesteld. Daarin wordt gesteld dat de goede ruimtelijke ordening vraagt om aanhouding van besluitvorming over het toevoegen van gevoelige functies binnen 2 km van een geitenhouderij totdat meer duidelijk is over de oorzaak van de gezondheidsrisico’s. Met de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van twee nieuwe woningen. Binnen 2 km. Van het plangebied zijn geen geitenhouderijen aanwezig. Conclusie: Vanuit het aspect veehouderijen en volksgezondheid zijn er voor het plangebied geen belemmeringen.
UrbiTom
64
Bestemmingsplan Emmahof, Nuenen
5.16
Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Kabels en leidingen Binnen het plangebied zijn geen kabels en leidingen aanwezig die een belemmering kunnen vormen voor de ontwikkeling binnen het plangebied. Voor aanvang van werkzaamheden zal een KLIC-melding worden verricht, om vast te stellen welke kabels in het gebied aanwezig zijn. Binnen het plangebied is verder geen sprake van straalpaden en invloeden van zendmasten.
5.17
Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader Behalve aan de uitvoeringsaspecten bedoeld in de Awb en het Bro dient ook te worden getoetst aan de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. of er sprake is van een mogelijke verplichting tot het opstellen van een milieueffectrapportage. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming omtrent plannen en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen de onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: 1. Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.-(beoordelings)plichtige besluiten (boven de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r.); 2. Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden; 3. Plannen en activiteiten die o.g.v. een provinciale milieuverordening zijn aangewezen als MER-plichtig. Per 1 april 2011 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. De belangrijkste aanleidingen hiervoor zijn de modernisering van de m.e.r.
wetgeving in 2010 en de uitspraak van het Europese Hof van 15 oktober 2009 (Hof van Justitie EG 15 oktober 2009, zaak C-255/08 – Commissie vs. Nederland). Deze wijziging heeft gevolgen voor eerstgenoemd criterium om te beoordelen of een MER noodzakelijk is. Uit deze uitspraak volgt dat de omvang van een project niet het enige criterium mag zijn om wel of geen m.e.r.(-beoordeling) uit te voeren. Ook als een project onder de drempelwaarde uit de C- of D-lijst blijft, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een kwetsbaar natuurgebied ligt. Gemeenten en provincies moeten daarom per 1 april van 2011 ook bij ‘kleine projecten’ (projecten onder de drempelwaarden van de C- of D-lijst) beoordelen of een m.e.r.(-beoordeling) nodig is. Deze beoordeling houdt in dat er bekeken moet worden of er bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten dat er toch een MER moet worden opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de selectiecriteria uit bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn (2011/92/EU), welke o.a. de omvang van het project, de cumulatie met andere projecten en het gebruik van natuurlijke hulpbronnen betreffen.
UrbiTom
65
Bestemmingsplan Emmahof, Nuenen
Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Verantwoording Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Categorie D11.2 is mogelijk van toepassing bij onderhavig in initiatief. Deze categorie betreft een stedelijk ontwikkelingsproject dat 2.000 of meer woningen omvat. Uit uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (van 15 maart 2017; ECLI:NL:RVS:2017:694, van 31 januari 2018; ECLI:NL:RVS:2018:348, van 17 april 2019; ECLI:NL:RVS:2019:1253 en van 11 maart 2020; ECLI:NL:RVS:2020:729) blijkt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit m.e.r. afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. Uit deze uitspraken volgt eveneens dat het antwoord op de vraag of een activiteit kan worden aangemerkt als een activiteit als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., niet afhankelijk is van het antwoord op de vraag of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan.
Weliswaar verandert het gebruik van het perceel, maar dat betekent niet dat hetgeen waarin het plan voorziet moet worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Daarbij is van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de voorziene bebouwing beperkt is. Onderhavig plan betreft de toevoeging van 12 nieuwe wooneenheden. De ontwikkeling ligt derhalve ver beneden de drempelwaarde uit de D-lijst zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Wat betreft het eerste criterium geldt er dus geen plicht tot het opstellen van een MER. Wel is voor initiatieven, die onder de drempelwaarden, zoals genoemd in de D-lijst liggen, een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig. Hiertoe is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. opgesteld, die als bijlage bij deze plantoelichting is gevoegd. Hierin wordt het volgende geconcludeerd: De activiteiten die mogelijk worden gemaakt in het plangebied ‘Emmahof Nuenen’ zijn, gelet op de kenmerken en de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, niet zodanig van invloed op het milieu dat een milieueffectrapportage moet worden doorlopen.
Ten aanzien van het tweede criterium inzake een mogelijke MER-plicht, geldt dat er bij onderhavige situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Onderhavige ontwikkeling heeft met zekerheid geen mogelijk significant effect op de Natura 2000gebieden. Dit is aangetoond met een berekening van de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden. Ten aanzien van het derde criterium geldt dat onderhavige activiteit niet is aangewezen als MER-plichtig op grond van de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010.
UrbiTom
66
Bestemmingsplan Emmahof, Nuenen
Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Conclusie Zoals beschreven is er bij onderhavig plan geen sprake van een verplichting tot het opstellen van een MER en het doorlopen van de m.e.r.-procedure op grond van het Besluit m.e.r., de Wet natuurbescherming of de Provinciale milieuverordening Noord Brabant 2010. Er is geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is dus voldaan aan de wettelijke verplichtingen hieromtrent. Burgemeester en Wethouders kunnen op basis van de gemaakte aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is
UrbiTom
67
Bestemmingsplan Emmahof, Nuenen
Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten
UrbiTom
68
Bestemmingsplan Emmahof, Nuenen
6
Uitvoerbaarheid
6.1
Economische uitvoerbaarheid
Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Het bestemmingsplan maakt de bouw van 12 seniorenwoningen mogelijk. De Wet ruimtelijke ordening (Wro, artikel 6.12) verplicht gemeenten om bij de vaststelling van een bestemmingsplan ook een exploitatieplan vast te stellen, tenzij het kostenverhaal anderszins verzekerd is. De kosten die gemaakt worden bij de uitvoering van de ontwikkeling zijn voor rekening van de initiatiefnemer. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen. In voorliggend geval wordt het kostenverhaal vastgelegd door middel van een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer, zodat een exploitatieplan niet noodzakelijk is.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Vooroverleg Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 lid 1 Wro sub c overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Op basis van het eerste lid van dit artikel wordt overleg gevoerd met waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Omgevingsoverleg Al in 2019 heeft een omgevingsoverleg plaatsgevonden. De gemeente heeft hier gedachten uitgewisseld met omwonenden over de invulling van de locatie. Het verslag hiervan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Dit omgevingsoverleg diende mede als input voor de uitgangspunten bij de uitvraag. Participatie Na de ondertekening van de anterieure koop- en planschadeverhaalovereenkomst hebben de initiatiefnemers van de woonontwikkeling – in overleg met de gemeente – een uitgebreid participatietraject doorlopen. Hierin is regelmatig overlegd met zowel omwonenden als toekomstige inwoners, de laatste verenigd in een klankbordgroep. Daarnaast was er regelmatig overleg met de gemeente en het Team Ruimtelijke Kwaliteit. Naar aanleiding van de bijeenkomsten met deze vier gremia is het ontwerp op een flink aantal punten aangepast.
Zo is het aantal bouwlagen vastgesteld op 2 en het aantal woningen teruggebracht van de maximale toegestane 17 woningen naar 14/15 woningen en later naar 12 woningen. Met het oog op privacy van omwonenden is er onder andere extra afstand gerealiseerd tot de erfgrenzen, is de galerij voor de appartementen op de verdieping vervallen en gekozen voor een afgesloten portiek en hebben de tweekappers een kleinere verdieping gekregen. Ook is er extra onderzoek gedaan naar verkeer. Enkele parkeerplaatsen zijn vervallen om
UrbiTom
69
Bestemmingsplan Emmahof, Nuenen
Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten
meer groen toe te voegen. Een gemeenschappelijke ruimte is vervallen om meerdere redenen, zowel vanuit toekomstige bewoners als omwonenden gezien. Het participatietraject liep van maart 2022 tot juni 2023. Een compleet overzicht van de stappen in het participatietraject en de aanpassingen aan het ontwerp die gedurende het traject zijn gedaan, is te vinden in het bijgevoegde participatieverslag Emmahof Nuenen. Verdere procedure Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State. Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
UrbiTom
70
Bestemmingsplan Emmahof, Nuenen
7
De bestemmingen
7.1
Het juridische plan
Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch-planologische regeling te scheppen om de bouw mogelijk te maken van seniorenwoningen aan de Emmastraat te Nuenen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Gestreefd is hierbij naar uniformering en standaardisering van bestemmingen en regels. Er is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de systematiek voor recente geldende bestemmingsplannen in de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten. Voor de planregels zijn het beleid van de gemeente en de daarop gebaseerde voorstellen voor de regels uitgangspunt geweest. Verder is voor het bestemmingsplan aangesloten bij de landelijke standaard voor bestemmingsplannen: de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. De Wet ruimtelijke ordening biedt mogelijkheden voor het opstellen van verschillende bestemmingsplanvormen, van zeer gedetailleerd tot uitsluitend een beschrijving in hoofdlijnen. Het onderhavige bestemmingsplan betreft een gedetailleerd bestemd plan. De regeling is zodanig dat een zo groot mogelijke flexibiliteit enerzijds wordt gecombineerd met voldoende waarborging van de rechtszekerheid voor de burger anderzijds. De planopzet is gericht op de nieuwbouw van 12 wooneenheden met toepassing van een woonbestemming met bouwvlak.
Eén en ander komt tot uitdrukking in de regels en blijkt ook uit de verbeelding. Hierna wordt inhoudelijk ingegaan op de afzonderlijke bestemmingen binnen het onderhavige bestemmingsplan.
7.2
Beschrijving van de bestemmingen In dit bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen; met daaraan ondergeschikt: a. aan huis verbonden beroepen of bedrijven; b. tuinen, erven en paden; c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; e. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse) waterbergings- en infiltratievoorzieningen.
UrbiTom
71
Bestemmingsplan Emmahof, Nuenen
Gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten
De woningen moeten worden gebouwd binnen het bouwvak dat op de verbeelding is aangegeven. Er zijn maximaal 12 woningen toegestaan. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 6,50 meter. De bouwhoogte niet meer dan 10 m. Hiermee wordt aangesloten op de goot- en bouwhoogten, die in het geldende bestemmingsplan zijn toegestaan voor de omliggende woningen. Bijgebouwen kunnen worden gebouwd in het bouwvlak en het bijgebouwenvlak dat is hiervoor op de verbeelding is aangeduid tot een hoogte van 3,30 meter. Verkeer De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
voorzieningen voor verkeer en verblijf; parkeervoorzieningen; groenvoorzieningen; sport- en spelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; beeldende kunstwerken; gedenktekens; retentievoorzieningen; water,
een en ander met de daarbij behorende voorzieningen. Waarde – Archeologie Middelhoog De voor 'Waarde - Archeologie middelhoog' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van oudheidkundig waardevolle elementen en terreinen.
UrbiTom
72